- Home
- Black Math
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Black Math als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Bronson (2008)
Met dank aan de Contest van wibro dat ik deze heb gezien. Het fragment dat hij had gebruikt heeft als muziek het eerste deel van de 4e symfonie van Bruckner, die wellicht mijn favoriete symfonicus is. Sowieso goede herinneringen aan die symfonie, omdat ik hem zelf ooit met een orkest gespeeld heb. De bijbehorende film moest en zou ik dus zien.
En dat viel zeker niet tegen, visueel af en toe erg prachtig, hoewel dit niet de hele film door volgehouden wordt. Sommige scènes deden qua visuals een beetje denken aan Big Bang Love, Juvenile A, een film die verder weinig hiermee te vergelijken valt, behalve dat dat ook in een gevangenis speelt.
Muzikaal valt er met de vele klassieke muziek veel te genieten. Ik weet niet wat het is, ik hou erg van symfonische klassieke muziek, maar zodra moderne filmcomponisten bombastische fimscores schrijven, haak ik af. Heeft er denk ik toch te maken met kwaliteit. De meeste stukken van de klassieke componisten zijn geschreven zonder het oogpunt beelden te begeleiden en zodra dit wel het geval was, zoals bij bijvoorbeeld ballet, gaat de muziek eerst voor en worden andere zaken zoals bijvoorbeeld de choreografie van een ballet daarop aangepast. Bij filmmuziek gaat het denk ik voor het grootste gedeelte andersom, tenzij je een soundtrack samenstelt van eerder geschreven werk zoals hier dus is gebeurd.
In ieder geval was het klassieke gedeelte van de soundtrack erg fijn, de elektronische muziek vond ik dan overwegend wat minder, hoewel het soms werkte met wat er visueel gebeurde.
4*.
Die laatste gevangenisdirecteur vond ik overigens wel wat weghebben van prins Bernhard.
Brooklyn (2015)
Een aardige film, die fijn wegkijkt. Allereerst is het allemaal netjes in beeld gebracht, al zijn de beelden verder niet echt bijzonder. De hoofdrolspeelster doet het erg goed, speelt een lief en gevat personage, er is een fijne chemie met haar tegenspeler, maar ook met de actrices die haar huisgenoten spelen.
De kanttekening is dat het ook erg makkelijk aanvoelt. Er is nauwelijks conflict, iedereen op het oude kreng na is aardig voor elkaar. Het hoofdpersonage kampt natuurlijk met wat innerlijke conflicten, maar echt problematisch wordt het niet. Het conflict wordt niet echt op de spits gedreven. Dat geldt ook voor de keuze voor een Italiaanse partner. Er is werkelijk niemand die er moeilijk over doet (zelfs het oude kreng niet, die vooral het feit dat ze getrouwd is lijkt te gebruiken), terwijl ik me niet kan voorstellen dat dat niet gevoelig lag in die jaren.
Het einde voelt gelukkig aan, maar er wordt ook het een en ander nìet in beeld gebracht. Hoe gaat het bijvoorbeeld nu verder met haar moeder die eenzaam achterblijft? Dat zien we niet. Hun afscheid voelt vrij abrupt aan, maar toch ook zonder noemenswaardige slag of stoot.
In combinatie met de soms wat nadrukkelijk aanwezige muziek kost dat de film toch echt punten. 2,5*.
Brother (2000)
Ook weer eens herzien. Ik vond dit de eerste keer al een mindere Kitano, dat is nu niet veel anders. Minder (visuele) poëzie dan in zijn betere films, Hisaishi heeft ook wel eens sterkere soundtracks geschreven; deze was af en toe nogal dik aangezet, en verder zijn de Amerikaanse acteurs niet al te sterk.
Toch zeker ook wat positieve noten. Ten eerste is het geweld echt snoeihard, waarbij mensen bijvoorbeeld vrij onverwacht in hun hoofd geschoten wordt waar de camera ook lekker dicht op zit, en waar de montage flitsend aanvoelt. Ook memorabel blijft de harakiri van Osugi waarbij zijn darmen er letterlijk uithangen. Tenslotte zetten Kitano en ook Terajima erg sterke rollen neer als spijkerharde nietsontziende Yakuza. Hoe ouder ik word, hoe minder ik met geweld heb, maar ik moet toegeven dat hun personages erg cool zijn.
Ook deze keer voelt het einde aan als een valse noot (ook met dank aan het matige Amerikaanse acteerwerk). Het sterke van Kitano's beste films is dat er veel gezegd wordt met weinig woorden; de beelden spreken voor zich. En dat mis ik toch een beetje in deze film, met name in het einde. Uiteindelijk toch een halfje eraf: 3*.
