• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.917 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.932 acteurs
  • 198.971 gebruikers
  • 9.370.292 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten The One Ring als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Big Steal, The (1949)

Waarom vergelijken we In a Lonely Place met The Big Steal?

En waarom wordt dit eigenlijk een film-noir genoemd? Ik zag hem als onderdeel van een noir-box, maar zoals in de bovenstaande berichten al te lezen valt klopt dit genre niet echt. Of het moet de meeste luchtige en vooral zonnige film-noir ooit zijn. Het is meer een komedie met een tamelijk onschuldig misdaadplotje. Drama is het eveneens niet. Helaas helpt IMDB niet mee om een genrecorrectie uit te voeren.

Anyway, ik vond het een leuke film, ondanks dat het geen noir was. Het snelle tempo, de luchtigheid van het geheel, het zonnetje, de kleurrijke personages: alles zorgde voor een lekker sfeertje. Mitchum heeft zichtbaar lol in zijn rol en Greer is een zeer aangename verrassing. Ze steelt hier wat mij betrefd de show en het is altijd leuk om zo'n zeldzame vrouw in de jaren '40 te zien die niet ergens in de film tot melodrama vervalt, maar altijd vrij krachtig blijft. Bendix vond ik overigens niet echt bijzonder. Een vrij normale rol als je het mij vraagt. De Mexicaanse politie deed het wel leuk en in tegenstelling tot Dogie_Hogan zie ik geen Amerikaanse superioriteit. Het leek me vrij duidelijk dat de Mexicanen al snel in de gaten hadden dat er iets niet klopte en ze probeerden duidelijk Bendix in de val te lokken door hem tegen Mitchum uit te spelen. Daarnaast was de scène met de Mexicaanse wegwerkers heel leuk.

Mijn dvd was overigens een kleurenversie. Ik moet Querelle gelijk geven dat het inkleuren hier vrij onopvallend gedaan is, al besloot ik voor het gevoel na 5 minuten toch mijn beeld maar op zwart-wit te zetten. Het was niet de beste beeldkwaliteit (Murder My Sweet uit dezelfde box was veel beter overgezet), maar het was niet onkijkbaar of zo.

Een 4 kleine sterren voor dit fijne filmpje.

Bikur ha-Tizmoret (2007)

Alternatieve titel: The Band's Visit

De ingehouden humor is hier echt prachtig en de film is er mooi gefilmd. De personages zijn tevens boeiend en leuk en de humanistische boodschap, waarin op idealistische wijze twee eigenlijk vijandige volkeren elkaar menselijk behandelen komt goed aan. Ik dacht dan ook lang aan een eindoordeel van vier sterren, maar het mist iets om dat te verantwoorden. Hoe goed de uitwerking ook is, het bleef bij mij vooral een 'leuke film' en een 'goede film', zonder ooit de indruk te wekken dat het echt een meesterwerk was of zonder me in het bijzonder te raken. Het is al sprekend dat ik zo weinig over The Band's Visit te zeggen heb, want in potentie lijkt het toch echt het type film waarover je eeuwig kunt praten. Dit is wat het is. Niets mis mee verder en het is een erg sympathiek project.
3,5*

Billy Elliot (2000)

Billy Elliot is een film die ik een lange tijd wat uit de weg gegaan was, omdat hij me niet aansprak. Het verhaal klinkt cliché en iedere andere film die Stephen Daldry maakte deed me niets. Dat eerste punt wordt niet ontkracht, want voor originaliteit hoef je hier niet te zijn. Het is een typische vertelling over iemand die iets doet dat buiten het verwachtingspatroon van zijn omgeving ligt.

Echter, Billy Elliot stak toch wat boven de middenmoot van dit soort type films uit om één reden: iedere keer dat er gedanst werd kwam de film helemaal tot leven. En dat is precies wat hier op de eerste plaats moest gebeuren. Billy zelf beweerd op een bepaald punt dat dansen voor hem als elektriciteit aanvoelt en dat wordt bijna invoelbaar. Daldry filmt deze momenten door Jamie Bells lichaam zo veel mogelijk totaal in beeld te brengen en hem zijn kunsten te laten vertonen, zonder al te veel overbodige montage.

Het maakt een verschil, want als de passie van Billy overgebracht wordt is het al meteen interessanter om te zien hoe het hem verder vergaat, zelfs al kun je de rest van het verhaal voorspellen. De acteerprestaties zijn ook wel fijn. De personages zijn niet uniek, maar een Julie Walters of de extreem stoïcijns ogende Gary Lewis weten er wel raad mee. De keuze voor de tijd van Thatcher pakt ook aardig uit, al is het maar door dat geweldige shot waarin dat meisje met haar stok lang de hekken ratelt, om vervolgens de ME lukraak op dezelfde manier te raken.

Helaas is het verder ook geen meesterwerk, daarvoor is het toch te voorspelbaar. Ook de muziekkeuze had wat meer inspiratie kunnen gebruiken. T-Rex hoor je niet te vaak en vooral Cosmic Dancer vindt zijn plaats hier, maar moeten we nu werkelijk nog maar eens London Calling in een film horen? Oh wel.

3,5*

Bin-jip (2004)

Alternatieve titel: 3-Iron

Bin-Jip is een film die ik een beetje kan vergelijken met een man die op een draad loopt. De gehele afstand legt hij wankelend af en een paar keer dreigt hij gewoon hard te vallen, maar op een bepaalde manier komt hij toch aan de overkant. In normale taal: de film balanseerde voor mij sterk tussen een totale mislukking en een groot meesterwerk, met sterke ups en sterke downs, maar hij bevredigt uiteindelijk wel. Misschien niet zo goed als ik had gehoopt, maar wel een stuk beter dan Ki-Duks Bad Guy, waarvan de vieze nasmaak nu is weggespoeld.

Bin-Jip is ook echt zo'n film waarbij de unieke momenten voor zowel de kracht als voor de zwaktes zorgen. Het zwijgende van de twee hoofdpersonages en hun compleet wereldvreemde karakters zorgen voor soms schitterende momenten (met name hun eerste ontmoetingen en de eindscène), maar ook voor momenten die totaal niet werken. De jongen die in elkaar geslagen wordt door die bokser bijvoorbeeld en dan nog steeds komt er geen geluid uit zijn mond of die van zijn vriending? Het zou natuurlijk een artistieke breuk zijn geweest als de film hier voor woorden had gekozen, maar ik geloofde op dat moment niet meer in de personages als mensen, zelfs niet als mensen uit een magisch-realistische wereld. Dat werd later nog eens versterkt door de scène waarin de jongen een ongeluk veroorzaakt met zijn golfbal. Die scène werkte voor mij gewoon niet.

En zo gaat de film heen en weer tussen matig en uitstekend, maar het wordt nooit slecht of meesterlijk. De slechtere momenten voorkomen emotionele betrokkenheid bij de film, maar de goede scènes overheersen waardoor de mindere scènes beter verdraagbaar lijken. Gelukkig blijft overall toch een positief gevoel hangen.

Het moet Ki-Duk ook nagegeven worden: ondanks het gebrek aan dialoog worden zijn films nooit saai of onduidelijk. Hij beheerst beeldtaal uitstekend.

3,5*

Bir Zamanlar Anadolu'da (2011)

Alternatieve titel: Once upon a Time in Anatolia

Ooit heb ik Ceylans Kasaba halverwege afgezet en daarna zijn films genegeerd. Misschien was ik er toen nog niet klaar voor, maar Ceylan heeft zich bij mij nu in ieder geval weer in de kijker gespeeld met zijn nieuwste. Het is een slome en vrij zware film geworden, maar ook een met humor en momenten van geweldige filmische schoonheid (die theescène wordt hier vaker geroemd, en niet meer dan terecht). Sowieso was de cinematografie hier fenomenaal. Niet alleen omdat het er schitterend uit ziet, maar ook omdat het camerawerk ook constant wat toevoegd aan de manier waarop het verhaal verteld wordt. Ben ik de enige die zich ongemakkelijk voelde bij een shot waarin de dokter recht in de camera naar de kijker kijkt. Dat hij daarna in werkelijkheid in de spiegel blijkt te staren zegt alles over de manier waarop Ceylan de kijker graag zelf wil laten reflecteren op wat er gebeurt.

De titel komt uit een citaat uit de film en verwijst naar een sprookje, maar kan het ook niet eens stiekeme connectie leggen met Once Upon a Time in the West? Ik vond het geheel wel iets westernachtigs hebben. Nee, er zitten geen cowboys en duels in, maar de trip door ruige landschappen en het gevoel een bepaalde wetteloosheid in die omgeving overheerst, het best geïllustreerd in die lange scène tussen Arab en de dokter die begint met Arab die verteld dat hij vaak naar de velden komt om zijn frustraties eruit te schieten en overgaat in een monoloog over het belang van wapens hebben in die streken. Ook de hints naar de verschillen met de grote stad zorgen wekken de indruk dat het vooral in film is die zich afvraagt in hoeverre Anatolië al klaar is voor de moderne wereld. Het siert Ceylan dat hij dit niet alleen met cynisme en bitterheid doet (al zit dat er zeker in), maar ook met humor en compassie. Ook wel fijn dat hij geen antwoord wil geven op de vragen die hij zelf stelt. Nog een ander pluspunt: in de sterke cast stak Taner Birsel als de officier van justitie er voor mij uit. Prachtrol!

