• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.914 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.963 gebruikers
  • 9.370.069 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten De filosoof als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

V for Vendetta (2005)

De plotontwikkelingen kloppen het in wezen simpele verhaaltje of idee van de film op: totalitaire regimes en andere tirannen komen aan de macht door middel van angst voor existentiële dreigingen (een virus, een oorlog) en keren zich tegen het vreemde (homo’s, migranten) maar zetten ook een kettingreactie van geweld in werking (toeval bestaat niet) waarmee ze hun eigen ondergang bewerkstelligen. De film kleedt dit in met allerlei verwijzingen naar de geschiedenis en het heden – van The Gunpowder Plot uit 1605 (met Guy Fawkes die de explosieven plaatste) en Hitler tot moslimterrorisme en Abu Graib en zelfs een vooruitziende blik met de vogelgriep, een bestorming van het Amerikaanse parlement en complottheorieën (de dodelijkste terreurdaden werden in werkelijkheid gepleegd door de machthebbers zelf). De film is opvallend sympathiek jegens het terrorisme: de man met het Guy Fawkes-masker die de symbolen van de macht opblaast en een persoonlijke vedetta met de machthebbers uitvecht staat uitdrukkelijk voor een ideaal, een idee (van vrijheid) dat universeel is en dat blijft leven als de man van vlees en bloed sterft, al beleeft die laatste nog wel een romance met de schone dame die de hoofdpersoon van de film is waardoor hij ook tot inkeer komt en de film toch ook anti-terroristisch is (door middel van de liefde neemt hij afstand van de haat die het ideaal geeft). De terrorist die de macht uitdaagt c.q. de held die voor rechtvaardigheid strijdt staat zo voor iedereen van ons en in literair opzicht voor de typische byronic hero (de eenzame, gekwelde held met eem geheim die wraak neemt) die in dit geval is gemodelleerd naar Edmond Dantès uit Dumas’ The Count of Monte Cristo (en naar The Phantom of the Opera van Leroux) dat zo een lekker postmodern hybride anachronistische stijl oplevert (en fictie is belangrijk voor de realistische boodschap want kunst “vertelt de waarheid door middel van ee leugen”).

De film is van dezelfde makers als die van The Matrix-trilogie en dat is te merken: het heeft dezelfde combinatie van science fiction met kung fu-gevechten en een politieke boodschap (van bevrijding) met een filosofisch sausje (zoals dat toeval niet bestaat en dat je pas echt vrij bent als je niet meer bang voor de dood bent). En een hoop gevatte, wat paradoxale uitspraken die de actiefilm ook prikkelend maken voor het intellect. Al met al is het een vermakelijke en bijna briljante film.

V Tumane (2012)

Alternatieve titel: In the Fog

Hele langzame maar toch boeiende film vanwege de tragiek van Soeshenya die moreel zuiver handelt – inderdaad een soort Jezusfiguur zoals JJ_D hierboven treffend omschrijft – maar zijn lot niet kan ontlopen omdat zijn leven sowieso is geruïneerd wegens de verdenking van verraad waarvan hij zich niet kan ontdoen (alleen zijn dood kan zijn gezin redden). Oorlog verandert mensen – in het aangezicht van de dood kunnen we immorele beslissingen nemen waardoor onze slechte kant naar boven komt – maar oorlog kan ook het leven van goede mensen in een hel veranderen. In een oorlog kan goed slecht lijken en slecht goed en in die zin is oorlog de grote morele gelijkmaker. Ik denk dat daar ook de titel naar verwijst: oorlog brengt mist waarin we niets meer – dus niet meer het verschil tussen goed en kwaad – kunnen zien.

Valerian and the City of a Thousand Planets (2017)

Alternatieve titel: Valerian

Het is in wezen aan avonturenfilm zoals Indiana Jones met daarbij de verplichte onderdrukte romantiek die de humor levert en de verplichte moraal dat liefde of vertrouwen groter dan is dan de wet, maar het maakt zo uitbundig en creatief gebruik van het feit dat het een sciencefictionfilm is dus in de toekomst afspeelt dat de film een feest is voor de zintuigen, zowel qua beeld als qua actie. Dat maakt dat de film mijns inziens meer waardering verdient dan het krijgt.

Vampire Humaniste Cherche Suicidaire Consentant (2023)

Alternatieve titel: Humanist Vampire Seeking Consenting Suicidal Person

De film begint met een scene waarin een clown optreedt die niet grappig is en helaas kan dat voor de hele film staan: de film gebruikt het vampiergenre om op bekende, satirische wijze de maatschappelijke conventies op de kop te zetten (het kind deugt niet als het niet wil moorden) waarbij het bloedzuigen natuurlijk eigenlijk voor seks staat (en het ‘gevoelige’ meisje dat niet wil doden dus eigenlijk nog te schuchter is om haar maagdelijkheid te verliezen), maar het is nergens echt grappig (What We Do In The Shadows (2014) is grappiger). En net zoals de niet grappige clown verder weinig te bieden heeft om zijn publiek te amuseren, heeft ook deze niet-grappige satire verder weinig te bieden: waar een goed verhaal onvoorspelbaar en tegelijk geloofwaardig blijft is deze film aldoor ongeloofwaardig en tegelijk voorspelbaar. De film bevat dan wel een mix van allerlei genres – horror, komedie, romantiek, drama – maar faalt op elk vlak zodat het vooral een niksige film is. Het idee van de film – die overigens meteen wordt weggegeven in de titel – dat een goede oplossing voor ‘goede’ vampieren zou zijn dat ze euthanasie plegen op mensen die levensmoe zijn, is meteen het beste idee van de hele film en is misschien veelzeggend.

Vanskabte Land (2022)

Alternatieve titel: Godland

Eerdere films van deze regisseur kon ik wel waarderen maar deze film vond ik slaapverwekkend. Eerst kijk je ruim een uur naar een groepje mannen die op paarden door IJsland naar hun bestemming reizen zonder drama – ze slachten een dier, ze zingen een lied, etc – en dan zijn ze opeens in de bewoonde wereld met huizen, meer mensen (met name vrouwen) en luxe maar de activiteiten blijven in wezen dezelfde (een dier slachten, een lied zingen, etc). Het doel van de missie (een kerk bouwen voordat de winter valt) wordt overigens bereikt: op meer persoonlijk vlak zitten er tegen het einde opeens twee dramatische wendingen die echter enigszins uit de lucht vallen dus zonder dat je het gevoel krijgt dat dit de noodzakelijke conclusie is van de ruim twee uur oersaaie film ervoor.

Er zullen betekenissen in de film zitten die ik heb gemist; het lijkt vooral te gaan over het verschil tussen Denemarken als beschaving (en het Deens als de taal van de kerk) en IJsland als natuur die als zodanig meer verbonden is met de zondigheid en vergankelijkheid van de mens. De vertaling van de titel is wel opvallend: IJsland is duidelijk het ‘moeilijke’ land maar het Engelse Godland slaat denk ik meer op Denemarken terwijl IJsland het van God verlaten land is zodat de kerk wel is gebouwd maar de missie geestelijk toch tot mislukken is gedoemd.

Varda par Agnès (2019)

Alternatieve titel: Varda by Agnès

Als documentaire is deze film, waarbij Varda vertelt over haar film- en kunstprojecten en we beelden en fragmenten ervan zien, weinig bijzonder maar het biedt wel een soort overzicht van haar omvangrijke oeuvre waarvan met name haar bekendste film Cléo de 5 à 7 (1962) zeer indrukwekkend oogt en ik erg graag eens zou willen zien. We leren Varda vooral kennen als een kunstenaar die boordevol artistieke ideeën zit en dus niet alleen inventief alle filmregels bewust brak ten tijde van de Nouvelle Vague (naar eigen zeggen is film niet het vastleggen van de tijd maar het meegaan met de tijd) maar ook uit de voeten kan met documentaires, fotografie, videokunst en visual arts. Haar doel is altijd om echte mensen te tonen waarbij ze zelf een liefde voor het strand heeft. Ik betwijfel of de meeste van haar films interessant zijn om te zien maar creatief was ze wel.

Vazante (2017)

Het sterke van de film is dat de film heel geloofwaardig is: je waant je echt in Brazilië in 1821 en de film lijkt het echte leven van toen te schetsen, zowel dat van de zwarte slaven als van de blanken en de onderlinge verhoudingen tussen beide. Daarmee is de film al geslaagd en bevredigend. Het verhaal is ook geloofwaardig en aardig bovendien; je ziet de climax echter al van mijlen ver aankomen en eindigt dan ook nog onbevredigend. De film mist ook vloeiendheid. Kortom, de film is mooi en boeiend maar het verhaal wordt niet erg goed verteld.

