Meningen
Hier kun je zien welke berichten Chainsaw als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Hoer en het Meisje, De (2011)
Alternatieve titel: Duivelse Dilemma's - De Hoer en het Meisje
Goedgemaakt, maar behoorlijk zwaarmoedig drama. Nu is de hele serie Duivelse Dilemma's geen simpel, luchtig popcornvermaak, maar De Hoer en het Meisje is zelfs vrij deprimerend. Het spel is van erg hoog niveau en de film bevat een paar ijzersterke en geloofwaardige scènes. De muziek ligt er af en toe wel érg bovenop en soms wordt de ellende wel erg dik aangezet. Zo lijkt het er in de film op dat werkelijk álle mannen enorme grote hufters zijn, zeker in contrast met de dame aan het einde van de film. Dat té dik er bovenop is spijtig, want die realistische grimmigheid was in andere scènes juist een sterk element van de film. Vooralsnog geen film die je snel nog een keer opzet.
3 sterren.
Höhle des Gelben Hundes, Die (2005)
Alternatieve titel: The Cave of the Yellow Dog
Weinig middelen, groot effect. Dat is Cave of the Yellow Dog, een film met een simpel uitgangspunt, weinig audiovisuele poespas (nauwelijks muziek ed) en alles grotendeels op één locatie opgenomen. Het boeiende van de film zit overigens niet per sé in het verhaal, maar vooral in het visuele, de film is erg prettig om naar te kijken. Met de sfeer waarschijnlijk als grootste pluspunt. Die prachtige beelden, die één en al rust uitstralen, zijn om je vingers bij af te likken. Met name de scènes met de oude vrouw en de storm. En daarnaast was de kleine hoofdrolspeelster uiterst aandoenlijk.
3,5 sterren.
Hôhokekyo Tonari no Yamada-kun (1999)
Alternatieve titel: My Neighbors the Yamadas
Na het ontroerende Grave of the Fireflies wist Takahata mij bij de Yamada's opnieuw erg te verrassen. De erg bijzondere en simpele tekenstijl in combinatie met de prachtige hilarische (en soms erg herkenbare) verhaaltjes en de schitterende muziek maken Yamada tot een erg warme, gezellig en dolkomische animatie.
Ik hou het eerst voorzichtig op een score van vier hele dikke sterren, maar de kans dat deze score na een herziening nog flink omhoog gekrikt gaat worden naar 4,5 (of misschien zelfs de volledige 5) sterren is aardig groot. Dit is in ieder geval zeker een film om vaker te zien.
4 sterren.
Hole, The (2009)
Alternatieve titel: The Hole in 3D
Echt weggeweest is Dante misschien niet helemaal, toch voelt The Hole als een soort terugkeer. Voor deze film doet Dante weer zijn best om een horrorfilm en kinder/familiefilm samen te laten brengen. Hier gaat dat met vallen en opstaan. Af en toe wordt er een goede toon neergezet, maar de film schommelt teveel om echt van een volledig geslaagde rit te kunnen spreken. Soms is het allemaal net iets te kinderlijk en flauwtjes voor de wat oudere kijker, andere momenten zijn weer totaal niet geschikt voor de kleintjes. Verder is de film een aaneenschakeling van momenten uit andere horrorfilms, elk cliché lijkt even zijn kop op te steken (het J-horror meisje, de Poltergeist clown enzovoort). Vond het hier nergens vervelend worden, maar vernieuwend is het ook allerminst. Verder vermaakt de film prima en is degelijk gemaakt, maar Dante is (nog) niet terug op het topniveau. Hopelijk blijft hij nog even films maken. Want vermakelijk zijn ze wel.
3 sterren.
Holiday in the Sun (2001)
It Takes Two uit '95 was nog best amusant, maar vanaf daar ging het flink achteruit met de films met Olsen 1 en 2. Dit is voor mij momenteel even een flink dieptepunt. Slecht acteerwerk, vervelende personages en het trieste plot bevat enkel en alleen maar clichés. Het lijkt wel alsof je anderhalf uur naar een vervelende vakantiefilm van iemand zit te kijken. Hoewel ... die zijn vaak nog leuker dan dit.
