- Home
- Bobbejaantje
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Bobbejaantje als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Naakt over de Schutting (1973)
Hoort voor mij in de categorie "zo slecht dat het weer leuk wordt". Het is duidelijk dat het in se zou moeten gaan om een thriller maar het is een feit dat het geen moment spannend wordt omwille van niet intentioneel grappige momenten (zoals het gevecht in de studio, het 'titelmoment') en de knullige toegevoegde comedy (de tweeling spant de kroon) waarbij ik soms het gevoel had naar een aflevering van Bassie en Adriaan te kijken. De acteerprestaties zijn evenmin om naar huis over te schrijven. Rijk De Gooyer brengt het er nog het best vanaf. Jon Bluming (het Bruce Lee element van de film maar dan dat kapsel), Sylvia Kristel en Jerome Reehuis zijn magertjes. De inbreng van Ko Van Dijk als inspecteur is eigenlijk geheel overbodig en lijkt geschreven om de man een plezier te doen. Het script is echt wel lachwekkend (slecht), met een finale die weliswaar behoorlijk cult aanvoelt en wel nog mag gezien worden (zij het om foute redenen). De regie van Frans Weisz vond ik op zich nog wel te pruimen, heb enkele mooie shots gezien (opening, achtervolging van Jennifer Willems). Ook een pluim voor de soundtrack geschreven door Ruud Bos, die me deed denken aan "Dirty Harry" Lalo Schifrin.
Aanrader voor liefhebbers van slechte cinema en nostalgici.
Naissance du Jour, La (1980)
De eerste en enige tv-film die Jacques Demy ooit heeft gemaakt. En qua concept dan ook wel zeer geschikt voor het kleinere scherm. Weinig of geen actie, ik zou het zelfs geen praatfilm noemen maar eerder een denkfilm. Bijna drie kwart van de film bestaat uit de innerlijke monoloog van de schrijfster Colette via tekst die ze neerpent. Wel interessant dat het gaat om een autobiografische film. De film is zelfs geschoten in het huis waarin de historische Colette verbleef (in de jaren 1920) in Saint-Tropez. Het is een Demy film dus gelukkig wel aandacht voor kleuren, in de natuur en in het interieur.
Eén van de meest opvallende momenten in de film is de scene waarin 2 mannen met mekaar dansen op café en daar een uitleg aan geven (‘omdat vrouwen niet kunnen dansen’). Mogelijk heeft dat weinig te maken met de memoires van Colette maar gaat het om een insteek van Jacques Demy zelf die volgens berichtgeving biseksueel zou zijn geweest. Meteen ook het enige echte actiemoment in de film. Verder veel gemijmer naast enkele sleuteldialogen binnen de aanwezige driehoeksrelatie van de personages. Een film onder andere over liefde, ouder worden, en wat dat met de liefde doet. Voor liefhebbers van existentiële tussendoortjes dit.
Naked Gun: From the Files of Police Squad!, The (1988)
Alternatieve titel: The Naked Gun
Een stukje nostalgie en tot mijn 'vreugde' blijft dit helemaal overeind. Fantastische openingsscene met alle groten der aarde van toen en Leslie Nielsen die komt binnenvallen. De perfecte hilarische opener. En nadien stopt het nooit meer met de hilariteit. Ik kan er hardop mee lachen en dat is voor mij een soort graadmeter. Tof script en een leuke chemie tussen Nielsen en Priscilla Presley. Herbekeken op blu ray en zeer tevreden dat deze nu in de collectie zit samen met de 2 sequels die ik ook nog zal herbekijken.
Naked Spur, The (1953)
Een uiterst eenvoudige verhaallijn als kapstok voor een studie van psychologie en moraliteit. Het is moeilijk hier een lijn te trekken tussen de bad en de good guys. Zwartwit bestaat niet, enkel grijswaarden, hoewel het om een prachtige technocolor productie gaat. De hoofdrol is weggelegd voor James Stewart en hij is voor mij ook degene die de grootste emotionele diepgang in zijn rol weet te leggen. Een voorbeeld hiervan is het duel tussen Stewart en Ryan in de grot waarbij je als kijker zicht krijgt op de morele afgrond waarmee Stewart worstelt. Elk van de personages heeft verder zo zijn eigen innerlijke demonen, waarbij Janet Leigh er in feite nog het best vanaf komt op de keper beschouwd.
Behalve de beklijvende karakterstudie is het genieten van de prachtige natuurbeelden onderweg en enkele momenten van actie. De slachting van de blackfoot is wat mij betreft wel een vrij pijnlijke want te vermijden aangelegenheid maar brak even het gelijkmatige tempo van de film. De shoot-out in de finale is een prima afsluiter en wat je hoe dan ook verwacht in een western. De actie wordt hier begeleid door het geluid van de woeste rivier i.p.v. de orkestrale soundtrack wat alleen maar bijdraagt aan de sfeer. Na de shoot-out slaagt Janet Leigh erin om Stewart te redden uit zijn innerlijk doodlopend straatje. Doeltreffende therapie. En een dijk van een film.
