- Home
- Bobbejaantje
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Bobbejaantje als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Flic, Un (1972)
Alternatieve titel: Dirty Money
De laatste film van de veel te jong gestorven regisseur. En wat voor één. Een neo-noir van de zuiverste soort. Heel mooi gefilmd met een kil kleurenpalet. Onderkoelde - en gepaste - acteerprestaties van de protagonisten. Een verhaal over de strijd tussen politie en misdaad waarbij de lijnen regelmatig overschreden worden. Zoals het een noir betaamt is het verschil tussen goed en kwaad niet altijd even duidelijk. De flik, gespeeld door Alain Delon, worstelt met een persoonlijke crisis, lijkt het. Zo van het noirachtige existentialistische type. Waarom doet hij wat hij doet? Verder spiegelen criminelen en de flik mekaar in opportunisme en professionele aanpak. De heist op de trein is super gedaan, one of a kind, typische Melville ook. De muziek van Michel Colombier past de film als een handschoen: dreigend en op de achtergrond.
Flight of the Phoenix, The (1965)
Het equivalent van aanspoelen op een onbewoond eiland is deze film over een vliegtuigcrash in de woestijn. het verhaal draait rond overleven en de psychologische strijd tussen de overlevenden. Het schurende zand en de hitte laat de naakte kern van elke persoon naar boven komen. De maskers vallen. Ook leading man James Stewart - die in real life een verleden als oorlogspiloot tijden WO II had - ziet zijn tekortkomingen onder ogen. Het blijkt cruciaal om zich als team te kunnen redden. Hardy Krüger vormt het contrapunt van de cast. Als Duitser speelt hij ook de typische Duitser: rigide, punctueel, overtuigd van het eigen gelijk en met dominante kantjes. Tel daar nog zijn Arische uiterlijk bij op en de schaduw van de oorlog is niet ver weg - en er wordt ook op gealludeerd.
Prima acteerprestaties en regie. Het is wel een film die zijn tijd neemt maar dankzij de indringende psychologische portrettering van de diverse personages blijft het boeien.
Flying Down to Rio (1933)
Bekeken omwille van het debuut van Astaire & Rogers als koppel. Helaas is hun screentime erg beperkt hier - ik heb slechts één danspartij geteld - en is het verhaal gecentreerd rond een liefdesdriehoek - met Dolores Del Rio, Gene Raymond en Raul Roulien - die weinig kan boeien, al valt er soms nog wel wat humor te rapen. Het verhaal speelt zich grotendeels af in Rio de Janeiro met als gevolg dat we daarbij heel wat Latino muziek te verwerken krijgen. Nu ben ik wel fan van Latino muziek maar niet van de wat lamme orkestrale bewerkingen die hier ten gehore worden gebracht.
Ik had me er al bij neergelegd dat het met deze film niets zou worden, en toen kwam de luchtchoreografie met de dames op de vliegtuigvleugels langs …
man man man hoe verzinnen ze het? Deze scenes - opgenomen op de begane grond uiteraard - gaan er zo zwaar over dat het weer leuk wordt. En zo kom ik toch nog aan een nipte voldoende.
Folie des Grandeurs, La (1971)
Alternatieve titel: Delusions of Grandeur
Heerlijke komedie met en dankzij Louis de Funès. Deze keer een periodestuk dat zich lijkt af te spelen in Spanje ergens in de 16e of 17e eeuw. Louis de Funès is zijn vertrouwde licht geraakte zelf in de rol van edelman met ambitie. De rest van de cast mag er ook zijn. De plot steekt goed in mekaar, met ad rem dialogen en grappige situaties. De maatschappijkritische ondertoon waarbij de rijke stand te kakken wordt gezet, voelt nooit geforceerd aan. Dit alles wordt mooi in beeld gebracht, met aandacht voor historische kostumering en decors. Tenslotte is het genieten van de score van Michel Polnareff. De opening en bepaalde sounddesigns lijken geïnspireerd op Morricone westerns, maar verder vind ik wel dat Polnareff’s eigen popgevoelige stijl doorklinkt. Misschien dat het gebruik van drums en dergelijke wel wat raar anachronistisch aanvoelt bij deze periodekomedie, net zoals je de Morricone gitaren eerder verwacht in een western (al lijkt de opening dan weer op een western).
Follow That Dream (1962)
Alternatieve titel: De Beminde Sheriff
Een verfilming van het boek Pioneer, Go Home van Richard Powell. Powell was in eerste instantie beducht wanneer hij hoorde dat zijn boek een Elvisfilm zou worden. Naderhand was hij wel tevreden over het resultaat. Het is een comedy maar niet overdone. Iedereen speelt het straight. Zo ook Elvis. Hij heeft wel een vet hillbilly accent, komt redelijk naief over, maar het is allemaal met een pokerface uitgevoerd. Leuk!
Het verhaal heeft toch wel diepe wortels in de Amerikaanse cultuur. Het gaat over een familie die zich op land wil vestigen dat is toegeëigend door de overheid voor andere doeleinden. Heel de film lang voel je de spanning tussen overheid vs. de vrijheid van het individu. Een spanningsveld dat ook in de Amerikaanse cultuur gevat zit (bvb. de controverse rond recht op wapenbezit). Maar verder is dit een pretentieloze en vermakelijke film. En de liedjes - het zijn er niet veel - werden goed ingepast.
