Meningen
Hier kun je zien welke berichten McSavah als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Sai Nam Tid Shoer (2013)
Alternatieve titel: By the River
Ah, weer zo'n pakketservice pareltje ten prooi gevallen aan de MovieMeter barbaren
Toegegeven, dit is wel het type film waar ik natte plekken van in mijn onderbroek krijg. Alsnog verbaas ik me hier serieus over de lage scores. Redelijk verwant aan (Thaise meester) Weerasethakul, dat is wel duidelijk. Ook enkele dezelfde connecties op de credits te zien. Misschien zelfs nog minder plotgericht met een erg losse structuur en iets meer kunstzinnig en experimenteel camerawerk. Intellectueel minder uitdagend, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door de geweldige sfeerschepping. Het enige waar het een beetje aan schort is dat het nog verder uitgewerkt had kunnen worden. In enkele scènes wordt een fade-out ingezet terwijl verdere uitwerking wat meer inhoud aan het geheel zou hebben gegeven. Verder is het ook een hele diverse film met verschillende cinematografische en narratieve stijlen en groots gebruik van locaties en lokale bevolking. Zowat ieder shot is compleet raak en dan is de film eigenlijk al geslaagd. De eerste keer 'gitaarmuzak' vond ik trouwens ook misplaatst en afbreuk doen aan de sfeer, maar de tweede keer klopte het wel. Weinig mis mee overigens en gemaakt door een lokale muzikant, helemaal in lijn met de authenticiteit van de rest van de film. In het hoekje van kleine films met een documentaristische en experimentele inslag wordt het toch niet veel beter wat mij betreft.
En niet te vergeten hulde aan Verhoeven voor het (onaangekondigd) beschikbaar stellen 
Sangue, O (1989)
Alternatieve titel: The Blood
Wat een wansmaak weer 
Prachtig 'modern' sprookje in ravishing z/w. Doet zoals Second Run al vermeldt denken aan veel oudere films, zonder dat ik waarschijnlijk de films gezien heb waaruit inspiratie is gehaald. Toch is dat zeker wel te voelen. Met name door de setting (bij de rivier) moest ik denken aan The Night of the Hunter en in mindere mate aan Les Amants en Mouchette. Lichtbronnen als lantaarnpalen worden ook heel erg jaren '60 weergegeven. Toch doet de film verder niet geforceerd ouderwets aan. Het nostalgische sfeertje, het wat vage verhaaltje, de strakke contrastrijke cinematografie.. what's there not to like?
Sao Ren (2012)
Alternatieve titel: Young Dudes
Leuke tip Onderhond! Ook eens met je (uitgebreide) review. Pk.com.cn (2008) en Lee's Adventure (2011) ook maar eens zien binnenkort.
Erg zonde dat zo'n suf rockbandje bijna de hele soundtrack vol speelt. Het nummer van Bowie als afsluiter (waar de filmtitel op is gebaseerd) is inderdaad ook niet al te best. Het slot kon me sowieso niet bekoren, te gebroederlijk en optimistisch op een nogal vreemd aanvoelende en gemaakte manier (daarom was een Wakamatsu het perfecte middel om die nare smaak weg te spoelen
). Het deel voor de verdwijning van Adam is inderdaad best aangenaam, maar dat hele Klaatu gedoe bijwijlen irritant en vermoeiend, met name het maken van de filmpjes dan. Visueel zit het allemaal wel strak in elkaar inderdaad, en de flauwe humor kan ik ook prima hebben. Het mysterieuze deel dat hierop volgt is daarentegen wel echt verbluffend te noemen. Zeer creatief vormgegeven en duizelingwekkend mooi geschoten. En van industrieterreinen word ik altijd blij. Veel potentie dus, maar helaas te onevenwichtig voor een hogere score.
Saraba Itoshiki Daichi (1982)
Alternatieve titel: Farewell to the Land
Auteurtje hoor, die Yanagimachi. Fire Festival was niet zo sterk als gehoopt (maar heb ik wellicht onderschat), maar de laatste twee van zijn films zijn hier echt ontzettend goed gevallen. Net als in The Nineteen Year-Old's Map staat weer een - in ieder geval oppervlakkig gezien - zwaar onsympathiek personage centraal, maar de twee resoluties van beide films staan - voor de twee hoofdpersonages althans - bijna haaks op elkaar. Niet dat Yanagimachi zichzelf hierin tegenspreekt, want beide uitkomsten zijn een logisch gevolg van de karakters die hij van zijn personages schetst en de omgeving waarin zij leven. In The Nineteen Year-Old's Map, die zich in een stad afspeelt, hangt een algehele neerslachtigheid over de film heen, maar eindigt de film enigszins optimistisch (in de zin van de soep wordt niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend). Doordat in Farewell to the Land een volwassen personage centraal staat is zijn hufterigheid wellicht wat lastiger te accepteren, maar ook deze man kunnen we begrijpen, dan wel proberen te begrijpen. Zoals ook uit de titel is af te leiden speelt het platteland (en de invloed van industrie en urbanisatie) een grote rol in de film, net zoals de traditionele familiegebruiken en verhoudingen, en hoe deze elkaar beïnvloeden en in verval raken. Het is ook absoluut meesterlijk maar ingetogen gefilmd en de cinematografie zegt heel veel over de gemoedstoestand en ontwikkeling van (de verhoudingen tussen) de personages.