Soms ging het net allemaal te traag of werden scènes te lang uitgesponnen, maar veel te klagen heb ik niet. Alleen kan ik het einde nog niet plaatsen, iets wat sowieso al meteen vragen opriep bij iedereen in de zaal. Ik heb nog altijd geen logisch argument gehoord voor waarom de dokter zou liegen over de modder in de longen van het slachtoffer. Wie daar voordeel uit haalt is me nog een raadsel, ook na lang denken en er hier en daar wat over gelezen te hebben. Het algemene idee is dat dit is om de vrouw te beschermen van de medeplichtigheid van de moord op haar man, maar ik vind het idee dat de vrouw kennelijk bijgedragen heeft aan zijn dood al vergezocht (ik heb kennelijk iedere hint hiernaartoe gemist) en ik zie niet in wat die modder voor een verschil maakt. Iemand hier gedachten over?
4*

Bird of Paradise (1932)

Nogal van zijn tijd om het maar zacht uit te drukken. Dit soort schaamteloze erotica exotica is al lang iets van het verleden, althans wat bioscoopfilms betreft. Het is bijna koddig om terug te zien. Het is niet diep discriminerend ten opzichte van de inheemse bevolking, maar het is nog minder politiek correct naar huidige maatstaven.

Ik had eigenlijk op iets meer luchtigs en avontuurrijks gehoopt. Het is vooral een ietwat trage romance, met een bijgeloofplotje om toch voor nog wat spanning te zorgen. Dolores del Rio was sexy (wat hier voor veel telt), maar niet het type actrice om het drama van het verhaal te verkopen. Op Joel McCrea hoef je wat dat betreft ook niet te rekenen; hij lijkt maar half onder de indruk. Hij kan ook niet veel maken van een scène waarin hij Del Rio een serenade toebrengt met een tennisracket, maar dat kun je hem niet kwalijk nemen.

Bird of Paradise is dus onmogelijk een goede film te noemen, maar toch heeft het iets. Op een bepaalde manier is het zeer levendig en dat heeft toch vooral met King Vidor te maken. Echt onder de indruk ben ik nooit van hem geweest, maar hij was visueel vooruitstrevend en hij gebruikt een zeer dynamische filmstijl en montage om de dans-, zwem-, en actiescènes tot leven te brengen. De muziek was ook opvallend goed. Niet zozeer modern, maar toch frisser dan wat je in die tijd veel aantrof. Gek dat dit kennelijk de eerste orkestrale score was, maar minder gek dat dit ook meteen de eerste filmmuziek was die te koop was in de winkel.

Het is veelal aankleding wat de film maakt, dus geen verhaal of anderzijds interessante inhoud. Echter, dit is voor zijn tijd vrij visionair volgens mij, in ieder geval technisch en muzikaal. Dat houdt het interessant, zelfs al is dit verre van een meesterwerk.

3*

Birdcage, The (1996)

Deze bleek ik onverwacht al te kennen. Was geloof ik indertijd de eerste keer dat ik iets van de travistietencultuur in een film zag, in ieder geval zonder dat het bespot werd.

Nu gekeken ter nagedachtenis van Robin Williams. Opmerkelijk genoeg bleek hij niet de flamboyante van het duo te zijn, maar ging die rol naar Nathan Lane. Williams is een prima aangever hier, maar wordt toch wel weggespeeld door Lane. Die speelt hier een homoseksueel die de indruk wekt dat hij nog nooit van mannelijkheid heeft gehoord. Hij maakt zo'n onwaarschijnlijk concept geloofwaardig, aandoenlijk en vooral grappig. Kan geen makkelijke rol zijn geweest om te spelen zonder flauw te worden. Een stereotype is het wel, maar gelukkig wordt die met niets dan affectie gebracht en zit het ook in een komedie, waardoor dat niet stoort. In tegenstelling tot Hank Azaria, die voor mij dan weer aan de verkeerde kant van een flauw stereotype valt. Beetje een irritant personage.

Het is jammer dat het verhaal een wel erg gekunstelde situatie heeft. Dat de zoon wil dat zijn vaders seksualiteit geheim blijft voor de ultraconservatieve Hackman is nogal overbodig, want willen ze dat de rest van hun leven gaan volhouden? Bij iedere familiebijeenkomst? Dit dilemma negeert de film compleet, maar maakt de eigenlijk nogal wrede manier waarop de zoon Albert steeds uit het gezin probeert te verwijden onbegrijpelijk. Het helpt ook nog eens niet dat Futterman de rol nog eens zeer onsympathiek brengt. Dit moet een personage voorstellen dat opgegroeid is te midden van homo's, maar je ziet hem steeds met zo'n neerbuigend lachje alle nichterige taferelen bekijken. Hierdoor hoopte ik juist steeds dat de maskerade ontdekt zou worden, in plaats van dat ik er spanning bij voelde. Het maakt de film gewoon minder leuk.

Niettemin, Lane bezit genoeg komische timing om dit overeind te houden. Alles hier werkt zolang hij in beeld is en enkele momenten zijn gewoon echt hilarisch. Christine Barakanski en Diane Wiest zijn ook goed op dreef, al viel Hackman wat tegen. Geen idee hoe zich dit verhoudt tot het origineel. Het is nu vooral een film met momenten en gezien het onderwerp opvallend weinig scherp en satirisch voor een Nichols. Had meer kunnen zijn, maar het kijkt wel goed weg.

3*

Birdman or (The Unexpected Virtue of Ignorance) (2014)

Alternatieve titel: Birdman

Van Alejandro González Iñárritu ben ik nooit een fan geweest, doordat zijn films vaak geforceerd zwaarmoedig op mij over kwamen en altijd nogal even geforceerde verhaallijnen hadden. Toch zag ik dat hij stijl had en eindelijk wordt dit gecombineerd met een inhoud die mij meer ligt. Eigenlijk was hij een van de laatste regisseurs waarvan ik verwacht had dat hij de overstap zou maken naar komedie, laat staan dat ik dacht dat hij het aan zou kunnen, maar dat maakt dit alleen maar meer een aangename verrassing.

Op zich is het verhaal niet bijster origineel. Je kunt er een hoop filosofen op los laten zo blijkt, maar films over theater, film of literatuur reflecteren bijna altijd enorm zelfbewust op zichzelf. Als Riggan hier opmerkt dat het stuk dat hij uitvoert steeds meer op zijn eigen leven begint te lijken is dat een statement die je zou kunnen toepassen op veel andere films met deze setting. Origineel is het in dit opzicht niet zozeer dus, maar de uitvoering is dat wel.

Wat mij hier zo pakte was de bijna elektrische energie die door de film liep, evenals het ritme. Dan heb ik het niet eens zozeer over de soundtrack alleen, maar alles in z'n geheel. Er zit een bijna roekeloos gevoel in, alsof het niet alleen voor de hoofdpersoon nu of nooit is, maar ook voor de camera en ja, de percussionist. Lange takes worden vaak gebruikt voor wat meer observerende en ook meestal wat meer trage films, maar niet hier (een paar scènes uitgezonderd). Het brengt je in de rush van deze theaterproductie, waarin de emoties hoog oplopen. Er is iets enorm fysieks aan deze aanpak, waarbij de vele close-ups helpen, dat voor een enorme spanning zorgt. Waar in het verleden Iñárritu dit vooral omgezet zou hebben naar extreem zware gevoelens, doorbreekt hij het hier met humor en zelfs magisch realisme, zonder daarbij de urgentie van de situatie te missen.

Ik vond het adembenemend en heb de hele tijd op het puntje van mijn stoel gezeten. Meer dan thematisch is dit iets dat ik filmisch gewoon enorm aangrijpend vond, maar Iñárritu verdient wel lof dat hij de perfecte inhoud weet te rijmen aan die cinematische hoogstandjes. Iedereen die hierbij betrokken was verdient lof, inclusief de gehele cast, Director of Photography Lubezki, en improvisatiedrummer Antonio Sanchez. Het is gewoon filmmaken op hoog niveau.

4,5*

Birth of a Nation, The (1915)

Alternatieve titel: The Clansman

The Birth of a Nation geef ik anderhalve ster, maar ik wil er meteen bij zeggen dat er geen film is die ik zo'n laag cijfer geef die ik ook zo boeiend vond als deze. Een drie uur durende stomme film kijken klinkt misschien niet helemaal als het interessantste dat je kunt doen, maar buiten het ietwat rommelige eerste half uur om vliegt de film voorbij. Er is een hoog tempo, veel afwisseling en er zijn een aantal grootse scènes.

Dat is allemaal natuurlijk al goed, maar het meest boeiende aan de film is zijn slechtste eigenschap. Ik heb het hier natuurlijk over het veel besproken racisme in The Birth of a Nation. Ik wist van te voren dat het er in zou zitten, maar hoe erg het was had ik niet durven vermoeden. In de eerste helft valt het nog mee, maar in de tweede helft wordt het racisme zo groot dat ik bijna het gevoel had naar een surrealistische film te kijken. Ik heb bedoelt haatdragende films gezien (Jüd Suss) en een hele reeks onbedoelt racistische films, maar nooit zoiets als The Birth of a Nation. Het is tekenend dat strikt gezien deze film tot de tweede categorie behoort: het zou onbedoelt racistisch zijn. Griffith zou stomverbaasd zijn geweest toen men hem en zijn film als racist beschouwde. Het kan zijn dat hij loog of anders was het gewoon een enorm domme man, want overduidelijker racistisch dan dit wordt het niet. 1915 of geen 1915.

