• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.886 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.946 gebruikers
  • 9.369.601 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Bobbejaantje als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Aardig Geval, Een (1941)

Alternatieve titel: A Nice Case

Aardige klucht van productiehuis Jan Vanderheyden-Film (International Film Distributors). Eén van de vier films die Jan Vanderheyden met zijn Duitse levensgezellin Edith Kiel - ze zijn nooit getrouwd omdat Vanderheyden er om juridische redenen nooit in geslaagd is te scheiden van zijn eerste vrouw - maakte tijdens de oorlogsjaren. Meteen ook de eerste film waarin Edith Kiel vermeld wordt als regisseur, hoewel ze ook in de voorgaande films de feitelijke regisseur was, naast verantwoordelijk voor het scenario en draaiboek. De montage is in handen van voormalig steracteur (en later regisseur) Jef Bruyninckx. De muziekscore is zoals gewoonlijk van de hand van Hans Flower.

Goeie acteerprestaties van burgermannetjes Arthur Van Thillo en Jan Cammans, en burgervrouwtjes Nini De Boël en Lucie Polus. De ster van de film is weliswaar de achttienjarige Nand Buyl, die zijn carrière op het witte doek reeds startte in De Witte (1934) . Het talent spat er vanaf en komt de film uiteraard ten goede. Het scenario is interessant genoeg om de aandacht gaande te houden. Grappig daarbij is dat één van de onderliggende thema’s de strijd tussen Antwaarps en standaard Nederlands is, aansluitend bij de reële ‘taalstrijd’ van die tijd. De regie van Edith Kiel is degelijk als altijd, met enkele buitenopnames in de Zoo van Antwerpen als blikvangers.

Een Aardig Geval werd in die tijd omschreven als een ‘lachfilm’, gemaakt ter entertainment van een groot publiek van jong en oud. Ook vandaag vind ik dit nog wel vermakelijk, zeker niet slechter dan een gemiddelde aflevering van FC De Kampioenen. Daarnaast vind ik dit soort films altijd interessant om de zeden en gewoonten van het toenmalige Vlaanderen te leren kennen.

Abenteuer des Prinzen Achmed, Die (1926)

Alternatieve titel: The Adventures of Prince Achmed

Kunstige animatie. Monnikenwerk van regisseur Lotte Reiniger die hier liefst 3 jaar aan gewerkt heeft om 24 frames per seconde te realiseren, met een resultaat dat doet denken aan het Oosterse schaduwspel, zoals hier op het forum aangehaald. Qua afwerking komen de schaduwfiguurtjes erg gedetailleerd over, met passende Arabische motiefjes. Deze film is prima vermaak voor jong en oud al moet je wel openstaan voor een animatietechniek die niet meer gangbaar is (voor zover ik weet). De score origineel gecomponeerd door Wolfgang Zeller is op zichzelf top en past de film als een handschoen.

Het scenario, ook al van de hand van Reiniger, is geïnspireerd op Duizend-en-één-nacht, oeroude verhalen afkomstig uit Arabische landen. Het is prachtig hoe Lotte Reiniger vanuit haar westerse avant garde achtergrond die basis naar eigen hand heeft kunnen zetten om dit creatieve meesterwerkje te realiseren. Heel fijn om deze klassieker gezien te hebben.

Abominable Dr. Phibes, The (1971)

Herbekeken omdat hij opduikt in een lijstje slashers van Horror Cinema uitgegeven bij Taschen. Ik wist er helemaal niets meer van dus het kwam wel van pas. Het klopt wel dat een boel mensen sterven in deze film maar de sfeer van een slasher vind ik hier niet bepaald terug. Het is vooral über camp. Twee grote namen Joseph Cotton en vooral Vincent Price verzorgen de affiche. Qua beleving en productie had dit evengoed een prent uit de jaren ‘50 kunnen zijn. Het was dus al gedateerd op het moment dat het uitkwam. Als campy piece heb ik er mij toch uitstekend mee vermaakt. Vincent Price is dodelijk serieus in zijn rol en Joseph Cotton levert ook een goeie prestatie. Vooral is het genieten van de decadente jaren ‘20 art deco setting ten huize Price. En de moorden zijn toch wel creatief uitgevoerd.

Abominable Snowman, The (1957)

Alternatieve titel: The Abominable Snowman of the Himalayas

Mooie sfeervolle Hammer productie gebaseerd op tv werk van oude Hammer bekende en screenwriter Nigel Kneale. Onder meer Peter Cushing had ook reeds meegespeeld in de tv versie. Bij release was het publiek wat teleurgesteld omdat het minder met horror te maken heeft dan met een filosofische insteek zo je wil. Uiteindelijk wordt niemand van de expeditie met een klauw aangeraakt door de Yeti maar lopen ze zelf in het eigen ongeluk. De scenes in het Tibetaanse klooster zijn impressionant en dat geldt ook voor de opnames op locatie in de besneeuwde Pyreneeën (met doublures). Daarmee is dit toch een buitenbeentje in wat ik al gezien heb van Hammer (maar er moet nog veel volgen). Geen horror maar wel een ge(s)laagde avonturenfilm.

Accomplice (1946)

Low budget misdaadfilm van poverty row company PRC (what’s in a name) die levert wat ie moet leveren. Met dank aan het script van Frank Gruber zijn we een dik uur lang getuige van een detectiveverhaal dat alle benodigde sappige elementen bevat om de aandacht gaande te houden. Hoofdrol Richard Arlen vind ik prima in zijn vertolking van macho detective met losse handjes. En Ann Borg mag er zijn als vrouwelijke klant die hem opzoekt. Drie kwart van de film is gedreven door dialoog, maar de laatste 20 minuten gaan de poppen echt aan het dansen met onder meer een achtervolging en vuurgevecht.

