- Home
- The One Ring
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten The One Ring als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Faa Yeung Nin Wa (2000)
Alternatieve titel: In the Mood for Love
Gisteren herzien en ik blijf een beetje hetzelfde probleem hebben als Donkerwoud twee berichten voor mij aanhaalde. Ik vind eigenlijk alles aan de film goed: de geweldige sfeer met zijn krappe gangetjes, rokerige ruimtes en Nat king Cole op de soundtrack. Het perfecte optreden van Tony Leung en Maggie Cheung, die veel achterhouden, maar toch weten over te brengen wat er binnenin hun afspeelt. De manier waarop Wong Kar-Wai kleine momenten in hun kern weet te vangen. Het is perfect en gewoon erg mooi uitgevoerd.
Maar net als Donkerwoud wordt ik er niet door geraakt en ik heb geen verklaring waarom niet. Waar andere films van deze bijzondere regisseur mij weten mee te slepen van begin tot einde en me ook ontroeren, zeker Chunking Express en Happy Together, blijf ik hier als een emotieloze toeschouwer achter en gaat voor mij zelfs op een gegeven moment de rek er wat uit. Waar dat precies aan ligt weet ik niet. Een afstandelijke film is het niet en ik kan me ook wel inleven in de personages. Gelukkig is de film zo mooi om naar te kijken en te luisteren dat het verre van een straf is om hem te ondergaan.
Ik verhoog naar 3,5*.
Face/Off (1997)
Alternatieve titel: Face Off
Verrassend goede film van Woo. Sterker nog: dit is een van de beste actiefilms die ik tot nu toe zag. Het interessante uitgangspunt wordt daadwerkelijk goed gebruikt, de film bevat veel spanning, Travolta en Cage spelen heerlijk en nemen hun rollen gelukkig niet al te serieus. Leuk om ook eens een Woo-film te zien waarin de vrouwen meer doen dan alleen maar krijsen. Daar werd ik in andere films van hem helemaal gek van. Ik vind dit de beste film van hem, al moet ik Lashou Shentan nog zien.
Alleen slaat het nergens op dat Travolta niet tegen ze baas mocht zeggen dat hij zijn uiterlijk veranderde. Er wordt niet eens gezegd waarom dit niet mocht. Natuurlijk komt veel spanning voort uit het feit dat niemand van de gedaantewisseling weet, maar een logische verklaring was leuk geweest.
Maar verder topvermaak. Jammer dat actiefilms niet vaker zo goed uitgewerkt worden.
4*
Faces (1968)
Weer een erg goede Cassavetesfilm. De verrassing van Shadows ontbreekt, maar verder is dit wel ongeveer even goed. Het is vooral een echte acteursfilm. Dat Cassavetes niet geïnteresseerd was in plot was al bekend, hij wil vooral acteurs hun gang laten gaan. Daar heb ik eigenlijk wel een zwak voor. Acteren is meestal niet het meest filmische onderdeel van een film, maar wat mij betreft wel een van de meest plezierige om naar te kijken. Van deze cast kende ik alleen Gena Rowlands en Seymour Cassell. Beide uiteraard zeer goed, met name Cassell als jonge verleider. Als Rowlands en Cassell de bekendste acteurs in een film zijn heb je al in de gaten dat we hier niet te maken hebben met filmsterren. De twee belangrijkste rollen worden dan ook gespeeld door John Marley en Lynn Carlin. Carlin is echt buitengewoon hier. Acteerwerk van het hoogste niveau. Jammer dat ze buiten Faces om voornamelijk onbeduidend tv-werk heeft gedaan.
Ik lees hier meerdere malen dat mensen moeilijk in de film kwamen. Daar had ik weinig last van. De korte scène voor de titel zei me heel weinig, maar vanaf de tweede scène is het raak. Misschien wordt er iets teveel hardop gelachen (vaak om niets, al is dat natuurlijk de bedoeling), maar de echtheid van de personages was boeiend en de dialogen waren zeer sterk. Hoeveel was daarvan geïmproviseerd? Het is een film met vrij naakte personages. Niet fysiek naakt natuurlijk, maar de ziel wordt blootgelegt. Dat levert vooral een film op waar je veel met plaatsvervangende schaamte naar de karakters zit te kijken, want ondanks dat dit intellectueel slimme mensen zijn weten ze zichzelf enorm goed voor schut te zetten. Toch is de toon niet spottend of belerend. Ergens diep zit er ook een menselijkheid, een bepaalde warmte. Daardoor blijft een misantropisch gevoel achterwege, die wel in een vergelijkbare film als Festen zit.
De stijl vind ik trouwens gewoon erg fijn. Het is misschien niet esthetisch het mooiste wat er ooit gemaakt is, maar veel handheldfilms van tegenwoordig kunnen nog heel wat leren van de rondglijdende camera die veel close-ups vangt. Het korrelige zwart-wit vind ik ook op een lelijke manier mooi. Er wordt echt op de huid van deze mensen gezeten en kleine veranderingen in het gezicht worden opgezocht. Alleen het laatste shot oogt alsof het bedacht is, maar dat wordt op een zeer overtuigende manier gedaan.
4 dikke sterren. Wellicht verdient het net een halfje meer.
Fading Gigolo (2013)
Zoals ik al in een eerder bericht schreef is Woody Allen in een film van iemand anders een zeldzaamheid, maar dat hij in Fading Gigolo opduikt is uiteindelijk niet echt een verrassing. Turturro maakte namelijk een film in de stijl van Allen. Hij gebruikt nog net niet dezelfde openingscredits als die Allen standaard gebruikt (maar wel de oude muziek), maar verder valt het wel in hetzelfde genre.
Wat Turturro echter compleet mist is kennelijk enige aanleg voor dit genre als schrijver of als regisseur. Het concept is leuk genoeg voor een goede komedie, maar het is nog makkelijker om er een hele flauwe film van te maken. Turturro doet beide niet. In plaats daarvan is het eigenlijk vooral slappe hap, een beetje gezapig en wat saai. Turturro blijkt heel slecht in veel dingen hier. Zijn dialogen voelen op zijn best wat onnatuurlijk aan en op zijn slechtst als puur cliché. Hij lijkt ook compleet komische timing te missen. Niet als acteur, maar als regisseur of schrijver. Elke keer als een scène een beetje begint te lopen of het grappig lijkt te gaan worden besluit Turturro een stilte in te lassen of zelfs van het onderwerp af te stappen.
Sowieso ligt de nadruk hier opvallend vaak op de wat meer serieuze kant van het verhaal, in de vorm van de relatie met Venessa Paradis. Die is ook cliché en onovertuigend uitgewerkt. De hele film lijdt er wat onder dat de benadering van vrouwen hier vaak wat ouderwets is. Niet zozeer op seksueel gebied, maar meer met al dat gepraat over wat vrouwen denken en willen, etc. Deed me vaak aan films over de "battle of the sexes" van de jaren '30 en '40 denken, maar dan zonder de scherpte. Het kwam gewoon wat vreemd op me over dat een film die pretendeert een luchtige, romantische komedie over een gigolo te zijn ineens aartsconservatief en opvallend serieus wordt zodra een relatie in zicht komt. Het idee dat dit personage van Turturro iemand is die vrouwen spiritueel verandert, of hij er nou mee naar bed gaat of niet, overtuigd ook nooit echt. Nog erger is het slot, waarin Paradis ineens besluit dat ze van Schreiber houdt, ondanks dat dit nergens eerder blijkt en tot dan toe het hele verhaal een opbouw was naar het bij elkaar brengen van haar en Turturro. Wilde Turturro ineens een melancholisch einde forceren?
Woody Allen schijnt wat achter de schermen meegeschreven te hebben aan de film, maar in hoeverre dat gebeurde is onbekend. Ik vermoed alleen zijn eigen rol, want zijn scènes zijn vaak de enige grappige. Nee, dat klopt niet helemaal: zijn teksten zijn vaak het enige grappige. Hij weet inmiddels hoe hij een oneliner moet laten vallen en ook dat een hoog tempo ze vaak nog geestiger maakt. Hij is een van de weinige redenen om Fading Gigolo nog te kijken al heeft hij last van Turturro, die niet echt een goede aangever is hier. Die vreemde stiltes weer. Ander plezier komt nog van Sofia Vergara en Sharon Stone (die hier gecast is als een vrouw die voor seks met Turturro zo nerveus is als een high school meisje; een zeldzame vondst) die duidelijk lol hebben in hun absurde rollen. Contrasteer dat dan weer met Paradis, die haar best doet in een stoffige rol, maar waarschijnlijk baalde dat ze niet bij het komische onderdeel van de film hoorde. Turturro waardeer ik enorm als acteur en het is dan jammer dat hij verreweg zijn slechtste rol speelt in een film van zichzelf. Nog erger is Liev Schreiber, al kan ik hem het minder kwalijk nemen omdat zijn rolletje in het verhaal geforceerd lijkt te zijn.
Een aantal grappige, losse momenten zorgen nog wel eens voor een lach, maar over de gehele lijn is dit eigenlijk een barslechte film en zelfs geregeld een voorbeeld van hoe je de humor uit je film zuigt door slechte timing.
