Meningen
Hier kun je zien welke berichten McSavah als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Tales from the Dark 1 (2013)
Ja, dit was erg fijn. Weinig aan toe te voegen. Zeker een geweldig debuut van Yam (het segment Stolen Goods). Sterke stilering en editing inderdaad. Vond het tweede filmpje (A Word in the Palm) alleen wel een stuk minder. Vooral een lelijkere, goedkopere look (door de overbelichting denk ik). Gelukkig wel een aantal toffe momenten en wat aardige angels, en af en toe ziet het er ook wel gewoon goed uit. Het derde segment (Jing Zhe) kan wat mij betreft weer bijna tippen aan die van Yam. Sfeervol geschoten (speelt zich ook vrijwel geheel in de avond/nacht af) en een paar geinige kills. Minpuntje is dat het iets te melodramatisch wordt naar het einde toe.
De muziek wordt overigens de gehele speelduur verzorgd door Kenji Kawai.
Stolen Goods: 4,25*
A Word in the Palm: 3*
Jing Zhe: 4*
Dat maakt 3,75* oftewel een 7,5. Altijd lastig waarnaar af te ronden. Met mijn 4* is het gemiddelde voorlopig 3.75*, dus dat is wel een mooie deal.
Hopelijk is 2 nog een tikkeltje beter.
Tanta Agua (2013)
Alternatieve titel: So Much Water
Prachtige kleine en intieme film. Gebeurt weinig opzienbarends, en wat gebeurt is eigenlijk redelijk voorspelbaar (of is herkenbaar het betere woord?), maar het voelt allemaal zo natuurlijk en oprecht aan dat daar helemaal niks mis mee is. De chemie tussen vader en dochter is vooral enorm sterk. Spelen heel naturel en vond het mede daardoor erg sympathieke personages. Vroeg me ergens halverwege af waarom ik zo lekker in de film zat, en naast net genoemde zaken dacht ik dat dat kwam doordat het ritme echt perfect aanvoelde. Had van mij nog wel een paar uur langer door mogen gaan, en dat is vrij opmerkelijk voor een film als deze. Je zou zeggen dat het gegeven van een verregende vakantie uitnodigt tot veel spot en leedvermaak, maar de humor is meer feelgood van aard en draagt bij aan het waarderen van de personages. De verschillende scènes bij het zwembad zijn mogelijk het fijnst, en daar eindigt het dan ook zeer krachtig met - hoe toepasselijk - Stormy Weather van Pixies.
Taxidi sta Kithira (1984)
Alternatieve titel: Voyage to Cythera
Wederom een prachtige film van Angelopoulos. De scheidslijn tussen werkelijkheid en fictie is hier zo dun dat het bijna niet opvalt, wat een heerlijk dromerige sfeer oplevert. Het middenstuk leek zich op een gegeven moment wat voort te slepen, maar de laatste pakweg drie kwartier waren gewoonweg geweldig. Het camerawerk is ook hier weer typisch Angelopoulos, de hele film wat dat betreft. De muziek van Karaindrou is bovendien wonderschoon, evenals het laatste shot. Wordt tijd voor een box set met Engelse ondertiteling van deze Griekse meester.
Terasu Nite (2016)
Alternatieve titel: At the Terrace
Dit zijn nog eens titels die de lading dekken. De mix van subtiel ongemak en meer theatrale uitspattingen werkt opvallend goed. Heel fijn geschoten en met een strakke 'choreografie'. Grote aanrader!
Things of the Aimless Wanderer (2015)
Misschien wel de meeste aangename verrassing voor mij dit IFFR! Tijdens het kijken had ik al het vermoeden dat de regisseur een echte cinefiel moest zijn, en dit werd later in de Q&A ook bevestigd, net als dat hij vooral een autodidact is en ik meen in Engeland in aanraking is gekomen met camera's voor het maken van reportages of iets dergelijks. Daarvoor had hij twee jaar rechten gestudeerd, maar dit niet afgemaakt. De interviewster kwam zelf (uiteraard) met Lynch aanzetten - en als serieuze cinefiel waardeer je Lynch natuurlijk ook - maar hij leek niet zijn voornaamste inspiratiebron te zijn. Zijn Lynch favorieten waren in ieder geval Inland Empire en Lost Highway (minus de muziek - de experimentele soundtrack van Things of the Aimless Wanderer getuigt in ieder geval van goede smaak). Zelf kwam hij aanzetten met - ik meen - Bodysong (2003) en Sans Soleil (1983) als voornaamste inspiraties, al ging dat dacht ik vooral over de relatie tussen geluid en beeld. De soundtrack is hier in ieder geval heel erg belangrijk. Het duurt lang voordat er wordt gesproken en later vooral via voice-over.
