• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.914 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.966 gebruikers
  • 9.370.192 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten The One Ring als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Nabbeun Namja (2001)

Alternatieve titel: Bad Guy

Ik vraag me af wat Ki-Duk dacht toen hij deze film maakte.

Een vrij ouderwetse methode om een vrouw braaf te houden is door haar vaak te slaan en te bedreigen. Het gebeurt natuurlijk nog steeds en je ziet het ook met enige regelmaat gebeuren in films. Maar volgens mij is dit de eerste keer dat ik een film zie waarin deze actie goedgekeurd wordt en zelfs als romantisch ervaren wordt. Wat moeten we denken? "Ach, Hang-Gi is sociaal onbeholpen dus het is eigenlijk heel zielig dat hij op zo'n vreselijke manier zijn liefje voor zich wint"? Nou sta ik er voor open om eens een ander soort hoofdpersoon te hebben, eentje met een duistere kant, maar toch verbaas ik me over dat zo'n beetje niemand op deze site moeite lijkt te hebben met deze mentaliteit. Het is mysogine en vreselijk fout masochistisch. Ik zou het denk ik minder erg gevonden hebben als het niet gewerkt zou hebben. Helaas blijkt echter het meisje toch ontroerd te raken door de liefde die achter Hang-Gi's klappen en drang om meisjes in de prositutie te drijven zit. Uh-huh. Het lijkt net alsof Ki-Duk wil zeggen dat het goed is om meisjes de prostitutie in te drijven als je daarmee hun liefde kunt winnen. Nee, ik denk niet dat dit werkelijk de bedoeling is, maar het kan er met gemak uit gehaald worden.

Overigens vond ik de personages helemaal niet complex overkomen. Integendeel zelfs. Ze lijken gestimuleerd te worden door oerdriften, Hang-Gi in het bijzonder. Dit maakt hem op zich wel een interessant personage, maar mijn sympathie had hij nooit. Het meisje is veels te passief om interessant te zijn. Haar rol was gewoon vrouwonvriendelijk, met een achterliggende gedachte dat vrouwen maakbaar zijn naar de wil van de man en dat als een vrouw zich schikt naar de wil van de man ze zelf gelukkig zou worden.

Hierdoor werkte de film voor mij niet helemaal. Sommige scènes zijn best mooi, maar hebben nu een wrange bijsmaak. Neem bijvoorbeeld die scène waarin die meid met lippestift haar speigel besmeert, waar Hang-Gi achter zit, of de scènes met de kapotte foto's. Deze hadden me echt kunnen raken, maar nu heeft het iets akeligs.

Eveneens vergt de film enorm veel van mijn 'suspension of disbelief'. Alleen al de manier waarop Hang-Gi het meisje in de prositutie weet te krijgen is heel vergezocht. De moordaanslagen waren sterk uitgevoerd, maar zijn verhaaltechnisch minder geslaagd. Vooral vreemd dat Hang-Gi meteen ruzie zoekt met die man waarvan hij zo blij was dat hij uit de gevangenis kwam. Slaat dit ergens op?

Ik zag van Ki-Duk al Spring, Summer, Fall, Winter and... Spring die ik erg mooi vond. Ik verwacht nog steeds veel van Bin-Jip. In principe lijkt Ki-Duk me ook wel een regisseur waar ik veel mee kan. De stilte van zijn personages komt op een bepaalde manier nooit gekunsteld over. Voor hun lijkt het net zo logisch om te zwijgen als het in veel films juist normaal is om te spreken. Het weet mij wel te boeien en ook in Bad Guy werkt het. Daarnaast is Ki-Duk ook goed met muziek en beelden. De scène waarin een vrouw de zee in loopt werkte voor mij wel. Ik hoop alleen nooit meer deze bijna onbewust vrouwonvriendelijke mentaliteit tegen te komen in z'n films. Al voel ik met net een onwetende idioot hier wat dat betrefd, aangezien ik de enige lijk die de film zo heeft ervaren.
2*

Naboer (2005)

Alternatieve titel: Next Door

Het grote probleem dat ik met Naboer had is dat ik de clou, dat de hoofdpersoon zijn ex vermoord had, al raadde na de eerste scène. Toegegeven, de scènes die na de opening volgen zijn erg goed, spannend en intrigerend. Helaas viel het me al snel op dat het appartement van de hoofdpersoon enorm veel overeenkomsten vertoonde met die van zijn buren, dus voor de helft had ik al door dat het om hersenspinselen ging. En dan verliest de film toch wel veel spanning en worden de overduidelijke hints die blijven komen vooral vervelend. Sletaune gaat uiteindelijk zover om ook gewoon de hele zaak prijs te geven. Past ook niet echt bij een film als deze. Het is jammer dat een aanvankelijk mysterieuze film verandert in zo iets voor de hand liggends. Gelukkig is de sfeer wel goed, met mooi camerawerk en vooral goede sets.
3*

Nae Meorisokui Jiwoogae (2004)

Alternatieve titel: A Moment to Remember

Het bleek dat ik deze film al eens gezien had, alleen toen heette die nog A Walk to Remember (slechts één woord verschil in de titel!), liepen er Amerikaanse acteurs in rond en had het meisje leukemie en geen Alzheimer. Verder is het grotendeels hetzelfde riedeltje: ruwe jongen met stiekem een goed hart wordt verliefd op een goedhartig meisje dat zelf ook een outsider is. Zij brengt hem weer op het rechte pas en haalt zijn frustraties weg. Ze zijn even gelukkig (inclusief de meest kitscherige trouwscène ooit gefilmd: gaat het zien!), maar dan wordt zij ziek en is het zijn beurt om voor haar te zorgen. Zie daar het commando om te gaan huilen.

Helaas heb ik nooit zo goed kunnen huilen op commando. De emotie die mij overviel was angst; pure, koude angst. Dit kwam na zo'n twintig minuten, toen ik me besefte dat ik naar een rampzalig slechte film zat te kijken die totaal niet meer te redden was. Ik gruwelde van de gedachte nog meer dan anderhalf uur te moeten zien (en ik ben zo koppig dat ik alles afkijk). Nu blijkt dat het nog erger had kunnen zijn: er bestaat zelfs een martelwerktuig genaamd de director's cut die 144 minuten duurt. Ik heb de afgelopen tijd tien Pokémonfilms gezien en ik overdrijf niet dat ik nu nog liever een marathonsessie zou hebben waarin ik die tien achter elkaar kijk dan dat ik ooit hier de director's cut van zal zien.

Nu ik klaar ben met het ongegeneerd afkraken van deze film zal ik de zere plekken eens aanwijzen. Waar te beginnen? Wat mij het eerst ervan overtuigde dat ik naar een ramp zat te kijken was de incompetente regie. Het eerste uur ratelt voorbij, met shots die geen ruimtelijke relatie tot elkaar lijken te hebben, alsof de cameraman niet altijd even goed wist welke kant van de camera nu precies op de actie gericht moest worden en de editor nooit geleerd had dat simpelweg twee shots aan elkaar plakken niet per se tot een coherente film leidden. John H. Lee leek zelf ook niet bijster onder de indruk van de verhaal, afgaande op het tempo waarmee hij belangrijke gebeurtenissen liet passeren. Neem de opbouw naar de bruiloft. De schoonfamilie klikt tijdens een etentje niet met de jongen. Hup, meisje gaat gefrustreerd naar buiten. Hup, meisje valt buiten neer. Hup, paniek in de familie. Hup, jongen is buiten. Hup, jongen draagt meisje. Hup, meisje draagt bruidsjurk. Hup, familie lacht. Hup, einde bruiloft. Volgens mij duurde dit allemaal nog geen minuut.

Later kwam de film echter meer tot rust en leken de cameraman en de editor ook een basiscursus gevolgd te hebben (nee, dit resulteert niet in mooie beelden). Nu komen we aan bij het stuk dat Lee duidelijk echt interesseren: de Alzheimer. Ik begon het snelle tempo al snel te missen, al is het maar omdat met dat ritme het geheel misschien een half uur korter had kunnen duren. In plaats daarvan kon ik extra traag 'genieten' van eindeloos uitgesmeerd vals sentiment. Kleffer dan dit kun je een film gewoon niet maken. Ik geloofde er niets van en vond het allemaal een onoprechte poging om zo hard mogelijk de tranen uit de ogen van de kijkers te trekken. Als hij daarvoor een nijptang had gebruikt dan was hij waarschijnlijk mensvriendelijk geweest. Mensen die A Walk to Remember slecht vonden gaan hier een zware kluif aan krijgen. Er is geen beginnen aan om op te noemen wat er allemaal wel niet zo rampzalig is hier, maar ik wil twee dingen noemen. Ten eerste Ye-Jin Son, een rampzalige actrice die kennelijk de instructie van de regisseur heeft gekregen iedere vijf seconde op een nieuwe manier te schmieren. Ten tweede was er de felroze lippenstift. Iedereen droeg het, behalve de wat gemenere personages. Waar komt dat vandaan? Die van Ye-Jin Son was nog feller dan die van de rest en zelfs in de staat van zware Alzheimer vergat ze die niet op te doen. Het maakt het clownsfeest in ieder geval compleet.

De grootste schok werd uiteindelijk voor later bewaard. Kennelijk staat dit op 2 in de tip 250? WTF! (Ik ben niet zeker of liefhebbers van deze film deze afkorting begrijpen; opzoeken op eigen risico!). Wat mij betreft is het gewoon één van de slechtste films ooit gemaakt. Ach, in ieder geval heb ik weer eens een onvervalste zeikrecensie kunnen schrijven. Ik deel het laagste cijfer zo weinig uit dat het alweer een tijdje geleden was (bijna een jaar alweer).
0,5*

Nae-Ga Sal-In-Beom-I-Da (2012)

Alternatieve titel: Confession of Murder

Bij deze sluit ik me aan bij james_cameron dat een remake niet echt een gek idee is, of die nou uit Amerika komt of ergens anders vandaan. Het concept van een seriemoordenaar die na het verlopen van de zaak met zijn bekentenissen in de media komt aanzetten is best gaaf. Of het ook werkelijk mogelijk is weet ik niet, maar het leent zich voor zowel goede satire of een spannende thriller. Misschien zelfs een psychologisch drama.

