• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.914 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.965 gebruikers
  • 9.370.139 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten remorz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Saam Gaang Yi (2004)

Alternatieve titel: Three... Extremes

Eindelijk op DVD gekocht en inmiddels gekeken. Voor Box was het herziening, voor de rest ontmaagding.
Ik weet niet zo goed waarom, maar een tweede keer Box deed een beetje afbreuk aan de ervaring. Minder verassend uiteraard, maar ook net iets te uitgebreid. De scene waarin Kyoko in de sneeuw ligt te kronkelen terwijl de puppet master een pop (die trouwens wel eng veel op de jonge Kyoko lijkt) mishandelt bijvoorbeeld; korter had gekund, had voor mij zelfs weg gemogen. Misschien raar om van een 40-min. film te zeggen dat hij te lang is, maar dat idee had ik bij herziening wel. Halfje eraf 4,5*
Dumplings had vooral een leuk uitgangspunt, en werd redelijk uitgewerkt. Een short story zoals ik ze graag zie; creatief, bondig en krachtig. 'Extreme' is een gulle term, maar ik had wel enkele wenkbrauwfrons-momentjes tijdens deze film. Nergens meer dan puur amusement, maar amusement zoals ik het graag zie. 3,5*
Cut dan. Visueel ziet het er allemaal erg mooi uit, maar dat is dan meteen het grootste pluspunt van de film. Met geen greintje sympathie of respect (of angst of watdanook behalve ergernis) voor de bad guy, liep het sadistische spelletje voor mij snel spaak. Erg jammer, want hier had een heerlijke short in gezeten. De absurde humor strookt ook helemaal niet met het plaatje van de creepy en echt extreme short die ik voor ogen had. Misplaatste onderbroekenlol in een (uiterlijk mooi afgewerkt) bloederig jasje. 2,5*
Kom ik totaal op een 3,5* gemiddeld, wat wel ongeveer met de totaalervaring strookt, maar de aankoop van de DVD niet echt rechtvaardigt.

Safety Not Guaranteed (2012)

Plaza ken ik voornamelijk uit interviews en snippets van talkshows waarin ze bij mij al snel wist te scoren met haar strak geplooide gezicht en dead pan delivery. In deze film komt die eigenaardigheid ook wel enigszins naar voren maar gaandeweg lijkt de film toch wat meer oprecht sentiment te willen verwezenlijken (denk aan een film als Garden State). Niet alleen vind ik dat niet direct bij haar als actrice passen, de film zelf komt er ook niet zo goed mee uit de verf.

Nu had ik aan de hand van de premisse waarschijnlijk een hele andere film verwacht: het scenario dat om het krantenknipsel heen is bedacht, legt de focus meer op alledaagse thema’s van vervlogen kansen, onbenut potentieel en de angst om te leven, dan dat het de directe sci-fi implicaties van het tijdreizen exploreert. Prima, het is altijd leuk als een film een andere afslag durft te nemen maar naast de centrale ambiguïteit (is de man van de advertentie gek of geniaal), worden bovenstaande thema’s wat oppervlakkig uitgewerkt. En erger: het mist een beetje de charme, timing, humor en scherpte om van deze insteek een overtuigende indie-film te maken.

Grootste obstakel is voor mij de casting van Duplass, die het charisma en komisch talent mist om effectief te balanceren tussen ontwapenende dromer en labiele, enigszins gestoorde wetenschapper. Met een prestatie die erg one-note overkomt nestelt hij in het veilige midden, terwijl je als kijker maar al te graag door zo’n personage meegenomen wordt, ook al weet je niet of je hem kunt vertrouwen. De chemie tussen Duplass en Plaza komt daarmee ook nooit echt overtuigend over, met enkele houterig-romantische momentjes als gevolg. Vaak weet je als kijker niet of wat je ziet een oprecht momentje moet voorstellen, omdat de film zelf ook een beetje blijft hangen tussen sarcasme en sentiment.

De bijrollen zijn op momenten wel goed voor een lach, maar de verhaallijn wordt er ook door versplinterd. En wanneer op het voorspelbare einde - als kijker hoef je geen enkel moment te twijfelen of de tijdreis daadwerkelijk plaats gaat vinden - de hereniging van het stel wordt toegejuicht voelt dat wat onoprecht, alsof dat al die tijd al de bezielde missie van het gezelschap was.

Nee, echt slecht is het niet maar de film mikt op een charmant en tegelijk eigenaardig eindresultaat zonder echt te kunnen scoren op de vlakken die ertoe doen. Een paar leuke losse momenten in een rommelig en dissonant geheel, waar een veel leukere film in verstopt zit. 2,5*

Saint Maud (2019)

De perfecte definitie van slowburn horror.

En nee, dan heb ik het niet zozeer over de eindscene - die perféct was - maar Saint Maud weet je geduldig mee te nemen in een vertelling waar gradueel een tweedeling in interpretatie doorheen groeit en de film weet die spagaat met toenemende spanning steeds verder op scherp te zetten.

Er zijn denk ik verschillende momenten aan te wijzen waarop je kunt beginnen te vermoeden dat onze protagonist wellicht niet de meest betrouwbare verteller is: de momenten dat Maud “met Hem in contact staat”, de confrontatie die ze aangaat met de prostituée, of wanneer er bij een plotse ontmoeting met een oud-collega wat stukjes op hun plek vallen.

Ik krijg al snel de kriebels van mensen die zo kopje onder gaan in religie, zo blindelings scripturen navolgt, dat de verdenking voor mij vrij spoedig overheerste (die vrouw is gék), maar Glass regisseert dit nagenoeg perfect, waardoor er tot het einde altijd net dat beetje twijfel overblijft.

Een film vol broeierige spanning en ongemak maar zeker in het laatste kwartier een bevrijdende climax. Ik kon dit zeer goed smaken. 4*

Sakuran (2006)

Alternatieve titel: さくらん

Een manga-adaptatie gesitueerd in het Edo-tijdperk van Japan (1603-1868). Ondanks de historische setting, geeft Ninagawa (zelf fotograaf en visueel kunstenaar) haar eigen schwung aan het verhaal van Kiyoha. Het bordeel waar zij als kind geplaatst werd is gedompeld in een felkleurig, veelal primair kleurpalet, de kostuums en make-up zijn indrukwekkend extravagant te noemen en hoewel de film veelal binnenkamers geschoten is, weet Ninagawa dankzij inventieve shots en indrukwekkende art design de kleine ruimtes toch een ruimtelijk gevoel mee te geven. Visueel erg indrukwekkend en ook de anachronistische muziekkeuze weet de klassieke setting overtuigend in een eigentijds jasje te steken.