Net als bij veel andere films dit IFFR kreeg ik de hoop op een meesterwerk, maar uiteindelijk vond ik de film iets te expliciet gepolitiseerd, met name het einde. Voor mij had de filmervaring beter gewerkt als de regisseur minder nadrukkelijk dit in de film naar voren had gebracht. Qua structuur kan je het zoeken in de hoek van de recente Thaise indies (die ook graag films met tussentitels structuren) of bijvoorbeeld bij een Miguel Gomes. Ik zou hem waarschijnlijk ook kunnen toevoegen aan mijn fysieke zintuiglijke cinema lijstje, niet in de laatste plaats door de manier waarop de seksscènes zijn geschoten, maar de film is ook vaak juist heel rustig elegant gefilmd met mooie lange shots erin. In het begin zit ook een prachtig soort Claire Denis momentje met fenomenale montage. Een minder moment is als de geluidsman met zijn boom de hele tijd vol in de autospiegel van de Britse blanke man is te zien. Ik dacht bijna dat het opzettelijk was omdat het zo erg opviel, maar dat zou weer niet echt in de context van de film zijn te plaatsen. Vond het wat banaal om het de regisseur te vragen, maar nu toch een beetje spijt van.
Kivu Ruhorahoza blijf ik in ieder geval nauwlettend volgen en ik ga zijn vorige film, Matière Grise, ook binnenkort eens kijken.
Tiantang Jiaoluo (2014)
Alternatieve titel: A Corner of Heaven
Inderdaad valt hier veel op aan te merken. Het 'acteren' van de locals die beschikbaar waren is rampzalig. De kinderen en opa kunnen er werkelijk helemaal niks van. De situaties waar het jochie in beland zijn ook te knullig uitgewerkt, al was het komische effect vaak wel intentioneel denk ik, net zoals het in de camera kijken ook intentioneel is (maar dat maakte de film er niet beter op). Slow motion wordt verder belachelijk gebruikt. Voegt niks toe en maakt het alleen maar opzichtig en zorgt vooral voor een schaterlach (fast motion is wel leuk gebruikt wat mij betreft). De mooifilmerij wordt ook te ver doorgevoerd. Het tegen de zon in filmen met de nodige lens flares ten gevolg zorgt voor een zelfde soort opzichtigheid.
Toch wordt een hoop ook goed gedaan, nou ja vooral in cinematografisch opzicht dan. Hoewel de beeldkwaliteit niet al te best is met bijeffecten als combing vind ik het overgrote gedeelte érg mooi geschoten. De IFFR-site maakt ook al de vergelijking, maar de combinatie van de steadicam met zwart/wit fotografie van desolate mistige landschappen heeft inderdaad het nodige weg van Trudno Byt Bogom (2013), die vorig jaar op het IFFR draaide. Met name in het begin werkt dit geweldig met nog een aardige score eroverheen. Mooi is ook de tegenstelling tot het eerste en het tweede uitzicht over het industriestadje, van hoopvol naar teleurgesteld. De vuurwerkscène vond ik daarnaast erg fraai gedaan. Zo'n dansscène op het plein moet eigenlijk ook een hoogtepuntje zijn, maar die wordt dan weer tenietgedaan door de slow motion, waardoor het weer lachsalvo's oplevert in plaats van je melancholisch mee te voeren. De opiumtuin is ook weer een voorbeeld van hoe Zhang door te veel met het medium te willen zijn eigen glazen ingooit. Zonde, had een meesterwerkje kunnen zijn, maar vind het nog steeds wel een voldoende waard omdat ik vaak wel heb genoten.
