Meningen
Hier kun je zien welke berichten El Loco als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Blow (2001)
Erg matige film deze Blow. Het script lijkt wel op een slordige 5 minuten bijeen geschreven te zijn en ik had vaak het gevoel naar een parodie te kijken van Scarface en andere drugsfilms. Johnny Depp die met zijn maat bij een onbekende man in een kapperszaak binnenwandelt dat als dekmantel dient en meteen een voorraad marihuana krijgt. Het komt wel heel erg amateuristisch en makkelijk over en eigenlijk verloopt de rest van de film op dezelfde manier (met een valse koffer in de bodem raak je zo door de douanecontrole, een vliegtuig stelen is blijkbaar ook maar gewoon de ketting er van afhalen, etc.). Verder is het een erg flauw rise and fall verhaaltje waarbij Depp meermaals in de gevangenis beland door zijn 'vrienden' die hem verraden. Ik kan er weinig positiefs over zeggen, enkel dat de film erg vlot verteld wordt, maar Depp slaagt er ook niet in om het niveau van de film op te krikken.
1.5*
Blow-Up (1966)
Alternatieve titel: Blowup
Een tijdje terug zag ik David Hemmings nog in Dari Argento’s Profondo Rosso en moest ik onmiddellijk terugdenken aan deze Blow-Up, waarin hij eveneens in een moordmysterie beland is. In mijn herinneringen was Blow-up een betere film dan de 2.5* die ik er ooit aan gegeven had, dus een herziening leek me wel interessant.
En ik moet deze film destijds toch serieus verkeerd ingeschat hebben, want deze keer vond ik hem wel volledig tot zijn recht komen. Antonioni heeft er een erg sfeervolle en stijlvolle film van gemaakt waarbij de Sixties elementen stevig in het oog springen. De scènes in de studio zijn enorm stijlvol gemaakt, evenals de scènes in het park zijn erg knap geschoten.
David Hemmings staat ook erg goed te acteren als een nogal arrogante fotograaf die erg vol is van zichzelf, maar wel erg passioneel zijn beroep van fotograaf uitoefent. Zo behandelt hij verschillende modellen weinig respectvol en geeft hij geld uit aan een onnozel attribuut als een propeller, maar hij doet het allemaal op een erg overtuigende manier.
Halverwege verandert de film dan in een moordmysterie en de scène waar Hemmings op zijn foto’s ontdekt dat er een man met een wapen verscholen zat in het park is er eentje die Antonioni erg spannend weet te brengen. Het is allesbehalve een standaard moordmysterie, want we komen nooit te weten wie er precies vermoord is en waarom. En het wordt nog bevreemdender wanneer Antonioni lijkt te suggereren dat er nooit een lijk in het park heeft gelegen. Dat lijd ik in ieder geval toch af uit de eindscène waar Hemmings de mimespelers ziet tennissen zonder racket of tennisbal.
Blow-Up is helemaal tot zijn recht gekomen bij deze herziening en kan ik nu wel naar waarde schatten. Waarschijnlijk had ik destijds te veel een standaard moordmysterie verwacht van deze film, maar Antonioni heeft in de plaats daarvan een erg sfeervolle, stijlvolle en bijzondere film van gemaakt.
4*
Blue Collar (1978)
Leuk tussendoortje met vooral een heerlijke '70s arbeiderssfeertje, maar meer is deze Blue Collar niet geworden. Vooral het eerste deel vind ik erg geslaagd met de opbouw naar de inbraak toe. De arbeiders worden op geen enkel moment serieus genomen en onze 3 vrienden krijgen op elk hun beurt te maken met financiële problemen, waardoor er wel een zeker sympathie ontstaat voor hen en de acties die ze doen. Er zitten ook best wat komische momenten in het eerste deel (de vermommingen tijdens de inbraak waren erg geslaagd), maar na de inbraak loopt het verhaal toch een stuk stroever. Zeke die zich laat overhalen om de kant van de vakbond te kiezen, vind ik een spijtige keuze.
3*
Blues Brothers, The (1980)
The Blues Brothers is best een fijne film die de term klassieker wel waardig is. Je ziet dat de cast er enorm veel zin in had met John Belushi en Dan Aykroyd als leidende figuren. Ik wist uiteraard dat deze mannen de hoofdrollen vertolkten, maar het was toch een verrassing om grote namen als James Brown, Ray Charles en Aretha Franklin op het scherm te zien verschijnen met een aantal geslaagde nummers.
Het zijn vooral de nummers en de achtervolgingen die de film overeind houden, want het verhaal op zich is niet zo bijzonder. De achtervolging in het winkelcentrum is heerlijk gedaan waarbij zowat ieder winkeltje eraan moet geloven. Ook de eindscène waar er een gigantische troepenmacht achter de Blues Brothers aanzit, is een erg leuke scène met vooral het moment waar ze onder schot worden gehouden door zowat honderd man in een kantoortje.
Echter is het met een speelduur van bijna 2 uur 30 toch een stevige brok om te verteren. Sommige scènes slepen toch wat lang aan zoals wanneer de verschillende leden van de band moeten opgetrommeld worden en scènes zoals met de Nazi’s en de andere band The Good Ole Boys.
3*
Boat That Rocked, The (2009)
Alternatieve titel: Pirate Radio
The Boat That Rocked heeft een heel erg fijne herziening opgeleverd. Bijna 12 jaar na de eerste kijkbeurt was ik nog wel bekend met het verhaal rond de piratenzender en de Britse overheid die het wil verbieden, maar ik was blijkbaar al vergeten dat er zoveel leuke momenten in de film zitten (Dr. Dave die Carl eventjes tijd wil geven met zijn meisje, maar dan later met Marianne in bed belandt, de 'trouw' van Simon,...). Ik ben nu zelf niet de grootste muziekliefhebber, maar de jaren '60 muziek komt perfect tot z'n recht in deze film en zorgt voor een leuke sfeer op de boot. Iedere acteur krijgt ook voldoende ruimte om zijn ding te doen en zetten allemaal leuke personages neer zonder overdreven of irritant over te komen. Misschien is de speelduur net iets te lang voor dit soort films, maar dat kan de pret alles behalve bederven.