1 ster
Holiday, The (2006)
Voor wie de vorige twee producties van Meyers heeft gezien is de inhoud van deze film natuurlijk geen verrassing. Want net als What Women Want en Something's Gotta Give is The Holiday zo'n voorspelbare, geestige en lieve romantische komedie, die alleen af en toe behoorlijk mierzoet kan worden. Toch mag ik die filmpjes van Meyers wel. Hoewel ze allemaal behoorlijk lang zijn - ook deze film moest en zou natuurlijk weer meer dan twee uur duren, veel te lang voor zo'n film als dit - is het alsnog erg fijn vermaak. Het plot is grotendeels voorspelbaar, maar wordt aardig interessant gebracht, met het acteerwerk is niets mis en de film bevat een aantal erg geinige vondsten.
3,5 sterren.
Hollywood Chainsaw Hookers (1988)
Dat het niveau laag is en dat het allemaal slecht is, staat natuurlijk al vast. Werp één blik op de cover, de poster of het plot en je weet waar je aan toe bent. Maar dan hoop je als filmkijker toch dat je in ieder geval nog wat vermaak krijgt te zien. Een titel als Hollywood Chainsaw Hookers schreeuwt in ieder geval toch om een 'zo slecht dat het leuk is'- achtige pulp, niet waar? Jammer genoeg gaat dat oude vertrouwde gezegde hier zelden op.
De dialogen en het acteerwerk zijn op het niveau van een gemiddelde pornofilm, maar men blijft zichzelf jammer genoeg te serieus nemen en het blijkbaar ook echt proberen. En ook voor de effecten heeft men schijnbaar wat kinderen een fopwinkel ingestuurd om wat uit te zoeken, zodat ze af en toe een nepbeen konden rondsmijten. Ook prima als het lekker lomp gedaan is, maar ook hier lijkt Fred Olen Ray alles veel te serieus aan te pakken. Weg met die duistere, zogenaamd mysterieuze aanpak en gewoon veel zelfspot en lol in het geheel had de film veel goeds gedaan. En dan was het tenminste nog leuk om naar te kijken.
1 ster.
Home Alone (1990)
Zo'n film die bijna iedereen wel eens gezien heeft. Het is dan ook best moeilijk deze film níet te zien, want elke kerst is het weer raak. Maar toegegeven; Home Alone is dan ook één van de leukere familie(kerst)films. Gezellige, warme en sfeervolle film met een flink portie humor. Geweldig voor de kleintjes, maar ook voor de oudere kijker leuk om te zien. Stern en Pesci stelen de show.
3,5 sterren.
Home Alone 2: Lost in New York (1992)
Inderdaad minder dan het eerste deel, maar gelukkig heeft Lost in New York ook zijn momenten. Stern en Pesci zijn weer op dreef en stelen de show. Voorspelbaar is het zeker (eigenlijk is het gewoon een simpele herhalingsoefening, de meeste trucjes komen gewoon weer voorbij), maar de sfeer is weer prima en de film weet hier en daar toch uitstekend te amuseren.
3,0 sterren.
Home Sweet Home (1981)
Alternatieve titel: Bloodparty
Lang geleden eens meegenomen van een rommelmarkt. Bijzonder slechte slasher, waarin een uit de kluiten gewassen Jake Steinfeld in een over the top rol een gezinnetje om zeep helpt. De film oogt bijzonder amateuristisch, het script is één voorspelbare zooi en het acteerwerk mag niet eens een naam hebben. Het is dan ook één grote belachelijke bende. En tja, daar zit toch ook stiekem de charme van de film. Met name de opening is zo overheerlijk idioot, dat je niet anders kan dan gewoon erg hard lachen.
2 kleine sterren. Voor old times' sake.
Home Sweet Home (2013)
In het eerste half uurtje is Home Sweet Home nog best vernieuwend. Het is interessant om een film te openen met de moordenaar en alles van zijn kant te beleven. De langzame, stilistische shots werken daarbij ook erg goed. Het siert de film dat het niet kiest voor een snelle vertelling of heftig handheld camerawerk, maar juist hele doordachte en trage shots gebruikt. Het zorgt voor een koude en kille sfeer. Dit past uitstekend bij de killer, die geraffineerd te werk gaat en overal de tijd voor neemt. Zelfs als zijn slachtoffers eindelijk thuis zijn, laat hij ze nog even rustig hun eigen gang gaan, hij heeft duidelijk geen haast om zijn spelletje te laten beginnen.
Helaas houdt Morlet dit in het tweede deel van zijn film niet vol. Zodra de aanval op het stel is gestart, blijven we niet langer bij de killer, maar volgen we voornamelijk Sara, een vrij nietszeggend en saai personage. Spanning is in dit tweede deel ver te zoeken als we Sara voor de zoveelste keer door het huis zien strompelen en ze zich moet verstoppen voor de moordenaar, die ergens in het huis rondloopt. Het zijn dit soort scènes die we net iets te vaak hebben gezien. En ook andere clichés komen om de hoek kijken, als het laten vallen van een sleutel bij een ontsnappingspoging of een bal die langzaam van de trap stuitert.