Vénus à la Fourrure, La (2013)

Alternatieve titel: Venus in Fur

‘Laten we doen wat geliefden doen.’ ‘Wat doen geliefden?’ ‘Elkaar pijn.’

Tegenvallende film: alles wat de film interessant maakt lijkt uit de oorspronkelijke novelle Venus im Pelz van Von Sacher-Masoch uit 1870 te komen. De film voegt er nog een laag aan toe, namelijk die van de auditie voor het toneelspel dat op de novelle is gebaseerd en daarmee nog een extra laag waarin rollenspel en werkelijkheid vervagen (of eigenlijk dient die ervoor om het verhaal in het heden te kunnen situeren), maar die extra laag vond ik de film niet interessanter maken.

De film weet wel mijn interesse voor de novelle uit 1870 op te wekken. Ik ken zelf alleen wat werk van De Sade met wie je Von Sacher-Masoch makkelijk associeert: de term ‘sadisme’ is immers afgeleid van De Sade en de term ‘masochisme’ van Von Sacher-Masoch. Toch geeft de film me de indruk dat deze twee werelden totaal tegengesteld zijn en niet omdat bij De Sade de lust van de kweller centraal stelt en Van Sacher-Masoch de lust van de gekwelde zoals vaak wordt gedacht. Niet alleen ligt dat bij beide auteurs sowieso heel wat genuanceerder, maar bovenal is De Sade een typisch product van de Verlichting en Von Sacher-Masoch een product van de Romantiek (er zit ook zo’n eeuw tussen beide auteurs).

De Sade drijft bewust het Verlichtingsdenken op de spits: rationeel gezien zijn wij slechts dieren die door passies worden geleid en de natuur maakt in dat passiespel nu eenmaal onvermijdelijk de een tot onderdrukker en de ander tot onderdrukte. Het Verlichtingsideaal van vrijheid betekent voor de Sade bovenal de vrijheid je lusten zonder enige rem te kunnen botvieren op de ander. De reden dat De Sade zich eigenlijk niet als porno laat lezen is zijn rationalisme: hij beschrijft de passies en alle seksuele perversiteiten en geweld die daaruit voortkomen volstrekt klinisch en rationeel, alsof je een medische encyclopedie leest.

Volstrekt tegengesteld hieraan is het denken van Von Sacher-Masoch (als ik zijn werk goed heb begrepen op basis van Polanski’s film): zijn premisse is dat liefde betekent dat je de ander aanbidt als een god(in) en zijn doel is niets minder dan de sublieme ervaring. Von Sacher-Masoch wenst een wereld waarin mannen en vrouwen gelijk zijn, maar omdat dat nog een ongerealiseerd ideaal is is gelijkwaardige liefde tussen man en vrouw niet mogelijk en is een strijd der seksen onvermijdelijk: voor de man is de vrouw ‘de Ander’ (om een term van Simone de Beauvoir te gebruiken). Zoals De Beauvoir uiteenzet leidt dit tot een paradoxale situatie: de vrouw brengt de man tot vervoering en tot een sublieme ervaring. In de liefdesdaad vindt de man wellicht zelfs een mystieke ervaring waarin hij zichzelf verliest. De vrouw staat gelijk aan de natuur en de man wordt door haar overweldigd zoals ook de natuur hem overweldigt. Gelijk de aarde geeft de vrouw leven maar brengt zij ook de dood (want in de natuur raakt alles in verval en sterft) zodat de vrouw de man daarom ook aan zijn sterfelijkheid herinnert. Bij Von Sacher-Masoch leidt dit tot het oerbeeld van de vrouw als godin: de man kan niet anders dan zich aan haar voeten neerstorten en zich aan haar onderwerpen.

Maar De Beauvoir beschrijft ook hoe deze verafgoding van de vrouw nota bene tot de onderdrukking van de vrouw leidt, zoals ook bij Von Sacher-Masoch in wezen de man de regie blijft voeren en de rollen pardoes kunnen omslaan. Immers, de man reageert op de vreeswekkende vrouw (vreeswekkend omdat zij zo’n passie in de man losmaakt dat hij zijn autonomie verliest en slaaf wordt van zijn passies en haar wil) zoals hij ook op de vreeswekkende natuur reageert: de enige manier om zijn angst kwijt te raken en zijn autonomie te herwinnen is door de natuur c.q. de vrouw te overmeesteren. Net als de natuur moet de vrouw daartoe een ‘ding’ worden: dit is de oorzaak van de verdinglijking of objectivering van de vrouw door de man. Ook bij de verafgoding zit overigens impliciet al de verdinglijking (de vrouw is ook als godin een aanbeden object). Polanski laat de vrouw in de film een paar keer het verwijt van (vrouwonvriendelijk) seksisme maken, hetgeen vreemd overkomt aangezien de vrouw wordt aanbeden als een godin en de man zich geheel aan haar onderwerpt, maar op een dieper niveau lijkt het verwijt terecht: ook bij Von Sacher-Masoch wordt in wezen de vrouw op een voetstuk gezet door de man c.q. de vrouw een rol opgedrongen waarin de man zichzelf kan verliezen en het geluk kan ervaren. Zelfs in het masochisme van de man, die wil worden gegeseld door een wrede godin, gaat het erom wat de man wil en niet wat de vrouw wil (omgekeerd verleent Verlichtingsdenker De Sade opvallend veel autonomie en gelijkwaardigheid aan de vrouw).

Bij De Sade wordt erotiek platgeslagen tot grof seksueel geweld: het handelend subject is een egoïst die simpelweg anderen gebruikt voor de bevrediging van zijn eigen lusten. Bij Von Sacher-Masoch wordt erotiek verheven tot een sublieme (welhaast religieuze) ervaring: ware passie is totale verlies van autonomie en individualiteit met de ervaring van pijn als de gemaximaliseerde seksuele ervaring. Wat ze gemeen hebben is dat seks als zodanig een ondergeschikte rol speelt: het machtsspel erachter wordt blootgelegd en benadrukt (zoals wij dat kennen als ‘sado-masochisme’).

Verdens Verste Menneske (2021)

Alternatieve titel: The Worst Person in the World

De film scoort zeer hoog bij de critici – de film is zelfs een instantklassieker volgens onder meer de Volkskrant – maar het is geen film voor mij. De film duurt heel lang waarbij we het doorsneeleven van een doorsneevrouw volgen – met het nogal seksistische cliché dat haar leven klaarblijkelijk slechts uit liefdes en relatieperikelen bestaat – dat totaal niet interessant is en dat ook totaal niet op een interessante manier wordt verteld of in beeld gebracht (de enigszins vergelijkbare film Jeune Femme (Film, 2017) vond ik ook al zo saai). De film is uitdrukkelijk magisch realistisch: de film is waarschijnlijk zo saai omdat het ‘realistisch’ is zodat er geen opbouw ergens naar toe is en de vrouw – en wij als kijker met haar – doelloos in de ene liefde na de andere tuimelt en een enkele keer wordt dat onderbroken door een magische scene waarin de fantasie het overneemt (de paddo-scene vond ik wel leuk maar dat soort scenes kunnen ook bijna niet niet leuk zijn).

De film beoogt denk ik grappig en dramatisch te zijn maar de humor is nergens echt leuk en het drama nergens echt ontroerend. Op z’n best neigt de film naar een Amélie-achtige vertelling maar dan zonder de frisheid en originaliteit. De film is juist aldoor zwaar op de hand – en weeft er nog wat actuele maatschappelijke thema’s als sociale media en postfeminisme in – terwijl er niets gebeurt. Het kan zijn dat de film wil laten zien dat elke keuze die je maakt een streep zet onder je verleden omdat die dan niet meer terug komt, maar dat is niet iets verrassends en krijgt in de film weinig lading maar dat het mij allemaal weinig kon boeien kan ook mede komen omdat ik me niet in de hoofdpersoon herken (dat lukte veel beter bij Thelma (Film, 2017) die ik wel goed vond): mogelijk kunnen vrouwen de film beter waarderen omdat zij zich misschien beter in de hoofdpersoon en haar relatieperikelen kunnen herkennen.

Vermeer: The Greatest Exhibition (2023)

In 2023 was er de immens populaire Vermeer-tentoonstelling ‘Dicht bij Vermeer’ in het Rijksmuseum. In maart 2023 draaide daarover de Nederlandse productie Dicht bij Vermeer in de bioscopen, die ik vond tegenvallen omdat die vooral over de tentoonstelling (het bijeen krijgen van de stukken e.d.) en de daarbij betrokken mensen ging terwijl het natuurlijk Vermeers werk is die echt interessant is. Geïnspireerd door de titel ‘Dicht bij Vermeer’, dat niet alleen verwijst naar het ontdekken van de nogal in mysteries gehulde kunstenaar door middel van zijn kunst maar ook naar de intimiteit van zijn werk dat kenmerkend voor zijn kunst is, schreef ik een ietwat filosofisch stukje over Vermeers kunst:

Dicht bij Vermeer (Film, 2023) .

