Meningen
Hier kun je zien welke berichten El Loco als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Train, The (1964)
Alternatieve titel: John Frankenheimer's The Train
The Train is een zeer degelijke oorlogsfilm dat het voornamelijk moet hebben van een aantal sterke actie en sabotage-scènes. Het bombardement op het station is erg spectaculair en prachtig gefilmd, maar ook de scène waarin de Fransen erin slagen om de trein terug naar het beginpunt te brengen, is erg knap gedaan. Het einde waarbij de gijzelaars neergeschoten worden en de kisten met schilderijen buiten liggen, geeft wel een wrange nasmaak, maar pas perfect als afsluiter bij deze film. De hele film lang speelt het dilemma of al die kunst wel een mensenleven(s) waard is en geeft stof tot nadenken.
3*
Transylmania (2009)
Draak van een film.
Ergens had ik toch nog gehoopt een leuke horrorkomedie mee te pikken, want een paar dagen geleden heb ik Trick ‘r Treat ( een horrorkomedie waar ik niet veel van verwachtte) gezien en dat was me nog erg goed bevallen. Dus nam ik toch maar de keuze Transylmania te bekijken, maar soms zijn Er zijn zo van die keuzes die je denk ik heel je leven gaan achtervolgen... Want wat een rotslechte film is dit!
Het verhaal op zich stelt erg weinig voor, maar van zulke films verwacht ik dan ook niets anders. Het zijn vooral de grappen die van een ongekend laag niveau zijn. Neem nu bijvoorbeeld de grap met de kruisboog. De vampierjager is niet echt handig met zijn kruisboog en schiet een pijl in zijn been, waarna hij zegt: “It’s just a flesh wound”. Grappig kwam het helemaal niet over en bovendien is het ook nog eens gepikt uit de legendarische scène van Monty Python and the Holy Grail. Of neem nu die andere grap waarbij het lichaam van één van de studentes uit elkaar valt of in het begin waar de penis klem komt te zitten tussen de laptop. Originaliteit is dus al serieus ver te zoeken. Het enige dat nog ietwat leuk was, was eigenlijk de scène waar de Aziatische student aan het dansen is met het hoofd van een medestudente waaruit een hele chaotische toestand ontstaat.
De acteerprestaties zijn kort en bondig samen te vatten: Rotslecht! Van zulke film had ik dan ook niet anders verwacht, maar toch hoopte ik dat er een leuk personage aanwezig zou zijn die het lijden ietwat kon verzachten. Neem nu bijvoorbeeld dat klein mannetje met zijn hoge stemmetje die voor decaan speelt en zijn dochter met de enorme bochel. Man, man, man, waar blijven ze dat soort mensen toch halen. 
0.5* voor dit gedrocht is precies een half punt te veel naar mijn goesting.
Tre Volti della Paura, I (1963)
Alternatieve titel: Black Sabbath
Na een erg geslaagde kennismaking met Bava met Blood and Black Lace was ik al snel benieuwd geraakt naar meer van hem. Normaal ben ik geen al te grote fan van kortverhalen die samen in een film gepropt worden, maar dit is zeker het kijken waard. Bava weet mij opnieuw te overtuigen op visueel vlak met veel oog voor de decors en kleurgebruik. Ook zijn er weer aantrekkelijke dames op de afspraak.
Het eerste verhaaltje kent een spannende opbouw waarbij de killer wraak komt nemen op de vrouw die hem in de gevangenis heeft doen belanden. Het appartement staat ook weer vol kitscherige meubels, maar het maakt het wel speciaal en sfeervol. Het tweede verhaal met de vampieren valt vooral op door het mooie kleurgebruik en de visueel mooie scènes. Het begint ook lekker mysterieus met het verhaal rond de Wurdalak, maar wordt daarna een flauwere horror met vampieren. Het derde verhaal is kort, maar krachtig en kent wel een leuk schrikmoment met de medium die tevoorschijn komt op het bed. Het is misschien wat te kort om echt indruk te maken en onder de huid te gaan kruipen.
Sfeervol en visueel knap gemaakt, maar behalve bij The Telephone vond ik het toch niet echt spannend. In ieder geval ben ik na 2 films benieuwd om nog meer van Bava te zien.