Wat dat betreft was de film een sterke toevoeging geweest voor de home invasion-films als de toonzetting en het originele perspectief van de opening was doorgetrokken. De kalme en kille sfeer blijft, maar door het gebrek aan interessante content en de komst van een hoop clichés verliest de film zijn kracht en zakt enorm in. Met als resultaat de zoveelste home invasion-film met een Michael Myers- kloon, twee oninteressante slachtoffers en een krakende houten vloer. In de laatste paar minuten van de film gooit Morlet er als uitsmijter nog wel een vrij aardige twist uit, maar dat haalt de film jammer genoeg niet meer uit de middenmoot.
2,5 sterren.
Hoodwinked! (2005)
Alternatieve titel: Hoodwinked
Vond het eigenlijk vooral een vervelende film. Hoodwinked weet nergens echt grappig te worden en is nogal mager geanimeerd. We zijn inmiddels toch wel wat beters gewend. Het duurde het me, ondanks de speelduur van slechts 80 minuten, ook veel te lang. De stemacteurs (met name Warburton en Ogden Stiers) doen het leuk en het enige wat nog een beetje om te lachen was, waren de hyperactieve eekhoorn en die jodel- geit. Maar goed, daar vul je dan een paar amusante seconden mee. De rest van de film is jammer genoeg bar weinig bijzonders, had echt iets leukers verwacht.
2 sterren.
Hook (1991)
Ik verbaas me nogal over de vele positieve reacties hier. Want het idee voor deze film is op zich leuk, maar bij het uitwerken is er toch iets flink misgegaan. In het begin van de film is nog geen man overboord, de film begint zelfs best aardig en heeft in het eerste half uur een prima sfeertje te pakken. Plus een prima score van Williams.
Maar toch gaat er dan ergens iets grandioos mis. Ten eerste de kinderen, waarvan er bijzonder weinig ook maar over een beetje acteerkwaliteit beschikken. Erg jammer, want ze beginnen je zo erg snel te irriteren. Met name dat dikke jochie was echt flink ergerlijk. De volwassen cast, op Hoffman en Hoskins na, was overigens ook niet om over naar huis te schrijven. (Julia Roberts
)
Verder gaat er nog meer behoorlijk mis in Hook. Het moraal en de levenslessen worden je op den duur met een trechter ingegoten en het valse (en typische Spielberg/ Lucas) sentiment is ook flink aanwezig, zeker tegen het einde. Het enige positieve dat ik over Hook kan bedenken is dan ook een goede start en aardige rollen voor Dustin Hoffman en Bob Hoskins. Maar verder is dit zonder twijfel de minste Spielberg, die ik tot nu toe heb gezien.
2 hele kleine sterren.
Hooligans (2005)
Alternatieve titel: Green Street
Dat lied van het eindgevecht is 'One Blood' van Terence Jay.
Ik had overigens echt bijzonder lage verwachtingen van de fim en zelfs toen ik een aantal maanden geleden wat fragmenten zag, leek me dit echt niets. Vanavond toch maar even gekeken en ben zeer aangenaam verrast. Amusant, goede sfeer, uitstekend in beeld gebracht, prima acteurs en soundtrack en het verhaal wordt uitstekend verteld, de film weet niet te vervelen. Totaal niet verwacht.
Kleine 4 sterren.
Horror Show, The (1989)
Alternatieve titel: House III
Na de House trilogie gezien te hebben toch ook maar het derde deel bekeken, hoewel dit natuurlijk geen moer te maken heeft met House. Deed me ontzettend denken aan Shocker, zowel qua plot als qua uitwerking. En van tijd tot tijd deed het zelfs wat denken aan Craven's andere film, A Nightmare on Elm Street. Desondanks bakken de makers er maar weinig van. The Horror Show is niets meer dan een standaard horrorwerkje, waar er eigenlijk al teveel van zijn.
