• 15.747 nieuwsartikelen
  • 177.926 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.938 acteurs
  • 198.972 gebruikers
  • 9.370.364 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten The One Ring als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Nine (2009)

Oké, het weinig competitie voor de Fellinifilm, maar is het werkelijk zo slecht als iedereen beweerd? Wat mij betreft niet. Nine is nergens een grootse film, maar slecht werd het nergens en het is erg vermakelijk.

Ondanks Day-Lewis' aanwezigheid (erg goed, al blijf ik denken dat Bardem beter in de film paste) was ik vooral geïnteresseerd in de actrices, daar zitten toch wel veel sterke dames tussen. Cotillard heeft daarvan de meeste schermtijd en loopt eigenlijk met gemak met de film weg. Prachtige rol. Kidman is weinig te zien, maar toch perfect gecast. Lang niet meer zo goed geweest eigenlijk. De rest doet vooral wat we van ze verwachten. Judi Dench kan dit soort rollen slaapwandelend spelen en nog geweldig zijn. Fergie heeft alleen een musicale scène en is goed gekozen. Hudson en Loren raakte ietwat verloren in deze massa en ze werden niet al te bevredigend in het verhaal geplaatst, maar ze deden niets verkeerd. De film is gewoon starpower op zijn best. Alleen Cruz vond ik iets te komisch spelen. De rest doet toch meer minder meer.

Het verhaal kennen we van Fellini, maar het is wat versimpelt voor een groot publiek en het mist toch net die Fellini-touch. Echt storen deed dit mij echter niet. Het werd uiteindelijk toch vermakelijk verteld, zonder dat het ooit echt iets unieks werd. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor de nummers: niet speciaal, maar goed genoeg. Kortom, ik mocht Nine wel. De vraag voor wie dit gemaakt is kwam ook wel bij mij naar boven drijven. Het is een van de vreemdste mixen tussen art-house en commerciële films, want het is het uiteindelijk allebei totaal niet geworden. Ik vond het echter leuk.

Kleine 3,5*

Nineteen Eighty-Four (1984)

Alternatieve titel: 1984

Deze film staat compleet in de schaduw van het boek en is halfvergeten. Niettemin, als iemand die als tiener enorm gegrepen werd door Orwells roman (al is het wellicht 10 jaar geleden dat ik hem las), wilde ik deze wel graag zien.

Het is eigenlijk best een geslaagd geheel. Al snel werd ik weer gegrepen door de hopeloosheid van de situatie van de hoofdpersoon en van het wel erg machtige regime dat de mensheid onderdrukt. Het basisverhaal is eigenlijk zo sterk dat een verfilming die een beetje trouw is al snel werkt vermoed ik. Sinds ik het boek las heb ik veel dystopische films gezien, waaronder hele goede, maar niettemin blijft Nineteen Eighty-Four een bepaalde kracht hebben die verder gaat dan slechts de functie van "oerboek" waar alles uit voort komt. Het is vooral het pessimisme dat verder gaat dan veel opvolgers, iets wat deze film ook weer weet over te brengen.

Radford maakt echter zowel goede als slechte keuzes. Erg sterk vond ik de implicaties van de tv-schermen en het continu aanwezige commentaar dat er vanaf komt. Dat is iets wat op papier beter zou kunnen werken dan op film, maar hier voegt het echt iets toe. Ook interessant dat de wereld ouder oogt dan het jaar waarin het zich afspeelt. De ouderwetse, kale look zorgt voor veel van de sfeer en past op een bepaalde manier erg goed. Het correspondeert ook wel met mijn leeservaring moet ik zeggen.

Minder waren echter de wat meer poëtische momenten. De groene buitenwereld en sowieso alles buiten de grote binnenstad kwam nooit echt tot leven. Radford creëert een wereld die wellicht wat al te klein aanvoelt, alsof alles wat je ziet alles is wat bestaat (dat past verrassend goed thematisch moet ik toegeven, maar het maakt de film ook wat te "nep"). Daarbij is Radfords ingetogen aanpak soms ook gewoon wat suf, waardoor het geheel zijn greep verliest. Hij had ook wat meer tijd nodig voor de martelingen op het einde. Dat voelde wat abrupt aan, al vond ik dat in het slotgeval met de ratten eerlijk gezegd ook al bij Orwell.

Wel goed gecast. Hurt heeft de juiste uitgebluste kop en Burton past ook beter bij O'Brien dan ik verwacht had, al had hij misschien iets charismatischer gemoeten bij zijn eerdere scènes. Tijdens het slotstuk komt zijn vermoeide kop goed van pas.

Spannend blijft het in ieder geval, al vraag ik me af wat er werkelijk voor nodig zou zijn om hier echt iets speciaals van te maken. Het boek lijkt me niet onverfilmbaar en Radford was gepassioneerd genoeg. Het komt er echter nog niet helemaal uit. Stiekem ook wel benieuwd naar de versie uit 1956.
3,5*

Ningen Jôhatsu (1967)

Alternatieve titel: A Man Vanishes

Interessante mislukking, dat is het beste dat ik ervan kan maken. Eigenlijk is A Man Vanishes op papier veel boeiender dan de uiteindelijke film. Dat meen ik hier bijna letterlijk, want het boekje dat bij de Masters of Cinema-dvd zat heb ik met meer interesse gelezen dan dat ik naar de film gekeken heb.

Het begint als een documentaire waarin onderzocht wordt waarom de man verdwenen was. Het is vooral opvallend hoe weinig boeiend dit eerste deel is. Zo'n mysterie heeft eigenlijk per definitie mijn interesse en daarom is het des te vreemder dat het zo suf is als de pest. Erg veel interviews die veel te kort duren (soms 6 of 7 personen in vijf minuten) om voeling te krijgen met de geïnterviewde en met wat ze te zeggen hebben over de vermiste persoon. Komt nog eens bij dat de dialoog vaak duidelijk gedubd is en dat de beelden sowieso vaak weinig overeenkomst vertonen met wat er gezegd wordt. Dit leidde mij gruwelijk af waardoor de toch al niet bijster sterke interviews nog moeilijker te volgen waren. Als journalistieke documentaire is dit nog geen halve ster waard. Een ramp en ik vreesde voor de lengte van 130 minuten.

Uiteindelijk is aan dat laatste niet veel verandert. Dit is een enorm lange zit die Imamura totaal niet weet te verantwoorden, doordat hij eigenlijk verdomt weinig te zeggen heeft. Hij denkt kennelijk echter van wel, wat vooral blijkt doordat de film na een tijdje lijkt te gaan over de onbetrouwbaarheid van documentaires en hij bewust gaat spelen met fictie en non-fictie. Dit doet hij zo enorm zelfbewust en zo weinig subtiel (hij laat zelfs decors weghalen midden in een scène en zegt meerdere malen in de film dat het hier fictie betreft), dat het uiteindelijk impact mist. Het lijkt ook het enige punt te zijn in de hele film, dat documentaires eigenlijk fictie zijn. Er komt humor uit voort en het is soms enigszins leuk om te gissen was waar is en wat niet, maar Imamura weet het meta-aspect nooit echt prikkelend uit te buiten.

Vreemd is dan ook dat in het bijgeleverde boekje een stuk uit Imamura's autobiografie geciteerd wordt, waarin hij praat over A Man Vanishes. Hij geeft toe dat hij weinig interesse had in de verdwenen man (iets wat nogal evident was wat mij betreft), maar dat hij des te meer gefascineerd was in hoe de vrouw van de vermiste persoon zich gedroeg als er een camera in de buurt was. Dat was wat hij vooral wilde tonen. Dit zou ik echter nooit geraden hebben, want deze vrouw, bijgenaamd The Rat, kwam nooit als de focus op mij over en vond ik een weinig boeiend persoon. Dat ze ging acteren voor de camera merken we ook niet, omdat we haar nooit echt goed zonder de camera zien. Zelfs de fragmenten met de verborgen camera onthullen weinig.

Wat overblijft is een spel met verschillende vormen van het filmisch medium. Dat is erg leuk om over te denken en te discussiëren en het zorgt ervoor dat dit geen totale ramp wordt (wat ik het als kijkervaring eigenlijk wel vind), maar er zijn latere projecten die hier meer uitgehaald hebben. Het boekje bevatte ook een stukje van Nagisa Ôshima, die zeer kritisch was over de film en het een studie in techniek zonder inhoud noemde. Daar kan ik achter staan. Het is misschien interessant wat Imamura hier probeerde te doen, hij deed het echter zonder een duidelijke visie, of in ieder geval zonder een boeiende visie die er echt uitkomt.
Milde 2,5*

No Country for Old Men (2007)

"There are no clean getaways", aldus de tagline van deze film.

En dat is precies wat deze film niet bevat. Er is geen ontkomen aan. Het kwaad is op jacht en je kunt rennen, je kunt je verstoppen, je kunt schreeuwen, huilen, vechten of wat dan ook. Maar je kunt er niet aan ontkomen. Het kwaad laat zich niet stoppen. Door niets of niemand! Dat is de belangrijkste boodschap van deze film; met gemak een van de beste films die de Coens ooit gemaakt hebben.

Ik had natuurlijk hoge verwachtingen en ze werden allemaal ingelost. Want wat een geweldig meesterwerk is dit! Het niveau van Fargo (de Coenfilm waar deze het meest mee te vergelijken valt) wordt met gemak gehaald en wellicht zelfs overtroffen! Het bevat niet alleen alle elementen die ik op zijn minst van een Coenfilm verwacht (unieke personages, sterke dialogen, gevatte humor, briljant gebruik van locatie, een uitstekende sfeer), maar deze film bevat zelfs meer. Voor het eerst in een Coenfilm vinden we namelijk echt drama. En er is zelfs een boodchap en een centraal thema die prachtig uitgewerkt worden. Niet dat ik deze film minder gevonden zou hebben zonder boodschap, wellicht komt het ook gewoon voort uit het boek, maar het toont toch weer een nieuwe veelzijdigheid van de Coens. Daarbij moraliseren ze niet wat natuurlijk fijn is.

