• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.901 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.958 gebruikers
  • 9.370.024 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Bobbejaantje als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Faces (1968)

Na Shadows mijn tweede Cassavetes. Straffe cinema is dit. De naturelle dialogen, acteerprestaties, camerastandpunten geven de indruk van een docu. Doet me wat denken aan de Dogma adepten.

Het is een film met een vrij lange speelduur maar dat is misschien onvermijdelijk om met dit soort aanpak impact te genereren. Het wordt de kijker niet met de paplepel ingegoten maar het vraagt een zekere focus op de schijnbaar alledaagse triviale dialogen die wel degelijk een plotgewijze uitkomst krijgen. Heel knap hoe Cassavetes de gevoelens en gedachtegangen van de personages in de dialogen weet te gieten zonder het te ‘telefoneren’. Het is dan ook nodig om de film als het ware ‘tussen de regels te lezen’. Volgens wat ik hier lees op het forum kwam hier improvisatie aan te pas, en dat verklaart misschien ook veel.

Het realiteitsgehalte wordt nog versterkt door de aanwezigheid van acteurs die qua uiterlijk eerder doorsnee zijn. Met uitzondering van Gena Rowland (ironisch genoeg de echtgenote van Cassavetes in het echte leven) al is dat nu ook geen kritiek natuurlijk.

Wat ontbreekt, is een soundtrack. Enkele muzikale momenten hebben te maken met een live optreden en een party, en that’s it. Geen muziek wordt ingezet om de mood van de kijker te beïnvloeden, het gaat enkel om naakte acteerprestaties en dialogen. Ik kan alleen maar respect hebben voor de integriteit waarmee Cassavetes dit project heeft aangevat en uitgewerkt. Het zal ook wel geen toeval zijn dat in deze film de naam van Bergman valt, ook nog zo’n existentieel cineast die gespecialiseerd was in menselijke relaties.

Fail Safe (1964)

Een film die in hetzelfde jaar werd uitgebracht als het satirische Dr Strangelove, met hetzelfde thema, en die laatste groeide uit tot dé koude oorlog klassieker.

Fail Safe vind ik toch een interessante en competent gemaakte film die de waanzin van de koude oorlog (en nucleaire oorlog in het algemeen) goed weergeeft. Ook al zal het in realiteit misschien niet mogelijk geweest zijn, wat er allemaal fout ging in de film.

Het is ook wel een vrij trage film die focus vraagt bij de opeenvolging van talking heads. De cinematografie is gelukkig wel mooi met het b&w en gebruik van clair obscur. De acteerprestaties zijn ook best overtuigend.

Goed om een keer gezien te hebben als tweelingbroertje van Dr Strangelove (die ook voor mij de bovenhand heeft).

Fallen Angel (1945)

Bijzonder sfeervolle noir gemaakt door grotendeels dezelfde ploeg die het jaar voordien Laura creëerde. Het verhaal van aantrekken en afstoten der seksen speelt zich af in een slaperig Amerikaans stadje met de lokale bar en het huis van de Christelijk conservatieve Alice Faye als centrale antipoden, die dan respectievelijk voor het kwade en het goede staan. Dana Andrews als anti-held zonder een cent op zak positioneert zich moreel tussen deze twee punten, waarbij Linda Darnell als femme fatale de mannen op het hoofd brengt door gewoon zichzelf te zijn als dienster in de kroeg, en dit tegenover de deugdzame Alice Faye die nog niets van het leven heeft gezien. Het karakter van Dana Andrews wordt voor de kijker bij de intro al onmiddellijk doorgelicht door de manier waarop hij het aan boord legt met John Carradine als professor Madley. Goeie acteerprestaties van de betrokkenen inclusief Charles Bickford als flik op rust, lekker gekruid met hard boiled dialogen. Enkel de bijrollen doen nogal eens aan overacting.

Dynamische regie en schitterend geschoten plaatjes met perfecte clair-obscur belichting vanwege respectievelijk Otto Preminger en Joseph LaShelle. Die visuele b&w pracht kan wat mij betreft niet genoeg benadrukt worden. Verder kan ik me niet aan de indruk ontdoen dat naast Laura dit toch ook een film is die David Lynch moet geïnspireerd hebben voor zijn Twin Peaks serie: slaperig stadje met karaktervolle inwoners waar dingen gebeuren die het daglicht schuwen, en dan telkens die entree in het lokale kroegje waar de natives mekaar ontmoeten voor a damn fine cup of coffee.

Een film met een goed scenario dat me even op het verkeerde been heeft gezet. Wel moet je erbij nemen dat relaties volgens Hollywoodscript van toen nogal impulsief verlopen, zoals het feit dat hier getrouwd wordt amper een week na kennismaking. De titel van de film wordt verder op bijzonder poëtische wijze uit de doeken gedaan. Mooi zo.

