- Home
- The One Ring
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten The One Ring als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
I Am Not a Rock Star (2012)
Alternatieve titel: Le Rêve de Marika
Het onderwerp fascineerde me enorm, maar ondanks goede geluiden vooraf vond ik het een docu die weinig inzicht gaf. De persoon Marika Bournaki leren we niet kennen, alleen de oppervlakte. Gaaf dat ze haar zo lang hebben kunnen volgen, maar de film schiet steeds te snel naar een ander tijdstip om echt een goed beeld te krijgen. Zodra er echt iets persoonlijks aan het licht komt schieten we al meteen weer naar een paar jaar later wanneer er al weer niets meer aan de hand is. Het meest opvallende moment is als Bournaki als puber zegt dat ze niet van optreden houdt, om vervolgens snel te snijden naar de toekomst waar ze vol plezier optreed. Dat moment was een goede aanleiding om verdieping op te zoeken of op zijn minst om te zien hoe Bournaki van de ene fase naar de andere gaat. Maar nooit kreeg ik voeling met het onderwerp en Bournaki bleef een complete vreemdeling. Alsof Bobbi Jo Krals niets boeiends is tegengekomen om te vertellen.
Het zijn dan vooral de fragmenten van concerten die de boel wat moeten redden. De intensiteit van Bournaki als ze speelt is de moeite van het bekijken en beluisteren waard. Verder is er niets te beleven.
2*
Noot: Ik wist dit vooraf niet, maar de uitzending van Het Uur van de Wolf was een ingekorte versie van dik een uur. Wellicht dat die 25 extra meer diepgang boden, al lijkt dat er na een korte zoektocht niet op. Niettemin, mijn oordeel is dus gebaseerd op de versie van Het Uur van de Wolf.
I Know Where I'm Going! (1945)
Vermakelijke film, maar het is ook typisch zo'n film die ik beter wou vinden dan dat ik hem eigenlijk vond. Het is echt een erg sympathieke bedoeling, met aansprekende personages van wie je wel moet gaan houden. Toch maakte de film niet echt een emotionele impact op me. Wellicht was het plot toch wat te voorspelbaar (het is de Schotse versie van It Happened One Night). Wellicht waren er toch wat scènes die de vaart eruit halen (en de draaikolkscène is helaas flink veroudert). Ik weet het niet, maar ik vond het niet zo briljant als eigenlijk zou moeten. Misschien was ik gewoon niet in de stemming voor een feel good-film.
Wel mijn complimenten aan de acteurs die stuk voor stuk fantastisch zijn en de soms prachtige beelden die we van The Archers gewend zijn. Toch vind ik dit de minste film van de drie die ik tot nu van hen zag.
3*
I Love You Phillip Morris (2009)
Het is hier al eerder gezegd maar het is vooral de mix tussen drama en komedie die hier niet werkt. Dat Carrey in staat is om deze twee te combineren bewees hij al in The Truman Show en Man on the Moon, maar hier is het vooral de film zelf die niet lijkt te kunnen kiezen. Ik krijgen een beetje het gevoel dat de makers bang waren dat ze gezien zouden worden als homofobisch of zo als ze een volbloed komedie met homo's in de hoofdrol zouden maken, want de dramatische momenten voelen er vaak wat te veel tussen gestopt. Daarnaast moet het drama vooral komen van Ewan McGregor, die nauwelijks grappig mag zijn (waar Carrey dan weer niet dramatisch mag zijn). Zelfs voor McGregor (een acteur waar ik weinig mee heb) is dit een slappe performance. De humor die erin zit is ook nooit meer dan aardig. Sommige dingen zijn geestig, maar echt gelachen heb ik niet.
Naast de slechte mix van genres loopt het verhaal ook niet echt lekker. Het lijkt alsof de film zelf niet weet waar het allemaal naartoe gaat. Het is bijna een wonder dat de film nooit echt vervelend wordt. Carrey blijft toch wel een leuke acteur, zelfs in slap materiaal als dit. Er hangt ook een lekker zomers sfeertje in de film, die alles wat aangenamer voorbij laat gaan. Maar van het uitgangspunt had ik meer verwacht. Hoevaak durven grote studio's het immers aan om een homoseksuele komedie te maken met sterren in de homorollen? Aangezien deze film al meer dan een jaar lang uitgesteld wordt voor een release in de VS zal het nog wel lang duren voordat ze het weer proberen.
2,5*
I Walked with a Zombie (1943)
Net als Cat People is I Walked with a Zombie niet de briljante film die ik verwacht had, maar niettemin komt Tourneur hier toch weer erg ver met de sfeer. Het is moeilijk om na te gaan in hoeverre dit eng was in de jaren '40, maar nu speelt het meer als een mysterieus drama met een bovennatuurlijk randje. Het heeft wel iets, dat Jane Eyre op een tropisch eiland met voodoo. De hoogtepunten zitten wel allemaal in de tweede helft. Bijna alle sfeer (met Tourneurs bekende prachtige werk met schaduwen en licht) zitten daar, met vooral ook een knap slot.
De eerste helft is wel wat minder, zelfs vrij taai om doorheen te komen. Vond alleen dat liedje van Sir Lancelot een sterke toevoeging. Buiten dat om wordt echter de opbouw erg suf gebracht en de hele film verloor spanning van mij doordat de acteurs een wat ongeïnteresseerde indruk maken. Ze waren niet zozeer houterig, maar hadden weinig emotie, alsof de gedachtes ergens anders waren. Maakt het toch al meteen een stuk minder spannend allemaal. Daar komt nog eens bij dat dit opvallend genoeg een film is waarbij karakter wel de ontwikkeling en emoties van personages een grote rol speelt, dus je hebt toch wel betere acteurs nodig.
Niettemin, leuk om eens gezien te hebben, maar die Lewtons vallen me toch wat tegen. De echte intensiteit mist gewoon wat. Dit is ook een beetje een curiosum, met zijn voodoo en vroege gebruik van zombies (de term moet nog uitgelegd worden!). Maar wel een sfeervol curiosum.
3,5*
I'm Not There. (2007)
I'm Not There was de derde film over Bob Dylan die ik in even veel dagen zag. Ik was bang dat dit misschien overkill zou zijn, maar het tegendeel bleek waar. De vergelijking tussen de drie pakte goed uit. Deze film is ook een stuk beter te volgen als je Don't Look Back en vooral No Direction Home gezien hebt. Ik ben een groot liefhebber van Dylans liedjes, maar in zijn leven had ik me niet in het bijzonder verdiept. I'm Not There is niet bepaald het type biopic waardoor je meer over de hoofdpersoon te weten komt, wat velen hier al dan niet terecht gebruikt hebben als argument tegen de film. Persoonlijk vond ik de film wel werken. Ik ben een beetje moe van die standaard biopics die beginnen met de hoofdpersoon die terugkijkt op zijn leven die vervolgens chronologisch in beeld gebracht wordt, terwijl intussen diezelfde hoofdpersoon mooier neergezet wordt dan hij is. Dit is dan toch wat anders. Van de chronologie kon ik hier weinig volgen en Dylan wordt ook met zijn slechte eigenschappen geportretteerd. Werkt voor mij het beste.
Toegegeven, ik was niet meteen overtuigd. Aanvankelijk vond ik het onwennig dat de film schijnbaar willekeurig van verhaal naar verhaal sprong, eens te meer omdat ik nauwelijks wist waar ieder verhaal voor stond. Na een half uurtje zat ik echter in de film en liet die me niet meer los. Dylan of geen Dylan, toen ik me eraan overgaf werd I'm Not There een meeslepende film. Het gespring tussen de verhalen werkt goed om een beeld te creëren van de rumoerige jaren '60 en '70 en van het al even rumoerige leven van Dylan in die periode. Daarbij moet ik toegeven dat het hoofdthema mij bijzonder aanspreekt: een man die tegen wil en dank een volksheld wordt en absoluut niet op al die plakkaten zit te wachten die iedereen aan hem vastplakt. Bob Dylan vs. the World, een beetje. Zonder winnaar en zonder al teveel partij te kiezen voor Dylan.
Er zitten veel geweldige scènes in, met name in het verhaal met Blanchett. Het rockconcert met die machinegeweren geeft die situatie perfect weer. Leuk ook dat de anecdote met de bijl erbij gedaan is. Andere hoogtepunten hier waren de Ballad of a Thin Man-scène, het geestige momenten waarop Positively 4th Street wordt ingezet als teleurgestelde fans hun woordje over de electrische Dylan doen en een perfecte cameo voor "The Beatles", in de stijl van A Hard Day's Night. De andere verhalen waren ook zeer sterk. Veel hebben een probleem met Gere hier. Hoewel dat ook mijn minst favoriete verhaallijn was vond ik het wel werken. Ik had wel het gevoel dat er meer gedaan had kunnen worden met de Dylan die Bale representeerde. Die kwma te weinig in beeld. Vooral meer scènes van de fanatieke christen Dylan had ik wel willen zien. Toch een apart moment uit diens leven.
Van de acteurs vond ik Blanchett het best. Vreemd genoeg lijkt ze van iedereen het meest op Dylan, ondanks dat ze een vrouw is. Qua stem kwam Ben Wishaw het meest overeen. Ik had het meeste moeite om Ledger te accepteren als Dylan. Hij lijkt er niet alleen voor geen meter op, maar ook qua houding, gedrag en stem zag en hoorde ik weinig overeenkomsten. Het blijft voor mij een beperkte acteur en ik ben blij dat die scènes vooral verteld werden vanuit de geweldige Charlotte Gainsbourg, die ervoor zorgt dat ook deze scènes nog werkten. Natuurlijk lijkt Marcus Carl Franklin nog minder op Dylan, maar daar past het uiteraard beter.