We worden getrakteerd op een bizar stukje geschiedsvervalsing die tegelijkertijd schrikbarend (waren de makers hiervan echt zo dom of kwaadaardig?) als lachwekkend is. Ja, 'lachwekkend', want sommige scènes zijn te idioot voor woorden. Het hele idee dat ooit in Amerika het Huis van Afgevaardigden in een staat compleet geregeerd zou zijn door zwarten is op zichzelf al achterlijk, maar de manier waarop het hier verbeeld wordt is al helemaal gek. We zien dan een stel zwarten ongemanierd in stoelen zitten, terwijl ze allemaal boosaardige wetten invoeren zoals "Alle blanken moeten voortaan salueren als ze een zwarte tegenkomen". Dan ineens wordt er een wet ingedient waardoor zwarten voortaan met blanken mogen trouwen en de zwarten beginnen allemaal te juichen en te dansen. Niet veel later volgen er een aantal scènes van zwarten die dan ook blanke vrouwen proberen te verkrachten of anders ze te dwingen met ze te trouwen. Ja, zoiets zit echt in deze film.

Nog surrealistischer kwam op mij de manier waarop de blanke 'helden' getoond worden over. We zijn zo gewend geraakt aan het idee dat blanken die voor zwarten opkomen helden zijn, dat het anders uitvoeren van dit gegeven bevreemdend overkomt. Dus als hier een blanke man de hand van een halfbloed weigert te schudden wordt hij gefilmd in een heldhaftige pose. Als een blanke man zegt dat hij wil helpen gelijke rechten te krijgen wordt hij gespeeld met een schurkachtige grijns op zijn gezicht. Het toppunt hier is een scène waarin en blanke man aangevallen wordt door een woeste groep zwarten. De blanke man pakt één zwarte op, tilt hem boven zijn hoofd en kegelt de hele groep zwarten omver. Zoiets verwacht ik in een maffe komedie, maar niet in een serieuze film als dit. The Birth of a Nation lijkt regelmatig op een South Park aflevering die niet weet dat het een aflevering van South Park is.

Kan de film verdedigt worden als een meesterwerk? Wel, zoals ik al aangaf blijft het ook buiten het racisme een boeiende film. Ik noemde het tempo en de afwisseling al, maar de film in zijn geheel is gewoon zeer meespelend. De technische vernieuwingen zijn wat overschat: Griffith deed dit soort dingen al in korte films voor The Birth of a Nation en ik denk dat zonder deze film de moderne cinema er ook wel was gekomen, want alles wees die kant in. Niettemin zal ik niet ontkennen dat de film wel enige invloed had. Weinig technieken mogen hier dan uitgevonden zijn, ze werden wel voor het eerst op grote schaal aan de hele wereld getoond. En het bewees dat een film van drie uur succesvol kon zijn. Dat een latere film dat waarschijnlijk ook bewezen zou hebben doet daar weinig vanaf. Griffith had ontegenzeggelijk een goed oog voor filmische mogelijkheden. Hij wist ook echt hoe hij drie uur in elkaar moest zetten. Het enige wat er bij hem ontbreekt is een goed oog voor het esthetische: echt mooi wordt het niet. Maar als je filmtaal aan het uitvinden bent is dat geen bezwaar.

Vanuit technisch oogpunt worden The Birth of a Nation en Battleship Potemkin vaak de meest invloedrijke films genoemd. Het opvallende is ook dat beide films wat mij betrefd inhoudelijk tot de meest idiote films aller tijden behoren. Kennelijk hebben de grootste filmische vernieuwers het te druk met hun technieken om een oog te houden op wat ze nou precies in beeld brengen. The Birth of a Nation vind ik een stuk pakkender dan Potemkin, maar hij is tevens een stuk kwaadaardiger. Ik vraag me af hoeveel mensen The Birth of a Nation daadwerkelijk tot hun absolute favorieten rekenen. De film verdient zijn plekje in de geschiedenisboeken, maar hoe vaak hoor je iemand werkelijk vol lof hierover spreken? Op Rotten Tomatoes heeft hij een score van 100%, geen geringe prestatie voor zo'n racistisch werkje, maar volgens mij durft niemand er vol adoratie over te spreken. Er is altijd die kanttekening. En die kanttekening is voor mij het teken dat het geen meesterwerk is. Films die ik moreel verkeerd vind geef ik altijd een laag cijfer, hoe goed de uitvoering ook is. Is dit een zwakte van mijn kant? Daar kan over gediscussieerd worden. 1,5* is eigenlijk nog mild voor wat wellicht op inhoudelijk vlak de meest haatdragende en walgelijke film is die ik ken. Aan de andere kant raad ik iedereen aan hem eens te bekijken. Eigenlijk is The Birth of a Nation niet geschikt voor sterrenbeoordelingen. Maar écht goed kun je het toch nooit noemen?

Biruma no Tategoto (1956)

Alternatieve titel: The Burmese Harp

Toegankelijkere film dan ik vooraf verwachten. Het is bijna een sprookjesverhaal. Het is net alsof As It Is in Heaven is gecombineert met een oorlogsfilm. Veel van de kracht hangt namelijk af van soldaten die gezamenlijk zingen, onder leiding van de kapitein die een muzikale opleiding heeft gehad, en ondersteunt door een soldaat die uitzonderlijk goed op de harp kan spelen. Wat je krijgt is bijvoorbeeld een scène aan het begin waarin de soldaten intens gespannen schuilen in een hutje terwijl ze weten dat ze omsingelt zijn door Britse tegenstanders. Om hun angst te overwinnen zingen ze als een volleerd koor gezamenlijk een lied. Dan blijkt dat ze minutie buiten hebben laten liggen. Zingend en dansend gaan ze met zijn allen naar buiten om de kar vol explosieven op te halen. Hoe dat afloopt vertel ik hier niet, maar het is toch al een gezicht op zichzelf: soldaten die in een halve musical beland lijken te zijn.

Het is niet zo vergezocht als het klinkt. Dit is een magische oorlogsfilm. De nadruk op muziek ondersteunt de pacifistische boodschap perfect en geeft een haast mythologisch gevoel aan wat we te zien krijgen. Dit in combinatie met de soft-focus cinematografie en de wonderlijke locaties (Birma's landschap is echt iets bijzonders, of ze hadden de beste locatie scout ooit) zorgt voor een van de meest unieke en lyrische oorlogsfilm bedenkbaar. Ik kan me moeilijk voorstellen dat er veel vergelijkbare films te vinden zijn. Het grootste wonder is wellicht dat het allemaal nog werkt ook. Ja, het is sentimenteel, maar wel op een goede manier. Ja, de soldaten doen soms meer denken aan een stel kleuters dan aan vechters, maar ook dat past.

Rationeel gezien is The Burmese Harp grote nonsens, maar Ichikawa brengt het met zoveel overtuiging dat ik niet anders kon dan meegesleept worden door de schoonheid van de film. Alleen het voorlezen van de brief had geschrapt moeten worden. Het probeert iets teveel van het verhaal te verklaren, waar een zekere mysterie beter werkt.
4*

Bitter Moon (1992)

Alternatieve titel: Lunes de Fiel

Fatale liefdesrelaties en seksuele spanning heb ik al vaker gezien in Polanski-films, maar dit is eigenlijk de eerste keer dat hij er een écht goede film van weet te maken, in mijn ogen in ieder geval. Polanksi mixt op briljante wijze drama, onderhuidse spanning en zwarte humor ineen. Daarbij zijn de acteurs in topvorm. Hugh Grant speelt hier misschien wel zijn beste rol en Kristin Scott Thomas irriteerde eens niet. Maar de show word gestolen door de voor mij verder totaal onbekende Coyote. Hij gaat soms een beetje over the top, maar zijn spel pakt je wel. Het hoogtepunt van de film is de hilarische finale waarin Thomas er vandoor gaat met Seigner. De voorspelbare zelfmoord/ moord op het einde vond ik iets minder, maar het hoort erbij.

Ik vond het beeld van de film trouwens wel ontzettend donker. In de donkere scénes was soms nog nauwelijks te zien wat er gebeurde. Volgens mij ligt dit aan de kwaliteit van de dvd. Had iemand anders dit ook?

Biutiful (2010)

Ik ben het geheel eens met wat Reinbo allemaal schreef, maar ik ben wel een stuk strenger in mijn eindoordeel. Ik vind het namelijk helemaal geen goede film. Natuurlijk, het is goed geschoten, de muziek is mooi en Javier Bardem is wederom erg goed, maar inhoudelijk kon het nauwelijks verschrikkelijker zijn dan dit.

Het is vooral één van de meest pretentieuze films aller tijden (al is Griffiths Intolerance op dat gebied onmogelijk te overtreffen, maar dat terzijde). Iñárittu denkt niet bepaald klein en zoals Reinbo al aangaf moet gewoon iedere vorm van ellende die hij kan bedenken erin. Van kanker, via echtelijke ellende naar de integratieproblemen van niet alleen Afrikanen maar ook meteen Aziaten. En daar tussenin zit nog meer ellende. Twee en een half uur is lang voor een film, maar veel en veel te weinig om al deze problemen te kunnen vangen, dus ieder element blijft te beperkt uitgewerkt. Het effect is voor mij zelfs dat de film er onoprecht door over komt, alsof je gewoon naar een project zitten te kijken waarmee de regisseur wil aangeven hoe betrokken hij wel niet is met de wereld. Om alles erger te maken maakt Iñárittu een onbegrijpelijk stompzinnige keuze door Bardem ook nog eens paranormale krachten te geven waarin hij dode mensen kan zien. Ik heb geen idee waarom iemand dacht dat dit een waardevolle toevoeging aan de film zou zijn. Het haalt het realisme uit de film en blijft onuitgewerkt, zoals alles in deze film.

