Meningen
Hier kun je zien welke berichten mrklm als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Don't Look Up (2021)
Wanneer zijn stagiaire Kate [Jennifer Lawrence] een nieuwe komeet ontdekt, berekent astronoom Randall Mindy [Leonardo DiCaprio] welke baan die komeet zal volgen. De conclusie: deze enorme komeet zal over iets meer dan zes maanden een einde maken aan het leven op onze planeet. Randall en Kate krijgen hulp van NASA in de persoon van Dr. Teddy Oglethorpe [Rob Morgan] die ervoor zorgt dat ze met spoed een afspraak hebben met President Orlean [Meryl Streep]. Wanneer die om politieke redenen besluit één en ander (nodeloos) verder te laten onderzoeken, lekken de wetenschappers het nieuws naar de media. Maar in de tijd van Social Media blijkt het onmogelijk om de ernst van dit nieuws over te brengen. In plaats daarvan worden Randall en Kate het middelpunt van een mediahetze in een scenario dat nadrukkelijk probeert een moderne variant te zijn op het meesterlijke Network (1976). McKay is echter geen Paddy Chayefsky (hetgeen overigens geen schande is) en wanneer het subplot waarin Kate haar eigen weg gaat is oninteressant en dus overbodig. Maar Lawrences komische timing is voortreffelijk en Streep, Jonah Hill (als Streeps zoon, een opzichtige steek in de richting van Melania Trump) en Ron Perlman leveren prima werk af. Mark Rylance steelt de film als Peter Isherwell, een aimabele, maar zichzelf behoorlijk overschattende multimiljardair die zich met de zaak bemoeit. En ja, ook hij is nadrukkelijk gebaseerd op een bestaand persoon.
Don't Lose Your Head (1966)
Alternatieve titel: Carry On Don't Lose Your Head
De vaste acteurs uit de Carry On-serie zijn stuk voor stuk tegen type gecast en hebben er duidelijk plezier in de geijkte voorstellingen van beroemde karakters en historische figuren als The Scarlet Pimpernel en Robespierre flink op de hak te nemen. Die keuze wordt volledig gerechtvaardigd door een script dat op aangename wijze de Franse Revolutie met een korreltje zout neemt en de regie van Gerald Thomas, die de acteurs uitdaagt om je als kijker steeds weer te verrassen. Met een cast in vorm is dit bijna net zo leuk als Carry On Cleo.
Don't Make Me Go (2022)
“You’re not gonna like the way this story ends. But I think you’re gonna like this story”, zegt tiener Wally Park [Mia Isaac] in de misleidende voice-over in de opening van dit sentimentele drama waarin haar vader [John Cho] ontdekt dat zijn aanhoudende hoofdpijn het symptoom is van een levensbedreigende aandoening. Zijn dokter [Elizabeth Hawthorne] maakt duidelijk dat er een aanzienlijke kans ia dat hij sterft op de operatietafel of dat hij blijvend hersenletsel overhoudt aan een operatie. Als hij zich niet laat behandelen heeft hij hooguit nog een jaar te leven. In plaats van dit gelijk te bespreken met zijn dochter, dwingt hij haar min of meer om met hem op een road trip te gaan naar een schoolreünie. Standaard tranentrekker is door te komen dankzij de levendige Isaac, één van de zeldzame voorbeelden van een tiener die overtuigend een tiener weet te spelen. En inderdaad, het einde is niet om over naar huis te schrijven.
Don't Make Waves (1967)
De wat slordig uitgevoerde titelsong doet aanvankelijk vermoeden dat we hier met één van die flauwe sekskomedies uit de jaren '60 te maken hebben, maar dit is juist één van de beste komedies met Tony Curtis sinds Some Like It Hot. Curtis probeert zich als verkoper van zwembaden een plek te verwerven in California, waar hij omringd wordt door volk dat zich in meer of mindere mate laat kenmerken door zelfingenomenheid of haast aandoenlijke naïviteit in deze satire op de oppervlakkigheid van het leven aan de kust van California. De film is slecht gedubd, wat vooral storend is bij David Draper in zijn rol als een lieve, maar niet al te snuggere bodybuilder. Claudia Cardinale en Sharon Tate zorgen echter voor voldoende vrouwelijk schoon, Curtis toont eindelijk weer eens zijn niet geringe, maar veelal slecht benutte komische talent en de beroemde buikspreker Edgar Bergen toont in zijn kleine rol als astroloog Madam Lavinia aan ook grappig te kunnen zijn zonder zijn poppen. Een melig filmpje vol bizarre, maar veelal geslaagde wendingen die je bovendien doet afvragen hoever Tate het had kunnen schoppen als de bende van Charles Manson haar niet twee jaar na deze film had vermoord.