Zie trouwens dat de hoofdrolspeler, Jinpachi Nezu, vorige week is overleden.
Hij was niet heel bekend, maar heeft nog in aardig wat goede films gespeeld en vooral hier levert hij een geweldige acteerprestatie.
Seigen-ki (1973)
Alternatieve titel: Time Within Memory
Niet zo geweldig als je misschien zou verwachten nee. Had geprofiteerd van een meer experimentele aanpak, of in ieder geval van een intelligenter narratief. Allemaal ook wat hakkelig gemonteerd en uiteindelijk te melodramatisch gebracht. Maar het is wel een interessant curiosum met een bij momenten opvallende score van Toru Takemitsu. En de eilandlocatie van Okinoerabu met het gelijknamige dialect maakt de film alleen al bijzonder.
Sêrâ-fuku to Kikanjû (1981)
Alternatieve titel: Sailor Suit and Machine Gun
Bij zo'n eerste aanblik hier verwacht je waarschijnlijk een lollig exploitatie filmpje, maar het is zo ongeveer het tegenovergestelde daarvan. Erg trage film met vele prachtige lange takes, en hoewel het uitgangspunt een hoop onzinnigheid met zich mee zou kunnen brengen, is het een klassieke yakuza vertelling geworden waarin een mooi coming-of-age verhaal zit verwerkt, maar dan nogal atypisch geschoten, waardoor ik het zo fascinerend vond. 'Idol' Hiroko Yakushimaru levert ook een prima acteerprestatie af. Vooral mooi is de scène waar ze een van haar gewonde onderdanen verzorgt, die vervolgens vindt dat ze naar zijn moeder ruikt en hulpeloos in haar schoot valt. Er zitten ook enkele geweldige sfeerscènes in, zoals die op de motor of bij een boeddhabeeld. Beetje zoals het eindeloze lummelen van in Masashi Yamamoto zijn films, maar hier enkel als soort van intermezzo. Wel toevallig is dat die lange takes me aan K. Kurosawa deden denken, en dan lees ik hier dat hij bij deze film assistent-regisseur was en zelfs in de film is te spotten. Op de eerste pagina van dat forum kan je trouwens veel informatie over deze film vinden. Ik heb de theatrale versie van 112 minuten gezien van Kadokawa met nieuwe custom subs. Er is ook nog een director's cut van 130 minuten, die een jaar later in 1982 is uitgebracht.
Shangri-La Suite (2016)
Alternatieve titel: Kill the King
Leuke mislukking. De film moet het vooral hebben van de muzikale 'intermezzo's', daartussenin heeft het te weinig te bieden. Net als een andere kijker zag ik vooral duidelijke invloeden van Wes Anderson, Vincent Gallo en Badlands. Tof old school gemaakt als een mooi eerbetoon aan vervlogen tijden, inclusief alle clichés, maar het wilde mij niet zo pakken als je zou mogen verwachten. Daarvoor mist het toch vooral eigenzinnigheid of een interessanter plotverloop.
Shi Hun (2013)
Alternatieve titel: Soul
Hehe, ik dacht al dat dit echt iets voor jou zou zijn, Onderhond. Zelf had ik graag een hoger cijfer willen geven (zit ongeveer op 3,75*), maar ik vond het wat onevenwichtig. De opening vond ik bijvoorbeeld fantastisch, beetje zo'n Enemy (2013) sfeertje met van die gespiegelde gangen. Later krijg je ook enkele experimentele trippy stukjes met cool gebruik van licht. Verder mooie mistige bosserige beelden, fijne moody soundtrack, enkele verrassende wendingen. Maar ik vond het overal op de een of andere manier niet helemaal lekker werken. Wel had ik na afloop meteen zin om de film weer op te zetten. Het sfeertje zou je misschien kunnen vergelijken met Invisible Waves (2006). De vorige films van Chung staan al een hele tijd op de lijst, maar vooral Di Si Zhang Hua (2010) wil ik wel in goede kwaliteit zien. Tsai regular Shiang-chyi Chen herkende ik in eerste instantie hier trouwens niet, terwijl ik wist dat ze erin speelde. Opeens een stuk verouderd, zo lijkt het.
Shokei Yugi (1979)
Alternatieve titel: The Execution Game
Cool drieluik deze 'Game trilogie' van Murakawa met Matsuda als onverzettelijke einzelgänger. Dit laatste deel is zelfs het beste wat mij betreft. Meer beheerst en evenwichtig dan het eerste deel en plottechnisch wat sterker dan het tweede deel. De iets langere speelduur breekt gelukkig ook niet op.