3*
Treasure of the Sierra Madre, The (1948)
Voor mij stond deze The Treasure of the Sierra Madre te boek als één van mijn favoriete avonturenfilms en ik was benieuwd of het bij een herziening nog steeds zo hoog zou scoren.
En het antwoord is dat deze nog steeds één van de beste avonturenfilms is die ik gezien heb. Het begint al meteen erg sfeervol met de scènes waarin we kennismaken met Dobbs in het dorpje. Wat me deze keer ook opviel, is dat het tempo erg hoog ligt. Vanaf het moment dat de 3 mannen op zoek gaan naar het goud, valt het geen enkel moment meer stil.
Ik was eigenlijk al vergeten hoeveel geweldige scènes deze film wel niet bevat, want ik dacht dat het voornamelijk over het wantrouwen tussen de 3 mannen ging. Natuurlijk is dit ook een belangrijk onderdeel en levert dit erg spannende momenten op tussen de 3 mannen, maar we krijgen veel meer te zien dan dat alleen. De beste scène is ongetwijfeld deze waarin de bandieten hen proberen te overvallen. Het shot waarbij we de bende in de verte zien afkomen, is pure klasse en gedurende de hele speelduur krijgen we prachtige beelden zien van de landschappen.
Qua acteerprestaties is dit ook genieten geblazen. Humphrey Bogart steelt hier absoluut de show met zijn personage dat meer en meer wantrouwig wordt tegenover de andere mannen. Niet alleen Bogart speelt hier de pannen van het dak, want ook Walter Huston zet hier een sterke prestatie neer als de oude goudzoeker Howard. Hij is diegene de aan het drietal de nodige schwung geeft met zijn energie en enthousiasme. De rol die Tim Holt vertolkt lijkt misschien de minst belangrijke van de 3, maar zijn personage was misschien diegene waar ik het meeste sympathie voor had, omdat hij nooit overhaast beslissingen nam en het hart op de juiste plaats had (hij wou een deel van zijn opbrengst aan de vrouw van de overleden '4e man' schenken).
Ik ben blij dat ik deze na lange tijd nog eens herzien heb, want het was weer genieten van de eerste tot de laatste minuut. Het einde waarbij al het goud weggewaaid is, past perfect bij deze film die bij momenten cynisch is. De score van 4.5* blijft makkelijk overeind.
4.5*
Trees Lounge (1996)
Ik ben best wel een fan van Steve Buscemi, maar in de meeste van de films die ik van hem gezien heb, speelt hij een bijrol. Leuk om hem eens in de hoofdrol te zien spelen, want hij weet de film echt wel te dragen. Jammer genoeg is het eentje geworden die ik waarschijnlijk snel zal vergeten, want echt memorabel is het allemaal niet. Enkel het laatste halfuur wanneer de verhouding ontstaat tussen Tommy en de minderjarige Debbie wordt het pas echt interessant. Verder stelt het toch allemaal te weinig voor.
2.5*
Triangle of Sadness (2022)
Dit is de eerste van Ruben Östlund die ik gezien heb, maar het is wel meteen een leuke kennismaking. Met deze Triangle of Sadness levert hij een erg leuke satirische komedie af over klassenverschillen en rollenpatronen.
De film heeft een stevige speelduur van 2 uur en een half, maar het is werkelijk voorbij gevlogen. Het begint al meteen erg leuk met de jonge influencers Carl en Yaya die op restaurant in een ruzie belanden over wie de rekening moet betalen. Het is een stuk dat een tijdje doorgaat tot ze toekomen in het hotel, maar ik zat in ieder geval meteen gefascineerd te kijken.
Het tweede deel van de film dat zich afspeelt op het cruiseschip is wat mij betreft het sterkste deel van de film. Hier worden de influencers en de andere rijken heerlijk op de hak genomen. Het begint allemaal nog vrij rustig met brave humor, maar bij de captain’s dinner gaat het hek pas echt van de dam met een kotsfeest dat losbarst. Ook de humor tussen de Rus en de kapitein (Woody Harrelson) over het communisme-kapitalisme kan ik erg appreciëren.
