- Home
- The One Ring
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten The One Ring als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
L (2012)
Prettig-absurdistische komedie over een man voor wie het voertuig dat hij bestuurd ook gewoon zijn hele leven is. De humor is niet hilarisch, maar aanstekelijk op een gortdroge manier. Vooral de slotscène is op dat gebied toch wel erg geslaagd. Sommige vondsten waren erg sterk (de relatie die de man heeft met zijn kinderen, of de keuze van de manier waarop een fanatieke motorrijder zelfmoord pleegt nadat zijn gezichtsvermogen te slecht is geworden om verder te rijden). Het is al met al een alleraardigste film over wat er gebeurt met een man met slechts één obsessie (zijn voertuig) als die obsessie hem geen voldoening meer kan geven. Het levert een van de meest luchtige existentiële crisissen uit de filmgeschiedenis op. Er had misschien wat meer bijt in kunnen zitten. Nu zit er ook te weinig afwisseling in en gebeurt alles net iets teveel op één toon. Niettemin leuk om eens gezien te hebben. De link met Dogtooth die het IFFR zelf graag legt zou ik niet teveel verwachten. Wel een vergelijkbare humor, maar met minder betekenis en vooral zonder de donkerste randjes.
3,5*
L.A. Confidential (1997)
L.A. Confidential heeft eigenlijk een vreemde status in de filmwereld. Bijna iedereen lijkt het erover eens te zijn dat het een goede film is. Hij geniet de status als moderne klassieker. Hij verschijnt regelmatig in lijstjes (hier op moment van schrijven 102, op IMDB is hij zelfs nummer 66). Kortom, beter kan bijna niet. Toch is het vreemd dat over een film met zo'n aanzien eigenlijk nooit iemand praat. Weinig mensen noemen hem onder hun absolute favorieten en hij duikt vaak pas op in een persoonlijke top 100 dan top 10. Het lijkt erop dat L.A. Confidential meer gerespecteerd dan geliefd is.
Dat merkte ik sowieso bij mezelf. Hij dook jaarlijks op in mijn top 100, maar dat was eigenlijk het enige moment in het jaar waarop ik aan de film dacht, tenzij ik die titel toevallig ergens tegen kwam of als mijn oog erover gleed terwijl ik in mijn dvd-rek keek. Gisteren ging hij in herkansing.
En dan valt toch op dat een top 100-positie geheel verdient is. Ik kon me het verhaal en veel gebeurtenissen nog goed herrinneren, maar ook gekeken naar de nuances van de film blijkt toch wel weer dat het hier om een heus meesterwerk gaat. Ik zou zelfs zover willen gaan door te zeggen dat het waarschijnlijk de beste misdaadthriller van de afgelopen 15 tot 20 jaar is, alsook de beste neo-noir ooit. Dit laatste mag misschien wat gewaagd zijn om te zeggen, omdat L.A. dan ineens tegenover het onbreekbare Chinatown verschijnt, maar persoonlijke verkies ik Curtis Hansons film over die van Roman Polanski, al zijn ze beiden sterk.
Een ding doen beide films goed als neo-noir: ze zijn niet zelfbewust een onderdeel van het noirgenre. Veel neo-noirs (Brick, Kiss Kiss Bang Bang, The Man Who Wasn't There, Sin City) spelen duidelijk met het genre, maar bij Chinatown en L.A. Confidential komt het genre meer natuurlijk aanzetten. Het zijn eigenlijk gewoon misdaadthrillers die zich afspelen in de tijd van de film noir en die daardoor neo noir worden. Er wordt niet te hard getracht iets ouds na te doen, maar er wordt meer een eigen plan getrokken. Gek genoeg voelen ze daardoor juist weer wat klassieker aan.
Het script is fantastisch, zoals het hoort bij een goede detective. Wat mij deze keer opviel is dat het verhaal op de helft stil komt te liggen. De Night Owl moord is opgelost, maar de film gaat doodleuk verder. Natuurlijk blijft het gevoel knagen dat deze moordzaak wat te snel afgehandelt is en de film er nog op terug komt, maar het is verrassend dat er nog eerst wat andere scènes tussen komen voordat dit begint. In de middenweg is de film dus plotloos en verschijnen er schijnbaar willekeurige scènes, die natuurlijk later wel in elkaar vallen. Toch een gewaagde keuze voor een film als deze om even zonder duidelijke verhaallijn te werken. Het gekke is dat het nauwelijks opvalt en sowieso niet storend werkt.
Het script zit ook vol met twists en kronkels, zoals wel vaker bij detectives. Hier zijn het er zoveel dat het een wonder is dat alles gewoon lijkt te kloppen en belangrijker, dat het bevredigend in elkaar steekt. Ik heb een hekel gekregen aan plottwistfilms waarin eigenlijk alleen de eindverrassing als belangrijk wordt gezien, zoals The Usual Suspects of Memento. L.A. Confidential heeft echter een ingewikkeld plot dat niet zozeer belangrijk is voor de verrassingen, maar voor de sfeer. Het gevoel van verwarring, dat niemand te vertrouwen is en het vastzitten in een web vol leugens dat elk moment kan instorten is wellicht de belangrijkste sleutel waarom L.A. Confidential zo goed werkt. Knap is dat de film daarbij toch zijn oog blijft houden op de personages. De invloed die de gang van zaken op hun heeft is belangrijker dan te weten wie verantwoordelijk is voor welke moord, zoals in de traditie van films als The Big Sleep. Daarom is het ook niet erg dat men koos voor de voor de hand liggende onthulling dat Cromwell de grote schurk is. Het past zowel in de emotionele als thematische kern van het verhaal. het kan niet genoeg benadrukt worden dat het script fantastisch is.
De cinematografie is eigenlijk niet eens opvallend mooi, maar er hangt toch een lekker sfeertje, dankzij de koele kleuren, de soundtrack vol oude liedjes en het oog voor periodedetail. De acteurs zijn al vaak genoeg geprezen en daar heb ik weinig aan toe te voegen. Jammer dat Pearce dit eigenlijk nooit heeft kunnen overtreffen. Verder zijn er ook veel gedenkwaardige scènes, zoals de rel die uitbreekt in de gevangenis op het begin, de ondervraging en de shoot-out op het einde. Het opmerkelijkste is echter dat de scène waar iedereen meestal over praat bij deze film geen misdaad of geweld bevat, maar het moment is waarop Exley denkt dat de echte Lana Turner een look-a-like hoer is. Dat de actrice niet eens echt op Turner lijkt doet er weinig aan af.
Een zo goed als foutloze film dus, die ook zeker meerdere keren kijken sterk blijft. De enige reden waarom ik geen 5 sterren geef is puur en alleen omdat het nog niet aanvoelt als 5 sterren. Die 4 en een halve ster blijven echter makkelijk overeind.
L.A. Story (1991)
Zeer alleraardigste film, die barstensvol ideeën zit. Veel visuele grapjes, geestige dialogen, originele verhaalelementen en gewoon een hoge dosis creativiteit. Dit is echt zo'n film die ik erg leuk wil vinden, omdat het zoveel nieuwe ideeën lijkt te hebben. Jammer dat het nooit een echt goed geheel wordt. Steve Martin schreef het script waarschijnlijk op een moment dat hij zoveel vondsten had verzameld dat zijn hoofd er bijna van barstte, maar wordt nooit echt bevredigend aan elkaar geplakt. Al ligt dat niet eens zozeer aan het script, maar aan de saaie regie van Mick Jackson. Een script als deze verdient een visuele en muzikale ondersteuning die net zo prettig gestoord is als de ideeën die erin voorkomen. Het meest dodelijk is een filmstijl die het brengt alsof het gewoon ieder ander script is. Dat is helaas Jacksons aanpak. Jammer want daardoor ging waarschijnlijk een potentiële komische klassieker verloren. Het eindresultaat is echter leuk genoeg voor een avondje vermaak. En Steve Martin is hier op zijn best, waarschijnlijk omdat deze film zeer persoonlijk voor hem was. Had hij het zelf moeten regisseren?
