- Home
- The One Ring
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten The One Ring als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Clash of the Titans (1981)
Alternatieve titel: Botsing der Titanen
Aardig stop-motionvermaak van Ray Harryhausen. Veel stelt de film verder niet voor. Dit werd nooit gezien als een meesterwerk, maar toen de remake verscheen werden automatisch mensen kwaad en werd de term 'klassieker' plotseling te pas en te onpas een klassieker genoemd. Dit gebeurt wel vaker met minder goede films die een remake krijgen: plotseling worden ze gezien als belangrijke kunstwerken, simpelweg omdat de afkeer voor het opnieuw maken van films zo groot is. De les: als je ooit wilt dat je matige film een klassieker wordt, maak er dan een remake van. Zie voor recente, succesvolle voorbeelden Clash of the Titans en True Grit.
De versie uit 1981 van Titans is dus niet echt bijzonder, maar gelukkig voor hem is de remake nog slechter (in tegenstelling tot True Grit, waarin de nieuwe versie alles beter doet). En deze film is gewoon geen ramp. In feite val ik nog wel enigszins voor de mythologie, maar ik wou dat het in een spannendere vertelling was gegoten. Griekse mythes bulken doorgaans niet uit van de psychologie (dat is sowieso meer iets voor latere tijden), maar ze hadden wel vaak een gevoel voor groots drama of tragiek, iets wat hier nauwelijks aanwezig is. Zeker niet in het personage Perseus, die de meest flinterdunne motivatie om op pad te gaan krijgt, zeker voordat hij verliefd wordt. Een saai mannetje, Harry Hamlin of geen Harry Hamlin. Het verhaal wordt vooral gevoed door de gevoelens van de Goden, zoals in de meeste Griekse mythes, maar hun scènes blijven wat te kalm en op de achtergrond. Daar had meer in gezeten.
In plaats daarvan krijgen we net iets meer beesten dan nodig. De schorpioenen en Dioskilos zijn gave creaties, maar de gevechten tegen hun zijn saai, overbodig en halen de rek uit het verhaal. Ik was ook niet zo gecharmeerd van de manier waarop Calibos een echte acteur was in close-ups en van veraf een stop-motion creatuur. De overgang tussen beiden was lelijk. Bubo zag er dan wel weer knap uit, maar werd flauw gebruikt. Verreweg het beste is Medusa, die ook absoluut de beste scène krijgt. Ik had ook een zwak voor de gier (Rok?) en de scènes waarin hij de geest van Andromeda kwam ophalen wekten bij mij precies het mysterieuze sprookjesgevoel op waar ik naar zocht. Voor de rest is het een vlotte avonturenfilm die vermakelijk is om te kijken, maar nergens opzien baard. Hopelijk zitten er nog wat leukere films tussen Harryhausens oudere werk. Ik geloof dat ik wel eens wat van Jason and the Argonauts heb gezien dat ik toen best knap vond.
3*
Clash of the Titans (2010)
Natuurlijk is Clash of the Titans geen geweldige film. Het is mooi om te beweren dat je nooit van te voren kan zeggen hoe de kwaliteit van een film wordt en tot op zekere hoogte klopt dit ook wel, maar laten we eerlijk zijn, bijna vanaf de aankondiging van Clash of the Titans kon je zien aankomen dat dit nooit een meesterwerk zou worden. Misschien waren het de minimale verwachtingen, maar ik vond dit nog best vermakelijk. Echt goed is het niet, maar in een tijd waarin blockbusters mij haast meer vervelen dan entertainen is Clash of the Titans wel iets waard.
Wat mij opviel was dat het ontwerp van bepaalde wezens en locaties nog best mooi was. Helaas behandelt regisseur Leterrier ze slechts als special effects in een reeks razendsnel op elkaar volgende scènes. Leterrier interesseert het bijzonder weinig of je verwondert raakt door wat je ziet en hij wil ook niet de tijd nemen zodat je de moeite kunt waarderen die zijn effectsmensen gestoken hebben in hun creaties. Dus het zeker niet onaardige design van Olympus krijgen we alleen te zien in vluchtige glimpsen en monsters kunnen zelden in hun volle glorie getoond worden, omdat ze zich snel moeten mengen in de actie. Er is veel detail, maar geen tijd om er van te genieten. Sommige films worden alleen al klassiekers door de genialiteit van hun effecten, waardoor we tientallen jaren later ons verbazen over hoe ze het gedaan kregen. Een probleem met moderne blockbusters is niet zozeer dat de CGI lelijker is dan oude effecten, maar dat de filmmakers zich er zelf niet over lijken te verwonderen. Magie ontbreekt. En, toegegeven, soms een ernstig gevoel van gewichtsloosheid, aangezien het bij veel CGI-creaties aan massa lijkt te ontbreken. Daar had ik bij Clash of the Titans dan weer verrassend weinig last van. Vooral die schorpioenen waren wat dat betrefd goed gedaan.
Het plot zuigt ook enorm en de Goden mogen weten waarom het Scandinavische monster Kraken hierin zit (kennelijk fout overgenomen uit het origineel), terwijl zeemonster Cetus uit de echte Perseusmythe net zo goed volstaan had. En dan is er nog het geval Sam Worthington, die voor de derde maal op rij het saaiste element van de film is. En toch vond ik het nooit rampzalig. De actie was gewoon erg leuk, met name bij de schorpioenen en Medusa en het heeft een ouderwets pretentieloos gevoel. Gewoon een jongensavontuur en niets meer dan dat. Voeg daar enkele leuke creaties aan toe en je hebt een blockbuster die lekker wegkijkt en nauwelijks verveelt. Toch hoop ik dat er nog eens een écht goede film gehaald wordt uit de Griekse mythologie. Er zit toch meer in.
3*
Clerks. (1994)
Het eerste deel van Clerks verschilt eigenlijk niet eens zo heel veel van het tweede deel. Het verschil zit hem vooral in het goedkope uiterlijk van deze film en in de voornamelijk slecht gespeelde bijrollen. Met name Marilyn Ghigliotti acteerd bijzonder matig. Het goedkope uiterlijk geeft de film wel iets eigenzinnigs en een unieke charme, maar eerlijk gezegd gaat mijn voorkeur toch uit aan het wat geliktere uiterlijk van deel 2. Ik had daar toch minder het gevoel naar een amateurfilmpje te kijken.
Voor de rest zijn beide films ongeveer even leuk en heb ik niet een specifieke voorkeur. Gewoon genieten van de uiterst vermakelijke dialogen en de twee leuke hoofdpersonages. Dat Star Warsgesprek is een van de meest onzinnige dialogen ooit in een film, maar daardoor juist briljant. Heerlijk vermaak.
4*
Clockwise (1986)
Er zijn te weinig films die echt gebouwd zijn rond John Cleese. Daarmee bedoel ik natuurlijk niet de talloze keren dat hij ergens opdook voor een bijrolletje, maar dus echt zijn ding doet voor de volle speelduur. Clockwise is een zeldzame uitzondering. Jammer dat het niet bepaald een A Fish Called Wanda is.
Clockwise is best oké. Het komt traag op gang en te veel scènes doen wat geforceerd aan. Echter, hoe langer het duurt hoe groter de chaos wordt en hoe meer de hilariteit toeneemt. Tegen de finale lach ik dubbel van het lachen, waar de eerste helft of zo slechts zeer sporadisch op een lach kon rekenen. Cleese doet zijn ding, maar zijn personage krijgt nooit dat beetje extra dat zijn beste creaties, zoals Basil Fawtly, krijgen. Het voelt als een tussendoortje, zowel voor de makers als voor mij. Maar goed, ik heb gelachen en dat is het belangrijkste hier.
3*
Clockwork Orange, A (1971)
De Kubrick-herzieningen #8: A Clockwork Orange.
Al sinds ik de film voor de eerste keer zag staat die in mijn top 25 en is het de grootste rivaal geweest van Dr. Strangelove voor de titel van beste film van Stanley Kubrick. Niettemin heb ik hem sinds zijn eerste kijkbeurt in 2005 nooit herzien. Waarom weet ik niet, al zijn hebben zelfs de beste films niet een even grote herzieningswaarde, vooral niet als ze zo extreem zijn als A Clockwork Orange. Dat heeft weinig met de kwaliteit van de film te maken. Echter, in dit geval was het ook niet echt nodig hem te nog eens te kijken. Ik had namelijk altijd het gevoel dat ik me iedere scène kon herinneren.
Ik zat er niet ver naast. Slechts twee niet al te relevante scènes waren me door de tijd heen ontglipt. Samen met 2001 is A Clockwork Orange Kubricks meest unieke film. Er bestaat er maar één die zo is en dat maakt hem zo gedenkwaardig. Daar komt nog eens bij dat Kubrick bijna iedere scène erin weet te laten hakken. Weinig films weten zo consistent de en na de ander briljante scène af te leveren. Het is wellicht ook Kubricks meest foutloze film wat mij betreft. De enige serieuze kritiek die ik kan bedenken is dat ik Patrick Magee wel erg flauw vind spelen. Ik kan er mee leven.