Nanook of the North (1922)
Een jaar of dertig geleden hoorde ik voor het eerst over deze legendarische allervroegste documentaire en ben blij dat ik hem eindelijk gezien heb, zo vlak voor z’n honderdste verjaardag intussen. Het maakt me niet uit dat er in de weergave van het leven van de Inuit een aantal sequenties in scène zijn gezet (waarmee de maker zijn tijd vooruit was inzake reality-tv
), want er valt nog steeds genoeg authenticiteit te rapen. Criticus Roger Ebert heeft overschot van gelijk wanneer hij stelt dat de opgejaagde walrus ‘het script over de jacht niet gelezen heeft’. Indrukwekkende landschappen en dagdagelijkse taferelen - die eigenlijk even indrukwekkend zijn - wisselen mekaar af. Het lijkt wel een snelcursus ‘overleven in barre omstandigheden’. Prima regie en fotografie wat mij betreft. Had geen weet van geautoriseerde soundtracks maar om mezelf te plezieren heb ik hierbij een album van Tangerine Dream afgespeeld. Jean Michel Jarre had ook nog wel gepast. Het enige wat ik misschien een beetje gemist heb, is inzage in de grote rituelen/levensmomenten van de Inuit. Maar die opmerking daargelaten, is het sowieso een prima trip in het hoge noorden. Moest het niet zijn voor de tussentitels, is het er niet echt aan te zien dat het gaat om een stokoude film. Mooi!
Nashville (1975)
Langzame auteurscinema die geleidelijk aan haar donkere kanten prijsgeeft. Ik wilde per se een film zien die zich afspeelt in het country milieu van Nashville en hiermee werd ik prima bediend. Het is een lange film en de verhaallijnen vragen wel wat aandacht maar gaandeweg wordt het almaar boeiender. Het is vooral een realistisch drama waarvan het realiteitsgehalte - net zoals in het echte leven - vaak iets weg heeft van een tragikomedie. Elke persoon is bezig de eigen ambities te realiseren en gebruikt daarvoor de ander, simpel gezegd. De muziek was prominent aanwezig en viel goed in smaak. Het einde valt helemaal te kaderen in de turbulente politieke tijden waarin de USA zich bevond. Wel een beetje knullig dat het zangfeest gewoon werd verdergezet. Maar mss hadden ze daar in de seventies toch een andere kijk op.
Navigator, The (1924)
Na een amusante intro vinden we Buster Keaton ‘per ongeluk’ aan boord van schip op drift The Navigator. Een heel origineel uitgangspunt waarbij een scenario uitgeschreven werd met allerlei leuk verwikkelingen. Opnieuw zien we een verhaallijn waarbij in het eerste deel vooral ingezoomd wordt op situatiehumor en volgt er een meer fysieke finale waarin Keaton het aan de stok krijgt met een stel kannibalen. Toch werkte deze film minder op mijn lachspieren dan het geval was bij Our Hospitality en Sherlock Jr. Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat in het eerste deel van de film de situatie zich concentreert op slechts de interactie tussen Buster Keaton en love interest Kathryn McGuire (die we nog kennen van Sherlock Jr.) zonder een azende derde in het spel (wat extra mogelijkheden biedt). Leukste moment hier vind ik de geslaagde automatisering van de dagdagelijkse taakjes aan boord van het schip.
Kantelmoment is de onderwaterscene, die niet bijzonder grappig is, maar wel bewondering afdwingt. Production value schiet hier de hoogte in
Van de finale met de kannibalen had ik dan weer net een tikje meer verwacht. De schermutselingen blijven redelijk beschaafd en ook zien we weinig acrobatentoeren van Buster Keaton (we zijn natuurlijk verwend geweest met vorig werk).
Maar ondanks deze (milde) kritiek blijft dit voor mij een zeer kijkwaardig stuk van topentertainer Buster Keaton.
Near Dark (1987)
Herziening van lang geleden en het blijft helemaal overeind. De makers slagen erin een onheilspellende sfeer te creëren en dit de hele film lang vol te houden. Kudos voor de prachtige clair obscur belichting in de talrijke nachtscenes. Het bijna kan niet anders of ze hebben zich lekker laten inspireren door vampier Nosferatu met deze nadruk op expressionistische shots en schaduwen. Behalve dat zijn er ook behoorlijke acteerprestaties in een film die ook wel zijn eighties over the top momenten heeft. Love it. Adrian Pasdar doet het prima in de hoofdrol tussen donker en licht. Zijn love interest Jenny Wright is de juiste vrouw op de juiste plaats, en bovendien een lookalike van Madonna anno 1986. Nice. The bendeleden zijn samengesteld op maat van variatie.
Het narratief betreft au fond een strijd tussen familiewaarden en de criminele onderwereld. Het is symbolisch dat ‘verdorven’ Jenny Wright uiteindelijk het leven redt van de zus van Pasdar (zij staat voor goedheid, onschuld en familiale warmte). De cynici trekken in deze film aan het kortste eind.
En dan is er nog de geweldige soundtrack van krautrock/electro helden Tangerine Dream. Ze verzorgen een subtiel knallende score, slechts enkele keren onderbroken voor specifieke scènes waarin o.a. heel toepasselijk The Cramps aan bod komen.