3*
Ladro di Bambini, Il (1992)
Alternatieve titel: The Stolen Children
Een vrij cliché verhaal over drie personen die elkaar niet uit kunnen staan, maar gedurende een reis naar elkaar toegroeien die ook nog eens filmisch weinig bijzonder is. Wat moeten we ermee? Gewoon kijken zo blijkt, want ondanks dat het allemaal wel erg voorspelbaar is wordt het geheel toch de moeite waard door de integere uitwerking. Geen sentimentaliteit, maar oprecht verteld en mooi geobserveerd. De drie hoofdacteurs zijn allemaal fantastisch. Mooi vooral hoe dat jongetje ook echt een jongetje kan spelen, zeker bij traumatisch getinte kinderrollen zie je dat niet vaak.
Interessant is wat er op het einde met de caribinieri gebeurt. Dat hij de woede van zijn meerdere op zijn hals haalt vinden wij als kijker onrechtvaardig, maar eigenlijk is het wel logisch, want al zijn acties zijn nogal roekeloos en dom. Dat juist uit zoiets iets moois komt geeft de film iets extras.
4*
Lady and the Tramp (1955)
Alternatieve titel: Lady en de Vagebond
Lady and the Tramp stond me zoals ik al in een oud bericht aangaf vooral bij als zo'n beetje de enige film waar mijn grotendeels Disneyhatende vader gek op was. Ik zelf heb het tot nu toe nooit beschouwd als één van de betere of slechtere, meer eentje voor in het midden, maar een herziening doet toch wonderen. Dit is een zeldzame Disney waarbij de emoties de hoofdrol spelen, waardoor je een kalme film krijgt die de tijd neemt om te ontvouwen. Dat het een korte film is komt dan vooral doordat er weinig verhaal is, maar in tegenstelling tot in het erg zwakke en vergelijkbare The Aristocats wordt dit een voordeel. Nooit is er bij Disney namelijk zo lang stilgestaan bij een romance, maar zelfs de verwarring van Lady rond de geboorte van de baby (wat haar naar de Tramp leidt) krijgt gewoon de tijd. Nee, dit is niet het niveau van Yasujiro Ozu of zo iemand op emotioneel gebied, maar het moet natuurlijk ook voor kinderen leuk zijn. Disney en zijn regisseurs besteden hier meer tijd aan sfeerschepping en personages dan ooit en het levert een magisch effect op. Het is ook de mooist ogende film van de studio voor de wederopstanding in de late jaren '80. Erg gedetailleerd, met mooi kleurgebruik en honden die echt als honden bewegen.
Ik verhoog naar vier sterren.
Lady Eve, The (1941)
The Lady Eve is wat mij betreft is dit de beste film die ik tot nu toe van Preston Sturges zag en daaronder vallen Sullivan's Travels en The Palm Beach Story. De reden waarom deze er net iets boven uit schiet is dat hier Sturges de meest perfecte vorm lijkt te vinden voor zijn sterke kanten: onzinnige, maar kleurrijke dialogen; vermakelijke hoofdpersonages ondersteund door bijrollen waarvoor de term "excentriek" een understatement lijkt; een hoog tempo; een plot dat nergens op slaat, maar niettemin goed uitgewerkt wordt en een enorme grapdichtheid. De beste screwball comedies razen voorbij als een stormwind en gaan voluit in hun presentatie van een wereld waarin iedereen volstrekt waanzinnig is en The Lady Eve is één van de beste voorbeelden. Dit blijkt nog wel het meest uit het feit dat Sturges hier weg weet te komen met ontwikkelen die iedere suspencion of disbelieve zou moeten vernietigen.
Wat kun je hier nog meer over vertellen? Dit is gewoon genieten. Geen idee waarom mensen zo weinig hebben met Fonda hier. Dat hij een stijve sukkel is lijkt me duidelijk het punt en het statige en kalme dat hij als acteur altijd met zich meebrengt zou tot Once Upon a Time in the West niet zo origineel meer gebruikt worden. Stanwyck heeft hier de rol van haar leven (en dat zeg ik ondanks dat ik meteen na deze Double Indemnity weer eens zag). En wat een bijrollen. Eugene Pallette zit meestal wel in de films van Sturges en is echt een persoonlijke favoriet geworden. Zijn introductie, zingend de trap af, is wellicht het grappigste moment uit Sturges oeuvre.
Het moet ook gezegd worden dat Sturges visuele humor beter doet dan de andere regisseurs van screwball. Daarmee bedoel ik niet alleen de befaamde slapstickmomenten die Starbright Boy terecht aanhaalde (en die nog eens extra leuk zijn door de one-liners die Eugene Pallette er vaak achteraan gooit), maar ook creatieve momenten zoals Stanwyck die Fonda bespiedt met haar spiegel en meer van dat soort dingen.
Screwball op zijn best. En daarmee komedie op zijn best.
4*
Lady from Shanghai, The (1947)
Zelden zo'n onevenwichtig stukje film gezien. Het ene moment is de film magistraal, het ander moment is het gewoonweg afgrijselijk. Dat ik de film dus niet echt goed kan noemen moge duidelijk zijn; het is meer een interessante mislukking. Het probleem ligt waarschijnlijk dan ook in vele snijwerk in deze film. Maar dat verklaart dan niet waarom de dialogen zo ongeloofelijk slecht overkomen in deze film. Het lijkt nooit alsof de acteurs op elkaar reageren. De teksten die ze uitspreken volgen elkaar wel kloppend op, maar het komt er niet overtuigend uit. Ze reageren ook vaak te snel of zelfs al door elkaar heen.
De montage is ook vaak een rommeltje en komt over alsof de editor soms maar wat deed. De cinematografie daarentegen is dan weer briljant. De acteerprestaties vond ik matig; ook van Hayworth en Welles eerlijk gezegd, terwijl ik hen in andere films wel kan waarderen. Het eerste half uur van de film behoort tot het slechtste en minst boeiende stukje cinema dat ik ooit zag. De finale is dan weer geniaal. Het verhaal intrigeert, maar komt lang niet overal uit de verf en is soms nauwelijks te volgen.
Al die tegenstellingen zorgen ervoor dat ik niet verder kom dan 2,5*, toch vooral dankzij de vele visuele vondsten. Maar dit is zo'n zeldzaam geval waarvan ik blij ben dat er een remake komt. Hier zit een meesterwerk in, maar (dankzij de studio?) komt het er zeker niet uit.
Lady Vanishes, The (1979)
Dit is een zeer gemakzuchtige remake. Op een paar kleine wijzigingen na is dit een exacte kopie van Hitchcocks' meesterwerk. Het is dan ook zo dat alles wat goed is aan deze film rechtstreeks uit de versie van Hitch komt. Verwacht dus al geen verrassingen als je het origineel al kent. De wijzigingen die gemaakt zijn zijn eigenlijk nergens beter dan in de andere versie. Met uitzondering van het feit dat de verdwenen Lady hier geen echte spion blijkt te zijn. Dit is iets geloofwaardiger.
Levert deze versie dan een goed alternatief voor degene die het origineel niet gezien hebben en niet willen zien om wat voor reden dan ook? Nee! Deze film deed me erg goed beseffen hoe sterk Hitchcocks' regie was. De camera brengt alles veel zorgvuldiger in beeld dan je op het eerste gezicht denkt. Als je deze op ongeïnspireerde wijze geregiseerde film ziet zul je weten wat ik bedoel. Ook de vechtscène in het bagageruim is hier erg knullig. De vijand wacht hier te duidelijk met aanvallen zodat de twee hoofdfiguren opmerkingen kunnen maken of flauwe trukjes kunnen uitproberen. Zo zijn er wel meer knulligheden.
De acteurs zijn ook lang niet zo goed hier. Cybill Shepherd is zelfs vreselijk slecht en spreekt alle zinnen duidelijk ingestudeert uit. Gould en Lom proberen er iets van te maken, maar het wil maar niet lukken. Lansbury doet gewoon wat ze moet doen. Het plezier dat de acteurs in het origineel leken te hebben ontbreekt hier, net als elke vorm van chemie. Alleen de twee Britten weten wel een beetje het niveau van de andere versie te halen, maar doen dit wel met precies dezelfde grappen.
2 sterren. Ga liever het origineel kijken!
