- Home
- The One Ring
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten The One Ring als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Lebanon (2009)
Alternatieve titel: Levanon
De vergelijking met Das Boot ligt voor de hand en wellicht dat Lebanon daarom iets minder indruk maakt dan had gekund. Dat gezegd hebbende is het een spannende film. Claustrofobische trillers in beperkte ruimtes doen het bij mij sowieso goed en de keuze om de tank van binnen erg smerig te maken draagt bij aan de sfeer. Verder is het geheel geloofwaardig en wordt er sterk in geacteerd. Het grootste pluspunt is vooral dat er gekozen was voor een perspectief van ietwat amateuristische soldaten die duidelijk te snel de oorlog ingestuurd zijn. Overigens hoop ik wel dat het grootste oorlogsfilmcliché, die waarin de soldaat die het liefst naar huis wil dood gaat of op zijn minst flink verminkt raakt, nu eens achterwege blijft. Hier is ie ook weer.
3,5*
Leggenda di Kaspar Hauser, La (2012)
Alternatieve titel: The Legend of Kaspar Hauser
Regisseur vond de projectie slecht / onscherp (was-ie ook)
Bij de voorstelling die ik bezocht kwam de regisseur van te voren nog even verklaren dat hij er zelf op toegezien had dat de projectie ditmaal wel scherp was (was-ie ook). Wel beschamend dat de man die Manuli introduceerde de film The Enigma of Kaspar Hauser noemde...
Leuke, gekke verfilming van de geschiedenis van Kaspar Hauser. Het is duidelijk de bedoeling om zo excentriek mogelijk het verhaal te vertellen terwijl toch nog een coherent geheel te blijven. Dat lukt wel, al ben ik het met Mochizuki Rokuro eens dat het misschien iets te gimmicky is om werkelijk sterk te zijn. Niettemin pakte de film vooral goed uit omdat het idee van Kaspar Hauser als een vrouwelijke dj die danst op ritmes die ze kennelijk in haar hoofd hoort goed werkt. Sowieso vond ik alle scènes waarin dansen een grote rol speelde prachtig. Niet alleen het einde, maar ook bijvoorbeeld die scène waarin Hauser en die prostituee met superimposition over elkaar heen gezet zijn is echt prachtig. Ook slaagt de film er sterk in om het gevoel van een andere wereld te creëren.
Maar ondanks dat alles boeiend was en de scènes eigenlijk allemaal wel voor mij werkte had ik toch over het algemeen het gevoel dat ik voornamelijk naar een excentrieke vertoning zat te kijken. Erg leuk om te zien, maar ik bleef het gevoel hebben dat er meer zat in de allegorie van de gekke, maar misschien goddelijke dj op het uitstervende eiland. Iets meer bijt of satire misschien? Daarbij vond ik de Vincent Gallo ook snel irritant worden als de sheriff, in tegenstelling tot de rest van de cast.
3,5*
Lego Movie, The (2014)
Alternatieve titel: De Lego Film
The Lego Movie had op zoveel manieren fout kunnen gaan dat ik het hem waarschijnlijk vergeven zou hebben als het slechts een degelijke film was (al trekt Lego me niet genoeg om zo'n film te kijken als ik maar een klein beetje vermoed dat het degelijk is). Het werd hier al eerder gezegd, maar op papier klonk dit meer iets als The Smurfs of wellicht Garfield, snel cashen op een bekende naam met een standaardproduct. Een grote commercial voor Lego.
Dat laatste is het nog steeds wel, maar wat maakt het uit als het zo ontzettend veel plezier levert. The Lego Movie is de vermakelijkste blockbuster sinds jaren en het is ook nog eens een klein wonder dat zo snel na The Wolf of Wall Street weer een film uitkomt die bijna de volle speelduur grappig is. Het grootste mirakel is echter dat The Lego Movie zelfs een Star Wars parodie weer fris laat aanvoelen. Na Up zei ik (al dan niet op MovieMeter, dat weet ik niet meer zeker) dat ik nooit meer een grappig bedoelde verwijzing naar Star Wars wilde zien omdat er simpelweg te veel van zijn gemaakt, zeker in animatie. En toch is die ene scène met de Millennium Falcon hier hilarisch, vooral ook door net niet de verwachte verwijzingen te maken. En een verrassende nadruk te leggen op Lando Calrissian. Batmans opmerking over Chewbacca sprong er ook echt uit.
Sowieso knap dat The Lego Movie wegkomt met dit soort humor, want die referentiële humor naar duizend-en-een popfenomenen zijn de laatste jaren zo ontzettend veel gedaan (met name door Dreamworks, die daarin inmiddels een stap heeft terug gezet) dat het bijna onmogelijk is om daarin fris te blijven. Op een bepaalde manier weet The Lego Movie vaak echter precies de juiste grappen te maken. Grappen die herkenbaar zijn voor het fenomeen dat voor de gek gehouden worden, maar tegelijkertijd niet de grap zoeken waar voorgangers het vonden. Die Star Wars scène is daar een goed voorbeeld van, maar de film staat er bol van.
Ik vraag me overigens af of dit de film is met de hoogste grapdichtheid ooit. Natuurlijk zijn veel grappen te flauw voor woorden, maar zelfs die worden leuk doordat ze in zo'n stortvloed aan absurdisme, surrealisme, kinderachtigheid, woordspelingen, parodieën, satires (jawel!) en ongein gegooid wordt. Het tempo is sowieso moordend. Wonderbaarlijk genoeg is er nog tijd voor een effectief serieus deel, zelfs al is dat het enige moment waarop het wat standaard en iets te braaf wordt. Het doet er niet toe, want wat me The Lego Movie doet koesteren is de snelheid en de grapdichtheid, in een combinatie die dit een uniek project maakt.
Samen met de stijl natuurlijk. Ik dacht dat het een mix was tussen stop-motion en CGI, maar las net dat het compleet uit de computer komt. Je ziet het er niet aan af. De blokkerige animatie is perfect gedaan en heeft een enorme charme. Dat alles van lego is, inclusief dingen als water en laserstralen, is even wennen, maar voelt uiteindelijk compleet natuurlijk aan. Het live-action stuk vond ik wat minder. Het concept daar is sterk, maar de switch van The Man Upstairs van kwaad naar goed is te plots en het segment haalt het tempo uit de film. De sfeer is te anders met wat er voorkomt. De enige echte zwakte van de film.
Verder is het gewoon nagenieten van al het leuks hier. Dit is inderdaad de beste Batman en als bonus krijgt Morgan Freeman in zijn rol als Vitruvius waarschijnlijk de meest bizarre teksten uit zijn carrière uit te spreken. Gek eigenlijk dat dit zijn eerste animatierol is. En dat hij meteen het meest idiote personage krijgt. Favoriet is echter Benny, de jaren '80 astronaut, die vrij willekeurig ineens in het team van hoofdfiguren beland (wat gek genoeg past bij het thema van de film waarin iedereen een held is). Ik kwam niet meer bij toen hij "spaceship" bleef schreeuwen, een grap die alleen maar leuker wordt hoe langer hij doorgaat. Daar heeft The Lego Movie sowieso geen gebrek aan, aan lang uitgerekte grappen die voordeel halen bij hun herhaling. Een kunst. Zeker in een film die het moet hebben van een manisch tempo.
The Lego Movie is een van de meest onverwachte, knappe films van de laatste tijd. Meer van dit soort verrassingen graag.
4*
Lenny (1974)
Lenny volgt enerzijds het standaard stramien van de biopic (het complete levensverhaal wordt verteld, uiteraard via een reeks flashbacks), maar voelt nooit zo aan. Dit komt waarschijnlijk vooral doordat de film iets smerigs heeft, iets zweterigs zou ik bijna zeggen. Dat komt niet alleen door de focus op hypocrisie of door de rokerige zwart-wit-cinematografie, maar ook doordat Lenny Bruce niet mooier neergezet werd dan hij was. Aanvankelijk een matig komiek, vervolgens een geniale improvisator en sociaal commentator en uiteindelijk een hoopje ellende. Om te zeggen dat hij een karikatuur wordt van zichzelf is misschien niet helemaal juist; hij verandert vooral een irritante priester die vergeet dat hij eigenlijk een komiek is.
Persoonlijk hou ik er wel van als er niet teveel aan heldenverering gedaan wordt in dit soort films, maar als er in plaats daarvan voor gekozen wordt om de persoon met zijn goede en slechte kanten te tonen. Bob Fosse zag Lenny Bruce als een persoonlijke held en daardoor is het alleen maar meer bewonderenswaardig dat dit niet is gaan overheersen. Aan de andere kant kun je uit Fosse's andere werk opmaken dat hij gefascineerd is door een zekere smerigheid en niet al te zuivere personages. Hoe dan ook, op een bepaalde manier vind ik personages vaak heldhaftiger als ze dit niet uitgesproken zijn, waardoor ik ook Lenny Bruce meer kon waarderen.
Dit is een biopic over een komiek en ondanks dat er een aantal grappige optredens in zaten, vond ik de toon over het geheel genomen somber en duister. Een komedie is het niet geworden. Het dieptepunt was die ellenlange take die van een afstand genomen was waarop Bruce onder het effect van drugs een optreden vreselijk verpest. Een van de weinige keren dat ik een film heb willen afzetten, omdat het te pijnlijk was om naar te kijken. Dustin Hoffman is adembenemend in die scène en dit is sowieso één van zijn beste rollen. Even pijnlijk is de voor mij verder onbekende Valerie Perrine als Bruce's vrouw.
Al met al is dit niet de meest prettige biopic, maar daarom waardeer ik hem zo. Fijn dat Fosse hem gemaakt heeft, die is toch echt goed met wat lastigere materiaal. Alleen vond ik de interviewsstructuur niet veel toevoegen, in tegenstelling tot het door laten lopen van die ene show door de hele film. Ook het begin was wat moeilijk inkomen en wat rommelig. Niettemin is dit waarschijnlijk de ultieme film die je van Bruce kan maken.
4*
P.S.: Die voorstellingen van de echte Bruce wil ik nu wel eens horen.
Leonard Cohen: I'm Your Man (2005)
Alternatieve titel: I'm Your Man
Concertfilm met een kleine docu-inslag door de wat interviews.
Leonard Cohen kan heel mooi en boeiend praten en dat is ook het enige wat het interviewelement hier de moeite waard maakt. De andere artiesten vallen toch wat meer terug op bekende loftuitingen die nogal typisch zijn voor dit soort projecten, al zijn sommige wat meer persoonlijke verhalen nog wel aardig. Het gekke is echter dat enkele van deze interviews gewoon midden door de performances geplaatst worden. Zit je naar Nick Cave te kijken en te luisteren, wordt hij ineens afgekapt voor een stukje talking head. Voor een concertfilm toch compleet onacceptabel lijkt me.