Follow the Boys (1944)
De film poogt de energie weer te geven die de entertainmentsector aan de dag legde om ‘de jongens’ van het Amerikaanse leger te ondersteunen tijdens WO II. Daarbij gaat het om zowel de film-, radio- en muziekwereld, als vaudeville acts. Dit mondt uit in een aaneenschakeling van shownummers met tussendoor wat relatiedrama rond George Raft en Vera Zorina. Qua scenario flinterdunne hap met alsnog een sterk einde, in mijn ogen, als tribute aan degenen die de oorlog niet overleefden. Natuurlijk moet je dergelijke film, die volledig focust op show, niet bekijken voor het verhaal, maar voor het podiumgedeelte. En dat slaagt er zeker in mij te entertainen, deze who’s who van Amerikaans entertainment. Highlights zijn voor mij de intermezzo’s met de Andrew Sisters, Louis Jordan & band en de goochelact van Orson Welles en Marlene Dietrich. Verder komt de film over als propaganda voor het vaderland en de filmindustrie, al valt dat moeilijk te vermijden gezien het onderwerp. Deze film zou ik enkel aanraden voor wie geïnteresseerd is in het soort entertainment en muziek die in die tijd gebracht werd. Zoniet is de kans groot dat je je gaat vervelen. Maar mij is dat alvast niet overkomen.
Follow the Boys (1963)
Opvolger van Where The Boys Are waarin Paula Prentiss en Connie Francis ook al meededen. Het script is genomen uit het echte leven van vrouwen die hun militaire partners bij de navy volgen op missie in het buitenland. Behalve een leuke komedie heeft het dus ook een waarheidsgetrouwe basis. Het is geschoten in Zuid-Frankrijk en het is dus genieten van de mooie zichten en het leuke wagenpark (die roze citroën). Het blijft allemaal lekker luchtig en we horen enkele keren de geweldige stem van Connie Francis. Zij was een zeer populaire zangeres en dit is ééntje van een handvol films, allemaal gericht op de tienermarkt, waarin ze te zien is. Mooie dramatische theme song heeft deze film, net zoals het geval was bij Where The Boys Are.
Foolish Wives (1922)
Megalomane productie, zoveel is zeker. Duurste film op het moment van de release. Op het web lees ik dat perfectionist Erich von Stroheim een speelduur van 6 à 10 uur had voorzien, en de vertoning wilde spreiden over twee avonden. Maar Universal Pictures wilde hem daarin niet volgen. Misschien was Erich von Stroheim gewoon 50 jaar te laat geboren, en had hij iets kunnen betekenen in de televisiesector? Een goeie soap of zo? Deze Foolish Wives voelt mij toch wel oeverloos lang aan - met 143 minuten de langst beschikbare versie bekeken - voor wat er uiteindelijk maar in gebeurt. Ik mag er niet aan denken dat deze film nog drie keer zo lang had geduurd.
Aan pluszijde heb ik echt genoten van de performance van von Stroheim in de op zijn lijf geschreven rol van aan lager wal geraakte Russische aristocraat of would-be-aristocraat. En verder niets aan te merken op andere acteurs. Productiewaarden zijn top op vlak van massascenes, decor, kostumering … Maar het scenario is zoals gezegd langdradig en naar het einde toe wordt het dan ook nog melig/melodramatisch. Voor mij is het ongeloofwaardig dat de meid de afgehuurde villa eventjes in de fik steekt omdat ze afgewezen wordt. Al heeft de kijker wel nog het plezier van een spannende brandscene na heel wat getalm en gepalaver.
Rond Erich von Stroheim hangt een beetje de mythe van miskend genie waar de filmindustrie is overheen gewalst. Maar afgaande op deze film stel ik me toch vragen bij de competentie - of is het de attitude - van von Stroheim om een verhaal compact te kunnen vertellen, zeker ook omdat het niet de enige keer is dat er iets aan de hand was in zijn turbulente carrière. Het kan ook wel gewoon aan von Stroheim liggen he. En het is nu ook niet dat ik achterover val van de regie en cinematografie wanneer ik deze Foolish Wives vergelijk met beroemde tijdgenoten van von Stroheim. Ik heb me er nog wel mee vermaakt maar het zal bij één kijkbeurt blijven. Al wil ik zijn andere films zeker ook nog wel een kans geven.
Force of Evil (1948)
Broeierig misdaaddrama dat me in bepaalde opzichten een opstapje lijkt naar The Godfather. Verraad en pijn in de misdaadwereld werd me zelden zo realistisch voorgesteld in films van de jaren veertig. Sowieso meesterlijk in beeld gebracht door Abraham Polonsky, met tal van shots waarin de personages zich letterlijk en figuurlijk niet op dezelfde hoogte bevinden, dikwijls ook shots vanuit kikvorsperspectief, dit alles met clair obscur belichting à point. Force of Evil is één van die films waarin thematiek en vorm prachtig inéénlopen.
