Regisseur Christopher Nolan bewijst ook in deze genrehoek nog altijd een uitstekende film te kunnen afleveren, indien je enigszins kan meegaan in het onevenwichtige tempo. De verwachting is dat de hoge score van een film als The Odyssey precies om die reden zal gaan dalen eenmaal de film uit de bioscopen is. Gelukkig doet ook dat niet al te veel af aan de kwaliteit. Nolan toont zich kundig door gebruik te maken van een boel praktische effecten en slim camerawerk om de dreiging te vergroten. Het hoge budget maakt het bovendien mogelijk om veel bekende castleden uit te nodigen, al overtuigt slechts een gemengd gedeelte hiervan. Zeker Matt Damon is eigenlijk wat teleurstellend, al laat het scenario hem niet al te vaak toe om echt boven het filmische geweld uit te steken. Sequenties zoals de aanvaring met de Laistrygonen en de uitgebreide belegering van Troje zijn momenten waar een film als The Odyssey sterk mee scoort en ogen opvallend bruut voor een Nolanproduct. Teleurstellend is de uitgesponnen lengte van de film, de geregeld nogal sterk aangezette en te gekunstelde dialogen en de ietwat kale filters. Verder zonder meer een spectaculair geheel dat een bioscoopbezoekje meer dan verdient.
Alternatieve titel: The Furious, 29 juli, 01:03 uur
Regisseur Kenji Tanigaki ontsnapt niet aan de bekende genreclichés die dit soort vechtfilms aan elkaar praten, maar The Furious bevat een aantal van de beste actiescènes in recente jaren. Zeker de finale van wel bijna een kwartier lang is een sequentie om je vingers bij af te likken, aangevuld door uitstekende choreografie. Alhoewel de liefhebber dit soort verhalen keer op keer ziet, maakt het geweld daarmee toch een hoop goed. Daartegenover een aantal melodramatische, hopeloze dialogen die toch wat te kinderlijk aanvoelen voor de soms behoorlijk bloederige taferelen. Onevenwichtig is de film dus zeker, maar eenmaal de vuisten in de lucht worden geheven is dat snel vergeten.
De Franse regisseur Sébastien Vaniček zet zijn kwaliteiten door naar dit volgende hoofdstuk in het Evil Dead-universum. Gezien zijn afkomst zal hij er ook wel wat Franse invloeden doelbewust in hebben vermengd, maar het zijn toch vooral de moderne technieken die deze film boven zichzelf laten uitstijgen. Strak camerawerk, uitstekend knip- en plakwerk en een aantal lekker smerige effecten zijn daar voornamelijk voor aan te kijken. Een beetje jammer dat Vaniček ook opzichtig gebruikmaakt van computereffecten, waardoor zeker de finale teleurstellend voor de dag komt. Verder een ongeremd griezelfeestje met sterk acteerwerk en veel gevoel voor het genre. Dit soort makers mogen gerust op de radar van iedere liefhebber.
Als je lang over de inhoud van Which Brings Me to You gaat nadenken is er natuurlijk van alles mis mee, maar in de basis presenteert regisseur Peter Hutchings een vermakelijke wisselwerking tussen Nat Wolff en Lucy Hale. Beide personages komen overtuigend van de grond, mede mogelijk gemaakt door het erg enthousiaste acteerwerk. Het helpt ook dat het concept best origineel voor de dag komt, ondanks dat Hutchings er stiekem te lang gebruik van maakt. Je moet het een en ander voor lief nemen, want in de echte wereld komt zoiets natuurlijk nooit tot stand, maar het blijft een luchtig, vermakelijk gebeuren met twee enthousiaste acteurs op de voorgrond.
