• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.914 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.965 gebruikers
  • 9.370.105 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten The One Ring als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Så som i Himmelen (2004)

Alternatieve titel: As It Is in Heaven

Ik had hier niet meteen hoge verwachtingen van, maar zo slecht als ik hem vond had ik niet verwacht. As It Is in Heaven is een film van het ergste soort: een film die oprecht probeert over te komen maar absoluut niet zo aanvoelt. Er deugde zelfs bijzonder weinig van.

De film is vooral op dramatisch gebied gewoon te veel van het goede. De dilemma's waarmee alle personages zitten behoren uit het leven gegrepen te zijn (en dat zijn ze technisch gezien ook), maar men heeft toch duidelijk meer naar de soapvariant van het leven gekeken. Het voelde allemaal opgeblazen aan en erger nog: er zat er veel te veel van in. Met name de belachelijke manier waarop de pastoor een rol speelt in dit gebeuren en tenenkrommende moment waarop er een geestelijk gehandicapte bijgehaald wordt halen het bloed onder de nagels vandaan. De hoofdpersoon vond ik uiteindelijk ook vervelend, omdat hij als 100% perfect getoond werd.

En dan de climax: het had gewoon niet slechter gekund. Het lijkt allemaal heel diep en poëtisch, maar het komt gewoon heel slecht over. Dat het koor uit zichzelf begon te zingen kon nog net, maar dat dan ineens het publiek mee gaat doen is gewoon flauwekul. Toen die eerste man in de zaal opstond en mee ging zingen dacht ik zelfs even dat hij dat deed om de spot te drijven met het koor. Als klap op de vuurpijl krijgen we er nog een onzinnige sterfscène achteraan. Al was het beeld waarop de componist met een bebloed hoofd op het toilet zat nog interessant. Zoiets lijkt rechtstreeks uit een Lynch- of Buñuelfilm te komen. Hier heeft het nog niets te zoeken. Evenals de honderste variant op het lopen door de korenvelden in Gladiatorstijl. En geloofd er iemand hier werkelijk dat die componist alleen gaat rondfietsen vlak voor het concert en dan ook nog eens de tijd vergeet?!

Een handjevol scènes werkt en ik vond het nog wel mooi om te zien hoe de componist dat liedje wist te maken voor die vrouw die mishandelt werd. Het liedje zelf vond ik niet meteen bijzonder, maar hoe hij de inspiratie ervoor bereikte vond ik wel interessant.

As It Is in Heaven is een moeilijke film om te maken, omdat het bij een slechte uitwerking nogal snel lijkt op een film die verliefd is op zichzelf. De componist uit de film wil de haren van mensen openen en de film wil dat ook. Het werkt schijnbaar voor velen, maar ik zet liever nog eens It's a Wonderful Life op.
2*

Sabrina (1954)

Zeer degelijke romantische komedie. Het zou wat absurd zijn om dit tot de betere Wilders te rekenen, daarvoor is deze film niet origineel genoeg en zit er te weinig diepgang in. Ook vond ik het voor een komedie vaak niet bijster grappig, met maar weinig scènes die echt voor de lach gingen.

Het is meer een luchtige romantiekfilm en in die categorie slaat Sabrina geen slecht figuur. Het zijn vooral de geloofwaardige karakteruitwerking en de dialogen die er iets van maken. Vooral bijzonder was dat ik heel lang het gevoel had dat de film erop zou uitdraaien dat Hepburn met Holden zou eindigen en dat Bogart vooral een obstakel zou zijn; die uiteraard aan het einde tot inkeer zou komen, maar het ging dus om een romance tussen Bogart en Hepburn aan het einde. Toegegeven, ik moest wat aan Bogart wennen in deze rol. Het is geen voor de hand liggende casting, maar na een tijdje begon ik er toch aan op te warmen. Hij komt oud en uitgeblust over, maar dat past wel bij het personage. Holden past wat natuurlijker in zijn rol en Hepburn is gewoon getypecast. Hoe dan ook, ze leveren vooral een prettige kijkervaring op en ze weten een niet bijzonder origineel filmidee fris te maken.
3,5*

Sadie Thompson (1928)

Alternatieve titel: Regen

Eindelijk eens een oude film met Gloria Swanson gezien. Nu eigenlijk nog alleen maar bekend als die oude actrice van Sunset Blvd., maar natuurlijk een grote ster in het stomme tijdperk. Ze was een hele verschijning in haar hoogtijdagen, zo blijkt. Aan de ene kant een levendige, sexy verleidster zoals je ze alleen zag in de tijden van vóór de productiecode in de jaren '30; een echte glamoureuze sterrenrol. Aan de andere kant is het ook zeker voor die tijd een gelaagde performance. Sadie Thompson is geen eendimensionaal personage en maakt nogal een ontwikkeling door van het type dat stomme films zelden goed overbrengen, maar wat hier wel werkt, vooral door Swanson.

Echter, het moet ook gezegd worden dat ze veel hulp krijgt van de regie. Raoul Walsh ken ik vooral van zijn latere, wat meer stoere films, maar hier is hij een stuk expressionistischer en op sfeer gericht. Hij gebruikt veel schaduwen om shots van meer betekenis en kracht te voorzien, maar doet dit niet op een manier zoals latere film noirs. Vaak vooral veel schaduw in het gezicht, om bijvoorbeeld Barrymore nog boosaardiger te laten lijken of Swanson's emotionele uitdrukkingen te vergroten. Het is enorm goede beeldregie, die er ook voor zorgt dat dit als vertelling toch wel boven het niveau van de meeste stomme films ligt.

Overigens levert Walsh ook een goede acteerprestatie af als minnaar van Swanson. Walsh begon ooit als acteur in kleine rollen voor hij regisseerde, maar hij was al lang gestopt ten tijde van Sadie Thompson. Het was op verzoek van Swanson (wiens idee het ook was om dit korte verhaal te verfilmen) dat hij deze rol speelde. Dat Walsh de stoere held speelt past wel bij het imago van zijn films als regisseur, al mag hij eerst nog verlegen spelen.

Dit had zomaar gezien kunnen worden als één van de absolute meesterwerken van de periode, maar helaas is het einde van de film vergaan. De versies die nu beschikbaar zijn tonen de finale door een combinatie van stills, schaars overgebleven shots en het hergebruiken van eerdere shots in de film, aangevuld met veel tussentitels. Het hergebruiken van oude shots is een enorme vergissing; dat leidt alleen maar af. Zoals dat einde in deze vorm overkomt is het allemaal erg kort door de bocht, gemakkelijk en niet waardig aan de opbouw die vooraf ging, maar misschien was de werkelijke uitwerking subtieler. Ik had misschien ook iets meer tragisch verwacht.

Nu is het vooral een briljante film die een beetje doodvalt in de laatste akte. Jammer, het staat een echt hoge score in de weg.
Toch een dikke 3,5*

Safety Last! (1923)

Alternatieve titel: Hooger Op

Een voltreffer van Harold Lloyd. Na soms vermakelijk, maar nogal onevenwichtige talkies, korte films en een lange stomme, speelfilm van Lloyd vind ik dit de eerste echt goede film die ik van Lloyd zie en het is nu al de vraag of ik er nog een gaan zien die dit gaat overtreffen.

Nee, Lloyd is geen filmtechnische kunstenaar als Buster Keaton en zijn verhaallijnen missen de kracht (en, mocht je er behoefte aan hebben, drama) van Chaplin, maar puur gekeken naar zijn slapstickkunsten doet Lloyd niets onder voor zijn bekendere tijdsgenoten.

Het begint al leuk met al vrij snel een erg geestige scène waarin Lloyd dreigt te laat te komen op zijn werk en hij op verschillende voertuigen probeert mee te liften, wat uiteraard niet makkelijk gaat. De ritmiek van de slapstick maakt het vooral, het hoge tempo, die telkens kort tot stilstand komt door een grap, waarna het tempo onverstoord verder gaat. Knap gedaan.

De film blijft daarna ook boeiend. Net als andere Lloydfilms stelt het verhaal niets voor en is het puur functioneel, maar het lijkt wel wat meer opbouw te hebben dan zijn andere werken. De gebeurtenissen in de winkel blijven inventief genoeg om de film leuk te houden.

Dit valt allemaal echter in het niet bij de climax, waar iedereen het hier over heeft. Die is écht geniaal. Lloyd die in 20 minuten zo'n toren opklimt is werkelijk een virtuoos staaltje slapsick, stuntwerk en pure filmmagie. De lange scène is geestig, maar persoonlijk vond ik hem vooral zeer spannend (volgens mij de eerste keer dat ik mezelf betrapte op nagels bijten). Het ziet er ongeloofelijk echt uit (en het wat voor een groot deel ook echt) en met mijn hoogtevrees heb je me dan ook al snel om. Iedere verkeerde stap, ieder hinderlijk opstakel werkte mij persoonlijk op de zenuwen. Het helpt dan ook dat Lloyds personage duidelijk geen professionele klimmer was (zelfs al was Lloyd dat wel). De obstakels zijn soms ook erg leuk uitgewerkt. Met name die vervelende duif, de beroemde klok of het openslaande raam, waar Lloyd bovenop beland. En het eindigt met een waardige afsluiter, met Lloyd slingerend aan een touw, die hem precies in de armen van zijn vriendin slingert. Deze scène zou niet alleen een voorbeeld moeten zijn voor komieken, maar ook voor regisseurs van thrillers en avonturenscènes. Zo bouw je zoiets op! Gaat op mijn lijst van beste filmscènes ooit.

4*

Safety Not Guaranteed (2012)

Het uitgangspunt is leuk, met die advertentie voor tijdreizen en het is niet moeilijk om te zien dat daar een mooie indiefilm uit voort kan komen. Ik had er dan ook wel wat van verwacht, maar helaas kon Safety Not Guaranteed me nauwelijks een minuut overtuigen. Het is een oppervlakkige en verrassend clichématige film en dan ook nog eens één die denkt vol inzichten te zitten.

