- Home
- Donkerwoud
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Donkerwoud als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Star Wars: Episode VIII - The Last Jedi (2017)
Alternatieve titel: Star Wars: The Last Jedi
'Star Wars: Episode VIII - The Last Jedi' (2017) doet absoluut wat ik ervan verwacht: het is episch; het heeft mooie sets en meer gestoorde creature designs dan ooit; het heeft gave ruimtegevechten; het heeft nostalgische verwijzingen naar de oorspronkelijke mythologie, etc. Speelde 'The Force Awakens' (2015) misschien net iets te vaak op safe om de franchise terug op de kaart te zetten, dit deel van de religieuze ruimtesoap maakt een paar gedurfde keuzes door grijstinten toe te voegen aan die aloude strijd tussen goed en kwaad.
En toch blijf ik met een hol gevoel zitten, want dit deel is op de verkeerde manier echt een film van deze tijd. Nodeloos gecompliceerd. De nostalgie-factor en de verwijzingen naar vroegâh als een doel zich. Maar wat me misschien het meeste tegenstaat, is dat 'magie' in hedendaagse blockbusters iets is wat uitgebreid geëxpliceerd, uitgeplozen of gepsychoanalyseerd moet worden. In de oorspronkelijke trilogie was The Force gewoon The Force en Luke Skywalker leerde ermee omgaan door een groen ruimtemannetje. Hier laat die mythische oerkracht weinig meer aan de verbeelding over, maar de film neemt uitgebreid haar tijd om dat iconische fenomeen te visualiseren. Eigentijdse demystificatie.
Star Wars: The Clone Wars (2008)
Zelfs mijn broertje van 16- die meer dan ik liefhebber is van alles wat met Star Wars te maken heeft- kon hier niet zo veel mee. De film is dan ook opvallend flets in zijn uitwerking: weinig verhaal, ontzettend goedkope en lelijke animatie. Meer dan ooit lijkt het alsof George Lucas zijn commerciele geesteskindje heeft uitgeleend voor iets met de bedoeling om geld in het laatje te brengen. Immers, aan wie kun je beter verkopen dan aan kinderen?
Stargate (1994)
Naar onze huidige maatstaven oogt het vooral erg gedateerd, maar dat neemt niet weg dat het best een aardige SciFi betreft. Die combinatie van Egyptische mythologie en aliens is best een geinig uitgangspunt, al kwam het in de hierop volgende serie allemaal beter tot z'n recht.
Starving Games, The (2013)
Insert de recente filmhits, en je hebt een goedkope parodie die nergens scherp of grappig wil worden. Je moet wel een enorme hoeveelheid alcohol achterover hebben geslagen om hier om te kunnen lachen.
Stella's Oorlog (2009)
Per ongeluk een tweede keer gekeken, omdat ik dacht dat ik hem nog niet gezien had. Vreemd genoeg kon ik hem bij herziening een stuk beter hebben. Met kleurenfilters en duistere shots wordt een wrang, melancholisch beeld geschetst van teruggekeerde soldaten en een jongedame die vermoedt dat er iets niet in de haak is. Origineel is het allemaal niet, maar het speelt met de de overbekende clichés van The Deer Hunter, Platoon en al die andere oorlogsverwerkingsdrama's. De breuk tussen het zwaarwichtige drama en het thriller-aspect voelt nog steeds wat geforceerd. Toch blijft het surreële einde, waarin Stella zelf getuige is van de oorlogsmisdaden, een geslaagd slotstuk van een verder wat inwisselbare film.
Stellenbosch (2007)
Goed geacteerd door de topcast, lekker sfeervol in cinematografie en gekozen locaties. Toch blijft het gevoel dat ze er meer uit hadden kunnen halen, gewoon door er meer afleveringen uit te halen, nog net iets meer de karakters verdiepen. Ik vind het ook jammer dat het zo geforceerd zwaarmoedig moet, elke aflevering is een overtreffende trap van zwartgallige kommer en kwel.
Step Brothers (2008)
Bij vlagen 'comic genius' maar vaak ook tenenkrommend irritant. De balans slaat echter nooit over naar de verkeerde kant. Niet mijn humor en toch wist het mij tot lachen aan te zetten. En dan te bedenken dat ik Will Ferrel niet uit kan staan.