Bruce Almighty (2003)
Ooit met studiegenoten gezien in de bioscoop, na eerst de trailer gezien te hebben die ik behoorlijk grappig vond. In de bioscoop bleek dat men eigenlijk alles wat grappig is in die trailer gestopt had, wat dus nogal een tegenvaller was. Afgelopen jaar heb ik ook de opvolger Evan Almighty gezien, dus was het ook eens tijd om na ruim vijftien jaar deze nog eens een kans te geven.
Dat viel niet echt mee, want mijn gevoel voor humor is blijkbaar ook wat veranderd in die vijftien jaar. Het is allemaal erg flauw en voorspelbaar, en met name de moraallessen storen. Natuurlijk is de hoofdpersoon een egocentrische eikel, en natuurlijk komt hij er uiteindelijk achter dat dit niet de beste houding is en dat hij niet God de schuld van alles kan geven. Mag ik effe overgeven? Verder kan zo'n film over God volgens mij alleen maar in de VS gemaakt worden, waar zoveel mensen zich niet lijken te kunnen voorstellen dat er mensen zijn voor wie religie minder vanzelfsprekend is.
Lichtpuntjes waren eigenlijk alleen Steve Carrell en in wat mindere mate Morgan Freeman. Voor mij was deze film de eerste kennismaking met de eerstgenoemde, en aangezien zijn karakter niet de grootste grappenmaker in de film was, was ik destijds verbaasd over zijn rol in The Office, maar eigenlijk laat hij hier al zijn talent zien in de scène waarin hij door de hoofdpersoon gesaboteerd wordt. Het is maar een kort moment en het kan de film ook niet redden. Uiteindelijk is Bruce Almighty ook slechter dan Evan Almighty, die voor zover ik me kan herinneren minder moraliserend was. 0,5*.
Brüno (2009)
Goed, Black Math komt ook weer onder een flinke steen gekropen, want ik heb hem nu pas voor het eerst gezien. Hier was op zich een reden voor: ik heb destijds met een groepje vrienden Borat gezien en toen Brüno uitkwam was al snel het besluit genomen om deze ook met z'n allen te bekijken. Alleen als de groep een beetje uit elkaar groeit in de zin van dat je elkaar wel ziet, maar nooit meer tegelijk, is het moeilijk een afspraak te maken. Vandaag dan toch eindelijk zo ver, en ook mooi dat iedereen zich tot deze dag van deze film onthouden had, zodat ie voor iedereen nieuw was.
Wat valt er verder over de film te zeggen? Ik had eigenlijk niet echt hoge verwachtingen ervan. Ik heb destijds spierpijn in mijn buik van het lachen gekregen van Borat, die echter erg slecht tegen herziening bestand bleek te zijn. Bovendien was tegen de tijd dat deze film uitkwam wel een beetje Sacha Baron Cohen-moeheid opgetreden. Wat dat betreft was wellicht de timing om deze film nu te kijken perfect, want ondanks de lage verwachtingen zit ik hier weer met spierpijn in de buik. Een paar geweldige scènes met wat mij betreft als hoogtepunten de talkshow waar hij z'n baby showt en het kooigevecht. Prachtig om die onthutste gezichten van de omstanders te zien, en deze scènes zijn in mijn ogen hoogtepunten omdat hier het aantal omstanders en dus de onthutsing maximaal is. Ook noemenswaardig zijn de scènes met het levend meubilair en van het presenteren van z'n pilot. Het is soms verbazingwekkend hoe ongegeneerd ranzig het allemaal is wat op het scherm getoverd wordt.
Ook de "Your king Osama looks like a dirty wizard or a homeless Santa Claus" uitspraak tegen de zogenaamde terroristenleider was verbazingwekkend. Het kwam echt behoorlijk dreigend op me over, maar de bewondering voor de moed van Baron Cohen verdween wel meteen toen ik las dat de geïnterviewde helemaal geen terroristenleider is, maar een Palestijns christen. Slim gemonteerd wel.
Ik heb me dus erg goed vermaakt en dat ondanks dat het qua cinematografie niet veel voorstelt, maar dat dat een goede komedie niet in de weg hoeft te staan heb ik al eerder gemerkt bij bijvoorbeeld Visitor Q. Toch ook een ander minpuntje. Het concept van Borat wordt wel heel erg nauwgezet gekopieerd. Inclusief de sidekick waarmee het tot een breuk komt, maar waar het wel weer goed mee komt. Mijn angst is ook een beetje dat deze film ook niet bestand zal blijken te zijn tegen herziening. Misschien moet ik dat ook maar niet doen en gewoon de herinnering koesteren van deze kijkbeurt, die de film 4* oplevert.