In 2023 werd ook deze aflevering van Exhibition on Screen over Dichter Bij Vermeer gemaakt die nu pas in de bioscopen draait en die me veel beter bevalt omdat deze documentaire echt over de kunst van Vermeer gaat en ons waarnemen en begrijpen ervan verdiept. Het hoofdthema van de uitleg van Vermeers werk door onder meer de Rijksmuseum-directeur Dibbits in de documentaire is het spel met licht: Vermeer is de ‘meester van het licht’. Om dat beter te begrijpen is een persoonlijk aspect van belang: Vermeer was getrouwd met een katholieke vrouw waardoor hij contact met jezuïeten had en in veel opzichten in feite jezuïtische kunst maakte. De jezuïeten zagen het licht als goddelijk want het zichtbare teken van het onzichtbare (hetgeen we ook al bij bv. Plato en middeleeuwse denkers zien) en mede door jezuïeten was optica in Vermeers tijd het belangrijkste wiskundig onderzoeksterrein. Vermeer deelde in dat onderzoek maar dan als kunstenaar: een groot deel van zijn werk is het heel precies waarnemen en weergeven van de wijze van het weerkaatsen van het licht door de dingen zoals geen andere kunstenaar uit zijn tijd deed. Maar Vermeer verbond de voorgestelde zaken op zijn schilderijen ook door middel van het licht: het spel van licht en schaduwen geeft contrasten en veelal is er een glinstering in het midden – in feite simpelweg een witte stip – dat ragfijn maar scherp is en de blik trekt waardoor de toeschouwer in de voorstelling op het schilderij wordt getrokken. De handeling die we zien is niet theatraal maar hermetisch: zij is verstild en geconcentreerd in het punt om welke reden de schilderijen ook klein zijn (in tegenstelling tot enkele andersoortige werken van Vermeer waarmee hij bv. Bijbelse taferelen weergeeft). Het licht komt van buiten maar die lichtbron (in metaforische zin: God) zien we niet op zijn schilderijen, al geeft dat licht wel een goddelijke en magische gloed op het afgebeelde – nota bene op het afgebeelde ordinaire leven waarmee op jezuïtische wijze wordt aangegeven dat het goddelijke overal is – waarbij we tegelijk het goddelijke licht in worden getrokken door de glinstering van bv. een parel of een draadje waar het meisje op het schilderij zelf ook naar kijkt (er is vaak ook een morele dimensie als bv. het meisje niet naar het licht kijkt maar naar haar sieraad zodat ze wereldse zaken verkiest boven het Licht). Door in de concentratie van de afgebeelde persoon te delen, worden we ook in het bewustzijn van de afgebeelde persoon getrokken; Descartes, die onderwijs kreeg van jezuïeten, sprak van ‘het natuurlijke licht van de rede’ (zodat onze rede als het ware de goddelijke vonk in ons zelf is), zodat zelfs het fysieke punt in die zin verdwijnt en we een bewustzijnsruimte betreden (zoals ook het tafereel binnenshuis al een metafoor is voor het bewustzijn dat echter tegelijk altijd naar iets erbuiten is gericht zoals de afgebeelde meisjes bv. naar buiten kijken of een brief van iemand elders lezen of omgekeerd de geograaf en astronoom hun studieobject – de wereld – naar hun werkkamer binnenshuis en daarmee hun denken hebben gehaald).

Schilderkunst is om een aantal redenen paradoxaal: het tracht drie dimensies af te beelden in twee dimensies, het wil een handeling weergeven door middel van een bevroren moment en het wil echt lijken terwijl het verf is. Vermeer leerde van de jezuïeten de verbeeldende contemplatie waarmee je je met al je zintuigen probeert een tafereel in te beelden en zijn werk begeleidt op meesterlijke wijze de toeschouwer tot die contemplatie: Vermeer schept bewust de illusie door middel van perspectief die behalve intimiteit ook afstand schept (we kijken vaak als een voyeur in de kamer waar het meisje iets doet), door middel van een fotografische techniek (hij maakte waarschijnlijk gebruik van de camera obscura die de jezuïeten loofden) die geen verfstreek laat zien maar die ook het tafereel bewust extra verstilt en kalm afbeeldt en door middel van het kiezen van een tussenmoment dat een moment ervoor en een moment erna suggereert zodat je als toeschouwer wordt geprikkeld zelf een dramatische handeling te verbeelden waarmee uiteindelijk – voorbij het tonen van het leven binnenshuis en van de concentratie dus bewustzijn van de afgebeelde – we met ons eigen denken of bewustzijn worden geconfronteerd. Dat Vermeer ook veel muziekinstrumenten afbeeldt heeft er misschien mee te maken dat hij ook die zintuigen (het gehoor) wil aanspreken waarbij muziek tegelijk plezier geeft (de middenstand zoekt vermaak) en een verinnerlijking is (“een innerlijk bewegend punt” volgens Hegel). Door zo al deze paradoxen, waaronder het afstandelijke vs. intimiteit en het lichamelijke vs. het geestelijke, tegen elkaar uit te spelen, wordt uiteindelijk het menselijke als zodanig – ons bewustzijn dat niet alleen naar buiten is gericht maar ook alleen door het externe wordt geprikkeld en pas door de blik van de ander tot wasdom komt – afgebeeld en niets is echter dan dat (Descartes’ cogito ergo sum).

Daarbij was Nederland protestants en een republiek, zodat Vermeer ervoor koos om niet Christus of de koning uit te beelden maar het gewone leven van de kooplui als nieuwe heersers van het land welke schilderijen zelf weer in de woningen van die mensen hingen zodat ze de wereld erom heen reflecteerden. Uitbeelding en uitgebeelde vallen zo samen zoals bij volmaakte weerkaatsing. De jezuïeten hanteerden de glazen bol die het universum zou reflecteren als symbool en in bredere zin valt de hele wereld samen met het punt van reflectie dat onze geest is: filosofie leverde in die tijd daarvoor als het ware de weerkaatsingswetten waarmee ons natuurlijk licht van de rede de hele kosmos reflecteert en Vermeers werken laten de weerkaatsingswetten hun werk doen – door middel van een zorgvuldige studie naar het licht – op artistieke en daarmee zintuiglijkere wijze.

Vertigo (1958)

Alternatieve titel: De Vrouw Die Tweemaal Leefde

Een klassieke film noir over – hoe kan het ook anders – een volmaakte moord die echter toch fout gaat omdat er liefde in het spel komt. Zoals het een klassieke noir betaamt zit het verhaal razend knap in elkaar met dubbele twisten en iedereen die iedereen bedriegt (de moord komt al vrij snel in de film om ruimte te maken voor nieuw bedrog en twisten). Net als de personages in de film word je als kijker voortdurend op het verkeerde been gezet maar uiteindelijk vallen alle puzzelstukjes in elkaar en blijkt het verhaal vele Droste effecten te bevatten (zo krijgt Scottie, die Judy traint zoals Gavin dat eerst deed, op het eind een tweede kans om Judy, die net als Carlotta die ze eerder speelde om Scottie te bedriegen wordt verstoten door haar rijke weldoener, te beschermen maar nu van strafrechtelijke vervolging). Zowel het verhaal als de visuele uitwerking lijkt er – succesvol – op te zijn gericht je hoofd te doen tollen wat uiteraard overeenkomt met de titel die verwijst naar de draaiduizeligheid (vertigo) waar Scottie aan lijdt en die de oorzaak is van het hele verhaal. Alles in de film komt terug op andere niveaus tot en met de spiraalvorm als visualisatie van de vertigo, van de hallucinaties tot het kapsel van Madeleine. En afgezien van dit alles is sowieso het verhaal met z’n persoonsverwisseling en het mysterie of Madeleine geestesziek of behekst is heel interessant.

Het is aldus een volmaakte film en waarschijnlijk een van de knapste ooit gemaakt. Toch heb ik er wat moeite mee de film vijf sterren te geven: de film is ingenieus maar – en dat heb ik vaker met films van Hitchcock – hij heeft ook iets saais en gedateerds alsof Hitchcock niet heeft kunnen ontsnappen aan de ’saaie’ sfeer van de jaren ’50 die alles grijs maakt (ook al is het een kleurenfilm). Daardoor lijkt de film ook traag en je krijgt de indruk dat elke scene net iets te veel tijd neemt, ook al is het verhaal gecompliceerd en gelaagd. Het acteerwerk is soms opmerkelijk klunzig en de decors duidelijk nep. Hitchcock is denk ik gewoon niet helemaal mijn regisseur.