Verhaaltechnisch blijft de film wat steken in een alledaags verhaal waarin Kiyoha zich weet op te werken tot oiran, binnen de hiërarchie van courtisanes het hoogst haalbare. Oiran worden bewonderd vanwege hun schoonheid, intelligentie en verleidkunsten en ook waren zij doorgaans bedreven in verschillende artistieke vaardigheden. Hoewel het bordeel opereert binnen strikte kaders van etiquetten en gebruiken, probeert Kiyoha ook in haar nieuw verworven positie van aanzien trouw te blijven aan haar eigen verlangens naar liefde en vrijheid en probeert ze het vuur van haar haar rebelse geest te behouden. Het is de vraag of ze daarin kan slagen binnen de parameters van haar bestaan in het bordeel (het motief van goudvissen in een vissenkom komt meermaals voorbij) en onderweg wordt het haar bemoeilijkt door onder andere een teleurstelling in de liefde, een onverwachte zwangerschap en een huwelijksaanzoek uit prestigieuze hoek.

Tsuchiya is een ongewone schoonheid en vervult de rol van de eigenzinnige Kiyoha to a tee. Haar innerlijke belevingswereld blijft echter wat op afstand (enkele quasi-existentiële mijmeringen daargelaten) en de urgentie van haar verhaal had wat beter aangescherpt kunnen worden, waardoor het wel boeiend is om te volgen maar nooit echt meeslepend wordt. Dat gebrek aan inleving of spanning wordt lange tijd opgevuld door alle visuele pracht en mooie plaatjes, al raak je er als kijker allengs ook wat door verzadigd.

Veelal een audiovisuele masterclass dus die wel degelijk indruk maakt, al had je als kijker gewenst dat er inhoudelijk ook wat grootser uitgepakt had kunnen worden. 3,5*

Samehada Otoko to Momojiri Onna (1998)

Alternatieve titel: Shark Skin Man and Peach Hip Girl

Erg fijn filmpje dit.

Ik ben dol op films met een heel scala aan weirde personages en als er iets in deze film zit, zijn het wel weirde personages. Tijdens de geweldige openingssequentie komen ze allemaal langs en weet je ongeveer wat je moet verwachten.

Yamada spant wat weirdness betreft verreweg de kroon en hij zorgt dan ook voor de leukste momenten in de film. De toiletscene is al meerdere malen genoemd, maar ook het moment dat hij zich voorstelt hoe hij met zijn nachtkijker op iedereen omver blaast, voorzien van dat enorm foute lachje. Geweldig

Genoeg leuke scenes, veelal met kurkdroge humor en onzinnige dialogen. Toch jammer dat de film wat aan de trage kant is. Had, mede door die flitsende openingscredits, wat meer tempo verwacht. Al met al zou een 3,5* op zijn plaats zijn, maar geef hier gevoelsmatig liever een 4* voor.

@danuz: Ik had hetzelfde probleem met die ondertiteling, erg vervelend.

Saw (2004)

jay73 schreef:
(quote)


Grappig. Ik vind juist dat het omgekeerde veel sterker gebeurt: dat de mensen die deze film helemaal te gek vinden, zich tegen alle redelijke en ter zake doende argumenten teweer gaan stellen door te verzuchten dat critici niet moeten zeuren. Omdat zij zo genoten hebben!

Ik stel voor dat we over 10 jaar eens verder praten en dan deze film nog eens langs de meetlat leggen, dan zul je zien dat een film als Se7en nog fier overeind staat en dat Saw is weggezakt in het Moeras der Gemiddelde Films. En dat komt juist door de fouten. En het miserabele acteerwerk natuurlijk.


Grappig dat ik dan, ruim 10 jaar na dato en recente herkijk op deze post moet stuiten.

En al helemaal grappig dat ook ik de vergelijking met een Se7en heb gemaakt, compleet volgens de punten zoals jay73 al aangaf. Miserabel acteerwerk met name, maar ook een film waarvan de verfrissende werking in de vorm van rauwe, viezige look, flitsende montages tijdens de martelvertellingen en de twist aan het einde na tien jaar wat slijtage vertoont maar ook nogal opzichtig moet verhullen dat de film voor de rest nogal wat mankementen vertoont.

Vooral bij een film als dit - die niet alleen een hele franchise heeft weten uit te rollen maar toch ook een zeker subgenre tot leven heeft gewekt en daarmee een zekere pioniersfunctie heeft vervuld - borrelt bij mij de vraag op of het eerlijk is deze naast de maatstaf van het heden te leggen en het van zijn filmhistorische context te ontdoen. Daar staat dan inderdaad weer tegenover dat een film als Se7en nog altijd fier overeind staat. Voor mij het verschil tussen de-juiste-film-op-het-juiste-moment en een tijdloze klassieker.

Een halfje eraf voor de stoflaag en slijtage maar niettemin een genietbaar filmpje die je jammer genoeg nooit meer voor het eerst kunt zien.

Saw III (2006)

Alternatieve titel: Saw 3

Wederom erg leuk.

Het sadistische karakter van de spelletjes imponeert dan misschien niet meer, de invulling blijft redelijk creatief.

De spelletjes gaan nog een stukje verder, de hoeveelheid gore neemt toe. Deze toename lijkt de herhaling van de serie te willen verhullen, en slaagt daar eigenlijk ook wel in.

Daarbij probeert deze ook qua verhaal wat steviger te staan door verschillende verhalen te verweven. Geen slechte keus, al is het soms wat gekunsteld. Het grootste pluspunt aan Saw vind ik nog altijd de sfeer. Duistere en smerige beelden en ruimtes, met passende geluidseffecten. Perfect voor dit soort films.

Ook leuk dat ieder deel genoeg verschilt van zijn voorganger om niet al te veel in herhaling te vallen. Deel II en III mogen plottechnisch dan veel op het origineel leunen, ieder deel heeft een nét wat afwijkende insteek. Genoeg om te vermaken, en meer wil de serie gelukkig ook niet doen. 3,5*

Scarface (1983)

Na 16 jaar MM weet ik: het zijn de meesterwerken en fiasco's die je uit de schrijfstilte trekken.

Er zijn fasen dat ik iedere film van een recensie voorzie. Tot ik door het leven word afgeleid en MM weer even links laat liggen. Dan (her)zie je een film die je uit je stoel doet opveren van enthousiasme. Of eentje die je zodanig tegen de haren instrijkt, dat je er toch effe iets over kwijt moet.

In het begin vormt de herziening van Scarface nog een charmante herintroductie in Pacino's jongere jaren, maar het duurt niet lang voor zijn pompeuze acteerwerk (wederom) begint te irriteren. Dat ligt meer aan de zijn personage dan aan zijn werk als acteur, maar het gebrek aan nuance in zijn optreden zit de inleving op een gegeven moment wel behoorlijk in de weg. En wat dat betreft wordt hij door de overige aspecten, het verhaal voorop, ook niet echt geholpen.