Alex De Large blijft misschien wel de ultieme filmschurk, waarschijnlijk omdat Kubrick zoveel moeite doet om hem aan zijn kant te zetten, ondanks dat zijn personage geen sprankje goedheid vertoond. Erg geestig is de scène waarin Alex de Bijbel zit te lezen en zich inbeeld dat hij degene is die Jezus zweepslagen geeft, terwijl die zijn kruis naar zijn sterfplaats sleept. Het briljante van het verhaal is om vervolgens dit figuur het slachtoffer te maken, waardoor we even veel afkeer als medelijden voelen met Alex. De centrale vraag over wat het betekend om vrije wil te hebben zou niet lang zo veel kracht hebben als we niet een personage hadden dat bewust voor het kwade kiest. Daarnaast krijgt het daardoor die zwartgallige humor waar ik zo voor val. Stel je een film voor waarin een wat meer onschuldige crimineel de Ludovico-behandeling ondergaat, gevolgd door de gebeurtenissen die Alex daarna meemaakt. Het is moeilijk om niet voor te stellen dat het wat sentimenteel en makkelijk wordt. Alex is echter onze priester van het kwaad en maakt zo de centrale kwesties lastiger en vermakelijker.
En het is vermakelijk. Vermakelijk en ongemakkelijk. De humor die Malcolm McDowell in de rol legt en de charisma die hij aan het personage geeft zijn duivels onweerstaanbaar, maar hij is tegelijkertijd vaak onuitstaanbaar en soms angstaanjagend. Tijdens de eerste scène rond Singin' in the Rain vergaat het lachen me wel en de film weet steeds een oncomfortabel gevoel vast te houden. Het blijft me verbazen dat dit nergens een komedie genoemd wordt, maar dat komt waarschijnlijk omdat het zo'n ongemakkelijke gevoelens losmaakt. Daarmee wordt het voor mij juist zwarte komedie in zijn meest pure vorm. Daarbij val ik overigens ook echt voor de manische aanpak. Dat compleet overdrevene in acteerwerk, sets en camerawerk vind ik geweldig. Dat is echt ontzettend moeilijk om te doen zonder irritant te worden en nog lastiger als je tegelijkertijd een serieuze laag onder de film hebt zitten, want die kan dan begraven worden onder de waanzin. Kubrick weet alles echter zo te balanceren dat alles perfect samenkomt. Misschien is het daarom wel zijn meest grote prestatie, hoe knap zijn andere werk ook is.
5* blijven staan en ik maak me een beetje zorgen om de top 10 positie van Dr. Strangelove.
Cloud Atlas (2012)
In 1916, nog voor dat vijf van de zes verhalen van Cloud Atlas zich afspeelde, maakte D. W. Griffith een film genaamd Intolerance: Love's Struggle Through the Ages. Als je de titel kent weet je wat het hele punt van de film is, maar Griffith nam er flink de tijd voor en maakte een lange film dat zich afspeelde over vier verschillende tijden. Indertijd werd het slecht ontvangen en werd het een commerciële flop, maar tegenwoordig noemen de critici het een meesterwerk en wordt er graag benadrukt dat geen regisseur van nu de ambitie heeft om zoiets te maken.
Dat blijkt dus niet te kloppen. De Wachowski's en Tom Tykwer hebben die ambitie wel degelijk en met zijn drieën maakten ze een Intolerance voor deze tijd, alleen zijn ze nog een stuk ambitieuzer dan Griffith. Ditmaal geen vier verhalen in evenveel tijden, maar zes. En het gaat hier niet meer simpelweg om gevallen van intolerantie, maar ook over revolutionaire zielen die zich verzetten tegen allerhande vormen van intolerantie, conventionaliteit en meer algemene vormen van het kwaad. Cloud Atlas wordt nu door zowel critici als publiek wisselvallig ontvangen, maar wellicht wordt dit zo'n film die later een stuk meer gewaardeerd zal worden, al is het maar vanwege de grenzeloze ambitie.
Een ding dat me altijd verbaasd heeft aan de moderne ontvangst van Intolerance is hoe weinig de critici, die er doorgaans toch als de kippen bij zijn om iets pretentieus te noemen, er bij stil staan dat Intolerance een inhoudelijk enorm platte film is, bijna tot op het domme af. Ambitieus ja, maar vooral grenzeloos pretentieus en iets zinnigs over intolerantie heeft de film niet te zeggen. Alleen dat het er alle tijden was. Sla een geschiedenisboek voor kinderen open en je weet het.
Cloud Atlas, onze moderne Intolerance, heeft eigenlijk gewoon hetzelfde probleem. Ik twijfel er niet aan dat de makers dachten dat ze een geweldig diepe film aan het maken worden. De complete toon verraad dat de film enorm onder de indruk van zichzelf is. Sommige mensen noemen de film zelfs moeilijk en beweren dat er veel is om over na te discussiëren, omdat er zoveel lagen inzitten. Nou, nee. Dit is een doodeenvoudige film om te volgen. Het boek heb ik niet gelezen, maar ondanks dat constante gespring door de verschillende tijden heen was het altijd prima duidelijk wat er aan de hand was. Dit komt vooral omdat de verhaaltjes heel simpel zijn, vaak ingekorte, gemakkelijkere versie van verhalen die we al kennen. Over de boodschap valt ook niets na te discussiëren, want de complete waslijsten aan moraaltjes die hier in zitten worden netjes opgesomd door de hoofdpersonages die a la Morpheus uit The Matrix sterk de neiging hebben lange monologen op te steken over ethische kwesties. Helaas is er geen tijd om deze kwesties uit te diepen, waardoor de personages zich moeten beperken tot het uitspreken van zeer expliciete statements die je hoogstwaarschijnlijk elders al eens gehoord hebt. Het enige verschil met Intolerance is dan ook dat het hier niet gaat om een thema, maar over verschillende, al komt het er allemaal op neer dat het kwaad overal is, eruitziet als Hugo Weaving (of Hugh Grant als het wat kleiner kwaad is) en dat alleen afwijkende, revolutionair ingestelde zielen in staat zijn om hier iets tegen te beginnen. "I hope some day you'll join them, and the world will live as one." Waarom type ik dit? Gezien hoe dik het er bovenop ligt kan onmogelijk iemand het gemist hebben. Bevat het boek ook zoveel platte oneliners?
De grootste prestatie van Cloud Atlas is wat mij betreft dan ook dat het Intolerance officieel verslagen heeft als meest pretentieuze film ooit. Dat is niet bepaald makkelijk. Het is bijna bizar om een film te zien met zo'n schaal, zo'n ambitie en zelfs zo'n overduidelijke overtuiging (Tykwer en de Wachowskis geloven duidelijk in wat ze hier uitdragen) en dat het toch zo plat is. Het grootste nadeel vond ik nog wel dat je hier in de basis zes potentieel heel goede films hebt die nu beperkt uitgewerkt worden en veranderen in clichés. Neem bijvoorbeeld Halle Berry's verhaal uit de jaren '70. Die lijkt wel een samenvatting van iedere film die ooit gemaakt is over een journalist (of iets dergelijks) die duistere praktijken in een groot bedrijf ontdekt. Of het verhaal van Ben Wishaw in de jaren '30 (mijn favoriet) die heel erg steunt op complexe emoties, die echter nooit voelbaar worden omdat er gewoonweg geen tijd is voor karakteruitdieping. Het sciencefictiondeel over Doona Bae levert een intrigerend toekomstbeeld dat halfbakken aanvoelt, omdat de Wachowskis nooit de kans krijgen om meer dan een schets te maken van het verhaal. Eerlijk gezegd werd het me nooit duidelijk waarom Sonmi nou juist de uitverkorene werd en de manier waarop ze in die rol gleed werd nooit uitgewerkt. Wellicht daarom dat dit waarschijnlijk mijn minst favoriete deel was, ondanks dat het visueel het interessantste segment was. Hoewel dat deel over Jim Sturgess en zijn vriendschap met die slaaf ook gewoon echt te simplistisch voor woorden is. Ironisch voor een grootschalig project als deze is het ene kleine verhaal, die over Jim Broadbent in het heden, de enige die helemaal tot zijn recht komt (hoewel ik niet weet waarom die gangsters ineens van het verhaal verdwijnen) en volledig uitgewerkt zijn. Het siert de film ook wel dat er een komisch stuk inzit, over een kleinere revolutie. Dat relativeert alles en dat kan Cloud Altas wel gebruiken. Het is niet het beste stuk, maar op zijn eigen manier best een vondst.
