Meningen
Hier kun je zien welke berichten McSavah als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
P'tit Quinquin (2014)
Alternatieve titel: Lil' Quinquin
De eerste twee delen rolden mij de tranen met enige regelmatig over de wangen. Geweldige take op het politie-arriveert-in-mysterieus-dorpje cliché door Dumont. Veel hilariteit, wat des te knapper is omdat ook hier weer louter amateurs zijn gebruikt, wat bij komedie mij toch lastiger lijkt dan bij een afstandelijk zwaar drama. Waar die Bernard Pruvost (Commandant Van der Weyden) ook in hemelsnaam vandaan komt, met al zijn ongemakkelijke tics en quirks.. en hij was eigenlijk zelfs tweede keus wist Dumont te vertellen. Enkele heerlijke koppen weer. Alleen de kinderen komen soms minder uit de verf, al kunnen enkele volwassenen hun lach in bepaalde situaties maar moeilijk onderdrukken. In deel drie en vier komt de donkere ondertoon meer opzetten, terwijl het ook nog iets absurder wordt, maar wel minder humoristisch. Het blijft sterk, maar ik vind de eerste twee delen wel beter geslaagd. Je hoopt misschien nog op een soort van overtreffende trap. Met name het slot is behoorlijk ingetogen. Het subplot met Mohamed is daarnaast wat beperkt uitgewerkt en voelt een beetje out of place en geforceerd aan. De poging kan ik waarderen (alleen al om de schouderrol(?) van de commandant in de ontknoping te zien), maar met name het niet al te naturelle acteren van de kinderen werkt hier tegen de film. In een film als La vie de Jésus komt een thema als racisme beter tot zijn recht.
Paradies: Glaube (2012)
Alternatieve titel: Paradise: Faith
Haha, die man in zijn onderbroek (Rupnik) waarmee Anna Maria gaat bidden acteert niet eens. Seidl heeft namelijk eens een documentaire over hem gemaakt: Der Busenfreund (1997), en ook was hij te zien in Bilder einer Ausstellung (1996). Erg geinig om hem hier weer onverwachts aan te treffen, die kerel is echt knettergek
Zijn huis staat ook nog steeds overvol met spullen haha.
Vind deze net een tikkeltje minder dan Liebe, maar beter dan Hoffnung. Die laatste was een beetje een Seidl light, en ook aan de speelduur kan je zien dat het waarschijnlijk een restje was met minder ideeën. Was oorspronkelijk ook de bedoeling om de drie verhaallijnen in één film samen te brengen.
Goed, wederom heerlijk gefilmd. De regelmatig (bijna) zelfde camerastandpunten kunnen wat vermoeiend werken, maar zorgen vooral voor veel structuur. Minder handheld dan we van Seidl gewend zijn, al is dat binnenshuis ook minder effectief. Anna Maria had tijdens haar bekeringstochten dan nog wel even achtervolgd kunnen worden. Wel prachtige shots buiten gezien, gaf ook de broodnodige lucht tussen de vele scènes bij Anna Maria thuis. Met name de storm en het onweer, na een mislukt bezoek aan een dronken Russin (of Oekraïense), waren zowel esthetisch als symbolisch fraai gekozen. Hier 'breekt' Anna Maria. Ze breekt met haar geloof, waar ze - vermoedelijk na het ongeluk van haar (Islamitische) man - net iets te fanatiek in was geworden.
Liebe geef ik 4.5*, Glaube zit ergens tussen de 4* en 4.5*, en Hoffnung tussen de 3* en 3.5*. Denk dat ik toch maar weer naar boven afrond.
Paradies: Liebe (2012)
Alternatieve titel: Paradise: Love
Seidl blijft meesterlijk.