Natuurlijk zijn de optredens het belangrijkste hier en ook op dat vlak vond ik het wat wisselend. Niets is echt slecht, maar weinig vond ik enerverend. Antony is wel echt fantastisch, zelfs al wordt ook zij onderbroken voor een interview met Cohen. Rufus Wainwright is iemand die me meestal niet ligt en hij krijgt nota bene de meeste aandacht. Echter, zijn versie van Everybody Knows werkte compleet voor mij. Hallejah echter veel minder en Chelsea Hotel wil ik hem nooit meer horen zingen. Cave is goed, maar die heeft ook wel betere performances gegeven. Jammer dat Cohen zelf maar één liedje doet, in een andere setting, maar het is dan ook een tribute concert.
Ach, als Cohen-liefhebber kwam ik er wel doorheen. Echter, veel moeite is hier duidelijk niet ingestoken en als bioscoopdocumentaire is het bijna onacceptabel.
2,5*
Letter to Three Wives, A (1949)
Verrasseng goede film. Waarom is dit niet zo beroemd als All About Eve? De scherpe, gevatte en vermakelijke dialogen die Eve zo bekend maakten zitten hier ook al in en minstens net zo goed. Veel beter dan dit worden scripts niet. Dit is een film die alleen al feest is om naar te luisteren. Niet omdat het geluid of de muziek zo bijzonders is, maar omdat de personages van die geweldige dingen zeggen en de acteurs het zo goed weten te brengen.
Dit is Hollywood op zijn intelligentst. In plaats van een simpele film te maken over de voordelen van het huwelijk levert Mankiewicz een genaunceerd beeld van drie echtparen, doormiddel van een slim flashbacksysteem. Het is erg mooi om te zien waar de aantrekkingskracht tussen alle koppels zit en waar de moeilijkheden. Uitbeeldingen van het huwelijk in films van de jaren '40 zijn doorgaans bij uitstek nogal veroudert en doen vaak conservatief aan. Dat is hier niet het geval en dat terwijl dit misschien de pro-huwelijkfilm bij uitstek is.
De hoogtepunten zijn de verhaallijnen van Sothern en Darnell. De gebeurtenissen rond Sothern en die radiomensen zijn hilarisch en Kirk Douglas laat zich daarin van een verrassende kant zien. Linda Darnell en Paul Douglas hebben een van de meest interessante relaties die in films te vinden is, waarin ze allebei zo min mogelijk vriendelijke dingen tegen de ander zeggen. De verhaallijn rond Jeanne Crain en haar man is op zich prima, maar binnen deze context wat teleurstellend. Misschien omdat de man wat onderbelicht blijft, maar dat verhaal mist scherpte van de andere twee. Gelukkig komt dit verhaal als eerste aan bod waardoor het nauwelijks opvalt. De film heeft daarnaast een bijrol voor Thelma Ritter en zoals we weten is een bijrol voor deze geweldige actrice altijd een pluspunt. Opmerkelijk genoeg kreeg ze geen credits voor haar optreden, ondanks dat ze regelmatig in beeld was.
Opvallend is ook dat het verhaal aanvankelijk een niet al te passend einde blijkt te hebben, maar zich daar toch uit redt. Ik dacht de hele tijd dat het een domper zou zijn als de geen van de drie mannen met Addie Rose zou meegaan. Uiteindelijk vertrekt niemand, maar doordat Porters karakter zo goed uitgewerkt is komt de film er mee weg.
Wel vreemd dat iedereen hier spreekt van een komedie. Ja, de radiomensen zijn zeer grappig, maar vormen maar een klein onderdeel van de film. De rest is vaak geestig, maar meer omdat de dialogen zo gevat zijn, maar niet zozeer omdat het een komische film is. Vandaar dat het ook vreemd is om hierboven een heel bericht te lezen van Erniesam ter verdediging van de komedie ten opzichte van diepe films en drama. Dit is een ontroerend drama en, hoewel niet per se diepzinnig, wel raak geobserveerd, meer dan dat het een komedie is. Dit is gewoon een van die zeldzame films waarbij het drama niet sentimenteel, maar intelligent en gevat gebracht wordt. Verdient een groter publiek.
4,5*
Letter, The (1940)
Alternatieve titel: De Brief
The Letter begint geweldig, eindigt geweldig en heeft een vrij doorsnee middenstuk dat het vooral moet hebben van Bette Davis en James Stephenson. Inmiddels weet ik wel dat de aanwezigheid van Davis genoeg reden is om een film te gaan zien en ze is hier goed op dreef, maar de verder volstrekt onbekende Stephenson steelt toch echt de show in een ingetogen rol. Het had zijn doorbraak kunnen betekenen als hij niet vrij vlak daarna onverwacht was overleden.
Voor de rest heeft het allemaal wel wat sfeer (vooral dus in de opening en het slot), maar het verhaal zelf mist wat spanning of dramatische impact wat mij betreft om net dat beetje extra te leveren voor een topscore. Het verhaal is ook wel wat typisch, met net wat te weinig kleur om het iets eigens te geven.
Maar verder prima vermaak, wat eigenlijk altijd wel aanwezig is bij films van Wyler. Misschien geen virtuoze regisseur, maar wel altijd betrouwbaar voor de wat meer intelligente Hollywoodfilm.
3,5*
Leviafan (2014)
Alternatieve titel: Leviathan
Bij deze voeg ik me toch enigszins bij Djek9, want ik vond het ook een wat karikaturaal politiek pamflet bij vlagen. Die burgemeester voldoet werkelijk aan ieder stereotype, compleet met constant klagen over dat de verkiezingen eraan komen. Subtiel is het niet. Er zitten overigens wel elementen van satire in; momenten die komisch bedoelt zijn (die foto's van Russische presidenten als doelwit als meest duidelijke punt). Als Zvyagintsev die kant wat meer benadrukt had was het misschien wat minder storend geweest dat hij hier wat typisch te werk gaat, maar eerlijk gezegd was ik al verbaasd dat er überhaupt humor in zat, want dat is niet iets wat ik aan Zvyagintsev link (al is dit pas de tweede film die ik zag van hem).
Toch werkt de film vrij goed moet ik zeggen. De algehele situatie is wat voorspelbaar, want verhalen over de kleine man die probeer te vechten tegen het systeem en daardoor vernietigd wordt zijn niet bepaald zeldzaam. Niettemin overtuigd de portrettering van de hoofdfiguren (dus niet de burgemeester of die hoge priester) wel enorm en als een soort familiedrama is het aardig sterk. Goed geacteerd vooral en Zvyagintsev is ook wel erg goed met locaties en schilderachtige, maar desolate landschappen. Dat is ook het gene wat me vooral is bijgebleven van The Return.
Overigens vond ik het ook best amusant hoe aanvankelijk de advocaat met gemak lijkt te winnen. Ruwweg het eerste uur walst hij doodleuk over die burgemeester heen. In het laatste half uur zit die advocaat echter niet meer, weg met de trein. Dat was wel een sterke vondst, om een hoofdfiguur nog voor het einde gewoon zijn biezen te laten pakken. De grootste zwakte van de film en de reden waarom Leviathan toch wat impact mist is dat de katalysator van de ondergang van de "helden" wel erg stompzinnig is. De boel valt uit elkaar als de advocaat en de vrouw samen betrapt worden tijdens seks in de open buitenlucht. Het is wel wat idioot dat ze uitgerekend een picknick met al hun vrienden uit kiezen om dit te doen. Voelt veel te geforceerd aan om te overtuigen.
Diep onder de indruk ben ik dan helaas ook niet. Daarvoor is het inhoudelijk niet sterk genoeg voor. De link met Job is trouwens ook niet bepaald intrigerend en zo losjes dat bijna iedere film over een man die het tegenzit (lees: bijna iedere film) een adaptatie van Job is. Om dan een pastoor een parallel te laten trekken voegt daar weinig aan toe. Het is vooral als menselijk portret in een pakkende setting dat dit overtuigd. Als politieke film is het te makkelijk.
3,5*
Life and Death of Colonel Blimp, The (1943)
Alternatieve titel: Het Begon in Berlijn
Powell & Pressburger behoren tot het illustere ritje regisseurs die zo'n eigen stijl hebben dat de films die ze maken ook echt alleen door hun gemaakt zouden kunnen worden. Dat is misschien nog het meest duidelijk in The Life and Death of Colonel Blimp. Wie anders had hiermee aan kunnen komen zetten? Het is een vrij merkwaardige oorlogsfilm, met een unieke hoofdpersoon, wiens naam overigens niet Blimp is. De naam Blimp komt in de hele film niet voor, maar het personage Clive Candy is gebaseerd op een indertijd populair personage genaamd Colonel Blimp, die in een stripreeks voorkwam. Ook vreemd: ondanks de titel gaat hij niet dood, althans niet in de letterlijke zin.
Het is vooral een gedurfde film om tijdens de oorlogsjaren te maken, maar niet op de manier waarop The Great Dictator en To Be Or Not To Be gedurfd waren. Colonel Blimp schoot namelijk vooral in het verkeerde keelgat bij Churchill. Er wordt hier ook wel een opmerkelijk portret geschetst van Brittannië. Zo wordt er doodleuk de indruk gewekt dat er in de Boerenoorlog Britse concentratiekampen waren en deze indruk wordt nooit ontkracht (had ook niet gekund omdat het welbekend was dat de Britten die kampen hadden). Ook is er een duidelijk suggestie dat de Britten gevangenen martelde tijdens de eerste wereldoorlog. Het wordt wederom niet al te specifiek gemaakt en het gaat duidelijk langs Candy heen, maar dat het alleen al aangehaald wordt is vreemd in een periode waarin Britse films er vooral baat bij hadden dat hun leger afgeschetst werden als groep Engelen. Als klap op de vuurpijl draait de film niet alleen om de vriendschap tussen een Engelsman en een Duitser, maar is de Duitser duidelijk de meest realistische van de twee. De boodschap is dat Engeland wakker moet worden en de oorlog smerig moet spelen. Dit wordt betreurd, maar als onvermijdelijk gezien. Geen wonder dat Churchill dit niets vond: hij had liever een idealistisch Brittannië geschetst. Een voordeel is dan weer dat The Life and Death of Colonel Blimp niet zo simplistisch overkomt als veel oorlogsfilms van die tijd en daardoor de tand des tijds goed doorstaan heeft. Ik waardeer de realistische kijk op de zaken hier heel erg.