Stephen Fry: Out There (2013)
Homofobie is een belangrijk onderwerp om onder de aandacht te brengen, maar het is niet veel meer dan een bevestiging van iets dat je eigenlijk gewoon hoort te weten. Het meest vermakelijke zijn de confrontaties à la Michael Moore die Fry aangaat met een aantal homofobe randdebielen. Toch wel dapper om een controversieel statement te maken in landen waar je serieuze problemen ermee kunt krijgen.
Stop! Or My Mom Will Shoot (1992)
Bij komedies mag het concept net een fractie slechter zijn dan bij menig ander genre. Juist een flauwe premisse kan namelijk op de lachspieren werken. Wat dat betreft doet deze film er niet verkeerd aan om Sylvester Stallone als hard-boiled rechercheur te koppelen aan een overactieve moederkloek ( Estelle Getty uit The Golden Girls ). Het levert een gekke combinatie op die bij vlagen best grappig genoemd kan worden, maar na een tijdje gaat het helaas te ver over de irritatiegrens heen. Vooral Getty excelleert in het bloed onder je nagels vandaan schrapen door steevast ridicule dingen te zeggen of te doen.
De film is niet dramatisch slecht als je hem niet te serieus neemt, maar een onvoldoende is zeker op z'n plaats.
Storm, De (2009)
Alternatieve titel: The Storm
Ik heb een beetje hetzelfde gevoel als bij meer recente Nederlandse films als Nova Zembla en De Bende van Oss. Op zich doen ze hun best om het er gelikt uit te laten zien, maar vervolgens wordt het vergooid aan een inwisselbaar Hollywood-plot zonder diepgang, Niet zo verschrikkelijk slecht als de recensies hier doen geloven.
Straatcoaches vs Aliens (2025)
Zo consequent niet grappig. Op zich weet Michael Middelkoop met beperkte middelen een redelijk gelikte film neer te zetten. Creature design. Kleur- en lichteffecten. Ruimteschepen. Een heuse zombie-invasie. Maar 'Straatcoaches vs Aliens' (2025) probeert krampachtig grappig en 'cool' te zijn. Met van die schijtlollige staccato-dialogen en veel poep- en scheetgrappen. En dan blijkt het uiteindelijk ook nog een superbrave film...
Straight Story, The (1999)
Ik vind het na het zien van deze film bijna jammer dat Lynch zo vaak het absurde en de abstractie kiest. Met deze film - en eigenlijk ook met Twin Peaks - toont hij zich een gevoelige cineast met een enorm oog voor schoonheid. De wereld die hij schetst is absurd en tegelijkertijd ook enorm dichtbij. Geef mij deze Lynch maar en niet de provocateur zoals we hem kennen.
Strange Love Affair with Ego, A (2015)
Geconstrueerde authenticiteit 2.0
Verschillende portretten van jonge vrouwen waarmee de regisseuse de eigen band met haar oudere zus analyseert. Over de ragfijne grens tussen gezonde zelfliefde, narcisme en een ziekelijke hang naar de bevestiging van anderen. Jonge meisjes, tegen de puberteit aan, die al een duidelijk beeld blijken te hebben van welke invloed de omgeving heeft op hun welbevinden. Een Britse party girl die met haar homoseksuele en transseksuele vrienden lol trapt, controversiële kunst maakt, maar toch twijfelt zij steeds of zij niet een rol krijgt toegewezen omdat haar wervelende persoonlijkheid heftige reacties oproept bij anderen. Een Aziatisch-Amerikaanse die decadente modefeesten organiseert als een zelf gecreëerd typetje, terwijl zij als alleenstaande moeder de zorg draagt over haar zoontje.
'A Strange Love Affair with Ego' is best interessant opgezet. Het vertelt een autobiografisch verhaal (zelfmoord van een zus) om daarmee een beeld te schetsen van een tijd waarin jezelf presenteren en authenticiteit uitstralen belangrijker zijn dan ooit. Welke rollen spelen vrouwen in westerse maatschappijen om hun psychisch lijden te verdoezelen? Wanneer wordt jezelf continu blootgeven ziekelijk en zelfdestructief? Best interessant, ergens, diep verstopt in de dweperig pretentieuze montage van videoclipachtige dromerigheid. Net als in documentaires als 'Vleesverlangen' (2015) en 'De OK-vrouw' (2016) is er gekozen voor een filmische opzet waar sfeer scheppen belangrijker is dan feitelijkheid, of dan proberen om objectieve afstandelijkheid te suggereren.