Het verhaal is één brok cliché, de dubbing is om te huilen en fatsoenlijk acteerwerk zit er niet bij. Vooral Brion James slaat een groot pleefiguur met zijn aardappelzak van een psychopaat. Idioot voor je uit staren met je bovenlip omhoog maakt je niet eng, je ziet er alleen debiel uit. Voor de liefhebber van een typisch simpel jaren '80 horror met een paar amusante momenten is dit overigens best vermakelijke kost. Voor mensen die houden van een beetje een fris en vernieuwend script daarentegen, staan bij het verkeerde adres. Dan moet je toch echt de twee huizen eerder hebben.
2 kleine sterren.
Horse Feathers (1932)
Horse Feathers is ook zo'n film die veel opduikt in lijsten met het beste werk van de gebroeders Marx. Voor mij valt de film een beetje in het midden, het is zeker niet de slechtste, maar de allerleukste is het ook niet. Alle ingrediënten voor een gemiddelde Marx-film zijn aanwezig, van de over-de-top slapstick tot de muzikale intermezzo's, van de vloedgolf aan woordgrappen tot de venijnige opmerkingen (en droge delivery) van Groucho. Er wordt weer een hoop chaos gecreëerd, met als resultaat een paar sterke scènes, maar momenten als het college met de drie broers voelt geforceerd. Horse Feathers is zoals veel van de Marx-broers; soms treffend raak in de bullseye, soms compleet mis, maar altijd wel amusant.
3 sterren.
Hostel (2005)
Vond Roth's Cabin Fever al weinig bijzonders, maar die film had nog enigszins zijn vermakelijke momenten hier en daar. Met zijn nieuwste horrorwerk bewijst Roth opnieuw echt fatsoenlijke horror neer te kunnen zetten. Wat een saai en vermoeiend filmpje was dit.
Het eerste deel van de film, of zeg maar gerust het eerste uur(!), lijkt vooral op één of andere goedkope, mislukte tienerkomedie. Een clubje irritante, eendimensionale flutpersonages die je het liefst in de eerste minuut dood ziet vallen, moeten ons vermaken. Het hele eerste deel van de film is dan ook bijna niet door te komen, zo futloos. Er gebeurt werkelijk níets, de humor is nergens ook maar wat grappig (een gevalletje Cabin Fever) en dan ook nog doen alsof dat taaltje Nederlands is? Ga iemand anders lastig vallen, Eli Roth.
Maar goed, dan komt het tweede deel van de film (oftewel het laatste halfuurtje) en dan beginnen de grote martelscènes. Je zou verwachten dat dit alles goedmaakt, maar ook dat is alles behalve waar. Sure, de scènes weten beter te vermaken dan die in het eerste uur, maar verder is het toch alles behalve bijzonder. Oké, een gereformeerde huisvrouw uit de Veluwe zal misschien even haar hoofd omdraaien bij bepaalde scènes, maar heb je een paar fatsoenlijke horrorfilms gezien, dan kun je niet anders dan veronderstellen dat dit gewoon matig is. Niet schokkend, niet ranzig en totaal niet boeiend. Tel daar het belabberde acteerwerk en het totale gebrek aan sfeer bij op en je krijgt een waardeloos project als Hostel.
1,5 hele krappe sterren.
Hot Chick, The (2002)
Op zich begon de film nog niet eens zo slecht. Hier en daar best geestig en Schneider doet het ook best geestig. Maar op en duur heb je het wel gezien en weet je het allemaal wel. Alles wordt steeds minder leuk en dan komt er ineens ook nog een moraal om de hoek zetten. Tel daarbij het aantal voorspelbare grappen en het afschuwelijke acteerwerk van die irritante Faris en je hebt een behoorlijk matige komedie met hier en daar een amusant momentje.
2 sterren.
Hot Fuzz (2007)
Er was een tijd dat ik Hot Fuzz de minste van de Cornetto trilogie vond, maar dat is inmiddels volledig omgedraaid. Niet dat Shaun of the Dead en The World’s End in mijn achting zijn gedaald, integendeel. Maar ik ben na elke herziening van Hot Fuzz steeds meer verliefd geworden op de film. Hoe vaak ik de film ook zie, telkens zie ik weer nieuwe dingen. Dat komt vooral omdat de film zó sterk en strak is tot in de kleinste detail. Elk zinnetje dialoog, elke cut, elke figurant; alles wordt tot in de puntjes bestuurd door de meester. Onwijs knap hoe Wright voor elk moment in de film een passende punchline heeft. Ik moet denken aan van die komedies waarin een maker zijn acteurs maar laat improviseren en dat vaak veel te lange, niet grappige scènes tot gevolg heeft. Hier niets van dat, elke seconde telt.
