• 17.070 nieuwsartikelen
  • 181.714 films
  • 12.533 series
  • 34.674 seizoenen
  • 654.594 acteurs
  • 200.278 gebruikers
  • 9.453.115 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten El Loco als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Ta'm e Guilass (1997)

Alternatieve titel: Taste of Cherry

Na een erg aangename kennismaking met het oeuvre van Kiarostami met Where is My Friend's House? was het tijd voor deze, op het eerste zicht wat donkere film.

Het idee rond de man die iemand zoekt om hem te helpen bij het vervolledigen van zijn zelfmoord (of hem uit het graf te helpen als hij nog leeft) is erg interessant. Het levert een kleine film op waarbij het grootste deel zich afspeelt in de wagen van Mr. Badii en vooral concentreert op de dialogen met de verschillende potentiële helpers.

De keuze van Kiarostami om het motief van de zelfmoord in het midden te laten, levert een dubbel gevoel op. Langs de ene kant blijft Mr. Badii en zijn verleden mysterieus en kan je als kijker het zelf invullen, maar anderzijds had ik ook een beetje afstandelijk gevoel tegenover hem.

De landschapsshots die Kiarostami ons voorschotelt met de uitgestrekt woestijn, de bergen zand en de graafmachines passen wel uitstekend bij het thema van de film. Op dat vlak weet hij mij weer te bekoren na Where is My Friend's House? Maar over het algemeen zet ik deze Taste of Cherry een trapje lager.

3*

Take Shelter (2011)

Helemaal weggeblazen ben ik niet door deze Take Shelter. Er is wel een enorme onderhuidse spanning aanwezig gedurende de hele speelduur en Michael Shannon heeft hier een grote verdienste aan. De psychische problemen waar zijn personage mee kampt, weet hij erg sterk neer te zetten. Hij heeft hier ook wel de juiste karakteristieke kop voor. Ook Jessica Chastain weet stevig te overtuigen als zijn vrouw die mee ten onder gaat aan zijn waanbeelden.

Alleen had ik vaak het gevoel dat de film te lang bleef hangen. Meteen vanaf de openingsscène krijgen we Curtis te zien die met waanbeelden over een aankomende storm kampt, maar uiteindelijk krijgen we gedurende de hele film hetzelfde soort taferelen te zien.

Het einde had wat mij betreft ook beter uitgewerkt kunnen worden. Enfin, eigenlijk had de film moeten stoppen wanneer Curtis de deur van de schuilkelder opent en er niets aan de hand blijkt te zijn. Curtis had dan zijn problemen kunnen overwinnen, doordat hij door zijn vrouw gedwongen werd zelf de deur te openen. Met het einde dat we nu te zien kregen, wordt er gesuggereerd dat Curtis toch een bepaalde gave heeft om de toekomst te zien. Daar gaat Jeff Nichols toch een beetje uit de bocht.

Niettemin is het een degelijke film geworden met een erg sterke Michael Shannon, maar er zat toch meer potentieel in.

3*

Talented Mr. Ripley, The (1999)

Alternatieve titel: The Mysterious Yearning Secretive Sad Lonely Troubled Confused Loving Musical Gifted Intelligent Beautiful Tender Sensitive Haunted Passionate Talented Mr. Ripley

Ik kende Ripley wel van naam, maar het verhaal was me helemaal onbekend. Wat dat betreft is het wel een voordeel om de film blanco in te gaan, want het is zo’n typisch verhaal dat minder straf zou uitpakken met enige voorkennis, vermoed ik.

Na een tijdje vroeg ik me wel af welke richting de film zou uitgaan. We krijgen een lange, rustige intro te zien waarbij Tom Ripley close begint te worden met Dickie in het sfeervolle en kleurrijke Italië. De chemie tussen Matt Damon en Jude Law werkt uitstekend waarbij ze elkaars tegenpolen zijn. Jude Law als de bon vivant Dickie Greenleaf en Matt Damon als de serieuzere Tom Ripley.

Vanaf het moment dat de stoppen doorslaan bij Tom en hij Dickie vermoordt, verandert de film naar een echte thriller. Tom probeert verder te leven als Dickie en liegt alles bij elkaar, een beetje in het genre van Catch me if You Can, maar met meer thrillergehalte. Het levert enkele sterke scènes op, zoals wanneer zijn ware identiteit bijna blootgelegd wordt in de opera en de scène waar hij Freddie moet vermoorden om niet ontmaskerd te worden.

Je voelt natuurlijk wel aankomen dat Tom op een bepaald moment ontmaskerd zal worden en ook hier kan het einde me wel bekoren. Tom lijkt met zien nieuwe liefde Peter verder te kunnen gaan, maar dan verschijnt Meredith plots terug ten tonele (misschien kwam zij gedurende de hele film een paar keer te veel toevallig terug in beeld). De enige oplossing voor Tom is om Peter te vermoorden, zodat Tom uiteindelijk toch nog verliest.

Goede thriller deze Mr. Ripley. Ik heb wel een zwak voor dit soort films waar iemand zijn hele leventje bij elkaar liegt en de uitwerking hier is feilloos.

3.5*

Tanin no Kao (1966)

Alternatieve titel: The Face of Another

Woman in the Dunes vond ik een erg sterke film van Teshigahara, maar hier bleef ik toch lichtjes op mijn honger zitten. Visueel is dit nochtans weer erg knap gemaakt in prachtig zwart-wit. Teshigahara weet enkele prachtige scènes op het scherm te toveren, zoals op het einde met de zelfmoordscène van de vrouw die de zee inloopt en de scène met de gezichtsloze mensenmassa. Ook de scènes die zich afspelen in de dokterspraktijk zien er erg stijlvol uit.