In het derde deel verandert de film wat qua humor en toon, maar hoeft zeker niet onder te doen voor hetgeen we reeds te zien gekregen hebben. De machtsverhoudingen worden volledig op zijn kop gezet waarbij de kuisvrouw de touwtjes in handen krijgt en het rijke volk haar moeten gehoorzamen (Carl moet zich zelf laten prostitueren om eten te krijgen). Enkel het einde kon me niet helemaal bekoren. Abigail (de schoonmaakster) zou Yaya neergeslagen hebben met een steen wanneer ze een resort ontdekt hebben op het andere deel van het eiland. Op zich wel logisch, want zij voelt zich machtig en wilt dit niet afgeven door naar het normale leven te gaan, maar waarom begint Carl plots als een wilde door het bos te rennen?
Soit, ik heb me erg geamuseerd met deze Triangle of Sadness en ben meteen benieuwd geraakt in Th Square.
4*
Trick 'r Treat (2007)
Alternatieve titel: Trick or Treat
Leuke Horrorkomedie
Zo stond het toch in ieder geval vermeld in mijn programmaboekje van prime. Dat je het verhaal niet al te serieus hoef te nemen wordt al snel duidelijk in de openingsscène, maar nog meer wanneer de jongen moet kotsen van het snoep van de seriemoordenaar Steven Wilkins. De eerste paar minuten zorgen dan ook voor een heerlijke Halloweensfeer die de film nooit echt verlaat. Die donkere straten, de pompoenhoofden en dergelijke halloweenversieringen zijn erg sfeervol en deed me vaak denken aan de Halloweenreeks met Michael Myers. Ik meende in het begin van de film een personage gezien te hebben die zich verkleed had als Michael Myers. Het kon ook iemand anders geweest zijn, maar soit, qua sfeer zat het dus heel erg goed.
Eerlijk gezegd had ik een zwak verhaal verwacht, maar wonder boven wonder zijn de 4 aparte verhaaltjes redelijk tot goed. In het begin dacht ik niet dat de 4 verhaaltjes iets met elkaar te maken hadden, maar uiteindelijk liepen ze op het einde toch wat in elkaar. De 2 verhaallijnen die er toch bovenuit steken zijn die van de vader die een seriemoordenaar blijkt te zijn en die van zijn buurman op het einde. Zoals ik al zei valt de film op geen enkel moment serieus te nemen, want de geloofwaardigheid is vaak erg ver te zoeken. Neem nu de verhaallijn met de groep vrouwen die plots in vampiers veranderen en daarna hun huid aftrekken om in weerwolven te veranderen. Dat verhaallijn was op zich al het minst interessant, maar die scène ging voor mij toch iets te ver. Niet dat de rest van de film zoveel geloofwaardiger overkomt, zoals die scène met de buurman die wordt aangevallen door een mannetje met een pompoenhoofd. Eerst wordt hij neergeschoten, kruipt zijn hand over de vloer en springt weer op zijn lichaam om hem terug tot leven te wekken. Ach, misschien slaat heel het verhaal kant noch wal maar eigenlijk boeit dat niet want Michael Dougherty (zijn debuutfilm blijkbaar) weet er een leuk en spannend geheel van te maken.
Zulke films staan meestal garant voor irritante personages, maar toegegeven, in Trick ‘r Treat valt daar weinig op aan te merken. Integendeel zelfs, sommige personages vond ik gewoon geweldig, uitgezonderd de groep vrouwen. Dylan Baker is nu niet meteen een wereldacteur, maar hier is hij perfect gecast als Steven Wilkins en doet hij het voortreffelijk. Dat geldt trouwens ook voor Brian Cox, die het personage Mr. Kreeg sterk weet neer te zetten. De rest van de cast springt nu niet meteen in het oog, niet op een positieve maar ook niet op een negatieve manier.
Al bij al is Trick ‘r Treat een vermakelijke horror/komedie geworden, dankzij de donkere sfeer, een paar leuke personages en wat aardige momenten. Iets goorder en luguberder mocht, maar was zeker niet noodzakelijk. Verwissel de verhaallijn van de groep vrouwen met een evenwaardige verhaallijn en hij kreeg een nog hogere score.
3.5*
Tristana (1970)
Ik heb Luis Buñuel vrij hoog zitten. Dit is de 8e film die ik van hem gezien heb en enkel Belle de Jour was tot hiertoe de enige die me wat minder beviel (toevallig ook met Catherine Deneuve, maar haar trof weinig schuld). Jammer genoeg is deze Tristana de minste Buñuel geworden.