Het enige waar ik moeite mee had was dat het ideaal van Powell en Pressburger net als die van hun kolonel een "gentlemen's" oorlog was, een oorlog die nog vooral om eer draaide en gevoerd werd door echte heren. Veel van deze oorlogen gingen om koloniën. Persoonlijk kan ik hier niets mee. Dat WOII misschien een verschrikkelijke oorlog was zegt wat dat betreft weinig, want die "gentlemen's" oorlogen werden wel gespeeld met mensenlevens en hadden vaak iets kinderachtigs. Maar misschien was een geheel pacifistische instelling teveel gevraagd voor een grote Britse productie van 1943. Het is al heel wat dat Powell en Pressburger gewoon iedereen als mensen zien: zowel Britten als Duitsers. Dat Pressburger zelf lang gewoond had in Duitstland speelt daar ongetwijfeld een rol in, maar Powell was ook duidelijk geen domme man. Hun The 49th Parallel gaat daarin nog wat verder overigens, door nazi's de hoofdrol te geven. Maar deze film doet het beter, al is het maar door de ontroerende scène waarin Walbrook zijn speech levert waarin hij verklaard waarom hij in Brittannië wil komen wonen.
Laten we verder niet vergeten dat The Life and Death of Colonel Blimp veel meer is dan een reflectie van verandering in oorlogsvoering en nieuwe verhoudingen tussen Britten en Duitsers. Het is vooral een avontuurlijk, grappig en ontroerend portret van een man die er pas laat achterkomt dat tijden veranderen. Het is schitterend verfilmd, met wederom prachtige kleuren (toch wel de handtekening van The Archers) en vol met mooie vondsten, zoals Blimp die terug in de tijd zwemt in het Turkse bad en natuurlijk die dierenkoppen aan de muur die het verstrijken van tijd weergeven. Ook het raamwerk, met Spud die de oefenoorlog vroeg start past prima bij dit verhaal. En de hoofdrollen van Livesey, Walbrook en Kerr zijn fantastisch. Walbrooks personage sprak me het meest aan, maar het is toch vooral knap dat Livesey zo'n op het eerste gezicht enorm karikaturaal personage zo geloofwaardig en menselijk weet te maken. Als laatste een welverdiende pluim voor het make-up team. Zelden zo geloofwaardig iemand zo oud hebben zien worden met make-up als Livesey hier. Ik moest zelfs op een gegeven moment goed kijken of het nog wel Livesey was die de rol speelde. Compleet onzichtbare make-up, al helpt het wel dat Livesey zo goed jong en oud kan acteren.
4*
Life and Death of Peter Sellers, The (2004)
The Life and Death of Peter Sellers is een biopic die werkt omdat hij de twee belangrijkste valkuilen van de biopic ontwijkt. Ten eerste worden de voorspelbare structuur (terugkijk op het leven tijdens een dieptepunt of voor het sterven) en aanpak (zeer rechtlijnig, ondanks flashbacks) hier op de hak genomen. Het is op papier eigenlijk nog altijd vrij simpel opgebouwd en verteld allemaal, maar de regisseur speelt met de conventies van de biopic, door Sellers zelf zogenaamd de regie in handen te geven, iets dat werkt.
Ten tweede hebben regisseurs van biopics vaak iets teveel bewondering voor hun onderwerp, waardoor je al snel naar wat al te grote heldenverering zit te kijken. Daar is hier al helemaal geen sprake van. Sterker nog, ik kreeg bijna het gevoel dat Hopkins nog een persoonlijk appeltje te schillen had met Sellers. Op de IMDb Boards grapte iemand dat Hitler sympathieker neer gezet werd in Der Untergang, dan Sellers hier. Niet helemaal waar (ik had ergens wel met Sellers te doen), maar wel een begrijpelijke opmerking. De narcistische Sellers moet het meer doen met de fascinatie die we voor hem voelen dan dat we me hem meevoelen. Persoonlijk vind ik het wel prettig dat er voor een (kennelijk) eerlijke aanpak is gekozen, zodat we toch meer de echte Sellers lijken te kunnen begrijpen. Ik kan me echter wel voorstellen dat het voor mensen die niet bekend zijn met het werk van Sellers wat minder interessant is.
Geoffrey Rush is briljant en doet bijna angstvallig veel aan de echte Sellers denken, ondanks zijn lengte en de grotere neus. Emily Watson is minstens even goed als zijn eerste vrouw en John Lithgow maakt ook van Blake Edwards een boeiend figuur. Sommige momenten zijn vrij geniaal, zoals de droom tijdens Sellers hartstilstand en de al door Drs. DAJA beschreven scène, waarin Sellers zijn moeder speelt. Sowieso is de soms cartooneske aanpak heel geslaagd. Sommige momenten pakken iets minder sterk uit. Waarom bijvoorbeeld die sinistere introductie van Stanley Kubrick, die me ergens aan The Shining deed denken? Andere momenten gingen me wat te snel. Maar het positieve overheerst. Het is toch net wat anders dan de andere biopics.
3,5*
Life in a Day (2011)
YouTube: The Movie!
Dat is wat dit is en zitten we daar op te wachten? Ik was er niet zeker van, maar het project intrigeerde me genoeg om het een kans te geven, al vermoedde ik dat het wellicht wat saai zou worden. YouTube is een interessant medium met vele goede kanten, maar tegelijkertijd zijn het grootste deel van de filmpjes daar nogal saai en vaak ook gewoon irritant. Erg veel tijd besteed ik dan ook niet aan het willekeurig zoeken en kijken van filmpjes op die site. Life in a Day is door YouTube gesponsord (en gek genoeg door Ridley en Tony Scott, namen die ik niet meteen hier kan plaatsen) en het idee om dan een hele film te vullen met korte filmpjes van één dag had gemakkelijk vervelend kunnen uitpakken.
Mensen die dit lezen hebben waarschijnlijk allang mijn cijfer gelezen en weten dat ik het allesbehalve vervelend vond. Sterker nog, ik durf zelfs te zeggen dat ik geen enkel moment niet met de volle aandacht gekeken heb. Zelden wist ik zo snel dat ik vijf sterren zou uitdelen. Vel films moeten zich eerst helemaal opbouwen en kunnen overal nog de fout ingaan, maar toen Life in a Day eenmaal op gang was kon er eigenlijk moeilijk nog iets mis gaan. Tijdens het kijken heb ik regelmatig geglimlacht, me soms verbaasd, zag ik af en toe iets verontrustends en heb ik een aantal keer met een brok in de keel gezeten. Dit is een film die het woord "Life" in zijn titel dubbel en dwars verdient.
Hoe beschrijf je de impact van zo'n film als deze. Het is enorm lyrisch, met name in enkele wat meer poëtische stukken waarin een aantal beelden die vaak op de een of andere manier verbonden zijn achter aan een sterk stukje muziek gemonteerd zijn. De manier waarop de beelden elkaar aanvullen, op elkaar reflecteren en het idee van een verenigde wereld geven is onbeschrijfelijk krachtig. Een simpel voorbeeld is de afwisseling van een jonge, Amerikaanse vrouw die op skype met haar militaire man die gestationeerd is in Afghanistan praat met het verhaal van een Afghaanse journalist die de mooie, vredige kant van zijn land wil laten zien. Als je het in de film ziet ligt de link tussen de twee filmpjes voor de hand, maar zou een schrijver er ooit opgekomen zijn. Je kunt er zelfs een krachtig statement over de absurditeit van de oorlog uit halen.
Maar ik dwaal af, net als de film. Die meer openlijk lyrische sequenties, zoals die waar allerlei beelden rond het thema water (of ontwaking, of angst, of geboorte, enz.) aan elkaar verbonden worden zijn van bijzonder meeslepende schoonheid. Wat mij het meest raakte denk ik was dat het allemaal gemaakt is met behulp van zo ontzettend veel verschillende bronnen. Dit zouden pareltjes van scènes zijn geweest in iedere film, maar dat je zoiets kunt maken van wat in feite een bij elkaar geraapt zooitje amateurfilms is maakt het alleen maar knapper. Enorm veel respect voor editor John Walker. Dat moet een gigantische taak zijn geweest.
Het is ook belangrijk om op te merken dat ik de meeste van deze fragmenten op YouTube geen blik waardig zou keuren. Slechts enkele ervan zouden een eigen film waardig zijn, met name die Koreaanse man die de wereld rondfietst. En alleen de ramp bij de Love Parade in Duisburg kun je wereldnieuws noemen. Maar zou ik werkelijk een 15-jarige jongen willen zien die zichzelf voor het eerst scheert. Nee, daar ben ik heel eerlijk in. Maar zo in de sleur van deze film genomen wordt het ineens een bijzonder aandoenlijk, klein portret dat toch wel een warme glimlach van me wist te verdienen. Ja, dit zijn kleine momenten, vaak banale onbenulligheden, maar waarom wordt het hier allemaal zo fascinerend? Ik denk dat dit komt doordat we hier een film te zien krijgen die een enorm deel van alle facetten van het leven weet te vangen en ze in een keer allemaal toont, met veel afwisseling voor de veelzijdigheid van alles wat er op deze planeet te vinden zijn. Dat het om kleine momenten draait is gewoon helemaal raak, want het leven draait nou eenmaal voor het grootste deel om kleine momenten. Maar in Life in a Day wordt het kleine episch. Dat is wat mij zo raakt.
De kracht van de film wordt nog het best geïllustreerd door mijn favoriete scène, namelijk de slotscène. Hierin verteld een jonge vrouw hoe ze hoopte dat deze dag iets bijzonders zou brengen dat ze voor dit project kon vastleggen. Uiteindelijk is er niets gebeurt en heeft ze de hele dag zelfs moeten werken. Dit inspireert een monoloog over hoe weinig bijzonder ze is, maar toch gezien wil worden. Dit soort filmpjes zijn van het soort die ik op YouTube doorgaans meteen afzet. Narcistisch zelfbeklag vind ik het dan (ik ben ook niet het type die ieders Facebookprofiel in de gaten houd). Hier is het enorm ontroerend, omdat we zojuist net naar een verzameling mensen gekeken hebben die vaak weinig gedaan hebben en niet bijzonder zijn, maar die nu even een prestatie leken te leveren. Deze laatste monoloog is de perfecte afsluiter van deze documentaire, omdat het onbedoeld een eerbetoon wordt aan alle onbelangrijke momenten in het leven. En nu de grootste stap van mijn recensie: deze scène benadrukt de existentiële dimensie van Life in a Day. Wat is er meer existentieel dan een film over mensen die hun bestaan willen tonen door een filmpje in te zenden naar dit project? Het narcisme wordt tevens weggewerkt doordat de uiteindelijke film door anderen gemaakt is, door personen die de fragmenten wisten te plaatsen en er iets eigens van maakten.
