Boeiende genrecombinatie die beter als donkere komedie werkt dan dat het als thriller, horror of mysterie werkt. Regisseur James Ashcroft laat zich binnen The Rule of Jenny Pen niet meteen in de kaarten kijken, maar de uiteindelijke afloop is toch wat simpel. Gevoelsmatig wordt er de hele film lang naar een soort bizarre wending gehint die er nooit komt, enkel een doorlopende escalatie van de verhouding tussen Geoffrey Rush en John Lithgow. Die twee doen het overigens wel magistraal en de gelikte visuele invulling van Ashcroft tilt het niveau nog wat verder, maar als er dan enige vorm van spanning doorheen moet breken oogt het toch wat gebrekkig. Het einde is, zoals eerder benoemd, ook een teleurstellende manier om dit soort projecten af te sluiten.
Tragisch liefdesverhaal waar naar filmische standaarden weinig aan de hand is, maar de subtiele aanpak van regisseur Drake Doremus zorgt voor meerdere pijnlijk herkenbare momenten. Het acteerwerk van Anton Yelchin en Felicity Jones is overtuigend, de montage oogt doordacht en Doremus schiet meerdere, visueel intrigerende plaatjes op het grote doek. De algemene frustratie die een geheel als deze oproept bij de kijker weerhoudt er echter van om enige empathie voor de hoofdpersonages op te roepen, maar het is toch fijn dat er nog een film in slaagt om je gevoelsmatig vlak langs de figuren te plaatsen, zodat het makkelijker is om je in te leven ondanks enig onbegrip.
Teleurstellende en gebrekkige thrillerfilm vanuit regisseur E. Elias Merhige, die zijn debuutexperimenten niet overtuigend weet te herhalen ondanks de vermeerdering van budget. De momenten waarop er met kleurenfilters en geluid wordt gespeeld, verraden dat de man achter Begotten zijn trucendoos weer uit de kast probeerde te halen, maar alle visuele pogingen tot vernieuwing monden amateuristisch en zoutloos uit. Het concept waarbij Aaron Eckhart visies heeft en daartussen toegroeit naar tegenpool Carrie-Anne Moss slaat verder ook nergens op, om over het buitensporige figuur van Ben Kingsley helemaal te zwijgen. Een aantal mysterieuze, grimmige beelden zorgen voor enig leven in de brouwerij en het is fijn dat Merhige op zijn minst probeert om enige vorm van vernieuwing te brengen, maar Suspect Zero is vooral uitgemond in een middelmaatwerkje.
Alternatieve titel: Het Snackkot, afgelopen maandag om 19:35 uur
Fijne sfeerimpressie en een statement vanuit regisseur Adam Rehmeier dat we vanuit zijn kant geen extreme horrorexperimenten meer hoeven te verwachten. Snack Shack is in de basis niet heel veel anders dan soortgelijke, Amerikaanse coming-of-agekomedies, maar weet zichzelf zeker in de tweede helft naar een hoger niveau te tillen. De zomerse sfeerzetting en het enthousiaste acteerwerk van zowel Gabriel LaBelle als Mika Abdalla vormen de voornaamste pluspunten, maar ook de subtiele manier waarop Rehmeier humor combineert met drama is sterk. Het schreeuwerige eerste halfuur en een ietwat matige hoofdrol van Conor Sherry drukken enigszins de pret, maar Snack Shack is een degelijk genrewerkje.
Een typerend gevalletje van een film die de boeken in kan gaan als sleeper hit, ook al heeft regisseur Andrew Patterson veel goede geluiden laten oproepen uit festivalscreenings. The Rivals of Amziah King omarmt het feit dat het zo'n "andere" film is, met een aantal geweldige rollen en een uitmuntende genrecombinatie. Zeker de eerste helft is een treffend voorbeeld van cinema die de zaken anders wil aanpakken zonder te vervallen in zelfingenomenheid en/of een compleet ontspoord narratief. De wisselwerking tussen plattelandsfilm en een soort dorpsmusical is werkelijk magistraal en ik mag hopen dat de nummertjes een eigen album krijgen, want daar moet ik mijn handen aan zien te krijgen. Patterson blaast zijn film echter omver wanneer de tweede helft aanbreekt, waarop een iets directer verhaal volgt. De situaties die daarin worden beschreven zijn nog altijd uniek en het is leuk om te zien hoe allerlei kleine momenten in het begin uiteindelijk bijdragen aan het grote plaatje, maar de film verliest een beetje eigenzinnigheid en rechtvaardigt niet alle acties even goed. Een kleine verrassing die je volledige concentratie vereist om echt goed op je in te werken.
Opvallend fijn werkje van regisseur David Robert Mitchell, die hier toch een onverwacht project mee aflevert. Hij vormt een naam die vooral zijn succes te danken heeft aan de wat apartere toonzettingen, maar The End of Oak Street is een gevalletje dat eerder grootsheid en veel budget omarmt. Fijn is dat Mitchell er goed in slaagt om de escalatie weer te geven die zo'n absurde situatie met zich meebrengt. Het effectieve camerawerk trekt je als kijker sterk naar het scherm en het primaire gezin acteert goed, wat enigszins de niet al te overtuigende computereffecten compenseert. Het is wellicht wat te gewoontjes om liefhebbers van deze regisseur aan boord te krijgen, maar het vermaakt goed en brengt toch iets extra's in vergelijking met de overige popcornfilms.
Regisseur Jacob Chase pompt leven in een reeks die al een tijdje op weg is naar een vermindering van niveau. Zo zie je toch een verschil wanneer je een naam aan je project bindt die al de nodige ervaring heeft opgedaan binnen het vak. Out of the Further blinkt uit met een aantal sterk opgebouwde schrikmomenten, meerdere beklemmend gefilmde sequenties en een idee dat toch een vernieuwend sausje naar de wereld brengt. Minpunten zijn er echter ook. De nieuwe schurk jaagt bijvoorbeeld weinig angst aan, de pay-offs van de schrikmomenten laten vaak te wensen over en over de grote lijn wordt er niet heel geweldig geacteerd, maar Chase brengt hoe dan ook waar horrorliefhebbers dit soort films voor kijken. Een klein voordeel is dat mijn zaal voor de verandering eens geluidloos naar een popcornfilm keek.