Het Russische antwoord op de populaire Britse serie is een erg Hollywoodiaans-achtig gebeuren dat de focus vooral weerlegt op de hulpdiensten. In de echte wereld verdienen deze heren en dames natuurlijk eindeloze pluimen, maar de verfilming ervan laat niettemin te wensen over. Melodramatisch geacteerd door veel te veel personages met de kernkamp (vaak slecht geanimeerd) op de achtergrond. Regisseur Danila Kozlovsky vertolkt zelf evenzeer de hoofdrol, maar houdt zich te lang bezig met randzaken die er niet altijd toe doen. Het gehele middenstuk is spijtig genoeg inwisselbaar en het is voelbaar dat de Russen vooral afleiding presenteren voor hun eigen falen. Teleurstellende tegenpool die het dikwijls aflegt tegenover de miniserie.
Een knappe film op visueel vlak, met uitgerekte en overtuigende beelden van de donkere ruimte. Regisseuse Gabriela Cowperthwaite is goed op de hoogte van dit soort omgevingen, maar de inhoud laat helaas te wensen over. Niet alleen is I.S.S. vooral niet spannend, maar ook de mysterieuze insteken willen niet echt van de grond komen. Je wacht als kijker af totdat alles een beetje escaleert, waarop voor een lange tijd vooral naar elkaar wordt gekeken met boze blikken. Het is eigenlijk een compliment waard dat de makers het nog tot deze lengte hebben weten te rekken, want totdat de finale aanbreekt is er nogal weinig aan de hand. Onopvallend geacteerd ook, waardoor geen personage je echt mee weet te krijgen.
Erg slim of origineel is deze romantische komedie van regisseur Mark Waters nergens, maar met Matthew McConaughey in de hoofdrol sta je alvast garant voor overtuigende nonsens. Een aantal vergezochte personages die elkaar onder bijzondere omstandigheden tegenkomen, waartussen Waters zijn film afwisselt met humor, liefdesrelaties en zachte tintjes dramatiek. Het ziet er op visueel vlak weinig opvallend, maar niettemin doordacht uit. Het is toch de charme van McConaughey die deze film ideaal aan elkaar praat en alles knap aflevert, al mag ook Jennifer Garner worden geprezen als tegenpool. Goed vermaak voor een hersenloze dag, zonder grootse hoogtepunten of vernieuwende insteken.
Op het gebied van plot en acteerwerk kom je als kijker met Traitor aan niets te kort, maar om eerlijk te zijn vond ik het toch een erg lange zit. Regisseur Jeffrey Nachmanoff onderneemt namelijk weinig om de presentatie wat vlotter te laten verlopen en na een halfuur verloor het verhaal me volledig. Alles wordt niettemin goed uitgewerkt, maar toch voelt het niet aan alsof de afloop met iets origineels of baanbrekends komt en de weg ernaartoe is gevoelsmatig veel te lang. Hierdoor verzandt Traitor in een film die je eigenlijk snel weer vergeten bent, terwijl dat duidelijk niet de intentie van Nachmanoff is.
Herzien omdat het binnenkort van Netflix zou verdwijnen. Het blijft toch wel een lekker directe, simpele komediefilm die ideaal geschikt is om in je luie zetel te bekijken na een slechte dag. Een hoop acteurs die precies weten waar ze mee bezig zijn naast elkaar in lekker overdreven, uitgesmeerde rollen die best lollig voor de dag komen. Vanaf het moment dat de heren het sportveld betreden houdt Dodgeball niet echt meer op om te vermaken. Jammerlijk is dat de aanloop eigenlijk te lang duurt en het einde voorspelbaar veilig is, maar dat soort dingen zijn binnen dit soort omgevingen natuurlijk enigszins te verwachten.
Regisseur James Mangold levert altijd wel een basishoeveelheid kwaliteit af, al zijn het vooral de castleden die Cop Land complementeren. Harvey Keitel, Robert de Niro en Robert Patrick zijn altijd wel betrouwbare namen en zo ook hier. Onhandig dat dan iemand als Sylvester Stallone de absolute hoofdrol moet vertolken, die wel uitstraling heeft als kille agent maar minder als gevoelige man. Mangold kiest qua opmaak voor een erg troosteloze visuele richting, maar die komt slechts gemengd goed aan bod. Het is dan vooral het verhaal dat soms nog verrassend uit de hoek komt, al zijn de meeste onthullingen rondom het middenstuk uit de doeken gedaan.