Alleen weet het verhaal me niet helemaal te overtuigen. Het draait grotendeels rond de man die zijn vrouw probeert te verleiden met zijn masker om zo haar ontrouw bloot te leggen. Verder spraken de filosofische praatjes van de dokter me ook niet aan. De extra verhaallijn van de vrouw wiens gezicht ook gedeeltelijk verminkt is, interesseerde me net iets meer. De ingetogenheid en realisme waarmee het gebracht werd, is knap gedaan.

Een film dus met goede punten en mindere elementen, maar een degelijke 3* kan ik er zeker nog aan geven.

3*

Targets (1968)

Peter Bogdanovich kon me enorm bekoren met The Last Picture show en Paper Moon ging ook vlot binnen, maar dit is een beet je een wisselvallige film geworden.

Ondanks de korte speelduur van de film duurt het toch vrij lang voordat het echt interessant wordt rond de sniper. De verhaallijn rond de oude filmster Byron Orlok is maar erg matig en ook erg voorspelbaar waar het uiteindelijk allemaal naartoe gaat. Dat hij alsnog zou toezeggen om zijn opwachting te maken in de drive-in cinema en daar de confrontatie wacht met de schutter zie je van mijlenver aankomen.

De verhaallijn rond de schutter is nochtans wel de moeite om te zien. Het is op een erg kille manier dat we zijn acties te zien krijgen en wat de motivatie of aanleiding is geweest om aan het moorden te slaan, is niet gekend. Het zorgt voor een nog killer en gruwelijker effect van de daden van de schutter. Het neerschieten van zijn vrouw en moeder kan haast niet killer in beeld gebracht worden.

De scène op de snelweg waar hij verschillende auto’s onder vuur neemt, is ontzettend knap in beeld gebracht. De finale scène in de drive-in begint ook nog sterk, maar wordt wat te lang uitgesponnen en eindigt met een erg ongeloofwaardig einde waar Orlok met zijn oude knoken eventjes de schutter overmeestert.

Vreemde film eigenlijk met heel wat pluspunten, maar ook stevige minpunten. Normaal zou ik er maar net een 2.5* voor geven, maar bepaalde scènes zijn wel memorabel genoeg om er nog een 3* aan te geven.

3*

Taxi Driver (1976)

Zeker en vast geen slechte film, maar de genialiteit die deze film tot een klassieker heeft gemaakt, is me volledig ontsnapt.

De pluspunten van Taxi Driver zijn de sfeer en de acteerprestaties (vooral die van Robert De Niro). Travis Bickle lijdt aan slapeloosheid en neemt daarom maar een baan als taxichauffeur. Daardoor krijgen we een prachtig beeld van de vuile, donkere straten, waar hij ’s nachts moet doorrijden.

Jodie Foster en Vooral Robert De Niro acteren op erg hoog niveau. De Niro speelt erg overtuigend de rol van een eenzame taxichauffeur en zet hiermee misschien één van zijn beste prestaties neer. Legendarisch is natuurlijk zijn oneliner: You talking to me? You talking to me ?” Ook chapeau voor Jodie Foster, die toen nog erg jong was, maar toen al erg veel in huis had.

Tot daartoe alles goed en wel, maar het grote minpunt was voor mij het hele verhaal op zich. Ik kan moeilijk zeggen dat het verhaal me echt heeft weten te boeien. Na een tijdje dacht ik van: “Waar gaat die film nu eigenlijk over?” Daar heeft Scorsese me toch in teleurgesteld, want hij heeft toch een heel pak goede films geregisseerd. Het mooiste moment uit de film was ongetwijfeld de eindscène. Hij vermoordt de pooier en nog een paar andere mannen en weet zo iris te redden. De manier waarop die scène gefilmd is, is echt verbluffend.

Taxi Driver is absoluut geen slechte film, maar toch wel overgewaardeerd. 3*

Tengoku to Jigoku (1963)

Alternatieve titel: High and Low

In een poging om wat bij te benen in de Aziatische cinema heb ik me nog eens laten onderdompelen in een film van Kurosawa. Dit is nog maar mijn derde Kurosawa, maar wel weer een toppertje.

Kurosawa weet gedurende ruim 2 uur en 20 minuten er een ontzettend spannend geheel van te maken. Dat het eerste deel zich de hele tijd op dezelfde plaatst afspeelt, maakt het extra boeiend en erg sfeervol. De woonkamer die afgesloten was met de gesloten gordijnen, de enorme hitte,...het gaf toch een speciaal beklemmend sfeertje. Ook heerlijk om te zien hoe de politie over de vloer moest kruipen om uit het zicht te blijven wanneer de gordijnen open moesten blijven. Heel erg eenvoudig allemaal, maar erg effectief om de spanning op te bouwen. Het tweede gedeelte is ook behoorlijk straf met de zoektocht naar de ontvoerder. Ik denk niet dat ik ooit zo'n gedetailleerd politieoverleg gezien heb in films en Kurosawa weet het allemaal op zo'n spannende manier te brengen.

Ik moet dringend werk maken om meer te zien van Kurosawa, want deze High and Low is alvast een toppertje.

4*

Terms of Endearment (1983)

Alternatieve titel: Met Hart en Ziel

Zo nu en dan probeer ik eens een klassieker te zien dat destijds stevig in de prijzen viel en deze Terms of Endearment leek me wel interessant vanwege de sterrencast.

En dat deze film stevig wat Oscars in de wacht mocht slepen, verbaast me niets, want het voelt typisch Amerikaans aan met de hele familiesituatie en we krijgen een behoorlijk sentimenteel einde te zien met de sterfscène van Emma.