Land before Time, The (1988)
Alternatieve titel: Platvoet en Zijn Vriendjes
Films herzien die je als kind geweldig vond... Het blijft een riskante onderneming.
The Land Before Time was echt een favoriet in mijn jongste jaren. Dan bedoel ik nog de leeftijd voor 10 jaar. Op een gegeven moment liet ik hem vallen en zag ik hem nooit meer, maar toen ik in groep 3 en 4 zat was ik geobsedeerd door alles wat met dinosaurussen te maken had en dus kon deze film absoluut niets verkeerd doen.
Ik kon me ongeveer net zo veel nog wel herinneren als niet. Gek hoe sommige minuscule details blijven hangen, terwijl grotere momenten vergeten worden. Wat ik in ieder geval niet meer wist - omdat ik het nooit zo ervaren had - was dat dit een nogal, laten we zeggen, belerende toon had. Het is echt een animatiefilm voor de kleinsten, met geen knieval voor volwassenen. Op zich niets mis mee, maar ik vond het best een taaie zit nu. De eindeloze stroom aan zwaarmoedige levenslessen, ook nog een begeleid door gewichtige muziek, trok ik echt niet. Het hielp ook niet mee dat er een onuitgesproken religieus onderdeel in de film zit. Ik weet dat Don Bluth iets heeft met christelijke boodschappen en ondanks dat hij het christendom er zelf niet bij haalt wordt er erg veel gesproken over geloven. De hele routebeschrijving die de moeder aan Littlefoot achterlaat is vrij waardeloos en gaat eigenlijk gewoon uit van geloven.
Opvallend is ook hoe wisselend de animatie is. Net zo vaak is het sfeervol en gedetailleerd als opvallend vlak en lelijk. Vooral de grote actiescènes lijken wel uit een totaal andere film te komen, zo matig ogen ze. Ook zoiets dat je als klein kind niet merkt natuurlijk. Hetzelfde geldt voor de personages, als kind spreken ze tot jou, nu voelt het toch iets te veel als kindergebabbel. Niet zo mijn ding meer.
Maar moet ik nu kwaad zijn op een film omdat hij me niet meer zo aanspreekt nu ik 29 ben als toen ik 9 was? Dat lijkt me ook verkeerd. Ik weet niet zo wat ik met m'n stem aan moet. Gewoon laat ik mijn sterrenaantal reflecteren wat ik nu voor de film voel, maar nu lijkt dat wat verkeerd, omdat juist toen ik de leeftijd had waarvoor deze bedoelt is werkte hij wel degelijk. Het is dan wellicht ook hypocriet dat ik deze kinderfilm schaamteloos heel anders beoordeelt zou hebben als ik hem als kind niet al gezien had. Zo gaan die dingen. Hij stond al op 3,5* en dat is ergens wel een goede compromisstem, hoewel wat gul. Ik laat hem vooralsnog staan, maar denk wel dat The Land Before Time voortaan in mijn eigen prehistorie laat.
Lars and the Real Girl (2007)
Perfect gemaakte film waar ik niets mee kan. Lars and the Real Girl balanceert telkens op het randje van totale belachelijkheid en enorm vals sentiment. Het goede nieuws is dat het nooit aan de verkeerde kant van die balans valt, een enorme prestatie als je naar dit verhaal kijkt. Het slechte nieuws is dat het verder allemaal niet zo veel waard is. Hoe je het ook went of keert, het is allemaal te ongeloofwaardig om er iets waardevols van te maken, wat toch duidelijk geprobeerd wordt.
Ik ben niet de enige heb ik gemerkt, dus voeg mij bij de groep die het moeilijk te slikken vond dat het hele dorp meeging in Lars' fantasie. Niemand zegt er ooit iets verkeerds over als hij in de buurt is. Zijn broer confronteert hem eenmaal door te zeggen dat Bianca niet echt is, maar toevallig luistert Lars dan niet. Lekker makkelijk. En daar hebben we de reden waarom de film niet werkt. Het is allemaal lekker makkelijk. Gillespie durft niet de werkelijke complicaties die hier zouden optreden op te zoeken en in plaats daarvan maakt hij er een complete idylle van. Dus iedereen doet braaf mee met Lars, terwijl de scenariste al vrij snel een oplossing voor het probleem aankondigt in de vorm van zo'n typisch indie-film love-interest, die kennelijk niets anders om handen heeft tot het wachten tot de hoofdfiguur in haar armen belandt. Gelukkig weten we dit meteen, want stel je voor dat de kijker de gedachte krijgt dat Lars in zijn situatie zou blijven hangen.
Op een gegeven moment dreigt een duister randje, zodra Lars' fantasie donkere vormen aanneemt en hij woedend wordt op zijn pop. En wat doet meneer de regisseur: hij laat de woede alleen van extreem veraf zien of zich in een andere kamer afspelen. Typisch, deze film: alles wat naar of ongemakkelijk is ver op afstand houden, zodat we toch vooral gefocust kunnen blijven op hoe goed deze mensen zijn en wat de wereld toch fijn is. Een serieuze geestesziekte wordt hier in feite genegeerd en slechts ingezet voor wat onverdiende feel-good. Zo'n begrafenisscène kan echt niet en al helemaal niet dat Lars daar meteen aanpapt met zijn vrouwelijke collega.
Al deze nare trekken van de film vallen echter nauwelijks op, omdat de makers een zeker talent hebben om alles redelijk te schrijven en omdat ze acteurs hebben die het enigszins weten te verkopen. Misschien hebben Watson, Schneider en Clarkson nog wel de moeilijkere rollen, omdat ze bovenmenselijk geduld moeten spelen. Ze komen er meer dan mee weg en daardoor werkt de film nog enigszins. Meer gevoelsmatig dan in het hoofd, want de gedachte dat dit een enorme pak onzin is blijft hangen.
Wel opmerkelijk trouwens, dat zo'n ruwweg zes jaar geleden dit soort indies heel typisch waren en een soort minitrend vormden en nu eigenlijk zo goed als verdwenen zijn.
2,5*
Lásky Jedné Plavovlásky (1965)
Alternatieve titel: The Loves of a Blonde
Ik ben vrij verbaasd over de klassieke status van deze film en ook over de goede reacties hier. Dit is nou echt een film waarin ik het goede eigenlijk gewoon bijna niet zag.
De film is namelijk wel érg losjes. Dat er nauwelijks een verhaal in zit is niet zo erg, maar de film lijkt maar wat te doen. Er wordt niets opgebouwd, de personages worden niet uitgewerkt en de film lijkt geen enkel doel voor ogen te hebben. Ik vond de film geen moment grappig. Er zat wel een soort kluchtige humor in, maar daarin zat dan weer niet genoeg vaart en het kwam te sporadisch voor. Ik vond het ook wat verouderde humor, als zoiets bestaat natuurlijk.
Dramatisch gezien was het net ietsje interessanter, omdat ik nog wel enigzins medelijden had met de blondine, maar Forman haalt er weinig uit. De film is niet echt snijdend en om de een of andere reden krijgt het meisje het minst tekst en lijkt ze vooral een object te zijn dan toevallig tussen andere personages beland.
Daar komt nog eens bij dat de film er gewoon spuuglelijk uitziet. Het deed me zelfs denken aan beelden uit het dorpsarchief van het dorp waar ik uit kom. Het is nauwelijks nog filmisch te noemen. De acteerprestaties, het beste punt in andere Formanfilm, stellen bijzonder weinig voor. De karakters zijn zelfs voor typetjes nog niet goed uitgewerkt.
Geen idee waarom dit zo bijzonder is. Zelfs de recensies hierboven helpen mij helaas niet. De film is te vluchtig en te slap om indruk te maken.
2*
Last Airbender, The (2010)
Alternatieve titel: Airbender
Zo geef ik meer dan een jaar lang geen halve ster en zo twee binnen een week tijd.
Dit is een film waar bijna iedereen het er wel over eens lijkt te zijn dat het een ramp is en zelfs dan nog vind ik het gemiddelde opvallend hoog. The Last Airbender is een ramp op ieder mogelijk vlak. Veel zijn er voor me al op ingegaan, dus ik hoef niet harhalend in detail te treden, maar ik wil benadrukken dat al het negatieve dat je hier leest waar is en al het positieve niet, met uitzondering van dat ik de acteerprestaties van Dev Patel en Shaun Toub oké vond. Als 'oké' het grootste superlatief is dat ik gebruik in een recensie weet je met wat voor film je te maken hebt.