Het moge intussen duidelijk zijn dat ik niet razend enthousiast ben over het zooitje dat Cloud Atlas heet (en dat zonder dat ik verder inga op de wisselvallige cast en de bijbehorende make-up die eveneens soms indrukwekkend en soms enorm slecht is). Niettemin kon ik net als bij Intolerance mijn ogen nauwelijks van het scherm houden. Stiekem vond ik het best leuk om naar te kijken, zelfs al werd het zelden echt goed. Het is vermakelijk om de acteurs te spotten in verschillende rollen en ook om te zien hoe er verschillende links gelegd wordt tussen alle verhalen ("Soylent Green is people" is vooral leuk bedacht). En ergens is het onmogelijk om niet meegesleept te worden in de schaal van het project. Feit is dat het een zeer vaardig gemaakte film is, enkele onhandige CGI en wat mislukte make-up daargelaten. Het aantal echt mooie beelden is schaars en als ze er zijn heeft de film geen tijd om er eventjes bij stil te staan (ironisch dat ik bij een film die duizenden jaren verhaal beslaat ik telkens moet zeggen dat hij geen tijd heeft). Cloud Atlas is misschien een mislukking, maar wel een enorm interessante mislukking. Een grootschalige indiefilm (dit is zonder inbreng van de grote Hollywoodstudios gemaakt; het meeste geld kwam uit Duitsland), die kennelijk uit een grenzeloze passie van de drie regisseurs is voortgekomen. Ergens is het best een sympathiek filmpje die het beste voor heeft en die in ieder geval nooit vergeet te vermaken. Onmogelijk om van te houden, maar ook onmogelijk om te haten. Ik bedoel, hoe kun je nou een hekel hebben aan een film die Hugh Grant cast als kannibaal?
3*
Clouds of Sils Maria (2014)
Alternatieve titel: Sils Maria
Het uitgangspunt van de film deed mij een soort knipoog vermoeden naar All About Eve. Een verhaal dus over een oudere actrice die over haar piek heen is en die wordt vervangen door haar jongere assistente. Dit bleek echter niet het geval te zijn, Assayas stuurt het verhaal een andere richting op en beweerd overigens dat de inspiratie kwam van Die Bitteren Tränen der Petra von Kant, die ik nooit gezien heb.
Waar het uiteindelijk allemaal voornamelijk om draait is persoonlijke interpretatie van kunst en dan in het bijzonder verhalende kunst. Hier zie je dat voornamelijk terug door de manier waarop de personages ieder hun eigen kijk hebben op de personages in het theaterstuk (om nog maar te zwijgen van de verschillende visies die er op het stuk op zichzelf zijn). Assayas kan het uiteraard niet laten om dit dan weer terug te koppelen aan de kijker van de film, die tegen het einde zelf gevraagd wordt om een interpretatie te geven aan de verdwijning van Stewart, zowel waarom ze verdwijnt en hoe. Is ze zwanger en zo ja, waarom vertrekt ze dan? Is ze het gewoon zat? Pleegt ze zelfmoord zoals ze denkt dat het personage van het theaterstuk dat doet of vertrekt ze gewoon? Zoals gewoonlijk bij metafilms gaat het om het stellen van vragen en doen de antwoorden er eigenlijk niet toe.
Het gevaar van metafilms is dat ze erg bedacht over kunnen komen, als een spelletje soms. Vaak werkt zoiets het beste met een knipoog, als een soort komedie. Applaus voor Assayas dat het hem lukte dit als een overtuigend drama uit te werken, waarbij het constante gefilosofeer over interpretaties van niet alleen theaterstukken, maar ook van het gedrag van personages onderling, niet geforceerd of nep overkomt, maar natuurlijk. Hoewel, tegen het einde aan, na de verdwijning van Stewart, ligt het er allemaal wat dik bovenop. Zeker als het personage van Moretz Binoche de les leest tijdens de repetities.
Het doet niet te veel afbreuk aan dit ijzersterke drama. Ik hou wel van praatfilms als deze, waarin topacteurs zich uitleven op geweldige dialogen. Zo'n scène waarin ze een repetitie mogen naspelen en de grenzen vervagen van wat dialoog is en wat echt is natuurlijk een droom voor iedere acteur of actrice en Binoche en Stewart halen het beste eruit. Ondanks dat dit echter een echte dialoogfilm is zijn er ook nog wat filmisch sterke scènes, zoals die rond de titelwolken of de mysterieuze nachtrit van Stewart, waarin Assayas superimpositie en een rocksoundtrack op verbluffende wijze gebruikt.
Wel jammer van Moretz, die me nog nooit overtuigd heeft en ook hier weer alle zinnen lijkt voor te lezen. Geen idee waarom zij nou juist altijd als een briljante kindsterretje wordt gezien. Het was trouwens wel grappig om die big budget science-fictionfilm van haar te zien, die Stewart en Binoche bezoeken. Het moet een megablockbuster voorstellen, maar je ziet aan alles dat Assayas nauwelijks budget had om het zelfs maar op een tv-film te laten lijken. Je kunt het hem moeilijk kwalijk nemen en het levert een zeer grappige discussie aan de bar op tussen de twee hoofdfiguren.
Zo, en nu tijd voor meer Assayas. Staat hier op de site niet bijzonder hoog aangeschreven, maar is toch best een gerenommeerde regisseur in andere kringen. Als Clouds of Sils Maria een voorbode is smaakt het naar meer.
4*
Cloverfield (2008)
Ik was nogal lang sceptisch over de film. Bij mij werkte de hype die van te voren gecreëerd werd averechts. J.J. Abrams heeft bij mij een slechte naam, omdat hij eerder al een grote hype creërde met Lost, een serie die ik na 3 afleveringen voor gezien hield. De hype wekte bij mij het vermoeden dat het weer om een hoop interessantdoenerij zou gaan die niet waargemaakt zou worden.
Het valt allemaal echter reuze mee. Het is zelfs een uitstekend uitgewerkte film. Rampenfilms zijn niets nieuws en deze deed me nog het meest denken aan Spielbergs lichtelijk ondergewaardeerde War of the Worlds. Die film, ondanks zijn onhebbelijke sentimentaliteit, was duidelijk gemaakt door een meester van de avonturenfilm en had van die kleine entertainende thrillermomentjes die ik hier miste. Vanwege spoilers voor War of the Worlds kan ik helaas geen voorbeelden noemen. Cloverfield zet daar echter wel het gevoel er tegenover dat je er middenin zit. Dat lukte Spielberg ook wel, maar deze film heeft natuurlijk voordeel met zijn handheld.
Nou is het gebruik van de handheld niet eens zo gigantisch realistisch. Zo blijft de batterij te lang in leven, hebben de personages wel érg veel geluk/ pech dat ze altijd op de juiste/ verkeerde plek zijn waar iets interessants gebeurt en zijn veel shots duidelijk bedacht. Dat kan me echter niets schelen, want het werkt en de illusie wordt wonder boven wonder nooit verbroken. De acteurs zijn ook geloofwaardig genoeg.
Het tempo ligt verder hoog en zodra de hel los barst gebeurt er altijd wel wat om je bij de les te houden. Het gevolg is een onderhoudend spannende filmervaring die ik eigenlijk in de bioscoop had moeten zien. Dit is een van de zeldzame blockbusterfilms die precies biedt wat het beloofd te bieden en niet te ver doordramt.
Ik heb er eigenlijk bijzonder weinig op aan te merken. Het monster en zijn parasieten vind ik qua ontwerp niet zo geslaagd en de CGI is daarbij net iets te duidelijk te zien, maar door de geringe schermtijd stoort dit nauwelijks. Ik had ook graag een wat minder neurotische cameraman gehad. Zijn commentaar was vooral vervelend.
Hangt ergens tussen de 3,5* en 4* in. 3,5* is voorlopig genoeg. Even afwachten wat de tijd ermee doet.
Cock and Bull Story, A (2005)
Alternatieve titel: Tristram Shandy: A Cock and Bull Story
When I walked out of the theater earlier tonight, I knew that I really liked this film. But now that I’ve had several hours to digest it, I think I sort of loved this film.
Dit is ook wel mijn ervaring. Het was erg leuk om de film te bekijken, maar had tegelijkertijd het gevoel dat hij niet zou beklijven. Maar een dag later merk ik dat ik er met een glimlach aan terugdenk en de film blijft wel echt hangen.
Ik wist overigens niet van te voren wat te verwachten. Ik had wel van het boek Tristram Shandy gehoord, maar wist niet waar het over ging. Ik ging er vanuit dat het een echte verfilming zou zijn en dat het dus een komische kostuumfilm zou worden, a la Tom Jones van Tony Richardson, waar ik niet bepaald een fan van was. A Cock and Bull Story is echter iets totaal anders, al ving ik al snel op dat het constant afwijken van de hoofdmoot van de film, namelijk het verhaal van Tristram Shandy, geheel in geest was van het boek. In feite geeft deze film je net genoeg informatie over het boek om deze grap te kunnen begrijpen. Veel anders zul je niet leren over de roman. Het concept doet wat denken aan Adaptation. Zo veel inzicht in het creatieve proces als die film geeft deze niet, maar het is een originele insteek.