2*
Fall, The (2006)
Ja, heel mooi gefilmd. Ik durf de beelden best uniek te noemen. Schitterend gebruik van kleuren, sets, kostuums en locaties. Dat er schijnbaar totaal geen CGI gebruikt is maakt het alleen maar indrukwekkender. The Fall is een film die je alleen al moet zien om hem te zien.
Jammer alleen dat het verhaal niet altijd even meewerkt. Het begint allemaal best boeiend, maar het middenstuk weet nauwelijks te overtuigen. Het wordt dan wat rommelig en eigenlijk ook wat saai, zelfs al is de centrale relatie tussen het meisje en de verlamde man best heel aardig uitgewerkt. Wat mij ook stoorde aan het verhaal is dat het vaak de mooie beelden niet tot zijn recht liet komen. Op de meest onhandige momenten werd het sprookje verstoord om weer in de realiteit te komen. Nog vaker was het gewoon zo dat een locatie maar heel kort gebruikt wordt. Tarsem Singh wil teveel laten zien en laat zo net iets te veel niet goed tot zijn recht komen. Leuk hoor, zo'n Labyrinth of Despaire, maar als je me echt wilt irriteren moet je zoiets maar een halve minuut in beeld brengen.
Gelukkig herpakt The Fall zich in het laatste half uur. De laatste strijd is bijzonder mooi in beeld gebracht. Nergens ziet de film er zo schitterend uit als hier. En verdraait, ik was zelfs emotioneel betrokken bij de gebeurtenissen. Voor het eerst kon het me ook daadwerkelijk iets schelen wat er gebeurde. Waarschijnlijk omdat het dan verandert van een nietszeggend sprookje in iets duisterders.
Speciale vermelding voor een shot van het gezicht van een priester naar een shot van een landschap dat precies dezelfde vormen heeft. Geen idee hoe ze het zonder CGI gemaakt hebben, maar het is een hele prestatie.
3,5*
Fallen Angel (1945)
Het gebuert zelden dat ik een film aanzet zonder dat ik me er ook maar iets van af weet. Ik zou dat vaker moeten doen. Van Fallen Angel wist ik alleen dat hij gemaakt was door Preminger, dat Dana Andrews erin zat en dat het waarschijnlijk een film van de jaren '40 was. Ik vermoedde dat het een film-noir was. Bij de meeste films die je blindelings in gaat merk je waarschijnlijk al snel wat voor een vlees je in de kuip hebt, maar Fallen Angels beste kant is dat het zijn kaarten niet snel op tafel legt. Dat het verhaal potentie had voor een noir was al snel duidelijk, maar omdat de film lang meer als een drama speelde begon ik me langzaam af te vragen of het nog wel een volbloednoir zou worden. Dat deed het wel. Dit is echter een film die vooral om de karakters draait en daar lang stil bij blijft staan.
En ook op het gebied van personages zijn er verrassingen. Het lijkt zelfs wel de bedoeling van de film om je beeld bij de belangrijkste karakters steeds om te gooien. Aanvankelijk herken je bekende noirarchetypen: de onbetrouwbare, maar sluwe man (ANdrews), de verstandige, fragile boekenworm (Faye), de goedkope bardame (Darnell) en de cynische, opmerkzame agent (Bickford). Aan het einde blijft er weinig overeind van dat beeld. Andrews blijkt bijna een idioot te zijn. Faye blijkt een stevig in haar schoenen te staan en tevens een onverwachte bakvis in haar te hebben. Darnell speelt wellicht de meest intelligente persoon van de hele groep en blijkt niet simpel te winnen zijn. En Bickford is een sadistische schurk (zijn geweldadige ondervraging is een hoogtepunt van de film).
Door de langzame opbouw met veel aandacht voor karakteruitdieping werkt het, maar ook omdat de casting perfect is. Alice Faye is met name erg goed. Ze is een vergeten actrice, maar in haar tijd was ze één van de grootste sterren van Hollywood en met haar rollen in musicalrollen scoorde ze veel meer nummer 1 hits dan beter herrinnerde filmzangeressen als Judy Garland en Doris Day. Waarschijnlijk heeft het gebrek aan echte klassiekers in haar filmografie ervoor gezorgd dat Faye's naam niet bekend is gebleven. Faye was woedend over de hoeveelheid van haar scènes die weggeknipt waren in de uiteindelijke versie van Fallen Angel, maar wat mij betreft blijft ze sterk over. De film zelf heeft altijd in de schaduw gestaan van het populairdere Laura. Niet helemaal onterecht, want dat is een uniekere film, maar Fallen Angel is op zichzelf een goed gemaakte film die zeer het bekijken waard is.
4*
Fälscher, Die (2007)
Alternatieve titel: The Counterfeiter
De film heeft op zich een aangrijpend onderwerp, maar toch presteerde hij het om me geen enkele minuut aan te grijpen. Ik leefde totaal niet mee met de gebeurtenissen of enige personages. Hiervoor zijn verschillende redenen.
Ten eerste de matige regie. Ik stoorde me vooral aan het tempo, zeker in de eerste helft. De film raast echt als een bezetene door het plot heen alsof men haast heeft. Feiten worden snel op tafel gelegd en personages razendsnel geïntroduceert, waardoor het alleen maar lastig werd om gezichten en namen te onthouden.
Storender nog is dat ik niet het gevoel had naar een verhaal over mensen te kijken, maar meer naar een over ideeën. De personages stelden ieder een standpunt in de situatie voor. Wie die mensen nou werkelijk zijn weet ik nog niet. De film gaat over hoever we kunnen gaan met het helpen van de tegenstander om onze eigen leven te redden, maar door deze simplistische rolverdeling komt het gewoon niet uit de verf.
De slechte casting helpt ook niet mee. Karl Markovics gebruikt voor zijn hoofdrol teveel tics en truukjes en voor August Diehl, die het geweten van de film lijkt voor te stellen, vond ik zelfs wat irritant, omdat hij nogal opdringerig overkwam. Alleen Devid Striesow weet nog iets van zijn rol als Herzog te maken. Ook een beetje dom om een schijnbaar complex personage als Sorowitsch meteen maar in een open boek te veranderen door iemand in de eerste 5-10 minuten te laten zeggen dat hij waarschijnlijk een man is die meer hart heeft dan hij laat zien.
De film zal vast goed bedoelt zijn, maar er komt, voor mij tenminste, niets uit. Het filmmaken is zelfs routineus te noemen. Een beetje de som van alle films die over de holocaust gemaakt zijn, maar dan minder sterk gemaakt.
2*
Falstaff (Chimes at Midnight) (1965)
Alternatieve titel: Campanadas a Medianoche
Tja, daar zijn ze weer: Shakespeare's oud-Engelse dialogen, die al moeilijk verstaanbaar zijn op zichzelf. Volgens een rijke traditie aan Shakespearefilms bevat de enige beschikbare versie van Chimes at Midnight uiteraard geen ondertiteling. Om de pret af te maken is dit ook nog eens een film die de reputatie heeft enorm slecht nagesynchroniseerd te zijn. Ik raad heel erg aan de film te gaan zien, maar ik wens iedereen sterkte die er geen ondertiteling (Engels of Nederlands) bij heeft.
Dit terzijde moet dan ook echt gezegd worden dat dit een van Welles' beste is (ik verkies hem wellicht boven Citizen Kane en Touch of Evil) en dat het de beste verfilming is van Shakespeare die de dialogen van de Bard in stand houden. Toegegeven, het hielp hier ook wel dat het om een verfilming ging van twee toneelstukken die ik daadwerkelijk gelezen heb (beide delen van Henry IV), waardoor ik alle scènes goed kon plaatsen en als ik de dialoog niet kon verstaan de strekking begreep. Welles gaat met veel respect voor Shakespeare te werk. Hij heeft de toneelstukken wat verknipt om Falstaff op de voorgrond te krijgen, maar heeft wel alle dialogen bewaard en bovendien houdt Welles' zijn stijl in. Het kwam allemaal rustiger en minder barok op me over dan enige andere film die ik van Welles zag. Er zijn nog steeds wat flamboyante scènes en shots, zoals Henry IV die door de lege kamers van zijn kasteel loopt of de oorlogsscènes op de helft. Toch is de rest wat natureller, maar wel met mooie deep focus en een sterk gebruik van afstanden in de shots. Ook opmerkelijk dat Welles nogal zijn beste doet om zijn eigen dikke fysiek zo nadrukkelijk mogelijk vast te leggen, met veel shots die tegen de onderbuik aankijken. Het past bij het personage.