De score van 4* blijft makkelijk overeind.
Bom Yeoreum Gaeul Gyeoul Geurigo Bom (2003)
Alternatieve titel: Spring, Summer, Fall, Winter... and Spring
Mijn tweede Kim Ki-duk
Na Bin-Jip wist ik wel wat ik kon verwachten van deze film. Een mooie rustige film waar amper in gesproken wordt, al is er in deze film wel iets meer dialoog. Toch blijft het sterke punt van deze film de rustige sfeer die ze uitstraalt en gelukkig weet Kim deze rust over de hele film te behouden. Zelfs bij de inval van de politie had ik niet het gevoel dat de rust verstoord werd. Die sfeer wordt ook veroorzaakt door het mooie landschap. Visueel is dit een erg mooie film en vooral de beelden tijdens de herfst en de winter zien er prachtig uit.
Verhaaltechnisch zit dit goed ineen. De levenscyclus wordt mooi in beeld gebracht van kind tot volwassene en tenslotte tot leermeester zelf. De eerste twee seizoenen zijn erg interessant om te volgen, maar het Fall-gedeelte vind ik van een iets minder niveau. Het uitstapje naar de “echte mensenwereld” had voor mij niet gehoeven, en ik vond het vreemd dat de monnik plots een krant bij zich had waar hij een artikel zag staan over zijn leerling. De winter is weer iets beter en de laatste lente is natuurlijk een logische afsluiter. Qua symboliek en filosofie zal ik (zoals zo vaak) het grootste deel over het hoofd gezien hebben. Met wat meer achtergrondkennis van het Boeddhisme zal je hier ongetwijfeld nog extra van kunnen genieten.
Opnieuw een mooie rustige film van Kim Ki-duk, die nog net iets beter is dan Bin-Jip vanwege het visuele.
4*
Bonheur, Le (1965)
Alternatieve titel: Happiness
Agnès Varda wist me nog niet helemaal te overtuigen met Cléo de 5 à 7, maar hier levert ze wel een zeer aangename film af. De warme kleuren, de opgewekte muziek en de zomerse taferelen zorgen voor een heerlijk sfeertje dat ik altijd associeer met veel van de Franse films.
Het zorgt ervoor dat het thema van polygamie iets vrolijks en alledaags krijgt, terwijl het toch wel complexer ligt dan dat. Dat blijkt ook uit het einde, want Thérèse blijkt toch niet te kunnen aanvaarden dat haar man een tweede vrouw heeft en pleegt zelfmoord (of zou het toch gewoon een ongeluk zijn?). Al vond ik wel de manier waarop François het leven hervat met zijn nieuwe vrouw iets te makkelijk en ongeloofwaardig, al past dit natuurlijk in het concept van ‘bonheur’.
De acteerprestaties konden me ook zeker en vast bekoren. Er wordt op een erg naturelle manier gespeeld en de 2 prachtige en charmante hoofdrolspeelsters zijn natuurlijk een pluspunt. Jean-Claude Drouot, die enorme gelijkenissen vertoont met Bill Hader, speelt ook op een erg vlotte manier dat erg past voor het personage dat François hoort te zijn. Iemand die zorgeloos door het leven gaat en dat het leven met 2 vrouwen de normaalste zaak van de wereld is.
Goede film van Agnès Varda en zo blijkt alweer dat een mindere kennismaking met een regisseur/regisseuse niets zegt over de rest van het oeuvre.
3.5*
Boucher, Le (1970)
Alternatieve titel: The Butcher
Qua voorspelbaarheid zal je waarschijnlijk niet snel een thriller/moordmysterie vinden waar de clues op voorhand zo duidelijk zijn. Maar toch weet Chabrol er nog een degelijke thriller uit te halen.
Aangezien het snel duidelijk is dat Paul de seriemoordenaar is, wordt de focus verlegd van “wie is de moordenaar?” naar “gaat Helen Paul verraden?”. Op dat vlak weet Chabrol er nog een interessant einde aan te breien, waarbij Helen het bewijsstuk in de vorm van de aansteker niet aan de politie bezorgt. Ook het einde blijft open, want zal Helen na de dood van Paul ooit de waarheid vertellen?
Gelukkig speelt het zich allemaal af in een typisch Frans dorpje. Dergelijke moordmysteries komen toch beter tot zijn recht op het platteland en Chabrol weet er wel iets sfeervols van te maken met de plensbui op de begrafenis, de bruiloft,...
Voorspelbaarder ga je ze niet rap zien in dit genre , maar toch, maar toch… Chabrol weet er wel iets tofs uit te halen.
3*
Bound by Honor (1993)
Alternatieve titel: Blood In, Blood Out
Eerst en vooral moet gezegd worden dat deze film erg boeiend blijft voor toch wel een lange speelduur van 3 uur. Het voelt allesbehalve langdradig aan en dat is zeker geen sinecure, want veel films met een kortere speelduur voelen langer aan als deze film.