Actievolle animatiefilm die een oorsprongsvariant toont op de Transformers-wereld. Met het filmische materiaal van Hollywoodnaam Michael Bay hoef je deze film in ieder geval niet te vergelijken (mocht je daar een aanhanger van zijn), regisseur Josh Cooley lijkt nadrukkelijk op zoek te zijn naar de toonzetting van de oudere series. Dat betekent onder andere dat Transformers One een stuk kinderlijker (met slechte humor) en eenvoudiger voor de dag komt, ondanks dat er nog steeds een heleboel in gebeurt. Toch haalt dit wat mij betreft niet het spectaculaire niveau van de live-actionfilms. Het stemmenwerk laat bijvoorbeeld in bepaalde opzichten sterk te wensen over, zeker Brian Tyree Henry als Megatron is een misplaatste naam. De gehele aanleiding wil ook amper beklijven en bereikt nergens het avontuurlijke sausje waar Cooley wel naar op zoek lijkt te zijn. De transformatie van Chris Hemsworth (wel een goede stem gelukkig) van onbelangrijke mijner naar Optimus Prime is nergens geloofwaardig, maar liefhebbers van dit soort verhalen zullen het waarschijnlijk hoe dan ook prachtig vinden.
Regisseur Eli Roth blijft een noemenswaardige naam onder de griezelliefhebbers, maar als hij films blijft afleveren met deze kwaliteit, zal die hem snel worden afgenomen. Ice Cream Man levert in principe exact wat je ervan verwacht en dat is een grote laag aan bloederige taferelen die na enig moment onophoudelijk om de oren vliegen. De drang van Roth om alles met praktisch geweld te tonen is fijn en de luchtige toonzetting werkt voor enige tijd aanstekelijk, maar de makers ondernemen verder weinig moeite om er een verhaaltje in te stoppen en zeker gedurende de tweede helft worden er veel scènes in gestopt die willekeurig de richting even moeten aanduiden. Het is letterlijk een slecht excuus om invulling te geven aan een project dat enkel en alleen in het kader staat van het tonen van gewelddadige moorden. Vervelend is dat normaal gesproken niet, maar wel als je vervolgens met de pet gooit naar alle andere invloeden. Acteerwerk is bovendien erbarmelijk en het includeren van AI-gegenereerde beelden (het zijn er niet veel, maar ze zitten er zeker tussen) verdient strafpunten.
Beter te slikken dan verwacht, mits je rekening houdt met het feit dat regisseur Steve Lawson een absolute pulpnaam blijft en weinig moeite doet om grootse dingen op het scherm te zetten. Pentagram kent voornamelijk voordeel in het feit dat het precies de juiste schaal aanhoudt voor het budget waarmee het werkt. Een groepje vrienden komt klem te zitten in het figuur onder dezelfde naam en vanaf dat punt gebeurt er genoeg om niet te vervelen. De geanimeerde effecten zijn erbarmelijk en erg spannend wil het niet worden, maar het duurt allemaal niet te lang en er wordt redelijk geacteerd. Een beetje jammer van het sfeerloze gebeuren verder en de weinig experimentele benadering van Lawson.
Alternatieve titel: The Exorcism of Karen Walker, afgelopen maandag om 13:07 uur
Sfeerloos exorcismewerkje profiteert van acteurs die het enigszins lijken te proberen en een finale die niet bang is om wat met visuele effecten te experimenteren, maar uiteindelijk vooral ten onder gaat aan de kale opmaak. Regisseur Steve Lawson onderneemt namelijk erg weinig om ergens in op te vallen en kleurt primair binnen de lijntjes in Aura. Spannend of atmosferisch is de film nergens en dan zit je dan opgescheept met een ellenlange opbouw waar niets noemenswaardigs in voorkomt. Uiteindelijk brengt de finale nog wat leven in de brouwerij, mits je tussen je oren knoopt dat de makers duidelijk te kampen hadden met budgettaire beperkingen en geen moeite doen om de schaal ergens te vergroten.
Kijkers die hopen op een combinatie tussen weerwolven en nazi's zullen teleurgesteld zijn. De weerwolven beperken zich tot misschien twee enkele momenten en hooguit een maskertje als make-up, en regisseur Andrew Jones geeft de voorkeur aan een halfbakken oorlogsverhaaltje. Het acteerwerk is niet per definitie heel slecht, maar Werewolves of the Third Reich oogt als een gestolen verhaal waar noodgedwongen een horrorrichting aan is geplakt. Jones breidt er verder een finale aan zonder thrills en laat dit geheel veel te lang duren zonder veel inhoud of poeha erin te stoppen. Eigenlijk een beetje overkoepelend het sentiment dat zijn overige projecten ook hebben.
Regisseuse Stéphanie Joalland stoft Dakota Blue Richards af en plaatst haar in deze dystopische, onderbelichte wereld. The Quiet Hour is ook eerder een psychologische vertelling die enkele personages in een mysterieuze en dreigende omgeving neerzet en de vraag stelt wat ze eraan gaan doen. Het antwoord is: wachten totdat er mensen voorbijkomen die het verhaal in een andere richting kunnen duwen. Joalland springt van situatie naar situatie, waarvan de een interessanter is dan de ander, maar slaagt er niet in om enige vorm van urgentie, sfeer of spanning toe te voegen. Op de achtergrond zie je af en toe een ruimteschip voorbijtoeven, maar de gebrekkige effecten maken snel duidelijk waarom dat niet al te frequent gebeurt. Goed geacteerd en de tweede helft is redelijk, maar dit blijft vooral goedkope filler.
Na een redelijke opening is het binnen deze wereld aardig snel duidelijk dat Independent Moving Pictures aan het roer stond, en dat betekent zoveel mogelijk kijkers werven met sensationele posters en concepten die het in 't huidige klimaat goed doen. De variatie binnen die markt is zeer breed, waardoor de films van regisseur Andrew Jones ook verschrikkelijk uiteenlopen. Wat ze dan wel weer met elkaar gemeen hebben is de lage kwaliteit, wat zich binnen Bundy and the Green River Killer vooral uit in een onvoorstelbaar saai geheel met personages die herhaaldelijk oninteressante gesprekken met elkaar voeren en uiteindelijk terechtkomen bij de conclusie. De toevoeging van Richard Mark als Ted Bundy is totaal overbodig en voor horrortoetsen hoef je dit ook niet aan te gooien. Filmliefhebbers komen zelden iets tegen waar minder aan de hand is.
Wazige film met afgrijselijk, dik aangezet acteerwerk en een soort-van-idee dat niet van de grond komt. 8 Remains profiteert redelijk van de korte inleiding, maar vervalt vrijwel direct in een eindeloze herhaling van flashbacks die nergens op uitmonden en weinig uitmaken in de conclusie. Regisseuse Juliane Block zal wel een diepere laag hebben bedacht, maar slaagt er niet in om dat te communiceren buiten enkele personages om die op een gegeven moment letterlijk uitleggen wat er precies aan de hand is. Wellicht was dat handig voor de collega's achter de camera, die het ongetwijfeld ook niet meer aan elkaar konden knopen. Kleine bonuspunten omdat er nog wordt getracht iets origineels neer te zetten, maar daar houdt het weer mee op.