Het probleem wat ik met de ambitieuze opzet heb, is dat het kleine en intieme botst met dezelfde intentie om maatschappijkritisch en relevant te zijn. Het voelt allemaal erg vergezocht en pretentieus. De tussentitels van de correspondentie met 'de echte zus' die over de beelden wordt geplakt van compleet andere vrouwen. De overdreven focus op het oninteressante kunstenaarsmilieu waar piemels en vagina's de voornaamste interesse lijken. De vragen van de journaliste die aansturen op zelfanalyse en reflecties op de eigen identiteit. De mannelijke psycholoog die als een goeroe wordt opgeroepen om dingen te duiden met zijn wetenschappelijk correcte relativering. Die keuzes zijn eerder irritant dan verhelderend; een toonbeeld van pretentieus navelstaren.
Strangers: Chapter 1, The (2024)
Het helpt misschien dat ik nooit eerder een film heb gezien in The Strangers-serie. Maar ik vond het best een aardig kat- en muisspel tussen gemaskerde moordenaars en een sympathieke jong koppel. 'The Strangers: Chapter 1' (2024) houdt de spanning goed vast met een suspensevolle opbouw. Je weet welk gruwelijk lot de hoofdpersonen boven het hoofd hangt, maar de eerste aanval wordt ondraaglijk lang uitgesteld. De gemaskerde binnendringers cirkelen als roofdieren rond hun prooi voor ze toeslaan. Het creëert een heerlijk naargeestig sfeertje waarin voyeuristische blikken worden geworpen op onwetende slachtoffers. Steeds een stapje verder richting die onvermijdelijke doodsstrijd. Zonder duidelijke noodzaak of reden. Gewoon voor de lol.
Stree (2018)
Indiase horrorkomedie over de zoon van een klerenmaker die valt voor een geheimzinnige schone, maar begint te twijfelen of zij niet mannenverslindster Stree is. Deze paranormale entiteit komt elk festival langs om mannen mee te nemen naar gene zijde, terwijl ze wel zo beleefd is om weg te blijven wanneer er een toverspreuk bij de voordeur is geverfd. Ergens geestig hoe 'Stree' (2018) speelt met slasherclichés als de welbekende voyeuristische, objectiverende POV-shots van een vrouwelijk monster dat aast op mannelijke slachtoffers. Toch apart dat de hoofdpersoon een maagdelijke man is die als een soort 'final girl' twijfelt of hij moet toegeven aan zijn eigen seksualiteit. Al lijkt één en ander me eerder cultureel ingegeven dan een zelfreflexieve slimmigheid in lijn met 'It Follows' (2014) of 'The Cabin in the Woods' (2011). Wat dat aangaat ligt er zelfs in de tagline 'based on a ridiculously true phenomenon' al dik bovenop dat er een lesje geleerd moet worden. Het maakt 'Stree' (2018) een voorspelbare film waar redelijk effectieve horrorscènes te vaak worden afgezwakt met comic relief of prekerig moralisme.
Street Kings (2008)
wow, ik had de hele film een deja-vu gevoel: wat komt het me toch allemaal bekend voor. En wat blijkt, ik had hem dus al eens gezien!
Aan mijn mening is niks veranderd, de film is een nogal voorspelbare bedoening.
Striking Vipers (2019)
Alternatieve titel: Black Mirror: Striking Vipers
Er begint me de cynische gedachte te bekruipen dat ze die afleveringen alleen maken om content te hebben voor Netflix. Vanuit de gedachte om langs andere weg een nieuwe demografie op dat medium te bereiken. De episodes zelf vertrekken niet echt meer uit grote ideeën en de maatschappijkritische kijk op technologie is flinterdun. Of erger nog: bestaande ideeën worden gerecycled en de aangesneden issues lijken eerder erbij gesleepte bijzaken dan spot-on verbeeldingen van onze tijdsgeest. 'Striking Vipers' (2019) heeft op zich een interessant uitgangspunt met twee tegenpolen in de liefde - een brave burgerman (Anthony Mackie) en een notoire flirt (Yahya Abdul-Mateen II) - die via een VR-spel experimenteren met genderrollen en hun seksualiteit. Door een glitch kan een hypermasculiene fighter game á la Street Fighter ruimte bieden voor latente bi- of homoseksuele handelingen in de digitale ruimte.