Confession of Murder neemt geen van deze drie opties, al suggereert hij ze allemaal te proberen. Probleem is dat het enorm over-the-top is op ieder gebied. Cartooneske actiescènes, extreem melodrama en breed komische scènes wisselen elkaar af en zorgen er bijna voor dat geen een van allen echt werkt. Ondanks de stilering is het een slecht geregisseerde ratjetoe aan elementen, alsof je naar een film zit te kijken die maar niet kan besluiten wat het is. Ik ben sowieso niet een al te grote fan van dat extreme gedoe, zeker niet in het acteren. De vent die de uiteindelijke moordenaar speelt is met name rampzalig. Alleen de actiescènes maken het de moeite waard. Ze komen bijna uit een Looney Tunes filmpje, zo over-the-top is het (behalve de ijzersterke eerste), maar ze zitten goed in elkaar.

Het intrigerende plot wordt helaas ook verpest door een slechte uitwerking. Sowieso is het gegeven al meteen minder interessant als het allemaal slechts een plan was om de echte moordenaar zich te laten melden. In feite vond ik het al niet zo toen de twist leek te zijn dat de schrijver niet de echte bad guy was. Daar ligt niet het fascinerende punt van het verhaal. De boel had gered kunnen worden als de schurk boeiend was, met een interessante motivatie, maar helaas, hij is het slechtste element aan de hele film. Daarvoor stoorde ik me trouwens ook aan het acteerwerk van de vent die de schrijver speelt. Hij speelt opzichtig een nepperd. Met zo'n smerig glimlachje boete tonen bij de ouders van de slachtoffers bijvoorbeeld. Acteerregie lijkt Byoung-Gul Jung totaal vreemd te zijn, helaas.

Het intrigerende concept en de actie moeten de film dragen. Dat lukt niet al te goed, maar het kijkt nog wel weg. Zeker niet één van de betere Koreaanse thrillers wat mij betreft. Zie bijvoorbeeld Memories of Murder om een goed beeld te krijgen van hoe je wel verschillende tonen kunt mixen tot een geweldig effect.
2,5*

Nagareru (1956)

Alternatieve titel: Flowing

Het is toch wel een nadeel om 3 films van een regisseur (min of meer) verplicht binnen een week te moeten kijken doordat ze in één box van de MovieMeter Pakketservice zitten. Na al drie oude Japanse drama's over het dagelijkse leven gehad te hebben in een week had ik vooral sterk behoefte aan iets anders. Ik wilde Flowing graag zien, maar had er graag een paar weken pauze voor in gelast. Mijn stemming, niet op de laatste plaats veroorzaakt door vermoeidheid, heeft zeker weerslag gehad op mijn eerste kijkbeurt van Flowing.

Ik hou wel van films over een hechte groep waarin alles uit elkaar dreigt te vallen, zoals hier. En ik vond het dan ook bij vlagen erg mooi, dankzij boeiende personages, gespeeld door even boeiende actrices (het mannelijk aandeel in de cast is te verwaarlozen) en ook door een hoge geloofwaardigheid. Ik vond echter wel dat de geldproblemen en het zoeken naar oplossingen een beetje de overhand kreeg. Natuurlijk wordt dit vooral gebruikt als katalysator voor de dramatische ontwikkelingen rond de personages, maar het stak me iets te veel de kop op. Sterk vond ik vooral het plot rond de 50-jarige geisha en ook de moeder-dochter-relatie van de hoofdgeisha.

Naruse lijkt ook iets met eindes te hebben waarin de personages een beetje in een tussensituatie zitten, in afwachting van een betere of - waarschijnlijker - slechte toekomst. Een soort open eindes dus. Ook hier weer. Ik vind dat wel mooi, zo'n gevoel van onzekerheid op het einde van een drama. Het benadert eigenlijk meer het slice-of-life-idee van het echte leven dan een goed of slecht einde, want een mens blijft immers in zijn leven ook altijd nog met een toekomst zitten, waarin niets vaststaat. In deze film van Naruse vond ik dit element nog het best op zijn plaats.

Verder weer een alleraardigst drama van Naruse, al zie ik geen genie in hem. Gewoon een goede regisseur van familiekronieken, van wie ik zeker nog wel eens iets mee zal pikken, maar hij is niet de beste uit zijn categorie.

3*

Naissance de l'Amour, La (1993)

Alternatieve titel: The Birth of Love

Mijn tweede Garrel, naar La Frontière de l'Aube, waarvan ik me weinig meer herinner dan dat ik die helemaal niets vond. Zo ook deze, kennelijk één van de betere van de man. Erg geïnteresseerd in zijn verdere werk wordt ik er niet van.

Voorop, het zwart-wit is mooi en de muziek van John Cale zorgt voor sfeer. Aanvankelijk komt La Naissance de l'Amour dan ook over als een goede film. De scènes met Ter Steege zijn ook best goed (dat gebrekkige Frans lijkt me geen probleem, ze speelde geen Franse vrouw), maar die zitten in het begin.

Na een tijdje gaat toch wel veel tegenstaan. Vooral dat het gaat om twee zeurende mannen en dat Castel oppervlakkig vreemdgaat wordt hier bijna gebracht met een zwaarmoedigheid al zou het om een volkerenmoord gaan. Oké, dat is wat overdreven misschien, maar ik kreeg vaak de indruk dat Garrel het geheel meer gewicht wil geven dan het heeft. Dit is in principe gewoon het zoveelste verhaal van een man op middelbare leeftijd die buiten het huwelijk om met liefst jongere vrouwen nog wat plezier probeert te beleven. Dat is misschien niet zo leuk voor hem als hij hoopt en het is zeker niet leuk voor zijn gezin, maar voor ons als kijker is het al helemaal niet de moeite waard, want Garrel weet er geen unieke visie aan te geven of de personages interessant te maken.

2*

Naissance des Pieuvres (2007)

Alternatieve titel: Water Lilies

Ik ben in de minderheid, maar mijn God! Wat een ongeloofelijk irritante film! Kennelijk ervaren veel mensen dit als realisme. Nou moet ik bekennen altijd al weinig affiniteit gehad te hebben met tieners en dat ik hun problemen in de meest gevallen gigantisch oninteressant vind, maar Naissance des Pieuvres is zelfs met dat in aanmerking genomen nog een vreselijke film.

Tienerflicks bevatten vaak onsympathieke karakters, maar dit spant de kroon. Ik vroeg me af waarom ze hun eigen film verdienden. Om het geheel erger te maken vind de regisseuse het nodig om ze niet alleen onsympathiek, maar ook een beetje merkwaardig te maken. Dus krijg je een van de slechtste en overtrokken scènes die ik ooit gezien heb: die waarin Marie een appelkroostje uit de vuilnis haalt en hem opeet om kennelijk het speeksel van haar geliefde te proeven. Wie verzint zoiets?

Het komt gelukkig bijna nooit voor dat ik een film zie waar ik na 5 minuten al mijn geduld verlies. Dit is een van die ultrazeldzame uitzonderingen. Er was niets hier om goed te vinden. Nee, niet de geforceerde dialoog over de plafonds, zeker niet de acteerprestaties en waar sommige mensen de mooie beelden vandaan halen weet ik niet. Maar goed, ik weet wel meer niet, zoals waarom ik nog 1 ster kwijt kan aan deze vervelende bedoening. Misschien omdat de poster nog slechter is dan de film.

Naked (1993)

Ligt het aan mij of heeft de Home Screen dvd een vreselijke slechte overzetting gehad. Het beeld was erg dof.

En waarom heeft deze film zo'n afgrijselijke poster?

Gelukkig is de film op zichzelf wel te pruimen. Uit andere berichten is wel duidelijk waardoor deze film zo goed is. Door David Thewlis en zijn karakter Johnny. Hij is niet echt iemand waarin ik me goed herken, maar een boeiend personage is het wel. Vooral fijn dat hij gewoon een klootzak blijft, maar toch met een bepaalde symapthie gebracht werd. Zijn zwerftocht is mooi en vooral de ontmoeting met de portier is prachtig. Het personage Sophie won daarnaast ook wel sympathie bij mij.

Zover zo goed, dus, maar het is geen perfecte film. Ik vind de film al minder boeiend worden ls Johnny zelf niet in een scène voorkomt, maar het personage Jeremy is dan weer zo'n flauw karikatuur dat de film er bijna bij instort. Ik snap het contrast met Johnny wel, maar hij lijkt er wel haast in te zitten omdat Leigh bang leek te zijn dat we Johnny niet aardig zouden vinden als er geen slechter personage in zit. Ook de scène waarin Johnny op de grond begint te flippen en Jeremy op de gang komt vond ik té gemaakt.

Jammer, want de film is verder toch altijd wel geloofwaardig. Ik zou trouwens wel eens willen zien hoe een scène tussen Johnny uit deze film en Poppy uit Happy-Go-Lucky zou verlopen.
4*

Namesake, The (2006)

Na Pather Panchali de tweede film die ik zie over een Bengaalse familie, in evenveel dagen. Erg toevallig. The Namesake is duidelijk minder goed dan Rays film, maar heeft zo zijn sterke kanten. Het is een mooi ingetogen familieportret die vooral goed werkt dankzij geweldige rollen van Irrfan Khan en Tabu.

Ook interessant is dat de standaardproblemen van emigranten hier niet allemaal te voorschijn worden getoverd. De plotbeschrijving spreekt van een "zware strijd om te overleven", maar dit is gewoon onze. De personages hebben gewoon een goed onderkomen en zelfs racisme komt nauwelijks in de film voor. Het gaat wel om de moeite die het emigranten soms kost om bepaalde culturele waarden uit hun vaderland te behouden, maar dit is subtieler uitgewerkt dan gewoonlijk. De twee ouders zijn wel conservatief, maar niet op een onredelijke manier. Ook geen flauwe stereotypen hier.