Never Give a Sucker an Even Break (1941)
Alternatieve titel: What a Man
Zalige film waarin WC Fields zichzelf - of een versie van zichzelf - speelt, als acteur/scenarist die zijn scenario voor zijn nieuwe film wil slijten aan de studio. De premisse is dus uit het leven gegrepen. En meteen ook het beste dat ik al gezien heb van WC Fields. Knettergekke toestanden van begin tot eind, goeie gags en een al te gekke achtervolging om de film mee af te sluiten. Deze film bevat ook enkele muzikale passages die wat mij betreft erg geslaagd en goed geïntegreerd zijn. De jonge Gloria Jean had een prachtige stem en zangtechniek, zoveel is zeker.
Het scenario van Sucker is effectief geschreven door WC Fields en het heeft voeten in de aarde gehad om dit langs de censor te laten passeren. Wat we zien, is in feite een verminkte versie, waaruit heel wat verwijzingen naar alcohol, alsook ranzige humor en nog andere zaken verwijderd zijn. Jammer! Maar gelukkig blijft er genoeg over om je mee te vermaken, van de fake gorilla, tot de inside jokes, platte humor en de geslaagde surrealistische sfeer. Allesbehalve een sucker, deze WC Fields.
New Nightmare (1994)
Alternatieve titel: Wes Craven's New Nightmare
En daarmee heb ik de laatste van de 7 herzien. Duidelijk een film met een metakantje & I love it. Ze willen Freddy terug op het voetstuk plaatsen als de gevaarlijke demon die hij is. Maar toch komt hij terug af met van die zalige oneliners waardoor dat niet echt lukt. Hij is té familiair om echt bedreigend over te komen. Maar niet getreurd. De film heeft een boeiend script waarmee duidelijk de cirkel met het eerste deel wordt rond gemaakt. Zalig ook om de mensen achter de schermen van New Line Cinema mee te nemen in het verhaal, inclusief Wes Craven zelf. Draagt alleen maar bij aan het nagestreefde realiteitsgehalte. Vermoedelijk zitten er ook wel wat inside jokes in verwerkt? Bvb. het feit dat Heather per se met een meterslange limousine naar het werk wordt gevoerd … Wes Craven aan de rand van wat een privè-zwembad met Olympische lengte lijkt ...
Erg mooi dat er wordt gespeeld met de kritiek op horrorfilms in het algemeen en de impact op jongeren en kinderen. In dat opzicht geniaal om het einde van Freddy te verbinden aan het einde van de heks in Hans en Grietje (sprookje dat eerder werd voorgelezen door Heather aan haar zoon). Daarmee heeft Wes Craven zijn punt helemaal kunnen maken.
Voor mij is dit één van Wes’ beste films in aanloop naar Scream. De luciditeit en uitvoering zijn top en zorgen voor een meta ervaring waarin grenzen tussen film, droom en werkelijkheid vervagen. Wes heeft er dus nog een laagje aan toegevoegd t.o.v. de vorige films uit de franchise. Eigenlijk is dit een film die véél meer aandacht verdient. Wel moet je minstens deel 1 gezien hebben om deze film ten volle te kunnen genieten.
New Orleans (1947)
Hoe de jazz effectief ontstaan is in New Orleans komt niet overeen met dit zoetsappig verhaaltje al zit er wel een kern van waarheid in. Jazz & blues was de muziek van de achtergestelde zwarten en het heeft een tijd geduurd eer het acceptabel werd bij de blanke meerderheid. Het is ook een feit dat heel wat New Orleans tenoren naar Chicago en andere steden trokken omwille van de bittere armoede in het zuiden (The Great Migration 1916-1919).
Het is mooi dat Louis Armstrong hier van de partij is. Als je hem hier bezig ziet, zou je het niet onmiddellijk denken, maar hij was toch één van de originele genieën van de jazz. Zijn aanwezigheid in deze film is dus goed geplaatst. Verder zien we ook jazz diva Billie Holiday aan het werk in haar enige filmrol. Bij haar introductie wordt ze als dienstmeid bij een rijke blanke betrapt op het spelen van de piano. Treffend. Dan hebben we ook nog Woody Herman, legendarisch klarinettist en orkestleider. Ook hebben we een cameo als zichzelf van bluespianist Meade Lux Lewis. Veel schoon volk dat zorgt voor leuke muzikale intermezzo’s. ‘t Is te zeggen dat de muziek het niemendalverhaaltje volledig in de schaduw stelt. Fair enough. Interessanter als historisch artefact dan als film.
New York, New York (1977)
Heb de versie van 136 min. bekeken en vond het een schitterende film. Wat een dijk van een prestatie van Robert De Niro, van begin tot eind boeiend om te bekijken. Ook Liza Minelli vond ik geweldig: topzangeres en topactrice, in een rol die weliswaar op haar lijf geschreven staat. De hypergestileerde kostumering en settings, gebaseerd op jaren '40 en '50: awesome. De regie en cinematografie - met verwijzingen naar beeldtaal van de oude musicals - maakt het helemaal af. Naar verluidt werd er veel geïmproviseerd op de set in de dialogen, en dat is toch te zien aan het eindresultaat, het geeft het geheel een spontaniteit die onbestaande was in de old school musicals. Interessant en zeer onderhoudend bovendien. In de beste traditie van de musical is deze een film toch ook een soort mix van musical, drama en komedie.