Wel is het bijna jammer dat we niet een echte film krijgen over Tristram Shandy, want de pak 'm beet 20 minuten die hier wel verfilmd werden vond ik erg grappig. Geen idee hoe de rest van het boek is en of ze het enige verfilmbare deel eruit gehaald hebben, maar ik vond daar al de steeds verspringende structuur erg goed werken. Het steeds starten van overbodige zijlijntjes om op de meest chaotische manier een korte gebeurtenis te vertellen vond ik hilarisch.
Gelukkig is het gedoe op en buiten de set ook erg vermakelijk. Coogan en Brydon zijn twee komieken die mij erg liggen, niet op de laatste plaats omdat hun humor erg bij die van mij ligt. Het is ook erg Brits allemaal, op een manier die mij meestal wel pakt. Er zit ook een prettige balans tussen komedie en wat onverwachte, kleine, serieuze momenten in. Het voelt aan alsof je echt naar die mensen zit te kijken, ondanks surrealistische scènes, zoals een mini-Coogan in een baarmoeder of beschamend materiaal dat nooit een werkelijke making-of zou halen (Coogans ontrouw).
Michael Winterbottom vind ik zo'n fascinerende regisseur die ik moeilijk te plaatsen vind. Ik weet niet of er echt een eenheid in zijn complete werk zit, maar hij heeft in ieder geval nu al twee films gemaakt waarin Steve Coogan niet alleen de hoofdrolspeler is, maar ook zo'n beetje het hoofdonderwerp. Waarschijnlijk één van de vreemdste obsessies van een regisseur ooit. Niettemin, als ze zo leuk zijn als A Cock and Bull en The Trip mogen Winterbottom en Coogan (en Brydon) wel meer van zo'n films maken.
4*
Cocoanuts, The (1929)
De eerste film van de Marx Brothers behoort niet tot hun meest geprezen werken en dat blijkt niet helemaal terecht te zijn. Het geheel wordt soms wat verpest door saaie scènes met serieuze bijrollen (die in latere films wijselijk geschrapt werden, tot ze in hun MGM-periode ineens terug moesten komen) en vreselijke musicalnummers. Dat lied van die agent die zijn shirt kwijt is was nog wel grappig, maar onverklaarbaar zijn twee dansnummer waarin ineens een grote groep vrouwen verschijnen en een willekeurig dansje uitvoeren. Er wordt geen poging gedaan om deze stukken in de film te schrijven en voor deze gelegenheden verdwijnen de Marx Brothers en de bijrollen van het scherm en verschijnen deze dames die verder niet in de film zitten ten tonele. Vreemd. Was dit om mee te liften met het musicalsucces dat na de komst van de geluidsfilm ontstond of was dit een gewoonte bij de vaudeville-optredens waar de Marxjes mee begonnen zijn? Hoe dan ook, ik vond het vreselijk. Daarnaast wordt The Cocoanuts er wel eens van beschuldigt slecht geregisseerd te zijn. Mee eens, maar welke Marx-Brothers film is dat niet?
Waar het bij mij toch om gaat op de eerste plaats in deze films is of The Marx Brothers grappig zijn en het antwoord op die vraag is een volmondig "ja". Duck Soup heeft creatievere routines en de finale van A Night of the Opera zal denk ik wel het meesterwerk van de broertjes voor mij blijven, maar geen van hun films is denk ik zo consistent grappig. Ik heb wel eens beweerd dat hun humor van nature hit-and-miss is, dat dit bij hun manier van grappen maken hoort. Bij The Cocoanuts bleek dit nauwelijks het geval te zijn. Bijna iedere grap hier was ook geslaagd, waardoor ik de musical- en serieuze momenten makkelijk kan vergeven (en in de toekomst door zal spoelen hoogstwaarschijnlijk), zeker omdat de Marxen er zelf niet in zitten. Er hadden van mij wel wat meer grote slapstickroutines in mogen zitten zoals die waarin de broers elkaar steeds mislopen in die twee kamers, maar dat is nauwelijks een kritiek. Iedere broer krijgt hier evenveel aandacht (behalve Zeppo, maar wie geeft iets om hem?) en ook de onvervangbare Margaret Dumont was hier al aanwezig. Hoogtepunt? De veiling, misschien wel Chico's beste moment.
4*
Code Inconnu: Récit Incomplet de Divers Voyages (2000)
Alternatieve titel: Code Inconnu
Tja, nu moet ik iets bekennen waar ik me best voor schaam. Om er maar meteen voor uit te komen: ik begreep er bijna helemaal niets van. Over het algemeen heb ik het gevoel films meestal wel goed te begrijpen. Zelfs bij ingewikkeldere films als Persona of Mulholland Dr. kan ik nog wel thema's uit de film halen of de grote lijn doorhebben. Maar Code Inconnu? Het zei me helemaal niets. Ja, ik herkende ook miscommunicatie, racisme en dergelijke, maar die kwamen zo sporadisch voor dat ik niet dacht dat dit de kern van de film was. Ik verbaas me hier over de vele berichten die bijna lijken te verkondigen alsof de film zo klaar als een klontje is. Ik kwam na flink gepuzzel nog niet echt tots iets zinnigs of, eerlijk gezegd, bijster interessants.
Ik moet wel toegeven dat de film een aantal ijzersterke scènes heeft. Bijvoorbeeld die scène als Binoche tegen die rode achtergrond gefilmd wordt en ze overtuigd wordt dat ze gaat sterven. Dan begin ik toch echt te twijfelen wat nu waar en niet waar is. De eerste twee scènes waren ook sterk, evenals die scène in de metro waarin Binoche lastig gevallen wordt door een onruststoker. Het zorgt er in ieder geval voor dat de film interessant genoeg blijft om uit te zitten. En die Binoche is echt een van de sterkste actrices van Europa op het moment!
De film zal ik moeten herzien (hij is gelinkt aan een opdracht die ik voor mijn universiteit moet doen) en ik hoop dat ik er dan meer mee kan. Waarschijnlijk wel. Maar voor nu blijf ik op 2,5* steken.
Coeur En Hiver, Un (1992)
Alternatieve titel: A Heart in Winter
Ik ben wat minder enthousiast dan de meeste hier. Het is geen slechte film, maar ik zie er ook niets bijzonders in. De acteurs spelen goed en de dialogen en de karakters zijn interessant genoeg om de volledige speelduur te blijven boeien, maar ik voelde er verder niets bij. Het bleef allemaal op afstand. Jammer, want ik had op meer verwacht.
3*
Cold Mountain (2003)
Cold Mountain is een epische romance, met helaas een centraal koppel met weinig chemie. Ik hoef niet uit te leggen dat dit tamelijk dodelijk is voor de filmbeleving. Jude Law en Nicole Kidman kun je dit niet kwalijk nemen (al heb ik beiden veel beter zien acteren), ze krijgen erg slappe personages en de romantische scènes zijn de slechtste van de film, vooral aan het begin als de liefde opbloeit. Probeer maar eens een scène waarin de vonken overvliegen omdat hij een witte duif vangt in een kerk overtuigend te brengen.
Hoe dan ook, dit is een merkwaardig geval waarin alles boeiender is zolang het koppel uit elkaar is. Erg veel drang dat ze weer in elkaars armen moesten vangen voelde ik dan ook niet. Veel liever kijk ik naar bijrolacteurs die met gemak de show stelen. Het gebrek aan karakter in de hoofdfiguren is gevoed in de personages van met name Renée Zellweger, Philip Seymour Hoffman, Eileen Atkins en Brendan Gleeson. Ja, deze film over het Amerikaanse zuiden heeft een hoop rollen voor Britten, Ieren en Australiërs.
Verder is wat we te zien krijgen nogal typisch voor Amerikaanse, epische romances. De geliefden uitten hun gevoelens in enorm zwaarmoedige dialogen; er is veel aandacht voor majestueuze landschappen; op de achtergrond vinden allemaal belangrijke historische gebeurtenissen plaats; de muziek is groots en nadrukkelijk aanwezig. Afijn, je kent het wel. Het was echter kwalitatief nogal wisselend uitgevoerd. Sommige momenten waren erg vermakelijk of spannend, terwijl het vervolgens weer saai of te voorspelbaar was. Hoogtepunt vond ik hier toch wel de cinematografie. Het was typisch voor het genre misschien, maar vooral de kleuren van de omgevingen waren toch wel enorm mooi hier. Zet daar echter tegenover dat bijvoorbeeld Charlie Hunnam acteert alsof hij in een b-actiefilm zit en rare toevoegingen zoals een put waarin de toekomst gezien kan worden en je merkt ook dat Minghella nooit echt de juiste toon vindt.
Het is gewoon een beetje rommelig. Geen echte mislukking misschien, maar het overtuigd niet. Misschien wilde Minghella zijn succes met The English Patient herhalen?
3,5*
Combattants, Les (2014)
Alternatieve titel: Fighters
Les Combattants is een Franse film die opvallend veel prijzen won, maar het is moeilijk te zien waarom precies. Op een bepaalde manier had ik een meer onconventionele film verwacht. Ook iets meer serieus wel.