Alleen al op scriptniveau is dit ondermaats. Schrijver Derek Connolly kiest nogal vaak voor de gemakkelijke weg. Veel van de ontwikkelingen zag ik van mijlenver aankomen. Het gaat om geestesziekte, trauma's en gemiste kansen, maar het wordt zo flinterdun gebracht, zo nep, dat ik het gevoel kreeg dat de schrijver, regisseur en de acteurs nog nooit met zulke problemen in aanraking zijn gekomen. Het is indie op zijn meest onhebbelijk: zogenaamd gevoelig, maar op een verderlichte manier gebracht en met levenslessen voor beginners. Dat het een komedie is verklaard weinig, want zodra het verhaal bij de serieuzere onderlaag komt wordt de humor opzij gezet.

Het meest storende vond ik nog het zijplot rond de journalist, die ook gewoon doodleuk als een zijplot aanvoelt, waarmee ik wil zeggen dat ik me constant afvroeg waarom ik ernaar zat te kijken. Ik zie het thematische raakvlak wel, die ligt er dik bovenop. Net als het hoofdverhaal gaat het om het verlangen om een onbevredigend verleden een plaats te geven, maar kon het nog platter. De manier waarop uiteindelijk de journalist weer afscheid neemt van zijn oude vlam is zo vlug en met zo weinig impact dat het niet aanvoelt alsof het achteraf zo belangrijk was. Het leidt echter tot een nog slechtere scène met die Indische jongen. Die mag het verleden van journalist herleven door seks te hebben met een willekeurig meisje dat opgepikt is door de journalist. Natuurlijk zijn er knappe meisjes te over die het willen doen met een onaantrekkelijke, wereldvreemde jongens omdat diens vriend het vroeg. Dit soort ontmaagdingsscènes kom ik wel vaker tegen in films en ik vraag me altijd af waarom iemand denkt dat dit ook maar enigszins geloofwaardig is. Nog erger is dat de Indiër er daarna niet meer op terugkomt. De journalist ook niet. Erg belangrijk was het allemaal niet, kennelijk. Het houdt echter flink het hoofdplot op.

En God, kan dat hoofdplot hulp gebruiken. Aubrey Plaza heeft toegegeven een bepaald gevoel voor komische timing, maar weinig voeling met drama. Als ze haar trauma verteld lijkt het alsof we een acteerles bijwonen. Het trauma is al zo cliché als de rest van het verhaal. En dan hebben we het nog niet eens gehad over Mark Duplass, die werkelijk een enorm slechte acteerprestatie levert. Hij weet zijn personage nooit meer te maken dan een gek, iets wat het verhaal wel nodig lijkt te hebben om de suggestie te wekken dat dit iemand is die niet alleen zou kunnen tijdreizen, maar het wellicht al gedaan heeft. Duplass heeft één noot en niet meer. Het is een moeilijke rol en hij faalt. Al helpt het niet dat zijn ontroerende moment een teder liedje bij een kampvuur is. Geen cliché wordt ons bespaart. De enige scène waarin zijn personage diepgang krijgt is die met Kristen Bell, maar daar zit Duplass ironisch genoeg niet in. Het is ook problematisch dat die scène definitief de doorslag geeft dat zijn personage diepe psychologische problemen heeft. Dat zorgt ervoor dat zelfs latere suggesties dat hij haar misschien gered heeft met tijdreizen niet meer aankomen.

Uiteindelijk kon het me niet meer schelen of de tijdmachine er nou was of niet, of dat hij zou werken. Een hele prestatie, maar voordat het koppel aan het einde verdwijnt worden we zelfs getrakteerd op juichende bijrollen, die echter in het hele verhaal geen enkele binding krijgen met de situatie. Waar juichen ze om? Hoe weten ze wat er verder speelt? Goedkope feelgood die niet verdient aanvoelt.

Zoals gezegd werkt niet hier. Zelfs de regisseur, Trevor Clevorrow, lijkt niet te weten wat hij hiermee moet aanvangen, dus filmt hij alles zo standaard mogelijk, volgens het handboekje regie. Zonder visueel het verhaal kracht bij te zetten en zonder mooie shots, montage of geluid. De enige die hier nog goed uit de bus komt is Jake Johnson, die ondanks de clichés nog een volwaardig personage neerzet. Voor de rest lijken alle betrokkenen zich er wat al te makkelijk vanaf gemaakt te hebben.
1,5*

Sailor-Made Man, A (1921)

Alternatieve titel: Hou Je Roer Recht!

Ik ben de tel kwijt geraakt van de hoeveelste Lloyd-film dit is die ik zie, zeker als ik ook shorts mee tel, dus vergeef me dat ik niet al te veel over A Sailor-Made Man kan vertellen. Je krijgt wat je verwacht, zoals meestal bij die oude komieken. Lloyds eerste lange film is een van zijn meest gemiddelde. Het blijft zeer leuk vermaak, maar er zitten geen momenten in die eruit springen en hem laten behoren tot Lloyds beste werk.

3*

Sakasama no Patema (2013)

Alternatieve titel: Patema Inverted

Het is inderdaad een film die enorm op één concept steunt, al zou ik het ook weer niet slechts een gag noemen. Het idee van twee groepen mensen met een omgekeerde zwaartekracht wordt gemolken voor wat het waard is. Om de boel wat meer diepgang te geven wordt er nog wel een verhaallijn aan toegevoegd rond een totalitair regime en rond twee vaderfiguren van de hoofdpersonen die speciale dromen hebben. Beiden zijn niet origineel, maar wel goed uitgewerkt, waardoor het wel werkt.

Vooral knap is echter dat het hele zwaartekrachtidee nooit echt gaat vervelen (hoewel, toegegeven, de climax misschien tien minuten korter had kunnen zijn) en er ontzettend veel uitgehaald wordt. Het helpt misschien dat ik toch wel een bepaalde mate van hoogtevrees heb en deze film daar als geen andere op inspeelt. Vertigo is er niets bij wat dat betreft. Het houdt me bij de les. De situatie wordt echter niet alleen gebruikt voor avonturenscènes, maar helpt ook de centrale relatie op te bouwen. Geen idee hoe dit in de toekomst romantisch moet werken, overigens, maar dat terzijde.

Alleen dat die dictator zich zelf telkens mengt in de actie is wat ongeloofwaardig. Verder is dit gewoon een goed gemaakte film, met mooi kleurgebruik en enkele fraaie omgevingen. Net als bij een Ghibli is er veel oog voor detail, niet alleen in de vormgeving, maar ook in handelingen en in sfeerschepping. Het geeft het toch allemaal iets extra's mee. De personages zijn wat standaard, maar ook hier geld weer dat puur vakmanschap dat dragelijk maakt. Het is gewoon goed uitgevoerd en het werkt allemaal om een vermakelijke animatie-avonturenfilm te geven, met een extra laag voor mensen die liever niet in diepe dieptes staren.
4*

Vreemd trouwens dat de poster totaal niet het concept van de film weergeeft en aan komt zetten met een maar beperkt relevant beeld.

Salinui Chueok (2003)

Alternatieve titel: Memories of Murder

Erg goede detectivefilm. De mix tussen brede humor en serieus drama is hier vrij gewaagd en hoewel de film soms misschien wat flauw wordt, werkt de mix over het algemeen zeer goed. De moorden werden al gepleegd op een plaats waar de mogelijkheden en methoden voor onderzoek beperkt waren (let erop dat de hoofdinspecteur liftend naar de eerste crime-scène gebracht wordt; er is kennelijk geen geld voor politiewagens) en als de moordenaar dan ook nog eens geen bruikbare aanwijzingen achterlaat vervalt het geheel al snel in chaos en is de ene poging om tot een antwoord te komen nog wanhopiger en onzinniger dan de andere. En dat wordt steeds serieuzer gebracht. De film zit vol met valse verdachten, maar door daar gedenkwaardige personages en situaties omheen te verzinnen vergroot dit alleen maar het kijkplezier. Dat kind met dat verbrande gezicht is toch wel een unieke creatie. Verder ook erg sterk gespeelt en het plattelandsfeertje onderscheidt de film nog eens extra van de massa van seriemoordenaarfilms. Uitstekend.
4*

Salò o Le 120 Giornate di Sodoma (1975)

Alternatieve titel: Salò, or the 120 Days of Sodom

Zo nu en dan komt er een film voorbij waar beoordelen praktisch onmogelijk lijkt. Dit geldt eens te meer voor Salò, een ontegenzeggelijk goed gemaakte film, die shockeert, uiteindelijk toch een beetje teleurstellend is, maar waarvan dat dan weer nauwelijks kwalijk te nemen valt.

Laat ik voorop stellen dat ik niet de indruk heb dat de film gigantisch diep is. Een aanklacht tegen fascisme? Ja, maar veel lijkt Pasolini er eigenlijk niet over te zeggen te hebben. Hij wist ons op het gevaar van absolute macht, maar de vier heren hebben al vanaf scène 1 de macht en doordat daar twee uur lang geen wijziging in te zien is en de slachtoffers slechts steeds verder gemarteld worden, blijft Pasolini in een punt hangen. Het gebrek aan ontwikkeling (behalve dat de martelingen van de slachtoffers steeds erger worden) lijkt echter ook weer de bedoeling. De uitzichtloze situatie en het onvermijdelijke slechte einde, plus de niet aflatende verveling van de heren werken wel krachtig om dat ene punt dat Pasolini wil maken neer te zetten. Echter is het wel weinig punt voor twee uur.

