Meningen
Hier kun je zien welke berichten Metalfist als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Blinker (1999)
Is motoriek hé
Als kleine Metalfist verslond ik werkelijk de boeken van Marc de Bel. We hadden thuis een hele resem van zijn oeuvre liggen en het was altijd wachten op de Boekenbeurs omdat daar indertijd een mooie stand van de Bel stond. Een hele hoop titels staan me nog in het geheugen (Boeboeks, De Zusjes Kriegel, Het Ei van Oom Trotter, ...) maar één van mijn favoriete was toch ongetwijfeld de Blinker saga. In die periode kwam dan ook de verfilming uit en ook daar was kleine Metalfist verzot achter. De VHS tape is ondertussen al rotversleten dus een tijd geleden maar eens op DVD aangeschaft.
Ik vroeg me alleen af of dit me eigenlijk nog ging kunnen overtuigen. Het laatste boek van Marc de Bel dat ik volgens mij heb vastgehad was Blinker en de Blixvaten uit 2008 en dat vond ik toch al beduidend minder, maar deze verfilming van De Bakfietsbioscoop (vreemd eigenlijk dat de film die titel niet meekreeg) kon me uiteindelijk nog ten zeerste bekoren. Filip Van Neyghem levert met Blinker dan ook een vermakelijke jeugdfilm af en bovendien eentje die naar mijn gevoel goed aanleunt bij het boek zelf. Ik sluit het effect van nostalgie dan ook niet uit, maar moet zeggen dat ik me hier beter mee heb geamuseerd dan ik oorspronkelijk had verwacht. De ontluikende romance tussen Blinker en Nelle, de akkefietjes met de Red Vampires (met zelfs Han 'Solo' Coucke!), het mysterie van de schedel in de vijver en natuurlijk de uitvinding waar het allemaal om draait. Voorspelbaar? Ja, maar welke jeugdfilm is dat ondertussen niet.
Leuk trouwens om Marc de Bel nog even in het begin te zien als de man die Blinker zijn dagboek cadeau geeft. Sowieso wel tof om hier wel wat bekende koppen in te zien in hun jonge jaren. Niet altijd even denderend (Jelle Cleymans, Nathalie Meskens, ...) maar Warre Borgmans blijft een ideale Tiekenei. Het is echter Joren Seldeslachts (Blinker), Melissa Gorduyn (Nelle) en Matthias Meersmans (Jonas) die me nog het meeste konden bekoren. Ik denk dat Gorduyn mijn eerste echt tv-liefde was, jammer dat ze nooit meer iets anders dan Nelle heeft gespeeld. Benny Claessens verdient trouwens ook nog wel een speciale vermelding. Dacht altijd dat hij effectief een tikkeltje gehandicapt was, maar dan verscheen hij opeens in een compleet andere rol in Het Geslacht de Pauw. In de bijrollen nog onder andere een altijd degelijke Chris Lomme te ontdekken.
Veel nostalgie denk ik, maar volgens mij blijft dit als jeugdfilm toch nog altijd overeind staan. De muziek voelt bij vlagen wat geforceerd aan en het is en blijft allemaal wat voorspelbaar maar er straalt een zekere charme van af. Heb de opvolger ook nog op DVD liggen, die ga ik binnenkort eens zien. Het derde deel ben ik volgens mij nog nooit tegengekomen.
3.5*
Blinker en het Bagbag-Juweel (2000)
Blinkertje, maakt u niet vuil hé
Tjah, wat moet je doen als je met een serieuze snotvalling aan je bed bent gekluisterd? Dan zet je natuurlijk een film op. Liefst iets waar je niet te hard moet bij nadenken en waar het niet erg is als je hem halverwege even stopzet om een dutje te gaan doen. De keuze viel op deze Blinker en het Bagbag-juweel. Ik had beide Blinker films eens in een nostalgische bui gekocht, maar was aangenaam verrast dat het eerste deel me best nog wel kon bekoren. Ik had niet meteen enorm hoge verwachtingen voor deze opvolger, maar hoopte toch wel een op een evenaring.
Die is er uiteindelijk niet gekomen, daarvoor loopt het allemaal toch niet echt als een geheel. Waar ik me het verhaal van het eerste boek nog vrij goed kon herinneren, is de herinnering aan het Bagbag-juweel wat mistiger en misschien is daardoor net het resultaat ook niet meteen een vlotte film. Kon ik in de vorige film de eventuele gaten nog zelf wat opvullen, lijkt het hier vooral een fragmentarisch geheel te zijn geworden. Waar je in de voorganger nog de vlotte dynamiek had tussen Blinker, Nelle, Jonas en Mats, is het hier vooral de grote Blinker show geworden en dat werkt minder goed dan je zou verwachten. Een aantal leuke scènes weliswaar, de ontluikende romance tussen Blinker & Nelle blijft nog steeds mooi om te zien, maar heel de zoektocht (en uiteraard het vinden) van het Bagbag-juweel komt uit de lucht gevallen.
Beetje jammer ook dat een aantal van de cast niet meer wederkeren. Jonas (Matthias Meersmans) is zonder enige vermelding uit de film verdwenen, iets wat ook geldt voor onder andere Chris Lomme (Oma Blinker, hoewel die nog een kaartje uit Venetië stuurt) en Han Coucke (één van de Red Vampires), maar gelukkig keren Joren Seldeslachts (Blinker) en Melissa Gorduyn (Nelle) nog wel terug. Verder weer de gebruikelijke bijrollen van Warre Borgmans, toch het ultieme Tiekenei, en Els Olaerts. Let vooral ook nog op een cameo van Marc de Bel zelf bij de begrafenis van de Barones als leraar van de Dovenschool, altijd leuk om te spotten dit soort details.
Beetje minder dan zijn voorganger, maar nog altijd wel een degelijke jeugdfilm. Moeilijk om juist te duiden waar het misloopt, maar Blinker en het Bagbag-juweel voelt fragmentarisch aan en weet nooit als één geheel te overtuigen. Naar mijn gevoel zat het boek beter in elkaar dan hetgeen Filip Van Neyghem er hier van maakt.
3*
Blitz Wolf (1942)
In 1942 hadden de Verenigde Staten van Amerika zich juist met de Tweede Wereldoorlog gemoeid en één van de resultaten was dit propaganda filmpje. In een goede 8 minuten wordt het klassieke verhaal van 3 Kleine Biggetjes verteld met Adolf Wolf in plaats van de boze wolf. Knotsgek, enorm kleurrijk en gewoon heerlijk om naar te kijken. Veel inside gags naar films toe (Gone with the Wind, inclusief bordje dat het een corny joke is) maar ook naar de historische gebeurtenis op zich (met onder andere het Molotov-Ribbentrop Pact) maken van Blitz Wolf een debuut voor MGM van ongekend niveau voor Tex Avery.
4.5*
Blood Feast (1963)
Alternatieve titel: Feast of Flesh
Oh dear! The guests will have to eat hamburgers for dinner tonight
Herschell Gordon Lewis, het is toch een figuur die een zekere status heeft verworven in het horrorgenre. Mijn eerste kennismaking met het werk van de man kwam er via The Gruesome Twosome en dat was werkelijk een verschrikking. Het was dankzij een leuke openingsscène met twee paspoppen dat ik uiteindelijk toch nog 1* kon geven. Met Two Thousand Maniacs verbaasde Lewis me echter compleet en kon hij rekenen op een 2.5*. Mijn broer had nog Blood Feast liggen (ik was gestopt met kopen na The Gruesome Twosome) en die gisteren eens geprobeerd.
En dat blijkt dan weer van het niveau te zijn van The Gruesome Twosome, dus voor mij mag het hier stoppen met Herschell Gordon Lewis. Het enige pluspunt is dat zijn films nogal kort zijn, want voor de rest is hier bitter weinig positief aan op te merken. Het grootste hekelpunt moet ongetwijfeld het banket zelf zijn. Lewis bouwt heel de tijd op naar dit feestelijk gerecht om het dan uiteindelijk nooit te laten zien. De enige reden waarom ik bleef kijken was omdat ik benieuwd was wat Ramses dan eigenlijk had gemaakt en dan is dit wel een grote teleurstelling. Interessanter zijn de extra's die op de DVD staan. Even onzinnig zoals de film (er staat echt gewoon een twintig minuten durende short op genaamd Carving Magic die de hele tijd gaat over hoe je verschillende soorten vlees moet snijden), maar vond het wel een leuke toevoeging. Dit was trouwens wel een editie die op De Nacht van de Wansmaak is gekocht, dus ik weet niet of ze overal op staat.
Voor de rest weer de usual Lewis stuff, in hoeverre dat gezegd kan worden na 3 films. De regisseur heeft alle potten met rode verf die hij maar kon vinden aangeschaft en gebruikt deze lustig om zijn personages mee te bekladden. Sowieso een erg kleurrijke film, men moet enkel het verschil tussen dag en nacht nog eens uitleggen aan de makers, en de Godfather of Gore doet zijn naam eer aan. Lichaamsdelen worden met de vleet afgerukt of afgekapt en dat alles gebeurt onder begeleiding van een vreselijke soundtrack (dan was die hillbilly muziek uit Two Thousand Maniacs leuker) en al even abominabel acteren. Zeker die ene gast die zijn vriendin op het strand vermoord ziet worden. Niet te doen hoe slecht dat stuk is. William Kerwin mag de idiote flik spelen (Ishtar <-> Itar) en Mal Arnold mag zich amuseren als de killer. Die slecht te been is en op een bepaald moment besluit om een soort van machete vanop een kilometer naar zijn achtervolgers te smijten..
Er is blijkbaar nog een tweede Blood Feast waar de kleinzoon van Ramses dezelfde toer opgaat. Voor mij hoeft het allemaal niet meer en ik betwijfel of ik ooit nog iets van Lewis zal kijken. Er zit wel een zekere charme in zijn films, maar na 5 minuten ben ik het alweer kotsbeu geraakt. Alleen voor de echte liefhebbers blijkbaar.
1*
Blood from the Mummy's Tomb (1971)
Alternatieve titel: De Hand van de Mummie
A severed hand beckons from an open grave!
Ik heb het hier al eerder gezegd maar ik begin echt serieuze fan te worden van het Hammer productiehuis. Recentelijk al een paar films achter de kiezen gehad en ook nog een paar nieuwe gekocht waaronder deze Blood from the Mummy's Tomb. Ik ken voor de moment simpelweg nog te weinig van de acteurs/actrices die meermaals voorkomen in de Hammer films waardoor ik altijd zonder enige verwachting aan de film begin. De enige voorwaarde is natuurlijk dat de film me moet vermaken en daar slaagt deze film weer uitstekend in.