Het scenario is niet eens zo origineel, je zou het zelfs doorsnee kunnen noemen, maar het gaat hem vooral om de sfeerzetting door beeld en niet te vergeten de acteerprestaties. John Garfield is de gecorrumpeerde advocaat die het hoofd moet bieden aan een wereld rond hem in verval, waar hij nog tracht te redden wat er te redden valt. Zijn omgeving bestaat uit racketeers en twijfelgevallen. Enkel met Beatrice Pearson als de vrouwelijke zuivere pool van het goede in een poel van verderf. Tot haar voelt John Garfield - die zich als noir anti-held in de schemerzone bevindt - aangetrokken. De vrouwelijke tegenpool - de femme fatale - wordt gespeeld door Marie Windsor. Bij momenten komt het verhaal moralistisch over, maar telkens weer wordt alles en iedereen - ook het zogenaamde zuivere in het personage van Pearson - in twijfel getrokken. Dit alles wordt begeleid door de indringende voice over van Garfield. Het overgrote deel van de film lijkt studiowerk maar op het eind krijgen we toch ook enkele buitenopnames aan de George Washington Bridge van New York te zien. Donker en intrigerend werk.
Foreign Affair, A (1948)
Alternatieve titel: Een Avontuur in Berlijn
Een vlotte Hollywood komedie gefilmd tussen het nog redelijk verse puin van WO II in Berlijn. Dan moet je als kijker gewoon effe de knop omdraaien. Het helpt dan misschien dat de film gemaakt is door Billy Wilder en met Marlene Dietrich, emigrés. De bij momenten cynische humor is soms geslaagd, soms minder geslaagd. Het heeft er ook mee te maken dat er over de film en de context wat mij betreft een onwezenlijke sfeer hangt. Behalve het puin is de stad op dat moment bezet door militairen en nog ingedeeld in vier zones onder gezag van de Britse, Amerikaanse, Franse en Russische troepen, wat terzijde aan bod komt.
Het scenario heeft lof gekregen (oscargenomineerd maar niet gewonnen) en het zit inderdaad niet slecht in mekaar. Alleen neemt het allemaal wel z’n tijd. Bijna 2 uur is me echt wel te lang voor wat het eindelijk is, de spookachtige ruïnes ten spijt. Het helpt ook niet dat ik geen van de personage echt kon pruimen. Marlene Dietrich doet waar ze goed in is, op haar diva manier natuurlijk. John Lund is ok zonder meer en het personage van Jean Arthur is redelijk onuitstaanbaar.
Zeer geslaagd vond ik de regie en dan vooral ook de b & w fotografie. Dat laatste had zomaar geschikt kunnen zijn voor een film noir.
Wie zich in speelfilms graag vergaapt aan Duits puin van WO II - op het eind van de forties was het toch ook alweer opgeruimd - kan ik nog enkele goeie titels van diverse makelij aanraden: Germania Anno Zero (1948) , Berlin Express (1948), Die Mörder Sind unter Uns (1946) .
Foreign Correspondent (1940)
Alternatieve titel: Onze Correspondent Meldt...
Een zinderende spionage thriller die bijna een volle 2 uur duurt maar geen moment verveelt. En trouwens een treffend voorbeeld waarin Hitchcock gebruik maakt van een MacGuffin: de kijker komt nooit te weten wat de geheime bepaling 27 inhoudt, waar enkel de ontvoerde Van Meer van op de hoogte is.
Joel McCrea is op dreef als oorlogscorrespondent in Europa voor een New Yorkse krant maar komt in allerlei moeilijke wateren terecht. De actie verplaatst zich met grote vaart van Londen naar Amsterdam, terug naar Londen en dan het vliegtuig op richting USA. Genoten van het functionele gebruik van de diverse locaties waarbij je je als kijker toch wel een beetje een toerist in de tijd voelt. Er was wel iets met het taalgebruik van sommige Nederlanders in het deel dat zich afspeelt rond Amsterdam, zoals anderen hier op het forum reeds melden. Tegenspelers Laraine Day (de noodzakelijke love interest van McCrea die aanleiding geeft tot screw ball dialogen/situaties), vader Herbert Marshall en collega correspondent George Sanders doen het eveneens prima. Vooral George Sanders als flegmatieke Brit is kostelijk, het voelt alsof Hitchcock het leuk vindt om opnieuw in Groot-Brittannië te kunnen filmen.
Foreign Correspondent is erg entertainend, en het valt toch op dat men er in die tijd geen probleem van maakte om met dergelijke scenario’s - waarin ruimte is voor frivoliteit - hoogst ernstige actualiteit als een wereldoorlog te willen tackelen. Als ik verder dan toch iets van kritiek wil geven op het scenario, heeft dat betrekking op de reactie van Scotland Yard om niet onmiddellijk in actie te schieten na de bevrijding van Van Meer, alsook ben ik er niet zo zeker van of een vliegtuig dat neerstort in de oceaan niet onmiddellijk zinkt. Maar de finale hemett neerstortende vliegtuig was in elk geval erg indrukwekkend, spannend en prima in beeld gebracht. Interessant om weten dat cinematograaf van dienst Rudolph Maté was, die ook voor zichzelf als regisseur een naam zou verwerven.