Haynes is wel een van de interessantere regisseurs van het moment. Je moet het toch maar durven maken zoiets. Ik ben benieuwd wat Dylan er zelf van vond. Je zou toch raar opkijken als er zo'n film als deze over je gemaakt wordt, lijkt me, al heeft Dylan zelf toestemming gegeven. Haynes nieuwste film is helaas een tv-remake van Mildred Pierce. Ik ben benieuwd wat erna komt.
Oh ja, de film heeft ook een goede soundtrack. Natuurlijk.
4,5*
Ice Age: Continental Drift (2012)
Alternatieve titel: Ice Age 4: Continental Drift
Hoewel ik ergens nog wel een zwak heb voor de hoofdfiguren van de eerste Ice Age (maar absoluut niet voor die uit de latere delen) was ik niet van plan het vierde deel te gaan zien. Had het er wel een beetje mee gehad. Maar mijn zus nam me er mee naartoe en zo dus. Het goede nieuws? De bioscoop gaf zowaar de keuze voor de 2D-versie!
Voor de rest was het wat ik verwachtte. De reden waarom ik de Ice Age-serie zo zat was was simpelweg omdat het na drie delen ongeveer hetzelfde wel genoeg was en deel vier voegt daar niets aan toe. De humor, die toch al veel lijkt op die van veel hedendaagse animatiefilms, is intussen zo afgezaagd dat het nauwelijks nog werkt. Zelfs Scrat kwam ditmaal niet altijd uit de verf. Het hart had de serie na deel 1 al verloren en wordt wederom opgevuld door de meest clichématige poging tot drama die denkbaar is. Ik zie de interviews in de making-of al voor me waarin de makers opscheppen over hoe ze ervoor gezorgd hebben dat de film toch nog ergens over gaat en zal ontroeren dankzij de serieuze ondertoon in de relatie tussen Manny en zijn dochter en die dochter met haar beste vriend. Grote kans dat deze interviews wellicht ontroerender zijn dan de film zelf. De steeds manischer wordende actiescènes helpen ook niet echt, waarbij het ook in 2D goed te zien was waar de 3D-effecten in zijn gaan zitten. De animatie wordt steeds foto-realistischer, maar heeft daarmee juist veel charme verloren. Een cartoon werkt beter als die eruit ziet als een cartoon.
Een paar komische one-liners en andere grappen werken nog wel, evenals het personage van de oma, maar de koek is verder op. Mijn zus zal het moeilijker hebben om me naar deel 5 te krijgen.
2*
Ice Age: Dawn of the Dinosaurs (2009)
Alternatieve titel: Ice Age 3: Dawn of the Dinosaurs
De overdreven negatieve reacties van de critici zijn zwaar overdreven, al richten die zich vooral op de onoriginaliteit van de film en ik moet toegeven dat als er iets mis is met Ice Age 3 is het wel het gebrek aan originaliteit. Evenwel blijft het zeer vermakelijk en kijkt het lekker weg. Het is geen competitie voor de beste animatiefilms van de laatste jaren, zoals Coraline en Wall-E, maar pakken beter dan het werk dat Dreamworks doorgaans uitspuugt. Ice Age 3 zal me niet jaren bijblijven en ik hoef hem niet nog eens gezien, maar als puur vermaak doet het uitstekend zijn werk en meer vroeg ik niet.
Ik vind hem wel duidelijk minder dan deel 1, al is het maar omdat de frisheid wat verloren geraakt is, maar hij is wel leuker dan deel 2. Niet op de laatste plaats omdat het personage Buck ook daadwerkelijk een leuke toevoeging was. De film werd zelfs stukken vermakelijker toen hij ineens in beeld verscheen. De film heeft verder wel te lijden onder een wat te grote cast van personages, waarvan ieder ongeveer evenveel momenten moet krijgen, maar niemand echt genoeg speeltijd krijgt. Ik was toch meer een liefhebber van de driemanskudde van deel 1.
Ook voor het eerst dat ik een 3D-film zag buiten een attractiepark. Godzijdank werd het niet vooral gebruikt om dingen richting de toeschouwer te gooien (dit gebeurde slechts eenmaal), maar om een bepaalde diepte te creëeren in het beeld. Ik moet toegeven, het zag er erg mooi uit, maar ik zou het ook niet gemist hebben als het in 2D was. 4 euro extra betalen ervoor is overdreven.
3*
Ice Storm, The (1997)
Alternatieve titel: Ice Storm
De beste Ang Lee die ik tot nu toe zag (ook pas de derde). Erg mooi klein portret van twee gezinnen waarin iedereen op zoek is naar een connectie, op nogal onverstandige wijze, met alle gevolgen van dien. Ik had nog nooit van zoiets als een sleutelfeest gehoord. Waren die er echt in de jaren '70? Het zou me niets verbazen. Echt zo'n idee dat zo overduidelijk mensen zal kwetsen dat je je afvraagt waarom er ook maar iemand was die dacht dat het een goed idee was om zo'n feest te houden. Het levert in ieder geval goed filmdrama op, met telkens kleine minidramaatjes. Leuk om te zien dat bij iedere sleutel er toch telkens weer spanning naar boven komt drijven.
Persoonlijk was The Ice Storm voor mij ook vooral een film van kleine momenten. De vreemde seksuele plannen van Ricci, korte dialogen die snijden (Sigourney Weaver die bijvoorbeeld tegen Kline zegt dat hij zijn mond moet houden omdat ze al een man heeft), een jongen die springt op een bevroren springplank (een prachtscène), dat soort dingen. Tot aan het einde waren het vooral dit soort kleine momenten die de film maakten, maar had ik geen idee wat nu precies het punt was. Maar toen Kline uiteindelijk in huilen uitbarstte begreep ik wel wat hij voelde, een soort gevoel dat niet in woorden is uit te drukken. Misschien het gevoel dat hij niet had hoeven zoeken naar liefde, omdat hij al een gezin had, hoe moeilijk het daarmee soms ook te leven valt. Zie je wel dat het niet in woorden te vangen is: het klinkt nu al meteen afgezaagd. Hoe dan ook, ik vond het een sterk einde en op een bepaalde manier voelde de rest van de film niet zo los meer. Het is vrij cynisch en van een film met de titel The Ice Storm hoef je sowieso geen warm portret te verwachten, maar zoals Goongumpa hier al eerder schreef heeft het iets oprechts en is er begrip voor alle acties. Ik kon niemand haten.
4*
Ida (2013)
Half geslaagde film van Pawlikowski, die enorm teruggrijpt naar de filmstijl van onder andere Dreyer en Eisenstein (qua compositie van het frame, niet montage) en als zodanig aanvoelt als een film uit een andere tijd. Je merkt nauwelijks dat dit in 2013 gemaakt is.
In hoeverre dat een probleem is valt te bezien. Ik had hier veel meer van verwacht op basis van de sterke trailer en ik hoopte misschien stiekem op iets met de kracht en zeggenschap van een Dreyer. Dat zit hier niet in. Ondanks dat het verhaal raakt aan thema's van schuld en boete is dit eigenlijk niets anders dan een coming-of-age drama, gelinkt aan het geloof, zonder daarbij theologisch te worden. Een aankomende non wordt geconfronteerd met het kwaad in de wereld, twijfelt over het geloof, maar merkt dat het haar enige houvast is. Dat is het wel. Misschien had Pawlikowski nog iets te zeggen over de holocaust, maar door totaal geen indruk te geven rond het waarom de ouders van Ida gedood zijn door hun beschermers komt dat er niet uit.
De film werkt het beste als een odd-couple vertelling met twee sterke hoofdrollen en enkele fraaie dialogen. Daarnaast is het ook gewoon een enorm mooie film om te zien, al voelt de stijl hier vreemder aan dan bij een Dreyer. De nadruk op grote ruimtes of juist afgeschermde delen lijken vaak iets Goddelijks uit te stralen, wat prima werkt als je een spirituele film maakt, maar de inhoud ondersteund het niet. Aan de andere kant, zoiets zie ik niet elke dag, dus dat maakt dit al meer de moeite waard.
Een kleine 3,5* kan ik hier net aan kwijt. Echt indrukwekkend is het niet, maar wel boeiend en uniek genoeg.
Ideal Husband, An (1999)
An Ideal Husband is mijn eerste kennismaking met Oscar Wilde in enige vorm. Ik had begrepen dat hij bekend stond om zijn scherpe dialogen en dat alleen al trok mijn interesse. Terecht zo blijkt, want op basis van in ieder geval deze film is dat zijn sterke kant. Ik heb erg genoten van de vele kwinkslagen in deze film, evenals van gedenkwaardige observaties dat als je van jezelf houdt je een minnaar hebt voor het hele leven (ik parafraseer hier in het Nederlands, want in het Engels mag het van mij nu nog alleen maar vertoond worden als Rupert Everett het uitspreekt). De cast doet het erg leuk, met de altijd geweldige Moore en Everett voorop. Die laatste zie ik weinig, maar is me vaker als als vrij briljant opgevallen, misschien wel de ultieme droogkomische Brit.
