• 17.290 nieuwsartikelen
  • 182.363 films
  • 12.566 series
  • 34.784 seizoenen
  • 656.215 acteurs
  • 200.447 gebruikers
  • 9.466.734 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Shadowed als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

House on Sorority Row, The (1982)

Alternatieve titel: House of Evil

Deze zwakke inspiratie voor de best vermakelijke remake had op voorhand geen lage verwachtingen. Nu zal ik wel bekennen dat een 80s slasher me nooit helemaal zal liggen, maar enkele voorbeelden uit die tijd zijn niettemin vermakelijk en soms zelfs meer dan degelijk. Dat was bij deze film helaas niet het geval. Het was een uiterst vermoeiende film met een hoop onzinnige scenes en een belachelijke uitkomst. Daarnaast, al is dat niet bepaald nieuw, is het acteerwerk van de film compleet brak. Slashers zijn dan wel populair geweest in die tijd, maar in de tijd van tegenwoordig zijn een hoop verouderde elementen amper meer aan te zien. Zo ook hier, al had daarvan een deel vergeven kunnen worden als er ook iets te bieden was qua horror. Ook dat mocht echter niet baten. De moorden zijn saai en de spanningsbogen afwezig. Hierdoor was de best redelijke speelduur van 91 minuten een zware zit.

House on the Bayou, A (2021)

Goed geacteerde thrillerfilm die zichzelf presenteert als langzaam ontluikende escalatie met een paranormaal tintje, ook al komt dat tweede nogal teleurstellend voor de dag. Het grootste euvel van A House on the Bayou is de verschijning van Jacob Lofland, die simpelweg niet heel intimiderend voor de dag komt als Isaac. Het (en zijn) acteerwerk is zonder meer overtuigend en professioneel, maar de kijker wordt op deze manier weinig angst ingeboeid. Wanneer het op de fantasierijke inslag komt, kan regisseur Alex McAulay met niet veel meer aankomen dan een donker kamertje en wat snelle grapjes. Waar de grootste potentie dus ligt worden geen kansen aangegrepen, maar het blijft wel boeien, ondanks de afwezigheid van stabiele spanning/sfeer.

House That Jack Built, The (2018)

Herzien en het cijfer blijft staan. Regisseur Lars von Trier levert één van de meest unieke en gestileerde films af binnen het huidige decennium. Matt Dillon doet het uitstekend in de hoofdrol en de opdeling in hoofdstukjes is uitermate interessant, het feit dat er op de achtergrond gedetailleerde onderzoeken zijn gedaan breekt bovendien geregeld door. Tussendoor zijn de interrupties in de vorm van conversaties tussen Dillon en Bruno Ganz iets te prominent aanwezig, maar verder heb ik nog altijd weinig te klagen. De ruime speelduur binnen zo'n mistroostig neergezette wereld nodigt niet bepaald uit voor een gezellige filmavond, maar op cinematisch vlak staat de film als een huis (pun intended).

House with a Clock in Its Walls, The (2018)

Redelijke Roth.

Grappig dat ook Roth nu nieuwe paden verkend. Zijn volgende project Borderlands moet ook weer een actiekomedie voorstellen dus het lijkt erop dat zijn horrordagen tot een einde gaan komen. Met deze film blijft hij nog steeds in hetzelfde vaarwater, maar met een andere koers.

Deze film geeft een sterke Goosebumps-vibe. De toon is hetzelfde, alleen met een ander concept. Verwacht in deze film niet dat er een hele stad wordt overgenomen voor monstertjes, Roth bewandelt een iets saaier pad. Niet slecht uitgevoerd per definitie, maar wel een redelijk tamme uitweg.

Visueel ziet deze film er verzorgd uit. Er is werk gemaakt van de details en de sfeer zit er goed in. Dit zorgt ervoor dat deze film nooit moeilijk uit te kijken is. De CGI is ook passend en speels, maar als geheel had het iets meer lol mogen hebben. Er straalt niet zo veel plezier van deze film af, terwijl dit nu juist precies de film is waar dat wel zou moeten.

Acteerwerk is redelijk. Black en Blanchett gunnen Vaccaro geen ruimte om echt goed te acteren. Ze vormen beiden een goed duo. Niemand speelt daarnaast echt matig, maar Vaccaro is wel ietwat underwhelming. Verder is Roth iets te ongeduldig en opdringerig door de achtergrondproblemen er iets te dik op te gooien. Denk maar aan Vacaro die direct in tranen uitbarst als Black zijn moeder tijdens het begin betrekt in de conversatie. Toch een wat ongemakkelijke scene.

Speelduur is redelijk flink, maar de film is best uit te kijken. Ik hoopte eigenlijk op wat meer gekte en plezier, maar deze film gaat wel uiteindelijk richting een saaie uitweg. De boze tovenaar die weer uit de dood op komt staan. Erg jammer aangezien dat huis propvol zit met ideeën waar je leuk mee kan uithalen.

Ik heb me wel vermaakt met deze film, maar Roth is soms iets te ongeduldig met het verhaal. Er straalt net iets te weinig plezier uit, maar als geheel is het verzorgd en kent de juiste toon en sfeer voor de setting. Een paar leuke ideeën met het huis, en that's it. Deze film benut helaas zijn potentie niet genoeg.