Fallen Sparrow, The (1943)

Spionnagethriller waarin een deel van de spanning gecreëerd wordt door de vage balans tussen echte gebeurtenissen enerzijds en de mentale toestand van John Garfield anderzijds. De sound effects spelen daarbij een belangrijke rol en hiervoor mag lof gezwaaid worden naar RKO-huiscomponist Roy Webb.

Regisseur Richard Wallace is me niet bekend, maar hij heeft zijn job goed gedaan, in samenwerking met scenarist Warren Duff en cinematograaf Nicholas Musuraca (beiden onder meer betrokken bij de klassieker Out of the Past). Fijne camerahoeken, spelen met licht en schaduw ...

John Garfield vond ik goed acteren, naast Walter Slezak en femme fatale Maureen O'Hara.

De productie bevat een geladen sfeer eigen aan films gemaakt tijdens en over WO II, en dat valt eenvoudigweg niet meer te reproduceren.

Family Plot (1976)

Lang geleden gezien en het is een zeer aangename rewatch geworden. Basically is dit een mix van misdaad en off beat comedy. Ik heb genoten van de toon van de film en allerlei elementen die erin verwerkt zijn. De openingsscene verraadt misschien ergens een invloed van The Exorcist. Karen Black als pseudo-blondine: Hitch speelt met het eigen imago. Verder heel leuke dialogen al zal het misschien voorbijgestreefd zijn door wat er op dat moment aanwezig was in de cinema. De nadruk ligt op innuendo, en er ook geen enkele keer gevloekt in een film waar voor de protagonisten toch redelijk wat fout gaat. Toch is dit de film waarin Hitchcock ging voor een andere aanpak, meer aangepast aan de nieuwe wind in de cinema, waar hij zelfs ruimte liet voor improvisatie door de acteurs.

Alles hangt af van je verwachtingen bij het bekijken van deze film. Kijk je uit naar een suspense werk dan ben je eraan voor de moeite, al zijn er toch ook weer spannende momenten. Deze film heeft het meer van een licht ironische ondertoon. De muziek is ook fantastisch. John Williams levert heel goed werk met een score die perfect inspeelt op wat er gebeurt op het scherm. Natuurlijk verwachten we niet anders van hem, maar toch. Zijn score lijkt ook wel wat op Bernard Herrmann.

hitchcock challenge # 11

Fanfare (1958)

Een klassieker van de noorderburen waarvan ik nog nooit gehoord had, moest het niet zijn door de Allemaal Film serie.
Wat een geinige film! Leuk geacteerd en een dragend scenario dat ruimte geeft aan een aantal bijzondere typetjes in het dorp. Het is een komedie waarbij ik verschillende keren hardop heb kunnen lachen met de (dol)komische situaties. De film valt wat mij betreft nergens 'dood' maar blijft lekker doorstomen tot het eind.
Het feit dat ik zelf de ervaring heb muzikant te zijn in een (amateur)orkest heeft zeker ook bijgedragen aan mijn kijkplezier, omwille van een aantal zaken die nog steeds herkenbaar zijn, ondanks de leeftijd van de film. Bijvoorbeeld het repeteren in een café achterafzaaltje om nadien samen een pint te nemen, het gedoe met dirigenten (veel bepalend toch), de gemoedelijke sfeer (die in de film dan wel onder druk staat). De finale is ronduit hilarisch wanneer het publiek op het concours volledig uit zijn bol gaat alsof zonet Elvis in eigen persoon heeft opgetreden
Verder erg genoten van die jaren vijftig sfeer (het leek allemaal wat eenvoudiger toen of is dat de magie van film?), de wondermooie polderlandschappen en de slimme integratie van natuurbeelden door Bert Haanstra. Ik zal van deze man nu ook maar eens een documentaire moeten gaan bekijken. Maar dat lijkt me zeker geen straf. Heerlijke affiche trouwens.

Fanny (1932)

Zalige film! Tweede deel van de zgn. Marseilles trilogie waarbij het voor een goed begrip toch noodzakelijk is om het eerste deel Marius (1931) te bekijken. Fanny start exact waar Marius eindigt en verder worden de personages nog wat uitgediept. Pierre Fresnay, Orane Demazis, Raimu en Charpin zijn opnieuw van de partij, en leveren prima acteerprestaties in deze zorgvuldig geproduceerde volkse komedie. Vooral Raimu en Charpin steken er, met dankbare rollen, bovenuit in hun karakterisering en samenspel. Omdat ik hun personages reeds heb leren kennen in het eerste deel, heb ik zo mogelijk nog meer kunnen genieten van het tweede deel. De trilogie wordt beschouwd als een klassieker van de Franse cinema en na het bekijken van de eerste twee delen lijkt me dit alvast helemaal terecht. Zowel Marius als Fanny zogen me volledig in de wereld van Marseille begin jaren dertig, waar enkele kleurrijke figuren hun ding doen. Ook Fanny heeft een relatief lange speelduur maar verveelt geen seconde, in acht genomen dat dit werk helemaal drijft op dialoog. Mijn respect voor scenarist Marcel Pagnol is daarmee opnieuw een stukje toegenomen en kijk al uit naar de rest van zijn oeuvre, ook als regisseur. Voor deze Fanny werd Marc Allégret geëngageerd als regisseur, en voor mij deed hij dat even goed als Alexander Korda met Marius. Overwegend binnenopnames (studio), maar de locatie shots in en rond Marseilles zorgen helemaal voor de juist sfeer.