Toch overviel me na een tijdje het gevoel dat ik dit allemaal al eens eerder had gezien. De 3 neven die eerst samen in een bende zitten en door verschillende gebeurtenissen uit elkaar worden gehaald, voelt vrij clichématig aan. Gelukkig wordt het allemaal nog goed uitgewerkt, waardoor er bij mij vrij weinig ergernis ontstond. Wat hierbij zeker en vast helpt, is de lekkere sfeer dat Hackford weet neer te zetten. Los Angeles is vaak een geknipte locatie om dergelijke 'bende' films te laten afspelen, maar het voelt hier ook gewoon erg goed aan. De hitte spat vaak van het scherm af, de doolhoven aan steegjes waarin de mannen achtervolgd worden door de politie, de scène op de berg waar de confrontatie plaatsvindt tussen de Vatos Locos en de Tres Puntos,... de film ademt op dat vlak de juiste sfeer uit. Ook de scènes in de gevangenis zijn best sterk.
De cast was voor mij eigenlijk vrijwel onbekend (op uitzondering van Danny Trejo en Thornton). Ik heb me zeker niet gestoord aan het acteerwerk, maar Damian Chapa mist toch duidelijk de nodige charisma om echt het verschil te maken. Met een betere acteur in zijn plaats zou het niveau van de film zeker nog opgetild kunnen worden.
Ik twijfel tussen een score van 3* en 3.5*, maar ik geef hem het voordeel van de twijfel omdat de film aardig wegkeek.
3.5*
Braindead (1992)
Alternatieve titel: Dead Alive
Ooit in een ver verleden moet ik deze al eens gezien hebben, want een aantal fragmenten kwamen me bekend voor. In ieder geval is het één van de meest foute en gore films die ik gezien heb. Al snel zijn de heerlijke gore scènes niet meer op 1 hand te tellen waarvan de kerkhofscène er bovenuit steekt voordat de finale begint. Die finale in het huis duurt misschien wel iets te lang, maar we krijgen er wel de heerlijke grasmaaierscène voor in de plaats. Het camera- en acteerwerk is typisch van een low budget film, maar het past wel prima in het geheel.
3.5*
Brazil (1985)
Bijzondere film van Terry Gilliam. Het futuristische maatschappijbeeld die hij hier creëert met de terroristische bomaanslagen, de controlerende overheid, de enorme bureaucratie met oneindige papierwerk, de technologische snufjes die het vaak laten afweten,… is erg leuk gedaan. Neem daar nog eens de erg fraaie settings bij (de eindeloze gangen en kleine kamertjes,..) en je krijgt een erg knap vormgegeven film.
Ik las op voorhand dat velen het een erg drukke film vonden, maar dat viel eigenlijk best mee. Oké, de film zit vol met kleine details en veel daarvan zal me wel ontgaan zijn, maar nergens wordt het te rommelig of gaat het van de hak op de tak. Enkel het hele gedoe rond de plastische chirurgie van de moeder en haar vriendin vond ik weinig toevoegen. Ook qua speelduur vond ik wat naar de lange kant met zijn 140 minuten en een iets compactere film en zeker rond de romance tussen Lowry en Jill, had de film wel goed gedaan.
Ook qua humor is het best genieten en het zijn vooral de vele details en de verschillende typetjes die het verschil maken. Jonathan Pryce is prima in de rol van Sam Lowry die zich een weg probeert te banen in het bureaucratische wespennest, maar ook Ian Holm zet een leuk personage neer als Kurtzmann die wel één of andere leidinggevende is, maar eigenlijk vrij hulpeloos is zonder zijn rechterhand Sam Lowry.
Fijne film van Gilliam dat visueel veel te bieden heeft met veel oog voor details en een leuke, typische Britse humor.
3.5*
Breakfast at Tiffany's (1961)
Ik durf me ondertussen best een grote fan te noemen van Audrey Hepburn. Ze is niet alleen een prachtige verschijning die enorm veel klasse uitstraalt, maar ze weet haar rollen ook altijd op een uiterst charmante wijze neer te zetten.
Niet dat deze film het niveau haalt van films zoals The Roman Holiday of Charade, maar dit moet waarschijnlijk wel haar bekendste film zijn en een echte verrassing is dat niet. De gebruikelijke clichépaden worden lustig bewandeld (man en vrouw die verliefd worden, maar vrouw durft niet toe te geven, de eindscène in volle regen waar ze toch samenkomen), maar storen doet het allerminst, want aan alles voel je dat dit met zoveel plezier werd gemaakt en de feelgood spat van het scherm.
Dat Audrey Hepburn hier de ster van de film is als de losbandige, energieke en erg charmante Holly Golightly hoeft niet te verbazen, maar George Peppard is een goede tegenspeler en de chemie tussen beide zit erg goed. De scènes waar ze op allerlei plaatsen komen in de stad (Tiffany’s, de bibliotheek, het winkeltje waar ze iets proberen te stelen) behoren tot de leukste momenten van de film. De Japanse bovenbuur die been en steen klaagt over de overlast is een geslaagde toevoeging. Het levert Audrey Hepburn nog wat extra munitie op om haar levendige personage in de verf te zetten.
Zeker en vast een geslaagde feelgood. Het heeft wat lang geduurd vooraleer ik deze klassieker van Audrey Hepburn heb gezien, maar het ontgoochelde allerminst. Misschien ontbreekt het toch aan iets echt speciaals om er een hogere score aan te geven.
3.5*
Breakfast Club, The (1985)
They only met once, but it changed their lives forever.
Ik had absoluut geen hoge verwachtingen bij deze film, want films die zich afspelen in en rond een highschool zijn meestal floppers. Komt daar nog eens bij dat het plot me eerlijk gezegd weinig aansprak, maar door de behoorlijke score hier op Moviemeter heb ik hem toch maar opgenomen en vandaag gezien.