Op amper vier dagen tijd gemaakt, en dan weet je dat de lat niet te hoog mag liggen. Niettemin degelijk geschoten met een strak tempo, al vond ik de muziek - hoe generiek wordt een score voor een B-film opgevat - soms wat te nadrukkelijk aanwezig. En fijn dat er volop gebruik gemaakt wordt van buitenlocaties.

Across 110th Street (1972)

Blaxploitation is een genre dat ik nog niet veel heb uitgeprobeerd maar deze is toch binnengekomen. Het verhaal is zeker ok. Het is al eerder gedaan - bandieten worden achtervolgd door politie én andere bandieten - maar het moet vooral goed uitgevoerd zijn. Wat hier het geval is. Hier zien we dan ook nog een interessante nevenintrige aan de kant van de politie met een onderliggende raciale spanning tussen de white en de black cop. Raciale spanningen zijn sowieso een thema in de film die gemaakt werd in turbulente tijden. Drie jaar voordien was Martin Luther King vermoord wat aanleiding gaf tot rellen in heel de USA en ook in New York. Deze film speelt zich af in Harlem, de zwarte buurt in New York. En niet zomaar ergens enkele shots op de achtergrond, neen meer dan 95 % is geschoten in- en outdoors heb ik ergens gelezen. Wie graag wil weten hoe groezelig en vervallen Harlem erbij lag begin jaren ‘70 vindt hier een mooie gelegenheid. De film bevat ook heel wat rauw geweld. Het is goed gedoseerd in beeld gebracht. Het komt allemaal realistisch over. Ook al is er wel een hoge bodycount als je het allemaal optelt. De soundtrack van Bobby Womack maakt het verder helemaal af.

Affair in Havana (1957)

Een wat vergeten maar heerlijke b&w noirparel, volledig geproduced in Cuba in 1957, twee jaar voor de communistische revolutie plaatsvond. Sara Shane, mij verder niet bekend, speelt in ware noirtraditie de femme fatale die elke man rond haar vinger windt en niet terugdeinst voor een leugentje meer of minder. De tegenspelers John Cassavetes en vooral Raymond Burr leveren eveneens prima acteerprestaties. Qua regie en cinematografie zit het goed in deze film van Laslo Benedek. Het verhaal is mooi in beeld gebracht, en er zitten enkele echt inventieve shots tussen (bvb. het dagdromen van Sara Shane op het strand).

De film speelt zich dus af in Cuba en baadt in een exotisch sfeertje, niet in het minst door de continue aanwezigheid van Afro-Cubaanse bands en muziek. Niet enkel noirfans maar ook liefhebbers van dat soort muziek kunnen hun hartje hier ophalen. Top of the bill in dat verband is ongetwijfeld het optreden van de legendarische Celia Cruz in de tweede helft van de film.

Loved it.

After Dark, My Sweet (1990)

Film gebaseerd op werk van hard boiled auteur Jim Thompson dat zich in het boek afspeelt in de jaren ‘50. Prima verhaal in de typische noirsfeer. Jason Patric schittert als ex-bokser op de rand of over de rand. In een driehoeksverhouding met de eveneens geweldige Bruce Dern als schimmig figuur Uncle Bud en een scherpe Rachel Ward als de femme fatale van dienst. Tijdens de film heb ik enkele keren de wenkbrauwen gefronst bij de keuzes die de personages maken. Bijvoorbeeld de keuze om het ontvoerde kind open en bloot onder te brengen in het huis van Rachel Ward en de keuze om zich als ontvoerders niet te vermommen voor het kind. Betekent het dat Bruce Dern eigenlijk van plan was om het sowieso te laten verdwijnen? Zoniet zal het plan nooit werken want dan kan het kind hem en het huis nadien identificeren. De uitweg voor Rachel Ward is duidelijker - vrouw die onder druk werd gezet - en dan nog. Omdat het kind diabetes heeft, ga ik er dan ergens vanuit dat Bruce hiervan op de hoogte was en rekende op een overlijden the easy way.

Met deze film heb ik me prima vermaakt.

Against All Odds (1984)

Alternatieve titel: Wie met Vuur Speelt...

In deze film geïnspireerd op Out of the Past (1947) betekent het een fijne knipoog om Jane Greer weer te vinden, de toenmalige vamp van genoemde film. Een beetje zoals men ook enkele jaren later Robert Mitchum een bijrol zou geven in de remake Cape Fear (1991) . Een zelfde gevoel bekruipt me eigenlijk ook met de aanwezigheid van oudgediende Richard Widmark, wiens carrière is gestart op het piekmoment van de film noir. De oudere generatie die de fakkel doorgeeft, zoiets.

Verder is het genieten van de acteerprestaties van Jeff Bridges en favorite pain in the ass James Woods. Als femme fatale (?) vind ik Rachel Ward echter minder geslaagd, veel minder dan collega Jane Greer in de originele film. Maar dat ligt ook aan het scenario dat op dit vlak te tam is en het personage van Rachel Ward m.i. te weinig ambigu opvat. In de jaren veertig had men er misschien minder scrupules mee om een vrouw voor te stellen als immoreel schepsel. Het is me hier te braafjes in deze film.