Echter, dat neemt niet weg dat als een romantische komedie dit wel goed uitgevoerd is. Het is grappig en heeft wel een eigen stijltje en sfeertje. Boven alles hebben de twee hoofdacteurs chemie en spelen ze beiden voortreffelijk.
Niettemin is het stiekem jammer dat het eigenzinnige begin niet leidt tot veel meer. Vooral zodra het tweetal gescheiden wordt van de mede-militairen wordt het toch wel een tikkeltje cliché en de ontknoping is niets bijzonders. Het is gewoon een charmante, goed gemaakte romantische komedie met net genoeg eigen smoel om iets boven het maaiveld uit te steken.
3,5*
Comfort of Strangers, The (1990)
Alternatieve titel: Cortesie per gli Ospiti
Aardige film, die het vooral moet hebben van de laatste paar scènes. Wat daar voor zit is nauwelijks de moeite waard en ik had zelfs moeite om mijn aandacht er de volle film bij te houden. Het probleem is dat de film sowieso al geen sympathieke karakters heeft en het lijkt erop dat zelfs Paul Schrader zich niet in hen interesseerde. Daarom richtte hij zich maar op een mooie, maar ook bijzonder nadrukkelijk aanwezige camerabewegingen. Het levert een film op die geen interesse lijkt te hebben in zichzelf en daardoor krijgen wij het als kijker ook niet. Het komt ook allemaal erg formeel over, wat bedacht. Zelfs de acteurs spelen op automatische piloot; alleen Richardson geeft haar rol nog enige warmte. Walken lijkt totaal niet te acteren en raffelt zijn teksten af, maar zijn verschijning op zichzelf is gelukkig genoeg om een bepaalde dreiging in de film te behouden.
Schraders interesse in het verhaal zal dan wel in het einde liggen, dat dus alleraardigst is, hoewel het de potentiële impact mist, waarschijnlijk omdat het voorgaande niet al te boeiend is. Verder is Venetië een mooie locatie voor een film als deze en Schrader buit de omgeving gelukkig wel uit met zijn camera. Jammer dat hij het verhaal van minder leven heeft voorzien.
2,5*
Company You Keep, The (2012)
Wist van te voren er bijna niets vanaf, behalve dat Robert Redford regisseerde en er een rol in speelde, samen met Susan Sarandon. Leuk om af en toe met niet of nauwelijks voorkennis een film in te gaan. Hier levert het niet helaas niet echt iets speciaals op, maar aangezien ik vooraf niet wist dat dit zo'n enorme sterrencast had ik misschien nog wel het meeste plezier in acteurs spotten. Je ziet wel eens films met veel grote namen, maar het aantal dat hier gebruikt is kom je eigenlijk alleen tegen in mozaïekfilms als Short Cuts of Magnolia en niet in dit soort dramatische thrillers. Voor de meeste is nog best een degelijk rolletje gevonden ook, al hebben Anna Kendrick en Chris Cooper vooral personages waarvoor gewoonlijk onbekende acteurs ingeschakeld worden. Redford leek echter te denken dat als hij zoveel namen kan verzamelen (van vele generaties ook nog) dat hij dat ook gewoon moest doen.
Het mag intussen geen verrassing zijn dat dit vooral een acteursfilm is. Er zit nog wel een achtervolging hier en daar in, maar die zijn zo kort en ongeïnspireerd dat het duidelijk is dat Redford meer een drama dan een thriller wilde maken. Helaas is het drama mij iets teveel vakwerk. Personages en motivaties worden op zich wel goed uitgewerkt, maar het voelt allemaal iets te netjes aan, misschien iets te geschreven. Een verhaal als deze heeft baat bij karakters die doorleefd aanvoelen en de regie had misschien een harder randje verdient. The Weathermen zijn een boeiend onderwerp en er zitten interessante ethische kwesties in het verhaal verwerkt, maar invoelbaar wordt het nooit, door de rechtlijnigheid van Redfords regie en het net iets te makkelijke scenario. Daarnaast komt de film zeer dicht in de buurt bij het oproepen van een nostalgisch gevoel voor de tijd dat Amerikaanse mensen nog terroristische aanslagen pleegden voor hun idealen. Juist in een tijd waarin terroristische aanslagen nog een actueel onderwerp zijn een vreemde benadering.
2,5*
Compliance (2012)
Het meest interessante aan Compliance zijn de reacties die de film uitlokte. Kennelijk is het een enorm getrouwe verfilming van een ware gebeurtenis, die weinig afwijkt van de beveiligingsbeelden die ervan gemaakt zijn. Niettemin lijkt een groot deel van de berichten op het internet, op MovieMeter of elders, de film ongeloofwaardig te vinden. Nog één groter deel maakt van de gelegenheid gebruik om zichzelf superieur op te stellen ten opzichte van de mensen die hier afgebeeld worden en te benadrukken dat zij zelf nooit zo voor de gek gehouden zouden worden. Eerlijk is eerlijk, het is ook een verhaal dat zo bizar is dat je het niet wilt geloven, maar de film slaagt er eigenlijk erg goed in om het geloofwaardig te brengen, al kun je als kijker waarschijnlijk niet anders dan verontwaardigt kijken.
Compliance wekt het best als een gedachte-experiment: "Wat zou ik doen in deze situatie?" Ik wist hier vooraf al dat het ging om een neptelefoontje, dus als kijker had ik hier een voordeel. Iedereen zou waarschijnlijk snel achterdochtig worden, maar tot hoever zou je meegaan? Persoonlijk vond ik het idee dat een politieagent zo'n aanklacht doet via de telefoon in plaats van door langs te komen al te vreemd voor woorden. Mijn eerste idee was om een andere telefoon te gebruiken om te bellen naar de lokale politie en dit verhaal te checken. Maar je kunt alleen maar speculeren wat je zou doen.
Best interessant om eens gezien te hebben. De film is ook gewoon goed geacteerd en vakbekwaam gemaakt. Niet een grootse film en misschien iets te veel afhankelijk van het sensationele onderwerp, maar niets mis mee.
3*
Computer Chess (2013)
Het was wel even schrikken de eerste tien minuten. Deze film ziet er technisch gezien zo gelimiteerd uit (en dan niet alleen de computers) dat ik even dacht dat ik naar veredelt YouTube-filmpje zat te kijken dat ook nog eens slecht geupload is. Bujalski heeft nogal wat goed te maken bij mij vanwege Mutual Appreciation en even had ik het gevoel dat hij hier een film gemaakt had die zich ervoor schaamde een film te zijn. De openingsscènes zijn wat dialoog betreft ook nog eens verschrikkelijk suf, wat ook niet helpt.
Gelukkig wordt het snel al wat leuker. Het is vooral een geinig tijdsbeeld met een tamelijk uniek onderwerp. Erg knap dat alle personages nerds zijn, maar tegelijkertijd wel totaal verschillende nerds. Zoals wel vaker bij dit soort utragoedkope films is de cast niet altijd even goed, maar wel een flinke stap voorwaarts ten opzichte van Mutual Appreciation en Myles Paige als Papageorge is zelfs enorm genietbaar.
Persoonlijk vond ik de wat meer voorstelbare situaties het beste werken. Een klein ogende film als deze komt het beste tot zijn recht als hij qua ideeën klein blijft op de een of andere manier. Thema's rond wedergeboorte en een poging tot surrealisme vallen te veel uit de toon, even als de matig uitgewerkte conspiracy theory. Daarnaast, hoewel de technische beperkingen hier alles behalve een mooie film opleveren (is dit überhaupt nog wel aan te zien op het grote doek; mijn tv leek al te groot) is het ook weer niet een sterk idee om af en toe even een willekeurig filmtrucje erin te gooien. Zo'n zwart-wit-inversie bijvoorbeeld. Leuk als je er een plaats voor weet te vinden, maar nu lijkt het net alsof de regisseur voor het eerst erachter komt dat de camera ook meer kan dan iets registreren. Het is het soort basis-geëxperimenteer die veel filmmakers al zat zijn vóór ze naar de filmschool gaan.
Toch overheerst het positieve gevoel. Als komedie en als portret van een bepaalde subcultuur is het best geslaagd en de film heeft een geheel eigen charme. Het is alleen gewoon niet het meesterwerk dat critici er nog al eens van gemaakt hebben.
3*
Con Air (1997)
Steve Buscemi 
Ik heb niet gigantisch veel goeds over deze film te zeggen. Het kijkt lekker weg, mede dankzij de cast die het naar zijn zin lijkt te hebben. Alleen Cage leek niet helemaal in zijn element hier en speelde op de automatische piloot. De schurken gaan echter helemaal los en het zijn er lekker veel waardoor het continue vermakelijk blijft. Opvallend genoeg waren de meeste actiescènes nog het zwakste punt in de film. Vaak erg rommelig gefilmd. Ook duurt het allemaal wat te lang en wordt het nergens echt bijzonder. Op een element na dan:
Steve Buscemi 
3*
Concrete Blondes (2013)
Aangezien ik vaak al het een en ander van een film weet voor het kijken is het soms leuk ergens blind in te gaan. Deze kwam ik op Film1 tegen en ben er gewoon zonder voorkennis ingestapt. Wellicht doordat er geen verwachtingen aan zaten viel het me mee.