Mooi aan het scenario vind ik nog de manier waarop de relatie tussen vader en dochter benaderd wordt, en waaruit blijkt dat het persoonlijke en het politieke niet per se vermengd hoeven te worden. En dat niet alles zwartwit is (Marshall wordt voorgesteld als iemand die ook maar opgevoed is om het beste te doen voor zijn vaderland, waarbij duidelijk gesuggereerd wordt dat het gaat om Duitsland), maar dat er ook heel wat grijze zone bestaat. In die zin vind ik Foreign Correspondent geen platte propagandafilm. En waar het echt om gaat: natuurlijk heeft de film alle kenmerken waarom Hitchcock vandaag nog steeds zo populair is. Much imitated but never duplicated.
Foreign Intrigue (1956)
Mystery noir waarin de plot uiteindelijk toch wordt aangedreven door een MacGuffin. In dit geval is Mitchum op zoek naar de identiteit van de geheime vazallen van Hitler. Sowieso is het hele idee fictie dacht ik. Aangezien Hitler voor zover ik weet nooit plannen heeft gehad om de USA te veroveren. Maar het schept natuurlijk een samenzweerderig gevoel en betrokkenheid bij de Amerikaanse kijker. De strijd tegen het nazisme lag ook nog redelijk vers in het geheugen 11 jaar na het einde van WO II. Ook worden vier ‘vazallen’ genoemd die historisch effectief een rol gespeeld hebben in aanloop naar en tijdens WO II. Daarbij wordt Nederland genoemd met Mussert (NSB) en ook België met Léon Degrelle (Rex). Dat waren historisch gezien geen rijke industriëlen (zoals de zgn. geheime vazallen) maar wel extreem-rechtse (collaborerende) politici. Mussert werd na de oorlog geëxecuteerd en Degrelle zou nog een jaar of 50 in ballingschap leven o.a. in het Spanje van Franco.
Maar genoeg over de politiek. Het is een goeie spionagethriller dankzij een Mitchum die zich als een vis in het troebele water voelt, de mooie fotografie op Europees vasteland (Nice, Wenen, Monaco, Stockholm) … En er is ook een fijne intieme soundtrack die een soort onrust creëert: contrabasriffje, wat percussie en een sporadische sax. Het verhaal heeft een open einde. En dat is ook wel te verwachten met intriges op dit niveau.
Forest, The (1982)
Alternatieve titel: Terror in the Forest
Intussen de derde Don Jones film die ik recentelijk bekeken heb en wel de minste. Het begint nog aardig met een klassieke Friday the 13th vibe. Maar na de introductie begint het vele kanten op te gaan. Het idee van Gary Kent als kannibaal is niet oninteressant maar matig uitgewerkt. Het gedoe met de geesten is er bijgesleurd en haalt de vaart uit de film. De score is specifiek voor de film gecomponeerd maar slaagt er niet in om een vorm van cohesie (sfeer) te geven aan wat er op het scherm gebeurt. Gaat ook te veel alle kanten uit. Gelukkig valt er ook nog wel te lachen met wat er gebeurt.
Forty Guns (1957)
Met een titel als deze verwacht je wel wat wapengeweld maar dat blijft uit. Je krijgt wel veertig man te paard, alsook veertig man met de benen onder tafel maar verder reikt het niet. De plot draait helemaal niet rond de veertig man maar rond ice queen Barbara Stanwyck en gun fighter Barry Sullivan. Beiden zijn overlevers van een voorbijgestreefd tijdperk, uitgedaagd door het aanbreken van een nieuwe tijd. Is die plot de moeite waard? De vrij plotse transformatie van Stanwyck van manwijf naar meer vrouwelijk type, de hoofdintrige met haar wilde broertje John Ericcson, de finale alliantie van twee eigenwijze mensen, konden mij eigenlijk niet echt overtuigen.
Wat hebben we aan pluszijde? Visueel een prachtige en krachtige film. Barbara Stanwyck paradeert als een volleerde amazone over het scherm. Volledig in het zwart gekleed op een wit paard, komt ze indrukwekkend uit in de b&w cinemascope. De openingsscène met de veertig man te paard doet ook wat hij moet doen: indruk maken. Het getal veertig doet me daarbij wat denken aan Ali Baba en de veertig rovers. De mythe lijkt hier belangrijker dan de realiteit erachter. En dat gevoel heb ik wel wat bij het hele opzet van de film. Zoals eerder gezegd vind ik de plot niet geheel overtuigend maar niettemin was ik toch ergens geboeid van begin tot eind door het verhaal dat bijna iets weg heeft van (western) fantasy/fairy tale. En dat is dan zeker te danken aan de schitterende regie en het camerawerk van Samuel Fuller & co. Meespelende dolly shots, pov’s, lage camerahoeken, het subtiele spel met schaduw en licht, die ferme close ups van de ogen van Barry (die Sergio Leone nadien misschien geïnspireerd hebben). Dat alles maakt deze film voor mij zeer de moeite waard om te (her)bekijken.