Alleen vond ik het over heel de lijn niet speciaal genoeg om er een topper in te zien. Het voelt iets te doorsnee aan met Emma en Flap die beide overspel plegen en Emma’s moeder die een avontuurtje beleeft met de buurman. Het zijn toch vooral die komische momenten tussen Jack Nicholson en Shirley MacLaine die erbovenuit steken. Debra Winger kon me ook wel overtuigen, maar bij Jeff Daniels had ik niet het gevoel dat die hier op zijn plaats is in een dramafilm.

Slecht of vervelend wordt het op geen enkel moment, maar het mist toch dat tikkeltje extra om boven soortgelijke films uit te stijgen. Het is dan toch vooral de cast die het de moeite waard maakt.

3*

Tesis (1996)

Erg sterke thriller van Amenábar.

Tesis doet erg veel denken aan 8MM, maar deze vind ik ietsje beter uitgewerkt. De spanningsboog wordt al meteen opgetrokken bij de dood van de professor die de snuff tape te zien krijgt. Vanaf dan zat ik tot op het einde op het puntje van mijn stoel. De scène waarin Angela en Chema op onderzoek gaan in de kelders, is wat mij betreft het hoogtepunt uit de film. Tot op het einde liet Amenábar me in het ongewisse wie nu uiteindelijk de dader was.

4*

Testament des Dr. Mabuse, Das (1933)

Alternatieve titel: The Testament of Dr. Mabuse

Toch weer een bijzondere film van Fritz Lang. Het heeft wat kenmerken van M met het politieonderzoek, maar het voelt ook helemaal anders aan qua sfeer. Het heeft iets duisters, mysterieus (de scènes waar de bende hun instructies krijgen door de stem achter het gordijn) en bij momenten ook wat horrorachtig.

Gelukkig komt Fritz Lang niet te pas en te onpas met de geestverschijningen van Dr. Mabuse. Hij komt maar een paar keer tevoorschijn en als we hem om de paar minuten zouden zien, zou het enge en mysterieuze er snel af zijn. Voor een film uit 1933 zien de geestverschijningen er trouwens erg knap uit, maar dat geldt eigenlijk voor de hele film.

Misschien is de speelduur wel net iets te lang voor een dergelijke film. De romance tussen Kent en Lilli voegt weinig toe aan het geheel en daar had wat ingekort mogen worden, maar dat neemt niet weg dat het hele script straf en origineel is uitgewerkt.

3.5*

Thelma (2017)

Ik was aan het twijfelen tussen Thelma en The Worst Person in the World van Joachim Trier en uiteindelijk ben ik voor deze Thelma gegaan.

Trier maakt gebruik van de gekende horrortrucjes om tijdens de opbouw een spanningsboog te creëren. De ouders met hun extreem controle gedrag tegenover Thelma zorgen voor een onaangenaam gevoel, hier en daar komt er een zwerm vogels voorbij en ook de lampen vallen soms even uit.

redelijk cliché dus en bijzonder wordt het echter nooit en een nieuwigheidje heb ik ook niet echt ontdekt. Wat dat betreft ben ik op mijn honger blijven zitten. Een horror zou ik dit niet noemen, maar eerder een psychologische thriller met veel gelijkenissen met Carrie en wat religieuze symboliek.

2*

Thelma & Louise (1991)

Alternatieve titel: Thelma and Louise

Ridley Scott heeft met deze Thelma & Louise een prima roadmovie afgeleverd. In de eerste plaats is dat te danken aan de performances van Susan Sarandon en Geena Davis. Hun verschillende karakters passen uitstekend bij elkaar en vullen elkaar prima aan. Susan Sarandon zie ik meestal niet graag spelen, maar hier doet ze het erg goed. De verschillende bijrollen worden ook goed ingevuld door Pitt, Madsen en Keitel, maar die laatste wordt misschien wat te weinig gebruikt.

De film dreigde wel op een bepaald moment eventjes in te zakken wanneer Madsen het geld komt afleveren, zodat de dames hun trip naar Mexico konden verder zetten, maar gelukkig laat Ridley Scott het niet te lang stilvallen en houdt hij het tempo erin door de film lekker over the top te laten gaan. De situatie loopt steeds verder uit de hand wanneer Pitt met het geld ervandoor gaat en Thelma een winkel overvalt en wanneer ze een agent opsluiten in de koffer en nadien een vrachtwagen laten exploderen. het onvermijdelijke einde zat er wel een beetje aan te komen, maar wat mij betreft is dit een betere keuze dan wanneer ze in Mexico zouden aankomen.

Erg vermakelijke roadmovie met een hoog tempo, goede performances en ook de mooie plaatjes van de typische Amerikaanse landschappen mogen niet ontbreken.

Stevige 3.5*

They Live (1988)

Alternatieve titel: John Nada: De Hel Breekt Los

Leuke 80’s filmpje van John Carpenter dat het vooral moet hebben van de enorme B-film gehalte. Het acteerwerk is erg pover en vooral onze held Roddy Piper komt over als een enorme houten klaas, maar in dit soort filmpjes kan ik er nog mee leven. Hoewel met een Kurt Russell bijvoorbeeld het niveau van de film een pak hoger zou zijn. Zijn compagnon Keith David is van geen beter hout gesneden, maar de combinatie werkt wel en de lang uitgesponnen vechtscène tussen hun is toch ook iets bijzonders om te bekijken.

Voor de rest is het leuk vermaak waarbij de aliens vermomd als mensen de wereld leiden, al had de bril misschien wat sneller mogen gevonden worden. De scènes waar Piper kennis maakt met de bril in de supermarkt en de bubblegum-scène nadien zijn wel de leukere uit de film.