Deze film bevat hoogtepunt na hoogtepunt en bevat zoveel briljante momenten dat het gewoon niet na te vertellen is. En waarom zou ik het proberen hier te vertellen als je de film zelf kunt gaan zien (wat iedereen gewoon verplicht is natuurlijk)! Mijn favoriete scène was in ieder geval die met Chigurh en die man van het tankstation. Ik ga die scène hier aan niemand verklappen, maar een muntje speelt erin de hoofdrol.

Chigurh behoort overigens tot de beste Coenpersonages ooit. En niet alleen dat: hij hoort ook minimaal in de lijst van 5 grootste filmpsychopaten ooit. Misschien zelfs bovenaan. Wat een ongeloofelijke engerd is het. Wie had dat van Javier Bardem gedacht? Hij zet een personage neer dat zo gemeen is, zo slecht dat we niet het kleinste beetje goedheid kunnen bespeuren in hem. Hij is de belichaming van het niet te stoppen kwaad in deze film. Elke keer als hij weer in een scène te voorschijn komt kun je je hart weer vast houden. En dat lukt eigenlijk maar weinig filmschurken op deze manier. Sterk ook dat ze hem niet dood laten gaan. Het kwaad gaat door. Sommigen zien als boodschap van de film blijkbaar dat deze tijden kwaadaardiger zijn dan voorgaande tijden. Ik niet (en Tom Bell wordt er zelfs op gewezen dat dit niet het geval is). De film gaat over het kwaad dat er altijd al was en er altijd zal zijn. Daarom sterft Chigurh aan het einde niet. Het kwaad roei je nu eenmaal niet uit. Ook al zouden we dat willen. Wel grappig dat de Coens ons door het auto-ongeluk laten denken dat het voorbij was. YEAH, RIGHT!

Dit zorgt er al met al voor dat dit met afstand de duisterste Coenfilm is. En dan de humor. Nee die ontbreekt niet, maar is zwartgalliger dan alle grappen uit voorgaande Coenfilms (die lang niet altijd zwart waren) bij elkaar. Maar het werkt: ik heb een aantal keer flink moeten lachen. Fantastisch ook die zingende Mexicanen als Moss op straat ligt te bloeden

En dan het einde. Ja het is een anticlimax, maar wel een geniale anticlimax. Het is misschien wat onbevredigend, maar een ander einde had ik eveneens niet willen zien. Het hoort gewoon bij deze film, bij dit verhaal en bij deze visie. Als deze film heroïek of zelfs een happy end getoond zou hebben zou de film thematisch compleet ingestort zijn. Daarbij speelt Tommy Lee Jones erg sterk in deze laatste scènes.

Ik ben dus diep onder de indruk van deze film. En ik was niet de enige in de bioscoopzaal. Hoe vaak komt het voor dat je merkt dat de hele zaal hetzelfde voelt als jij? Dat ze allemaal lachen op de juiste momenten en dat je merkt dat ze op spannende momenten allemaal hun adem inhouden (en als ze moeten hoesten gaat dat extra voorzichtig; stel je voor dat de moordenaar uit de film je hoort)? Dat zijn toch geweldige bioscoopervaringen!

5 sterren, Friendo! Een Coencomeback van jewelste. Meer, veel meer, van dit soort films graag!

No Direction Home: Bob Dylan (2005)

Aardige documentaire over Bob Dylan, niets meer en niets minder. Dont Look Back is het niet bepaald, maar als liefhebber van Dylan vond ik het best leuk om te zien hoe Dylan langzaam doorbrak in de muziekindustrie. Wel duurde dit stuk erg lang, terwijl die tijd ook in andere dingen gestopt hadden kunnen worden. Ik vond de verdeling van de aandachtspunten dan ook het grootste minpunt hier. Sommige momenten werden eindeloos toegelicht, terwijl anderen niet behandelt werden of snel afgeraffelt verteld werden. Helaas waren dat vaak de interessantere momenten. Daarnaast wordt er geen enkele poging ondernomen om de artistieke kant van Dylan te begrijpen. Want de interessantste vraag is natuurlijk waar Dylan de inspiratie voor die geweldige nummers vandaan haalt. De teksten van Dylan zijn het beste aan zijn nummers en je hoopt als liefhebber op wat achtergrond op dat gebied. Er wordt geen woord over gerept, wat ook wel enigzins te verwachten viel. Dylan is op dat gebied nogal terughoudend en eigenlijk is dat ook maar beter zo.

De tweede helft, de overstap naar de electrische muziek, vond ik een stuk boeiender. Die archiefinterviews met Dylan zijn geweldig, evenals de beelden van het verschrikkelijke publiek tijdens concerten. Prachtig tijdsbeeld levert dat op en het is ook zelfs ontroerend om te zien hoezeer Dylan daar uiteindelijk onder lijdt en duidelijk concertmoe wordt. Duidelijk het sterkste deel van de docu. Het is wel jammer dat het ook echt tweedelig aanvoelt. Twee verhalen in een. De vraag die dit oproept is: waarom dan ook niet meteen die andere verhalen in latere delen? Je kunt niet alles hebben neem ik aan. Als totaalplaatje is dit dus misschien een ietwat teleurstellende docu, maar er zitten genoeg boeiende momenten in om de Dylanliefhebber bezig te houden. Mensen die niets met Dylan hebben zullen hier waarschijnlijk weinig uit halen. In tegenstelling tot Dont Look Back.

3*

Noah (2014)

Montorsi schreef:
Het is bijna niet voor te stellen hoe Aronofsky verzeild is geraakt in dit project.. of althans, als hij dit naar zijn hand kunnen zetten had het wat kunnen worden. Waarbij ik nog in het midden laat of dit falen een intern of extern probleem is geworden. Of je de man nou wel of niet kunt waarderen, deze film past in ieder geval totaal niet in zijn oeuvre.


Grappig, ik vond dit nou typisch een Aronofsky. Een obsessieve hoofdpersoon, op een groteske manier neergezet. Een filmstijl die ik als 'dreunend' zou willen beschrijven; visceraal, hard, overweldigend en alles behalve subtiel. Een poging tot diepgang die eigenlijk nogal plat uitvalt, maar toch werkt omdat het audiovisueel overdondert. Veel aandacht voor het menselijk lichaam, hoewel hier vooral in de vorm van intense close-ups van mensen die op een psychologisch breekpunt staan, in plaats van op een breekpunt van hun lichamen. Aronofsky ten voeten uit allemaal. Daar komt nog eens bij dat de studio andere cuts geprobeerd hebben, maar met die van Aronofsky zijn gegaan. Als klap op de vuurpijl heeft Aronofsky nog vóór deze film meegewerkt aan een graphic novel over Noach. Het onderwerp ligt hem aan het hart. Nee, hoe je het ook wendt of keert, dit is echt Aronofsky's kindje. Een echte auteursfilm.

In zekere zin redt dat de boel ook wel. Ben geen uitgesproken fan van de man, zijn werk overdondert vaak tijdens het kijken, maar vijf minuten daarna lijkt het allemaal wat oppervlakkig, wegens zijn gebrek aan talent op het vlak van verhaal en personages. Oh, hij probeert het heus wel op die gebieden, in zekere zin probeert hij zijn films zelfs op psychologie te laten steunen, maar dat overtuigd zelden echt bij mij.

Nee, Aronofsky moet het vooral hebben van zijn duidelijke passie voor zijn films en zijn drang om enorm filmisch te werk te gaan. Zo ook hier. Toegegeven, net als bij The Fountain is het hier erg wisselvallig op audiovisueel vlak. De film is nauwelijks begonnen en we worden al getrakteerd op een zeer goedkoop ogende CGI-slang. Snel daarna zien we een overzicht van de aardbol waarin wordt gevisualiseerd hoe de afstammelingen van Kaïn de Aarde overnemen. Dit ziet er zo primitief uit dat je zou zeggen dat het in de begindagen van CGI in de jaren '90 of zelfs jaren '80 gemaakt is. Enorm slikken even.

Gelukkig wordt het beter, al ziet geen enkel dier er echt uit helaas, ongeacht of Industry of Light and Magic dit ziet als hun beste werk tot nu toe. Het is vooral zodra het spektakel begint dat Aronofsky's stijl tot zijn recht komt. De beelden van de mensheid die in verval raakt, het bouwen van de Ark, de komst van de dieren, het gevecht om de Ark en de Grote Vloed zijn echt werkelijk overdonderende staaltjes filmkunst, die absoluut het niveau van blockbusters overstijgt. Hier is Aronofsky's stijl essentieel, een regisseur op zijn plaats. Het past ook echt bij het mythologische karakter dat van het verhaal uitgaat. Het oogt modern aan de ene kant, maar het voelt aan alsof je midden in een legende staat die zo oud is als mensenheugenis. Zelfs matige CGI kan niet op tegen Aronofsky's visie in het middenstuk.

Elders probeert hij ook veel dingen uit. Van een montage rond evolutie, die toch zeer christelijk is (jawel!) en zelfs tot in de toekomst reikt, via rotsachtige gevallen, engelen die zich bijna stop-motion voortbewegen, tot het verschijnen van Gods regenboog aan het slot: je kunt niet zeggen dat Aronofsky niet probeert steeds iets echt nieuws op het beeld te toveren. Jammer zijn dit allemaal momenten die niet overtuigen en soms lelijk (de regenboog) en soms lachwekkend (de stenen mannen) zijn. Toch heb ik liever zo'n ambitieuze film als deze dan iets dat niet probeert. En wanneer het werkt werkt het ook meteen enorm goed.

Wat Noah echter toch bijna compleet de dag om doet is toch de uitwerking van het verhaal. Hoe deze film ontvangen is door zowel christenen als atheïsten is zeer interessant en het is duidelijk dat dit niet voor beiden bedoelt is, maar voor wie dan wel. Persoonlijk kon ik hier niets ontdekken dat beledigend zou zijn voor christenen, Aronofsky neemt het verhaal en zijn boodschap serieus. Natuurlijk is er het een en ander aan verandert, maar eerlijk is eerlijk, het oorspronkelijke verhaal is enorm kort (6 pagina's in de editie die ik thuis heb liggen) en levert nauwelijks genoeg om een film op te baseren. Sowieso is bijna alleen God aan het woord en wordt Noah nauwelijks als een personage gebracht.