Against all Odds is dan toch een thriller met neo noir allure en is strak gefilmd, met enkele spannende momenten. Aan de keerzijde komt de film traag uit de startblokken, het eerste uur dacht ik voornamelijk in een relatiedrama terechtgekomen te zijn. Verder komt hij qua dialogen nog niet tot aan de enkels van Out of the Past. Geen dubbelzinnigheden of messcherpe één-tweetjes hier, enkel rechttoe rechtaan geklets. De prachtige titelsong van Phil Collins bij de eindcredits draagt dan weer bij aan de uitstraling van de film, maar uiteraard niet genoeg om de mindere kanten op te heffen.

Conclusie. Zeker geen slechte film maar ook niet meer dan dat. Alles is aanwezig om er een dijk van een film van te maken behalve een aangescherpt scenario en dito dialogen. Opvallend ook wat voor een opvliegend ventje Jeff Bridges neerzet - emotioneel tot en met - vergeleken met de cool van Robert Mitchum in de stijlvolle originele film.

Agonie de Byzance, L' (1913)

Dit gaat over de laatste dagen van (chirstelijk) Byzantium vooraleer het wordt ingenomen door de (islamitische) Ottomanen, waarbij door Feuillade en co de religieuze factor op de voorgrond wordt gezet. We zien aan beide kanten verschillende gebedstondes, met aan Byzantijnse kant nog een processie erbovenop. Uiteindelijk wacht de totale nederlaag voor de orthodoxe christenen. De Byzantijnse/christelijke mannen worden over de kling gejaagd en over het lot van hun vrouwen bestaat weinig twijfel: ze worden - zoals vermeld in de tussentitel - verkocht op de islamitische markt waar ze uitgestald worden als koopwaar. Verder zien we de moslims in gebed neerknielen na hun overwinning, terwijl de christelijke vrouwen in geboeide en gekwelde pose nabij zijn. Alsof dat nog niet genoeg is wordt ook nog het hoofd van de gedode keizer Constantijn afgehakt en triomfantelijk getoond aan de Byzantijnse vrouwen. De totale afgang en vernedering dus, en daarmee eindigt de film.

Qua cinema is het voor een vroeg filmpje wel aardig pakkend, waarbij vooral de momenten voorafgaand aan en volgend op de gevechten indruk maken. Statische camera, maar nooit vervelend omwille van het spektakel, en het duurt ook niet te lang natuurlijk. Al met al toch wel een bizarre film en het is me een beetje de vraag wat de motivatie van Louis Feuillade was. Volgens Imdb is dit historisch drama. Mij lijkt het eerder een combinatie van exploitation en een middenvinger richting katholiek/christelijk establishment van die tijd.

Al Tropico del Cancro (1972)

Alternatieve titel: Peacock's Place

Broeierig filmpje dankzij de onnavolgbare setting in Haïti waar mysterie en dood om de hoek loeren. Het is wel opletten met de versies die van deze film in omloop zijn. Helaas heb ik een gecensureerde versie bekeken waaruit de wat pikantere scenes gesneden zijn hoewel deze essentieel zijn voor de sfeer van deze film. In de jaren ‘70 was het echt wel de gewoonte in Italië om films te versnijden naargelang de vraag van de klant.

Maar er wat van overblijft (minus 4 minuten) is nog altijd wel de moeite waard. Het verhaal heeft een goed tempo en de moorden mogen gezien worden. En dan is er nog de soundtrack van Piero Umiliani die nooit teleurstelt. Als ik de kans krijg, zal ik de volledige versie nog bekijken.

Algiers (1938)

Een remake van de Franse klassieker Pépé Le Moko die slechts een jaar eerder werd uitgebracht. De snoodaards in Hollywood vonden het daarom nodig om alle exemplaren van Pépé Le Moko te vernietigen … maar zijn daar gelukkig niet in geslaagd. Algiers is op alle gebieden inferieur aan het origineel (dat een verfilming is van het gelijknamige boek Pépé Le Moko). Om te beginnen is het al een redelijk onnozel idee om een Frans boek, dat zich afspeelt in een toenmalige Franse kolonie, zijnde Algiers, te laten vertolken door Amerikanen die de kijker moeten overtuigen dat ze afkomstig zijn ‘uit Parijs’. Charles Boyer (Pépé Le Moko) is dan wel een Frans acteur maar heeft in deze film als Engels sprekend acteur een dik aangezet irritant Frans accent. Begrijpelijk, maar het draagt voor mij niet bij aan de authenticiteit, het irriteert alleen maar. Ik heb hem ook aan het werk gezien in Gaslight maar kan me niet herinneren dat hij daar zo irritant was, heb het gevoel dat hij er hier een schep bovenop gedaan heeft. Nog een slecht punt voor Charles Boyer; hij draagt bijna nooit een hoed, iets wat Jean Gabin wél doet in het origineel. Onvergeeflijk! En natuurlijk is Jean Gabin ook gewoon in zijn geheel véél beter en geloofwaardiger als Pépé Le Moko. Ook de rest van de cast is minder dan in het origineel. Sigrid Gurie vond ik ronduit slecht spelen, Hey Lamarr - in haar debuutfilm - vond ik nog redelijk, en vooral een mooi plaatje.

De verhaallijn sluit aan bij wat we al kennen van het origineel, maar de invloed van de Hays Code laat zich wel gelden in de finale die zwakker is dan in de versie van Jules Duvivier. De regie van John Cromwell voegt niets toe, lijkt wel een poging om Pépé Le Moko te beeld per beeld te kopiëren maar slaagt er niet in de ambiance van het origineel te recreëren. Daarvoor heb je Fransen nodig!