House, The (2022)

Vreemd maar goed.

Dit soort films kijk ik meestal een stuk eerder, maar ik heb voor een tijd even een Netflix-pauze genomen en besloot pas terug te gaan toen ik onderweg was naar Oostenrijk. The House werd tijdens die tocht bekeken en ik kan moeilijk zeggen dat het geen goede film was. Het helpt dan ook dat er sprake is van een aparte stilering.

Deze film verdeelt zichzelf over drie korte verhaaltjes die zich allemaal op dezelfde locatie afspelen. Je zal denken dat dezelfde regisseurs een zelfde soort tonen aanhouden, maar dat is juist wat The House leuk maakt. Elk verhaaltje is een eigen genre. Het begint als een sfeervolle horrorthriller, daarna komt een komisch verhaaltje om te eindigen met een wat sentimenteler en hallucinanter stukje.

Ik moet zeggen dat ik de grootste liefhebber ben van het eerste verhaaltje. Is qua animatie het knapst in elkaar gestoken en blijft door het mysterieuze verloop altijd boeiend. Ietwat ouderwets en de stemmencast is niet zo sterk, maar verder knap in elkaar gestoken en een stukje dat de sfeer perfect weet te hanteren. Het einde ervan verrast compleet. Kan dit verhaaltje makkelijk een 4,0* geven.

De twee andere verhaaltjes vond ik niet zo sterk als de eerste, maar nog steeds top. Ze interesseren iets minder en zijn niet zo gedetailleerd als het eerste stukje, maar de animatie blijft nog altijd knap en zeker het laatste stukje kent een sterk einde. De verhalen passen naar mijn inzien niet helemaal achter elkaar, maar dat neemt niet weg dat elk stukje eigenzinnig en apart genoeg is om niet te vervelen.

Ik vond het een leuke verrassing. Netflix is best lekker bezig de laatste tijd. Weten weer de juiste regisseurs een platform te geven om hun talenten direct te presenteren aan een groot publiek. Wie denkt dat alle verhaaltjes eenzelfde toon aan zullen houden zijn gedoemd bedrogen te worden, maar wel wacht je niettemin een vermakelijke en aparte film op van een aantal talentvolle makers.

Housebound (2014)

Housebound is een prettige genrewisselwerking van regisseur Gerard Johnstone, die hiervoor enkel aan tv-series heeft meegewerkt. In principe is de film moeilijk in een bepaald hoekje te categoriseren, aangezien Johnstone het vertikt om zijn film naar een enkele richting toe te werken. Daarop blijft de toonzetting van de film voortdurend draaien en dat levert een soms taai eerste uur op, maar na enige tijd heeft Housebound z'n draai dan gevonden en loopt het verhaal lekker. Daarbij profiteert het van lekker droge humor en een uitstekend acterende Morgana O'Reilly. Het is jammer dat Johnstone de uiteindelijke spanningsboog niet echt effectief weet uit te werken waardoor het resultaat allesbehalve spannend is, maar de humor en plotwendingen compenseren daar voldoende voor. Op cinematografisch vlak oogt de film iets te braaf, maar zeker niet onverzorgd. Het eindresultaat is een prettige en vermakelijke mix die genoeg te bieden heeft om een speelduur van 109 minuten te rechtvaardigen.

Housemaid, The (2025)

Vermakelijke, wendingrijke romantische thriller en de beste film van regisseur Paul Feig in tijden. The Housemaid moet het vooral hebben van de inhoud, omdat de vormgeving niet al te bijzonder is. De felle filters en de zeer overzichtelijke beeldvoering verraden dat het verhaal alle voorrang krijgt en weerhoudt daarmee gezien te worden als ware ervaring, maar het capabele acteerwerk van Sydney Sweeney, Amanda Seyfried en Brandon Sklenar zorgt voor voldoende afleiding. Alhoewel de grote plottwist snel te verwachten is, blijft de uitgesponnen speelduur altijd onderhoudend en dat levert een fatsoenlijke kijkervaring op, maar zeker niet de film van 2025.

Houses October Built 2, The (2017)

Regisseur Bobby Roe vond op conceptueel vlak met het vorige deel duidelijk zijn eigen kleine succes, want drie jaar later stond het vervolg alweer voor de deur. Sommige regisseurs kiezen ervoor om met een vervolg compleet nieuwe wegen in te slaan, maar voor 70 minuten lang herhaalt Roe hier precies hetzelfde gegeven. Er wordt iets meer achtergrond toegevoegd aan The Houses October Built 2, maar als het eerste deel je al niet zo kon smaken zal je met het vervolg absoluut geen vernieuwing krijgen. De sterkste scenes zijn afkomstig vanuit de momenten met de teamleden die zo'n spookhuisattractie betreden, waarvan de vervloekte hooirit het duidelijke hoogtepunt vormt. Het toeren door Amerika waarbij de haunts één voor één worden bezocht is voor enige tijd leuk, maar Roe neemt wel behoorlijk de tijd om al die stukken door te lopen. Als de boel dan wederom escaleert weet Roe plots weinig meer aan te vangen met het geheel, net zoals in zijn eerste film. Het spookvrouwtje, dat zowel op deze als de poster van het vorige deel afgebeeld staat, roept geen enkele dreiging op en ik vind het dan ook zeer merkwaardig dat de makers haar weer hebben teruggebracht. Aangezien dit uiteindelijke vervolg min of meer precies dezelfde structuur doorloopt als voorheen ga ik ervanuit dat een derde deel er niet meer aankomt. Het algemeen negatieve signaal vanuit het publiek lijkt me meer dan duidelijk.