Dus ja, ik heb me vermaakt met deze film, maar hij wel érg afhankelijk van zijn acteurs en dialogen. Het verhaal vervalt na een interessant begin in een serie vreemde plottwists en misverstanden waar nooit een oplossing voor komt die bevredigend werkt. Daarbij doet regisseur Oliver Parker hier geen enkele moeite om het niet op een theaterstuk te laten lijken. Er zijn meerdere locaties, maar buiten dat om lijkt het vaak een simpele tv-productie op visueel vlak. Parker vertrouwd het toneelstuk blindelings. Gelet op de dialogen heeft hij groot gelijk, maar uiteindelijk bleef ik toch met het gevoel achter dat ik naar niets meer had gekeken (of eigenlijk geluisterd) dan slechts een reeks one-liners. One-liners van het type waar ik van hou, maar de rest van de film hangt daarnaast in het luchtledige.
3*
Ides of March, The (2011)
The Ides of March was iets teveel de film die ik ervan verwachte, wat overigens ook de reden was dat ik hem tijdens zijn bioscooprelease niet zag, ondanks de aansprekende cast en Clooney in de regiestoel. Ik hou best van een politieke thriller op zijn tijd, maar het is toch jammer dat het allemaal zo voorspelbaar is. Is er iemand die volwassen genoeg is om dit soort film vrijwillig aan te zetten die nog niet weet dat politiek voor een deel bestaat uit zwendel achter de schermen en vervelende compromissen? Clooney lijkt iets teveel de indruk te wekken dat hij iets nieuws verteld, maar dit is wat bijna iedere politieke film verteld. Mr. Smith Goes to Washington is in 1939 al gemaakt. En In the Loop wist het een aantal jaren geleden vermakelijker te brengen.
De grootste gemiste kans is hier wel dat er gekozen is voor een seksschandaal als de zwarte kant van de idealistische politicus. Niet alleen is dit een afgezaagde keuze, het is ook zo'n beetje het minst interessante schandaal dat er rond een politiek leider kan ontstaan. Sommige zien het misschien als een afschildering van zijn onbetrouwbaarheid, maar feitelijk heeft het slapen met stagiaires niet echt iets te maken met politieke capaciteiten. Was het niet interessanter geweest als Stephen iets meer fundamenteels had ontdekt, iets dat recht tegen de idealen van Morris inging? De film doet met de huidige keuze in ieder geval niets af aan de oprechtheid van Morris wat betreft zijn idealen. Die blijven overeind, totdat Stephen hem dwingt te comprimeren met die ene senator. Vreemde keuze om zo'n sterke angel uit de film te halen. Sowieso vond ik de impact die het nieuws van het overspel op Stephen had wat overdreven. Dat hij ziet dat de campagne gevaar loopt is natuurlijk logisch (één van de beste uitspraken van de film legt uit dat je in het oog van de kiezer wel mensen de oorlog kan insturen, maar geen seks kunt hebben met stagiaires), maar hij is wel erg verbaast dat zijn held zoiets doet. Kan hij werkelijk ooit zo'n positie hebben gehaald als hij zo naïef is? Hij moet nota bene liegen voor zijn beroep.
Een ander klein dingetje is dat ik het idealisme van Morris sowieso wat overdreven is. De keuze om hem een atheïst te laten zijn snap ik nog. Zoiets kost hem automatisch veel stemmen natuurlijk, maar het is een beetje voor Morris wat de huidskleur voor Obama was: een oppervlakkige reden waarop sommige tegenstanders hem pakken, iets ongewoons voor een presidentscampagne. Maar daarna begint Morris doodleuk iedere angst van de conservatieve stemmer te prediken, waaronder het opkomen voor homoseksualiteit en het willen afschaffen van enige vorm van militaire interventie. Als je dan toch een film maakt over politieke compromissen lijkt het me duidelijk dat in deze tijd geen Amerikaanse president wegkomt met al die standpunten. Enkele misschien, maar niet zoveel.
Dit is allemaal negatief en ik ben dan ook niet bijster enthousiast, maar ik moet nog wel zeggen dat het op zich best een vermakelijk filmpje is. De dialogen zijn heerlijk en de cast is uiteraard fantastisch, met name Gosling en Hoffman. Zo lang het duurde was het best leuk. Maar Clooney zag er denk ik meer in dan er in zat.
3*
Idi i Smotri (1985)
Alternatieve titel: Come and See
Dood: De Film
Er wordt wel eens gezegd dat films nooit helemaal anti-oorlog kunnen zijn. Natuurlijk kunnen ze de grote ellende tonen die er plaatsvond in de oorlogen, maar tegelijkertijd hebben die films de ellende nodig om spanning op te wekken en dat werkt richting vermaak. Hoe gruwelijk ook, oorlogsfilms zijn vaak tegelijkertijd avontuurlijk en actievol, wat volgens sommigen de serieusheid van de bedoeling in de weg zou staan. Zelfs veel geprezen films als Apocalypse Now en The Deer Hunter ontkomen hier niet aan. Persoonlijk vind ik dit twijfelachtige elementen, maar het is me wel opgevallen hoe moeilijk het inderdaad is om een oorlogsfilm niet op een bepaalde manier avontuurlijk te maken. De enige film die ik kende die tot nu toe kende die de eventuele glamour van de oorlog compleet van zich af wist te slaan was Stanley Kubricks Paths of Glory. Nu wil ik daar Idi i Smotri aan toevoegen (uiteraard, anders zou ik deze lange inleiding tot mijn recensie niet bij deze film neerzetten).
Daar houdt dan overigens ook al vrijwel meteen de vergelijking met Paths of Glory op. Het is opmerkelijk hoe beide films de complete wanhoop van de oorlog gevoelsmatig (ik schrijf gevoelsmatig, omdat ik - gelukkig - niet uit ervaring kan spreken) zo goed weten te benaderen op zo'n totaal verschillende manieren. Waar Paths of Glory goed scoort door de koele, afstandelijke benadering die typisch is voor Kubrick, moet Idi i Smotri het juist hebben van een zeer subjectieve aanpak, waarin je heel dicht bij de oorlogservaring gebracht wordt. Niet op een documentaire-achtige manier die vergelijkbaar is met Saving Private Ryan. Integendeel juist, Klimov kiest voor een bepaalde vorm van gestileerde surrealisme, die hij dan weer combineert met een grauw realisme. Een combinatie die gemakkelijk verkeerd uit had kunnen pakken. De oorlogservaring wordt zo als compleet vreemd voorgesteld, maar ook weer niet zo vreemd dat het lijkt op een vorm van fantasie.
Het beste element op technisch vlak aan de film is zonder twijfel het geluid. Zodra de horror in de eerste helft toeslaat verandert het geluid in een vreemde combinatie van zoemen en dreunen, die hoort bij de shell shock waarin de hoofdpersoon verkeerd. Dit geluid is zeer vervelend; er valt bijna niet naar te luisteren. Maar het brengt wel de hele ervaring van Floria direct over.
Hoe Klimov nu het gevoel van pure wanhoop berijkt komt als je het mij vraagt vooral door de lengte waarin hij alles toont en laat horen. Als Floria voor de eerste maal het geluid van die shell shock hoort houdt Klimov dit tergend lang aan. Er gaan veel scènes voorbij en het nare geluid wordt steeds verder ondersteund door nare beelden. Het shot met de lijken achter het huis kwam als een stomp in de maag bij me aan. Vervolgens komt die tocht door het moeras die oneindig lijkt. Het geluid blijft aanhouden. Floria en Glasha verlaten het moeras en komen in een geschokte mensenmassa terecht. Tussen alle wanhopige woorden van deze mensen blijft het vreemde geluid doorklinken. Dan komen Floria en Glasha aan bij die man die in brand heeft gestaan en die verteld zijn gruwelijke verhaal. Uiteraard stopt het gekke geluid niet. Dan volgen er nog wat korte scènes binnen deze mensenmassa waarbij uiteraard het geluid aangehouden wordt. Het geluid was al onprettig om naar te luisteren, maar Klimov laat het langer klinken dat redelijk is. En ook daarna gaat hij nog gewoon ermee door. En intussen blijven er maar surrealistische nachtmerriebeelden toegevoegd worden. Het lijkt eindeloos te duren.
Dat is de bedoeling en de strategie van deze film. Klimov dompelt je onder en probeert het gevoel te geven dat de ellende van de oorlog inderdaad eindeloos is en dat het wellicht nooit stopt. Uiteraard weet je dat het een film is en dat de speelduur op een gegeven moment voorbij is, maar tegelijkertijd blijven de scènes maar komen. Dit levert een krachtige filmervaring op. Het vreemde geluid verdwijnt na een tijd uiteindelijk wel, maar Klimovs strategie blijft overeind.
De schuurscène is dan ook niet zozeer goed omdat hij iets ellendigs laat zien. Dat doen praktisch alle anti-oorlogfilms. De kracht zit hem in het feit dat Klimov hem zo lang uitrekt. Als de mensen eenmaal in de schuur zitten weet je wat er gaat komen. Dat de boel in de fik gezet werd lag in de lijn der verwachting. Maar Klimov wacht schijnbaar eeuwen voordat dit gebeurt. Eerst zien we lang mensen in paniek. Dan wordt er verteld dat mensen door het raam mogen ontsnappen, maar dat kinderen mogen blijven. De paar ontsnappingen die plaatsvinden worden gedetailleerd getoond, dus het duurt lang. Dan worden er granaten naar binnengegooit. Het tempo blijft laag, dus het duurt even voordat er vervolgens op de schuur geschoten wordt. En alsof we dan nog niet genoeg hebben gehad worden uiteindelijk de vlammenwerpers gepakt en wordt de fik in de schuur gezet, die zelfs de laatste schreeuwen doen stoppen. En oh ja, er worden dan ook andere gebouwen aangestoken. Dit is nog lang niet genoeg, natuurlijk, dus Klimov blijft nog even op het terrein hangen waar Floria mag poseren met de Duitsers op een foto en een moeder wordt met een grote groep Duitsers in een auto geladen om verkracht te worden.