De verhaallijn van Fanny is in se (melo)dramatisch, maar dankzij de komische inbreng van Raimu en Charpin, en met uiteraard de spitse dialogen van Pagnol, is dit lachen geblazen. Topper in zijn genre.

Fantômas (1964)

Alternatieve titel: Fantomas 70

Best wel vermakelijk. Heel wat actie en natuurlijk is er de belangrijke komische noot met de aanwezigheid van Louis de Funes als commissaris Juve. Hoe het in die tijd overkwam, weet ik niet, maar als je Fantomas en zijn Lady Beltham hier ziet langskomen, kan je niet anders dan concluderen dat het een enorme camp factor heeft. Toevallig heb ik ook de filmserie uit de jaren 1910 bekeken en dat komt niet echt campy over. Maar de tijden veranderen dus. Hier en daar kunnen wenkbrauwen gefronst worden bij bepaalde wendingen (wanneer Fantomas een gaatje boort in de vloer waar een brigade flikken er niets van merkt // de politiehelikopter die de Funes en Marais in volle zee achterlaat op de duikboot van Fantomas) maar dit doet verder niets af aan het kijkplezier.

Fantômas - À l'Ombre de la Guillotine (1913)

Alternatieve titel: Fantomas

Eersteling van de serie Fantômasfilms uit de Franse pioniersjaren. Het criminele brein Fantômas - wat een leuk bedachte naam - wordt gespeeld door René Navarre, één van de vaste acteurs in de Louis Feuillade films. Evenwel gaat de meeste schermtijd niet naar René, maar naar Renée Carl. Wanneer ze op een bepaald ogenblik in de film omschreven wordt als één van de aantrekkelijkste vrouwen van Parijs moest ik evenwel glimlachen. Ze was dan wel de favoriete actrice van Louis Feuillade maar als vamp van Parijs vind ik haar hier miscast sorry.

Het simpele maar vermakelijke verhaal - met de allure van een speelse thriller - biedt de kijker zicht op de laatste jaren van de Belle Epoque en het is genieten van de grandeur die tentoongespreid wordt in de hotels met daar verblijvende aristocratie, hier neergezet door Renée Carl. René Navarre is uitstekend als Fantômas, de man van de verrassingen, met zijn scherpe blik die meer zegt dan woorden. Wel opvallend in deze film rond een crimineel meesterbrein is het feit dat er uiteindelijk heel veel initiatief bij zijn minnares Renée Carl ligt. Het grootste deel van de tijd moet ze hem uit de wind zetten. En verder is de ontsnapping van Fantômas aan de guillotine in feite enkel aan haar denkwerk en doorzettingsvermogen te danken.

De regie moet het hebben van mise-en-scène want kan me inderdaad geen camerabeweging herinneren, zoals anderen op het forum reeds aanhalen. Uitgaande van dat principe is het wel mooi in beeld gebracht. Ben benieuwd of de rol van Fantômas uitgebreid zal worden in de volgende afleveringen, en ik mag hopen van wel want hier heeft hij m.i. zijn veronderstelde reputatie van meesterbrein nog geen eer aan gedaan.

Fantômas contre Fantômas (1914)

Alternatieve titel: Fantomas against Fantomas

De reden van de arrestatie van Edmond Bréon als inspecteur Juve aan het begin van de film is ronduit lachwekkend. Fantômas mag dan behoren tot het lichte entertainment, maar binnen de verder toch wel realistische setting van de Franse justitie gaan ze m.i. uit de bocht. Niettemin volgt hierna de standaard routine van een kat-en-muisspelletjes tussen politie en Fantômas. Om de cirkel rond te maken, kan Fantômas op lachwekkende wijze ontsnappen aan zijn begeleiders op ‘t eind van de film. In zijn geheel toch wel een minder deel.

Fantômas contre Scotland Yard (1967)

Vermakelijk maar toch een tikkeltje minder dan het allereerste deel dat ik zag. De trukendoos van Fantomas is intussen welbekend en ook valt er minder actie te beleven. Er is dan wel een achtervolging te paard maar dat haalt het niet bij de spectaculaire achtervolging met de auto’s uit het eerste deel.
Het beste aan deze film vind ik dan nog de running gag rond Louis de Funès die telkens op het verkeerde been wordt gezet met verdwijnende lijken, en zijn interactie met Jacques Dynam.