Van die keuze heb ik toch wel een beetje spijt, want de film vertelt alles behalve een boeiend verhaal. Het begin vond ik dan nog het sterkst met de introductie van de 5 leerlingen die moeten blijven nazitten, en vervolgens hun eerste kennismaking met elkaar. Er waren best nog wat grappige momenten, maar na verloop van tijd boeide het me eerlijk gezegd nog maar weinig. Een ontsnappingspoging hier, een blowpartijtje daar om de tijd wat op te vullen. Jammer genoeg begon de film dan ook nog eens de sentimentele toer op te gaan, met de gesprekken tussen de studenten over hun gebreken en hun thuissituaties. Het einde is al helemaal een ramp met de 2 relaties die ontstaan. Vrij raar vond ik, want Claire en de stoere jongen John Bender hadden alles behalve een sterke band met elkaar. Laat staan die sportjongen met het emo meisje, die hadden zelfs nog geen woord met elkaar gewisseld (of ja die 2 zinnen in de gang). Bovendien lijkt het me zo al erg moeilijk dat er een sterke band kan ontstaan op die paar uurtjes.
Waar de film natuurlijk rond draait zijn de 5 studenten met hun uiteenlopende karakters. Judd Nelson is een leuke meerwaarde voor de film. Hij mag dan wel dat stoere, rebelse clichépersonage spelen, toch weet hij zijn rol op een erg leuke en geanimeerde manier neer te zetten. Gelukkig had Hughes beslist om Nelson deze rol te geven en niet aan John Cusack, want hij is echt in zijn sas in deze rol en niemand had het beter kunnen doen. In het begin dacht ik dat het een one-man-show ging worden van de rebelse John Bender, maar gelukkig komen de 4 andere personages nadien wel meer aan bod, want anderhalf uur hetzelfde zou toch een beetje van het goede teveel worden. De andere personages zijn ook ongelooflijk stereotype gevallen, maar het verschil met de andere acteurs is dat zij een pak minder konden overtuigden. Het emo meisje was bij vlagen nog te doen, maar de nerd en de sportjongen acteerden vrij matig. Het ander meisje zat daar zo’n beetje tussen, nergens echt slecht maar ook niet hoogstaand.
Om kort samen te vatten. De film begon vrij aardig met wat leuke momenten, maar naargelang de film vordert wordt het een pak minder boeiend en begin je te hopen dat hun straftijd snel gedaan is. Wat meteen opvalt, zijn de enorm stereotype personages, waar alleen Judd Nelson een goede indruk achterliet.
2*
Brimstone (2016)
Alternatieve titel: Koolhoven's Brimstone
Goede film van Martin Koolhoven waarbij we Pulp Fiction-gewijs 4 niet-chronologische hoofdstukken te zien krijgen over de levensloop van Joanna. De niet-chronologische vertelstijl is eigenlijk maar voor eventjes een echte toegevoegde waarde. Wanneer de dominee in de tweede akte terug opduikt in het bordeel op zoek naar Joanna, kan je als kijker makkelijk de rest van het verhaal invullen. Voor eventjes gaf het iets mysterieus aan de film, maar dat trucje was dus vrij vroeg uitgewerkt.
Niettemin valt er uit de film voldoende amusement te halen voor toch een lange speelduur van 150 minuten, maar die vlogen vrij snel voorbij. Het beeld dat Koolhoven hier schetst voelt er kil en hard aan en zeker tegenover de vrouwen. De film zit vol met enge mannen die niet liever vrouwen vernederen, maar de dominee die erg sterk wordt neergezet door Guy Pearce spant hier wel de kroon. De manier waarop hij hier als een sadist en seksueel roofdier te keer gaat, is erg sterk gedaan.
Verder valt het sterke acteerwerk van Dakota Fanning op, maar over het algemeen is het net ietsje te weinig om hier 4* aan te geven.
3.5*
Bring Her Back (2025)
Degelijke horror dat vooral een sterke spanningsopbouw heeft. Vanaf het moment dat Andy en Piper bij hun nieuwe pleegmoeder aankomen, bekroop me meteen die heerlijke onderhuidse spanning dat ik altijd kan appreciëren. Meteen is het wel duidelijk dat er van alles mis is met de nieuwe pleegmoeder en Oliver dat bij haar inwoont. Sally Hawkins doet het overigens erg goed in haar rol als pleegmoeder/heks. Ook de afgelegen locatie van het huis is altijd een pluspunt om de spanning wat verder op te voeren. Jammer genoeg wordt de climax wel erg vroeg prijs gegeven vanaf het moment dat we het ingevroren lichaam van haar overleden dochter Cathy te zien krijgen. De naam van de titel is in dat opzicht misschien ook niet de beste keuze om de spanning de volledige speelduur erin te houden.
Degelijke horror, maar iets te veel dertien in een dozijn.
3*
Bring Me the Head of Alfredo Garcia (1974)
Sam Peckinpah is toch wel een interessante regisseur. Na Straw Dogs en The Wild Bunch die ik recentelijk gezien heb, is zijn stijl wel erg duidelijk met die grauwe maar erg fraai in beeld gebrachte schietpartijen.
Erg vrouwvriendelijk zijn Peckinpah's films niet en ook hier pakt hij uit met een verkrachtingsscene, krijgt een vrouw een stevige tik in haar gezicht wanneer ze avances probeert te maken met een van de mannetjes van de maffiabaas en ook het oude dametje wordt niet ontzien bij de schietpartij. Al laat hij hier ook een ‘romantische’ kant van hem zien met Bennie die de eer gaat verdedigen voor zijn vermoorde vriendin.
Alleen stokt het halverwege de film wel een beetje. Het tempo van het eerste deel neemt af en Peckinpah neemt vooral de tijd voor de karakterontwikkelingen en de romance tussen Bennie en Elita. Vanaf het moment dat Bennie op roadtrip vertrekt met het hoofd van Alfredo krijgen we wel een heel aantal sterke scènes voorgeschoteld met 2 shoot-outs. Ook het eindshot waarbij Bennie de ontsnapping niet overleeft, is erg knap gedaan.