Een serieus minpunt kan ik niet noemen, maar eigenlijk had alleen de montage hier kunnen falen of Kevin MacDonald had teveel moeten gaan voor filmpjes vol zelfbeklag of komische daden. Gelukkig hebben veel mensen sterke momenten ingezonden. Toch ontbreken er twee alledaagse dingen: er wordt niemand vermoord (wel dieren overigens, maar geen mensen) en er zit geen seks in. Daar kan ik mee leven, want anders was Life in a Day een snuff-movie of een pornofilm geworden en ik kan maar al te goed begrijpen dat men die labels wilde vermijden. Doordat er voor een zaterdag gekozen is zijn er ook geen schoolscènes, maar ook die mis ik niet specifiek. Geen film kan alles bevatten. Deze komt ook nog lang niet in de buurt, maar het is wel één van de beste pogingen.
Het is alweer een tijdje geleden dat een film zo'n enorme impact op me maakte.
5*
Life of Emile Zola, The (1937)
Alternatieve titel: Het Leven van Emile Zola
Aardige film. Vooral een boeiend onderwerp en een goede rol van Paul Muni, al er wel bij gezegd worden dat hij enorm theatraal acteerd, dus dat moet je ding zijn. Verder is het typisch zo'n film die Hollywood maakt als ze het in hun hoofd krijgen om een 'belangrijke' film te gaan maken. Kortom: het eindproduct is overdreven, opgeblazen en vooral erg onder de indruk van zichzelf. Dat de film de tand des tijds niet helemaal doorstaan heeft is dan ook niet verrassend, daarvoor mist het net dat beetje oprechtheid en subtiliteit. Niettemin houden de goede dialogen en de eerder genoemde Muni het geheel vrij goed staande en zit de vaart er best wel in. Overigens is de Oscar voor Joseph Schildkraut een van de meest onverklaarbare ooit. De man heeft bijzonder weinig te doen en wat hij moet doen doet hij niet opvallend goed of zo.
Kleine 3*.
Wel weer zo'n maffe poster. Paul Muni is nooit zo gladgeschoren in de film te zien. In het eerste half uur heeft hij een dikke snor en voor de rest van de film een flinke baard en wild haar. Kennelijk wilde de makers van de poster liever niet dat iemand Emile Zola zou herkennen.
Life of Pi (2012)
Ongeveer 5 jaar geleden las ik het boek Life of Pi van Yann Martel, dat indertijd erg veel indruk op me maakte en zeker in mijn top 10 favoriete boeken zou staan. Een film zag ik er echter niet in en toen ik de nogal bombastische en sentimentele trailer zag schrok ik nogal, vooral omdat ik het boek juist waardeerde om de manier waarop het met een kleurrijke en zelfs lichtvoetige schrijfstijl een verrassend aangrijpend verhaal weet te vertellen.
De uiteindelijke film is gelukkig een stuk beter dan de film deed vermoeden. Het is echter wel een vreemd fenomeen: een zeer getrouwe boekverfilming die echter zeer filmisch is. Gek egnoeg vond ik het heel moeilijk om daardoor de film op zichzelf te beoordelen. De film is naar mijn gevoel iets serieuzer en enkele momenten zijn verwijdert (vooral in het begin in India, dat nu misschien net iets te snel gaat), maar toch heb ik zelden een boekverfilming gezien die zo dicht bij zijn bron blijft. Zelfs de kleurrijke schrijfstijl lijkt een cinematografische variant te vinden in de vaak virtuoos geschoten beelden.
De film kreeg me in ieder geval moeiteloos mee. Zoals gezegd zijn de vroege scènes in India misschien wat te kort door de bocht om echt een diepe indruk te maken, maar ze zijn ook weer prettig licht gefilmd en hebben een aangename humor. De scènes op de reddingsboot zijn echter de hoofdmaaltijd en blijven spannend ondanks dat de afloop bekend is (we weten immers dat Pi het overleefd). Ik moet ook toegeven dat deze scènes mij persoonlijk aanspreken, omdat ik zelf uren naar dieren kan kijken en me er zelf dan altijd op betrap dat ik probeer te doorgronden wat ze denken of voelen. Een zinloze bezigheid, want de dieren maken het je niet makkelijk en laten zich niet verklaren in menselijke gedachtepatronen. Dat is wat me zo bevalt aan Richard Parker. Die blijft ook echt een tijger en gelukkig is de neiging om hem menselijke trekjes mee te geven achterwege gelaten. Dus geen dier dat genegenheid of begrip voor Pi toont, hij accepteert hem hooguit als een onderdeel van zijn leven. Het slagen van deze verfilming hing voor een groot deel af van een geloofwaardige tijger en dit CGI-beest overtuigd niet alleen als knappe technische prestatie, maar vooral omdat hij zich werkelijk gedraagt als een tijger. Het einde waarin Richard Parker gewoon zonder omdraaien de jungle inloopt vond ik ook nu weer aangrijpend, vooral omdat het iets is wat een echte tijger zou doen (de scène is verder natuurlijk ook een symbool voor Pi, die na zijn redding niet meer terug kijkt op zijn wilde kant). De vader van Pi zegt al dat je je eigen emoties weerspiegelt ziet in een dier en dat dit niets zegt over het beest zelf en daar sta ik achter, maar je ziet het zo weinig in films terug (Grizzly Man daargelaten). De manier waarop de andere dieren uitgebeeld werden was ook fantastisch.
Het is ook een sterk verhaal over religie, dat zowel werkt als pro- als anti-religieus. Aan de ene kant is Pi wellicht gered door God en is het verhaal met de tijger een goede parabel voor zijn overleving door geloof. Aan de andere kant is het ware verhaal waarin Pi's duistere kant het overwint en zijn tocht een hel is. Wel vond ik het jammer dat Lee deze alternatieve versie niet kort toont. Een visuele versie van gruwelijkheden van de kok en diens dood lijken me bijna essentieel voor het evenwicht van het verhaal, om dat element wat zwaarder te laten wegen. Ik vraag me af waarom het beperkt is tot Pi die in zijn bed zijn verhaal doet. In ieder geval vat ik het op als een vertelling over waarom mensen verhalen vertellen om het leven dragelijk te maken. Ook hier pakte het me weer.
Niettemin, de impact van het boek kan de film niet evenaren, misschien juist omdat het zo getrouw is. Ik wist immers wat ik kreeg, al kan ik dat de film zelf moeilijk kwalijk nemen. Toch valt me op dat de receptie van de film afwijkt van het boek over het algemeen. Het boek leek universeel geliefd, terwijl de film minder bereik lijkt te hebben. Ik vraag me af hoe dat verschil komt, zeker omdat de twee ditmaal zo ontzettend veel op elkaar lijken.
4*
Life with Father (1947)
Het is dat William Powell erin speelt, anders zou ik het denk ik niet hebben kunnen uithouden met deze film. De twee belangrijkste plotlijnen, of vader nu wel of niet gedoopt wordt en het liefdesverhaaltje tussen junior en een opvallend slecht acterende Elizabeth Taylor, spraken me niet bepaald aan. De eerste is oubollig en bevat een dilemma dat gewoon alle actualiteit verloren heeft. De tweede heeft vreselijke dialogen en dito acteurs.
Maar gelukkig is dat Powell die de film mag domineren. Hij is grappig, maar tevens geloofwaardig. Hij maakt de hoofdpersoon boeiend, ondanks dat hij in onboeiend materiaal gevangen zit. Irene Dunne is een goede tegenspeelster, maar heeft een niet bijster interessant personage. Ze doet ermee wat ze kan. Verder valt de mooie set op. Genoeg voor een voldoende is het echter allemaal net niet.
2,5*
Light Sleeper (1992)
Prachtige film, waarvan ik me afvraag waarom hij zo onbekend gebleven is.
Wat mij aansprak is dat er voor de verandering eens een mens in de rol van drugdealer wordt gestopt in plaats van een overdreven machogangster of een karikaturale junk. Niet dat ik het beroep goedkeur, dat doet deze film ook niet, maar de karakters hier komen echt over. Dit maakt ze ook sympathiek.
Het is sowieso niet moeilijk om sympathie te krijgen voor Dafoe in deze film, die hiermee gelukkig de nare nasmaak van zijn rol in The Boondock Saints wegspoelt. Dit vind ik de beste rol die ik tot nu toe van de man zag en dat zegt toch best wel wat. Zijn personage is een man waarvan je merkt dat hij erg lang de tijd heeft genomen van zijn periode van onbezorgende jeugd en daar nu door in de problemen zit. Zijn zoektocht naar een bestaan buiten de drughandel wordt ingetogen en realistisch getoond en wint zo aan kracht. Ik weet dan ook niet of ik het thrillerplotje dat na meer dan een uur nog wordt geïntroduceert wel nodig vond. Het liep ook wel lekker zonder. Anderzijds levert het wel een uitstekende eindscène op die op een verrassende wijze toepasselijk lijkt.
Dafoe's sterke rol, waar de film het echt van moet hebben, wordt mooi ondersteund door de andere elementen in de film. Sarandon heb ik ook nog nooit beter gezien en de kleine bijrollen zijn allemaal sterk of vermakelijk. Delaney deed me echter wat minder dan waarschijnlijk de bedoeling was, maar Dafoe weet zijn liefde voor haar zeer goed over te brengen, waardoor ik er toch in mee ging. Verder een fijne sfeer, en ik vond de muziek eigenlijk heel sterk, in tegenstelling tot anderen hier.
Paul Schrader kende ik tot nu toe vooral als scriptschrijver van enkele Scorsesefilms, met name Taxi Driver natuurlijk. De vergelijking met die film is, of je het nu leuk vind of niet, onvermijdelijk, omdat beide films gedeeltelijk dezelfde thema's hebben. Scorsese's film maakt net iets meer indruk, waarschijnlijk omdat die film nog duisterder en hopelozer is dan Light Sleeper. Maar dat mag nauwelijks als kritiek gelden, want nogmaals: Light Sleeper is een prachtige film die echt meer naam verdient.
4*, ik ben ook wel benieuwd naar ander werk van Schrader.
Like Crazy (2011)
Like Crazy is een relatiefilm die charmant begint, maar steeds meer een kwelling wordt naarmate de speelduur vordert. Hoeveel romantische film ken je waarbij je vooral hoopt dat de hoofdpersonen elkaar niet krijgen? En dat al op de helft? Like Crazy is voor mij zo'n film.