Dat de film uiteindelijk geen diepe indruk maakt komt vooral doordat het eerste uur gigantisch fragmentarisch is. Na iedere scène zit er vaak een grote tijdsprong, regelmatig van een aantal jaren. Dit komt de opbouw niet ten goede en veel scènes blijven dan ook in het luchtledige hangen. Na het eerste uur herpakt de film zich eindelijk, maar sommige momenten blijven afgeraffeld (is het werkelijk nodig om de trouwscène van Gogol meteen op te volgen met een scène waar hij en zijn vrouw uit elkaar gaan?). Ook vond ik dat er wel érg veel waarde gehecht werd aan een naam. Ik snap de symboliek er achter wel, maar in sommige scènes wordt bijna gesuggereert dat iemands gehele karakter afhangt van zijn of haar naam. Het werd een beetje flauw na een tijdje.
3*

Nang Mai (2009)

Alternatieve titel: Nymph

Dit is inderdaad sfeercinema, zoals Starbright Boy al zegt, en op dat vlak scoort Nang Mai zeer goed. De trage voortgang, gecombineerd met lange takes van de jungle en een sterke soundtrack, maken dit een zeer aangename kijkervaring en één van de best geschoten films van 2009. De openingsscène, waarvan ik verder nog niet het nu snap in het verhaal, is het hoogtepunt. Het verhaaltje is verder aardig, maar niet bijzonder meeslepend. Geen idee of dit lijkt op ander werk van Ratanaruang, maar mijn aandacht heeft hij getrokken.

3,5*

Nang Nak (1999)

Suffige film, die bij mij voor geen meter werkte. De melodramatische momenten in de film zijn afgrijselijk en zelfs de meeste extreem sentimentele Hollywoodfilms zouden zich waarschijnlijk schamen voor wat er hier gebeurt. Het horrorplotje werkt ook niet omdat het ten eerste zo cliché is als de pest en ten tweede alle typische horrorelementen ook vooral typisch uitgewerkt worden. Het acteerwerk is eveneens afgrijselijk en de dialogen zijn de moeite van het opschrijven nooit waard geweest. Gelukkig is de jungle waar het zich afspeelt mooi.

1,5*

Napoléon Vu par Abel Gance (1927)

Alternatieve titel: Napoléon

Een vijf en een half uur durende (zes uur oorspronkelijk, er is nog steeds materiaal verloren) film over Napoleon, die slechts het begin had moeten zijn van een zesdelige reeks waarbij ieder deel zo'n lengte had. Gemaakt in 1927, dus een stomme film. Je begrijpt al snel dat Abel Gance aan ambitie geen gebrek had. Aan talent gelukkig ook niet. Zijn Napoléon is een van de meest excentrieke filmprojecten die ik ooit gezien heb. Een zoals ik er nog nooit een gezien heb en nooit meer zal zien. Lachwekkend slecht op vele manieren, hopeloos veroudert ook, maar tegelijkertijd nog altijd enorm krachtig, overweldigend, inspirerend, boeiend en vooruitstrevend.

Even voorop: deze film is GROOT. Niet alleen in lengte (maar dat ook natuurlijk), maar in concept, schaal, inventiviteit en ook qua gebaar. Gance moest een hoop technieken zelf uitvinden om tot zijn visie te komen en ondanks dat dit absoluut valt in de categorie populair entertainment (voor zover een film met een dergelijke lengte ooit populair kan worden) is het tevens soms bijna avant-garde. Onder de voor zijn tijd gebruikte vernieuwingen zitten razendsnelle montage, complex gebruik van superimpositie, multi-splitscreens, handheld camerawerk (iets wat toendertijd nog bijna onmogelijk was), camera's die aan trapezes zwieren, een voorkeur voor filmen op locatie (niet vanzelfsprekend in die tijd, en Gance wilde zo veel mogelijk op de plaatsen filmen waar zijn hoofdpersoon ook echt is geweest), spel met kleurtinten en natuurlijk een tryptich van drie schermen naast elkaar.

Niets is te gek voor Abel Gance en het moge duidelijk zijn dat de bewondering die hij had voor zijn hoofdfiguur voortkwam uit persoonlijke identificatie want alles wijst erop dat Gance de grootsheidswaan van Napoléon deelde. De toon en schaal van de film is zo enorm big dat andere beroemde filmische epossen zoals Die Nibelungen, Metropolis of latere werken als Ben-Hur, Lawrence of Arabia of Lord of the Rings er intiem en klein naast lijken. Voor Gance bestaat bijna alleen het grote gebaar. Hij wil dat je onder de indruk bent van Napoléon en hij zet alles op alles om je te overweldigen. Dit is een van de minst subtiele films ooit gemaakt.

Het is ook een perfecte combinatie van filmische vernieuwing en inhoud. Gance weet precies hoe hij het maximale effect moet bereiken met behulp van zijn vernieuwende technieken en heeft daarvoor een onderwerp gekozen dat duidelijk aan zijn hart ligt. Hij vernieuwd niet om te vernieuwen, maar omdat dit is wat hij lijkt te denken dat Napoléon verdient. Die camera aan de trapeze bijvoorbeeld wordt gebruikt in een scène waarin de nieuwe leiders van Frankrijk na de revolutie in grote onenigheid belanden en er een soort grote oproep in een grote hal ontstaat. De camera zwiert dan over de massa mensen heen om de golven van de historie te symboliseren. Intussen wordt er gesneden naar Napoléon die op dat moment in een bootje richting Frankrijk vaart, een letterlijke storm trotserend. Deze montage en het gebruik van de camera hebben een effect dat moeilijk te vangen is op papier, maar het is bij het kijken moeilijk om niet kippenvel te krijgen.

Misschien nog knapper is dat Gance dit praktisch de hele speelduur weet vol te houden. De opening, met het meest epische sneeuwballengevecht ooit, is waarschijnlijk mijn favoriete stuk. De manier waarop hij het ontstaan van La Marseillaise als een grootse gebeurtenis toont is inhoudelijk bespottelijk, maar compleet pakkend. En zo gaat het maar door, van hoogtepunt naar hoogtepunt. Na vier uur zit er een half uur dat gewoon doodleuk als een romantische komedie bestempelt kan worden. Hierin verandert de toon wat en wordt de tot dan toe perfecte Napoléon als iemand afgebeeld die moeite heeft een vrouw te versieren. Deze korte wisseling van toon was welkom en het contrast met het voorafgaande maakt de sequentie alleen maar grappiger. Wel moet ik toegeven dat mijn aandacht wat verslapte tijdens de slag om Toulon, geheel gefilmd in het donker; te donker helaas en met weinig oog voor overzicht, waardoor ik op een bepaald moment gewoon elk gevoel voor wie, wat en waar verloor. Een smet op een verder compleet meeslepende film.

Er zijn ook andere imperfecties, om het maar zacht uit te drukken. In feite vallen die allemaal onder hetzelfde probleem: een compleet gebrek aan enige vorm van subtiliteit. Gance schildert hier echt alleen in brede stroken. Hij gelooft in Napoléon alsof hij een God was en zo wordt het ook afgebeeld hier. Verwacht geen psychologische diepgang, geen gevoel dat je naar iemand aan het kijken bent die ook maar enigszins een echt mens lijkt. Verwacht geen genuanceerde visie waarin zowel goede kanten als slechte kanten van Napoléon belicht worden. Hij kan misschien niet koken en is onhandig met de vrouwtjes (gek eigenlijk, de echte Napoléon schijnt een enorme charmeur te zijn geweest), maar vergis je niet: deze man is God. Hij kan tegenstanders verslaan door er alleen maar naar te kijken en doet dit meerdere malen in de film. Na iedere grote daad (en dat zijn er hier veel) krijg je minstens één shot - of liever een stuk of tien shots - waarin het beeld van Napoléon afgewisseld wordt met die van een adelaar.

Daar komt nog eens bij dat Gance Frankrijk hier portretteert als het beloofde land dat als enige lichtbaken bestaat in een verder verdorven wereld. Iedereen moet het voorbeeld van Frankrijk volgen en Napoléon gaat dit mogelijk maken. Het is moeilijk om niet aan het nazisme te denken, al was dit soort nationalisme natuurlijk erg populair over de hele wereld voordat Hitler er een naar smaakje aan gaf. Niettemin, de film is soms bijna eng in zijn bijna fascistische geloof in zijn onderwerp en land van herkomst. In zijn pompeuze symboliek is het dan ook vaak lachwekkend en ik was niet de enige in de zaal die geregeld moest lachen om de overdreven manier waarop Gance land en held in een schaamteloos verafgodend licht plaatste.

Deze subtiliteit betekend ook dat het als geschiedenisles niet echt werkt. Er is veel tijd voor de Franse revolutie en de nasleep ervan, maar toch voel je ook hier duidelijk dat Gance met grote verfstreken werkt. De geschiedenis wordt maar vaag duidelijk, in erg vrede lijnen, alsof Gance er vanuit ging dat alle kijkers bekend waren met wat er in de late 18e eeuw allemaal gebeurde in Frankrijk en dat iedereen wist wie wie was (in Frankrijk wist het publiek dat toen waarschijnlijk ook, eerlijk gezegd). Persoonlijk vond ik het ook jammer dat Gance weinig overzicht geeft bij de veldslagen. Ik kreeg nooit een goed gevoel van wat Napoléons taktieken waren en waar de genialiteit hem in zit.

Dat is enorm harde kritiek. Geen normale film zou die overleven. Maar dit is verre van een normale film. Gance brengt alles zo vol overgave, zo vol verwondering, geloof en een gevoel voor entertainment, filmisch schoonheid en zelfs met een hoog tempo (dit duurt geen vijf en een half uur omdat het traag is) dat bijna alles gewoon werkt. Zelfs bij de stukken waarin ik sterk de behoefte voelde om de film uit te lachen (en dat soms ook deed) was ik totaal onder de indruk. Geen film met de onmisbare drang om de kijker te overweldigen slaagde daar zo in. Het hielp daarbij denk ik wel enorm mee dat ik het zag op een enorm scherm, met een groot, duidelijk enthousiast publiek (dat steeds meer begon te applaudisseren) en met een groot orkest dat de prachtige muziek van Carl Davis live speelde. Deze screening was een waar evenement en staat nu toch wel te boek als de beste filmische ervaring die ik heb gehad. Op een kleiner scherm met mindere muziek was het wellicht wat minder moeilijk te slikken geweest.

Nou eet ik graag alle minpunten op. Dit is Cinema met een grote 'C'. In feite, geen 'C' zou ooit groot genoeg zijn voor Gance. Het is bijna wonderbaarlijk dat een film als deze bestaat. F*ck Francis Ford Coppola en zijn bizarre drang om iemand anders film onbeschikbaar te houden voor de rest van de wereld: deze verdient een wijdere beschikbaarheid. Een zeldzaam werk dat zonder schroom een mijlpaal genoemd moet worden. Ik kan er nog veel over zeggen, wat waarschijnlijk precies is wat Gance gewild zou hebben.