Ook ben ik het eens met Reinbo dat Bardems personage te goedaardig is. Er zit totaal geen duister randje aan hem. Dat had wellicht ons medelijden met hem moeten vergroten, maar het geeft hem te weinig karakter en minder een probleem dat verder rijkt dan dat hij zal sterven aan kanker. Een man die voor zijn dood goed wil doen is geen nieuw gegeven en door Uxbal een wat saai personage te maken wordt het niet beter.

Na Babel was ik blij dat Iñárittu zijn vaste schrijver Arragia heeft laten vallen, omdat we dan eindelijk af waren van die geforceerd opgebouwde plots. Die zijn inderdaad verdwenen, maar helaas maakt Iñárittu voor mij de belofte verder niet waar. Dit is nog steeds een te gekunstelde film die doet alsof hij realistisch is. Het is het slechtste werk van deze regisseur. Laat hem alsjeblieft eens een pretentieloze genrefilm gaan maken, liefst een thriller. Ik heb het vermoeden dat hij daarin het beste tot zijn recht zal komen.

2*

Black Butterflies (2011)

Van te voren had ik eigenlijk vooral een film verwacht over de Apartheid gezien door de ogen van Ingrid Jonker. Volgens mij benadrukten de trailers dat ook. Uiteindelijk is de Apartheid wel aanwezig, maar toch meer als achtergrond verhaal dat zo nu en dan op duikt. Dit is vooral een portret van Ingrid Jonker en dan vooral haar psychologische toestand. Ze is een moeilijk personage om te verdragen, niet iemand met wie ik graag zou willen optrekken. De film zet haar vooral neer als een egocentrische dramaqueen die veel oog heeft voor de sociale relaties in haar land, maar nul oog voor de mensen om haar heen. Het type personage dat geestelijk lijkt te lijden, omdat ze vooral zelf vind dat ze het zwaar heeft. Toegegeven, ik kan me zelden inleven in manisch-depressieve personages in films. Het helpt ook niet dat Van Houten de rol speelt met dezelfde tiks die ze ook in haar komische rollen gebruikt, een soort half verbaasde half verontwaardigde blik die gewoon voor haar is. Alleen nu gebruikt ze die op de donkerste momenten van Jonkers psyche. Ik zou het geen echt slechte acteerprestatie noemen, maar het leidde mij af.

Ondanks dit alles vond ik het oppervlakkig toch wel boeien. Het is allemaal iets te degelijk uitgevoerd om werkelijk mee te slepen, maar het is wel een interessant leven en eerlijk gezegd vond ik het bijzonder fijn dat de gedichten van Jonker veel in de film verwerkt waren, want die zijn vaak prachtig.

3*

Black Cauldron, The (1985)

Alternatieve titel: Taran en de Toverketel

Met uitzondering van obscure jaren '40-films als Make Mine Music en Melody Time is The Black Cauldron waarschijnlijk de minst bekende Disneyfilm en ook degene die de studio het meest graag lijkt te vergeten. Je zult er bijvoorbeeld geen verwijzing naar vinden in Disneyland en na kort gedraaid te hebben in 1985 nam Disney vooral lang de tijd om hem uit te brengen op VHS, mede ook door de reputatie omdat hij veel te eng zou zijn voor kinderen. Ik herinner me nog dat toen hij eindelijk op VHS uitkwam in 1998 de Donald Duck extra veel waarschuwing maakte over hoe akelig het allemaal wel niet was. Met effect overigens, want mijn jongere zusje ging met die waarschuwing toen voor de film zitten en besloot na vijf minuten, nog voordat er ook maar iets gebeurt was, dat The Black Cauldron te eng voor haar was. Mij viel het indertijd op dat het wat duisterder was dan normaal voor Disney, maar eng vond ik hem niet. Anderzijds, ik was ook alweer 11 toen.

Dit is de eerste keer dat ik hem weer zie sindsdien en ik kon me niet veel anders dan de algemene sfeer en het offer van Gurgi op het einde herinneren. Daar is een reden voor, want The Black Cauldron behoort niet tot het beste werk van Disney, al is het ook weer overdreven dat ze hem zo verdringen, want ze hebben evengoed veel slechter werk afgeleverd. Het grootste pluspunt is het uiterlijk van de film en dan vooral de omgevingen. Het is misschien niet de meest originele fantasysetting, maar wel erg mooi vormgegeven. Aanvankelijk zit het avonturengevoel er ook wel goed in.

Helaas wil de film maar nergens echt goed worden. Het lijkt wel of er geen hart in zit. Dit merk je nog het meest aan de personages. Nou is dat zelden het sterkste punt van Disney, maar ze behoren hier eigenlijk allemaal tot de zwakste van de studio. Dat groene onderkruipsel die de rechterhand vormt van The Horned King is zelfs gruwelijk irritant. The Horned King zelf ziet er overigens dreigender uit dan iedere andere Disneyschurk (met uitzondering van misschien de duivel uit Fantasia), maar daar is ook alles mee gezegd, want hij zijn uiterlijk moet al het werk doen, terwijl zijn karakter bijna achterwege is gelaten.

Het plot is slecht uitgewerkt en zit vol met elementen die nooit helemaal goed tot hun recht komen. We horen dat Eilonwy gevangen is genomen omdat ze die vliegende bal in haar bezit heeft, maar wat kan die vliegende bal precies? De film lijkt die bal al snel te vergeten, want niemand besteed er de rest van de film nog aandacht aan. Zelfs de animators lijken hem vaak zat, want in sommige scènes verdwijnt hij spoorloos, terwijl hij later weer in het team zit. Zo zitten er meer dingen in die overbodig aanvoelen of in het luchtledige blijven hangen. Er zijn ook twaalf minuten uitgeknipt door Jeffrey Katzenberg die een persoonlijke afkeer voor de hele film leek te hebben. Ik ben benieuwd of dat geknipte materiaal de film had kunnen redden.

Ondanks die zwaktes vond ik het wel vaag vermakelijk, mede door het hoge tempo. Maar mocht ik The Black Cauldron nu wederom veertien jaar lang niet zien dan zal ik hem tegen die tijd waarschijnlijk weer net zo vergeten zijn. Het mag dan een meer duistere Disney zijn, het is wel duisternis waar totaal niets mee gedaan wordt.
3*

Black Dynamite (2009)

Erg grappige film, die extra goed terecht komt op zo'n filmfestival als Imagine, als de sfeer er goed in zit. Het is best een knappe parodie eigenlijk. Compleet stompzinnig natuurlijk, maar de jaren '70-look is perfect gekopieërd. Nog meer dan bijvoorbeeld Death Proof had ik hier het gevoel naar een film uit die tijd te kijken. Je kunt nergens iets moderns herkennen. Ondanks dat het een vrij eentonige film is en er soms nogal wat flauwe stukken in zaten (die Chinezen hoefde van mij niet) blijven de leuke grappen komen. Erg gelachen bijvoorbeeld om die auto die van een afgrond afreed en dan zonder rede ontplofte, of die microfoon in beeld, enz. Er zitten ook een hoop gedenkwaardige quotes in. Zeker een aanrader als je een simpele lach zoekt. Of een fan bent van blacksploitation, al ben ik daar zelf nauwelijks bekend mee.
3,5*

Black Narcissus (1947)

Alternatieve titel: Het Huis der Vrouwen

Als blikken konden doden... Dat gezegde lijkt haast wel voor deze film bedacht. Want wat kunnen die nonnen flink nijdig kijken. De uitwisselingen van blikken tussen zuster Clodagh en zuster Ruth (perfect geacteerd door beide actrices) krijgen hier haast hetzelfde effect alsof ze elkaar met messen te lijf zouden gaan. Misschien nog wel een beter effect zelfs.

Gisteren had ik het geluk deze film in de bioscoop op het grote doek te kunnen zien en ik heb geen spijt dat ik gegaan ben. Een visueel pareltje is dit. Ik zag van dit regieduo al eerder A Matter of Life and Death en die vond ik al mooi, maar deze film voelt meer af. Dit is ook zo'n zeldzame film die haast er van lijkt te profiteren dat de meeste vergezichten schilderijen waren. Ongeloofelijk knap dat de makers er toch in slagen het gevoel te geven dat je echt in de Himalaya zit terwijl je weet dat je naar schilderijen kijkt. Maar het gebouw zelf is ook een mooi decorstuk. En het kleurgebruik natuurlijk. Visueel is het kortom, schitterend.

Of het slim is om een bel zo dicht bij de afgrond te plaatsen blijft bediscussieerbaar (ik kon al raden dat daar iets mis zou gaan), maar het levert prachtige plaatjes op. En die climactische scène daar is zeer spannend. Geweldig!

Het verhaal mag er ook zijn. De regisseurs verraden hun Britse afkomst met hun gevoel voor ironie. Het is deze ironie die deze film ook net dat beetje extra geeft waardoor het een meesterwerk wordt. De hele situatie is eigenlijk gewoon absurd en Pressburger en Powell beseffen dit. Veel scènes heb ik met een glimlach kunnen aanschouwen. Deze lichte humor zit het serieuze drama en de psychologische diepgang niet in de weg. Zoiets lijken alleen Britten meestal te kunnen presteren.