Mysterieuze sciencefictionfilm met een interessant gegeven, maar een veel te grote schaal voor dit budget. Regisseur Neil Mcenery-West probeert zijn tekortkomingen op dat vlak vooral tegen te gaan met een origineel gegeven dat amper een inleiding nodig heeft. Het probleem? Logica. Personages komen bijvoorbeeld wel door muren heen, maar niet door deuren of ramen. Dat soort gebreken tonen primair dat de makers niet erg geïnteresseerd waren in het straktrekken van de plooien, waardoor mysterieuze invloeden ook in het water vallen. Daar komt bij dat geen van de castleden er echt in slaagt boven het scenario uit te komen en de massascènes niet imponeren. Kudo's aan de makers dat er nog enigszins wordt geprobeerd een mate van onvoorspelbaarheid te verwerven, maar veel effect heeft het niet.
The Lord of the Rings: The War of the Rohirrim (2024) 1,5
28 augustus, 17:53 uur
Ongeïnspireerde, onafgemaakte animatiefilm die als een soort oorsprong dient voor de wereldberoemde filmtrilogie. Regisseur Kenji Kamiyama had waarschijnlijk niet genoeg financiële middelen om die wereld weer tot leven te wekken en is daarom overgegaan op een getekende variant, maar helaas laat de animatie sterk te wensen over. Veel achtergronden missen details, de personages zien er eentonig en simplistisch uit en tot groots spektakel komt het nergens door de beperkte techniek. Eigenlijk duurt The War of the Rohirrim veel te lang zonder al te veel te melden, buiten een weinig memorabel avontuur met personages die totaal geen karakter kennen. Als klap op de vuurpijl grotendeels afstandelijk stemmenwerk. Het is wachten totdat de grote studio's deze wereld weer met echte acteurs tot leven wekken.
De kwaliteiten van regisseuse Jane Schoenbrun worden steeds beter, al legt de aanwezigheid van de voorgaande projecten nu niet bepaald de hoogste maatstaf. In ieder geval vormt Teenage Sex and Death at Camp Miasma een lollig weerzien als ode aan de oudere slasherfilms. De reconstructies van slachtingen zijn lekker overdreven en het acteerwerk van Gillian Anderson mag er wezen, al zou het me niet verbazen als Schoenbrun gebruik heeft gemaakt van kunstmatige intelligentie. Ik zoek nog altijd naar een bron die dit voor mij bevestigt. De kleurrijke achtergronden zijn verder geslaagd, maar verder wekt deze film vooral de indruk dat het een springplank is voor Schoenbrun om haar politieke overtuigingen opzichtig te tonen. Na enige tijd verzandt het allemaal ook in oninteressant gezwets en gevoelsmatig eindeloze monoloogscènes die zich naar een onbevredigende, veel te pretentieuze afloop werken. Het acteerwerk van Hannah Einbinder oogt bovendien gescript en onnatuurlijk.
De bekroonde regisseur Sidney Lumet zorgde met Dog Day Afternoon niet alleen voor nog een klassieker op zijn eigen curriculum vitae, maar ook op die van Al Pacino en John Cazale. Een film die vooral profiteert van de directe visuele stijl en de eigenzinnige keuze om alle muziek weg te laten. Het bouwt zeker in de eerste helft een geheel op dat intrigerend voor de dag komt, ook al maakt het opvliegende gedrag van Pacino en de doorzichtige schijn dat de gijzelnemers niet in heel urgent gevaar zijn het onmogelijk voor Dog Day Afternoon om spannend te worden. Verder stoorde ik me ook aan de eenvoudige psychologie waarin het personage van Pacino binnen een enkele scène uitgroeit tot een soort mediaheld zonder dat er heel duidelijke context wordt verschaft. Het vormt al bij al een boeiend weerzien, maar een meesterwerk is het verre van.
Genrecombinatie van regisseur Paul Thomas Anderson kent goed acteerwerk, een vol verhaal en genoeg excentrieke figuren, maar mist alle frisheid en onderscheiding die zijn eerste films hadden en zo bijzonder maakten. Inherent Vice is vooral een soort ode geworden aan de jaren 70, met alle wacky figuren van dien. Het maakt van deze film een boeiend geheel waarin voortdurend wel wat aan de hand is, maar de hand van Anderson zelf is slechts spaarzaam op te merken. Het narratief lijkt na enige tijd ook te verwateren, helaas was dat nu wel hetgeen dat deze film van richting voorzag. Omdat Inherent Vice bij elkaar 149 minuten duurt, is het trucje waarbij Joaquin Phoenix voortdurend een nieuwe vreemde verschijning tegenkomt na enige tijd uitgewerkt en de pogingen van Anderson om dat op te vullen met ellenlange monoloogscènes compenseren dat beslist niet. Ik mis de oude PTA.
Herzien in het vliegtuig vanuit Azië, omdat ik destijds in de bioscoop moest vechten tegen de slaap na een lange werkdienst. Een film op die manier nog een kans geven is dan wel zo makkelijk, helaas blijft het cijfer toch hetzelfde. Haunted Mansion profiteert allereerst van de visuele opmaak, want regisseur Justin Simien zet een aardige sfeerzetting neer en spendeert het hoge budget met veel plezier. Weliswaar iets te veel gegenereerd vanuit de computer, maar de wereld oogt levendig en doordacht. Maar net als de film uit 2003 loopt deze herbewerking te veel over van vervelende, infantiele humor. Merendeel van de cast vervalt bovendien in schmierwerk, enkel Lakeith Stanfield houdt zich redelijk overeind tussen de bombarie. Het is daarmee aardig vertier geworden, maar niet helemaal de ervaring die deze wereld zonder twijfel verdient.
Groots aangekondigd vervolg dat helaas niet onderscheidend genoeg is van het eerste deel. Regisseursduo Jared Bush en Byron Howard verwerkt een aantal nieuwe problemen en een nieuwe setting, maar de onderliggende boodschap die het eerste deel zo verfrissend maakte, is hier spijtig genoeg herkauwd. De personages komen ook aanzienlijk kinderachtiger over, waardoor zeker de hoofdfiguren een empathisch vermogen moeten afstaan. Gelukkig is de opgeblazen animatie nog altijd een lust voor het oog, wordt in de eerste helft het mysterie redelijk overeind gehouden en houdt de droogkomische toon de vaart er goed in, maar een derde deel hoeft wat mij betreft niet meer te komen.