Ik weet niet hoelang dit alles bij elkaar in filmtijd duurde, maar voor mij voelde het eindeloos aan. Het tonen van te veel ellende kan tegen een film werken, maar het kwam op mij zo geloofwaardig (en toch zo vreemd) over dat dit niet geval was. Het leek alsof Klimov mij als kijker compleet murw wilde slaan. Missie geslaagd wat mij betrefd, want ik ben zelden zo van slag geweest na het kijken van een film. En dat zonder enige vorm van sentiment. Hoewel dit technisch gezien geen horrorfilm is, vind ik deze film meer horror dan enige slasher die ik kan bedenken.
Er volgens trouwens ook nog scènes na deze schuurscène. En daar valt nog steeds niets te lachen. De moord op de Duitsers, de wraak, had een zwakke plek in de film kunnen zijn, want na het voorgaande paste wat mij betrefd geen vorm van heroïek meer in Idi i Smotri. Klimov redt zich hier echter sterk uit, door de vergelding iets zinloos mee te geven. Ik vond de straf enerzijds verdient, maar het liet me vreemd genoeg onbevredigt. Daarom is de laatste scène zo krachtig. Floria schiet op een schilderij van Hitler en in zijn hoofd ziet hij de hele oorlog teruggedraait worden en ook de opkomst van de Nazi's ongedaan gemaakt worden. Met vergelding denkt hij de wrede gebeurtenissen ongedaan te maken, maar hij komt net als mij als kijker tot de conclusie dat er hiermee geen oplossing te vinden is. Dat deze scène eindigt met een foto van een vrouw met kind (waarschijnlijk Hitler) geeft iets vreemd droevigs aan de scène en maakt de film zinlozer dan hij al was. Op een goede manier. Schitterend. De complete wanhoop in het gezicht van Floria in deze scène is overigens akelig.
Opvallend veel berichten hier vinden de tweedeling van de film slecht uitpakken. Je lijkt zelfs duidelijke kampen te hebben van gebruikers die het eerste uur het beste vinden en een groep die bij zweren bij wat erna komt. Ik kan beide groepen begrijpen, maar ik vind de tweedeling sterk werken. De film bouwt aanvankelijk op een soort van magisch realisme, dat waarschijnlijk de poëtisch ingestelderdere gebruiker aanspreekt. Dit is essentieel voor mij om de film een bepaalde emotionele waarde mee te geven. De film kan niet zozeer bogen op realistische karakters voor medeleven, omdat dit te veel richting een verhaal zou werken, en dat wordt voorkomen, omdat een verhaallijn een vorm van vermaak biedt, hoe minimaal ook. Daarom wekt de film meer gevoel op door vreemdere, maar mooie scènes zoals die met de regen die uit de bomen komt. De relatie tussen Glasha en Floria is niet echt geloofwaardig, en toegegeven, hun eerste gesprek is wat zwak, maar geloofwaardigheid is niet zozeer het punt van deze scènes. Het voorkomt slechts een nonchalant nihilisme voor de rest van de film. Het zorgt ervoor dat we wel geven over wat erna gebeurt. Pas daarna kan de hel losbarsten. Wat dan ook gebeurt. En daarna stopt het ook niet meer.
Dat de twee delen van de film buiten de jongen om weinig connectie lijken te hebben vind ik ook prima. De structuur is chaotisch en ietwat willekeurig, maar dat is precies zoals de situatie in deze film. Een goed gestructureerd verhaal had kunnen werken, maar deze aanpak heeft een extra laagje. Daarnaast denk ik dat de film stiekem wat beter opgebouwd is dan hij zou willen toegeven.
Uiteindelijk blijft er zo'n krachtige filmervaring over dat ik makkelijk over minpunten heenkijk (ik kwam wat moeilijk in de film en het acteerwerk was niet overal sterk). Ik ken geen film die geestelijk zo zwaar viel, maar uiteindelijk toch positief uitviel. Idi i Smotri ziet in oorlog alleen dood en wanhoop en hoe men hier propaganda in kan herkennen is mij een raadsel. Ik geef de film de maximale score en het is daarmee wellicht de enige film die ik ooit de hoogste eer gaf waarbij ik er tegelijkertijd niet aan moet denken hem nog eens te zien. Al zal dat vast wel eens gebeuren.
5*
Ter afsluiting nog even dit: veel mensen lijken te denken dat de vrouw die aan het einde van de film uit het bos komt lopen en die duidelijk verkracht is Glasha is. Dat dacht ik ook, maar op IMDB is vastgesteld dat het om een andere vrouw gaat (waar Floria echter wel een link mee inziet met Glasha). Het gaat om precies te zijn om de moeder die samen met haar kind uit de schuur ontsnapte, maar waarvan het kind weer terug in de schuur gegooit werd.
Idiots and Angels (2008)
Alternatieve titel: Idiots & Angels
Het is moeilijk om niet van een film als Idiots & Angels te houden. Compleet handgetekend door één persoon, Bill Plympton, die het ook vooral gedaan lijkt te hebben om zijn vreemde visie op het scherm te krijgen. Het levert een uiterst persoonlijk resultaat op en als je gevoelig bent voor dit soort gekkigheid dan is het geweldig. Het is een duister sprookje in een cartooneske nois-setting, maar evengoed bijna moralistisch. Het is vooral de manier waarop Plympton normale zaken zoals douchen, huilen of drinken weet om te toveren in zeer bizarre taferelen.
Het gaat allemaal wat te lang door, dit voelt meer aan als een korte film en het verhaal is duidelijk op zijn sterkst in de eerste helft, waar de tweede helft wat twists te veel bevat. Maar zelfs als het geheel wat stoom lijkt te verliezen duikt er wel weer een geweldige visuele vondst op, of zorgt op zijn minst de muziek voor wat sfeer. Dit was mijn kennismaking met Plymton, maar het smaakt naar meer.
4*
If.... (1968)
Ik weet het niet...
Het is een zeer overtuigende film voor het grootste deel. De keuze om de strengheid van die typisch Britse scholen dik aan te zetten pakt goed uit. Het is misschien wat karikaturaal, maar de woede ten opzichte van dergelijke scholen (Anderson heeft er op een gezeten) wordt voelbaar. Daarbij is het gewoon erg geestig om zo'n docent "Run! Run in the corridors!" te zien schreeuwen. De film wordt ook niet meteen dom door zijn gebruik van karikaturen, doordat de dialogen erg scherp geschreven zijn.
Voor het grootste deel is dit dan ook een zeer fijne film om te bekijken. Je wordt boos op Het Systeem, je lacht mee met de rebelse Travis en zijn vrienden. Er zitten poëtische momenten in (opmerkelijk genoeg het meest geslaagd bij de homoseksuele personages), evenals geslaagde surrealistische stukken (de pastoor in de kast, de caféscène). En er is een gevoel dat alles opbouwt naar een sterk einde.
Wel, dat einde is een probleem. Eerlijk is eerlijk, ik wist dat het zou aflopen met een schietpartij. Daar maakte ik me vooraf al zorgen over. Het is eigenlijk een anti-fascistische film in zekere zin, maar waarom eindigt het dan met een even fascistische daad. Ik vind het gewoon geen geschikte oplossing van het probleem om iedereen neer te schieten. Het spreekt me niet aan, jongeren die het geweer pakken als eindargument. Ja, het einde is waarschijnlijk gedroomt en het is zeer gemakkelijk voor te stellen dat veel jongeren van dergelijke scholen gedroomt hebben van het afschieten van hun docenten. Maar als een droom vind ik het dan weer vreemd dat men niet voluit gegaan is. Nu zien we alleen de Headmaster sterven, maar bij een wensdroom zouden toch ook de andere pestkoppen in het stof bijten? En waarom moeten alle ouders en andere studenten dood? Gaat het dan niet verder dan een aanklacht tegen Het Systeem? Het einde is ontegenzeggelijk krachtig, maar ik heb niet veel met het soort nihilisme dat hier uitgedragen wordt.
Verder een vrij sterk werkje hoor, misschien moet ik wat verder nadenken over die laatste scènes.
3,5*
Ik Ben Jantje (1994)
Het is een beetje een vormloze documentaire. Alle scènes staan wat los van elkaar, ondanks dat het over vier vrienden gaat. De film kon wel wat focus of iets van een verhaallijn gebruiken. Daardoor duurde het even voordat ik erin zat, maar uiteindelijk wisten de vrienden me wel om te halen. Het zijn gewoon schitterende karakters waar veel humor in zit, maar gelukkig wordt het geen freak show en zien Dames en Groen er meer in dan een stel komische typetjes. Het is vooral een menselijk portret van een specifiek Amsterdamse vorm van white trash. Soms zelfs lichtelijk ontroerend. Wel is die Jantje een type die ik vooral vanaf de televisie wil blijven bekijken, maar die ik na vijf minuten waarschijnlijk al zat zou zijn. Hij is gelukkig niet zonder zelfkennis: hij geeft toe dat hij moeilijk is om mee te leven. Merkwaardig ook dat mensen, inclusief hijzelf, hem vaak in de derde persoon beschrijven: "Hij is Jantje van Amsterdam", alsof dat een eretitel is die ook alles meteen duidelijk maakt. Voor mij was het de introductie van de vrienden (ik kijk ze op chronologische volgorde) en het smaakte zeker naar meer.