4,5*

Wat zou ik hier overigens graag een uitgebreide making-of van willen zien. En een audiocommentaar van Gance (en Napeléon zelf!), maar dat is onmogelijk helaas.

Narayama Bushikô (1983)

Alternatieve titel: The Ballad of Narayama

Dit is toch wel een heel andere film dan ik verwacht had. Ik dacht een rustige, meditatieve film vergelijkbaar met Spring, Summer, Fall, Winter and... Spring te krijgen, maar hoewel er nog altijd gemakkelijk een link te leggen valt is Narayama Bushiko een stuk uitbundiger en rauwer. Dat werkt soms, o.a. bij de vele beelden van dieren die óf paren, óf elkaar doden; de moord op die stelende familie en nog wat andere gebruiken (de dode baby bij elkaar in de tuin gooien en manieren om aan seks te komen).

Echter werkt de humor voor mij wat minder. De acteurs vervallen dan in een overacting die zo nu en dan de irritatiegrens overschreidt. Dat zorgde er bij mij onder andere voor dat ik geen enkele sympathie had voor die stinkende zoon van de hoofdrolspeelster. En belangrijker, het breekt het drama een beetje op, maar niet op een gewenste manier. De grappen zijn ook wat flauw.

Gelukkig zit het dramagedeelte gewoon goed in elkaar. De oma vond ik een interessant figuur en ook de oudste zoon kwam redelijk uit de verf. De tocht naar de berg is duidelijk het beste stuk. Wat daarvoor zit wordt gered door scènes die een interessante folklore tonen. Dat maakt de film toch zeker de moeite waard, ondanks enkele irritaties.
3,5*

Nashville (1975)

Allereerst mijn complimenten aan Goongumpa en paalhaas die hier al eerder enkele recensies schreven die de mijne hier bijna onverbodig maakt, maar doordat Nashville mij enorm diep raakte wil toch heel wat kwijt.

mozaiekfilms zijn een lastig geval. Tot nu toe vond ik alleen Magnolia écht goed (en wellicht Boogie Nights, maar die heeft nog teveel een hoofdrolspeler om tot het genre gerekend te worden). Door de grote hoeveelheid verhalen verwacht je enerzijds veel diepgang te krijgen, maar eigenlijk worden de meeste films er te simpel door. Neem Crash en Babel: twee moziekfilms die zo enorm duidelijk rond een thema zijn opgehangen dat ze aan kracht verliezen. Mijn grootste interesse in het genre ligt in hoe levens elkaar kruisen, hoe er toevallige ontmoetingen zijn en hoe alle mensen ter wereld, hoe losjes ook, verbonden kunnen worden. Om dat in een film uit te beelden is het belangrijker om levensechte personages te hebben dan grote thema's. Babel en Crash gingen voor mij nooit leven doordat ondanks het sterke acteerwerk, ik me te bewust was van hoe de personages thematisch gebruikt werden, alsof er een checklijst werd afgegaan. Bij Magnolia is het thema iets onduidelijker, maar het lijkt tegertijd op de eerste plaats om de personages te gaan. Daar wordt het mozaiek een menselijk geheel. De personages worden ook niet te krampachtig met elkaar verbonden, iets waar zeker Babel iets van kan leren.

Nashville is een van de oudere pogingen om een mozaiekfilm te maken (maar zeker niet de eerste!) en is puur in dit opzicht bij lange na niet overtroffen door enige film die ik gezien heb. Zelfs Magnolia is niet zo sterk opgezet en die film staat in mijn top 10. Zoals bekend bevat Nashville 24 personages. De speelduur gaat iets over de twee en een half uur. Maak er maar eens één geheel van zonder kunstmatig te worden. Altman is dit wonderbaarlijk genoeg gelukt en het grootste wonder eraan is nog wel dat het hier allemaal zo gemakkelijk lijkt. Er zit een bijzondere levendigheid en echtheid in de manier waarop al die mensen met elkaar verbonden worden. Altman is een regisseur met een zeer eigen en herkenbare stijl, maar het is geen zelfbewuste stijl (in tegenstelling tot Paul Thomas Anderson bijvoorbeeld) en wellicht helpt dat om de authenticiteit te behouden. Altmans belangrijkste doel is dat je in de wereld die hij hier neerzet totaal gelooft.

En zo glijdt zijn camera langs de vele mensen. Hij snijdt op schijnbaar willekeurige momenten midden in een gesprek ineens naar een andere locatie met andere mensen, om later weer terug te komen bij het eerdere gesprek, die intussen iets verder gevordert is. Deze methode had verwarrend kunnen uitpakken, maar het benadrukt alleen maar de verbondenheid en op een subtiele wijze onthuld de film zo diepere lagen. Het is dan ook belangrijk dat het lijkt alsof de cuts willekeurig gemaakt worden. Meer zelfbewust overkomende parallelle montage had de magie kunnen verbreken.

Het is ook knap hoe diep veel verhaallijnen lijken. Ze zijn simpel, ja, maar hebben vaak een enorme kracht. Dit is meer het gevolg van goed acteerwerk dan wat anders. Ik ben geneigd om alle acteurs en hun prestaties hier uit te lichten, maar ik wil niet de hele avond met deze recensie bezig zijn, dus het moet volstaan met de mededeling dat iedereen hier perfect is. Sommige verhalen krijgen sterk de nadruk. Van andere kan ik je niet gemakkelijk vertellen waarom ze erin zitten. Maar dat is de kracht van Nashville, zelfs het kleinste verhaal wordt verteld.

Of dat allemaal even boeiend is moet iedereen voor zich bepalen, maar eerlijk gezegd vond ik ieder verhaal interessant. Vaak is het bij mozaiekfilms vervelend als er van een favoriet personage naar een oninteressant karakter wordt geknipt, maar bij Nashville had ik dit gevoel nooit. Iedereen interesseerde me op een gegeven moment. Geen enkele seconde had ik het gevoel naar iets overbodigs te kijken en nergens zakte de film voor mij in. Een extra prestatie in dit opzicht is dat dit berijkt wordt ondanks dat de meeste karakters vrij onsympathiek neergezet worden. Dat kan gaan tegenstaan, maar Altman en de acteurs houden ze menselijk. Ik mocht de mensen hier niet allemaal even veel, maar ze waren begrijpelijk en herkenbaar en er wordt nooit meer een vinger gewezen. Iedereen wordt in zijn waarde gelaten, met uitzondering misschien van de bizarre BBC-vrouw gespeeld door Geraldine Chaplin, die voor de meeste humor zorgt (en er zit best veel humor in Nashville).

De countrymuziek is een geval apart. Zonder iemand aan te willen vallen wil ik wel even kwijt dat het enigzins kortzichtig is om te zeggen dat je waardering van country enige rol speelt in je oordeel rond de film. Ten eerste, omdat je bij een film met de titel 'Nashville' nooit iets anders dan country had mogen verwachten. Ten tweede, omdat de country er hier, zoals Goongumpa al aangaf, niet in zit om op de eerste plaats gewaardeerd te worden. De liedjes hebben vaak meerdere betekenissen en de keuze voor het genre country is überhaupt al symbolisch (voor het oude, traditionele Amerika). Persoonlijk vond ik de liedjes nogal wisselend van kwaliteit. De beste waren de twee van Keith Carradine, It Don't Worry Me en I'm Easy. Het moet ook gezegd worden dat Ronee Blakley (volgens mij de enige echte Nasvillezangeres uit de cast), een geweldige stem heeft, al zijn de teksten van haar liedjes te stompzinnig voor woorden (dat cowboynummer). Maar welk lied er ook voorbij komt, het draagt altijd bij aan de film als geheel. En ook hier moet ik Goongumpa weer aanhalen: tijdens de liedjes is er enorm veel te zien. Let op de reacties van de verschillende personages. Dit is niet bepaald het soort musical waarin de artiest zijn act voor ons opvoert, een buiging maakt en wij vervolgens applaudiseren. Altman heeft wel wat meer aan zijn hoofd.

De enige vraag die voor mij bleef hangen tijdens het kijken is: "wat betekend dit allemaal nou? Waarom zijn deze verhalen bij elkaar gebracht en met elkaar verbonden?" Zie daar de laatste scène, een die in het pantheon van beste scènes allertijden thuis hoort. Vond ik alles daarvoor al enorm sterk, de laatste scène plaatst alles in een nieuw perspectief. Alle verhaallijnen worden met elkaar verbonden, maar op een logische, organische manier, zonder dat je het gevoel krijgt dat het geschreven is. Het had een enorme impact op mij. Zelden zoiets ontroerends gezien. Zowel door de gebeurtenis, de verbinding van de karakters als de vituositeit van het filmmaken. Freud (de MovieMeter gebruiker) zegt dat het doorzetten is om tot de finale te komen. Dat vind ik absoluut niet waar, het vloog voorbij. Maar het is het einde dat er een absoluut meesterwerk van maakt.

En een meesterwerk is het. Er zit gewoon zoveel in: humor, drama, maatschappelijke reflectie, een uniek tijdsbeeld, een enorme menselijkheid en heel wat thema's. Enkele berichten hierboven doen vermoeden dat het niet echt een toegankelijke film is (hoe kan dit in vredesnaam oppervlakkig genoemd worden?), maar toch zou iedereen het wat mij betreft een kans moeten geven. Helaas is Nashville moeilijk verkrijgbaar, een reden waarom de film op MovieMeter nauwelijks bekend lijkt, ondanks de klassiekerstatus. Maar heb je de kans om hem te zien: kijk hem!

5*

Natural Born Killers (1994)

Wat bezielde Oliver Stone in Godsnaam toen hij Natural Born Killers maakte? Het valt moeilijk te zeggen, maar ik had nooit zo'n stijlvolle film van hem verwacht. Stone staat misschien bekend als een relschopper (in ieder geval in de jaren '80 en '90), maar dat merken we vooral op inhoudelijk gebied, door de keuze van controversiële standpunten in evenzo controversiële zaken. De presentatie blijft echter vaak braaf.

Niet in Natural Born Killers, een film die me doet afvragen waarom Stone zich niet wat vaker zo heeft laten gaan. Het past eigenlijk uitstekend bij zijn werk. Stone is inhoudelijk geen subtiele regisseur. Zijn standpunten worden vaak simpel en met veel lawaai duidelijk gemaakt. Dus waarom er niet een even luidruchtige aankleding aangeven als je toch bezig bent? Natural Born Killers is inhoudelijk waarschijnlijk Stone's minst subtiele film, maar juist door de presentatie kwam zijn gedram beter aan dan ooit. Het is een klein meesterwerkje eigenlijk.