Toegegeven, het zijn nooit echt geniale horrorfilms maar ze stralen toch altijd een geweldige sfeer uit. Ik heb eigenlijk altijd gedacht dat het enige verfilmde verhaal van Bram Stoker het uitstekende Dracula was maar blijkbaar is Blood from the Mummy's Tomb gebaseerd op The Jewel of Seven Stars, al heb ik het verhaal nooit gelezen maar wat dus ook een verhaal van Stoker is. Geen idee of het wat gelijk loopt maar wat baat het want Holt en Carreras maken er lekker lopend verhaal van. Al kende de film wel wat problemen doordat Holt stierf voor de film af was maar Carreras heeft de boel dan verder afgewerkt. Eerlijk gezegd, het valt eigenlijk echt niet te merken dat de regisseursstoel gedurende de film veranderde want de film blijft diezelfde heerlijke sfeer behouden. Visueel zitten er dan eigenlijk ook echt wel een aantal erg mooie en beklemmende scènes in want zo is onder andere de scène in het gekkenhuis met de gestoorde lach van één van de patiënten nog altijd op mijn netvlies gebrand. Nu ben ik sowieso eigenlijk wel te vinden voor dit soort mummy/vloek/horror/... verhalen waar er een eeuwenoude vloek de onderzoekers treft. In dat opzicht is de film een typische film in het genre. We krijgen een eeuwenoude vloek en de onderzoekers die het graf hebben opengebroken, worden stuk voor stuk afgemaakt. Niet meer en niet minder maar het is in ieder geval een leuk verhaaltje dat zich concentreert op de volgorde waarin iedereen gaat sterven maar vooral de manier waarop. Het enige waarin Blood from the Mumm's Tomb zich onderscheid van alle andere mummy films is het feit dat de mummy deze keer geen halfdode persoon is die gewikkeld is in allerlei windels maar gewoon een bloedmooie vrouw maar daarover straks meer. De relatief korte speelduur, het is al een paar dagen geleden dat ik de film heb gezien maar ik betwijfel het of de film effectief 94 minuten duurt, zorgt ervoor dat de film nergens verveelt. Al is dat natuurlijk grotendeels te wijten aan de alweer perfect gekozen cast.
En de grootste plusfactor is natuurlijk Valerie Leon die zowat de meest sexy mummy ever speelt. Ze heeft nooit echt een hoofdrol gespeeld, met uitzondering van hier natuurlijk, en er blijkt geen enkele geldige reden voor te bestaan. Ik vraag me het echt af want Leon is zo'n actrice die in haar gloriedagen werkelijk alles had. Charisma, een mooi snoetje, een schap van hier tot in Tokio, ... Onbegrijpelijk dat ze nooit verder is geraakt dan 2 bijrolletjes in James Bond films. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat Peter Cushing de rol van Fuchs op zich ging nemen maar vanwege de dood van zijn vrouw is dit idee nogal snel afgesprongen en is de rol naar Andrew Keir gegaan. Keir speelt degelijk maar toch blijft het idee hangen dat dit met Cushing wel eens naar een hoger niveau getild had kunnen worden want die is in Frankenstein Created Woman echt uitstekend bezig. Ach, we zullen het nooit weten en Keir is eigenlijk helemaal geen slechte keuze als Fuchs. De rest van de cast is op zich wel redelijk goed gekozen maar toch weten maar bitter weinig acteurs/actrices echt een memorabele indruk achter te laten. Wel een leuke knipoog naar Tod Browning natuurlijk die de regisseur van de originele Dracula uit 1931 was.
Wederom een uitstekende film uit de Hammer reeks. Valerie Leon is een vrouw die gewoon op je netvlies gebrand blijft staan, Holt en Carreras beseffen dit blijkbaar genoeg en zorgen er dan ook voor dat Leon op elke mogelijke manier in beeld wordt gebracht maar het vlotte verhaal en een aantal sterke scènes zorgen voor een meerwaarde. Misschien geef ik de film nu nog iets te weinig maar dit kan met een herziening in ieder geval wel naar een een 4* gaan. Voor nu dan toch nog maar een stevige voldoende.
Dikke 3.5*
Blood Night (2009)
Alternatieve titel: Blood Night: The Legend of Mary Hatchet
Will you make it through the night?
Gisteravond had ik nog wel zin in een hersenloos slasher filmpje en dan weet ik dat ik in de collectie van mijn broer moet gaan zoeken. Hij had een tijd geleden deze Blood Night gekocht vanwege de rol van Bill Moseley (groot fan van Devil's Rejects en House of 1000 Corpses) maar mijn interesse werd eerder gewekt door de aanwezigheid van Nate Dushku, de broer van Eliza Dushku, en ik wou wel eens zien wie de beste van de twee was. En Bill Mosely was natuurlijk ook mooi meegenomen.
Ergens vind ik het jammer dat dit soort films altijd zo enorm laag wordt beoordeeld. Ik krijg dan altijd de indruk dat de film echt enorm slecht is maar er zijn al een aantal uitzonderingen geweest waardoor ik toch altijd hoop op een verrassing. Blood Night is er zo één van want met een gemiddelde van ongeveer 2.5* heeft de film me toch erg goed weten vermaken. Het lijkt nochtans op het eerste zicht een nogal standaard film te zijn waarin een groep jongeren problemen krijgen met één of andere vage legende. Sabatella regisseert (en schrijft) daar geen uitzondering op maar weet via een heerlijke openingsscène de lat toch iets hoger te leggen. Meestal zijn dit soort introducties verwaarloosbaar maar nu wordt er mooi de tijd voor genomen waardoor de film zijn effect niet mist. Alleen jammer dat je de ontknoping waarin iemand van de jongeren het kind van Mary blijkt te zijn van ver ziet aankomen. Het is en blijft een platgetreden pad in de horror (de zoon of dochter is de moordt in de naam van de vader of moeder) en Sabatella laat zich hier dan ook een beetje vangen, al was de uiteindelijk laatste kill dan wel weer wat onverwacht maar dat kan wel aan mij liggen. Het is in ieder geval zonde want met een iets betere ontknoping had dit sowieso hoger gescoord. Gelukkig zijn de andere basiselementen zoals blote tieten, zuipende jongeren en een paar brute kills ook van de partij.
En dan zie je ineens Danielle Harris verschijnen. Ik moet eerlijk zijn, de naam deed een belletje rinkelen maar ik wist niet juist van waar. Het is dan ook pas wanneer ze haar heerlijke introductie heeft (Oh no, my pussy ate the mouse!) dat het me te binnen schiet dat het diezelfde lekkere griet is uit Rob Zombie's Halloween remakes en uit de originele Halloween reeks, al was ze daar nog klein natuurlijk. She grew up, she filled out en wat een geweldige actrice is ze toch geworden voor dit soort films. Ik hoop in ieder geval dat ze meer komt opdraven in dit soort films. En dan is er natuurlijk ook nog Bill Mosely die hier een heerlijke redneck speelt in de vorm van Gus. Ik ken hem voornamelijk vanuit zijn rollen uit Devil's Rejects en House of 1000 Corpses maar ook dit weet hij erg goed te doen. Nate Dushku is trouwens perfect verwaarloosbaar, geef mij dan maar zijn zuster. Sowieso is de rest van de cast niet enorm boeiend. Het zijn gewoon een bende tieners die één per één worden afgeslacht en weinig functie aan het plot brengen, al heb ik toch een aantal keer moeten lachen met Billy Magnussen als Eric.
Voorspelbaar? Ja, maar daarom niet minder vermakelijk. Sabatalla weet over het algemeen de clichés redelijk te ontwijken door ze eigenlijk deftig uit te voeren. Blood Night is een slasher in elke zin van het woord en het publiek wordt dus ook niet teleurgesteld in het gehalte en niveau van de kills, de drank en de blote chicks. Tel daarbij de rollen van Harris en Mosely op en je hebt een heerlijk filmpje.
Dikke 3.5*
Blood of Fu Manchu, The (1968)
Alternatieve titel: Kiss and Kill
Fu Manchu in de jungle
De Fu Manchu reeks met Christopher Lee is niet hetgeen ik er van had verwacht. Ik was er indertijd met goede hoop aan begonnen, maar na 3 delen leek het vet echt wel van de soep te zijn. Niet dat de reeks zo dramatisch inzakte qua kwaliteit, ze was gewoon continu even slecht. De eerste 3 delen kregen dan ook allemaal de ronkende score van 2* en dan kun je je afvragen waarom ik me nog martel met de overige delen ook nog te kijken. Wel, twee redenen eigenlijk: ik blijf een fan van Christopher Lee en ik wou ook wel eens zien wat Jesus Franco met de franchise ging doen.
Je mag 3x raden welke score dit deel krijgt... Wanneer je op 2* hebt gegokt, dan heb je juist gegokt. Het is volgens mij één van de weinige reeksen die zo consistent is van kwaliteit en hoewel Franco het hier over een andere boeg gooit, is het resultaat eigenlijk hetzelfde. Nayland Smith wordt gedegradeerd tot een weinig zeggende bijrol, Petrie is vervelender dan ooit met zijn gezaag over thee en de setting is gewijzigd naar de jungle. Dat geeft de film nog wel wat een frisse insteek met onder andere Sancho Lopez, een of andere bandiet die de nodige problemen veroorzaakt, maar het verhaal rond het gif dat kan doorgegeven worden via een kus heeft te weinig inhoud om de volledige speelduur te blijven boeien. Verder ook weer de gebruikelijke climax waar er weer iets ontploft en je Fu Manchu nog hoort verkondigen dat hij zal terugkeren. Het was al in het eerste deel een flauw einde, het is er 3 films later niet veel beter op geworden.
Christopher Lee was sowieso al niet meteen fan van de reeks, maar werd blijkbaar toch genoeg betaald om hier telkens aan mee te werken. Hij keert dus reeds voor de 4e keer terug als Fu Manchu maar het is te merken dat hij het echt puur op automatische piloot doet. Deze keer komt Richard Greene opdraven als Nayland Smith en die blijkt zowaar nog slechter te zijn dan zijn voorganger(s). Blijkbaar doet hij ook nog mee in de sequel, die direct achter dit deel is gedraaid. Hetzelfde geldt ook voor Howard Marion Crawford maar die is er dan alweer van in het begin bij. Had er voorheen geen problemen mee, maar hier is hij eerder irritant te noemen. Götz George heeft nog wel een leuke bijrol als Carl Jansen en ook Ricardo Palacios schmiert er ook nog op los als Sancho Lopez.
Kleine cameo ook voor Shirley "Goldfinger" Eaton, maar dat blijkt buiten haar wil om te zijn gedaan. Haar scène dateert namelijk uit Franco's The Seven Secrets of Sumuru die in hetzelfde jaar werd gedraaid. Soit, ik zal het laatste deel ook nog wel eens een kans geven maar ik denk dat het daarbij wel gaat blijven met betrekking tot Fu Manchu. Hoewel, die Karloff versie wil ik ook nog wel eens zien.
2*
Blood of Redemption (2013)
Consigliere Lundgren
Dat Dolph Lundgren een redelijk productief acteur blijft na al die jaren, was al wel langer duidelijk. Dat de kwaliteit echter wat te wensen overlaat, ook dat is al wel langer duidelijk. Het is een acteur die ik vooral in zijn ouder werk graag zie spelen (al is zijn bijrol in bijvoorbeeld Aquaman ook wel leuk) maar zo af en toe duikt er nog wel een tof filmpje op. Zo speelde Lundgren in 2013 ook reeds mee in The Package met Steve Austin en dan hoopte ik ergens dat deze Blood of Redemption hetzelfde niveau zou kunnen aanhouden. Verkeerd gehoopt...
Maar niet in de mate dat dit uiteindelijk een vreselijke film (kuch Retrograde kuch) oplevert. In een plot waar vreemd genoeg 3 schrijvers en 2 regisseurs voor nodig zijn geweest, is Lundgren een soort van combinatie van raadsman en bodyguard in een misdaadfamilie. De verwijzingen naar de Godfather en de Corleone clan liggen er hier en daar nogal dik bovenop (op een bepaald moment wordt zelfs letterlijk "I'll make him an offer he can't refuse" gezegd..) en de film probeert intelligenter uit de hoek te komen dan hij eigenlijk is. Dat resulteert wel in een leuke visuele gimmick bij het introduceren van de personages (Not Mr. Huang onder andere), maar verder is dit perfect hetgeen wat je kan verwachten bij dit soort films. Zo passeren er nog een aantal jonge dames zonder kledij aan, wordt er een politieker afgeperst en draait het allemaal natuurlijk om een nieuwe generatie van de familie die het anders wilt aanpakken dan de patriarch die ondertussen op pensioen is. Er wordt naar het einde toe nog een poging gedaan om een twist te introduceren, maar die zie je al van mijlenver aankomen.