Verward (2019)

Ik vind het een indrukwekkende documentaire. Als documentaire is hij zeker bijzonder want het gaat niet over een paranoïde (verwarde) persoon maar we zien in feite de wereld vanuit de paranoïde persoon (Will) die zelf de beelden maakt. Dat geeft meteen de twijfel of de documentaire ethisch verantwoord is, omdat de arme Will denkt dat de film het bewijs levert dat niet hij gek is maar dat de rest van de wereld gek is. Maar het lijkt mij toch de juiste keuze: de journalist is geen hulpverlener maar laat mensen hun verhaal – hun waarheid – vertellen. En in die zin is de documentaire weer akelig gewoon want iedereen heeft tegenwoordig zijn ‘eigen’ waarheid en precies zoals bv. mensen die geloven in politieke complottheorieën alleen maar in hun wanen worden versterkt als anderen zich daartegen verzetten of hen tot gek verklaren (‘natuurlijk ontkennen ze want ze willen niet dat de waarheid boven tafel komt’), zo ook zien we Will steeds dieper in zijn psychose wegzakken naarmate hij meer weerstand vanuit zijn omgeving krijgt tegen zijn wanen. Omdat hij anderen onvermijdelijk lastig valt met zijn wanen keren anderen zich ook tegen hem waardoor zijn wanen – dat mensen tegen hem zijn en hem kapot willen maken – ook daadwerkelijk worden bevestigd en uiteindelijk iedereen zijn vijand wordt. Het leven van zowel Will als van zijn omgeving wordt zo langzaam maar zeker ondraaglijk. Niet alleen is er nog te weinig bedreiging en geweld om hem te kunnen opnemen, maar gedwongen opname zal zijn wanen alleen maar versterken: hij heeft – vanuit zijn paranoia gedacht – immers een verhoogde gevoeligheid waardoor hij een gevaar is voor anderen die hem natuurlijk willen opnemen om hem zo onschadelijk te maken. Alleen ziekte-inzicht en/of het vertrouwen in een ander zou hem kunnen redden maar de paranoia vernietigt precies dat…

Al met al een zeer schrijnende documentaire die echter goed laat zien hoe paranoia werkt en hoe desastreus deze psychose voor zowel patiënt als omgeving is.

Vida Invisível, A (2019)

Alternatieve titel: The Invisible Life

Natuurlijk heeft de film een ontroerend einde maar wat is de weg ernaar toe lang en saai. Waarschijnlijk ontleent het einde zijn kracht ook wel aan het feit dat we zo langdurig ondergedompeld worden in de separatie van de zussen en hun miserabel leven, maar dat doet er niet aan af dat je uithoudingsvermogen nodig hebt om tot het einde te geraken.

De film is natuurlijk bovenal een aanklacht tegen het patriarchale systeem van de jaren ’50 waarbij de zussen het nog eens bijzonder slecht treffen met zelfs voor die tijd zeer conservatieve en/of wrede mannen in hun leven. De vrouwen worden simpelweg niet geacht een eigen wil te hebben – waardoor ze verkracht worden en hun dromen niet kunnen najagen – en als ze wel een eigen wil tonen worden ze zwaar gestraft. Maar meer dan het tonen van dit onrecht doet de film eigenlijk niet: diepzinnigheid heb ik niet kunnen ontdekken. Ik had gehoopt op een film als De Tweeling (2002) - MovieMeter.nl maar die film is gewoon veel beter en diepzinniger.

Vie d'Adèle, La (2013)

Alternatieve titel: Blue Is the Warmest Color

De twee favoriete films van de filmrecensenten aan het eind van 2013 lijken ‘La Grande Bellezza’ en ‘La Vie d’Adèle’ te zijn. Beide films hebben veel gemeen – al dan niet als tegenpolen – en een gezamenlijke bespreking lijkt me zelfs verhelderend voor beide films. Ik begin echter met ‘La Grande Bellezza’. (zie mijn recensie daar)

Welnu, waar ‘La Grande Bellezza’ bewust de passie van het echte leven ontbeert c.q. maskeert ten gunste van een overdaad aan zintuiglijke prikkels in de vorm van feest en visuele trucage, gaat de film ‘La Vie d’Adèle’ daarentegen precies over dat ‘echte’ leven zonder enige trucage: het laat niets anders zien – de film kent in tegenstelling tot de Fellini-achtige film ‘La Grande Bellezza’ geen enkele opsmuk en geeft weer zoals een documentaire weergeeft – dan de echte passie van een gewoon, echt meisje dat zo ‘echt’ wordt weergegeven dat ze zelfs haar echte naam heeft behouden (het meisje dat Adèle speelt heet ook in het echt Adèle, zoals alle acteurs hun echte namen hebben behouden). De film kan dus hyperrealistisch worden genoemd. Ook het verhaal heeft niets bijzonders en laat slechts het ordinaire, ‘echte’ leven zien: het verhaalt simpelweg het liefdesleven van een jonge vrouw zoals praktisch elke jonge vrouw die zal hebben meegemaakt, namelijk het verliefd worden om vervolgens de relatie te zien stranden doordat de passie in bed geen basis kan bieden voor een duurzame relatie omdat de twee geliefden als personen te weinig gemeen hebben. Niet alleen lijkt zelfs elk detail dat bijzonder zou kunnen zijn zorgvuldig vermeden, maar we zien Adèle ook vooral de meest ordinaire dingen doen zoals eten, slapen en neuken (alleen de toiletscènes ontbreken – gelukkig maar). Op een tegengestelde manier van ‘La Grande Bellezza’ balanceert ook ‘La Vie d’Adèle’ dan ook op de grens van saaiheid: de film deed me even denken aan een film die Warhol zou hebben gemaakt en die uit niets anders bestaat dan een paar uur lang de filmweergave van een slapende man. Nu is de hoofdrolspeelster echter geen ordinaire verschijning (of slapende man) maar een zeer mooi meisje dat speelt dat ze haar seksualiteit ontdekt, zodat het drie uur lang moeten kijken naar het gezicht en (van geilheid kronkelende) lichaam van dit meisje in ieder geval geen pijn aan de ogen doet (maar dat is misschien een kwestie van smaak) en ik heb me wel afgevraagd of de film uit te zitten zou zijn als Adèle niet een bijna bovenaardse attractieve en charmante verschijning zou zijn. Maar zelfs haar schoonheid wordt op een gegeven moment saai: de film gaat niet alleen over Adèle maar het laat ook bewust bijna niets anders zien dan Adèle, dat wil zeggen de film bevat vrijwel niets anders dan drie uur lang close-ups van haar gezicht en vanwege de vele expliciete seksscènes – waardoor de film berucht is geworden – ook haar borsten, billen en een enkele keer haar vagina, zonder echter ergens erotisch stimulerend te worden (ook in bv. conversaties wordt vrijwel alleen het gezicht van Adèle getoond: alle andere personages zijn slechts figuranten in de achtergrond). Een saillant detail in dat verband is dat de film bewust het ‘echte’ leven laat zien en dus ook schaamteloos het lichaam en de seks toont (‘functioneel naakt’) waarbij de regisseur met Adèle een goede, jonge actrice heeft gevonden die geen moeite heeft haar lichaam aan de wereld te tonen, maar zij – in het echt, maar in de film gemaskeerd – toch een preutsheid blijkt te hebben in de zin dat voor de film een levensechte replica van haar echte geslachtsdelen is gemaakt die op haar geslachtsdelen zijn geplakt zodat de kijker haar ‘echte’ geslachtsdelen tegelijkertijd wel en niet ziet (hier treedt dus een dissonant moment van ‘onechtheid’ de film binnen).