Daarbij ontbreekt er ook enige menselijkheid. Ja, ik heb gewalgd en gegruweld tijdens het kijken. Maar dat is natuurlijk geen kunst als je mensen spijkers en stront laat eten, ze de tong afsnijd, een aantal keer verkracht, hun tepels verbrand, ze scalpeert, enzovoort, enzovoort. Het ontbreekt aan enige werkelijk medeleven van de slachtoffers als personen. De enige reden waarom ik om hun gaf was omdat ik het niemand gunde wat hun overkwam. Als personages werden ze niet uitgewerkt, wat een zwaktebod is als je een aanklacht maakt tegen fascisme. Een alternatief wordt er niet geboden. Anderzijds zorgt het gebrek aan een menselijke stem wel voor de kilheid die weer bijdraagt aan het doel van de film. Erg dubbel allemaal.

Waar het eigenlijk op neerkomt voor mij is dat de film duidelijk gemaakt is door een regisseur die weet wat hij doet, dat het geheel goed in elkaar steekt en dat de film me op een bepaalde manier wist te raken. Echter zit ik achteraf met het gevoel dat het toch allemaal wel heel erg simplistisch is. Ik begrijp dat dit onderwerp Pasolini aan het hart lag. Hij verloor immers een broer aan het fascisme en die woede en frustratie uit Pasolini met een film als deze. Erg begrijpelijk, maar ik had toch liever een filmequivalent van een intelligente argumentatie gezien dan deze variant op ongecontroleerd ruiten ingooien.
3*

Waar blijft overigens de Hollywoodremake? Lijkt me echt iets voor moraalridder Edward Zwick; met Tom Cruise, Tom Hanks, Adam Sandler en Sylvester Stallone als de vier fascisten. Wordt zeker een hit.

Salt (2010)

Wel, wat kan ik hier nu over zeggen? Het is een vrij standaard thriller die goed gemaakt is en vermaakt, maar op een bepaalde manier nooit bijzonder wordt. Dit is jammer aangezien de potentie veel groter is. Het is duidelijk de bedoeling dat we ons constant afvragen of Salt een heldin of een schurk is, maar de film wordt op een bepaalde manier nooit zo mysterieus als eigenlijk had gemoeten. Geen ramp, want de actiescènes, hoewel niet uitzonderlijk, zijn vrij goed. In ieder geval heb ik hier eindelijk weer eens een keertje niets gemerkt van die vlugge montage van kennelijk willekeurige gevechtsacties die tegenwoordig in Hollywood te vaak doorgaan voor actiescènes. Het helpt ook dat Jolie eigenlijk erg goed past in actierollen, misschien wel meer dan enige andere actrice die ik kan bedenken.

Dus het is degelijk werk, maar er zit niets in wat ik me over een jaar waarschijnlijk nog zal herinneren.

2,5*

Salvador (1986)

Oliver Stone zal nooit de boeken ingaan als een subtiele regisseur en vaak is zijn neiging om bombastische statements te maken een groot minpunt in zijn werk. Salvador is, samen met Natural Born Killers, de uitzondering. Dat Stone hier voluit gaat wordt een pluspunt.

In plaats van het veel bravere en minder interessante The Killing Fields (het was kennelijk een trend midden jaren '80: de film over westerse journalisten in dictaturen met een burgeroorlog) kon ik hier de chaos en vooral de onzekerheid die komt kijken in een land gespleten door een gewelddadige tweestrijd bijna voelen. Ruiken haast zelfs. Er zit een bepaalde ruwheid en wanhoop in de film, alsof zelfs de ergste situaties slechts een voorproefje zijn van de ellende. Ik kan niet pretenderen hoe het aanvoelt om ergens te zijn waar een hevige burgeroorlog uitbreekt en beide partijen zich van hun slechtste kant laten zien, maar deze film vangt zo ongeveer hoe ik het me voorstel. Je wilt het zweet van het beeldscherm afvegen, nadat je klaar bent met je voorhoofd.

Veel is te danken aan de energieke manier waarop Stone alles filmt, maar ook door de structuur, die erg losjes is. Je valt van het ene avontuur in het andere eigenlijk. Dat kwam de film indertijd geloof ik nog op kritiek te staan, dat de focus soms miste en alles wat hak-op-de-tak aanvoelde, maar voor mij versterkte het 't gevoel dat je zit in een land dat op losse schroeven staat. De keuze om niet een knuffelbare journalist te volgen, maar iemand die leeft alsof ieder moment zijn laatste is maakt ook veel verschil. In zekere zin wordt Boyle (de echte Boyle schreef mee aan het script) nog steeds vrij idealistisch weergegeven, maar de extreme bezieling voelt echt aan. James Woods, beter dan ooit, speelt alsof alleen de adrenaline die oorlog levert hem kan doen opleven. Dat bepaald ook voor een groot deel van de toon en het tempo van de film: dit is niet iemand die stil kan blijven zitten als hij het zou willen en iemand voor wie een appartement in New York pas werkelijk onverdraaglijk is.

Natuurlijk, Stone zou Stone niet zijn als er niet een paar speeches te veel in zaten en voor de bijrollen gebruikt hij liefst karikaturen. Echter, ondanks dat Stone hier brede stroken schetst voelt zijn film echter aan dan zijn soortgenoten, omdat Stone het gevoel goed weet weer te geven.

4*

Salvatore Giuliano (1962)

Salvatore Giuliano was duidelijk de voorloper van reportage-achtige fictiefilms over moeilijke politieke situaties, zoals The Battle of Algiers of Z, maar zelfs binnen zijn toch al taaie soort is het een erg ontoegankelijke film. Het eerste uur met name vond ik moeilijk om in te komen. Bijna geen enkel personage zit daar in meer dan één scène en het is bijna een aaneenschakeling van afrekeningen door de regering of door de maffia. De moordenaars en de slachtoffers blijven daar vaak nogal anoniem en hoewel de algemene situatie mij telkens wel duidelijk was werd het niet bepaald makkelijk om echt betrokken te raken bij de gebeurtenissen. Het helpt ook niet dat de film te pas en te onpas sprongen vooruit en achteruit in de tijd maakte. Geregeld was het moeilijk in te schatten wanneer een bepaalde scène zich precies afspeelde. Wat me er ook een beetje uithaalde was een onhandige scène waarin een oude verzetsstrijder ineens tegen de bergen begint te preken dat Sicilië moet ontwaken. Dergelijke poëtische momenten passen niet echt bij het documentaire-achtige van deze film, al heeft die wel meer gestileerde stukken.

Niettemin wordt het totaalplaatje steeds duidelijk en is de tweede helft wat sterker. Dat komt vooral doordat daar er wat meer focus ligt op bepaalde gebeurtenissen die langer duren en waarin personages ook terugkeren. Ook veel minder afrekeningen. En dan ontstaat er ineens een toch bij vlagen krachtig portret van landelijke onrust en politieke en justitiële verwarring. Meer gestileerde momenten worden achterwege gelaten en het geheel krijgt meer een "echt" gevoel. Salvatore Giuliano wordt dan ook steeds meer puzzel die uiteindelijk bevredigend in elkaar valt.

Moeilijk om hier een eindoordeel aan te verbinden. Geregeld was het echt doorbijten, maar uiteindelijk moet ik toegeven dat de film bijzonder sterk het gevoel van een land in een staat van chaos weet te vangen en ook een extreem complex beeld weet te schetsen van een verzetsstrijd en georganiseerde misdaad. Onpartijdigheid bij een verhaal als deze is moeilijk te bereiken en het is een verdienste van Salvatore Giuliano dat die dit beter klaarspeelt dan zijn latere opvolgers. Best een knappe film, maar ook een die wellicht een tweede kijkbeurt nodig heeft om compleet tot zijn recht te laten komen.

3,5*

Samâ Uôzu (2009)

Alternatieve titel: Summer Wars

Heerlijke anime.

Zoals Phoenix al aangeeft zitten er ontzettend veel dingen in die je ook in andere animes vind. Soms lijkt het wel een remix van alle beste elementen van andere films. En toch voelde het voor mij zeer fris aan. Ik vind scifi-animes vaak minder boeiend dan die in andere genres, al is het maar dat Japanners zich erin nogal eens verliezen in een wat al te groot enthousiasme voor technologie, waarin ze nogal eens verliezen in vervelend technogebabbel. Om nog maar te zwijgen over plotlijnen die soms geheel uit de hand lopen en zo grotesk worden dat het lijkt alsof de gebeurtenissen willekeurig worden.

Hier wordt het in de hand gehouden, voornamelijk dankzij de verhaallijnen die zich offline afspelen en die genoeg aandacht krijgen. De humor hier is erg leuk, het verhaal wordt goed opgebouwd, de personages zijn sympathiek, de animaties zijn mooi en er heerst een heerlijke zomerse sfeer. Zodra we dan uiteindelijk dan toch aanbelanden bij zo'n groot zwart monster die ik in meerdere animes heb gezien, er weer over-the-topgevechten komen, het lot van de wereld weer eens op het spel komt te staan en we kijken naar flitsende transformaties met veel lichteffectjes (wat hebben animes daar toch mee?) zat ik zover in de film dat dit me niet eens meer kon storen. Sterker nog ik vond het zowaar spannend, zelfs al heb ik er nooit aan getwijfeld dat alles wel goed zou komen. De toon is hier de sleutel, die wordt goed onder controle gehouden. Dat die oma een geslaagd personage was is ook een geheim wapen. De karakters zijn typetjes, maar wel zo uitgevoerd dat ik er toch wat om gaf.