Een B-film dus, maar wel eentje met een vermakelijke cast. Na zo'n dikke 25 films weet ik ondertussen wel wat je bij Lundgren moet verwachten en dit is weer een kolfje naar zijn hand. Hij begint natuurlijk wel wat op leeftijd te geraken, maar het is gelukkig niet zo erg als in Battle of the Damned (ook uit 2013 trouwens.. Zegt genoeg over de productie van dit soort films) dat hij amper kan wandelen. Vinnie Jones is een goede toevoeging en met Billy Zane heb je nog een degelijke aan lager wal geraakte acteur voor een bijrol. Het is niet meteen het genre of het personage waar hij echt in kan schitteren, maar hij geraakt er voor een stuk wel mee weg. Verder nog een toffe bijrol van Robert Davi en één of andere acteur die zo uit Friends lijkt te zijn weggelopen.
Met The Tracker zit Giorgio Serafini alweer aan de 4e samenwerking tussen hem en de Zweedse eik. Ik heb momenteel enkel nog maar deze film gezien en hoewel je voelt dat er wel ergens meer inzit, blijf je toch een tikkeltje op je honger zitten. Het is een poging om eens iets meer te brengen dan een simpele actiefilm, maar Shawn Sourgose en Giorgio Serafani geraken niet veel verder.
Nipte 3*
Blood Simple (1984)
But it's the same old song
Het is eigenlijk vreemd. Ik heb zowat de helft van het oeuvre van de Coen broertjes gezien maar kwam een tijd geleden tot de conclusie dat ik niets van hen op DVD heb. Alles dat ik heb gezien kwam via televisie, huur of bioscoop en aangezien ik het meeste van hun werk wel sterk vind, besloot ik om hun films eens te verzamelen op DVD. Ik begon met hun debuut (al is Joel Coen hier nog wel gecrediteerd als enige regisseur, het is pas sinds The Ladykillers dat beide broers regiecredits krijgen, maar het script is wel door hen beiden geschreven) maar dat draaide eerlijk gezegd uit op een teleurstelling.
Vraag me eerlijk gezegd dan ook af of dit gewoon niet beter wordt beoordeelt omdat het van de Coen broers is. Blood Simple is dan ook een niet al te sterk debuut dat gebukt gaat onder een ietwat doorsnee verhaal rond overspel en een aantal nietszeggende personages. De excentrieke figuren zoals een Chigurh uit No Country for Old Men bijvoorbeeld was vele malen interessanter dan dit soort bordkartonnen figuren die zonder enige vorm van humor de film doorkruisen. Een aantal scènes zijn vrij sfeervol (de begraving van Marty onder andere) maar het tempo ligt wel erg laag. Het was dan ook pas met de climax dat ik echt het gevoel kreeg dat het interessant begon te worden. Vanaf het moment dat Visser zijn hand door de raam steekt weet je gewoon dat er een puntig voorwerp in de rug van zijn hand gestoken zal worden. Het is echter het shot uit de hoek van de kamer waarin je de kogelgaten ziet verschijnen dat het geheel compleet afmaakt. Zonde dan ook dat het zo abrupt eindigt.
Niet zo'n noemenswaardige personages dus maar ook de invulling door de cast stelt wat teleur. Ik verheugde me op Frances McDormand (al had ik eerst niet door dat Abby gespeeld werd door haar, ze is in de 12 jaar tussen Blood Simple en Fargo toch ook wel wat veranderd) maar ik vind haar hier eigenlijk ook helemaal niet zo sterk als in de andere Coen films. Ze is zelfs meer wat op het irritante af. Het is moeilijk uit te drukken maar ze heeft al beter gespeeld. Het is vooral het doorsnee gehalte dat me teleur stelt, iets wat ook geldt voor de rest van de cast trouwens. M. Emmet Walsh kan er nog mee door als Visser, al krijg ik op den duur het schijt van dat accent, maar Dan Hedaya is maar vrij flauw als Marty. Had ik veel liever Bruce Campbell in de rol gezien zoals in de oorspronkelijke trailer, al werd die enkel gebruikt als lokmiddel voor funding.
Vreemd genoeg heb ik niets van pre Fargo gezien dus wie weet ligt hun stijl van The Big Lebowski of Brother Where Are Thou me simpelweg meer maar hier kon ik toch niet zo veel mee. Volgens velen doet een herziening erg veel bij een film van de Coen broers maar Blood Simple zal daar een tijd op mogen wachten vrees ik.
2.5*
Blood: The Last Vampire (2000)
Alternatieve titel: Blood the Last Vampire
As far as we know, she's the only remaining original
Ik had nog nooit van Blood: The Last Vampire gehoord maar als er op de DVD-cover staat dat dit van dezelfde makers is als van Ghost in the Shell, dan heb je mijn aandacht. Ik ging er dan maar voor de gemakkelijkheid van uit dat dit door Mamoru Oshii geregisseerd ging zijn maar dat blijkt verkeerd gedacht te zijn. Ach, gelukkig was het een Kringloopwinkelvondst dus sowieso niet teveel voor betaald. Op voorhand wel een beetje teleurgesteld door de korte speelduur, want ik verwachtte toch iets van een volwaardige 90 minuten.
Maar vreemd genoeg is het net die speelduur die één van de grootste pluspunten aan deze film is. De totstandkoming van dit project is al veelvuldig besproken door mensen die er duidelijk meer van weten dan ik, dus daar ga ik me verder niet aan wagen maar het is interessant om te zien dat je toch nog perfect mee kunt met een film waar je gewoon zonder boe of bah wordt ingegooid. Weinig uitleg over het hoe en waarom van Saya maar het tempo ligt lekker hoog en hoewel er nog allerlei zaken die me niet duidelijk zijn (ik vermoed dat er toch een speciale reden moet zijn geweest om dit anno 1966 te laten afspelen, zeker wanneer er dan op het einde nog eens een hele montage met Vietnambeelden wordt getoond), kijkt dit allemaal wel erg vlotjes weg. Er is in de loop der jaren nog een heel Blood: The Last Vampire universum ontstaan met onder andere twee series, een live-action film, wat manga en natuurlijk de occasionele videogame dus het kan interessant zijn om daar eens naar op zoek te gaan.
Zeker omdat ik op zich wel benieuwd of ze uiteindelijk toch wat verder weten af te wijken van deze combinatie tussen Buffy the Vampire Slayer en Blade. In dat opzicht had er misschien iets meer originaliteit mogen zitten maar wat boeit het als je er een erg fijne visuele stijl tegenover kunt zetten. De beginscène in de metro zet meteen de toon en ook wat volgt oogt bij vlagen erg indrukwekkend. Hier en daar slaagt regisseur Hiroyuki Kitakubo de bal wat mis maar het mag gezegd worden dat dit 20 jaar na datum er nog altijd geslaagd uitziet. Toffe voice-cast ook. Gewoon al erg fijn dat de personages wisselen tussen Engels en Japans en dat ze niet hebben besloten om 2 volledige dubs uit te werken.
Tof! Oorspronkelijk ging dit een 3-delige OVA worden maar uiteindelijk besloten ze om enkel maar het midden te maken. Een vreemde keuze maar ze werkt wel. Er wordt weinig tijd verloren met nodeloze introducties en het tempo ligt lekker hoog. Tel daar dan ook nog eens een degelijke animatie bij en een aantal erg fijne scènes en je zit gewoon aan een cool filmpje. Toch eens zien of ik niet iets meer van dit universum kan vinden.
3.5*
Bloodfight (1989)
Alternatieve titel: Final Fight
Money, money, money!
Altijd fijn om het nieuwe jaar te beginnen met een serieuze valling. Ach, dan kruip je maar onder een deken met een filmpje. Ik was nog niet lang geleden terug van Londen en daar had ik me een voorraadje Bolo Yeung films aangeschaft, de ideale gelegenheid om daar eens aan te beginnen natuurlijk. Bloodsport was indertijd mijn kennismaking met de imposante Yeung en dan leek dit me wel een leuke film in dezelfde soort te zijn.
Ik ben er echter nog niet echt uit wat dit juist moest voorstellen. Hier en daar wat knipogen naar andere films in het genre (die voetafdruk op iemands borst lijkt zo te zijn weggelopen uit Bruce Lee's Game of Death alsook het wegblazen van het borsthaar is zo'n klassieke scène) maar dit lijkt vooral een soort van remake van Bloodsport te zijn geworden. Hoewel, remake is niet helemaal het juiste woord omdat Shuji Goto toch ook wel wat andere dingen probeert. Interessant in ieder geval om eens een student te zien die het loodje legt waarna het de meester is die op wraak uit is. Verder is dit echter wel een standaard tournament film die eigenlijk meer focus legt op de menselijkheid van Masahiro (zijn alcoholisme, de problemen met zijn vrouw, ...) dan op het toernooi zelf. Leuk om eens zo'n andere aanpak te zien in ieder geval, maar Goto besluit er om de een of andere reden dan nog wat flink foute humor tussen te gooien zoals een bende (in gekleurde pakjes en veel smoelentrekkerij uiteraard!) die te pas en te onpas verschijnt.
Ook bedoeld om een internationaal publiek te bereiken waardoor er dus besloten is om de film volledig in het Engels te draaien. In plaats van achteraf te dubben koos Goto ervoor om zijn acteurs effectief Engels te laten spreken en dat resulteert in wel erg slechte dialogen. Yeung geraakt nog ver weg met zijn charisma en blote bast (die tattoo op zijn voorhoofd daarentegen ziet er wel vrij belachelijk uit, maar ik zou het hem toch niet durven zeggen) maar Simon Yam bijvoorbeeld lijdt hier toch wel net iets te hard onder. Qua vechten best ook nog wel vermakelijk. Film opent leuk met een collage aan toernooigevechten, maar ook de dood van Ryu ziet er toch wel heerlijk bruut uit. Climax doet ook perfect wat je ervan zou verwachten.
Tof om eens gezien te hebben, al is het maar als liefhebber van Bolo Yeung. Beetje jammer dan dat hij bij vlagen uit de film verdwijnt, maar het is genieten wanneer hij zijn smoel laat zien. Verder valt vooral het slechte Engels nog op en een paar erg amusante vechtscènes. Ik heb ook nog Ironheart, de laatste film van Robert 'Enter the Dragon' Clouse liggen. Ben benieuwd!
2.5*
Bloodline (1979)
Alternatieve titel: Sidney Sheldon's Bloodline
The line between love and death is the bloodline
Ik weet dat ik deze Bloodline ooit eens in een soldenbak voor een paar euro had meegenomen in een poging om een Audrey Hepburn collectie aan te leggen. Ik wist toen nog niet dat ze in veel films had meegespeeld (ik dacht eigenlijk dat ze zowat als Grace Kelly was qua aantal films) en bij nader inzien leek me dit niet zo'n enorm boeiende film. Hepburn leek serieus verouderd op de hoes dus ik gaf de voorkeur aan haar oudere werk zoals My Fair Lady. Gisteravond dan toch maar eens aan begonnen in de hoop eens te snoeien in het aantal films op mijn to-see lijst.