Wat het vooral zo bijzonder maakt is dat de emotionele kern aankomt. Door Falstaff op de voorgrond te plaatsen krijgt de opkomst van Prins Hal een extra lading, maar ook de scènes tussen Falstaff en Shallow zijn sterk, ook al zijn die het slechtst te verstaan op het gebied van dialoog. In ieder geval brengt Welles Falstaff minder als een komisch personage dan voor de hand ligt en benadrukt hij diens tragedie. Dit komt het best tot zijn recht bij de kroning van Hal tot Henry V. Vanuit het perspectief van Hal zou het een heroïsche scène zijn, maar we zien het vanuit Falstaff, die met moeite door de toeschouwers kan kijken. De laatste uitwisseling ("I know thee not, old man") komt hard aan, zowel door het sterke acteerwerk, als door de koude uitstraling van het kasteel (kennelijk was het ook koud tijdens de opnames). Onnodig om te zeggen dat de cast enorm sterk is. Welles is hier minstens zo goed als in Kane, Touch of Evil of The Third Man. Wellicht zelfs beter. Keith Baxter is een geweldige Hal en iedereen had kunnen raden dat Gielgud een geschikte Henry IV was. Maar geen bijrol is verkeerd gecast.
Een parel. Nu wachten op een fatsoenlijke dvd-release, met gerestaureerde beelden en bovenal ondertiteling. Zit dan misschien een hogere score in.
4*
Family Plot (1976)
De laatste film uit Hitchcocks oeuvre staat niet bepaald bekend als zijn beste. Terecht, maar dat hij dan vaak meteen wordt genoemd als één van de slechtste vind ik overdreven. Dit is nog altijd een bovengemiddelde film, mooi gefilmd, met een vermakelijke verhaallijn, leuke personages en een fijn luchtig sfeertje. Zo'n meesterwerk als andere komische thrillers van Hitchcock, zoals North by Northwest en The Lady Vanishes wordt dit nooit. Daarvoor mist het teveel een echt spannende scène. Het dichtst daarbij in de buurt komt nog het moment waarop de twee verhaallijnen bij elkaar komen als Blanche zich meldt bij de twee kidnappers. Een grappige scène die langzaam spannend wordt, al had ik ook weer niet het gevoel dat het slecht af zou kunnen lopen. Daarvoor had de film een te onschuldige sfeer. De beruchte autoscène had ook een kunststukje kunnen zijn, want hij is erg goed gemonteerd, maar het wordt verpest door Blanche zo over George heen te laten klimmen.
Dat is trouwens de enige fout die Barbara Harris maakt, want verder is ze meestal erg geestig. De show wordt echter gestolen door Bruce Dern, die hier heel erg goed is en ook wel een personage speelt dat je niet al te vaak ziet in een film als deze. Hij lijkt meer uit een film van Woody Allen te komen. Dat Dern nooit in een film zat van Allen is dan ook bijna een verrassing. Dern won dit jaar de prijs voor beste acteur in Cannes en toen vroeg ik me vooral af waar ik die naam van kende. Hij zit in veel films, maar eerder zag ik hem alleen in kleine rolletjes in Django Unchained en Pat Garrett and Billy the Kid (waar hij uncredited is). Family Plot leidt me wellicht naar meer films van hem. Ik ging deze film eigenlijk kijken ter nagedachtenis van Karen Black, maar die is vooral gecast om haar uitstraling en krijgt niet veel bijzonders te doen. Maar een krachtige uitstraling heeft ze wel.
Al met al een meer dan onderhoudende film van Hitchcock dus. Geen ultieme afsluiter van zijn carrière, maar ook niets waarvoor hij zich hoefde te schamen. Wel voor het laatste shot: die knipoog is wat flauw.
3,5*
Fando y Lis (1968)
Alternatieve titel: Fando and Lis
Fando y Lis kwam vooral op mij over als een product van zijn tijd. Dit soort gekke, semi-experimentele pessimistische arthouseproducties waren toch wel enigszins een rage in de jaren '60. Niettemin deed deze me nog het meest denken aan Un Chien Andalou en L'Age d'Or van Luis Buñuel. Een zelfde gehalte aan surrealisme, al speelt Jodorowsky hier naar mijn gevoel wat meer op de grote lach, waardoor het soms ook weer wat weg heeft van Monty Python. Dat laatste wordt ook wat ondersteund door het gevoel dat dit soms meer een verzameling absurde sketches leek. Ja, de film heeft een verhaallijn rond een zoektocht naar iets heiligs (net als Monty Python and the Holy Grail toevallig genoeg), maar het voelt uiteindelijk vooral als een excuus aan om vreemde dingen te laten gebeuren en merkwaardige personages aan te voeren.
Ik mocht dit wel, veel scènes zijn toch echt wel grappig, zoals dat zingen en dansen op het kerkhof, dat blinde tikspel en Lis die plotseling bevalt van een hoop varkens. Er zijn ook een aantal wat meer sinistere momenten die overtuigen, zoals de herinnering aan de dood van Fando's vader (als ik het goed interpreteer), maar het blijft boven alles een rariteitenkabinet. Net als het latere El Topo stikt het tevens weer van de symboliek, waarvan ik bij minstens de helft het gevoel heb dat het niet werkelijk iets betekend. Jodorowsky doet me meer denken aan een schilder als Dali dan aan een verhalenverteller. Hij lijkt beelden te bedenken en die filmisch te willen tonen, waarbij het verhaal slechts een excuus is om alles aan elkaar te breien.
Dat levert hier wel een wat wisselvallige film op. De constante droomsfeer die Un Chien Andalou en L'Age d'Or bij mij opriepen blijft hier achterwege. Het zijn meer losse, overtuigende momenten, tussen wat saaie tussenstukken en het geheel wil nog wel eens amateuristisch aanvoelen, waardoor het wat aan impact verliest. Het is meer een vermakelijke surrealistisch project dan een briljante. Het mist ook wat de mystiek van El Topo. Maar het is meer dan een alleraardigst begin van een carrière.
3,5*
Fanfan la Tulipe (2003)
Alternatieve titel: Fanfan
Vervelende film, die net iets te hard probeert grappig te zijn. De humor voelt ouderwetser aan dan de leeftijd doet vermoeden. De opening is nog geestig, maar daarna vervalt de film in een hysterisch tempo, die alle grappen, zelfs de paar die wel werken, teniet doet. Erg drukke film dit, maar het leidt helaas tot niets meer dan een uiterst vluchtig filmpje. Daarbij is het altijd jammer als continuïteitsfouten gigantisch opvallen. Ik merk het zelden op, maar bij deze film zag ik erg vaak een fout, met als toppunt dat Fanfan in een gevecht met twee zwaarden loopt te vechten en ze ineens in het volgende shot niet meer in de handen heeft. Schijnbaar zodat hij weer een actie kan doen waarbij hij twee zwaarden uit de handen van schurken trekt. Als laatste is het verhaal gigantisch voorspelbaar.
Weinig hier om aan te raden dus, of de felle kleurtjes moeten genoeg zijn.
1,5*
Fanfare (1958)
Dit valt toch enigzins tegen. Mijn verwachtingen waren niet superhoog, maar nadat ik een prima korte docufilm van Haanstra had gezien (geheel gefilmd als spiegelbeeld in het waren, prachtig om naar te kijken!) had ik toch op meer gehoopt. Haanstra bewijst zich ook hier een kundig filmer, want er zitten bij vlagen mooie beelden in, maar voor de rest zit het allemaal wat tegen.
Het probleem zit het met name in het script: dat is veel te beperkt voor een lange speelfilm. Het voelt aan als iets dat is geschreven voor een korte televisie-aflevering, maar dat opgerekt is zodat het in de bios kan draaien. Dat zal ook wel de reden zijn waarom de film zoveel dode momenten had. Komedies hebben toch vaak vaart nodig om te werken, maar deze film ontbreekt enig tempo. Het kabbelt rustig voort als de vele beekjes die we in de film zien.
Komt nog eens bij dat de film naar mijn gevoel compleet veroudert is. Het kneuterige dorpsgevoel, de personages, de grappen en ook weer het verhaallijn: alles heeft de tand des tijds niet doorstaan. Ik ken genoeg komedies uit de jaren '50 of zelfs eerder die ik leuk vind, maar deze film ontbreekt het daarvoor wel aan scherpte. Het blijft allemaal wat aan de oppervlakte hangen. Het deed me qua veroudertheid (als dat een woord is) denken aan Don Camillo. Die gaf me een zelfde soort gevoel.
Toch jammer, want de film heeft zo zijn momenten en kleine pluspuntjes. Haanstra's regie is op zich niet verkeerd, het fanfaremuziekje is best aardig en de acteurs hebben zichtbaar plezier in hun rollen (hoe mager die ook geschreven zijn). Kappeuter heeft ook gelijk dat Droog op Jack Lemmon leek. Ik moest de hele film aan Lemmon denken.
Echt gelachen heb ik niet, maar een vondst was erg leuk: de openingsgrap. Daarin zien we een koe vooruitkomen in het gras zonder z'n poten te bewegen, waardoor het lijkt alsof hij door het gras zweeft. Dan blijkt hij op een boot te staan. Een grappig spel met de camera die mij erg aan Jacques Tati deed denken. Jammer genoeg was dat het enige moment.
2,5* Aardig om eens gezien te hebben, al is het me een raadsel waarom juist deze film zo hoog aangeschreven staat in de Nederlandse filmgeschiedenis. Over een week ben ik hem denk ik vergeten.