Alternatieve titel: Death Whisperer 3, 28 augustus, 14:34 uur
Het regisseursduo bestaande uit Thanadet Pradit en Narit Yuvaboon neemt het stokje over van Wantha en levert redelijke kwaliteit af. Het haalt het niet bij het plezier van het tweede deel en kent te weinig rechtvaardiging om überhaupt gemaakt te worden, maar wie bekend is met de reeks zit garant voor een redelijk avondje aan gegriezel. Een aantal momenten zijn goed opgebouwd en het acteerwerk is wederom verdienstelijk, maar eenmaal de setting wordt verplaatst naar de jungle is het duidelijk dat de makers te weinig materiaal over hebben. Een bedenkelijke tegenstander en een hoop overbodige poeha werken zich toe naar een weinig enerverende finale, wat toch jammer is. Het budget is er namelijk absoluut voor, maar mocht er een vierde hoofdstuk komen, dan mag ik hopen dat ze wat langer aan het scenario gaan werken.
Alternatieve titel: Death Whisperer 2, 28 augustus, 14:31 uur
Een beter vervolg op het middelmatige eerste deel. Regisseur Taweewat Wantha is bij dit vervolg duidelijk wat minder gebonden aan het bronmateriaal en dat staat hem toe om zich in breder vaarwater te bevinden. Zo kent Death Whisperer 2 scènes in het oerwoud en buiten de boerderij om. Het voegt weinig toe aan de bestaande legende, maar het levert genoeg avontuurlijke spektakelmomenten op. Het acteerwerk is bovendien wat beter nu de meeste castleden zich wat minder hoeven te bekommeren om sentimentele gezichtsuitdrukkingen. Toch vormt de ultieme bedreiging geen intimiderende opkomst en laat Wantha te weinig over aan je verbeelding (alles komt dus vol in beeld), maar het vermaakt aardig en duurt zelfs iets korter.
Alternatieve titel: The Tearsmith, 27 augustus, 20:10 uur
Vreemdzinnig verhaal met een mooie soundtrack (en daar zijn de meeste pluspunten wel mee benoemd). Het is onduidelijk waarom The Tearsmith zo heeft aangeslagen, maar het zal waarschijnlijk te maken hebben met het uiterlijk van de hoofdrolspelers. Slecht geacteerd, maar ze zien er wel leuk uit en regisseur Alessandro Genovesi utiliseert dat maximaal met lange shots van diens hijgende, intens kijkende en puffende gezichten. Vooral Caterina Ferioli vormt een kale verschijning en slaagt er geen moment in om je als kijker uit te nodigen om met haar mee te leven. Het verhaal is verder ook niet meer dan simplistisch, ongeloofwaardig en opgeblazen brolwerk dat van de hak op de tak springt. Tegen de finale aan was het geheel me dan ook volledig kwijt.
Simpele avonturenfilm met weinig risico en noemenswaardige momenten, zeg maar gerust geen enkel noemenswaardig moment. Nu blinkt de loopbaan van regisseuse Trish Sie ook niet uit met grootse resultaten en films als The Sleepover zullen daar weinig verandering in brengen. Goed geacteerd en met redelijk wat snelheid gebracht, maar zonder originaliteit of enige drang ervoor in elkaar gezet. De makers ondernemen ook weinig pogingen om dit vergezochte concept enigszins geloofwaardig bij elkaar te brengen en laten zich vooral vangen voor karikatuur. Het had kunnen werken als het enigszins humoristisch voor de dag kwam, maar met deze brave uitwerking is dat helaas kansloos.
Nadat Amerika er een remake van maakte zo'n kleine twintig jaar terug, is het nu vanuit het niets plots aan Indonesië om er een nieuwe draai aan te geven. Regisseur Herwin Novianto kiest er echter voor om vrijwel exact hetzelfde verhaal neer te zetten, waarmee hij toch een aanzienlijk gedeelte van potentiële spanning inlevert. Het acteerwerk is bovendien niet om over naar huis te schrijven, enkel Vino G. Bastian houdt zich nog redelijk staande tegenover het ietwat kale en weinig uitgediepte scenario. Het eerste halfuur bevat enkele noemenswaardige momenten, maar daarna betreedt Shutter terrein dat voor de doorgewinterde liefhebber (letterlijk) al bekend is en dan wacht je vooral totdat het weer is afgelopen.
Infantiele combinatie van drama, komedie en lichte griezeltoetsen. Regisseur Muhadkly Acho benut vooral de verkeerde kansen in Agak Laen door zich vrijwel uitsluitend te focussen op het gegrol van de vier heren onderling. Juist het spookhuiselement komt namelijk opvallend sfeervol voor de dag en levert daardoor noemenswaardige momenten op, maar Acho houdt zich er binnen een lange speelduur van bijna twee uur amper mee bezig. In plaats daarvan een vervelend groepje dat zichzelf steeds verder in de nesten werkt en veel te laat achter de consequenties komt, waardoor het zwaardere laatste halfuur eigenlijk geen kracht meer kent.
Schrijnende documentatie van simpele, onoprechte mensen die gigantisch naïeve (en zelfs criminele) handelingen verrichten en daartegenover een "Het zal me wat"-houding vertonen. Regisseur Alex Wood is er vooral in geslaagd om een verzameling mensen bij elkaar te sprokkelen die slap in het rond lullen en geen enkel besef lijken te hebben van de schade die ze hebben aangericht. In de stijl van Trainwreck is het allemaal ook met de nodige sensatie en overdrijving gebracht, waardoor de makers zelf geregeld lijken te vergeten welk verhaal ze precies moeten vertellen. Ik werd echt gestoord van alle personen die hun vingertjes naar anderen wijzen en geen enkele verantwoordelijkheid lijken te nemen voor hun eigen falen, een indruk die niet bepaald gewekt leek te moeten worden door deze documentaire. Ons land staat er niet goed op zo. Pff.
Alternatieve titel: Death Whisperer, 27 augustus, 16:22 uur
Omdat Attack 13 me erg goed beviel, wilde ik meteen meer werk zien van regisseur Taweewat Wantha en Death Whisperer wordt frequent aangeduid als zijn bekendste werk. Helaas is dit een resultaat dat zichzelf iets te comfortabel voelt en te veel grossiert in geschreeuw, sensatie en lange speelduren. De inhoud in deze instantie is namelijk op geen enkele manier een rechtvaardiging voor ruim twee uur en de acteerprestaties van enkele leden zijn om te janken. Zeker Rattanawadee Wongtong wordt veel te veel ruimte geboden om vreemde gezichten te trekken die eerder lachwekkend dan angstaanjagend zijn. Daartegenover wel een film met een stabiele sfeerzetting, veel gegriezel en een aantal effectieve spookmomenten. De finale is zeker het wachten waard, de opbouw wat minder.