Matsuda speelt in deze trilogie tegelijk een misogyne klootzak en een ridderlijke goedzak. Hij kon wel op mijn sympathie rekenen. Met name in het eerste deel komt zijn personage mooi naar voren. De shootouts worden gekenmerkt door lange handheldtakes en theatrale zwanenzangen. Totaal niet geloofwaardig verder, maar dat mag de pret niet drukken. Ik heb in ieder geval niet geteld door hoeveel pakken solist Matsuda wel niet een fatale kogel heeft weten te jassen.
Dialoog zal met name in het eerste deel hoogstens voor een kwart synchroon lopen, dus daar moet je wel enigszins tegen kunnen. De vuistslagen worden ook begeleid door heerlijke foute effecten. Visueel is het allemaal dik in orde te noemen. Zeer constant over de trilogie, maar ook fijn afwisselend binnen de films zelf. Muziek is ook super en in - ik meen - het tweede deel zit een geniaal melancholisch nummer dat het zeker goed zou moeten doen in de karaoke bar. Eens kijken of ik daar de titel van kan achterhalen.
Shûen (1964)
Alternatieve titel: The Flame of Devotion
Deze film van Kurahara zit waarschijnlijk tussen klassiek Japans en new wave werk in. Ondanks de melodramatische insteek en de misschien niet al te uitdagende inhoud wordt het eigenlijk nooit oppervlakkig. We schieten pijlsnel (relatief dan) door de dagen voor de Tweede Wereldoorlog heen en veel aandacht aan de opbloeiende romance wordt niet besteed. Een beetje jammer, maar de focus ligt duidelijk op de volgende twee delen. Het deel van de hereniging staat in het licht van de relatie en hier wordt als het ware goedgemaakt wat in het eerste deel uitbleef. De naderende tweede oproep voor Takuji weet dit geluk een mooie noodlottige lading mee te geven. Meerdere mystiek geschoten scènes weten de gemoedstoestand van Kiyono perfect te vangen en de film is op zijn best als Kurahara zich visueel uitleeft. Hij toont daarbij talloze culturele gebruiken en schets een mentaliteit om de relatie en de rol van man en vrouw in een breder perspectief te plaatsen. Het einde had denk ik alleen wel baat gehad bij een meer verstild en ingetogen uitwerking, want de bombastische muziek zit hier toch in de weg, vooral ook omdat het einde ons al bekend is gemaakt in de intro. Het begin en het einde worden verder gekenmerkt door veelvuldig gebruik van overlay, waar ik niet altijd fan van ben, maar in zijn consequentheid hier wel aardig werkt.
Shura (1971)
Alternatieve titel: Demons
Inderdaad nogal een donkere film, letterlijk, want bijna alles speelt zich binnenshuis in donkere kamertjes af of buiten in de nacht. Geen enkele keer weet het daglicht te verschijnen, op een kleurfragment van een ondergaande zon in het begin na. De wat zwakke dvd zorgt er dan voor dat je soms wel erg weinig ziet. Nogal een contrast met de film die ik voor deze zag: Yabu no Naka no Kuroneko (1968), met perfecte belichting en een blu-ray release van Criterion. Overal maakt deze Shura echter wel meer indruk. Kuroneko is prachtig geschoten, maar in alle opzichten ook conventioneler. Shura kent een vrij standaard uitgangspunt dat sterk uitgewerkt wordt met veel verrassende wendingen (wat zombie in het eerste bericht dus al zegt). Zit allemaal best ingenieus in elkaar, met zelfs een plottwist op het einde. Kan niet zeggen dat de film heel duister van toon is, over de hele film zit toch wel een zwartkomische laag, behalve bij het doden van de baby. Hier voel je dat Gengobe te ver gaat en inderdaad bezeten lijkt. Veel bloed van bijpersonages vloeit door het verhaal heen, en dit wordt lekker expliciet en overdreven getoond. Zitten ook geslaagde vormexperimenten in, zoals een gesprek tussen twee personen die tegenover elkaar lijken te zitten, maar dat horizontaal (met rijders) in beeld wordt gebracht. Of de mannetjes met lampionnen die Gengobe achtervolgen, waarbij enkel de schimmen te zien zijn. Ook veel gespeel met werkelijkheid, herhalingen en shots die het decor verraden. Al met al een boeiende zit, zonder enig moment van verveling. Het einde is met name zeer sterk. Zit denk ik ergens tussen de 4* en 4.5* in.
Si Jolie Petite Plage, Une (1949)
Alternatieve titel: Riptide
Wat een ongelofelijk krachtig eindshot, wow.
In de Tarr referentie kan ik volledig komen. Moest er ook aan denken, al weet ik niet in hoeverre dat komt doordat ik onbewust beavis' comment de film mee in had genomen. Het euvel bij films uit deze tijd is voor mij bijna altijd de montage. Zo ook hier, al is het maar bij enkele momenten echt storend. Daarnaast had er wat mij betreft wat meer tijd uitgetrokken mogen worden voor het (eenzijdige) spel tussen Fred en Pierre. Verder ontzettend sfeervol allemaal, deze melancholische beschouwing.
Van Carné en andere Frans poëtisch realisten mag ik overigens ook wel spoedig wat gaan zien.