Fanny och Alexander (1982)
Alternatieve titel: Fanny and Alexander
Fanny och Alexander is in de drie uur durende versie die ik zag een betoverende film. Eentje die je in zijn wereld zuigt vanaf de eerste scène waarin Alexander door de verschillende kamers van zijn oma's huis rondrent en denkt daar een standbeeld te zien leven. Het is een unieke film, niet zozeer onvergelijkbaar met anderen, maar heeft een gevoel dat totaal eigen is. Net als The Night of the Hunter wordt dit bereikt door het gebruik van enerzijds zeer herkenbare en realistische locaties en sets die door de manier waarop ze in beeld gebracht worden vreemd en sprookjesachtig aandoen. En het komt door de betoverende, akelige en mysterieuze vertelling. Er gebeuren niet echt zozeer onverklaarbare dingen, maar achteraf blijft het gevoel hangen dat er iets ongrijpbaars is gebeurt. Dit is geen geringe prestatie. Alleen de grote regisseurs kunnen zoiets doen.
Ingmar Bergman waardeer ik al langer, maar ik zie zelden een film van hem. Net als Tarkovsky en veel Italiaanse regisseurs is hij iemand voor wiens werk ik zeer in de stemming moet zijn anders zal het waarschijnlijk niet werken. Fanny och Alexander is echter een film waarvan ik me kan voorstellen dat ik hem altijd goed gevonden zou hebben. Bergmans duistere kanten zitten sterk in de film verweven, maar het lijkt alsof de Zweedse regisseur aan het einde van zijn carrière wat luchtiger op die duistere kanten kon terugkijken. Zo'n warm werk ben ik niet van Bergman gewend, zelfs al doet de film pijn wanneer het pijn moet doen en blijven we niet met een compleet happy end achter (de komst van de geest van de bisschop zorgt voor kippenvel). Het is een spel met emoties, maar het totaalgevoel kan ik niet anders dan spiritueel noemen, al vind ik dat doorgaans een te zweverige term om op een film toe te passen.
Het draait allemaal om opbouw. Het openingsfeest duurt lang (en kennelijk nog langer in de 5-uursversie, die sommigen teveel wordt) en de film lijkt lange tijd geen specifieke kant op te gaan. Mij wisten deze scènes echter wel te pakken puur op sfeer en gevoel en als je verder in de film zit blijken ze ineens onmisbaar te zijn geweest. Door de lengte wordt het verlies van deze plaats en deze mensen als Alexander naar de bisschop verhuist voelbaar gemaakt. Aanvankelijk was ik ietwat teleurgesteld dat het verhaal ineens een wending nam waarin we weer een verhaal gingen zien over strenge opvoeding en chriselijk dogma's, maar Bergman voert ze perfect uit en ze passen in het sprookjesgevoel. Het derde, laatste en korste deel is het beste. Bij de joden vliegt de film werkelijk de sprookjeswereld in, inclusief levende mummies, een ontmoeting met God en het meest fascinerende personage in de film, Ismaël. Cinema op zijn best. Het eindigt op een uiterst bevredigende manier. Alle bijzondere scènes opnoemen heeft geen zin, daarvan zijn er teveel. Toch wil ik een favoriet in het bijzonder noemen, wanneer Alexander aan een stel kinderen 's avonds zijn toverlantaarn demonstreert. Een mooi klein moment, die helaas onderbroken werd door een schrikgrap van een van de kinderen. Er zijn ook scènes die niet echt een plaats lijken te hebben in het geheel, zoals het moment waarop we achtergrondinformatie over Carl en zijn Duitse vrouw krijgen, maar wellicht komt dat omdat ik naar een verkorte versie keek.
Ieders bijdrage aan de film is geweldig. De sets van Anna Asp doet denken aan de verfilming van Great Expectations door David Lean, waarschijnlijk niet toevallig aangezien Bergman toegaf dat Charles Dickens een grote inspiratiebron was voor deze film. Alleen Leans film was niet in kleur en de kleuren hier zijn onmisbaar, schitterend belicht en vastgelegd door cinematograaf Sven Nykvist. De kostuums van Marik Vos zijn natuurlijk ook fantastisch. De acteurs zijn allemaal perfect gecast en ik was in het bijzonder dol op Gunn Wallgren als de oma.
De film komt foutloos op me over. Ik heb nu al zin in herziening. Ik ben benieuwd naar de langere versie, maar ik vraag me serieus af of die werkelijk beter is. Het voelde perfect gebalanceerd aan nu. Sommige mensen verveelden zich af en toe bij de 5 uurs versie lees ik hier. Dat kan ik me bij de 3 uurs versie moeilijk voorstellen. Toch zal ik die uitgave eens bekijken, al is het maar om te zien wat ik gemist heb.
4,5*
Fantasia (1940)
Alternatieve titel: Walt Disney's Fantasia
Zoals ik in eerder bericht al aangaf was dit niet bepaald mijn favoriete Disney als kind, maar volgens mij zijn er ook geen kinderen die deze snel op de eerste plaats zullen zetten. Ik ging altijd voor Mickey Mouse en vooral de dinosaurussen (ik was gek op die beesten) en spoelde de rest meestal door. Het leek me nu wel interessant om hem weer eens te zien. Zoals verwacht kan ik er nu veel meer mee dan toen ik jonger dan tien jaar was, maar evengoed vind ik het een erg onevenwichtige film.
De abstracte animaties op Bach zijn aardig hypnotiserend en goed te doen zolang ze duren, maar ik wordt er ook weer niet razend enthousiast van. De Nutcracker bestond uit verschillende losse delen, waarvan er sommige leuk zijn (de paddestoelen) en anderen te kitscherig voor woorden (de feetjes). The Sorcerer's Apprentice is een hoogtepunt, al had Disney natuurlijk al jaren ervaring met het maken van zulke filmpjes, want de oude Silly Symphonies waren ook op de muziek getimed. Niettemin staat dit filmpje nog altijd overeind als een van de beste Mickey-shorts. The Rite of Spring is mijn favoriete muziekstuk van deze selectie en de dinosaurussen kunnen me nog steeds boeien, zelfs al vond ik dat er in deze passage wat al te veel vulkaanuitbarstingen zaten. De introctie van 'Soundtrack' is een geestig tussendoortje. Pastorale is voor mij het moeilijkst om doorheen te komen. Faunen, schattige elfjes, pegasussen en centauren die vrolijk ronddartelen beginnen mij snel te vervelen en ook deze passage is me wat te kitscherig. Alleen Zeus brengt wat leven in het spel, maar ook hij weet niet te voorkomen dat deze passage gewoon niet lijkt te eindigen. Gelukkig wordt dit goedgemaakt met Dance of the Hours, wellicht de best getimede film van allemaal en gewoon ontzettend leuk gedaan. Night on Bald Mountain is erg on-Disney en werkt prima als een sfeervol horrorsegment met meer dan een kleine verwijzing naar het Duitse expressionisme. Misschien is dit wel mijn favoriete segment. Helaas doet Ave Maria mij dan weer weinig. Ik heb al weinig met dat muziekstuk en er wordt ook weinig mee gedaan, al werkt het enigzins als afsluiter omdat het lekker kalm en koel is.
Twee uur van dit is wat aan de lange kant, maar gelukkig zit er genoeg moois tussen. Of het klassieke muziek eer aan doet is weer een andere kwestie, maar Disney heeft in ieder geval nooit meer zo'n groot risico genomen met een film. En is dit de officieuze start van de videoclip?
3*
Fantasia/2000 (1999)
Alternatieve titel: Fantasia 2000
Mijn grootste kritiek op de originele Fantasia was dat de stukken soms wel erg lang doorgingen, maar nu ik Fantasia/2000 heb gezien moet ik dit misschien inslikken. De nieuwe editie is namelijk het aller uiterste van de andere kant van het verhaal: hier duren de stukken te kort. Dus nu kunnen muziekliefhebbers zich beklagen over het feit dat Beethovens Vijfde flink is ingekort, terwijl anderen zich afvragen waarom de filmpjes zo gehaast verliepen. In het eerste deel duurden sommige passages wel meer dan twintig minuten, maar hier is de langste 13 minuten en dat is in deze film zelfs bijzonder lang. Als men niet het Mickeysegment uit deel 1 gerecycled had was Fantasia/2000 zelfs nooit aan een speelduur van een uur gekomen.
Nou hoeven deze stukken van mij allemaal zeker geen twintig minuten door te gaan, maar wat deeltje 2000 mist ten opzichte van zijn voorganger is toch het epische gevoel. Het heeft iets vluchtigs, het wordt zelden meer dan een verzameling korte sketches en de nadruk ligt dit keer ook veel meer op cartoonhumor. Natuurlijk kun je moeilijk heengaan over de evolutie en het uitsterven van de dinosaurus, een dag in het rijk van Griekse Goden en een dans op een duivelsberg, maar het is toch jammer dat men het nauwelijks lijkt te proberen. Alleen het Vuurvogel-segment is episch en lijkt te passen bij de oude Fantasia. Verder houdt men het klein, zelfs bij de Ark van Noach, waar men het toch moet hebben van de slapstick van Donald Duck. De eerste Fantasia is misschien wat al te pompeus, maar hij had nog iets mysterieus, majestueus en ambitieus. Dit is in alle opzichten een simpelere film.