Zoals ik al zei begint de film goed. Ik vond al meteen dat de relatie tussen de twee hoofdpersonen iets fundamenteels miste. Ik geloofde wel dat ze elkaar aantrekkelijk vonden, maar dat ze ook werkelijk iets deelde of echt verliefd waren kwam minder sterk over. Niettemin hebben Jones en Yelchin wel chemie en de zijn de dialogen tussen hun twee op een simpele manier wel charmant. Dan scheidt de film het koppel echter en heel even is het nog interessant om te kijken of de twee weer bij elkaar komen. Maar dan gaat het een vreemde kant op: na een half uur, drie kwartier lijkt het erop dat het beter zou zijn als het stel de relatie verbreekt. Allebei vinden ze iemand anders die goed voor hun is, misschien wel beter. Allebei vertrouwen ze elkaar niet meer. Daarnaast gooit de film nog wat kunstmatige obstakels op hun pad. Kennelijk gaan er jaren voorbij. De liefde voelde allang onderkoeld aan. En toch probeert de film ons wijs te maken dat de twee nog bij elkaar horen.
Waarom? De hoodfpersonen worden na een break-up volgens mij alleen maar weer verliefd op elkaar omdat de schrijver het zo geschreven heeft. Hun relatie was al gebaseerd op heel weinig, tenminste voor zover ik weet. Het meest ingrijpende dat ze samen meegemaakt lijken te hebben is dat hij voor haar een bijzonder oncomfortabel uitziende stoel heeft gemaakt. Verder delen ze alleen schattige maar lege dialogen en enkele montagescènes waarin ze in bed liggen of wat lachend over de straat lopen. Bizar is ook dat we ze alleen seks zien hebben met anderen en ook nog eens dat die seks kennelijk goed is. Waarom zou ik iets geven om dit koppel en al helemaal om de relatie die ze hebben? Waarom erkent de film constant dat de relatie niet werkt om vervolgens weer van voor af aan te beginnen? En waar haalt de regisseur het lef vandaan om te eindigen met een scène waarin de toekomst van de relatie onzeker is, terwijl we dat einde in principe al een stuk of vijf keer eerder bereikt hadden? In ieder geval deelt de film zijn eenkennigheid met de personages.
Het grootste probleem is echter misschien nog wel dat ik zo langzaam maar zeker alle sympathie voor de twee hoofdpersonen begon te krijgen. Jones en Yelchin spelen oké, maar hun personages werden hoe langer hoe irritanter. Wellicht is dat volgens de liefhebbers realistisch, maar als het toch al een film is over een oppervlakkige relatie helpt het niet mee als het ook nog om oninteressante mensen gaat. Dus na een dik uur was ik de film, zijn personages en hun relatie meer dan zat en het ging door. Zo langzamerhand begonnen de scènes ook wat absurd te worden, zoals met die Simon die zijn whiskyliehebbende vriendin alcohol verbiedt (met afkeurende blikken van haar ouders) en haar houten stoel inruilt voor iets wat er uitziet alsof je er daadwerkelijk op wilt zitten...
Like Crazy is een beetje een indielievelingetje in Amerika geloof ik en het zal ongetwijfeld een publiek vinden op MovieMeter dat het schattig en wijs te gelijkertijd vindt, maar ik heb mijn romantische film liever over relaties dan over... Ja, wat was het nou eigenlijk wat ze deelden?
1,5*
Lilo & Stitch (2002)
Niet echt een speciale Disneyfilm. Het ziet er iets anders uit en ook de humor is niet altijd even standaard, maar uiteindelijk komt alles toch weer terug tot de bekende Disney-essentie, met een voorspelbaar verhaal met levenslessen. Het is echter allemaal wel gedaan met een zekere charme en met een lekker zomers sfeertje. Tevens is Stitch is een vermakelijk personage en vond ik het idee om zo'n CIA-type als sociaal werker te gebruiken wel erg leuk gevonden. Dit voorkomt echter niet dat Lilo & Stitch nergens een hoogvlieger wordt. Gewoon een aangenaam tussendoortje.
3*
Limelight (1952)
Limelight mag misschien geplaagt worden door een soms net iets te histerische Claire Bloom (als ze begint te schreeuwen dat ze weer kan lopen wordt ik bang van haar) en een wat te lange lengte, waarin Chaplin iets teveel speeches houdt over de zin van het leven, maar overall vond ik het toch een ontroerende film. Het was niet Chaplins laatste film (hierna kwamen nog het zeker niet slechte A King in New York en het door mij nog niet geziene A Countess of Hong Kong), maar iedereen zal dit denk ik toch als een zwanenzwang ervaren. En daarmee wint de film veel aan kracht.
Na zijn wat ingetogere rol als Monsieur Verdoux vervalt Chaplin hier weer wat meer in slapstick-achtige gezichtsuitdrukkingen, maar dat paste nog wel bij het karakter. Het is echter toch vooral een dramatische rol en Chaplin weet het drama over de gehele lijn goed uit te voeren.
Het hoogtepunt was voor mij toch wel de act van Keaton en Chaplin samen. Toen ik ze voor het eerst samen zag zitten in de kleedkamer kreeg ik zelfs stiekem kippenvel. Jammer dat Keatons screentime relatief kort was. De act vond ik niet eens zo gigantisch grappig, maar gewoon het idee vond ik al geweldig.
4*
Limitless (2011)
Limitless begint met grote beloftes. De openingscredits zijn geweldig vormgegeven, met een lange, razendsnelle zoom. Het belooft een flitsende film te worden en dat is precies wat we krijgen. Dit wordt gekoppeld aan een intrigerend plot over een pil die je hyperintelligent maakt en een vermakelijke rol van Bradley Cooper die sympathiek blijft, terwijl hij tegelijkertijd gewoon een lul speelt.
Helaas blijft het vooral bij beloftes. Neil Burger maakt er nooit echt wat van. De eerste helft is pakkend door zijn stijl, maar het is ook wat teleurstellend dat het script niet verder komt met een intelligente hoofdpersoon dan hem naar de aandelenbeurs te sturen. De tweede helft worstelt nog meer met het zwakke plot. Er worden thema's aangehaald als verslaving en corruptie en de film heeft een aantal maffe of duistere scènes (het bloeddrinken en de schaatsaanval zijn gedenkwaardig), maar het slappe scenario werkt gewoon tegen. Dingen als dat de hoofdpersoon die criminele geldschieter niet meteen terugbetaald of de kunstmatige manier waarop er een hotelmoord geïntroduceerd wordt om hem in de buurt te krijgen bij een corrupte advocaat zijn allemaal gewoon wat stompzinnig. Ook het einde stelt teleur. Als de film gestopt was vóór de laatste scène met De Niro en Cooper bij de taxi, dus toen het er nog op leek dat Cooper in de zak van De Niro zou belanden en door zijn verslaving akkoord zou gaan met diens corruptie dan was het een fantastisch einde geweest die paste bij de soms toch wat duistere thema's die door de film lopen, maar het happy end was gewoon niet al te sterk en niet verdient.
Over het algemeen verder wel een vermakelijke film, maar er zat gewoon meer in. Overigens wel verrassend hoe hard het geweld hier soms in beeld gebracht werd, naar Hollywoodmaatstaven dan. Het bleek dat Film1 de unrated cut van de dvd vertoonde en niet de afgezwakte bioscoopversie. Ik wist niet dat ze zoiets ooit deden.
3*
Limits of Control, The (2009)
Ja, een film over de rol van kunst in het algemeen en film in het bijzonder. Over het belang ervan in een wereld van totale controle en koud kapitalisme. Verhoeven en Prudh leggen goed uit wat ik al vaag uit de film haalde. Maar ik zal je iets anders vertellen: het maakt me allemaal bar weinig uit. De hele diepere laag van The Limits of Control vind ik niet bijzonder overtuigend gebracht worden en ze maken de film nauwelijks interessanter. Het is misschien niet helemaal bedoelt als vorm boven inhoud, maar door de abstractie is het dat wel geworden.
Niet dat dit echt een probleem is. Een meesterwerk zie ik er bij lange na niet in, maar toch had ik wel een zwak voor The Limits of Control. Toen ik eenmaal in het ritme kwam vond ik het een erg fijne ervaring. Het is eigenlijk volslagen belachelijk om zo'n zichzelf eindeloos herhalende film twee uur te laten duren. Telkens weer een trip naar een locatie. Vervolgens ergens aan tafel gaan zitten. Twee espresso's bestellen, in aparte kopjes uiteraard. Dan bezoek van iemand die vraagt of de hoofdrolspeler Spaans spreekt. Hij beweerd van niet, maar doet dit overduidelijk wel (is waarschijnlijk het wachtwoord). De bezoeker verteld een beschouwend verhaaltje rond een persoonlijke obsessie. Vervolgens worden er sigarettendoosjes uitgewisseld. Het eindigt met de eenzame man die een papiertje met een code erop doorslikt. En dit dan zo'n tien keer. Het moet wel de meest omslachtige manier denkbaar zijn om een moordcomplot te starten. Alleen in de films.
Deze eentonigheid is de kracht. Het wordt bijna hilarisch als je hem voor de zoveelste keer weer met zijn espresso's ziet zitten, maar het is op de een of andere manier onweerstaanbaar om naar te kijken en de verhaaltjes van de vele cameo's zijn vaak erg leuk. Ik denk dat zoiets als dit bij definitie bijna nergens op kan slaan, hoeveel lagen Jarmush er ook aan zou willen toevoegen. Maar puur voor wat het is is het vrij onweerstaanbaar, al moet ik toegeven dat ik me niet kan voorstellen dat ik hem nog eens wil zien.
3*
Lincoln (2012)
Abraham Lincoln is een figuur die me al langer fascineert, maar zou ik een film over hem willen zien geregisseerd door Steven Spielberg? Niet echt, was mijn gedachte. Ik waardeer Spielberg over het algemeen wel, maar drama is niet het type film waarin hij over het algemeen op zijn best is. Ik zag al meteen een film voor me met versimpelde politiek en vooral veel verafgoding van Lincoln waarin "Honest Abe" vooral grootse speeches maakt, waar iedereen omheen staat te klappen, terwijl John Williams score nog eens extra over-the-top gaat. Zelfs op zijn best verwachtte ik iets als The King's Speech, wat ik een vermakelijke, maar ook weinig verheffende film vind.
Ik kreeg ongelijk over bijna alles. Alleen mijn verwachtingen rond de muziek van John Williams kwamen uit. Ik lees hier en daar dat Williams muziek onopvallend zou zijn, maar ik zou willen dat dat waar was. Williams' scores zijn vaak geweldig bij avonturenfilms, maar dergelijke bombast past niet bij een film die verder toch probeert om zich in te houden. Het leidde me soms zelfs af.