Als je houdt van musicals of jazz is dit een film die je zeker moet gezien hebben. Weliswaar heb ik een anachronisme ontdekt in de film wat de muziek betreft. Heel de film door is bij de orkestjes een contrabassist te zien maar het is duidelijk te horen dat voor bepaalde opnames de baspartij werd ingespeeld op basgitaar. Basgitaar werd pas gelanceerd in 1950 en heeft bij mijn weten nooit de dienst uitgemaakt in de swing en boptoestanden van de jaren '40 en '50. Maar de baslijnen klonken in elk geval verdomd goed.
Ook een heel dikke pluim natuurlijk aan het componistenduo John Kander en Fred Ebb die de film voorzien hebben van onvergetelijke liedjes. Het briljante einde van de film blijft nazinderen op de tonen van het sublieme titelnummer New York New York.
Heb nu wel zin om ook eens de lange versie van de film te bekijken.
Niagara (1953)
Henry Hathaway en directeur fotografie Joe MacDonald zijn toppers in het noir genre en dat is ook duidelijk in deze kleurenfilm. Met behulp van de typische lamellen worden heel wat schaduwen getrokken in de interieurs en lijken de personages in hun wereldje te vertoeven achter tralies. In deze technicolor kleurenfilm wordt nog extra gespeeld met het kleurenspektakel rond de watervallen: de regenbogen en ook een avondverlichting. En sowieso wordt er dikwijls met tegenlicht gespeeld. In b & w zal deze film er vast ook wel goed uitzien.
Ook het thema van de film is echte (misdaad) noir met Joseph Cotton in dé hoofdrol. Al wordt de film natuurlijk geafficheerd met de aanwezigheid van femme fatale Marilyn Monroe. Het is duidelijk dat de camera focust op haar lichamelijkheid - ook mag ze een keertje zingen - en het is voor mij toch wel de vraag wat dit nu eigenlijk bijdraagt aan de film. Of het moet zijn dat dit zo belangrijk was voor de box office. Ze paradeert nogal overdreven rond waardoor het voor een hedendaagse kijker toch wel als een farce kan overkomen. In een komedie zou ik het wel gepast vinden (en dat doet ze evenzeer) maar in dergelijke suspense film komt het nu wel over als camp. Je kijkt niet naar het personage Rose maar met zachte dwang naar sex symbool MM. Uiteindelijk is dit dan toch de verantwoordelijkheid van de regie en de studiobazen die het zo hebben gewild.
De film is goed in spanningsopbouw met een beklemmend hoogtepunt in de toren (briljante parallelmontage met de zwijgende klokken) om nadien af te stevenen op een nieuwe climax aan de watervallen. Sowieso heeft de toerist in mij evenzeer genoten van de prachtige fotografie rond de watervallen.
Night and the City (1950)
Behoorlijk cynisch werk. Richard Widmark schittert als everyday hustler die op een dag zijn kans ziet om uit te breken uit zijn uitzichtloze bestaan. Als kijker kon ik het niet helpen om sympathie te voelen voor deze knul met zijn kinderlijk enthousiasme, geloof in zichzelf en gladde charme. Een overlever tussen vele andere overlevers in de grote stad Londen. Gene Tierney en haar buurman Hugh Marlowe bewegen zich daarbij aan de goede kant van het morele spectrum. Aan de andere kant staan mensen als Francis L. Sullivan, Googie Withers en Herbert Lom. Daartussen bevindt zich Richard Widmark, in een verscheurende situatie, maar omwille van de keuzes die hij telkens maakt op weg naar zijn onafwendbare lot. Nog opvallend in deze gitzwarte noir: op het einde wurgt handlanger The Strangler Richard Widmark en wordt hij door de politie gearresteerd. Opdrachtgever Herbert Lom, de grote man achter de duistere schermen, blijft hier echter buiten schot. Net zoals dat in het echte leven wel gebeurt. Is het trouwens toeval dat het personage van Herbert Lom luistert naar de naam Kristo? Als een soort Christus van het kwade regeert hij over de onderwereld van Londen en beschikt hij in feite over leven en dood van de inwoners (wat Widmark aan den lijve ondervindt).
Nog wat Gene Tierney betreft. Ik vind haar toch meer tot haar recht komen als ze een dame van hogere klasse mag spelen. Ze straalt te veel glamour uit met haar perfect gestileerde wenkbrauwen, gecoiffeerd haar, e.d. om hier de rol van lower class op zich te nemen.
Last but not least: de film is prachtig in beeld gebracht door Jules Dassin en zijn team met een immer dynamische en perfecte clair-obscur kwaliteit. Het eindshot is exemplarisch. Gene Tierney wandelt weg met nieuwbakken lover Hugh Marlowe over Tower Bridge maar door de aard van de bekabeling en het camerastandpunt lijken ze zich achter tralies te bevinden. Een dubbelzinnige kijk op de semi-positieve finale?