Houses October Built, The (2014)

Mwa.

Geen hoogvlieger in het genre en een lichte teleurstelling. De opzet is best leuk, maar de uitwerking laat regelmatig wat wensen over. Ik had mijn verwachtingen best hoog staan, maar achteraf ben ik wel opgelucht dat ik er geen geld aan heb uitgegeven.

Acteerwerk is best goed. Iedereen speelt keurig naturel ondanks dat elk personage in een wat stereotiepe hoek wordt gedrukt. Elk type zien we eigenlijk in een hoop soortgelijke films ook terug, waardoor het wat uniekheid in het schrijfwerk mist. Gelukkig is het acteerwerk zelf een goede compensatie.

Het duurt lang voordat de film een echte horrorfilm wordt. Het is vooral een tour van 70 minuten door allerlei spookhuizen die dus op een found-footage achtige manier in beeld worden gebracht. De laatste 20 minuten kennen weer "echte" horror maar aangezien dat zo laat in de film tevoorschijn komt zou je denken dat ze het net zo goed bij de spookhuizen hadden kunnen houden.

De spookhuizen zijn best interessant en daar houdt de film voornamelijk zijn kracht uit. Veel pogingen tot echte horror vallen wat plat en komen vooral met een aantal suffe ideeën. Een voorbeeld is het figuurtje dat op de poster staat afgebeeld. Wat een dwaze verschijning was dat.

De film duurt niet al te lang en het tempo ligt aardig hoog. De leukste stukken zitten hem toch in de spookhuizen zelf, want de echte horror is gewoon niet zo interessant. De film weet er nergens mee op te vallen. Ik mis ook een beetje een Halloween-sfeertje. Dat zou geen probleem moeten zijn in dit soort omgevingen, en toch merkte ik er vrij weinig van. Een gemiste kans.

How High (2001)

Erg suf.

How High bevat een ideale les voor aanstormend filmtalent op het vlak van regie. Die les is namelijk: hoe kan je een film met een degelijk concept en redelijk wat middelen tot z'n beschikking toch ruineren? Deze film is toch wel 1 van de grootste tegenvallers van de huidige maand. Ik had een vlotte film verwacht, maar kreeg een dubieus resultaat.

Om te beginnen kent How High een cast die nergens een komische noot kan raken. Method Man en Redman vervullen de hoofdrollen. Jammer dat hun artiestennamen grappiger zijn dan hun acteerwerk hier. Er zit eigenlijk geen enkele leuke grap bij, eerder vermoeiende grappen. Het gaat maar door en door, maar de leukere grappen komen nooit van hen. Dat geldt overigens ook voor de andere castleden.

De beste humor zit vaak in wat brute beelden tussendoor met het gebruik van drugs. Deze film kent soms foute humor die best lomp om de hoek komt, en die vormen de beste scenes. Deze scenes zijn echter schaars, en How High bestaat uiteindelijk vooral uit vervelende humor met oersaaie personages en een ontzettend voorspelbaar verhaal. Pijnlijk om te bedenken omdat het verhaal juist onvoorspelbaar en fout wil zijn.

Het tempo zit er nauwelijks in en het verhaaltje is redelijk vermoeiend. Het concept moet voor een hoop leuke ideeën zorgen, maar regisseur Dylan komt niet verder dan wat lawaaierige typetjes, heel veel drugsverwijzingen en wat geschreeuw. Het kan misschien werken voor enkele mensen, maar ik vind het vooral lui en vermoeiend, en daarnaast doen al zoveel andere films precies hetzelfde.

Nee, dit was hem niet. Vervelende en behoorlijk flauwe film. Veel humor leunt op het gebruik van drugs, maar ondertussen zijn deze grappen volledig uitgemolken en deze film weet er geen enkele keer een vernieuwend element aan toe te voegen. Vermoeiende film die uiteindelijk maar niet over leek te gaan. Een bombastische finale brengt daar helaas te weinig verandering in. Erg jammer.

How It Ends (2018)

Degelijk.

Doet qua verhaal inderdaad een beetje denken aan The Road maar qua setting staat er tussen deze 2 titels een wereld van verschil. Moet ook zeggen dat The Road er uiteindelijk wel als winnaar uitkomt, omdat die redelijk op zichzelf was en How It Ends toch wel iets meer richting mainstreamkijkers gericht lijkt te zijn.

Maar qua uitvoering is het best degelijk, al had de regie wel wat pit kunnen gebruiken. Het oogt allemaal redelijk braaf terwijl zo'n setting eigenlijk wel wat hardheid nodig heeft. Maar heel bruut of gek tref je het hier niet, meer een braaf avonturenfilmpje.