Niettemin is dat geen probleem als de stukken gewoon goed uitgevoerd zijn. Het is dan opvallend dat misschien wel het best werkende segment 'Le Carnival des Animaux' met de flamingos is. Het verhaaltje is niet meer dan een excuus voor flauwe slapstick, maar de timing van de zeer vlugge bewegingen op de maat van de muziek vond ik geweldig, adembenemend zelf. Leuk om dan ook te lezen Eric Goldberg dit stuk helemaal in zijn eentje gemaakt heeft. Dan is het ook wel te vergeven dat het nog geen drie minuten duurt. Een ander bijzonder fijn deel is 'Rhapsody in Blue', waarin vier verhaallijnen door elkaar lopen en mooi aan elkaar gelinkt zijn. Dat heeft nogal een ander stijltje dan we gewend zijn van Disney, maar het werkt uitstekend. Ook het epische 'Vuurvogel' werkt prima en Donalds verhaallijnen is nog best geestig, zelfs al mag het niet in de schaduw staan van het veel knappere Mickeysegment uit de eerste Fantasia. Dit segment wordt hier dus herhaald, maar dat had van mij niet gehoeven. Het overtreft ook iets teveel alles wat er nu in zit.
De rest is ook een stuk zwakker. Het concept van Pini di Roma (vliegende walvissen) is sterk en Fantasiawaardig, maar ik vond de afwerking toch wat minder. Dit komt ook wel een beetje door de mix van CGI en 2D-animatie, die alles behalve vlekkeloos is, maar ik had ook het gevoel dat er het filmisch gewoon beter kon. Alleen het moment dat alle walvissen boven de wolken uitsprongen was nog wel groots. De abstracte vlinders van Beethovens Vijfde Symfonie vond ik niet echt werken. Het geheel voelt ongeïnspireerd aan en erger nog: de beelden passen eigenlijk totaal niet bij de muziek. De synchronisatie van beeld en geluid is misschien uitstekend, maar de dartele beelden lijken gewoon niet echt aan te sluiten bij de bombastische klanken van Beethovens bekende stuk. Het fragment van de tinnen soldaat vond ik het slechtste uit beide Fantasias, dat terwijl ook hier het concept veelbelovend is. Nog meer dan bij de vlinders lijkt hier de muziek totaal verkeerd gekozen te zijn (het gaat om Sjostakovitsj' 'Pianoconcert No. 2'), maar voor het eerst is zelfs de timing van de bewegingen op de maat van de muziek niet goed. Nog meer dan enig ander fragment heeft dit deel last van de haast. Ik kan nog voorstellen dat dit gewerkt had als het als een rustig liefdesverhaal gemixt met spannend avontuur was uitgevoerd, maar de snelheid waarmee dit verloopt breekt alle magie. Jammer, want de beelden zijn daar nog best sfeervol. Het doet me er wel aan denken hoe weinig lof ik gegeven heb aan de originele Fantasia voor de perfecte mix van beelden en muziek. Bij die film had ik er niet eens bij stilgestaan hoe knap de gekozen verhalen en beelden bij de muziekstukken paste. Fantasia/2000 laat zien dat dit toch niet iets vanzelfsprekends is.
Het ergste waren echter niet de muziefragmenten, maar de stukken tussendoor, waarin enkele beroemde mensen het volgende deel aankondigden. Ik was al niet zo'n fan van Deems Taylors overbodige, zouteloze commentaar van de originele Fantasia, maar bij 2000 had ik hem bijna graag terug gezien. De flauwe grappen en grollen van Steve Martin en dat duo dat Mickey Mouse aankondigt halen compleet de magie weg, evenals Bette Midlers geschiedenislesje over de eerste Fantasia. De rest lijkt er gewoon met de haren bijgesleept en deze tussenstukken hebben iets rommeligs. Mocht er ooit een nieuwe Fantasia komen - en waarom ook niet? Er zit veel potentie in - dan is dit iets waaraan het meest gewerkt mag worden.
Fantasia editie 2000 is dus duidelijk inferieur aan zijn voorganger, die ik zelf al geen meesterwerk vond. Het is ook absoluut geen straf om uit te zitten en er zit nog best wat creativiteit in, maar bij bijna ieder onderdeel had ik het gevoel dat er meer uit gehaald had kunnen worden. Walt Disney dacht bij de originele Fantasia achteraf dat hij misschien te ambitieus was geweest. Zou Roy Disney, de producent van deze film, bij deze achteraf het tegenovergestelde gedacht hebben?
2,5*
Fantastic Mr. Fox (2009)
Heerlijke film! Ik ben kennelijk een van de weinigen die als kind niet veel meegekregen heeft van Roald Dahl. Eigenlijk kende ik alleen de verfilming van Willy Wonka and the Chocolat Factory en die vond ik als kind verschrikkelijk. Ik vraag me af hoeveel van Fantastic Mr. Fox uit het boek komt. IMDb noemt het een vrij losse adaptatie en ik kan me eigenlijk slecht voorstellen dat dit veel lijkt op het boek, omdat het allemaal zo ongeloofelijk Wes Anderson is dat externe invloeden bijne ondenkbaar worden. Het verhaal, de personages, het camerawerk, de art-direction (geniaal), de muziek: dit was nooit op deze manier te realiseren zonder Anderson. Ik was tot nu toe geen fan van de man, maar ik moet wel erkennen dat hij één van de meest herkenbare stijlen van alle hedendaagse regisseurs heeft.
Fantastic Mr. Fox roept bij mij de wens op om een wat meer van Andersons oeuvre te gaan bekijken (en The Royal Tenenbaums te herzien), want dit is gewoon een kunststukje. De humor werkte hier bij mij enorm goed. Weinig momenten om hardop te lachen (al waren die er ook wel een aantal), maar constant een glimlach. Ik ben het niet met de hier en daar genoemde kritiek eens dat de film ergens stoom verliest. Vanaf de openingscène op dat heuveltje tot aan de eindcredits is dit een heerlijk feestje. Zeker een film die ik op dvd waarschijnlijk vaak zal aanzetten. En ik wil de soundtrack op cd. Pluspunten voor Clooney als Mr. Fox. Vaak irriteerd het als je een acteur duidelijk herkend in de stem van een animatiepersonage, maar hier past het. Wie anders zou in een live-actionversie Mr. Fox gespeeld kunnen hebben dan George Clooney? Alleen de rat is misschien een vermakelijker personage.
Zal 2009 de geschiedenis ingaan als het ultieme animatiejaar? Up, Summer Wars, Mary and Max, Coraline, Fantastic Mr. Fox en zelfs nog een aantal potentiële toppers te gaan. Drie ervan zijn stop-motion, slechts één is CGI. Helaas zal dat niet leiden tot een revolutie in de animatie-industrie, maar we konden er in ieder geval een jaartje van genieten.
4*, maar zwaar neigend naar 4,5*
Fantôme de la Liberté, Le (1974)
Alternatieve titel: The Phantom of Liberty
Absolute nonsens. Gelukkig maar.
Bovenstaande vier woorden geven een perfecte samenvatting van wat ik van de film vond. De film heeft geen verhaallijn of iets dergelijks, maar gewoon schijnbaar willekeurige gebeurtenissen die heel serieus getoond worden, maar eigenlijk altijd absurd en vooral surrealistisch zijn. Ik wil niet te veel weggeven, want iedere beschrijving van een van de scènes is eigenlijk al een spoiler (foei Gimly f!), maar als ik zeg dat terwijl een man moeite heeft om 's avonds in slaap te vallen er zonder verklaring ineens een emoe door zijn slaapkamer loopt dan weet je al genoeg. Struisvogelachtigen hebben sowieso een glansrol, zoals ook te zien in de laatste briljante scène waarin een groep opstandelingen strijden tegen (!) vrijheid worden neergeschoten terwijl een struisvogel suffig staat toe te kijken.
Er valt genoeg te genieten, maar soms had ik het gevoel dat Buñuel wel een hoger tempo had mogen aannemen. Dit is een soort Monty Python-achtige film en om de humor beter te laten werken moeten de scènes elkaar denk ik toch wel sneller opvolgen. Anderzijds lijkt het Buñuel meer om een surrealistische ervaring dan om harde lachers te doen te zijn en dan werkt een langzaam opbouwend tempo wel weer. Over het algemeen ziet allers er vrij gewoon uit en als er dan ineens iets aparts opduikt is het des te bevreemdender.
Sommige momenten zijn een tikkeltje veroudert, maar andere momenten halen het niveau van Monty Python, al wil ik dat verband niet te vaak leggen. Dit is toch echt Buñuelwerk. Ander kritiekpuntje is dat ondanks het surrealisme Buñuel bijzonder weinig aandacht heeft besteed aan de visuele kant van de film. Dat had ook meer aan de sfeer bij kunnen dragen.
De film schippert nu wat tussen 3,5* en 4*. Ik geef Buñuel het voordeel van de twijfel, want er zit genoeg leuks in voor 4 sterren.
"Down with freedom!"