De film balanceert ergens tussen een dikke 3* en een kleine 3.5*, maar er zijn toch overwegend positieve punten aan deze film.
3.5*
Bringing Up Baby (1938)
His Girl Friday vond ik een erg leuke screwball comedy van Howard Hawks en deze leek ook een lange tijd een gelijkaardig niveau te halen. De chemie tussen Cary Grant en Katharine Hepburn zat meteen erg goed. De manier waarop zij heel de tijd het bloed van onder zijn nagels haalde, was erg leuk om te zien.
Wanneer de film rond de luipaard begint te draaien, wordt het toch een stukje minder. De leuke interacties tussen Grant en Hepburn verdwijnen een beetje en we krijgen toch wat veel herhaling te zien rond de luipaard. Naar het einde toe wanneer alles en iedereen samenkomt bij het politiekantoor begint het zelfs wat aan te slepen.
Toch kan ik er nog makkelijk een 3* aan kwijt. Het tempo ligt erg hoog en Grant-Hepburn is een leuk duo.
3*
Broken Flowers (2005)
Jim Jarmusch is een regisseur wiens stijl ik wel kan waarderen. Het voelt allemaal erg sloom aan en het lijkt alsof de wereld gestopt is met draaien, maar de personages zich nog voortbewegen. Het geeft een heerlijk gevoel dat ik erg kan appreciëren van Jarmusch.
Dat gevoel had ik ook bij deze film, alleen vind ik Bill Murray gewoon geen interessante acteur. Ik snap wel dat hij hier een depressieve en eenzame figuur neerzet, maar het is anderhalf uur lang stoïcijns voor zich uitkijken. Veel meer dan dat deed hij niet en na verloop van tijd begon het wel wat te vervelen.
De gesprekjes op zich zijn best aardig en er zitten genoeg komische momenten in met de maffe figuren. Enkel het tweede gesprek met Dora dat voornamelijk gevoerd werd door haar man kon me minder bekoren. De eerste tussenstop bij Laura en haar dochter Lolita en de laatste bij Penny en de biker boys sprongen er wel bovenuit. Toch had ik niet het gevoel dat ik veel te weten was gekomen over het personage van Don, behalve dat hij veel vrouwen heeft gehad en rijk geworden is met iets van computers. Al zal het wel de bedoeling geweest zijn om zo zijn eenzaamheid nog wat extra te benadrukken. Wel tof dat we een open einde krijgen en geen zekerheid krijgen wie de moeder is en of hij effectief een zoon heeft.
Al bij al heb ik me hiermee nog vermaakt. Het typische slome sfeertje van Jarmusch is ideaal om languit in de zetel weg te zakken. Jammer genoeg was het inhoudelijk niet overtuigend genoeg over de hele lijn en Bill Murray zal nooit mijn favoriete acteur worden.
3*
Bronx Tale, A (1993)
Straffe film van Robert De Niro. Dat hij geweldig kan acteren wist ik al, maar dat hij kon regisseren wist ik niet. Ik wist überhaupt niet dat hij ooit een film had geregisseerd, maar bij deze weet ik dat ook weer.
Op zich is het een standaard maffia verhaal over een kind dat opgroeit midden in het milieu en wanneer hij ouder wordt zijn keuze moet maken tussen de goede of de slechte kant, maar het wordt hier wel op een erg sterke manier uitgewerkt. Meteen wordt er een erg sfeervol beeld geschetst van de Italiaanse wijk in de Bronx. Het speelt zich voor het grootste deel allemaal af rond hetzelfde blok rond de bar en het huis van Calogero, maar meer is er ook niet nodig om hier een sfeervolle prent van te maken.
Maffia films vallen of staan voor mij vaak met de uitwerking van de personages en in deze Bronx Tale is dat misschien wel het sterkste punt van de film. Calogero is gewoon een erg interessant karakter die voortdurend een tweestrijd moet voeren tussen het slechte (Sonny, zijn vrienden) en het goede (zijn vader). Het levert enkele mooie momenten op tussen Calogero en zijn vader te midden van de verschillende harde scènes die we zien voorbijkomen. Ik snap wel dat de relatie tussen hem en Jane voor velen een doorn in het oog is, maar het zorgt voor extra diepgang in zijn karakter wat ik wel kan appreciëren.
Verder valt ook het sterke acteerwerk op. Francis Capra verdient een pluim als de jonge Calogero en ook Lillo Brancato als de jongvolwassen Calogero wist me zeker te bekoren. Toch is het vooral Chazz Palminteri die hier indruk weet te maken als Sonny. Hij is hier dan ook perfect gecast om met zijn karaktersmoel gestalte te geven aan de maffiabaas Sonny. De Niro speelt dan voor de afwisseling eens de brave huisvader in een maffia film en ook dat pakt prima uit.
4*
Brücke, Die (1959)
Alternatieve titel: The Bridge
Bernhard Wicki heeft met Die Brücke een behoorlijk indrukwekkende anti-oorlogsfilm afgeleverd. Van alle oorlogsfilms die ik al gezien heb, moet dit toch één van de betere zijn waarin de onzin van de oorlog zo goed in beeld wordt gebracht. De ene dag zitten de jonge gasten nog op de schoolbanken, hangen ze rond op de brug of brengen ze tijd door met een vriendinnetje. De andere dag worden ze opgeroepen om als kanonnenvlees te dienen in de oorlog. Ze krijgen de opdracht om een brug te bewaken zonder enige reden, want die zou toch worden opgeblazen. De scènes op de brug zijn echte pareltjes. De mist die rond de brug hangt, zorgt voor een beklemmende sfeer. Het laatste deel wanneer de strijd losbarst met de Amerikanen is erg knap in beeld gebracht. Ze proberen zich met hand en tand te verdedigen, maar het is duidelijk dat de afloop allesbehalve positief zal zijn. Het einde waarbij een overlevende jongen de Duitse officier neerschiet uit angst dat de brug wordt opgeblazen, kan geen betere afronding zijn.