De opbouw is kinderlijk van opzet, met een zwaar gebrek aan gewichtige scenes die de epische lengte kunnen rechtvaardigen, om over de zijdelings ingefietste "love"-story nog maar te zwijgen. Een zijplotje met zuslief en beste vriend is zowaar nog erger. Transparant vormgegeven, zonder chemie vertaald en zoals de rest van de film met een fikse make-up van dramatische muziek (lelijk!) en hier en daar wat ostentatieve slow-motion behandeld om de illusie van grandeur te wekken maar wat niet kan verhullen dat personages en verhaal zo plat als een dubbeltje zijn.

Rise and fall stap voor stap. Irritant om te zien hoe een blaaskaak als Montana zonder enig talent of vernuft maar puur met de domme, botte bijl hogerop weet te geraken. Je sympathiseert geen seconde met hem, terwijl het rise-and-fall format toch echt pas gedijt als je een minimum van bewondering voor de hoofdpersoon kunt opbrengen, in ieder geval gedurende het rise-gedeelte. Hij heeft lef en een grote bek, that's it. Scarface is een ode aan de driftkikker en blaaskaak, en gezien de haast unanieme bewondering zullen er generaties onontplooide jongens rondlopen die zich (gretig of heimelijk) laven aan Montana's in coke en geweld gedoopte machismo, anders kan ik zijn populariteit niet verklaren.

Grootsprakige film, zonder verrassingen en zonder ruimte voor sympathie. In plaats daarvan krijg je bijna drie uur lang alfa-gedrag op z'n testosteronst voorgeschoteld. Wellicht voor zijn tijd een pionier in het genre, maar irritant genoeg om eventuele punten voor vernieuwing links te laten liggen. Het is dat deze reeds gefossiliseerd is in de filmcanon, maar een objectieve blik kan moeilijk ontkennen dat Scarface de tijd slecht overleefd heeft. Volle ster eraf.

Scott Pilgrim vs. the World (2010)

Ongelooflijk ondergewaardeerde film.

Werkelijk. Ik geloof het niet.

De film is:

hoog-tempo;

zelfbewust;

aanstekelijk retro-nostalgisch;

uitmuntend stijlvast;

visueel overdonderend en inventief;

re-te-strak ge-edit;

onophoudelijk grappig;

briljant rijk en gedetailleerd vormgegeven qua sounddesign;

origineel en eigenzinnig tot op het bot.

Zoals hierboven door IH88 ook al gezegd: oneindig veel herkijkwaarde en daardoor is deze met iedere kijkbeurt - want iedere keer onverminderd goed - uitgegroeid tot een van mijn absolute favorieten, dat ik een top-10 plek aan het overwegen ben.

Scream (2022)

Alternatieve titel: Scream 5

Inmiddels zijn we berust in het feit dat de reeks wilt uitbouwen tot iets van een franchise en heeft het regisseursduo achter Ready Or Not blijkbaar inspiratie gevonden om Scream 11 jaar na dato weer leven in te blazen met een nieuw deel. Het zelfbewuste meta-niveau kan met enkele nieuwe regels uitgebouwd en aangevuld en aan een nieuwe generatie geserveerd worden. Lees: requels en legacyquels, aldus het nichtje van originele filmgeek Randy.

Het probleem op dit punt is dat Scream geen antagonist heeft met bovennatuurlijke krachten of een mysterieuze vorm van onsterfelijkheid, waardoor er telkens nieuwe daders gezocht moeten worden, met nieuwe motieven maar ook nieuwe protagonisten kunnen niet zomaar geïntroduceerd worden. Dit steekt de film niet onder stoelen of banken; het is letterlijk wat Amber tijdens de reveal in de mond gelegd wordt. Nu we zijn aanbeland bij protagonist Sam, de dochter van de oorspronkelijke moordenaar Billy Loomis en dat het eerste slachtoffer de zoon van de zus van oorspronkelijke moordenaar Stu Macher is, kunnen we wel stellen dat de reeks wat moeite heeft om daar creatief in te blijven - of in ieder geval de familiebanden tot het uiterste probeert te rekken om een brug van oud naar nieuw te slaan.

In alles is dit dus een transitiefilm en kunnen we na deel 6 waarschijnlijk nog een deel of twee verwachten, totdat de bron rondom Sam en Tara opgedroogd is. Mocht de franchise tegen die tijd nog lucratief blijken, zal het wel weer een brug slaan naar een nieuwe generatie. Inherent aan de formule is dat Scream de ontwikkelingen in filmland een beetje op de voet kan blijven volgen, om daar vervolgens een quirky, zelfbewuste saus overheen te gieten en het snel uit te serveren - voordat de geformuleerde regels uitgekauwd aandoen.

Zoals deel 4 liet zien vallen technologische ontwikkelingen daar ook onder, dus vraag je gerust af wat bijvoorbeeld AI, VR en de kruisbestuiving met gaming voor invloed gaan hebben op de creativiteit en output van (horror)filmmakers, Scream zal er niet omheen kunnen naar te knipogen vóór de reeks in de dubbele cijfers loopt. 2,5*

Scream 2 (1997)

Best oké.

Scream is de reeks met horrorbewustzijn, de franchise die dat metavernuft verkiest boven échte genre-fun of spanning. Tenminste, zoveel blijkt uit dit vervolg. De regels van het genre worden toegespitst op sequels en vertalen zich wederom in veel speculatie over motieven, alibi's en kandidaat-moordenaars, ludieke moord-scènes en andere momenten die eerst het cliché benoemen, om het vervolgens uit te voeren (waardoor het dus niet cliché is maar "oeh, wat meta").

Gevolg is wel dat er weer een blik nieuwe personages opengetrokken moet worden, én er wederom een (e-nigs-zins logische) moordenaar wordt aangewezen. Als kijker investeer je echter minder in die nieuwe personages, en het whodunnit-laagje boeit daardoor ook net iets minder. De kills zijn echter nooit de charme van de reeks geworden (saai steekwerk, weinig grafisch) en dus is het ook wel logisch dat het meta-laagje wordt aangegrepen als het onderscheidend vermogen van de serie. Samen met het toch wel iconische masker, uiteraard.