Hoe dan ook, het bijzondere van de film is dat zonder twijfel nooit eerder het zuiver gewone, ‘echte’ leven zo letterlijk groot – op het grote doek met daarop drie uur lang bijna niets anders dan close-ups van Adèle met haar stormachtige emoties als beginneling in de liefde (met daarbij natuurlijk veel huilen want bakvissen die hun seksuele gevoelens ontdekken en ermee worstelen huilen veel) – is getoond. Maar daarmee is de film nog niet interessant voor de kijker: het gewone leven van Adèle wordt bewust zo gewoon gehouden, zonder enige verrassing en zonder enige diepgaande bespiegelingen over dat gewone leven (waar filosofisch echter een hoop over te zeggen valt), waardoor het in ieder geval mij bij geen interesse heeft kunnen opwekken. Niet alleen kan Adèle altijd nog een glansrijke carrière in de porno-industrie maken, want zelden heeft zo’n mooi meisje zo’n intense seksuele lust kunnen acteren, maar de film heeft misschien ook meer gemeen met de ordinaire pornofilm dan de meeste recensenten zullen willen toegeven: net als de pornofilm toont het slechts het ‘echte’ leven zonder pretenties waarbij elke diepgang of mysterie wordt ontkend. De boodschap lijkt in beide gevallen te zijn: dit is het en meer is er niet. Ik ben het eens met een recensent die schreef dat de film, die immers drie uur lang het liefdesleven van een jonge vrouw toont, een belofte geeft iets van het mysterie van de vrouwelijke seksualiteit of van de liefde te onthullen, maar dat die belofte niet wordt ingelost. Sterker nog, op een gegeven moment als Adèle zich weer eens in opperste geilheid seks wil maar wordt afgewezen, zegt ze verontschuldigend: ‘sorry, maar het is sterker dan mijzelf’. Ook de regisseur lijkt te willen zeggen dat de seksuele lust of erotische liefde een oerdrift is en verder niets. Er valt verder niets over te zeggen, er zijn geen diepere lagen, er valt niets te filosoferen: het ‘echte’ leven is wat het is en niets meer. En dat ‘echte’ leven is louter passie (en ‘het hart kent redenen die het verstand niet kent’ om met Pascal toch iets filosofisch te zeggen). Het is de ratio die de twee geliefden uit elkaar drijft, waardoor Adèle achterblijft met een ‘verlies in het hart’: de film begint met een leraar die zijn leerlingen vraagt wat een romanschrijver heeft bedoeld met ‘een verlies in het hart’ en de film geeft het antwoord in het liefdesverdriet van Adèle die begrijpt dat haar relatie moest eindigen maar die haar pijn en verlies in het hart levenslang zal moeten meedragen.

Noot: de film betreft een lesbische liefdesrelatie en is een verfilming van een boek dat is geschreven door een lesbische vrouw. Deze auteur zou niet blij met de film zijn en het laat zich raden waarom: ik neem aan dat haar verhaal gaat over het feit dat lesbische relaties nog altijd niet echt worden geaccepteerd in onze samenleving, maar de mannelijke regisseur heeft er een heel ander verhaal van gemaakt in de zin dat het niet relevant is voor de film dat de relatie twee vrouwen betreft (daarom heb ik het ook niet eerder genoemd) omdat elke liefdesrelatie tussen twee mensen in wezen dezelfde film zou hebben opgeleverd.

Beide films zijn bijzonder in de zin dat zij laten zien dat het medium van de film bij uitstek geschikt is voor zowel escapisme als realisme: ‘La Grande Bellezza’ laat zien dat film bij uitstek een overweldigende visueel spektakel kan brengen en zo ultieme verstrooiing kan brengen en ‘La Vie d’Adèle’ laat zien dat film – in tegenstelling tot het klassieke toneelspel op het podium – het medium van de intieme close-up is dat zo het kleine en alledaagse groot en zichtbaar kan tonen. Beide films zijn op hun eigen manier nogal saai; ik zou ze niet snel aan anderen aanraden, maar zoals ik met dit epistel laat zien valt er wel veel over de films te zeggen, hetgeen er mee te maken heeft dat de films wel iets zeggen over waar de samenleving en de film op dit moment staan: in zekere zin liggen beide films in het verlengde van de hedendaagse tendens naar enerzijds een escapisme in actie, spektakel (in bv. games) en oppervlakkige verstrooiing en anderzijds een hyperrealisme en het ‘reality’-genre in films en TV-series, waarin het echte leven en het gewone individu en zijn alledaagse beslommeringen in het centrum van de aandacht wordt gezet (bv. Facebook).

Vie Privée (2025)

Alternatieve titel: A Private Life

De film oogt interessanter dan hij is. Het wordt een moordmysterie genoemd maar de zoektocht speelt zich vooral af in het onbewuste – de opzet doet wat denken aan bv. Shutter Island – maar zoals het meestal gaat in dromen is het resultaat weinig coherent en blijken beloftevolle clues uiteindelijk betekenisloos. De les die de psycholoog leert van haar waanideeën is dat ze voortaan moet luisteren naar wat haar patiënten zeggen in plaats van dat de gesprekken opneemt maar de les die de kijker leert is dat dromen bedrog zijn en dat psychoanalytici zakkenvullers zijn die denken dat ze geheimen weten maar zichzelf net zo voor de gek houden als hun patiënten. Uiteindelijk is het meest indrukwekkende van de film dat Jody Foster heel goed Frans spreekt.

Vie, Une (2016)

Alternatieve titel: A Woman's Life

Saaie film: tergend langzaam en zonder drama wordt inderdaad ‘een leven’ getoond. Vrouw van goede komaf heeft tegenslagen te verduren en tegen het eind lijkt er eindelijk drama te komen als ze helemaal aan de grond lijkt te raken, maar dat drama blijft evengoed uit: net als ze het vertrouwen in de mensheid geheel verliest lijkt dat onterecht en is het toch niet allemaal slecht. De film sluit met de boodschap dat het leven niet goed of slecht is…

Vinterbrødre (2017)

Alternatieve titel: Winter Brothers

Het is zonder meer een goede film: hij ziet er heel mooi uit (de beelden zijn indrukwekkend), de soundtrack is eveneens indrukwekkend, er wordt een bijzondere en beklemmende sfeer geschapen, er wordt goed geacteerd en het verhaal is simpel maar wordt goed verteld (onder meer de scene met de baas is meesterlijk). Ik dacht de film vier sterren te gaan geven, maar in plaats van een heftige climax (waarin het geweer een rol speelt) is er een vaag, onbevredigend einde. Daarom rond ik toch omlaag af naar drie-en-een-halve ster.

Virgin Suicides, The (1999)

De film is lichtvoetig in zijn schets van puberende meisjes van wie het leven zo vol ongemakkelijke situaties zit in contacten met de andere sekse en met hun ouders dat de film bijna een klucht is, ware het niet dat de meisjes totaal onverwacht zelfmoord plegen waardoor het genre meer ‘mystery’ is: waarom zouden juist deze beeldschone meisjes die het hoofd van alle jongens en mannen in het dorp op hol brengen en een mooie, rijke toekomst in het verschiet hebben een einde aan hun leven maken? Dat hun moeder – in tegenstelling tot de nerdy, toegeeflijke vader – hen kort wil houden c.q. wanhopig de jongens bij hen vandaan wil houden en ze huisarrest geeft, waarna Lux, de hoofdpersoon van het verhaal en de dorpsslet kans ziet toch nog de ene man na de andere man op het dak van het huis te ontvangen, heeft er ongetwijfeld mee te maken (maar niet omdat ze ‘gevangenen’ zijn: ze plegen nota bene zelfmoord op het moment dat de buurjongens hen komen ‘bevrijden’): de zelfmoord is wellicht alleen maar te verklaren als een typisch puberale en dus onbezonnen daad van rebellie tegen de ‘onderdrukkende’ moeder waarbij de pubertijd als zodanig – per definitie een moeilijke tijd – de geest van elk meisje wellicht al rijp maakt voor deze stap. En dan speelt wellicht de tijd – de jaren ’70 – mee: een tijd van nihilisme vol gevoelens van verveling en frustratie, zoals die in de jeugdcultuur tot uitdrukking kwam in het fenomeen ‘punk’. De journaliste die verslag doet van de zelfmoorden benadrukt in ieder geval dat het aantal zelfmoorden onder jongeren toeneemt zodat het wel een epidemie lijkt (en in deze familie had de jongste eerder al zelfmoord gepleegd hetgeen de anderen – ogenschijnlijk onaangeroerd – kan hebben ‘besmet’). Hoe dan ook, het is een aangename film die bovendien prikkelt tot nadenken.

Viridiana (1961)

De film verbluft van begin tot einde, heeft drama en spanning in een heerlijke duistere wat gotische sfeer en zit tjokvol symboliek dus inhoud die ver voorbij het visuele gaat: dit is filmkunst op z’n best!

Alles in de film lijkt betekenis te hebben, maar ik denk dat de belangrijkste is dat de personages voor een stand of klasse staan: de oom voor de aristocratie (die geïsoleerd van de samenleving leeft, in verval en stervende is – hij zet graag Mozarts Requiem op – en wanhopig probeert de kerk aan z’n kant te krijgen ter vitalisering), diens zoon voor de bourgeoisie (die levenskrachtig en materialistisch is en alles in bezit neemt), de bediende voor de arbeider die zich heeft ontwikkeld en Viridiana voor de geestelijkheid (die het wereldse verzaakt – de naam Virdiana staat voor zuiverheid – en naar Gods gebod van naastenliefde wil leven). Het wat vreemde einde verwijst niet alleen naar een seksuele menage-a-trois maar ook naar een ideale en/of moderne maatschappij waarin burgerij, geestelijkheid en arbeiders op gelijke voet samenleven en de macht delen. Daarbij is Virdiana, dus de geestelijkheid, ook naïef in z’n liefdadigheid (waarbij Viridiana zich herkent in de dochter die slechts wil spelen en op de grens van seksuele ontdekking balanceert): net als de zoon die de hond bevrijdt bevrijdt zij landlopers en ander schuim der aarde maar die blijven asociaal zodat die alleen maar vervallen in orgie en misdaad als zij niet langer worden onderdrukt. Hierin zit een politieke boodschap: bevrijding van het proletariaat is niet genoeg: men moet zich ook kunnen ontwikkelen waartoe discipline nodig is.