Naast dat we hier een grootmeester aan het werk zien achter de camera, de film is ook perfect gecast. Frost doet waar hij goed in is, terwijl Simon Pegg in de trilogie zijn diversiteit als acteur vooral mag demonstreren; want hij is het tegenovergestelde van zijn personages uit Shaun en The World’s End. Het is ook prachtig om te zien hoe ze de - vaak vermoeiende - love interest uit het script hebben gehaald, maar de dialogen aan het personage van Nick Frost hebben gegeven. Een briljante vondst. Verder zijn er een reeks heerlijke bijrollen te vinden, van Broadbent tot Bill Nighy, van Bill Bailey tot Kevin Eldon. En ik kan elke keer weer zo genieten van de onverstaanbare David Bradley en de eveneens onverstaanbare tolk Karl Johnson. Maar van al die fantastische bijrollen gaat de hoofdprijs toch naar Timothy Dalton met zijn overheerlijke grijns en hilarische opmerkingen. 'I'm a slasher! I must be stopped!'
Hot Fuzz, niets minder dan een groot, groot, gróót meesterwerk.
5 sterren.
Hotaru no Haka (1988)
Alternatieve titel: Grave of the Fireflies
Ik weet nog goed toen ik de eerste keer Grave of the Fireflies zag: Ik kon vervolgens een half uur lang niets anders dan perplex naar mijn televisie staren, waar het DVD menu al enige tijd zichtbaar was. Ik had niet lang ervoor voor het eerst kennisgemaakt met de films van Studio Ghibli en begon destijds met het bekendere werk als Spirited Away en Princess Mononoke. En toen kwam dit. En damn, dit is wel even van een ander kaliber. Het werk van Hayao Miyazaki mag dan het bekendste werk van Ghibli zijn, wat mij betreft heeft Isao Takahata met deze film veruit de mooiste en meest ontroerende Ghibli-film tot dusver gebracht.
En bij herziening - jaren later - was het weer raak. Ik was anderhalf uur lang even weer van de wereld. Ik genoot als Seita en Setsuko plezier hadden, het optimisme en hoe de twee samen hun best doen er iets moois van te maken geeft een goed gevoel. En dat goede gevoel heb je hard nodig om de film door te komen. Want mijn god, een moker geeft een subtiel tikje vergeleken met deze film. De animaties zijn prachtig, de muziek is ijzersterk, de sfeer is soms betoverend mooi en soms (of zeg maar gerust, geregeld) bikkelhard. Ik zou hier wel een specifieke scène of een bepaald prachtig shot kunnen benoemen, maar dan zou ik net zo goed de hele film hier kunnen opsommen. Grave of the Fireflies is een klasse apart.
5 sterren. Omdat het niet hoger kan.
Hotel Rwanda (2004)
Prima film. Regisseur Terry George weet zijn Hotel Rwanda boeiend en tegelijkertijd intrigerend te brengen. Met name een scène als de weg vol met lijken was behoorlijk aangrijpend en zeker in combinatie met het uitzonderlijke acteerwerk van Cheadle geeft het de film iets bijzonders. Het is des te jammer dat George in zijn film meer gebruik lijkt te maken van Hollywood clichés en scènes volgens het boekje dan dit soort sterke momenten.
Filmtechnisch is het allemaal niet al te bijzonder en de an sich prima muziek is hier en daar veel te aanwezig, wat een gemiste kans is om het geheel meer impact te geven. Het leek hier en daar wel erg geromantiseerd. Vooral het einde zat me een beetje dwars. Het zal dan wel echt gebeurd zijn, maar dat hele 'meisjes worden dan toch nog nét op tijd teruggevonden, de bus reed al weg' gedoe ging er bij mij niet echt in.
Uiteindelijk is Hotel Rwanda een prima film met een paar erg sterke scènes en prima acteerwerk, maar daar is het ook wel mee gezegd.
3,5 sterren.
Hotel Transylvania (2012)
Alternatieve titel: Hotel Transsylvanië: Hotel Vol Monsters
Geinige animatie van de man achter Dexter's Laboratory. Vermakelijk, maar vernieuwend of baanbrekend is Hotel Transylvania niet bepaald. Liefhebbers van woordgrappen en visuele humor komen prima aan hun trekken, maar een creatief script hoef je hier niet te verwachten. Het is zelfs vrij standaard; een jongen schept chaos in de wereld van de monsters en wordt verliefd op de dochter van de grote baas. Een verboden liefde natuurlijk, maar iedereen kan wel raden hoe de film zal verlopen en welke moraaltjes en levenslessen daar bij om de hoek komen kijken. Om natuurlijk af te sluiten met een hip zang- en dansnummer. Gelukkig bevat de film genoeg vlotte sequenties en grappige momenten om niet helemaal in te dutten, met name door de hoeveelheid knipogen naar de bekende (Universal) monsters.