Don't Move (2024)
Op een afgelegen plek overweegt een rouwende vrouw [Kelsey Asbille] van een klip te springen, maar ze wordt daarvan weerhouden door een seriemoordenaar [Finn Witrock] die haar even later een injectie toedient met een verlammend middel en ontvoert. De opening is niet onaardig, maar het motief en de handelswijze van de moordenaar zijn twijfelachtig en de plotwendingen worden steeds absurder. De beste momenten zijn die met Treadwell als een oude man die niet zo kwetsbaar is als hij lijkt.
Don't Tell Mom the Babysitter's Dead (2024)
Nu ze door een conflict op het werk is ontslagen, besluit een moeder [Patricia Williams] twee maanden door te brengen in een yoga-toevluchtsoord in Thailand. Ze vertrouwt haar 17-jarige dochter Tanya [Simone Joy Jones] onvoldoende om te zorgen voor zus Melissa [Ayaamii Sledge] en broers Kenny [Donielle T. Hansley Jr.] en Zack [Carter Young] en vraagt de hoogbejaarde (en zeer conservatieve) buurvrouw Mrs. Stura [June Squibb] om een oogje in het zeil te houden. Wanneer die op ongelukkige wijze sterft, besluiten de kinderen hun moeder niet in te lichten. In plaats daarvan grijpt Tanya de kans om zich te bewijzen door onder valse voorwendselen een baan te versieren bij een modebedrijf. Losjes gebaseerd op de gelijknamige zwarte komedie uit 1991, maar van de zwartgalligheid is niets overgebleven. In plaats daarvan krijgen we een formulematige komedie met karikaturale tieners en een oppervlakkig liefdesverhaaltje om het gebrek aan originaliteit nog meer te benadrukken. Squibb is ronduit vreselijk.
Don't Worry Darling (2022)
Alice [Florence Pugh] en Jack [Harry Styles] zijn de nieuwe bewoners van een droomhuis gelegen in een pittoresk dorp middenin de woestijn dat onderdeel uitmaakt van het mysterieuze Victory-project, opgericht door de charismatische Frank [Chris Pine] met Dr. Collins [Timothy Simons]. Wanneer buurvrouw Margaret [Kiki Layne] kort nadat ze publiekelijk kritiek uit op het Victory-project uit, bekruipt Alice het vermoeden dat niet alles pluis is. Goh, zou het? Het scenario van Katie Silberman geeft weliswaar een plausibele verklaring voor waarom het zo lang duurt voor Alice zich dat beseft, maar voor de kijker is het eerste duur daardoor moeilijk door te komen. Goed acteerwerk van Pugh, Styles en Wilde (als buurvrouw Bunny), maar Wildes regie is zwaar op de hand en leidt teveel en te vaak af van het verhaal. En het verhaal blijkt mager, voorspelbaar en een tikje dwaas.
Don't Worry, He Won't Get Far on Foot (2018)
Fenomenaal biografisch drama zou Joaquin Phoenix wel eens zijn vierde Oscarnominatie kunnen opleveren. Hij is perfect als John Callahan, een volledig ontspoorde alcoholist die na een ongeluk vrijwel volledig verlamd is geraakt. Deze film beschrijft hoe Calahan met pijn en moeite de 12 stappen van Alcoholics Anonymous doorloopt en hoe hij, ondanks zijn handicap, succes weet te vergaren als cartoonist.