Night Editor (1946)
Alternatieve titel: The Trespasser
Prima kleine misdaadfilm van Columbia. Een dik uur lang wordt de kijker meegezogen in het verhaal van politiedetective Tony Cochrane, prima neergezet door William Gargan, wiens leven zwaar onder spanning komt te staan door de gebeurtenissen. Janis Carter mag de rol op zich nemen van femme fatale - bijna op het karikaturale af - en doet dat met veel flair. William Gargan van zijn kant is de noirheld die heen en weer geslingerd wordt in een moreel ambigu universum, met zijn gezin en Janis Carter als tegenpolen. Het scenario past als een handschoen, als je bereid bent mee te gaan in de snelheid van bepaalde verwikkelingen. Mooi geschoten beelden door Henry Levin en co. Met een moraliserend, verrassend en zelfs hartverwarmend einde.
Night Train to Munich (1940)
Alternatieve titel: Night Train
Spionage en contraspionage toestanden in deze meesterlijke Britse thriller. Het eerste kwartier moet je er even inkomen, met een kort overzicht van HItlers' veroveringen aan het begin van de oorlog, waarbij ook echte footage wordt gebruikt. Maar nadien is het spel op de wagen en krijg je vijf kwartier lang ladingen suspense en Britse humor te verwerken. Wat ik zo goed vind aan de film is het feit dat de humor langzaamaan geïntegreerd wordt en op geen enkel moment de suspense in de weg staat, maar in tegendeel er mee vorm aan geeft.
Goeie punten voor de hele cast, met speciale vermelding voor de ravissante Margaret Lockwood (ja mag ik me even laten gaan), Rex Harrison en vooral ook het duo Basil Radford en Naunton Wayne.
Het scenario is helemaal wat ik verwacht van een kwaliteitsvolle Britse productie die de natie een hart onder de riem wil steken. De eindscène is daarbij een pareltje: was dit het einde geweest van een Hitchcock dan werd die nu zonder twijfel als een klassieker beschouwd.
Van Carol Reed kende ik enkel The Third Man - een film die me helemaal ligt - en ben blij te vernemen dat hij nog andere toppers gemaakt heeft zoals deze Night Train. Prima regie hoewel niet zo overdonderend als in het latere The Third Man - wat we hem moeilijk kwalijk kunnen nemen - maar toch ook gebruik makend van low angles en hier en daar het betere schaduwwerk. Cinematograaf/cameraman van dienst was Otto Kanturek, een Oostenrijker die het vak in Berlijn leerde o.m. bij Fritz Lang.
Genoeg getalmd nu, all aboard!!
Night without Sleep (1952)
Heb erg genoten van deze mystery/noir. Geweldig hoe men er in die tijd in slaagde om met een minimum aan middelen een maximum aan suspense op te wekken. In dit geval gaat het niet om een whodunit maar om een whatdidhe.
Alcoholisme, freudiaanse complexen, femme fatales, het komt allemaal langs in deze film, gekaderd door de voice over van een prima spelende Gary Merrill. Het is een echte dialogenfilm maar deze zijn op niveau en entertainend in een script dat opgebouwd is uit flashbacks.
Van de cast heeft Linda Darnell nog de grootste carrière uitgebouwd, op een bepaald moment werd ze trouwens beschouwd als één van de mooiste Hollywoodvrouwen, wat wel een teken is dat ze goed in de markt lag. Het moment dat je het accent van Hildegard Knef voor het eerst hoort in de film, is het duidelijk dat het gaat om een immigré, zijnde van Duitse afkomst. Een kleine search leert ons dat zij onder meer haar plaats heeft verworven in de Duitse filmgeschiedenis met de eerste naaktscene ooit in een Duitse film (Die Sünderin, 1951) wat toen een schandaal heeft veroorzaakt.
Prima regie en cinematografie van respectievelijk Roy Ward Baker en Lucien Ballard. De film speelt zich af bij nacht (in de flashbacks) en de vroege ochtend, met een mooi spel van licht en schaduw.
Alsook is er een prima muziekscore van Cyril Mockridge en - daar hou ik van - spelen enkele scenes zich af in een jazzclub met band en jazzdiva achter de microfoon.
Nightmare Alley (1947)
Alternatieve titel: De Straat der Verloren Zielen
Fijne film noir met een geweldige Tryone Power in de rol van één van de betere classic Hollywood booswichten. Hij was zelf één van de drijvende krachten achter de realisatie van dit filmproject dus dat heeft hij goed ingeschat. Op het scherm is zijn rol een veelbepalend figuur want er zijn nagenoeg geen scenes waarin hij niet aanwezig is. Zijn karakter evolueert van intelligent over gewiekst en kwaadaardig naar verlopen. En dat is op zich ook al bijzonder. Zijn voornaamste tegenspelers betreffen drie dames: Joan Blondell, Coleen Gray en Helen Walker. Elk vertegenwoordigt een morele trap in het noir universum.
De wijzigingen aan het originele verhaal van auteur William Lindsay Gresham om tegemoet te komen aan de Hays productiecode vallen best goed mee en men is er in geslaagd om de doemsfeer te bewaren. Alleen het einde vond ik geen recht doen aan het boek, maar dat was ook weer op zijn Hollywoods te verwachten.
Twee momenten uit de film die er voor mij uitspringen.