Bu San (2003)
Alternatieve titel: Good Bye, Dragon Inn
Erg leuk.
Je hebt wel ballen als regisseur als je het publiek minutenlang beelden voorschotelt van een lege bioscoopzaal. Ik kan me voorstellen dat dat nog ironischer is als je deze film inderdaad bekijkt in de bioscoop zelf. Verder zit de film vol met grappen. De Japanner is perfect gecast, met zijn domme gelaatsuitdrukking als iemand de stoel naast hem gebruikt als bankje voor zijn blote voeten. Maar ook zijn ergernissen omtrent lawaaierige medebezoekers.
Ik lag gevouwen toen het manke vrouwtje alleen iets bleek weg te willen gooien, nadat we haar eerst minutenlang de trap op hebben zien kruipen. Maar het hoogtepunt voor mij was de toiletscène. De deur is natuurlijk een klein wtf-moment, maar ik vond het ook erg poëtisch hoe een van de mannen aan het roken was. Er zit gevoel van timing in de film.
Ik lees net in Ramons bericht dat de huilende man één van de acteurs was, dat is helemaal langs me heen gegaan, maar zal er bij een herziening voor zorgen dat de scène, die toch al enigszins aandoenlijk was, echt ontroerend zal zijn.
Net als in The Wayward Cloud interessante camerastandpunten, maar Animosh omschrijft het wat mij betreft goed met dat de symmetrie ver te vinden is, wat de boel toch wat fijner om naar te kijken maakt. Heb de film soms even op pauze moeten zetten, want achter elkaar zien maakt het toch enigszins langdradig. Ik kan er zeker 3,5* aan kwijt, maar doe er een halve bij voor het concept dat ik toch erg sterk vond.
Bucket List, The (2007)
Erg matig. Van een film over een lijst wat te doen als je weet dat je dood gaat, had ik toch iets meer creativiteit verwacht dan in een week de wereldwonderen aanschouwen plus het cliché parachutespringen. Er had wel wat meer uitgepakt mogen worden.
Verder een erg lange introductie die vrij saai is. Nicholson maakt het nog wel de moeite waard; hij speelt eigenlijk dezelfde rol die hij in veel andere films ook speelt, maar zo scherp als in bijvoorbeeld About Schmidt wordt het nooit. Freeman ook weer saai en belegen zoals in vele andere films.
Dankzij Nicholson een ster meer dan het minimum: 1,5*.
Bug's Life, A (1998)
Alternatieve titel: Een Luizenleven
Na Antz ook maar deze opgezet om te kijken welke mierenanimatie uit hetzelfde jaar het beste is. En de winnaar is .... Pixar! Al is het wat mij betreft een Pyrrhus-overwinning, want geweldig kun dit nou ook weer niet noemen. Ondanks dat de miertjes er hier minder lelijk uitzien dan in Antz, vind ik het nog steeds niet mooi. Verder is het gewoon saai, overwegend niet grappig (op de pissebedden na) en irriteert ook het standaardverhaaltje van leugens die uitkomen, waarna de hoofdpersoon afgewezen wordt maar uiteindelijk als held terugkeert.
Lichtpuntje is de animatie, die bij de regen behoorlijk spectaculair was, en dat de camerahoeken redelijk dynamisch waren. Daarvoor 2*.
Bullet Ballet (1998)
Alternatieve titel: バレット・バレエ
Prettig weerzien.
De film was grotendeels weggezakt, wat ergens ook wel logisch is, want heel erg coherent is het verhaal niet. Maar ook qua beelden herinnerde ik me nog maar weinig van deze film, op de epische vertoning van de titel na.
Grotendeels kan ik me nog steeds vinden in mijn eerdere bericht. Audiovisueel erg sterk. Fraai gestileerde zwart/wit beelden, soms rustig en sfeervol, zo zijn er een aantal mooie regenshots die al vooruitwijzen naar A Snake of June. Maar ook intense momenten, zoals de straatvechtscène, en soms momenten met een fijne hypermontage, zoals de scène waarin herhaaldelijk een pistool afgeschoten wordt afgewisseld met beelden van ontploffingen.