To the Wonder (2012)
Niet verwacht dat herziening zo goed zou uitpakken. De eerste tien minuten blijven wat stroef en geforceerd aanvoelen, daarna zuigt Malick mij weer helemaal in zijn wereld, al raakt hij me niet zo als in zijn vorige drie meesterwerken. Niet gek, want To the Wonder is minder gericht op narratief en grootse momenten, en ik vind Affleck echt een waardeloze uitstraling hebben. Het dartelen van Marina waar ik me aan stoorde is dan weer enigszins gerechtvaardigd door haar (en Kurylenko's) verleden als ballerina.
To the Wonder is pessimistischer gestemd dan eerder werk van Malick, maar in het einde en met name het eindshot (van Mont Saint-Michel) toont hij toch weer het sprankje hoop dat we nodig hebben en wat genoeg is om voor te leven. In de bespreking van Ik Doe Moeilijk kan ik me wat dat betreft goed vinden, zo mooi zou ik het alleen niet kunnen formuleren. Technisch gezien is dit verder weer ongeëvenaard, doet zeker niet onder voor The Tree of Life, al is het regelmatig wel erg gelijkend (zit ook niet gebruikt materiaal van TToL in, geloof ik). Soundtrack is wat meer ingetogen en er zit zelfs wat elektronica en low rumbling in verstopt.
Voor Knight of Cups vrees ik alleen wel. Dat lijkt in tegenstelling tot To the Wonder wel een herhalingsoefening te worden. Hopelijk kan Malick zichzelf nog een keer opnieuw uitvinden, al lijkt me dat wel erg lastig als je al de meest herkenbare en vervolmaakte filmstijl bezit. Wellicht zou het leuk zijn als hij eens een keer een genre filmpje onder handen zou nemen 
Toad Road (2012)
Door het horror-etiket had ik een ander/verkeerd verwachtingspatroon, maar wat een potentie zit hier in. Buiten dat verwachtingspatroon had de film sowieso meer los mogen gaan en meer in de overdrive mogen schieten, maar Jason Banker ga ik zeker in de gaten houden. Benieuwd dus wanneer Felt is te zien. Hier veel geweldige eerie beelden en een soundtrack met Machinefabriek, Jasper TX, Greg Haines, Pan Sonic, Svarte Greiner, Adam Pacione en Jana Hunter. Jammer dat richting het einde niet meer naar een echte climax is gewerkt, of dat in ieder geval de Toad Road route heftiger is weergegeven, want de elliptische montage en het sounddesign blijven aan de tamme kant en hadden wat mij betreft veel meer moeten overdonderen. Pijnlijk en vreemd toevallig dat het meisje vlak na de opnames aan een overdosis is overleden.
Tom à la Ferme (2013)
Alternatieve titel: Tom at the Farm
waarom belt hij opeens dat meisje
om haar daarna buiten gewoon doodleuk te vertellen dat er niets aan de hand is
en dat meisje zelf, waarom komt ze überhaupt
en hoe assertief kan je zijn (direct naar een mes grijpen) als je plots verrast word door agressie?
.
Ik denk dat hij haar belt (wat we verder niet te zien krijgen) om het psychologische spel tegen die broer verder te zetten. Hij is op dat moment in de film al behoorlijk in de war. Als ze er vervolgens is en ze buiten gaan 'roken' probeert hij dit spel voort te zetten. Hij wil op dat moment niet terug naar Montréal, maar is in de war en voelt zich aan de ene kant aangetrokken door Francis, en tegelijk probeert hij hem ook een hak te zetten, omdat het wel echt een enorme lul is.
Dat zij komt lijkt me verder niet zo vreemd. Tom heeft haar gelokt door te zeggen dat hij terug naar Montréal wil en hij haar hulp daarvoor nodig heeft. Hij heeft waarschijnlijk verteld dat hij soort van gevangen wordt gehouden, met Francis als grote agressor. Dat zal ook de reden zijn dat Sara meteen naar een mes grijpt als Francis een agressieve houding aanneemt, omdat ze dus van Tom te horen heeft gekregen wat voor een persoon hij is.