Voor de rest is dit een verrassing van Spielberg. Nog nooit heb ik hem met zoveel intelligentie een moeilijk onderwerp zien benaderen. Van een versimpeling van geschiedenis is hier nauwelijks sprake en Spielberg vertrouwd erop dat de kijker de vele kleine nuances in de dialogen en de acteerprestaties opmerken om te zien hoe gevoelig dit politieke spelletje werkelijk is. Ik kan zo snel geen Amerikaanse film (en eigenlijk ook niet uit een ander land, al geloof ik dat ze bestaan) bedenken die zo betrokken lijkt te zijn bij politiek en die zo goed doorheeft in hoeverre het een soort spel is. Tevens is het een prachtige studie van idealisme en de prijs die betaald moet worden om dergelijk idealisme tot uiting te laten komen in de politiek. Terwijl er ook nog eens een burgeroorlog heerst!
Ik ga dan ook niet bepaald met de kritieken mee dat dit een film is die nauwelijks op de issues rond slavernij ingaat. Hij gaat juist erg diep en in ieder geval op filmgebied kan ik zo snel niets bedenken dat zo de complexiteit weergeeft van het denken over rassenverschillen in Amerika in de negentiende eeuw (alleen het boek The Adventures of Huckleberry Finn weet het nog interessanter te dramatiseren, maar dat terzijde). Kijk alleen maar naar Lincoln zelf. Je kunt de film verwijten dat hij niet duidelijk maakt hoe Lincoln nou precies tegen rassenverschillen aankeek, maar de geschiedenis heeft nooit zijn standpunt op dat gebied duidelijk gemaakt en het is erg sterk om in de film het personage zelf te laten twijfelen over wat hij vindt van zwarte mensen. De scène waarin hij praat met die zwarte vrouw die voor hem werkt is een sleutelscène, waarin Lincoln toegeeft dat hij niets van zwarte mensen weet en hij wellicht aan ze zal moeten wennen. Vergeet niet dat we hier te maken hebben met een man die leeft in een tijd waarin het idee van gelijke rechten tussen rassen net pas het stadium van sciencefiction voorbij was.
Even belangrijk is de scène waarin Lincoln met het personage gespeeld door Michael Stuhlbarg praat. Die man is net als Lincoln compleet tegen slavernij, maar hij is er in tegenstelling tot de president open in dat hij het niet zo ziet zitten dat zwarten gelijke rechten krijgen. Lincolns reactie hierop, waarbij hij benadrukt dat wat de zwarten zullen doen met complete vrijheid onzeker is, maar dat iedere politieke hervorming onzeker is, is een goede statement, al weet Lincoln het beter te verwoorden dan ik hier.
Een gemakkelijk verwijt die je de film kan maken is dat het tegen radicalisme en duidelijke statements is en dat het compromis en behoudendheid verdedigt. Ja, dat is waar en dat is wat ik hier in zekere zin aan waardeer. De manier waarop Lincoln weet dat behoudendheid en compromis de enige manier zijn om voor die tijd radicale ideeën als de afschaffing van slavernij ooit in een wet om te zetten lijkt mij zeer geloofwaardig. De corruptie is helaas een noodzakelijk kwaad in deze procedure, maar let toch op hoeveel mensen Lincoln weet te overtuigen met zijn woorden. Woorden die overtuigen zelfs als je het niet met hem eens bent. Dat is moeilijk, zeker in politiek.
Vervalt de film daarmee in heldenverering van Abraham Lincoln? Ja. De film laat zien dat Lincoln niet vies was van wat corruptie hier en daar en dat liegen hem al helemaal goed af ging, maar dat wordt enigszins verzacht door het feit dat de doeleinden nobel zijn, in ieder geval in moderne ogen (veel voorstanders van slavernij lijken er zelfs onder racisten niet meer te zijn). De film komt echter met deze verering weg doordat het een oprechte en intelligente film eromheen heeft gebouwd en geen simpele veralgemenisering van de heldendaden van Lincoln, zoals bijvoorbeeld in Gandhi. Deze film verteld je niet dat Lincoln een held is, maar houdt daar een goedgeïnformeerd pleidooi voor. In de laatste paar scènes, na Lincolns zege slaat de film een beetje door met zijn ode; de moord en daarna die speech hadden niet gehoeven, maar gelukkig komt dat na de hoofdgebeurtenissen van de film, waardoor het minder stoort.
Daniel Day-Lewis is sterk in de hoofdrol, daar had ik nooit twijfels over, maar toch is zijn acteerwerk verrassend, omdat hij hier voor het eerst echt warm overkomt, terwijl hij gewoonlijk op zijn best is als wat meer afstandelijke personages. Hij speelt de rol ook niet te groots, wat uiteraard fijn is. Hij wordt geweldig ondersteund door een enorm scala aan de beste mannelijke bijrolacteurs die Hollywood momenteel rijk is, waarbij Tommy Lee Jones de leukste rol krijgt. Sally Field is ook fijn tegengewicht voor Day-Lewis' Lincoln. De echte ster is echter Tony Kushner, de scenarist. Zijn dialogen zijn ijzersterk en de manier waarop hij dit lange debat weet te vangen in iets minder dan twee en een half uur (die tijd is nodig) is erg knap. Het is voor mij zo'n film waarin ik geen woord wilde missen van wat er gezegd werd. Spielberg voegt daar donkere, bijna schimmige kamers aan toe die de vage spelletjes lijken te symboliseren. Maar met een zwakker script zou als zijn moeite waarschijnlijk niets geholpen hebben.
Ik ga er hoe dan ook niet in mee dat dit een saaie film zou zijn. Hij is zelfs spannend, maar dan moet je politieke debatten natuurlijk wel spannend vinden. Zelden heb ik de Amerikaanse geschiedenis zo goed verfilmd zien worden. Ik verwachtte een mindere Spielberg, maar het is één van zijn beste films.
4*
Lion in Winter, The (1968)
I could listen to you lie for hours.
Henry nam me hier de woorden uit de mond. De reden waarom ik The Lion in Winter zo ontzettend vermakelijk vind is eigenlijk gewoon heel simpel: ik geniet van ieder stukje dialoog dat er wordt uitgesproken. Dat Gotti hierboven sprak van 'oninteressante dialogen' en zelfs 'slap gelul' is eigenlijk gewoon godslastering. Ik heb altijd een enorme zwak voor films waarin mooi gepraat wordt (een groot deel van mijn liefde voor de films van de Coen broertjes, Woody Allen en Howard Hawks komt ontegenzeggelijk daarvandaan) en dan het liefst nog met personages die nergens zoveel plezier uit halen dan scherp uit de hoek komen. De cast werkt zich van de ene sneer naar de andere, met het gebruik van de mooiste woorden en dat allemaal ook nog eens in zo'n fijn samenzweringsplot waarin motieven constant wisselen en iedereen bij iedereen een mes in de rug wil steken. En dan ook nog eens een geweldige cast met Peter O'Toole en Katherine Hepburn in waarschijnlijk hun beste rollen en een prachtdebuut voor Timothy Dalton; het makkelijk om de zwakke Nigel Terry als John te vergeven.
Ik deel de kritiek van Mochizuki Rokuro wel enigszins dat het filmisch allemaal wel wat interessanter gebracht had kunnen worden, maar ik zou liegen als ik zou beweren dat ik me er ook maar een seconde aan gestoord heb. Zo nu en dan heb ik gewoon niet meer nodig dan een stel acteurs in topvorm die elkaar verbaal het leven proberen zuur te maken, het liefst met een pakkend verhaal. De enige echte zwakte vond ik het einde. Ik dacht dat het zou eindigen met een paar moorden, maar dat blijft uit (logisch achteraf, want zo ging het in de werkelijke geschiedenis ook niet), maar ik vond het toch wat karig dat na de steeds hoger oplopende spanning we eindigen met een impasse waarbij we nog steeds niet weten wie er wint en er kennelijk besloten wordt de strijd verder te zetten met pasen, maar de film The Lion in Spring bestaat duidelijk niet. Maar goed, hier kan ik nog net mee leven, maar dat Eleanor en Henry lachend afscheid nemen vond ik ook niet helemaal stroken met hun karakters en de film een nare nasmaak geven. Ik wou er zelfs een score van 3,5* voor geven, maar het grootste deel van de lange speelduur is toch te goed om lager dan 4* te kunnen geven.
Lion King 1½, The (2004)
Alternatieve titel: Lion King 3: Hakuna Matata!
Altijd al een tikkeltje nieuwsgierig geweest naar dit vervolg. Niet dat ik verwachtte een meesterwerk te gaan zien, maar het idee klonk zo on-Disney dat het me toch een kijkje waard leek. Hoevaak komt Disney met een meta-film waarin ze een van hun meest geliefde werken bespotten. Een film waarin Timon en Pumbaa laten zien wat er werkelijk gebeurt is tijdens deel 1 en daardoor die film een compleet nieuwe betekenis geven klonk als een geestig idee met veel potentie.
Helaas is het idee leuker dan de uitwerking. Timon en Pumbaa beïnvloeden alleen onbelangrijke gebeurtenissen en zelfs die vaak op zeer minimale wijze. Als het laten buigen van de dieren de belangrijkste invloed is die ze hebben uitgeoefend op het centrale plot van deel 1 dan weet je al dat Disney het niet aangedurfd heeft om de grotere scènes flink te parodiëren. Bij die momenten waren Timon en Pumbaa hoogstens als toeschouwers die het allemaal verkeerd begrepen aanwezig. Verder wordt er de vraag beantwoord over hoe een stokstaartje en een wrattenzwijn een leeuw opvoeden. Deze scènes zijn komisch, maar dat zouden ze ook geweest zijn als ze in de oorspronkelijke Lion King gezeten hadden. Er is ook nog een hoofdlijn bedacht over waarom Timon een outcast is (Met Marge Simpson als Timons moeder), maar dit is te cliché voor woorden en de matige poging om daar iets van drama uit te persen is beschamend.
Eigenlijk werkt The Lion King 1 ½ nog het beste als Timon en Pumbaa gewoon zichzelf zijn en de humor geen parodie is op de voorganger. Echte meesterstukjes zitten er niet in, maar Pumbaa die het karaokebeestje opeet of Timon die uit wanhoop een huwelijksaanzoek doet bij een hyena wisten me nog wel aan het lachen te maken. Het blijft toch wel een duo waar ik een zwak voor heb en op die momenten zag ik weer waarom.