Tof, praktisch en energieke experiment van regisseur Joe Begos, die zijn creativiteit hier de vrije loop laat. Jimmy and Stiggs loopt over van wilde camerabewegingen, kleurrijke achtergronden en een boel lomp geweld dat geregeld over het beeld heen spat. Alhoewel zeker de griezelelementen weinig origineel voor de dag komen, is het toch vooral het plezier dat Begos en zijn team hebben met de opmaak van de film. Het vergeeft tot op zekere hoogte het nogal slappe verhaal, dat vooral bestaat uit Begos en Matt Mercer die agressief naar elkaar blijven schreeuwen. In dat opzicht is het fijn dat de buitenaardse wezentjes snel een intrede maken, zodat de twee heren elkaar niet nog langer in de haren blijven vliegen. Op deze manier mag Begos nog wel even doorgaan, al heeft hij zonder twijfel nog meer in zijn mars.
Het idee achter Black Eyed Susan is goed gevonden en de hoofdrol van Damian Maffei is sterk, maar regisseur Scooter McCrae maakt er desondanks een troosteloze, oninteressante bedoening van. Het duurt eindeloos voordat de eerste schokkende, spannende of sfeervolle beelden naar voren komen en zelfs die zijn weinig memorabel. Enkel de finale pakt redelijk door, alles voorafgaand is bekender en minder interessant terrein. Yvonne Emilie Thalker is bovendien een te eenvoudige robot en verbleekt totaal tegenover de veel professionelere uitstraling van Maffei. Als dan ook de omgeving niet bepaald doordacht oogt, zorgt Black Eyed Susan er niet bepaald voor dat je als griezelliefhebber aan je trekken komt. Pun intended.
Ongecontroleerde horrorthriller met een digitale inslag. Regisseur Oskar Mellander sleept er van alles bij om Canceled zo vermakelijk mogelijk te presenteren, maar vergeet daarbij dat een horrorfilm als deze vooral profijt heeft van een strakke spanningsboog. Die is met alle poeha en luidruchtige personages eigenlijk snel vergeten. Er wordt meer bij de humor stilgestaan dan bij het gegriezel en als dan de poppen aan het dansen zijn, is het niet heel indrukwekkend meer. Gelukkig wordt er nog naar behoren geacteerd en ziet het huis er sfeervol uit, maar voor originele inslagen of goed uitgevoerde scares hoef je dit niet op te zetten.
Alternatieve titel: The Last Exit, 26 juli, 00:23 uur
Little Bone Lodge profiteert van enkele onverwachte plotwendingen en degelijk acteerwerk van Joely Richardson, maar het middenstuk is veel te taai om te vermaken. Regisseur Matthias Hoene toont dat hij wel over een basismate van ervaring beschikt en dat zorgt voor een redelijk strak geheel op visueel vlak. Daartegenover staat dat de film ook niet echt ergens in opvalt en na een halfuurtje eigenlijk begint te vervelen. Het camerawerk evenals de sfeerzetting zijn niet memorabel genoeg en eenmaal de finale aanbreekt, was het geheel me eigenlijk een beetje kwijt.
Regisseur John Singleton is absoluut de juiste man voor dit soort omgevingen, maar verslikt zich met Baby Boy in een hopeloos onsympathiek, kinderachtig hoofdpersonage dat een kleine 130 minuten de tijd krijgt om de kijker te overtuigen dat hij niet een heel slecht persoon is. Vervolgens slagen al die minuten er maar niet in om daadwerkelijk te beklijven, buiten enkele aparte beelden en redelijk acteerwerk. Eindeloos lang ben je als kijker getuige van grenzeloos domme personages die zichzelf steeds verder in de problemen werken en amper de moeite nemen om er weer uit te klimmen. Al dat gedoe neemt bovendien de aandacht weg die naar diverse maatschappijkritische inslagen had kunnen gaan. Nu is het vooral een halfbakken geheel met een boeiende achtergrond en niet heel veel meer.