Het helpt ook niet helemaal dat Theo James tegenwoordig een reputatie lijkt te hebben om in simpele mainstreamfilms mee te spelen dus dan trekt zo'n film als deze het verkeerde publiek. Ondanks dat de opzet nog wel mainstream is, is de aanpak toch wel iets anders en lijkt op een ander soort publiek te mikken.

Maar James doet het wel naar behoren. Maar Whitaker overklast hem wel degelijk. Wel 1 van zijn betere rollen die hij recent heeft gespeeld. Dove maakt als derde wiel iets minder indruk. Maar op acteerwerk valt er uiteindelijk toch weinig te klagen.

Het ziet er allemaal netjes uit. Het kent zo zijn spannende, maar wel een beetje typerende apocalypse-momenten. Maar het mag allemaal wel iets harder en bruter. The Road was destijds bijvoorbeeld een behoorlijke hap, maar deze film lijkt het allemaal iets minder aan te durven.

Desondanks nog wel een degelijke film. Duidelijk met een redelijk budget, maar wellicht verkeerde gepromoot.

How the Grinch Stole Christmas (2000)

Alternatieve titel: The Grinch

Matig.

Carrey doet het doorgaans goed bij mij, maar dagenlang nadat ik deze film zag twijfelde ik of hij nou echt in deze film hoorde of niet. Het is zo'n bizarre verschijning dat je je direct eventjes afvraagt wat er mis is gegaan bij de casting, maar uiteindelijk werkt het dan wel.

Een budget van 123 miljoen, maar ik kan niet zeggen dat het erg te merken is. Ik vond alles er bijzonder goedkoop uitzien, van de weinig fantasievolle kostuums naar de setting zelf. Ik zou niet hebben gedacht dat het budget boven de 40 miljoen uit zou komen, maar blijkbaar is het dat budget nog keer 3.

Carrey is een bijzondere verschijning, zoals ik al eerder aangaf. In het begin denk je dat hij totaal niet in het plaatje past, en ik moet zeggen dat ik nog nooit een prestatie heb gezien waarbij een acteur zo goed in het plaatje past, terwijl dezelfde acteur ook totaal niet in het plaatje past. Carrey eist alle ruimte op waardoor de andere acteurs geen ruimte krijgen, maar is regelmatig best grappig.

Vooral omdat Carrey zo opgaat in zijn rol. Zijn gekke bekken en bewegingen zijn af en toe gewoon zo gek dat het voor een lach zorgt. Hij is ook geen moment subtiel hier, wat de subtielere momenten doet vernietigen. De gehele finale, die wat sentimenteler is, heeft hierdoor geen effect. Ook wanneer de stad de grinch voor paal zet doet Carrey alles zo over-the-top dat het uiteindelijk geen effect meer heeft.

Verder vond ik het visueel niet heel bijzonder. Het is duidelijk dat dit een eigen wereld moet voorstellen, maar veel verder dan een toneelstukje vond ik het niet komen. Genoeg details, maar de look ziet er gewoon te lomp uit. Ik ben normaal niet zo'n fan van CGI, maar hier had het af en toe wat meer mogen zijn. Nu lijkt het te veel op een wandelende poppenkast.

De speelduur is ook relatief lang en clichés volgen elkaar snel op, maar heel ernstig is het allemaal ook weer niet. Hier en daar wat irritaties omdat het verhaal zo veilig is geschreven, maar Carrey zorgt regelmatig voor een lach. Het is te doen, maar dit is een film die ik snel weer ben vergeten, buiten Carrey zelf dan.

How to Build a Girl (2019)

Beanie Feldstein doet het uitstekend in de hoofdrol en toont dat ze talent heeft wanneer het aankomt op komische timing, maar in principe is de gehele cast erg charmant. Regisseur Coky Giedroyc ondersteunt het op visueel vlak onvoldoende, maar weet niettemin een aardig tempo te creëren zodat het wel blijft boeien. Met het sfeertje zit het evenzeer goed, waar de acteurs en actrices zich duidelijk prettig in voelen. De droge humor is bovendien fijn, alhoewel de film zichzelf weleens vertilt eenmaal het neerkomt op de drukkere scenes. Uiteindelijk is het jammer dat het best lollige verhaal na enige tijd het veld moet ruimen voor moraal en dramatiek, want die komen beduidend minder sterk voor de dag. Uiteraard noodzakelijk om het gebeuren een beetje te sturen, maar toch wat saai uitgewerkt door het scenario van Caitlin Moran. Verder vormt How to Build a Girl makkelijk en vlot vermaak dat me geen moment echt heeft verveeld.

How to Kill Monsters (2023)

Schattige ode aan kosmische horror met een overtuigende drang om praktische effecten neer te zetten. Het is in een hoop opzichten te merken dat regisseur Stewart Sparke nog een hoop dingen te leren heeft, maar hij straalt effectief plezier uit binnen How to Kill Monsters. Het acteerwerk van Lyndsey Craine en de twee agenten is daarbinnen aardig en de effecten zijn best gedetailleerd in elkaar gezet, maar de digitale effecten (waar er ook genoeg van zijn) overtuigen spijtig genoeg minder. Op het vlak van grafisch bloedvergieten is de boel bovendien te braaf en het camerawerk te afstandelijk om een filmische ervaring goed neer te zetten, maar het vermaakt allemaal zeer degelijk en vormt daarmee een eindgeheel waar zo langzamerhand echt wel een groot budget voor mag worden uitgetrokken in cinemaland.