2*
P.S.: Wat nemen fans van The Lion King 1 deze film opvallend serieus, zeg. Laat Disney voor eens zelfspot zien en meteen denken een hoop mensen dat het een poging is van Disney om het verhaal van deel 1 te vervangen. Het is gewoon een onschuldige parodie, het is niet de echte Lion King. Een komisch bedoelt zijprojectje. Als The Lion King 1 nou snoeihard onderuit gehaald werd had ik de woede met enige moeite nog wel kunnen begrijpen, maar deze milde spot is toch ongevaarlijk? Simba's ontwikkeling verandert er toch niets door? Zijn problemen zijn ineens niet minder erg, of wel? Er staat niet nou minder op het spel in deel 1. Waren ze maar wat verder gegaan, dan was het wellicht leuker geweest.
Lion King, The (1994)
Alternatieve titel: De Leeuwenkoning
Tja, The Lion King...
Toen de film oorspronkelijk uitkwam was ik zeven jaar. In een mum van tijd raakte ik compleet geobsedeerd door deze Disney. Het was niet de eerste Disney die ik zag of geweldig vond, o.a. Jungle Book en Aladdin waren al enorm in de smaak gevallen. Maar zelfs ten opzichte van hen had The Lion King iets speciaals. Het is moeilijk om te zeggen waarom je als kind meer opging in de ene film dan in de andere. Voor veel mensen is E.T. de ultieme film uit hun kindertijd, maar daar kreeg ik nooit een band mee. Voor veel mensen van mijn leeftijd is The Lion King echter wel dé film uit hun jeugd is me opgevallen. Waarom? Ik kan het moeilijk zeggen. Ik zag ongeveer twee weken geleden Bambi weer eens, een film die ik als klein kind geweldig vind, maar die ik al snel ontgroeide en waar ik nu nog altijd niets mee kan. The Lion King was anders. Ik zag hem tweemaal in de bioscoop. Toen kwam de video en in de eerste periode die daarop volgde heb ik de film wellicht dagelijks of in ieder geval meerdere malen per week bekeken. Ik kreeg er gewoon geen genoeg van. De jaren die erop volgde werd de film ook met enige regelmaat bekeken. Tot mijn twaalfde jaar heb ik hem denk ik wel op zijn minst iedere maand gezien. Daarna werd het meer iets jaarlijks of zo, tot aan mijn zeventiende of achtiende. Toen ging de videorecorder kapot en kon de trouwe VHS niet meer afgespeeld worden en ik heb nooit de moeite genomen een nieuwe videorecorder te kopen. De Limited Edition DVD was net uit de winkels verdwenen. Tweedehands kopen wilde ik al helemaal niet, want deze moest ik toch echt nieuw hebben. Inmiddels ben ik vierentwintig en heb ik The Lion King al minstens zes jaar niet gezien. De kans om hem weer eens in de bioscoop te zien (voor de derde maal, waarmee het nu de film is die ik het meest in de bioscoop heb gezien) liet ik niet voorbijgaan, al moest ik even diep zuchten toen ik zag dat hij alleen in 3D vertoond werd (ik zie het 3D maken van 2D films als eenzelfde proces als het inkleuren van zwart-witfilms). Ik nam het maar even voor lief.
Deze lange intro is nodig, omdat een recensie (en eigenlijk ieder bericht) die ik schrijf over de The Lion King absoluut in een perspectief gezien moet worden. Ik heb de afgelopen jaren veel films die ik in mijn kindertijd geweldig vond herzien, waaronder veel Disneys. Dit gebeurde soms met groot succes (The Jungle Book vind ik nog net zo goed als toen) en soms overheerste een gevoel van teleurstelling (Hercules bijvoorbeeld). Door puur toeval is de kinderfilm die mij het meest dierbaar was één van de laatste geworden die ik herzie (alleen The Land Before Time en Space Jam moet ik nog eens te pakken zien te krijgen). Waar het op neer komt is dat The Lion King dé film is die ik het meest link aan mijn kindertijd. Geen televisieserie, lied of boek doet me meer denken aan mijn pre-tienerjaren. Ik kende ieder beeldje en geluidseffectje uit mijn hoofd. Sterker nog: zelfs in die zes/ zeven jaar dat ik The Lion King niet zag wist ik zeker dat ik al die geluidjes en beeldjes moeiteloos in mijn hoofd reproduceren. Er is praktisch niets aan de film dat ik niet ken.
Dit betekend dat er geen enkele objectiviteit komt kijken bij het bekijken van The Lion King. Dat mijn mening zo'n honderd procent gevormd wordt door pure, onbeschaamde nostalgie. Dat deze recensie compleet waardeloos is voor iemand die nog wil beslissen of hij de film gaat zien of niet. Ik weet zelfs eigenlijk niet of dit telt als recensie, maar ik markeer hem toch als zodanig. Doordat ik The Lion King zo door en door ken heeft herziening op zichzelf geen enkele nut. Er zit totaal geen verrassing meer in. Ik wordt niet meegesleept door het verhaal en de beelden pakken me niet in het bijzonder. Hooguit de muziek werkt nog steeds onveranderd, maar ook die heeft hoofdzakelijk een nostalgisch effect. Het opnieuw bekijken van The Lion King lijkt voor mij het meest op het opnieuw vinden van een voorwerp dat lange tijd van belang voor je was (speelgoed is in dit geval een voor de hand liggende vergelijking) en dat nu geen betekenis meer voor je heeft, maar waarvan je toch blij bent het weer even gezien te hebben. Het heeft geen nut op zichzelf, maar hé, het is er nog.
Dus je kunt nu op me af komen met harde kritiek op The Lion King zoveel je wilt, maar het zal allemaal niets voor me betekenen. Je kunt tegen me zeggen dat het een vuile rip-off is van Kimba, The White Lion (niet dat iemand hier daadwerkelijk Kimba gezien heeft), maar dat is nauwelijks van belang voor me. Je kunt schreeuwen dat het ondraaglijk sentimenteel is. So what? Ook kan je me komen vertellen dat het verhaal en de personages simplistisch zijn. Wel, hier ben ik evenmin objectief over, maar hier heb ik wel een verdediging. Ik ben er namelijk van overtuigd dat The Lion King qua verhaaluitwerking en complexiteit in de personages zeker boven (bijna) alle Disneys uitsteekt. Het is hun meest epische en na Fantasia ambitieuze film. Natuurlijk is het op dat gebied geen The Godfather of Citizen Kane, maar als je dat zoekt ben je gewoon niet ingesteld op een film die ook voor kinderen bekijkbaar moet zijn. Maar nogmaals, alle kritiek op The Lion King zal mij een worst wezen. Ik kan niet objectief er naar kijken en dit is de enige film waarbij ik dat ook gewoon niet wil. Natuurlijk zou het een interessant experiment zijn om te zien hoe mijn waardering zou zijn als ik de film nu voor het eerst zag, maar ik zou dat deel van mijn jeugd niet willen inruilen voor het experiment.
Dus hoe was de herziening in de bioscoop nou? Wel, het was The Lion King. Voor mij zegt dat alles.
De vijf sterren blijven staan, maar daar hoeft niemand zich iets van aan te trekken.
P.S.: Het 3D, hoewel soms mooi, is wederom totaal overbodig en af en toe lelijk. Vooral als bijvoorbeeld een leeuw van een vooraanzicht getoond wordt en zijn hoofd draait lijkt het nog al eens alsof de neus even los zit. 3D is niet geschikt voor de 2D-animatie, zoveel is me duidelijk. Alleen de South Park-film mogen ze wat mij betreft heruitbrengen in 3D, gewoon voor de grap.
Little Princess, The (1939)
Soms kom je films tegen die je niet kunt waarderen omdat je simpelweg niet tot de doelgroep behoort en de film er niet in slaagt om ook voor buiten zijn beoogde publiek iets te brengen. The Little Princess is zo'n film. Ik kan me goed voorstellen dat dit helemaal het einde is voor meisjes van 5 tot 10 jaar, maar ik ben niet zo'n meisje en verwacht er ook niet snel een te worden.
En toegegeven, ik heb altijd al een hekel gehad aan dit soort verhaallijnen rond onschuldige kinderen met een puur hard onder een strenge opvoeding. Denk aan Annie, Mathilda en The Sound of Music, die ik allemaal meerdere keren heb moeten doorstaan omdat mijn zusje het wel geweldig vond. Ik herinner me zelfs ooit nog als klein jochie geklaagd te hebben over de hoeveelheid kinderfilms over strenge weeshuizen. Het klinkt gevoelloos zo, maar het is simpelweg mijn kopje thee niet. Als ik van te voren had gelezen waar The Little Princess over zou gaan zou ik hem dan ook waarschijnlijk nooit hebben opgezet. Ik zette hem echter blindelings aan, omdat ik eens iets van Shirley Temple gezien wou hebben. Die Temple vertrouw ik dus ook nooit meer.
Temple is echter wel een van de weinige goede dingen aan deze film. Ik ben niet bepaald fan van het soort rol dat ze hier speelt en ik heb niets met haar schattigheid, maar ze kan wel acteren, in tegenstelling tot enkele andere leden van de cast. Onbegrijpelijk is de keuze voor Anita Louise als de verplichte lieve, begripvolle lerares. Ze heeft gewoon van nature een ietwat valse uitstraling, waardoor ze volgens mij nooit te geloven kan zijn als sympathieke vrouw.
Verder is de film een opeenstapeling van slechte keuzes. Temple's vader is een held omdat hij opstanden in de kolonieën voorkomt, iets wat tegenwoordig niet echt meer door de beugel kon (en in 1939 eigenlijk ook niet, de Boer wars werden internationaal bekritiseerd). Het arme meisje Becky zo'n overdreven accent, smerige opmaak en slaafs karakter geven gaat er bij mij ook niet in. De droommusicalscène vind ik afschuwelijk. Hoe die Indische man Temple's kamer compleet kan verbouwen terwijl zij slaapt is ook een raadsel. En als klap op de vuurpijl duikt koningin Victoria op een onverwachte plaats op, al vond ik dat nog wel grappig. De kitscherige aankleding wordt zelfs niet opgeleukt door technicolor, die voor de verandering eens heel grauw oogde.
Nee, gewoon niets voor mij dit.
1,5*
Local Hero (1983)
Echt verliefd erop ben ik nog niet, maar het heeft ontegenzeggelijk wat. Misschien is het een groeiertje, wie weet.
Ja dus, sinds ik Local Hero anderhalf jaar geleden zag is hij steeds blijven hangen en was de drang om hem nog eens te kijken groot. Ook wel te danken aan de muziek van Mark Knopfler overigens, die ik sindsdien regelmatig gedraaid heb.