Fountainhead, The (1949)
Een film die hoofdzakelijk interessant is omdat deze ontsproten is aan het brein van “fountainhead” Ayn Rand. Deze dame – filosofe en auteur - wordt beschouwd als de geestelijke moeder van het neo-liberalisme zoals dat opgang maakte in de twintigste eeuw. In 1943 publiceerde ze haar roman The Fountainhead, en het was Barbara Stanwyck die er bij Warner Bros. op aandrong om de filmrechten te kopen. Stanwyck, zelf naar Amerikaans droommodel opgeklommen uit de goot, was een grote supporter van Ayn Rand en wilde zelf de rol van Dominique Francon spelen in deze productie. De rol ging uiteindelijk naar Patricia Neal, waarna Barbara Stanwyck werk maakte van haar vertrek bij Warner Bros.
Net als het hoofdpersonage Howard Roark (gespeeld door Gary Cooper) streefde Ayn Rand naar artistieke integriteit bij de totstandkoming van de productie. Ze stond in voor de adaptatie van haar roman en het uitschrijven van het script. Gedurende het hele productieproces heeft ze erop toegekeken dat er geen letter van de dialogen veranderd werd, tot de eindspeech van Gary Cooper toe.
The Fountainhead komt in mijn ogen en oren over als een vehikel waarin Ayn Rand haar neo-liberale visie erin wil rammen. Het wordt allemaal breed uitgesmeerd en gepolariseerd. Individu vs. het collectief, een tussenweg bestaat niet. Pleidooi voor de triomf van het geniale individu t.o.v. de middelmaat. Pleidooi tegen al wat ruikt naar altruïsme of – godbetert – liefdadigheid. Dit alles vindt zijn uitdrukking in het gedrag en de praat van Gary Cooper, die als eenzame Prometheus de fakkel oplicht voor de massa.
Hoewel ik vind dat Ayn Rand wel een punt heeft om op te komen voor de rechten van het individu vind ik haar visie in deze film ook getuigen van een verregaande naïviteit en zelfs romantisch utopisme. Ze laat namelijk uitschijnen dat er plaats moet gemaakt worden voor mannen en vrouwen, die in staat van integriteit en genialiteit verkeren. Vooral de verbinding van integriteit met die genialiteit is van belang. Hallo wereld? Het toppunt van deze visie vindt uitdrukking in de scene waarin Cooper het gebouw dynamiteert dat niet volledig volgens zijn plan opgetrokken is, en hiervoor vervolgens vrijspraak krijgt bij de jury. Volgens mij van de pot gerukt en van lotje getikt.
Gary Cooper speelt zijn rol vrij degelijk maar geen moment heb ik met hem meegeleefd. Omdat hij gewoon weinig menselijk overkomt. Hij dramt maar door, waarbij je je ook de vraag kan stellen of zijn personage geen verborgen narcist is. Dan had ik meer sympathie voor de personages van Raymond Massey en Kent Smith die een menselijke kant vertoonden.
De hele film maakt een te dogmatische en haast religieuze indruk. Vervang in de eindscene Gary Cooper op de top van het gebouw door een arbeider, en je had de perfecte eindscene voor een door Stalin goedgekeurde sociaal-realistische film, aan het andere eind van het politieke spectrum. Beeldtaal als propaganda.
Ik vrees ook dat de totale afwezigheid van enige humor niet bijdraagt aan mijn appreciatie van het werk van Ayn Rand, die me te fanatiek is. Zij heeft dan wel de artistieke integriteit maar ik hoef het niet goed te vinden uiteraard.
Wel nog een pluim voor het puike werk van regisseur King Vidor en cameraman Robert Burks (bekend van zijn samenwerking met Hitchcock). De muziekscore van Max Steiner vond ik ook wel knap, hoewel misschien iets te aanwezig in een film die weinig emoties beroert.
Conclusie. Interessante film als vehikel om een politiek idee uit te dragen, maar tenzij je helemaal achter dat idee staat, valt er niet zoveel te genieten.
Four Horsemen of the Apocalypse, The (1921)
Wordt beschouwd als de eerste anti-oorlogsfilm, en qua timing zo vlak na WO I en in de beginjaren van de cinema was het inderdaad moeilijk om er nog vroeger bij te zijn. De titel van de film riep bij mij nogal apocalyptische verwachtingen in, en die werden ten dele ingelost. De vier ruiters krijgen heel beperkte screentime maar hun meedogenloze spirit hangt wel over (het tweede deel van) de film, als esoterische aanjagers van de verschrikkingen van WO I. De film neemt wel zijn tijd om erin te komen. Het eerste uur is voornamelijk een familie epos waarbij alle leden van de familie van stamvader Pomeroy Cannon worden voorgesteld, en de ongelijke verhoudingen met zijn respectievelijke Franse en Duitse schoonzonen, en kleinkinderen, worden geschetst. Die specifieke nationaliteit zal van belang blijken voor het tweede (oorlogs)gedeelte van de film. Voor mij had het oorlogsgedeelte wel wat meer uitgewerkt mogen worden, dat verzonk me teveel in de achtergrond vergeleken met de heel lange intro. De insteek van de ruiters vond ik wel geslaagd, met mystieke beelden van mannen te paard en het afschrikwekkende Beest. Hangt in het eerste deel van de film hebzucht en valse romantiek in de lucht, in de finale worden de puntjes op de i gezet, en blijf je als kijker een beetje verweesd achter.