Stone kent geen grenzen hier. Ik heb eerdere films gezien die veel spelen met vorm (inclusief het mixen van live-action en animatie en zwart-wit met kleur), maar nooit zo wild en daarin zag ik ook zeker nooit zulke rear-projections (waar ik overigens geen groot fan van ben, ook hier niet), vreemde editing (veel shots die nog geen seconde duren en die we nauwelijks waarnemen, met nachtmerrie-achtige beelden) en weet ik wat al niet. Het is een gestoord geheel. Na een geweldig begin vroeg ik me na een half uur/drie kwartier af of de film niet eentonig zou worden, maar dan herpakt ie zich weer. Alleen enkele Japanse films hebben later volgens mij de waanzin hiervan nog weten te vangen.

Niets dan lof ook voor de acteurs. Je kunt er niet van houden, maar over-acting is hier gewoon nodig. Dit kan snel irriteren, maar hier is het wel genieten van maffe bijrollen van Downey Jr. en Tommy Lee Jones, terwijl een nooit betere Woody Harrelson en Juliette Lewis de spotlights geweldig vullen. Jammer eigenlijk dat Lewis in werkelijkheid de spotlights compleet heeft verloren. Ik zou wel meer van haar willen zien.

En de boodschap? Die is lekker ironisch. Een film die de media bekritiseerd maar meteen op dezelfde manier scoort als die media. Daar zou je Stone makkelijk mee kunnen bekritiseren, maar hij red zich er sterk uit. De hoofdpersonen maken hun statement over de media door die media (gepersonificeerd door Downey Jr.) te doden, terwijl ze ook een camera nodig hebben om dit statement te kunnen tonen. Stone lijkt zich bewust van de zwakke kant van zijn statement en haalt hem, geheel in de geest van de film, zelf aan. Leuk.
4*

Navigator, The (1924)

Wederom een Keaton die ik niet echt bijzonder vond, zelfs al kan ik genoeg leuke momenten bedenken (met name het onderwaterstuk was best gaaf). Wellicht heb ik wat te veel slapstickfilms gezien de afgelopen paar jaren, want enkele grappen kwamen me bekend voor. Keaton blijft echter wel een zeer creatief persoon, zoals blijkt uit de eerder genoemde onderwaterscène, de oplossingen voor de voedselproblemen en de manier waarop de rit van Keatons huis naar zijn geliefde gefilmd is. Maar soms zou ik, net als in Go West die ik een week geleden zag, willen dat de grapdichtheid wat hoger was. Nu is het meer een aardige film dan een briljante film.

3*

Nebraska (2013)

Nebraska is waarschijnlijk de meest bescheiden film die genomineerd is voor de Oscar voor Beste Film sinds Marty uit 1955 (die verrassend genoeg won!). De naam van de regisseur is groot en wellicht de reden dat dit zoveel aandacht heeft gekregen, maar dit is toch bovenal een lief klein projectje. Het eindresultaat is ook verrassend goed. Toen ik deze in november zag - en de Oscarhype nog wat halfslachtig was; dit was toch vooral de lichte tegenvaller uit Cannes - verwachtte ik er eigenlijk niet veel, zeker ook dankzij de slappe trailer.

Gelukkig blijkt dit zo'n film te zijn waarbij de beste elementen niet gevangen kunnen worden door een trailer. Het kabbelende tempo is bijvoorbeeld essentieel hier. Maar boven alles zijn het kleine karaktermomentjes die er echt iets speciaals van maken. Dit is eigenlijk een typische Payne-film, maar minimalistischer en met wat minder beet, maar met extra melancholie. De manier waarop het personage van Woody Grant gepresenteerd wordt en langzaam uitdieping krijgt is knap. Aan de ene kant heb je de alcoholistische mislukkeling (en het is gelukkig een Payne-film, waardoor dit elementen nooit opzij gezet wordt), aan de andere kant een rechtvaardige, gevoelige man. Dern speelt dit allemaal bescheiden, bijna onmerkbaar, maar weet evengoed te ontroeren in scènes op het kerkhof of bij zijn oude huis. Die twee scènes zijn niet bijster origineel, maar perfect in uitvoering, waardoor ze hun doel behalen.

Verder ook een fraaie schets van de meer desolate plaatsen van de Verenigde Staten. Het rustieke zwart-wit past er perfect bij. De acteurs, Dern incluis, lijken gewoon bij het landschap te horen. De humor is ook ingetogen, maar wel vaak erg geestig, vooral met dank aan de one-liners van June Squibb (de enige levendige acteur hier). Echt grappig is de scène waarin de twee zoons de luchtpomp stelen. Payne gaat hier ook voor het eerste voor een feel-good-einde dat perfect werkt.

Eigenlijk is de enige zwakte Forte, die mij maar matigjes wist te interesseren in zijn personage. Hij leek voor dead-pan te gaan, maar gaat daar net een stapje te ver in. Verder is dit misschien niets groots, maar dat is de kracht. Licht-komisch en licht-ontroerend. En stiekem onvergetelijk. Misschien geen About Schmidt of Sideways, maar ik verkies dit boven The Descendants.
4*

Neko no Ongaeshi (2002)

Alternatieve titel: The Cat Returns

The Cat Returns is een zeldzaam moment waarop Studio Ghibli een product van de lopende band aflevert, of op zijn minst een film die wat al te typisch is voor de studio. Dat kun je ook zeggen van het latere Arriety, maar die overtuigde nog omdat de uitwerking daar weer bijzonder goed gedaan was. The Cat Returns mist het oog voor detail, voor kleine momenten en de algehele sfeer van Miazaki's voorbeelden. Waar zijn films vaak goed in zijn is het gevoel achter bepaalde momenten vangen, iets wat hier mist. Dan hou je een vrij simpel sprookje over, dat nooit iets extra's te bieden heeft.

Gelukkig heb ik zelf wel een zwak voor materiaal als dit. Nee, niet voor katten, maar wel voor dit type avonturenverhalen en als zodanig is The Cat Returns prima te genieten, zelfs al is het geen uitschieter in het genre. Het meisje is zoals meestal bij Ghibli's een charmante hoofdfiguur en het is uiteraard leuk om twee personages uit persoonlijke favoriet Whisper of the Heart tegen te komen. Verder wordt het allemaal lekker vlot verteld, waardoor het nauwelijks opvalt dat er stiekem geen echt bijzondere scène in zit. Duidelijk een mindere Ghibli dus, maar als dat minder is dan hoor je mij niet eens al te hard klagen.

3*

Never Back Down (2008)

Alternatieve titel: Geef Nooit Op

Naomi Watts schreef:

Opvallend dat ik hier veel kritieken lees over de cliche's die deze film bevat. Beetje open deuren intrappen, types die als ze een stommefilm huren achteraf lopen te klagen over het ontbreken van geluid.

Niet mee eens. Ten eerste is de vergelijking niet helemaal goed gekozen. Het ontbreken van geluid in stomme films is een technische beperking. Een cliché is echter een creatieve beperking en dat is veel erger. Ten tweede zit je bij deze film niet 2 uur lang naar gevechten te kijken, maar wordt er opvallend veel tijd besteed aan achtergrondverhaal. Dat juich ik gewoonlijk alleen maar toe, maar het achtergrondverhaal is wel érg afgezaagd. Vooral dat gedoe rond het vinden van innerlijke rust door vechtsport en het feit dat iedereen zijn eigen gevecht heeft kan me na zoveel films gewoon niet meer boeien. Lijkt me normale kritiek: waarom genoegen nemen met iets onorigineels als je er iets origineels voor in de plaats had kunnen hebben?

Anyway, ik ben ook niet echt een liefhebber van dit soort dingen. Dit is de eerste film die ik zie dankzij het fame of shame topic, omdat ik toch eens moest achterhalen wie die Amber Heardt was. Nu weet ik het. Knappe vrouw, maar ietwat identiteitloos binnen Hollywood. Ze acteerd aardig, dat wel, maar absoluut niet groots. Niet dat ik denk dat er groots te acteren valt in een marginale rol als deze. Ik moet toegeven dat de cast sowieso wel degelijk was, zeker gezien het genre. Opvallend genoeg vond ik Hounsou het slechtst. Ik heb sowieso niet veel met deze acteur, maar met name als hij boos wordt overdrijft hij flink met zijn gezichtsuitdrukkingen.

Het verhaaltje kijkt weg, maar bevat veel onlogischheden. De filmstijl is flitsend, maar op een onopvallende manier. Het grootste probleem met deze film is vooral dat hij zo zielloos is. Echt een lopende bandproductie. Het wordt nooit écht vervelend, maar er zit ook niets in om het gedenkwaardig te maken.

2*

Overigens opvallend dat in alle grote feestjes in deze film er alleen maar knappe mensen aanwezig zijn en de vrouwen zich zo sletterig mogelijk gedragen en tevens uit zijn op bloed. Ik vraag me af wie de gastlijsten samenstelt en hoe ze de selectie uitvoeren.

Never Let Me Go (2010)

Never Let Me Go is een film die al heel ver komt puur en alleen omdat het een sterk verhaal heeft. Eerlijk gezegd werkte het voor mij het beste als een soort van horrorfilm, maar dan wel een horrorfilm zonder gruwelijke scènes. Het heeft iets akeligs allemaal, dat kerngezonde mensen met een leeftijd van eind twintig hun organen moeten afstaan. De horror wordt ook steeds verder opgeschroefd door bijvoorbeeld dat verhaal dat Knightley verteld over donors die veel operaties overleven en bewust veel pijn moeten doorstaan. Het moment waarop we Knightley zien na twee operaties heeft sowieso iets huiveringwekkends (en durf ik te zeggen dat Knightleys magere lichaam hier een extra dimensie lijkt te krijgen?). Om het allemaal erger te maken is er nog de twist op het einde waarin uitgelegd wordt dat de kinderen kunst moeten maken om te bewijzen dat ze geen ziel hebben. Een happy end zit er ook niet bepaald in. De film is duidelijk een metafoor voor het leven van bijna alle mensen, die zouden leven als producten voor een select gezelschap. Ik heb het zelden zo beangstigend verteld zien worden. Ben ik de enige die dit op de eerste plaats een verontrustende film vond?