Silver Bullets (2011)
Grotendeels eens met Meneer Bungel, maar kon er wat meer mee. De muziek van The Orange Mighty Trio vond ik een gouden zet. Het is misschien wat makkelijk, en verbloemt wellicht dat de film niet zoveel voorstelt, maar toch. Iets wordt al snel een horror genoemd, en dit is ook zeker geen horrorfilm. Naast dat het weer gaat over relaties en toekomstverwachtingen e.d., gaat het hier vooral over het medium film. Silver Bullets komt ook letterlijk terug in de film, bij een interview met een journalist (dit is regisseur Antonio Campos). De acteurs spelen bijna zichzelf, zoals Ti West die hier ook een horrorregisseur speelt die het niet om de gore doet. Swanberg himself heeft een wat vervelende rol als licht depressieve filmregisseur. Hij speelt meestal in zijn eigen films, maar dit was pas mijn eerste van hem, dus geen idee of hij ook weleens sympathieke rollen vertolkt. Kate Lyn Sheil is wederom erg fijn, met name door haar mooie ogen, waarschijnlijk. Amy Seimetz heeft eigenlijk niet zoveel te doen. Het stuk in spoilers bij MB is zeker het hoogtepunt (die vinylplaat wil ik ook!), had alleen wel wat explicieter gemogen van mij. Daarna terug naar 'de realiteit' in een epiloog, en vervolgens een merkwaardige sluiting, waar de klassieke muziek van TOMT terugkeert. Inderdaad wisselvallig, maar best wel een beetje bijzonder en geen onvoldoende waard voor mij. Twijfel nog tussen 3* en 3.5*.
Skate Kitchen (2018)
Ik doe er nog een halfje bij wegens de hoge gunfactor (een nietszeggend vaag begrip om mijn cijfer-uitdeel-onkunde te verhullen).
Fijn om een film met conflicten te zien (die weliswaar aan de voorspelbare en geforceerde kant zijn), maar zonder oordeel en cynisme. Neem alleen al hoe het de verbindende sociale kant van sociale media laat zien. De enige negatieve uiting is louter een voortzetting van een bestaand (straat)conflict. Moselle zorgt ervoor dat je het gevoel krijgt bij Camille en haar vrienden te (willen) zijn. Camille is een beperkt en tegelijk sterk uitgewerkt personage. Daarmee bedoel ik dat veel wordt weggelaten, voornamelijk op het gebied van haar verleden (school en vrienden?) en haar toekomst (nergens krijg je een idee van hoe ze hierover denkt). Het is zomer(vakantie) en waarschijnlijk heeft ze haar high school diploma behaald (ze is net achttien geworden). Haar personage wordt in het nu echter enorm invoelbaar; haar gevoelens, identiteit, seksualiteit. In dat opzicht vergelijkbaar met jaargenoten als Eighth Grade en Madeline's Madeline. Vooral Camille's thuissituatie met gescheiden ouders (eigenlijk het enige wat we over haar verleden via een gesprek met vriendin Janay krijgen te weten) wordt mooi verbonden met conflicterende (schuld)gevoelens en de worsteling met haar zelfbeeld en identiteit. Ik denk dat de keuze van Moselle en de andere scriptschrijvers om verleden en toekomst vrijwel geheel uit te sluiten bijdraagt aan het zo puur mogelijk neerzetten van de belevingswereld van Camille.
De gebezigde taal en gedragen mode zorgen ook voor een mooi tijdsdocument van een hippe jeugd(sub)cultuur, die ik waardeer, maar helaas nooit zelf deel van ben geweest of zal worden. Wat ik eerder las over de spontane ontstaansgeschiedenis en authentieke aanpak van dit project is zeker in de uitwerking te zien. Met Nico Leunen achter de montagetafel wordt de intuïtieve cinematografie bovendien voorzien van een fluïde dromerige sfeer die niettemin gegrond blijft in naturel realisme. De soundtrack is voortreffelijk, zowel de reeds bestaande nummers als de voor de film gecomponeerde muziek. Het zorgt voor momenten van beroering en euforie.
De magie van een American Honey heeft Skate Kitchen inderdaad niet, maar toch wel die van een Beach Rats of die van de zojuist aangehaalde vergelijkingen.
Slumming (2006)
Weer een Oostenrijkse cineast ontdekt, samen met Geyrhalter iemand waar ik echt zin heb om de documentaires van te kijken. Goed, eerst deze speelfilm bekeken, die makkelijk was te verkrijgen.