Bloodline is een wisselende film geworden. Het begint allemaal nogal vreemd met een grote vlek in de rechterbenedenhoek van mijn scherm dat blijkbaar een visuele gimmick moet voorstellen maar eens dat voorbij is, begon mijn verwachting serieus te stijgen. Waarom? Omdat hier eigenlijk echt wel wat bekend volk in meespeelt. Het duurt een tijd eer Hepburn op het scherm tevoorschijn komt en meteen wordt duidelijk dat ze de tand des tijds niet heeft doorstaan zoals een Catherine Deneuve er nu nog altijd fantastisch voor haar leeftijd uitziet. Ten tijde van Bloodline was ze 50 en haar periode van My Fair Lady en Breakfast at Tiffany's was voorbij. Niet jammer dacht ik want hiermee kon ze zich bewijzen als een uitstekende actrice en wordt ze niet alleen op haar mooie snoetje door iedereen worden afgerekend, mezelf incluis trouwens. Toch blijkt dat dit niet helemaal haar ding is. Hepburn is bij vlagen uitstekend als Elizabeth Roffe die tegen wil en dank in een wereldje wordt betrokken dat haar vader mee oprichtte maar al even vaak lijkt ze helemaal niet op haar plaats te zijn. Dan was Romy Schneider een stuk beter en bij vlagen geweldig om naar te kijken. Normaal ben ik haar gewend in koninklijke rollen zoals Sissi of haar rol van Elisabeth in Visconti's epos over Ludwig maar hier speelt ze sterk. Gert Fröbe staat dan weer voor altijd op het netvlies gebrand als de schurk Goldfinger uit de gelijknamige Bondfilm maar hij heeft hier maar wisselend succes. Vooral het gezeik rond de computers kwam me op een bepaald moment echt wel de oren uit. Nog een reden trouwens waarom er hogere verwachtingen werden geschept was dat de soundtrack door Ennio Morricone werd verzorgd maar daar is jammer genoeg maar met vlagen wat van zijn kunnen te horen. De synthesizers waren bijvoorbeeld verschrikkelijk.
Bloodline is een film die nergens echt verrassend uit de hoek komt. Het plot is er één die we al meermaals in films hebben gezien en het wordt ook maar omslachtig uitgewerkt. De flashbacks rondom Elizabeth's vader worden er met de haren bijgesleept en ook heel de intrige is enorm voorspelbaar. Ze laten te overduidelijk uitschijnen dat Rhys de schuldige is maar je weet gewoon dat dit niet zo is doordat ze er simpelweg teveel de nadruk op leggen. Dan begin je na te denken wie het wel zou kunnen zijn en hoewel mijn gok verkeerd was, ik zette mijn geld erop dat Helene er iets mee had te maken, krijgen we een onsamenhangend en vooral afgeraffeld einde waar er opeens snuff movies aan te pas komen en een moordenaar die moord om een onbekende reden. Iedereen heeft wel een motief, met uitzondering van Charles, en net die blijkt de moordenaar te zijn waarop hij in de laatste minuten de naam van zijn vrouw fluistert. Tjah, echt duidelijk wordt het dus niet en dit zorgt eerder voor frustratie dan voor bevrediging.
Hepburn probeert in haar enige 'R' rated film de brokken te lijmen maar slaagt hier maar half en half in. Ze wordt gelukkig nog geflankeerd door een uitstekende selectie van acteurs waaronder Romy Schneider en Gert Fröbe waardoor het allemaal een hoger niveau krijgt. Bloodline is leuk om eens een keer gezien te hebben maar net zoals ik Terence Young's aanpak met de James Bond films niet echt de moeite vind, kan hij met Hepburn blijkbaar ook niet bijzonder veel.
3*
Bloodsport (1988)
Very good. But brick not hit back!
Ach, waar is de tijd.. Vroeger ontelbare keren vechtsportfilms als Bloodsport en Kickboxer gaan huren in de videotheek om ze dan jaren later nagenoeg compleet vergeten te zijn. Het was met een recentelijke herziening van Kickboxer dat bleek dat ik dit soort films nog altijd wel graag zag. Vooral vanwege een zekere vorm van nostalgie, maar het paste wel mooi in het idee om eens wat meer van Van Damme te gaan zien. Vandaag Bloodsport dan maar ineens eens meegepakt op DVD.
En toch ook wel weer een vermakelijke nonsensfilm. Volgens de eindcredits heeft het personage Frank Dux (oorspronkelijk Ducks, maar hij heeft zijn naam laten veranderen omdat hij er te vaak mee werd uitgelachen) effectief bestaan en zou heel Bloodsport op realiteit zijn gebaseerd. Dat Dux inderdaad bestaat wordt vrij snel duidelijk na een korte zoektocht op het internet. Dat de gebeurtenissen waarover hij schrijft in zijn boek The Secret Man: An American Warrior's Uncensored Story (wat de inspiratie voor Bloodsport zou zijn) ook gebeurd zijn is al een pak minder evident. Er is niemand naar voren gekomen die het verhaal kan staven en Dux is dan ook maar de enige persoon die blijft volhouden dat Kumite bestaan heeft. Beetje vreemd als je het mij vraagt.. Soit, dat neemt niet weg dat de film op zich een vermakelijk stukje cinema is. Het duurt weliswaar even eer de gevechten van start gaan, maar dan is dit toch ouderwets genieten. Een leuke verscheidenheid aan vechtstijlen en een bad-guy om U tegen te zeggen.
Want wat blijft die Bolo Yeung toch geweldig cool! Hij heeft hoop en al maar 5 lijnen dialoog, maar zijn indrukwekkende presence is onmeetbaar. Sowieso één van mijn favoriete rollen van Yeung. Let vooral ook op een Michel Qissi als Suan Parades. De naam zegt je niets? Het bot dat uit zijn been steekt waarschijnlijk wel. Qissi zou een jaar later geschiedenis schrijven als Tong Po in Kickboxer, maar moet het hier met een stuk minder indrukwekkendere rol doen. Schitterende rol ook van Van Damme. Geen idee wat hij ten tijde van de film gepakt had, maar die gelaatsuitdrukkingen terwijl hij het zand/krijt/weetikwat in zijn ogen krijgt zijn gewoon geniaal.
Heerlijke foute nonsens in ieder geval. De film steunt vooral op Bolo Yeung en natuurlijk de Muscles from Brussels. Onderweg is er nog een totaal niet in de film passende Forest Whitaker te ontdekken en Donald Gibb die als Ray Jackson ook nog in het vervolg zou meedoen. Leuk!
3.5*
Bloodsport 2 (1996)
Alternatieve titel: Bloodsport II: The Next Kumite
Niet zo slecht als de score doet vermoeden
Ik was gisteren van plan om No Retreat, No Surrender met Jean-Claude Van Damme te zien maar om de een of andere onduidelijke reden wou mijn Playstation de disc niet afspelen. Jammer maar helaas dus ik koos voor de volgende DVD in de Van Damme collectie en dat was deze Bloodsport II. Al was dat dus verkeerd want de Muscles from Brussels heeft niets met deze film te maken en ik moet me vergist hebben door de DVD hoes waar Bernhardt wel erg hard op Van Damme lijkt. Soit, ik ben altijd wel te vinden voor een knokfilmpje dus besloot ik Bloodsport II maar eens een kans te geven.
Al verschiet ik van de lage score hier want ik vond de film vrij vermakelijk. Het heeft er misschien mee te maken dat ik de eerste Bloodsport nooit gezien heb (of het moet eens in een ver verleden zijn geweest want zo heb ik jaren aan het zoeken geweest achter een fragment uit Bloodsport 4 waar ik zelfs het bestaan niet van wist) maar The Next Kumite heeft zijn charmes. Qua verhaal is dit natuurlijk niet al te schitterend, temeer omdat de film vaak nogal wordt onderbroken door Sun die zijn verhaal aan een stel kinderen vertelt. Op zich niets tegen het feit dat een film opent met een personage die dan het plot vertelt aan de kijker via een flashback maar dan moet je die persoon alleen maar aan het begin en aan het einde laten zien en niet elke keer een onderbreking in de film steken. Je bent hierdoor elke keer uit de vibe van de film maar het is vooral storend omdat het compleet nutteloos is om kinderen met hun belachelijke vragen hier in te verwerken. Sowieso rare keuze om zo'n verhaal waar bloederige gevechten en dergelijke schering en inslag zijn aan een stel 12-jarigen te vertellen.
Velen vallen over het vervangen van Van Damme door Daniel Bernhardt maar dat is onterecht. Nogmaals, ik heb de eerste Bloodsport niet gezien maar Van Damme is nu niet zo'n veelzijdig acteur dat hij dit soort rollen compleet anders invult dan bijvoorbeeld een Kickboxer. Bernhardt lijkt fysiek nogal op Van Damme en gebruikt ook dezelfde stijl qua vechten maar hij geraakt er goed mee weg. Pat Morita daarentegen is hier niet echt op zijn plaats en zijn rol is ook veel kleiner dan ik had verwacht. Beetje vreemd ook om Morita voor de rol van zakenman te casten want hij had veel beter gepast als sensei. Niet dat James Hong het slecht doet, verre van zelfs, maar één van de twee was genoeg geweest. Voor de rest bevat Bloodsport nog de gebruikelijke spierballen zoals een Bolo Yeung lookalike in de vorm van Ong Soo Han die wel voor wat vermaak zorgen.
Een aantal leuke gevechten maar de poging om meer diepgang in het verhaal te steken (of was het gewoon een manier om aan een langere speelduur te geraken?) zijn niet geslaagd. Ik had het liever gezien dat er gewoon werd verder gegaan met het verhaal in plaats van om de x aantal tijd te switchen naar een oudere versie van Sun. Bernhardt is als vervanger van Van Damme goed op zijn plaats en maakt me geïnteresseerd in de rest van de reeks.
3*
Blow Out (1981)
I didn't hire her for her scream, Jack, I hired her for her tits!
Brian De Palma, toch zo'n regisseur waar ik nooit goed weet wat ik er van moet verwachten. Een aantal uitstekende films, een aantal missers en een aantal dat daar zowat tussenin zit. Bij Blow Out twijfelde ik altijd wat, vooral omdat dit in het verlengde leek te liggen van Michelangelo Antonioni's Blowup en dat was nu niet echt een succes te noemen ten huize Metalfist. Een tijd geleden gaven ze dit echter met Cinema Canvas, wat een heerlijk programma was dat toch, en dan eindelijk eens voor gaan zitten.
En veruit één van de beste De Palma films, zoveel is zeker. De openingsscène alleen al met een film in een film is geweldig en zeker wanneer het dan nog eens gevolgd wordt door een heerlijk enerverend plotje waar Jack dieper en dieper in een kluwen van een samenzwering terecht komt. De vergelijking met onder andere JFK zijn nooit ver te zoeken en wat start als een ogenschijnlijk stom ongeval met de wagen eindigt in een zwartgallige climax tijdens de Liberty Bell parade. Hoewel, dat klopt niet helemaal. Het wordt nog net iets zwartgalliger wanneer blijkt dat Jack de schreeuw van Nancy gebruikt voor zijn nieuwste project.. Gaandeweg overtuigt De Palma met een aantal visuele spielereien (zijn split screen is ook weer van de partij) en heeft Blow Out vooral een heerlijk sfeerbeeld. Audiovisueel sterk, dat verwacht je toch ook wel ergens bij een film over een geluidsman, maar ook qua soundtrack erg goed.