Er wordt gelukkig geen kant gekozen, wat al snel op de loer ligt met een dergelijke inhoud. Vond het ook een zeer sterke mix van persoonlijk en maatschappelijk drama. Duidelijk de hand van een begenadigd documentairemaker. De film ligt dan ook duidelijk in de lijn van Seidl's vorige speelfilms, die ook een hoog documentaire gehalte kennen. Daarom dus ook weer heerlijk naturel acteerwerk, met personages die zich helemaal bloot geven (
), en daarbij vaak niet lijken te acteren, maar het daadwerkelijk ondergaan.
Naast zijn humane visie ben ik gek op Seidl's humor en cinematografie, vaak met elkaar verbonden. En die zijn hier weer volop aanwezig. Hij gebruikt vaak, net als bijvoorbeeld Roy Andersson, zo'n droge tableau-vorm waar ik dol op ben. Op cinematografisch vlak vind ik dit misschien zelfs zijn beste tot nu toe, met name de kleuren sprong eruit. En dat eindshot ook weer, prachtig. Na de aftiteling (of er tussen eigenlijk) zit trouwens nog een half minuutje aan beeldmateriaal, dus nog niet weglopen bij de aftiteling! (ik bleef als enige gelukkig zitten
). Enig minpuntje is dat het een klein beetje begint te slepen nadat Teresa toch maar weer opnieuw een Keniaan haar hotelkamer binnensmokkelt. Liefde wordt uiteraard ook ditmaal niet gevonden.
Van het plot hierboven klopt overigens vrij weinig. Heb nu alleen niet zo'n zin om nog een correctie in te dienen. Als het morgen nog niet is veranderd zal ik het dan even doen.
Oh ja, die opening
Seidl held 
Parêdo (2009)
Alternatieve titel: Parade
Verrassend zuinige scores hier met uitzondering van Onderhond. Parêdo is toch wel aardig ontvangen als ik andere sites zo door struin, hoewel vrij weinig gezien.
Dat vrijblijvende, zo'n slice of life luchtigheid, had ik hier van tevoren overwegend verwacht. Dat komt enigszins wel uit, maar de film ontpopt zich uiteindelijk tot een grimmig en emotioneel beladen drama. De korrelige beelden, met een herfstig aandoend kleurenpalet en vaak volop gebruikmakend van de aanwezige lichtbronnen, weten de sfeer perfect over te brengen. Iets meer dynamiek in de cameravoering had de film echter niet geschaad. Ben dan juist weer dol op zo'n terugkerend baslijntje voor de speelsheid, terwijl voor de meer emotionele momenten een pianothema wordt ingezet. Later in de film worden deze twee stijlen nog met elkaar gemengd. Was even bang dat de finale te gekunsteld en toevallig was, maar gelukkig schaaft Yukisada deze nog zodanig bij dat hier geen sprake van is. Geweldig mooie afsluiting van een film die de gehele speelduur blijft boeien.
Paris Est à Nous (2019)
Alternatieve titel: Paris Is Us
Maar geen verkeerde plagiaat. Metafysisch tegen het kinderlijke aan, maar Vogler voegt nog wat andere laagjes toe waardoor de film wel blijft intrigeren. Jammer dat ze soms letterlijk kopieert, want er zijn ook scènes waar ze visueel experimenteert op een wijze die je niet bij Malick ziet. Verder vooral een geweldig effectief/immersief sounddesign en spreekt de hele sfeer van de film mij zeker aan. Waar Vogler precies heen wil is (voor mij) niet echt duidelijk en dat werkt hier best goed.
Parvaz-e Zanbur (1998)
Alternatieve titel: Flight of the Bee
Weinig of eigenlijk niks Zuid-Koreaans aan verder. Die Zuid-Koreaanse regisseur schijnt in Rusland aan een filmschool te hebben gestudeerd en heeft hierna nog een film opgenomen in Oezbekistan (die staat nog niet op MM), maar ik weet niet waarom hij naar Rusland is vertrokken (ervan uitgaande dat hij in Zuid-Korea is geboren). In Centraal-Azië heb je wel significante populaties van etnische Koreanen (Koryo-saram). Usmonov heeft ook in Moskou gestudeerd zie ik, dus die twee zullen elkaar daar wel hebben leren kennen.