Deze film behoort tot het publieke domein, dus blijkbaar vond men het in de jaren zestig ook al niet de moeite waard om de copyright van deze film te verlengen. The best things in life are free, maar het blijkt dat dat nu ook niet altijd het geval is. Bekijk de film van Jules Duvivier en laat dit links liggen.

Alien (1979)

Heel lang geleden voor het laatst gezien. Prachtige productievalues met die duistere settings. Geslaagde om niet te zeggen schitterende fx. Maar al met al had ik verwacht meer omver geblazen te worden. Het heeft eigenlijk weinig substantie en het verbaasde mij dat er bijna niets gebeurde in het eerste anderhalf uur. En zelfs de finale is nog redelijk braaf. Maar uiteindelijk moet je deze film toch ook in z’n tijd zien. En het was zijn tijd zeker vooruit. Ook al vond ik het nooit echt spannend worden, de sfeer zat er toch goed in.

All about Eve (1950)

Na 2 films van het huidige millennium te hebben gekeken, nam ik deze erbij. Even de knop omdraaien bij dit oudje. Maar al snel oversteeg het kijkplezier de ouderdom, vergat ik hoe oud deze film is. Geen CGI of uitgekiende productiewaarden maar een sterk script en goeie acteurs hebben de klus geklaard. Een vrij lange film die me van begin tot eind wist te boeien dankzij de verhaallijn die inzoomt op wat des mensen is. Ik vermoed dat het script zo geslaagd is omdat de scriptschrijvers dicht tegen de theater- en Hollywood realiteit gebleven zijn. Ze hebben het niet ver moeten zoeken. Zoals gezegd zijn alle acteurs prima, met voor mij bijzondere vermeldingen voor de 3 hoofdrollen Bette Davis, Anne Baxter en George Sanders. Ook een opgemerkte verschijning is Marilyn Monroe in een voor haar typische rol. Dit lijkt me een meer dan terechte klassieker.

All Quiet on the Western Front (1930)

Een realistische weergave van de grote oorlog waarin de zinloosheid en gruwel van het dagelijkse leven van frontsoldaten wordt weergegeven zonder te vervallen in sensationeel effectbejag. De vorm staat in functie van de boodschap. Het is een diep humaan portret van gewone jongens in buitengewone omstandigheden.

Ik vind het uitgangspunt van de film sowieso heel knap. Het feit dat men ervoor kiest om het leven van Duitse frontsoldaten weer te geven is toch geen evident gegeven als je kijkt wat er nadien nog allemaal geproduceerd is aan oorlogsfilms in Hollywood. Voor mij voelde het - zeker in het begin - vreemd aan om empathie op te bouwen met de Duitse jongens die strijden tegen Fransen en Britten. Als kijker wordt je zo verplaatst in een ander perspectief waarin je tot het besef komt dat de modale Duitse soldaat ook maar kanonnenvlees was dat werd opgeofferd voor strategische belangen. Het is dan ook een zeer maatschappijkritische film.

De film herinnert mij aan de verhalen van mijn grootouders die tijdens de bezetting tijdens WO II gedwongen waren om in hun huis Duitse soldaten te herbergen. Volgens de verhalen van mijn grootouders hadden die Duitsers helemaal geen zin om te strijden en zo ver van huis te zijn. Oorlog is dan ook een geval van grootschalige manipulatie.

Technisch gezien vind ik deze film formidabel gemaakt, wanneer ik het vergelijk met andere films van begin jaren '30. Regie en cinematografie zijn top. Het ontbreken van muziek tijdens de brute loopgravengevechten draagt bij aan een soort documentair karakter van de film. Prima acteerprestaties en een sterk script. Het stoort me niet dat sommige dialogen of monologen wat theatraal overkomen, geeft een poëtisch tintje aan het geheel.

Het einde van de film is werkelijk onvergetelijk.

Deze film zou wat mij betreft door elke achttienjarige bekeken moeten worden.

All the King's Men (1949)

Alternatieve titel: Zij Gaven Hem Macht

Een politieke film die iedereen gezien zou moeten hebben omdat hij een realistisch verhaal neerzet over de ambigue relatie tussen doel en middelen/ goed en kwaad, en de algemene conditie van de mens(heid). In die zin is het ook een tijdloos verhaal, vandaag nog even actueel als 70 jaar geleden. Maar hoe pessimistisch de conclusie ook mag wezen, ik hou Winston Churchill's quote in het achterhoofd: democratie is de minst slechte van alle regeringsvormen.

De voice over van John Ireland verleende de film voor mij onmiddellijk een noirfeel, nadien nog versterkt door de toch overheersende cynische sfeer, na een optimistische start van het verhaal.

De film wordt soms vergeleken met Citizen Kane maar die staat filmtechnisch en narratief op een hoger niveau.

Alla Ricerca del Piacere (1972)

Alternatieve titel: Amuck

Prachtige opening in het Venetië van begin jaren ‘70 dat nog niet gebukt ging onder massatoerisme. Vervolgens ontwikkelt het zich snel tot een mystery movie met arty settings en prachtige natuur. De acteurs zijn op dreef. Farley Granger kende ik van zijn werk met Hitchcock maar blijkbaar heeft hij ook wel giallo’s op zijn naam. Barbara Bouchet schittert als leidend/lijdend figuur. Behalve mystery bevat deze film sleasy seventies post-hippie drugs en seks scenes. Maar altijd op een fashionable manier gebracht: arthouse meets trash. De slow motion lesbische scenes zijn niet eens lachwekkend maar passen in de sfeer. De ontknoping kent de nodige twists om het boeiend te houden. De muziek is van Teo Usuelli en één van de thema’s werd nadien nog gebruikt in The Big Lebowski. Amuck! is voor mij één van de coherentere en betere giallo’s, nooit saai en altijd stylish.