Niettemin weet ik niet of Aronofsky's aanpassingen goed uitpakken. In feite mengt hij nu het verhaal van Noach met die van Abraham (mogelijke moord op een kind) en Job (uiterste beproeving van de hoofdpersoon, die nooit zijn geloof verliest). Dat laatste werkt beter dan het eerste. Het psychologische aspect van Noach, die verhardt na het zien van de ondergang van de mensheid is een verrassend natuurlijke toevoeging van het verhaal en houdt het verder wat onhandige tweede deel boeiend. Voor de rest maakt Aronofsky wat vreemde keuzes.

Waarom in vredesnaam Tubal-Kaïn in de Ark laten verblijven en ook nog eens onopgemerkt voor 9 maanden? Waarom maakt hij niet gewoon Noach eerder af in plaats van zolang te zitten niksen? Deze zijlijn resulteert in een moord op de Ark, door Cham, die zich hierdoor zwak toont. Hetzelfde geldt rond het dilemma rond de zwangerschap. Noach's oudste zoon valt hem ook aan en Noach zelf wordt verleidt tweede baby's te doden. De vraag is dan ook, waarom zou The Creator juist deze mensen gekozen hebben voor zijn doel terwijl ze zo makkelijk weer te verleiden zijn voor geweld? Cham en de oudste zoon komen niet eens tot inkeer. Cham doodt gewoon Tubal-Kaïn en de oudste zoon moet bewusteloos geslagen worden. Het hele concept van het verhaal van de Ark steunt op het idee dat alle slechte mensen weggespoeld worden en dat de aanwezigen volledig goed zijn. Als je echter de hoofdfiguren zwak maakt werkt het niet meer als parabel en ook niet als iets anders. Het verhaal slaat dan niet meer ergens op. Natuurlijk is Noach te goed om baby's te doden (helaas vertoond in een enorm afgezaagde scène) en doet hij God eer aan, op zijn eigen manier, maar die twee zoons krijgen niet echt verlossing. Twijfel is een belangrijk motief hier, misschien zelfs het thema, maar dit is niet het juiste verhaal voor dat thema. Als dit niet de ultiem goede mensen zijn, waarom ze dan als enigen op een ark plaatsen? Aronofsky heeft het gewoon niet goed uitgedacht. Dat maakt het wellicht zo'n teleurstelling voor de christenen, maar het werkt denk ik ook niet voor de atheïsten, want daarvoor is het toch weer teveel afhankelijk van het idee dat er een God bestaat.

Het is in ieder geval wel een fascinerende film, eentje voor het steeds langer wordende rijtje, interessante mislukkingen. Altijd leuk, maar ook frustrerend. Het moet nogmaals gezegd worden, het middenstuk is echt enorm goed, behoort tot het beste van zowel Bijbelse cinema als Aronofsky's werk. Maar als geheel liet Noah me wat leeg achter. Typisch Aronofsky dus.
3*

Nochnoy Dozor (2004)

Alternatieve titel: Night Watch

Vooral een groot zooitje dit. Een chaotische stijl gebruiken kan natuurlijk, maar ik heb niet de indruk dat het ook maar een seconde in Timur Bekmambetov is opgekomen dat de verschillende onderdelen van een film ook één geheel kan vormen. Niets lijkt ergens op te slaan en dan heb ik het niet alleen over het plot (al geldt het daar ook zeker voor). Bekmambetov lijkt gewoon ieder shot gefilmd te hebben op het moment dat het in hem op komt. Dat heeft twee gevolgen: dat het er vaak fascinerend uitziet en dat het vaak spuuglelijk is. Meestal tegelijkertijd. Een poging tot stijlvol filmen van iemand die nog niet precies weet wat stijl eigenlijk is.

Ik mocht de film aan de ene kant op zich wel. Er zit een bepaald alle-remmen-los-gevoel in dat aanstekelijk werkt en veel ideeën hier werken op zichzelf best goed, zelfs al kan ik ze onmogelijk in het grote geheel plaatsen. Het grootste probleem is dan ook dat een paar dagen na het kijken van de film het al erg lastig is geworden om concrete scènes te herinneren en nog moeilijker om te weten wat hun context was. Ik heb het verhaal proberen te volgen en in grote lijnen ging dat nog wel, maar niemand kan mij wijsmaken dat het verhaal Bekmambetov ook maar iets interesseerde, want hij werkt niets uit. Het grootste dramatische moment, waarin de held zijn zoon bijna dood wat er toe leidt dat zijn zoon zich tot de duistere zijde bekeerd, komt totaal uit het niets. Ik heb niet het flauwste idee waarom de held ineens zijn zoon aanviel. Maar op dat moment kon het me niet veel schelen. We hadden immers al een scène gehad waarin een complete apocalyps werd afgeweerd doordat één iemand terloops een vage bekentenis deed. Spanning of meeleven met de personages lijken de grootste afkeer te krijgen van de regisseur, wat het extra verbazend maakt dat dit een commercieel succes was.

Dus wat doen we hiermee. Het is eigenlijk gewoon een barslechte film, maar toch eentje die ergens iets heeft. Ik hoef hem echter niet nog ooit eens te zien.
2,5*

Northern Pursuit (1943)

Brix schreef:
Eigenlijk wel bizar dat een felle anti-nazi (Oostenrijker Helmut Dantine) de rol van nazi speelt in deze film, met tegenover zich een acteur met nazi-symphatieën (Flynn)


Dit blijkt wel mee te vallen. Dat een anti-nazi in een anti-nazifilm wil meedoen is zelfs vrij logisch, zelfs als de vijand. Conrad Veidt, die o.a. de nazi-Majoor in Casablanca speelde, was ook fel tegen Hitlers partij, maar speelde juist graag nazi's, verkoos zelfs die specifieke rollen, omdat hij dacht dat hij zo bij kon dragen aan het negatieve beeld van deze mensen.

En Erroll Flynn een nazi-sympathisant? Dat was me niet bekend (heb me nooit in de man verdiept; dit is na The Adventures of Robin Hood ook pas de tweede keer dat ik een film met hem zag), maar ik heb er verder op doorgezocht. Korte research levert echter alleen maar op dat in 1980 een biograaf inderdaad een boek over Flynn schreef waarin hij afgeschilderd wordt als een heuse spion voor de Duitsers in de tweede wereldoorlog. Echter gaf die man daar zelf later van toe dat er geen concrete bewijzen voor waren. Het is idee van Flynn als nazi-fanaat lijkt daarna ook naar de sprookjesboeken verbannen te zijn. Wel was Flynn een openlijk supporter van Fidel Castro, wat ook niet meteen goed valt bij alle Amerikanen. Hij schreef er zelfs een film over waarin hij zelf de hoofdrol speelt, Cuban Rebel Girls. Het gemiddelde op IMDb (op het moment van schrijven 2,4) is extreem laag echter, al ben ik stiekem benieuwd naar wat het geworden is.

Maar terug naar Flynn als nazi-vriend; kennelijk was er wel in de jaren '40 een vermoeden dat Flynn sympathie had voor het Derde Rijk, wat ervoor zorgde dat hij niet altijd gevraagd werd voor films als Norhern Pursuit. In werkelijkheid wilde Flynn vechten voor de geallieerden, maar zijn vele fysieke problemen (zijn lijst aan ziektes en andere lichamelijke pijnen lijkt oneindig te zijn geweest; toen hij op zijn vijftigste overleed was hij kennelijk ook echt opgebruikt) zorgden ervoor dat hij afgekeurd werd.

Dit is allemaal wel in interessant in de context van Northern Pursuit, waarin Flynn zowaar een Canadees speelt met Duitse roots die niet wordt vertrouwd in de omgang met Duitse gevangenen, omdat de autoriteiten verwachten dat zijn afkomst hem een nazi-sympathisant maken. Flynn, even aannemend dat hij geen liefhebber was van de nazi's (gezien zijn zeer linkse overtuigingen is dat waarschijnlijk ook niet zo), zou zich wellicht herkend hebben in de rol. Dat is ook waar het meeste interessante onderdeel van het verhaal vandaan komt. Ik vond het een boeiend gegeven dat de hoofdfiguur hier bijna bij voorbaat al als nazi veroordeelt werd en het was nog eens extra boeiend dat het personage ook daadwerkelijk interesse toonde in zijn Duitse gevangene.

Helaas is dit een Hollywoodfilm uit 1943 en wist al bij voorbaat dat het daarom slecht bij een oppervlakkig dieper laagje zou blijven. Flynn wordt eventjes boos, maar verder wordt de suggestie dat hij werkelijk sympathie voor de nazi's zou kunnen ontwikkelen niet alleen weerlegd, maar zelfs plotseling compleet vergeten. De vriendelijkheid van Flynn ten opzichte van de Duitsers wordt al snel een act, terwijl ik graag een karakterstudie had gehad waarbij de hoofdfiguur misschien werkelijk verleid wordt door de nazi's. Dan kan hij nog altijd weer een omkeer terug maken voor een happy end. Een beetje The Searchers voor het oorlogsgenre of zo. Maar dit is dus Hollywood in het jaar 1943 en het is ook logisch dat we zoiets niet krijgen, zeker niet met een toen nog populaire ster als Flynn in de hoofdrol.

Het zorgt er wel voor dat de sympathie van Flynn voor de nazi aan het begin wat als een vreemd element aanvoelt, iets wat niet in het geheel van de film past. Hij geeft aan oprecht met de officier te willen praten over het huidige Duitsland. Zou Walsh hier dieper op in hebben willen gaan? Zitten er meer duistere hints in de tweede helft die suggereren dat er meer speelt? Het lijkt er niet op.

Wat overblijft is vooral een vermakelijk oorlogsavontuur dat echter wat te lichtvoetig aanvoelt en niet altijd het meest handige script heeft. De nazi's blijven toch iets te veel domme sukkels, met een aanvoerder die gewoon graag mensen neerschiet, zoals wel meer filmnazi's in de jaren '40 (en ook geregeld daarna). Mooie beelden in de sneeuw, met goede actie a la Walsh, al wil ik nooit meer een skiscène zien met back-projection. Ik kan me er gewoonlijk niet zo aan ergeren, maar dit zag er wel erg slecht uit. De rest van de film is slechts een niemanddalletje. Niet vervelend, maar het is ook geen wonder dat dit geen klassieker is geworden.
2,5*

Noruwei no Mori (2010)

Alternatieve titel: Norwegian Wood

Aanvankelijk was ik bang dat de film niet helemaal zou werken. Het eerste half uur verliep iets te fragmentarisch en ik had het gevoel dat de film veel te schattig was voor het onderwerp. Vooral het personage Naoko heeft een bepaalde schattigheid in haar gedrag dat je eigenlijk alleen in Japanse films lijkt tegen te komen en die ik niet zo bij de film vond passen.