Het voelt hier al een stukje minder fris dan in het eerste deel en ik vind de paranoia in dit deel iets te opzichtig aangezwengeld, maar het blijft toch redelijk vermakelijk. De scene in de geluidsstudio vond ik de eerste keer best bijzonder, voor de rest beklijft er weinig écht en de onthulling vond ik al helemaal een sof. Een discutabel motief aan de ene kant (Mickey) en daartegenover een vergezochte/irritant uitgevoerde tweede killer (Mrs. Loomis); weinig bevredigend. Dan nog een obligaat grapje over de wederopstanding van de moordenaar en wederom een pistoolschot dat een dikke punt zet onder het meta-bewuste uitroepteken.

De voorspelbaarheid begint al door de scheurtjes van het verfrissende imago te sijpelen, maar dit tweede deel zet wel consequent de identiteit van de reeks door en vermaakt onderweg prima. Nieuw slachtvee, maar vertrouwde kern, want we moeten toch met iemand invoelen. Allemaal wat minder spannend daardoor en minder boeiend dan in het eerste deel, maar ook vanaf een minder betrokken afstandje is dit nooit écht een vervelende zit. 2,5*

Scream 3 (2000)

Het meta-niveau begint een beetje zelfgenoegzaam te voelen: de omgeving van filmsets lijkt misschien een logisch decor voor deel drie van de-slasher-met-zelfbewustzijn, maar voelt al snel eerder uitgekauwd dan verfrissend. Scream had toch ook full-on voor slasher kunnen gaan, maar kiest ervoor vast te houden aan het film-over-filmvernuft.

Het levert ons een hele filmcrew op aan (weer) nieuwe personages, de een nog oninteressanter dan de ander. Obligaat slachtvee (want de kern blijft toch wel intact, de 'regels' van een trilogie ten spijt), dat vooral dient om de gebruikelijke verdenkingen te kunnen plaatsen en onderweg wat inwisselbare lui af te kunnen voeren. Weinig inspirerend uitgevoerde kills wederom en ook Ghostface blijft een tikkeltje te klunzig (wat volgens mij voor realistisch, of menselijk door moet gaan), om écht dreigend te worden.

Wetende dat deel 4 al is gemaakt, voelt al het gebazel over trilogieën wat unfair en flauw. Ook de rol van Randy is (filmklasje incluis) een buitensporige keuze om het meta-niveau van de serie levend te houden. De verhaallijn van Maureen (en daarmee het motief van de nieuwe moordenaar) blijkt dan echter zo vergezocht nog niet en dat weet de tweede helft eigenlijk nog best leuk te maken. Ook de reveal was een stuk beter dan in het tweede deel.

Voor mij best wel af hiermee, deze reeks. Conceptueel rond met een trilogie en, hoewel inleverend op spanning en gore, vanuit meta-niveau best een unieke kop binnen het genre. Ten tijde van dit schrijven heb ik deel 4 alweer gezien, en die doet wat afbreuk aan de compactheid van de eerste drie, maar dat daargelaten: fijne trilogie. Iets te luchtig voor echte horror, maar naar eigen maatstaf best vermakelijk. 2,5*

Scream 4 (2011)

Alternatieve titel: Scre4m

Flauwe toevoeging.

De beweegredenen klinken plausibel: ander tijdperk, nieuwe kanalen. Het probleem is al snel dat die niet genre-intern zijn, maar eerder een excuus om het oude recept in een nieuw jasje te kunnen gieten, en onderweg mee te kunnen liften op het found-footagesubgenre, of althans een nagolfje ervan. Afgezien daarvan heeft een deel 4, ook volgens in eerdere delen zo geinig verwoorde genre-regels, eigenlijk maar weinig bestaansrecht. Ja als een reboot, maar dat is het dan weer niet.

We zien de oude cast nog eens opdraven, die via een linkje naar een nieuwe groep mensen, weer eens aan het puzzelen mag. Die samenstelling zet de tendens van onverschilligheid, dat de reeks met die constante verwelkoming van nieuwe personages al begon te vertonen, stoïcijns door. Samen met nog altijd saaie kills, onhandige moordenaar en al die andere mankementen van eerdere delen, terwijl het zelf weinig nieuws toevoegt.

Saai, nog minder boeiend en door weinig eigen inbreng ook een irritant overbodige toevoeging aan de reeks. Die was namelijk best oké, en had goed zonder dit deel gekund. 2*

Scrooged (1988)

Bill Murray, ik mag 'm wel.

Helaas blijft er voor de rest weinig over. Flauwe, heel erg flauwe humor. Grapjes waar je om moet lachen omdat ze slecht zijn, in plaats van gewoon te moeten lachen. Met name de drie geesten wekken de nodige irritatie op. Enige die hen nog weet te toppen is die Elliott. Net niet vervelender dan Zed uit Police Academy maar duidelijk een one-trick pony.

Lelijk. De film is lelijk. Die droge, saaiige decor-look die een fotogenieke stad als New York (toch?) onderdompelt in een viezige grauwheid; beetje jammerlijk en bovendien funest voor kerstfilms als dit.

Ten slotte is moraal niet iets waar ik gewoonlijk op zit te wachten maar als de rest wegvalt is het voor deze film de laatste pijler om op te steunen. En om dan te concluderen dat Muppets en Michael Caine je nog meer weten te ontroeren, is de trieste conclusie dat deze film werkelijk iedere charme ontbeert. Ach ja, op Bill Murray na dan. 1,5*

Se7en (1995)

Alternatieve titel: Seven

Nagenoeg perfecte film.

Ik was vastbesloten om deze bij heruitgave op het grote scherm te zien. Het was gissen of ik vroeg genoeg klaar zou zijn met werk om op tijd te zijn voor aanvang, maar met een zekerheidskaartje op zak kon ik - gelukkig - om 21:00 plaatsnemen om dit, toch wel bescheiden meesterwerkje in volle glorie te aanschouwen.

De film heeft nauwelijks aan kracht ingeboet. Het is moeilijk te bevatten hoe indrukwekkend het moet zijn om deze film, die ik nagenoeg scene voor scene kan navertellen, voor het eerst te zien. Persoonlijk was het voor mij een soort tijdcapsule, met nostalgische waarde through the roof.

Visueel uiterst stijlvol: grimmig tegen het dystopische aan met die film-noir look, die eeuwige regen en die belachelijk macabere reeks doden met elk hun eigen, mensonterende tableau. Camerawerk sluit zonder uitzondering naadloos aan bij het sentiment van de individuele scenes; schokkerig tijdens achtervolgingen, meticuleus bij iedere nieuwe vondst en gedreven bij iedere ontdekking van een nieuwe aanwijzing. De score is wat nadrukkelijk sturend voor mijn smaak maar ook daarmee weet het effectief het noir-stijltje, wat het duidelijk nastreeft, te vangen.