3,5*
Ikarie XB 1 (1963)
Alternatieve titel: Voyage to the End of the Universe
Deze Tsjechoslowaakse sciencefictionfilm doet nauwelijks onder aan zijn Amerikaanse tegenhangers van de jaren '50 en '60. In sommige opzichten overtreft hij hen zelf. Zo mag de vormgeving van het ruimteschip er absoluut zijn. Ook uniek is de nadruk die licht op het leven van het schip. De eerste helft besteed verrassend veel aandacht aan alledaagse handelingen, zoals sporten, daten, dansen, rondhangen en eten. Hierdoor komt het reilen en zeilen op het ruimteschip wat meer tot leven. Ook is er aandacht voor de verveling die komt kijken bij het lang verblijven op zo'n voertuig, met steeds dezelfde handelingen en altijd dezelfde personen. Latere sciencefiction zou hier een voorbeeld aan nemen, maar ik ken er geen die het al eerder deed. Het maakt het geheel minder statisch en zelfs wat minder pompeus.
Daarnaast is het vaak ook erg sfeervol, vooral als ze dat andere ruimteschip gaan bezoeken; echt een hoogtepunt van de film, samen met de dansscène. Zoals Mochizuki Rokuro al aangaf zakt het daarna een beetje in, maar in tegenstelling tot hem denk ik dat ik wel weet waar het aan ligt. Hiervoor kwam een hoop spanning uit de vraag waar deze missie naartoe zou leiden en wat (en wie) de mannen zouden aantreffen in het heelal. Dan ineens vindt de film een wat meer directe dreiging als de hoofdpersonages ineens vreemd vermoeid worden. Mysterieus, maar het is gewoon niet zo spannend als de dreiging van buitenaards leven waar eerder naar gehint werd. Uiteindelijk blijkt het wel gelinkt: de slaap wordt veroorzaakt door een magnetisch veld geïnstalleerd door ruimtewezens om de mensen te beschermen van radioactieve stralingen, maar op het moment dat het plaatsvind is het gewoon niet echt spannend en voelt het aan als een sub-avontuur dat lang uitgerekt wordt. Gelukkig is het einde wel weer leuk, hoewel het toch vooral koddig is in zijn optimisme.
Ik zie ook wel hoe veel latere sciencefictions op elementen van Ikarie XB1 hebben voortgeborduurd, maar zijn ze er ook direct op geïnspireerd? Is deze film wel ooit goed te zien geweest in het westen? Hij verdient in ieder geval wel meer respect dan hij krijgt.
Bij nader inzien ga ik dan ook voor 4*, in plaats van de geplande 3,5*.
Ikiru (1952)
Alternatieve titel: Doomed
Ken je die recensies die beginnen met het opsommen van de redenen waarom je veel verwacht van een film om vervolgens de vraag te stellen 'Hoe zou dit nu mis kunnen gaan?', waarna de recensie uitlegt waarom het dan toch niet geslaagd is allemaal? Er zijn vrij veel recensies van dat type hier op MovieMeter. Ik heb de formule ook een aantal keren gebruikt. Nergens paste het echter ooit beter dan hier. Maar laten we eerlijk zijn: ik had geen enkele reden om aan te nemen dat ik Ikiru niet zou waarderen. De film heeft immers een boeiend thema, is geregisseerd door een bijzonder getalenteerde regisseur en heeft een fantastische acteur in de hoofdrol. Daarnaast heeft de film hier op MovieMeter een verbazingwekkende prestatie geleverd: als je op de meningen klikt zul je geen enkele werkelijk negatieve recensie vinden. Misschien die van Onderhond, maar die is nog zeer positief voor een klassieker.
Toch ging het bij mij al mis vanaf de eerste minuut, ondanks de hoge verwachtingen. De film opent met een X-ray-foto van Watanabe's maag waarin de kanker te zien is en waar een verteller de situatie uitlegt. De meest slechte keuze in de hele film, een keuze waar Ikiru eigenlijk nooit meer over heen komt, is het toevoegen van die voice-over. Nou is die voice-over niet eens zo heel veel aanwezig, maar in die korte stukken waarin we hem horen zegt hij precies te veel. Dus in de openingsminuten wordt al meteen de halve film verklaart. We krijgen simpelweg meteen te horen dat Watanabe een zinloos leven heeft geleid en er zometeen dankzij zijn kanker iets aan gaat doen. Waarom zou je deze informatie in vredesnaam op zo'n lompe manier meedelen? Is het niet pakkender om dit allemaal met het personage mee te ontdekken? Voelen we niet meer mee met Watanabe als we zijn routine even ervaren (zonder voice-over) en de impact van zijn ontdekking met hem voelen, als we met hem meegaan op zijn zoektocht naar zelfwaarde? We weten helaas altijd meer dan Watanabe.
Helaas blijft het daar niet bij. Iedere scène op zichzelf voelt voorgekauwd aan. In de wachtkamer bij de dokter volgt een leuk geprobeerde maar wat al te overduidelijke monoloog van een medepatient die uitlegt hoe dokters altijd liegen over maagkanker om vervolgens meteen een scène te krijgen waarin de dokters inderdaad op de voorspelde manier liegen. Bijna de hele film volgt dit traject. Alle verrassingen worden aangekondigt. Alle emoties worden op tafel gelegd. Iedere filosofie wordt op een bordje aangeboden. Het nadeel is dat er dan al geen reden meer is om actief mee te denken met de film. En doordat Watanabe zo'n glashelder personage is blijkt het onverwacht moeilijk om met hem mee te leven. Ik wordt immers niet actief gevraagd om me met hem te identificeren, omdat we de emoties niet rond eenzelfde moment krijgen. Juist de uitleg maakt het personage zo vlak. Drama's hebben eigenlijk altijd een bepaald mysterie nodig om te werken. Verborgen emoties. De ontwikkeling van de hoofdpersoon van een drama meteen aankondigen en zijn gevoelens constant verklaren is hetzelfde als een whodunnit beginnen met het aanwijzen van de dader: het wordt slechts kijken om het kijken.
Daardoor werkt bijvoorbeeld een scène als die waarin Watanabe een lied zingt in het café ook niet. Dat had potentieel kunnen uitgroeien tot een van mijn favoriete scènes allertijden. Het had goed kunnen werken als een openlijk reflexief moment in een film die verder subtiel bleef. Nu voelt het echter aan als de zoveelste overduidelijke scène. Ik zou Ikiru dan ook nooit een reflexieve film willen noemen. De reflectie is al voor je gedaan. Daarnaast is Shimura ook te eenzijdig in deze rol om er werkelijk iets van te maken. Het is geen echt slechte acteerprestatie, maar zijn droevigheid en zelfmedelijden hadden wel een tandje minder gekunnen.
Wat overblijft is een aardig sprookje over een man die tegen alles in een speelplaats bouwt, een soort Capra op een serieuze toon dus. Niet vervelend om naar te kijken, ondanks dat ik het allemaal wel erg lang vond doorgaan. De structuur in de tweede helft, met de flashbacks tijdens de begrafenis is ook leuk, al deed Kurosawa iets gelijksoortigs natuurlijk al beter in Rashômon. De goede kanten ten spijt is Ikiru voor mij een film die nooit ging vliegen en nooit echt ontroerde. Jammer dat Ozu dit niet gemaakt heeft.
2*
Ill Met by Moonlight (1957)
Alternatieve titel: Intelligence Service
Aardige film. Niets meer, niet minder. Powell zelf scheen er overigens niet zo tevreden over te zijn geweest. Persoonlijk vond ik het eigenlijk de minst geïnspireerde film van Powell en Pressburger tot nu toe. Een beetje automatische pilootwerk lijkt het wel. De shots zijn weer mooi, maar niet uitzonderlijk. Het verhaaltje kabbelt weer lekker voort. Zoals vrijwel altijd in een film van The Archers is er weer ruimte voor wat culturele gebruiken, dus we krijgen we een paar Griekse dansen. De acteurs doen het wel leuk. Maar écht grappig of écht spannend wordt het nooit. Het kijkt weg en dat is het.
2,5*
Illusionniste, L' (2010)
Alternatieve titel: The Illusionist
Doordat dit een verfilming is van een scenario van Jacques Tati (zei het een nieuwe bewerking van dat scenario door Chomet) en omdat de hoofdpersoon een geanimeerde Tati is verwachtte ik eigenlijk gewoon een Tatifilm in animatievorm. Ik heb er nog niemand iets over horen zeggen, maar ben ik de enige die dit eigenlijk nauwelijks een Tatifilm vind? Chomet heeft niet geprobeert Tati's filmstijl te kopieëren, die vaak een grote afstand met de camera prefereert en die ook veel gebruik maakte van complexe perspectieven, vaak voor grappen. Ook het spel met het geluid dat Tati zo kenmerkt is volledig afwezig.