3*

They Shoot Horses, Don't They? (1969)

Op één of andere manier sprak het plot van deze They Shoot Horses, Don't They? me wel erg aan. Een dansmarathon waarbij de deelnemers het zolang mogelijk moeten uithouden, zou ongetwijfeld een boeiende escalatie en climax opleveren. Op zich zit het allemaal wel goed in elkaar, want Pollack weet een bevreemdend en beklemmend sfeertje te creëren. De lichamen die zich voortslepen op de dansvloer, de deelnemers die mentaal en fysiek lijden, de toeschouwers die hier blijkbaar plezier in weten te scheppen,... het draagt allemaal bij aan een sterke sfeer.

Jammer genoeg vond ik de personages niet sterk genoeg om deze film te dragen. Op één of andere manier had ik geen enkele sympathie met één van de deelnemers en ze slaagden er ook niet in om echt iets interessants toe te voegen.

3*

This Is Spinal Tap (1984)

Bijzonder is het allemaal niet, deze parodie op de rockbands van de jaren '60-‘70, maar door de korte speelduur en een aantal geslaagde grappige momenten is het nog een leuke zit geworden.

De scènes zoals het optreden met de Stonehenge-miniatuur en één van de bandleden die een komkommer in folie gewikkeld uit zijn broek haalt bij de luchthaven controle zijn erg hilarisch. Nigel is toch wel de grappigste en meest opvallende figuur van de bende. Het is de dommerik van de groep, maar is ook enorm vol van zichzelf, zoals wanneer hij zichzelf met Bach en Mozart vergelijkt.

Tof om eens gezien te hebben en er zitten zeker wel geslaagde en grappige momenten in, maar de status die de film heeft, heb ik er niet echt in gezien.

3*

Threads (1984)

Threads is nu niet bepaald een typische woensdagavondfilm om lekker bij in de zetel te zakken. Er wordt een erg deprimerend beeld geschetst van de mogelijke gevolgen van een nucleaire aanval, maar het wordt wel op een indrukwekkende manier gebracht. In het eerste deel is de onderhuidse spanning erg aanwezig. Iedereen houdt de dreiging en de mogelijke aanval angstvallig in de gaten. Er wordt volop gehamsterd en instructies over hoe men lijken moet bewaren en begraven, worden aan de bevolking meegedeeld,.. en daartussenin probeert een jong koppel zich nog staande te houden met enig toekomstperspectief.

De scène met de nucleaire aanval is niet minder dan indrukwekkend te noemen. De chaos, de ontreddering,... maar ook wat nadien volgt is beklijvend met de verkoolde lichamen langs de weg en de bevolking dat er alles aan doet om te overleven. Ik heb geen idee wat de gevolgen van een dergelijke nucleaire aanval kunnen zijn, maar in ieder geval kwam het allemaal erg realistisch over. De documentaire achtige stijl draagt natuurlijk wel bij aan het realistische beeld dat wordt geschetst en is wat mij betreft een erg goede keuze om de film op deze manier te brengen.

4*

Tillsammans (2000)

Alternatieve titel: Together

Van Lukas Moodysson had ik 3 films gezien en die waren mij alle 3 erg bevallen (Lilja 4-ever voorlopig als beste) en ik was benieuwd of de 4e van een even hoog niveau zou zijn.

Het antwoord is dat deze Tillsammans niet het niveau haalt van Lilja 4-ever, Mammoth of Fucking Åmål. Erg is dat niet, want Tillsammans is gewoon een fijn filmpje geworden. De gebeurtenissen die we voorgeschoteld krijgen in de commune zijn best leuk, grappig en ontroerend bij momenten. De verhaallijn tussen het meisje en de buurjongen vind ik het mooiste dat we te zien krijgen en Erik, de meest extreme van de bende, vind ik dan weer het irritantste personage. Uiteindelijk kon het geheel mij niet altijd even hard raken, maar het is wel best vermakelijk om eens gezien te hebben. Het einde waarbij iedereen gezellig in de sneeuw aan het voetballen is, gaat er misschien een tikkeltje over.

3.0*

To Be or Not to Be (1942)

So they call me Concentration Camp Ehrhardt?

Wat een heerlijk satirische oorlogskomedie is dit geworden. Vooral de scherpte van de grappen viel me enorm op (en bevielen me ook enorm). Dat Lubitsch met een aantal grappen op de proppen komt (So they call me Concentration Camp Ehrhardt? - we do the concentrating and the Poles do the camping), is toch wel verwonderlijk voor een film uit 1942. Ik kan best begrijpen dat dit toen erg gewaagd was.

To Be or Not to Be is ook enorm vlot geschreven en verveelt op geen enkel moment. Het is eigenlijk een aaneenschakeling van erg geslaagde geslaagde komische scènes. Vooral de openingsscène met het theathergezelschap en de scène waarin Siletsky in de val gelokt wordt, steken er wat mij betreft bovenuit. Ook de manier waarop de spot gedreven wordt met de Nazi's is heerlijk gedaan. Vooral het typetje Kolonel Erhardt komt er niet goed vanaf, maar is echt wel hilarisch. Ook Jack Benny en Carole Lombard doen het uitstekend in hun rollen.

4*

To Catch a Thief (1955)

Alternatieve titel: Met Dieven Vangt Men Dieven

I have a feeling that tonight you're going to see one of the Riviera's most fascinating sights.

Mijn Hitchcock-collectie is jammer genoeg nogal vrij beperkt met vijf titels (zijn grote vier en The Birds), dus daar moest eens snel verandering in komen. Deze week heb ik alvast deze To Catch a Thief en Marnie aangeschaft en gisterenavond was het al meteen de beurt aan To catch a Thief.