De versie die ik gezien heb, bevat de score van Carl Davis en is zeker aan te raden. Prima regie en fotografie van respectievelijk Rex Ingram en John F. Seitz (die ook nog noirklassiekers zou neerzetten met Billy Wilder) in deze film die ook de doorbraak betekende voor Rudolph Valentino.
Fourteen Hours (1951)
Alternatieve titel: 14 Bange Uren
Prima psychodrama met een geweldige hoofdrol voor Richard Basehart als twijfelaar. Zoals je van Henry Hathaway dikwijls mag verwachten, is het een film waarvoor de nodige research gedaan is om het allemaal realistisch te laten lijken. Bij de eindcredits worden de politiediensten nog een keer bedankt voor hun medewerking.
Het is vermakelijk hoe in deze stokoude film gehint wordt naar het mediacircus van die tijd.
Conform de film noir van toen heeft de plot veel van doen met freudiaanse psychologie, moeder- en vader complex etc. En ze zorgen ervoor dat de theorie als een handschoen bij de situatie past. Is het daarom een film noir? Niet per se maar heel wat films uit die tijd roeren toch in hetzelfde potje.
Mooi ook hoe de zijplotjes verweven worden met de hoofdplot die zich heel de tijd afspeelt hoog boven de grond.
Vermeldenswaardig tenslotte is de bijrol van Grace Kelly en het is meteen ook haar debuut.
Frank en Eva (1973)
Alternatieve titel: Frank & Eva
Op aanraden van een collega had ik onlangs Blue Movie bekeken, en dat bleek een voltreffer qua cultgehalte. Heeft me aangespoord om ook deze Frank & Eva af te spelen. En ja, toch ook weer een leuke kijkervaring. Drama gemengd met lichte humor en redelijk wat naakt op een manier dat het allemaal natuurlijk overkomt. Hugo Metsers vogelt er met verve op los en verder een prima hoofd- en borstenrol van Willeke Van Amelrooy. En laten we hier ook het debuut van icoon Syliva Kristel niet vergeten. Saai is deze film nooit, en ik denk bijvoorbeeld aan de hilarische biljartscenes, alsook de begrafenisscene. En zouden de voyeurscenes zomaar even refereren aan Rear Window?
Prima soundtrack van Antoine Duhamel die aansluit bij het jazzgeneuzel van die vroege jaren zeventig.
Deze film is vakkundig gemaakt, en komt qua scenario minder knullig over dan Blue Movie. Toch valt hier genoeg te rapen voor een avondje vermaak.
De sociologen onder ons kunnen ook nog eens kennismaken met de introductie van het begrip ‘latrelatie’ in deze film, in die tijd nog een nieuwigheid. Autoliefhebbers kunnen dan weer hun hartje ophalen aan het Amsterdamse wagenpark van begin jaren zeventig.
Frankie and Johnny (1966)
Niet de eerste film die gebaseerd is op murderballad Frankie and Johnny (die het licht zag in 1899). Deze Elvis adaptatie speelt zich af in New Orleans begin 20e eeuw met oude stoomboten op de Mississippi, decadente mardi gras en dixieland jazz. De liedjes hebben dus een retrofeel en je moet ook wel voor die stijl zijn om het te appreciëren. Deze Frankie en Johnny is een old school musical, klucht, zij het met de king of rock’n roll in de hoofdrol. Vergeleken met andere lichte musicals vermaakt het evenzeer. Vederlicht entertainment zelfs al is het gebaseerd op een murderballad. Leuk geschreven script met een juiste mix van humor en deuren slaande actie. Het is fijn dat er hier ook op locatie in New Orleans gefilmd is.
Fraternity Vacation (1985)
Spring break movie waarin alle clichés lustig worden ingezet. Jongens en meisjes die ervoor gaan met daarrond een hoop complicaties. En dan is er nog de soundtrack - zoals alleen in de jaren ‘80 mogelijk was - die sowieso zorgt voor een groovy vibe.
Acteerprestaties zijn wat je mag verwachten voor dit soort films. De verpakking ziet er goed uit en dat is al een belangrijk punt voor de ‘karakters’. We zien hier Tim Robbins aan het werk enkele jaren voor zijn doorbraak. Ik zou ze niet te eten willen geven; de grote acteurs die ooit begonnen zijn in exploitation filmpjes.
Freddy vs. Jason (2003)
Complete rommel. Niet om aan te zien. Zero suspense, niet alleen dat, ook in het algemeen zero sfeer. Een mikmak van scènes die pijn doen aan de ogen. Niet eens slecht geacteerd maar wel totaal geforceerde rommel. Nochtans draag ik de NOES en F13 franchise een warm hart toe. Deze film is echter het absolute dieptepunt van beide series, zij het misschien op een gedeelde plaats met X van F13.
De dollars die men in deze film gestoken heeft, hebben zichzelf wel in viervoud terugverdiend. En dat is uiteindelijk wat telt voor zo’n bedrijf.