Zo'n John Travolta, het is toch één van de meer ondergewaardeerde acteurs van deze tijd. De laatste jaren is het niet veel soeps weliswaar, maar hij heeft een breed gamma aan rollen gespeeld (Grease, Pulp Fiction, Face-Off, ...) en in Blow Out komt hij voor de verandering eens terecht in het thriller genre. Het gaat hem goed af in ieder geval en het mag gezegd worden dat hij de film zelfs compleet draagt. Grappig detail: het schijnt dat Travolta tijdens het filmen aan slapeloosheid leed en dat juist dat ervoor zorgde dat hij er zo beroerd begon uit te zien. Geen enkel slecht woord over Nancy Allen als zijn liefje trouwens, maar Travolta is toch net iets indrukwekkender. Ook John Lithgow heb ik in het verleden al angstaanjagender geweten dan hier in de rol van Burke.
Twee goede De Palma films achtereen gezien (deze en Passion), het doet me twijfelen of ik in het verleden niet teveel onterecht zijn films heb afgekraakt. Krijg in ieder geval zin om eens wat meer van zijn oeuvre te gaan zien en dat had ik niet verwacht. Travolta is hier uitstekend, maar het is toch vooral het sfeerbeeld dat Blow Out tot de interessante film maakt die hij vandaag de dag is.
Dikke 4*
Blow-Up (1966)
Alternatieve titel: Blowup
Some people are bullfighters, some people are politicians. I'm a photographer
Om de een of andere reden sprak Blowup me wel aan. Ik had nog nooit iets gezien van Antonioni maar ik ben altijd wel geïnteresseerd in Italiaanse cinema dus dit leek me wel interessant. Het plot leek iets Hitchcockiaans te zijn dus toen ze hem gaven op TCM heb ik niet getwijfeld, opnemen geblazen. Eergisteren dan eindelijk eens kunnen zien maar wat een enorme teleurstelling is dit geworden..
Ik krijg het gevoel dat je deze tijdsperiode moet hebben meegemaakt om echt volledig te kunnen genieten van het beeld dat Antonioni geeft. Ik ben zelf een jaren '90 kind dus echt een compleet andere generatie maar de film kwam gewoon enorm maar dan echt enorm traag op me over. De film is gebaseerd op een kortverhaal, vraag me af van hoeveel pagina's, maar dat is er jammer genoeg ook aan te merken. Thomas is een strontvervelend personage en kon me langs geen kanten boeien. Het begin verloopt erg langzaam en wanneer je denkt dat er wat schot in de zaak komt, krijg je een redelijk wazig einde voorgeschoteld. Normaal gezien kan ik het best wel waarderen wanneer een einde voor meerdere interpretaties open is maar eerlijk gezegd, ik had hier niet echt een interpretatie aan te geven. En ook de zin om het op te zoeken was redelijk ver te zoeken. Maar toch, ik wil de film niet compleet afschrijven want The Last Picture Show was een film die ik ook compleet overgewaardeerd vond bij de eerste keer maar die is langzaamaan tot één van mijn favoriete films uitgegroeid. Enige verschil was wel dat die film door mijn hoofd bleef spoken en Blowup ben ik al grotendeels vergeten maar dat terzijde.
Van de regisseur had ik dus nog niets gezien maar ook de cast kende ik totaal niet, hoewel Redgrave ergens een belletje deed rinkelen. David Hemmings neemt de rol van de fotograaf op zich maar of het nu aan het script lag of aan zijn manier van doen, hij is enorm vervelend. Zelden zo'n ambetant personage gezien dat dan ook nog eens zo irritant wordt neergezet. Bah. De rest van de cast is eigenlijk niet veel soeps (het niveau is dan ook vrij laag met de twee stalkende tienermeisjes als dieptepunt) maar de enige reden waarom dit eigenlijk nog iet of wat van sterren krijgt is één woord: Yardbirds. Ik ben een enorm grote fan van de groep maar had er geen idee van dat ze ooit optraden in een film. In een flits zag ik hun naam verschijnen op de openingscredits maar dan was het nog even afwachten uit welke setting de groep ging bestaan want dat varieerde wel wat in de loop der jaren. Gelukkig is het hier mijn favoriete line-up geworden met Jimmy Page, Keith Relf en Jeff Beck. Het eenzame hoogtepunt uit heel de film en ergens is dat best wel triest.
Verder wil ik er niet teveel woorden aan vuil maken maar waarom dit zo wordt gewaardeerd, het is mij een raadsel. Normaal gezien kan ik altijd nog wel de goede kanten in iets zien maar hier is dat wel echt moeilijk. Blowup is traag, saai, vervelend en heeft een barslechte cast. Thank God for the Yardbirds.
1*
Blown Away (1994)
I've come here to create a new country for you called chaos, and a new government called anarchy
Eigenlijk heb ik een gloeiende hekel aan examens. Het is altijd een enorme stressperiode maar langs de andere kant heb je echt wel veel vrije tijd. Ik zit weeral in mijn blok en als ontspanning na het leren zet ik tegenwoordig een film op. Blown Away was een titel die me alweer niets zei toen ik hem tegenkwam in de lijst op de decoder maar de informatie van Belgacom leerde me al snel dat het met Jeff & Lloyd Bridges was en dat was genoeg om hem op te zetten. Ik had totaal geen idee waarover de film ging (om de een of andere bizarre reden kreeg ik alleen 3 namen van acteurs te zien) dus nam ik een stap in het onbekende.
En soms draait dat slecht uit en soms draait het goed uit. Blown Away is zo'n film waar het goed bij uitdraait maar dat is voornamelijk dankzij de uitmuntende cast. Vroeger kende ik Jeff Bridges eigenlijk alleen maar van The Big Lebowski en op zich is dat een goede film maar ik begreep niet waar Bridges zijn faam vandaan haalde. Oké, hij speelde zijn rol erg vermakelijk maar daar stopte het voor mij dan ook. Althans, dat was het geval tot ik hem in meer films begon tegen te komen. Als piepjonge gast in het geniale The Last Picture Show en onvergetelijk in TRON. Langzaamaan begon hij zich op te werken als een acteur die ik graag zie spelen en dat hier doet hij dat gevoel nog verder eer aan. Alleen jammer van het verschijnen/verdwijnen van zijn Iers accent. Bridges speelt zijn rol met overtuiging maar slaat hier toch wel een beetje de bal mis. Dan kwam Lloyd Bridges authentieker over. Geweldig trouwens om vader en zoon samen te zien acteren. Lloyd Bridges zal voor mij altijd de gestoorde maar geniale Commander Cain uit de originele Battlestar Galactica maar hier is hij ook wel lekker op dreef. Dat geldt trouwens ook voor Tommy Lee Jones, een acteur waar ik normaal gezien bitter weinig van moet hebben maar hier komt hij echt heerlijk krankzinnig over. Alleen ook hier jammer van het ontzettend fake Ierse accent. Eigenlijk kent Blown Away een grote sterrencast want ook Forest Whitaker komt nog opdraven in een vrij leuke rol. Let trouwens ook op het kleine bijrolletje van Cuba Gooding Jr.
Blown Away is op sommige vlakken nogal voorspelbaar. Stoort dat? Nee, niet echt. Stephen Hopkins schotelt ons een ietwat standaard actiefilm voor maar toch is het allemaal ontzettend vermakelijk gebracht. Heel het plot rond het mysterieuze verleden van Jimmy en de relatie tussen hem en Ryan is boeiend en wordt op zich ook goed uitgewerkt. Het is alleen spijtig dat er hier en daar een paar kleine fouten zijn ingeslopen. Zo zijn vooral de acties van Kate, Jimmy's vrouw, soms echt wel te stom voor woorden. Vooral die scène op het strand waar ze haar dochter kwijt geraakt en haar dan terug vindt in gezelschap van een Ier maar dat haar frank niet valt dat dit wel eens de Ier zou kunnen zijn die haar man belaagd, komt nogal ontzettend lame over. Ook het feit dat de laatste bom van Ryan zo ontzettend lang duurt waardoor ze nog een lekker potje kunnen vechten was nu niet echt hoogstaand. Jammer eigenlijk want voor de rest zit de film boeiend ineen maar verscheidene minuten kijken naar water en knikkers en buisjes die allerlei andere zaken in beweging zetten was voor mij wat teveel van het goede. Gelukkig is er voor de rest nog genoeg te beleven in actieland want daar heeft Hopkins zeker wel weet van. De climax verloopt lekker en de ontploffingen doorheen de film zien er ook geloofwaardig uit. Normaal gezien ben ik ook geen fan van U2 maar de nummers pasten wel lekker in de sfeer van de film.
Erg vermakelijke maar ietwat standaard film. Het plot zit goed ineen maar het is vooral dankzij de uitmuntende cast dat dit naar een hoger niveau is getild. Geweldig om vader en zoon Bridges tezamen te zien, al blijft het jammer van de vele fake accenten doorheen de film. Ach, ik heb me in ieder geval goed geamuseerd.
Kleine 4*
Blue Jasmine (2013)
I used to know the words. Now they're all a jumble
Blue Jasmine stond al een tijdje op het verlanglijstje, tezamen met het overige werk van Woody Allen dat ik nog niet heb gezien. De reden waarom het echter een tijd duurde eer ik me hier aan waagde is dat ik Allen's vorige, To Rome with Love, niet echt kon smaken. Dat en het feit dat ik de cinema release blijkbaar compleet heb gemist en de DVD nog nergens voor een goed prijsje was tegengekomen. Gelukkig besloot het plaatselijke cultuurcentrum om de film opnieuw in roulatie te nemen.
En dan is het tof om te zien dat To Rome with Love blijkbaar een toevallige misser was, want met Blue Jasmine weet Allen weer de gebruikelijke hoge toppen te scheren. Deze keer eens geen film waar een stad centraal staat, maar waar de focus ligt op één iemand. Jasmine, die me wel eens aan een vrouwelijke versie van die typische neurotische Allen personages deed denken, is dan ook de katalysator van de film. Ze komt van een leven waar ze in het middelpunt van de belangstelling stond en dat wordt verder doorgewerkt in de film zelf. Het is daar dat het interessant wordt, want Jasmine is misschien wel één van de interessantste personages die ik tot nu toe ben tegen gekomen in het oeuvre van de New Yorker. Sympathiek is ze niet, maar ze heeft een soort van tragikomische vibe rondom haar die ik wel kon waarderen. Bovendien weet Allen regelmatig nog verrassend uit de hoek te komen, zeker het telefoontje van Jasmine naar de FBI had ik eerlijk gezegd niet verwacht, waardoor dit het bewijs is dat hij zijn touch nog steeds niet kwijt is. Vond vooral ook de wisselwerking met flashbacks en het heden lekker in elkaar overvloeien, ik heb het al erger geweten.
Eerlijk is eerlijk, ik vermoed dat een groot deel van de aantrekkingskracht van Jasmine niet enkel aan Allen en zijn script/regie is te wijten. Cate Blanchett heb ik nooit slecht gevonden, maar het is ook geen actrice waarvoor ik zou thuisblijven. Hier trekt ze echter de film geheel naar zich toe en blijf je als het ware gehypnotiseerd staren naar elke moment dat ze in de film te zien is. Je zou dan denken dat de film inzakt wanneer ze er even niet in voorkomt, maar dat wordt gelukkig goed opgevangen met een resem sterke acteurs. Sally Hawkins vormt het perfecte evenwicht voor Blanchett en Alec Baldwin stijgt boven zichzelf uit onder de regie van Allen. De zwakste schakel is Louis C.K. die nooit echt lijkt te passen in het geheel, maar dat is een klein hekelpunt.