Ik wil toch nog een paar speciale minpunten benadrukken. Tussen alle terechte kritiek op het scenario (het is werkelijk een en al houterige uitleg en geen ruimte voor fun), het mislukte 3D (ik zag hem in 2D) en de acteurs (Nicola Peltz is een enorme ramp) lijkt men soms te vergeten te vermelden hoe lelijk The Last Airbender op zowel het audio- als visuele vlak wel niet is. De geluidseffecten lijken in sommige scènes iedere beweging met een 'BENG!' te benadrukken en de standaardmuziek is ook te nadrukkelijk aanwezig. Verder is het kleurgebruik lelijk en pakt zelfs het gebruik van een erg lange take die één gevechtsscène vastlegt niet goed uit. Het dieptepunt waren echter de sets. Ongeïnspireerde rommel die leek te komen uit b-films van de jaren '50 en '60. Vooral de Noordpoolstad was wel erg nep.
En zo kan ik nog pagina's volschrijven met plotgaten, stommiteiten, artistieke fouten en... wat niet? Erg veel zin heb ik daar verder niet in. Tot mijn eigen verbazing vond ik de serie waarop deze film gebaseert is erg leuk, zelfs al is het wat mij betreft niet het meesterwerk dat velen erin lijken te zien. De serie had stijlvolle gevechten, aansprekelijke personages, een clichéverhaal dat toch fris en gedetailleerd uitgewerkt was, een goede balans tussen humor, avontuur en zelfs drama (zelfs al was drama duidelijk de zwakste kant) en boven alles een hoop charme. Deze film is uiteindelijk niet de meest irritante of saaie film die ik ooit zag (al komt het in de buurt), maar ik moet moeite doen om er een te bedenken die levenlozer was. Ik kreeg in ieder geval niet de indruk dat er ook maar iemand was die meewerkte aan deze productie die het ook maar iets kon schelen. Shyamalan lijkt constant geslaapwandelt te hebben.
0,5*
Last Detail, The (1973)
Alternatieve titel: Hun Laatste Corvee
Leuke film die nergens verveeld. Dat is vrijwel geheel te danken aan Nicholson. Die blijft leuk in dit soort rollen, hoe vaak hij ze ook speelt. De rest van de film is ietwat eentonig, maar er valt genoeg te lachen en het einde is uitstekend. Indrukwekkend is het allemaal niet, maar wel goede avondvulling.
3,5*
Last Emperor, The (1987)
Alternatieve titel: L'Ultimo Imperatore
Ik kocht deze film in de zomer voor 3 euro, maar toen ik zag hoe lang die duurde (3,5 uur) heb ik hem een hele tijd laten liggen. Ik was hem al bijna weer vergeten toen we op school de Chinese geschiedenis ineens gingen behandelen. Gisteren dan toch eindelijk bekeken, en mijn vrees bleek terecht: deze film duurt véééééééls te lang. En dat is jammer want de Chinese geschiedenis heeft erg veel boeiend materiaal te bieden. Het is overigens schokkend om te zien hoe weinig serieuze of goede films er over het oude China te vinden zijn.
Maar weer terug naar deze film. De eerste helft in de Verboden Stad vond ik erg sterk en mooi gefilmd, maar de tweede helft kon me een stuk minder boeien. Vooral omdat het daar, ondanks het trage tempo, van de hak op de tak springt. Daarbij is dat stuk gewoon minder boeiend.
3*
Last Picture Show, The (1971)
Toch vreemd wat de tijd met herrinneringen kan doen. Ik zag The Last Picture Show vier jaar geleden al en hij is me vooral bijgebleven als licht droevige, maar vooral als een warme en nostalgische film. Bij herziening afgelopen zag ik echter iets totaal anders. Warmte is er niet veel te vinden en het beetje nostalgie leidt slechts tot bitterheid. Bovenal is licht-droevig een understatement. Als alles niet zo koel gefilmd was en er meer uitbarstingen in gezeten hadden was dit een heuse zware tragedie geweest, met meer potentie voor tranentrekkerij dan de gemiddelde soap.
Het eindresultaat is subtieler. De ultratrage film (in positieve zin) observeert zo realistisch mogelijk zijn personages en het dorpje waarin zij zich begeven. De film moet het niet van grote emotionele scènes hebben, maar van gevoelens die onderhuids worden opgewekt en de tijd nodig hebben om zich te ontwikkelen. De casting van Timothy Bottoms is hierbij essentieel. De acteur heeft geen bijzondere uitstraling en speelt zeer 'understated'. Zijn karakter doet eigenlijk vrij weinig en de paar keuzes die hij maakt vallen bijna altijd slecht uit. Dit maakt hem op een bepaalde manier de meest geschikte persoon om te volgen en de ontwikkelingen in Anarene mee te aanschouwen. Hij ziet de ontwikkelingen met lede ogen aan, maar reageert pas emotioneel als Billy sterft. En zelfs dat leidt nauwelijks naar zijn coming-off age. Het leidt slechts naar een eerst werkelijk gevoel van droefheid. Timothy Bottoms personage is dus zoals de film is. Aanschouwend, koel, maar bijna onvermogend om emoties te tonen. Vreemd genoeg maakt dit The Last Picture Show juist emotioneler. Het is vaak de contrasterende rust bij erge dingen die de film zijn kracht geven, het heeft iets berustends.
Nodeloos om te zeggen dat het wat geduld van de kijker verwacht. Wellicht was ik bij mijn eerste kijkbeurt ongeduldig en beviel het daarom niet bijzonder goed. Nu viel het me op hoe goed bijna iedere scène uitgespeelt wordt en ieder element werkelijk een bijdrage levert aan de film. Er zit geen grammetje te veel aan. En ook niet te weinig, waar deze film meer potentie voor heeft. Van de schitterend zwart-wit beelden, via de kale mise-en-scène en grote stiltes tot Ben Johnsons ongeloofelijke optreden: alles straalt een berustende triestheid uit die zelzaam is in de filmwereld. Een klein pareltje.
4*
Last Seduction, The (1994)
Is dit de ultieme femme-fatalefilm? Hoewel ik Double Indemnity nog niet gezien heb, evenals vele andere film-noirs, denk ik dat The Last Seduction een aardige kans maakt op deze titel. Fiorentino is alvast moeilijk te overtreffen.
Femme fatales zie ik graag in films, maar doordat ze vooral in film-noirs van de jaren '40 en '50 verschijnen hebben ze vaak één groot nadeel: in die tijd verplichte de hays code het nog dat het slecht af liep met slechte vrouwen (ook met mannen overigens). Dit maakte het onmogelijk voor de femme fatale om te slagen. Daarom heeft Fiorentino in deze film al een streepje voor: ze komt met haar misdaden weg. Ik ben niet zozeer het type die in films juicht voor de schurk, maar zo nu en dan maak ik een uitzondering voor personages als Fiorentino in deze film. Fijn ook dat ze de hele film een ijzingwekkende bitch blijft en voor haar plannen nooit lang uit deze rol hoeft te vallen.
Peter Berg speelt prima de jonge man die in Fiorentino's plan verzeild raakt en Pullman irriteert net niet met zijn overacting, maar wie kan deze acteurs werkelijk schelen? Dit is Fiorentino's one-woman-show wat mij betrefd.
De film wordt ook nog afemaakt door een heerlijk plot met fijne dialogen. Kleine onwaarschijnlijkheden, zoals Pullman die Fiorentino weet te vinden omdat hij ervan overtuigd is dat ze haar naam verandert heeft naar 'New York' maar dan omgekeerd, neem ik voor lief. Het is allemaal erg typisch noir en dat zie ik graag. De jazzmuziek zorgt voor het juiste gevoel. De enige zwakte van de film is de cinematografie. Niet lelijk hoor, maar gewoon ietwat te degelijk. Daar had veel meer sfeer uit gehaald kunnen worden. Wellicht komt het doordat het een tv-productie is dat de film op dit gebied niet beter is. Maar dat is de enige smet op deze verder geweldige film.