Dat To Catch a Thief niet tot de allerbeste films van Hitchcock wordt gerekend kan ik ergens wel begrijpen, maar hij hoefde zich hiervoor absoluut niet te schamen, want dit is nog altijd van een erg hoog niveau. Het verhaal is natuurlijk niet één van de meest hoogstaande plots die we al zijn tegen gekomen in films, maar Hitchcock weet wel weer de juiste sfeer neer te zetten. Het mysterieus randje rond de diamantendiefstallen door De Kat heeft weer die typische Hitchcock sfeer die ik meer en meer begin te waarderen. Alleen is het jammer dat het einde niet echt meer een verrassing is doordat John Robie op een bepaald moment een briefje leest van Germaine die “toevallig” in haar mandje was beland en ook door de dood van Faussard was de verrassing voor een deel weg. Eigenlijk is dat het enige minpuntje dat ik kan bedenken, want voor de rest staat deze film als een huis met een paar fraaie scènes. Vooral de achtervolgingsscène op Grant en Grace Kelly zal me nog lang bijblijven. Niet alleen omdat die Scène op zich al erg sterk is met op het einde de botsing met de kip, maar ook omdat Grace Kelly op diezelfde weg is verongelukt. Zeer triestig verhaal. Ook de eindscène op het dak is er eentje om in te kaderen, maar zoals ik al zei kwam die climax niet echt als een verrassing aan. Verder heeft Hitchcock de perfecte locatie gevonden aan de Franse Riviera. Langs de ene kant heeft de film een mysterieus kantje, maar anderzijds ziet het er ook erg romantisch uit.

Prima werk weer van Hitchcock, maar de grootste kracht van de film zit hem in het duo Cary Grant – Grace Kelly. Ik vond Grant al geweldig spelen in North by Northwest en hier doet hij dat nog eens over. Zijn rol uit North by Northwest is best vergelijkbaar met de rol die hij hier speelt. Iemand die in een lastige situatie is terechtgekomen en door zowat iedereen op de hielen wordt gezeten. Ik kan hem vooral waarderen door zijn heerlijk sarcasme, zoals in de scène waar hij in zijn villa luncht met Hughson. Daar was hij heerlijk op dreef. Sowieso een acteur waar ik nog wel meer van wil zien, maar ook van Grace Kelly kan ik niet genoeg krijgen. Het is nochtans maar de tweede keer, na Rear Window dat ik Kelly aan het werk zie, maar toch staat ze bij mij bovenaan het lijstje van favoriete actrices. Ze had niet alleen een oogverblindende schoonheid, maar ze had ook erg veel talent en ze straalde zoveel passie uit. De combinatie Grant – Kelly vond ik ook een tikkeltje beter dan Stewart – Kelly in Rear Window. Het blijft toch erg jammer dat ze niet het maximale uit haar carrière heeft gehaald en ook nog eens op een veel te jonge leeftijd is overleden. Ach ja, de chemie tussen de twee is prachtig en ze zijn samen dan ook een geweldig duo voor deze film, maar ook de bijrollen worden vrij goed ingevuld. Zeker Jessie Royce Landis doet het aardig als de moeder van Grace Kelly. Eerlijk gezegd heb ik het niet zo voor de moederfiguren die Hitchcock geregeld in zijn films stopt, uitgezonderd Psycho dan maar dat is dan weer een ander geval. De moeder uit North by Northwest was nog op het randje, maar die uit The Birds was echt ergerlijk. Ook John Williams speelt voortreffelijk als Hughson en het Franse meisje deed het eigenlijk ook prima.

Dat To Catch a Thief niet dezelfde status heeft als Hitchcock’s grootste films is ergens wel te begrijpen, maar is daarom niet minder genietbaar. De stijl van Hitchcock is duidelijk herkenbaar met het mysterieus verhaal, de romantiek tussen de twee hoofdpersonages en natuurlijke de prachtige cinematografie. Cary Grant en Grace Kelly spelen gewoon uitstekend en vormen een fantastisch duo. Enige vorm van kritiek is dat de climax niet echt meer als een verrassing aankomt, maar dat kon de pret alvast niet drukken.

4.5*

To Have and Have Not (1944)

De gelijkenissen met Casablanca zijn makkelijk te herkennen (de setting met het café, het Franse verzet,..), maar het voelt allemaal een stuk luchtiger aan. Het voelt allemaal een stuk minder serieus aan voor hetgeen in me herinner van Casablanca, waardoor ik tijdens het kijken makkelijk afstand deed van de hele vergelijking.

Howard Hawks focuste zich vooral op een heerlijke sfeerzetting i.p.v. een plotgedreven film op poten te zetten. Humphrey Bogart is altijd fijn om in dergelijke rollen bezig te zien met zijn nonchalante houding en spitsige antwoorden. Ook Lauren Bacall weet wel te overtuigen als de love interest van Bogart. Ze speelt hier niet zomaar een rol van de hulpeloze vrouw, maar wel eentje van een sterke vrouw met karakter, waardoor ze elkaar naar een hoger niveau duwden.

Erg fijne film dus van Howard Hawks. Uitzonderlijk is het niet, maar het is wel eentje die veel charme uitstraalt.

3.5*

To Kill a Mockingbird (1962)

Dat het verhaal wordt verteld vanuit het oogpunt van de kinderen van Atticus geeft de film een echte meerwaarde. Het begint allemaal erg kinderlijk met wat spelletjes met het buurjongetje en het verhaal rond de enge buurman. We krijgen ook maar mondjesmaat meer info over de rechtszaak die gaande is en naargelang de film vordert, wordt de toon steeds serieuzer en grimmiger.