Woody Allen en Cate Blanchett, het is een combinatie die meer mag voorkomen. Ik blijf het verbazingwekkend vinden dat de regisseur tegen zo'n hoog tempo films maakt en dat er altijd wel iets in zijn films zit dat me weet aan te spreken. Blue Jasmine is ongetwijfeld één van zijn beste, al is de weg gelukkig nog lang.
4*
Blue Steel (1934)
Alternatieve titel: Stolen Goods
Blue Steel
Weer zo'n vermakelijk Lone Star Productions filmpje met John Wayne. Je weet direct hoe het gaat eindigen (Wayne wordt eerst voor de slechte aangezien om dan uiteindelijk het meisje te veroveren en er mee te trouwen.) Maar toch is het allemaal leuk om te zien en soms zitten er leuke vondsten in. In een andere heb ik eens gezien dat ze door een holle boom door schoten.
3.5*
Blue Streak (1999)
You just said you have a cat in your pants
Er zijn zo van die films die je in geen jaren hebt gezien en waar je opeens zin in krijgt. Mijn stem voor Blue Streak dateerde ergens van rond de periode dat ik me net had ingeschreven op MovieMeter en volgens mij was dit één van de films waar ik op stemde zonder hem recent gezien te hebben. Het verbaasde me wat dat ik hier maar 3* voor had uitgedeeld, in mijn herinnering was dit echt nog wel leuk, dus ik was benieuwd wat de herziening ging geven.
Veel fun in ieder geval. Toegegeven, Martin Lawrence is misschien hier en daar iets te nadrukkelijk aanwezig (die scène als pizzabezorger is werkelijk tenenkrommend slecht) maar dat is nu eenmaal zijn stijl en het is love it or hate it lijkt me. Wat Blue Streak vooral interessant maakt, is dat er deze keer eens geen onnodige verhaallijnen bij worden betrokken. Geen romance (niet met Janiece en ook niet met één of ander nieuw personage zoals die advocate bijvoorbeeld) maar gewoon puur de basics waarbij een crimineel moet infiltreren bij de politie om zijn buit van een aantal jaar terug te kunnen recupereren. De film duurt met zijn 93 minuten ook niet nodeloos lang en dat zijn toch allemaal punten die ervoor zorgen dat dit één van de leukste jaren '90 komedies blijft. Zeker ook het einde heeft wel zijn charme zonder dat het een al te groot cliché wordt.
Ik noemde Blue Streak daarjuist al één van de leukste jaren '90 komedies, maar het lijkt wel alsof Lawrence in dat decennium werkelijk alomtegenwoordig was. Met rollen in Bad Boys, Life en Big Momma's House (al is die wel uit 2000) was hij wel in elke komedie te zien en vandaag de dag lijkt hij compleet verdwenen te zijn. Er zijn nog wel wat oude successen die terug naar boven komen (Big Momma's House en Bad Boys) maar echt iets nieuws? Neen, dat zit er precies niet tussen en dat is toch jammer. Lawrence heeft een stijl die me wel ligt en in combinatie met zo'n sullige Luke Wilson, altijd precies wel de betere van de Wilson broertjes gevonden, levert dat wel leuke momenten op. Verder heeft Dave Chappelle nog een fijne bijrol als Tulley.
Zal waarschijnlijk ook wel een stukje nostalgie zijn dat voor mijn score zorgt. Blue Streak blijft echter zo één van die films die na al die jaren overeind blijft staan. Niet dat ik meteen een heropleving van het oeuvre van Wallace wil gaan doen (al heb ik aan Black Knight ook nog wel goede herinneringen) maar toch een erg vermakelijk avondje aan overgehouden.
3.5*
Blue Velvet (1986)
She wore Blue Velvet
Blue Velvet van Bobby Vinton heb ik altijd wel een leuk nummer gevonden. Het zorgde dan ook meteen voor een leuke openingsscène. En alhoewel ik Lynch zijn stijl wel graag zie gaat hij hier compleet de mist in.
Het verhaal boeide me compleet niet. Het was dan ook geen echte mindfuck zoals ik had verwacht maar een redelijk lineair verhaal, wel één met bijzonder gestoorde personages. Zonder de scène waar Isabella Rossellini het nummer Blue Velvet zingt had het voor mij zelfs niet duidelijk geweest dat ik een Lynch film was aan het zien. Er zitten wel een aantal sterke scènes in maar het geheel kon me echt niet interesseren.
MacLachlan, die ik in Twin Peaks fenomenaal vond, was hier niet zo geweldig. Misschien omdat ik er ook voor altijd Dale 'Coop' Cooper in zal zien maar degene die me het meest irriteerde was Rossellini. Wat een verschrikkelijke actrice. Hopper daarentegen was geweldig als levensgevaarlijke kloot.
Na Eraserhead is dit toch de 2e Lynch die tegenslaagt voor mij maar daar staat dan wel tegen over dat hij het geweldige Twin Peaks en Mulholland Dr. heeft gemaakt. Een twijfelgeval dus.
2*
Blueberry Hill (1989)
Alternatieve titel: Blueberry Hill: A Love Story from the Fifties
Kraken zallek u!
Ik speelde al langer eens met het plan om wat meer van de Vlaamse cinema te gaan zien. Vreemd genoeg is dat een niche die bij mij als Belg zijnde wat onderbelicht is geweest en dat lijkt me niet helemaal terecht. Als Antwerpenaar heb ik dan ook altijd een lichte voorkeur gehad voor Robbe De Hert en hoewel zijn gezondheid vandaag de dag het niet meer toe om films te maken, is en blijft het een persoon die werkelijk films uitademt. Blueberry Hill zou naar het schijnt zijn persoonlijkste film zijn en laat ik die nu net op DVD hebben.
Een persoonlijke film in de zin dat het hoofdpersonage een tiener is die luistert naar de naam Robin De Hert. Het lijkt wel alsof De Hert wou afrekenen met een aantal feiten uit zijn verleden en dat resulteert in een interessante film. Geen zelfbeklag, geen vergane glorie of een te nostalgische terugkijk, maar gewoon een degelijke film rond een klas die het aan de stok krijgen met de onderdirecteur. Hier en daar niet altijd even goed gebalanceerd, lijkt wel alsof De Hert zelf niet goed wist te kiezen tussen een komedie (al kan het zijn dat ik gewoon dat gevoel kreeg vanwege de aanwezigheid van Frank 'Meester, hij begint weer' Van Dingenen) of een drama waardoor de zelfmoord van Eddy en de bijhorende begrafenis wat geforceerd aanvoelt, maar zonder meer een erg vlotte film. Liefhebbers van de cinema komen hier ook wel overduidelijk aan hun trekken. De ondertussen vergane Cinema Rex in Gent, de vele Belgische filmposters die te zien zijn en een personage wiens enige dialoog bestaat uit het bespreken van films. Altijd leuk voor de fan en ik weet niet hoe het bij de rest zit, maar ik vind het altijd leuk als ik weet waar het dan over gaat.
Michael Pas, ik zie hem graag spelen. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat het altijd even duurt vooraleer ik hem wat in zijn rol vind komen doordat zijn stem voor eeuwig en altijd met twee jeugdsentimenten (de animatiereeks van Kuifje en de serie Kulderzipken) verbonden zal zijn. Pas is gelukkig een acteur die goed genoeg is om dat euvel snel te verhelpen. Babette van Veen, dochter van die andere bekende van Veen, is een geslaagde tegenspeelster voor Pas, maar het zijn vooral toch ook een aantal van de bijrollen die dit net dat beetje extra geven. Een jonge Stijn Meuris als zoon van de conciërge en een heerlijk arrogante Frank Aendenboom onder andere. Vanwege wat problemen met de Vlaamse commissie, je kon geen twee jaar achter elkaar een film binnenbrengen waardoor De Hert met Blueberry Hill andere oorden moest opzoeken aangezien Trouble in Paradise eerder was, kwam de regisseur terecht bij de Franse commissie en om die te plezieren gaf hij een rol aan Myriam Mézières, van Une Flamme dans Mon Coeur faam. Ietwat ongeloofwaardig om een lerares in een vakschool te zien in de jaren '50, maar Mézières weet zich perfect recht te houden.
Veel bekende koppen (spot zeker ook nog Filip Peeters als liefje van mevrouw Claessens in de club!), een erg lekkere soundtrack en een degelijke uitwerking maken van Blueberry Hill een film die gezien mag worden. Niet perfect, maar ook dat heeft zijn charme. Moet maar eens op zoek gaan naar de sequel of gewoon Vlaamse films in het algemeen.
Ruime 3.5*
Blues Brothers, The (1980)
We're on a mission from God
Een tijd geleden hoorde ik opeens Everybody Needs Somebody op de radio en werd meteen terug gekatapulteerd naar een aantal jaar geleden. Ik betwijfel of ik toen de volledige Blues Brothers film had gezien, maar het nummer bleef heel de dag in mijn hoofd rondspoken waardoor ik me voornam om dringend eens werk te maken van het kijken van de film. De lange speelduur zorgde er echter voor dat het wat gepland moest worden (zeker wanneer de DVD-hoes er nog eens 20 minuten bijtelt), maar gisteren dan eindelijk voor gaan zitten.
De reden waarom ik zeg dat ik betwijfel dat ik de volledige film heb gezien is omdat er maar een handvol fragmenten terug kwamen. De scène in de kerk met James Brown is er daar één van, maar voor de rest was dit over het algemeen een eerste keer. En het moet gezegd worden dan dit toch wel een erg vermakelijk stukje cinema is geworden. Hoewel Landis ervoor kiest om een miniem plot (het gaat echt enkel en alleen om het bijeenbrengen van de band) in een traag tempo te vertellen, verveelt de film nergens. De twee mannen in het pak komen van de ene bizarre situatie in de andere en, ondanks dat niet alles altijd even goed werkt, is het nieuwsgierig afwachten waar ze nu weer in gaan verzeilen. Daar komt dan ook nog eens bij dat Blues Brothers een dijk van een soundtrack heeft. Er wordt jammer genoeg gespeeld met autocue en lip-syncing, maar het kan de pret niet deren. Even lijkt de film in te zakken wanneer het ultieme concert is gegeven en onze helden hun centen hebben binnengehaald, maar dan komt er nog een schitterende achtervolging aan te pas die de film terug op kruissnelheid brengt.
En wat een heerlijke cast ook. Ik dacht altijd dat het James Belushi was die de rol van 'Joliet' Jake Blues op zich nam, maar blijkbaar was het zijn broer. Deze is ietwat kleiner van gestalte, maar voor de rest is het hallucinant hoe sterk de broers op elkaar lijken qua manier van doen. Belushi neemt hier en daar iets meer het voortouw en doet dat uitstekend. Het is echter wanneer hij samen is met Dan Akroyd, en gelukkig voor ons is dat nagenoeg heel de film, dat het plezier er echt vanaf spat. Tel daar nog eens een aantal erg leuke cameo's bij van zowel uit de muziekwereld (John Lee Hooker en Ray Charles!) alsook uit de filmbiz (Frank Oz en Steven Spielberg!) en is het genieten van de eerste tot de laatste minuut.