Het moment dat Helen Walker Tyrone Power op zijn plaats zet, letterlijk en figuurlijk. Voorafgaand speelde ze scènes gekleed in een mannelijk aandoend pak en in deze cruciale scène onderwerpt ze effectief op mannelijk dominante manier Tyrone Power. Zij staat hierbij recht terwijl hij subdominant neerzit. Terwijl ze haar zegje doet is de camera enkel gericht op het gezicht van Power. De mimiek weerspiegelt de boodschap van Helen Walker die bij hem binnenslaat. Prachtige cinema.
Een gelijkaardig moment met een gelijkaardige opstelling zien we naar het einde toe wanneer Power solliciteert bij de kermis en een job aangeboden krijgt als ‘geek’.
Inhoudelijk sluit deze film volledig aan bij de pop culture van de forties met zijn nadruk op psycho-analyse. Opvallend trouwens dat het personage van Helen Walker - net als in het boek overigens - luistert naar de naam Lilith. Volgens de Joodse mythologie een soort demonische vrouw. Niet slecht gekozen symboliek.
Visueel een stijlvol geschoten film met veel clair obscur contrast. Regisseur Edmund Goulding was me niet bekend als (noir) regisseur - maar ik veronderstel dat ervaren camerarot Lee Garmes hier ook wel een bepalende rol zal gespeeld hebben.
Nightmare on Elm Street 3: Dream Warriors, A (1987)
Wes Craven was opnieuw betrokken in deze sequel en het was ook duidelijk dat men de puntjes op de i wou zetten. Na het wat lossere deel 2 werd Freddy teruggezet waar hij thuishoort: enkel en alleen in nachtmerrries. Ik hou van dit script met de jongeren op de psychiatrische afdeling. Zelfs al is de therapie van een vreemde soort. In mijn herinnering zag het er visueel allemaal net nog wat schimmiger uit maar misschien moet ik dan ook stoppen met het bekijken van gerestaureerde versies. Niet dus. De kills zijn origineel en de special fx heel erg goed. Allemaal mechanische en handgemaakte stuff. De acteurs doen verder wat ze moeten doen in wat in essentie Freddy’s show is. De beroemde oneliner “welcome to prime time, bitch!” is de enige die Robert Englund zelf ooit in de serie bedacht heeft. Al de rest was telkens op voorhand uitgeschreven.
Topper in de reeks.
Nightmare on Elm Street 4: The Dream Master, A (1988)
Het zit heel goed met concept en script voor dit vierde deel. Erg origineel en geslaagd hoe de persoonlijkheid van Alice zich ontwikkelt doorheen het verhaal. Fantastische decors, practical fx (de pizza!, de finale met de zielen die losbreken uit Freddy!) en surrealistische sfeer. Wat kan je meer verlangen van dit soort films? De acteerprestaties zijn op niveau maar het is natuurlijk altijd de smerige maar charismatische Freddy Krueger die de show steelt. Zo is er ook maar één.
Nightmare on Elm Street Part 2: Freddy's Revenge, A (1985)
Alternatieve titel: A Nightmare on Elm Street 2
Dit deel werd snel snel gemaakt in opvolging van het eerste deel. Niemand had een idee hoe lang het Nightmare succes zou duren, het ijzer smeden terwijl het heet is enz. Wes Craven heeft de regie geweigerd omdat hij het script niet zag zitten al heeft hij verder ook aangegeven dat Jack Sholder de regie wel tot een goed einde gebracht heeft. Uit een interview met Jack Sholder blijkt toch dat hij een ambigue houding heeft bij deze film. Hij erkent de zwakke punten maar vergoelijkt het door te stellen dat alle films uit de reeks zwakke punten hebben. En dat hij op het punt van deze film nog niet kon weten hoe de franchise zich verder zou ontwikkelen. Hij wenst dus niet beoordeeld te worden vanuit de kennis van de latere delen. En daarin kan ik hem wel volgen. Wel ben ik het eens met de belangrijkste kritiek op dit deel (o.a. geuit door Robert Englund zelf) dat het not done is om Freddy K. te laten optreden in het echte leven buiten de dromen om. Dat ondergraaft het hele basisconcept.
Los van formuleregels e.d. heb ik me toch prima vermaakt met dit deel. Het bevat spanning, campy gezinsscenes, meer dan leuke fx. Intussen heeft de film een cultstatus omwille van de homo-erotische lading die een deel van het publiek erin ziet. Niet moeilijk te raden om welke scenes (bezoek aan de lederbar, moord in de douche) hieraan bijdragen. Hoofdrol Mark Patton heeft dan ook de eer om gezien te worden als eerste mannelijke scream queen in horrorfilms. Jack Sholder zelf omschrijft hem in een interview als ‘een acteur met vrouwelijke trekken’. Kan ik allemaal inkomen. Maar blijkbaar is het ook een samenloop van omstandigheden en is het nooit de bewuste bedoeling geweest van de makers om deze ondertoon waar te maken. Als we Jack Sholder mogen geloven. Het draagt in elk geval (voor sommigen) bij aan het enigma van deze nog steeds knap gemaakte film. Voor mezelf was het zeker ook een fijn weerzien met dit deel. Al is het veeleer camp dan horror.