Met 'San Junipero' (2016) had de serie al een schitterende aflevering over cyberspace als een vat vol nieuwe mogelijkheden. Waar avatars uiting geven aan hun queer verlangens in een omgeving waar constricties van de echte wereld - zoals het eigen lichaam en maatschappelijke normen - niet meer van toepassing zijn. Het was zwoel en zinnelijk. Het was een beetje droevig en melancholisch. Het was in de kern een perfect liefdesverhaal over eeuwige trouw en vergankelijkheid. 'Striking Vipers' (2019) bedoelt het goed met haar progressieve boodschap, maar slaat de plank mis door van menselijke seksualiteit een technologisch probleem te maken. Alsof vragen als 'gaan deze mannen vreemd?' of 'wat zegt deze cyberseks over hun geaardheid?' gesteld moeten worden. Hierdoor lijkt het alsof online persona volledig losgekoppeld zijn van offline verlangens, terwijl dit eigenlijk een karikatuur is van menselijke seksualiteit. Het was sterker als een 'bi-curious' ontdekkingstocht - zowel digitaal als in het echt- het startpunt was en van daaruit vragen werden gesteld over de rol van technologie.
Subservience (2024)
Megan Fox is fijn als dienstrobot met een eigen wil. Haar uitstraling als ongenaakbare seksbom werkt zeker in haar voordeel voor deze rol. Maar het is zonde dat 'Subservience' (2024) wel erg gemakzuchtig elementen kopieert van betere films over killer robots. Je kunt van begin tot eind voorspellen hoe de film zo ongeveer zal lopen.
Suburbicon (2017)
De geprivilegieerde witte burgerij die zich dankbaar kan verschuilen achter hun valse façade van keurig conformisme. In 'Suburbicon' (2017) wordt het vuurtje flink opgestookt als voor het eerst een zwarte familie een huis betrekt in de suburbs, of die Amerikaanse voorsteden waar het net iets prettiger vertoeven is dan in het drukke stadscentrum. Maar terwijl de buurtwachten en knokploegen rond het nieuwe gezin steeds groteskere vormen aan gaan nemen, ontvouwt er zich in de luwte een heel ander verhaal. Gardner Lodge (Matt Damon) verliest zijn vrouw Rose (Julianne Moore) bij een gewelddadige huisoverval. Maar zoon Nicky (Noah Jupe) ontdekt dat er iets niet helemaal in de haak is wanneer zijn vader opeens erg amicaal is met tante Margaret (ook Julianne Moore). Zou het kunnen dat zijn vader en tante misschien betrokken waren bij de moord op moederlief!?
'Suburbicon' (2017) weet niet helemaal de juiste toon te vinden. Het contrast tussen de twee families - verguisd maar onschuldig (want zwart) versus onverdacht maar schuldig (want wit) - ligt er moddervet bovenop. En juist die maatschappijkritische insteek slaat de plank mis, want qua screentijd leren we deze zwarte familie nauwelijks kennen. Het openlijke racisme en de agressie richting hun aanwezigheid, blijft louter een ironische kanttekening bij dat andere verhaal, wat al zo veelvuldig terugkwam in ander werk van de Coens. Waar kleinburgerlijke schlemielen een liaison hebben met het misdaadmilieu en ongewild terechtkomen in een cyclus van afpersing en geweld. Maar waar de Coens met hun aansprekende typetjes en het distinctieve surrealisme humor vinden in ultrageweld, blijft 'Suburbicon' (2017) alleen maar een redeloos harde en gemene film. Het heeft zelfs iets naars hoe het beladen discriminatie-thema naar de zijlijn wordt geduwd en eveneens wordt geïroniseerd voor een misplaatst voelend politiek statement.