Ik heb er in ieder geval een hoop plezier aan beleefd. Meer van dit soort luchtige animes zijn welkom.
4*

Samouraï, Le (1967)

Alternatieve titel: The Godson

De titel noemt hem een samouraï. In de opening van de film wordt gezegd dat er geen grotere eenzaamheid bestaat dan die van de samourai. Met misschien als uitzondering die van de tijger in het bos, natuurlijk. In alle eerlijkheid denk ik dat er iets teveel gemaakt wordt van deze titel in veel recensies hier. Costello is een samourai omdat hij eenzaam is. Wellicht ook nog omdat hij een code volgt, maar daar houdt de vergelijking ook mee op. Je hoeft namelijk geen samouraikenner te zijn (iets wat ik zeker niet ben) om te weten dat de code van Costello niet meteen overeenkomt met die van de samourais. Dus als mensen de laatste daad van Costello zien als hara kiri vermoed ik dat dit niet helemaal de bedoeling was van de film (zoals Onderhond al opmerkte, jezelf doden en je door iemand laten doden is zeker niet hetzelfde). Het is eerder het soort einde dat wel vaker voorkomt in een noir. De hoofdpersoon accepteert de toch al naderende dood om iemand anders te redden. Zijn 'zelfmoord' zorgt ervoor dat ten eerste zijn vriendinnetje niet meer ondervraagt zal worden door de politie en ten tweede dat de politie erop gewezen wordt dat de zwarte pianist een mogelijk moordslachtoffer is.

Verder is het een ietwat ingewikkeld einde, waar je zeker meerdere invalshoeken op los kunt laten. Wellicht is het ook gewoon zo dat analytisch bekeken je een ietwat kunstmatige scène overhoud, die misschien intellectueel gezien geen steek houdt. Maar het werkt wel degelijk op iedere andere mogelijke manier, met name emotioneel. Vreemd is dat mensen deze 'zelfmoord' zien als een actie die niet past bij het personage, terwijl hij het toch in zijn eigen stijl uitvoert. De manier waarop hij langzaam de aandacht naar zich toetrekt in de nachtclub, door de hoed af te geven, langzaam de rubberen handschoenen aan te doen en de kogels uit zijn pistool te halen, is prachtig. Het gaat allemaal om de vorm waarin Costello dit allemaal doet en het is om die vorm waaromheen de hele film gebouwt is.

Ga maar na, Melville's grootste plezier zit hem duidelijk in het opzetten van kleine handelingen, gebaren en omgevingsdetails die het verhaal vertellen. De spaarzame, maar gedenkwaardige dialogen worden alleen gebruikt waar het echt nodig is. Melville is uitzonderlijk geïnteresseerd in hoe je een verhaal filmisch kunt vertellen in plaats van met woorden. Niet onvergelijkbaar met Leone. Melville maakt entertainment, maar vertrouwd er terecht op dat de kijker ook wel kan invullen hoe alles in elkaar zit. Hoogstens tijdens die eindscène maakt hij het de kijker lastig. Verder blinkt de film uit in een bijzonder economische stijl, waarin alle bijzaken weggegooid worden en waarin alleen details te vinden zijn als ze een rol spelen. Daarmee wordt Le Samouraï een enorm gekunstelde film en een van de beste van zijn soort. De code van Costello draait dan ook haast meer om stijl dan om iets anders en de film legt dat vast. Het verhaal draait eigenlijk om een man die volgens zijn eigen stijl wil leveren, maar wiens stijl per ongelijk doorbroken wordt. Hij klampt zich wanhopig vast aan die stijl, maar hij komt erachter dat dit hem niet redt. De hier meerder malen genoemde kritiek dat Costello perfecter moet handelen en dat zijn acties soms dom zijn is wat mij betrefd onterecht in een film die gaat over het doorbreken van een vast stramien dat als neurotisch omschreven zou worden als Delon niet zo cool was.

De uitvoering heb ik op geen fouten kunnen betrappen. Delon heb ik wel eens te emotieloos gevonden in bepaalde rollen, maar dat is hier natuurlijk geen probleem. De bijrollen worden goed vertolkt. De jazz-muziek is heerlijk, maar het zijn nog meer de stiltes die de film maken. De sfeer is perfect, het kleurgebruik origineel en schitterend. Alles is zeer precies opgenomen. Iedere scène is een verrassing op zich. Gewoon een plezier om naar te kijken van begin tot einde, met een fijne mix tussen spanning, humor en een tikkeltje pathos voor de goede orde. Dit maakt mijn derde Melville na twee lichte tegenvallers duidelijk mijn favoriete film van hem.
4,5*

Samson and Delilah (2009)

Een verhaal over armoede vertellen aan de hand van twee ronddwalende geliefden is niet echt origineel, maar Samson and Delilah onderscheidt zich door zijn sterke uitwerking en dan met name het spaarzame geluid van dialoog (in een scène met de oudere zwerver werd gesuggereerd dat Samson zelfs een spraakgebrek heeft, wat verklaard waarom hij, in tegenstelling tot Delilah geen echte dialoog heeft). Woordeloze communicatie kan bijzonder fascinerend zijn als het goed gebracht wordt en hier werkt het schitterend. Het dagelijksleven van de aboriginals die in dergelijke kampen leven wordt dan ook geheel visueel getoond, zonder uitleg. Ook dat is niet eens echt uniek voor arthouse, maar wat vooral fijn is dat het geen registrerende film is, maar een juist wat meer gestileerde en vaak wat subjectievere film is. Dat maakt het ook wat makkelijker om op te pakken.

Het verloop van de gebeurtenissen verraste mij niet echt, maar veel van de kleine momenten zijn mooi geobserveerd, van de kerk in de gemeenschap, via Delilah's pogingen om haar kunst aan de man te brengen tot aan de erg mooie eindscènes, waarin Delilah huiselijkheid creërt met een kraan die modder stroomt en met een verdorde boom. Ik had waarschijnlijk uren kunnen kijken naar het duo die op zo'n bijna hopeloze, maar optimistische manier een bestaan opbouwde. Wel vreemd vond ik het dat de vrouwen Delilah met dikke takken begonnen te slaan na de dood van de oma, omdat Delilah volgens hun niet goed genoeg voor de oma gezorgd zou hebben, ondanks dat we tot dan toe Delilah nauwelijks iets anders hadden zien doen dan aandacht schenken aan haar grootmoeder. Het zal wel uit een overdreven angst voor de dood bij die vrouwen komen, maar het kwam wat over-the-top over allemaal.

Verder een knappe film die vooral ook weet te ontroeren.
4*

San Tiao Ren (1999)

Alternatieve titel: Away with Words

Je kunt Away With Words een experimentele film noemen. Het lijkt erop en het is op z'n minst pure arthouse. Echter, weet ik niet of Doyle hier werkelijk experimenteert of dat hij gewoon een incompetente regisseur is. Natuurlijk lijken die twee extremen wel vaker op elkaar. Niettemin kon ik nauwelijks een aanwijzing vinden dat Doyle het oog had van een regisseur.

Hij is vooral een cameraman. Hij schiet interessante plaatjes vanuit een technisch oogpunt. Opmerkelijk is echter hoe dicht het licht bij zijn werk voor Wong Kar-Wai. Is dit omdat ze dezelfde smaak hebben, omdat Doyle meer verantwoordelijk is voor het uiterlijk van Wong Kar-Wai's films dan gewoon is voor een cameraman of is het omdat Doyle niet veel originaliteit bezit? Ik weet het niet, maar juist de vergelijking met zijn bekendste regiepartner legt veel van de zwaktes bloot. Het mogen dan mooie beelden zijn, maar er zit niets achter. Weinig shots op zichzelf lijken echt een idee uit te stralen die verder reiken dan "dit ziet er te gek uit". Ze zijn emotieloos.

Minstens zo storend is dat Doyle nauwelijks bekend lijkt te zijn met het concept "montage". Er zit weinig overgang in de beelden. Ze vloeien niet lekker in elkaar over en meestal hebben ze gewoon geen relatie. Het geluid moet dan als de lijm dienen zodat je niet steeds een schok krijgt na iedere nieuwe overgang. Ik vraag me af of ik zelfs ooit een film gezien heb met zo weinig flow. Het maakt het geheel nog een stuk trager dan het al is en ik moet zeggen dat ik vooral het eerste uur bijna niet door te komen vond.

Over de inhoud wil ik niet te veel woorden vuil maken, want dit is duidelijk nooit bedoelt als een film over ideeën, laat staan met een verhaal. Dat neem ik Doyle niet al te kwalijk, maar je zou dan willen dat hij zijn personages niet van die enorm pretentieuze dingen laat zeggen. Asano heeft opvallend veel tekst in voice-over en de ironie is dat het bijna telkens gaat over hoe hij klaar is met woorden. Het ultieme excuus om niets te zeggen zou je denken, maar Doyle lijkt de eindeloze mijmeringen over taal bijzonder diep te vinden, zelfs al weet hij ze zelden te rijmen met wat er op beeld te zien is.

Vreemd echter dat in de laatste momenten er toch ineens glimpen van een betere film op te vangen zijn. In het laatste half uur zitten wat scènes die wel vloeien en zelfs een ritme kennen, zoals die in de tropische locatie. Fijn is de ietwat climactische scène waarin de drie hoofdfiguren op een bank zitten en steeds van positie verwisselen. Simplistisch in opzet, maar bijzonder geslaagd. Het hoogtepunt zit echter na de aftiteling, waar we ineens een bizarre soort clip vinden voor een oud vrouwtje dat The Message rapt, ook al door Mug opgemerkt. Dit heeft ook geen verhaal, maar voelt toch meer als een geheel aan dan de rest van de film. Je zou bijna denken dat Doyle wel degelijk kan regisseren.

Heb lang op een 0,5* gezeten, maar de laatste strekken van Away With Words bevatten toch nog wat dingen die de moeite waard zijn.

Sanatorium pod Klepsydra (1973)

Alternatieve titel: The Hourglass Sanatorium

Soms heb ik de onzinnige neiging om met overdreven superlatieven te strooien, zoals "Deze film behoort op het visuele vlak tot de absolute top van alle films". Het is een manier om aan te geven dat ik een film op dat gebied heel goed vind natuurlijk, maar als ik zo'n argument te vaak gebruik wordt het na een tijdje een beetje een loze kreet. Dus hoe moet ik The Hour-Glass Sanatorium nu prijzen, zonder de opmerking "Deze film behoort op het visuele vlak tot de absolute top van alle films" echt een loze kreet te laten worden? In ieder geval is het waar. The Night of the Hunter heb ik hier en daar wel eens de mooist geschoten film aller tijden genoemd. Zo'n statement is vrij onzinnig, aangezien het lastig of misschien zelfs onmogelijk is om verschillende vormen van schoonheid die een film kan hebben goed met elkaar te vergelijken. Na zoveel onzin, durf ik nog wel zo'n groots statement te maken: The Hour-Glass Sanatorium is visueel minstens zo goed als The Night of the Hunter (zei het op een andere manier). Die met deze opmerking wat je wilt.