Black Narcissus is eigenlijk kitsch, maar ook puur genieten. Aanrader!
4*

Black Out (2012)

Je zou er bewondering voor kunnen hebben dat een regisseur de stijl van Quentin Tarantino en vooral Guy Ritchie naar Nederland brengt, ware het niet dat het wel erg laat komt. Reservoir Dogs is al twintig jaar oud. Tarantino en Ritchie zijn intussen ook andere dingen gaan doen en sinds het sterke In Bruges is er geloof ik geen echt geslaagde poging meer geweest om dit soort hyperzelfbewuste misdaadkomedies te maken. Dat komt omdat het teveel gedaan is en het nog nauwelijks mogelijk is om origineel te zijn. Dat blijkt dan ook duidelijk aan Black Out, die ook gewoon echt voelt als mosterd naar de maaltijd. Het kijkt lekker weg, dat geef ik toe. Toonen heeft best een leuk stijltje en het grootste deel van de cast doet het leuk (ik had geen problemen met de Schuurmanzusjes, wel met dat zwarte duo), maar iedere twist en grap voelt bekend aan. Vooral de metagrapjes - een gangster die moet oefenen aan dreigend klinken; een discussie over vrouwenrollen in maffiafilms - heb ik nu wel gezien. Die zijn in de jaren '90 tot in de treuren herhaald. Daarom is het zo jammer dat juist daar zo hoog op ingezet lijkt te worden. Dat maakt het allemaal geen echt slechte film, maar toch vooral een gemiste kans.

3*

Black Swan (2010)

Wat mij het meest naar deze film trok was dat ik wist dat Aronofsky een fan was van de sublieme animatiethriller Perfect Blue van Satoshi Kon en dat Black Swan klonk als een balletversie van de film. Uiteindelijk verschillen Black Swan en Perfect Blue zowel thematisch als qua scènes vrij veel van elkaar, maar ze delen een belangrijk ding: het zijn beide films die in een hoog tempo en in een nietsontziend ritme de geestelijke aftakeling van een jonge vrouw tonen, waarbij de scheidslijn tussen waarheid en illusie moeilijk te zien lijkt.

Black Swan gaat daarin overigens niet zover als Perfect Blue. Persoonlijk vond ik Black Swan gewoon prima te volgen. Natuurlijk, er waren veel waanbeelden, maar daar legde ik me snel bij neer en aan het einde was het wel duidelijk genoeg gemaakt wat nou waar was en wat niet. Met simpel puzzel- en denkwerk kom je er al snel, terwijl Perfect Blue bewust een niet geheel kloppende puzzel is. Niet dat ik dit per se als een voor- of nadeel voor een van beide films wil noemen. Beide aanpakken zijn effectief. We hebben de afgelopen jaren zoveel mindfucks gehad dat de truukjes om de kijker te verwarren doorzichtig zijn geworden. Aronofsky stopt echter geen waanbeelden in zijn film als truuk om de kijker te verwarren, maar omdat ze gewoon bij het wereldbeeld van de hoofdpersoon passen. Een van de beste dingen die ik kan zeggen over Black Swan is dat het nooit als een plotfilm aanvoelt en nooit bewust te lijken willen scoren met simpel effectbejag. Alles lijkt in het teken te staan van hoe Natalie Portmans personage alles meemaakt. Dat maakt de film uiteindelijk gewoon goed verklaarbaar en ook minder afstandelijk.

Black Swan is vooral een uiterst geslaagde dramatische thriller, waarbij de filmstijl tegelijkertijd van het type dicht-op-de-huid en artistiek is. De regie is geniaal, met een schitterende samenspel tussen beeld en geluid. Het moet gezegd worden hoe bijzonder de film is om naar te luisteren, niet slechts de muziek, maar vooral ook de verschillende geluidseffecten. Bij The Wrestler probeerde Aronofsky al een soort documentairestijl toe te passen die subjectief is in plaats van objectief, wat je eerder zou verwachten. In Black Swan wordt deze techniek verder toegepast en het is daarbij ook een plezier om de camera soms mee te zien dansen met de personages.

Aan Natalie Portman moest ik hier wel even wennen. Haar acteerwerk was al vanaf het begin af aan bijna hysterisch en eerlijk gezegd bestaat haar rol voor bijna 90% uit moeilijk kijken. Het is geen realistische performance, maar daar wordt volgens mij ook niet naar gestreeft en uiteindelijk blijkt deze manier van acteren perfect bij de film aan te sluiten. Wat ik verder bij niemand teruglees is dat Portmans personage helemaal geen enkel plezier lijkt te halen uit ballet. Houdt ze van haar vak? Ik betwijfel het. Waarschijnlijk hield ze er ooit van, maar ze is zo obssesief erin geworden dat de liefde al lang verdwenen is. Ze danst nu omdat ze zich heeft ingeprent dat dit is wat ze wil en moet doen. Althans zo ervaarde ik het.

Al met al een boeiende film. Ik moet toegeven, ik werd er nooit echt verliefd op. Zonder dat ik daar een specifieke reden voor kan noemen heb ik hier niet de indruk met een meesterwerk te maken te hebben. Het is gewoon een uitstekende film.

4 sterren.

Blade Runner (1982)

Alternatieve titel: Blade Runner: The Final Cut

Gisteren eindelijk herzien en zoals ik eigenlijk wel verwacht had vond ik hem nu veel beter dan de eerste keer. De eerste kijkbeurt verwachte ik vooral een iets snellere film. Nu was ik echter voorbereid op het lome tempo van de film en kon ik Blade Runner veel beter ervaren.

Zoals ik de eerste keer al schreef is het vooral de sfeer die Blade Runner maakt. En daar blijf ik bij, want er zijn weinig films die zo'n bijzondere sfeer hebben als Blade Runner. De decors zijn schitterend, de belichting is adembenemend, de special effects voelen totaal niet veroudert aan en de muziek, die me de eerste keer nauwelijks opgevallen is geloof ik, is van onvervangbare schoonheid. Op die manier wordt Blade Runner al een bijzodere ervaring. Het verhoogt allemaal existentialistische (blijft een leuk woord om te gebruiken) gehalte van het verhaal en geeft de films zelfs iets meditatiefs. De films is niet zozeer traag, maar eerder berustend, alsof het de dood ziet aankomen en er mee leert leven. Heel bijzonder dus.

De enige smet op dit gebied zijn de auto's. Wat is het toch met science-fictionfilms in de jaren '80 en auto's? Volgens mij zijn alle toekomstige wagens in al die jaren '80 films door dezelfde man ontworpen want ik tref telkens weer dezelde troep aan. Eerder al in Brazil en Total Recall (die laatste komt uit 1990, maar de auto was waarschijnlijk in 1989 al voor de film bedacht). Deze gewone auto's met een blokkig plastic omhulsel blijf ik onwaarschijnlijk vinden. Niet alleen zijn ze spuuglelijk, ze zien er ook totaal niet futuristisch uit en, al helemaal vreemd, totaal onveilig. Ik denk niet dat ik er in zou durven rijden want volgens mij zouden ze van het kleinste tikje al in elkaar storten. Extra vreemd is dan weer dat de vliegmachines in deze film er dan wel weer geweldig uitzien.

Het verhaal greep me nu ook veel meer. Ik blijf me afvragen of het filosofische gedeelte van deze film niet ietwat overschat is. Natuurlijk is dit wel aanwezig, maar de vraagstelling rondt wat een mens een mens maakt en hoe het met robots zit en zo was ook al voor Blade Runner gesteld (en daarna nog vaker) en ik vind niet dat Blade Runner daar echt dieper op in gaat. Maar het hindert niet, want diep of niet, het thema wist me dit keer meer te grijpen en ik kreeg meer voeling met de personages. Ford's Deckard blijft een beetje vlak, maar de bijrollen zijn eigenlijk allemaal gewoon ijzersterk. Rutger Hauer is eigenlijk de ster van de film, maar het pesonage van Sean Young wist me dit keer ook te raken tot mijn verbazing. Ook sterk is de rol van Edward James Olmos. Hij doet niet veel, maar zijn personage heeft iets mysterieus wat de sfeer ten goede komt. En hij heeft een van de beste teksten uit de film:

"It's too bad she won't live! But then again, who does?"

De beste monoloog van de film komt echter van Hauer, met deze terecht bekende tekst:

"I've seen things you people wouldn't believe. Attack ships on fire off the shoulder of Orion. I watched C-beams glitter in the dark near the Tannhauser gate. All those moments will be lost in time, like tears in rain. Time to die."

Zijn sterfscène is een van de bijzonderste en mooiste uit de filmgeschiedenis en wellicht het enige moment dat de film werkelijk heel erg de diepte in gaat. Ik las net op IMDB een stukje van de voice-over bij de laatste scènes uit de originele cut. Wat ben ik dan blij met de Director's Cut want deze voice-over kauwt de hele betekenis van de laatste scènes voor, wat ook het mysterie van het einde en de dood van Batty vrijwel te niet doet. Onbegrijpelijke keuze, die gelukkig gecorrigeerd is. Ik las zelfs dat deze voice-over verklapte dat Rachael een oneindige levenspanne heeft. Op het einde van deze kijkbeurt vroeg ik me nog af hoe lang Rachael (en misschien ook Deckard) eigenlijk zou hebben, maar dat wat nou juist een vraag die niet beantwoord hoefde te worden. God zegende de Director's Cut


Nu met stip een van mijn favoriete science-fictionfilms. Hij wordt zelfs tijdens het schrijven van deze tekst nog beter in mijn hoofd. Ik was van plan hem te verhogen naar 4*, maar ik maar er 4,5* van. Zeer bijzondere film; een om vaker te bekijken. En ik ben nu wel zéér benieuwd naar de Final Cut.

Blancanieves (2012)

Alternatieve titel: Snow White

De vierde Sneeuwwitje die ik zag in anderhalve week tijd. Ik zou het niet meteen aangewezen hebben als het meest interessante sprookje, maar kennelijk is het erg vruchtbaar voor film, want dit is nu al de derde (na de film van Disney en Mirror Mirror) die de vier sterren haalt. Sterker nog, deze gaat er overheen.