Farewell to Arms, A (1932)
A Farewell to Arms is waarschijnlijk één van de meest onbedoeld ironische boekverfilmingen. Zoals hier al meer gezegd is neemt deze film het niet zo nauw met de roman die eraan vooraf ging. Hemingway vond het zelf vreselijk. Het is toch geestig hoe een boek dat bekend staat om zijn rauwheid zo'n romantische benadering krijgt. Het moge duidelijk zijn, dit is geen Hemingway. Echter het is wel een volbloed Borzage.
Dit is de derde film die ik van de regisseur zie en allemaal gaan ze volop voor de liefde, over koppels die de zwaarste tegenstand krijgen en uit elkaar gedreven worden, maar door vuur gaan om elkaar terug te vinden. Het was kennelijk niet Borzage's idee om dit boek te verfilmen (John Cromwell zou namelijk eerst regisseren), maar toen hij uiteindelijk het script kreeg moet hij waarschijnlijk meteen gedacht hebben om alle scènes die niet rond de romance draaien compleet te schrappen. Hij reduceert Hemingways verhaal dus totaal tot een bepaald aspect van diens originele verhaal en ook dit wordt ontdaan van het Aardse realisme en vervangen door een overdaad aan soft-focus belichting en smachtende blikken. Wat was de Eerste Wereldoorlog immers anders dan een poging om Gary Cooper en Helen Hayes uit elkaar te houden?
Of deze versie van A Farewell to Arms je bevalt hangt er heel erg vanaf of Borzage je ligt. Persoonlijk weet hij me altijd meer te pakken dan ik op papier zou vermoeden. Zijn werk is oversentimenteel en dat trek ik meestal niet, maar hij is ook waarschijnlijk de grootste romanticus die de cinema ooit gekend heeft en je merkt dat zijn hart en ziel echt in films als deze zit. Soms wordt het qua verlangende toon me iets te veel van het goede, maar nooit is de film niet geïnspireerd. En ja, ik wilde dat het koppel bij elkaar kwam (of dat gebeurt hangt af van welke versie je kijkt, ik zag hem met het slechte einde). Daarbij, ondanks dat Borzage's gebruikelijke, overdadig zacht-belichte beelden stevig in de categorie kitsch vallen, ziet het er toch weer fantastisch uit.
Ook opvallend: Gary Cooper als deserteur. In films wordt desertie vaak gezien als een laffe daad en wettelijk is het strafbaar, maar in enkele verhalen is het een vorm van heldhaftige rebellie tegen de onmenselijkheid van de oorlog. Hier is het echter doodleuk een romantische actie. Frank Borzage ten voeten uit.
3,5*
Fargo (1996)
De uitspraak dat je alle Coen-films moet herzien om ze volledig op waarde te kunnen schatten blijkt, na eerder succes bij The Big Lebowski, ook door Fargo waar te zijn. Bij deze tweede kijkbeurt schrok ik haast van de 4 sterren die ik gegeven had. Fargo is meer waard.
De kracht van de films van de Coen brothers zit hem meestal vooral in de personages. Niemand lijkt beter te zijn in het maken van de gekste, maar ook weer charmante figuren als de Coens. Fargo is hier ook weer een bewijs van. Neem Jerry Lundegaard bijvoorbeeld. De casting van William H. Macy is alleen als is geniaal. Hij zet een geweldig personage neer, die eigenlijk heel vriendelijk en zielig over komt en waarvoor je eigenlijk haast uit pure logica sympathie voelt, maar wie eigenlijk een akelige man is. Vooral die paar korte frustratie-uitbarstingen van hem zijn erg leuk. Steve Buscemi doet niet aan Macy onder en speelt een typische rol van snel-pratende ietwat slijmerige gangster. Helaas blijkt zijn personage totaal geen grip te kunnen houden op de hele situatie, wat haast melijwekkende, komische situaties oplevert. En dan is daar nog Peter Stormare. Zijn Geaer Grimsrud was me de eerste keer nauwelijks opgevallen. Ik wist wat hij deed in de film, maar zijn karaktertrekjes was ik vergeten. Onterecht, want Stormare maakt er iets heel moois van. Hij speelt voornamelijk een zwijgende killer, maar op de meest onverwachte momenten komt zijn menselijke kant naar voren. Het moment waarop hij licht geschokt naar een soap zit te kijken waarop een vrouw zegt dat ze zwanger is, is misschien wel de meest geslaagde grap in de film. Prachtmoment. Tussen al dit tuig en tussen het ijskoude landschap van de film door straalt ook nog wat warmte. Deze warmte heet Marge Gunderson en wordt perfect vertolkt door Frances McDormand. Zonder ook maar een keer in de buurt te komen van Sound of Music-zoetigheid speelt ze hier een mooi voorbeeld van een erg vriendelijke vrouw. Ook is het een type die veel slimmer is dan je aanvankelijk denkt en McDormand zet haar gewoon schitterend neer. Hulde aan de Coens voor deze personages en hulde aan de acteurs die ze zo uitstekend vertolken 
Ook leuk is de extra op de dvd genaamd Minnesota Nice. Ik dacht eigenlijk dat die vriendelijkheid van die bevolking overdreven was, maar tot mijn verbazing was dat niet zo.
Dit is weer zo'n film die nog vaak in mijn dvd-speler zal verdwijnen. Ik twijfel nog of ik de film gewoon naar de volle 5 sterren zal verhogen of naar 4,5. Ik hou het voorlopig op dat laatste.
Fast Five (2011)
Alternatieve titel: The Fast and the Furious 5
Ik heb de eerste Fast and Furious gezien tijdens een busrit naar Berlijn. Ik heb er geen enkele herinnering aan overgehouden. Verder heb ik deze reeks co pleet genegeerd, maar door de bijzonder positieve recensies wilde ik Fast Five toch eens een kans geven. Een goedgemaakte actiefilm op zijn tijd kan ik wel waarderen. Het is inderdaad een vaardig gemaakte film geworden, vooral als je naar de actiescènes kijkt. Sommigen zullen klagen om de ongeloofwaardigheid van bijvoorbeeld die scène met de kluis die voortgetrokken wordt door twee auto's, maar dat soort onzin kan ik nog wel waarderen, zeker omdat de scène gewoon goed geregisseerd was. Helaas is dat ook het enige hoogtepunt van de film, want ondanks dat de rest op zijn minst oké was had ik er verder niets mee.
Het probleem ligt voornamelijk bij mezelf, want dit is gewoon niet een reeks die op mijn interesses is ingespeeld. Ik heb niets met auto's. Ik heb niets Paul Walker, Vin Diesel of Dwayne Johnson (Diesel vind ik zelfs vervelend praten). Ik heb niets met het type machogedrag dat hierin voorkomt. Ik heb zelfs niets met de gelikte filmstijl van deze reeks. Wat heeft dit me dan te bieden? Oké, een leuke heist kan ik nog wel helpen, maar dan is het wel jammer dat we de hele film naar een planning zitten te kijken, om vervolgens dit compleet overboord te gooien en gewoon de kluis uit de muur te trekken. Ook gevatte one-liners zijn vaak leuk, maar hier had ik het gevoel ze allemaal al eens gehoord te hebben. Daarbij sukkelt de film vaak in slaap zodra het verhaal verteld moet worden of karakters uitgediept moeten worden; dat zijn gewoon scènes van de lopende band. Dan heb je maar weinig aan dat het vaardig gemaakt is, echt pakken doet het me niet.
2,5*
Fat City (1972)
John Huston was afkomstig uit de periode van de klassieke Hollywoodfilm, waar hij een van de bekendste regisseurs was. Wat dat betreft is het opmerkelijk dat hij uiteindelijk een film gemaakt heeft die 100% aanvoelt als een jaren '70-werk. Dit past prima in het rijtje van grauwe portretten van mensen aan de onderkant van de samenleving, verfilmd met veel aandacht voor achterwijken en derderangs architectuur. Denk Five Easy Pieces, Alice in der Stadten of zelfs The French Connection. Anderzijds: deze verbeelding van de stad is wel een goed equivalent van Hustons gebruikelijke wildernissen.
Het is een vrij krachtige film geworden. Kleiner dan Huston gewoon is en hij stuwt bijna totaal op de acteurs. Stacy Keach is voor mij onbekend, maar speelt deze rol compleet geloofwaardig, wat gemakkelijk anders had kunnen zijn. Die vent die bokser Lucero speelt krijgt geen tekst en volgens mij maar één fatsoenlijke close-up, maar imponeert eveneens. Susan Tyrrell levert echter de beste prestatie. Haar goedkope vrouwtje die volgens mij alleen maar domme dingen kan zeggen ligt dik tegen een karikatuur aan, maar Tyrrell blaast er leven in.
De enige zwakte in de film is hoe Jeff Bridges personage neergezet wordt. Niet zozeer door het acteerwerk, maar door het script. Aanvankelijk volgt de film zijn carriere op de voet, maar na een half uur of zo wordt zijn personage onverwacht compleet vergeten en mag Bridges alleen nog opdagen om niets anders te doen dan op Keach te reageren. Aangezien de parallel tussen beide karakters van groot belang is voor de film is dit een gemis.