Alleen voor U (1935)

De tweede film van het duo Jan Vanderheyden en Edith Kiel, en de opvolger van hun debuutfilm De Witte (1934), die hen als populairste Vlaamse film onsterfelijk heeft gemaakt in de Vlaamse filmgeschiedenis. Na het boerenverhaal van De Witte speelt Alleen Voor U zich ditmaal af in de stad. We zien beelden (de Boerentoren, enkele straatbeelden) die ons de illusie geven dat het verhaal zich afspeelt in Antwerpen. Het aantal buitenopnames is echter zeer beperkt en nagenoeg de hele film werd (voor de binnenopnames) geschoten in de Jofa-studio’s in Berlijn, met een Duitse ploeg. Hetzelfde procédé als voor De Witte werd hier dus gevolgd, maar het zou de laatste keer zijn, hierna werd omwille van kostenefficiëntie niet meer uitgeweken naar Berlijn. Alleen Voor U wordt dan ook gekenmerkt door hogere productiewaarden dan wat erna nog zou volgen.

Jan Vanderheyden krijgt opnieuw credits voor de regie, terwijl die in feite in handen is van zijn levensgezellin Edith Kiel. Dat geldt overigens voor alle films die ze in de jaren dertig en veertig zouden produceren. Pas na de oorlog zal Edith Kiel vermeld worden als regisseur op de aftiteling van de films, om de reden dat Vanderheyden zich tijdens de oorlog verbrand heeft aan samenwerking met de bezetter.

Het idee voor Alleen Voor U was afkomstig van Jan Vanderheyden die een Vlaamse operettefilm wilde maken, naar het voorbeeld van de Duitse operettefilms die hij met zijn bedrijf IDF distribueerde in de begindagen van zijn carrière. Edith Kiel was er eerst geen voorstander van maar ging uiteindelijk overstag, wat resulteerde in het scenario dat ze uitschreef, met als inside joke de aan Vanderheyden gerichte titel van de film. De Duitse Kiel schreef eveneens de liedjesteksten in het Nederlands, met muziek van de Vlaamse componist Renaat Veremans en de Oostenrijker Rudolf Perak. Toch een veelzijdige dame.

Alleen Voor U is een romantische komedie met prima hoofdrollen voor Pola Cortez en Frits Vaerewijck, naast onder meer gesmaakt optreden van Jef Bruyninckx (mét baard in de keel) en de eveneens piepjonge Nand Buyl. Het liefdesverhaaltje heeft niet veel om het lijf, maar voor mij werkte het wel. Anderhalf uur vloog voorbij, mede dankzij de soms leuke en soms knullige humor, de inkijk in alledaagse leven van de jaren dertig, en ja zelfs de liedjes entertainden mij. De film kreeg in zijn tijd wel wat kritiek te verwerken uit bepaalde pershoek die vonden dat de film op weinig geslaagde wijze een buitenlands concept kopieerde, maar het publiek liet het niet aan zijn hart komen en ging massaal kijken. Zelf had ik ergens een saaie film verwacht, maar dat was het zeker niet. Het ging vlot binnen als zoete koek. Een kritiek waarin ik me wel kan vinden is het feit dat het taalgebruik van de acteurs alle kanten uitgaat, van Algemeen Nederlands, over dialect tot plat Antwaarps. Wat te wijten is aan het beruchte gebrek aan acteursregie in de Vanderheyden-Kielfilms. De acteurs deed maar wat op dat vlak. Ook was er geen begeleiding om toneelacteurs de knepen van het filmacteren diets te maken, wat al eens tot gekunstelde toestanden kon leiden. Kiel en Vanderheyden waren dan ook meer ondernemers dan kunstenaars, om de feiten maar te benoemen. Uiteraard in een context van pionieren in een klein taalgebied/afzetmarkt waar op dat ogenblik nog geen sprake is van subsidiëring.

Met deze film heb ik me niettemin erg vermaakt, in die mate dat ik hem in de toekomst met plezier opnieuw kan bekijken.

Alles Moet Weg (1996)

Deze film ademt Tom Lanoye. Zijn roman ‘Alles Moet Weg’ heb ik nooit gelezen maar je ziet al zijn stokpaardjes hier langskomen: homoliefde, vette humor, donkerbruine flaminganten en de fanfare als willekeurig maar typisch symptoom van Vlaamse volkscultuur.

Alles Moet Weg heeft veel weg van een roadmovie al worden de gebeurtenissen on the road sterk afgewisseld met allerlei (hilarische) akkefietjes. Stany Crets en Peter van den Begin zijn echt wel ijzersterk in hun rol en maken de film tot een succes. Van begin tot eind genoten van de naturelle en vlijmscherpe dialogen (geschreven door Lanoye en genoemde mannen) en de heerlijk absurde situaties, daar moet deze film het echt van hebben. Ook een prima soundtrack van Noordkaap.