4*
Last Stand, The (2013)
The Last Stand zag ik als de eerste helft van een double-bill met A Good Day to Die Hard. Een actie-combo met in de hoofdrol twee sterren die er eigenlijk te oud voor zijn. Tot mijn verbazing kwam echter deze beter uit de verf dan de vijfde Die Hard.
Het is eigenlijk een vrij afgezaagd filmpje, al mixt het wel verschillende invloeden, van jaren '80 actie, moderne actie en zelfs wat westerngedoe (er is ook makkelijk een link te leggen met Rio Bravo), maar ondanks dat het allemaal dus niet bijster origineel is, is het wel goed uitgevoerd en is de funfactor hoog. De casting haalt de pret wat naar beneden: Whitaker speelt hier nog houteriger dan Schwarzenegger, Knoxville is barslecht, Gúzman speelt een vreselijk flauw Mexicaans stereotype en Schwarzenegger doet vooral zijn ding (wat hier wel werkt, toegegeven). Met de regie zit het echter wel goed en Kim maakt er een actiefeestje van en houdt het tempo hoog. Vooral de autoraces en de grote schoot-out in het dorp zijn toch wel erg goed.
De film onderscheidt zich te weinig om een echte uitschieter te zijn in het actiewereldje, maar ik heb me er goed mee vermaakt. Zoveel kan ik niet zeggen over A Good Day to Die Hard.
3*
Last Waltz, The (1978)
De muziek is fantastisch, daarover bestaat geen twijfel (tenzij je niet van klassieke rockmuziek houdt, maar waarom zou je dan in vredesnaam The Last Waltz willen kijken?). Dat wist ik vooraf al, niet alleen door de indrukwekkende line-up aan artiesten die meedoen, maar vooral ook omdat ik de cd-versie van The Last Waltz al kende. Die mag ik erg graag afspelen en deze film is een erg leuke toevoeging. Wel moet ik een ding toe geven: ik vind het nooit bijzonder leuk om te kijken naar muzikanten die optreden. Volgens mij ben ik de enige muziekliefhebber die dit heeft, maar ik vind mannen op een gitaar zien spelen niet half zo boeiend als ernaar te luisteren op een cd zonder beeld erbij. Een verklaring heb ik daar niet echt voor. Misschien weet ik wel te weinig van het bespelen van muziekinstrumenten af om de kunst ervan op visuele wijze te zien. Hiermee bedoel ik dat ik de genialiteit van muziek slechts kan horen, maar niet kan zien (het staat er een beetje vreemd volgens mij, het is erg moeilijk om te schrijven over hoe muziek eruit zou zien).
Een goede muziekdocumentaire staat of valt voor mij dan ook sterk bij de manier waarop de aandacht verdeelt wordt tussen optredende artiesten en randzaken. The Last Waltz heeft hier het voordeel om veel gastoptredens te hebben, want bij iedere nieuwe gast komt er toch weer wat frisse energie naar binnen. De extra interviews vond ik er wat onhandig tussendoor geplakt. Slechts een aantal ervan zijn boeiend en ik vond ze vooral te kort. Nu werd het concert tussendoor te vaak onderbroken voor een vraag van één of twee minuten. De interviews wat meer aan elkaar geknipt had waarschijnlijk beter gewerkt. Verder is er nog het afscheidsgevoel dat de film probeert over te brengen, wat nog het best werk in het laatste shot. Het geeft iets extra's aan de film. Toch is dit voor mij zeker nog geen competitie voor de documentaire Woodstock, die gewoon het totaalplaatje veel beter weet te brengen.
Leuke film om een keer gezien te hebben, dat zeker, maar in de toekomst richt ik me vooral weer op de cd.
3,5*
Låt den Rätte Komma In (2008)
Alternatieve titel: Let the Right One In
Ik hou niet zo van vampieren in films. Het zijn op een bepaalde manier wel fascinerende wezens, maar om de een of andere reden vallen de verhalen rond hen steeds weer tegen. Murnau maakte een bijzonder sfeervolle Nosferatu, maar daar houdt de genialiteit rond de cinematische bloedzuigers wel op. Zelfs Lugosi's legendarische optreden als graaf Dracula viel mij tegen. Gelukkig kunnen we Låt den Rätte Komma In binnenlaten.
Ergens is Låt den Rätte Komma In meer het verhaal van het monster van Frankenstein dan van Dracula. Dat monster (in ieder geval zoals hij geportretteerd wordt door Karloff in de klassieke filmversie) was een tragisch figuur dat opzoek was naar contact, maar door zijn gruwelijke verschijning en soms wat monsterlijke uitingen daar telkens in faalde. Dit leidde soms tot moord, al dan niet per ongeluk.
Eli is een zelfde soort wezen. Ze staat zo buiten de maatschappij dat ze zich wat ongemakkelijk rond Oskar gedraagt. Steeds meer komt ze erachter dat ze ook wel een serieuze contact wil hebben. Maar ook zij komt niet van het monster in haar af. Die blijft aanwezig omdat ze bloed nodig heeft om te overleven. Ook haar nogal gruwelijke manier om Oskar te redden van de pestkoppen is te verklaren omdat ze niet beter weet. Begrijp me niet verkeerd, die jongens verdienden het om gestrafd te worden, maar erg subtiel gebeurt het niet. Het levert wel een prachtige scène op.
Dit zal wellicht een favoriete film bij de gothics worden. Gruwel en romantiek gingen zelden zo hand in hand. Ik durf echter te beweren dat dit geen echte horrorfilm is, al beoordelen veel te veel mensen hier op MovieMeter hem wel als zodanig. Ja, er is gore. Ja, er zijn vampieren. Maar is het eng bedoelt? Het geeft een enorm ongemakkelijk gevoel, maar volgens mij is dat niet bedoelt om ons de stuipen op het lijf te jagen. Het ondersteunt het drama van het verhaal. Of beter gezegd, het verhoogt het. Ik lees hier en daar dat mensen beweren dat er schrikmomenten inzitten. Die heb ik vast gemist. Er wordt vooral gesteund op een tragisch gevoel in combinatie met een verhaal over een duistere, maar hechte vriendschap. De scène waaruit de film zijn titel ontleend is daar een prachtig voorbeeld van.
Technisch zit het ook prachtig in elkaar. Heel sfeervol gefilmd, met name de beelden in de sneeuw zijn om van te smullen. Het heeft iets warms en kils tegelijkertijd. En vergeet de mooie score ook niet. De twee hoofdrollen zijn ook bijzonder geloofwaardig. Hedebrant speelt knap een jongen die duidelijk niet geboren is met veel charisma en die al te veel tegenslag heeft gekend in zijn korte leven. Maar Leandersson is de werkelijke ontdekking hier. Ze speelt haar rol met een enthousiasme en nieuwsgierigheid van een kind, maar met een wantrouwen die meer op die van een volwassene lijkt. Zo wordt haar uiterlijk mooi gecombineert met haar werkelijke leeftijd. Ook het dierlijke van haar vampierenbestaan komt goed naar voren.
Låt den Rätte Komma In is een van de beste films van de afgelopen paar jaar. Het heeft een bepaalde soort magie in zich die we te weinig vinden in films en waar ik het gevoel bij heb dat regisseurs als Burton en Del Toro naar streven, zonder het te berijken. Het succes zit hem bovenal in de miks tussen verschillende gevoelens en tonen. De Hollywoodremake staat al in de planning. Geen idee hoe ze daar met de flink wat duistere elementen van de film om zullen gaan. Waarschijnlijk niet.
4,5*
P.S.: Is het werkelijk een spoiler dat Eli een vampier is? Dit is volgens mij toch echt gepromoot als een vampierenfilm. Voor de zekerheid heb ik echter alle verwijzingen naar vampieren maar in spoilertags gezet.
P.S.S.: Ik lees enkele berichten dat dit een jeugdfilm zou zijn. Grote onzin. Het is zelfs opvallend volwassen allemaal. Dat een film twaalfjarige hoofdfiguren heeft betekend niet dat automatisch dat de thema's ook gericht zijn op die leeftijd.