De scène waar Atticus Tom verdedigt tegen de menigte en zijn kinderen erbij komen, is één van de hoogtepunten van de film, maar het echte hoogtepunt moet toch wel de rechtbankscène zijn. Eindelijk eens een rechtbankscène die niet voortdurend onderbroken wordt door een vervelende advocaat die 'objection' staat te roepen. Gregory Peck levert hier net zoals in de rest van de film sterk acteerwerk af en het moment wanneer hij de rechtbank verlaat met de toekijkende zwarte gemeenschap is ook een sterk beeld.

Kinderen in films durven nogal eens slecht uit de hoek te komen, maar Jem en Scout zijn daar een uitzondering op. Oké, ze durven soms wel eens vervelend te zijn, maar ze brengen wel een heerlijk kinderlijk gevoel in de film. De film is in dat opzicht ook erg simplistisch met vader Atticus die voor hun de grote held is en de andere zijn de slechten.

Leuk om deze klassieker na lange tijd nog eens gezien te hebben en die status is zeker meer dan verdiend. De 4* blijven dan ook staan.

4*

Todo sobre Mi Madre (1999)

Alternatieve titel: All about My Mother

De stijl van Almodóvar is me ondertussen wel bekend met de mooie, warme kleuren en thema’s die in principe zwaarwichtig zijn, maar op geen enkel moment zo aanvoelen. We krijgen nogal wat drama’s te verwerken op een korte tijd van 100 minuten van een moeder die haar zoon verliest in een auto-ongeluk tot een non die zwanger raakt door een travestiet en seropositief blijkt te zijn en sterft bij de bevalling.

Ook thema’s als drugs, prostitutie en alzheimer komen aan bod en hoewel het allemaal onderhoudend en aangenaam is om te volgen, vroeg ik me af of er niet te veel op één hoop werd gegooid en of de juiste gevoelens worden bespeeld. Soms werd het wat te makkelijk en luchtig voorgesteld, waardoor het echte dramatische effect wat ontbrak. De personages zijn best vreemd, maar wel leuk om te volgen en ze geven kleur aan de film. Ook de verwijzingen naar A Streetcar Named Desire en All about Eve (nochtans niet mijn favoriete films) geven een leuke toegevoegde waarde.

Ik houd er een dubbel gevoel aan over, maar Almodóvar komt er nog vanaf met een voldoende.

3*

Tôkyô Monogatari (1953)

Alternatieve titel: Tokyo Story

Tôkyô Monogatari is toch een film met een zekere status, maar het heeft me allesbehalve weten te overtuigen. Het is de tweede film van Ozu die ik gezien heb na Banshun en we krijgen ook hier een erg saai familiedrama te zien. Een ouder echtpaar gaat op bezoek bij hun kinderen in Tokyo, maar niemand heeft echt tijd om met hun bezig te zijn. Enkel de vrouw van hun overleden zoon lijkt nog wat tijd voor hun vrij te willen maken. Bij hun terugkeer naar huis wordt de moeder ziekt en komt nadien te overlijden, maar op geen enkel moment ben ik echt ontroerd geraakt door de gebeurtenissen. Ik kan me moeilijk inleven in dit soort van Aziatische films waarbij de acteurs altijd wat glimlachen en knikken. Het lijkt alsof ze niets anders kunnen en na verloop van tijd wordt het wel vrij eentonig en vervelend. Ik denk dat ik dit soort films toch voor een poos aan de kant ga houden.

1.5*

Tonari no Totoro (1988)

Alternatieve titel: My Neighbor Totoro

De Aziatische film is bij mij nogal een serieuze blinde vlek en zeker de Japanse animatie. Het was alweer meer dan 10 jaar geleden dat ik deze My Neighbor Totoro had gezien en ik was benieuwd of de score van 4* nog overeind zou blijven.

Het begin is wel eventjes wennen aan de schreeuwerige kinderen en ook de rest van de film blijft dit toch wel een kleine storende factor. Maar zoals bij zoveel zaken raak je dit na een tijdje wel gewoon. Verder is het gewoon een prima feel-good film die gedurende de hele speelduur weet te boeien. Het begint al bij de dustbunnies die iets erg mysterieus hebben. Het personage Totoro is dat ook, maar is tegelijkertijd ook gewoon erg lief. De scène aan de bushalte was eigenlijk het enige dat ik me nog echt goed kon herinneren en het heeft ook bij een tweede kijkbeurt veel indruk nagelaten en is wat mij betreft het hoogtepunt van de film.

De score van 4* blijft wel niet overeind. daarvoor is het net niet speciaal genoeg.

3.5*

Top Secret! (1984)

De humor is best wel flauw, maar Top Secret is wel een stuk beter dan Airplane. Op de gekende manier worden er een hele hop komische momenten op de kijker afgevuurd en uiteraard zitten er een heel aantal slechte tussen. Toch heb ik me hiermee best kunnen vermaken, want er zitten wel een aantal erg geslaagde momenten tussen. Het begint al erg leuk met de Duitser bovenop de trein die zomaar even de hele brug sloopt en rustig blijft staan, maar ook momentjes zoals de man met de megafoon in het restaurant zijn erg geslaagd. Er zitten natuurlijk een hele hoop grappen tussen waar ik weinig humor in zag, maar over het algemeen heb ik me hiermee kunnen vermaken.

2.5*

Tot Altijd (2012)

Alternatieve titel: Time of My Life

Ik wil weten dat als het kot ooit echt in de fik staat, iemand mij naar de nooduitgang brengt.