De soundtrack blijft wat meer op de achtergrond in de eerste helft, op de momenten na waar de beelden ook wat meer hyper worden. Het gebruik van de Gymnopedieën van Satie in film beschouw ik tegenwoordig als een cliché, hoe mooi ze ook zijn. De industrial versie die in deze film te horen is, is dan wel weer apart.
Verhaal zoals gezegd wat incoherent, en ook deze keer voelde de film wat langdradig aan. Geen last van dat het te intens is. In tegendeel, het had op sommige plekken best wat intenser gemogen, want in tegenstelling tot wat de titel suggereert, voelt de film meer rustig en sfeervol aan dan hyper.
Niettemin over het algemeen een sterke film. De waardering blijft onveranderd: 4*.
Buono, il Brutto, il Cattivo, Il (1966)
Alternatieve titel: The Good, the Bad and the Ugly
Ik vraag me toch een beetje af of deze film ook zo goed zou scoren als hij nu voor het eerst uitgebracht zou worden. Het verhaal hangt van de toevalligheden aan elkaar en hoe er nagesynchroniseerd is, ziet er behoorlijk amateuristisch uit.
De lange versie gezien, wat nog meer nagesynchroniseerde scènes opleverde, aangezien er alleen nog Italiaanse geluidsbanden van de extra scènes bestonden. Ik moet zeggen dat ik ook die nasynchronisatie - ook al is het voor een gedeelte door de oorspronkelijke acteurs gedaan - verre van geslaagd vind. Eastwood en Wallach klinken duidelijk stukken ouder, en zijn ook niet helemaal synchroon met het beeld. Wel maken die extra scènes het verhaal wat duidelijker, maar dat weegt voor mij niet op tegen het nadeel van een nog langere film.
Ik begrijp dat voor velen de aantrekkingskracht in de karakters zit. Een aantal aardige oneliners, en met name The Ugly zorgt soms voor een luchtiger toontje. Wel een kolderieke rol, wat na enige tijd gaat storen. The Good lijkt aanvankelijk vooral goed te zijn omdat hij dat label opgeplakt krijgt. Later een aantal scènes waar hij compassie met stervende mensen toont, maar op dat moment zet de muziek dusdanig zwaar aan dat het overdreven aanvoelt. Het grootste probleem is dat hij zich iets te vaak laat verrassen om vervolgens door stom geluk gered te worden. The Bad vind ik het eigenlijk het coolst. Bij hem krijg je echt het idee dat het een keiharde is. Wat mij betreft was de verhouding in speeltijd tussen hem de The Ugly dan ook gelijkgetrokken.
Afgezien van die sterfmomenten was de muziek erg sterk (en eigenlijk ook bij die scènes, maar daar werkt het niet in combinatie met de beelden). Wat wel jammer is dat er iets te vaak sprake is van repetitie in de muziek omdat de film zo lang is. Ook is het erg duidelijk dat het orkestje halverwege de film aan het faken is. Saillant detail: fijnstemmers op de violen. Die bestonden toen nog niet. Niet heel belangrijk, maar als iemand die viool heeft gespeeld vallen dat soort dingen wel op.
De beelden vond ik niet geweldig, soms had ik ook het idee dat men net wat strakker had mogen kadreren. Dat bijvoorbeeld net de punt van een hoed buiten beeld valt kan me soms best storen. Visueel niet al te mooi dus, waarbij gezegd moet worden dat de voor een Western noodzakelijke dorre achtergronden ook niet echt helpen.
Tegen het einde toch een paar redelijk sterke scènes, te weten The Ugly die op de begraafplaats rond rent, en de Mexican standoff. De muziek werkt erg goed in deze scènes, alleen jammer dat de muziek in de laatstgenoemde scène afgebroken wordt door de schietpartij. Wat mij betreft was die juist net begonnen pas als de muziek op natuurlijke wijze geëindigd was.
Met name de soundtrack maakt dat de film ongeveer op 2* uitkomt. Dat voelt enigszins gul aan, want eigenlijk is 1,75* meer op z'n plaats.
Burn after Reading (2008)
The Russians?!?
Net iets minder dan tien jaar oud, maar blijkbaar alweer door de werkelijkheid ingehaald, terwijl omstreeks mijn eerste kijkbeurt zeven jaar geleden iedereen ervan overtuigd leek te zijn dat er totaal geen spanningen meer waren tussen Rusland en het Westen.