Voor de rest is dat spelen met genre elementen denk ik juist een van de redenen waarom hij bij mij zo goed viel. De film is ook gebaseerd op een toneelstuk zag ik in de credits staan, en dat toneelmatige zie je ook terug in de film. Had daarnaast al verwacht dat de aanzwellende muziek voor irritatie ging zorgen bij veel mensen, maar ik vind het juist allemaal goed passen doordat het altijd met een soort van knipoog is, terwijl de emotionele impact toch ook wel behouden blijft. Karakters gedragen zich inderdaad meer dan vervelend, maar dat kon ik goed hebben binnen deze context van opzettelijke overdramatisatie en toneelachtige ontwikkelingen. Al vond ik Tom wel weer meevallen, ook omdat ik Dolan sowieso erg sympathiek vind.
Dolan balanceert hier regelmatig wel echt op het randje. Als Tom die door Francis mishandelde jongen op het eind in de werkplaats bij een tankstation ziet, was ik al bang dat het tot een confrontatie zou komen, wat er echt over zou zijn geweest. Nog steeds natuurlijk veel te toevallig, maar binnen de gedramatiseerde, bijna sprookjesachtige context viel het voor mij weer net goed. Daaraan vooraf gaat ook weer een scène (met de barman) die erg standaard is binnen het genrewerk. Dolan doet dit echter allemaal bewust en weet middels allerlei clichés, toevalligheden en twists toch een uiterst originele film te maken. Weet zeker dat deze elementen voor een hoop juist tegen de film gaan werken, maar bij mij werkte het wonderwel.
Overigens, vond het verkleinen van het beeldformaat tijdens en na achtervolgingen tussen Tom en Francis wel een opmerkelijke en vreemde stilistische keuze. Dat vond ik nou weer niet werken.
Torinói Ló, A (2011)
Alternatieve titel: The Turin Horse
Tarr's laatste is met afstand zijn meest trage, zware, minimale en repeterende. Het is tevens een waardig afscheid.
Het begint natuurlijk subliem met werkelijk verbluffend camerawerk wat het paard begeleidt door het stormachtige dorre landschap. Aangevuld met de hypnotiserende klanken van Víg, die ditmaal veel weg lijken te hebben van die van Arvo Pärt, word je zwaar in trance gebracht. Zou je in principe ook 146 minuten mee kunnen vullen. De eerste dag begint op diezelfde sublieme wijze. Heerlijk hoe die ongelofelijk harde wind de aandacht opeist, waardoor de camera er nog een schepje bovenop doet, fascinerende tweestrijd. Ja, ik was meteen weer verkocht.
Eenmaal binnen begint mijn enthousiasme wat te zakken. De rituelen worden wel zeer traag in beeld gebracht en uitgevoerd. Voor mij net te traag eigenlijk. Het is geweldig hoe de camera bij momenten door het huis zweeft en zijn positie zorgvuldig inneemt, echter duurde enkele shots wel erg lang. Vooral nadat dezelfde handelingen, met name het aan- en uitkleden, telkens getoond werden begon mijn ongeduld toe te nemen. Ik begon te twijfelen aan wie het lag. Het zorgde er voor dat ik wilde ontsnappen aan het huis, aan het stille, kale en routineuze bestaan. Ontsnappen aan de verstikking. Hierdoor voelde elke uitstap naar de stal of de put als een ware verlossing. Het arme paard weigerde echter de verlossing te bezegelen, waardoor mijn benauwdheid alleen maar verder toenam. Hoe lang is dit nog vol te houden? En buiten bleef het maar razen.
Toen was het eindelijk zover! Het water was op, de pálinka werd ingepakt, en de trekkar werd van stal gehaald. Een spannende tocht, op zoek naar verlossing. Ik ging er nog eens goed voor zitten. Maar... dat shot duurt nu toch wel verdacht lang, dacht ik. En ja hoor, mijn vrees werd bevestigd, wat een ellende, het is voorbij. Ik kon wel janken. Het rondvliegende blad moest mijn tranen bedekken. De wanhoop nabij.