Er valt altijd wel iets leuks of interessants te ontdekken in een film van Buñuel, maar dat heb ik in deze Tristana niet ontdekt. Normaal slaagt hij er wel in om tegen de schenen te schoppen van de hogere klasse, maar daar heb ik in deze film weinig van gemerkt. De machtsspelletjes tussen Don Lope en Tristana zijn gewoon bijzonder saai om te volgen. Nergens vond ik er een momentje bovenuit steken, op uitzondering van de nachtmerrie van Tristana met het hoofd van Don Lope misschien.
Catherine Deneuve en Fernando Rey vind ik op zich niet slecht spelen, maar ze hebben te weinig om handen om er echt iets van te maken. Best wel jammer, want Rey vind ik altijd wel een aparte acteur die ik graag bezig zie in dit soort rollen als een upperclass man.
Niet dat ik door deze tegenvaller Buñuel lager ga inschatten, maar er mogen toch niet te veel van dit soort tegenvallers volgen.
2*
Trois Couleurs: Blanc (1994)
Alternatieve titel: Three Colors: White
Normaal gezien laat ik wat meer tijd tussen het kijken van films van een bepaalde regisseur, maar Trois Couleurs Bleu was me erg goed bevallen, waardoor ik meteen zin had voor het tweede deel.
Nu vind ik dat er weinig verband is met het eerste deel en de films staan toch redelijk veel op hun eigen (behalve dat Kieslowski blijkbaar iets heeft met oudere mensen die met moeite hun glazen flessen in de glasbak krijgen). Visueel vind ik Blanc minder dan Bleu. Het kleurgebruik van het blauw vond ik erg sterk in het eerste deel en dat was in dit deel toch minder het geval met de witte kleur. De witte kleur wordt veel minder opvallend gebruikt, behalve de scènes in de sneeuw en verder is het cinematografisch ook wat saaier dan Bleu.
Verhaaltechnisch vind ik het dan weer wel een sterke film en ook de acteerprestaties zijn ook erg goed. Het verhaal rond de wraak van Karol is minder symbolisch en makkelijker te begrijpen dan Bleu. Het is ook wat luchtiger door de humor die op bepaalde momenten aanwezig is, zoals Mikolaj die doodleuk vertelt dat zijn vriend in de koffer zit. Al verloopt het plannetje van Karol om zijn eigen dood in scène te zetten wel heel erg makkelijk, maar soit.
Al had ik wel op iets meer screentime van Julie Delpy gehoopt, want het blijft toch een geweldige en prachtige actrice. De manier waarop ze haar bitcherig personage neerzet, zorgt ervoor dat je meteen sympathie krijgt voor Karol.
Het is iets minder indrukwekkend allemaal dan Bleu, maar nog steeds een goede film. Het is ook weer lekker compact allemaal zonder onnodige extra zijsprongetjes of overbodige scènes. Ik ben in ieder geval benieuw naar het laatste deel.
3.5*
Trois Couleurs: Bleu (1993)
Alternatieve titel: Three Colors: Blue
Mijn kennismaking met Krzysztof Kieslowski was niet meteen een hoogvlieger met La Double Vie de Véronique, maar deze film is me een stuk beter bevallen. Zo zie je maar dat je niet te snel conclusies mag trekken na 1 film van een bepaalde regisseur.
Het is in de eerste plaats qua cinematografie dat hij me nu weet te overtuigen. De kleur blauw is volop aanwezig in deze film en dat levert enkele fraaie scènes op. Vooral de momenten in het zwembad zijn erg mooi, maar ook bijvoorbeeld wanneer Olivier binnenkomt bij Julie en zij hem vraagt om zich uit te kleden. Al had ik af en toe het gevoel dat het ietsje meer mocht zijn, want halverwege de film worden die momenten iets schaarser. In ieder geval vind ik het een prachtige kleur om in films te gebruiken, want het geeft een erg rustgevend gevoel. Sowieso zit de film vol met mooie shots en observaties zonder dat de blauwe kleur daarvoor nodig is.