Grootste pluspunt zijn de twee hoofdpersonen - en hun onderlinge dynamiek. Pitt heb ik nooit de beste acteur gevonden, maar het (meesterlijk geschreven) karakter van de gedreven, maar onervaren en bovendien temperamentvolle David Mills zit hem als gegoten. Nagenoeg ieder plotpunt van waarde wordt in beweging gezet door zijn personage: het zet de verhoudingen met de ervaren maar cynische Somerset gelijk op scherp, zijn woede camoufleert kundig het moment wanneer John Doe, vermomd als fotograaf, voor het eerst het in beeld komt en het zijn zijn emoties die de aanloop naar en ontvouwing van de climax zo ongelooflijk sterk maken.

Heel weinig op aan te merken. Dit is er eentje voor de boeken, zo blijkt nog altijd 30 jaar na dato. 5*

Seed of Chucky (2004)

Alternatieve titel: Child's Play 5: Seed of Chucky

Die trailer!

Academy Award Nominee Jennifer Tilly,
MTV Movie Award Nominee Chucky
...and Redman




De film zelf is een fijn voortborduursel op Ronny Yu's eerdere Bride of Chucky; samen vormen ze het wat kolderieke duo binnen de reeks. Blijft een best aparte keuze vanuit Mancini (hier naast schrijver ook regisseur), maar net als in het vorige deel, pakt het eigenlijk best goed uit met het komische gehalte, hoeveel de horror daar ook op moet inleveren.

Want anders dan als een komedie kun je hier nauwelijks naar kijken. Van spanningsopbouw is nauwelijks sprake, de kills zijn wel leuk maar secundair en bovendien te ludiek om voor eng door te gaan. Het hele meta-niveau van een film over Chucky (en de dubbelrol van Tilly daarbinnen) is inmiddels niet meer vernieuwend, maar het is ook niet de spil van de film, al levert het wel een slappe tweede verhaallijn op tussen Tilly en Redman. Veel te veel aandacht voor die scenes, waar ook maar weer uit blijkt dat, zonder poppen in beeld, de humor toch minder goed overkomt. Of Redmans acteerwerk zit in de weg, want oei oei wat is die slecht.

Verder heeft de koddige gezinsdynamiek nog het meeste weg van een aflevering Married With Children; de insteek van "verslaving" levert een paar goede grappen op (de telefonische moordbekentenis van Tilly) en het geheel is misschien wat minder fris dan zijn voorganger, het is op zijn minst vermakelijk.

Prettige reeks, die niet bang is om te kijken hoe ver het van het origineel kan afbuigen, zonder weg te walsen van de identiteit. Dit deel pikt de zelfbewuste, ietwat flauwe humor van de vorige goed op maar laat tevens zien dat ook die koek op een gegeven moment op raakt. Nog twee delen te gaan. 3*

P.S. Voor Bullets Over Broadway, mocht je je afvragen waar die Oscarnominatie van Tilly in hemelsnaam vandaan komt.

Sen to Chihiro no Kamikakushi (2001)

Alternatieve titel: Spirited Away

Tegenvallende herziening.

En dat had ik eigenlijk ook wel een beetje verwacht. Ik herinnerde me een handvol memorabele scenes en een wat slepend middenstuk: eigenlijk kom ik weer tot diezelfde conclusie.

Pluspunten die sterk overeind blijven zijn de sfeer en animatie. Hoewel niet altijd even soepeltjes, zitten er genoeg momenten in die heerlijk speels omgaan met snelheid van bewegen (Chihiro die van de trap af dendert, samen met Haku op de brug, de vliegende papieren vogels). Qua sfeer is het prachtig om te zien hoe het park/badhuis met lichtjes en gedaanten tot leven komt, tot het een bruisende en borrelende aangelegenheid wordt. En ook al valt het qua design soms wat tegen (de baby, Yuyuba, de hoofden en nog een handvol andere wezens), er zit genoeg ziel in om het geheel een betoverende glans mee te geven.

Verhaaltechnisch ademt alles een sprookjesachtige, folkloristische onderlaag die je als westerling wel kunt voelen, maar die niet altijd gesneden koek is om te duiden. Het verloop van No-Face, de relatie tussen Haku en Chihiro en nog wat andere gebeurtenissen/regeltjes die terloops genoemd worden, die waarschijnlijk veel helderder zijn als je bekend bent met de mythologische inspiratiebronnen van de prent. Niet altijd erg als dat gebeurt - en veel valt prima te herleiden - maar de film zit op narratief niveau redelijk vol met dit soort kleine kronkels.

En dat is mijn voornaamste bezwaar: de film kom wat verzadigd over. Alsof een tiental sprookjes verknipt en geplakt zijn tot een mashup van Japanse klassiekers. Voor Japanners zelf misschien een feest der herkenning; voor mij mist het een beetje die serene eenvoud van andere Miyazaki's (of, in het geval van Howl, een wat rechtlijniger verhaal). Af en toe komt er een scene voorbij die die rust oproept, over het algemeen is het een vrij drukke bedoening.

Wat rest is een exotische variant op Alice in Wonderland, met alle creatieve spinsels en coming-of-age elementen van dien, kleurrijk als een collage geserveerd. Nog altijd genieten geblazen van otherworldliness van de bovenste plank, maar te vol om als geheel in mijn hart te kunnen nestelen, zoals een Totoro of Laputa dat deed. Het doet toch een beetje pijn, maar ik doe er een halfje af: 3,5*

N.B. Scenes die me altijd bij zullen blijven zijn:
1) het moment dat vader en moeder in varkens zijn veranderd (had ik als kind súpereng gevonden);
2) de enorme sloot aan drek die er tijdens het wassen van die smeerkees van een god uitgetrokken wordt en
3) de treinrit naar de tweelingzus van Yuyuba, mooi rustpunt temidden van veel hectiek. Jammer dat die zo laat komt.

Seul contre Tous (1998)

Alternatieve titel: I Stand Alone

Had eerst Irreversible gezien en was wel benieuwd naar de voorganger. Vond deze film daarom vooral een opstapje naar Irreversible. Kreeg het wel weer behoorlijk benauwd toen in een keer in beeld kwam "U heeft nog 30 seconden om de projectie van deze film te verlaten". Met de weerzinwekkende scenes uit Irreversible in mijn achterhoofd dacht ik "oh jee, niet weer". Gelukkig viel dat mee, hoewel je van het einde (en van de hele film trouwens) natuurlijk niet vrolijker word.

Al met al een vingeroefening voor Irreversible, die wel blijft boeien door de extreme gedachtegang van de hoofdpersoon, maar nergens echt verassend is. Je word als kijker wel meegesleurd in het deprimerende wereldje van de hoofdpersoon, maar desondanks voelde ik me nergens echt betrokken.
Trouwens, is de hoofdpersoon in deze film dezelfde als in de openingscene van Irreversible, in die cel? Daar vertelt die namelijk dat hij met zijn dochter geslapen heeft en daarom in de cel zit maar in deze film schiet hij zichzelf door het hoofd toch??