How to Lose a Guy in 10 Days (2003)

Schattig.

Aanvankelijk geen film die ik snel had opgezet, maar toen ik de film op een dag toch eens heb aangezet bleek het in bijna elk opzicht behoorlijk mee te vallen. Vaak zie je dit soort romantiekfilms in het water vallen met conceptjes die iets te flauw zijn, maar deze film weet er nog wel erg leuk mee om te springen.

Vooral omdat de verhouding tussen Hudson en McConaughey ook echt werkt. Twee gezichten die totaal niets met elkaar hebben en waarvan er eentje de ander zelfs voor de gek houdt, maar apart van elkaar zijn het twee goede rollen die vooral het maximale uit hunzelf weten te halen om het verhaal op de rails te helpen. Regelmatig zorgt het voor dolkomische situaties.

Het is wat flauw aan de kant van humor en het duurt allemaal ook wat lang, maar dat mag de pret weinig drukken. De naam verraadt misschien een film die erg simpel te werk gaat en dat is dan ook wel zo, maar toch heeft dat in dit geval wat meer om het lijf. Niet omdat het verhaal zelf veel sterker wordt gemaakt dan dat het is, wel omdat de chemie gewoon werkt waardoor de film zelden verveelt. Ik heb er weinig op aan te merken, leuk vertier van 2 uur.

How to Lose Friends & Alienate People (2008)

Flauwe Pegg.

Als acteur ontbreekt het hem niet aan acteertalent. Hij weet van de meeste rollen wel wat te maken en doet daarin vrijwel altijd wat hij moet doen. Hij kan zich ook een aardig charme veroorloven die hem in bijna elke film vooruit weet te helpen. Het jammere is dat hij alleen weleens moeite heeft om de juiste films uit te kiezen.

Dit keer kiest hij voor een film met een lange en ambitieuze titel, maar vervolgens ook met een inhoud die erg simpel te noemen is eenmaal deze volledig wordt onthuld. Eigenlijk is het vooral nog een toevoeging aan het soort film die belicht dat succes qua rijke banen niet rooskleurig is, maar wie bekend is met Pegg zal wel weten dat daaraan de nodige excentriekheden worden toegevoegd.

Het acteerwerk is niet briljant van de overige rollen, alhoewel ook niet zozeer slecht. Het personage van Fox wordt erg geslaagd geïntroduceerd maar vervolgens ook wat van het doek verwijderd. Dunst komt ook niet helemaal uit de verf door een vooral gebrekkig script die haar in een erg eentonige prestatie dwingt. Het is dus al moeilijk om een band te zien ontstaan tussen haar en Pegg, en dat lukt dan ook niet helemaal.

De soms grappige situaties, redelijke decoraties en een verloop dat zichzelf lang genoeg inleidt om niet meteen voorspelbaar te zijn worden helaas wat tegengewerkt door een grotere hoeveelheid suffe grappen, weinig geslaagde personages en een te lang verloop. Fans van Pegg zullen er vast wel wat vermaak uithalen, maar wie er niet zoveel mee heeft zal waarschijnlijk z'n schouders ophalen voor deze film.

How to Make a Killing (2026)

Vermakelijke film die natuurlijk meteen doet denken aan Kind Hearts and Coronets. Een concept dat vlekkeloos wordt uitgevoerd met dank aan een gebalanceerde, keurige hoofdrol van Glen Powell. Zijn postuur leent zich niet altijd voor dit wat sullige personage, maar toch gaat hij goed op in het verhaal. Vanaf dat punt brengt regisseur John Patton Ford een gezellig vlotte, onderhoudende komediethriller die helaas vaak te lang stilstaat bij randzaken. De volledige verschijning van Margaret Qualley is daartussen ook onnodig. Weinig toevoeging en vooral te clichématig met de excentrieke vormgeving. Dankzij de vlotte montage blijft het allemaal wel boeien, maar na enige tijd besloop mij als kijker wel een gevoel van veiligheid, een gevoel dat verraadt dat de makers niet bepaald op zoek waren naar risico's en altijd braaf de voorgetekende lijntjes hebben gevolgd.

How to Train Your Dragon (2010)

Alternatieve titel: Hoe Tem Je een Draak

Betere DreamWorks.

Dat dit een voldoende krijgt, zegt ook eigenlijk al een hoop. Normaal kan het het leunen op clichés ook absoluut niet uitstaan, maar dit verhaal is toch wel voldoende pakkend om dat niet voortdurend op te merken. Gelukkig maar.

Wat de film vooral omhoog helpt is de band tussen Hiccup en Toothless. De scenes, vooral in het begin, zijn best interessant en verwarmend op een vreemde manier. Vooral de bewegingen van dat beest zijn best leuk bedacht, en de film kent enkele heerlijke beelden zoals de eerste duikvlucht van het duo door de wolken.