Wel zo'n beetje wat ik er van had verwacht. Misschien iets vlotter en minder strak dan gehoopt (met name in het begin), maar uiteindelijk wist hij toch wel te betoveren. De soundtrack klonk eerst als achterhaalde goedkope elektronische prut, maar wist zich later te herpakken met drie ijzersterke hoofdthema's. Door deze muziek wordt het drama en de komedie voor mijn gevoel heel goed gecombineerd. Anders blijft het meer een droogkomisch geval, en nu krijgt het zo'n fijn melancholisch laagje. Hoewel ik het altijd heerlijk vind om naar andermans misère te kijken, vond ik het een geniale vondst dat het dumpen van Kallmann in Tsjechië juist zijn leven in positieve zin deed veranderen. Uiteindelijk is de film dus minder donker van aard dan je zou verwachten. Daarnaast is het ontsnappen aan Wenen in Jakarta kort maar (ja hoor) zeer krachtig. Eens met Mr. Bungel over de muziek aldaar, en ook leuk hoe twee locals over Sebastian beginnen te praten, met een knipoog naar wat Alex en Sebastian normaliter op een woensdagavond doen. En ja, ik heb een enorm zwak voor Oostenrijks dialect, vooral als er zo lekker driftig getierd wordt, wat Kallmann gelukkig niet naliet
.
Deed mij heel erg denken aan Naked van Leigh, maar dan op z'n Oostenrijks.
Song to Song (2017)
McSavah, ga jij nog een poging wagen om de negativiteit en reserves alhier van tafel te vegen? Of zeg je: 'Parels voor de zwijnen'?
Ha, ik kan me grotendeels wel in jouw stukje vinden. Ben het er alleen niet mee eens dat de religieuze toets naar de achtergrond is gedrongen. Malick behandelt weer veel van dezelfde thema's uit zijn vorige films en doet daarin niets nieuws (geen probleem wat mij betreft, zijn sterk autobiografische films - vooral van na The Tree of Life - behandelen eigenlijk dezelfde vragen en vertellen hetzelfde verhaal van mensen op zoek naar verlossing). Maar vooral de kritiek of observatie dat de focus in Song to Song puur op de menselijke liefdesrelatie ligt is wat mij betreft of het punt missen of het niet goed verwoorden (dat laatste lijkt me het meest waarschijnlijke).
Naast voor de hand liggende allusies naar Adam en Eva, Faust en het Hooglied, lijkt deze film vooral te gaan over de representatie van het goddelijke beeld in de mens. De personages kunnen pas dit goddelijke beeld in elkaar zien en dus werkelijk van elkaar houden wanneer ze de andere christelijke deugden bezitten. BV - door toenadering tot zijn zieke vader te zoeken en uiteindelijk een 'eenvoudiger' leven te gaan leiden door van baan en omgeving te veranderen - en Faye komen op het eind wel tot deze 'goddelijke' (en onschuldige - of naïeve voor de cynici) liefde, terwijl Rhonda de omgekeerde weg bewandelt onder invloed van de duivel Cook. Dit wordt inderdaad allemaal vrij direct in de film naar voren gebracht (zo citeert Faye William Blake's The Divine Image), maar plat zou ik het niet noemen. Volgens mij is Knight of Cups ook redelijk direct wat dat betreft? De wereld wil bedrogen worden, maar Malick draait er niet omheen (dat doet Lubezki wel voor hem).
Ik vind het vooral jammer dat de (pop)muziek niet luider in de mix is gezet, wat al meteen opvalt bij Die Antwoord. Verder vind ik de film in stijl en vorm toch ook niet helemaal een herhaling van zetten. De montage kwam me hier nog weer een stap radicaler over in de zin dat het nog meer heen en weer springt in tijd/plaats/acteurs zonder dat het ten koste gaat van de flow. Wel voelt de film juist door dat springerige wat monotoner aan dan Malick's vorige films, wellicht doordat er minder naar climaxen middels aanzwellende muziek wordt toegewerkt. Ook blijf ik zijn gebruik van lo-fi beelden niet effectief genoeg vinden en ontgaat mij daar regelmatig de esthetische/inhoudelijk functie van.
Ook zit in Song to Song volgens mij juist veel alledaagsheid en heb ik nog nooit zoveel humor en luchtigheid in een film van Malick gezien (Badlands wellicht daargelaten). De acteurs dragen zeker bij aan deze speelsheid, want met name Gosling brengt iets wat Affleck en Bale nooit zouden kunnen, maar ook Fassbender leeft zich uit en kijkt bijvoorbeeld ergens in het begin zelfs recht in de camera (volgens mij zonder dat de camera een persoon moet voorstellen, leek meer een spontaan moment te zijn). Vind Song to Song daarom misschien ook iets zelfbewuster (zonder een parodie van zichzelf te worden, wat sommige recensenten al vanaf To the Wonder beweren). Of wanneer Faye, tegen BV aan de piano, zegt: Go slower, it's a love story. Ironie?
Ook ik twijfel tijdens het kijken in de beste katholieke traditie of ik Malick's stijl en bespiegelingen nou geniaal of onzinnig vind, maar uiteindelijk komen zijn films toch altijd op hun pootjes terecht. Zeker, niet alles werkt, maar dat lijkt me vrijwel inherent aan zijn filmstijl, en ik kan zijn films bijna eindeloos herzien om te kijken wat ik er deze keer weer van vind. Nee, saai wordt het voor mij nooit. 