Het is een typisch pulpverhaaltje met misdaadelemten die we sinds Tarantino vaak gezien hebben. Dat betekend een wat komische benadering van een criminele situatie met meerdere partijen en een hoop verraad over en weer. Met kleurrijke dialogen om de boel op te leuken. Concrete Blondes is zeker niet de beste film van dit soort, maar onderscheidt zich door zich te focussen op vrouwen en dan vooral van het type "dom blondje". Toch vrij uniek in dit genre voor zover ik weet, al is de keuze om te twee lesbiennes van het trio vooral het type lesbienne van mannelijke fantasieën te maken, minder origineel. Het levert toch duidelijk andere dialogen en een ander soort humor op en de cast heeft genoeg charme en persoonlijkheid om het er goed vanaf te brengen. Dat de rest van de film dan veel leentjebuur speelt bij soortgenoten stoort niet al te veel. Kalikow houdt het tempo er ook in en houdt de speelduur kort, wat hier wel toepasselijk is. Het harde einde is trouwens ook wel een plus.
Niet dat ik Concrete Blondes te veel wil prijzen, want het is bijna een niemendal. Echter heeft het genoeg eigen identiteit om een aangename verrassing te zijn.
Condamné à Mort S'est Échappé ou Le Vent Souffle Où Il Veut, Un (1956)
Alternatieve titel: A Man Escaped
Ik dacht dat ik laat de avond na het minimalistische Somewhere nog wel een minimalistische film aan kon. Dat bleek niet helemaal waar te zijn, want ik kreeg toch wat last van moeheid bij A Man Escaped. Ik reken het de film niet aan, want die is prima. Hij is alleen niet echt verrassend. Natuurlijk verklapt de titel het einde en dat is het probleem dan ook niet, maar ik had soms wat moeite met de zakelijkheid van de film. Het is echt één situatie die de film stuurt bijna zonder zijlijnen. Ik ben ook niet de eerste die het hier zegt, maar persoonlijk hadden de muziek en de voice-over wat minder nadrukkelijk gemogen op somigge momenten.
Niettemin is er erg veel te genieten. De obsessie voor details zou mij in een wakkerdere stemming waarschijnlijk meer hebben kunnen bekoren. De ontsnapping zelf is best origineel op een onspectaculaire wijze en de suspense wordt constant goed opgeschroeft, al vond ik het wel vreemd dat de bewakers nooit iets merkte terwijl er toch genoeg zou moeten ontbreken bij de hoofdpersoon in de cel, omdat hij allerhande voorwerpen in ontsnappingsmiddelen veranderde. Het laatste half uur is met name heel sterk, met [spoiler[de lang uitgerekte suspensescènes, waaronder de aanloop op de moord op de bewaker. Wat ik ook erg goed vond werken is dat het laatste moment plotseling heel snel verloopt. Na al het lange wachten volgt er ineens een klein sprintje en een sprong en hup, daar staan ze ineens buiten. Het voelde als een ware verademing aan.
3,5*
Conformista, Il (1970)
Alternatieve titel: The Conformist
Verreweg het beste aan Il Conformista is de cinematografie. Dat zegt best wat, omdat de meeste andere eigenschappen van de film ook prima geslaagd zijn. Bertolucci, die ik tot nu toe alleen kende van het ietwat suffige The Last Emperor en het niet bijzonder geslaagde The Dreamers, leek zich kennelijk ten doel gesteld te hebben dat ieder shot een kunstwerk op zich moet zijn. Daar slaagt hij best goed in. Leuk om nu te lezen dat de dvd er in Nederland aankomt. Je zou de film constant op de achtergrond willen laten afspelen als een kunstwerk. Hoogtepunten zijn blaadjes die over een stoep waaien op een bijzonder fraaie manier, de scheve shots op straat en het kleurgebruik overal, maar met name in de trein.
Het verhaal vond ik moeilijker in te komen. Niet zozeer omdat het zo ingewikkeld was. Integendeel, ik vond het soms eerder net iets te duidelijk. De motivaties van de hoofdpersoon worden meteen uitgelegd en Bertolucci bedient zich van een bijna Freudiaanse methode om de verhulde homoseksualiteit van de hoofdpersoon een rol te laten spelen. Ik dacht dat we dat wel gehad hadden rond 1970. De reden waarom ik echter niet meteen in de film zat was meer doordat het wat aan spanning ontbrak en omdat ik misschien afgeleid was door de beelden. Net als Goongumpa wist ik ook niet welke kant het altijd opwilde, dus herziening zal waarschijnlijk beter werken.
Storen deed dit nauwelijks. De hoofdpersoon is erg boeiend en sterk gespeelt door Trintignant. Een outsider die juist doordat hij probeert zich te conformeren alleen maar meer een outsider lijkt. Daarnaast is het laatste half uur gewoonweg groots, met die moord en de finale na de val van het fascisme, met een eindshot (over de schouder kijken) die een toepasselijk ongemakkelijk gevoel achterlaat. Het is een simpel shot, visueel minder opzichtig dan alles wat ervoor kwam. En tegelijkertijd verbeeld het perfect het gevoel dat de hoofdpersoon zich nooit zal kunnen conformeren. Ook nog veel lof trouwens voor de erg goede rol van Stefania Sandrelli.
4*
Contagion (2011)
Contagion is eigenlijk een typische Soderbergh-film: koel, enigszins afstandelijk, maar ook vrij stijlvol en met zichtbare controle een script verfilmen. Die laatste opmerking, dat Soderbergh een script zou verfilmen, klinkt wat overbodig, maar Soderbergh lijkt me, zeker in de laatste jaren, iemand die zich vrij strak aan het script houdt. Hij heeft zich ontwikkeld tot een vakman, wat misschien een deel van de reden is dat hij er genoeg van heeft gekregen. Soderbergh weet iets te goed hoe hij zoiets als Contagion effectief kan maken. Niettemin is het toch jammer, want zelfs zijn mindere films kijken doorgaans vlot weg. Aan de andere kant, een echte uitschieter heb ik in zijn oeuvre nog niet gezien, maar ik heb nog steeds aardig wat te gaan.
Contagion is eigenlijk een beetje een typische virusfilm op papier. Het verloop is redelijk voorspelbaar, maar wel erg goed uitgewerkt en als een echte Hitchcock wordt er ingespeeld op een gevoel van smetvrees op continentale schaal. Al zou Hitchcock het met meer filmplezier doen wellicht. Niettemin, Soderberghs koele stijl past wel goed bij dit verhaal, dat het toch vooral van een zekere geloofwaardigheid moet hebben. Die geloofwaardigheid zorgt dan voor de spanning, waarmee het wel goed zit hier.
Wel leuk dat er zoveel bekende acteurs meespelen in mini-rollen, al had ik verwacht dat dit zo zijn om er zoveel mogelijk te laten sterven in cameo's. Dat viel mee; alleen Paltrow en Winslet leggen van de herkenbare acteurs het loodje. Erg nodig waren die grote namen dan wellicht ook niet, al is het wel leuk om Fishburne weer eens in een wat grotere rol te zien. Hij heeft volgens mij de meeste schermtijd van allemaal.
3,5*
Contracorriente (2009)
Alternatieve titel: Undertow
Blindelings gekeken, zonder te weten waarover het zou gaan. Aangenaam verrast. Misschien is het verhaal rond verboden liefde iets te standaard uitgewerkt om nog echt indruk te kunnen maken, maar verder is er weinig mis zijn. Het gegeven dat Santiago in een geest verandert voegt echter wel veel toe. Zo'n scène waarin ze eindelijk samen over straat kunnen lopen nu Santiago voor iedereen onzichtbaar is is ontroerend. Van mij hadden er meer van dat soort dingen in mogen zitten. De film blinkt vooral uit in integerheid. Zelfs de homofobie wordt niet overdreven, terwijl het toch voelbaar is. De acteurs zijn ook heel naturel en Cordona en Marcona vormen een geloofwaardig koppel. Alleen dat het hele dorp komt opdraven voor die begrafenis is wat overdreven, maar gelukkig lopen ze niet ook allemaal mee naar de kust.
3,5*
Control (2007)
Ironisch genoeg lijkt Anton Corbijn met Control soms de controle verloren te hebben over het verhaal. De film heeft zijn sterke kanten, maar komt niet helemaal uit de verf. Wat mij betreft komt dit vooral door het rare tempoverschil van de twee helften en de keuzes die er gemaakt zijn wat betreft wel en niet wordt laten zien.
De eerste helft gaat gewoon te snel en raffelt momentjes af. In rap tempo ontmoet Curtis en meisje, trouwt met haar, praat met wat vrienden over een band, hebben en contract en worden een fenomeen. Corbijn lijkt bijna niet te weten hoe snel hij dit moet vertellen, wat zich later wreekt. De tweede helft is namelijk een stuk slomer en focust zich op de aanloop naar Curtis' zelfmoord. Ik weet niet hoe groot de tijdspanne van de tweede helft precies is, maar het leek alsof alles zich daar snel achter elkaar afspeelde.