Late Quartet, A (2012)
Vooral het soort film waar ik even aan toe was. Geen meesterwerk misschien, maar ik had gisteren ineens zin in een kalme film waarin mensen klassieke muziek spelen. Je kunt zo van die buien hebben.
De verwachtingen werden ingelost. Heel speciaal is dit niet, zeker omdat de dramatische verhaallijnen vrij afgezaagd zijn en vooral gered worden door de acteurs die betrouwbaar goed zijn (hoewel Imogen Poots vrij matig is). Maar het heeft iets rustgevends, die lange vioolpartijen (hadden er meer ingemogen, zeker wat langere concerten) en koele maar mooie beelden van een winterachtig New York. Ik teken voor minder. Daarbij is Walken, die eigenlijk het meest een bijrol is van de vier, hier een erg fijne rol die een bepaalde sereniteit geeft aan het geheel. Zijn speech over zijn ontmoeting met een bekende cellist mag er zeker zijn.
Ik kan hier wel drie sterren aan kwijt.
Laurence Anyways (2012)
Ironisch: aan het begin laat Dolan Laurence in een klaslokaal kritiek leveren op Marcel Proust die zijn boeken te lang laat duren en teveel uitweidt. Het wijst op weinig zelfkennis van Dolan, want als er ooit een film was die teveel uitweidt en te lang duurt dan is het zijn Laurence Anyways. Het is bij vlagen erg sterk, maar door de lengte bijna onvermijdelijk ook geregeld gewoon zwak.
Het spreekt me in ieder geval gelukkig wel meer aan dan Les Amours Imaginaires, vooral omdat deze wat menselijker is en personages van vlees en bloed toont. Suzanne Clément, eigenlijk meer de hoofdrol dan Melvil Poupaud naar mijn gevoel, verdient 100% haar prijs in Cannes want zij speelt een moeilijke rol heel goed. Daarbij stelt de film interessante vragen bij wat het betekend om van iemand te houden en vooral in hoeverre geslacht daar een rol in speelt. Ik heb me al eens eerder afgevraagd of het mogelijk is om puur op karakter verliefd te worden, zonder dat geslacht daarbij een rol speelt. Hier zien we dus het probleem dat de twee personages qua persoonlijkheid goed op elkaar aansluiten en een mooi koppel vormen, maar dat Fred gewoon behoefte heeft aan een man als het op liefde aankomt. Een boeiend onderwerp, vaak mooi uitgewerkt. Daarnaast heeft Dolan natuurlijk een fijn oog voor visuele schoonheid, dus het is puur genieten van het camerawerk, de art-direction en de kostuums. De stilering staat ook vaak prima in dienst van het geheel.
Helaas is er dus de lengte om alles te verpesten. Dolan heeft eigenlijk gewoon veel te weinig te vertellen voor 160 minuten. 120 was waarschijnlijk al meer dan genoeg geweest. Het probleem is dat Dolan enorm veel in de herhaling valt en veel scènes op elkaar neerkwamen. Ik dacht ook gewoon heel vaak dat we bij de laatste scène zaten en dat het vervolgens toch doorgegaan werd met de film. Dolan had het geheel minstens vijf keer eerder kunnen beëindigen en op het zelfde punt kunnen uitkomen. Laurence en Fred gaan immers toch telkens om dezelfde reden uit elkaar. Om ze eenmaal weer bij elkaar te brengen is nog tot daarnaa toe, maar om dat vervolgens weer te doen vergde teveel van mijn geduld (gelukkig ook die van Fred, waardoor ze snel weer wegging). Er wordt dan ook nog eens een niet al te boeiend interview aan toegevoegd en de ontmoeting van Fred en Laurence. Wat zou Proust er van zeggen? Zelfs de stijl van Dolan gaat op een gegeven moment een beetje tegenstaan. Vooral die stukken in slow motion waar je alleen de muziek hoort begonnen na een tijdje te irriteren. Dat was nog fris in Les Amours Imaginaires, werkte aanvankelijk goed in Laurence Anyways (al voelde het soms wat onnatuurlijk aan), maar nu heb ik het wel gezien. Er zijn films die 160 minuten mogen duren, maar dit is er niet één van.
Fijn die ambitie van Dolan, maar talent betekend ook dat je weet wanneer genoeg genoeg is. Ik zie dat hij veel talent heeft, maar voor mij is het er nog niet helemaal uitgekomen. Genoeg moois gezien voor een goede score. Alleen door de fantastische trailer hoopte ik op één van de beste films van het jaar. Dat is het nu alleen omdat het vooralsnog een zwak jaar is.
Kleine 3,5*.
Lavender Hill Mob, The (1951)
Ik heb de eerste 5 minuten en daarmee geloof ik ook Audrey Hepburn's rolletje gemist. Verder geen ramp; ik wist van te voren toch niet dat ze er in zat.
Al met al vond ik het een heerlijke film om naar te kijken. Ik begin steeds meer de lol in te zien van die Ealing-komedies met Guinness. Het zijn toch wel erg Britse films die typische Britten plaatsen in duistere situaties die op een vrij koele manier gebracht worden. Erg leuk als je er van houdt. De diefstal is erg leuk bedacht en uitgevoert. Guinness ziet er uiteraard weer heel anders uit en hij vormt een prima duo met Holloway. Daarnaast zitten er enkele prachtscènes in. Met name die op de eiffeltoren is genieten. En natuurlijk een van de grappigste auto-achtervolgingen ooit, wellicht alleen voorbijgestreefd door Blues Brothers. Zelden hilarisch, maar toch altijd heel grappig, op een typisch Britse manier.
4 sterren voor dit kleine pareltje. Verdient absoluut meer kijkers. Ik meen dat hij recent op dvd verschenen was.
Op IMDB zie ik overigens dat er voor 2009 een remake in de planning staat.
Law Abiding Citizen (2009)
Vooraf verwachtte ik de zoveelste misdaadthriller die op MovieMeter goed scoorde door wat onverwachte plottwists en in zekere zin is de film dat ook wel, maar toch stijgt Law Abiding Citizen toch wel ietsjes uit boven veel soortgenoten. Niet alleen weet het goed de spanning op te bouwen en af en toe zelfs een bijzondere scène tevoorschijn te toveren (de afwisseling tussen het celloconcert en de doodstraf), maar vooral het morele spel dat er in de film gespeeld wordt kon ik zeer waarderen. Het leek aanvankelijke de zoveelste naar fascisme neigende aanklacht tegen het rechtsysteem te worden, waarin persoonlijke, moordlustige wraakactie verkozen worden boven de gelijke rechten van de mens. Niet iets waar ik op zat te wachten. Maar dan slaat de film ineens door, op een goede manier. De wraak van Butlers personage Clyde gaat een stuk verder dan verwacht en hij wordt de schurk. Daarin is het interessant dat we hem beter kunnen begrijpen dan de door Foxx gespeelde Nick. Tijdens de film zat ik met een gemixt gevoel van begrip en afkeer voor Clyde en daardoor komen de vraagstukken over slecht het er voor staat met de Amerikaanse rechtstaat meteen wat meer op scherp te staan. Dat dit tot geen echte zinnige conclusie leidt vond ik dan niet eens storend.
Wel storend is het gebrek aan een fatsoenlijk einde. De conclusie is al slap omdat dit toch echt het type film is waarin Nick er niet zo goed van af had mogen komen (oké, bijna al zijn vrienden zijn dood, maar hij en zijn gezin blijven gespaard) en Clyde's onvermijdelijke neergang had grandiozer gemogen. Het helpt ook niet dat het nergens op slaat dat Nick voor Clyde in de cel is, ondanks dat Clyde na de bom verstopt te hebben meteen naar de cel ging, terwijl Nick intussen de hele bom nog moest vinden en de koffer voorzichtig geopend moest worden. Dat slaat nergens op. Net zo min als het hele personage van de burgemeester, gespeeld door Viola Davis, die op een gegeven moment zelfs besluit de complete stad af te sluiten.