Die omschrijving van de tweede film van Usmonov kan je hier ook wel op laten betrekken. Al is degelijk misschien minder goed van toepassing doordat het wel een vrij los sfeertje heeft en zoals gezegd best low-budget is. Van te voren deed het me qua screenshots wat denken aan Sokurov, maar het gaat toch meer richting de Iraanse neorealistische filmtraditie heb ik het idee, of bijvoorbeeld films van Satyajit Ray. De cinematografie met het sepia-achtige palet is verder wel in orde en ook het verhaaltje is best aardig, maar ik vond het ook weer niet al te boeiend allemaal.
Passe Ton Bac d'Abord (1978)
Alternatieve titel: Graduate First
Zowaar een heuse Michael Cera avant la lettre (heerlijk om dat woord verkeerd te gebruiken) in deze film, inclusief een vlassnorretje. Behoorlijk hilarisch. 
Verrassend geniale film ook. Vond het allemaal heel poëtisch, terwijl de aanpak vooral realistisch is te noemen. Zou dit soms het echte poëtisch realisme zijn?
Pavilion (2012)
Pedro Costa wordt in de omschrijving genamedropped, Mochizuki Rokuro is alvast gewaarschuwd. Ben het er zelf niet mee eens, vind het namelijk weinig van doen hebben met het werk van de Portugees, datgene dat ik van hem heb gezien althans. Daarnaast wordt Van Sant genoemd, wat een stuk begrijpelijker is. De 'death trilogy' is nooit ver weg, met name Paranoid Park. Regisseur Tim Sutton heeft ook een fraaie persoonlijke top tien, waar vermoedelijk enkele invloeden op Pavilion bijstaan (Gummo wordt expliciet als directe invloed genoemd).
Pavilion dan zelf: een absolute chiller! (als ik zo vrij mag zijn maxcomthrilla's woorden te gebruiken). De zachte klanken van The Sea en Cake lid Sam Prekop idealiseren de even zo zachte zomer van enkele jongeren in upstate New York en vervolgens Arizona. Het is niet opwindend, er gebeurt niets naars, van plotontwikkeling kan je niet spreken, de jongeren ondergaan ook geen transformatie, maar het is wel erg fijn om naar te kijken. Achtereenvolgens ligt de focus op drie jongens. Enkel van deze drie jongens krijgen we een stukje familie en achtergrond te zien. De ene jongen leidt hierbij naar de andere jongen, waardoor de film natuurlijk voortvloeit. Daarnaast is het meeste geïmproviseerd. De jongeren kregen veel vrijheid en 'deden vaak maar wat'. Ze mochten ook hun eigen kleren dragen, om maar wat te noemen. De cinematografie is echter vaak exact en bevat nauwkeurige kaders en gestructureerde rijders. Deze combinatie van naturel versus formeel levert een zeer fraai dromerig stukje film op, die vooral goed zal werken na een drukke dag.
Pavillion Sanshouo (2006)
Alternatieve titel: The Pavillion Salamandre
Maffe film, apart onderwerp dan ook. Begin lijkt het meer de drama-kant op te gaan, met enkel sporadisch wat humor, een paar long takes en familiezaken die voornamelijk worden besproken, zonder dat de onderlinge relaties mij geheel duidelijk werden. Maar dan wel in een weird sfeertje, mede door afwisselend stotterende zusjes en een aparte soundtrack. Na de transformatie van Odagiri wordt het echter wel de quirky film, zoals Satoshi Miki die kan maken, waar ik op gerekend had. Odagiri is al vermakelijk als onhandige radioloog, maar in de tweede helft is hij pas echt lollig. Het leukste rolletje komt echter op naam van Kanji Tsuda, redelijk hilarisch. Moest soms wel echt hard lachen, ook al zijn er nauwelijks echte grappen aan te wijzen. Ook aardig wat schouderophaalmomentjes gehad. Visueel ziet het er allemaal wel verzorgd uit, paar mooie shots, zoals een lange afstandelijke take van de zijkant van Odagiri's X-ray caravan, maar niet erg bijzonder verder. Als de film zich nog meer op de humor had gericht had ik wel een dikke voldoende willen geven, nu blijf ik steken op 3*.