Vitalina Varela (2019)

Alternatieve titel: The Daughters of Fire

Dit is weer zo’n typische arthouse-film van het genre ‘zelfs het kijken naar het opdrogen van verf is spannender’ en ik zeg er maar meteen bij dat ik niet zo’n fan van dit genre ben. De regisseur lijkt elke prikkeling van de kijker te hebben willen vermijden: niet alleen kijken we telkens minutenlang naar hetzelfde statische beeld waarin niets gebeurt en niets wordt gezegd, maar de film is ook pikdonker zonder enige kleur met meestal alleen een verlicht zwart gezicht dat zo als die op schilderijen van Rembrandt uit de duisternis opdoemt. De film is echter geen schilderij van Rembrandt en kent geen enkele variatie in dit ‘spel’ met licht en donker. Het ergste is nog dat de film ook intellectueel niet prikkelt: wat we zien of wat er wordt gezegd is niet intellectueel, paradoxaal, onheilspellend of anderszins interessant. Iemand in de krottenwijk is gestorven en vervolgens kijk je simpelweg twee uur lang naar teneergeslagen, rouwende, peinzende, fluisterende gezichten die, als ze wat zeggen, benadrukken dat hun leven (ik neem aan: het leven in de krottenwijk) moeilijk is. Daarom zal de film ook zo donker zijn alsof de wijk zonder elctriciteit wekenlang in een zonsverduistering zit: dit zijn mensen die ‘leven in de schaduw’ want hun leven is niet makkelijk en niemand kijkt naar ze om (met alleen in het slot van de film opeens daglicht, waarschijnlijk om aan te geven dat het leven toch doorgaat).

Sorry, ik zal een hoop ‘betekenis’ (of is het gevoeligheid?) hebben gemist maar ik kon hier helemaal niets mee…

Vivre Sa Vie: Film en Douze Tableaux (1962)

Alternatieve titel: My Life to Live

De film is niet makkelijk maar wel intrigerend: hij is meteen vanaf het begin apart – anders dan alles wat je eerder hebt gezien – en erg filosofisch waardoor de film behalve esthetisch ook intellectueel prikkelt. Het is eigenlijk zo’n nieuwe ervaring dat de film nogal overdondert en je niet goed weet waar je naar zit te kijken. In ieder geval kijk je naar een stukje Parijs van zo’n 60 jaar geleden toen mensen er blijkbaar de ene diepzinnige gedachte na de andere uitten zoals ze ook de ene sigaret na de andere opstaken. Het gaat over het meisje Nana dat in geldnood zit en daarom besluit de prostitutie in te gaan: in dat opzicht doet de film erg feministisch aan want deze jonge vrouw weet wat ze wil en besluit haar eigen boontjes te doppen – waarnaar ook de titel ‘Vivre sa vie’ lijkt te verwijzen waarbij ze ook nog eens de Sartre-achtige filosofie uitspreekt dat elk mens volledig vrij en verantwoordelijk is voor alles wat hij doet – maar uiteindelijk blijkt ze toch maar gewoon een handelsobject voor haar pooier. Filosofisch lijkt de film geïntrigeerd door de ‘Duitse’ filosofie dat leven/ervaren een tegenstelling met spreken/denken vormt zodat spreken inherent iets leugenachtigs heeft (waarmee ook de kunst waaronder de film wordt geproblematiseerd). Nana lijkt te worstelen tussen deze twee zijnswijzen: ze benadrukt bv. aldoor dat ze moeite heeft zich juist uit te drukken. Haar denken/spreken lijkt haar leven in de weg te zitten - denken/reflecteren kan zelfs tot de dood leiden zoals de filosoof Dumas’ Porthos verhaalt - en in dat opzicht lijkt de keuze voor prostitutie de meest radicale keuze voor het leven denkbaar (in de Nederlandse en Franse taal zeggen we wel dat prostituees “in het leven” zitten). Leven betekent echter ook dat je fouten maakt, experimenteert en sterft. De prostituee, die zichzelf uitleent om zichzelf te vinden (naar het motto van Montaigne) is de hedendaagse Jeanne d’Arc: martelaarschap is haar overwinning, dood haar verlossing. Een vergelijkbare seculiere versie van het zielbegrip lijkt te worden gegeven door het 8-jarig meisje dat in haar opstel schrijft: als je de buitenkant van een kip weghaalt zie je de binnenkant van de kip en als je de binnenkant weghaalt zie je de ziel van de kip. Nana is het mooie meisje dat zich identificeert met haar buitenkant: als prostituee toont ze ook haar lichaam aan alle mannen (voor een extra vergoeding). Ook haar leven is oppervlakkig consumentisme. Haar innerlijk leven – de psychologie – blijft een mysterie voor ons (de film geeft ons bv. geen aanknopingspunt waarom ze besluit als prostituee te gaan werken). Maar de camera registreert niet maar observeert haar (en andere mensen) en met de camera observeren wij haar en kunnen wij op basis van haar gedrag wellicht haar ziel zien.

Maar ik heb het gevoel dat ik de film een tweede keer zou moeten zien om ‘m beter te kunnen doorgronden. En de film zit duidelijk zo goed in elkaar – alle aspecten, dus elke scene, elk beeld en elke uitgesproken zin lijken ingenieus met elkaar in verbinding te staan en uiteindelijk een eenheid te vormen – dat de film ook zeker een tweede kijkbeurt waard is. Ik vermoed zelfs dat de film geniaal is.

Vo Ba (2018)

Alternatieve titel: The Third Wife

De film heeft mooie beelden, maar is ook enorm traag en het verhaal kon me niet echt boeien. Het gebrek aan spanning wordt misschien gecompenseerd door sfeer maar die sfeervolle toonzetting neigt naar het dromerige en quasi-erotische (ietwat Lolita-achtig nu een 14-jarig meisje de seksualiteit ontdekt) hetgeen de trage film echter alleen maar nog slaapverwekkender maakt.

De film is ook vaag in de zin dat het plot (wie seks heeft met wie en wie een kind heeft van wie) vaak moeilijk te volgen is en er veel onduidelijke symboliek is: zowel naar wat er gebeurt als wat de betekenis is moet je vaak gissen. De grote lijn is wel duidelijk: de 14-jarige May wordt uitgehuwelijkt aan een rijke man met meerdere vrouwen, wordt zwanger en vergiftigt uiteindelijk haar dochter. De boodschap van de film is ook duidelijk: in het rijke milieu van Vietnam in de 19de eeuw zijn vrouwen 2de rangs. Vrouwen krijgen er geen grote cadeaus en hebben als enige taak in het leven baby’s baren waar ook een jongen tussen moet zitten om ‘vrouw des huizes’ te kunnen worden. De film is één grote feministische aanklacht (alleszeggend is dat de grote droom van meisjes is om later een man te worden) waartoe denk ik ook alle symboliek moet worden begrepen zoals de rupsen en vlinders (de meisjes kunnen zich niet ontpoppen/ontplooien tot vlinder) en de eindscene waarin het kleinste meisje haar haren afknipt (ik neem aan omdat ze geen meisje meer wil zijn). Er zit zelfs een lesbische scene in de film. Maar boeiend wordt het niet verteld en ook blijft in het midden of het leven van meisjes in hedendaags (of minder rijk) Vietnam beter is geworden c.q. meer invulling heeft gekregen dus in hoeverre de thematiek van de film nog actueel is.

Al met al deed de film me weinig maar vanwege de mooie beelden geef ik de film een zeer magere voldoende.

Vogels Kun Je Niet Melken (2023)

De documentaire bevat een mini-drama over de moeilijkheden van het huidige boerenbestaan: om de noodzakelijke renovatie van een stal te kunnen financieren zou de gevolgde boerenfamilie het ‘oude land’ dat voor de weidevogels is moeten veranderen in grasland waar extra koeien kunnen grazen om daarmee de winst van het bedrijf veilig te stellen, maar de pater familias voelt daar niets voor want hij leeft juist voor de bescherming van de vogels. Een zoon trekt z’n conclusies en koopt een boerderij in Portugal terwijl de andere zoon, die het bedrijf van z’n vader wil overnemen, mokt dat de vogels zijn toekomst in de weg zitten. Heel boeiend is dit drama niet maar de documentaire wordt gered door de prachtige natuurbeelden van allerlei wilde diertjes (van insekten tot de slechtvalk die op de weidevogels loert) die op de boerderij te vinden zijn.