Het is natuurlijk een vrij losse adaptatie (in geval van hoge uitzondering is Disney eens de meest getrouwe verfilming), maar in geest voelt het erg sprookjesachtig aan en het heeft een unieke donkere sfeer, dat niet alleen aan bijvoorbeeld Freaks (de film waarmee deze terecht het meest mee wordt vergeleken) doet denken, maar ook aan een zomerse variatie van The Night of the Hunter. De keuze voor stomme film werkt hier perfect, want het gebrek aan geluid verhoogd alleen maar meer de dromerige sfeer die de beelden al weten te vangen. Op dezelfde manier zijn de acteurs erg goed gecast, met enorm sprekende gezichten. Ook fijn is dat Berger de duistere kanten die sprookjes vaak herbergen hier niet uit de weg gaat. Deze film voelt als een droom, maar tevens als een nachtmerrie op gezette tijden.

De manier waarop het bekende verhaal van Sneeuwwitje hier verweven wordt met stierenvechten is trouwens ook vrij knap. Nooit wordt er te geforceerd geprobeerd om elementen uit het verhaal erin te verwerken (geen spiegeltje aan de wand bijvoorbeeld), maar de meeste onderdelen vallen gewoon natuurlijk op hun plaats, alsof dit altijd al was bedoelt als een verhaal over matadors. Ook een plus is wel dat Maribel Verdú hier de meest hatelijke versie van de boze stiefmoeder speelt. Die rol is het enige dat in alle versies wel goed naar voren komt, zelfs in Snow White and the Huntsman, maar hier wil je haar echt de nek omdraaien. De twee actrices die de titelrol mogen vervullen zijn daarnaast erg innemend.

Dit is eigenlijk een zeldzame film die voor mij compleet werkte, van de eerste minuut tot de laatste. Ik kan geen kritiekpuntje bedenken. Pure betovering. Ik behoor tot de vrees ik kleine groep die zou willen dat er elk jaar nog eens een stomme film uitgebracht zou worden. Het lijkt me ook niet dat dit altijd zwart-wit of in een oude setting gedaan hoeft te worden, zelfs al is het hier perfect op zijn plaats. The Artist en Blancanieves bewijzen dat de stomme film nog genoeg leven in zich heeft en misschien is het nu tijd om er een stapje verder in te zetten.

4,5*

Blaue Engel, Der (1930)

Alternatieve titel: De Blauwe Engel

Wellicht de meest iconische film van zowel Emil Jannings als Marlene Dietrich. Dit was op de eerste plaats bedoelt als een vehikel voor hem, al zag Von Sternberg meteen potentie in Dietrich (en ja, potentie is een understatement als je bekend bent met Von Sternbergs adoratie voor Dietrich). Het contrast tussen de twee is boeiend. Jannings gelooft echt in het grote gebaar. Iedere emotie wordt zo groots mogelijk uitgebeeld. Het is duidelijk dat hij prominent geworden was in het stomme tijdperk, maar zelfs met dat in het achterhoofd speelt hij de rol vrij breed. Zet daar Dietrich tegenover, die niet zozeer naturel is, maar bijna een kunst maakt van zo min mogelijk emoties tonen. Haar rol is wellicht meer gelaagd dan die van hem (ondanks dat het een bijrol is), maar ze lijkt zich er niet druk om te maken. Von Sternberg wist wat hij deed. Hij had kennelijk weinig met het overdreven acteerwerk van Jannings en des te meer met de wat mysterieuze aanpak van Dietrich. Hij vermoedde dat het contrast in het voordeel zou werken.

In historisch opzicht kreeg hij gelijk. Dit was haar grote doorbraak, terwijl het voor Jannings de laatste belangrijke rol zou blijken, ondanks dat hij een prominente functie kreeg bij de UFA-studio in Duitsland onder de nazi's. Hier winnen ze echter beiden. Het zijn twee enorm boeiende acteerprestaties en net als Marlon Brando en Vivien Leigh in A Streetcar Named Desire is het verschil in acteren een essentieel onderdeel van de film. Bijna een stijlelement die de spanning versterkt.

Daarbij is het gewoon een fijn, donker drama, met een even goede komische kwinkslag. Het wordt vaak een tragedie genoemd, wat begrijpelijk is, maar ik vond professor Rath een enorm onsympathiek figuur, waardoor het meer aanvoelde als iemand die krijgt wat hij verdient, al gaat de uiteindelijke vernedering toch wel erg ver. Von Sternberg was ook echt een meester van sfeer en dat helpt hier ook weer. Ja, het lijkt nog erg op de stomme film qua beelden, maar wel op de mooiste stomme films. Het gebrek aan geluid op veel momenten is nu wel wat jammer, al is dat vooral een nadeel van de periode waarin het gefilmd is. Rond 1930 klonken alle films slecht.
4*

Blazing Saddles (1974)

Het uitgangspunt, een zwarte man als sheriff in het wilde westen, was geweldig gevonden en Madeline Kahns Dietrich-achtige personage was zeer geslaagd, maar daar houdt het helaas bij op. Op een paar leuke momenten na is dit niet echt mijn humor. Het is meer grappig doen dan grappig zijn en veel van de grappen zijn iets te makkelijk. De film is niet zo scherp als zijn uitgangspunt. Jammer, want hier had meer ingezeten en met The Producers bewees Brooks al dat hij scherp uit de hoek kon komen. Ik denk dat de tand des tijds ook niet echt gunstig is geweest voor deze film. Het kijkt nog wel aardig weg, maar op het einde verloor de film zich in een finale die gewoon totaal niet werkt.

2*

Blechtrommel, Die (1979)

Alternatieve titel: The Tin Drum

Een van de grootste clichés van films die zich afspelen tijdens een oorlog is het perspectief van onschuldige kinderogen. Wellicht is dat de makkelijkste manier om de gruwelen van de oorlog te vertellen. Met een kind is het simpeler om mee te leven, vooral omdat hij vaak het minst verantwoordelijk is voor wat er in een oorlog gebeurt. Een kind staat dan voor weerloosheid in combinatie van een onbevangen blik op de wereld. Ik had vooraf verwacht dat Die Blechtrommel ook zo'n film zou zijn. Sterker nog, een aantal weken terug vertelde iemand mij nog dat dit een briljante film was over een jochie dat met kinderlijke onschuld en zijn trommel de nazi's dwarszat en dat de film zo de spot dreef met het fascisme. Het zou een ode aan de kindertijd zijn.

Deze man zal waarschijnlijk niet verder gekomen zijn dan de scène waarin Oskars trommel ervoor zorgt dat een Nazi-band ineens een wals gaat spelen. Buiten dan dat is dit allesbehalve een eerbetoon aan onze jongste jaren. Geen wonder dat Roger Ebert een negatieve recensie schreef omdat hij dacht dat het een film was over de onschuld van kinderen, maar hij de allegorie niet vond werken omdat hij het kind niet onschuldig vond. Het is overdreven om te stellen dat de film een kritiek is op kinderen, maar het egoïstische dat kinderen van nature hebben, voordat ze zo oud zijn om zich daadwerkelijk bewust te zijn van de gevoelens van de mensen in hun omgeving, dat is waar het om draait. Die Blechtrommel draait om kinderachtigheid. Niet alleen in Oskar, die je op geen andere manier kan bekijken dan een enorme egoïst, maar in bijna alle personages, van de gewone bevolking tot de nazi's. De meeste mensen hier hebben het veel te druk met hun eigen problemen om op te merken dat het regime van Hitler wel eens veel schade kan aanrichten. De ironie is dat Oskars keuze om jong te blijven zich alleen maar fysiek uit. Geestelijk lijkt hij absoluut niet jonger dan iedereen om hem heen. Alleen omdat hij er als een kind uitziet wordt hij zo behandelt en komt hij gemakkelijker met alles weg dan de volwassenen. De enige volwassenen die er enigzins goed vanaf komen zijn die 'vader' zonder snor en de joodse speelgoedverkoper. Die lijken hun ogen nog wat open te hebben.

Dit is geen realistische film en vaak wordt er dan ook gekozen voor cameraperspectieven die alles wat uit balans zetten of beelden wat dikker aanzetten door vette close-ups en dat soort dingen. Dit had eventueel wat verder doorgevoerd mogen worden. Alles wordt ook wat komisch gebracht, zonder dat het ooit een komedie wordt. Daarvoor is het te schokkend. En dat lijkt het hoofddoel te zijn: shockeren. Alles wat comfort kan bieden wordt hier uit balans gehaald: kinderen, familie, speelgoed, klassieke muziek. Het is een hele nare film om te kijken, met eigenlijk geen hoop en het heeft na al die jaren nog niets van zijn akeligheid verloren. Soms draaft het allemaal iets te ver door. Dat Oskar zijn vader verraad door een nazispeltje in zijn hand te duwen komt bijvoorbeeld te veel uit het niets te komen en voelt als een ongemotiveerde, goedkope poging aan om nog maar een shock te leveren. Dat de dood van deze laatste vader uiteindelijk de aanleiding is voor Oskar om toch volwassen te worden is dan ook volslagen ongeloofwaardig en onbegrijpelijk, waardoor de film met een zwak einde overblijft.

Maar het meeste werkt en het levert een fascinerende film op die mij met een enorm rotgevoel achterliet. Het is in ieder geval de enige in zijn soort, zover ik weet.
4*

P.S.: Ik hoop niet dat ik zo'n kind krijg als Oskar.