Petaru Dansu (2013)
Alternatieve titel: Pedal Dance
Zelden een zo mooi geschoten film gezien. Ogenschijnlijk misschien niet heel bijzonder (je treft bijvoorbeeld geen spectaculaire camerabewegingen of bizarre camerastandpunten), maar dit is echt fenomenaal in zijn eenvoud. De film is ontzettend (onder)koel(d) geschoten, wat betekent dat je veel blauwe en grijze tinten naar voren ziet komen. Er wordt optimaal gebruik gemaakt van (weerkaatsende) oppervlakten. Niet zo obvious en in your face als bij bijvoorbeeld een Yoshida, maar wat meer op de achtergrond, doordat de personages hier wel centraal staan. Regelmatig wordt de omgeving dan out of focus weergegeven, en dit kan ook wisselen gedurende een shot. Levert allemaal een prachtig constante visuele stijl op. Enorm krachtig gebruik van geluid ook. Overal is het een redelijk stille film, maar een vrij triviaal geluid als het dichtslaan van de autodeuren wordt juist weer uitvergroot en komt hierdoor extra krachtig over.
In dit geval is de stijl ook meteen de thematiek, of minstens een groot onderdeel ervan. We komen weinig te weten over de personages, maar net genoeg om hun mentale toestand voelbaar te maken, wat door gezichtsuitdrukkingen en de plaatsing in het kader verder wordt bewerkstelligd.
Ontzettend van genoten. Ja, er gebeurt weinig, af en toe is het even doorbijten, maar een ander tempo of verrassende plotwendingen waren weinig toepasselijk geweest. Prachtig minimalisme.
Nu vraag ik me af of de vorige films van Ishikawa aan herziening toe zijn. Su-ki-da was mij tegengevallen, terwijl Tokyo.sora me indertijd goed beviel, maar niet zo als deze. Die korte film heb ik nog niet gezien, maar gaat omwille van Meisa Kuroki (en vooruit, Ishikawa) zeker spoedig gezien worden.
Pluto (2012)
Alternatieve titel: 명왕성
Wel te vergelijken met andere Koreaanse 'indies' met scholieren als Pasookkoon (2010) en Han Gong-ju (2013), maar dan wat 'grootser' uitgewerkt, in de richting van Kokuhaku (2010). Niet helemaal geslaagd en niet overal even geloofwaardig, maar heb hier toch erg van genoten. Heerlijke soundtrack vooral.
Poesía Sin Fin (2016)
Alternatieve titel: Endless Poetry
Ging er met lage verwachtingen in, maar deze beviel mij een pak meer dan La danza de la realidad. Toch is het duidelijk een vervolg op die film en is vrijwel alles hetzelfde gebleven, behalve dat het de volgende periode in Jodorowskys leven laat zien. Wellicht dat zijn adolescente periode mij meer aanspreekt dan zijn jeugdjaren? Daarnaast denk ik dat het vooral te maken heeft met Christopher Doyle die hier fantastisch camerawerk aflevert. Ik herinner mij niet zo gek veel meer van La danza de la realidad, maar wel dat ik de cinematografie wat plat digitaal vond ogen en verder weinig bijzonders vond brengen. Dat was hier zeker niet geval, waar het beeld (ondanks dat het digitaal is geschoten) toch een fijne korrel heeft en er veel interessante cinematografische keuzes worden gemaakt. Het kan verder ook totaal aan mij liggen, daarom heb ik La danza de la realidad voor de zekerheid met een halfje opgehoogd. Sinds Raoul Ruiz (toevallig ook een Chileen) lijk ik groteske films meer te kunnen waarderen, net zoals Neruda van Larraín laatst (ook weer Chileens). Pablo Neruda wordt hier overigens ook nog even op de hak genomen. 