Voor de Meisjes (2025)

Alternatieve titel: Our Girls

Van wat ik over de film hoorde of zag werd ik niet heel enthousiast maar de film wordt enorm gehypet door de media (de bioscoopzaal zat ook stampvol) dus je moet ‘m wel gaan zien om er bij de koffieautomaat op je werk ook een mening over te kunnen hebben.

Welnu, ik had goed ingeschat dat het geen briljante film is. Wat opvalt is dat de verhalenllijnen dwangmatig symmetrisch zijn – het ene stel bestaat uit een autistische man met relaxte vrouwe en het andere stel uit een relaxte man met een autistische vrouw, eerst moet het ene meisje worden gered en daarna het andere meisje, iedereen krijgt ruzie met eerst ook ruzie binnen het ene stel en daarna ook binnen het andere stel, eerst wordt het ene meisje verdacht iets stoms te hebben gedaan en dan het andere meisje en uiteindelijk wordt er ook symmetrisch op de verschillende manieren verzoend – zodat je de indruk krijgt dat de auteur zelf autistisch zal zijn. Het maakt de film wat gekunsteld dus ongeloofwaardig op sommige momenten. Ook het thema van de film is weinig creatief: het is een variatie op het bekende ethisch gedachtenexperiment van de man die moet beslissen of hij één dikke persoon voor de trein gooit om daarmee de vele inzittenden te redden waarmee het verschil tussen deontologische en utilitaristische ethiek wordt uitgelegd (welk ethisch dilemma er uiteindelijk ook weer niet toe doet omdat iedereen simpelweg voor z’n eigen kind op komt). En daar doorheen loopt het geheim van een vreemdgaan tussen de stellen dat uiteindelijk de crisis tot een hoogtepunt maar ook oplossing brengt. Tegelijk is met deze wat povere elementen een degelijke film gemaakt: de elementen zijn goed uitgewerkt en worden tot een hoogtepunt gebracht in de kostelijke restaurantscene (waarna de film iets te veel tijd neemt om af te ronden).

Vorspiel, Das (2019)

Alternatieve titel: The Audition

De film is niet slecht maar weinig pakkend: het kabbelt allemaal maar voort terwijl we een vioollerares volgen voor wie alles even niet lekker loopt. Tegen het einde komt er het lang verwachte drama maar ook dat ontwikkelt zich tot een soort anticlimax. Er zit veel (klassieke) muziek in de film en je zou willen dat de film iets van het vuur van de muziek zou hebben.

Vortex (2021)

De film volgt een bejaard echtpaar in de laatste maanden van hun leven waarvan de vrouw dement is en de man bezig is een boek te schrijven over ‘cinema en de droom’: naast de rol van (droom)symboliek in de film laat volgens hem sowieso elke film je in feite dromen (in de bioscoop zit je ook in het donker zonder contact met anderen dus in een soort slaaptoestand). Ook het leven zelf is in zekere zin een droom: het leven is de cumulatie van herinneringen die je verleden vormen maar elke herinnering is een reconstructie van het verleden zodat je leven net zo goed een onwillekeurig verzinsel is als dat een film het leven kan tonen of ‘dromen’. ‘Het leven is een droom in een droom’ citeert de man Edgar Allan Poe (wiens werk dan ook verrassend postmodern is). Voor de demente vrouw geldt dit vrij letterlijk: zij heeft zelfs geen houvast in de herinnering meer zodat zij het contact met de werkelijkheid en haar leven geheel is verloren.

De film begint – zoals vroeger gebruikelijk was – met de credits en ofschoon die te snel gaan om te kunnen lezen haalde ik er een paar oude films zoals Metropolis (1927) van Fritz Lang en Une Femme Est Une Femme (1961) van Jean-Luc Godard uit alsmede het lied Mon Amie La Rose (1964) van Françoise Hardy uit: ook deze film is gebaseerd op het verleden en als een film over films ook een droom in een droom (en wat het verhaal betreft is hij sterk autobiografisch dus een herinnering van de regisseur Noé zelf). De film zelf opent met een tweedeling van het scherm, snel volgt er een intermezzo van een filmpje waarin Hardy het lied Mon Amie La Rose zingt, waarna de rest van de film weer het tweedelige scherm heeft en begint met het ontwaken van het echtpaar terwijl op de radio een gesprek plaatsvindt over rouw (dat we ons ontdoen van het dode lichaam maar bij wijze van wondgenezing de band met de overledene internaliseren en dat we in onze maatschappij de dood wegstoppen in plaats van betekenis te geven) en trauma (die als een wond die open blijft zich onderscheidt van de herinnering doordat alleen die laatste telkens een nieuwe reconstructie krijgt naarmate we ouder worden). Vormgeving en inhoud ademen sterk Godard uit want even experimenteel (credits eerst, vervreemdend liedintermezzo, diep gesprek terwijl we het echtpaar zien plassen en we het gesprek niet altijd kunnen volgen, etc) als diepzinnig: het lied gaat over de dood en de film wil duidelijk de dood nu eens niet wegstoppen maar is haar onderwerp waarvoor we betekenis moeten zoeken terwijl de tweedeling van het scherm het verschillende perspectief van het echtpaar (en later ook anderen) weergeeft zoals we in de huidige ‘postmoderne’ wereld allemaal een eigen perspectief en een eigen betekenisgevende bubbel hebben terwijl we tegelijk onze aandacht niet meer kunnen richten op één ding zoals we ook bij deze film voordurend twee schermen in de gaten moeten houden. Daarbij gaat je aandacht automatisch naar wat de man ziet en doet want zijn activiteiten zijn betekenisvol: de vrouw in haar demente schemertoestand loopt slechts verdwaald rond en doet vooral betekenisloze en nutteloze dingen.

Na dit overdonderende begin wordt de film echter tamelijk monotoon omdat we alsmaar – en de film duurt lang – naar de alledaagse beslommeringen en problemen van het echtpaar kijken op twee schermen, met name hoe de man en hun zoon worstelen met wat te doen met de vrouw die vanwege haar toestand niet meer te handhaven is terwijl verhuizen naar een verpleeghuis juist het verleden – het huis vormt hun verleden – en dus hun leven definitief zou afbreken. Daarbij wil hij toch bij haar blijven, ook al leven zij in verschillende werelden, zelfs als ze samen zijn want communicatie is nauwelijks meer mogelijk, zoals benadrukt door de verschillende schermen: zij is niet alleen vervreemd van de werkelijkheid maar ook van haar man en zoon die ze niet eens meer herkent (hetgeen wellicht ook voor ons geldt in ons postmodern narcisme). De monotonie, die ook wel levensecht is, maakt de situatie misschien ook wel indringender – er wordt ook heel goed geacteerd – maar de inspiratie van Godard qua experimentele vondsten vindt in ieder geval geen vervolg: wel lijkt de film op Godards film Une Femme Est Une Femme die al liet zien dat de liefde tussen man en vrouw ook een strijd is waarbij de vrouw minstens zo wreed kan zijn als de man en ieder z’n eigen waarheid heeft.

De verwijzing naar de film Metropolis dringt zich niet alleen visueel op doordat het affiche ervan telkens in beeld verschijnt: die film speelt zich af in een dystopisch Bijbels Toren van Babel met tweedracht tussen handen (arbeiders) en hersenen (kapitaal) met als boodschap dat het hart (de Messias) nodig is om te bemiddelen. In Vortex takelen de hersenen van de vrouw af en heeft de man een hartprobleem waardoor ze in een dystopische Toren van Babel leven: de liefdevolle maar getroubleerde zoon moet optreden als de bemiddelende Messias. Maar de dood is onafwendbaar waarbij ook de hulpeloosheid en verlatenheid van ouderen in onze vervreemde en kille samenleving een thema lijkt: het leven als droom in een droom is een uitdrukking hoe mooi het leven samen kan zijn – naast hoe solipsistisch dus eenzaam want afgesloten van andere bewustzijnen we zijn – maar ook hoe kort en efemerisch het leven is.

De film koppelt een nieuwe vorm aan een rijke inhoud en lijkt me Noé's meesterwerk.