Echter, de focus ligt hier stevig op de relatieperikelen van Curtis, terwijl de eerste helft juist de relatie met de vrouw nog minder aandacht geeft dan al het andere. Ze gaan een keer op een date, zijn nog wat onwennig met elkaar en hup, ze zijn getrouwd. We zien Deborah en Ian nooit gelukkig met elkaar of dat ze elkaar überhaupt echt mogen. Het is een beetje vervelend om te kijken naar nogal duistere nasleep van zo'n huwelijk als je nooit het gevoel had dat het centrale koppel iets om elkaar gaf. Het stoort me hier nog eens extra omdat Love Will Tear Us Apart één van de meest hartverscheurende nummers over uitgedoofde liefde is en het is moeilijk voor te stellen dat Curtis dit schreef als hij nooit diep om Debby gaf.
Op een zelfde manier vond ik het wat storend hoe Joy Division als band wordt afgebeeld. Nou snap ik dat dit vooral een film is over Curtis en niet over de rest van de band, maar hier worden ze meer afgebeeld als een stel mannen dat toevallig ook met Curtis optrok, terwijl dit toch echt dezelfde personen zijn die nog een aanzienlijke tweede carrière hadden als New Order. Waar het op neer komt is dat er nooit echt iets opgebouwd wordt in Control, ondanks dat de trage, tweede helft toch op al die dingen probeert te steunen. Ik vond het moeilijk om hier echt iets om te geven. Er valt wat voor te zeggen dat Curtis nu wat een enigma blijft en dat zijn depressie bijna bij definitie vaag moet blijven, maar echt boeiend wordt het daardoor niet meteen.
Dat ik Control verder toch nog best de moeite waard vond komt door het sfeer- en tijdsbeeld dat hier geschetst wordt. Nou heeft Corbijn natuurlijk het voordeel dat hij met zijn foto's veel van de look van deze periode in de muziek bepaald heeft, dus je kon verwachten dat dit goed uit zou pakken. Fijn gebruik van een mistroostig zwart-wit en een meer dan aardig inkijkje in de muziekscène in Brittannië eind jaren '70, begin jaren '80. Daarnaast waren de concertscènes ook wel echt gaaf en eigenlijk de enige momenten dat Curtis ook wat boven zichzelf uitsteeg. Riley haalt de diepte van Curtis' stem niet, maar verder is dit wel erg goed uitgevoerd zo.
Misschien had een iets langere lengte goed kunnen werken. Ik vermoed dat er nog een betere film in dit leven zit, maar voor nu volstaat het enigszins.
3*
Conversation, The (1974)
Nu eindelijk eens herzien met fatsoenlijk geluid. Toch ironisch, een film als deze kijken op een televisie waar het geluid steeds wegvalt.
Maar dat is nu verholpen en het is waarschijnlijk geen toeval dat de film er een stuk beter op wordt. Je hoort erg vaak dezelfde geluidsfragmenten, wat uiteindelijk een gekmakend effect heeft op de hoofdpersoon, maar ook op de kijker, wat essentieel is voor de film. De sfeer is sowieso het beste aan de film. Ik mag die grauwe, ongepolijste stijl die zo typerend was voor veel films in de jaren '70 wel. Het roept al bijna automatisch het gevoel op dat de dingen niet zo zijn als ze horen te zijn, terwijl het ook realistisch oogt. Het briljante openingsshot, dat langzaam inzoomt op een koppel dat uiteindelijk gevolgd wordt, zet meteen de toon.
Dit is een film over paranoïa, ja, en over een man die daar langzaam aan doordraait. Al is het ook belangrijk dat de film net zo veel om schuld draait. Hoe dan ook, de manier waarop Coppola langzaam Caul zijn grip laat verliezen op de werkelijkheid is erg knap. Persoonlijk heb ik het gevoel dat veel van de dingen die op het einde gebeuren waanbeelden zijn, inclusief de bloedende wc en het zendertje in Cauls appartement, maar de film laat het open of dit ook zo is.
Het enige wat voor mij uiteindelijk mist is de echte spanning. Dat wordt pas aan het einde bereikt, al weet ik niet zo goed waarom ik dat daarvoor niet bijzonder voel. Aan Hackman ligt het niet, want die is geweldig. Wellicht ligt het eraan dat ik al wist welke kant het allemaal in ging. Niettemin, zeer fijne film van Coppola, uit zijn gouden periode.
4*
Cool Hand Luke (1967)
Vreemd dat hier gesproken wordt over een remake van Cool Hand luke. Denk je werkelijk dat er momenteel in Hollywood een studio bestaat die een remake zou willen maken van een film die op zo'n wijze anti-autoritair is en waarbij de hoofdpersoon zoveel klappen (zowel fysiek als psychologisch) op moet vangen? Binnen het huidige studiosysteem is dat niet echt meer in trek zou ik denken.
Ik stond dan ook te kijken van de hardheid van de film. Veel mensen praten over de luchtigheid en het klinkt allemaal als een cool wegkijkfilmpje, maar in feite krijgen maar weinig personages in films het zo zwaar te voorduren als Luke Jackson hier. Hij is ook moeilijk te omschrijven als een simpele (anti-)held. Hij is minder een man, in tegenstelling tot Nicholson in One Flew Over the Cuckoo's Nest, die het systeem ten val wil brengen, ook ten bate van andere, maar meer iemand die gewoon geen plaats vind in het Amerika van toen en vooral om zijn eigen gelijk te bewijzen telkens rebelleert. In tegenstelling tot Nicholson is hij echter een stuk minder machtig en veel breekbaarder. Het enige dat Luke heeft is doorzettingsvermogen. Nooit stoppen. Nooit! Maar hij verliest altijd. Wat dat betrefd is de bokswedstrijd aan het begin al een samenvatting van de film. Luke kan Dragline nooit verslaan, maar staat op totdat Dragline opgeeft. Het echte systeem blijkt echter minder makkelijk om te buigen.
Zelfs in bekende luchtige scènes als die met de eieren zit een donkere ondertoon. Luke zou zich liever dood eten dan zich laten breken door de eieren. Toch zijn dit soort scènes (ook nog de autowasscène en de asfaltering van de straat), waar de film toch vooral om bekend is, broodnodig voor de film om het geheel entertainend en niet loodzwaar te maken. Dat wordt het dan ook nooit.
Wat mij opvalt is dat iedereen altijd maar klaagt bij Shawshank dat de gevangenen allemaal veel te sympathiek zijn en niemand zoiets zegt bij deze film. Hier ontbreekt zelfs dat ene vijandige personage dat wel in Shawshank zat. Het zijn allemaal eigenlijk lieve jongens. Ik kan me daar niet zo aan storen aangezien het niet gaat over het echte gevangenisleven. De film bevat ook wat verwijzingen naar Christus al ben ik er nog niet helemaal uit of die wel zo geslaagd zijn.
George Kennedy won de Oscar, maar de film steunt toch vooral op Paul Newman die natuurlijk heel cool is, maar daarnaast zijn personage perfect een extra donkere laag weet mee te geven die veel andere acteurs wellicht zouden weglaten. Dit is misschien wel Newmans beste rol. Ook viel me Strother Martin weer op. Dat is echt zo'n acteur die je geregeld in vrij kleine bijrollen ziet, maar daarin toch altijd goed is. Hij heeft de bekendste quote uit de film. Verder zien we hier nog jonge versies van Dennis Hopper en Harry Dean Stanton rondlopen.
Al met al een geslaagde film dus. Een soort minder euforische versie van One Flew Over the Cuckoo's Nest.
4*
Cooler, The (2003)
Een alleraardigste film. Totaal anders dan Wayne Kramers tweede, die bijna bewust het tegenovergestelde lijkt te willen doen dan The Cooler. Waar Running Scared draaide om ideeën en een vlugge visuele stijl, gaat het hier allemaal karakters en heeft het een loom tempo.De meeste regisseurs zouden de twee films waarschijnlijk in omgekeerde volgorde maken: eerst het flashy filmpje, dan het serieuzere werk.
Anyway, The Cooler had beter gekund. Het acteerwerk is top. Van Macy had ik dat verwacht natuurlijk, maar Bello en Baldwin zag ik nog nooit beter. Het is wat dat betrefd jammer dat hun carriéres in de filmwereld nooit echt zo goed geworden zijn als ze hier beloven. Verder is het een leuk plot, zijn de karakters goed uitgewerkt en werkt het op emotioneel en zelfs intellectueel vlak zeker wel, maar het gevoel blijft dat er meer uitgehaald had kunnen worden. Net dat beetje extra om er echt iets bijzonders van te maken. Nu blijft het een bezienswaardige film, die echter waarschijnlijk niet lang zal blijven hangen. Jammer.