Farfalla con le Ali Insanguinate, Una (1971)

Alternatieve titel: The Bloodstained Butterfly

Een uitstekende giallo waarin de nadruk meer ligt op het mysterie dan op de horrormomenten. Zoals vaak het geval in dit soort films is het verloren moeite om te speuren naar aangename karakters. Al komt het personage van Wendy D’Olive in haar onschuld nog het meest in de buurt. Elk karakter heeft zo zijn of haar egocentrische en angstvallig verborgen drijfveren. Dat maakt het ook weer interessant. De relaties tussen de personages zijn wel van diep donkere aard op vlak van seksuele lusten. Misschien niet intentioneel bedoeld maar de reactie van de moeder op haar minnaar die het wil aanleggen met haar minderjarige dochter is redelijk onthutsend: ze is boos vanuit een soort jaloezie maar niet vanuit een zorg naar haar kind. Een voorbeeld van de donkere sfeer waarin de film baadt en met de ontknoping wordt het er niet beter op. De scene in het verlaten pakhuis deed me onwillekeurig denken aan een duel in een western, let’s say een Sergio Leone western omdat we bezig zijn met Italiaanse film. Wanneer je de bio van regisseur Duccio Tessari erop naleest, blijkt het te moeten gaan om een zeer bewuste knipoog want hij had een verleden in het westerngenre waaronder ook een samenwerking met Leone.

Goeie acteerprestaties en er is de aanwezigheid van cultacteur Helmut Berger. De muziek van Gianni Ferrio is tiptop met een naadloze overgang van Tsjaikovski naar meer funky eigen composities.

We hebben een hier een erg geslaagd - en weliswaar kil - totaalpakket.

Farmer's Wife, The (1928)

Wekelijks bekijk ik een Hitchcock en bespreek die dan met een collega. Deze The Farmer’s Wife had ik nooit eerder gezien. De verwachtingen lagen laag afgaande op de titel en enkele stills die ik gezien heb. Maar het spreekwoord don’t judge a book by it's cover geldt ook hier. Het is een goede komedie - gebaseerd op een theaterklucht. De manier waarop de boer over de vrouwen spreekt, is grof en hilarisch. Visueel is het een heel mooie film waarbij we zicht krijgen op het Britse platteland van 100 j geleden. Hitchcock was ook in de jaren ‘ 20 top in zijn vak en dat toont hij met zijn vakkundige regie en fotografie. Natuurlijk hoort deze film niet bij de classic Hitchcock - want geen suspense - maar het is een degelijke kwaliteitsvolle comedy uit de jaren stillekes.

hitchcock challenge # 18

Fast Times at Ridgemont High (1982)

Het heeft weinig om het lijf - soms letterlijk te nemen - maar zorgt wel voor fun. Een soort tienersoap waarin verschillende verhaallijnen verstrengelen. Altijd goedlachs, ook als er ernstige thema’s aan bod komen (abortus). Fijne cast waarvan enkelen het ver zouden schoppen. Sean Penn is hilarisch als surfer boy. Ook Jennifer Jason Leigh charmeert.

Fastest Guitar Alive, The (1967)

Het debuut van Roy Orbison en meteen ook zijn enige film. Oorspronkelijk had hij bij MGM een contract voor 5 films maar na deze commerciële flop werd het contract ontbonden. De film is ook gewoon een zwak beestje. Een productie van Sam Catsman, king of the quickies. Sam had eerder ook al films gemaakt met Elvis Presley, collega van Orbison bij het legendarische Sun label waar in de jaren '50 de rock'n roll revolutie startte. Van Elvis kan je nog zeggen dat hij présence en charisma vertoont in een reeks (pulp)films en dit reeds vanaf zijn debuut. Roy Orbison daarentegen komt hier over als een houten klaas. Natuurlijk heeft dit rock’n roll icoon nog heel andere talenten. Zo heeft hij - samen met Bill Dees - alle liedjes voor de film geschreven. En die maken de film nog de moeite waard met variatie in de songs en arrangementen. Verder is het hier een opeenstapeling van half mislukte en corny comedy.

Faux Magistrat, Le (1914)

Laatste en voor mij de minste van de Fantômasfilms. Uiterst warrig en zeer ongeloofwaardig scenario zonder spankracht, zoals Flavio reeds toelicht. Voor de zoveelste keer ook ontsnapt Fantômas uit de gevangenis via persoonsverwisseling. Enig pluspunt zijn de buitenopnames, waaronder unieke beelden van Leuven in 1914, maar dat alleen kan de zaak niet redden.