Feit is in ieder geval dat op het visuele vlak er ontzettend veel te beleven is in Hour-Glass. Vanaf de eerste seconde werd ik gehypnotiseerd door de vreemde beelden. De camera probeert alles vanaf een vreemde hoek te vangen en met een wide angle lens wordt er telkens enorme diepte gecreëerd. Diepte die vaak optimaal benut wordt. De sets zijn altijd even bizar, zitten vol met details, zijn bijzonder kleurrijk en hebben veel gekke attributen (in zekere zin kun je de acteurs daartoe rekenen). De muziek is al even bevreemdend. Het is bizar dat VanRippestein hier voor mij tekst kan gebruiken als "net als het echte leven", want aan het echte leven deed The Hour-Glass Sanatorium mij bepaald niet denken (als weet ik niet in wat voor een omgeving VanRippestein woont). Wojciech Has lijkt bewust te kiezen voor een zo dromerig mogelijke aanpak, op een manier die verder gaat dan bijvoorbeeld Terry Gilliam, Tim Burton of David Lynch, al is die laatste misschien niet helemaal een goede vergelijking. Als je in dezelfde stemming komt als de film is het gewoon een unieke, schitterende ervaring, waarin iedere scène ook werkelijk een nieuwe verrassing en een nieuw hoogtepunt brengt. Van het openingsshot van de vogel gezien door een treinraam, via het bezoek aan het sanatorium (een mix tussen Tarkovsky en Charles Dickens), tot aan de onbeschrijfbare reis die daarna volgt: er is nooit een saaie minuut.

Tenzij je niet in zijn stemming kunt komen. Wordt je niet gehypnotiseerd door de sfeer dan blijft er een bizarre, onbegrijpelijke vertelling over. In alle eerlijkheid, persoonlijk begreep ik er geen zak van. Het lijkt erop dat de hoofdpersoon dingen uit zijn verleden ziet en ook uit zijn vaders verleden, maar niet alleen zoals het was, maar ook zoals het als kunnen zijn. Vervolgens wordt ook het verleden van de wereld (of alleen Polen?) erbij gehaald. Dat is wat ik er van kan maken en eerlijk gezegd snap ik zelf nauwelijks wat ik bedoel met wat ik hier schrijf. Wellicht is The Hour-Glass Sanatorium de artistieke, Poolse variant op Groundhog Day. Misschien betekend het allemaal stiekem niets en is het gewoon een gekke film. Of misschien begrijp ik het gewoon niet. Ik vermoed het laatste.

In alle eerlijkheid heeft mijn onbegrip er ook voor gezorgd dat ik bijna een week gewacht heb met het schrijven van een recensie. Ik wou wat opzoeken over mogelijke symboliek, maar ik ben daar niet aan toe gekomen. Ergens heb ik het gevoel dat de film misschien iets teveel in een eigen vacuüm zit, afgesloten van de rest van de wereld, waardoor het wellicht niet zo'n hoog cijfer verdient als ik hem geef. Anderzijds maakt dat het nu ook weer zo facinerend. Er is geen film zoals The Hour-Glass Sanatorium en alleen dat al maakt het tot verplichte kost. En wellicht tref ik later iemand die het allemaal wel vat. Of is het misschien beter om er niet teveel over te weten? De mysterie is immers een grote kracht van The Hour-Glass Sanatorium.

4,5*

Sang d'un Poète, Le (1932)

Alternatieve titel: The Blood of a Poet

Interessante film van Cocteau, waarvan ik vooral graag wilde dat hij net iets meer dan 'interessant' werd. In zijn debuut bewijst Cocteau zich een visueel zeer vindingrijk regisseur en hij heeft een aantal gekke ideeën die hij sterk weet te verfilmen. Veel special effects hier zijn gigantisch doorzichtig, maar hebben niets aan overtuigingskracht verloren. Met name de mond die plotseling op de hand van de kunstenaar verschijnt is sterk. De verbeeldingskracht van Cocteau levert een trage, maar zeer leuke eerste helft op.

De tweede helft deed me echter niet zoveel. Dat ligt waarschijnlijk deels aan mezelf, want volgens mij gaat er een hele lading symboliek langs me heen. Maar dit zat ook al in de eerste helft waar het gecompenseert wordt door interessante beeldtaal. Dit blijft grotendeels afwezig in de tweede helft. Dit zorgt ervoor dat de film dan vooral vaag blijft en niet op een interessante manier. Jammer, maar ik heb toch geen spijt dat ik dit gekeken heb.

3*

Sånger från Andra Våningen (2000)

Alternatieve titel: Songs from the Second Floor

Aparte film. Het deed me aan Tati denken, maar dan wel Tati in een onaangenaam zwartgallige bui. Veel pessimistischer dan dit worden films niet snel, denk ik. De film heeft een hoop geslaagde, surrealistische, absurde humor, wat net voorkomt dat de film ondraagelijk depressief wordt, maar het zit er akelig dicht tegenaan.

Het mag dan niet de meest aangename filmervaring zijn, indrukwekkend is het wel. Er gaan sowieso weinig films over een maatschappij die geheel uit elkaar lijkt te vallen, waar iedereen wanhopig wordt en waar elke vreugde langzaam wordt weggezogen, maar zelfs binnen deze categorie is de film indringend. De film is haast apocalyptisch qua toon, maar op een andere manier dan we van science-fiction gewend zijn. Het gekke is vooral dat het werkt. En de humor is fantastisch. Ik heb zelfs een aantal keren hardop gelachen, tussen alle alternatieve vormen van pure wanhoop door. Erg tegenstrijdige film dus, maar dat is positief.

De film krijgt 4 sterren. De indruk die hij maakte verdient een hoger cijfer, maar ik blijf met de vraag zitten of het wel werkelijk nodig is om een film zo onmenselijk depressief te maken. Ik deel het zwarte mensbeeld van de regisseur in ieder geval niet, hoe knap hij het ook verfilmd.

Sangue, O (1989)

Alternatieve titel: The Blood

Deze film doet inderdaad sterk denken aan oudere films. Niet één in het bijzonder, maar juist aan veel verschillende stromingen, van klassiek Hollywood, via neorealisme, naar de wat ruwere, politieke films van de jaren '60. Met een sterke vleug Bresson. Pedro Costa (die naar ik begrijp hierna een totaal andere stijl ontwikkelde) is verliefd op cinema en brengt op visueel vlak een eerbetoon aan waarschijnlijk alles wat hem lief was. Het doet aan van alles denken, maar niet aan het jaar 1989.

Echt werken doet het helaas nauwelijks. Het is vooral een film die het voor mij moest hebben van een dromerige sfeer die er neergezet wordt; die is tamelijk uniek. The Night of the Hunter komt er het dichtst bij in de buurt, maar zo goed als die is O Sangue nog lang niet, vooral ook omdat Costa half voor droom en half voor hauw realisme gaat, een mix die helaas nooit echt overtuigd. Vooral het realisme blijft wat zwak. Daarvoor gaan de personages te weinig leven en zitten er te veel dik aangezette momenten in, met zwaar beladen symboliek (dat bloed aan de hand aan het begin, begeleid met een flinke lading muziek, bijvoorbeeld). Ik stoorde me ook wel aan de acteurs, die op de een of andere manier niet echt in hun rol leken te zitten. Ze waren niet zozeer houterig als dat ze een afwezige indruk maakten, alsof ze met hun gedachtes ergens anders waren. Je krijgt ook een gekke mix aan acteerstijlen door dezelfde acteurs, van het minimalisme van Bresson (waar ik eerlijk is eerlijk geen groot fan van ben), naar oud-Hollywoodiaans melodramitisch overacting tot aan die gekke acteerstijl waarin acteurs bij dramatische speeches strak voor zich uit in het oneindig staren en ieder woord half-fluisteren alsof het om een pijnlijke of breekbare herinnering gaat.

De recensie lijkt wel een beschrijving van verschillende stijlen die er in de film zijn beland. O Sangue is dan ook een soort mixdrankje, maar waar een werkelijk drankje door de verschillende substanties één smaak krijgt, lukt dat hier nooit. Het verhaal of de personages doet het geen recht, in ieder geval, ook niet omdat de dialogen niet bijster goed zijn. Het is vooral boeiend als een half-geslaagde, semi-surrealistische reis door een deel van de filmgeschiedenis. Alleen dan met een serieus bedoelt verhaal, waarvan ik vermoed dat Costa er een ruw, menselijk portret in zag. Dat is het niet geworden, daarvoor is dit veel te gekunsteld en nep, terwijl als kunstwerk het de stijl niet ver genoeg doordrijft. Op basis van O Sangue is het jammer dat Costa kennelijk nooit meer geprobeerd heeft een werkelijk dromerige film te maken. Daarin lijkt hij me juist beter dan in minimalisme. Wellicht vergis ik me, want zijn latere films hebben sterke verdedigers. Ik zal eens kijken.

3*

Overigens, die dvd-verdie uit de Pakketservice heeft een extra waarin een of andere man 16 minuten lang vanuit een kladblok zijn bevindingen over O Sangue voorleest. Dit is wellicht de meest pretentieuze interpretatie die ik ooit gezien heb (en dat zegt nogal wat), waarbij hij iedere associatie die hij kan vinden noemt en het plot zo verandert (of zich gewoon fout herinnerd) dat het in zijn visie past. Bizar dat zoiets op een extra terechtkomt. Misschien is het een poging van de dvd-samenstellers om de film dieper te laten lijken dan hij is, maar ik vond het barslechte reclame.