Shape of Water, The (2017)

Mjaah. Kan een kleine teleurstelling toch niet onderdrukken.

Del Toro is vakkundig genoeg om ook hier weer een oogstrelende film te maken met meer ziel dan 90% van wat er uit Hollywood komt rollen. De film ademt jaren '60 uit iedere porie, oogt nostalgisch en brengt je met de perfecte soundtrack in vervoering. Zelfs de absurditeit van de liefdesrelatie tussen vrouw en amfibie brengt een extra streepje fantasie, al ervoer ik in die ontwikkeling toch een afstand die verder niet overbrugd werd.

Waarschijnlijk deels de crux van de film, gezien de vele malen dat het vreemdelingenhaat als motief aanhaalt, maar de overige verhaallijnen en personages (waar veel te veel in uitgeweid werd) contrasteren door hun aardse karakter. Bleven we langer ondergedompeld in fantasie en was de romance meer main focus geweest, had dit stijlvoorgangers als Amélie en Pan's Labyrinth niet constant opgeroepen als grote broertjes. Nu moet het toch steeds het onderspit delven.

Del Toro lijkt met de historische setting van de Koude Oorlog wederom de vermenging van genres aan te gaan, maar geeft dit keer te weinig richting en verliest zich te vaak in de nogal klinische uitwerking van randpersonages. Wat resteert is een liefdevolle, verfijnd vormgegeven poging met té veel ruis om daadwerkelijk sprookjesachtig te worden. 3*

Shaun of the Dead (2004)

Wat flauwer dan ik me herinner, maar nog altijd erg geinig.

De horror is nooit helemaal overtuigend, daarvoor is het geheel te luchtig van toon. Maar de humor overleeft best goed en wat dat betreft is de ondertitel 'A romantic comedy. But with zombies.' best accuraat. Luchtig themaatje van verantwoordelijkheidsgevoel en zelfacceptatie, speels aangevuld met emoties wanneer het over de relatie met Liz gaat, of momentjes over Shauns verhouding tot zijn moeder, Phillip en Ed. Het zombieverhaal zet wat druk op het verhaal maar vervult nooit meer dan een amusante bijrol.

Geinige aanloop, wanneer de apocalyptische proporties nog aan Shaun voorbij gaan; daarna vervalt het toch een beetje in voorspelbaarheid. Naar het einde ook toenemend in drama en moraal, maar het gevoel van geslaagde geestigheid overheerst toch wel na afloop. Een streepje grofheid zou een film als dit goed doen, zeker gezien het Engelse karakter, maar ook de braafheid van Shaun of the Dead is eigenlijk best sympathiek. Fijne herziening, maar het mist enige vorm van scherpte om de 4* te laten staan.

Sicario, Room 164, El (2010)

Alternatieve titel: El Sicario

Fikse tegenvaller.

Het gegeven spreekt tot een verbeelding. Beroepsmoordenaar geeft inkijk in de dagelijks praktijk van zijn professie. Je verwacht verhalen waar je haren van overeind gaan staan en eerlijk is eerlijk, die zitten ertussen. Probleem is dat de maker denkt dat-ie daarmee klaar is.

Laat hem maar praten is het motto. Er worden geen vragen gesteld, hij wordt niet tot de orde gebracht als hij afdwaalt en er wordt geen basale structuur in zijn oeverloos relaas aangebracht. Daarbij wil de goede man anoniem blijven (begrijpelijk) en zitten we dus naar een visnet en een schetsblok te kijken. Waarbij vooral opvalt dat slechts 1 op de 10 tekeningen echt ondersteunend is, de rest irrelevant en afleidend. Alsof hij de opdracht kreeg te tekenen, vooral niet stoppen met tekenen.

Een martelpraktijk, op nuchtere toon tot in detail uiteengezet, waarvan de intense gruwel haaks staat op de kinderlijke tekening van hangmannetjes. Fantasie van de kijker doet de rest. Daar is de docu het sterkst. Maar dan moeten de anekdotes stuk voor stuk sterk zijn, de tekeningen relevant en moet er sprake zijn van een coherent verhaal. Of knip tot 60 min. speelduur.

Als je vervolgens als maker slechts je camera laat draaien, in de montagekamer de minder interessante dingen eruit knipt en muzikaal intro en outro eronder moffelt, ben je ofwel lui of weet je niet creatief met een goed gegeven om te gaan.

Typisch voorbeeld van een interessante vondst die zichzelf wel tot goede docu verwerkt. 1,5*

Simon (2004)

Aardige film.

Simon leunt vooral op de grootsprakige dialogen. Personages die hun affectie tonen door elkaar zo creatief mogelijk uit te schelden. Ik hou er op zich wel van, jammer dat het niet altijd even overtuigend is. Met name de jonge versie van Simon weet soms woorden uit te slaan die er op papier waarschijnlijk goed uitzien, maar die uitgesproken toch wat onnatuurlijk aandoen. Erg 'bedacht' soms.

Bovendien neemt de platvloersheid af en toe de overhand, waardoor de humor constant varieert van erg gevat tot zeer flauw. Village People? Dit neemt niet weg dat de personages over het algemeen toch een glimlach op je gezicht weten te brengen. Nergens echt van schaterlach-niveau, maar doorgaans wel charmant.

Ik vond het drama duidelijk ondergeschikt aan de humor. De kanker heeft een halve film introductie nodig. Zonde, want de dramagedeeltes gaan goed gepaard met de cynische toon van de film. Bovendien levert het veel overbodige scenes en subplotten op (met name in de eerste helft en in Thailand). Er zat meer potentie in de tweede helft van de film. Vind het dan ook een misvatting dat dit een komisch drama is, handelend over de dood. Eerder een komedie, serieus gemaakt door een (voorzichtige) inslag drama.

Verder is dit audio/visueel een vrij arme film, de nadruk ligt heel erg op het verhaal en zijn personages. Wat meer aandacht aan het uiterlijk van de film was erg welkom geweest, kreeg vooral het idee dat ik eigenlijk ook wel naar de film kon luisteren.

Ten slotte nog een minpuntje voor de voice-overs. Erg irritant en onnodig.

Prima vermaak, met veel mooie momenten maar over het algemeen te wisselvallig om voor meesterwerk door te mogen gaan. Een vrij gulle 3,5*.

Single Man, A (2009)

Hele aangename kijkervaring.