Straffe film van Jan Verheyen dus en een beetje jammer dat hij nadien een heel andere toer zou opgaan met films die misschien wel succes hadden, maar inhoudelijk geen deuk in een pakje boter slaan. Van Verheyen heb ik wel heel hard zijn Nacht van de Wansmaak - tournee en bijhorende compilatie-dvd’s van enkele jaren terug gewaardeerd, waarin de riolen van de wereldcinema met (wan)smaak werden uitgespit.

Alone in the Dark (1982)

Alternatieve titel: Alleen in het Donker

Waanzin is de rode draad in deze horror/home invasion. Schitterende opening waarin de werkelijkheid een droom blijkt van een geesteszieke. Waarheden worden omgekeerd. De gek uit de droom blijkt de psychiater in het echte leven. Waanzin wordt afgespiegeld tegenover normaliteit maar waar ligt de grens? Het thema waanzin wordt opgeschaald van het persoonlijke naar een maatschappelijk niveau: ook de (gesuggereerde) waanzin van atoomenergie en nucleaire centrales komt aan bod. Het is echter dubbel. Bij het uitvallen van de elektriciteit (door het uitvallen van de kerncentrale) breekt anarchie en chaos in de straten los. Anderzijds nemen de echtgenote en zus van dr. Potter deel aan een manifestatie tegen kernenergie en haar vernietigende kracht. Opnieuw spiegelen waanzin en normaliteit mekaar. En dan slaan de stoppen op persoonlijk niveau ook nog eens door bij de zus van Potter en haar nieuwe kennis. Ze zijn geen haar ‘beter’ dan de ‘slechte’ psychopaten aan de andere kant van de lijn. Er zijn alleen maar gradaties. De strijd tegen het kwade is dus zeer relatief. Het gaat vooral om een innerlijke zoektocht naar balans. Dat is duidelijk binnen de schitterende acteerprestatie van Jack Palance die in de finale duidelijk in tweestrijd is. De titel van de film verwijst zowel naar de fysieke gebeurtenissen als naar de geestelijke gevoelens van Elizabeth Ward.
Verder is dit een spannende en sfeervolle film met enkele effectieve scenes (hoogtepunt is de mes onder het bed scene). Prima in beeld gebracht en gedragen door een typische kille maar effectieve electroscore die helemaal jaren ‘80 ademt. Dwight Schultz: de naam deed zeker een belletje rinkelen maar ik had hem eerlijk gezegd niet herkend als de man van The A-Team. Ook leuk weerzien met Donald Pleasance die net als in Halloween de rol van psychiater opneemt. Tijdens de relletjes in de stad zit er m.i. ook een knipoog naar Jason Voorhees in wanneer één van de mannen een hockeymasker opzet.

Alphaville, une Étrange Aventure de Lemmy Caution (1965)

Alternatieve titel: Alphaville, a Strange Adventure of Lemmy Caution

Alphaville, geregisseerd en gescript door Godard, werd gemaakt middenin de golden sixties, een tijd van relatief optimisme met hoge tewerkstellingsgraad, géén milieu issues, een plezierige seksuele revolutie en ongebreideld vooruitgangsdenken (o.a. race naar de maan tussen de USSR en de USA). Godard bleek dus gevoelig voor de keerzijde van deze ongebreidelde vooruitgang, wat resulteert in deze interessante dystopische nachtmerrie.

We bevinden ons in een toekomst waarin de mensheid onderdrukt wordt in Alphaville door de logica van de technologie, met professor von Braun als grote roerganger. De beeltenis van genoemde von Braun is overal in het straatbeeld van Alphaville te vinden, naar analogie met de verering van grote communistische leiders. Bovendien, en uiteraard, is von Braun een verwijzing naar de historische Werner von Braun die als Duits wetenschapper na de ondergang van de nazi’s geruisloos overstapte naar het Amerikaanse overheidsapparaat om er in de Nasa het Amerikaanse ruimteprogramma te gaan leiden. Die overstap naar de ex-vijand deed hij overigens samen met duizenden andere Duitse geleerden, in wat bekend staat als Operatie Paperclip. Een onderwerp waar men ook wel eens een film aan mag wijden, al zie ik dat nog niet zo snel gebeuren, maar dit terzijde. Onze professor van Braun is in Alphaville de grote man als initiator van Alpha 60, een intelligente computer die alles en iedereen controleert, en als strategisch doel wil uitbannen wat menselijk is, met het oog op het handhaving van absolute macht en controle. Ook liefde, als essentiële menselijke emotie, is verboden, zoals dat eveneens in Orwell’s 1984 en andere recente dystopieën het geval is. Dat blijkt van meet af aan door de manier waarop vrouwen in de samenleving van Alphaville worden gepresenteerd: anoniem, geseksualiseerd en geïnstrumentaliseerd, alsof ze niet meer waard zijn dan een vervangbare sekspop. Het gaat dus om een mannelijk gerichte - de rede/logica wordt binnen de cultuurgeschiedenis toch gezien als een archetypische mannelijke eigenschap - samenleving, waarvan de naam niet slecht gekozen is (wanneer je denkt aan alphamannetjes). Eddie Constantine, in de rol van ‘reporter’ Lemmy Caution en afkomstig uit een andere galaxie met een wat vrijer regime, gedraagt zich hier behoorlijk onhebbelijk tegenover de dames, maar als kijker begrijp je na een tijd dat hij zich daarmee afzet tegen de status quo in Alphaville. Met zijn kritische aanwezigheid in Alphaville brengt hij in feite zijn eigen leven in gevaar. Tekenend is het moment waarop Constantine een ambtenaar bevraagt op ‘vrijheid’ waarop die iets repliceert waaruit blijkt dat hij zich totaal niet bewust is van zijn onvrijheid. Met andere woorden is men er in Alphaville in geslaagd om via indoctrinatie het gepeupel te onderwerpen. Aansluitend voorbeeld is het gesprek tussen Constantine en de beeldige Anna Karina over verboden woorden, wat verwijst naar de politieke correctheid geïnstalleerd door het regime. Verder zien we in de film verwijzingen naar recente historische en actuele gebeurtenissen (een plakkaat met de letters SS komt een keer in beeld - het gebruik van het communistisch aandoende ‘camerade’ ) die eveneens wijzen op de totalitaire vormgeving van de samenleving.
Frappant zijn de plannen van Alpha 60 om via georkestreerde sociale agitatie bij bepaalde bevolkingsgroepen in de buitenste galaxieën, met inzet van geheimagenten, de samenleving ginds naar haar hand te willen zetten en te onderwerpen. Jean-Luc Godard als samenzweringstheorist avant la lettre.