3 sterren.
Hotel Transylvania 2 (2015)
Alternatieve titel: Hotel Transsylvanië 2
Grootste geruststelling was toen ik de speelduur van de film zag; het tweede deel duurt ook maar 80 minuten en is gelukkig niet uitgerekt tot 100 minuten of meer. Dat is prettig, want een film als dit lukt prima binnen die 80 minuten. Hotel Transylvania 2 is - zoals te verwachten - veelal een herhaling van de eerste film, met weer een hoop visuele gein en een reeks woordgrappen, met name betreft de monsters. Ondanks de monsters is de film vrij braaf en zoet, met ook hier de nodige moraaltjes over acceptatie en familie. Dat wordt gaandeweg wel een beetje vervelend, maar nog niet zo vervelend als een hip muzieknummer aan het slot, waarin men allemaal gaat dansen. Gelukkig heeft de film gaandeweg wel een paar erg leuke sequenties. Noem me simpel, maar ik heb enorm gelachen om dat blubbermonster en de overige monsters met z'n allen op die scootmobiel. Dat ding ging weliswaar traag, maar de rest van de film gaat gelukkig lekker vlot en is hier en daar erg amuserend.
3 sterren.
Hotel Transylvania 3: Summer Vacation (2018)
Alternatieve titel: Hotel Transsylvanië 3
Best geinig, zelfs voor een derde film. Het is weliswaar geen niveau Toy Story, maar de Hotel Transylvania films passen prima in het rijtje Shrek of Ice Age. Op sommige vlakken is Hotel Transylvania zelfs iets leuker, mede omdat het soms behoorlijk idioot wordt. Waar veel computeranimatiefilms nog enigszins realistisch willen voelen, zijn deze films rasechte tekenfilms; alles kan en alles gebeurt ook. Ik kan me voorstellen dat een oudere generatie doodmoe wordt van een film als dit, want snel gaat het allemaal wel. Een hoop kleuren, bewegingen, gekke geluiden en muziekjes vliegen door het rond. Maar in die chaos en drukte zitten genoeg geestige grappen verstopt. Veel visuele grappen met slapstick - wat mij vooral deed denken aan Boes. Maar fijn aan Hotel Transylvania is ook dat de personages een leuk groepje monsters bij elkaar is. Van de 6000 grappen die op je worden afgevuurd zijn een hele reeks best leuk ('Say hello, Bob'), maar ook een heleboel zijn vrij voorspelbaar. Net als de hoofdlijnen in het script, je hoeft geen expert te zijn om te zien waar het script vanaf moment 1 naar toe werkt en welke stappen onderweg genomen zullen worden.
3 sterren.
Houdt God van Vrouwen? (2013)
Interessant verhaal van een sympathieke vrouw met een hele reeks dilemma's. De documentaire is in het begin nog wat fragmentarisch, maar als gaandeweg de langere uitgespeelde scènes verschijnen, wordt het soms ontzettend sterk. De momenten en gesprekken met haar homoseksuele zoon zijn mooi en ook haar zoektocht bij de SGP leveren boeiende en tegelijkertijd schrijnende momenten op. Alles wordt prima in beeld gebracht en is goed verzorgd, maar de meeste props gaan toch wel naar hoofdpersonage mevrouw Kok. Alle respect voor deze stoere dame.
3,5 sterren.
House (1985)
Alternatieve titel: House: Ding Dong, You're Dead
Voor Evil Dead 2 was er House. En dit blijft heerlijk!
De film lijkt op veel fronten op Evil Dead 2; een man in één ruimte, die langzaamaan gek lijkt te worden omdat allerlei geestachtige demonen in de aanval gaan. Zelfs het begraven van bewegende, afgehakte ledematen komt hier terug. William Katt speelt een erg leuke hoofdrol en krijgt ondersteuning van een eveneens geweldige George Wendt als zijn buurman. ‘Writing seems like fun’ zegt Wendt tegen zijn hond als Katt als een bezetene uit zijn huis komt rennen in leger-outfit. Geweldig! Het simpele verhaal komt van Fred Dekker, de man achter het fantastische Night of the Creeps, maar naar verluidt is Ethan Wiley verantwoordelijk voor de humor in het script. Steve Miner is een ervaren, maar wat vlakke regisseur, maar levert hier uitstekend werk af. Wiley zelf regisseerde vervolgens het tweede deel, dat uit minder horror en meer humor bestaat.
