• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.886 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.946 gebruikers
  • 9.369.636 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten McSavah als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

I Believe in Unicorns (2014)

Inderdaad ontzettend fijn filmpje. Echter toch wat te typisch om me écht weg te blazen, of in ieder geval om me volledig mee te laten slepen. Gelukkig is de uitwerking geweldig creatief en bij momenten ook zeker impressionistisch, maar dat kan uiteindelijk niet helemaal verhullen dat de film het met een dun laagje moet stellen. Ook props voor de soundtrack, met onder meer de zachte rammelaars van Japanther. Maar dat zit meestal wel snor bij dit soort indies. Standaard zit daar overigens ook een bedankje op de aftiteling voor Matthew Porterfield bij, opvallend toch wel.

Immortelle, L' (1963)

Fascinerend hoe Robbe-Grillet (zijn) film hier deconstrueert, zowel tussen scènes, binnen scènes, als binnen shots. Hij laat hierbij traditionele (tijd)markers achterwege, zodat we in een droomstaat kunnen geraken. Robbe-Grillet laat de structuur dan ook grotendeels varen, zonder dat de montage ook maar ergens onnatuurlijk overkomt, integendeel.

Aan de andere kant maakt Robbe-Grillet ons meermaals bewust van het feit dat we een film aan het kijken zijn. Aardig om te vermelden is dat in de film letterlijk een reconstructie wordt getoond, en dat de twee hoofdpersonages nog even kort discussiëren of dit nou renovatie of creatie betreft. De vrouw vertelt de man enkele keren dat ze zich slechts in een decor bevinden, terwijl er toch echt op locatie is geschoten. We zien meerdere ruïnes, een vervallen schip, en een begraafplaats waar volgens de vrouw al tijden geen mensen meer worden begraven, en waar de pilaren met opzet scheef in de grond zijn geplaatst om authenticiteit te suggereren. Het kan zowel de staat van de man als de staat van cinema en kunst in het algemeen verbeelden.

Robbe-Grillet roept dus niet via de conservatieve (stijl)middelen bewustheid van de kijker op. Dit doet hij liever door te spelen met het concept van realiteit (tijd en ruimte) en de film te laten construeren door de kijker (via de protagonist), maar wel door een zekere afstand te bewaren middels die bewustheid. Dat mensen verdubbelen, verdwijnen of gefixeerd raken past allemaal in dit filmisch landschap van associaties en herinneringen. Het meest inventieve is misschien nog wel dat hij hiervoor een klassiek toegankelijk verhaal gebruikt, vol verlangen en vergankelijkheid, en op die manier avant-garde en mainstream bij elkaar weet te brengen.

Het wachten is ook beloond, want op blu-ray ziet dit er toch zeer fraai uit.

Impossibly Small Object, An (2018)

Ik vind jouw analyse prima alleen deel ik niet het waardeoordeel dat je eraan verbindt. Het gedeelte in Nederland gaf voor mij juist veel betekenis en ik vind de zelfreflectie van Verbeek zeldzaam geslaagd. Ook op zichzelf vind ik de scènes daar fraai (Verbeek alleen in zijn appartement, naar de cafetaria tijdens een wedstrijd van Oranje, met vriendin Severina, bij zijn ouders, terugfietsend naar zijn appartement met een extreem hoge cadans). Deze scènes zorgen ervoor dat de film/kunst persoonlijk wordt gemaakt, maar het is ook gewoon een nieuw verhaal (met dus parallellen) die ik goed voelde en waar ik me mee kon identificeren (niet dat ik dit laatste nodig acht).

Na de openingsscène met de subsidieverleners vreesde ik het ergste (dat was vrij afgezaagd) maar uiteindelijk past ook dat mooi in de film doordat het tweede gedeelte dus meer op Verbeek zelf focust. Alles in deze film wordt sterk met elkaar verbonden, waarbij niet wordt prijsgegeven in welke volgorde de verhalen zijn ontstaan (zijn ze ontstaan na de foto, ervoor, of eromheen?).

De geestdolende cinematografie van Morgan Knibbe is vergelijkbaar met die in zijn Those Who Feel the Fire Burning, maar in An Impossibly Small Object worden ook andere cinematografische technieken met succes gebruikt, hoofdzakelijk in het gedeelte in Nederland, maar ook in Taiwan vindt bijvoorbeeld bij momenten een horrorachtige montage plaats. Of het slot met veranderend beeldformaat waarin de verhalen van de fotograaf, het jonge meisje en de oude vrouw definitief samenkomen, versmeltend tot een buiten de tijd geplaatst geheel. Ook de soundtrack is fantastisch, zowel de sferische percussiezware klanken in Taipei als de rafelige elektronische nummers in Amsterdam. Voor mij een prachtige bespiegeling over de verhoudingen tussen kunst, maker en toeschouwer.