Zeer amusante horrorfilm die vooral piekt in het absurde karakter van het verhaal. Regisseur Taweewat Wantha gaat al vroeg echt volledig over de top met de ideeën en wisselt dat in de tweede helft om met puurder gegriezel. Beide aspecten werken opvallend goed, ondanks de matige speciale effecten. De make-upeffecten daarentegen zijn erg goed. Zeker de geest van Nichapalak Thongkham oogt dreigend en de moorden zijn lekker grafisch, ondanks dat Wantha ook hier wat minder gebruik had mogen maken van de CGI. Wat rest is een film met ondermaats acteerwerk, maar die zich zo comfortabel in de chaos opstelt dat het op een vreemde manier wel weet te werken. Liefhebbers van films die de grens van logica doelbewust opzoeken kunnen hun geluk met dit geheel niet op, de wat objectievere kijker zal het zwaarder hebben.
Regisseur Joe Carnahan keert terug met een opvallend goede film, voor hem mogelijk zelfs het beste werk dat hij tot nu toe heeft afgeleverd. The Rip verzamelt een handjevol bekende namen en bouwt zichzelf gedurende het eerste uur vooral op. De zaken escaleren langzaam en het mysterie wordt op die manier boeiend in leven gehouden, om in de tweede helft over te gaan op onthullingen met bijbehorend iets meer actie. Helaas is dat minder interessant, ondanks de visueel interessante en doeltreffende stilering. Er wordt goed gespeeld met licht en geluid, maar de actie zelf is toch wat onoverzichtelijk en warrig. Daartegenover staat een intelligente uitkomst, maar hierdoor haalt The Rip gevoelsmatig iets te weinig uit. Gelukkig levert Carnahan op de grote schaal stabiel en overtuigend werk af.
Infantiele kinderfilm met een redelijk energieke aanpak van regisseur Erwin van den Eshof, maar daartegenover een eindeloze herhaling van uitgespeelde clichés, onbegrijpelijke handelingen en erbarmelijke bijrollen van muzikanten. Ik heb als filmfanaat veel slechte acteerprestaties gezien, maar wat de heren van de band 4U laten zien tart echt elke verbeelding. Djamila zelf is eigenlijk de enige die een beetje energie weet te halen uit dit dunne scenario, maar ze wordt niet geholpen door de onkundige humor die Misfit constant moet includeren en de waardeloze pogingen van haar medecollega's om tot een vorm van acteren te komen. Het is vast dat er een aantal bekende namen in rondlopen, anders is het me een compleet raadsel waar dit soort ideeën toch hun succes vandaan halen.
Overgewaardeerde Franse misdaadfilm die het vooral moet hebben van individueel bijzondere scènes, want de inbreng van regisseur Jean-Jacques Beineix is hopeloos gedateerd. De slechte geluidsmontage en het weinig energieke cameragebruik zijn daar primair voor aan te kijken, maar ook het acteerwerk is zwaar ondermaats. Veel namen lijken geen idee te hebben wat ze met dit materiaal aanmoeten en schakelen daardoor over in vol theaterspel. Diva verslikt zich ook in het neerzetten van vreemde typetjes, Dominique Pinon bijvoorbeeld die in slecht belichte tunnels zijn zonnebril op blijft houden. Je moet het maar kunnen verzinnen. Positief is dat het tempo naar het laatste halfuur toe wordt opgeschroefd en uitpakt met enkele opvallend stijlvolle scènes, zoals een aantal complexe achtervolgingen. Daar haalt een geheel als Diva genoeg kracht vandaan, maar niet genoeg om het als geheel over de eindstreep te trekken.
Regisseur Patrick Hughes is een uitstekende keuze voor dit soort simpele actiefilms en eindelijk mag hij dan een film maken die niet gebogen gaat onder infantiele humor. In plaats daarvan een zwaarder verhaal met een hoofdrol voor Alan Ritchson, die het opvallend goed doet onder het beperkte scenario. Het duurt helaas bijzonder lang voordat de registers opengaan, omdat het eerste halfuur toch wordt besteed aan opbouw en inleiding. Helaas is die niet erg interessant, waardoor het extra fijn is wanneer ze de tegenstander tegenkomen. De speciale effecten zijn goed en de omgeving wordt zelfs uitstekend benut, maar War Machine laat stiekem een beetje zien dat dit soort ideeën niet geschikt zijn voor zo'n lange duur. Hughes stopt er te weinig afwisseling in, waardoor je als kijker op een gegeven moment snakt naar een spectaculaire finale. Gelukkig komt die er ook, maar eigenlijk net te laat om meer uit het geheel te halen.
Alternatieve titel: Almost Cops, 27 augustus, 15:33 uur
Niet helemaal het kinderachtige humorfestijn dat ik ervan had verwacht, maar het blijft toch bijzonder hoe regisseurs zoals Gonzalo Fernandez Carmona zich laten binden aan dit soort projecten na in het verleden te hebben getoond uit de weg te kunnen met sciencefiction en horror. Bad Boa's valt vooral op omdat Jandino Asporaat wat minder de ruimte krijgt voor zijn domme typetjes en gek genoeg weet het nog te werken ook. Het geheel vermaakt aardig en het tempo zit er lekker in, maar na de helft van de film gaat de eenvoud toch wat vervelen. Naar de finale toe zijn de makers dan het spoor bijster en gooien er een middelmatige combinatie tussen komedie en actie tussen, waardoor het eindresultaat niet uitmondt in een voldoende.
Regisseursduo Yemi Bamiro en Hannah Poulter brengt in deze schijnende documentaire een goed verhaal naar voren van deze verschrikkelijke gebeurtenis. Het is als kijker soms ongelooflijk om te zien hoe dit door wanbeleid zo uit de hand heeft kunnen lopen. Ondanks dat blijft Trainwreck spijtig genoeg trouw aan zijn eigen merk en dat betekent dat alles zo sensationeel mogelijk en geforceerd spannend gebracht moet worden. Het getuigt soms eerder van je eigen voordeel halen uit de zware geschiedenis, maar daarvoor blijft de basis toch te belangrijk. Jammerlijk is de soms eenzijdige benadering, al is dat volstrekt logisch om de woede te benadrukken die deze mensen hebben gevoeld. Ik ben het overigens met mijn medegebruiker eens dat er nogal lang wordt stilgestaan bij de muziek van Travis Scott.
Alternatieve titel: Re/Member: The Last Night, 27 augustus, 14:34 uur
Het is altijd gevaarlijk terrein wanneer je een vervolg maakt op dit soort concepten, al doet regisseur Eiichirô Hasumi erg zijn best om er een originele wending aan te geven. Het probleem is dat het overdreven acteerwerk en de grote toevoeging van fantasie-insteken er geregeld een vermoeiend brouwsel van maken. Op visueel vlak ziet The Last Night er redelijk uit en vloeit er genoeg bloed, maar de dramatiek werkt voor geen zier en de tweede helft is eigenlijk te belachelijk voor woorden. Wanneer het einde dan nadert met een hoop bombarie en sentimentele gebeurtenissen, ben je als kijker eigenlijk allang afgehaakt.