Veelgehoorde kritiek dat Clyde's plan te vergezocht zou zijn deel ik dan weer niet, omdat ik dat gewoon bij het genre vind horen en de film daarin wel zijn eigen logica vindt. Hij wordt duidelijk neergezet als een genie en hij heeft tien jaar om alles voor te bereiden. Dan vind ik zo'n tunnel onder iedere cel eerder een grappig detail van zijn perfectionisme dan van slecht schrijfwerk, hoe onwaarschijnlijk het ook is. Ik verwachtte toch geen plan dat echt uitvoerbaar was.
Ondanks de zwaktes is dit toch vooral een spannende thriller die net wat verder gaat dan de meeste films van dit soort. Butler doet het trouwens ook erg fijn, met genoeg dreiging maar ook treurigheid om zijn dubbelzijdige rol te laten werken. Jammer is dan weer de casting van Jamie Foxx, die volgens mij sinds zijn Oscaroverwinning standaard op de automatische piloot speelt.
3,5*
Lawless (2012)
John Hillcoat is veel te getalenteerd om films als deze te maken zou ik denken. Niettemin heeft hij hier iets gemaakt dat weinig eigen is; een misdaaddrama vol bloed die toch bloedeloos aanvoelt. Want het grootste probleem is dat ondanks al het doorsnijden van kelen, kogels in de buik krijgen en shots van afgesneden testikels die hotelkleedjes besmeuren het allemaal erg tam aanvoelt. Het is een hard gangsterepos qua genre, maar het voelt nooit aan als meer dan een jongensavontuur.
Een deel hiervan komt door de manier waarop het gefilmd wordt. De aankleding is prima en er zitten een aantal fantastische bosomgevingen in, maar op een bepaalde manier oogde alles te gepolijst, te gladjes voor een film als dit. Ook komt het door de cast die totaal niet op elkaar ingespeeld lijkt. Guy Pearce is zo totaal over-the-top (valt de laatste tijd sowieso erg vaak tegen, overigens) dat hij uit een andere film lijkt te komen, terwijl Hardy weer te ingetogen is om hier echt indruk te maken (ik denk dat in een wat meer realistisch aanvoelende film dit een spectaculaire performance was geweest). Shia LaBeouf is zoals altijd oké, maar zoals altijd niet meer dan dat. Jason Clarke, Jessica Chastain (in feite heel goed) en Mia Wasikowska krijgen personages die nooit driedimensionaal kunnen worden. En dan is er nog Gary Oldman, nauwelijks vijf minuten in beeld, maar zo charismatisch en zo boeiend dat je zou willen dat de film over hem ging. Of de voor mij onbekende Dane DeHaan, die niet echt een boeiend personage speelt, maar er wel iets gedenkwaardigs van maakt.
Het grootste euvel is evenwel het script, dat gewoon niet bijzonder sterk is. Het verhaal is in potentie boeiend, maar het loopt niet lekker. Het stevent af op confrontaties die maar niet lijken te komen, terwijl er veel onbelangrijke personages worden omgelegd. Intussen groeien de broertjes uit tot lokale helden, maar waarom? Ja, ze zetten zich af tegen corrupte autoriteiten, maar doen dit uit eigenbelang en met weinig charisma, dus waarom loopt iedereen zo met hen weg? De politie staat praktisch aan hun kant. Het was hopen op een knallende finale die alles goed zou maken, maar dat werd een idiote schietpartij waarin niemand dekking zoekt en niettemin elkaar voornamelijk alsnog mist en waarin zelfs alledrie de broers het overleven. Ontzettend slecht geregisseerd, waardoor ik me begon af te vragen of John Hillcoat eigenlijk wel talent had.
Dat heeft hij wel. Het zou me niets verbazen als hij ooit nog eens een meesterwerk afleverde. Maar Lawless is die film niet. Die is niet meer dan een zielloos product, een aardig wegkijkertje dat zoveel meer had kunnen zijn. Gemiste kans, dus.
2,5*
Lawrence of Arabia (1962)
Alternatieve titel: Lawrence van Arabië
Wat 2001: A Space Odyssey deed voor de ruimte doet Lawrence of Arabia hier voor de woestijnen. Ik hou van woestijnen. In films dan, want de gedachte om ook werkelijk door zo'n snikheet landschap rond te lopen is alles behalve aantrekkelijk. De woestijn heeft echter iets mystieks. Het uitgestrekte landschap met eindeloos veel zand roept een gevoel van bijna abstrate schoonheid en tegelijkertijd complete hopeloosheid op. Het lijkt erop dat Afrika de mooiste woestijnlandschappen heeft, al is het maar omdat ze het meest zanderig lijken. Alleen de ruimte en de uitgestrekte oceanen weten een zelfde gevoel op te roepen, maar woestijnen lijken door filmmakers meer om hun overweldigende kracht uitgebuit te zijn dan de ruimte en de oceanen, met dank aan de westerns vooral. De ruimte is helaas vaak slechts een simpele plaats voor actiescènes en de oceaan wordt gewoon weinig gebruikt.
Lawrence of Arabia is de ultieme woestijnfilm. Lean schiet de prachtigste beelden van de eindeloze zandvlakten en -heuvels. Mensen verschijnen als stippen aan een wazige horizon. De zon schijnt zeer fel aan de hemel. De droogte bepaald iedere stap. Ik vind dat prachtig en het is dan ook logisch dat ik stevig baalde dat het laatste anderhalf uur van de film veel te weinig van dit soort momenten bevatte en meer plotgericht was. Mijn favoriete scène is een scène waarin de woestijn echt de hoofdrol speelde. Dat is het moment waarop Lawrence terug over het Aambeeld van de Zon eist om Gasim te redden. Zo'n mooi geschoten landschappen zie je nergens anders. Nou ja, misschien bij Terence Malick, maar die filmt geen woestijnen.
De rest van de film is bijna perfect uitgevoerd, maar pakt mij beduidend minder dan de beelden. Het verhaal is interessant om te volgen en verveelde mij nooit, maar The Bridge on the River Kwai vond ik bijvoorbeeld ook weer veel interessanter op dit gebied. Ook wat personages betrefd. O'Toole overtuigde me over het algemeen wel, maar was me soms net ietsje te theatraal, alsof hij in een Shakespearestuk zat. Dit viel vooral op omdat de rest van de cast niet zo acteerde. Ik had dan ook meer binding met Omar Sharifs karakter. Claude Rains werd schaamteloos ondergebruikt, maar is toch weer sterk. En dan is er natuurlijk Alec Guinness die schijnbaar iedere rol aanneemt die op zijn pad komt. Hij is een van de weinige acteurs die er mee wegkomt om een Arabier zonder accent te spelen (behalve als hij de naam Lawrence uitspreekt). De enige slechte prestaties komen van die twee jongens die Lawrence als idool nemen. Ik weet verder ook niet of ze echt bestaan hebben, maar ik vond het onwaarschijnlijke personages.
Het moet gezegd worden dat naast de woestijnbeelden de evenwichtige karakterisatie de film tot een succes maakt. Zowel de Britten als de Arabieren worden met hun goede als slechte kanten belicht en niemand is echt gemeen of heroïsch, zoals in bijvoorbeeld Dances with Wolves wel. Oké, de Turken kregen slechts een scène en daarin waren ze slecht, maar deze film gaat niet over de Turken. Dat sommigen ook graag een evenwichtig beeld van dat volk hadden willen zien is begrijpelijk, maar ik denk dat de film dan overvol zou zijn geraakt. De Turken als mensen en hun cultuur waren voor de Arabieren en Lawrence niet zo belangrijk en daarom kunnen ze dat voor de film ook niet zijn. Dat klinkt als een zwakte, maar ik vind het een noodzakelijk compromis.
Interessant genoeg las ik op IMDB dat Anthony Quayle zijn personage, Brighton, als een idioot zag en dat Lean dit figuur als het enige eervolle personage zag. Ik zag hem aanvankelijk als een idioot, maar kreeg wel enig respect voor hem. Maar hoeveel eer valt er uit een situatie als deze eigenlijk te halen? Net als The Bridge on the River Kwai gaat deze film vooral over hoe verschillende culturen weigeren naar elkaar te luisteren, met alle gevolgen van dien. Ik vond het in Bridge net iets pakkender uitgewerkt en die film verkies ik ook boven deze, ondanks de beelden.