Nightmare on Elm Street, A (1984)
De film heeft een goed en een (voor die tijd) origineel script waarmee Wes Craven jarenlang heeft lopen zeulen om het verfilmd te krijgen. Niemand behalve Bob Shayes (de producer) geloofde dat een film over dromen goeie horror kon opleveren. Interessant is ook de ontstaansgeschiedenis van het concept. Blijkbaar is het gebaseerd op waargebeurde feiten (of aannames). In de seventies heeft Craven een reeks krantenartikels gelezen over mensen (Aziatische immigranten) die aanhoudend nachtmerries hadden en stierven in hun slaap. Het concept van Freddy grijpt dan weer terug naar een persoonlijke ervaring van Craven uit zijn vroege jeugd. Op een avond zag hij vanuit het raam boven een onbekend duister figuur voor het ouderlijk huis staan, met hoed en al. En hij keek Wes recht in de ogen. Wes was toen een jaar of 8, werd bang, week terug van het raam en keerde nadien dan toch weer naar het raam. De man stond er nog steeds en keek hem recht aan. Enfin een indringende ervaring op die leeftijd. Heel mooi hoe Craven in deze film zijn persoonlijke ervaring en andere inspiratie tot één aansluitend geheel heeft weten te verwerken. En dan ook nog eens een echt horroricoon met Freddy Krueger wist te introduceren. In deze eersteling is Freddy afstotelijk en creepy. Het humor of camp gehalte is nog niet bepaald aanwezig. Craven heeft specifiek gekozen voor de roodgroene outfit van Freddy omdat hij ergens had gelezen dat deze kleurencombinatie moelijk te verwerken is voor het oog
. Na al die jaren is dit nog steeds een erg sfeervolle tienerhorrorklassieker. Ik zou er wat voor geven om hem ongezien opnieuw te kunnen zien.
Nightmare on Elm Street, A (2010)
Basically hebben ze een aantal scenes uit deel 1 overgedaan en daar enkele scenes aan toegevoegd. Nergens verrassend of vernieuwend. Het begin in de bar vond ik nochtans aardig qua sfeerzetting. Maar nadien keldert het alweer. De voornaamste verdienste van deze reboot vind ik dan eigenlijk nog het gruwelverleden van Freddy dat in de verf wordt gezet met alle toespelingen op zijn kindermisbruik. Voor mij was dat de voornaamste horror. Maar laat dat nu niet de eerste reden zijn dat ik dergelijke films bekijk. Echt spannend werd het nooit … de vibe en look van de films slaan ook nooit aan. Het is op één of andere manier allemaal te netjes binnen de lijntjes en straalt nergens een keer een fun factor uit. Wat bij de originele reeks zeker wel het geval is. Grauwe decors en niet altijd overtuigende cgi hier. Een iconische badscene uit de eerste reeks die in de remake elke impact mist. Waarom zetten ze er dan toch mee door? Het antwoord kennen we natuurlijk.
Met Robert Englund erbij was het misschien een tikje beter geweest maar het zou nog steeds een armtierig gevalletje blijven met gebrek aan goeie ideeën.
Nightmare on Elm Street: The Dream Child, A (1989)
Alternatieve titel: A Nightmare on Elm Street 5: The Dream Child
Lisa Wilcox is best ok in de hoofdrol. De mayonaise met haar medespelers vind ik echter niet zo goed pakken. Het blijft allemaal wat vlakjes. Gelukkig is er wel nog steeds de surrealistische sfeerschepping en coole fx. Een hoogtepunt in de film en ook in de hele reeks is het ritje met de motorfiets.
In het scenario wordt de voorgeschiedenis van Freddy verweven met de zwangerschap van Wilcox. En daarbovenop een psychologisch sausje dat nog duidelijker wordt na het bekijken van het interview met de scenaristen. Intrigerend. Niet het beste deel - en dan heeft MPAA helaas ook nog stukken weggeknipt - maar zeker goed genoeg voor een avondje vermaak. Het blijft een film uit een unieke reeks.
Nine to Five (1980)
Alternatieve titel: 9 to 5
Echt een goeie comedy al moet je je dan even inleven in de tijdsgeest van toen. Leuk script, leuke acteerprestaties. Heb enkele keren goed kunnen lachen. De leading ladies zijn verschillend genoeg om complementair te zijn. Vanaf de hasj party breekt het verhaal echt goed los. En bovendien wordt de soundtrack gesierd door een all time classic van Dolly Parton - voor mij ook de eerste film met deze dame.