Subway Stories: Tales from the Underground (1997)
Nog best leuk voor een HBO-anthologiereeks met verschillende metroverhalen, met de kenmerkende New Yorkse straatartiesten als het sturende leidmotief. 'Honey-Getter', 'Sax Cantor Riff' en 'Manhattan Miracle' hebben precies de juiste balans tussen humor, smart en de wisecracks waar New Yorkers om bekend staan. 'The Red Shoes' en 'Fern's Heart of Darkness' zijn wel lollig, maar missen net die scherpe pointe waardoor ze uiteindelijk weinig bijblijven. 'The Listeners', 'The 5:24' en 'Underground' zijn te clichématig als 'de toevallige ontmoetingen' die relatie- of werkproblemen in een nieuw perspectief te zetten. Ik keek deze reeks eigenlijk voor 'Love on the A Train' van Abel Ferrara en 'Subway Car From Hell' van Jonathan Demme, maar juist die twee episodes zijn allebei te flauw voor woorden. Desalniettemin een fijne reeks om eens te pixelen op YT.
Sucker Punch (2011)
Na een tijdje heb je door dat er maar een beperkt aantal basisverhalen zijn en dat al de rest variaties op hetzelfde thema zijn. Het verschil zit hem altijd in de details. Bestaat veel literatuur over. Op de duur begin je te kijken naar andere dingen. Wat heeft film nog te bieden buiten datgene wat ik al ken?
Deze discussie gaat iets verder dan alleen Sucker Punch? Misschien een idee om het voort te zetten op het forum?
Ben het deels met je eens. In mijn optiek bestaat een verhaal altijd uit basiselementen die terug blijven komen en waarin inderdaad veel gelijkenissen zijn te vinden met eerder verschenen werk. In principe hanteert een film anno 2011 regels die al sinds de Griekse tijd in zijn gevoerd op het gebied van dramatiek en theater. De invulling van deze elementen verschilt echter door het veranderende tijdsbeeld, nieuwe inzichten op wetenschappelijk gebied, de actualiteit op het wereldtoneel en een nieuw geopend perspectief door veranderde normen en waarden.
Vorig jaar verscheen er een film over Jesse Eisenberg en de oprichting van Facebook Het verhaal van een zakelijk genie die niet in contact staat met zijn medemensen is niet nieuw. De kunsten staan vol met verhalen over dit soort geïsoleerde karakters.Toch krijgt het verhaal in The Social Networkl een andere invulling omdat de ontwikkeling van Facebook onlosmakelijk verbonden is met onze tijdsgeest en hoe wij tegen bepaalde zaken aankijken vanuit onze veranderde maatschappij.
Daar komt bij dat een verhaal altijd moet bestaan uit een voor het publiek bekende elementen, wanneer er geen referentiekader zou zijn voor de kijker zou een film ook zijn doel missen. Clichés zijn nodig om een verhaal vorm te geven en de kijker mee te nemen in de nieuwe wereld die er geschapen wordt. In die zin zul je dus altijd een verhaal al ''kennen'' omdat het een uiteenzetting is van bestaand werk en gebruik maakt van bepaalde patronen en structuren die altijd terug blijven komen.
Sukiyaki Western Django (2007)
Alternatieve titel: スキヤキ・ウエスタン ジャンゴ
Deze aparte kruisbestuiving tussen mijn twee lievelingsgenres - de Amerikaanse western vs het Japanse samuraiepos - ziet er oogverblindend mooi uit. Met een enorm gevoel voor creativiteit worden de meest bizarre sets op het scherm getoverd en dat alles heerlijk dik aangezet met vettige, kitscherige sfeerbeelden. Liefhebbers van de pulpfilm zullen een feest der herkenning hebben aan alle hommages aan High Noon, Yoyimbo, de Leone films, Johnny Guitar, Zatoichi, en vermoedelijk vele, vele andere titels. Maar de superbe aankleding kan niet verhullen dat het totale plaatje een erg flauwiige hap is geworden. Waarom kon de creativiteit in cinematografie nou niet doorgezet worden naar een plot dat tenminste nog suggereert dat het enige betekenis heeft? Het doet daarin een tikkeltje denken aan het Shaolin Soccer van enkele jaren terug: complete idioterie waarbij Bananasplit nog intelligente humor lijkt. Of ik snap de Aziatische humor niet, of deze film is gewoon niet zo leuk. Het helpt allerminst mee dat de cheesy dialogen uit de mond komen van Japanse acteurs die het zo slecht doen klinken dat het pijn doet aan de oren. En dan komt Tarantino ook nog eens voorbij om te laten zien hoe slecht acteren er ook alweer uitziet.