Fear (1946)

Alternatieve titel: Black Tower

Een adaptatie van Dostojevski’s’ Misdaad en Straf, de light versie zullen we maar zeggen, in een uurtje tijd getrimd door poverty row company Monogram. Het ligt er allemaal echt wel dik op, geen sprake van enige subtiliteit.
Een goeie hoofdrol van Peter Cookson en als tegenspeler heeft hij een scherpe William Warren. Anne Gwynne mag de honneurs als vrouwelijk hoofdrol waarnemen. De camera maakt dankbaar gebruik van het feit dat ze over een welgevormd lichaam beschikt, en het mag dan ook niet verbazen dat deze dame naast acteren haar tijd vulde met modellenwerk, of was het omgekeerd? Het einde van de film is onverwacht, waarbij de truuk van The Woman in the Window (1944) wordt toegepast. Daarmee wordt vermeden dat Peter Cookson in de dodencel terechtkomt en kan het publiek feeling good huiswaarts. Beetje knullig einde al is de film best wel vermakelijk, zij het nooit hoogstaand of zo, noch inhoudelijk noch visueel. Een gemiddelde B-film zowat.

Fear City (1984)

Een hybride waarin vanalles in de mix lijkt gegooid dat in de jaren voordien enig succes heeft gekend. Wat mij betreft, herken ik elementen van de Taxi Driver gespletenheid, gezellige misdaadfilms waar al eens een pasta pomodoro op tafel komt, Bruce Lee gekte, Raging Bull, exploitation, Hitchcock … en dat alles overgoten met een noir sausje.

Voor dat laatste geldt dan het gebruik van licht en schaduw in bepaalde scenes: de vertrouwde schaduwpatronen van lamellen, de scene met het pulserende licht in de motelkamer, Tom Berenger in low key belichting wanneer het af en toe uitkomt. Tom Berenger heeft als hoofdpersonage een echt noir profiel. Hij zoekt naar een balans in zichzelf en natuurlijk wordt hij achtervolgd door trauma’s uit het verleden.
De rol van de politie is dan weer een lachtertje. Billy Dee Williams heeft veel noten op zijn zang maar kan geen rol van betekenis spelen, komt overal te laat. Een belangrijk element in dit verhaal waarin Tom Berenger er uiteindelijk quasi alleen voorstaat, enkel aangestuurd door een godfather.
De meisjes van vertier, met Melanie Griffith op kop, worden veelvuldig topless in beeld gebracht. De camera neemt telkens z’n tijd hiervoor. Het begint al met de opening van de film waarin Melanie Griffith de draad lijkt op te nemen waar Rita Hayworth net stopte in de noir klassieker Gilda (ze trekt net als Rita eerst nog een lange handschoen uit om dan vervolgens toch volledig te strippen). Overigens zit er ook ergens een soort halfnaakte choreografie van de killer in de film. Dader en prooien: 2 polen op hetzelfde continuüm.

Door de nadruk op actie en gewelddadige spanning, en de schijnbare noodzaak om vrouwenlichamen telkens optimaal in beeld te brengen, rest er evenwel niet veel tijd voor uitdieping van de karakters. De film moet het vooral hebben van het visuele - wat op zich geen slecht punt is voor een film. Eén van de grote blikvangers is dan toch ook de groezelige maar in schreeuwerig neon gedompelde onderkant van New York begin jaren ‘80 als decor en symbool van het onontwarbare kluwen dat het leven is .

Femme Est une Femme, Une (1961)

Alternatieve titel: A Woman Is a Woman

Tragedie of komedie. Deze vraag wordt door de personages in de film verschillende keren opgebracht. Naar mijn aanvoelen gaat het toch om een komedie, zij het een komedie die zich meer fixeert op kluchtige situaties dan uitgekiende humor. Het stemt alvast overeen met de komedie in de oorspronkelijke betekenis van het woord, zoals bij de oude Grieken; een verhaal dat goed afloopt. En tussendoor worden voortdurend knipoogjes uitgedeeld - het doorbreken van de vierde wand staat hier bijna centraal - met talrijke verwijzingen naar contemporaine films met o.a. Vera Cruz, A Bout De Souffle, Tirez sur le Pianiste en verwijzingen naar Amerikaanse musical. Het scenario stelt geen zak voor, al is dat geen bezwaar om van deze film te genieten - als je daarvoor openstaat. Het gaat vooral om de sfeerschepping, het kluchtige aspect van ernstige zaken, waarbij de circusachtige toestanden in de strip tease bar sterk bijdragen aan het onzingehalte van het verhaal. Anna Karina is erg sterk - en knap - in de hoofdrol, als vrouw die heen en weer geslingerd wordt tussen vriend aan huis Jean-Paul Belmondo en haar partner Jean-Claude Brialy in haar wens om te gaan voor een baby.
Wat visueel opvalt aan deze eerste kleurenfilm van Godard is het springerige beeld, de jump cuts, en soms leek het beeld me opzettelijk wazig gemaakt. En er wordt gespeeld met de soundtrack in interactie met dialogen en gebeurtenissen, wat zorgt voor een artificiële ondertoon.