Ook qua drama kon me dit erg bekoren. Er zal wel veel symboliek terug te vinden zijn in deze film zonder dat ik daar echt veel aandacht aan besteed, maar het kwam in ieder geval erg duidelijk op mij over wat Kieslowski wilde vertellen. Hij komt wat mij betreft goed to the point en vertelt in anderhalf uur wat hij te vertellen heeft zonder zijsprongetjes te maken. Na het verlies van haar man en dochter probeert Julie te breken met haar verleden en een volledig nieuw leven te starten. Ze verkoopt alles, de partituren van haar man gooit ze weg en zelfs het kettinkje dat de jongen heeft teruggevonden na het ongeval wilt ze niet meer terug. De manier waarop ze haar verlies verwerkt, lijkt natuurlijk erg hard, maar iedere persoon gaat op een andere manier om met het rouwproces en Juliette Binoche weet dat op een erg indrukwekkende manier over te brengen. Haar emoties en dan vooral op de zwijgzame momenten wisten toch wel indruk op mij te maken, want ergens had ik altijd wel het gevoel Julie te begrijpen.
Fraaie film van Kieslowski dat visueel indruk weet te maken en dat ook qua drama erg sterk is met een uitstekende Juliette Binoche in de hoofdrol.
4*
Trois Couleurs: Rouge (1994)
Alternatieve titel: Three Colors: Red
Kieslowski had me al aangenaam weten te verrassen met de eerste twee delen. Bleu vond ik voorlopig het beste deel, maar ook Blanc was een goede film en ik was benieuwd of deze Rouge het niveau zou kunnen vasthouden.
Visueel is deze Rouge zonder twijfel het opvallendste. De kleur rood komt erg vaak terug in beeld, zoals de prachtig vuurrode theaterzaal of de billboard waar Valentine op afgebeeld staat. De scène in de theaterzaal is sowieso de mooiste uit de film, maar ook het eindshot waar Valentine op dezelfde manier staat afgebeeld met de rode achtergrond is prachtig gedaan. Kieslowski weet wat dat betreft nog meer uit het kleurenthema te halen dan in de vorige films.
Qua verhaal vond ik het erg mysterieus en vreemder dan de vorige 2 delen. De afstandelijke houding van de gepensioneerde rechter wanneer Valentine binnenkomt, vond ik maar een erg vreemde reactie. Als een wildvreemde zomaar binnenkomt en vertelt dat zij zijn hond heeft aangereden, zou je toch helemaal anders reageren. Ik had ook wat moeite met de hele ommezwaai van zijn karakter als gevoelloze man die plots toch enige sympathie weet op te wekken als hij besluit om zichzelf aan te geven voor zijn afluisterpraktijken. Soit, het is maar een kleine opmerking, want voor de rest is het toch een film die lekker onder de huid gaat kruipen. Kieslowski weet het allemaal erg mysterieus te houden met de uitwerking van de parallelle personages tussen de rechter en de rechtenstudent.
Het einde waarbij alle figuren uit de 3 films samen komen als overlevenden van de bootramp, kwam toch wat geforceerd over bij mij. Voor mij was het voldoende geweest als enkel Valentine en Auguste als overlevenden uit de ramp waren gekomen. Dat de oude vrouw nu eindelijk geholpen werd aan de glasbak was ook een extra mooi momentje in de film.
Bleu heeft bij mij toch iets meer indruk achtergelaten dan deze Rouge. Ik schat deze wel iets hoger in dan Blanc, maar over het algemeen ben ik best wel onder de indruk van deze trilogie. Voorlopig krijgt deze Rouge 3.5*, maar bij herziening kan het zeker nog verhoogd worden.
3.5*
Trouble in Paradise (1932)
Ernst Lubitsch wist al eerder indruk op mij te maken met The Shop around the Corner en To Be or Not to Be. Vooral die laatste is een echte topper, dus was ik benieuwd wat hij nog meer te bieden had.
Niet dat het niveau van To Be or Not to Be hier gehaald wordt, maar het is nog steeds een fijn en vooral charmant filmpje. Het verhaal rond een crimineel die verliefd wordt op zijn slachtoffer en omgekeerd, hebben we al zo vaak in films teruggezien, maar het werkt erg goed in deze film.