Vox Lux (2018)

De film is het zoveelste verhaal over het ontstaan van een (overigens fictieve) popster (Celeste) maar richt zich niet zozeer op de opkomst en ondergang die moet volgen (de film bestaat naast een prelude en een finale uit twee delen die genesis en regenesis worden genoemd) maar op de pathetische leegheid van het sterrendom waarbij een verband wordt gelegd met terrorisme (zowel de genesis als de regenesis zijn gegrond in een terroristische daad die een impuls geeft aan Celeste’s sterrendom). NRC’s recensie lijkt de popster en de terrorist te verbinden door een gemeenschappelijk narcisme, maar dat vond ik niet terug in de film: de film lijkt de popster en de terrorist te verbinden doordat ze allebei nobody’s zijn die echter groot worden gemaakt door het publiek, de media, etc die hen aandacht geven omdat we verslaafd zijn geworden aan show en spektakel (dus niet dat popsterren en terroristen te weinig aandacht kregen als kind en daarom handig zijn geworden in ons te manipuleren om hen aandacht te krijgen of zo). Het thema van de film is volgens mij veel meer de leegte van de popcultuur waarvan de popster het slachtoffer is omdat die geheel geleefd wordt; in het beste deel van de film zien we Celeste bezwijken onder de druk om voor het publiek de gelukkige ster uit te hangen terwijl ze in werkelijkheid een zielig hoopje mens is. Aan het eind wordt nog expliciet naar Fausts verkoop van je ziel aan de duivel verwezen: Celeste, dus de popster, is weliswaar succesvol en rijk maar dat succes is wel ten koste gegaan van al haar relaties en gezondheid: haar relaties met haar zus, dochter en man zijn kapot en ze is lichamelijk en psychisch een wrak. Niet voor niets is Celeste oorspronkelijk een gelovig meisje want dan is de ommekeer duidelijk als ze haar ziel verkoopt omwille van het sterrendom…

Een ander thema is die van tijd en vernieuwing waarnaar ook de hoofdstuktitels genesis en regenesis verwijzen: de film hamert er nogal op dat de popster voortdurend haar verleden en daarmee haar identiteit moet vernietigen. Alles wat haar menselijk maakt moet verdwijnen om succesvol een ster te worden. Ze moet als het ware een nobody worden c.q. haar ziel legen/verkopen om gezien te worden en in de ogen van het grote publiek iemand te worden...

De film is gemaakt als vehikel van dit soort aardige ideetjes c.q. een maatschappijkritische visie op de huidige popcultuur, maar veel ideetjes zijn ook cliché en de filmmaker is duidelijk nog te weinig een filmmaker: het verhaal c.q. de film als film is helaas weinig boeiend, afgezien van het begin (de schietpartij) en tegen het einde als de stress en ontreddering bij Celeste invoelbaar over het voetlicht worden gebracht. Sommige scenes zijn ronduit potsierlijk zoals de scene rondom café-eigenaar die een handtekening vraagt. Het intelligente commentaar vol maatschappijkritiek van de voice-over is vaak interessanter dan de film als zodanig (omdat de filmmaker dan direct z’n ideetjes kan communiceren) maar kan de film niet naar een hoog niveau tillen.

Voyage of Time: Life’s Journey (2016)

Alternatieve titel: Voyage of Time

De film doet hetzelfde als wat Malick altijd doet maar ditmaal zo uitdrukkelijk en over the top dat Malick zich met deze film ietwat vergaloppeert: de beelden en poëzie zijn kitsch geworden en z’n mystieke boodschap een gimmick. Toch blijft er nog wel wat authentiek en effectief in deze film die opnieuw het wonder van het leven (of van het zijn überhaupt) tot uitdrukking wil brengen en daarvoor beelden à la een BBC-natuurdocumentaire combineert met mystieke poëzie.

Voor zover Malick slaagt om dat wonder over te brengen brengt hij je als het ware terug naar hoe je bv. als kind met water en zand speelde en je zo het wonder en de kracht van de elementen water en aarde ontdekte of hoe spannend het was toen je het wonder en de kracht van vuur ontdekte (zodat je je kunt voorstellen dat men zich in de 6de eeuw voor Christus afvroeg of alles is ontstaan uit water of uit vuur). Of Malick laat je de sterrenhemel en een supernova zien opdat je je opnieuw bewust wordt hoe eindeloos uitgestrekt het omspansel en onvoorstelbaar machtig de kosmische krachten zijn en dus hoe nietig wij zijn. Alles is een wonder als je je erop concentreert, van een waterdruppel tot een zonnestraal, en Malick wil dat ons laten zien. Eenzelfde mystieke ervaring kunnen overigens psychedelische drugs zeer direct en zeer intens geven zodat er extase ontstaat en bv. de hele wereld en jezelf verdwijnen in die ene waterdruppel waar je naar kijkt (en je bv. urenlang in extase een boom kunt knuffelen).

Deze film is gestructureerd als een ode aan ‘Moeder’, de eeuwige Schepper (‘birth giver’) van alles, maar Malick lijkt hiermee niet te verwijzen naar de transcendente en persoonlijke God van de monotheïstische religies maar naar Moeder Natuur, Brahman uit het hindoeïsme of Schopenhauers Oerwil.

Voyna Anny (2018)

Alternatieve titel: Anna's War

Een Joods meisje overleeft een massagraf en verstopt zich in een gebouw waarvan ik denk dat het het gemeentehuis is; kenmerkend aan de film is dat zuiver het perspectief van het meisje wordt gegeven en er niets wordt uitgelegd. Vervolgens zien we de hele film lang hoe het meisje ontberingen – dorst, honger, kou, eenzaamheid – doorstaat en daarin behoorlijk inventief blijkt (en in de huiskat vindt ze ook wat gezelschap). Dat maakt de film in essentie de zoveelste overlevingsfilm – zoals bv. Arctic (2018) - MovieMeter.nl – maar deze film is duidelijk een artistieke filmhuisfilm in plaats van een spannende Hollywoodfilm: er is geen noemenswaardige dramatische ontwikkeling of ontknoping maar de beelden en muziek zijn mooi althans indringend (en erg artistiekerig). De film toont effectief hoe het meisje als een dier moet (over)leven met de nodige onsmakelijke beelden (al eet ze uiteindelijk niet ook de dode ratten op omdat ze een beter idee heeft) en tegen het einde zit ook een surrealistisch uitziend feest (waardoor je je afvraagt of het meisje aan het hallucineren is geslagen).

Vozvrashchenie (2003)

Alternatieve titel: The Return

De film toont een cruciale episode in het leven van twee broers die plotseling volwassen moeten worden. Zoals vaker met deze regisseur en ogenschijnlijk ook met andere Russische regisseurs lijkt het verhaal een moderne vertelling van een Bijbels verhaal, hier dat van Abraham en zijn zoon Isaak, te zijn (al ligt dat er zeker niet dik boven op). Het mooie vond ik de sterke psychologische inzichten - de wijze waarop de twee jongens met ieder hun eigen karakter geheel anders reageren op een nieuwe situatie alsmede hun karakterontwikkeling - dat gecombineerd met de grauwe kleuren en sferen een fel realisme oplevert dat het leven in zijn puurheid en wreedheid toont (ook in de zin dat het voor een groot deel in de natuur afspeelt). Wat voor velen echter de film onbevredigend maakt, is dat je de hele tijd wacht op een antwoord - namelijk op de vraag: waar is die vader mee bezig? omdat de jongens worden meegenomen op een missie die de vader heeft zonder bekend te maken wat die missie is - die niet komt. Hier moeten we raden naar de (filosofische?) bedoeling van de regisseur: misschien dat we naar zingeving en doelen zoeken die er niet zijn of die we in ieder geval niet kunnen achterhalen (omdat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn)?

Vuelven (2017)

Alternatieve titel: Tigers Are Not Afraid

Een alleraardigste en charmante film. De film gaat over de bizar vele mensen, met name ook vrouwen, in Mexico die worden vermoord of verdwijnen (en de onderliggende politieke corruptie en het bendegeweld), maar dit zware thema wordt behandeld vanuit de blik van een paar kinderen die zijn achtergebleven na het verdwijnen van hun moeder en die de werkelijkheid niet echt kunnen bevatten. Zij transformeren de harde realiteit tot een sprookje waardoor die realiteit niet minder gruwelijk wordt maar die wel een vlucht in de verbeelding toelaat. De realiteit wordt zo vermengd met magisch denken en fantasy-elementen, waarbij de film ook heel mooi is gemaakt. Het maakt de film tot een maatschappijkritisch horrorsprookje en een van de mooiste films die dit jaar in de Nederlandse bioscoop zijn uitgekomen.

Wel miste het verhaal iets van coherentie, spanning of flow dat me wat meer in de film had kunnen (of moeten) opzuigen, zodat ik het op (ruim) vier sterren houd.

VVitch: A New-England Folktale, The (2015)

Alternatieve titel: The Witch

Aparte film die een folktale over hekserij vertelt. Apart omdat het authentiek lijkt in hoe het het leven in de 17de eeuw weergeeft waarin alles in het teken van religie staat en mensen een wat Shakespeare-achtig Engels hanteren. De film is wat moeizaam en lijkt wat onzinnig maar gaandeweg komt er vaart in om op te bouwen naar een meer typisch horrorachtig climax. Al met al een geslaagde volksvertelling en een origineel drama/horrorverhaal.