Helaas weet dat dan ook niet de hele film te redden, want soms zijn de clichés ook wel volop aanwezig waarmee dit verhaal, origineel bedacht of niet, opnieuw zeer voorspelbaar is waarbij je het hele plot al kan raden. Ook de karakters zijn elementen die je in elke andere kinderfilm wel terug ziet.

Ook kent de film enkele opvallend vreemde momenten, Hiccup valt in vuur, hoe raakt hij zijn been kwijt? De vader was opeens wel heel snel bekeerd, evenals dat vrouwtje. En dit soort dingen begonnen toch wel behoorlijk op te vallen na enige tijd.

Gelukkig is het allemaal mega vlot, richting het einde bijzonder bombastisch en kent enkele hele mooie geanimeerde beelden. Ik kan al gelijk snappen dat kinderen dit verrukkelijk vinden, volwassenen zullen dit ook wel slikken, maar zullen waarschijnlijk het verhaal al vanaf het begin kunnen raden.

Ook de shot waarbij de de gigant ziet vliegen in de wolken mag genoemd worden, dat soort dingen zie ik ook graag terug.

How to Train Your Dragon (2025)

Regisseur Dean DeBlois bouwt zijn eerste live-action klus op een animatiefilm die hij in het verleden onder hoede heeft genomen. Het zorgt ervoor dat deze herbewerking van How to Train Your Dragon op weinig verrassingen kan rekenen en zeker in de tweede helft enkele zaken onderbelicht laat. Op die manier is de relatie tussen vader en zoon wel heel snel overeind na de botsing en zijn de overige kinderen binnen één enkele nacht vrijwel probleemloos getraind om op een draak te vliegen, terwijl Mason Thames daar zowat de hele film voor nodig had. Op visueel vlak gelukkig erg spectaculair, zeker naar de finale toe. De draken lijken exact overgenomen te zijn uit de animatiefilm en hadden wat meer realisme kunnen gebruiken, maar niettemin vermaakt deze film met gemak en brengt genoeg om zijn bestaan te rechtvaardigen.

How to Train Your Dragon 2 (2014)

Alternatieve titel: Hoe Tem Je een Draak 2

Veel minder,

Jammer, want de magie is er eigenlijk al gelijk af, waarbij deze film meer een soort cash-in lijkt dat een vervolg dat uit de hart van de makers komt. Zo verliest deze film gelijk al wat magie die in de eerste film wel echt volop aanwezig was.

Nu we niet echt meer de spanning en band tussen Hiccup en Toothless terugzien is er gelijk wat minder te beleven. De film lijkt langzamer over te gaan, en lijkt er nog steeds niets aan die vervelend opvallende clichés te gebeuren. Ze lijken het niet eens meer te proberen.

Hiermee is het hele middenstuk niet al te bijzonder, nog wel enkele mooie beelden maar de echt leuke stukken beginnen pas richting het einde met de 2 giganten tegen elkaar. Dan gaat de film tenminste weer even los in het bombastische gedeelte en is daarmee op zijn leukst.

Uiteindelijk is dit niet heel slecht, maar eigenlijk had het gewoon bij deel 1 moeten blijven, nu met deel 2, 3 en zelfs een serie is de magie er zo meteen af. Jammer dat ze dit blijven doen, ik vind dat dit soort films bij deel 1 moeten blijven.

How to Train Your Dragon: The Hidden World (2019)

Alternatieve titel: Hoe Tem Je een Draak 3

Regisseur Dean DeBlois nam ook dit laatste deel in de trilogie voor zijn rekening, maar een waardig slot is het allerminst. DeBlois evenals Cressida Cowell stonden in voor het scenario, dat het grootste faalpunt van de film vormt. De bijna constante voorspelbaarheid, de onevenwichtige spanningsboog en vooral de bijzonder oninteressante antagonist benutten maar een zeer beperkt percentage van de totale potentie. Het is dat de animatie zelf enorm vooruit is gegaan, met enkele werkelijk schitterend tot leven gebrachte achtergronden. Personages zoals Tandloos zelf blijven ook een genot voor het oog en houden de aandacht gemakkelijk vast. How to Train Your Dragon is een trilogie dat het per deel steeds minder ambitieus leek aan te willen pakken, met de uiterst zoetsappige finale van The Hidden World als definitieve kers op de taart der teleurstellingen. Een spijtig einde van een reeks die destijds nog zo leuk begon.

Howl (2015)

Prima.

Geen verkeerde tweede film dit van Hyett. Hij besloot niet hetzelfde pad te bewandelen als dat hij deed met zijn debuut The Seasoning House. Met Howl bewijst hij ook overweg te kunnen met andere delen van het horrorgenre, maar heel bijzonder vond ik het uiteindelijk ook weer niet.

In ieder geval besloot Day weer terug te keren voor Howl, maar speelde niet de hoofdrol dit keer. Speleers mocht deze taak op zich nemen in Howl. Hij doet het best goed, al zit er geen rol bij dit ik echt uitzonderlijk goed vond. Toch doet iedereen het naar behoren en weten de personages net genoeg kleur te geven om leuk te blijven.