Als dit het laatste hoofdstuk van het universum moet zijn, dan heeft regisseur Jeff Tremaine er een teleurstellende mengelmoes van gemaakt. Best and Last bestaat namelijk voor een aanzienlijk gedeelte uit hoogtepunten die we in de vorige films hebben gezien, vaak helemaal vanaf begin tot eind. Het daadwerkelijk nieuwe materiaal is dus zeer beperkt, ondanks dat de gasten er alsnog een boel humoristische dingen in weten te krijgen. Een verhaal is natuurlijk niet aan de orde, maar als je de originele stukken dan vervolgens in moet perken gaat er iets mis. Hierdoor eindigt de reeks vooral met een laagvlieger en discutabel het zwakste hoofdstuk.
Regisseur James Nunn gaat met een moeilijk idee aan de haal. Dit soort vergezochte, onwerkelijke concepten zijn namelijk niet eenvoudig te realiseren. Toch vermengt hij er een mate van kwaliteit in, met aardige effecten en een redelijke omgeving. Daartegenover staat dat de castleden weinig ruimte toebedeeld krijgen om op te vallen. Personages die vooral een sterk aangezet, stereotiep karakter meekrijgen en vervolgens om de beurt worden opgepeuzeld. Opvallend is dat het nijlpaard best lang uit beeld blijft, terwijl de poster al ruimschoots heeft weggegeven wat hier voor het gevaar gaat moeten zorgen. Het vermaakt allemaal prima en kent genoeg sensatie en vaart, maar de finale is toch echt te goedkoop en het verloop oogt te bekend en ondoordacht.
De ervaring van regisseur Craig Gillespie zorgt voor een vlotte, vermakelijke wereld waarin Milly Alcock een uitstekende indruk maakt. Net als Superman wordt de nadruk gelegd op de luchtigheid. Er is wel ruimte voor dramatiek en uitdieping, maar verrassend genoeg gaan die niet zozeer uit naar Alcock zelf. Het is namelijk Eve Ridley die veel van de schijnwerpers opeist, in een film die haar naam niet in de titel draagt. Vanaf dat punt neemt Gillespie de kijker mee op een reis door diverse, aardig opgemaakte planeten en langs vreemde personages. Het algemene acteerwerk blijft goed en de finale is degelijk, maar uiteindelijk is het allemaal ook erg bekend, geanimeerd en weinig enerverend. Geen scène die er eigenlijk tussenuit springt, waardoor Supergirl toch vooral precies het gemiddelde niveau aantikt. Niet slecht, maar ook niet geweldig.
Regisseur Malcolm D. Lee grijpt met elk project dat hij onder handen neemt steeds een heel ander idee aan. Soms wil dat best werken, maar Lee levert toch steeds dezelfde middelmatigheid af. Strung blinkt uit omdat de castleden erg hun best doen om diepzinnigheid mee te geven, iets dat ook wel vereist is als je de inhoud onder de loep neemt. Helaas slagen meerdere namen er niet in om enige vorm van eigenzinnigheid neer te zetten. Chloe Bailey roept in de hoofdrol weinig empathie op en bijrollen zoals die van Romy Woods en Lynn Whitfield zijn toch echt te belachelijk om te beklijven. Alhoewel de effecten nog wel aardig zijn en het mysterie voldoende in leven wordt gehouden, lijkt Lee de focus voortdurend op de stomende en lang uitgesponnen seksscènes te willen leggen. Liefhebbers van Bailey zullen daar vast geen probleem mee hebben, maar het zorgt er ook voor dat de wereld van Strung moeilijk serieus te nemen is en daardoor gevoelsmatig te lang duurt.