Songs My Brothers Taught Me (2015)
Hoe jammer is die (eind)narratie? Totaal overbodig en ongepast. 'Iemand' vergeleek de voice-over met die in Malick's films, maar 1) Malick sluit nooit af met een monoloog (en gebruikt het gedurende de film, niet alleen bij de opening en het slot), 2) de voice-over is bij Malick associatief en zoekend van aard en niet grotendeels verhalend zoals hier, 3) de muziek bij Malick is wonderlijk en grandioos, niet melodramatisch (wat het helemaal wordt met de voice-over op het eind erbij, zonder voice-over werkt de muziek nog net wel). Nee, dit einde leek meer op een eindmontage van een moralistische sitcom. De rest van de film is inderdaad wel iets als Minervini + Malick. Zonde.
Sorcerer (1977)
Alternatieve titel: Wages of Fear
Goh, wist helemaal niet dat dit een remake was (althans op dezelfde roman gebaseerd). Le salaire de la peur zag ik een goede tien jaar geleden en heb ik denk ik te laag gewaardeerd als ik daar nu weer wat beelden van zie. En blijkbaar had ik die ook al eerder op mijn te herzien-lijstje gezet. Maar doordat ik dit niet wist vond ik de aanloop (die ik nu niet als aanloop ervoer) juist ook heel intrigerend. Heerlijke broeierige doem, met indrukwekkende cinematografie. En het einde is geweldig. Alleen de hallucinatie-scène werkte niet echt nee.
Sorekara (1985)
Alternatieve titel: And Then
Tijdens het kijken schoten twee referenties meermaals te binnen: Kokoro (1973) - of het meer geziene (maar niet door mij) Kokoro (1955) - en Kar Wai Wong. Laat Kokoro net gebaseerd zijn op een boek van dezelfde schrijver als deze Sorekara (Natsume Soseki) en laat Shigeru Umebayashi hier de score voor zijn rekening hebben genomen, de man achter onder meer het sensationele Yumeji's Theme gebruikt in Fa Yeung Nin Wa (2000). De muziek is hier overigens ook fenomenaal, een van de beste scores die ik tot nog toe ben tegengekomen. En hoewel deze film een stuk trager, statischer en misschien ook stoffiger en minder sensueel is dan Kar Wai Wong, zou je dit bijna In the Mood for Love geregisseerd door iemand als Yasujirô Ozu kunnen noemen, hoewel hier wel veel langzame pans en tilts en zo inzitten en weinig tot geen tatami-perspectief en aanverwante Ozu signature shots. De Ozu associatie komt vooral door de aanwezigheid van Ozu regular Chishû Ryû, die hier daadwerkelijk oud is, zo'n veertig jaar nadat hij al opa's had gespeeld. Terwijl daarnaast inhoudelijk ook overeenkomsten liggen; Chishû Ryû heeft volgens mij wel vaker iemand getracht te laten trouwen en probeert dat hier wederom. Tja, films als deze kan je waarschijnlijk aan iedere bekwame Japanse cineast overlaten. Het is in ieder geval klassiek geschoten, maar met de toevoeging van enkele bijzondere shots door de camera inventief te gebruiken (dat vervoer telkens!) en romantische en melancholische flashbacks met gefixeerde personages zoals ongeveer in L'Immortelle (1963) of een meer vergezochte associatie met het hoffelijk poserende pasgetrouwde stel in The Tree of Life (2011). Ook wordt soms iets gezegd over de (sociale) verhoudingen en de emotionele staat binnen een gesprek middels een licht vervormde lens en slimme camerahoek.
Om verder te gaan met Kar Wai doet ook de protagonist hier denken aan Tony Chiu Wai Leung, wat vooral mooi naar voren komt in de charismatische dronken dansjes in het bordeel. Deze aristocratische flierefluiter verschilt van zijn evenknieën van bijvoorbeeld de Indiase cinema, zoals in de films van Satyajit Ray of Adoor Gopalakrishnan, doordat hij niet het mikpunt van spot is in een ontleding van de aristocratische klasse, maar eerder een held die ondanks zijn voor de buitenwereld beschamend jaloersmakende positie een eigen koers blijft varen waar wij sympathie voor kunnen opbrengen.
Met het strooien van zulke namen en titels schep ik natuurlijk veel te hoge verwachtingen, want zo goed is het ook weer niet. Met name de lang aangehouden shots/scènes tegen het einde beginnen wat te slepen, wanneer ook eindelijk de bevrijdende woorden zijn gesproken die de hele tijd al zaten te borrelen en waar ook de onderhuidse spanning aan te danken was. Dan verliest de film toch wat aan kracht (de stemverheffingen komen bijvoorbeeld niet hard genoeg aan), maar gelukkig pakt het eindshot je weer in zijn onbestemde maar tegelijk zeer vastberaden karakter. Ook zijn de locaties/sets en het kleurgebruik niet van een dusdanig niveau om de film nog hoger te scoren en had het over de gehele linie toch een stuk strakker geschoten kunnen worden. In ieder geval een fijne genuanceerde vertelling over de individu en zijn sociale context waarin spijt en berouw door gebrek aan moed en daadkracht (wellicht) overheersen, maar waar een nieuw soort dapperheid voor in de plaats komt en waarbij de muziek en de wat meer experimentele scènes de film naar een hoger plan weten te tillen.