De manier waarop Gaston en Lily elkaar telkens bestelen en zo op elkaar verliefd worden, is heerlijk gedaan. Ook de scène met de Italiaanse tolk en Monsieur Filiba die er maar niet in slaagt om Gaston te herkennen als de dief, zijn ook erg toffe momenten. Niet dat Herbert Marshall het hier slecht doet, integendeel zelfs, maar Cary Grant in de rol als meesterdief had als muziek in mijn oren geklonken, want blijkbaar was hij ook een optie voor deze rol.
In ieder geval is het gewoon een erg vermakelijk, vlot en charmant filmpje dat zijn tijd vooruit was met de erotische toespelingen.
3.5*
Trucks (1997)
Wat een lelijke verfilming op het werk van Stephen King. Zo’n fantastische schrijver maakt zich hiermee wel echt belachelijk. Oké, dat het geen topper ging worden zoals The Shawshank, The Shining of The Green Mile had mijn kleine teen ook wel door, maar dit is echt van een erbarmelijk niveau.
Dat Trucks het genre horror toegekend krijgt, snap ik van geen kanten. Wanneer één van de trucks iemand omverrijdt, krijgen we plots een beeld te zien van de andere personen die staan toe te kijken. Op dat vlak nogal platte horror.
Op de meeste momenten leek het meer op een komedie dan op horror. Zoals die scène met de postbode, die wordt aangereden door een speelgoedtruck. Komaan gast, elk normaal mens zou dat speelgoed oppakken en weggooien. Maar neen hoor, hij laat eerst dat autootje enkele keren tegen zijn been rijden om dan nogal lomp achterover te vallen. De arme stakkerd had nog zee van tijd om op te staan, maar beslist om nog even te blijven liggen, om vervolgens op een hoopje gereden te worden door dat stuk speelgoed. 
Tja, een verfilming van Stephen King vind ik meestal erg goed, maar dit is van een ongekend laag niveau.
0.5*
True Grit (2010)
-That Chinamen is running them cheap shells on me again.
-I thought you gonna say the sun was in your eyes. That is to say, your Eye!
Een western gemaakt door de gebroeders Coen en een heerlijke cast met onder meer Jeff Bridges, Matt Damon, Josh Brolin en de debuterende Hailee Steinfeld. Meer is er toch niet nodig om een leuke film in elkaar te steken?
Ik ga niet beweren dat ik een Coen – kenner ben, maar ik weet wel dat er altijd plezier te beleven valt met hun films en dat is nu net iets minder. Leuk en vermakelijk is het nog wel, maar om nu te zeggen dat het speciaal, hoogstaand of verrassend is? Neen, dat is het jammer genoeg niet. Een jong meisje wil haar vermoorde vader wreken en doet daarbij beroep op een vreemde vogel, in dit geval een bezopen marshall, dus vernieuwend of origineel is het niet echt te noemen. De Coens wisten af en toe wel grappig uit de hoek te komen, zoals de scènes waar plots een maffe dokter met een berenvacht te voorschijn komt of de schietwedstrijd tussen Cogburn en Laboeuf, maar het was vooral dankzij Jeff Bridges dat het af en toe hilarisch werd. Anderzijds zijn ze er wel in geslaagd om een mooie westernsfeer neer te zetten met de uitgestrekte landschappen, maar vooral het moment dat het begon te sneeuwen in het bos was een visuele pracht. Van het laatste deel van de film (vanaf het moment dat Chaney in beeld komt) heb ik een dubbel gevoel aan over gehouden. De scène waar Cogburn de mannen van Ned Pepper neerschiet is zeker en vast niet verkeerd, maar absoluut geen scène dat boven de middelmaat ligt. Ook de scènes met Chaney en Mattie bovenop de berg waren erg voorspelbaar. Eerst komt Laboeuf Chaney neerslaan om Mattie te helpen en daarna krijgt hij een koekje van eigen deeg en vervolgens schiet het kleine meisje Chaney neer. Nergens echt verrassend of hoogstaand en veel te voorspelbaar.