3,5*
Fatal Attraction (1987)
Niet echt een speciale film. Een beetje cliché eigenlijk, maar tot het laatste half uur of zo wel goed uitgevoerd, met veel aandacht voor geloofwaardige psychologische ontwikkeling voor zowel Douglas als Close, die beide in topvorm zijn hier. Later komen er echter wat rare dingen in het spel. De ontvoering van Douglas' dochter bijvoorbeeld en dat auto-ongeluk, waarom zat dat erin? Dit verhaal vereist eigenlijk dat er iets ergs gebeurt met iemand uit Douglas familie, maar in plaats daarvan komt men met dit soort slappe hap aanzetten. En dan ook nog eens een standaard psycho-einde, waarbij de schurk nog een keer opstaat na zogenaamd gedood te zijn. Is dat echt nodig? De vrij lelijke, typisch jaren '80 esthetiek zal ik ook nooit begrijpen. Vond men dat toendertijd echt mooi?
Maar ach, op het eerste anderhalf uur valt weinig aan te merken en het is al met al best een effectieve film, die toch wel doet wat hij moet doen.
3 sterren.
Faust (2011)
Dit is mijn eerste Sokurov en het is een geweldige kennismaking. Vooral qua sfeer maakt Faust indruk. Het leek soms wel alsof iemand ingezoomd had op de vele kleine, bizarre taferelen die je ziet in een schilderij van Pieter Bruegel de Oude (iets wat The Mill and the Cross letterlijk deed geloof, maar die moet ik nog zien) en er nog wat verlichting a la Vermeer aan toegevoegd had. Erg mooi om naar te kijken, dus, maar het sluit allemaal ook goed aan op de inhoud en de sfeer. Dat shot waarin Faust en Margarethe dat donkere meer invallen is toch wel echt van grote klasse. Al met al zet Sokurov hier een Middeleeuwse wereld in die het waard is te bezoeken.
Inhoudelijk vind ik het nog wat moeilijk om mijn vinger op de film te leggen. Ik begrijp min of meer wat de film impliceert, maar ik kan lang niet alle scènes praten en eerlijk gezegd vergat ik door het staren naar de mooie beelden af en toe de dialogen goed te volgen. Sowieso vond ik de dialogen vaak maar vreemd, alsof de personages geregeld heel snel, soms midden in een zin, van onderwerp of anders wel van mening leken te veranderen, maar dat kon ook mijn verbeelding zijn. Het Faustverhaal ken ik verder wel (al was dit gek genoeg de eerste filmversie die ik zag), maar Sokurov maakt er wel weer iets nieuws van (er bestaan sowieso al veel variaties op dat verhaal, dus niemand zal erover klagen denk ik). Zo durf ik eigenlijk nauwelijks te zeggen of het einde, waarin de woekeraar gestenigd wordt en Faust levenslustig een besneeuwd berglandschap instapt door Sokurov als positief of als negatief wordt beschouwd, maar het desolate van de omgeving wekt de suggestie van het tweede, als symbool van totale gekte in totale leegte. Maar de openheid die de film voor mij nu heeft past eigenlijk wel. Dit is een film die een laagje mysterie nodig heeft, niet in het plot maar in de algemene sfeer en toon.
Duidelijk één van de beste films van de laatste tijd. Alleen die poster hier kan echt niet. Op zichzelf al heel lelijk, maar straalt ook een totaal andere sfeer uit dan de film.
4*
Fear and Desire (1952)
Alternatieve titel: Stanley Kubrick's Fear and Desire
Eindelijk Fear and Desire eens gezien, na lang wachten met de laagst mogelijke verwachtingen. En wat blijkt, de film valt reuze mee. Ja, veel eraan is slecht, maar als geheel is het ook weer niet zo rampzalig dat het van de aardbodem moet verdwijnen.
Het zijn vooral de pretentieuze dialogen in combinatie met houterige acteerprestaties en een wat knullig plot die de film parten spelen. Een voorbeeld: de luitenant zegt op een gegeven moment doodleuk tegen zijn mannen dat ze zich "native" moet gedragen als vijanden ze zouden zien reizen door hun gebied. Je krijgt toch sterk de indruk dat niemand zich enorm verdiept had in oorlogen en niet veel verder was gekomen dan "oorlog is slecht". Kortom: het is echt een project van een jeugdige filmmaker, met idealistische, maar nog wat onuitgewerkte ideeën. Zelfs het meest interessante punt, dat de soldaten het opnemen tegen hun evenbeelden, is eigenlijk al subtieler, sterker en niet op zo'n overdreven directe manier behandelt in het veel krachtigere La Grande Illusion. Verder was het ook zo nu en dan wat saai en Paul Mazursky's (jawel, de man die later nog meerdere Oscarnominaties kreeg als scriptschrijver, producent en regisseur) acteerwerk kan echt niet. Veel slechter acteerwerk als dat hij levert zul je niet snel vinden.
Dat is een hoop kritiek, maar toch werkt de film ten dele wel, vooral als een soort koortsdroom. Ik vond het erg sfeervol gefilmd eigenlijk, vooral ook wel met dank aan de belichting. Dat Kubrick voorheen fotograaf was komt de film ten goede en ik vond de sfeer zelfs wat dromerig. Je zou er bijna het geluid (en dan vooral de dialogen) bij uit willen zetten en het willen afspelen met wat broeierige, duistere en misschien wat hallucinante muziek. Het zou zo maar kunnen werken. De film blijft door zijn sfeer ook wel echt hangen. Alleen de montage maakt er soms een beetje een rommeltje van.
Dit is voor mij echt een grensgevalletje van onvoldoende/ voldoende. Ik ga net voor dat laatste, maar echt op het randje. Er zijn immers regisseurs die met minder ambitie en met een slechter oog begonnen.
3*
Fear and Loathing in Las Vegas (1998)
Dit is schijnbaar een film waarvan je houdt of die je haat. Zelfs de tagline beweert dit. Ik ga eens dwars beweren dat ik de film niet haat, maar dat ik er ook niet echt van houdt.
Toegegeven, ik neig wel duidelijk meer naar 'houden van'. Misschien komt het doordat Gilliam zeer trouw is gebleven aan het boek (dat las ik in ieder geval op IMDB, ik heb het boek niet gelezen), maar nota bene een tripfilm over drugsmisbruik is Gilliams meest evenwichtige (maar niet beste!) film tot nu toe. Het is gemakkelijk om te klagen over het (ontbreken van) verhaal, maar als je het mij vraagt weet deze film prima waar ie mee bezig is. Toegegeven, het duurt wellicht wat te lang, maar tegelijkertijd vond ik dat ellenlang uitrekken van de film passen bij het gevoel dat het volgens mij probeerde op te roepen.
Ik heb persoonlijk nog nooit drugs gebruikt en heb geen plannen om eraan te beginnen. Van deze film verwachtte ik een grote drugsverheerlijking. Veel berichten hier en op andere filmsites gaven me het gevoel dat ik de film alleen onder invloed van enige drugs zou kunnen waarderen. Daarom stelde ik het kijken van deze film erg lang uit. Ik geloof niet dat een film ooit zo lang onbekeken in de kast heeft gestaan. Ik moest echt zorgen dat ik er voor in de stemming was. Zaterdag durfde ik het aan en tot mijn verbazing ervaarde ik het niet als een drugs verheerlijkende film. Eigenlijk maakt de film niet een echt duidelijk statement over drugs. Drugs is hier vooral een onderdeel van de levenservaring van de twee hoofdpersonen en het gebruik van drugs in de film levert een vrij fascinerend tijdsbeeld.
Evenwel kan ik me moeilijk voorstellen dat je hier onder de drugs veel aan vind. De beelden hier zijn, hoewel creatief en komisch, nachtmerrieachtig. Ik zou zelf absoluut niet in zo'n staat willen verkeren als de twee hoofdpersonen hier. Het is best wel rock bottom, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik vond dat er iets triests en verontrustends aan de film was, maar veel recensies hier en elders op het internet lijken toch uit te gaan van een cool-anarchistische ervaring. Schijnbaar komt deze film op iedereen anders over.
Persoonlijk waardeerde ik de creativiteit, het interessante tijdsbeeld, de sterke voice-overs en de erg grappige vertolking van Johnny Depp in een van zijn beste rollen. Het enige wat de film niet deed is echt onder de huid kruipen of me anders echt geweldig aan het lachen te maken. Alle pluspunten ten spijt liet de film me met een leeg gevoel achter, die Raoul Duke en Dr. Gonzo waaschijnlijk ook gevoelt zullen hebben als ze later sober terugdachten aan wat ze hier meemaakten. Maar dat kan ook de bedoeling zijn, natuurlijk... Hoe dan ook, een diepe indruk liet de film bij een kijkbeurt nou ook weer niet achter, al vermoed ik dat ik hem nog wel eens zal herkansen.
3,5*
Feet First (1930)
Ook ik ben het eens met Poisonthewell. Deze Lloydfilm steunt erg veel op oud succes en bij het einde is het onmogelijk om niet te denken aan Safety Last (en de short Never Weaken). Het is echter zeker niet waar dat de stunts daaruit gekopiëerd zijn. De situatie mag dan hetzelfde zijn, de gebeurtenissen zijn anders. Het blijft hoe dan ook hilarisch en spannend, waardoor het niet zoveel uitmaakt dat het vooral meer van hetzelfde is. De scènes op de boot vond ik eveneens vermakelijk, maar wat daarvoor kwam was traag en matig. Daar zie je het duidelijkst hoe onwennig geluid voor komieken uit de stomme tijd aanvankelijk was. Later richt de film zich meer op visuele humor en dat werkt.