Esthetisch leuk dat Eddie Constantine rondloopt in lange regenjas en met deukhoed, als een echte noirheld in een vervreemde wereld. De finale waarin hij wegrijdt met Anna Karina aan z’n zij, had ook zo geknipt kunnen zijn uit één of andere klassieke Amerikaanse noir. De regie van Godard is wat ik van hem zou verwachten na wat ik al van hem gezien heb. De typische nouvelle vague cameravoering draagt bij aan een documentaire uitstraling van de film. Mooie belichting ook waarvoor men zijn innovatieve best heeft gedaan.
Ten laatste ben ik zeer te spreken over de orchestrale score van Paul Misraki die zorgt voor een dreigende ondertoon bij de gebeurtenissen in Alphaville en die me krek doet denken aan de score die Bernard Herrmann tien jaar later onder het New York van Taxi Driver zou zetten. Vraag me af of Herrmann ooit deze Alphaville bekeken heeft.

Conclusie. Voor wie wil is het niet moeilijk om bepaalde parallellen te zien tussen wat zich afspeelt in onze hoogtechnologische samenleving en wat Godard ons hier voorschotelt. Alphaville is een film die me helemaal aanspreekt, met een fijne vormgeving, waarbij (uiteraard) gespeeld wordt met inhoud en conventies van genres.

Altered States (1980)

Some trippy mind bending stuff is going on here. Ligt in de lijn van wat David Cronenberg deed in die tijd dus wel weggelegd voor zijn fans. Het eerste uur bouwt op het gemak op, met enkele visueel interessante scènes. Het verbaast me niet dat ook Stanley Kubrick gevraagd geweest is als regisseur voor deze film want de trips van William Hurt doen dan ook wel denken aan de trips in A Space Odyssey 2001, als concept, want de uitvoering is helemaal anders. Goed dat het verhaal hier qua chronologie start eind jaren ‘60 want dat is ook wel hét tijdperk waarin psychedelische trips. In het eerste uur van de film krijgen we wat (pseudo-)filosofie en wetenschap mee voor de onderbouw, maar nooit dat het mij ging vervelen. Het laatste half uur gaan de remmen ongeveer los. Enkele zeer spannende momenten na de eerste transformatie van Hurt, gevolgd door een hallucinante scene met de isolatietank.. Een film met uitstraling waarvan de visuals en fx me enkele keren verbluft hebben. De altered states hebben voor mij de belofte waargemaakt.

American Gigolo (1980)

2 uur lang meegezogen in de wereld van gigolo Julian Kaye. Paul Schrader zet hier een schitterend noir drama neer. Een degelijk script schrijven kan hij als de beste, en regisseren kan hij ook nog.

Voor mij het beste werk dat ik al gezien heb van Richard Gere. Zijn looks en acting vallen volledig samen met het personage dat hij moet voorstellen. Niemand had deze rol beter kunnen invullen dan hem.

Paul Schrader heeft zich blijkbaar laten inspireren door Pickpocket voor bepaalde scenes. Visueel grijpt het ook terug naar klassieke noir. De typische lamellen in het appartement van Gere zorgen voor schaduwstrepen als symbolische tralies en een vooruitblik op wat hem te wachten staat. Schrader gebruikt ook symboliek die me origineel overkomt. Zo twijfelt Richard Gere enkele keren over de kunstkaders (= frames) in zijn appartement. Naderhand heeft hij vooral kopzorgen over de framing in de moordzaak.

Ook de muziek is top. Giorgio Moroder is blijkbaar de componist van de Blondie wereldhit Call Me dat een thema vormt doorheen de film.

American Pie (1999)

American Pie sluit aan op een traditie van teen sex comedy’s en is zeker een van de betere. Het verhaal volgt het stramien van zijn voorgangers - guys wanna get laid - en dan is het de humor die het verschil kan maken. Die humor varieert van redelijk plat tot leuke situatiehumor met natuurlijk heel wat shaming erbij. Amusant. De acteurs doen het prima en waarvan sommigen gelanceerd werden met deze film.

American Virgin (2009)

Alternatieve titel: Virgin on Bourbon Street

Redelijke komedie met enkele leuke momenten. Behalve dat kan je het ook zien als een maatschappijkritische aanklacht tegen exploitation van jonge meisjes op het internet … Al is dat hier ook best wel dubbelzinnig. Want tegelijk zoomt de camera gretig in op meisjes die zich van hun beste kant tonen. Verwarrend is het wel.