Sanma no Aji (1962)

Alternatieve titel: An Autumn Afternoon

Hoewel dit pas mijn derde Ozu is kan ik wel al stellen dat dit precies is wat je van hem verwacht. Mensen die veelal op de grond zitten te praten en een enorme focus op familiedynamiek, waarbij juist de splitsing van een gezin centraal staat in plaats van saamhorigheid. Als je er goed over na denkt is het volgens mij best uniek dat Ozu vaak juist het langzaam uit elkaar vallen van een gezin ziet als een logische, menselijke stap, ondanks dat er een zekere band blijft bestaan. Andere regisseurs, zeker in het westen, benadrukken liever hoe een familie een eenheid blijft zelfs wanneer de kinderen het huis uit zijn.

Hoe dan ook, het is nauwelijks een geheim dat An Autumn Afternoon veel wegheeft van het veelgeprezen Late Spring, een eerdere Ozu. Tegelijkertijd heb ik hier het gevoel dat meer dan bij die voorganger of bij Tokyo Story dit plot slechts ten dele van belang is. Ja, het geeft Ozu weer een reden om de familiedynamiek weer uit de kast te halen, maar ik vond het allemaal een stuk losser dan voorheen, met een hoop zijwegen. Die andere twee films zijn strakker en weten subthema's goed in het hoofdplot te verweven, terwijl we hier soms gewoon verschillende familieleden hun gang lijken te zien gaan. Dat heeft voor- en nadelen. Het levert onder andere enkele fijne terzijdes op, zoals alle scènes waarin Chisû Ryû zich onder zijn collega's en vrienden bevindt. Deze scènes laten ook een fijn gevoel voor humor in Ozu zien. Soms waren er echter ook wat momenten die het geheel wat langdradig maakten, zoals de wat beperkte problemen van de oudste zoon. Her en der verloor het wat kracht door gebrek aan dramatische spanning.

Het gebruik van kleur is een leuke toevoeging, al was dit natuurlijk de tweede Ozu in kleur. Het ziet er allemaal mooi uit op een warme, maar simpele manier. Unieker en interessanter, in ieder geval ten opzichte van de Ozu's die ik eerder zag, vond ik dat de vrouwenrollen wat meer divers waren hier. Voorheen zag ik vooral nederige vrouwen, met af en toe een vals kreng in een bijrol. Nu zitten er ook wat meer zelfstandige of pittige vrouwen tussen, zoals de dochter die in het plot centraal staat (maar opvallend weinig schermtijd had) of de vrouw van de oudste zoon (ik weet niet wie ze is, maar de actrice acteert fenomenaal). Ik had nooit problemen met de vrouwenrollen in die eerdere films, maar vond dit ook wel verfrissend.

Al met al dus weer erg sterk. En ja, ik moet meer Ozu zien.

4*

Koos Ozu zijn titels overigens compleet willekeurig? Er zitten in ieder geval heel wat middagen (en ochtenden en avonden) in deze film.

Sans Soleil (1983)

Alternatieve titel: Sunless

Met Sans Soleil maakte ik op een gekke manier kennis. Hij was te zien op MUBI en via de smart-tv wilde ik hem zo gaan kijken. Toen ik hem echter aanzetten was er helemaal geen geluid en alles werd versneld afgespeeld. Hoorde dit zo? Een tijdje dacht ik van wel. Ik ervaarde het als een soort trip langs bijna willekeurig gekozen beelden, die echter enorm knap ritmisch gemonteerd waren en opvallend goed in elkaar overvloeiden. Toen dit echter tien minuten zo door was gegaan begon ik weer te twijfelen of ik wel naar een correcte versie zat te kijken. Ik kon me moeilijk voorstellen dat er geen geluid bij zou zitten en ook niet dat ik zo lang naar zo’n versnelde beelden zou moeten kijken. Toen zette ik het geheel op pauze en zocht even op of het inderdaad geluidloos moest zijn. Dit was niet het geval, want er hoorde op z’n minst een voice-over bij te zitten.

Hierop besloot ik de versie op tv af te sluiten en de film eens aan te zetten op mijn laptop, ook weer via MUBI. Ik kreeg meteen hier de keuze om voor een Engelse of Franse voice-over te gaan; die laatste optie kon ook met Engelse ondertiteling. Ik had net gelezen dat Chris Marker wilde dat je de film zonder ondertiteling keek en dat je moest gaan voor de taal waar je het meest comfortabel mee was. Gewoonlijk ga ik altijd voor de originele taal, maar aangezien ik veel beter ben met Engels dan Frans en Marker zelf de Engelstalige versie heeft geschreven dacht ik ditmaal maar voor de vertaling te gaan. Die is immers nog altijd onderdeel van Markers visie. Uiteindelijk bleek Sans Soleil op de laptop goed af te spelen; met geluid en een gewoon tempo.

Vanwaar deze lange introductie? Omdat het verrassend mooi aansluit bij een discussie hier in dit forum of deze film beter zou zijn met of zonder voice-over. Zoals gezegd vond ik die versnelde versie zonder enig geluid opvallend goed, door de sterke montage. Wellicht zou ik dat tempo niet volgehouden hebben door de gehele speelduur, maar op normale snelheid zou het waarschijnlijk een hypnotiserende ervaring zijn geweest, al was muziek of een andere vorm van geluid waarschijnlijk wel welkom geweest, zeker bij de dansscènes in Japan. Niettemin was ik aanvankelijk haast teleurgesteld om erachter te komen dat Sans Soleil een voice-over had. Wat kon die in vredesnaam toevoegen aan de prachtige beeldenstroom die we al hebben? Zou het niet de openheid en de vrijheid van het geheel ondermijnen?

Laat ik eerst zeggen dat in een ideale wereld gewoon konden kiezen tussen een voice-overloze versie als wel eentje met zo’n vertelstem. Ik zou op z’n minst een boeiend experiment zijn om te zien hoe goed dit overeind blijft met alleen een muzikale soundtrack op de achtergrond. Of geen geluid, waarom niet? Echter, we hebben dus wél een voice-over en ik moet zeggen dat ik daar in tegenstelling tot velen hier enorm van onder de indruk was. Knapper dan deze worden ze niet.

Het helpt natuurlijk al dat Alexandra Stewart een enorm prettige stem heeft om naar te luisteren. Ook is het een goede vondst om haar vanuit de tweede persoon de herinneringen van Marker te laten voorlezen. Marker lijkt ook te willen verhullen dat het om zijn herinneringen gaan. Hij lijkt ook absoluut zelf niet het centrum van de aandacht te willen zijn, hoe persoonlijk de voice-overs worden. Alles kan verzonnen zijn, maar het wekt nooit die indruk.

Wat de voice-over levert is in feite een masterclass in het kijken naar beelden. Bijna alles wordt van commentaar gezien. Overal zitten associaties, gedachten en herinneringen aan. Er worden tal van interpretaties los gelaten op wat er te zien is. Echter, zelden kiest Marker voor een voor-de-hand-liggende uitleg van een beeld. Sterker nog, ik dacht praktisch nooit hetzelfde bij wat ik zag als dat de voice-over vertelde. Dit komt omdat Marker stukken dieper graaft, waarschijnlijk ook omdat hij over ieder beeldje heel lang heeft nagedacht voordat hij die een plaats gaf in het geheel. De toon wordt al gezet in het eerste shot. Dat is een kort beeld van drie meisjes die door IJsland lopen. Op zich niets bijzonder, maar Marker beweerd dit specifieke shot al lange tijd te hebben willen gebruiken in een film. Nu is dat gebeurd en hij gebruikt dat als illustratie voor zijn aanpak: het goed kijken naar beelden en ze in een breder, associatief perspectief plaatsen.

Ik vind helemaal niet dat de vrijheid van de kijker belemmerd wordt door de voice-over. Integendeel, ik vond het prikkelend. De stem van Stewart mijmert over echt een hele lading verschillende onderwerpen, maar voornamelijk over film en over verschillende culturen. Er wordt wel altijd dicht bij het beeld gebleven, zodat op z’n minst de link tussen wat we zien en waar we naar luisteren duidelijk blijft, hoe ver de interpretaties ook gaan. Ik denk niet dat Marker zijn visie wil opleggen, maar wel je aan het denken wilt zetten over film, beelden en culturen. Je merkt uit alles dat Marker puur uit eigen ervaring praat en dat hij niet de indruk wil wekken dat je die ervaring deelt, of zou moeten delen. Er zit een enorm knappe balans in tussen persoonlijk en afstandelijk. Compleet persoonlijk zou hier inderdaad drammerig zijn geweest, terwijl een te grote afstand juist het geheel irrelevant en saai had gemaakt. De mix die er nu is vind ik perfect. Een goed voorbeeld is Markers politieke visie. Je merkt duidelijk dat hij zich aan de linkerkant van het spectrum bevindt, maar zijn bespiegelingen voelen nooit aan als een pamflet en ik vermoed dat iemand met een meer stevige, rechtste visie hier ook nog genoeg uit kan halen. Wel geef ik toe dat Marker wellicht wat op mij lijkt qua manier van denken, al is dat misschien wat gewaagd om te zeggen op basis van een film.

Misschien is het wat onbegrijpelijk voor iemand die wat minder cinefiel is dan ik, maar ik vond deze film niet alleen technisch en conceptueel enorm knap, het maakte ook geregeld wat emoties los. De associaties zijn vaak ontroerend en spannend op een manier die gezien de natuur van deze documentaire niet uit te leggen valt. Zelfs humor is Marker niet vreemd. Een stukje over Pac-Man (Marker is fan, jawel) wordt afgesloten met een voice-over die iets zegt over de dood met een shot waarin Pac-Man het loodje legt. Vervolgens snijdt Marker naar beelden van de begrafenis van een kat in Japan. Ik geef toe dat de teksten soms wat intellectueel en voor sommigen wat hoogdravend kunnen zijn, maar dat wil niet zeggen dat er geen ruimte is voor een lichte toets hier en daar.