Maar langzaam, zeer langzaam kreeg Norwegian Wood mij toch in zijn macht. Op het moment dat de film afgelopen was, het beeld zwart werd en het titelnummer van The Beatles ingezet werd kreeg ik een brok in mijn keel. Het lied heeft inhoudelijk niet bijzonder veel betrekking op de film zelf, maar toch wist het voor mij de geest van de film te pakken. Overigens is het niet zo dat het lied herrinneringen in werking zet bij de hoofdpersoon. Dat schijnt in het boek van Murakami zo te zijn (helaas heb ik die niet gelezen), maar de film is compleet chronologisch, in tegenstelling tot wat de plotbeschrijving hier beweerd.

Het is moeilijk te vatten wat mij nou precies zo aangreep. Het is geen perfecte film, maar de lyrische beelden met hun zachte belichting, het integere acteerwerk in combinatie met de bijna contrasterend heftige emoties (het is een loodzware film) wisten mij bijzonder te raken. Er zitten drie personages in die zelfmoord plegen. Heel wat dus en de film verzacht de pijn die zoiets veroorzaakt niet, maar weet op een bepaalde manier voelbaar te maken dat het leven van de hoofdpersoon door blijft gaan en dat hij een toekomst heeft. Wat die toekomst in vredesnaam mag zijn wordt ook al achterwege gelaten, maar ik denk dat het idee dat een mens zoveel ellende kan doorstaan en kiest om verder te leven mij zo ontroerde. Misschien een ietwat vage beschrijving van mijn kant, maar ik probeer er achter te komen waarom ik met die brok in de keel zat op het einde. Toch niet alleen door een Beatlenummer dat ik al vele malen gehoord heb, altijd al sterk gevonden heb, maar dat nooit echt diepe emoties losmaakte. Anh Hung Tran speelt misschien een beetje met het gegeven van het Beatlenummer. Als wij het horen gaan wij reflecteren op wat we gezien hebben, waar in het boek de hoofdpersoon dat kennelijk deed. Een sterke twist.

Een pijnlijke film, maar de situaties zijn zo goed geobserveerd door de regisseur dat het verrassend dragelijk wordt. De aanwezigheid van Kiko Mizuhara als Midori is daarbij een grote plus overigens. Erg leuk personage en stiekem hoopte ik de hele film dat Watanabe de door zelfmedelijden geplaagde Naoko zou verlaten voor Midori. Het is ook knap dat er zoveel gehaald wordt uit een vrij klein subplot rond die vent die telkens vreemd gaat, terwijl zijn trouwe geliefde dit weet. Ook weer moeilijk te beschrijven waarom, maar ik vond het gevoelsmatig veel toevoegen.

Opvallend lauw ontvangen deze film, zowel hier, op IMDB als in de pers (al moeten de Britten en Amerikanen hem nog zien). Ik vond het erg goed werken allemaal, ondanks het soms wat fragmentarische plot. Een klein meesterwerk. The Beatles vroegen al "Isn't it good Norwegian wood?" Dat was, met oog op deze film, terecht een retorische vraag.
4,5*

Nosferatu, eine Symphonie des Grauens (1922)

Alternatieve titel: Nosferatu, a Symphony of Horror

Als je de recensies onder de link van 'meningen' hier doorneemt zul je vooral veel negatieve recensies tegen komen. Ergens bovenaan staat een reactie van Mug die beweerde dat Nosferatu onderschat was. Dat kwam op mij over als een vreemde bewering, aangezien dit een van de grote horrorklassiekers is. Mug bleek echter gelijk te krijgen. In ieder geval hier op MovieMeter is Nosferatu zeer onderschat.

In tegenstelling tot Mug echter, vond ik dit geen enge film. Het heeft echter wel een lekker creepy sfeertje. De genialiteit van Murnau zit hem erin dat hij zonder grote schokeffecten een wereld schept dat bol staat van de dood. Dood is overal. Een Venusiaanse vliegenvanger (of iets wat daar op lijkt) vreet een vlieg op; een spin doet zich tegoed aan een ander insekt; een vrouw kijkt uit over het strand, omringd door grafstenen; de bemanning van een boot midden op zee verdwijnt langzaam; er breekt paniek voor de pest uit; een lijkschouwer zet met een krijtje een kruis op de huizen waarin iemand overleden is; Nosferatu loopt constant door deurposten die vaag de vorm hebben van een doodskist en hij werpt overal groteske schaduwen op muren. Een erg luguber sfeertje. Het is geen horrorspektakel, maar iets subtielers. Iets dat langzaam doordringt. Max Schrecks Orlok doet totaal niet denken aan latere vampieren, maar is wellicht daardoor een interessant creatuur gebleven. Echt eng zou ik hem niet willen noemen, maar hij geeft een vervreemdend effect aan de film.

Het is bekend dat dit een officieuze verfilming is van Bram Stokers beroemde boek Dracula. Die las ik iets meer dan een maand geleden en ik vond het eerlijk gezegd niet echt bijzonder. De eerste helf is nog wel aardig, maar de tweede helft is vrij suf. Gelukkig is Murnau zo slim om alleen maar uit de eerste helft, misschien zelfs maar het eerste kwart, zijn inspiratie te halen. Nosferatu volgt het verhaal van Dracula lange tijd vrij letterlijk, op een paar stukjes na, maar zodra het boek oninteressant wordt besluit de film zijn eigen route te bewandelen en stuurt hij zichzelf naar een veel bevredigendere conclusie. De dood van Orlok is niet heel bijzonder, maar wel het moment daarvoor als zijn schaduw in het hart van Ellen knijpt. Prachtige scène. Ook de pestscènes komen niet van Stoker, maar maken het materiaal toch een stuk naargeestiger. De erotische onderlaag van Stoker missen we hier, maar met een acteur als Schreck is dat misschien maar beter zo. We krijgen er iets uniekers voor terug. Draculafilms hebben de neiging om mij tegen te vallen. De versie met Lugosi was een grote teleurstelling en een duffe film die iets te duidelijk op de theaterversie van het verhaal gebaseerd was. Coppola's versie was niet creepy genoeg, mede door de vreemde keuze om Dracula in plaats van een monster een romantische vampier te maken, haast een anti-held in plaats van een schurk. Murnau is gewoon superieur omdat hij voluit gaat voor dood en verderf op een manier waarop geen andere film die ik kan bedenken dat ooit gedaan heeft.

Er zijn zeker nadelen. De overacting van de Gustav von Wangenheim als Hutter valt niet goed te praten en wekt meer op de lachspieren. Ook blijven de tussentitels hier opvallend lang hangen. Persoonlijk heb ik er ook last van dat ik het Draculaverhaal nu wel ken en dat ik voorlopig er ook wel genoeg van heb. Het is nooit mijn favoriete vertelsel geweest en het is eigenlijk een prestatie op zich dat een film uit de jaren '20 nog de meest frisse presentatie blijkt.
4 kleine sterren.

Een kleine noot die ik graag buiten mijn recensie plaats - omdat het niets met Murnau's visie te maken heeft - gaat uit naar de muziek op de dvd. Ik zag Nosferatu op een gehuurde dvd van Eureka en daar staat nogal merkwaardige muziek op, duidelijk niet het origineel. Aan de ene kant klinkt het erg duister en werkte veel scènes ontegenzeggelijk beter door deze score, maar degene die de muziek eronder geplaatst heeft vond het ook nodig om spannende gebruiken als er een vredige scène bezig was. Nog storender was dat er eenmaal een soort van moderne rockmuziek verscheen dat totaal niet bij de sfeer past. Ik heb dus gemengde gevoelens over deze score. Het werkt meestal, maar niet altijd. Kan iemand mij adviseren over welke dvd-uitgave de beste score heeft? Dan kan ik er rekening mee houden als de film zelf aanschaf.

Nosferatu: Phantom der Nacht (1979)

Alternatieve titel: Nosferatu the Vampyre

Het is al vaker gezegd, maar Herzogs versie van de Draculalegende is nogal wisselvallig. Het is wel een echte Herzogfilm en de man lijkt wederom te doen wat hij wil, zonder zich af te vragen wat het publiek er verder van vind. Dit levert een film op met geniale momenten, maar die voor het grootste deel enorm traag en ietwat saai is.

Mijn vermoeden is dat Herzog voor een hypnotiserend effect ging en dat hij daarom het tempo zo laag hielt, maar hij is er verder iets in doorgeschoten. Het hypnotiserende komt wel voort uit de het bij vlagen schitterende camerawerk en kleurgebruik, evenals de erg goede score van Popol Vuh. Zelfs het onnatuurlijke en ietwat houterige acteerwerk lijken bewust te zijn, al is dat een van de minder geslaagde experimente. Het beste vervreemdende element van de film is meteen het wildste special effect, doorgaans Klaus Kinski genoemd. Een van zijn vermakelijkere acteerprestaties en misschien zelfs de engste Dracula-incarnatie, zelfs al is ie een tikkeltje neurotisch. Ondanks al deze goede elementen, duurt het erg lang voor de film op gang komt. Eigenlijk pas het laatste half uur of zo, maar dan wordt het toch wel echt briljant. Herzogs obsessie met dieren komt weer naar voren met die rattenplaag en loslopende varkens en momenten zoals dat laatste avondmaal zijn best geniaal. En de manier waarop Nosferatu wordt uitgeschakeld is bevredigender dan gewoonlijk. Daarna volgt er nog een komischer deel: de arrestatie en de manier waarop Harker ontsnapt. Is ook iets dat me vaker opvalt bij Herzog: op het einde ineens komisch worden.