Sou Suo (2012)
Alternatieve titel: Caught in the Web
De negatieve recensies zijn wel begrijpelijk en ik weet zelf ook niet exact waarom hij bij mij wel aanslaat. Het is de hele tijd zoeken naar een toon en pas tegen het einde aan lijkt deze te zijn gevonden. Het is een ambivalente film zonder de tegenstellingen en conflicten sterk te benadrukken, of zo. Misschien is ambigu wat dat betreft een betere omschrijving.
Ik vind het dan ook geen geschikte Oscarinzending (de film heeft ook niet gescoord verder, wat ook aan andere aspecten kan liggen), ondanks dat de cinematografie wel wat Amerikaans aandoet. Aan de ene kant wordt geen enkel karakter veroordeeld (de onderbelichte tweede secretaresse als spil wordt met een vette smile neergezet) en aan de andere kant zijn er ook geen echte helden. Misschien dat de fotograaf en uiteindelijk Ye Lanqiu wel zo gezien kunnen worden doordat zij meer tegen de stroom ingaan, maar dit wordt ook vrij voorzichtig gebracht. Ik kan het ook niet eens zijn met het idee dat in plaats van de karakters de technologie de grote boosdoener is. Volgens mij wordt nooit uit het oog verloren dat het altijd op een wisselwerking berust, ondanks dat geruchten en nieuws nu makkelijker worden geamplificeerd. Het is vooral chaotischer en sneller geworden, maar dit is niet enkel een negatieve kritiek; men kan publieke opinie en onwaarheden ook makkelijker herstellen. Kaige Chen wilt ons misschien zeggen niet meteen een oordeel klaar te hebben, maar dit wordt nergens vervelend of drammerig gebracht. Dit is denk ik vooral te danken aan de diffuse focus en het eerder aangehaalde ambigue karakter.
Stilistisch werkt de film vooral door het hoge tempo met veel snijwerk. Op het einde werken enkele langere shots ook erg mooi. Vind het wel wat gelijkend aan Love in a Puff/Love in the Buff, iets minder los en minder sterk kleurgebruik en wat meer richting Hollywood, maar daardoor ook wat consistenter en nooit slepend. Soundtrack wisselt met de inhoud mee tussen luchtig en dramatisch, al wilde het gelukkig ook nog weleens meer tegenover de inhoud staan. De luchtigheid is over het algemeen vrij vreemd verweven in het redelijk serieuze verhaal. Het is dus lastig een toon te vinden, maar ik vind het verrassend goed werken in het vormen van een chaotische en ambigue schets van de moderne Chinese maatschappij.
Souffle au Coeur, Le (1971)
Alternatieve titel: Murmur of the Heart
Maar die incestscène is wel uniek. Gevoelig gefilmd, waardoor het ook niet overkomt alsof het er maar ingestopt is voor wat sensatie. Of het echt zo'n positieve ervaring is weet ik niet, maar de film weet in ieder geval goed over te brengen hoe het zover komt en waarom het nodig was.
Op welke manier kan zo'n ervaring ooit positief zijn?? Vind het vrij bizar hoe deze scène wordt goedgepraat en zelfs wordt geprezen. Ik had er misschien zelfs minder moeite mee gehad als het wél ranzig in beeld zou zijn gebracht (het wordt nu eigenlijk helemaal niet getoond), maar vooral als het vervolgens niet zou zijn weggelachen. Echter had de hele scène wij mij betreft mogen worden weggelaten.
Nu ben ik niet zozeer van de moralistische films - zie ze over het algemeen graag meer ambigu - maar deze film lijkt toch echt een pro-incest insteek te hebben, en daar heb ik heel veel moeite mee. En als dat overdreven is, wordt het op zijn minst gepresenteerd als iets wat gewoon kan gebeuren; c'est la vie. De hele functie van de scène ontgaat me eigenlijk ook. Choquerend is het niet en voor het verhaal is het overbodig en ridicuul. De suggestieve scènes eraan voorafgaand zijn toch afdoende om die inhoudelijke laag te dekken? Om vervolgens tot een daadwerkelijke daad over te gaan is debiel en gratuit. Helemaal als het daarna nog eens met de mantel der liefde wordt bedekt. Om het slotstuk als absurd te zien werkt ook niet voor mij, daarvoor komt de absurditeit toch te weinig naar voren, zowel daar als in de rest van de film.
Het kan zijn dat ik de film niet helemaal goed aanvoel/interpreteer, want verder zitten er wel veel fijne andere scènes in. Al is Laurent vaak onuitstaanbaar, wat soms juist werkt maar regelmatig ook irriteert. Daarnaast is hij me te veel gemodelleerd naar een hip jaren 60/70 joch, waardoor het allemaal wat geforceerd en ongeloofwaardig overkomt. Met die Hubert heeft Malle overigens een nóg irritanter personage weten te creëren haha, maar dat was vooral komisch. Als (absurde) komedie had het allemaal nog wel leuk kunnen werken, maar de film is voor het grootste gedeelte meer luchtig dan komisch en absurd en is me te serieus om het slotstuk te accepteren.