De aftiteling van de film is anders ook een behoorlijk sterk momentje dat de boodschap van de film nog eens benadrukt. De hele missie was zo onbelangrijk dat het niet eens ergens gedocumenteerd was.
4*
Brute Force (1947)
Jules Dassin is erin geslaagd om een goede gevangenissfeer te creëren, maar er zijn wel wat mankementen om er echt een goede film van te maken. Eerst en vooral vind ik Hume Cronyn niet echt overtuigen als captain Munsey. Hij komt nu niet bepaald beangstigend over en miste toch iets om een blijvende indruk achter te laten. Ik miste ook de nodige spanning in de opbouw naar de de ontsnappingspoging. Buiten het plannen van de uitbraak en verschillende flashbacks van de gevangenen, viel er weinig te beleven. Het explosieve einde is anders wel erg fraai in beeld gebracht. De film deed me ook wat denken aan The Last Castle, waarbij 1 man de rest van de gevangenen op sleeptouw neemt tegen het beleid van de gevangenis.
2.5*
Buffalo '66 (1998)
Onverhoopt is dit een erg knappe film geworden van Vincent Gallo die ik zonder enige verwachting had opgezet. Het leek alsof ik naar een film van Cassavetes aan het kijken was, want qua stijl zijn er toch veel overeenkomsten. Toevallig of niet is Ben Gazzara ook van de partij die ik al in verschillende films van Cassavetes heb gezien.
Het is toch vooral een film die qua vorm erg genietbaar is met mooi camerawerk dat soms kort op de huid zit. Visueel ziet het er ook rauw uit, maar het maakt het er alleen maar realistischer op. Er zitten ook heel wat mooie camerastandpunten in, zoals wanneer Billy in de auto aan het praten is tegen Layla, maar de camera de hele tijd op Layla gericht staat.
Waar de film rond draait zijn de 2 karakters Billy en Layla die uitstekend worden vormgegeven door Vincent Gallo en Christina Ricci. Billy is zo'n heerlijk opvliegend karakter die iedereen tegen het harnas jaagt. Meteen in de film slaat hij al iemand bij elkaar die naast hem in de toiletten staat of zijn beste vriend die hij afblaft aan de telefoon. Eigenlijk zou hij het niet verdienen, maar toch voel je met hem mee en dat is ook wat Layla overkomt. Ze mag dan wel ontvoerd zijn door hem, toch raakt ze na een tijdje aan hem gebonden. Christina Ricci wist me erg te overtuigen met haar charmante vertolking. De badscène is een erg fijn moment, maar ook haar dansje op de bowlingbaan dat vanuit het niets kwam, is zeker het vermelden waard.
Het einde is ook zeker en vast het vermelden waard, want de keuze voor een happy end pakt erg goed uit. Eerst zien we Billy die de ex-footballspeler neerschiet en vervolgens zelfmoord pleegt, maar dit speelde zich enkel af in zijn gedachte. Het einde waarbij hij een chocomelk en een gebakje koopt voor Layla is een beter passend einde.
4*
Bugonia (2025)
Ik ben toch lichtjes op mijn honger blijven zitten bij deze nieuwe van Lanthimos. Visueel blijft de stijl van Lanthimos erg herkenbaar met de mooie wijde shots, maar hij blijft een beetje uit hetzelfde vaatje tappen. Het is ergens wel leuk om een zekere herkenbaarheid bij een regisseur te hebben, maar hij mag ook eens iets nieuws proberen.
Nu het verhaal zelf leek me wel best boeiend te gaan worden. Jesse Plemons is in ieder geval heerlijk op dreef als een verwilderde complotdenker die samen met zijn simpele neef de CEO ontvoerd van het bedrijf waar hij werkt. Alleen begon het welles-nietes spelletje tussen Plemons en Stone of zij al dan niet een alien is na verloop van tijd wat te slepen. Wanneer de neef zichzelf door het hoofd schiet, komt er wel een extra versnelling die de film kon gebruiken. Wat volgt is best een sterk einde waarbij Plemons zichzelf helemaal verliest in zijn eigen complotdenken, Stone die alsnog een Alien blijkt te zijn en de beelden van de mensen die er vredig bijliggen als de hele wereldbevolking is uitgestorven.
3*
Bull Durham (1988)
It's all about sex and sport. What else is there?
Ik heb altijd al een zwak gehad voor sportfilms en zeker als het over basketball of American football gaat. Met honkbal daarentegen ben ik een pak minder vertrouwd ( ik zou met moeite een film over honkbal kunnen opnoemen) en daarom leek Bull Durham een film om daar eens verandering in te brengen. Ook de rol van Tim Robbins leek me iets om naar uit te kijken.