Het blijft opvallend hoeveel er altijd gevarieerd wordt op het Dracula-verhaal. Vooral omdat nadat ik iets meer dan een jaar geleden het boek van Bram Stoker las er met de beste moeite van de wereld niets briljants in kon vinden. Dat boek heeft hoogstens een fijne eerste helft, maar de tweede helft is gewoon suffig en het heeft een anticlimax die terecht nog geen enkele verfilming gehaald heeft. De films wisselen allemaal op cruciale punten, met name de interpretie van het karakter van de graaf (bij Stoker blijft het toch vooral bij een puur monster) en het einde. Murnau's verfilming is voor mij echter de enige die echt werkt, met deze versie van Herzog waarschijnlijk op de tweede plaats. Dat deze slechts drie sterren scoort zegt genoeg over de andere Draculaverfilmingen, die vaak bijzonder matig zijn. Toch is het opmerkelijk dat Stoker zelf wat mij betrefd de zwakste interpretatie had.

Herzogs Nosferatu is dus te traag en soms te houterig om echt geniaal te kunnen noemen, maar hij heeft wel een mysterieuze kracht. Misschien dat ik het tempo beter kan verdragen als ik de film eens herkans op een minder laat tijdstip. Dat is het nadeel van Zomergasten: trage en zware films uitzenden midden in de nacht.
3*

Nothing Personal (2009)

Nothing Personal is een van die kleine dramafilmpjes waar uitgegaan wordt van het principe waarin minder meer is. Dus we krijgen alleen nodige dialogen, geen grote gebaren, weinig achtergrondinformatie of verhaal. Dan steunt een film al snel op de acteurs en Verbeek en Rea weten hun taak sterk te volbrengen. Hun communicatie blijft boeiend en geloofwaardig. Hoe het verhaal zal verlopen is voorspelbaar. Natuurlijk groeien ze naar elkaar toe. Wat ik wel fijn vond was dat de grotere gebeurtenissen uitbleven. Geen seks of emotionele uitbarstingen die zelfs bij dit soort films uiteindelijk toch nog komen. Het vasthouden van elkaars hand is het intiemste wat er te zien is en dat vond ik wel eens prettig. De film maakte uiteindelijk geen diepe indruk, maar is toch wel zeer aangenaam om te bekijken. Niet op de laatste plaats omdat het natte, koude landschap van Ierland ook mooi vastgelegd werd.
3,5*

Notre Musique (2004)

Alternatieve titel: Our Music

Dit de beste film noemen van het nieuwe millennium zal ik niet snel doen. Notre Musique is een moeilijke film om te waarderen. Het meeste plezier haal je waarschijnlijk uit de analyse. Door uit te pluizen wat ieder element betekend en hoe alles in een geheel past. Als je eenmaal alles een plaats gegeven hebt zal er vast en zeker iets bevredigends uitkomen.

Maar doen we het daarvoor? Ik kan alleen voor mezelf spreken en ik zeg 'nee'. Filmanalyse is handig om films beter te snappen en te waarderen en daarnaast vind ik het ook best leuk, maar als een film voor ongeveer 75% van analyse afhankelijk blijkt te zijn wordt het wat zinloos.

Niettemin is hier wel het een en ander uit te halen. Zo'n toespraak van Godard zelf over beelden en tegenbeelden vind ik best boeiend, zelfs al wordt het filmisch niets. Ook zijn uitbeelding van de hemel is opvallend en er zitten kleine mooie passages in. De dialogen zijn echter zoals Onderhond al aangeeft afwisselend 'uitermate boeiend' en 'dodelijk saai'. Het nadeel is vooral dat Godard niet echt veel leven weet te blazen in Notre Musique. Hij is op zijn oude dag nog steeds experimenteel, maar echt boeiender is hij er niet op geworden. Zijn films van de jaren '60 zijn ook vooral visueel boeiender.

2,5*

Notti Bianche, Le (1957)

Alternatieve titel: White Nights

Leuke film van Visconti. Ouderwets romantisch. Ik ben zo te zien niet de enige die aan A Letter from an Unknown Woman moest denken. Die lijkt hier veel op, zowel door de sfeer als door de vrouwelijke hoofdpersoon, die hier eigenlijk precies hetzelgde karakter heeft. Hier wordt echter het perspectief van de man gekozen.

Het sterkste aan de film is hoe dan ook de sfeer. Dit is studiofilmen op zijn best. Het ziet er geloofwaardig uit, maar heeft tevens iets sprookjesachtigs dat je in een echte stad niet zo makkelijk krijgt. De belichting is schitterend, zwart-wit op zijn mooist. Ik las dat deze film Visconti's omslagpunt was van neorealisme naar sterk gestileerde werken. Ik ken te weinig van hem omdat te kunnen beamen, maar voor iemand die voor de eerste keer in zo'n stijl filmt doet hij het wel uitzonderlijk goed. Extra punten voor de sneeuwscène. Een parel.

Het romantische verhaaltje is niet heel bijzonder, maar wel leuk uitgewerkt en kreeg mij vooral mee door Mastroianni, die erg goed speelt en een boeiend personage heeft. Maar helaas heeft deze film ook een enorm minpunt en dat is Maria Schell. Ik vond dat ze haar rol veel te overdreven speelde. Ze wist me ook niet duidelijk te maken waarom Mastroianni zo voor haar viel. Ja, ze ziet er bijzonder knap uit, maar van haar karakter was ik vrees ik na vijf minuten al moe. De term 'borderline-bakvis' zou voor haar geïntroduceert mogen worden en ze is wellicht een van de ergste. Ik kan me eigenlijk moeilijk voorstellen dat iemand het lang met haar kan uithouden. Geen wonder dat Mastroianni het bijna opgaf en ik had het einde geloofwaardiger gevonden als hij degene was die op het einde haar liet staan, in plaats van andersom. Anderzijds, die Jean Marais speelt al een bijna even onmogelijk figuur, dus wellicht verdienen ze elkaar. Nu denk ik dat Schell's personage nog best goed had kunnen werken als er een betere actrice voor was gekozen. Nu keken we naar voortdurende wisselend, hysterische moodswings.

Het verpest een beetje een film die zomaar tot mijn grote favorieten had kunnen behoren. De sfeer maakt echter vrij veel goed, dus nog een 3,5*

Now You See Me (2013)

Ik hou van goocheltrucs, maar ik ben niet zozeer een type dat daarna graag wil achterhalen hoe de truc werkte. Zo'n tv-programma waarin goochelaars en hun trucs ontmaskerd worden zijn dan ook niets van mij. De fun zit hem immers in het voor de gek gehouden worden en trucs komen vaak saai op mij over als je weet wat er achter zit, vaak iets opvallends simpels. Ze verliezen hun magie.

En zo werkt het ook met Now You See Me. Ik moet toegeven dat ik voor dik 80-90% van de film me enorm vermaakte. Niet dat ik het briljant vond, want het was een opeenstapeling van plotgaten en het verliep allemaal vaak volgens verwachtingen, maar Letterier weet het flitsend te brengen en de mix tussen goochelen en overvallen sprak me op de een of andere manier aan. Als pretentieloos entertainment was dit erg leuk, zelfs al zou ik de film waarschijnlijk snel weer vergeten.

Maar ook tijdens dit leuke deel merk je al dat het niet zo leuk is om dingen onthuld te zien worden. Het is essentieel voor de film natuurlijk, omdat het over goochelaars gaat en niet over tovenaars. Maar de overvalmethodes zijn zo extreem dat de uitleg altijd belachelijk is. Dat de Four Horsemen een spiegel plaatsen in zo'n kamer om de illusie te wekken dat een kluis er niet meer staat is één ding, maar hoe krijgen ze die enorme, waarschijnlijk eendelige spiegel dan binnen? Hoe komen ze überhaupt binnen? Tevens is het best redelijk om te zeggen dat je een kluis kunt stelen door binnen te zijn voor de kluis (dus in transport), maar hoe komen ze in die vrachtwagen? Hoe krijgen ze daar een hele, nieuwe bodem in. En waarom merkt niemand dat er ineens een veel dikkere bodem in zit? Tientallen vragen werden steeds opgeroepen en de antwoorden waren altijd zo dat er nog meer vragen kwamen. De film had nog een paar uur extra nodig gehad om alles uit te leggen.

En zo wordt ook gewoon het einde verpest. De onthulling van het meesterbrein is belachelijk. Het kwam eerder in me op dat Dylan de geheime leider was, maar het was zo absurd dat ik gewoon hoopte dat dit niet het geval zou zijn, zeker omdat het totaal niet opgebouwd werd. Dat hij de aandacht van zich af wil leiden door zich als een sukkel te gedragen is één ding, maar anderzijds was de aandacht toch niet op hem gericht als hij gewoon niet die zaak op zich genomen had (en nooit FBI-agent geworden was, wat toch niet relevant is). En ook als hij een facade op wil houden dat hij een incompetente detective is hoeft hij niet in bijna ontploffende auto's te springen en zich te laten tackelen door een horde gehypnotiseerde mensen. Het maakt ook andere plotelementen vreemd. Welke reden heeft Freeman om Laurent verdacht te maken, bijvoorbeeld?

Ik kan zo doorgaan. De eindtwist haalt in ieder geval de film helemaal onderuit en maakt bijna alles wat leuk was (de manier waarop Ruffalo steeds achter de feiten aan liep) ineens niet meer leuk. De herkijkwaarde is dan ook absoluut 0. Ik wou dat ze eens zouden stoppen met dit soort twists. Ik had denk ik ook liever een meer gefocuste film gezien, die draait om misschien slechts één overval met behulp van goocheltrucs. Dan hoef je minder uit te leggen. En dan gewoon de bende hun eigen motieven te geven, in plaats van een geheim meesterbrein erbij te slepen. Die film zou dan misschien wat meer op Ocean's Eleven lijken, maar ik waarschijnlijk leuker dan deze.
2*

Now, Voyager (1942)

Pure melodrama's behoren over het algemeen niet tot mijn favoriete soort films, maar Now, Voyager was tot mijn grote verbazing een van de betere voorbeelden van het genre en misschien wel de beste in zijn soort uit het klassieke Hollywood. Onvermijdelijk is het allemaal hier en daar nog steeds wat te melodramatisch en gekunsteld emotioneel naar mijn smaak, maar de verrassing is hoe weinig verkeerde stappen irving Rapper hier eigenlijk zet. Als je het verhaal kort samenvat is het volslagen belachelijk, maar als je het afgespeeld ziet worden als film werkt het ineens.