Een lange zit (ik heb dan ook nog eens de extended version gezien) weliswaar die door het enthousiasme, de humor en de aanstekelijke muziek een stuk minder lang aanvoelt dan je zou verwachten. Een cast die er overduidelijk zin in heeft (ook één van de leukste rollen ooit van Carrie Fisher) en een aantal legendes uit de muziekwereld. Heerlijk!
Dikke 4*
Bluthochzeit, Die (2005)
Alternatieve titel: De Bloedbruiloft
Dominique Deruddere in het Duits
Een tijd geleden zag ik Crazy Love van Dominique Deruddere en op de DVD stonden een aantal trailers van zijn andere films. De Bloedbruiloft was één van die films en met zo'n titel is mijn interesse wel gewekt. Ik vond het een beetje vreemd dat het een Duitse film was, maar het leek op zich wel een fijn filmpje te zijn. Afgelopen weekend de DVD eens aangeschaft en er direct maar werk van gemaakt om hier is voor te gaan zitten. Met uitzondering van de trailer dus redelijk blanco ingegaan, al meende ik me nog wel ergens te herinneren dat Jean Van Hamme (XIII!) met het bronmateriaal iets had te maken.
En me hier eigenlijk goed mee geamuseerd. In het begin is het wat vreemd om een aantal Vlaamse acteurs in het Duits te horen (temeer omdat Dirk Roofthooft en Hilde Van Mieghem duidelijk gedubt zijn), maar het went snel en wat volgt is een vermakelijk plot rond een niet betaalde rekening dat compleet uit de hand loopt. Deruddere gaat grootser en grootser (de Mercedes die wordt opgeblazen, een aantal personages die worden neergeschoten, ...) maar uiteindelijk eindigt het wel wat met een sisser. Vooral ook omdat een aantal verhaallijnen gewoon niet worden uitgewerkt. Zo voelt heel het stuk met Roger en zijn escorte gewoon aan als vulling om tot een ietwat acceptabele speelduur te komen. Toch zit hier wel veel fun in en vliegt de film in een sneltreinvaart voorbij. Deruddere sleurt je mee in zijn universum en laat je pas los wanneer de eindcredits over het scherm rollen. Achteraf lijkt de film dan ook best wel veel plotgaten en mankementen te vertonen en toch, tijdens het kijken valt het amper op.
Niet de eerste Duitse film die ik zie, maar het is toch een filmtak waar ik weinig mee heb. Een paar silents (Nosferatu!) en een handvol Marlene Dietrich films en daar zal het ook wel weer gaan stoppen vermoed ik. Het herkenbaarst zijn de drie Vlaamse acteurs waarmee de co-productie recht wordt aangedaan en daar steekt vooral Nand Buyl met kop en schouders bovenuit. Armin Rohde is vermakelijk als de gestoorde vader in het geheel en vormt een leuk klankbord met Uwe Ochsenknecht. Rest van de cast is van een degelijk niveau, maar ook wel vrij inwisselbaar.
Moeilijk te beoordelen. Gevoelsmatig ligt dit wat lager dan Iedereen Beroemd en Crazy Love, maar toch ook wel weer een fijn filmpje. De echte klapper van Deruddere moet nog komen naar mijn gevoel, heb Wait until Spring, Bandini nog liggen en heb daar wel wat verwachtingen van, maar het is in ieder geval een degelijke regisseur.
3.5*
Bo Bui Gai Wak (2006)
Alternatieve titel: Rob-B-Hood
Jackie Chan en de baby
Persoonlijk vind ik de latere Jackie Chan films een stuk minder dan zijn ouder werk. Nu niet dat dat ouder werk altijd getuigde van een hoog niveau (Fantasy Mission Force, brrr) maar zijn latere films beginnend van eind jaren '90 - begin jaren '00 zijn vaak toch net iets minder. Er kunnen echter nog altijd uitzonderingen zijn, zo verraste Chan me erg hard met New Police Story, waardoor ik toch altijd met een zekere interesse aan zijn films begin. Rob-B-Hood was een titel die me niets zei maar de plot leek wel eens garant te staan voor een vermakelijke film.
Alleen die speelduur, dat is de grote tegenvaller. Komedies die meer als 2 uur duren hebben naar mijn gevoel te veel inzakkingen en ook Rob-B-Hood ontsnapt daar niet aan. Geslaagde scènes worden afgewisseld met een aantal dode momenten (vooral eigenlijk alles met de gestoorde landlady) en dat is zonde want met een halfuur korter had er hier wel eens een 4* in kunnen zitten. De opzet is dan op zich ook wel vrij amusant te noemen maar het blijft wel een redelijk platgetreden pad want dit soort films waar twee mannen opeens een baby moeten gaan opvoeden hebben we al vrij vaak gezien. Qua humor leent de film dan ook regelmatig bij andere successen (zo is de scène waar Thongs en Octopus de baby kwijt raken op de bus een bijna exacte kopie van een aflevering uit Friends) maar ach, echt storen doet dat niet. Aangenaam verrast ook door het schrijfwerk van Benny Chan. Die schreef ook al het script voor New Police Story maar maakte bij mij een slechte start via Who Am I. Leuk om te zien dat hij zich toch heeft kunnen herpakken.
Ik heb sowieso wel de indruk dat de twee Chan's een geslaagd duo vormen. Na het succes van New Police Story ging Jackie Chan naar Benny Chan met de vraag om eens een film te maken waar hij niet de gebruikelijke good guy is. Daar kwamen ze op het idee om Jackie Chan de rol van Thongs te geven waarmee het één van de weinige keren is in zijn carrière dat hij een misdadiger speelt. Hoewel hij hier natuurlijk niet de definitie van slecht is maar eerder zowat in een schemerzone zit. Soit, in ieder geval is het een rol die hem goed afgaat maar vooral ook omdat hij zich op de actie kon concentreren terwijl Benny Chan de dramatische elementen in de film stak. Het resultaat is een typische Chan film waar hij weer met alle hulpstukken die hij in een kamer kan vinden de anderen te lijf kan gaan. Tof ook om Yuen Biao nog eens te zien in de kleine bijrol van politie inspecteur Steve Mok. Chan wordt hier bijgestaan door Louis Koo als Octopus en Michael Hui als Landlord en ze vormen een geslaagd trio. Er is niet veel dat kan toppen aan het trio Chan, Hung en Biao uit de jaren '80 maar dit kan er zeker mee door.
Vermakelijke film, daar niet van, maar een paar stoorfactoren waardoor ik hier geen 4* aan kwijt kan. Het is voornamelijk de lange speelduur die de film een beetje de nek omdoet. Chan is hier wel weer lekker op dreef (blijft toch schitterend wat die man nog allemaal kan) en wordt goed gesteund door Koo en Hui.
3,5*
Boat That Rocked, The (2009)
Alternatieve titel: Pirate Radio
1 Boat. 8 DJs. No Morals
Ik had deze Boat That Rocked al verschillende malen in de videotheek zien staan maar het was er nooit van gekomen om hem mee te pakken want elke keer leek ik precies een betere film te zien staan. Na hem vorige week nog op het laatste nippertje om te ruilen met de nieuwe en teleurstellende Fast & Furious wou ik deze keer de kans niet laten liggen. Spijtig dat ik hem nooit eerder heb meegenomen.
Het concept van The Boat That Rocked is origineel. Ik kan me geen andere film voorstellen die zich concentreert op de jaren '60 en de daarbij horende piratenzenders. Alhoewel ik in die tijd nog niet was geboren kon ik me eigenlijk best wel inleven in de personages en daar zit dan meteen ook de kracht van de film, in zijn personages. Stuk voor stuk originele, idiote maar geniale karakters die van de film een waar genot maken. Het zijn allemaal overdreven typetjes maar tegelijkertijd worden ze daardoor ook memorabel. De enige die niet uit de verf kwam was 'Doctor' Dave maar Quentin, Gavin Cavanagh, The Count, 'Simple' Simon Swafford en vooral 'Midnight' Mark zijn fantastisch. Die laatste deed me trouwens wel zeer hard aan een jonge Robert Plant van Led Zeppelin denken.
Nu mogen die personages zo goed zijn geschreven als maar kan, ze moeten ook nog altijd goed vertolkt worden door de cast maar daar heeft de film geen gebrek aan. Bill Nighy kende ik alleen maar van zijn rol van Davy Jones in Pirates of the Caribbean of van zijn rol van in Underworld maar die twee personages laat hij hier mijlenver achter. Verdomme, wat een acteur! Vanaf zijn eerste scène waarin hij kennis maakt met zijn peetzoon is hij de pure verpersoonlijking van alles wat cool is. Hoffman kende ik van ziens maar in geen enkele film slaagde hij erin om een memorabele rol neer te zetten maar dat is hier dan toch wel zonder twijfel gelukt, toch is de koning hier Rhys Ifans als Gavin Cavanagh. In nothing Hill vond ik hem niet goed maar hier is hij gewoonweg fantastisch. Die moves, die stem, die one-liners die hij af en toe uitstoot die dan nog iets extra krijgen in combinatie met The Count zijn geniaal. Een tijd geleden FAQ About Time Travel gezien waar Chris O'Dowd ook een rol in speelt maar daar haalde hij niet het niveau van de I.T. Crowd maar hier overstijgt hij dat bij vlagen. Het is simpelweg teveel werk om iedereen lof toe te zingen maar ze verdienen het gewoon. Het is alleen jammer dat Nick Frost zoveel screentime krijgt want dat is met uitstek het minste personage.
Een minpunt is wel dat de film iets korter had gemogen. Curtis had er beter aan gedaan om er in het midden wat in te knippen want op dat punt is hij bij vlagen saai. Gelukkig komt daar verandering in wanneer de DJs niet opgeven met uitzenden (met een geweldige speech van elke DJ met de redenen waarom ze blijven), verdwijnen met hun boot, zinken en uiteindelijk gered worden door hun eigen luisteraars. Lang geleden dat ik nog zo'n geweldige climax heb gezien en nu ik eraan terugdenk lopen de rillingen nog over men rug. In het begin van de film vond ik trouwens dat er geen echt duidelijk verhaal in zat en naarmate de film vorderde verdween dat gevoel ook niet. Tot de aftiteling kwam en toen begreep ik dat heel de film vol zit met kleine plotlijnen. Simon die trouwt met een fan, de fan die toegeeft getrouwd te zijn om met Gavin te kunnen zijn en de daarop volgende hilarische chicken klimwedstrijd tussen dezelfde Gavin en The Count maar ook Young Carl zijn zoektocht naar zijn vader die dan uiteindelijk Bob blijkt te zijn. Was dat trouwens die Moody Blues LP die Bob nog red wanneer het schip zinkt? De rode draad is gewoon het schip maar ook niet meer dan dat.
Qua muziek is The Boat That Rocked ook een feest van herkenning. Als je als filmmaker nummers zoals Wind Cries Mary van Hendrix weet te combineren met The Who of Leonard Cohen dan verdien je mijn respect. Misschien een soundtrack die het wel waard is om eens te gaan kopen.
The Boat That Rocked bevat een paar werkelijk hilarische scènes (het bachelor feestje o.a.) en ook verschillende keren een zeer knappe cinematografie zoals bij die klimwedstrijd. De personages zijn geniaal, het verhaal komt in de buurt maar is in het midden te saai. Combineer dit alles dan ook nog eens met geweldige muziek en je hebt een dikke 4*. Kan goed zijn dat hij met een herziening op een 4.5 of heel misschien een 5 terecht komt.