Ik kan me voorstellen dat deze film stilistisch inhakte op de conventies van die tijd, nog gesierd door enkele naaktshots wat voor die tijd ook al gewaagd is, en hij kan best ook bekeken worden vanuit die pioniersrol. Niettegenstaande een scenario dat in twee lijntjes beschreven kan worden, hangt er dus een vermakelijke en visueel verrassende film aan vast.

Film ohne Titel (1948)

Een film zonder titel leek me op het zicht niet veel bijzonders maar dat bleek dus een verkeerde aanname. Wat een briljant werkje! Het gaat om een film in een film: een regisseur, scenarist en een acteur (Willy Fritsch die zichzelf speelt) houden een brainstorm over een nieuwe film die ze samen willen maken. Hun probleem is echter hoe die film zich moet verhouden t.a.v. de twijfelachtige stand van zaken in Duitsland na een vernietigende oorlog. Een uitgangspunt dat uitblinkt in zelfreflectie maar toch wordt het op een luchtige wijze gebracht, en dat vind ik straf. Effectief volgt er een film in de film waarin de grenzen worden afgetast tussen wat kan en wat niet kan, en waarin geswitcht wordt naar de realiteit waarin de filmmakers zich bevinden. Animerend scenario waarin de kijker in de positie van de filmmakers geplaatst wordt. Naar het einde van de film toe wordt in een bepaalde scène ook nog eens gespeeld met de stilistische conventies van de expressionistische film, daarmee afwijkend van de (overigens mooie en dynamische) stijl waarin deze film - een komedie - verder geschoten is. Zalig.

Te vermelden is nog de stralende aanwezigheid van Hildegard Knef, als één van de hoofdrollen en geliefde van Hans Söhnker in de film in de film.

Film Ohne Titel wordt gerekend bij de Trümmerfilme (een genre waarnaar in de film zelfbewust gerefereerd wordt) maar lijkt intussen verzeild geraakt in de vergetelheid. Hopelijk komt daar verandering in want een film zonder publiek is ook maar niets, zelfs al heeft hij geen titel. En deze film zonder titel is het bekijken méér dan waard.

Fils, Le (2002)

Alternatieve titel: The Son

Deels sociaal maar vooral ook een psychologisch drama dat me goed bevallen is. Waar ik me in voorganger Rosetta platgeslagen voelde door een lam scenario vind ik hier echt wel (schrijnende) diepgang, en terug op het niveau van La Promesse. De interactie tussen Olivier Gourmet en Morgan Marinne is meesterlijk, en dan vooral in de zwijgende scenes. Stilzwijgende communicatie die helemaal overkomt, alsof je erbij staat en zelf deelneemt. Wel had ik zoals sommige users hier zeker in het begin toch wel last van de schokkerige camera die op de huid plakte van Oliver Gourmet, in de mate dat je zijn zweet bijna kon ruiken, ook ik werd er bijna misselijk van. Gelukkig was het verhaal sterk genoeg om me hierover te zetten. Moet alleszins niet heel veel moeite gekost hebben om dit te filmen; vooral niet letten op de kadrering/fotografie en verder wordt de kijker connaisseur van het achterhoofd van Olivier Gourmet.

Het einde was me in eerste instantie te abrupt en te open maar in tweede instantie leek het me niet ongepast en ook zelfs een positieve noot voor wat de toekomstige relatie van de personages van Gourmet en Marinne betreft.

Final Girls, The (2015)

Heel leuk concept maar de uitwerking valt tegen. Ik vind het vooral jammer dat de ‘80s flick er niet uitziet. Het ontbreekt aan sfeer. De cgi kan het niet oplossen. Iemand moet me ook maar eens uitleggen waarom de 80’s personages gespeeld worden door late dertigers. Dat lijkt sowieso nergens naar als persiflage op films waarin tieners gespeeld worden door tieners of jonge twintigers. Tenzij het de bedoeling was om een overjaarse indruk nog wat meer in de verf te zetten. Daarin zijn ze dan wel geslaagd. De muziekscore was evenmin ok. Klonk veel te minimalistisch nillies en ronduit saai. Wel een paar leuke scènes zien passeren maar het ziet er allemaal braafjes uit. Op dat vlak ziet het er meer nineties dan eighties uit. De bloopers bij de aftiteling vond ik dan nog het leukst van al. Daarmee is alles gezegd.

Finian's Rainbow (1968)

Finian’s Rainbow is als musical een beetje een sprookjesachtige droom over de Amerikaanse samenleving van eind jaren zestig. Het verhaal speelt zich af in Rainbow Valley, een soort verkaveling waar een ‘community’ woont, zijnde een harmonieuze gemeenschap van blanken en zwarten. Al snel werd ook duidelijk dat rassengelijkheid het thema is van de film, wat natuurlijk naadloos aansluit bij de jaren zestig burgerrechtenbeweging. Zie ook de sit-in’s, typisch sixtiesverschijnsel. Ook de all American Dream komt langs, met ‘krediet’ als toverwoord(!). Verder is het grappig dat één van de thema’s in de film de goed bedoelde uitbouw van een innoverend tabaksbedrijf betreft, wat nog een keer wijst op de ouderdom van de film.