Uiteindelijk is Bull Durham een tegenvaller geworden. De driehoeksrelatie tussen Crash Davis, Annie Savoy en LaLoosh is op zijn zachtst uitgedrukt behoorlijk saai uitgewerkt. Op zich kan zo’n verhaal nog redelijk goed uitpakken, maar hier valt er over het algemeen weinig memorabels te ontdekken. Daarnaast is Bull Durham een film die hier en daar nogal redelijk cliché uit de hoek komt, want zo is het al van redelijk ver aan te voelen dat LaLoosh het tot de Major League zou schoppen en dat Crash Davis zijn plaats gaat innemen voor een korte romance met Annie. Die late romance tussen die twee voelt overigens nogal geforceerd aan. Best wel jammer dat het verhaal te wensen overliet, want eigenlijk waren de honkbalwedstrijden over het algemeen erg genietbaar. Ik heb al aangehaald dat ik een leek ben op het gebied van honkbal (de betekenis van een homerun zou ik nog net kunnen geven), maar dat was helemaal geen beperking. Oké, sommige termen ben ik wel gaan moeten opzoeken, maar de focus wordt grotendeels gelegd op Laloosh die wel hard kan werpen maar de bal totaal geen richting kan geven. Het feit dat hij in het eerste deel van de film totaal nog niet kon mikken, zorgde voor enkele leuke momenten.
LaLoosh die door zijn werpkracht toch als een talent wordt beschouwd, wordt erg goed neergezet door Tim Robbins. Eerlijk gezegd, ik had dit nooit van hem verwacht, want ik ken hem voornamelijk door rollen zoals Andy Dufresne in The Shawshank Redemption en in Mystic River. Fijn om te zien dat hij ook zulke rol van jonge, wilde sportman kan neerzetten, want eerlijk is eerlijk, Tim Robbins slaagt erin om deze film van een onvoldoende te houden. Zijn tegenspelers, Kevin Costner en Susan Sarandon zijn sowieso al niet mijn favoriete acteurs. Vooral Sarandon kom ik liever niet al te vaak tegen in films, maar als het niet anders kan dan is het maar zo. In Dead man Walking was ze al behoorlijk slecht, maar hier is ze toch al iets beter. Ook Costner is nu niet bepaald een acteur waar ik een film voor opzet, maar af en toe levert hij nog goed werk af. Zijn rol in The Guardian waar hij ook als ervaren man een jonge kerel moet opleiden, was eigenlijk zeer goed. Niet dat hij hier die rol evenaart, maar het is toch één van de betere prestaties die ik van hem heb gezien. Vooral in combinatie met Tim Robbins slaagt hij erin om voor enkele leuke scènes op het baseballveld te zorgen.
Bull Durham is een film geworden die de goede momenten afwisselde met de slechte momenten. De baseballscènes zijn over het algemeen erg vermakelijk, maar het verhaal rond de driehoeksverhouding is behoorlijk saai uitgewerkt. Tim Robbins zet hier wel een voortreffelijke prestatie neer. Blijkbaar is er nog een (betere) baseballfilm gemaakt met Costner, maar deze film maakt me niet meteen warm om hem te zien.
2.5*
Buono, il Brutto, il Cattivo, Il (1966)
Alternatieve titel: The Good, the Bad and the Ugly
The Good, the Bad and the Ugly is mijn favoriete film aller tijden. De Western heeft voor mij bovendien altijd al iets speciaals gehad. De combinatie van sfeer, landschappen en de ruige cowboys maken dit genre tot iets unieks in de filmwereld. Het genre waarin The Good, the Bad and the Ugly het absolute meesterwerk aller tijden is. Gisteren heb ik hem voor de zoveelste keer bekeken en ik moet zeggen dat deze film net als wijn is. Ik vind hem met de jaren nog beter worden.
Maar wat maakt The Good, the Bad and the Ugly nu zo prachtig? Ten eerste heb je natuurlijk de 3 schitterende hoofdrolspelers. “The Good” wordt gespeeld door Clint Eastwood, die een fenomenale vertolking neerzet. Hij is zwijgzaam en mysterieus, maar vooral een erg cool personage. Samen met For a Few Dollars More was dit toch duidelijk zijn beste rol ooit. Dan heb je nog “Tuco” of “The Ugly”, die gespeeld wordt door Eli Wallach. Hij is de grootste schurk van de 3 en duidelijk een grote geldwolf, maar ook de grappigste van de hele bende. Elke gelegenheid is goed voor hem om wat extra’s mee te graaien. Hij en Clint Eastwood zijn duidelijk de mannen waar de film rond draait, meer dan “The Bad”, die gespeeld wordt door Lee Van Cleef. Hij wordt niet zo vaak uitgespeeld als de andere 2, maar desondanks doet Van Cleef het erg goed.
Daarnaast heb je het verhaal dat prachtig in elkaar zit. De 3 personen vernemen het nieuws over een gestolen geldkist van 200.000 Dollar, maar geen een van hen weet exact waar de kist ligt. Tuco weet de naam van het kerkhof en Blondie de naam van het graf. Ze worden gedwongen om samen te werken, terwijl ze elkaars bloed wel kunnen drinken en ook “Angel Eyes” ligt nog altijd op de loer. Wat ik erg mooi vind is de haat/ vriendschaps – relatie tussen Blondie en Tuco. Op het ene moment laat Tuco zijn “maat” creperen in de blakende zon en op het andere moment is hij erg bezorgd over hem.
The Good, The Bad and The Ugly is een ware aaneenschakeling van memorabele scènes. Blondie en Tuco die onder 1 hoedje spelen bij de ophangingen van Tuco en daarna een fikse som opstrijken, de vreselijke marteling die Blondie moet ondergaan in de hete woestijn en de ontploffing op de brug. Stuk voor stuk zijn het fantastische scènes die lang in mijn geheugen zullen blijven. En juist wanneer je denkt dat de film de perfectie heeft nagestreefd, moet het slotstuk op het kerkhof nog komen. De film stevent af op een weergaloze climax, ondersteunt met “The Ecstasy of Gold” dat voor een enorm kippenvelmoment zorgt. De shootout is voor mij het mooiste stukje cinema ooit gemaakt, dat de film naar een nog hoger niveau tilt. De snelle camerabeweging, de close-ups van de nerveuze blikken, de prachtige muziek en de geweldige ontknoping maken van deze scène een fenomenale afsluiter.