Gus van Sant schreef zelf het niet-sentimentele, bij vlagen aangenaam droogkomische scenario en weet alle mensen die elk op hun eigen manier Calahans leven beïnvloeden tot leven te brengen, daarbij geholpen door een perfecte cast. Rooney Mara en Jack Black zijn daarin de grote namen, maar Beth Ditto maakte op mij grote indruk als Reba, een uiterst directe, maar zeer nuchtere (sic!) mede-verslaafde in de praatgroep. Maar het is Jonah Hill die de film steelt met een bijzonder fraaie ingetogen vertolking waardoor zijn ontroerende slotscène één van de absolute hoogtepunten is. De montage van Gus van Sant en David Marks is oogstrelend en de spaarzame score van Danny Elfman verdient ook een pluim. Eén van de beste films van het jaar en misschien wel de beste film ooit over alcoholisme.
Doodslag (2012)
Ervaren ambulancebroeder Max [Theo Maassen] komt voor een moreel dilemma wanneer een aantal jongeren hem en verpleegkundige Amira [Maryam Hassouni] ervan weerhouden op tijd te helpen bij een gecompliceerde bevalling. Opgekropte frustratie, versterkt door een confrontatie met een naargeestige komiek [Martijn Koning], leiden ertoe dat Max een van de jongens [Ilias Addab] in het gezicht slaat. Max redt hiermee het leven van een moeder en haar baby, maar belandt een jaar in de cel omdat de jongen aan de gevolgen van de klap overlijdt. Wanneer Max vrijkomt, raakt hij in de ban van komiek Felix [Gijs Scholten van Aschat], die hem gebruikt bij zijn optredens. Maassen legt de emoties er te dik op, vooral in de tweede helft en hoewel het scenario (nog steeds) relevante vraagstukken opwerpt over de behandeling van hulpverleners en het gebruik/de invloed van media, is het verhaal nauwelijks geloofwaardig.
Doof Kind (2017)
Alternatieve titel: Deaf Child
Een passende titel voor deze zeer persoonlijke documentaire waarin regisseur Alex de Ronde zijn jongste zoon Tobias centraal stelt. Tobias werd doof geboren, maar zijn gezin paste zich ogenschijnlijk moeiteloos aan door gebarentaal te leren en mede daardoor heeft Tobias zijn doofheid nooit als een belemmering ervaren. De film is een hartstochtelijk pleidooi voor het behoud van gebarentaal (aangezien steeds meer dove of slechthorende kinderen implantaten krijgen aangemeten), maar wellicht een iets te nadrukkelijk eerbetoon aan zoonlief. Dat doet echter niet af aan de openhartigheid van Tobias en zijn oudere broer Joachim, die met zijn inzichten deze film van een belangrijk, onderbelicht perspectief voorziet. Het enorme charisma van Tobias zelf doet de rest.
Doom: Annihilation (2019)
Meer zombies, meer bloedvergieten, meer van hetzelfde. Bordkartonnen karakters die veel te nadrukkelijk doen denken aan de cast van Alien in een goedkope productie die nog enigszins gered wordt door het degelijke spel van Amy Manson als Joan Dark (!) en een paar goed gemonteerde actiescènes.
Doorway to Hell, The (1930)
Alternatieve titel: A Handful of Clouds
In zijn tweede film speelt James Cagney een belangrijke ondersteunende rol als Mileaway, de belangrijkste handlanger van gangster Louie [Lew Ayres] die er op meedogenloze op toeziet dat de handel in drank tijdens de drooglegging, alsmede de rivaliteit tussen verschillende bendes, aan banden wordt gelegd in een strakke organisatie waarvan hij zichzelf tot de topgangster weet te kronen. Wanneer hij zijn fortuin heeft gemaakt, besluit hij met zijn vriendin Doris [Dorothy Mathews] de misdaad achter zich te laten en zich te vestigen in een rijke buurt, waar hij hoop te kunnen genieten van zijn tuin. Maar wanneer de organisatie daardoor opnieuw ontaardt in chaos grijpen de gangsters die eerder voor hem werken de meest radicale middelen aan om hem te dwingen terug te keren.