Normaal gezien ga ik zelden naar de cinema, maar gisteren was daar toch eens verandering in gekomen, omdat een paar vrienden lang bleven aandringen. Mijn voorkeur ging uit naar The Descendants, maar de rest van de groep verkoos deze Vlaamse film van Nic Balthazar boven de film met vele Oscarnominaties.

Het verhaal rond die euthanasiewet sprak me eerlijk gezegd niet meteen aan om deze film te gaan zien, maar de cast met Koen De Graeve en Geert Van Rampelberg kon me op dat moment enigszins bedaren. Daarom een dikke chapeau voor Nic Balthazar om zo’n knappe dramafilm op het doek te toveren, waar ook nog eens luchtige en grappige momenten in voorkomen, zoals de scènes aan zee, in de rolstoelwinkel of in het Chinees restaurant. Oké, dat laatste is misschien wel een beetje flauw en niet echt origineel, maar het zorgt er wel voor dat het af en toe luchtig en niet te dramatisch wordt. Zijn debuutfilm Ben X heb ik nog steeds niet gezien (waarschijnlijk zit het onderwerp daar ook voor iets tussen), maar dit smaakt zeker naar meer. Gelukkig laat Balthazar zich niet vangen door het hoofdpersonage meteen ziek te laten worden, maar eerst de introductie grondig te verzorgen met een aantal scènes waar de vriendschapsbanden duidelijk worden aangetoond. Gelukkig, want als die kennismaking er niet zou zijn geweest, dan zou volgens mij de rest van de film zeker en vast niet hetzelfde effect gehad hebben die ze nu wel had. Verder zakt de film nagenoeg geen enkel moment in elkaar en worden de dramatische, meeslepende scènes afgewisseld met enkele komische fragmenten. De hoogtepunten van de film zijn ongetwijfeld de speech van Speck en de euthanasie zelf, maar ook de scène waar Mario zijn sterfdatum bekend maakt is best aangrijpend.

De cast was, zoals ik hierboven al zei, een goede reden om de film te gaan zien. Koen De Graeve, Geert Van Rampelberg, Lotte Pinoy en Iwein Segers. Allemaal acteurs die ik graag aan het werk zie. Heerlijke cast die in de eerste plaats wordt gedragen door Koen De Graeve, die hier de rol van MS - patiënt op zich neemt. Eerlijk gezegd, ik had toch een klein beetje mijn twijfels bij Koen De Graeve, omdat ik hem nu eenmaal gewoon ben in minder serieuze rollen, zoals in Van vlees en bloed, De Ronde en De Helaasheid der Dingen, maar hierbij zijn mijn twijfels volledig weggeveegd. Hij zet zijn rol op een indrukwekkend overtuigende manier neer. Ook zijn fysieke metamorfose is vrij indrukwekkend te noemen. In tegenstelling tot Matthias Schoenaerts in Rundskop moest hij nu wel ongeveer hetzelfde gewicht verliezen, waardoor zijn ziekte nog geloofwaardiger overkomt. Niet alleen lof voor De Graeve, maar ook Van Rampelberg doet het zeer goed. De rollen die hij meestal toegewezen krijgt stellen vaak niet veel voor, maar deze rol is wel van een heel ander gehalte en hij hoeft absoluut niet veel onder te doen voor De Graeve. Ook de combinatie De Graeve - Rampelberg vond ik erg geslaagd met enkele fraaie dialogen en het feit dat ze in het echte leven ook goed bevriend zijn zal daar wel voor iets tussen zitten. In de bijrollen is het vooral Iwein Segers die eruit springt met zijn personage Speck. Ik kende hem vooral als stand-up comedian, maar het is wel leuk om hem eens in een film bezig te zien. Gelukkig kreeg hij een rol waar hij zich volledig in mocht uitleven, want anders was het volgens mij compleet fout gegaan. Soms was zijn zwarte humor er een tikkeltje over, maar dat maakte hij ruimschoots goed met zijn afscheidsspeech. Één van de mooiste scènes van de film.

Sterke Vlaamse drama rond de euthanasiewet. Eerlijk gezegd wist ik niet dat er 10 jaar geleden een strijd is gevoerd om die wet in België in te voeren, wat het natuurlijk een pak interessanter maakt om de film te volgen. Verder is de cast van een hoog niveau met een topprestatie van Koen De Graeve.

Een dikke 4*

Toto le Héros (1991)

Alternatieve titel: Toto the Hero

Toto le Héros is een erg aardige debuutfilm van Jaco Van Dormael. De vertelstructuur waarbij de oude Thomas terugblikt op zijn leven is erg knap gedaan. Het geeft toch altijd een extra lading aan een film mee als het vanuit een soort van nostalgische blik wordt verteld. Het ouderentehuis waar Thomas overigens in verblijft, heeft meer weg van een gevangenis en gaf toch wel iets speciaals aan de film.

Qua sfeer en tempo zit het erg goed en ondanks de triestige gebeurtenissen in het leven van Thomas weet Van Dormael het erg luchtig te brengen. Vooral de 2 delen met de jonge en volwassen Thomas konden me erg bekoren met verschillende leuke en ontroerende momenten. De opmerking van Thomas over de groei van de borsten van Alice dat in de krant heeft gestaan, vond ik een erg leuke. Ook de momenten tussen zowel de jonge als de volwassen Thomas en zijn broer Cèlestin waren vertederend om te zien. Bovendien wordt er erg sterk geacteerd door iedereen, maar vooral de kinderen mogen een dikke pluim op hun hoeden steken.