3,5*
Fehér Isten (2014)
Alternatieve titel: White God
White God kreeg vooral mijn aandacht door de intrigerende trailer. Helaas doet de film er zelf niet helemaal eer aan. Het was veel meer standaard dan ik had verwacht. Snap berichten dat dit origineel zou zijn, want dit is gewoon een Hongaarse hondenremake van Rise of the Planet of the Apes. Dat script wordt plotpunt voor plotpunt gevolgd. Daar komt nog eens bij dat zelfs de thematiek hetzelfde is. Het zijn twee films die zowel gaan over de verhoudingen tussen mens en dier (letterlijk) en tussen menselijke rassen onderling (figuurlijk). Niets nieuws onder de zon. Het grootste verschil is dat hier de honden wat meer gericht specifieke mensen aanvallen en uiteindelijk getemd worden (klinkt nogal fout als je dit ziet als een metafoor voor interraciale verhoudingen).
Jammer dus dat zo'n intrigerende film zo beperkt origineel is. Ik stoorde me er ook aan hoe knullig het soms technisch in elkaar zat, zoals Mochizuki Rokuro al aangaf. Toch werkte het nog enigszins voor mij als een avonturenfilm met honden in de hoofdrol. De honden spelen beter dan de mensen en hebben ook meer karakter. De wat meer actiegerichte scènes waren soms wat knullig, waarschijnlijk omdat ze kunsten vereisen van de honden die de beesten niet echt kunnen, maar over het algemeen werkt het goed. Het is ook niet al te moeilijk om mee te leven met de arme dieren, waardoor het enigszins genietbaar is als wraakfilm.
2,5*
Femme d'à Côté, La (1981)
Alternatieve titel: The Woman Next Door
Vrij goede film van Truffaut. Het is allemaal niet opvallend geschoten. Qua camerawerk en montage heb ik interessantere dingen van Truffaut gezien. Hier wordt veel meer gesteund op het script en de acteurs. Hoewel dit een minder bijzondere film oplevert dan Jules et Jim, Les Quatre Cents Coups en L'Enfant Sauvage is het eindresultaat toch een vrij intense film.
Verhaallijnen over geliefden die niet met en zonder elkaar kunnen leven heb ik al meer gezien, maar mits het goed uitgewerkt wordt kan ik het wel waarderen. Hier is het vooral opvallend dat als de ene persoon de relatie voor gezien houdt, de andere kennelijk geprikkeld wordt om de relatie weer vuur te geven. Zo gaat dat steeds heen en weer, maar wel met telkens andere nuances waardoor het niet vervelend wordt. Depardieu heb ik eigenlijk nog nooit beter gezien. Bij die scène waarin hij Ardant aanvalt tijdens dat feestje kon ik bijna niet meer kijken uit plaatsvervangende schaamte. Ardant haalt dat niveau niet, maar heeft een zekere mysterieuze uitstraling die wel past bij de rol. Het einde past bij de film, al komt het wel op een erg kunstzinnige wijze tot stand. Had iets eleganter en geloofwaardiger gemogen. Een kleine smet op een verder prima film. Truffaut kan echter beter.
3,5*
Femme Est une Femme, Une (1961)
Alternatieve titel: A Woman Is a Woman
"Is het een tragedie of een komedie?", vraagt een personage zich tweemaal in de film hardop af. "Voor een vrouw zijn die dingen niet altijd even duidelijk te scheiden.", beweert een ander. Een idee dat Godard uit lijkt te buiten in deze film. Niet dat de film ook maar enigzins iets wegheeft van een tragedie, integendeel zelfs. Het is een romantische komedie, maar dan wel in Godardstijl, wat in houdt dat het zo'n onconventionele romkom geworden is dat Punch-Drunk Love een lopende bandproductie lijkt. De tragedie is er vooral voor de mannen, die geen idee hebben hoe ze op de vrouw moeten reageren. Haar gedrag is compleet onmogelijk, zonder ooit een werkelijk vrouwonvriendelijk statement te maken overigens..
Un Femme est une Femme is een van de meest vermakelijke Godardfilms. Qua pure entertainmentwaarde is het misschien zelfs wel de beste. Dat Godard zijn politieke overtuigingen voor het grootste deel in de kast hielt draagt daar aan bij.
Het is echter de perfecte casting die deze film tot een klein feestje maakt. Anna Karina, die door de Godardfilms tot een van mijn favoriete actrices is uitgegroeid, is wellicht de enige actrice die perfect de typische Godardvrouw weet te belichamen. Dat houdt in dat haar personage erg vreemd is, tegelijkertijd erg warm en zeer afstandelijk moet zijn en dat ze een bepaalde speelsheid moet bezitten die complete waanzin zoveel mogelijk als natuurlijk weet over te brengen. Anna Karina laat het simpel lijken. Haar karakter is totaal onrealistisch en eigenlijk gewoon niet menselijk, maar toch vermakelijk en zo heel af en toe kruipt er iets tragisch doorheen. Knap gedaan.
Belmondo en Brialy leveren knap tegenspel, ieder op zijn eigen manier. Belmondo is zo goed omdat hij door de films van Godard loopt alsof het hem niet opvalt wat een waanzin er om hem geen plaatsvind. Hij kijkt wat onverschillig rond alsof hij het allemaal al eens gezien heeft en maakt zich nauwelijks druk over wat Karina's personage allemaal wel niet van hem denkt, zolang ze maar met hem uitgaat. Het gigantische contrast tussen beiden werkt op de lachspieren. Brialy speelt dan meer de man die zijn gedrag probeert aan te laten sluiten bij die van Karina, maar zich beseft dat dit onmogelijk is. Het lijkt een ondankbare rol, maar het wordt toch een levendig karakter.
Verder is er weer de typische Godardregie, waar bijna alles kan en mag. Aangezien deze film zelfs voor een Godard luchtig bedoelt is levert dit veel flauwe grapjes op, die echter met zo'n energie en met zo'n knipoog gebracht worden dat het nooit vervelend wordt. De film bruist gewoon van het leven. Godard is ook de enige die zo'n totaal onlogisch en ongeloofwaardig einde als voor de hand liggend kan laten overkomen.
Zoals uit mijn bericht op te maken valt moeten mensen die niets van Godard moeten hebben absoluut deze film negeren, koste wat kost. Persoonlijk kan ik er wel van genieten en een ietwat moeizame start van de film en een bij vlagen irritante soundtrack kunnen de pret nauwelijks storen.
4*
Femme Infidèle, La (1969)
Alternatieve titel: The Unfaithful Wife
Het is ook jammer dat zijn films (in ieder geval vele die in de twee Engelse boxen zitten) altijd worden vergeleken met die van Hitchcock, waardoor velen (ik ook) verkeerde verwachtingen krijgen.
Dit is mijn eerste Chabrol en na aanleiding van deze film durf ik te zeggen dat de vergelijking met Hitchcock zeer voor de hand ligt. Erg veel dingen hieruit zijn duidelijk door Hitch geïnspireerd, zoals het gedetailleerd tonen van het wegwerken van bloed na de moord, de suspensescènes (de aanrijding terwijl het lijk in de kofferbak zit, of het lijk dat niet wil zinken), het oog voor het alledaagse of middenklasserespectabiliteit in combinatie met misdaad en de kleurrijke bijrollen: dit had zomaar een Hitchcockfilm kunnen zijn. Chabrol is hier echter een minder sensationele filmmaker en giet er een typisch Frans sausje over. Hij maakt zich het materiaal wel eigen, al heeft hij niet zo'n goed oog voor komische bijrollen, want die zijn hier vooral flauw. En het langzaam zinken van dat lijk is iets te herkenbaar een variant op een bekende Hitchcockscène. Zo'n bijna Tarantino-achtige homage leidt vooral af tijdens een geloofwaardige film als deze.
Deze film kwam me erg bekend voor. Ik moest hierbij constant aan Unfaithful denken. Geen wonder, want dat blijkt hier een remake van te zijn. Het totale gebrek aan verrassing was ook een van de grootste minpunten van deze film. Dat komt niet alleen doordat ik de remake kende, het is gewoon een weinig origineel verhaal. Toch is het wel degelijk goed uitgewerkt. Chabrol is op de eerste plaats geïnteresseerd in personages en menselijke verhoudingen en dan pas in overspel en misdaad. Het is meer drama dan thriller. Zelfs tijdens de meest alledaagse situaties en gesprekken (en daar zitten er veel van in) maakt Chabrol onderliggende gedachtes en onderhuidse gevoelens voelbaar. De hoofdrollen worden allemaal enorm sterk gespeeld (de bijrollen dan weer een stuk minder).
Dus het is een goed gemaakte film en ik kan me wel enigzins voorstellen dat veel mensen dit zelfs een geweldige film kunnen noemen. Persoonlijk ben ik er echter nog niet enorm van onder de indruk.
3*