Had nooit veel op met Firth, maar hij zet hier een mooi personage neer met kleine middelen. Script had hem nog subtieler mogen maken wat mij betreft maar de grootsheid van zijn verdriet gaat schuil achter korte blikken en acties. Mooi gedaan. Ook Moore speelt eigenlijk altijd wel oké, al zal het nooit mijn actrice worden.

De setting is een lust voor het oog, gelikt als het moge zijn. Wellicht te gestyleerd en bedacht om je je als kijker écht in de jaren '60 te wanen, Ford lijkt esthetiek boven realisme te verkiezen en met dit als resultaat geef ik hem groot gelijk.

Minpunten vond ik de bijtijds zwakke bijrollen (Kenny) en het op een gegeven moment tot een 'trucje' gereduceerde color blushing. Alsof Ford bang was dat we het verband zouden missen.

Alles bij elkaar een uiterst schone film om naar te kijken met genoeg (onderhuidse) emotie, sterke beelden en degelijk acteerwerk. 4*

Sinners (2025)

Film die genoeg leuke elementen en scenes bevat, maar die het toch niet helemaal deed voor mij.

Wat niet werkte:

De geschetste personages, hoewel van cosmetische diepgang en onderlinge relaties voorzien, kwamen zelden écht tot leven. Annie en Mary voelen altijd als pionnen die later hun meerwaarde voor het plot onderstrepen maar het overleden kindje van de een en moeder/voogd van de ander voelen als opgeplakte elementen. Hetzelfde geldt voor de broederschap tussen de tweeling; wel voor elkaar door het vuur gaan, maar je toch laten verleiden om met het meisje van de ander aan de haal te gaan? Inconsistent.

De editing cut vaak tussen simultane dialogen, maar weet daar geen flow in te bereiken. Misschien spanningverhogend bedoeld, maar kwam eerder rommelig over. De aandachtsverdeling over de tweeling met name in de eerste helft voelt ook wat gespleten en met Sammy als derde wiel kent de film ook niet echt een hoofdpersoon of centraal punt van aandacht.

Erg lange aanloop. De film lijkt de blauwprint van From Dusk Till Dawns tweedeling te willen volgen, maar in tegenstelling tot die film heeft de eerste helft hier weinig eigen charme. Ook weer een gevalletje van gespletenheid die niet bevorderlijk uitpakt.

Het muzikale jasje werkt alleen in de scenes waarin er ook daadwerkelijk muziek gespeeld en gedanst wordt (soms best indrukwekkend: ik vond de dans der vampiers eruit springen); in overige scenes is de soundtrack (of de geluidsband als geheel) wat verdwaald. Dé scene (waar ik op voorhand veel over gehoord en gelezen had), komt voor mij totaal niet uit de verf: er wordt duidelijk iets geprobeerd en het voelt wel degelijk uniek maar het blijft een wat dissonante collage van tijdlijnen en a-ritmische geluiden. En ja, daar wordt eerder in de film op gezinspeeld, dus het zal honderd procent de insteek zijn; ik vond het effect uitblijven en kreeg er eerder een wat cringy feel bij.

De raciale revanche op het einde had wat mij betreft efficiënter in de vampiermetafoor verpakt kunnen worden, in plaats van achtereengeschakeld plaats laten vinden.

Een boel gezeur misschien, maar het zit de vermeende grootsheid van de film voor mij wel in de weg. De uitermate hoge score hier en op IMDb/Letterboxd zal vermoedelijk nog wel wat zakken, maar klaarblijkelijk ziet men hier iets in wat mij ontgaat. Ik heb me prima vermaakt daar niet van, maar meer dan een degelijk geschoten popcornfilm zag ik hier niet in. 3*

Sirât (2025)

Jammer van de prachtige cinematografie en de gedurfde score, want het is moeilijk invoelen met de verloren missie van een man om in de Marokkaanse woestijn temidden van ravende nomaden op zoek te gaan naar zijn verloren dochter.

Gebeurtenissen verderop in de film heb ik veelal omschreven zien worden als emotional gut punches, maar ik miste de connectie met de hoofdpersonen om die beleving te delen, waardoor het verloop, dat gevuld is met vreemde keuzes en nalatigheid, inderdaad wat op de lachspieren werkt na verloop van tijd.

Misschien dat de film op groot scherm de pijnpunten wat weet te verdoven en zijn effect langs sensorische wegen weet te bereiken, maar inhoudelijk staat er teveel in de weg om hier echt geroerd te raken. Ook het plotse einde zonder zeggingskracht maakt dat de film wat doelloos over de eindstreep komt.

Setting en cinematografie maken nog wel indruk maar uiteindelijk toch een teleurstelling. 2,5*

Skoonheid (2011)

Alternatieve titel: Beauty

Sober maar sterk.

Over hoe onderdrukte verlangens (weet niet of ik het onder liefde zou scharen) kunnen transformeren tot een ware obsessie. En hoe die obsessie vervolgens weer leidt tot nare handelingen. Skoonheid toont ons deze ontwikkelingen treffend. Niet zo rauw en confronterend als het had kunnen doen, maar treffend alleszins.

François is perfect gecast; enerzijds straalt hij de veilige warmte uit van de gemoedelijke huisvader die hij in feite ook is, anderzijds maakt hij de frustratie en onmacht die met zijn obsessie gepaard gaan, perfect leesbaar.

Soms helpt de camera een handje (openingsscene, waarbij heel langzaam op Chris, het object van verlangen, ingezoomd wordt), soms de dialoog (scene waar Chris en François koffie drinken en laatstgenoemde opzichtig een band probeert aan te gaan), maar het sterkst is de film wanneer het François simpelweg observeert. Wanneer zijn innerlijke strijd zichtbaar door zijn gelaatstrekken sijpelen. Sterkste scene is dan ook wanneer wij François observeren terwijl hij Chris observeert en nota bene zijn eigen dochter zijn plannetje, om met Chris in contact te komen, verijdelt.

Zijn onmacht en lust, onverenigbaar, culmineren in de climactische scene waarin Francois zijn erectie niet weet te behouden. Een scene later, wacht François met een pak zwijggeld in een café op Chris, terwijl hij een homo-stel bekijkt; de onmacht is veranderd in afgunst.

Een vrij sober en mogelijk realistische schets van de onmogelijkheid van onderdrukte verlangens. Het laatste shot, waarbij vanuit een auto in een parkeergarage, alsmaar om de hoek gefilmd wordt, lijkt de onbereikbaarheid van de verborgen begeerte te willen onderstrepen, en weerspiegelt voor mij de aard van de film als geheel; dromerig realistisch, zonder een echte slap-in-your-face, maar pijnlijk genoeg.
3,5*

Sleepwalk with Me (2012)

Birbiglia kan op mijn sympathie rekenen.