Het script zit redelijk intelligent in mekaar – voor een surreëel sprookje dan toch - al wordt m.I. een grote fout tegen de logica gemaakt. Petula Clark moet op een gegeven moment bewijzen dat ze géén heks is, door van de zwart betoverde senator terug blank te maken, om zichzelf van de brandstapel te redden. Maar misschien hadden de scriptschrijvers net een zware nacht gehad.

Het is een musical, dus hou er rekening mee dat er gezongen en gedanst wordt. Fijn om Fred Astaire in zijn nadagen nog aan het werk te zien. Eén van zijn choreografieën roept zo weer zijn klassieke tijd op. Vooral ook ben ik te spreken over de inbreng van Petula Clark, wat een schitterende zangeres en verschijning! Verder ook lof voor Tommy Steele die op overtuigene wijze een groot uitgevallen kabouter speelt.
Al Freeman Jr. wordt als zwarte wetenschapper/onderzoeker gefronteerd met het domme racisme van de blanke medemensen, waaronder Keenan Wynn (als de senator). In een poging om een betaalde job te vinden bij de senator wordt Freeman Jr. gevraagd om zich te spiegelen uit de butlers uit Gone With The Wind en Birth Of The Nation. Waarmee twee klassiekers (terecht) kritisch door de mangel worden gehaald. Ecbter viel het mij op dat Freeman in zijn rol als universitair geschoolde zwarte een bril draagt, wat mij ook een stereotypering van de “intellectuele zwarte” lijkt. Maar goed, ik ga er vanuit dat iedereen in de productie zijn of haar best heeft gedaan

Ik had geen idee dat Francis Ford Coppola zich ooit gewaagd heeft aan musicals, maar dit is er dus ééntje van hem. Ik heb minstens één innovatief shot geteld (Don Francks op de trein in het begin van de film) en verder ook veel panoramische shots van de kroonjuwelen van de USA, waardoor ik me soms in de Sound Of Music waande.
De muziekscore is grotendeels afkomstig van de gelijknamige broadwayproductie die op zijn beurt ook al geleend heeft van bestaande songs en muziek, geen echt originele score dus als ik het goed heb.

Is dit een goeie film?
Ik vind hem vooral interessant als tijdsdocument van de jaren zestig en heb mij wel vermaakt met de dansjes en liedjes. Maar een topper vind ik het niet, daarvoor vind ik hem te moralistisch in your face.

Fiore dai Petali d'Acciaio, Il (1973)

Alternatieve titel: The Flower with Petals of Steel

Bekeken op een niet al te beste print. Ook het verhaal komt een beetje cheap over maar is toch ook weer vermakelijk. De finale is op zich verrassend. De lesbische onderwaterscene met frontaal naakt maakt deze film dan weer memorabel. Waarschijnlijk het enige wat vele kijkers zich nadien nog zullen blijven herinneren.

De acteerprestaties zijn best ok voor dit soort crimi-melodrama. Gianni Garko zet een geloofwaardige getormenteerde arts neer. De vrouwen zijn mooi en de flik doet zijn best zonder dat hij veel in de pap heeft te brokken.

De regie is adequaat en de muziek mag er zijn.

Firm, The (1993)

Een advocatendrama met een goed script en prima acteerprestaties van enkele screen legends. Prima storytelling. Dat er nadien nog een serie aan deze film gebreid is, zegt ook al iets over de kwaliteit van deze film.

Een groot deel van de film werd opgenomen in Memphis waarbij het Peabody Hotel prominent in beeld is. Ook zijn er scenes in de iconische Beale Street. De eerste ontmoeting tussen Tom Cruise en de agenten vindt plaats in het Blues City Cafe op de hoek met Beale Street. Dit terzijde voor de Memphis liefhebbers.

Het gegeven van bluestown Memphis wordt slim verwerkt in de soundtrack. Er is wel genoeg classic piano te horen maar af en toe duiken ook de blue notes op wat past bij de groezelige noirsfeer. Ferm.

First Turn-On!!, The (1983)

Een van de meest gewaardeerde sex comedy’s van indie Troma Entertainment. Het speelt zich af in een summer camp wat een heel herkenbare omgeving is voor het publiek van begin jaren ‘80. De humor varieert van dwaas tot plat en soms fout. Maar altijd wel leuk eigenlijk. Ik kan me zo voorstellen hoe bepaalde scenes in deze film bedacht werden door het productieteam tijdens een hilarische brainstorm. En dat deze veel minder gefilterd werden dan bij mainstream producties. Het komt wat ongeremd over.