Ook op visueel vlak is The Good, The Bad and The Ugly een adembenemend kijkstuk. De prachtige shots van de wijd uitgestrekte landschappen en natuurlijk de close-ups, die meer zeggen dan woorden. Sergio Leone is werkelijk een genie in dit genre.
Ten slotte is er natuurlijk de fenomenale muziek van Ennio Morricone. Met het alom bekende deuntje weet hij de film nog meer kracht en sfeer bij te brengen. Normaal gezien let ik niet vaak op de muziek, maar Morricone’s muziek is gewoon niet weg te denken uit deze fenomenale Western.
5* voor het grootste meesterwerk dat ik ooit heb mogen aanschouwen.
Butch Cassidy and the Sundance Kid (1969)
You never met a pair like Butch and The Kid.
Een tijdje geleden was ik nog op zoek naar een western, want na de Dollartrilogie en Once upon a time in the West heb ik amper nog een westernfilm gezien. Butch Cassidy and the Sundance Kid sprak me wel aan, omwille van het leuk verhaal en de 2 geweldige acteurs.
Het verhaal op zich is vrij simpel. 2 Doorwinterde overvallers raken na de zoveelste treinoverval in de problemen en slaan op de vlucht naar Bolivia, om de jagende posse van zich af te schudden. Vrij simpel dus, maar wat maakt dat uit? Helemaal niets, want we krijgen er zoveel moois voor in de plaats. Roy Hill weet hier in de eerste plaats een geweldige western sfeer te creëren. De plaatjes van de riviertjes en de uitgestrekte landschappen zijn adembenemend mooi. Die typische western sfeer heeft mij bovendien altijd al weten te bekoren. Maar vooral de achtervolgingsscènes van de posse zijn echt om je vingers van af te likken. Welke afleidingsmanoeuvre Butch en The Kid ook proberen, de posse onder leiding van Joe Lefors blijft ze steeds op de hielen. Eens aangekomen in Bolivia valt de spanning spijtig genoeg een beetje weg. De film maakt dan plaats voor meer grappigere scènes, zoals de poging om de bank te overvallen, maar volledig mislukt omdat ze geen woord Spaans kennen. Butch Cassidy and the Sundance Kid is absoluut geen keiharde western zoals we ze meestal kennen. Hill weet perfect de luchtigere momenten te integreren in de film, zoals de scène waar Butch zijn fietskunstjes laat zien. Het eindgevecht met het prachtig laatste shot is een erg sterke afsluiter van de film.
Leuk verhaal en prachtig in beeld gebracht, maar het wordt allemaal toch nog naar een hoger niveau gebracht door de uitstekende rollen van de cast. De combinatie Paul Newman – Robert Redford is goud waard. Ze laten zich hier allebei van hun beste kant zien. Paul Newman speelt erg sterk als Butch, de leider van de “Hole in the Wall Gang”, maar voor mij was het vooral Redford die de show stal. Die man heeft gewoon geen woorden nodig om zijn charisma tentoon te spreiden. Dat deze 2 acteurs een geweldig duo vormen, was vooral te merken aan de fantastische dialogen die ze aan de lopende band uit hun mouwen wisten te schudden. De scène waar ze een bank willen overvallen in Bolivia en Butch de zinnen afleest van zijn papiertje, is echt om je een breuk te lachen. Verder zijn er de heerlijke cynische opmerkingen die ze elkaar geven(“Is that what you call giving cover? - Is that what you call running? If I knew you were going to stroll...”), waardoor deze western toch wel erg luchtig wordt.
Paul Newman en Robert Redford, het was een fenomenaal duo en ik ben dan ook van plan om The Sting snel aan te schaffen. Maar ook de gehele sfeer van de Western heeft me weer helemaal in zijn greep.
4.5*
Butler, The (2013)
Alternatieve titel: Lee Daniels' The Butler
The Butler is een sterk drama over de segregatie geschiedenis in de VS, maar de score van 4* die ik bij de eerste kijkbeurt heb gegeven, blijft niet overeind staan. Daarvoor speelt Daniels misschien een beetje teveel op safe. Er waren wel een aantal heftigere scènes, zoals de openingsscène waarbij de vader van Cecil wordt neergeschoten of de scène van de activisten in het restaurant, maar uiteindelijk ligt de nadruk vooral op het geschiedkundige. Whitaker speelt erg overtuigend de rol van de butler Cecil en de film is over het algemeen knap gemaakt, maar een topper zie ik er niet meer in.
3.5*
Butterfly Effect, The (2004)
Het was een alweer een lange tijd geleden dat ik deze The Butterfly Effect had gezien en de 4.5* die ik eraan gegeven had, leek me een nogal stevige score voor hetgeen ik me ervan herinnerde.
Veel stukken van de film kwamen snel terug, maar ik heb toch weer genoten van deze meeslepende emotionele rollercoaster. Ieder keer wanneer Evan zijn verleden wilt manipuleren, is de uitkomst in het heden steeds compleet anders en zorgt het voor een bonte mix aan emoties. Evan probeert telkens om de perfecte uitkomst te creëren voor zowel hemzelf als voor zijn vrienden en moeder, maar slaagt er nooit helemaal in.
Van de plotholes had ik ook deze keer geen last. Behalve dat Evan als kind zijn handen had doorprikt in de klas geen gevolgen zou hebben voor zijn toekomst, kon ik weinig zaken opmerken die het niveau van de film naar beneden zouden halen. Toch is de grote glans er na al die jaren een beetje vanaf om er nog een 4.5* aan te geven, maar een stevige 4* is het nog zeker waard.
4*