Ik vond deze Aziatische ''western'' trouwens prettiger om te kijken: Fah Talai Jone (2000)
Sullivan's Travels (1941)
Alternatieve titel: De Lotgevallen van Sullivan
Misschien gekeken met verkeerde verwachtingen omdat ik het al bij voorbaat koppelde aan de legendarische status van de gebroeders Coen. Hoewel zij inderdaad enkele elementen uit deze film gebruikt hebben in hun werk - de freight train, de chain gang, het schilderij van een overleden echtgenoot, etc - moet ik zeggen dat zij een heel andere stijl hebben dan Sturges, veel ritmischer, veel meer dik aangezette karakters. In deze film is zoveel potentie tot komedie die onbenut wordt gelaten.
Summer of 84 (2018)
Meer een coming-of-age-drama dan een volbloed thriller. In 'Summer of 84' (2018) klinkt onmiskenbaar de nostalgische eighties door in de schelle synthesizerdeuntjes, maar ook de paranoia van het tijdsvak sijpelt door in de suburbs (Amerikaanse voorsteden). Waar piketbordjes van Republikeinse presidentskandidaten als Reagan/Bush in keurig gemaaide grasveldjes staan, terwijl krantenkoppen en nieuwsbulletins de spannende verwikkelingen uitschreeuwen rond de Cape May Slayer. Een beruchte seriemoordenaar die het vooral gemunt heeft op tienerjongens. Het is tegen deze sluimerende onrust dat de vijftienjarige Davey Armstrong (Graham Verchere) zijn overbuurman Wayne Mackey (Rich Sommer) ervan verdenkt dat hij eigenlijk de seriemoordenaar is. En laat Mackey nu net bekendstaan als een zeer gewaardeerde politieagent, een parel van de gemeenschap. Davey weet een groep leeftijdsgenootjes te begeesteren om hun zeeën van tijd in te vullen met een observatienetwerk met BMX-fietsen en walkietalkies. Maar neemt Davey zijn speelkameraadjes mee in een hallucinante puberfantasie, of spelen ze met vuur?
'Summer of 84' (2018) werkt het best wanneer de focus niet zozeer op de seriemoordenaar ligt, maar op de dynamiek tussen de puberjongens. Hun seksueel gefrustreerde dikdoenerij over seks die ze nog niet kennen, of die ze stiekem meer angst inboezemt dan ze durven toegeven. Die sfeer van 'jongens onder elkaar' waar ze als een groep hyena's duiken op het leeftijdsgenootje dat een beetje afwijkt van de rest. Al hebben ze onderling ook een zachtere kant, want niet zelden slaapt de één bij de ander omdat er problemen zijn in de huiselijke sfeer. Hun onschuldige groepsspelletje wordt allengs grimmiger wanneer ze strafbare feiten plegen om de overbuurman te ontmaskeren. Eerlijk gezegd had ik verwacht dat de film als William Golding's invloedrijke 'Lord of the Flies' (1954) tot een punt zou komen waarop deze groep schooljongens onomkeerbare morele grenzen over zouden gaan. Maar ze vinden de Cape May Slayer op hun pad en de confrontatie volgt de clichés van een wat voorspelbare genrethriller. Er had een scherpere en meer gedurfde film in 'Summer of 84' (2018) gezeten als de seriemoordenaar bijzaak was gebleven.
Sunny Side Up (2015)
Ergerlijke poging om iets te doen dat het midden houdt tussen The Wicker Man en Eyes Wide Shut. De film weet zelf ook niet helemaal of het een spannende thriller of een gelaagd relatiedrama wil zijn, dus wordt er een vorm gekozen waarmee het niet spannend wordt en ook niet dieper ingaat op de perikelen van een volwassen relatie. Verwacht vooral diepzinnig bedoelde blikken in een nogal warrig scenario rond een volksfeest dat vooral SYMBOLIEK uitstraalt en geen noemenswaardige rol lijkt te spelen in de verhaallijn. Hopelijk is deze miskleun geen indicatie voor de rest van deze lichting telefilms...
Sunrise: A Song of Two Humans (1927)
Alternatieve titel: Sunrise
Fascinerend hoe Sunrise zo op de emotie van de kijker weet in te werken met subtiel acteerwerk (voor een stomme film!) en een treffend gebruik van licht en donker. Ook voor mij is het principe van een man die, nadat hij zijn vrouw heeft willen vermoorden en zich op dezelfde dag weer met haar verzoent, een slag te ongeloofwaardig. Daarom kan ik het helaas niet zien als een echt meesterwerk.