Dat gezegd hebbende is Lawrence of Arabia gewoon een sterk epos. Ik moet toegeven dat mijn verwachtingen niet helemaal waargemaakt werden, maar de verwachtigen lagen dan ook hoog. Alleen de beelden leverden waar ik op hoopte. Uiteindelijk is het voor mij meer een hele sterke film en geen meesterwerk, maar dat is geen schande.
4*
Le Havre (2011)
Het is al weer wat jaren geleden dat ik Man Without a Past zag. Die film greep mij toen niet, waardoor ik Kaurismaki verder genegeerd heb. Ik stond ook niet bepaald meteen in de rij bij de bioscoop om Le Havre te gaan zien, maar ik ben blij dat ik de kans toch gewaagd heb. Het is een heerlijk warme film met een duidelijk eigen stijl en een understated gevoel voor absurde humor die mij erg ligt. Dat ik Kaurismaki moet gaan herkansen is duidelijk.
Het is zoals andere al opmerkte inderdaad een sprookje. Een fabel over een modern probleem (illegale vluchtelingen) verpakt in een wereldbeeld dat van ergens rond de jaren '30 tot en met de jaren '50 lijkt te komen, zonder daarbij al te ouderwets te worden. Het geeft een vervreemdend effect. Een beetje dromerig zelfs en dat smaakt lekker. Daarbij viel het me pas naderhand op hoe ongelooflijk naïef het verhaal over simpele werklui die een Afrikaanse vluchteling helpen. Het is het type verhaal dat ik gewoonlijk bij voorbaat al te ongeloofwaardig zou vinden, maar hier werkte het compleet. Ik denk dat dit komt doordat de film een erg dunne lijn bewandelt tussen serieusheid en ironie. Het is duidelijk een komedie, maar wel eentje die wil dat je om het centrale probleem en de personages geeft. Tegelijkertijd wordt op subtiele wijze duidelijk gemaakt dat het allemaal wat absurd is (zeker in de laatste scène), maar dit is een van de weinige films waarin ironie niet de magie verstoort, maar juist ondersteund.
Een grootse film is het misschien ook weer niet, maar eigenlijk is het tegelijkertijd ook het soort film dat geshockeerd zou zijn bij de gedachte dat hij groots zou kunnen zijn. Met zijn aangename tempo, prachtige beelden, excentrieke humor en fijne acteerprestaties wist de film mij te betoveren en meer vraag ik niet van een film.
4*
P.S.: Ben ik de enige die niets snap van Beavis bericht. Dat Le Havre audiovisueel is lijkt me een inkoppertje aangezien het een film met geluid is, maar ik neem aan dat hij bedoelt dat het audiovisueel aantrekkelijk is. Maar wat ik me werkelijk afvraag is waarom dit contemplatief (eerder het tegenovergestelde?) zou zijn en waar de link met Noe ligt (waarschijnlijk de laatste regisseur waar ik aan moest denken).
Leão da Estrela, O (1947)
Alternatieve titel: The Lion of the Star
Een Portugese komedie uit de jaren '40: die zie ik niet bepaald wekelijks. Helaas bleek het een weinig unieke ervaring te zijn. Dit soort verhaallijnen zijn echt standaard in Amerikaanse screwball comedies, waar deze film sowieso erg veel op lijkt. Het enige opmerkelijke verschil is dat hier Portugees gesproken wordt en voetbal een belangrijke sport is. Verder is het geen probleem, want het is best een aardige screwball comedy, ondanks dat de grappen te onorigineel zijn om werkelijk over een topper uit het genre te spreken. Sommige situaties worden ook nauwelijks uitgebuit, zoals die man die moet komen zeggen tegen de rijke familie dat de hoofdpersoon stervende is. Daar had veel meer ingezeten. Maar ik hou wel van dit genre en vind het snel aangenaam vermaak. António Silva is ook erg geestig in zijn hoofdrol.
3*
Leatherheads (2008)
Clooney had met Leatherheads bijna het juiste recept in handen voor een sterke screwball comedy. De setting is in ieder geval juist, compleet met geweldige aankleding en mooie cinematografie die zorgen voor een warm sfeertje. De casting is sterk, met veel karakteristieke koppen en acteurs die deze vorm van komedie goed kunnen dragen waaronder natuurlijk Clooney zelf, maar ook Zellweger, die beter past dan ik verwacht had. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de film zo nu en dan goed los komt, vooral in een aantal heerlijke dialogen, zoals die bij de ontmoeting tussen Clooney en Zellweger.
Helaas is dit niet bepaald het niveau van de hele film. Sterker nog, de echt goede momenten zijn schaars en ver van elkaar verspreid over de gehele speelduur. Wat Leatherheads mist is een goed script dat verder reikt dan hier en daar een leuke dialoog. Het verhaal komt niet van de grond en weet er dan ook niet voor te zorgen dat er echt grappige ontwikkelingen zijn die de boel helemaal op hun kop zetten. In plaats daarvan zorgt het slechts voor een makke strijd tussen Clooney en Krasinski, waarbij ik gek genoeg meer sympathie voor die laatste had, ondanks dat de film hem als antagonist behandelde. Ik had zelfs het gevoel dat Zellweger meer om hem gaf dan om Clooney, al was dit kennelijk niet de bedoeling. Dat is dan ook gewoon het probleem van de film. Mooi gemaakt, maar slap uitgewerkt. Jammer, want ik had hier stiekem toch wel wat van verwacht.
2,5*
Leaves of Grass (2009)
Alternatieve titel: Double Trouble
Hoe goed de films van de Coens Brothers zijn merk je extra goed als je een film als Leaves of Grass voor je neus krijgt. Die lijkt namelijk in alles op het werk van de Coens: de humor, de accenten, de Americana, de personages, de kleurrijke dialogen, de verwijzingen naar dingen als filosofie. Alleen de stijl mist. Maar wat bij de Coens altijd moeiteloos lijkt is bij Tim Blake Nelson ineens geforceerd. Dit geldt nog het meest voor het script. Er zitten goede dialogen in, maar de twists in het verhaal voelen onhandig aan. Vooral die orthodontist (een erg flauwe John Pais), hoe hij geïntroduceerd wordt, hoe hij de link tussen Brady en de moord legt en hoe hij uiteindelijk voor nog meer lijken zorgt is zo overduidelijk geschreven dat je de schrijver kunt horen denken. Dit zorgde ervoor dat ik alles telkens al zag aankomen. En het wordt hoe langer het duurt steeds erger. Dat gedoe na de dood van Brady komt nooit natuurlijk over. Dat bezoek aan die man met die kruisboog, dat geloofde ik nooit. Het voegt ook niets anders toe dan een mogelijkheid voor verlossing van het personage van Nelson, iets wat de film niet nodig heeft.
Dat is allemaal toch jammer, want Nelson heeft wel goede ideeën. Hij schrijft leuke, vaak grappige dialogen en hoewel ik zijn gebruik van filosofie door het verhaal heen niet helemaal geslaagd vind waardeer ik de ambitie erachter. Daarnaast doet Norton het leuk in de dubbelrol en zijn ook Keri Russell, Nelson zelf en Richard Dreyfuss absoluut vermakelijk. Als de film niet zo ontspoort was tegen het einde en misschien ook wat meer gevoel voor stijl had gehad, had hier wat meer ingezeten. Nu is het niet meer dan een aardig tussendoortje.
3*
Leaving Las Vegas (1995)
Onverwacht sterke film. Deze film verteld een ijzersterk romantisch verhaal tussen twee personen waarvan je niet meteen romantiek verwacht: een alcoholist met zelfmoordplannen en een hoer. Maar Mike Figgis slaagt erin een zeer ontroerend portet te maken. De twee hoofdpersonen word briljant neergezet door Cage (hier in zijn beste rol, samen met Adaptation.) en Shue (die naast goed acteren trouwens ook erg aantrekkelijk is, wat de rol voor een keertje ook wel vereist). Er heerst ook nog eens een perfecte duistere sfeer dat alleen maar versterkt wordt door de erg sterke muziekkeuze. Af en toe sleept de film een beetje, waardoor ik hem nog net niet een supermeesterwerk vind, maar het is zeker een film die gezien mag worden.
4*