Blind (2007)

Een dag na La Piel Que Habito kreeg ik weer een gotisch drama voor mijn kiezen. Helaas was deze een stuk minder goed. Het sprak me allemaal wel aan, maar het had een uitwerking waar ik weinig mee kon. Vooral inhoudelijk is het te karig. "Echte liefde is blind" is een aardige boodschap, maar er mag wel wat meer verdieping aan gegeven worden dan hier gedaan wordt. Ik had het gevoel dat er niet genoeg materiaal was voor een lange speelfilm en dat het als korte film van een half uur beter gewerkt had. Het is erg leeg allemaal. Veel lange scènes, momenten waarop er niets of weinig gebeurt en ook nog veel herhaling. Dat kan goed uitpakken als de sfeer goed is, maar daar zit de andere zwakte. De mise-en-scène was schitterend met mooi gestileerde sets, maar de cinematografie verpestte het. Het is moeilijk om ziets uit te leggen, maar de gekunstelde, dik aangezette camerastandpunten die ik doorgaans heel mooi zou kunnen vinden vond ik hier iets amateuristisch hebben. Ook de muziek werd te weinig ingezet en in plaats van mooie stiltes kreeg je lelijke stiltes. Nogmaals, moeilijk uit leggen, maar de sfeer kwam niet van de grond. En als laatste had ik ook geen binding met de personages. Ook zij kwamen wat te gemaakt over. Ik geloofde nooit in ze als mensen. Daarbij vond ik Halina Reijn ook wat tegenvallen.

Er werd uiteindelijk duidelijk geprobeerd er iets speciaals van te maken, maar niets werkte echt voor mij. Misschien omdat ik toch vooral een poging zag er iets speciaals van te maken, in plaats van dat ik iets speciaals zag.
2*

P.S.: Wat doet in vredesnaam die vrouw rechts op de poster? Zo ver ik weet zit ze niet in de film. Of is het Halina Reijn zonder de make-up uit de film, ik kan het moeilijk zien. Hoe dan ook, het maakt het geheel een stuk lelijker.

Blind Side, The (2009)

Laten we beginnen met een citaat die ik hoop nooit meer tegen te komen in een film:

“You're changing that boy's life”
“Nope. He's changing mine.”


Vreselijk, nietwaar? Gelukkig heeft de film over het algemeen een zekere controle over zichzelf. Een soort respectabiliteit die er voor zorgt dat we deze onzin nog net serieus kunnen nemen. "Onzin?", vraag je. "Het is toch waar gebeurt?" Alleen heel losjes. Bij mij ging het onzinalarm regelmatig af, waardoor ik betwijfelde of het allemaal wel zo gebeurt was. Tuohy die middenin een wedstrijd de coach belt op zijn mobiele om hem te bekritiseren? Tuohy die een stel zwarte gangsters intimideert in hun woonomgeving en zelfs de leider 'bitch' noemt? Het complete bestaan van een studententest die controleert hoe goed het beschermingsinstinct is (hoe voer je zo'n test in vredesnaam uit?)? Dan maakt de film ook nog eens de verkeerde beslissing om te eindigen met nieuwsbeelden van de echter Oher, waain zelfs in de korte duur te zien is dat Oher een totaal ander type is dan in de film (of hij moet in die tijd enorm verandert zijn). Duidelijk meer zelfverzekerd en stoerder. Pas na de film las ik hoe zwaar het echte verhaal afweek van de film. Oher was in werkelijkheid al een zeer goede en zelfs gewilde American footballspeler voordat de familie Tuohy ze in huis haalde, waarmee dus bijna het complete fundament van de film een verzinsel is.

Nou verwacht ik geen documentaires van speelfilms. Het kan me niet veel schelen dat filmmakers de werkelijkheid naar hun hand zetten als het een boeiend verhaal oplevert (perfecte voorbeelden zijn Amadeus en Ed Wood). Toch mag je hier wel vraagtekens bij zetten. Het maakt nogal een verschil of je een verhaal verteld over een beloftevolle, zwarte jongen die door rijke mensen in huis gehaald wordt of juist over een zwarte jongen zonder hoop op een goede toekomst die geadopteerd wordt door rijke mensen. Ik weet niet hoe goed de relatie van de echte Oher met de Tuohy's is, maar dat hij in ieder geval geïrriteerd was dat hij als aanvankelijk onkundig in de sport werd gerepresenteerd is begrijpelijk.

Dit alles past precies in de lijn van de gehele film, die alleen maar het publiek wil behagen. Alles moet zo gemoedelijk mogelijk en zelfs een scène met Ohers crackverslaafde moeder komt warm over. Ik wil de film niet echt racistisch noemen, maar de rassenproblemen worden wel erg simplistisch behandelt. Gaat het in huis halen van een dakloze, zwarte jongen zonder zichtbare talenten werkelijk zonder conflicten binnen de familie? En accepteerd die jongen zelf werkelijk alles zo makkelijk? Hier moeten we het op zijn ergst doen met het gezicht van vader die af en toe twee seconden betrekt. Ik geloof gewoon niet zo in die films die kennelijk echt moeten zijn, maar waarbij de grootste problemen kunnen worden opgelost met een knuffel (en daar zitten er veel van in). Als je dan met dergelijk materiaal gaat spelen, maak er dan een echt sprookje van, als It's a Wonderful Life en vergeet de werkelijkheid.

Slechtste moment: SJ is betrokken geraakt bij een auto-ongeluk. Tuohy rent naar de ambulance. We horen de dokters zeggen dat SJ's levensstabiliteit gecontroleerd moet worden. Daarmee vrezen we het ergste. Maar wat blijkt? SJ heeft niets. Die dokters vroegen alleen naar de levensstabiliteit om de kijker te laten schrikken. Wie schrijft dergelijke scènes?

Toch moet je het Hollywood nageven. Ze maken dit soort films altijd zonder dat ze vervelen. Het werkt op een klein niveau elke keer maar weer. Toch hoeft het van mij niet meer.

Oh ja, Bullock is beter dan ik haar ooit gezien heb (ben niet bepaald fan). Toch is die Oscar ietwat belachelijk.
2*

Blonde Venus (1932)

De eerste film die ik van de legendarische Josef von Sternberg zie, het maar gedeeltelijk door hem geregisseerde Macao niet meegeteld. Aanvankelijk was het niet al te bijzonder. Een nogal typisch melodrama voor die tijd, die hoogstens wat pikanter was dan latere opvolgers omdat hier de Hays Code nog niet was ingevoerd. Wel viel me het acteerwerk van Dietrich me hier op. Ze stond bij mij te boek als een zeer beperkte actrice die alleen overtuigde als ze een kille blik opzette, maar ontzettend door de mand viel als ze ook maar iets anders probeerde. Hier is daar niets van te merken en is ze net overtuigend in de scènes waarin ze een zorgzame moeder speelt als waarin ze een verleidster in een nachtclub is.

Dietrich's werk lijkt echter voor een deel ongedaan gemaakt te worden door de desinteresse van Von Sternberg om ergens ook maar langer dan vijf minuten bij stil te staan. Er zit echt een enorme lading aan plottwists in die telkens nauwelijks de tijd krijgen om zichzelf te laten zien voordat ze weer vervangen zijn. In no-time ontmoeten Marshall en Dietrich elkaar in Duitsland, zijn ze getrouwd in Amerika, is hij ongeneeslijk ziek, werkt ze in een nachtclub om Marshalls genezing te kunnen betalen, ontmoet ze Cary Grant die alle kosten op zich neemt, gaat Marshall naar Duistland voor zijn kuur, heeft zij in Amerika een affaire met Grant die een jaar duurt en keert Marshall terug. Dat is het eerste half uur, waarin ook nog eens tijd is gevonden voor een lang musicalnummer waarin Dietrich stript in een apenpak (gek genoeg later opnieuw gebruikt in Batman & Robin, van uitgerekend alle films) en Hot Voodoo zingt. Zo'n moordend tempo helpt natuurlijk al het drama om zeep. Ook opvallend dat gedurende de hele film alle beslissingscènes omzeilt worden. In de opening zien we Dietrich Marshall afwijzen en in de volgende scène zijn ineens getrouwd en hebben ze een kind. Dat is een patroon die we steeds zien, al dan niet bewust.

Voor een lange tijd is het Dietrich (en de verrassend geloofwaardige 7-jarige Dickie Moore als haar zoontje) die de boel bekijkbaar maakt, evenals enkele mooie shots van het type waar Van Sternberg zijn naam mee gemaakt heeft. Toch bleef de vraag hangen waarom dit nou zo bijzonder was. Maar in het laatste half uur komt de boel ineens tot leven. En hoe. Er wordt iets meer de tijd genomen om de scènes uit te laten spelen, wat al een pluspunt is. Maar boven alles begint Von Sternberg plotseling iedere scène in die schitterende stijl te filmen die we daarvoor slechts af en toe zagen. Het begint in die scène waarin Dietrich die detective verleidt. Je zou de beeldtaal daar sensueel kunnen noemen. Er ontstaat een soort dromerige sfeer die niet zozeer surrealistisch is, maar toch iets buitenaards heeft. En Von Sternberg houdt dat tot het einde vol. Ineens kroop de film onder mijn huid en was ik gehypnotiseerd. Waarom Von Sternberg zo lang gewacht heeft om los te gaan durf ik niet te raden, maar als hij een hele film in die stijl schiet dan kan dat makkelijk een absolute favoriet worden. Nu is het gewoon een geniaal laatste half uur.
3,5*

Blood Diamond (2006)

Ik ben bang dat ik Mister Blonde bij moet staan in deze discussie. Na al het goede dat ik over Blood Diamond op MovieMeter en ook in mijn omgeving gehoort had viel de film me erg tegen. De film zou erg aangrijpend zijn. Maar ik kreeg net als Mister Blonde hier het gevoel dat het gewoon gemakkelijk scoren was. Alsof Zwick per se een Oscar wilde winnen of zo (dat idee had ik ook al bij zijn The Last Samurai). Gelukkig heeft hij er nog geen gekregen.