Buiten het veel te dik aangezette, Amsterdamse accent (het haalt je als kijker geregeld uit de film) is dit een onverwacht sterke productie van eigen bodem. Regisseur Tjebbo Penning bekommert zich gelukkig ook niet te veel om het misdaadaspect en blijft het verhaal filmen vanuit het perspectief van Thekla Reuten. Het levert een opvallend spannende film op die helemaal loskomt naarmate de tweede helft vordert. Dat ligt niet aan het buitengewone acteerwerk (al doen Reuten en Jeroen van Koningsbrugge het best overtuigend) of goedgeschreven dialogen, maar wel aan de minimalistische aanpak die zich strak bezig blijft houden met de escalerende relatieverhouding. Het heeft alle benodigdheden om te falen, maar Penning houdt het stuur goed in handen en draait de film altijd wel naar de goede, boeiende richting.
Fijn werkje uit de Thaise filmindustrie, energiek en vlot uitgewerkt door regisseur Chanathip Wongpoltree. Ghost Board pretendeert niet opnieuw het wagenwiel uit te vinden of grootse kwaliteit neer te zetten, maar het speelse tempo en het degelijke acteerwerk maken er wel een ontzettend entertainend brouwsel van. Geef de makers alleen een lollig concept en genoeg creatieve vrijheid en je krijgt een film als Ghost Board, waarin de lol geregeld van het scherm spat. Uiteraard mag gezegd worden dat dit dunne verhaal geen speelduur van twee uur nodig heeft en de gegenereerde effecten niet altijd even mooi worden afgewerkt, maar het kijkt desondanks erg lekker weg. Een leuke ontdekking dus.
Alternatieve titel: De Vrouw in Suite 10, 27 augustus, 13:40 uur
Weinig memorabele mysteriefilm met een bekend riedeltje, waarbij een enkel persoon op een geïsoleerde locatie een raadsel moet zien op te lossen. Die taak wordt ditmaal toegekend aan Keira Knightley, maar haar acteerervaring slaagt er niet in om een gelaagd en interessant personage neer te zetten. Dat het vervolgens aan haar is om een gegeven op te lossen dat zichzelf veel te vluchtig laat onthullen is nog spijtiger, maar gelukkig wordt de locatie leuk opgemaakt en duurt het gebeuren niet te lang. Regisseur Simon Stone lijkt in ieder geval te zijn gehinderd door een grote studio, want hij is niet de eerste kandidaat die zich na kleine successen laat vangen en middelmatigheid aflevert onder een grote geldwolf.
Het is niet de eerste keer dat Europees succes met een groter budget en bekende acteurs moet worden herhaald in Amerika, en The Guilty is één van de meer recente voorbeelden. Gelukkig kiest regisseur Antoine Fuqua voor een hoofdrol van Jake Gyllenhaal, die de film als geen ander op sleeptouw neemt. Zijn toevoeging in deze minimale omgeving is bijna ongekend te noemen, met een perfecte hantering van urgentie en emoties. Deze inbreng compenseert grotendeels het bijzondere scenario dat veel te snel ontspoort. De plotwendingen zijn gelukkig uitstekend en de finale is goed gevonden, daarnaast is de moderne aanpak van Fuqua zeker gewaardeerd. Zonder het bij vlagen vreemdzinnige scenario had er meer uitgehaald kunnen worden, voor nu een herbewerking die wat mij betreft boven het bronmateriaal uitkomt dankzij Gyllenhaal.
Alternatieve titel: Feel My Voice, 27 augustus, 13:31 uur
Dit universum gaat langzamerhand de kant op van Perfect Strangers waarbij ieder land zijn eigen herbewerking maakt van een herhaald verhaaltje. Het is aan regisseur Luca Ribuoli om het succes dit keer vanuit de Italiaanse kant neer te zetten, maar hij weigert net als zijn Amerikaanse collega om ergens vanaf te wijken. Daarmee keren ook dezelfde kritiekpunten terug, met een nodeloos kinderachtige familie die de bestaande problemen veel langer laat duren dan nodig is en een boel gebeurtenissen die eigenlijk allang opgelost hadden moeten worden. Sarah Toscano speelt desondanks een goede hoofrol en de tweede helft kent een aantal mooie stukjes, maar dit ondertussen voorspelbare verhaal laat toch vooral zien hoe je een simpel gegeven met allerlei poeha kan blijven uitrekken.
Regisseur Bobby Boermans kopieert de stijl van namen zoals Tony Scott, Jan Komasa en Paul Greengrass, maar met een veel kleinschaligere gebeurtenis die zo groots mogelijk in beeld wordt gebracht. iHostage heeft in de basis weinig om het lijf buiten het tonen van een schokkende gebeurtenis, maar vanwege de nodeloos filmische aanpak (met een boel melodramatische dialogen en serieus kijkende mensen) komt de spanning of urgentie van de situatie geen moment over. Wat ook niet helpt, is dat het merendeel van de cast ondermaats acteert. Zeker Soufiane Moussouli oogt veel te gescript en gemaakt, maar ook de bijrollen van Loes Haverkort, Marcel Hensema en Louis Talpe voelen geen moment aan als echt bestaande mensen. Boermans zet daarmee een geheel neer dat niet bezig lijkt te zijn met het tonen van respect naar de slachtoffers en eerder op een sensationeel relaas dat de gebeurtenis zo spannend mogelijk moet neerzetten. Toegegeven dat het er allemaal op technisch vlak goed uitziet en de sneer naar Yvonne Coldeweijer is grappig, maar erg geslaagd vond ik het niet. Omdat het voor Nederlandse standaarden toch knap in elkaar gedraaid is, ken ik er wel nog bonuspunten aan toe.
Sentimenteel en geregeld opgeblazen, maar toch slaagt regisseur Stephen Chbosky er bij Nonnas in om zeker in de tweede helft precies de juiste toonzetting aan te halen. Vince Vaughn doet het goed in de hoofdrol, maar het zijn toch de groep dames bij elkaar zelf die de ultieme sfeer in deze film maken. Inhoudelijk is het allemaal weinig verrassend, maar de minimale en doelgerichte aanpak van Chbosky zorgt voor genoeg menselijke momenten tussen de chaos in. Het eerste uur is nog wat te veel gericht op luchtige komedie, maar de balans wordt versterkt in de tweede helft waarin je toch de ware natuur van het geheel begint te achterhalen. De afloop is voorspelbaar, maar ondanks dat worden er genoeg emotionele en goedbedoelde momenten in gestopt die je daar redelijk van afleiden.
Vlot project dat in principe gewoon doorgaat wat het eerste deel deed en dat is een boel personages bij elkaar brengen die gebrekkig communiceren en een stortvloed aan onbegrijpelijke handelingen verrichten. Battle: Freestyle kent echter wat meer richting in de vorm van een grote danswedstrijd, al bekommert regisseuse Ingvild Søderlind zich vooral om Lisa Teige en haar leven dat ze zelf nodeloos gecompliceerd maakt. De dansscènes zien er goed uit en de finale (ondanks een groots gebrek aan realisme) vermaakt degelijk, maar tot een goede reeks gaat dit spijtig genoeg niet komen.