Het is wel jammer dat zo'n sterk verhaal verteld wordt met zo'n ongeïnspireerde regie. De sombere kleuren en de Britse regen waren effectief voor de sfeer, maar buiten dat om voelt het geregeld aan als zo'n BBC-literatuurproductie. Het boek, dat is waarschijnlijk geweldig zal vinden, heeft bijna al het werk al voor de film gedaan. Alles wordt braaf verfilmd, je voelt als het ware dat alles écht verteld wordt, zonder dat het een eigen leven gaat leiden. De acteerprestaties zijn het enige dat zo'n film dan toevoegd aan het boek. Never Let Me Go vraagt juist echt om een meesterregisseur. Dit had goed kunnen passen bij Polanski, maar ook een lyrische Malickbenadering had goed kunnen uitpakken. Ik vind dit ook een film die misschien beter tot zijn recht was gekomen met een lengte van twee en een half uur of zo, waarin de scènes wat meer uitgespeeld hadden kunnen worden, in plaats van het vrij fragmentarische karakter. Nu komt de horror over omdat het zo goed in het verhaal zelf zit, maar niet omdat het filmisch zo gebracht wordt. Ook de romantiek werkt alleen enigzins door de chemie van de acteurs, maar de rest voegt daar weinig aan toe.

Het is dus enigzins een gemiste kans, maar gewoonlijk laten gemiste kansen niet zo'n emoties achter. Dit had zo gemakkelijk 5 sterren kunnen opleveren dat ik alleen maar hoop dat een begaafdere regisseur er ooit een remake van zal maken.
3,5*, toch wel neigend naar 4*.

New Kids Turbo (2010)

Ik heb New Kids Turbo bewust een beetje uitgesteld om te gaan kijken, omdat ik betwijfelde of het wel iets van mij was. De serie heb ik nooit gezien en de trailer was maar zo-zo, maar uiteindelijk wilde ik toch wel eens weten waar al die ophef nou om draaide. Ophef die trouwens bij de tweede film alweer totaal verdwenen lijkt, maar dat terzijde.

Aanvankelijk viel het niet mee. Veel dezelfde grappen en opmerkingen gingen snel tegenstaan en het ontbreekt nogal eens aan originele grappen en komische timing. Niettemin werd ik uiteindelijk toch wel meegetrokken in de film toen de situatie steeds verder escaleerde. Echt gelachen heb ik maar zelden, maar ik waardeer de anarchie van de film wel. Dat steeds verder gaan in wansmaak, daar de grenzen opzoeken en dan alsnog de remmen los gooien. Dingen als dat gedoe met die geestelijk gehandicapte of de hond die begraven wordt in een mensengraf werken omdat niets hier heillig is. De meest gebruikte manier om New Kids Turbo af te zeiken is door te zeggen dat het geen diepgang heeft. Een open deur en eigenlijk een totaal irrelevant argument, maar tegelijkertijd vangt deze film misschien heel stiekem de geest van de economische crisis en dingen zoals de Occupy-beweging beter dan menig serieuzere poging. Als anarchistische satire kon ik dit het meest waarderen. Half Marx Brothers, half South, met alleen helaas wat minder goede grappen. Ook wat jammer dat alleen Richard en Gerrie uit de verf komen als personages en Robbie zelfs helemaal niets lijk te doen. Gerrie vond ik het leukst, al is het maar vanwege die scène waarin hij het verhaal moest vertellen toen het budget op was. Niet zozeer de onderbreking zelf vond ik leuk en Oerlemans cameo kwam ook niet uit de verf, maar de manier waarop Gerrie verteld is best hilarisch.

Toch wel een voldoende: 3 sterren. En nee, ik ga geen citaat uit de film hier plaatsen.

New York Stories (1989)

Toch jammer eigenlijk dat dit soort projecten nauwelijks nog gemaakt worden. Ik vind het altijd wel iets hebben, zo'n compilatie van korte films van verschillende regisseurs, met een verenigend thema of een gedeelde setting. Toegegeven, de drie filmpjes hier zijn zo verschillend in toon, sfeer, stijl en verhaal dat er nauwelijks sprake is van eenheid (en de films van Scorsese en Allen hadden zich in iedere stad kunnen afspelen), maar het idee is in ieder geval leuk. Wel ontstaat er de kans dat de uiteindelijke filmpjes nogal onevenwichtig zijn. Zo ook hier.

Scorsese's Life Lessons is een wat trage karakterstudie, met veel flair gefilmd en ondersteund door een herhaald gebruik van Procol Harums A Whiter Shade of Pale. Het is op zich een interessant verhaal over een kunstenaar en zijn muze en aangezien ik weet dat Scorsese geobsedeerd is door wat kunstenaars inspireert en door hoe ver ze gaan voor hun kunst snap ik dat het een persoonlijk project is voor Scorsese, meer zo dan de latere twee. Goed acteerwerk ook door Nolte en Arquette en met een zeer geestige bijrol van Buscemi. Ik had echter moeite met in de film te komen en het sleepte voor mij wat. Ik geef toe dat dit wellicht wat met de kijkomstandigheden te maken had. Ik zag dit namelijk in een vliegtuig (ja, op weg naar New York) en waar luchtige films vaak prima te verteren zijn in een vliegtuig is het niet de ideale manier van kijken voor zoiets als Life Lessons. Voor nu drie sterren, maar misschien ooit eens herzien.

Het vliegtuig had echter niet te maken met dat ik niet in Life Without Zoe zat. Om het maar meteen duidelijk te zeggen: dit is waarschijnlijk de slechtste film ooit gemaakt door een befaamde regisseur. Ik heb niets goeds erover te zeggen, een irritante film over een irritant meisje met een doelloos verhaal, geschreven Sophia Coppolo, nog een tiener ten tijde. Ik neem aan dat Coppola niets om New York Stories gaf en dit alleen maar gemaakt heeft om zijn dochter een plezier te doen, want niets aan dit concept alleen al lijkt op enige manier bij de regisseur te passen. Het doet me denken aan het soort films en series dat mijn zusje altijd keek toen ze nog een klein meisje of een jonge tiener was; filmpjes over verwende, betweterige meisjes die praten als volwassen professoren en leven als prinsessen en verder helemaal niets doen. Ik vroeg me indertijd altijd al af wat mijn zusje daarin zag en de tijd heeft me niet wijzer gemaakt. Coppola weet volgens mij ook niet wat iemand erin zou zien en dat levert een nagenoeg onkijkbaar eindresultaat op en als ik niet wist dat er nog een Allen zou volgen zou ik het niet afgekeken hebben. Ik kan me overigens goed voorstellen dat Scorsese en Allen woedend waren op Coppola's film, want wat doet een film met hoogstens aantrekkingskracht voor 10-jarige meisjes tussen twee films over volwassen thema's? 0,5*

Gelukkig was het wachten op Allen het wel waard. Zijn Oedipus Wrecks vond ik het meest bevredigend, een absurdistische komedie van het type waarvan hij er eigenlijk te weinig maakte in zijn filmcarrière (Zelig, Play It Again, Sam en delen van Stardust Memories en de oude Allens van vóór Annie Hall komen het dichtst in de buurt). Het is het soort humor die je vooral aantreft in zijn korte verhalen op papier (die ik overigens sterk aanbeveel). Noem het een niemendalletje, maar het is wel leuk gevonden, spitsvondig en oprecht grappig, met een fijne rol van Mae Questel als irritante moeder. Ook echt een verhaal dat de vorm van een korte film nodig had en waarschijnlijk niet zou werken met een langere speelduur, dus Allen gebruikte dit format goed. Misschien te simpel om tot een van zijn echte klassiekers te behoren, maar toch leuk voor de liefhebbers van de regisseur. 3,5*

Het eindcijfer blijft altijd wat problematisch bij zoiets. Gemiddeld kom ik uit op 2,33, afgerond een 2,5*. Klinkt redelijk, maar ik stem toch drie sterren, omdat ik het gevoel heb dat er meer in die Scorsese zit dan ik nu eruit haalde.

Nibelungen: Kriemhilds Rache, Die (1924)

Alternatieve titel: De Nibelungen II: De Wraak van Kriemhilde

Siegfried is dood en Kriemhild wil wraak. Fair enough, maar Kriemhilds manier van wraak nemen zou zelfs Charles Bronson doen sidderen van angst. Het loopt allemaal uit tot een van de grootste en meest brute slachtingen uit de filmgeschiedenis. Het geweld is misschien niet expliciet, de film straalt een enorme vernietigende kracht uit. Idi i Smotri in een fantasysetting bijna. Fans van Ran van Kurosawa moeten ook opletten. Die film mag dan gebaseert zijn op Shakespeare's King Lear en enkele plaatselijke legendes, hij heeft ook opvallend veel overeenkomsten met Kriemhilds Rache. Zowel plot als de uitvoering van een aantal sleutelscènes lijken veel op elkaar.

Als je eenmaal bij de climax van Kriemhilds Rache aangekomen bent is het bijna wonderbaarlijk om je voor te stellen dat Die Nibelungen bij Siegfried op zo'n onschuldige wijze begon. Daar leek het nog een Disneyfilm te worden, terwijl deel 2 uiteindelijk verandert in de hel. Siegfried is mooier geschoten en heeft een meer magisch gevoel, maar Kriemhild is bijna eng en meeslepender. Het is moeilijk te zeggen welke ik verkies. Het is duidelijk een tweeluik, maar het zijn tegelijkertijd twee totaal andere films. Zie je zelden in zo'n serie, zo'n scheidslijn. Dat licht waarschijnlijk aan Fritz Lang. Fantasyverhaaltjes behandelde hij in latere films ook vrij onschuldig, maar met uitzonderlijke visuele pracht. Maar zodra het gaat om wraak wordt Lang altijd somber en duister. Dit is gewoon geen uitzondering. Kriemhilds Rache is echter ondanks zijn duisternis menselijker dan Siegfried. Het gaat meer om loyaliteit. Er is ook ineens aandacht voor zaken als de problemen voor muzikale inspiratie van de bard en de band tussen Etzel en zijn kind. Zoiets miste toch wel in deel 1.