Want ondanks de humor en vermakelijke knulligheid van House, er zijn zeker momenten die als horror nog goed werken. Heel spannend of eng wordt het niet, maar de scares waar Miner af en toe mee komt werken nog als een trein. Zeker voor een jong publiek zal die dikke, monsterlijke heks behoorlijk angstaanjagend zijn, ook al is het een bespottelijke en vooral hilarische verschijning. En zo zit de film vol met heerlijke vondsten; van het zwevende gereedschap, het vreemde spook in de kast tot de climax met zombie Big Ben. Het is nog net geen ongein van het kaliber Killer Klowns from Outer Space, maar het zit er soms niet heel ver vanaf. Verwacht geen serieuze spookhuisfilm, maar een hele hoop ongein en heerlijke flauwekul met een horrorsausje. Het zal niet iedereen bekoren, maar het smaakte mij wederom fantastisch.
4 sterren.
House II: The Second Story (1987)
Alternatieve titel: House 2
Nog niet zo heel lang geleden werd ik onzettend aangenaam verrast door het geweldige House en vond niet veel later ook het tweede deel op DVD. En tot mijn verbazing was ook House II een heerlijke film waar het vanaf de eerste minuut tot de aftiteling genieten geblazen is. Net als de eerste film vliegen in House II de idiote gebeurtenissen, heerlijke personages en bizarre momenten je opnieuw om de oren en tijd voor een pauze is er niet.
Het acteerwerk van de hoofdrolspelers is uitstekend (en bovengemiddeld voor een film in dit genre) en de personages zijn ontzettend leuk. Bill Towner, de elektricien en avonturier die gestalte wordt gegeven door John Ratzenberger, is zonder meer één van de leukste personages die ik ken. Briljante vent die voor een aantal hilarische scènes zorgt. Verder uitstekende make-up effecten en de poppen en effecten zien er (op de wat knullige computereffecten hier en daar na) goed uit.
Ook viel me op dat de film erg veel doet denken aan het oude werk van Peter Jackson en het zou me niets verbazen als Jackson zich op de één of andere manier heeft laten inspireren door deze film. Vooral The Frighteners heeft veel gemeen met House II. Ik moet dan ook zeggen dat Gramps (en ook Slim) mij erg veel doen denken aan Judge (John Astin) uit The Frighteners. En verder heeft dit vervolg wat Jackson's films ook hebben; bizarre en idiote gebeurtenissen, een perfecte combinatie tussen allerlei genres, veel knipogen naar andere films en vooral heel, heel veel lol!
Net als deel 1 is dit toch wel érg ondergewaardeerd hier en op Imdb. Ben inmiddels best benieuwd geworden naar de laatste twee delen van de serie, maar ik verwacht eerlijk gezegd niet dat die in de buurt komen van het origineel of deze film. Want die zijn in mijn ogen bijzonder goed geslaagd!
4 dikke sterren.
House IV (1992)
Alternatieve titel: House 4: The Repossession
Na de eerste twee erg onderschatte delen uit de House reeks werd het tijd voor House IV (House III komt later nog wel een keer, omdat 't toch niets met de serie te maken heeft). En het verschil in kwaliteit in vergelijking met de vorige twee films valt inderdaad erg op. Te beginnen bij het verhaal en script, waar een stuk of zes mensen aan hebben meegewerkt. Waaronder overigens Jim Wynorski, wat de genrefans waarschijnlijk al meer dan genoeg zegt.
Verder is House IV het werk van een klein clubje bij elkaar, met Sean S. Cunningham als producent. De film deed me visueel en qua stijl dan ook erg denken aan Jason goes to Hell, die een jaar later uitkwam en grotendeels hetzelfde team bevat. Vooral de score van Harry Manfredini klinkt als twee druppels water met de score van deze negende Friday the 13th film.
Maar goed, ondanks al deze mensen is het plot behoorlijk matig. Vooral dat gedeelte met die kleine Mr. Grosso en zijn toxic waste had het niveau van zo'n RTL 4 zaterdagochtend jeugdfilm. Verder was het plot gewoon voorspelbaar, het acteerwerk flink beneden de maat en de personages waren dodelijk saai. Maar eerlijk is eerlijk, we kunnen ook niet in elk House deel een subliem karakter als Bill Towner aantreffen, natuurlijk. 