Ongeïnspireerd vervolg op de popcornhit van een aantal jaar terug, evenzeer van Noorse makelarij. Regisseur Roar Uthaug heeft genoeg ervaring binnen dit vlak en behandelt Troll dan ook als zijn eigen kindje, maar kan niet verbloemen dat er maar weinig middelen zijn die het bestaan van dit vervolg rechtvaardigen. Met het camerawerk en de gedetailleerde speciale effecten is weinig mis, maar met het uiterst voorspelbare verhaal en de vervelende, slecht geacteerde personages wel. Toch jammer om te zien dat Uthaug zich een beetje heeft laten vangen om alles zo veilig en luchtig mogelijk te presenteren, wat het unieke randje er van dit soort gehelen toch afpelt. De weinig memorabele finale maakt de beweegreden voor een onvoldoende vervolgens af.
Bijzonder hoe een regisseur als Tommy Wirkola bij dit soort projecten uitkomt, want het lijkt hem toch te veel te beperken in zijn vrijheid. Niettemin weet Wirkola als geen ander wat ervoor nodig is om dit soort haaienfilms op te leuken en dus gaat alles na enkele minuten al los en wordt er weinig tijd besteed aan het uitdiepen van de personages. In dat opzicht is Thrash ook een heel eenvoudige film, maar wel eentje met overtuigende speciale effecten en genoeg carnage om niet te vervelen. Minpunt is dat de inhoud wel erg slordig is afgewerkt en het acteerwerk niet bepaald overtuigend is, maar ik zie liever dit dan de zoveelste deelnemer in het elevated horror-subgenre.
Alternatieve titel: The Undertone, 26 augustus, 13:48 uur
Opvallende film met een voorspelbaar gemengde beoordeling, maar regisseur Ian Tuason levert hier zeker een onderscheidend en indrukwekkend werkje mee af. The Undertone benut precies wat het verkoopt en zet daarmee een onheimelijke, onveilige sfeer neer. Uiteraard mag het gezegd worden dat er uiteindelijk niet veel aan de hand is, maar juist dat minimale zorgt voor genoeg spanning. Het slimme camerawerk evenals het overtuigende acteerwerk van Nina Kiri dragen bij aan de stabiele opbouw, toch knap dat Tuason daarin herhaaldelijk een doorbraak weet te vinden. Naar het einde toe gaat het dan helemaal los en ik moet toegeven dat de film tegen die tijd al erg onder mijn huid zat. Het is aangeraden dit te kijken met koptelefoon en een donkere, geïsoleerde achtergrond, want dat zijn de omstandigheden die een geheel als The Undertone optimaal tot zijn recht laten komen.
Alternatieve titel: The Elixir, 26 augustus, 13:45 uur
Vermakelijk zombiewerkje met een boel tempo en daartegenover een te lange speelduur voor deze dunne inhoud. Zoveel heeft het verhaal namelijk niet om 't lijf en dat is binnen dit soort werelden ook helemaal niet erg, maar dan is het aan regisseur Kimo Stamboel om het niet uit te blijven rekken. The Elixir oogt vooral doeltreffend in de make-upafdeling en in het neerzetten van enkele grootse, spectaculaire momenten. Ook met budgettaire beperkingen vindt Stamboel toch altijd wel een manier om de schaal te vergroten. Spijtig genoeg is dat het acteerwerk en de pogingen tot dramatiek onovertuigend en overbodig aanvoelen. Het is allemaal ook niet memorabel genoeg om op je netvlies te blijven staan, maar als actierijk tussendoortje op Netflix wordt de dienstplicht met een voldoende afgerond.
Alternatieve titel: May the Devil Take You, 26 augustus, 13:24 uur
Fijn werkje van de Indonesische regisseur Timo Tjahjanto, die toch altijd wel een betrouwbare naam vormt binnen dit soort werelden. May the Devil Take You excelleert vooral in het neerzetten van een sfeervolle, energieke omgeving die niet lang nodig heeft om de poppen aan het dansen te zetten. Wat daarop volgt, is een soms prettig gestoorde film met veel tempo en gebeurtenissen. Het spijtige is dat het met 110 minuten nogal lang duurt en weinig castleden echt goed tot hun recht komen, maar het is toch vooral de weinig enerverende en ietwat teleurstellende finale die het geheel ervan weerhoudt om boven zichzelf uit te stijgen. Tjahjanto mag voorlopig doorgaan met dit soort projecten, ook al is dit niet zijn beste werk.
Bijzonder slecht geacteerde film met de tweeling McGraw in de hoofdrol, die toch allebei laten zien dat ze wat meer gewichtigheid nodig hebben om goed tot hun recht te komen. Regisseur Juan Pablo Arias Munoz maakt er namelijk een redelijk bekend brouwsel van, waarbij dit keer een ketting de aanleiding is om wat gespook uit de kast te trekken. Tot echte spanning of stabiele sfeerzetting komt het in The Curse of the Necklace spijtig genoeg niet, maar een aantal aparte en kleurrijke beelden zorgen nog voor enig leven in de brouwerij. Naar het einde toe worden bovendien de registers opengetrokken, maar echt opvallend is het allemaal niet.
Vermakelijk niemendalletje waarin Kiernan Shipka en Nico Hiraga verdienstelijke rollen spelen, maar evenzeer waarbij regisseur Jordan Weiss en zijn team niet lijken te weten hoe ze aan een speelduur van 98 minuten moeten komen. Op die manier kent Sweethearts toch een collectief aan overbodige personages en scènes, zoals het zijpad van Caleb Hearon en een weinig avontuurlijke voortzetting van het verhaal. Op visueel vlak toont Weiss daarnaast te weinig originaliteit en inmenging, waardoor de meeste last op de schouders terechtkomt van de acteurs zelf. Alhoewel Sweethearts nergens echt in de verveling raakt, is het mede daardoor niet veel meer dan een typerend tussendoortje zonder veel ambitie of onderscheiding.
Buitengewoon oninteressante film met een totale miskoop achter de camera. Waarom regisseur David O. Russell achter dit geheel ging staan is alvast het grootste mysterie van de inhoud. Zo is Amsterdam een kleurrijke wereld waar namen zoals Jean-Pierre Jeunet en Wes Anderson veel meer uit hadden kunnen halen, maar de stilering van Russell ontbreekt elke vorm van experiment en visie. Saai geschoten met veel scènes die eindeloos lang doorgaan zonder dat ze wat toevoegen. Daarnaast excentrieke personages die eigenlijk allemaal kaal blijven (Margot Robbie en John David Washington passen totaal niet) en een uitkomst waarbij je je afvraagt of dit nou de onthulling is waar je ruim 130 minuten op hebt zitten wachten. Toegegeven, veel castleden doen het aardig en de wereld oogt enigszins gedetailleerd, maar het is verbazingwekkend dat de crew achter de camera zelf niet aan de bel is gaan trekken.