Ik zag wel eerder films met een wat meer associatieve beeldenstroom, zoals de stadssymfonieën The Man With the Movie Camera en Berlin: Die Sinfonie der Grosstadt of dingen zoals de mooie YouTube-compilatie Life in a Day. Deze spreken me wel aan, maar Sans Soleil biedt de ultieme vorm van dit. Ook als essayfilm vind ik het een stuk sterker dan andere voorbeelden. Ik kan het niet laten om Godard hier te noemen, die echt wat kan leren van Marker, zelfs al gaan ze voor iets anders. Godard is te politiek om ooit de openheid van Marker te benaderen.

Nodeloos nog te zeggen dat ik dit een groot meesterwerk vind. Ik ben ook meteen benieuwd geworden naar de vele andere essayfilms van Marker. Het mooiste moment volgens mij: de vrouw die steeds uitdagend in de camera kijkt. Zoiets valt niet te verbeteren.

5*

Sanshô Dayû (1954)

Alternatieve titel: Sansho the Bailiff

Mijn derde Mizoguchi en zo langzamerhand begin ik me af te vragen waarom ik niet echt onder de indruk raak van zijn films. Ik zie ook wel dat hij talent heeft. De cinematografie in deze film en in Ugetsu Monogatari zijn schitterend en betoverend. Daarnaast tovert hij een aantal parels van scènes te voorschijn, zoals de scheiding tussen de moeder en de kinderen en de zelfmoord van Anju (kennelijk kan Mizoguchi goed uit de voeten met waterscènes), maar meestal vind ik het toch weinig bijzonders. Waar ligt het aan?

Hier is het probleem misschien dat het toch wel een erg simpel verhaal is met niet echt bijzondere personages. Veel meer dan een vertelling over goede personages in slechte situaties wordt het nooit, terwijl er meer uit te halen zou zijn. Neem bijvoorbeeld het moment dat Zushiô eindelijk wraak neemt op Sansho door de slavernij af te schaffen en Sansho te verbannen. Daarvoor werd gezegd dat hij dit niet zomaar kon doen, want Sansho stond onder bescherming van een hogere macht dan Zushiô. Waarom krijgt Zushiô het dan toch zo makkelijk gedaan? Daar had meer in gezeten. Ik had ook het gevoel dat Zushiôs karakterontwikkeling uit de weg gegaan werd. Zijn omslag van idealistisch naar egoïstisch gaat simpelweg door een tijdsprong naar 10 jaar later. Dat kan nog, maar om Zushiôs terugkeer aan de goede kant dan ook maar af te raffelen werkte niet zo voor mij. Aangezien de andere karakters allemaal gedefineerd worden door simpele karakterschetsen die niet ontwikkelen had in Zushiô het drama gezeten. Op zich is het niet erg dat Mizoguchi het een simpel sprookje wil laten, maar het is misschien net iets te simpel allemaal.

Toch is het verhaal niet vervelend om te volgen, vooral ook omdat ik nooit echt zeker wist hoe het zo eindigen. De enige serieuze kritiek die ik heb is dat ik Yoshiaki Hanayagi (de volwassen Zushiô) een vreselijk slechte acteur vind. Met name die scène waarin hij bij een gouverneur gaat smeken is niet om aan te zien. Dat over-the-top geschreeuw sloeg nergens op. Als ik die gouverneur was zou ik hem dan ook met zo'n gedrag ook niet binnen hebben gelaten. Hanayagi is ook een acteur die op een bepaalde manier geen sympathie bij me opwekt. Een soort onuitstaanbare uitstraling, ofzo.

Sanshô the Bailiff is niet zozeer een film die ik verschrikkelijk vond of te kijken of die ik echt slecht vond. Ik begrijp alleen zijn status als een van de grote klassiekers niet echt. Het is een vrij standaard legendevertelling, met hoogstens mooiere beelden dan gemiddeld.
3*

Saphead, The (1920)

Eens met Poisonthewell. Geen echte Keatonfilm, omdat zowel zijn stijl, zijn kijk op de wereld en grotendeels zijn humor en stunts afwezig zijn. Maar dit is dan ook geen film die door Keaton geregisseerd of bedacht is. Het beste is nog altijd Keatons acteerwerk die ook hier gewoon voor veel humor zorgt en ook die ene echte slapstickscène op de beurs is meteen een zeldzaam hoogtepunt in wat verder een ongeïnspireerde film is met ook nog eens een vrij slap plot.

2,5*

Sátántangó (1994)

Alternatieve titel: Satan's Tango

Allereerst wil ik zeggen dat ik me opgelicht voel. Meerdere berichten en zelfs een persoonlijke tip van Freud beloofde me dat de film zou openen met een half uur aan koeien en dat koeien zelfs flink veel in de film voor zouden komen. Leugens! Het openingsshot met de koeien duurt maar ongeveer 7 minuten en daarna is zo'n beest ook helemaal niet meer te zien. Ik voel me bekocht.

In plaats daarvan zou men deze film beter kunnen aanprijzen voor wat het is. Wat zien we het meest in Sátántangó? Juist: mensen die heel lang door de modder (en eventueel regen lopen). Tarr is overduidelijk geobsedeert door shots van wandelende mensen van achter of van voren geschoten. Ik vraag me af hoe lang de film zou duren als je alle shots van deze soort combineert. Wellicht een paar uur. Dus als je van films houdt waarin mensen lang door de modder lopen dan is dit de film voor jou.

En er is de lengte, de eigenschap waar Sátántangó wellicht het bekendst door is en tevens het element waarom veel mensen die geïnteresseerd zijn in een film als deze hem nog niet gezien hebben. Het is wellicht ook het beste aan de film. 7 uur kijken naar vrij domme, Hongaarse, arme mensen met een treurig bestaan klinkt misschien niet als het meest spannende dat er bestaat, maar Tarr verspilt die 7 uur niet. Met name Onderhond heeft als vaker opgemerkt dat lange films vaak hoog scoren door de lengte omdat je gewoon meer met de personages omgaat en er meer verhaal verteld kan worden. Niet onterecht misschien, maar Sátántangó gaat wel ietsje verder dan dat. Dit is geen La Meglio Gioventu, die een epoisch verhaal over een lange tijd verteld. In Sátántangó gaan er maar twee dagen voorbij en blijft de schaal klein. Belangrijker hier is dat de lengte hier echt bijdraagt aan ons gevoel voor tijd. De shots duren allemaal lang. Je volgt heel lang personages zonder dat er bij ze weggeknipt wordt. Ieder detail lijkt waargenomen te worden. Tarr lijkt hier niet eens zozeer veel te vertellen te hebben (er is nauwelijks meer plot dan in een film van 2 uur), maar wil zo gedetailleerd mogelijk laten zien hoe alles voelt.

Dit maakt het zo'n unieke en waarschijnlijk onvergetelijke ervaring. Voor zeven uur wordt je niet alleen in een andere wereld geplaatst, maar kun je ook bijna iedere stap tellen, wordt iedere adem van de dokter benadrukt, wordt ieder perspectief bekeken, etc. Puur inhoudelijk bekeken is er geen enkele reden om die shots zo lang te laten duren. Het punt is al snel duidelijk. Tevens verantwoord de film zijn totale lengte ook niet op basis van het verhaal. Het gaat echter om de ervaring. En op dat gebied zou ik de film zelfs meeslepend willen noemen, op zijn eigen manier. En onthaastend natuurlijk. Daarnaast is het ergens wel grappig dat je bij wijze van spreken een uur in slaap kan vallen en dan nog het gevoel hebben dat de personages niet bijzonder veel verder zijn gekomen Je moet het maar durven om zo'n film te maken en dan ook nog eens uit te brengen. Het is wel een film waarvoor je in de stemming moet zijn.

Eerlijk is eerlijk: ik heb deze film niet in één keer gekeken, maar in twee beurten (de eerste twee discs de ene dag, de volgende dag de laatste disc). Ergens jammer, want het liefst had ik hem meteen volledig bekeken, maar ik was te moe om te denken dat vol te kunnen houden en ik wou toch alles gezien hebben. Het deed echter weinig af aan de ervaring, ik zat er meteen weer in. Verder werd ik bij de eerste disc niet meteen gegrepen, maar de film geeft je lang de tijd om in de juiste mood te komen.

Het beste zijn toch wel de audiovisuele eigenschappen. Ik heb hier een aantal van de meest indrukwekkende shots ooit gezien. Sommige zijn al genoemd, zoals de opening met de koeien, Irimias en Petrina die door een straat lopen waar een grote lading papier rond hun voeten waait, de mist die opzet na de dood van het meisje en het claustrofobische eindshot waarin de dokter zijn huis dichttimmerd. Kunststukjes, maar een extra zwak had ik voor een scène waarin Irimias buiten een lange speech houdt voor de dorpsbewoners. Dit wordt lang vastgehouden en na de speech lopen de dorpsbewoners weg, terwijl een iemand nog iets naschreeuwt naar de barman die achterblijft. Vervolgens trekt de camera terug en blijkt dat we het hele shot bekeken vanuit een deurpost. Op een bepaalde manier sprak dat me erg aan.Het hoogtepunt is echter die lange dronken dansscène, die echt een eeuwigheid lijkt te duren, maar ondanks dat mij bijna van mijn adem beroofde. Briljant. Verder is in de film de muziek prachtig en heb ik een zwak voor films waarin weinig te horen is, met uitzondering van een aantal geluiden, zoals voetstappen, kraken in het hout en dat soort dingen.