Visueel in ieder geval behoorlijk sfeervol. De bossen zijn creepy en dreigend en de cinematografie in orde. Zo'n setting als deze is ook leuk, met een aantal mensen die verscholen zitten in een trein tegen een bedreiging vanuit buiten. Ik vind het wel jammer dat dit weerwolven moeten zijn (dit tussen spoilers zetten heeft geen zin, elke sukkel zou het wel weten met een titel zoals Howl) want dat zijn niet de meest spannende dreigingen naar mijn mening.

Die weerwolven zien er ook niet heel spannend uit verder, eenmaal ze beter in beeld komen begint de film zijn kracht ook te verliezen. Uiteindelijk leidt het naar een redelijk teleurstellende en saaie finale, ondanks dat er wel een kleine twist aan het concept zit. Geen zombievirus, maar een weerwolfvirus. Best grappig gevonden.

Camerawerk is verder ook net niet intens genoeg en de spanning blijft vrijwel uit. Jammer want de locatie brengt wel de juiste sfeer met zich mee en Hyett bewijst zeker dat hij een bepaalde visie heeft, maar Howl is beduidend minder dan zijn debuut. Jammer, maar het is niet anders. Benieuwd naar zijn toekomstige projecten.

Howling II: Stirba - Werewolf Bitch (1985)

Alternatieve titel: Howling II: Your Sister Is a Werewolf

Uiterst campy en onbenullig, maar dat is dan ook gedeeltelijk het appeal van een film als deze. Regisseur Philippe Mora kiest voor een setting die probeert aan te sluiten bij het eerste deel, maar uiteindelijk vooral heel erg zijn eigen toonzetting volgt. De Tsjecho-Slowaakse landschappen versterken de sfeerzetting en Christopher Lee blijft altijd een betrouwbare aanwezigheid, maar eenmaal de clou wordt weggegeven valt het op hoe knullig deze productie wel niet is. Brakke montage (sommige personages schreeuwen het al uit van de pijn voordat de wolven ze überhaupt verslinden) en een lomp concept vieren hoogtij, waardoor ik de film niet kan laten wegkomen met een voldoende. Sybil Danning vervangt Dee Wallace bovendien als een prominente verschijning die absoluut niet kan acteren, dus Mora wisselt het op die manier lekker af. Links en rechts komisch vanwege de slechtheid en het vermaakt prima, maar de mistige bossen van het eerste deel hadden toch beduidend meer charme.

Howling III (1987)

Alternatieve titel: The Marsupials: The Howling III

Regisseur Philippe Mora meldde zich weer aan om het derde deel onder handen te nemen en verplaatst het verhaal van Europa naar Australië. Net als het vorige deel moet deze film het weer van de camp hebben en dat weet gedurende de eerste helft best aanstekelijk te werken. Het verschil is dat deze productie duidelijk wat zelfbewuster was en het minder moet hebben van sfeer of spanning, maar gaat desondanks uiteindelijk ten onder aan het nietszeggende verhaal. Er valt na enige tijd geen touw meer aan vast te knopen en de dramatiek voert steeds meer de bovenhand, waardoor de tweede helft vooral erg taai wegkijkt. Wat lompe momenten tussendoor (erg gelachen om de bazooka in de tent) zorgen voor wat leven in de brouwerij, maar inhoudelijk is het een ware puinhoop en de effecten zijn niet bepaald hoogstaand. Als kers op de taart wordt er wederom een arsenaal aan erbarmelijk acterende figuren weggetankt, waardoor het algemene niveau van de reeks weer wat dieper zinkt.

Howling IV: The Original Nightmare (1988)

Gary Brandner (de schrijver van het oorspronkelijke boekmateriaal) bleek niet helemaal tevreden te zijn met de eerste film vanwege het gebrek aan overeenkomsten. Regisseur John Hough kreeg daarop de taak om een project te realiseren dat wat dichter bij het bronmateriaal lag, maar het levert vooral een kopie op die wat goedkoper aandoet. We bevinden ons dit keer in Zuid-Afrika, waardoor je mooie landschappen en fijne nachtopnames kunt verwachten. Tot op zekere hoogte zijn wordt de sfeer daardoor best aardig opgevoerd, maar wanneer het op de spanning aankomt loopt de boel niet bepaald soepel. Het bijzonder slechte acteerwerk is daar onder andere voor aan te kijken, want veel van de leden staan erbij alsof ze een tekstbordje met te kleine lettertjes moesten oplezen. De speciale effecten halen het bovendien niet bij de inspanningen van Joe Dante, maar het kijkt aardig weg en ademt een vermakelijke 80s atmosfeer uit. Hough beschouwt dit overigens door de constante inmenging van scenarist Clive Turner niet als zijn eigen film. Later zou Turner evenzeer het leven van de overige reeks-regisseurs zuur maken vanwege botsende visies.