Verder vlot gefilmd, vlotte acteerprestaties waarin tegengestelde karakters uitgespeeld worden en een vlotte soundtrack.

American Werewolf in London, An (1981)

Prima horror comedy en dat is wat mij betreft één van de moeilijkste genres. Hier zien we een mix van een goed verhaal, goeie puntige dialogen, goeie make-up, toffe sfeervolle settings (de countryside en Londen) en de moeder aller weerwolf transformaties. De scenes met de snel degraderende Jack vormen een visuele en inhoudelijke meerwaarde. De finale is best wel spectaculair te noemen. En we mogen blij zijn dat het niet wordt uitgemolken tot een film van 120 m.

Among the Living (1941)

Spannende film die ik zou omschrijven als een thriller met invloeden uit de jaren '30 Universal horror. De onmogelijkheid van Paul Raden om zich sociaal aangepast te gedragen roept bij mij herinneringen op aan James Whale's Frankenstein en daarnaast zijn er ook elementen die me doen denken aan de expressionistische klassieker Das Cabinet des. Dr. Caligari, waarin eveneens een psychoot aan het moorden slaat. De invloed van het expressionisme is het natuurlijke resultaat van de hand van de Duitse cinematograaf Theodor Sparkuhl, die nadien nog zou meewerken aan twee andere vroege film noirs (The Glass Key en Street of Chance). De belichting vind ik dan ook, op zijn expressionistisch, zeer geslaagd en bepaalt helemaal de donkere sfeer van de film.
Het is een vrij korte film (67 min.), met een stevig tempo om het verhaal verteld te krijgen. Albert Dekker speelt een prima (hoofd)dubbelrol. De andere acteurs leveren eveneens solide prestaties. Susan Hayward is, toegegeven, een prachtige actrice die haar rol ook mooi speelt. En daarnaast is dit ook de voorlaatste film van Frances Farmer, voor ze helaas ten onder zou gaan aan haar eigen demonen.

Een vergeten film die wat mij betreft niet moet onderdoen voor de meer gekende suspense/horrormovies uit die tijd. Zou fijn zijn om deze eens te kunnen bekijken in een gerestaureerde versie.

Amours d'Automne (1962)

Alternatieve titel: Novemberspelen

Een Belgische film in ware zin; Frans gesproken dialogen maar gebaseerd op de Vlaamse novelle De Witte Weg van André De Splenter (mij verder volledig onbekend). En wat een vooruitstrevende film want we hebben het hier toch over 1962. Pikante scènes - o.a. een bescheiden striptease - waarbij we verder te maken hebben met een overtreffende trap van de driehoeksverhouding, met name de vierhoeksverhouding. En dat laatste kan natuurlijk wel eens vierkant draaien. De acteerprestaties zijn goed met prima karaktertekeningen. Als score gebruikt men De Schilderijententoonstelling van Moessorgski. Een klassiek werk dat bijdraagt aan de onderhuidse spanningen in de film. Mooie herfstige fotografie verder. Het enige bezwaar heb ik bij het snel afgeraffelde einde, maar anders is dit zeer kijkwaardig.

Anchors Aweigh (1945)

Romantische muzikale komedie waarin enkele talenten hun kunsten kunnen vertonen, Frank Sinatra en Gene Kelly op kop. De scene waarin Kelly danst met Jerry is iconisch te noemen, de enige scene uit de film die ik reeds kende, en had geen idee dat het in deze film zat. Qua timing valt er op die scene helemaal niets aan te merken, prachtig geanimeerd. Ook de rest van de film is voldoende entertainend, hier en daar leuke humor, en knappe mensen in de hoofdrollen natuurlijk. Kelly en Sinatra zijn misschien niet de grootste acteertalenten maar dit zijn nu wel rollen die ze prima aankunnen. Verder ben ik erg onder de indruk van Kathryn Grayson, haar uitstraling, prima acteerprestatie en dan het moment dat ze haar keel openzet, deed dan weer mijn mond openvallen. Ja mensen op het forum, zo klinkt een klassieke sopraan dus, get used to it

In zijn geheel duurt de film wel lang, waarbij het soms aansleept, maar gelukkig kunnen we intussen wel genieten van de prachtig frisse technicolor. Ook interessant zijn de zichten op de MGM studio in die tijd. De regie van George Sidney is prima.

Andromeda Strain, The (1971)

Paranoia en deep state vieren hoogtij in deze science fiction thriller. Een groepje wetenschappers wordt ingezet om geheimzinnige buitenaardse substantie te analyseren maar gaandeweg groeit de vraag wat het eigenlijke doel van hun missie is. Dit kadert prima in de sfeer die begin jaren ‘70 gecultiveerd werd in de USA; eentje van pessimisme en wantrouwen in de regering. En dan is er natuurlijk ook nog het internationale spanningsveld met de USSR wat aanleiding geeft tot speculatie rond innovatieve (biologische) wapenontwikkeling. Wel een beetje knullig dat de afloop van het verhaal al aan het begin van de film min of meer onthuld word. Het is een film die zijn tijd neemt om de punctuele procedures van de wetenschappelijke medewerkers en de site weer te geven. De spanningsopbouw moet het vooral hebben van de theorieën die de wetenschappers zich vormen over aard van de substantie en doel van de missie. De settings zien er realistisch uit voor die tijd en het gebrek aan soundtrack draagt bij aan een wat droge realistische stemming. Al met al is dit een overwegend cerebrale thriller die niet ieders meug zal zijn. Dankzij de prima sfeerschepping heb ik er mij wel mee vermaakt.