Blood Diamond snijdt een aantal moelijke thema's aan die met Afrika te maken hebben. Op zich niks mis mee, want er is veel mis in Afrika. Maar Zwick is niet bepaald subtiel in de manier waarop hij dit in beeld brengt. Eigenlijk pakt hij gewoon alle mogelijke ellende die hij weet over Afrika en gooit ze zomaar op een berg. Corruptie, uitbuiting van de armen, dorpsplunderingen, armoede, kindsoldaten, weinig steun van de westerse wereld, burgeroorlogen, familie's die gescheiden worden, een oneerlijke diamantindustrie; niets is te gek voor Zwick. En hij voegt er nog wat extra plotelementen aan toe: een groeiende vriendschap tussen twee totaal verschillende mensen, een romantisch subplot, wat actie, een zoek-de-schat-verhaallijn, zelfopoffering en zelfs de vraag of mensen al dan niet goed of slecht zijn uit zichzelf.

Zelfs voor een uiterst getalenteerde regisseur zou dit haast teveel zijn om tot een goed geheel te smeden. Voor een vrij ongetalenteerd figuur als Zwick is het gewoon ondoenbaar. Mister Blonde heeft wat mij betrefd groot gelijk als hij zegt dat er met bijna al deze elementen eigenlijk gewoon niks gedaan wordt. Ze zijn er wel, maar wat zegt Zwick ermee. Ja, een hoop ellende en ja, het is allemaal heel erg, maar Blood Diamond geeft naar mijn gevoel niet echt een goed beeld van Afrika. Hoogstens een samenvatting van alle ellende en niets meer. Voor een betere film over Afrika verwijs ik graag naar The Constant Gardener. Het is allemaal wel goed bedoelt en zo, maar het komt niet uit de verf. Ook het dan weer belachelijk optimistische slot voelt misplaatst.

Buiten dit alles blijft er niet veel over. Geen enkel plotelement komt echt goed uit de verf. DiCaprio speelt zijn rol goed, Connelly is overtuigend, Hounsou vond ik minder. Het ziet er allemaal prima uit, maar ook dit is door andere films beter gedaan. Maar uiteindelijk heeft Zwick zijn doel bereikt: door gewoon een hele berg ellende in zijn film te stoppen heeft hij het voor elkaar gekregen dat de film hier en op IMDB een belachelijk hoge score heeft gekregen. Soms snap ik niks van de filmwereld.
2* en dan ben ik vrij gul.

Blood Simple (1984)

Geweldig debuut van de Coens! Het verhaal klinkt in een samenvatting ongetwijfeld simpel, maar de manier waarop het gebracht wordt is niet meer dan briljant. Het is zo'n film waarin wij meer weten dan de personages, maar tegelijkertijd ook niet altijd meteen weten hoe de vork precies in de steel zit. Dit zorgt voor verwarring bij de personages en in iets mindere mate bij de kijker. Qua verhaalvertelling is het wellicht de subtielste van de Coenfilms.

De geweldige Coenhumor lijkt hier afwezig te zijn, maar dat dacht ik bij de eerste kijkbeurt ook onterecht van Fargo, dus misschien helpt een tweede kijkbeurt (die er zeker komt). Verder valt op dat dit nog duidelijk een debuutfilm is. Niet omdat het nog wat amateuristisch oogt, zeker niet, maar je ziet dat de Coens nog wat spelen met cameratruukjes en zo, op een manier waarop beginnende regisseurs dat vaak uit enthousiasme doen. Het stoort echter niet. De film is ook bijzonder sfeervol.

De film is echt geweldig spannend bij vlagen en met name in de laatste scène bevond ik me op het puntje van mijn stoel. Dit niveau van suspense is niet waar de Coens vaak naar gooien, maar ze zouden het toch pas evenaren (en overtreffen) in No Country for Old Men. Daarnaast is deze finale een van de beste momenten ooit in een Coenfilm. Wel vond ik het als afsluiter een beetje raar. Naar mijn gevoel draaide de film om een driehoeksrelatie en was de detective daar slechts een bijfiguur in, maar de finale draait dan wel weer om deze detective. Ik had dan ook, wellicht onterecht, het gevoel dat er nog iets moest komen toen de aftiteling ineens heel plots verscheen.

Verder zien we al meteen typische Coenpersonages. Ze zijn misschien wat minder maf als in latere films, maar hebben toch wel duidelijk dezelfde eigenschappen. En de acteerprestaties zijn weer top. Ik ben wel fan van McDormand (die ik hier ook verrassend knap vond), maar het is Walsh die de beste rol heeft. Zijn privé-detective lijkt eerst een simpel karikatuur, maar Walsh weet er toch echt iets van te maken.

Ik bleef op het einde van de film wel met nog een vraag zitten. Op een gegeven moment, nadat Marty begraven is, wordt Maurice gebeld, schijnbaar door Marty, met de mededeling dat de kluis in de bar beroofd is en dat Ray en hij hoofdverdachte zijn. Wie pleegt dit telefoontje en waarom? Ik dacht aanvankelijk de detective, maar ik kan geen reden bedenken waarom hij dit zou doen en volgens mij kent hij Maurice ook niet. Dat Marty nog zou leven lijkt me ook sterk en zo'n telefoontje zou na zo'n ervaring ook vreemd zijn. Iemand enig idee?

Sterke neo-noir in ieder geval.
4,5*

Blow Out (1981)

Typisch weer De Palme, een getalenteerde regisseur die eigenlijk altijd ook weer weet te frustreren. Stilistisch is het allemaal zeer in orde (de opgeblazen muziek daargelaten), waarbij ik vooral zijn gebruik van diepte in veel shots kan waarderen, waardoor er veel te zien is in één keer. En hij weet wederom goed een idee voor een verhaal te jatten, ditmaal via Blowup (door mij nog altijd niet gezien overigens) en The Conversation (gezien met gebrekkig geluid, nogal storend bij een film over luisteren). Het is erg boeiend om Travolta alleen al geluid te zien opnemen, maar vooral om dat ene geluidsfragment steeds opnieuw te laten luisteren en uiteindelijk zelfs op film te laten plakken. En het is een intrigerende start voor een thriller.

Helaas ontspoort het allemaal na een tijdje, wat eigenlijk bijna gewoon een De Palma-trademark is. Na het opbouwen van een interessant klinkende politieke samenzwering kiest De Palma ineens voor de minder boeiende weg om Lithgow een gek te maken die in zijn eentje opereert. Zoiets haalt de angel uit enige politieke implicaties die de film heeft. Ook de hele achtervolging op het einde is wel erg onzinnig, met Travolta die gewond raakt in een auto-ongeluk, vervolgens in een ambulance gezet wordt met zijn geluidsapparatuur nog in zijn oor. Om de een of andere reden laten de dokters hem ook gewoon alleen in die ambulance liggen. De climax was nogal ongeïnspireerd. Jammer, want het leidt wel weer naar een mooi tragisch einde, met een prachtig shot met vuurwerk en de sterke vondst om Nancy Allens doodschreeuw te laten gebruiken in een pulpfilm: een krachtig einde.

Ondanks de zwaktes is het over de gehele linie wel vrij sterk en spannend. Travolta was misschien nooit beter overigens en Nancy Allen is zelfs heel goed. Maar er zit een betere film hier in verstopt en die heet waarschijnlijk Blowup. Of The Conversation.
3,5*

Blue Dahlia, The (1946)

Een flinke tegenvaller dit, de eerste uit die Universal film-noir-box in de vorm van een sigarettendoos.

Geen idee waarom dit zo goed zou moeten zijn eigenlijk. Met Raymond Chandler als schrijver verwachte ik op zijn minst een sterk plot en goede dialogen, maar dat bleef hier vrijwel uit. Het verhaal is zelfs vrij zwak en de film heeft soms zichtbaar moeite om motieven voor potentiële daders te vinden. Daarom werkte de ontknoping ook gewoon niet. Totaal oninteressante keuze voor de dader, hoe verrassend het ook mag zijn. Verder is de hele plotlijn waarin de hoofdpersoon de politie ontwijkt en zichzelf extra verdacht maakt niet bepaald geloofwaardig.

Veronica Lake wordt altijd in één adem met deze film genoemd, maar haar personage heeft geen enkel verband met het verhaal. Ze lijkt er alleen maar in gezet te zijn voor een handige marketing. Zij en Alan Ladd hadden samen al eerder voor succes gezorgd en dat succes probeerde men schijnbaar te herhalen. Toegegeven, de scènes tussen haar en Ladd zijn wel de beste in de film en hier herken ik nog wel wat van de leuke flirtdialogen van Chandler. Bendix doet het wel aardig. Doris Dowling daarentegen speelt echt afschuwelijk. Met name de scène waarin ze zegt dat ze verantwoordelijk is voor de dood van haar zoontje. De rest van de bijrollen leveren standaard werk.

Wat me ook opviel was hoe kaal de film was. De appartementen bevatten echt een minimum aan props, alsof er niet in geleefd werd door mensen. Dit is volgens mij ook de film noir die de minste poging tot sfeerschepping onderneemt, toch niet onbelangrijk voor een 'noir. Het is dat ik een zwak heb voor dit soort verhaallijntjes en dat het me zo altijd wel redelijk boeit, anders zou mijn eindoordeel wellicht nog strenger zijn geweest. Dit kan zich absoluut niet meten met Chandlerkrakers als Murder, My Sweet of The Big Sleep.
2*