Influencia, La (2007)

Inderdaad, prachtige film zelfs. Geproduceerd door Mantarraya (daar draaide meer films van afgelopen maand in EYE), het meest bekend door Carlos Reygadas. Geen bijster origineel uitgangspunt, wel origineel uitgevoerd. De diversiteit aan beelden en het zwartkomische toontje (het einde bevestigt dit definitief ) doen deze film ruim boven de gemiddelde arthouse film uitstijgen. Alsnog zien dus, al is het maar om de geweldige cinematografie.

Iodo (1977)

Alternatieve titel: Io Island

Zeeoren (jeonbok) en zeevrouwen (haenyeo). Ik ben wel te porren voor Japanse eilandfilms, maar volgens mij had ik nog geen Koreaanse gezien. Houdt ongeveer het midden tussen Shokei no Shima (1966) en Kyôfu Kikei Ningen: Edogawa Ranpo Zenshû (1969). Dan krijg je misschien ook iets als Kamigami no Fukaki Yokubo (1968), maar die heb ik verbazingwekkend genoeg nog steeds niet gezien. Beetje typisch wel dat die Japanse films allemaal zo'n tien jaar ouder weer zijn, maar wie goed zoekt kan ook in de Zuid-Koreaanse cinema genoeg pareltjes vinden.

De film hanteert een flashback vertelstructuur vanuit meerdere gezichtspunten, wisselt vaak van toon, bevat een ratjetoe aan genres en heeft allerlei stijlvolle kleurrijke shots die met de blu-ray release nu helemaal mooi zijn te bewonderen. Het transgressieve slotakkoord is om je vingers bij af te likken. Deze scène kon natuurlijk alleen niet.

Iya Monogatari: Oku no Hito (2013)

Alternatieve titel: The Tale of Iya

Nu pas zie ik dat de vorige film van de regisseur, Yume no Shima (2009), ook op de site staat. Blijkbaar is die behoorlijk slecht ontvangen. In deze film zit ook weer een eco-thema (wederom inclusief afgedankte spullen) en ook wel weer een ode aan de legendarische Japanse filmmakers. Lees ik bij zijn debuut nog Terayama, Kurosawa, Ozu, Naruse en Nomura (als namedropping, de film lijkt eerder richting de Nikkatsu noir en de jaren 60 yakuza films te gaan?), in deze film is me enkel Mononoke-Hime (1997) als namedropping opgevallen (en dat vond ik juist wel een geslaagde). Wel doet de film denken aan Imamura (bijna iedere review haalt hem zo'n beetje aan, Shindô zag ik ook passeren) en misschien ook wel aan iemand als Kinoshita, waar ik nog te weinig van zag. Zoals gezegd duikt ook Kawase op het einde op en zij zou ook best een inspiratie voor Tsuta kunnen zijn geweest in onder meer haar voorstelling van de natuur. Moe no Suzaku (1997) schoot bijvoorbeeld tijdens het kijken even te binnen. En dan kom je toch ook weer uit bij Hou en via hem zou je weer terug naar Ozu kunnen gaan en naar de klassieke titel, wat echter vaker wordt gedaan en niet specifiek aan Ozu refereert (Mizoguchi deed in 1953 bijvoorbeeld hetzelfde). Maar gelukkig komen op een paar uitzonderingen na (zo zit er een scène in die uit Akarui Mirai (2003) lijkt weggelopen) dergelijke associaties meer op gevoel bovendrijven dan op duidelijk inhoudelijke of stilistische keuzes die worden gemaakt.

Grootste kritiek op deze film zal vast in de verhaaltechnische hoek zitten en daar valt ook wel wat voor te zeggen. Er worden meerdere lijntjes uitgegooid maar deze worden niet echt tot een bevredigende pointe gebracht. Hier worstel ik nog steeds een beetje mee, want ik kan niet meteen zeggen dat ik de film daarom inhoudelijk niet overtuigend vind. Als dat wel het geval zou zijn had ik niet zo'n hoog cijfer gegeven. Of houd ik mezelf nu voor de gek?

Zelfs op het tempo kan ik nog kritiek hebben (ik had graag een lager tempo met langere contemplatieve shots gezien), maar geschoten op glorieus 35mm en met wisselende lenzen (waardoor Tsuta vervlogen tijden een ultiem eerbetoon geeft) is de film zo ontzettend mooi gemaakt en zitten er zoveel treffende scènes en prachtige weidse composities in dat ik er zomaar weer een kleine drie uur voor zou gaan zitten. Dat de verschillende thema's en commentaren niet tot volle wasdom lijken te komen vind ik dan helemaal niet zo erg.