Geslaagde karakterstudie waar regisseur Kristoffer Borgli toch weer zijn eigen stempel op weet te drukken. De dromerige, eigenzinnige sfeerzetting maakt van The Drama al snel een intrigerend geheel waarbinnen twee excentrieke personages toenadering zoeken tot de ander. Zendaya en vooral Robert Pattinson acteren uitstekend en de abstracte humor werkt aanstekelijk, maar het is vooral de eigenzinnige urgentie van Borgli om zijn verhaal constant visueel uit te beelden die de film naar een hoger niveau doet stijgen. Er ontbreekt nog een wat grootsere finale, wat meer intensiteit en een wat gedurfdere afloop, maar The Drama toont het onmiskenbare talent van de man achter de camera.
Energieke, maar volstrekt infantiele animatiefilm waarbinnen je afvraagt hoe volwassen mensen dit soort onzin toch verzonnen krijgen. Rumble vormt op bepaalde manieren zeker een kritiek op de maatschappij, maar de opdringerige humor en banale vechtsituaties leiden je daar geregeld vanaf. Vrijwel iedereen, zowel protagonist als antagonist, wordt neergezet als een idioot. Je zult naar subtiliteit eindeloos lang moeten zoeken en alhoewel dat door kan gaan als een stijlkeuze, voelt het in Rumble eerder aan als doelbewuste afleiding van de negatieve insteken. Het vermaakt door het hoge tempo ongetwijfeld en de jongere doelgroep zal ervan smullen, maar volwassen kijkers zullen zich er beter aan doen om dit te vermijden.
Zoals bij een handjevol van zijn films heeft regisseur Joel Schumacher geregeld de neiging om serieuze, tragische verhalen op te blazen met Hollywoodiaanse onzin. Ook deze The Client loopt over van karikaturale personages die in een wereld als deze totaal niet thuishoren. Daarnaast slaagt Schumacher er niet in om het gevaar correct en doeltreffend vorm te geven, waardoor enige vorm van spanning of urgentie nooit weet toe te slaan. Verder oogt het op visueel vlak ook weinig opvallend, maar evenzeer niet ondermaats. Het acteerwerk van Susan Sarandon en de jonge Brad Renfro is aardig en het vermaakt op het algemene vlak zeker, maar alle extra plotelementen die erbij worden gehaald zorgen ervoor dat het nooit gaat aanvoelen als aanklacht of realistische tragedie.
Richard Attenborough is uitstekend als fictieve kerstman, maar het zit hem binnen dit scenario helaas niet mee. Regisseur Les Mayfield maakt van deze Miracle on 34th Street een bekende, weinig memorabele herbewerking waar de kerstmagie er dubbel en dik doorheen gejast moet worden. Op die manier wordt er van alles uit de kast getrokken om van dit sprookje een bekend gebeuren te maken. Onschuldige kinderen die de magie van kerst langzaam verliezen, volwassen mensen die door middel van deze feestdag hun eigen problemen overwinnen, rijke corporaties die dollartekens in alle situaties zien, Mayfield stopt het er allemaal in. En alhoewel het zeker redelijk wegkijkt, biedt Miracle on 34th Street veel te weinig verrassingen en loopt het op een belachelijk eenvoudige manier af.
Regisseur Destin Daniel Cretton kon zijn geluk niet op toen het vorige hoofdstuk zijn nieuwste film kon voorzien van talrijke kansen om met dramatiek en inhoud te spelen. Brand New Day smult er geregeld van, waardoor het personage van Tom Holland ook aanzienlijk meer kampt met persoonlijke problemen die hij dient te trotseren. De vormgeving daarbinnen (en in het algemeen) is aardig, maar weinig opvallend. De actiescènes zijn daarnaast talrijk, maar niet noemenswaardig genoeg om ultiem te beklijven. Bijzonder ook dat de grootse finale een stuk kleiner blijft in vergelijking met de vorige film, al wint Cretton veel kracht door de schurk bijna foutloos in te leiden en op te bouwen. Ik vond uiteindelijk dat te weinig castleden opvielen en/of echt puik werk afleverden en alhoewel het scenario breed genoeg wordt uitgewerkt, gaat de speelduur van 145 minuten uiteindelijk wel knagen.
Belabberde, theatraal opgeblazen thrillerfilm met een aantal technische hoogstandjes. Zo benut regisseur Ashwin Saravanan een aantal keer een POV-standpunt met zijn camera en bevat Game Over een aantal spaarzaam brute moorden, maar het verhaaltje heeft weinig om handen en moet toch iets te vaak laten zien dat de hoofdpersonages het zichtbaar erg moeilijk hebben met hun situatie. Naar het einde toe moet er een soort semi-intelligente onthulling aan te pas komen, maar deze maakt door de rommelige uitwerking en het onovertuigende acteerwerk weinig indruk.
Het idee achter Bon Cop, Bad Cop waarin de Engelstalige en Franstalige helft van Canada een samenwerking moet aangaan is leuk gevonden, maar regisseur Eric Canuel maakt er toch vooral een ongebalanceerd en kinderachtig geheel van. In bepaalde sequenties wordt bijvoorbeeld een situatie aangehaakt die duidelijk moet maken dat Patrick Guard en Colm Feore niet kunnen samenwerken en allebei steeds hetzelfde grapje produceren. Een buitengewoon eenvoudige en frustrerende manier om een kaal scenario mee in te vullen. Verder zit er wel een aardig verhaaltje in en oogt de cinematografie rauw en passend genoeg, maar tot een grootse finale komt het niet en de speelduur van 116 minuten is veel te lang.
Zeer overtuigende, uiterst sfeervolle horrorthriller die vooral duidelijk maakt dat regisseur Damian McCarthy zonder meer in het juiste genre zit. Hokum blinkt echter niet alleen uit in de vormgeving, maar ook de inhoud heeft daadwerkelijk wat om handen en geeft McCarthy veel gelegenheid om te experimenteren met spanning en overig gegriezel. Adam Scott in de hoofdrol is een bonus en hoewel de ultieme tegenstander weinig angst aanjaagt, is het toch vaak de opbouw en aanloop waarin Hokum excelleert. Niet bepaald een verrassing gezien de naam die achter het project staat, maar wel een serieuze uitdager in beste horrorfilm van 2026. Helaas voor McCarthy heeft Curry Barker de lat al erg hoog gelegd.