Qua verhaal was het een kleine teleurstelling, maar soms kan dat verdoezeld worden door een ijzersterke cast en gelukkig is dat hier het geval. Zoals hierboven vermeld is een cast met Jeff Bridges, Matt Damon en Josh Brolin zeker de moeite waard, maar het was vooral de jonge Hailee Steinfeld die me wist te verbazen. Het feit alleen al dat ze uit 15.000 kandidaten is geselecteerd, is enorm straf, maar ze bewijst wel dat de die keuze meer dan terecht was. Geweldig om te zien hoe ze haar rol van eigenwijs en volhardend meisje hier neerzet, soms op het randje van een harde tante. Vooral in de scènes waar er gediscussieerd wordt, is ze erg goed op dreef, maar ook de zwempartij met het paard zet haar karakter nog eens extra in de verf. Zeker en vast een talentje waar we nog van zullen horen, maar daarnaast was er ook een oude rot uit het vak geweldig op dreef. Met name Jeff Bridges die hier de rol van ladderzatte marshall, Rooster Cogburn op zich neemt. De eerste kennismaking met zijn personage in de rechtbank was al meteen een shot in de roos. Ook de momenten waar hij straalbezopen van zijn paard sukkelt en stukken mais in de lucht gooit of wanneer hij twee kinderen van een veranda schopt, zijn werkelijk hilarisch. Zulke rollen zijn hem gewoon op het lijf geschreven. De rol van Matt Damon komt enkel goed tot zijn recht in combinatie met Jeff Bridges, zoals bij het onderlinge schietpartijtje of als er telkens weer ruzie wordt gemaakt over hoe goed ze wel niet zijn. Verder worden de resterende rollen wel lekker ingevuld door Josh Brolin en Barry Pepper.
Zeker en vast niet de beste film van de Coens, maar dat is ook niet moeilijk met films zoals The Big Lebowski en Fargo. True Grit kwam qua verhaal niet altijd even goed uit de verf, maar dankzij de cast was het toch best vermakelijk en genietbaar.
3.5*
Truman Show, The (1998)
We accept the reality of the world with which we are presented.
Ik was al lange tijd benieuwd naar The Truman show, omdat het één van de hoogst gewaardeerde films van Jim Carrey is. Toen ze hem een tijd geleden televisie gaven, nam ik hem algauw op om hem dan deze middag uiteindelijk eens te zien.
Ik had al enkele keren een klein stukje over het plot gelezen, maar ik had echt niet verwacht dat het Big Brother gehalte zo hoog ging zijn. Iedere persoon van het stadje doet op elk moment van de dag mee aan de Truman show en op zowat elk minuscule plekje is er een camera gericht. Het feit dat iedereen erbij betrokken is, levert dan ook de grappigste momenten op zoals wanneer hij zijn vader herkent en hem wil spreken maar iedereen voor hem de weg verspert. Langs de andere kant zorgt het er wel voor dat de film niet echt geloofwaardig overkomt. Zoveel mensen samen zouden nooit hun leven opofferen om te acteren in de show voor één persoon. Eigenlijk zijn er nog wel een paar dingen die niet helemaal geloofwaardig overkomen (waarom ontdekt Truman pas na 30 jaar dat er iets mis is?), maar eerlijk is eerlijk, Peter Weir is erin geslaagd om ons een heerlijke feel good film voor te schotelen. Dat Truman ging ontsnappen zat er wel een tijdje aan te komen, maar het einde weet gewoon de juiste snaar te raken. Echt een heerlijk moment wanneer hij met zijn boot tegen het doek botst en daarna beslist om uit de valse wereld te stappen. Ik had net hetzelfde gevoel als die kijkers hadden, puur blijdschap voor Truman.
Die Truman Burbank wordt dan ook nog eens perfect ingevuld door Jim Carrey. Geweldig hoe hij erin slaagt om van Truman een personage te maken waar je de hele tijd met meeleeft. Deze rol valt absoluut niet te vergelijken met al die andere rollen die hij normaal speelt. Pas op, ik kan hem in tegenstelling tot vele anderen wel waarderen als hij zijn gekke bekken bovenhaalt, maar dit is gewoon van een heel ander niveau. Af en toe kan hij het wel niet laten om wat smoelen te trekken zoals wanneer hij elke morgen een gezin begroet, maar over het algemeen hebben zijn smoelenhaters weinig reden tot klagen. Door deze prestatie ben ik al meteen benieuwd naar Eternal Sunshine and a Spotless Mind. Verder zijn er ook nog twee sterke bijrollen voor Noah Emmerich en Ed Harris. Vooral die laatste deed het met zijn weinige screentime erg goed. De scène waar hij Truman wil laten verdrinken, behoort dan ook tot één van de beste stukjes van de film. Laura Linney daarentegen bracht het er een pak minder goed vanaf als de vrouw van Truman. Vooral naar het einde toe werd ze erg irritant met dat reclamespotje dat eigenlijk overbodig was, en ook wanneer ze volledig doordraait en Truman bedreigt met een mes.