Ik had ergens de hoop dat deze film, die in hetzelfde straatje ligt als The Big Lebowski wat betreft kolderieke typetjes en een verhaallijn die eigenlijk maar secundair is aan die typetjes, bij een tweede kijkbeurt zou groeien, net zoals destijds ook bij The Big Lebowski, maar mijn globale indruk van deze film blijft hetzelfde als de vorige keer.
De typetjes zijn leuk, de acteurs hebben er duidelijk veel plezier aan. Aardige domme rollen voor Clooney, McDormand en Pitt. Nog leuker is de rol van J.K. Simmons, die helaas maar kort te zien is. Leukste rol is voor Malkovich die zo heerlijk uit zijn slof kan schieten.
Helaas is de soundtrack datgene dat de meeste roet in het eten gooit, want behoorlijk dramatisch, terwijl het plot en de typetjes erg luchthartig van aard zijn. Het mag los van de film aardig klinken, maar in combinatie met de beelden heb ik zelden zo'n misplaatste soundtrack meegemaakt.
Geen wezenlijk andere indruk dan de vorige keer, wel heb ik hem voor mijn gevoel de vorige keer iets te hoog beoordeeld. Een halfje eraf dus: 3*.
Burnt (2015)
Formulefilm. Hoofdpersoon met één of meer bepaalde negatieve eigenschappen (egocentrisme, het zijn van een controlfreak, noem maar op) wil een bepaald doel bereiken, heeft de nodige tegenslagen te overwinnen, er wordt een climax bereikt waar het doel in handbereik ligt, maar er is een ultieme tegenslag, hoofdpersoon leert meer op de mensen om zich heen te vertrouwen en weet zijn negatieve eigenschap te overwinnen, waarna alsnog een nieuw kans komt die ditmaal wel gegrepen wordt. De vrije parameters zijn de setting, het doel en de negatieve eigenschap, al is dat laatste in soort films vaak egocentrisme.
Qua plot dus niets nieuws onder de zon. Het is de setting die ervoor zorgde dat deze film opgezet werd, aangezien mijn vriendin in de culinaire sector werkt. Het vergelijk met haar baas wordt dan snel gemaakt. De hoofdpersoon lijkt me ook een enorm vervelende baas om mee te werken en wat mij betreft gaat hij ver over de grens wanneer hij fysiek wordt. Nochtans heeft hij het vermogen tot zelfreflectie, en dat is iets dat niet iedereen in die sector lijkt te hebben. Het vergelijk met die andere culinaire film, Chef, ligt ook voor de hand, waar de hoofdpersoon wel sympathiek is, die zijn personeel het allerbeste gunt, maar dat is ook een totaal andere film met een veel meer relaxte sfeer. In Burnt wordt er verder prima geacteerd, maar uiteindelijk weet geen van de personages me echt te raken en al helemaal niet de weinig sympathieke hoofdpersoon.
Net als Chef is deze film visueel aardig wanneer voedsel in beeld gebracht wordt. Het ziet er smakelijk uit en het is aan te raden deze film al met een volle buik te bekijken. Voor de rest is het verzorgd, maar niet heel erg bijzonder. New Orleans komt in het begin nog eventjes voorbij, helaas is dat maar kort.
Kortom, vanwege de setting interessant voor mij, maar verder een dertien in een dozijn film. 2,5*.
Byôsoku 5 Senchimêtoru (2007)
Alternatieve titel: 5 Centimeters per Second: A Chain of Short Stories about Their Distance
In aanloop naar het zien van Kimi no Ka Wa deze ook weer eens herzien. Het blijft een prachtig geanimeerde film met helaas de nodige gebreken.
De animatie voelt niet heel erg natuurlijk aan, maar de achtergronden zijn als vanouds schitterend met veel kleuren en details, zoals de weerkaatsing van het licht op elektriciteitskabels in een station als een trein nadert. Ook deze keer was de raketlancering het absolute hoogtepunt van de film. Duidelijk dat als ik de film puur op de beelden zou beoordelen alleen de volle mep zou volstaan.
Helaas zijn er ook andere factoren, zoals de credits tussendoor, en de muziek. De laatste is niet erg bijzonder, maar stoort ook niet gedurende de film. Echter, het popliedje aan het einde blijf ik zeer misplaatst vinden, al moet ook ik toegeven dat ik me deze kijkbeurt er wat minder aan stoorde dan bij vorige kijkbeurten toen ik me echt groen en geel ergerde. Daar staat tegenover dat ik deze keer minder had met de verhaaltjes, die ik deze keer toch wel erg flinterdun vond. Het één heft het andere op, waardoor de uiteindelijke waardering niet verandert. 4*.