Dit is één van de eerste Warner Bros-misdaadfilms, nog gemaakt voor The Public Enemy (Cagneys doorbraakrol) en Little Caesar, en wat meteen opvalt is dat Cagney in zijn tweede film al zijn misdaadpersonage gevonden lijkt te hebben. Lew Ayres, die datzelfde jaar schitterde in All Quiet On The Western Front, is door zijn vriendelijke uiterlijk niet helemaal geloofwaardig als de head-honcho, maar op zijn acteerwerk valt weinig aan te merken. Het acteerwerk is sowieso vrij goed en regisseur Archie Mayo creëert een aantal scènes die qua opwinding de tand des tijds goed hebben doorstaan. Gezien de beschikbare middelen dus uitstekend gemaakt, maar het gebrek aan technische middelen maakt de film gedateerd. Maar dat valt de makers totaal niet aan te rekenen... sowieso een must voor liefhebbers van het genre en zeker voor fans van James Cagney.
Dope (2015)
Malcolm [Shameik Moore], Jib [Tony Revolori] en Diggy [Kiersey Clemons], drie nerderige tieners uit Inglewood, de beruchte stad ten zuidwesten van Los Angeles, raken per ongeluk betrokken bij de drugshandel in hun buurt wanneer drugshandelaar Dom [rapper A$ap Rocky] tijdens een feest zijn handel in Malcolms rugzak verstopt op het moment dat een rivaliserende bende de feestvreugde op brute wijze verstoort. Na Doms arrestatie moet Malcolm zowel de politie als Doms rivalen te slim af zijn en proberen van de drugs af te komen voordat hij zelf in de bajes belandt. Met zijn beide vrienden en Will Sherwood [een hilarische Blake Anderson], een handelaar in soft-drugs, verzint hij een briljant plan waarmee hij hoopt alle problemen op te kunnen lossen.
Scenarist/regisseur Rick Famuyiwa gebruikt de clichés van de ghetto-gangsterfilm om een eigenzinnige, energieke, grappige en bijzondere film neer te zetten. De obsessie van de drie helden in deze film met 90s hiphop uit zich in hun taal, hun kleding, een aangename oldskool-soundtrack en een aantal hilarische dialogen over de 90s-cultuur. Een bijzonder vermakelijke film, maar Famuyiwa wil meer doen dan zijn kijkers aan het leggen brengen en dat doe hij in een finale die intelligent is vanwege zijn constructie, maar ook vanwege de manier waarop hij zijn boodschap over institutioneel racisme kracht bij zit. Een genot om naar te kijken!
Dorian Gray (2009)
Het bronmateriaal van Oscar Wilde is sterk, het acteerwerk prima met Colin Firth (als Lord Henry Wotton, Dorians mentor) en Rebecca Hall (als Henry's dochter) als uitblinkers en er een vrij effectieve score van Charlie Mole. Maar het scenario van Toby Finlay ontdoet het verhaal van veel van de satirische en ironische elementen die het juist zo bijzonder maakten. Wat overblijft is een ietwat dik aangezet melodrama met horrorelementen. De regie van Oliver Parker is wat braafjes, alsof hij de kijkers niet teveel voor het hoofd wil stoten. Daarom verruilt hij het tonen van de verdorvenheid van de hoofdpersoon met een hoop gekreun en gehijg. Niet dat ik nou zit te wachten op expliciete seks, maar Parker had er ook voor kunnen om alles aan de macht van de suggestie over te laten. Nu valt de film wat dat betreft wat tussen de wal en het schip, al is de cinematografie van Roger Pratt nog zo verzorgd.
Doris (2018)
De 45-jarige Doris [Tjitske Reidinga] is net gescheiden en heeft voor haar gevoel haar handen vol aan haar dochter Sien [Hendrikje Nieuwerf] en Willem [Tarik Moree] om zich bezig te houden met een nieuwe relatie. Dan is het nogal lastig dat ze zo vaak droomt van ex-vriend Tim [Guy Clemens] en dat ze hem zo vaak tegen het lijf loopt. Sterke nog: de twee pikken het contact weer op en hoewel er duidelijk weer een klik blijkt te zijn (ook met de kinderen) durven Doris en Tim het niet aan om ook maar te spreken over een serieuze relatie. Spin-off van de gelijknamige televisieserie is verfrissend in de no-nonsense benadering van het leven van een gescheiden veertiger. Het is bovendien prettig dat de tieners eens een keer geen obstakel vormen en dat het scenario zich louter richt op de onzekerheden van twee veertigers en je hoopt bovendien oprecht voor Doris en Tim dat ze zich daar overheen kunnen zetten. Goed voor een brede glimlach. En dat is wat een romantische komedie behoort te doen.