Het laatste deel met de oude Thomas vond ik net wat minder geslaagd. De toon is helemaal anders en er zit ook wat meer vaagheid in. Tussen de fase van volwassen Thomas die vertrekt bij Evelyne en de oude Thomas in het ouderentehuis is niets geweten van zijn leven. Waarom dat Thomas Evelyne heeft verlaten, was me ook niet echt duidelijk.

In ieder geval wel een geslaagde debuutfilm van Van Dormael. Een 4* ga ik er net niet aan geven, maar het komt wel dicht in de buurt. Bij deze is Le Huitième Jour opgeschoven in mijn to-see lijst.

3.5*

Touchez Pas au Grisbi (1954)

Alternatieve titel: Grisbi

Het is mijn derde film van Jacques Becker na de erg geslaagde La Grande Illusion en Le Trou, maar dit is toch een tegenvaller.

Ik heb het sowieso niet echt voor film noirs waar de regisseur behoorlijk wat aandacht besteedt aan het plot. Meestal stelt het toch weinig voor en ben je het meeste al vergeten na een paar dagen. Het is in dit soort films dat de sfeer en de acteerprestaties allesbepalend zijn en die zijn ook niet echt memorabel te noemen.

Van mij had Becker wat meer aandacht mogen geven aan het hele clubgebeuren van het groepje criminelen en de knappe dames. In de weinige scènes die we daarvan te zien kregen, kreeg de film een aangename film noir sfeertje met zich mee, maar van zodra Becker zich terug meer op het plot ging concentreren, verdween die sfeer terug.

Jean Gabin maakte ook niet echt veel indruk op mij. Hij had maar 1 gezichtsuitdrukking en beweegt zich doorheen de hele film alsof het hem weinig interesseert. Gelukkig was er nog wel een degelijke shoot-out waarbij Max uiteindelijk moet toezien hoe de auto uitbrandt waar de goudstaven zitten.

Matige film noir van Jacques Becker die nogal weinig om het lijf heeft.

2*

Toute une Nuit (1982)

Alternatieve titel: All Night Long

Jeanne Dielman staat al een tijdje op mijn to-see lijst, maar het leek mij geen slecht idee om Akerman’s oeuvre te leren ontdekken met een iets ‘gemakkelijkere’ film. Te beginnen met deze Toute une Nuit.

Het is uiteindelijk een makkelijke film geworden, maar tegelijkertijd ook een vreemde filmervaring. Van enig verhaal of binding met één van de personages is geen sprake, maar dat hoeft op zich geen probleem te zijn. Het concept rond een dag of een nacht in een bepaalde stad kan nog interessante scènes opleveren, maar ook op dat vlak blijft het erg pover.

Iedere scène is zo kort en vluchtig dat er nergens indruk wordt gemaakt. Zo zien we bijvoorbeeld een man en een vrouw naast elkaar op café zitten, schijnbaar vreemden voor elkaar, maar uiteindelijk vallen ze elkaar wel in de armen. In een andere scène zien we een ouder koppel voor de televisie zitten, waarna de vrouw de slapende man wakker maakt om naar buiten te gaan en nadien zegt ze dat ze naar de stad wil om te dansen. We zien ook een man kwaad op een deur kloppen, een andere man die zijn boekhouding doet en twee vrouwen die schijnbaar ruzie met elkaar hebben waarna de ene vrouw het appartement verlaat.

Het zijn allemaal zo’n korte, nietszeggende fragmenten van personages waarvan de meeste ook nooit terugkomen. Het is een soort cinema waar ik weinig voeling mee heb. Het mag best onsamenhangend en zonder echt verhaal zijn, maar de afzonderlijke scènes moeten dan wel ergens indruk maken, maar ook dat is hier niet het geval.

Was het allemaal dan kommer en kwel? Dat nu ook niet, want Akerman weet wel de juiste sfeer te scheppen doorheen heel de film. De zwoele nacht begint best levendig en hoe dieper we de nacht ingaan, hoe somberder de gevoelens worden. Soms op het depressieve af en ‘s ochtends slaat de sfeer ook weer helemaal om met het drukke stadsverkeer dat te horen valt.

Conclusie is dat dit niet echt mijn ding is. Jeanne Dielman zal ik nog wel eens een kans geven, maar ik ben alvast gewaarschuwd.

1.5*

Toy Story 3 (2010)

Beste deel van de 3

Toy Story 3 is een waardige afsluiter voor een mooie reeks. Ik zou het dan ook jammer vinden als er nog een vierde deel zou komen. Op het einde van de film had ik echt het gevoel dat het ‘het einde’ was. Andy gaat naar de universiteit en geeft zijn speelgoed af aan een klein meisje. Voor mij is dit het perfecte einde van een mooie reeks.

Het derde deel vind ik grappiger dan de voorbije 2 delen. Zoals de scènes waar Buzz plots Spaans begint te spreken en Potatohead eerst verandert in een tortilla en daarna in een friet. Ook zaten er een paar leuke figuurtjes tussen, zoals de megababy en de aap uit het kinderdagverblijf.

Deel 3 is ook emotioneler dan deel 1 en 2. Wanneer de poppen in de verbrandingsoven terechtkomen en elkaars hand geven, dacht ik echt dat het gedaan was. Maar dat was buiten de 3 ruimtewezentjes gerekend, die hen uiteindelijk nog weten te redden. Ook het einde was natuurlijk aangrijpend. Andy die (voorgoed?) afscheid neemt van zijn speelgoed.

Verder mocht de gebruikelijke portie avontuur niet ontbreken. De openingscène met de trein vond ik verbluffend sterk. Verder was het kinderdagverblijf goed gevonden, dat sterke gelijkenissen vertoonde met een gevangenis.

Sterke afsluiter van een mooie reeks. 4*