Wanneer het op griezelwerk moet aankomen, is regisseur Deon Taylor er nog steeds niet in geslaagd om bovengemiddeld werk af te leveren. Fear gaat echter met een creatief idee aan de slag, waarin personages te maken krijgen met hun grootste angst. Daarbij komen genoeg figuren die als cannon fodder dienen en een redelijke vaart. De uitgesponnen inleiding is daarmee vergeven, maar het taaie middenstuk spijtig genoeg niet. Het duurt in de wereld van Fear namelijk erg lang voordat de eerste noemenswaardige scènes op de camera verschijnen en de personages slagen er maar niet in om enige concentratie op te eisen van de kijker. Gelukkig zitten er nog een aantal bloederige beelden tussen samen met een redelijk sfeervolle omgeving en een degelijke finale. Je ziet dat een naam als Taylor wel degelijk kaas van het vak heeft gegeten, maar er toch niet helemaal in slaagt dit gepast tot uiting te brengen.
Met Alexander Pfander, Joshua van 't Hoff, Sina Matuscheck en Anthony Straeger achter het stuur zou je denken dat een goed resultaat zeker wel mogelijk moet zijn, maar the more is not always the merrier. House of Rooms gaat vooral met een fijn concept aan de haak, waarin een aantal Duitse castleden de Engelse taal spreken om de film internationaal beter te verkopen. Helaas slaagt zeker de helft er niet in om goed acteerwerk te realiseren en springt de film van de hak op de tak. De plotwendingen gaan nergens over en de kamers zien er nogal kaal uit, maar de redelijk absurd aangezette personages en het hoge tempo zorgen gelukkig voor een dosis aan vermaak. Het is allemaal aan de middelmatige kant, maar je bent er als liefhebber zo doorheen.
Traag verlopende film die helaas veel te laat op stoom komt. Binnen een speelduur van wel 103 minuten is dat extra schrijnend. Daarnaast ligt de aanpak van regisseursduo Patrycja Kepa en Acoryé White er te dik bovenop. Het mag wel duidelijk zijn dat er een maatschappijkritisch laagje onder ligt en Trinket Box onderneemt weinig moeite om dat subtiel te brengen. Vanaf dat punt kabbelt de film langzaam voorwaarts naar de onvermijdelijke escalatie. Er wordt degelijk en overtuigend geacteerd, maar het geheel wil nergens echt beklijvend of boeiend worden. Na een week of 2 ben je dit waarschijnlijk weer helemaal vergeten.
Alhoewel regisseur Stephen Hall bij vlagen zeker sfeervol genoeg te werk gaat, duurt een film als The Gates duidelijk te lang en heeft deze weinig te melden. Wel leuk dat dit soort kleine producties een betrouwbare naam als Richard Brake hebben weten te strikken, maar hij kent slechts enkele minuten in deze uitgesponnen productie. Het eerste uur is niettemin redelijk boeiend. De locatie is zo sterk gekozen en het acteerwerk is aardig. Niettemin gaan de makers in de tweede helft dan toch te sterk naar het bovennatuurlijke en dan heb ik het niet over donkere schaduwen, krakende vloeren of dichtslaande deuren. The Gates gaat vooral te ver over de top op een weinig gedenkwaardige manier. Punten voor de stevige sfeer, verder mis je hier als liefhebber weinig aan.
Monster Inside: America's Most Extreme Haunted House (2023) 2,0
24 juli, 12:42 uur
Regisseur Andrew Renzi levert een onvolledig relaas af over een berucht spookhuis, waarin alleen een enkele kant van het verhaal te horen is. Die mensen schetsen overigens wel een schrijnend, bizar beeld waar je je als kijker over afvraagt hoe dit toch mogelijk kon zijn geweest. Vanaf dat moment is de documentaire helaas niet veel boeiender. Er zijn genoeg beelden van het concept, maar alles lijkt op elkaar en de verhalen vallen toch steeds weer op hetzelfde terug. Naar het einde toe worden er enkele bijzondere onthullingen gedaan, maar die komen eigenlijk te laat en zijn niet talrijk genoeg om dit onderzoek gedenkwaardig te maken.