The Truman Show is een heerlijke feel good film geworden die ik eerlijk gezegd niet had verwacht. In het verhaal zelf zitten wel enkele zaken die ervoor zorgen dat de film haar geloofwaardigheid verliest en jammer genoeg zijn dat geen kleine details. Anders had een score van 4.5* er zeker ingezeten. Los daarvan is The Truman Show zeker en vast een geslaagde feel good film en Jim Carrey speelt de pannen van het dak.
4*
Trust (1990)
Het is mijn eerste film van Hal Hartley, wiens naam me niet meteen een belletje deed rinkelen, maar het is wel een aangename kennismaking geworden. Het is een film waarvan je denkt dat je dit soort films al vaker gezien hebt, maar Hartley heeft er wel een leuke, eigen stijl aan gegeven. De hele film straalt een apart, lichtvoetig sfeertje uit door de lichte kleuren die de film kenmerken. Het zijn vooral de lichtblauwe tinten die overal in terugkomen en het zorgt wel voor een aangename, rustige sfeer.
Trust is geen schaterlach komedie, maar wel eentje die regelmatig de glimlach op mijn gezicht toverde door de maffe personages en situaties. Het begint al meteen met de vader die dood neervalt wanneer hij verneemt dat zijn tienerdochter Maria zwanger is. Ook Matthew die een moeilijke relatie heeft met zijn vader en tot driemaal toe de badkamer moet poetsen en de vrouw die haar baby alleen achterlaat aan de winkel en hem/haar kwijt is wanneer ze terug buitenkomt, zijn van die maffe situaties waar ik me wel mee kan vermaken. De leukste scène is misschien wel de drinkwedstrijd tussen Matthew en Maria’s moeder, die Matthew liever ziet aanpappen met haar andere dochter en hem in haar bed legt, nadat ze door vals te spelen het spelletje heeft gewonnen.
Martin Donovan en vooral Adrienne Shelly zijn voor mij onbekende namen, maar ze dragen deze film wel op een sterke manier. Donovan zet met Matthew een heerlijke, droge rol neer van een radio- en televisiehersteller die een cynische blik heeft op de samenleving. Adrienne Shelly zet hier ook een goede rol neer als de wat dom overkomende Maria, maar ze weet haar personage iets treurigs mee te geven, waardoor je makkelijk met haar gaat meeleven. Hun liefdesverhaal is best apart, omdat ze toevallig bij elkaar komen door thuis weg te lopen of door buiten gezet te zijn. Ze lijken op het eerste zicht niet voor elkaar gemaakt en Maria is zwanger van iemand anders, maar toch krijgt hun romance iets moois doordat Matthew met haar wil trouwen en haar een betere toekomst wil geven door haar weg te krijgen bij haar moeder. Het is niet meteen iets wat je van zijn personage zou verwachten, wat de ontwikkeling van zijn personage extra interessant maakt.
Leuke kennismaking met Hal Hartley alvast. Langs de ene kant denk je dat je dit soort films al vaker gezien hebt, maar door de stijl van Hartley is het toch iets aparts geworden.
4*
Tsubaki Sanjûrô (1962)
Alternatieve titel: Sanjuro
Met deze Tsubaki Sanjûrô ben ik aan mijn 6e Kurosawa aanbeland en net zoals Yôjinbô is dit een luchtigere Kurosawa met een aanstekelijke Mifune in de hoofdrol. Vooral in combinatie met het groepje Samuraï's levert hij leuke momenten af. Net zoals Yôjinbô vind ik dit een degelijke film met een leuke sfeer, maar geen topper. Daarvoor vond ik het te veel gepraat en complot gedoe om ten volle van de film te genieten.
3*