Het is moeilijk de vinger te leggen op wat het nu allemaal laat werken, maar dat Bette Davis een belangrijke factor is zal niemand kunnen ontkennen. Dit is eigenlijk nog steeds maar de tweede film die ik met haar zie, maar haar enorme acteertalent kan moeilijk gemist worden. Dit is een totaal ander soort rol dan ze in All About Eve speelt en volgens mij sowieso een a-typische rol voor haar; ik heb het idee dat ze voornamelijk valse krengen speelde. Hier is ze echter voornamelijk kwetsbaar. Vooraf meende ik dat de film erover zou gaan hoe een lelijk eendje een mooie zwaan zou worden, maar het gaat meer over het overwinnen van trauma's en het opkomen voor jezelf om je eigenwaarde terug te vinden. Dat spreekt me al een stuk meer aan dan en film die over uiterlijke transformaties gaat, al kan niemand ontkennen dat er flink bij de uiterlijke ontwikkeling wordt van Davis wordt stilgestaan. Hier zet de film ook zijn grootste misstap: ik vond het nogal lachwekkend hoe maar liefst tweemaal een bril van een vrouw wordt afgepakt omdat een vrouw die niet nodig zou hebben en het haar niet mooier maakt. Alsof niemand in de hele productie begrepen had dat het dragen van een bril niet zozeer een modekeuze is, maar vaak een praktische reden heeft. Eigenlijk typisch zo'n klassiek Hollywood-dingetje, waar ik ook wel om kan lachen.

Terug naar Davis, die is dus fantastisch en ze wordt geweldig ondersteund door Claude Rains en Gladys Cooper. Paul Henreid is weer wat saai, maar toch vrij goed te hebben. Dat saaie past wat bij de rol. Verder is er een zeer goed script dat niet zozeer alle valkuilen van het melodrama weet te omzeilen als wel dat die ze aannemelijk weet te maken, mede overigens ook gewoon door het hele verhaal wat meer overdreven te maken, waardoor niets er als overdreven kan uitschieten. Het werkt voor mij door de vaak vermakelijke dialogen, de fijne reissfeer van de eerste helft en de oprechte inbreng van de acteurs. Daarnaast is het fijn dat bepaald vervelende clichés hier opzij worden gezet. Toen Charlotte zich ging verloven met een man van wie ze niet hield zag ik de bui al weer hangen, maar ik vond het verfrissend dat ze gewoon die vent uiteindelijk nuchter opzij zet en ze samen voor het te laat is tot de conclusie kwamen dat ze met z'n tweeën vooral ongelukkig zouden worden. Uniek voor Hollywood in die tijd ook is dat de vrouwelijke hoofdpersoon helemaal niet hoeft te trouwen aan het einde, maar een surrogaatgezin sticht met Tina, de dochter van de door haar gewilde man en dat de man ook af en toe langskomt (met de hint dat hij meer komt doen dan slechts een kop koffie drinken). Dat had wel wat. De opmerking "Let's not ask for the moon, we've got the stars" kende ik al en vond ik vooraf vreselijk, maar hier werkt het wonderwel. Misschien omdat Davis het uitspreekt. Die actrice kan veel onzin zinnig laten lijken.


Erg fijn filmpje en wellicht het enige klassieke melodrama waar ik me van kan voorstellen dat ik hem vaker wil zien, alleen dan niet meer op TCM, want het barslechte geluid in combinatie met belachelijke ondertiteling kan echt niet.
4*

Nowhere Boy (2009)

Aardige film, vooral eigenlijk door de stukjes waarin de band opgericht wordt en Lennon een beetje leert muziek te maken. Ik heb nooit aanleg gehad voor instrumenten spelen, maar hier kreeg ik wel zin om even een gitaar te pakken. Ik heb overigens niet bijzonder veel met The Beatles. Het gekke is dat ik sommige van hun liedjes echt geweldig vind (Hey Jude, Yesterday, Let It Be), maar het grootste deel tegen het irritante aan vind liggen (wat heeft men bijvoorbeeld toch met dat Strawberry Fields Forever?). Ik kan me voorstellen dat het zien starten van deze band (zei het nog zonder Ringo Starr) pas echt spannend is.

De rest van de film is niet meer dan aardig. Een standaard Brits drama eigenlijk. Doordat dit thema daar zo vaak behandelt is heb ik bijna de indruk dat het in Brittannië praktisch de standaard is dat kinderen door op zijn minst één van hun ouders in de steek gelaten worden, maar liefst door allebei. Het drama wordt degelijk geacteerd en het feit dat een icoon als Lennon zo'n simpele backstory heeft is een aardig contrast, maar een gedenkwaardige film wordt het niet.

3*

Nóz w Wodzie (1962)

Alternatieve titel: Mes in het Water

Ik ben iets minder enthousiast. Met deze film heb ik dezelfde problemen als met een aantal andere Polanski's. Het verhaal opzichzelf is interessant genoeg voor een verfilming en Polanski schiet mooie plaatjes zoals altijd. Maar zoals helaas wel vaker bij zijn films heeft Knife in the Water bij vlagen last van een enorme saaiheid. Polanski blijft weer eens te lang hangen bij beelden van handelingen die zo alledaags zijn dat ze nauwelijks de moeite waard zijn om te kijken. We zien bijvoorbeeld de vrouw soep koken.

Daarbij wordt de film, ondanks enkele goede momenten, nergens echt speciaal. Ik werd totaal niet meegesleept. Zelfs niet door de toch vrij goede acteerprestaties. Dat de makers van de dvd het niet nodig vonden alles te ondertitelen hielp ook niet. Geen slechte film op zich, maar ook niet een die me lang zal bij blijven.

2,5*

Nude Area (2014)

Alternatieve titel: Strefa Nagości

Een zeer gestileerde film over vooral seksuele aantrekkingskracht. De film noemt het liefde, maar aangezien dit tweetal geobsedeerd wordt door elkaar voordat ze ook maar een woord gewisseld hebben (doen ze nooit overigens) of iets van elkaar weten vind ik het wat overdreven om dat woord te gebruiken. Niettemin, Antoniak kiest echt maar één onderwerp uit en besteed totaal geen aandacht aan ook maar iets anders. Je krijgt verbeeld te zien hoe deze twee vrouwen omgaan met hun fixatie op elkaar en er is niet het kleinste zijpaadje te bespeuren.

Interessant is wel hoe Antoniak daar zo veel mogelijk mee speelt. Het is moeilijk om te zeggen wanneer iets plaatsvindt en of dat überhaupt gebeurt. Soms is het duidelijk dat iets een flashback is en even vaak geloofde ik dat iets zich slechts in het hoofd van een personage afspeelt. Daardoor krijg je echt het gevoel dat je in het hoofd van de hoofdfiguren belandt. Verreweg het meeste lijkt voort te komen uit de blanke vrouw en wellicht was het nog net iets sterker geweest als Antoniak de focus wat dat betreft 100% op haar had gelegd. Hoe dan ook, Nude Area is dus een verbeelding van hoe een obsessie voor iemand anders aanvoelt, waarbij herinneringen, fantasieën en erotische gedachtebeelden (vrij mild hier overigens, verwacht geen heftig sexy film) door het hoofd blijven spinnen, terwijl de momenten van daadwerkelijk samenzijn strak staan van de spanning.

Erg knap dat Antoniak dit voor de volle speelduur interessant weet te houden, want onderwerpen die zo basaal gehouden worden zie je sneller terug in korte films. Het is niet extreem vernieuwend, maar voelt wel experimenteel aan. Aangezien er geen dialoog is en de karakterontwikkeling in brede stroken getekend wordt is Antoniak hier bijna geheel afhankelijk van setting, camerawerk en muziek en deze zijn gelukkig van hoog niveau.

Niettemin moet ik ook bekennen dat ik soms vindt dat dit soort films al snel lijken te bezwijken onder hun eigen gewicht. Nude Area doet dat niet al te veel, maar een eenkennig onderwerp dat met enorme zwaarte en serieusheid evenals met extreme stilering gebracht wordt kan soms een beetje maf over komen, om het maar mild uit te drukken. Dan sta je ineens te kijken naar een prachtig warm en zacht belicht shot dat zich langzaam voortbeweegt, maar wat je ziet is een jonge vrouw die de was staat te strijken en sensueel opvouwt. Dat soort dingen. Dit is is ook volgens mij de eerste film met erotische gevoelens op de voorgrond waarbij de enige aanraking die van de haren is (oké, borsten met kleren erover, maar fysiek gaat het niet verder dan de haren). Al te veel lijdt Nude Area er niet onder, maar bepaalde momenten liggen me gewoon niet zo.

Ik waardeer de kunstzinnigheid van Antoniaks aanpak (en ja, dit is een schaamteloos arty film, iets waar wat controverse over lijkt in de Nederlandse film momenteel), maar zoals vaak bij kunst is de lijn tussen schoonheid en doorgeschoten ambitie flinterdun, evenals dat de ervaring ervan waarschijnlijk zeer persoonlijk is. Gelukkig valt Nude Area over het algemeen op de goede plaats van het spectrum kunst en kitsch of artistiek en pretentieus.
3,5*

Nuit Américaine, La (1973)

Alternatieve titel: Day for Night

Films over de filmindustrie weten mij bijna altijd te boeien en ik heb er dan ook veel een hoge score gegeven. Toch is het me nooit echt opgevallen dat die nooit echt gaan over het opnemen van de films. Ze gaan over hoe de regisseur of schrijver het creatieve proces doormaakt, hoe faam komt en gaat, hoe acteurs zichzelf iets te ver verliezen in hun rollen, hoe de machtsverhoudingen in elkaar zien, hoe geld en kunst er constant met elkaar in strijd zijn of over hoe je zingt en danst in de regen. La Nuit Américaine is echter de enige film die ik ken die gaan over het filmproces op zichzelf. Het is een komisch, lichtvoetig portret van het leven op de set. De stijl doet denken aan die Altman later zou perfectioneren, dus geen echte hoofdpersoon, maar meer een mozaïek van de verschillende personages die rondlopen tijdens de filmproductie en elkaars levens beïnvloeden.