Bij herziening had ik nu ook wel het voordeel dat ik wist wat ik kon verwachten. Dat werkt bij veel films als een nadeel, maar Local Hero is een film met een heel specifieke toon, waarbij de juiste stemming vereist is. Ik bedenk me nu pas dat Wes Anderson geen gekke vergelijking is. Local Hero is iets minder gek en gestileerd, maar de onderkoelde, net-niet-dead-pan humor, sympathieke-maar-toch-niet-helemaal personages en het magische-maar-duidelijk-geen-fantasy; dat allemaal kenmerkt deze film van Forsyth en het werk van Anderson ook wel. Wat Forsyth echter misschien nog wel beter doet is een bepaald gevoel neerzetten. Het is enigszins melancholisch, maar ook weer nuchter, voor zover je die twee kan combineren.
Dit is een moeilijke film om de toon van te beschrijven, maar het is de toon die het zo bijzonder maakt. Het verhaal is zoals ik in mijn eerste recensie al schreef vrij cliché, maar het wordt op zo'n frisse manier gebracht dat het nauwelijks cliché lijkt. Het lijkt bijna de Schotse mentaliteit te zijn, zo belangrijk voor het verhaal, maar ook voor de sfeer; al is het maar omdat die Schotten bijna stoïcijns weigeren om ergens een punt van te maken, ook al zitten ze duidelijk met iets in de maag. Het Schots dorp en zijn natuur worden geromantiseerd in dit verhaal, maar de inwoners lijken zich voorgenomen te hebben zich daar niets van aan te trekken. Dat wij als kijker weten dat de Schotten meer om hun dorp geven dan ze qua acties laten merken lijkt het hele punt te zijn en er is bijna iets schattigs aan hoe de Amerikaanse hoofdpersoon stiekem valt voor deze plaats, maar niet op het idee lijkt te komen om het te redden. Dit is een film die zich tegoed doet aan de bekende Hollywoodfantasie dat een echte man van de stad tot inkeer kan komen op het platteland en in de natuur, waarop hij meteen verliefd wordt; maar de film voelt niet Hollywoodiaans aan doordat het er niet dik bovenop ligt en niemand echt naar zijn gevoelens handelt. Behalve uiteindelijk juist de grote zakenman Burt Lancaster, wiens aanwezigheid op het einde "onverwacht" iedereen een happy end geeft. Het dorp blijft bestaan. De inwoners mogen er blijven wonen, maar krijgen toch hun gewilde geld. Lancaster krijgt zijn sterren. De meid krijgt haar laboratorium. Alleen de hoofdpersoon moet weer terug naar Amerika en zijn stille teleurstelling is prachtig. Knopfler bewaard er zijn mooiste stukje muziek voor.
In het kort: dit is een dromerige, magische en sympathieke film, waarbij de regisseur en de cast ons doen wijsmaken alsof ze niet in de gaten hadden dat het iets bijzonders is. Doen alsof, want uiteraard krijg je zoiets moois niet per toeval.
Verhoging naar vier sterren. Misschien nog eens een halfje erbij, want het is lang nagenieten.
Locataire, Le (1976)
Alternatieve titel: The Tenant
Goede paranoiafilm van Polanski, duidelijk verwant aan zijn eerdere Rosemary's Baby en Repulsion. Als suspensefilm is hij spannend en het donkere sfeertje is perfect getroffen, maar ik moet eerlijk zeggen dat de film voor mij het beste werkte als een zwarte komedie. Het sukkelige hoofdpersonage en de langzaam opbouwende irritaties worden met toch minstens zoveel gevoel voor humor als voor spanning gebracht. Het deed me zelfs een tikkeltje aan A Serious Man denken op een thrillermanier. Als thriller werkte het voor mij vooral bij de momenten waarop Trelkovsky zo stil mogelijk moet blijven. Een herkenbare situatie, moet ik helaas zeggen.
Polanski doet het best aardig in de hoofdrol, maar ik denk wel dat er een betere acteur voor te vinden zou zijn geweest. De bijrollen zijn wisselend, van een matige Adjani tot een erg vermakelijke Shelley Winters. Wat ik miste om het een meesterlijke thriller te maken was een reden waarom Trelkovsky doordraaide. Werd er vanaf het begin al gehint naar paranoia? Volgens mij niet. Ik vond het soms moeilijk om zijn ontwikkeling te geloven, zeker als hij vrouwenkleren begint te dragen. Het is niet zozeer dat het niet opgebouwd werd, maar het kwam toch teveel uit het niets. Een karakterontwikkeling waar ik moeilijk in mee kon gaan. Dat is de enige zwakte, want verder is het een geslaagde film.
4*
Lock, Stock and Two Smoking Barrels (1998)
Alternatieve titel: Lock, Stock & Two Smoking Barrels
Na bijna 9 jaar dacht ik dat deze wel eens aan herziening toe was. Leek me zo'n film die nu wel eens beter kon vallen dan toen.
Helaas blijkt dit niet het geval te zijn. Lock, Stock and Two Smoking Barrels is best vermakelijk, maar iets geniaals zie ik er gewoon niet in. Het zijn vooral de accenten, enkele grappige scènes en de manier waarop het verhaal in elkaar steekt die het kijkbaar houden, al zijn zelfs die elementen niet eens echt origineel.
Wat me eigenlijk het meest stoort aan Lock, Stock is dat alle personages in twee types vallen: de stoere jongens en de sukkels. Dit zorgt er al snel voor dat de film erg eentonig wordt en dat de gevatte dialogen steeds op dezelfde manier gevat zijn. Een willekeurige, stoere vent dist een sukkel; de sukkel zegt iets doms; de stoere vent wacht eventjes en dist de sukkel met een stoere reactie. Enzovoorts, enzovoorts. Juist een film als deze, die toch probeert te spelen met dialoog en waarbij er zoveel verschillende partijen zijn had baat gehad bij een rijk scala aan personages, maar ondanks de grote cast is het een eentonige bende. Ik weet zelfs niet waarom de hoofdgroep uit vier personen bestaat. Met twee had je gek genoeg dezelfde interactie gehad en zou het plot niet veranderen. Ook bizar dat met zo'n grote hoeveelheid personages Ritchie slechts één vrouw erin heeft zitten, die praktisch gedefinieerd wordt doordat niemand haar opmerkt (spreekt uiteraard ook slechts één of twee zinnen uit). Het vat Ritchie's zwakte met personages samen, wat extra opvalt omdat hij lijkt te denken dat het één van zijn sterkste kanten is.
Verder heb ik ook gemixte gevoelens bij het hippe stijltje. Het geeft het geheel vaak wat schwung mee, wat natuurlijk erg fijn is, maar het voelt even vaak geforceerd aan; als een beginner die even wil laten zien wat hij kan.
Ach, het is allemaal wel aardig, maar ik snap de heisa gewoon niet. Ritchie zou ditzelfde trucje snel nog eens herhalen met het zeer vergelijkbare Snatch, maar die viel op een bepaalde manier beter uit. Moet ik ook maar eens herzien om te controleren of dat beeld klopt.
3*
Locke (2013)
Mijn mening wijkt niet sterk af van die van de anderen die deze goed vonden. In andere woorden, ik vond het een bijzonder pakkend verhaal over een man die alles kwijt lijkt te raken door één keuze die hij maakt, opvallend genoeg compleet verteld terwijl hij in de auto rijdt. Dus zonder andere locaties. Niettemin is het zeer sfeervol, waarbij het helpt dat ik een zwak heb voor nachtritten. Als laatste is Hardy ook een acteur die dit soort projecten makkelijk kan dragen. Hij is charismatisch, intens, maar ook subtiel. Goede keuze ook om het personage een type te maken dat zijn emoties onderdrukt en altijd probeert rationeel te blijven. Dat maakt hem sympathieker en voorkomt ook dat je constant kijkt naar een man die overstuur is, wat vermoeiend had kunnen worden.
Zover niets nieuws onder de zon, maar ik wil nog even extra benadrukken hoe knap deze film een wereld schetst buiten het beeld. De telefoongesprekken zijn erg gedetailleerd, waardoor je makkelijk een beeld kunt schetsen bij wat de andere mensen aan de lijn doen. Dat helpt enorm mee om het levendiger te maken. Zo'n scène als die waarin Donal rent naar de Poolse wegwerkers voelt bijna aan alsof je hem het werkelijk hebt zien doen. Grappige scène ook.
Het enige wat ik zelf wellicht had weggelaten waren de denkbeeldige gesprekken met de vader van Locke. Het levert achtergrondinformatie op die we elders al krijgen en lijkt vooral er in te zitten om Locke toch wat meer heftige emoties te laten uiten. Het kwam net wat te overdreven op mij over.
4*
Loft (2008)
Tja. Ik had de Nederlandse versie al gezien, dus wat had het voor zin om dan nog het Vlaamse origineel te gaan zitten kijken? Dat klinkt hard en kortzichtig, maar ik zeg het gewoon zoals het is. Niemand heeft er bij de Nederlandse remake ooit over gelogen: die is om 100% commerciële redenen gemaakt. Hij moest het succes van deze Loft evenaren en de manier om dat te doen was door die film precies hetzelfde te maken. De verschillen tussen de twee films zijn minimaal en veranderen niets fundamenteels. Er zit minder verschil tussen de twee Lofts dan tussen Hitchcocks Psycho en de versie van Gus van Sant. Zo erg is het. Dus waarom zou ik na de Nederlandse versie deze film nog willen zien? Omdat het voor een opdracht moest, daarom. Laat het echter duidelijk zijn dat als je niet de twee films moet zien er geen enkele reden is om er meer dan één te kijken.
Welke? Dat is dus om het even. Slechts twee factoren kunnen je keuze bepalen: luister je liever naar een Vlaams accent of een Nederlandse tongval en welke set acteurs heb je liever? Mijn voorkeur gaat hier net uit naar de Nederlandse versie, omdat Fedja van Huet net wat meer menselijkheid weet te geven aan zijn personage dan Koen de Bouw, maar verder is het me, nogmaals, om het even.
Nu heb ik tot nu toe nog nauwelijks inhoudelijks iets over de film verteld, maar waarom zou ik? Er staat al een recensie van Loft van mij bij de Nederlandse versie. De films hebben dezelfde sterktes en toch vooral zwaktes. De Nederlandse Loft vond ik natuurlijk spannender, maar dat komt omdat ik het verhaal toen niet kende en dat reken ik het Vlaamse origineel niet af. Ik ga voor de compromis en geef ze allebei evenveel sterren. Wel blijft dit voor mij een onverklaarbaar fenomeen. Waarom is uitgerekend dit de meest bezochte Vlaamse film aller tijden? En hoe kwam dit in vredesnaam in de top 250 terecht (ik wist niet dat ie erin stond)? Wat maakt deze beter dan de gemiddelde who-dunnit? Dit stelt toch echt geen klap voor?
2,5*