Freddy's Dead: The Final Nightmare (1991)
Alternatieve titel: A Nightmare on Elm Street 6
Als je een sequel vernoemt naar de dood van het hoofdpersonage dan wind je er als makers geen doekjes om. Bij het bekijken van de film merk je toch ook wel dat het momentum van de filmreeks wat voorbij is. De jaren ‘80 zijn voorbij en de tijdsgeest is ook veranderd. Eén van de tieners neemt Twin Peaks in de mond en dat zegt genoeg over een gewijzigd referentiekader. Freddy staat meer dan ooit garant voor fun en zijn dreigende kant verdwijnt nog meer naar de achtergrond. Toch bevat de film nog 2 creatieve kills. Verder vind ik het een goed idee dat de jeugd van Freddy wordt uitgediept. Dat geeft context bij zijn gruwelijke daden zonder dat die moeten goedgepraat worden. Ook het relaas van de tieners bevat een uiterst donker randje. Het meisje van de groep heeft een verleden van seksueel misbruik door haar pa. Het is niet al camp wat de klok slaat. Ondanks de kritieke puntjes is het nog steeds een film met spectaculaire en surrealistische fx. Genieten.
French Cancan (1954)
De hommage van Jean Renoir aan de Moulin Rouge en de Belle Epoque. Renoir, zoon van de beroemde schilder, besteedt hier heel wat aandacht aan compositie en kleurenpracht in deze technicolor film. De plot lijkt wel minder belangrijk te zijn hier en is ook niet van die aard om te beklijven. Het is vooral “the show must go on” en dat heeft ook wel iets. Het is zeker geen historische vertelling over de Moulin Rouge al bevat het wel enkele historische elementen (danseres Nini). Acteerprestaties mogen er zijn. Voor Renoir was dit zijn eerste film na zijn terugkeer uit de USA en ook een weerzien met Jean Gabin die ook wel een beetje zoekende was. Mooie reünie maar niet groots zoals in vorig werk. Al is dat nu ook geen maatstaf om van deze film te kunnen genieten.
French Quarter (1977)
Een exploitationfilm die zich grotendeels afspeelt aan het begin van de 20e eeuw in het French Quarter van New Orleans. Dat is een interessante periode omdat op dat moment de stad een hot spot is voor de ontwikkeling van de jazz met namen als Buddy Bolden, Jelly Roll Morton en de geniale Louis Armstrong. Daarnaast was er ook een enorm bloeiende prostitutiesector in de stad (misschien niet toevallig dat the house of the rising sun zich in New Orleans bevindt). In deze film worden de eindjes aan mekaar geknoopt: exploitation in het bordeel terwijl jazz legend Morton de pianotoetsen beroert. Ook Louis Armstrong - Satchmo - heeft enkele scènes als kind met trompet. Dan krijg je scènes met een soft erotica gehalte afgewisseld of begeleid met artistieke bravoure. Het lijkt een beetje een mindfuck maar anderzijds zouden Jelly Roll Morton en vele andere jazzmannen effectief centjes verdiend hebben met piano in het bordeel.
Voor een exploitationfilm zijn de settings ook wel ongelooflijk verzorgd en in detail. Het lijkt wel een A-film - in elk geval een werk van liefde vanwege regisseur en producer Dennis Kane.
Het verhaal zelf is in orde als je het allemaal met een korrel zout neemt. Virginia Mayo - met haar uitstraling - als maagd kwam me weinig geloofwaardig over maar dat stoorde me verder niet.
Dit lijkt me toch een film die tussen 2 stoelen valt. Voor erotica liefhebbers zal het te weinig zijn, en liefhebbers van New Orleans jazz zullen misschien geen boodschap hebben aan de halve Emmanuelle toestanden. Zelf heb ik me wel vermaakt.
Frenzy (1972)
Herziening en dit is een veel betere film dan ik me kon herinneren. Het is een clevere combinatie van black comedy en suspense wat Hitchcock als geen ander beheerste. Visueel start het met een grandioos hoogte shot op Londen en er zijn nog wel meer leuke visuele momenten. De eerste gesproken scene van de film met de speech van de official over de vervuiling van het water en net daarop de ontdekking van het lijk is dan weer een staaltje van Hitch zwarte humor op zijn best.
Inhoudelijk fijn dat Hitchcock de kijker in eerste instantie manipuleert en op het verkeerde been zet. Uiteindelijk zal het ook weer gaan over the wrong man. Al wordt het hier ook gekoppeld aan het verhaal van de echte moordenaar. Het contrast tussen de persoonlijkheden van moordenaar en vals beschuldigde valt ook op door een omkering van waarden. De onschuldige is openlijk een driftkikker met gewelddadige neigingen terwijl de moordenaar mister charming zelve lijkt.
En er zijn nog wel meer zaken die we elders zien terugkeren in het oeuvre van Hitch. Er wordt regelmatig gegeten bijvoorbeeld. Vooral de maaltijden van de inspecteur zijn kostelijk met de gesprekken die hij daarbij met zijn vrouw voert en waarbij zij voor hem zijn politiezaak oplost. Naast eten is er sowieso ook veel te doen rond de koppels in deze film - getrouwd of gescheiden of … - die de moeilijke gradaties van samenleving tussen man en vrouw lijken weer te geven. Hoe cynisch wordt het wanneer de kantoorhoudster van een huwelijksbureau belaagd wordt door een seksuele pervert.