Howling V: The Rebirth (1989)

Soms kent een matige horrorreeks opeens een film die boven het gemiddelde niveau uitsteekt, waar dit vijfde deel een goed voorbeeld van is. Regisseur Neal Sundstrom dirigeert een interessante whodunnit waarbij een aantal gasten omstebeurt binnen een authentiek kasteel door een weerwolf worden opgegeten. De productie keerde terug naar Europeaanse grond en dat levert een mooie locatiekeuze op, ondanks het gebrek aan spanning. Er hangt gelukkig wel een fijn en mysterieus sfeertje, waar ik de uiteindelijke insteek best van kon waarderen. Het acteerwerk daarentegen laat te wensen over en de moorden zijn te tam om indruk te maken, maar dit gebeuren was beduidend interessanter om te bekijken dan de voorgaande delen. Ik moet echter bekennen dat ik een zwak heb voor dit soort verhaaltjes, waarin je als kijker genoodzaakt bent mee te denken met de onwetende personages.

Howling VI: The Freaks (1991)

Na het zeer vermakelijke vorige deel keert de boel dit keer terug naar Amerikaanse grond, waar het eerste deel ook werd opgenomen. Regisseuse Hope Perello komt echter op de proppen met een compleet ander verhaal dat beduidend kinderachtiger voor de dag komt, ondanks de verwoede pogingen om een beetje originaliteit in de reeks te pompen. Het acteerwerk is ouderwets ondermaats en de spanningsopbouw blijft afwezig, maar dit keer ontbreekt vooral een interessante setting om eerdergenoemde punten te compenseren. Het duurt in dit deel ook erg lang voordat alles opgang komt, deels te wijten aan een speelduur die veel te breed wordt uitgesmeerd. De slotfase gaat behoorlijk over de top en dat maakt het best leuk om te aanschouwen, daarnaast zijn de praktische effecten charmant. Meer complimenten gaat Perello echter niet uit mijn strot persen, een teleurstellende achteruitgang na het genietbare vijfde deel.

Howling, The (1981)

Nu ik aan de volledige reeks begin was het toch handig om het eerste deel te herzien, vooral omdat ik me er niets meer van kon herinneren (nooit een goed teken als de vorige kijkbeurt enkel 2 jaar geleden was). Het betreft een vroeg project van regisseur Joe Dante, later verantwoordelijk voor een aantal zeer fijne werkjes. Uiteraard was er geen beschikking over een hoog budget en wordt er wel degelijk een hoop bereikt met weinig, maar het slechte acteerwerk blijft een serieuze uitdaging om door te komen. Specifiek Dee Wallace acteert als een natte krant, waardoor het extra vervelend is dat ze de hoofdrol speelt. Het overige gedeelte van de film roept weinig spanning en/of originaliteit op (mag wat mij betreft benoemd worden, aangezien de makers toch van het boekmateriaal afsprongen) en enkel de nachtelijke avonturen in het bos evenals de praktische effecten laten een goede indruk achter. Ik vond het best taai om dit in z'n geheel uit te zitten, maar het einde overtuigt me om een halfje extra te rekenen.

Howling: New Moon Rising (1995)

Na enkele onenigheden verliet regisseur Roger Nall het project en nam scenarioschrijver Clive Turner (die hem min of meer van de set joeg) het stokje van hem over. Tijdens het kijken borrelt dat vermoeden al tamelijk vroeg op als je de chaotische en onoverzichtelijke inhoud enigszins probeert te volgen. Regelmatig voelt het aan alsof er twee compleet verschillende verhalen door elkaar zijn gehusseld, met slechts spaarzame connecties tussen beide uitgangspunten. Het is dan ook niet vreemd dat Nall een hele andere film voor ogen had dan Turner, want die tweede naam wilde klaarblijkelijk vooral een ode brengen aan het verdorven stadje dat je als kijker hier te zien krijgt en hield zich dus beduidend minder bezig met de basis: weerwolven. Dat levert een hoop grollen op tussen rednecks en hillbilly's, met uiteraard diverse grapjes (gecentreerd rondom poep en alcohol) die amper in het verhaal passen. Het acteerwerk is afgrijselijk, de visuele look van de film oogt ongemotiveerd en het verhaal is werkelijk niet te doorgronden. Als kers op de taart een finale met de slechtste praktische effecten binnen deze reeks en dat wil wat zeggen. De toonzetting is relatief luchtig zodat het geen al te vermoeiende zit vormt, maar Turner mag zich gerust op zijn hoofd krabben nadat hij dit heeft afgeleverd.

Howling: Reborn, The (2011)

Alternatieve titel: The Howling Reborn

Halfje erbij na herziening, zeker omdat deze productie van regisseur Joe Nimziki een beduidend stuk beter is dan Clive Turners rotzooi. De fout is vooral dat er in Reborn een soort liefdesverhaaltje wordt gemaakt van de oorspronkelijke legende en dat weet amper te beklijven. Landon Liboiron speelt bovendien een kleurloos hoofdpersonage dat de gehele film rondloopt met één enkele gezichtsuitdrukking. De opborrelende liefde tussen hem en Lindsay Shaw (die beduidend beter acteert) kent daarom geen chemie, maar dat is gelukkig snel vergeten eenmaal de wat actievere tweede helft aanbreekt. Ondanks de verouderde effecten brengt Nimziki een met actie gevulde finale en dat vermaakt prima. Echt geweldig is het niet (daarvoor wordt er gewoon te ouderwets geregisseerd en gaan de praktische effecten niet langer meer mee), maar het is zeker niet het slechtste dat de reeks gebracht heeft.