4*
Boat, The (1921)
The Boat was in mijn herinnering een iets mindere kortfilm van Buster Keaton (mijn stem op IMDB stond op 7*) maar bij herziening doe ik er toch een vol punt bij. Nog nooit iemand zo stoïcijns ten onder zien gaan met een boot en verder zijn de bootcapriolen van Keaton en zijn gezin toch ook weer genieten. Jammer van de soms wel erg donkere scènes waar het moeilijk te onderscheiden is naar wat je aan het kijken bent maar voor de rest dus erg genietbaar. Veel stuntwerk weer waar Keaton bekend om is maar ook één van de weinige kortfilms waar hij een woordgrapje maakt. De naam van de boot (Damfino) is een verbastering van "Damned, if I know" en die blik wanneer zijn SOS bericht niet meer wordt beantwoord nadat hij de naam van de boot heeft doorgegeven is toch goud waard. Sowieso zijn erg veel van de bootscènes erg geslaagd eigenlijk. De manier waarop Keaton zelf een lek veroorzaakt en hoe hij er dan mee omgaat.. Het is echt fantastisch.
4*
Bobby (2006)
Alternatieve titel: Bobby Kennedy
Gentlemen, have you ever heard of Lysergic Acid Diethylamide?
Om de een of andere reden blijf ik een zekere fascinatie behouden voor de Amerikaanse presidenten of presidentskandidaten. Ten tijde van de recente verkiezingen had ik me eens gewaagd aan The Next Kennedy: A Woman's View of Robert F. Kennedy as a Prospective President - Margaret Laing (1968) - BoekMeter.nl en ik was eigenlijk vergeten dat ik deze film nog in bezit had. Lag al een geruime tijd te verstoffen dus, maar ben er gisteravond eindelijk eens voor gaan zitten. Het was een film met een aantal verrassingen in ieder geval.
Zo wist ik niet dat dit geschreven en geregisseerd was door Emilio Estevez. Een acteur die voor mij voor eeuwig aan nostalgie verbonden zal zijn dankzij zijn rol in The Mighty Ducks, maar het mag gezegd worden dat hij dit ook wel goed doet. Bobby is, in tegenstelling tot wat je zou verwachten bij een film met deze titel, geen film over Bobby Kennedy zelf. Hij heeft natuurlijk zijn functie in het verhaal, maar de focus ligt toch meer op een aantal randpersonages. Goede zet als je het mij vraagt en bovendien zorgt het ervoor dat er voldoende afwisseling in het verhaal zit. Hier en daar ogen sommige scènes wat onderbelicht (vind heel het segment van John Casey, de rol van Anthony Hopkins, wat nutteloos en dat kan helemaal gezegd worden van Fisher, de rol van Ashton Kutcher) maar verder is dit een erg interessante mozaïek. Tenslotte ook een film die vooral naar het einde toe beklijvend wordt. Je weet wat er zit aan te komen en toch weet Estevez de spanning heerlijk op te bouwen.
Estevez neemt ook een kleine rol voor zijn rekening en dat had hij misschien wel aan iemand anders moeten overlaten. Hij komt nogal fake over en sowieso valt het op dat de acteurs die rechtstreeks iets met de productie hebben te maken (Hopkins bijvoorbeeld die ook als producer optrad) de mindere schakel in het geheel zijn. Zo'n Laurence Fishburn echter trekt zijn segment compleet naar zich toe, maar ook de rollen van onder andere Lindsey Lohan, Harry Belafonte en Joshua Jackson zijn de moeite waard. In de loop der tijd ben ik wel wat allergisch geworden aan dit soort van wall of text eindes waarbij nog wat extra informatie wordt gegeven, maar Bobby geraakt er mee weg. Waarschijnlijk vooral omdat ik toch wel onder de indruk was van het einde dat wordt ingeleid met het altijd geweldige Sound of Silence van Simon & Garfunkel.
Aangenaam verrast, zoveel is zeker. Estevez schuwt de clichés niet en toch klikt het allemaal netjes in elkaar. Veel bekende koppen om te spotten, de ene al wat beter dan de andere, maar ik blijf het boeiend vinden als dit soort films een interessant geheel wordt. Ik verwachtte een film over een Amerikaans senator, maar ik kreeg een doorsnede van het Amerikaanse volk. Kan ik zeker en vast mee leven
4*
Bobby Fischer against the World (2011)
The greatest match was in his mind
Ik ben helemaal niet zo bekend met schaken, verre van. Vroeger heb ik het wel geleerd maar ik was er veel te ongeduldig voor en ik speelde het op zich ook niet zo heel graag. Een paar maand geleden heb ik geprobeerd om het wat terug op te pakken maar buiten de basis heb ik niet veel geleerd. Ik had dan ook nog nooit van Bobby Fischer gehoord maar de documentaire leek me wel interessant dus opgenomen toen ze hem op televisie gaven. Gisteren maar eens opgezet.
Ik had nooit gedacht dat dit eigenlijk zo meeslepend ging zijn. Voor de Bobby Fischer leek weet Liz Garbus er een mooi geheel van te maken. De documentaire kent een traditionele opbouw waarin zijn jeugd, sterrendom en dood uit de doeken wordt gedaan maar het wordt nergens saai en zelfs de schaakwedstrijden worden zoveel jaar na datum nog altijd spannend neergezet. Zal er misschien bij mij ook wel aan liggen dat ik niet wist wie de wedstrijd uiteindelijk ging winnen tussen Fischer en Spassky. Gaandeweg krijgen we een kijk in het vreemde leven van Fischer en zien de man evolueren van lachende pre-teen tot gestoorde Jodenhater die tijdens 9/11 telefoontjes naar de Verenigde Staten zat te doen dat het hun eigen schuld was. Bobby Fischer Against the World is vooral interessant om te zien hoe die evolutie eigenlijk gebeurt. Je ziet hem echt veranderen en Garbus weet het goed in beeld te brengen. Ook de match zelf wordt interessant gebracht. Ik had eerst schrik dat er in elke ronde van de 24 ging verdiept worden maar dat blijkt gelukkig niet te zijn. De sleutelmomenten worden verder uitgewerkt en meer moet dat ook niet zijn. Hiermee blijft de documentaire boeiend genoeg en is er ook genoeg afwisseling.
Er wordt gekozen om niet met opnieuw gefilmde beelden te werken maar met authentieke beelden die toen zijn opgenomen. Een keuze die ik alleen maar kan toejuichen want dit geeft toch altijd nog een beter beeld dan een verfilming met andere acteurs. Nog iets waar ik over te spreken ben zijn de gasten die hier aan bod komen. Ik heb het al vaker gehad met documentaires dat er allerlei volk wordt bijgehaald die eigenlijk amper iets met de persoon of gebeurtenis in kwestie hebben te maken maar dat is hier gelukkig niet het geval. Er worden mensen geïnterviewd die Fischer persoonlijk kende, zo zit onder andere zijn zwager in de docu, maar ook de organisator van de wedstrijd in IJsland en de scheidsrechter van die match. Ze hebben allemaal zo hun eigen idee van Fischer maar zijn wel over één ding eens, dat Fischer een genie was. Alleen jammer dat Spassky zelf niet aan bod komt want als er één persoon is die ik hier wel in had willen zien, dan was hij het geweest. Des te meer omdat hij nog altijd leeft, in tegenstelling tot Fischer.
Interessante documentaire die geen minuut verveelt. Garbus kiest voor een traditionele opbouw maar het werkt perfect. De beelden rond Fischer's waanzinnigheid, zijn leven en de iconische wedstrijd worden goed afgewisseld met degelijke interviews. Zelfs voor een niet-schaakfan is dit nog altijd de moeite waard.
4*
Boccaccio '70 (1962)
De Vier gaan de erotische toer op
Ik heb altijd enorm veel spijt gehad dat ik Boccaccio '70 indertijd niet had meegenomen. Het was een periode waarin ze in Mediamarkt/Saturn met de Italiaanse Meesterwerken reeks naar je kop smeten, maar ik wou eerst wat volledige films van Visconti zien en de drie andere regisseurs zeiden me niets. Gelukkig kon ik de film een tijd geleden overkopen van een user hier op MovieMeter en heb ik me er vandaag maar eens voor neergezet.
Mario Monicelli mag de film aftrappen met Renzo e Luciana. Zijn segment is er lange tijd niet bij geweest, maar in de NRC Handelsblad uitgave wordt zijn deel in volle glorie herstelt. Monicelli was de enige van de vier regisseurs van wie ik nog niets had gezien en deze kennismaking overtuigt me niet meteen om achter meer van zijn werk te gaan. Hij levert op zich wel een interessant tijdsbeeld af uit een periode waar vrouwen hun werk verliezen mochten ze trouwen of zwanger worden, maar het probleem bij dit segment is dat de film maar wat voortkabbelt en nooit echt een climax bereikt. Het contrast tussen de jeugd en hun ouders hebben we al menig keer gezien in films en er is een ruim aantal dat het thema beter aanpakt. Misschien had dit toch beter gewerkt als volwaardige film.
Dan is het de beurt aan Fellini. Een regisseur die ik toch wel een tijdje heb gemeden na het teleurstellende Otto e Mezzo. We zijn ondertussen 5 jaar verder en ik was wel benieuwd wat dit ging geven. Le Tentazioni del Dottor Antonio is een merkwaardig filmpje. Het contrast met Monicelli had niet groter kunnen zijn, maar het werkt wel. De voluptueuze Anita Ekberg helpt natuurlijk om het erotiek gehalte omhoog te halen, maar het is vooral Peppino De Filippo die langzaamaan doordraait vanwege een reclamebord die de show steelt. Vooral visueel af en toe erg leuk, Fellini komt regelmatig inventief uit de hoek.
Il Lavoro van Visconti was de reden waarom ik Boccaccio '70 wou zien. De verwachtingen waren wel vrij hoog gespannen en die komen helemaal uit. Visconti weet de aristocratie altijd zo treffend in beeld te brengen (al ben ik uiteindelijk net iets meer fan van zijn neorealisme) en waar Fellini kon rekenen op het charisma van Ekberg, kon Visconti rekenen op Romy Schneider. Tomas Milian doet ook nog mee, maar heel dit segment is een kolfje naar de hand van Romy Schneider. Visconti moet gewoon zijn camera laten rusten op Schneider en zij doet de rest. Leuk ook dat Ottavio Der Leopard is aan het lezen. Toch wel mijn favoriete Visconti.
Vittorio De Sica is een naam die ik pas recentelijk heb ontdekt, maar die met Ladri di Biciclette een serieuze indruk achterliet. Hij mag met La Riffa het slotstuk regisseren en het is een einde om U tegen te zeggen. Ik sprak daarjuist al over het contrast tussen Monicelli en Fellini, maar dat tussen Visconti en De Sica is zowaar nog groter. De Sica concentreert zich in zijn segment op een volkse kermis waar de hoofdprijs van de loterij een avondje met een prostituee is. Hij pakt het op humoristische wijze aan en Sophia Loren heeft zo'n uitstraling dat je meteen begrijpt waarom elke vent in het dorp er alles aan doet om het winnende ticket te bemachtigen.
Hoewel de film is gemaakt in '62, kreeg hij als jaartal '70 mee. Dit in het gedacht dat het 8 jaar zou duren eer de censuurcommissie de film zou vrijgeven. Vandaag de dag is er van de erotiek niet veel meer sprake maar dat schoonheid van alle tijden is, dat bewijzen Schneider, Loren en Ekberg vanaf de eerste minuut.
3* + 3,5* + 4* + 4* = 3,5*