Een klapper volgt niet. Laten zakken, waarna we gewoon doorgaan, er zit kennelijk niets anders op. De storm is gaan liggen, niemand zal meer langskomen, totale isolatie. Het licht wordt langzaam gedoofd. Niet met spijker en hamer, nee, dit is het enige mogelijke, dit gaat vanzelf. Een verlossing in zijn meest minimale, en tegelijkertijd, meest extreme vorm. Apathie, berusting of toch verdriet? Een enorme leegte, dat zeker. Wat een klasse. Tot ziens, Béla.
Trance (2013)
Heerlijk visueel festijn. Met name de interieurs en de kleuren zijn van grote schoonheid, net zoals de vele prachtige reflectieshots. Door de ophoping van mooie en coole shots gaat het hoge tempo ook niet tegen staan. Prima soundtrack ook buiten het dik aangezette dramatische stuk dat tegen het einde aan tweemaal wordt ingezet. Gelukkig niet al te braaf met het nodige naakt en gore, had ik niet verwacht. Het plot boeide me eigenlijk steeds minder, vond het niet zo interessant en relevant, alleen op het einde werd alles toch wel erg bombastisch gebracht wat de charme er wat afhaalt. Als je wel plotgericht kijkt kan ik me voorstellen dat de film een nogal afgezaagde ontwikkeling en afwikkeling heeft, al vond ik dat ook nog wel meevallen.
Tsuma Yo Bara no Yô Ni (1935)
Alternatieve titel: Wife! Be like a Rose!
Wat is deze film belachelijk goed geschoten. Had niet verwacht zo'n visueel sterke film uit 1935 tegen te komen, en zeker niet van een als klassiek te boek staande regisseur als Naruse. Zie hier al heel veel Resnais en Yoshida in terug, wow. Ook inhoudelijk sterk, door een soort vroege poging om het melodrama te demaskeren en het verwachtingspatroon van kijkers te doorbreken. Niet alleen de visuele stijl, maar ook de vertelstijl is hier op momenten vooruitstrevend te noemen (vooruitlopend op de new wave), voor zover ik dat met mijn beperkte historische filmkennis kan beoordelen. Daarbij is de humoristische inslag ook nog eens geslaagd.
Dat ik hem geen 4.5* geef komt doordat de film te gehaast - of in ieder geval te beknopt - wordt gebracht, waardoor een echt diepe indruk achterblijft. Helaas, maar verder lijkt me dit gewoon essentiële cinema. Snel meer zien van Naruse.
De vroege films van Shimizu beloven visueel ook erg sterk te zijn, waarmee ik meteen weer hernieuwde hoop in de jaren 30 heb gekregen. 
Tu Dors Nicole (2014)
Alternatieve titel: You're Sleeping, Nicole
Helaas dit keer niet de eerste stem bij een Lafleur. Hij lost zijn belofte hier wel helemaal in, heerlijke film. Weer uiterst droogkomisch, maar ook in andere opzichten ontzettend raak. Kleine, charmante, fantasierijke en dromerige film met een mooie plek voor de muziek. En natuurlijk een sterke kadrering. De dolende Nicole wordt met veel humor en compassie geportretteerd. Misschien was het sterker als Martin niet een terugkerende rol had gekregen, al zijn die scènes wel gewoon erg grappig, hoe flauw het eigenlijk ook is. Naar het einde toe dreigt het soms wat in te kakken, maar het momentum wordt toch nooit helemaal verloren. Geschoten in zacht weinig contrastrijk zwart/wit. Tijd en plaats blijven onbekend. Zijn volgende moet een sci-fi worden, waar we hier al een voorproefje van hebben gekregen.
Iets dat overigens opvalt op dit IFFR: soort sci-fi jaren 80 muziek op de geluidsband, om relatief ordinaire beelden een ander gevoel mee te geven. En ook weer een soort van masker present, wat beavis eerder kwiek had opgemerkt.
Tzu Hsu Hsian (2017)
Alternatieve titel: The Last Painting
Jammer dat de film soms wat goedkoop oogt (de tegenwoordige tijd in lelijke onverzadigde kleuren en de schokkerige slow-motion), maar verder een sterke evenzoveel metaforische als directe vertelling over het huidige (politieke klimaat in) Taiwan en wat de kunstwereld daartegenover kan zetten, met mooie hoofdrollen en veel cinematografische panache.