No Country for Old Men (2007)
Voor mij is het een film met gebrek aan balans. Anderhalf uur lang zag ik een actiefilm die leek te draaien rond Josh Brolin en zijn strijd met Javier Bardem. Het laatste half uur komt Tommy Lee Jones als sheriff ineens en onverwacht op het voorplan. O ja, in het begin van de film heeft hij met voice even het woord genomen. Op dat moment was me zelfs niet duidelijk dat het ging om zijn voice over (en niet die van de cop die vermoord werd) en vergat het nadien ook weer. Ergens voelde ik me na afloop van de film aan het lijntje gehouden: de film draait in se niet rond Josh Brolin en zijn avontuur maar om de gevoelens van mijnheer de sheriff over deze zaak. In het boek - dat ik niet gelezen heb - is het alleszins zo dat het vertelstandpunt expliciet toebehoort aan de sheriff. Daar geen verrassing dus zoals wel het geval is in deze film. In de film trekken de Coen Brothers eerst vakkundig alle actie- en thriller registers open om er dan alsnog een twist aan te geven - de kijker ziet de moord op Brolin niet en blijft zelfs helemaal in het ongewisse over het lot van Kelly Macdonald - die me aldus flauw om niet te zeggen enigszins fake overkomt. Nadien heb ik op internet wat research gedaan naar de verklaring van de eindscene maar het gaf niet echt voldoening. Nu zijn er wel genoeg films waar kop noch staart aan te krijgen zijn - en toch genietbaar zijn - maar in het geval van No Country for Old Men gaat het om een verhaal dat straightforward is om dan uit het niets de introspectieve toer op te gaan met een figuur (de sheriff) die me verder geen moer geïnteresseerd heeft. Het feit dat de Coen Bros zich hier verhaaltechnisch onttrekken aan de conventies van de gemiddelde film verdient respect maar betekent voor mij niet dat het daarom een echt goede film heeft opgeleverd. Misschien deugen die conventies en verhaalformules dan toch ergens voor. Gelukkig valt er op cinematografisch vlak wel heel wat te rapen met de integratie van western- en noirelementen. En daardoor is het toch ook weer een genietbare film.
Nobody Lives Forever (1946)
Film noir met een vleug romantiek waarin John Garfield de rol op zich neemt van crimineel met peperkoeken hart. Geraldine Fitzgerald neemt de vrouwelijke hoofdrol voor haar rekening als lijdend voorwerp. In feite vond ik de rol van Faye Emerson interessanter maar de subplot met deze dame was al na de intro van de film uitgespeeld, dient ter kennismaking met het karakter van Garfield. Het karakter van Fitzgerald komt me ook wat al te naïef over om het echt leuk te houden. Ik vind wel dat ze op zich niet slecht acteert, er goed uitziet en een mooie stem heeft. En da’s ook al iets waard.
Het scenario van W.R. Burnett beslaat grotendeels een dialooggedreven plot, die vooral interessant blijft voordat Fitzgerald achter de ware aard van Garfield komt. Nadien zakt de spanningsboog, de finale met bescheiden shoot out ten spijt.
De regie van Jean Negulesco en het camerawerk van Arthur Edeson is degelijk, zonder in aanmerking te komen voor een schoonheidsprijs.
Conclusie. Eerder een middelmatige film waarin ik vooral genoten heb van Garfields’ acteerprestatie. De rest heb ik er dan maar bijgenomen.
Noche del Terror Ciego, La (1972)
Alternatieve titel: Tombs of the Blind Dead
Machtige en sfeervolle scenes in de ruïnes. De tempelier zombies bewegen zich voort in een droomachtige sfeer onder meer met gebruik van slow motion en de gregoriaanse gezangen op de soundtrack. Geslaagde creepy sfeer, tonnen creepy sfeer eigenlijk en occasionele gore. The Night of the Living Dead is niet zo ver weg. De scene in het modelpoppenhuis, lijkt dan weer geïnspireerd op Mario Bava met die pulserende lampen en het creepy pakhuis. Prima regie en fotografie in het algemeen. Acteerprestaties zijn wat ze moeten zijn voor dit soort films. Het is niet allemaal perfect maar het geheel is zeker meer dan de som der delen.
Non C'è Due Senza Quattro (1984)
Alternatieve titel: Double Trouble
Misschien is het geen goed idee om films uit je jeugd te herbekijken. Ik heb de indruk dat de films van Bud & Terence niet zo best verouderen. Het komt oubollig en goedkoop over. Toch heb ik af en toe ook nog wel eens kunnen lachen. Hun dubbelrol als de rijke Brazilianen was best vermakelijk. Een kwartier korter was beter geweest voor het kijkplezier. Een euvel waar wel meer van hun films aan leiden.
Non Si Sevizia un Paperino (1972)
Alternatieve titel: Don't Torture a Duckling
Naar verluidt is dit de favoriete film van Fulci zelf. Je kan hem moeilijk ongelijk geven. Goed camerawerk, goed script, en geëngageerde acteerprestaties. Op visueel vlak heb ik mooie dingen gezien … bevat ook veel symboliek. De openingsscene is prachtig en spreekt boekdelen. De prostituées die arriveren in een afgelegen Italiaanse locatie dankzij de snelweg over de toen hypermoderne betonnen brug … de jongens die onschuldig lijken op het eerste zicht maar dan meteen het tegendeel bewijzen … niet veel is wat het lijkt in deze film. En daardoor blijft het interessant. Op het moment dat je denkt te weten hoe de vork in de steel zit, komt er wel weer een twist.
De film wordt gerekend tot de giallo’s al vind ik het meer detective dan thriller. Weliswaar bevat het een brute scene waarin één van de personages expliciet en bloederig in mekaar geslagen wordt. Ook dat verwacht je ergens van een Fulci. De muziek is van Ritz Ortolani en geeft een bizarre grandeur, wat je zo vaak hebt bij dit genre.
Thema’s als het seksueel verleiden van kinderen … zeer gewaagd dit. Ook vandaag nog en dat moet het toen zeker ook geweest zijn.