De film heeft ook minpunten. Waar Siegfried in het laatste uur wat te traag werd, is Kriemhilds Rache dat in het eerste uur. Er zitten wel érg veel scènes met een rouwende Kriemhild in en het spel van Margarete Schön is nogal eentonig (constant met het blik op oneindig staren). In plaats daarvan had Günther meer speeltijd verdient, die blijft nou te lang op de zijlijn. Ook had ik graag Brunhilde terug zien keren. Een enorm belangrijk en vermakelijk karakter in deel 1 keert om onverklaarbare redenen niet terug in het vervolg. Dit schijnt overigens aan het bronmateriaal te liggen: Das Nibelungslied vergeet Brunhilde ook plotseling. Jammer. We krijgen er echter wel Rudolf Klein-Rogge als Attila (of Etzel) the Hun voor terug. Zeer vermakelijk personage.

Als ik overigens zeg dat deel 1 mooier geschoten is dan deel 2 wil ik niets afdoen aan de visuele pracht van Kriemhilds Rache. De film is expressionistischer dan zijn voorganger en er zitten veel opvallende beelden in. Met name Kriemhild in haar gewaad die ijzig al het leed op het einde aanziet. Maar de hele vernietiging van de Nibelungen is gewoon fantastisch in beeld gebracht.

Een dikke aanrader, dit tweeluik. Bizar dat dit niet zo bekend is als Metropolis. Die moet ik weer eens herzien, maar nu heb ik niet de indruk dat die beter is dan Die Nibelungen. De Kino-dvd heeft fantastische beeldkwaliteit en veel meer scènes dan ooit vertoond zijn. Niet te missen.

Dikke vier sterren.

Nibelungen: Siegfried, Die (1924)

Alternatieve titel: Die Nibelungen: Siegfrieds Tod

Sterk fantasy-epos van Fritz Lang, die in het eerste uur en een kwartier zelfs geniaal genoemd kan worden. Metropolis is de bekendere film, maar tijdens de eerste helft van Siegfried had ik het gevoel naar een betere film te zitten kijken. Niet alleen hebben de meeste effecten de tand des tijds opvallend goed doorstaan, de sets zijn ook nog eens heel gedetailleerd en de make-up is zijn tijd ook ver vooruit. Dat Lang ook nog eens een oog heeft voor mooie belichting en kadrering is misschien zelfs nooit beter te zien geweest dan hier. Vooral het eerste deel in het bos met de draak en met de dwergen is enorm sfeervol. De draak is ook bijzonder. Natuurlijk is het duidelijk een pop, maar er is toch van alles in het werk gezet om hem zo levendig mogelijk te maken. Loopt goed vooruit op King Kong 9 jaar later. Dat een film als deze zo relatief snel na The Birth of a Nation kwam duidt toch wel aan hoe snel de ontwikkeling van film snel ging in die tijd.

Niet alles is echter even briljant helaas. De fantasy en het avontuur nemen een stapje terug in de tweede helft, wanneer men plotseling het idee krijgt om een echt verhaal te vertellen. Er ontstaat een soort van machtstrijd vol verraad en intriges. Helaas leent de stomme film zich een stuk minder goed voor zaken als dit. Hier zijn dialogen nodig en het ontbreken daarvan wordt voelbaar. Niet dat het allemaal niet te volgen is, integendeel want het wordt simpel gehouden. Het probleem is dat je toch vooral naar veel reactieshots zit te kijken en tegenover het tempo van de eerste helft valt dat wat tegen. Die tussentitels krijgen nooit de kracht die dialoog zou hebben en diepgang ontbreekt om deze helft even boeiend te houden dan de eerste. Al zijn er nog steeds momenten die het aanzien waard zijn, zoals Siegfrieds dood en het optreden van Hanna Ralph als Brunhild.

Ik ben zeer benieuwd hoe het vervolg gaat uitpakken. De titel Kriemhilds Rache geeft aan dat Kriemhild de hoofdrol gaat krijgen. Kriemhild is eigenlijk het minst boeiende karakter uit deel 1 dus hopelijk pakt dat goed uit.

4* voor deze. Verdient toch wel meer status, zelfs al is het net geen meesterwerk. Blijft overigens ook opvallend goed overeind naast recentere fantasy-epossen als The Lord of the Rings.

Night at the Opera, A (1935)

Als we de komedies uit Hollywood van pak 'm beet voor de jaren '60 erbij pakken zijn er genoeg die ik meer waardeer dan die van The Marx Brothers, omdat ze scherper, slimmer, origineler of zelfs kunstzinniger zijn. Maar één ding hebben de films van The Marx Brothers stiekem voor op andere komedies uit die periode: ze laten me het hardste lachen. En dat telt voor veel.

Hier op MovieMeter hebben de broertjes helaas niet zo'n grote status. Het is ook wel begrijpelijk dat de over-the-top aanpak van hun misschien teveel van het goede is voor sommigen. Persoonlijk hou ik echter van hun anarchie, hun vindingrijkheid en natuurlijk hun perfecte timing. Duck Soup heb ik al meerdere malen bekeken en nu na A Night at the Opera (waarom duurde het eigenlijk zolang voordat ik aan een tweede film van hun begon?) zullen er zeker meer volgen.

A Night at the Opera is filmisch een stuk beter dan het rommelige Duck Soup, maar het anarchistische plot van die film wordt hier enigzins gemist.The Marx Brothers staan duidelijk voor chaos en een verhaallijn waarin dit uitgebuit wordt is toch het best. Nu is het toch wat jammer om wat (gelukkig korte) momenten te hebben waarin Groucho vriendelijk doet tegen de romantische, serieuze bijrollen. Het past niet bij hem. Maar als het om humor gaat is A Night at the Opera toch minstens gelijkwaardig aan Duck Soup. Geweldige one-liners van Groucho, duidelijk mijn favoriete broertje, maar ook de slapstick van Harpo is vaak briljant (geweldig moment als hij dat theaterdoek oprent, erg knap gedaan). Chico vind ik meer gewoon leuk. Het is jammer van die musicalstukken die wat mij betreft niets toevoegen en gewoon ververlend zijn om naar te kijken. Gelukkig wordt dit ruimschoots gecompenseerd door de vele hoogtepunten, zoals de boot, het hotel met de bedden en de fantastische climax.
4*

Night of the Hunter, The (1955)

wolfmanrene schreef:

(quote)

De film is vanaf 5 april te zien in Amsterdam (Filmmuseum), Den Haag (Filmhuis) en Rotterdam (lantaren/Venster) en aansluitend gaat ie ook in de rest van het land draaien.

Ik heb hem intussen al op grote doek kunnen zien. Gisteren draaide hij in Nijmegen in de bioscoop.

Ik zie dat de eerste keer dat ik dee film zag eind november was. Korter dan ik verwacht had. De kijkbeurt van gisteren was al weer de derde keer dat ik de film zag. Gewoonlijk kijk ik films niet na een korte tijd weer, maar The Night of the Hunter was toch een uitzondering. Ik kan in ieder geval met zekerheid zeggen dat de film nu tot mijn absolute favorieten behoort.

Bepaalde minpunten gelden nog steeds. De proloog met de koppen van kinderen die tussen de sterren hangen en naar een Bijbels verhaal luisteren is verschikkelijk en het grootste minpunt aan de film. Verder zijn alle minpunten die ik eerder noemde er nog steeds, maar ze zijn wel zo klein dat ik me er nog nauwelijks aan stoor. Het einde vond ik aanvankelijk tegenvallen, maar daar kom ik nu op terug. Schitterend!

De verrassing is er misschien af, maar de film blijft vreemd op me over komen en elke keer grijpt de donkere en tegelijkertijd sprookjesachtige sfeer me weer. The Night of the Hunter is toch wel een unicum in de filmwereld. Bepaalde scènes en shots behoren tot de mooiste ooit. Ik ga ze niet weer allemaal opnoemen, maar de boottocht wil ik een speciale vermelding geven. Zo mooi en dromerig, met die prachtige muziek (de muziek is sowieso een pluspunt van de film). Het grote rustpunt van de film ook. Hoewel deze scène zich op een rivier afspeelt die echt bestaat (maar wel nagemaakt is in de studio) wekt dit moment meer het echte sprookjesgevoel op dan alle films van Burton bij elkaar.

Ik ga nog niet over op 5*, vanwege die kleine minpunten tussendoor. Maar mijn waardering voor deze film is niettemin zeer groot. Jammer dat hij niet meer in de top 250 staat. Al snap ik wel dat deze film niet iedereen zal aanspreken. Nogmaals: gaat het zien!

Night Tide (1961)

Ja, Cat People. Daar moest ik ook aan denken toen ik Night Tide zat. Het zou me niets verbazen als dat een inspiratiebron hiervoor was. Night Tide is ook een onvervalste b-film die het bijna compleet van sfeer en van suggestie moet hebben. Met dat eerste zit het wel goed, dankzij uitmuntende zwart-wit fotografie met lekker veel schaduwcontrasten, evenals een wat kil aandoende strandlocatie. Heel fijn.

Helaas werkte de suggestie niet. De vraag of Mora nou wel of geen zeemeermin is moet te veel van dialogen en droomsequenties komen. De dialogen hier zijn slecht, niet alleen omdat ze zo expliciet zijn, maar ook omdat ze maar door blijven gaan en gewoon klunzig geschreven zijn. Het helpt ook niet dat de acteurs hier houterig overkomen (ja, ook Hopper) en de indruk wekken dat de regie-opdracht was om zo langzaam mogelijk te praten, met zo veel mogelijk (beladen?) pauzes. Het ontbreken van vaart is ook wat dodelijk voor de suspense.

Ook slecht was dat zogenaamd dubbelzinnige einde. Eerst doet die kapitein compleet uit de doeken hoe hij haar heeft laten geloven dat ze een zeemeermin is, om zo de mythe te ontkrachten, terwijl aan het einde nog eventjes een extra commentaar rond die mysterieuze vrouw is toegevoegd om de indruk te houden dat Mora toch een gevaarlijk zeewezen was. Dat die kapitein dan verzon dat ze een zeemeermin was is geheel toevallig. Zo'n zwakke, ondoordachte poging om ambiguïteit op te roepen zie je zelden.
2*

Night to Remember, A (1958)

wibro schreef:

Wat mij opviel is dat de Titanic in deze verfilming van Roy Ward Baker niet in tweeën brak. Kan het zijn dat men dat in 1958 gewoon niet wist? Pas in 1985 werd immers het wrak van de Titanic ontdekt.