Sunset Blvd. (1950)
Alternatieve titel: Sunset Boulevard
Hypnotiserende character study over een oudere vrouw die de overbrugging van de stille film naar de geluidsfilm niet heeft doorstaan en blijft hangen in de illusie dat zij nog steeds een zalen trekkende diva is. Wanneer een jongen scenarioschrijver in haar leven komt - een glansrol van William Holden- dan is de tijd voorbij dat ze kan blijven hangen in dat waanbeeld. Het briljante van de film zit hem in hoe het verschillende klassieke filmgenres als de film noir en het melodrama met elkaar mengt, maar deze vervolgens gebruikt voor een verhaal over het proces van het maken van een studiofilm. Op deze manier krijgen de clichés en conventies van die genres een nieuwe dimensie omdat het een beeld schetst van de totstandkoming van een film.
Sunshine (2007)
Visueel overdonderend spektakelstuk, waarin de vastgeroeste clichés uit de sciencefiction in een nieuwe vorm worden gegoten en zo opnieuw verfrissend gaan werken. Ogen en oren worden flink verwend onder de zinnenprikkelende beeldtaal van Danny Boyle's typische stijl van werken. Ik ben minder te spreken over de wat krampachtige wijze waarop ze een filosofische beschouwing over God verbeelden door er een haast apocalyptisch karakter erin te schrijven De film was beter geweest als het bij de realistische strijd van mens tegen de elementen was gebleven, gelukkig heeft Boyle er lering uit getrokken en is zijn 127 hours veel meer down-to-earth (en wat mij betreft dus ook stukken beter!)
Super (2010)
Meer Napoleon Dynamite dan Kick-Ass, met droge sketches rond een übernerd met overgewicht (Rainn Wilson) die zich in het latex hijst om de misdaad te bestrijden. Omdat hij net gedumpt is door zijn mentaal instabiele vriendinnetje (Liv Tyler), natuurlijk. Voor een hyperactieve drugsdealer (Kevin Bacon) die 'superheld' Frank erop wijst dat hij heeft verloren in de competitie rond zijn grote liefde. En dan komt er óók nog eens een mooie jongedame (Ellen Page) die koste wat het kost zijn acrobatische sidekick wil zijn. Het is niet dat ik van de bank rolde van het lachen, maar 'Super' (2010) weet het droge absurdisme consequent vast te houden tot een best ontroerend einde. Sommige fragmenten, zoals de Goddelijke aanraking op een naakte hersenpan, zijn zelfs ronduit bizar op een Monty Python-achtige manier.
Super 8 (2011)
Teleurstellend. Het begint best aardig met een sfeerbeeld van de jaren zeventig en die jongetjes die bezig zijn met hun amateurfilm. Maar als dan eenmaal ''het monster'' in het verhaal komt, dan is het een opeenstapeling van buitengewoon ongeloofwaardige ontwikkelingen. De reactie van die jongetjes en het meisje als ze nota bene getuige zijn van een explosief treinongeluk en bedreigd worden met een pistool is bijna psychopathisch te noemen. Het hele dorp staat op z'n kop maar onze helden maken zich vooral druk over kalverliefdes en het maken van die film. En zo gaat de film nog wel even door met een overtreffende trap van pijnlijke onwaarschijnlijkheden. Ik heb niet eens zin om mijn tijd te verspillen aan het opnoemen van de vele onnozele wendingen die het neemt.
Misschien nog wel irritanter is het geforceerd sentimentele dat de overhand gaat krijgen. Als je leentjebuur speelt van de grote Steven Spielberg dan mag je alles overnemen behalve zijn hang naar drakerig melodrama. De regisseur staat er niet alleen om bekend dat hij vooruitstrevende en grootse blockbusters maakt, maar ook om hoe hij wel erg sentimenteel te werk gaat. In die zin is Super 8 meer Spielberg dan Spielberg zelf, want de film verliest zich helemaal in zoetsappig gezemel over een dode moeder en een verstoorde vader- en zoonrelatie, met als grote klap op de vuurpijl die volstrekt idiote verwijzing naar E.T., met een buitenaards wezen dat als katalysator dient voor de verwikkelingen tussen een vader en een zoon.