Point de Fuite (1984)
Alternatieve titel: Vanishing Point
Ruiz doet Fassbinder. Ook een fijne companion piece bij La Ville des Pirates (1983), op dezelfde locatie (Baleal) geschoten, maar dan volledig in zwart/wit. Pas na zo'n uur krijg je meer van de typische Ruiz beeldvoering te zien. Dat is wel jammer, maar een kurkdroge tot op het bot gestripte vertelling gaat hem toch ook redelijk af. Moest er even inkomen, maar de film wordt eigenlijk steeds beter en gaat zelfs toch weer de magische kant op. Met name de quirky dialogen houden je daarvoor bij de les en de soundtrack van Arriagada is ook wel weer prima. Een bovengemiddeld tussendoortje.
The Territory ga ik binnenkort ook maar eens herzien.
Polytechnique (2009)
Prachtige stijloefening van Villeneuve. De tegenstelling tussen het dromerig zweven door de gangen van de technische universiteit van Montréal en de gruwelijke moorden levert alleen al een boeiend schouwspel op. De vergelijking met Elephant is onontkoombaar en ook wel terecht, maar Villeneuve weet zich met zijn stijl en dramatiek genoeg van die film te onderscheiden. Polytechnique is een stuk sentimenteler, althans meer gericht op dramatische situaties en individuele beslommeringen. Daar ligt ook meteen de zwakte van de film, want er worden zaken met de haren bij gesleept om de dramatiek nog eens extra aan te dikken. Kritiek die ik ook al tegenkwam bij Incendies en in mindere mate bij Prisoners. Dat maakt het voor mij zeker geen slechte film, en van de kille registrerende films zijn er inmiddels ook wel genoeg, maar een tikkeltje minder gekunsteld zou wel mogen. Bij een breder getrokken film als Incendies gaat me dat waarschijnlijk nog meer tegenstaan. Verder blijft de film gelukkig wel redelijk minimaal in zijn opzet en audiovisueel is het genieten. De scènes buiten de universiteit zijn ook in fraai gestileerd zwart/wit geschoten en met name met spiegels worden mooie kunstjes uitgehaald.
Possession (1981)
Alternatieve titel: The Night the Screaming Stops
Een weekje later, maar dan toch eindelijk gezien.
Had stiekem gehoopt dat ik hem nog net een tikkeltje beter zou vinden, maar alsnog logisch en terecht dat dit zo'n cultklassieker is geworden. Met de blu-ray nu ook een prachtige release in huis te halen. Enig minpuntje is dat enkele donkere scènes wel erg noisy zijn, in plaats van stabiele donkere/zwarte vlakken. Die scènes waren blijkbaar ook niet erg goed verlicht? Snap wel dat die donkerheid een functie heeft, maar dat kan ook zonder de stabiliteit van het beeld te verliezen. Weet verder niet of dit te wijten is aan de originele productie of dat het bijvoorbeeld een restauratieprobleem is. Goed, klein minpuntje verder, over de rest meer dan tevreden. Vooral de soundtrack is voor een 1.0 mono-track echt zeer sterk. Normaal gaan zulke tracks toch kraken met dergelijke hysterisch schreeuwende personages als in deze film. De score van Korzynski lag ook erg fijn in het gehoor. Sowieso ijzersterke muziek, al miste ik halverwege wel wat muzikale begeleiding. Het meeste werd toch voor het einde bewaard had ik het idee.