Belangrijker misschien is nog wel dat Tati nooit een film gemaakt heeft met zo'n donkere, bijna zure onderlaag. Ook hier lees ik nauwelijks iets van terug, maar voor mij was dit onverwacht een van de meest deprimerende films die ik ooit gezien heb. De film heeft de hele tijd al donkere elementen, zoals die clown die door kinderen op straat in elkaar geslagen wordt (hier schrok ik nogal van, een Tatifilms met zo iets afgrijselijks) en die zichzelf later wil ophangen. Vervolgens worden we getrakteerd op die vriendelijke buikspreker die ook steeds verder achteruit gaat en eindigt als bedelaar op straat, terwijl zijn pop niet verkocht wordt. Het einde biedt geen hoop. Oké, het meisje vind een geliefde (maar dat kon me verrassend weinig schelen) en Taticheff gaat niet zozeer weg om haar gelukkig te laten worden met haar nieuwe man, maar omdat hij het niet vol kan houden een tovenaar voor haar te zijn. Zijn laatste daad aan haar is een nasteek geven door als enige bericht achter te laten dat magie niet bestaat. Alsof dat nog niet deprimerend genoeg is eindigen we met de goochelaar die in de trein de kans krijgt om voor een meisje een goocheltruk te doen, maar die kans laat lopen. Waar komt al die hopeloosheid vandaan? Het is moeilijk te zeggen, omdat Tati het scenario schreef vóór zijn grote doorbraak, dus wie weet in wat voor een staat hij was. Misschien komt het van Chomet, al zou ik ook daar niet weten waarom. Ik was eigenlijk totaal niet voorbereid op zo'n duistere filmervaring. Er is zelfs bijzonder weinig humor in de film te vinden: een slapstickscène in een garage (die ook bitter eindigt doordat de baas Taticheffs geld steelt) en een grapje hier en daar. Tati was op de eerste plaats een komiek, maar dat maak je hier niet uit op. Chomets film ademt melancholie uit en geen levenslust of humor.
Ik had wat moeite om echt te weten wat ik nu van de film vond, vandaar ook dat ik deze recensie vrij laat na het zien van de film schrijf. Aan de ene kant liet L'Illusioniste me niet bepaald onberoerd. De toon die Chomet kiest wordt perfect en consistent uitgewerkt en het simpele verhaaltje past prima bij de vrije aanpak die meer op sfeer dan op iets anders gericht is. De animatie is schitterend en eveneens sfeervol, om nog maar te zwijgen van de muziek. Het is misschien een sentimenteel product, maar tegelijkertijd voelt het oprecht aan. De andere kant van het verhaal is gewoon dat ik niet weet of L'Illusionist werkelijk zo deprimerend had moeten zijn. Op een bepaalde manier weet Chomet het voor mij in de film gewoon niet te verantwoorden dat hij met zo'n neerslachtig einde aan komt zetten en het past ook absoluut niet in de geest van Tati (zelfs Play Time, vaak Tati's meest kille film genoemd, is van binnen nog gewoon erg warm en goedlachs). De film laat me in ieder geval niet los en ik geef hem in mijn eindcijfer het voordeel van de twijfel, met vier sterren.
Im Labyrinth des Schweigens (2014)
Alternatieve titel: Labyrinth of Lies
De vraag die dan speelt: wordt deze film door veel mensen bekeken in Duitsland zelf? En wat zullen zij ervan vinden? Kunnen ze dit in hetzelfde licht zien als de slachtoffers?
Hoewel ik verder niet bekend ben met de receptie van deze film in Duitsland neem ik aan dat hij weinig stof zal doen opwaaien en zeker niet meer zal schokken. De rechtszaken die hier centraal staan kregen enorm veel aandacht in hun tijd en zeer, zeer bekend in Duitsland. Toen controversieel, maar nu is er wel genoeg tijd overheen gegaan dat men er aan gewend is.
Daarbij is dit een wel heel makkelijk te verhapstukken presentatie van het onderzoek dat leidde naar de rechtszaken. Mijn interesse voor deze film werd vooral getrokken door de trailer, die mij een vrij intense film deed verwachten over het onderwerp. Een Duitse All the President's Men, min of meer, over een verstikkende zoektocht naar de waarheid. Op papier is het dat ook, maar ik vond het eindresultaat onverwacht schattig, met z'n lichte humor, vrij luchtige toon en vooral naïeve hoofdpersonage. Ik snap dat zwijgen over de oorlogsperiode een belangrijk onderdeel was van het Duitsland van toen, maar de held hier lijkt me wel een hele grote idioot, die erg slecht is in tussen de regels lezen, mensen inschatten en voor iemand die rechten gestudeerd heeft weinig kennis lijkt te hebben van waar de mensheid toe in staat is. Dat hij een groentje moest zijn snap ik, maar is het werkelijk mogelijk dat hij zo weinig weet van de recente Duitse geschiedenis? Ik kan het niet helemaal goed beoordelen; was Auschwitz echt iets waar het Duiste volk in de jaren '60 totaal niets van af wist?
Het is verder totaal geen bijzondere film. Het onderwerp is taai en ik vind dit een interessant stukje geschiedenis, maar de uitwerking is slechts adequaat. Het geeft weer wat er gebeurt is en welke vragen er bij gesteld werden. Je zou alleen willen dat het niet gepresenteerd werd als een koddig jongensavontuur.
3*
Image Manquante, L' (2013)
Alternatieve titel: The Missing Picture
Het was even wennen aan de stijl, die beelden van bewegingsloze kleipoppetjes die de gruwelijkheden van het dictatuur in Cambodja moesten weergeven, maar na een tijdje kreeg Rithy Panh me in zijn (of is het Pol Pots?) ijzige grip, om me niet meer los te laten.
Het is ook echt een unieke vorm dit persoonlijke verhaal te vertellen. Het gaat niet eens zo zeer over de eigen belevingen van Panh op zich, maar vooral over de manier waarop hij de herinneringen ervan kan reconstrueren. Dat doet hij dus met die kleimannetjes, maar hij gaat ook nog een stapje verder. Het viel hem namelijk op dat praktisch niets van het leiden van het volk echt goed op film vast gelegd was en dat visueel materiaal van de onderdrukking daarmee praktisch alleen bestond uit propaganda. Propaganda die Panh besloot om veelvuldig door zijn persoonlijke beelden te monteren. Een gewaagde keuze, maar een die enorm goed uitpakt. Het wordt daardoor een commentaar op niet alleen hoe bepaalde gebeurtenissen vereeuwigd worden, maar ook welke keuzes daarin gemaakt worden en hoe bepaalde personen bepaalde momenten willen laten zien. Panh bekritiseerd zelfs op een bepaald moment zijn eigen keuzes, zei het slechts lichtelijk.
Het is erg intellectueel materiaal allemaal, maar niet zo afstandelijk en droog als het klinkt. Waar de focus op propaganda en kleifiguren aanvankelijk vooral de kijker op afstand houden is Panh zo'n goede filmmaker dat het uiteindelijk ook een echt emotionele ervaring wordt. Knap werk ook in de montage, waarin de archiefbeelden vloeiend gelinkt worden aan die van Panh zelf.
Het zou mij niet verbazen als dit ooit een klassieker wordt, maar vooralsnog lijkt hij wat onderbelicht, zelfs na een Oscarnominatie. Gaat het zien en zegt het voort.
Dikke 4*.
Imaginarium of Doctor Parnassus, The (2009)
Alternatieve titel: The Imaginarium of Dr. Parnassus
Ik was er al bang voor, maar helaas is The Imaginarium of Doctor Parnassus niet heel bijzonder. Volgens mij bestaat er geen regisseur waarbij ik zo vaak het gevoel heb gehad dat ik de film leuker wil vinden dan ik doe dan Terry Gilliam. Het geldt eigenlijk voor al zijn films, zelfs de goede, met uitzondering van Fear and Loathing in Las Vegas (en eventueel The Holy Grail, maar dat is geen echte Gilliamfilm). Zijn films zijn praktisch altijd rommelig en Gilliam lijkt meer geïnteresseerd te zijn in het bedenken van decors en set-ups van scènes, dan om ze echt tot zijn recht te laten komen in een film die lekker loopt.
Doctor Parnassus gaat over een man die vind dat er niets belangrijker is dan dat er verhalen verteld blijven worden. We vermoeden dat dit Gilliams eigen filosofie is, maar laten we eerlijk zijn: Gilliam heeft nooit werkelijk de indruk gegeven ook maar enigzins interesse te hebben in zijn verhaallijnen. Zijn talent voor het bedenken van gekke situaties en unieke decors wordt vaak verstoord door zijn slechte gevoel voor tempo: hij lijkt altijd teveel haast te hebben om het volgende idee op het scherm te toveren, waardoor zijn magie nooit de kans krijgt om te ademen.
En toch is er iets met Gilliams films, iets onweerstaanbaars. Zijn films hebben een anarchistische karkater, een gevoel van waanzinnigheid en gestoordheid die Tim Burtons iets te brave werkjes goed zouden kunnen gebruiken. Bij Gilliam overheerst uiteindelijk toch altijd het gevoel dat je een aantal geniale dingen gezien hebt, zelfs al valt het niet altijd na te vertellen en is de indruk niet die van een meesterwerk.
Tot nu toe heb ik het bijna alleen maar over Gilliam de regisseur gehad en niet over de film. Dat komt omdat Doctor Parnassus misschien wel de beste dwarsdoorsnede is van Gilliams werk. Wat er goed en fout is aan zijn films is hier helderder te zien dan ooit, wat het misschien ook wel een van Gilliams minst interessante werken maakt. Er zitten fantastische bedachte momenten in (de ladderscène schiet er uit), maar de film loopt niet. Het verhaal heeft intrigerende kanten (opvallend hoe onsympathiek bijna alle personages op het einde blijken), maar pakte me door het tempo nooit echt beet. De magie komt nooit echt van de grond. De acteurs zijn allemaal capabel, maar zitten gevangen in een film waarin het bijzonder moeilijk is het hoofd boven water te houden. Daarbij moet ik wel opmerken dat Heath Ledger er het slechtst vanaf komt. Depp, met de minste schermtijd van allemaal, doet het 't leukst.