3*
Copie Conforme (2010)
Alternatieve titel: Certified Copy
De eerste film die ik van Kiarostami zie (zijn films zijn nog al slecht beschikbaar in Nederland, lijkt het) en een aangename kennismaking. Het is het type film dat vragen oproept waarop het bewust geen antwoord geeft. Dus of het een verhaal is over twee onbekenden die doen alsof ze een lang getrouwd koppel zijn of andersom wordt in het midden gelaten en je kunt het als beiden interpreteren. In zekere zin zou je zelfs kunnen stellen dat ze aan het begin onbekend zijn en aan het einde lang getrouwd. Waarom ook niet? Niettemin ben ik geneigd om te denken dat het allemaal een spel is, al is het maar omdat dit beter aansluit bij het idee dat kopieën soms net zo'n indruk kunnen maken als het echte, iets wat hier geopperd wordt. Het stel doet alsof ze getrouwd zijn, maar doordat ze zich er in gaan inleven worden de emoties echt. Zoiets gebeurt bij film kijken soms ook: je weet dat het nep is, maar als je je laat meevoeren raak je nog ontroerd. En zo maakt hij bij kunst ook vaak niet uit of het origineel is of niet, als de kopie ook een exacte kopie is. Het effect zal immers waarschijnlijk hetzelfde blijven. Best een aansprekende thematiek zo en mooi uitgewerkt.
Ik kan me aan de andere kant ook wel voorstellen dat voor sommige mensen dit wat al te droog is. Zelf vond ik de personages en de dialogen, evenals de thema's die ze aansneden bijzonder boeiend, wat het voor mij gemakkelijk bekijkbaar maakte, maar ik kan me even goed voorstellen dat het sommigen geen barst kan schelen. Het enige wat ik misschien op Copie Conforme tegen heb is dat het me wat te steriel is, iets wat ik ook vaak bij Haneke heb. Alsof je naar een film zit te kijken met een intellectueel concept en het concept gaat overheersen over dingen als sfeer, toon, emotie, karakter of gewoon de algehele filmische mogelijkheden. Een idee op een onpersoonlijke en onemotionele manier uitwerken, zodat het ook echt een idee blijft. Dat spreekt me niet altijd aan, maar Copie Conforme is goed genoeg om dat niet al te storend te maken. En Kiarostami heeft ook geluk met de twee hoofdrolspelers die er wat meer bezieling aan weten te geven. Vooral Binoche kan veel redden.
3,5*
Coraline (2009)
Alternatieve titel: Coraline en de Geheime Deur
Briljant!
Ik heb The Nightmare Before Christmas altijd wel een goede film gevonden, maar ik had tevens altijd het gevoel dat er iets aan ontbrak, al wist ik niet wat. Dankzij Coraline besef ik het me. Ondanks alle donkere en griezelig bedoelde elementen is The Nightmare Before Christmas tijdens de gehele speelduur compleet onschuldig. Nergens wordt het echt sinister en de film lijkt te proberen kindertjes een beetje bang te maken, maar dat element heeft volgens mij nooit echt gewend.
Neem dan Coraline. Dit moet haast wel de meest sinistere kinderfilm zijn die er ooit gemaakt is. Een volwassene zal er niet bang van worden, maar de film heeft veel gruwelijks in zich dat kinders onder de 10 er vast niet onberoerd door zullen blijven. Wat niet wil zeggen dat ze de film niet zullen waarderen, al kun je de allerjongsten misschien beter thuislaten. De film identificeert zich met de angsten van veel kinderen, zoals het onbegrepen en verwaarloosd voelen door ouders, niet geaccepteerd worden en het belanden in een wildvreemde omgeving. Dit is echter slechts het beginpunt van Coraline. Dit zijn de elementen van de 'echte wereld'.
Dan komt de alternatieve wereld, waarin Coraline vind wat ieder kind wil. Lieve ouders, veel leuke ongein, kadootjes en verrassingen, veel aandacht en natuurlijk kanonnen die suikerspinnen afschieten. Selick weet er echter op meesterlijke wijze voor te zorgen dat deze gelukkige momenten tegelijkertijd iets sinisters hebben. Het ziet er prachtig en vrolijk uit, maar je voelt gewoon dat eronder iets compleet verrots zit. En dat zit er dan ook en dit resulteert in een aantal duistere scènes die de grenzen opzoeken van wat je in een kinderfilm allemaal wel en niet kan stoppen. Maar bijna alle angsten lijken enigzins contextgebonden aan de belevingswereld van een kind. De wezens en nachtmerrie-achtige situaties zijn vreemd, fantasierijk, surrealistisch en wat al niet, maar nooit echt willekeurig. Ze dragen bij aan het gevoel dat er iets engs is in elementen die gewoonlijk vertrouwd horen te zijn, zoals ouders, je huis en je speelgoed. Doordat de film hier niet vanaf wijkt blijft het spannend.
Coraline is wat mij betrefd een meesterwerk in sfeer, art-direction en pure creativiteit. De film zit barstensvol met geweldige ideeën. Alles ademt een sprookjesgevoel uit. Het is knap dat de scènes in de echte wereld niet saaier zijn dan die in de alternatieve wereld. Selick zorgt gewoon voor evenveel maffe dingen in beide werelden, waardoor het de gehele speelduur genieten blijft. De scènes rond de finale hebben een sinisterder gevoel dat de gemiddelde slasher (waarmee ik niet zozeer bedoel dat ze enger zijn). De stopmotiontechniek wordt vlekkeloos gebruikt. De karakters komen geweldig tot leven (goede voice-acting ook). Misschien komt het omdat ik het compleet ongeïnspireerde Monsters Vs. Aliens in dezelfde week zag, maar Coraline voelt levendiger aan dan de meeste animatiefilms die ik kan bedenken.
Boven alles heeft de film Coraline echter een hart. Het brengt een sprookjesgevoel terug dat intussen al weer heel lang absent is in westerse animatiefilms. Hier is een film die daadwerkelijk om zijn verhaal lijkt te geven en het gewoon zo sprankelend mogelijk lijkt uit te werken. Ik hou van Pixar, maar het is toch verfrissend om een westerse animatiefilm te zien die én goed is én niet als een Pixarfilm aanvoelt. Deze film heeft een eigen identiteit.
Daar komt nog eens bij dat dit waarschijnlijk de beste kind-in-alternatieve-wereld-film is die ik ken. Onder deze films reken ik uitstekende werkjes als Spirited Away en The Wizard of Oz, alsook het ietwat overgewaardeerde Pan's Labyrinth en natuurlijk de Alice in Wonderlandverfilmingen (of the Chronicles of Narnia erbij hoort weet ik niet zeker, die voelt wat anders aan). Een voordeel dat Coraline heeft op al deze film is dat de hoofdpersoon geen brave toeschouwer is, maar een meid met karakter, die ook wat meer over haar eigen lot lijkt te kunnen bepalen. Waar de anderen meer gestuurd worden door de gebeurtenissen van de fantasiewereld draagt Coraline bij aan haar eigen lot en maken haar keuzes soms het verschil. Dat maakt haar interessanter om te volgen en geeft de film ook meer gevoel, zonder daarvoor een verplicht sentimentele scène in te hoeven lassen. Daarbij is het gewoon makkelijker om te geven om een hoofdpersoon die iets eigens heeft, in plaats van de onbeschreven bladeren uit de bovengenoemde films.
Daarom werkt het einde ook wel. Vooral achteraf, na de film wat te laten zakken, vroeg ik me af of de film wel het juiste einde had. Natuurlijk moest het goed aflopen, maar ik vroeg me af of het niet nog beter had moeten aflopen. Ondanks dat haar moeder handschoenen voor Coraline koopt zit het er dik in dat als ze weer een nieuwe werkopdracht heeft Coraline weer genegeert gaat worden. En dan begint de narigheid weer. De echte wereld is vooral te verkiezen boven de alternatieve wereld omdat de alternatieve wereld dodelijk is, maar de echte wereld blijft onaangetast op het einde. Dit stoorde uiteindelijk niet, omdat het enerzijds wat realistischer is dan een nog gelukkiger einde te forceren (dat had wellicht wel sentiment opgeleverd), maar ook omdat Coraline wel degelijk gegroeid is in de film, alleen ligt het er niet zo dik bovenop als gewoonlijk. De makers laten Coraline wel haar 'attitude' behouden die haar een boeiend personage maken, maar zorgen ervoor dat ze ook wat begripvoller is tegenover anderen. Dit zorgde er waarschijnlijk voor dat het einde niet onbevredigend aanvoelde toen de aftiteling begon.
Anyway, deze film draait sowieso niet om het einde. Het gaat om de reis ernaar toe en die is zo mooi als je had kunnen hopen. En dan te bedenken dat ik niets bijzonders van de film verwachtte. Meer van dit soort animatiefilms graag! En laat Monster vs. Aliens-dingen maar thuis!
4,5*
Vreselijke poster overigens. Vat de sfeer van de film nauwelijks. Kunnen we deze niet gebruiken:
http://www.scifi.com/scifiwire/gallery_photos/Coraline_NewOneSheet_gal.jpg