Ja, men wist nog niet zeker toen of het schip gespleten was, omdat sommige ooggetuigen ervan overtuigd waren dat dit wel gebeurt was en anderen weer net zo zeker weten dat dit niet het geval was. Dit omdat het schip pas brak toen de lichten uit waren gevallen en er nauwelijks nog wat te zien was in het donker. Het algemene oordeel was in 1958 nog dat het schip intact gezonken was, zoals je hier ziet. Pas in 1985 kon bevestigd worden dat de Titanic niet heelhuids de bodem had bereikt. Grappig dat het jou ook opviel, want ik zat de hele tijd op het moment te wachten dat het schip zou breken. [Geen idee of dit werkelijk al spoiler telt.]

Het is lastig om bij een bespreking van A Night to Remember niet James Camerons Titanic te noemen, al is het maar omdat die film een beetje het beeld van de ramp bepaald heeft sinds 1997. Daar tegenover staat dat A Night to Remember nog altijd de reputatie had de meest accurate verfilming van het waargebeurde verhaal te zijn. Dit is uiteraard een meerwaarde, maar maakt het niet meteen een goede film, aangezien een droge documentaire net zo feitelijk kan zijn, maar niet meeslepend. Het grootste compliment dat ik A Night to Remember kan geven is vooral hoe beklemmend hij is.

In zekere zin draagt de meer feitelijke aanpak hier aan bij. Het is een gewaagde keuze om geen echte hoofdpersoon te hebben (hoewel Lightholler toch in veel scènes zit) en het drama meer als een ensembleverhaal te brengen, met personages uit alle klassen en met verschillende karakters. Toch voelt dit niet als een beperking aan. Uit de kleine karaktermomenten wordt vaak veel gehaald. Er wordt een sterk microkosmos gecreëerd hier. Voor groots melodrama hoef je hier niet te zijn en de vraag komt naar boven waarom Cameron dacht dat hij dat hele romantische plot nodig had als je hier nog eens extra ziet hoeveel drama er al natuurlijk in het verhaal zat. Je hebt één grote ramp en honderden minirampjes en heldendaadjes: wat heb je nog meer nodig? Een knappe prestatie van baker is dat al deze elementen vloeiend in elkaar overgaan en natuurlijk aanvoelen.

Dit is ook een kalmere film dan Camerons versie, voor zover een film over een enorme zeeramp kalm kan zijn. Het is in zekere zin erg Brits: de emoties worden onderhuids gehouden, wat hier gepersonifieerd wordt door die man die zijn gezin met een dappere houding de reddingsboot in krijgt. Dit soort heldendaden of berustende momenten hebben op mij doorgaans meer impact met een dergelijke afstand dan als het begeleid wordt door softfocusbeelden en dik aangezette strijkers van James Horner. De relatieve objectiviteit van Baker vind ik zelf erg prettig werken, zelfs al moet ik toegeven dat de paar scènes vóór de ramp er wat saai door worden.

Verder was ik verbaasd hoe goed de film nog oogde op het gebied van special effects. Ik merkte eigenlijk gewoon bijzonder weinig ervan, op een enkele shot van het zinkende schip hier en daar na. Ik ken eigenlijk geen film van de jaren '50 waarbij de effects zo goed oogden. Sowieso zag de film er goed. Hoe cliché het ook is om te zeggen: dat zwart-wit voegt iets toe aan het nachtmerrie-achtige van het verhaal.

Niet verrassend mag je van mij dan ook Camerons Titanic houden, maar ik neem A Night to Remember, een film om werkelijk te herinneren.
4*

Nights and Weekends (2008)

Mumblecore. Ik had al van het fenomeen gehoord, maar er nog nooit iets van gezien. Kennelijk leeft het ook totaal niet op MovieMeter, want je hoort er nooit iets over; al komt dat wellicht ook doordat de films niet echt veel in Nederland worden uitgebracht. Anyway, het gaat dus over films die opgenomen zijn met beperkte technieken en compleet draaien om alledaagse situaties en de daarbij horende herkenbaarheid.

Dat is wat je krijgt bij Nights and Weekends. Ik vond het maar half geslaagd. Vooral aan het begin is het bijzonder moeilijk om erin te komen. Je wordt middenin een relatie gegooid van twee personen die niet bijzonder boeiend lijken en wiens problemen en onzekerheden ook niet interessant zijn. En eerlijk is eerlijk, dit gebrek aan diepgang blijft de film parten spelen, al wordt het wel iets makkelijker te verteren als je de personages beter leert kennen. Het grootste probleem voor mij was dat ik gewoon niet het gevoel had dat deze twee karakters hun eigen film verdiende. Natuurlijk gaat het om relatieproblemen die veel voor komen, maar wat doet de film ermee? Ik kon niet het gevoel van me afwerpen dat ik naar twee echte mensen zat te kijken die hun problemen met een camera gefilmd hebben, maar dat klinkt nog interessanter dan het overkomt. Een beetje teveel zelfbeklag naar mijn smaak in ieder geval.

En die filmstijl, tja, wat moet je er van zeggen? Om hier te verkondigen dat er weinig met de filmische middelen gedaan wordt is wat flauw, omdat dit niet de bedoeling is, maar het wordt wel erg saai gebracht. Begrijp me niet verkeerd, ik heb niets tegen het gebruik van beperkte middelen, maar waar Festen het op een intelligente manier gebruikt of John Cassavates er een rauwe energie aan wist te geven is dit bijna amateuristisch filmwerk. John Cassavetes (duidelijk een voorbeeld voor dit soort films) wist ook boeiende, complexe personages op het scherm te toveren, maar Nights and Weekends moet het doen met toch wat simpelere figuren, die weliswaar geloofwaardig zijn, maar, nogmaals, niet bijzonder boeiend. Greta Gerwig is nog wel een goede actrice, maar Joe Swanberg straalt niets uit en komt ook niet echt goed over. Het alledaagde werkt soms ook tegen door contextloze scènes en loze dialogen. Er zit zelfs een scène in waarin Greta Gerwig naar de wc doet en haar behoefte doet. Waarom? Omdat dit typisch zo'n alledaagse scène is die andere films overslaan waarschijnlijk.

Dit doet allemaal een beetje af en sommige, kleine momenten die wel raak zijn. Een interessant gesprek hier, een rake observatie daar. En een zelfs prachtige fotoshootscène. Er is ook geen schaamte om seksscènes wat uit diepen. Dit is allemaal bewonderenswaardig, maar als de film iets meer rauwheid had gehad en wat dieper uitgewerkte personages was het waarschijnlijk al een stuk boeiender geweest. Nu zie je ergens wel talent, maar blijf je met het gevoel achter dat het lui en snel in elkaar gezet is. Een film die wellicht interessanter is voor de makers dan voor de kijkers.

2,5*

Nijûshi no Hitomi (1954)

Alternatieve titel: Twenty-four Eyes

starbright boy schreef:

Het gemiddelde zal niet zo blijven, want ik zie de berichtjes met "sentimenteel" al komen.


Bij deze nummer 2 (valt nog mee, in zo'n zeven jaar).

Een heel ander soort film als ik verwacht had, maar dat komt misschien omdat ik bij ieder Japans drama van de jaren '50 bijna automatisch Ozu verwacht. Dit is toch wel duidelijk iets anders, door de zeer open emotionaliteit. Ik hou daar niet zo van. Dik aangezet melodrama werkt voor mij zelden en moet goed gemotiveerd worden door de film zelf en daar slaagt Twenty-Four Eyes niet in. Ik twijfel er niet aan dat het oprecht bedoelt is en in principe levert het verhaal genoeg om sentimenteel over te zijn, maar Kinoshita kent hier echt geen greintje terughoudendheid.

Ik durf te wedden dat deze film zo in het Guiness Book of Records kan met het record meeste huilen in één film, of op zijn minst het record meeste huilen door één personage in één film. De eerste vijftig minuten, als de band opgebouwd wordt tussen juffrouw en kinderen is al iets te schattig naar mijn smaak, maar ik kon daar nog wel in meegaan. Echter, tijdens het afscheid van de kinderen van hun juf, als ze met het bootje teruggaat naar haar eigen woonplaats, bekroop mij voor het eerst het gevoel dat het allemaal wel erg zoetsappig was. Vooral omdat er toen al een enorme nadruk lag op afscheid nemen (en toen nog elke keer duidelijk tijdelijk) en op het zingen van kinderliedjes. Dit blijft de hele film zo, maar wordt echt steeds erger. Er wordt echt een hoop afscheid genomen. Op zich logisch want dit gebeurt in het leven veel en zeker als er dan ook nog eens een oorlog uitbreekt. Maar om daar dan iedere keer ellenlang bij stil te staan en het meestal te vergezellen door sentimenteel gezang van de personages is wel erg extreem. De film maakt het ook steeds bonter. De dood van de moeder en de dochter van de hoofdpersoon wordt niet of nauwelijks getoond, maar des te langer wordt er stilgestaan bij de tranen die ze daarom laat. Het is niet eens overdreven om te zeggen dat de lerares het laatste half uur zo'n beetje 75% van de tijd huilt. Niet dat ze daar geen reden voor heeft, maar Kinoshita legt het er zo dik bovenop en toont ook daadwerkelijk niets anders dan een huilende Oishi.

Nodeloos om te zeggen dat het laatste half uur voor mij echt sleepte. Daarvoor kon ik nog enigszins teren op goodwill, omdat de film het hart op de juiste plaats leek te hebben. Dat laatste trok ik nooit in twijfel, maar de aanpak is gewoon totaal niet mijn smaak. De film gaat maar door en gaat maar door en uiteindelijk wordt het bijna een parodie op zichzelf door steeds maar weer een scène te introduceren waarin de lerares kan gaan huilen. En het liefst ook nog iemand kan gaan zingen. Kinoshita dwingt ons bijna mee te huilen en juist daardoor blijft het voor mij extra makkelijk droog. Ik zie eigenlijk niet hoe mensen dit niet sentimenteel kunnen noemen.

Het is extra jammer omdat de film zoals gezegd het hart op de juiste plaats lijkt te hebben zitten en het verhaal potentie had om me echt te ontroeren. Daarvoor was echter een wat meer terughoudende aanpak voor nodig. Wat minder een opeenstapeling van droevige scènes, wat meer momenten waarin personages in stilte lijden (gek eigenlijk dat het vaak emotioneel zo gesloten Japan met dit komt) en een kortere lengte hadden denk ik wonderen gedaan. Misschien wil ik gewoon echt Ozu, waarvan ik al in geen jaren meer iets gezien heb.
2*