3*
Imitation Game, The (2014)
Op basis van The Imitation Game zou ik durven zeggen dat we in Morten Tyldum een nieuwe Ron Howard hebben gevonden. Zijn regie is ongeveer even vindingrijk, wat wil zeggen dat er werkelijk niet één verrassende keuze gemaakt wordt en dat het regisseurshandboek waarschijnlijk voor ieder shot geraadpleegd is. Je kunt deze film er makkelijk van beschuldigen typisch te zijn voor de Oscars, maar zelfs die nomineren niet vaak zoiets identiteitsloos als dit voor Beste Regie. Hier wel.
Stiekem hoopte ik tegen beter weten in op een nieuwe Tinker Tailor Soldier Spy. Het zijn immers beiden Britse spionagefilms, waar ook verborgen elementen in het leven van de spionnen een belangrijke bijrol spelen (homoseksualiteit komt in zekere zin op dezelfde manier terug bij beiden). Daarbij zijn de allebei geregisseerd door een Zweed en bevatten ze rollen voor Benedict Cumberbatch en Mark Strong. Tinker Tailor was toendertijd de eerste films waarin Cumberbatch me opviel en die is toen een van mijn favoriete acteurs van het moment geworden. In feite is Cumberbatch hier het enige wat de film overstijgt en de enige Oscarnominatie die ik kan plaatsen. Hij heeft dit misschien vaker gedaan, maar hij weet wel echt iets menselijks te maken van zo'n afstandelijke rol.
Voor de rest mist dit alles wat Tinker Tailor zo speciaal maakte: filmische middelen die ingezet worden om visueel het thema te versterken, sfeer, subtiliteit en onderhuidse spanning. Alles hier is te dik aangezet. Ik had vooral een hekel aan de ondervragingsscènes van de sceptische agent in de jaren '50. De nogal expliciete dialogen daar maken van Turing ineens een extreem zelfbewuste man die de ethische kwesties eens luid en duidelijk op tafel gooit. De link tussen de mysteries van Enigma en de geheimen die mensen zelfs met zich meedragen is sterk, maar vereist wat mij betreft ook een gevoel van mysterie in zichzelf. De scènes met de agent zijn haast cartoonesk en nogal flauw.
Nog een extra stoorpuntje was de muziek van Desplat. Niet dat die op zichzelf slecht was; Desplat weet hoe hij moet componeren. Echter, het past nogal eens slecht bij wat er te zien is. Op een bepaald moment krijgen we bijvoorbeeld een overzicht van de bombardementen op Engeland door de nazi's. We zien mensen schuilen en lijden (al blijft het enorm bloedeloos allemaal). En wat voor 'n type muziek klinkt daar? Een soort magische melodie, van het type dat de eerdere Harry Potter-films nogal eens hadden toen de kinderen de toverschool gingen verkennen. Wie verzint het om zoiets hier achter te plaatsen. Ik vond de muziek over de gehele lijn wat te grotesk voor een film over een stel mannen die in een donker kamertje een computer bouwen.
Ach, het is verder ook weer niet vervelend om te kijken. Er is ook gewoon bevredigend om dat groepje in de weer te zien en de code te zien kraken. Daarbij is het uit zichzelf een boeiend verhaal. Echter, de zijlijnen zijn te beperkt uitgewerkt, zowel de scènes voor als na de oorlog en het is filmisch te voorspelbaar. Hier zat een betere film in.
2,5*
Imitation of Life (1959)
Alternatieve titel: Zolang Er Mensen Zijn
Toevallig de tweede film in evenveel dagen die uit 1959 komt en die beide relaties tussen zwarten en blanken behandelen door middel van een blank uitziende vrouw die van een zwarte etniciteit is. Die andere film was Shadows en ik verbaasde me toen over het onderwerp, omdat ik niet gedacht had dat zoiets gemakkelijk te produceren viel toendertijd. Maar Shadows was dan ook een compleet onafhankelijk geschoten film: grote studiofilms zouden zoiets nooit maken, toch? Kennelijk toch wel. Imitation of Life deed het.
Het meest opvallende is hoe sterk het wel niet uitgewerkt is. Natuurlijk is er het dikke melodrama, waar ik eerlijk gezegd geen groot fan van ben (het enorm sentimentele einde deed me eigenlijk opvallend weinig). Hiertegenover staat echter een enorme subtiliteit en intelligentie, die ver boven de soapafkomst uitstijgt. Dit merkte ik al eerder in Sirkfilms. Hij gebruikt tranentrekkermateriaal geschikt voor huisvrouwen, maar weet deze naar zijn hand te zetten voor scherpe kritieken en beangstigend goede observaties. De schrijvers van Goede Tijden, Slechte Tijden zouden moeten opletten. Tot nu toe had ik wel enige bewondering voor Sirks aanpak, maar Imitation of Life is de eerste van zijn films die ik ook daadwerkelijk voelde.
Niet eens zozeer door de verhaallijn rond Lana Turner, haar carriére en haar relatie met John Gavin. Dit is ook prima uitgewerkt en met name de scènes met haar agent zijn sterk, maar tegenover de relatie tussen Annie en haar dochter is het allemaal gewoon wat minder bijzonder, al moet ik Lana Turner toch een enorme compliment geven voor haar fantastische acteerprestatie. Die tweede verhaallijn rond de zwarte personages lijkt aanvankelijk een klein subplot, maar krijgt in de tweede helft onverwacht alle aandacht. Sterk is vooral dat rassenproblemen hier getoond wordt zonder met een typische Hollywoodoplossing te komen. De zwarte bevolking heeft in het westen nu misschien een betere positie dan ooit, het is nog altijd niet ideaal. Veel van de kracht van Imitation of Life komt eruit voort dat Sarah Jane goed te begrijpen valt. Natuurlijk valt de sympathie meer uit naar Annie en hoe Sarah Jane haar behandelt valt nauwelijks goed te praten. Haar wens om blank te zijn is niet bepaald mooi. Het beangstigende is echter dat deze wens wel te begrijpen valt. Ze heeft kennelijk twee keuzes: haar afkomst verloochenen en met geluk een goede plaats in de wereld vinden of haar afkomst bevestigen en dan waarschijnlijk als arme huishoudster verder te leven. De film laat in het midden wat de beste keuze is en dat is bij Hollywood nog wel eens anders. De pijn die bij dit alles komt kijken is goed voelbaar, het sterkst in een fantastisch shot waarin Sarah Jane in elkaar geslagen wordt, wat we gereflecteerd zien in een ruit waarvoor een bordje 'rent' staat.
De rest van de film steunt op de over het algemeen sterke acteurs en vooral actrices en de gedetailleerde regie van Sirk, met die mooie technicolor als bonus. Fraaie openingscredits ook. Dat het geheel soms iets te sentimenteel wordt naar mijn smaak kan ik hier goed verdringen.
4*
Imposible, Lo (2012)
Alternatieve titel: The Impossible
The Impossible zag ik afgelopen zondag tijdens de Amsterdam Film Week, waar na afloop Juan Antonio Bayona aanwezig was voor een Q&A. Het opmerkelijkste vond ik hoe weinig van de dingen die hem aantrokken aan het verhaal daadwerkelijk terug te vinden waren in de uiteindelijke film. Hem boeide, naast natuurlijke het wonderbaarlijke overlevingsverhaal (volgens mij is er tijdens de hele tsunami er gezin zo goed vanaf gekomen als deze), vooral de "survivor's guilt" waar de familie na het avontuur mee te kampen kreeg, oftewel hun schuldgevoelens om dat hun het allemaal gehaald hebben, terwijl andere familie's verwoest zijn. Ze hadden er ook moeite mee dat ze uiteindelijk in zo'n geprivilegieerde situatie terecht kwamen, waardoor ze uiteindelijk beter behandelt werden en een privévliegtuig naar huis kregen, met dank aan hun verzekeraar. Sterker nog, door een misverstand stonden er per ongelijk twee privévliegtuigen voor het gezin klaar. Daar schaamde ze zich begrijpelijk de ogen van uit de kop.
Interessante materie wat mij betreft, iets wat ook de kritiek op de focus op een westers gezin in een ander licht had kunnen plaatsen. Maar ondanks dat dit het deel van het verhaal was waar Bayona het meest gepassioneerd over praatte zit het dus niet of nauwelijks in de film; het tweede privévliegtuig wordt achterwege gelaten. We moeten het doen met een westerse verzekeraar die aan het eind een halve minuut in beeld verschijnt en inderdaad bijna surrealistisch aanvoelt. Die hele "survivor's guilt" is nauwelijks voelbaar en wordt verzacht door te eindigen met het nieuws van Lucas aan zijn moeder dat het kleinetje jongetje dat ze gered hadden zijn vader had teruggevonden, een sentimentele truc. Het meest interessante aan de screening was uiteindelijk dan ook hoe vaak Bayona naderhand iets interessants noemde, om er aan toe te voegen "We didn't use that in the film".