Wel goed dat Malle in deze film de geestelijke viespeuken aanpakt in de vorm van de handtastelijke Lonsdale, alleen jammer dat hij zichzelf ook tot een dergelijk niveau verlaagt. Met de talloze pedofilietoespelingen in Zazie had ik trouwens geen moeite. Hoewel merkwaardig, is daar verder geen sprake van goedkeuring of verheerlijking of zo. Maar misschien moet ik wat lezen over Malle en zijn jeugd...
Sound of Fury, The (1950)
Alternatieve titel: Try and Get Me
Nogal onsubtiel, prekerig en beknopt uitgewerkt. Het personage van Renzo Cesana kon echt niet. Al is het sowieso allemaal redelijk pulpig. Het slotstuk is best indrukwekkend, maar komt te veel uit het niets waardoor het te weinig realistisch aandoet. Sterk gefilmd wel met onder meer veel Dutch angles en andere shots die spelen met het perspectief.
Spring Breakers (2012)
Ook eindelijk gezien 
Afgaande op de berichten hier verwachtte ik een nogal andere 'eerste helft'. Zoveel gefeest zit er helemaal niet in, al heb ik daar ook absoluut geen problemen mee. Dat gedeelte, dus zo ongeveer tot de bailout, is bij mij eigenlijk favoriet. Hoe bijvoorbeeld de campus met enkele opeenvolgende (grainy
) shots wordt geïntroduceerd is werkelijk fenomenaal. Ozu zou jaloers zijn. Dat college ook met al die laptops met natuurlijk een roze presentatie
. De slow-mo waarmee wordt geopend zet ook al meteen de juiste toon. Humor en stijl, maar met een vreemdsoortige ondertoon die moeilijk valt te beschrijven. Wellicht voor dat wat nog komen gaat. De muziek is toch wel een groot pluspunt. Alle nummers worden op de juist momenten ingezet en zijn gewoon enorm lekker, veelal instrumentaal. Helaas liet het geluid in de bioscoop nogal te wensen over, waardoor ik niet optimaal erin kon komen en niet de juiste beleving meekreeg. De nummers van Martinez kwamen nauwelijks door, maar ook de feestnummers moesten veeeel luider. Volgende keer wat dat betreft een betere setting uitkiezen.
Verder is het meeste wel gezegd. Kleurgebruik, editing, het gespeel met focus, het losse camerawerk, allemaal even prachtig. Favoriete scènes zijn waarschijnlijk de overval (en het naspelen ervan), het dominantie spelletje en Everytime. Voor de rol van Franco vreesde ik een beetje, maar gelukkig stelt ook hij niet teleur. Geflipt personage, maar wel met een trieste ondertoon. De dames groeien steeds meer in de film heb ik het idee. In het begin kreeg ik het gevoel dat het nog niet oprecht was, waarschijnlijk mede door keuzes in het script. De aanloop naar bepaalde events is wat geforceerd en houterig, maar eenmaal daaroverheen gestapt lijkt alles vanzelf te gaan, en krijg je inderdaad 'vloeibare' cinema. Nog een minpuntje vond ik de voice-overs die voor mijn gevoel weinig bijdroegen. Had gehoopt dat deze een extra dimensie aan de film zouden geven, maar het was eigenlijk steeds hetzelfde ironische commentaar.
Benieuwd hoe de tweede kijkbeurt gaat uitpakken!
Streets of Fire (1984)
Die momenten met muziek en elliptische montage zijn echt fantastisch. Sowieso onderscheidt de film zich door de heerlijke soundtrack en in mindere mate de editing. Verder ook mooi geschoten en het zwakke acteerwerk en de foute dialogen maken het alleen maar leuker. Ondanks de muziek ook ergens wel een Carpenter sfeertje. Plot is behoorlijk uitgekleed en had meer mee kunnen worden gedaan maar verder fijn hoor.
Sueñan los Androides (2014)
Alternatieve titel: Androids Dream
Een homoseksuele kosmische drugskoerier en bevriend gezin worden op aarde een voor een omgelegd. Een toekomstbeeld (Sueñan los Androides) waar de nostalgie van het inmiddels archaïsche aardse leven wordt gevierd.
Sukhodol (2011)
Alternatieve titel: The Dry Valley
Geweldig mooi geschoten film. Schilderachtig, maar met moderne trekjes. Ik was blij dat het door de droge humor nooit te gewichtig wordt. Hier vindt het de perfecte balans in. Helaas duurt de film alleen te kort, het einde kwam voor mij ook nogal onverwachts. Dit is echt een film die van mij meer dan twee uur mag duren. Het tempo had wat lager kunnen liggen, maar op zich vond ik het ritme toch wel erg aangenaam na een tijdje. Jammer genoeg is er dus niet voor gekozen om het wat verder uit te diepen en de kijker meer tijd te geven om alles in zich op te nemen. Verder is het toch zeker een aanrader.