Het is jammer dat de makers het niveau van de serie niet omhoog wisten te houden, er viel hier volgens mij nog best het één en ander uit te halen. De humor werd echter teveel naar de achtergrond geschoven en moest plaats maken voor flauwe en kinderachtige momenten. Ook met de terugkeer van Katt als Roger Cobb viel veel meer te doen, dit deed me meer denken aan Ashley Laurence' terugkeer in één van de latere Hellraiser delen. Het had leuk kunnen zijn, maar dat werd het uiteindelijk niet.
Echt grote rommel wil ik House IV echter nog niet noemen, daarvoor is de film hier en daar net te amusant. Vooral de pizzaman en de daarop volgende scène was geestig. Voor dit amusement en het nog best aardige sfeertje toch nog een redelijke score voor House IV, het derde deel uit een behoorlijk ondergewaardeerd filmreeksje.
2 sterren.
House of 1000 Corpses (2003)
Waar ik vrijwel meteen na het zien van The Devil's Rejects verkocht was, diens voorganger had iets meer tijd nodig om te groeien. Rob Zombie toont in zijn regiedebuut House of 1000 Corpses zijn voorliefde voor het horrorgenre, de film zit vol verwijzingen. Maar ook qua sfeer slaat Zombie de spijker geregeld flink op zijn roestige kop. Op bijzondere wijze combineert de debuterende filmmaker The Texas Chainsaw Massacre en de Rocky Horror Picture Show en maakt er een absurde kermis van. Hard en grof, geestig, indrukwekkend en vooral erg sfeervol.
Niet alleen dankzij de vele visuele trucjes en oude filmbeelden die zo nu en dan door de film heen worden gemonteerd en een lekker chaotisch geheel creëren, maar ook de karakters werken goed mee. Sid Haig is geweldig als Captain Spaulding en zorgt voor een geweldige openingsscène. Verder laat Bill Moseley zien meer te kunnen dan idiote hyperactieve personages als Chop Top uit Texas Chainsaw 2 te spelen in de rol van de agressieve Otis. Maar ondanks de sterke punten van House of 1000 Corpses laat Rob Zombie een nog veel sterkere sequel zien met The Devil's Rejects. Het origineel mag desondanks niet vergeten worden.
Ruime 3,5 sterren.
House of the Dead (2003)
Hilarisch gegeven dat deze infameuze House of the Dead destijds in de bioscoop draaide. Ik bedoel, een heftiger ‘straight to video’ gevoel kun je zowat niet krijgen bij een film. Het was die eerste game-verfilming van Uwe Boll, waar hij later zeer berucht om werd. Om positief te beginnen; House of the Dead is niet zijn slechtste gameverfilming. Alsnog zegt dat niet veel over de kwaliteit, want een Alone in the Dark of BloodRayne zijn uiterst afgrijselijke producties. House is eveneens bespottelijk en oerslecht, maar daardoor valt er af en toe nog wel wat te lachen. Lachen om het houten acteerwerk, de suffe personages en de dolkomische dialogen die ze uitkramen. Zoals het prachtige stukje dialoog waarin een hoofdpersoon aan de schurk vraagt: “You created this to become immortal. Why?”, waarop de schurk antwoordt: “To live forever.”
De rest van het script is niet veel beter. Een paar eendimensionale hoofdpersonages gaan op de boot van Jürgen Prochnow - die zich de hele film vooral kapot lijkt te schamen - naar een eiland voor ‘s werelds meest treurige rave, die overdag al plaatsvindt en bezocht wordt door een handjevol feestgangers. Vervolgens breekt de hel los en om te bevestigen dat het om een gameverfilming gaat, gebruikt Boll compleet onnodig steeds flitsen van het spel door de film heen. Waarschijnlijk om het een beetje leuk te maken, want voor een groot deel van de film rennen personages maar wat van hot naar her, van huis naar haven en weer terug. De film oogt verder goedkoop als de pest, maar toch zien bepaalde zombies er - voor een productie van dit kaliber - nog best oké uit. En ook het enorm cheesy - en veel te lang gerekte - slowmotion gedeelte in de actiescènes is dom (en heel erg The Matrix), maar nog best geestig. Misschien heb ik al teveel hele slechte (zombie)horrors gezien, waardoor ik moet concluderen dat House of the Dead, ondanks zijn reputatie, zeker niet de allerslechtste is. Maar ja, slecht is het wel.
1,5 sterren.