Na het zien van zijn laatste special The Old Man and the Pool, heb ik immers in korte tijd al zijn stand-up werk opgesnord en verorberd. Anekdotisch, persoonlijk, eerlijk en ontwapenend en altijd met een uitstekende delivery heeft hij voor mij constant de lach aan zijn broek hangen. Hoe anders is dat bij deze film.

Inhoudelijk ben je na de specials al redelijk op de hoogte van de gebeurtenissen doorheen de film, maar dat gebrek aan verrassing is nog niet zozeer het probleem. Het format van film lijkt er gewoon niet de beste plek voor.

De introductie van hemzelf als verteller is een slappe manier om het geheel aan elkaar te praten. De slaapwandelscenes dragen niet het risico uit dat bij zijn slaapaandoening hoort. Zijn comedy routine wordt door het publiek steeds beter ontvangen, maar als kijker sta je toch een beetje langs de zijlijn omdat ieder gevoel voor momentum ontbreekt. En het liefdesdrama-gedeelte is een plotlijn gevuld met twijfels maar zonder punch.

Ik ben blij dat Birbiglia zijn weg als comedian gevonden heeft. Op het podium kan hij zijn persoonlijke anekdotes, twijfels en overpeinzingen tenminste aankleden met de elementen die hij meester is, zoals timing, dictie en een zekere interactie met het publiek; de meer retorische en taalkundige aspecten. Hij is niet thuis in de visuele beeldtaal van film, wat ik jammer vind omdat hij een steengoede verhalenverteller is. Het kwam er hier alleen totaal niet uit voor mij. 2*

Slither (2006)

It’s just a bee sting

De betere horrorkomedie weet dat het horrorgedeelte beter gedijt op smerigheid en gore dan op echte engheid en Slither voert dat perfect uit. De viezigheid vindt iedere scene weer een nieuwe verhogende trap om naar het einde zowat uit zijn voegen te barsten.

Ook als ode binnen het genre werkt het prima, met verwijzingen naar vele klassiekers als The Thing, Night of the Living Dead, Elm Street (badkuipscene) en uiteraard is de bodyhorror van Cronenberg nooit ver weg.

Toch werkt de film als komedie het beste. Van de vuilbekkende burgemeester tot de oenige goedzak Fillion; de film vermaakt met een bizarre luchtigheid en een bijtijds bevreemdend gevoel voor timing. Droogkloterig cheesy soundtrack steekt op de goede momenten in schril contrast met de onscreen gore & slime.

Heerlijke smerigheid: topvermaak. 4*

Smile 2 (2024)

In mijn herinnering had ik best een goede indruk aan deel 1 overgehouden, maar bij nadere inspectie had ik daar toch slechts een 3* voor over. Ook hier heb ik me in feite goed vermaakt, maar kom ik netto op dezelfde score uit.

De opzet is wat groter door een beroemdheid als Skye Riley centraal te zetten; haar privéleven ligt sowieso onder een vergrootglas en met constant verschillende assistenten en haar moeder als manager om zich heen, is het moeten dealen met je eigen problemen (vermoeidheid, druk, isolatie, trauma en drugsverleden) al moeilijk genoeg vanwege die benauwende aandacht; het aanvechten van een kwaadaardige manifestatie die je om de haverklap van hallucinaties voorziet is daar niet zomaar in te voegen. Skye staat constant onder druk en de film hoeft daar maar kleine schepjes bovenop te doen om de adrenaline te verhogen. De openingsscène, die vooralsnog buiten Skye omgaat, zet wat dat betreft hoog in door de (ogenschijnlijke) one-take en slaat bovendien een aardig bruggetje vanuit het eerste deel.

Eenmaal in het spotlightleven van Skye gearriveerd, neemt de film helaas wat gas terug en worden we zoet gehouden met de dood van drugdealer Lewis en enkele creepy pesterijtjes die wat weinig om het lijf hebben (die glimlachende fangirl was veelbelovender in de trailer) en ik vond het jammer dat de film toch aardig vaak toevlucht nam in veelal flauwe jumpscares. De scenes die zich daarvan onthouden zijn het krachtigst, zoals de cringy speech en het dansensemble, al zijn ook dat scenes die gevoelsmatig sterker hadden kúnnen zijn. De hoge bloeddruk van de openingsscène wordt nergens echt geëvenaard.

De entiteit wordt bovendien flink wat vrijheid gegund in diens speelveld van hallucinaties en de mind control daarbinnen. Het is één ding om de werkwijze onvoorspelbaar te houden, het is iets anders om de twists onder het mom van mysterie wat gemakzuchtig naar de hand te zetten. De hereniging met hartsvriendin Gemma bekijk je vanaf het begin al argwanend, maar de lange tijd tot onthulling voelt een beetje als vals spel. Het past op zich wel in het profiel van de entiteit, die duidelijk graag met zijn prooi speelt voor het definitief toeslaat, filmtechnisch doet het eerder flauw aan. Zo zijn er hele scenes en personages die wat gemakzuchtig onder het kopje ‘waanbeeld’ weggemoffeld kunnen worden.

Leuk, vermakelijk, bijtijds goed gefilmd en in bepaalde opzichten een duidelijk schepje bovenop het eerste deel maar niet zonder in bepaalde valkuilen te stappen of de toevlucht te moeten nemen tot opzichtige plot devices. Mocht dit uitgebouwd worden naar een franchise, zou ik voor deel 3 graag een compacter verhaal zien. 3*

Smithereens (2019)

Alternatieve titel: Black Mirror: Smithereens

Andrew Scott.

Simpel: hij máákt deze aflevering. Subliem doorleefde rol en zoals bij zijn versie van Moriarty, geeft hij hier ook blijk van een excentrieke acteerstijl, die de grenzen van een karakter durft af te tasten, hetgeen soms wat sureëel aandoet, maar altijd tegen het ontzagwekkende aan weet te overtuigen.

Verder vertoont de aflevering een prima spanningsboog met best wat boeiende gegevens zoals de (volgens mij best accurate) verhouding tussen de authoriteiten en big-databedrijven zoals (het wat makkelijk gepersifleerde) Facebook.

Jammer dat zo’n beetje alles wat getoond wordt, met name de ontknoping, niets van de scherpte vertoont die je wil van Black Mirror, maar constant voelt als oud nieuws. Deze aflevering had in het eerste seizoen zeker niet misstaan, maar om social media nog met dit gemakzucht als boosdoener weg te zetten, werkt anno 2019 eerder op de lachspieren dan dat het getuigt van een scherpe ontleding van maatschappelijke ontwikkelingen.

Als korte film best vermakelijk, met grote dank aan Scott. Als jongste telg uit een dystopische-satirereeks zwaar onder de maat en illustratief voor de tanende scherpte van de serie. 3*