Dorogie Tovarishchi (2020)
Alternatieve titel: Dear Comrades!
In fraai zwartwit gefilmd historisch drama met een satirische ondertoon speelt zich af in Novocherkassk, een stadje ten oosten van Rostov in de toenmalige USSR (nu Georgië). Plaatselijke arbeiders protesteren in 1962 tegen de door de Sovjet opgelegde verhoging van de voedselprijzen. De spanning loopt daarbij dusdanig op dat plaatselijke topambtenaren de soldaten opdracht geven om met scherpe munitie op de mensenmassa te schieten, ook al is dat in strijd met de wet. Het resultaat is een bloedbad dat de Communistische Partij op alle manier in de doofpot probeert te stoppen. Konchalovskiy kiest ervoor het verhaal te vertellen vanuit Lyuda [Yuliya Vysotskaya], een leidinggevende binnen de partij die aanvankelijk geen enkel begrip of mededogen heeft voor de demonstranten, maar na het bloedbad ontdekt dat haar eigenzinnige dochter [Yuliya Burova] betrokken was bij de demonstratie en nu spoorloos is verdwenen. Met de hulp van een andere partij-official [Vladislav Komarov] probeert ze haar dochter te vinden. Vysotskaya geeft knap gestalte aan een vrouw die klem komt te zitten tussen haar rollen als actief partijlid en als moeder. Zij ervaart zo niet alleen aan den lijve wat alle familieleden van slachtoffers van het bloedbad moeten doorstaan, maar ook hoe de bureaucratie en de doofpotcultuur het levensgevaarlijk en haast onmogelijk maakt om te achterhalen wat er met haar dochter is gebeurd, ondanks haar loyaliteit aan het regime.
Dorp aan de Rivier (1958)
Alternatieve titel: Doctor in the Village
Debuutfilm van Fons Rademakers leverde hem een nominatie op voor een Oscar en een Gouden Beer, maar behoort zeker niet tot zijn beste werk. Hugo Claus en Fons Rademakers bewerkten de dorpskroniek van Antoon Coolen over een Brabants dorpje aan de Maas aan de hand van de nieuwe Friese dorpsarts dr. Van Taeke [Max Croiset]. Traag, onvermijdelijk episodisch en onevenwichtig, maar Croiset is uitstekend, het camerawerk van Eduard van der Enden is prachtig en de ontknoping is sterk.
Dorp zonder School (2024)
Griendtsveen is een dorpje in de Limburgse Peel met ongeveer 500 inwoners. Basisschool De Driehoek maakt onderdeel uit van Scholengroep Dynamiek, maar vanwege het lage leerlingenaantal overweegt directeur Dorien Sommers de locatie te sluiten. Dat betekent dat de kinderen via smalle, hobbelige wegen naar een andere dorp moeten. Renée Savelkoul heeft net een huis gekocht in Griendtsveen en de aanwezigheid van die school was een doorslaggevende factor. Zij zoekt direct contact met andere schoolouders om in actie te komen. Jammer genoeg heeft Smulders meer interesse voor mooie plaatjes van pittoresk Griendtsveen en een vage impressie van de lessen dan voor de inspanningen die de ouders verrichten om de school te redden.
Dorst (2018)
Alternatieve titel: Craving
Wanneer haar moeder [Simone Kleinsma] aankondigt hooguit nog een paar maanden te leven te hebben, besluit Coco [Elise van 't Laar] terug te keren naar haar ouderlijk huis en voor haar moeder te zorgen. Moeder is echter een kille vrouw die niet met emoties om kan gaan en Coco meer met haarzelf dan met de aanstaande dood van haar moeder.