Voor mij voldoende om ook een keer andere films van Troma te gaan bekijken als tussendoortje.

Five Easy Pieces (1970)

Anderhalf uur lang volgen we het leven van Robert Eroica Dupea, gespeeld door Jack Nicholson. De man is een supergetalenteerd pianist maar ergens onderweg is het (in zijn hoofd) fout gelopen met hem. Zo zien we dat hij zich soms charmant en beleefd gedraagt, maar meestal sociaal onaangepast en arrogant. Na een lange aanloop met enkele ondergeschikte plotjes - kleine criminaliteit en promiscuïteit in de mix - draait het in de tweede helft van de film rond de ontmoeting van Robert/Bobby met zijn familie en zijn behoevende vader. Waarna we een sleutelscène met zijn vader te zien krijgen, en een minuscuul tipje opgelicht wordt van het familiale verleden. Naar het hoe en waarom van de gedragingen van Bobby blijven we echter het raden hebben. Een drama met existentiële trekjes maar het blijft allemaal in zuurstofarm gebied hangen.

‘Eroica’ (‘de heroïsche’) als tweede naam van de hoofdrol verwijst misschien (maar dat is een veronderstelling van me) naar de bijnaam van de derde symphonie van Beethoven, die Beethoven in eerste instantie opgedragen zou hebben aan zijn ‘held’ Napoleon Bonaparte. De tweede naam van de hoofdrol in de film verwijst dan enerzijds naar diens muzikaliteit maar is anderzijds ook wel sarcastisch op te vatten. De ‘heroïsche’ Bobby van Five Easy Pieces is een nihilistische en ook wel alledaagse anti-held, zijn vermeende droevige jeugd ten spijt.

De film moet het vooral hebben van sfeer en karaktervolle personages, sommigen tot het karikaturale toe (Karen Black als Rayette). Het scenario op zich is echt wel zwak, alsof men op een avond aan de toog een kantje heeft volgekrabbeld en het nadien nooit meer heeft gereviseerd. Het kabbelt maar voort als een fijn kabbelend beekje zonder enige diepgang, tot het einde toe. Weliswaar zijn er de goede acteerprestaties van een aantal betrokkenen. Maar voor mij toch redelijk onbegrijpelijk dat deze film zo fel bejubeld wordt. Als dit een icoon moet voorstellen van de Amerikaanse cultuur/film - wat ik pas nadien gelezen heb - breekt mijn simpele klomp.

Een sterretje voor de acteerprestaties en een halve erbij voor de verbruikte pellicule.

Flaming Star (1960)

Een dramatische rol voor Elvis en één van zijn beste films tot dan toe wat mij betreft. Ook eentje met een psychologische/maatschappelijke ondertoon omwille van het thema identiteit dat hier centraal staat. Elvis speelt een halfbloed native American en doet dat met overtuiging. Hij valt tussen 2 culturen in, ligt moeilijk bij de blanken én natives. Volgens Don Siegel heeft hij in deze film zijn beste scène ooit gespeeld: het moment waarop hij kwaad zijn liefde betuigt aan Barbara Eden. Overigens fascinerend dat Elvis via één van zijn voorouders Cherokee bloed in de aderen had. Elvisfilms en de parallellen met zijn echte leven: het is toch een dingetje.
De zingende Elvis wordt tot een absoluut minimum beperkt. We horen hem enkel bij de begin- en eindcredits met de titelsong, naast nog een period piece aan het begin van de film. Ook opvallend dat het een film zonder happy end is. De tekst van de titelsong geeft in feite weer wat er te gebeuren staat.

Flesh for Frankenstein (1973)

Alternatieve titel: Andy Warhol's Frankenstein

Frankenstein goes queer. Dat past natuurlijk helemaal in het straatje van Andy Warhol. Soort parodie op het klassieke Frankenstein verhaal met een (zeker voor die tijd) behoorlijke dosis gore en bijna softerotische toestanden. Het tongue in cheek verhaal wordt ondersteund door een serieuze klassieke orkestrale soundtrack. De toon van de soundtrack is echter eerder lijzig. Het is of lijkt nooit de betrachting om spanning op te wekken bij de kijker. Eerder wekt het bij mij verveling op, net zoals vele personages zich min of meer lijken te vervelen, ook tijdens de seksscènes. Ik begrijp dat dit een film is met een cultkantje voor een bepaald publiek maar mij kon het uiteindelijk maar matig boeien.

Flic ou Voyou (1979)

Alternatieve titel: Cop or Hood

De eerste samenwerking tussen Georges Lautner en Belmondo, en ook een kassucces. Niet te verwonderen dat er nog enkele films zouden volgen met deze equipe. Flic ou Voyou is een combinatie van actie en komedie, en voor mij werkt het hier prima. De actie is bij momenten spectaculair en de humor hilarisch. Belmondo heeft er ook gewoon de geschikte kop voor. Goeie pulp is dit.