Ik heb de kleine twee uur met bijzonder veel plezier zitten kijken, moet ik bekennen. Truffaut houdt het simpel en gaat niet voor zwaar drama, maar voor mij voelde als het creëren van een mythe rond het filmproces. Er straalt zoveel affectie voor het vak uit dat het gewoon aanstekelijk is. In feite is het een verzameling van korte observaties en kleine momenten in plaats van werkelijk een verhaal, maar deze korte segmenten vormen wel één geheel. Wel meer films van Truffaut werken zo (Jules et Jim vooral). Het mooie is dat het grotendeels steunt op irritaties op de set of dingen die mis gaan, maar dat Truffaut desondanks geslaagd de illusie weet te wekken dat dit het mooiste beroep van de wereld is. En ook één van de meest absurde, want veel van de dingen die gedaan moeten worden om de film te maken zijn nuchter gezien op zijn minst excentriek, zoals het vol spuiten van een straat met sneeuw, een set hoog in de lucht bouwen, omdat het uitzicht goed uitkomt, met zijn allen gespannen naar een kat kijken of het verzamelen van een bepaald soort boter om een actrice tevreden te houden. Van een afstandje zijn al deze acties volslagen belachelijk, maar in het eindproduct van de film werkt het als magie.

Een van de grootste verdiensten van La Nuit Américaine is dat het ook echt levendig aanvoelt. Een belangrijke observatie die Truffaut maakt is dat door de hechte, intense samenwerking (hier versterkt door een veel te strakke deadline) de groep tot een familie maakt, waarin buitenstaanders geen plaats hebben (een erg leuke grap is daarom dat de vrouw van een art-director altijd op de set aanwezig is om hem in de gaten te houden). Maar zodra de film afgelopen is valt de familie meteen uiteen, wat melancholische gevoelens kan opwekken, zoals hier onsentimenteel getoond wordt. Het personage van de regisseur en zijn assistente zijn zo geobsedeerd door het filmproces dat ze dit als het leven zien. Dus zodra de assistente tussendoor tijd vindt voor seks zegt ze er wel bij dat het niet te lang moet duren (het levert ook een leuke grap op als ze na de seks met een andere trui aankomt en de scriptgirl opmerkt dat er sprake is van een continuïteitsfout).

Enzovoorts, enzovoorts. La Nuit Américaine wordt zo een aaneenschakeling van dit soort fijne, kleine momenten. Het is niet Truffauts diepste films, waarschijnlijk zelfs één van zijn simpelste, maar het spreekt boekdelen over de gekte dat filmmaken is. Daarmee is het ook echt een uitschieter geworden onder de films over films en waarschijnlijk stiekem geloofwaardiger dan bijvoorbeeld 8 1/2 over de druk die het creëren van een meesterwerk met zich meebrengt of Sunset Blvd. over de onoprechtheid van de filmindustrie. Hier gaat het niet over film als kunst, maar film als vak en ik denk dat alleen een regisseur die compleet geobsedeerd was door film het zo had kunnen maken. En wie was er meer geobsedeerd dan Truffaut? Waarschijnlijk niet eens Martin Scorsese. Een slimme keuze is het dan ook om La Nuit Américaine niet te laten gaan over de creatie van een meesterwerk, maar van wat duidelijk een wegwerpfilm is. Het werkt vooral omdat het gaat over vakmannen en niet over genieën.

Ten slotte nog een pluim voor de warme cinematografie en de onweerstaanbare cast (vooral Bisset, Cortese en Baye).

4,5*

Nuits Rouges (1974)

Alternatieve titel: Shadowman

Meteen na Judex, de andere film die Georges Franju beseerde op het werk van Feuillade, keer ik deze film. Het is van het zelfde laken een pak. Weer een wat karikaturaal pulpverhaaltje vol met onzinnige twists en wel erg typische personages. Maar waar het in Judex allemaal wel werkte, gaat deze film toch een beetje de mist in. De film faalt in ieder geval sowieso op het punt waar Judex juist sterk in slaagde: sfeer.

Ik heb geen idee wie dacht dat het een goed idee was om zo'n pulpvertelsel met dit soort typetjes en plotlijnen naar het hier en nu (toen dan) van de jaren '70 te verhuizen en de locaties (op de geheime basis van de Man Zonder Gezicht na) zo realistisch mogelijk te maken, maar het was in ieder geval een slecht idee. Ook het zwart-wit miste ik sterk. Het realisme van de setting werkt tegen de onzin op het beeldscherm, met uitzondering van een geslaagde achtervolging over de daken met wonderschone muziek.

De karakters zijn ook wat flauwer dan in Judex en die film moest het al niet hebben van zijn geniale karaktarisatie. Nuits Rouges zit vooral vol met flauwe typetjes, met name de goeie lobbes van een privédetective en vooral de schurk zelf. Deze schurk intrigeert in het begin nog enigzins met zijn slimme vermommingen, maar wordt al snel gereduceert tot een dom typetje dat slechts nog als een klein kind "Ik moet het hebben, ik moet het hebben" schreeuwt zodra een hij kostbaar voorwerp ziet.

Zelfs een aantal leuke vondsten worden gewoon compleet verpest door zowel regie als scenario. Neem nou de scène waarin de held bedreigt wordt door een leger van ondode mensen. Best interessant op zich, maar door de privédetective er dom doorheen te laten walsen en er een knullige ontknoping voor de vinden wordt het vooral een mislukking.

Blijft over dat het nog wel aardig te volgen is, zelfs met het onwaarschijnlijke plot. Maar van de visie die nog enigzins door Judex heen scheen is niet echt veel overgebleven.
2,5* en misschien is dat nog wat mild.

Nun's Story, The (1959)

Tijdens het kijken van The Nun's Story werd ik me er ineens van bewust dat ik nog nooit een film had gezien met nonnen in de hoofdrol die de vocatie enigszins objectief behandelde. Meestal zijn het duistere films over de duistere kant van het christendom of sarcastische en spottende films aan de ene kant van het spectrum en aan de andere kant zitten dan de overdreven religieuze films met een bombastisch gevoel van heiligheid of, ergst van allen, musicals. Hoe dan ook, nonnen op films zijn extreem heilig, extreem naar of een bron van humor.

The Nun's Story is een heel ander verhaal. Fred Zinnemann is altijd een ingetogen regisseur, die nooit van het grote gebaar houdt en liefst een afstand neemt. Hoe meer ik van hem zie, hoe meer hij op me over komt als een zeer literaire regisseur. Zelfs als ik niet geweten had dat The Nun's Story gebaseerd was op een roman dan had ik het wel geraden. Zinnemann valt in geen enkele valkuil rond dit onderwerp. Het is niet melodramatisch, er is geen sprankje sarcasme te herkennen, maar ook geen gevoel van heilige superioriteit. Dat werkt enigszins verfrissend. Vooraf verwachtte ik niet dat een film uit 1959 uit Hollywood voor mij het beste beeld zou kunnen geven van hoe het leven van een non er (mogelijk) uit zag, maar hier is het. Zij het dat dit wel een non is die naar de Congo ging en dat ze volgens mij tot een vrij strenge orde behoorde, al wordt de specifieke orde niet genoemd.

Zinnemann was kennelijk getrouw aan het boek, gebaseerd op een waargebeurd verhaal (de schrijfster ervan heeft kennelijk de rest van haar leven een lesbische relatie gehad met de ex-non die aan de basis stond van de roman) en dus krijg je ook voor een groot deel echt op religie en spiritualiteit gefundeerde problematiek gezien, in ieder geval totdat het verhaal zich naar de Congo verplaatst (en dan ook nog wel in mindere mate). Dit houdt in dat veel scènes om kleine misstappen gaan, zoals twee zusters die met elkaar praten op de gang, wat dus verboden is, of kwesties als of het goed is een patiënt te verzorgen terwijl het eigenlijk tijd is voor het gebed. Het geloven zelf staat niet centraal, maar de vraag of iemand zo'n enorm door religieuze regels geregeerd leven kan leiden.

Het is een vraagstuk dat erg genuanceerd gebracht wordt. Personages met verschillende standpunten komen langs, van streng gelovigen tot aan atheïsten en niet één visie wordt hier voorgetrokken of benadeelt. Wat Zinnemanns eigen positie zou zijn zou je nooit kunnen raden uit de film en ergens knaagt het gebrek aan een uitgedragen visie ook wel een beetje, want uiteindelijk had ik toch het gevoel naar een film gekeken te hebben die verder niet echt een punt heeft of zoiets. Het is een nogal droge uiteenzetting, die echt uitgaat van een fascinatie voor het onderwerp van de kijker, iets wat vermoedelijk sterker was in 1959 dan in 2014 (hoewel Zinnemann de film niet gemakkelijk gefinancierd kreeg).

Persoonlijk vind ik onderwerpen over religieuze uitingen wel interessant, mits ze niet te hard proberen een gevoel van spiritualiteit te uiten (zoals bijna iedere pro-christelijke film uit Hollywood). Niettemin was dit soms een wat taie zit. Het is aan de ene kant interessant dat veel scènes een probleem maken van akkefietjes, maar akkefietjes zijn van hun aard wat onbenullig als je niet op één lijn zit met de hoofdpersonen. Ik geloof niet in God, maar zelfs al zou ik dat doen dan zou het me onwaarschijnlijk lijken dat Hij zou verlangen dat zusters het bidden zouden stellen voor het helpen van hulpbehoevende patiënten en ook praten met andere zusters op de gang kan toch niet zo'n groots dilemma zijn als hier gesteld werd. De straffen die er op dit soort dingen staan zijn ook zwaar overtrokken, vooral omdat ze ook nog eens uitgaan van publieke vernedering. Geen wonder dat er zoveel zusters totaal iedere vorm van zelfvertrouwen verliezen. De strikte regels met strenge straffen hebben ook iets fascistisch, alsof ze vooral bedoelt zijn om de nonnen dom en in het gareel te houden. Het wordt gepresenteerd als spiritueel, maar schiet vaak zijn doel voorbij naar mijn gevoel.