Het is moeilijk sympathie op te brengen voor deze twee weinig sympathieke hoofdpersonen, temeer daar het scenario van Saskia Diessing en Esther Gerritsen ons geen inzicht bieden in de redenen voor hun gedrag. Het wekt de indruk dat Coco vooral uit opportunisme terugkeert - mede om zo haar vader een hak te zetten - en zet moeder Elisabeth neer als een ijskonijn aan de anti-depressiva. De gebrekkige karakteriseringen en de gemanierde vertolkingen doen dit potentieel boeiende verhaal ook geen goed. Alleen René Groothof geeft de film een hart als Martin, een trouwe familievriend, en zijn spaarzame scènes zijn veruit de beste in dit drama, dat gezien de veelbelovende opening tegenvalt.
Dorsvloer Vol Confetti (2014)
Alternatieve titel: Confetti Harvest
Katelijne Minderhout [Hendrikje Nieuwerf] groeit in de jaren ’80 op in een traditionele, Christelijke boerenfamilie in Zeeland. Afgezien van een subplot rondom het liefdesleven van broer Christiaan [Yannick de Waal] is er van een plot nauwelijks sprake, maar vooral dankzij Nieuwerfs natuurlijke en innemende spel en Schwabs intelligente, goed gedoseerde gebruik van stijlmiddelen is dit vermakelijk, onderhoudend en vaak boeiend.
Dossier 137 (2025)
Alternatieve titel: Case 137
Vanwege de grote hoeveelheid incidenten tijdens protesteren ‘gele hesjes’ in Parijs, heeft de IGPN – de “politie van de politie” – het ontzettend druk. Voormalig drugsagent Stéphanie [Léa Drucker] onderzoekt een incident waarbij demonstrant Guillaume Girad [Côme Péronnet] ernstig en blijvend letsel opliep doordat een agent hem in het hoofd raakte met een riot gun. Door aandacht te besteden aan de administratieve en bureaucratische rompslomp die komt kijken bij zo’n onderzoek, voorziet hij dit van een unieke mate van realisme. Toont de toewijding van de betrokken agenten, maar maakt ook duidelijk waarom het zulk zwaar werk is. Burgers beschuldigen hen van nepotisme, terwijl politievakbonden hen als verraders beschouwen als ze collega’s beschuldigen. Er is geen frame verspeeld in dit meeslepende misdaaddrama. De slotmonologen van Léa Drucker en de echte Guillaume Giard zijn onvergetelijk.
Double Play (2017)
Alternatieve titel: Dubbelspel
Er is iets van een verhaal en het houdt verband met domino. Het dominospel in de finale zou een dramatisch hoogtepunt moeten zijn in deze dramatisch onevenwichtige, wat verwarrende vertelling waarin een dokter na jaren terug keert naar Curacao om zijn inmiddels bejaarde en dementerende moeder te bezoeken. In flashback wordt min of meer duidelijk waarom hij het eiland heeft verlaten en ook waarom hij is teruggekeerd. Min of meer, omdat de film - net als het leven op Curacao, schijnbaar - meandert en door dat gebrek aan focus episodisch en dramatisch onevenwichtig aandoet. De producenten hadden er goed aan gedaan hier flink de schaar in te zetten en 1/3e van de film weg te knippen, want het spel is goed en het camerawerk verzorgd. Het is de structuur die de film de das om doet, want het werd mij nooit duidelijk waar dit nou over gaat.
Double Wedding (1937)
William Powell en Myrna Loy hadden zo'n sterke chemie in de Thin Man-films dat het logisch is dat ze ook buiten dat format met elkaar samenwerkten. In Double Wedding steelt William Powell de show in deze screwball comedy, gebaseerd op een farce van de van de in Oostenrijk-Hongarije geboren Ferenc Molnár. Hij speelt Charles Lodge, een vrijzinnige kunstenaar - gekleed als de archetypische Fransman - die probeert de vriendelijke, maar stijve goedzak Waldo Beaver [John Beal] uit zijn schulp te laten komen ter voorbereiding op diens huwelijk met Irene Agnew [Florence Rice] die verzot is op romantische films. Maar Irenes zus Margit [Myrna Loy, in een vrij serieuze rol] is zeer sceptisch, zeker wanneer Charles zich wel erg actief gaat bemoeien met het liefdesleven van Waldo en Irene.