Tja, met zo'n aanpak mag je al blij zijn dat er überhaupt nog een degelijke film uit is komen rollen. De materie is uiteindelijk sterk genoeg waardoor het nog nauwelijks te verpesten valt. Vooral goed is dat Bayona in ieder geval niet de fysieke pijn van de tsunami heeft proberen te verzachten. Het is vaak erg ongemakkelijk om naar te kijken, zeker omdat het allemaal zo realistisch gebracht wordt. Bloederige details worden niet geschuwd. Er wordt een laag sentiment aan toegevoegd om het draaglijk te houden voor een groot publiek en daar heb ik weinig mee, vooral omdat het op dramatisch gebied en qua dialogen allemaal nogal makkelijk en cliché is, maar de impact van deze natuurramp is uiteindelijk goed voelbaar en de overlevingsdrang van Maria en Lucas in de eerste helft zijn ook krachtig genoeg om een op zijn minst boeiende filmervaring op te leven. De tweede helft, waarin de familie elkaar zoekt , levert ook een pijnlijk beeld van de chaos na de ramp, maar leunt net iets te sterk op sentiment om echt sterk te zijn. De eerste helft redt The Impossible.
3*
Nog even over de focus op westerlingen; de oorspronkelijke mensen waarover dit verhaal ging waren zoals hier al gezegd werd Spanjaarden. Zei hebben zelf de basis gelegd voor dit project, omdat ze hun verhaal wilde delen met de wereld, al was het maar om therapeutische redenen. Maria was zelfs nauw betrokken bij het schrijven van het script. Vandaar de focus op westerlingen; dat heeft verder geen racistische onderlaag. Waarom de Spanjaarden uiteindelijk Brits gemaakt zijn heeft Bayona niet gezegd, maar hij heeft wel aangegeven dat het moeite heeft gekost om dit project van de grond te krijgen (hij verbond zich al aan de film in 2007). Ik vermoed dat uiteindelijk is gekozen voor Engelstalige hoofdpersonen, om met bekende namen als McGregor en Watts financiers te trekken en de film gemaakt te krijgen. De echte familie leek in ieder geval geen problemen te hebben met de verandering van nationaliteit. Wel is het inderdaad opmerkelijk dat er weinig Aziaten een grote rol hebben, maar ook dat valt te verklaren. We zien dat de westerlingen na de ramp al snel naar elkaar toe trekken, omdat ze elkaars taal spreken. Niettemin is de beperkte rol van de Aziaten wel een minpunt.
P.S.: In de vertoning die ik zag verscheen de Engelstalige titel in beeld. Is de Spaanse titel werkelijk de originele?
In einem Jahr mit 13 Monden (1978)
Alternatieve titel: In a Year with 13 Moons
De eerste Fassbinder die mij weet te pakken.
Voor een groot deel tenminste, er zaten ook een paar stukken in die me wisten te vervelen. Dat maakt in dit geval niet eens zo heel veel uit. Geen idee wat er allemaal door Fassbinder heen ging toen hij dit maakte, maar ik vind het een vrij bizarre film eigenlijk. Niet zozeer bevreemdend of onbegrijpelijk, maar het geheel heeft iets merkwaardigs. Enerzijds ziet alles er gewoon uit en wordt er cinematografisch niets bijzonders gedaan, anderzijds bevat het verhaal een ongewone hoofdpersoon, die toch allemaal opmerkelijke types ontmoet. Daar worden vervolgens ook nog eens erg onnatuurlijke dialogen en voice-overs aan toegevoegd en scènes die ietwat surrealistisch aandoen. Aan de ene kant wil Fassbinder duidelijk emoties oproepen en een geloofwaardige hoofdpersoon neerzetten, aan de andere kant doorbreekt Fassbinder de realiteit regelmatig met merkwaardige scènes zoals die dansscène, de ophangscène en dat geweldige moment waarop een man buiten naar de zestiende verdieping staat te staren en vervolgens het achtergrondverhaal van een bijrol begint te leveren. Het geheel heeft iets theatraals, maar is tegelijkertijd altijd filmisch. En bijna al het drama lijkt vergezeld te gaan met een wrang gevoel voor humor.
Wat helemaal het doel van dit alles is weet ik niet. Ik snap het verhaal en de ontwikkelingen, maar heb tegelijkertijd het gevoel dat er ook iets langs me heen gaat, alsof het voor Fassbinder iets persoonlijks is of zo. Maar het werkte wel op mijn gevoel, op veel verschillende manieren. Dit is overigens niet op de laatste plaats te danken aan Volker Spengler, die zijn bijzondere rol erg mooi brengt.
Het had trouwens nog wel iets van de films van Almodovar weg, minus de felle kleuren. Daar lopen ook dergelijke excentrieke typetjes rond en zijn travistieten kennelijk overal te vinden.
4*
In Oranje (2004)
Alternatieve titel: In Orange
Ik ben duidelijk niet de doelgroep voor deze film, want ik ben geen kind meer en heb helemaal niets met voetbal, waardoor de in mijn ogen bijna ongezonde obsessie voor voetbal die de personages hier hebben soms wat tegen ging staan. Zeker omdat de film die obsessie eigenlijk geheel goedkeurt, al is het misschien zo dat je als profvoetballer ook wel obsessief zal moeten zijn. Het levert alleen wat dialogen op die soms wat in de herhaling vallen. Niettemin is het duidelijk dat de regisseur en zijn scenarioschrijver van voetbal houden. Lürsen is als regisseur zo onopvallend als maar zijn kan, maar zijn liefde voor de sport komt wel over. Voor mij moest de interesse vooral gewekt worden door de acteurs en die leveren opvallend goed werk op, zeker Acda en Van de Velde. Het geheel is natuurlijk voorspelbaar en misschien niet enorm gedenkwaardig, maar goed genoeg uitgevoerd om voor één keer niet te vervelen en het is waarschijnlijk voor jongens die dromen van profvoetbal helemaal het einde.
3*
Wel jammer dat er een remake van gemaakt is in Vlaanderen...
In Search of a Midnight Kiss (2007)
Aan de ene kant een typisch low-budgetfilmpje, door zijn focus op een beperkt aantal personages met relatief kleine problemen die wat rondwandelen, aan de andere kant wel een die erboven uitschiet door zijn sterke uitwerking. Met de technische imperfecties had ik geen problemen; dat geeft zoiets juist zijn eigen sfeer en het zwart-wit is gewoon moeilijk te weerstaan. Dat het acteerwerk soms wat achterblijft (vooral de kamergenoten en daarvan de vrouw in het bijzonder) is ook te vergeven, omdat de Scoot McNairy en Sara Simmonds het wel goed doen.
In Search of a Midnight Kiss wordt al snel vergeleken met Before Sunrise (ze hebben dezelfde producent), maar die titel kwam niet bij mij op tijdens het kijken, omdat dit een toch een veel minder romantische film is dan Linklaters film. Het gaat niet zozeer over twee mensen die zoeken naar de ware liefde als wel gewoon iemand om mee om te gaan op een zware dag. Het is al snel duidelijk dat de twee geen goede match zijn. Ze groeien naar elkaar toe tijdens het verloop van de avond, maar ik had nooit het gevoel dat ze samen zouden eindigen. Dit is een vriendschap voor het moment en daardoor werkt het. Ik was blij dat ons een scène bespaard bleef waarin Vivian aan het einde terug uit de taxi stapte en bij Wilson bleef. Dat past hier niet. Als ze een echte relatie zouden krijgen zou die waarschijnlijk niet lang duren, daarvoor zijn ze te verschillend. Maar door deze ene avond en ochtend hebben ze beiden een mooie herinnering en kunnen ze er weer even tegenaan. Ik vond dat wel ontroerend, zo'n relatief kleine ontmoeting die belangrijk is doordat hij klein is. De onthulling dat zij zwanger is vond ik haast te dramatisch voor een film als deze, maar het past wel in de lijn van mensen die iemand nodig hebben om hun grote problemen tegen te vertellen.
Gewoonlijk zijn films over mensen die met hun ziel onder hun armen lopen en vooral wat rondwandelen en zich beklagen niet de meest geschikte films voor de kerst, maar deze werkt daar wonderwel bij.
4*
In the Heat of the Night (1967)
Alternatieve titel: De Nacht van Inspecteur Tibbs
Ik vond het eigenlijk niet een heel speciale film. Ik was er al bang voor, maar het is vooral enorm voorspelbaar. Raciale verhoudingen zijn al heel vaak op deze manier behandelt (ook al voor In the Heat of the Night) en het mysterie is voor de filmmakers duidelijk een stuk minder belangrijk dan de politiek erachter, want echt spannend wordt dat nooit.
Dat gezegd hebbende is het wel aardig vermaak. Met name dankzij de relatie tussen de personages van Steiger en Poitier en de bijbehorende acteerprestaties. Poiteirs rol is eigenlijk nog niet eens zo heel moeilijk, maar Steiger speelt zeer menselijk en met veel gevoel voor humor. Ze hebben beide vooral geluk met hun vermakelijke dialogen, die dit net boven een Baantjer-aflevering uittrekken. En de soundtrack natuurlijk, die is ook fantastisch.
3*
In the Loop (2009)
Ik heb wel een zwak voor verbale komedies die in een hoge tempo een hele lading aan oneliners en sneren uitspuwt. Dit is dan ook een kolfje naar mijn hand. Een geweldig scenario en dan vooral door de dialogen. De personages zijn ook sterk en bovendien goed gecast. Het knappe is dat het op een bepaalde manier ook allemaal nog enigzins geloofwaardig overkomt. Extra knap omdat de film oorspronkelijk meer dan vier uur duurde en dat er flink in geknipt is. De film is zo strak en gebalanceerd dat het moeilijk voor te stellen valt dat er oorspronkelijk meer in zat. Ik was in ieder geval erg enthousiast naar het kijken, maar in de twee dagen die er sindsdien voorbij gegaan zijn heb ik er eigenlijk niet meer aan teruggedacht. Dat houdt me van een 4* af. Toch zeker een aanrader voor liefhebbers van scherpe politieke satires.
3,5*