De personages zijn ook boeiend genoeg om zo lang mee op te trekken. Ze zijn niet bijzonder aantrekkelijk of sympathiek, maar wellicht doordat we ze zo dicht op de huid zitten kon ik niet anders dan om ze geven. Tarr zelf lijkt ze vrij belachelijk te maken en behandelt het met een speciaal gevoel voor humor, maar dwingt je evengoed met ze te identificeren. De humor vond ik wel prettig. Vreemd dat Mister White beweerd dat er helemaal geen humor in zat. IMDB noemt dit een comedy en ik vind dat niet helemaal onterecht.

De gedenkwaardige momenten zijn talrijk en de ervaring is uniek. Waarom dan niet hoger dan vier sterren? Het is een twijfelgeval, ik neig naar 4,5*. Op het moment heb ik echter het gevoel het een en ander gemist te hebben. Sommige dingen kon ik totaal niet plaatsen. Waarom wilde Irimias explosieven hebben? Wat wordt er bedoelt met dat de Turken eraan komen? Volgens mij heb ik ook wat dingen gemist die voor Hongaren heel vanzelfsprekend zijn. Maakt het wat uit? Misschien niet. Sátántangó is ook zonder het verhaal compleet te grijpen vrij briljant. Die verhoging komt misschien ooit wel.

Sauve Qui Peut (la Vie) (1980)

Alternatieve titel: Every Man for Himself

Voor het grootste deel ben ik het eens met Mochizuki Rokuro hierboven. Het is een typische late Godard, maar helaas betekend dat inmiddels bijna automatisch dat het een mindere Godard is. Dit is nog één van de betere, maar echt helpen doet het niet. Het wisselt van boeiend naar stomvervelend. Voornamelijk de tweede helft, met Huppert, redt het geheel ietwat. Ik vrees echter dat ik nooit helemaal zal weten waarom Godard voor deze nieuwe stijl koos. Over het algemeen mist het emotie en bezieling. Toegegeven, dit geldt ook voor enkele van zijn vroege films, maar daar werd het gecompenseert door een duidelijk plezier in experimentatie en filmmaken. In Godards tweede periode ontbreekt dat zelfs. Toch overheerst vooral het gevoel dat ik Godards latere stijl niet begrijp. Dan heb ik het niet over de inhoud, maar meer over waarom hij het op deze manier brengt.

2,5*

Savages, The (2007)

The Savages is weer een typisch voorbeeld van een bepaald soort indiekomedie die draait om herkenbare situaties en goede acteerprestaties, maar zolang ze zo goed blijven als deze is dat uiteraard geen probleem. Het zorgt er alleen voor dat ik niet specifiek veel te vertellen heb over deze film. Je krijg goede observaties, alledaagse situaties die je of meegemaakt hebt of anders wel kunt voorstellen dat je ze zult meemaken, oprechte dramatische momenten en scherpe komische momenten, personages die echte mensen lijken en je krijgt Laura Linney en Philip Seymour Hoffman in topvorm, wat in het bijzonder veel waard is. Twee van mijn favoriete acteurs van het moment die eigenlijk nooit teleurstellen en hier weer mensen van vlees en bloed neerzetten. Zeker Linney (door wiens perspectief hier het verhaal voor het meest verteld wordt) speelt hier de rol van haar leven. Verwacht verder vooral veel rake observaties over ouder worden en verzorgingshuizen. Ik vond het een erg goede film, maar tegelijkertijd ken ik er van dit type die me meer deden.

3,5*

Sayat Nova (1969)

Alternatieve titel: The Color of Pomegranates

Met I'm Not There maakte Todd Haynes een biopic over Bob Dylan die niet het leven van de man volgde, maar meer de geest van Dylan probeerde te vangen. Deze aanpak vervreemde nogal wat mensen, maar het is nog niets in vergelijking met wat Parajanov doet met de Armeense dichter Sayat Nova. In de opening wordt al aangegeven dat het meer om de poëzie van Nova gaat, maar dan in de vorm van zijn leven en voor zover ik weet klopt dat. Ik ben totaal niet bekend met het werk van de beste man. Sterker nog, voor gisteren had ik nooit van hem gehoord en wist ik niets eens dat de originele titel van deze film een naam was. Ik weet echter niet in hoeverre meer kennis over Nova en wellicht de Armeense geschiedenis geholpen zou hebben, want om te zeggen dat deze film vaag is, is een understatement. Af en toe komt Parajanov de kijker tegemoet met een tussentitel die even aangeeft waar in het leven van Navo we ons bevinden en wat hij daarin doet. Handig. Niet dat ik er veel van terugzag in de volgende scènes, maar niettemin handig.

Het is een moeilijke film om te beoordelen. Sayat Nova is zo hermetisch afgesloten en vreemd dat het onmogelijk was voor me om er iets van een emotionele band mee te krijgen en zelfs de korte speelduur leek vrij lang, aangezien de film in mijn ogen nog al eens in herhaling viel. Tegelijkertijd kon ik het allemaal ook weer makkelijk waarderen. Dit is echt een uniek werkje dat lijkt op geen andere film die ik ooit zag (de vergelijkingen met Tarkovsky die ik hier en daar lees vind ik onzinnig; kennelijk alleen gebaseerd op dat Parajanov uit dezelfde tijd en uit hetzelfde land komt) en ik keek mijn ogen uit. Het deed me nog het meest denken aan middeleeuwse tekeningen die ik ooit zag, maar in hoeverre dat bedoelt is durf ik zo niet te raden. Er beweegt relatief weinig en de bewegingen die er zijn gaan langzaam, waardoor het sowieso al meer van afbeeldingen wegheeft. De vage openingsbeelden alleen al zijn wonderschoon en dan moet dat klooster nog komen, of de boeken, of de schapen... Niet alles vond ik even mooi en zoals gezegd herhaalt het zich nogal eens, maar niemand zal ontkennen dat het uniek is.

Enorm ontoegankelijk. Het valt mensen moeilijk te verwijten dat ze hier niet in mee kunnen gaan. Toch moet iedereen het gewoon een kans geven, want zoals iets als dit zie je niet weer.

3,5*

Scaphandre et le Papillon, Le (2007)

Alternatieve titel: The Diving Bell and the Butterfly

Biopics zijn een van de grootste trends van het afgelopen decennium geweest. Iedereen die wat voorgesteld heeft de afgelopen 100 jaar lijkt wel zijn eigen film gehad te hebben. Meestal behoren dergelijke biopics tot de meest voorspelbare films die er zijn, want ze worden vrijwel altijd op een gelijksoortige manier uitgewerkt. Bauby heeft geluk: zijn biopic heeft een andere aanpak en daarmee is het waarschijnlijk de boeiendste film van de afgelopen 10 jaar in het overvolle genre geworden (al heb ik I'm Not There tot mijn schaamte nog niet gezien).

Ongewoon voor het genre is dat Le Scaphandre et le Papillon vooral een troimf is in stijl. Het ziet er prachtig uit. De verbleedingskracht wordt met mooie zachte beelden getoond, die vooral ook opvallen door het kleurgebruik. Hoe fout het ook is om te zeggen in deze tijden van milieubewustzijn: ik kan heel lang staren naar instortende ijsbergen. Nog beter zijn de point-of-view-shots. Van mij had de hele film zo geschoten mogen worden, al pakt de afwisseling toch wel goed uit.

Dat Le Scaphandre et le Papillon draait om de kracht van de menselijke geest moge duidelijk zijn, maar dat is een onderwerp dat mij altijd fascineert, zolang het goed uitgewerkt wordt. He locked-in syndrome moet haast wel de meest verschrikkelijke aandoening zijn die je kunt krijgen. Je zou van minder al compleet gek worden. Wat deze film goed vangt is dan ook het geduld waarmee met zo'n aandoening een boek geschreven moet worden. Ik vermoedde dat de regisseur niet veel tijd zou besteden aan het telkens afgaan van het alfabet, maar tot mijn blijde verrassing deed hij dit wel. Voor sommige misschien wat saai, maar dat herhalende bracht mij extra in het gevoel van de film. En toegegeven, dat er dan altijd mooie vrouwen bij te zien zijn verzacht de pijn wat (Marie-Josée Croze, goede genade). Er zit gelukkig ook genoeg humor in.

Opvallend is dat voice-over geestig bij vlagen geestig is, maar bij zijn serieuze momenten niet zo diepgaand is als het lijkt. Ach, Bauby gaf al toe dat het geen Balzac is (niet dat ik daar ooit iets van gelezen heb) en het is oprecht. En het acteerwerk is sterk. Hoe komt het overigens dat Max Von Sydow schijnbaar de mogelijkheid heeft om in iedere film op te duiken. Telkens als je hem het minst verwacht is hij er weer. Hij heeft maar twee scènes, maar is toch weer onmisbaar.

4*

Scarface (1983)

Ik heb het kijken van deze film lang uitgesteld. Ik hou op zich wel van misdaadfilms, maar ik had nooit echt zin in Scarface. Gisteren toch bekeken. Het begint allemaal echt fantastisch. Pacino is erg charismatisch en speelt zijn rol goed. Een beetje over-the-top misschien, maar dat past wel bij het personage.

Maar zo goed als het begin was, zo rampzalig was het einde. Dat hele verhaal met Montana's zus hadden ze van mij weg mogen laten. Natuurlijk werd zijn beste vriend vermoord omdat hij viel op haar. Dat zat er dik in. Daarna volgt er een belachelijke scène waarin zij eerst Montana verleid en dan hem probeert neer te schieten. Gevolgd door een vreselijke shoot-out die past bij een jaren '80 b-film en waar Schwarzenegger op zou zijn, maar die niks te zoeken heeft in Scarface. Montana die op een neer blijft springen nadat hij tientallen kogels in zijn lichaam heeft gekregen vond ik te veel van het goede. Vreselijk slecht.

Het middenstuk had zo zijn momenten, maar ik kon daar niet constant mijn aandacht bij houden. De film duurt dan ook gewoon te lang. Twee uur was meer dan genoeg geweest. Daar komt nog eens bij dat Scarface de flair mist van een film als Goodfellas. Het voelt soms ook echt aan als een jaren '80 b-film.
3*