Dat de film tegenviel kan ik zeker niet zeggen, maar zoals ik in het begin zei hoopte ik op net iets meer nog. Dat ligt hem vooral in het wat ontbreken van de befaamde rushes van Zulwaski. Ze zijn wel aanwezig hoor, maar niet zo wervelend en gejaagd als ik ze eerder van hem heb gezien. Wel is dit zijn meest evenwichtige film die ik tot nu toe van hem heb gezien. De andere die ik zag waren enkel zijn Poolse producties, en dit is dus pas mijn eerste Franse productie die ik zie. Zijn Poolse films kennen steeds enkele zeer vermoeiende en zelfs strontvervelende momenten, in de hand gewerkt door overdreven en hysterische personages die allerlei filosofische beslommeringen naar je hoofd smijten. Die momenten ervoer ik hier gelukkig niet, al was het materiaal van Possession er wel naar om dat ook hier weer toe te passen. Dat filmpje van Adjani op de balletschool (dat Neil op zijn projector kijkt) zit wel weer op het randje trouwens, met name die laatste monoloog dan, maar paste hier wel goed in het verhaal en stoorde ook niet doordat ze niet al te lang door bleef emmeren. Sowieso wel sterke acteerprestaties, al steekt Adjani er wel echt ruim bovenuit. Heinrich is daarnaast ook een lekker excentriek personage. En leuk om een Fassbinder regular te zien (Margit Carstensen), maar haar rol was verder niet al te opmerkelijk.
Het dynamische camerawerk maakt toch wel dat Possession een streepje voor heeft op bijvoorbeeld een Cronenberg. Niet gek dat dit Fukui's favoriete film is nee, zoals Onderhond aangeeft. Die metrotunnel-scène is inderdaad een mooi voorbeeld. Wel deel ik de kritiek van pippo dat het iets te veel weg heeft van een theaterperformance, met name doordat er verder geen mensen zijn, terwijl Fukui gewoon nietsvermoedend publiek laat passeren. Maar alsnog wel indrukwekkend uitgevoerd door Adjani hoor. Qua locaties blijft het helaas wat beperkt, maar veel vrijheid zal Zulawski wel niet hebben gehad, zo naast die muur.
Het einde is tenslotte redelijk magistraal te noemen. Het monster in de vorm van Neil's personage voor de deur, het jochie dat don't open! blijft roepen en in de badkuip gaat liggen (toevallig was die al gevuld) en dan dat apocalyptische bombardementlawaai met een close-up van de andere Adjani met een flikkerende belichting.
Printsipyalnyy i Zhalostlivyy Vzglyad (1996)
Alternatieve titel: The Fundamental and Pitiful Look
Typische krakkemikkige en melancholische Russische cinema waar ik zo van houd. De stijl is dan ook vergelijkbaar met Sokurov (ik dacht zelfs even dat het een vergeten film van hem was door de gelijkende naam), maar met het script afkomstig van Renata Litvinova krijgt de film wel een eigen smoel met van die fijne bijtende humor. Ik las dat ze het al voor haar eindscriptie had geschreven en dat Muratova het misschien zou gaan verfilmen, maar dat is er niet van gekomen. De film kan je echter wel omschrijven als Muratova meets Sokurov (maar het zijn dus hun 'leerlingen' Litvinova en Sukhochyov). Apart trouwens dat de regisseur op de aantiteling (en inconsequent op de Russische wiki) Aleksandra Sukhochyova wordt genoemd, met vrouwelijke uitgangen dus. Ik heb verder niet iets gevonden over het transgender geweest zijn van de regisseur (hij is in 2007 'tragisch' om het leven gekomen) of dat het bijvoorbeeld een feministisch statement moet voorstellen - of dat er een eenvoudigere verklaring voor is. Dit is in ieder geval zijn enige film gebleken.
Het is verder een vrij rechtlijnige film, maar ik val al snel voor al die droefenis met een licht surrealistisch randje.