Maar wie ben ik? Het is verfrissend om een film te hebben die mijn visie op deze uiting van het christelijke geloof niet ondersteund en niet weerlegd. Minder verfrissend is dat het twee en een half uur duurt. Toch wel dik te lang voor wat mij betreft zeer beperkte thematiek, al zat er in 1959 ongetwijfeld meer gewicht aan gehangen hebben. Het deel in de Congo zorgt voor gewenste afwisseling, maar lijdt wat onder de nogal verouderde afbeelding van de Afrikanen (al valt het voor zijn tijd ook wel weer mee). Dit deel bevat ook het enige dik aangezette pro-religieuze element, wanneer die Afrikaanse assistent zich bekeerd. Even dacht ik dat dit dan alsnog een filmisch gospel zou worden.

Het einde laat echter iets anders zien. De soberheid van de film komt hier het best tot zijn recht, als het complete ritueel van zuster Luke's ontslag uit de orde in praktisch real time wordt laten zien. Het laatste eindshot, waarin we enorm lang kijken hoe zij naar buiten stapt en een straat afloopt, is wonderschoon en tilt bijna de gehele film naar een hoger plan. Uniek om zoiets hier te zien, dit doet me veel meer denken aan Europese arthouse van de jaren '60 of zelfs later, niet aan klassiek Hollywood. Misschien leg ik er zelf veel in, maar ik kreeg de indruk dat het tegelijkertijd het gevoel van verlies en een zekere hoop voor de toekomst voor de ex-non liet zien. Erg sterk.

Klein applausje nog voor Audrey Hepburn. Het is niet verwonderlijk dat ze dit als haar beste werk ziet. Zelden mocht ze zo'n complex personage spelen en waarschijnlijk onder toeziend oog van Zinnemann wist ze het ook subtiel te brengen. Verder is The Nun's Story vooral solide. Een Zinnemannfilm is altijd een goed verteld verhaal, maar ook ongeveer zo goed als het materiaal dat hij gebruikt en een tikkeltje onpersoonlijk. Dit materiaal is niet het meest spannende ooit, maar het werkt als een interessant kijkje in de wereld van nonnen in de jaren '30.
3*

Nuovo Cinema Paradiso (1988)

Alternatieve titel: Cinema Paradiso

Onderhond schreef:
Heb me maar meteen aan de DC gewaagd. Met lichte vrees, denkend aan aanverwante films als Meglio en Novecento.


Je hebt dan ook flinke pech gehad, vrees ik. Ik zag de korte versie van 2 uur en die bevat voor het grootste deel niet jouw klachten. De twee uur durende versie is van de studio en, hoe graag ik regisseurs ook gelijk geef, de keuzes van de studio was zo gek nog niet. De focus ligt nu duidelijk op de kinderjaren van Salvatore, waarover iedereen het (terecht) eens lijkt dat het 't beste stuk is. De kinderjaren krijgen hier zeker een uur van de speeltijd. Vervolgens 40 minuten voor de ongeveer 20-jarige Salvatore en maar een minuut of 20 voor de oudste versie. De ontmoeting met zijn jeugdliefde blijft uit in deze versie. Ik had verwacht dat het zou komen, maar ik was eigenlijk stiekem blij dat deze ontmoeting weggelaten wordt. De film heeft dit niet nodig en ik vermoed dat soap-achtige clichés nogal snel om de hoek liggen.

Verder een prachtige film. Het woord 'nostalgie' lijkt bij geen een film zo goed te passen. Het eerste uur is erg vrolijk en bevat veel prachtige momenten. Persoonlijk heb ik nog nooit van een dorp gehoord waarin iedereen zo van film houdt, maar dat mag natuurlijk niet als kritiek gelden. Het werkt zelfs erg goed. De band tussen Salvatore en Alfredo is hartverwarmend. Ook zitten er leuke bijrollen in; met name van de censurerende priester.

Het stuk met de 20-jarige Salvatore vond ik het minst, maar had ik absoluut geen hekel aan. Het laatste gedeelte is wat sentimenteel, maar het is tevens een mooi voorbeeld van hoe sentiment wél kan werken. Dat Alfredo die gecensureerde scènes aan Salvatore naliet had ik al geraden, maar het effect is er nauwelijks minder om. Al die kussen zijn een mooie afsluiting van de film.

Ik heb in ieder geval geen spijt dat ik eerst voor de korte versie gegaan ben. Ik heb een dvd met twee versies, maar het zou best kunnen dat ik me altijd tot de korte versie zal beperken. De lengte is zo precies goed, zelfs al had ik het gevoel dat bepaalde momenten inderdaad wat onbelicht bleven. Het enige minpunt is de onduidelijke relatie van Salvatore met zijn moeder. De oude moeder en de jongere moeder hebben totaal niets met elkaar gemeen.

Nurse Betty (2000)

Vermakelijke film, maar niet eentje die helemaal werkt. Het is een zwarte komedie, zoveel is duidelijk, maar ik had het gevoel dat het allemaal nog wat zwarter bedoelt was dan dat eruit kwam. Tegelijkertijd had ik de indruk dat er ook wat pogingen tot drama waren, maar ook dat kwam niet helemaal goed tot zijn recht hier. Ook het einde is een beetje een domper (al was het wel onverwacht dat de twee domme sheriffs uiteindelijk in staat waren om de moordenaars te doden, ik dacht dat die twee slechts in de film zaten als kannonvoer).

Het is duidelijk een film die in de schaduw van Pulp Fiction gemaakt is. Geestig geweld en onzinnige, maar vermakelijk geschreven dialogen, gemixt in een misdaadplotje met kleurrijke karakters: zo'n soort film. Het mist echter net die finesse om er iets briljants van te maken, al heeft het zeker zijn momenten, zoals de moord op het begin en de pijnlijke auditiescène. En de acteerprestaties zijn uitstekend. Zellweger doet het erg leuk en Kinnear is goed als altijd. Best een onderschat acteur eigenlijk. Het opvallendst is Freeman, in een van zijn beste rollen. Niet gigantisch anders dan wat we van hem gewend zijn, maar toch net iets aandoenlijker en grappiger.
3*

Nymphomaniac (2013)

Alternatieve titel: Nymphomaniac (I)

Met Nymphomaniac (of eigenlijk: Nymph()maniac) wordt Lars von Trier wat mij betreft eindelijk wat sommige mensen hem beschuldigen te zijn: een poseur die interessant doet met zogenaamd schokkend materiaal zonder iets te zeggen te hebben. Ik ben geen fan van de man, maar kan doorgaans niet zeggen dat hij talentloos is. Echter, bij Nymphomaniac faalt het talent hem en wat we krijgen is iemand die hard, heel hard probeert.

Je kunt deze film verdedigen omdat het niet standaard is en bomvol ideeën zit. Misschien. Je kunt het compromisloos noemen. Misschien, al zou ik daar meteen tegen in willen zeggen dat dit voor alles van Von Trier geldt. Hoe het ook zei, het is een groot zooitje. Zelfs de lengte lijkt het resultaat te zijn van iemand die zoveel mogelijk in een film lijkt te stoppen in de hoop dat iets indruk maakt. Seksverslaving is de rode draad en seks komt dan ook in bijna alle vormen langs (incest "missen" we geloof ik), maar het wordt tevens gelinkt aan de meest uiteenlopende onderwerpen, waaronder niet alleen voor de hand liggende onderwerpen als politiek, religie en filosofie, maar ook vliegvissen, muziektheorie en bomen. Dat klinkt hilarisch als je het zo leest en misschien is het zelfs zo bedoelt, maar na vier uur aan zijlijnen, dwarsverbanden en bizarre vergelijkingen wordt het gewoon stompzinnig en vermoeiend. Saai zelfs, waar een saaie Von Trier me voorheen niet mogelijk leek.

Misschien wel het grootste probleem is dat het allemaal ook zo levenloos overkomt, alsof Von Triers hart er niet in zat (en ik meen me vaag te herinneren dat hij zoiets ook beweerde naderhand). Er hangt een suffe sfeer over de film heen die in scherp contrast staat met de hype rond de vermeende pornostatus vooraf. Toegegeven, de keuze om dit voornamelijk te laten ogen als een goedkope pornofilm, met matige locaties, belichting en camerawerk, is al niet al te best, zeker niet voor 4 uur lang. Maar bijna alles voelt aan alsof het met weinig energie gemaakt is.

Zelfs de cast weet er weinig van te maken. Al komt dat wellicht ook omdat de personages niet echt scherp geschreven zijn. Joe zelf voelt al niet als één personage aan en dat komt niet omdat ze door drie actrices gespeeld worden of dat die actrices het slecht doen (al is Stacy Martin erg vlak). Het is meer dat Von Trier er geen consistent karakter voor geschreven heeft. Vooral qua intelligentie gaat Joe alle kanten af, van zeer intelligent en zelfs politiek en filosofisch bewust, naar een volstrekte idioot. Daar kan een Gainsbourgh nooit iets van maken. Seligman lijkt het enige volledig uitgewerkte personage te zijn, maar ook die maakt in de laatste scène ineens een verandering door om maar tot een "schokkend" einde te komen. Daar wordt echter totaal niet naartoe gewerkt, al raadde ik het al toen hij zei dat hij a-seksueel was. Immers, Von Trier is het type regisseur dat juiste a-seksuele personages verkrachters maakt, of hij dat nu goed uitwerkt of niet. Ik voeg hier nog even aan toe dat er nog nooit een film is geweest die er beter op geworden is door Christian Slater te casten en Nymphomaniac is geen uitzondering.

Het is moeilijk zoeken naar goede scènes. Die met Jamie Bell werkte wel, al is het maar omdat het een wereld creëert die wel uitgewerkt is en consistent uitgevoerd wordt. Echter, meestal is het gewoon een vervelende zit die soms wat opleeft omdat Von Trier heel hard probeert iets onverwachts op het scherm te toveren. Jammer alleen dat het onverwachte zelden de moeite waard is.

1,5*

Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik 3 maanden had zitten tussen deel 1 en 2. Aanvankelijk wilde ik ze in één keer kijken, maar na het eerste deel kon ik dat niet opbrengen. Uiteindelijk heb ik deel 2 vooral gezien om hier maar te kunnen stemmen en niet meer uit interesse in wat er verder zou gebeuren. Is er een reden dat dit zo'n beetje de enige site is waarop Nymphomaniac als één film staat. Meestal wordt IMDb's voorbeeld aangehouden en daar zijn ze gescheiden.