Er is humor, suspense en er is toch ook een moment van grof geweld bij de eerste moord. Het neemt zijn tijd waardoor het realistisch overkomt. Natuurlijk zijn we vandaag veel erger gewend maar voor die tijd is het toch wel vooruitstrevend genoeg.
De film heeft toch wel een viezere uitstraling dan we gewend zijn van Hitchcock. Hij is hier aan het begin van de seventies met zijn tijd meegegaan en dat leverde een R rating op. Maar toch blijft het op en top Hitchcock.
hitchcock challenge # 19
Friday the 13th (1980)
Alternatieve titel: Vrijdag de 13e
Ooit wel eens een deel van gezien maar nooit het origineel denk ik. Maar eindelijk is ook die kop eraf. Oops. Ik heb me hier prima mee vermaakt. Het lijkt me een mix van Hitchcock - die Psycho geïnspireerde score in het laatste half uur - en zeker ook giallo. Het verhaal stelt vrijwel niets voor en de nadruk ligt volledig op de spanningsopbouw. De moordenaar doet z’n ding zonder dat er ook maar iets van een motief bekend is tot helemaal op het eind. Mysterie alom dus. Ook de hijgerige soundeffecten bij bepaalde shots deden me aan Italiaans geïnspireerde giallo denken.
Toffe setting verder waarbij de isolatie van het woud alleen maar bijdraagt aan de sfeer. De acteerprestaties mogen er zijn. Onverwacht om in dit soort film de zoon van legendarisch crooner Bing Crosby te zien opduiken tussen het slachtvee.
Het is fijn om dergelijke genre klassieker te bekijken. Een onafhankelijke productie van een gemotiveerde maker met een idee - weliswaar geïnspireerd ook door het succes van Halloween - en wel met effect.
Friday the 13th (2009)
Degelijk gemaakte doordeweekse horror. Settings zijn ok en de personages zijn te verdragen. Jason Voorhees herkrijgt deels zijn schrikwekkende uitstraling die wat verdwenen was in de laatste delen. Het lijkt een vervolg op de allereerste FT13 want we zien hem hier zelfs opnieuw een tijdje met een zak over het hoofd rondlopen. Al met al is Jason voor een achterlijke idioot toch behoorlijk gesofisticeerd met dat gangenstelsel en alarmsysteem van hem. Ook een nieuw element binnen de franchise is zijn gijzelactie. Het stijgt allemaal nooit boven de middelmaat maar sinds de overname van de franchise door New Line Cinema is dit de film die het meest aanleunt bij de originele formule. Maar daarom nog niet bijster goed. Dat er geen nieuwe FT13 meer komt omwille van rechtendispuut lijkt me geen groot verlies.
Friday the 13th Part 2 (1981)
Alternatieve titel: Vrijdag de 13e Deel 2
De combinatie van muziek, camerabeweging en timing blijft een winnende combinatie. Van de bende cursisten is Amy Steel degene die een opgemerkte entree maakt. Ze trekt de aandacht als laatkomer en arriveert in een rode Volkswagen Beetle. Dat deed mij vermoeden dat zij de final girl zou worden en het bleek uit te komen. Het is in dit deel dat Jason voor het eerst alle aandacht opeist al heeft hij nog niet zijn iconische uiterlijk. Voor mij staat deze film qua spanning toch wel op het niveau van deel 1.
Friday the 13th Part III (1982)
Alternatieve titel: Vrijdag de 13e Deel 3
De formule werkt nog steeds in dit derde deel. De regie blijft in goede handen bij Steve Miner. Achteraf zie ik ook wel in welke scenes vooral 3D gimmick zijn. Maar storen deed het mij niet. En verder zijn alle vertrouwde elementen aanwezig: Jason, tieners, een dorpsgek en een soundtrack die een mix lijkt van Morricone en Herrmann. Ik heb wel de indruk dat er nu nog wat meer tienerdrama en occasionele humor in verwerkt is.
Fijn om hier dan het ontstaan van een icoon mee te maken met de introductie van het hockeymasker. Als laatste deel van een trilogie had dit zeker kunnen volstaan. Niet voor niets wordt in de finale scènes de cirkel rond gemaakt t.o.v. het einde van het eerste deel. Mooi dat deze keer mama Voorhees opduikt uit het water.
Friday the 13th Part VII: The New Blood (1988)
Alternatieve titel: Friday the 13th Part 7
In het vorige deel had Jason zich al bewezen als de nieuwe Frankenstein dus kan je maar beter paranormale krachten inschakelen om hem het hoofd te bieden. Dat is toch wel het basisidee achter deze film. De intro met het schattige blonde meisje deed me wat denken aan Poltergeist maar natuurlijk had ik het moeten zoeken bij Carrie (zal ik nog eens moeten herbekijken). Voor mij heeft de film één echt hoogtepunt: de scène waarin het meisje van ruimte naar ruimte kruipt om aan Jason te ontsnappen. Een echt Hitchcock momentje. Verder is de spanning niet altijd zo hoog. Dikwijls besluipt JV zijn slachtoffers gewoon langs achter. Al met al een film die voldoende vermaakt.