Het samenspel tussen Powell, Beal en Rice is een genot om naar te kijken en enkele van de beste grappen komen voort uit een paar bijrollen, zeker bij de scène waarin Powell probeert uit te leggen hoe Waldo een vrouw het hof kan maken en in de werkelijk hilarische finale. "For he's a jolly good fellow" is hier zeker van toepassing op Powell in één van zijn beste vertolkingen. De altijd betrouwbare Richard Thorpe houdt de gang er flink in in deze inventief geschreven, bijzonder vermakelijke romantische komedie.
Double, The (2013)
Richard Ayoade, bekend van zijn zeer onderkoelde humor in series als The IT Crowd en Garth Marenghi's Dark Place, waagt zich hier aan een bewerking van Dostojevski's 'The Double' en het resultaat is een duister, claustrofobisch psychologisch drama met een perfect gecaste Jesse Eisenberg als Simon, een onzekere, in ieder geval spreekwoordelijk vrijwel onzichtbare werknemer wiens onbeholpen pogingen om het hart van collega Hannah [Mia Wasikowska] op niets lijken uit te lopen. Het wordt nog erger wanneer een zelfverzekerde, charmante nieuwe collega zijn zinnen op Hannah zet. Deze nieuwe collega [ook Jesse Eisenberg] blijkt bovendien Simons dubbelganger te zijn en dat resulteert in een identiteitscrisis op zowel geestelijk als bureaucratisch gebied. Ayoade toont dat hij met beperkte belichting, slimme cameravoering en een bijzonder fraaie en opvallende soundtrack een beklemmende sfeer weet neer te zetten die in veel opzichten doet denken aan The Trial van Orson Welles, waar deze film ook inhoudelijk aan verwant is. Eisenberg is voortreffelijk in de hoofdrol en in zijn dubbelrol, maar het acteerwerk in deze technisch indrukwekkende film is over hele linie bijzonder sterk. Geen film om vrolijk van te worden, maar je kunt hoe dan ook genieten van de technische vakmanschap van Ayoade in zijn veelbelovende tweede speelfilm.
Dovlatov (2018)
Alternatieve titel: Довлатов
Sergei Dovlatov [Milan Maric] leefde lang genoeg om de val de Berlijnse Muur mee te maken, maar niet om zijn erkenning als een van de belangrijkste Russische schrijvers van zijn generatie mee te maken. Deze film hielp een nieuwe generatie lezen in Rusland en ver daarbuiten kennismaken met deze journalist en volgt hem gedurende vierdagen in 1971 in een winters St.-Petersburg. Zijn ervaring als kampbewaker helpt hem om bijeenkomsten te organiseren en te bezoeken met intellectuelen. Bestaat voor een aanzienlijk deel uit gesprekken over literatuur die destijds uit den boze waren en het gebrek aan verhaal en actie is een tikje frustrerend. Maar German Jr.’s reconstructie van Rusland in 1971 is overtuigend, niet in de laatste plaats door de voortreffelijke (en meermaals bekroonde) bijdrage van artdirector, production designer en kostuumontwerper Elena Okopnya.
Downfall: The Case against Boeing (2022)
Vliegtuigbouwer stelde vanaf de oprichting de veiligheid van bemanning en passagiers centraal. Lange tijd had het een vlekkeloze reputatie en werknemers waren trots om er te werken. Twee dodelijke ongelukken binnen 5 maanden met de pas geïntroduceerde Boeing Max 737 zorgden voor een kentering. Deze documentaire reconstrueert nauwkeurig wat er misging, de manieren waarop Boeing de verantwoordelijkheid probeerde af te schuiven en de veranderingen in de bedrijfscultuur die aan de basis stonden van dit tragische, misdadige schandaal. Integer gemaakt en ook voor relatieve technische leken goed te volgen, maar qua vorm weinig opzienbarend.
Downhill (1927)
Alternatieve titel: When Boys Leave Home
Hitchcocks op één na laatste zwijgende film voor zijn mentor Michael Balcon is gebaseerd op het toneelstuk Down Hill dat mede geschreven werd door Ivor Novello, de hoofdrolspeler in Hitchcocks doorbraakfilm The Lodger. Novello speelt zelf de rol van Roddy Berwick, een alom gerespecteerde student wiens reputatie enorme schade oploopt wanneer een meisje hem (onterecht) beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag. Hoewel hij weet wie de feitelijke dader is neemt hij de schuld op zich en accepteert hij de consequenties. Zoals de titel doet vermoeden gaat hij door een diep dal waar hij na enige tijd uit lijkt te kruipen tot hij valt voor de verkeerde vrouw die het er alleen maar erger op maakt. Het verhaal is ontegenzeggelijk melodramatisch en weinig interessant, maar Novello's spel is aanzienlijk meer beheerst dan in The Lodger en Hitchcocks visuele vindingrijkheid zorgt voor enkele hoogstaande momenten.
Downhill (2020)
Prima remake van Ruben Östlunds Turist/Force Majeure (2014) waarin de toch al breekbare relatie tussen echtpaar Pete [Will Ferrell] en Billie Stanton [Julia Louis-Dreyfous] een breekpunt bereikt tijdens een skivakantie in Oostenrijk. Terwijl ze met hun tienerzoons Finn [Julian Grey] en Emerson [Ammon Jacob Ford] op een terras zitten, vindt een “geplande lawine” plaats die het terras wordt overspoeld met sneeuw. Billie blijft bij de kinderen, Pete slaat in paniek op de vlucht. Het loopt allemaal goed af, maar het incident dwingt Billie en Pete om hun relatie te zien. Ferrell en Louis-Dreyfus schudden hun komische imago verrassend overtuigend (tijdelijk) van zich af en laten de komedie over aan de ondersteunende cast.
Downsizing (2017)
Bijzonder teleurstellende film is niet te categoriseren en dat is ook meteen het grootste manco. Het basisverhaal, rondom een stel [Matt Damon en Kristen Wiig] dat zich wil laten verkleinen om te voorkomen dat de wereld ten onder gaat aan de overbevolking, biedt volop ruimte voor satire. Het scenario van regisseur Alexander Payne en Jim Taylor slaat de plank echter volledig mist en slingert van matige satire naar matige komedie, relatiedrama, romantiek en eco-drama. Het resultaat is dan ook dramatisch, waarbij de racistisch overkomende stereotypische vertolking van Hong Chau - je zou bijna hardop vragen: "What do we get for ten Dollars?" - en een volstrekt ongeloofwaardig romantisch subplot de grootste tekortkomingen zijn. Een satire die niet goed weet wat het thema is, een komedie die niet grappig is en een drama met oppervlakkige, oninteressante karakters. Christoph Waltz en Matt Damon doen wat ze kunnen, maar het scenario zit vol met zaken die simpelweg niet kloppen. Het vaststellen en/of optellen van die hiaten is eerlijk gezegd een stuk leuker dan deze - gezien de veelbelovende premisse en het talent voor én achter de camera - enorme deceptie.
Downton Abbey (2019)
Ondanks dat ik nog geen seconde van de populaire, gelijknamige serie had gezien, kon ik me toch vermaken met deze luchtige, pretentieloze en knap geconstrueerde filmversie. Verschillende verhaallijnen lopen probleemloos door elkaar wanneer Downtown Abbey in 1927 wordt opgeschud door het bericht dat niemand minder dan de koning zelf een avond blijft overnachten. Het is onmogelijk om de verschillende verhaallijnen samen te vatten, maar Julian Fellowes heeft er duidelijk een kunst van gemaakt om er een goedlopend geheel van te maken. Een schitterende productie, met prachtige kostuums en make-up, fraai camerawerk van Ben Smithard en een weelderige score van John Lunn. Het enige wat ontbreekt is dramatische diepgang, maar ik had niet de indruk dat de makers daar op uit waren.