Redelijk geacteerde, maar weinig verrassende horrorthriller met een fijn concept. Phoebe Tonkin neemt een nieuwe baan aan op een vreemdsoortige, onheilspellende locatie waar vreemde dingen gebeuren. Het vormt voor regisseursduo Benjamin en Paul China een ideale basis voor een sfeervolle film, maar helaas komt dat nergens van de grond. Night Shift is op geen moment spannend te noemen en de uiteindelijke escalaties zijn ook weinig enerverend. Er wordt veel te weinig stilgestaan bij de elementen die enige vorm van gegriezel kunnen aanjagen, maar gelukkig wordt er verder wel naar behoren geacteerd. Ook de uiteindelijke insteek is nog aardig gevonden, maar weet het geheel niet te redden van een onvoldoende.
Alhoewel de aanpak van regisseur Egor Baranov een pluim verdient, is Resurrected toch van een erg bedenkelijk niveau. Het is hoe dan ook bijzonder dat je deze ideeën eigenlijk überhaupt bij elkaar weet te krijgen, maar het zorgt gelukkig nog voor een aardige opening. Onvoorspelbaar is het in 't begin zeker, maar als dan de poppen aan het dansen zijn verzandt de film in een oninteressant en kolderiek gebeuren. Het is allemaal echt onvoorstelbaar slecht geacteerd en dat valt extra op door de sterk aangezette dramatiek. Eenmaal de finale aanbreekt gaat het allemaal een beetje over de top, maar dat komt helaas veel te laat in een film die verder gevoelsmatig ook veel te lang duurt.
Alhoewel regisseur Paris Zarcilla wel degelijk kaas heeft gegeten van een goede sfeer, valt Raging Grace toch vooral zwaar onder de middenmotor. In de basis een moeder en een onbegrijpelijk vervelende dochter die met veel te veel wegkomt, die intrekken bij mysterieuze mensen in een groot huis. Een degelijk concept om een spannende horrorfilm op te bouwen, maar die komt helaas nergens van de grond. Saaie personages die niet weten te beklijven en een verhaaltje dat veel te bekend overkomt om op te vallen. Naar de finale toe moet er dan een soort wending in komen, maar de doorgewinterde griezelliefhebber zal die vrijwel meteen doorhebben.
Alhoewel zijn films regelmatig met budgettaire beperkingen kampen, is regisseur D.W. Medoff wat mij betreft een talent met veel potentie. Zijn pogingen tot een strakke atmosfeer slagen daadwerkelijk, waardoor deze film geregeld een aantal keer effectief de spanning weet te verhogen. Zelfs met een tegenstander die er nogal bedenkelijk uitziet en een achtergrondverhaal dat te weinig uitdieping krijgt om te beklijven. Medoff doet zich er verder ook goed aan om het tempo iets op te schroeven, omdat zijn project nu vaak te lang stilstaat bij momentopnames die er niet echt toe doen. Niettemin een film die verrassend uit de hoek komt voor de gebrekkige middelen die het heeft.
Ietwat flauwe bedoening waarin een virale internettrend de primaire antagonist vormt. Je moet in de huidige tijd wat om met originele ideeën uit de voeten te komen, maar de invulling van regisseur Michael Dupret (in een bewerking van zijn eigen korte film) is toch wat kaal. Het acteerwerk is op die manier niet overtuigend, zeker als je je bedenkt dat deze veel te dramatisch aangezette personages klaarblijkelijk zoveel viewers moeten trekken. Ook de praktische effecten en de algemene atmosfeer vallen niet in een plooi, maar het duurt gelukkig allemaal niet te lang en wint redelijk aan tempo tegen de finale aan.
Alternatieve titel: De Verenigde Staten van Horror: Hoofdstuk 1, 24 juli, 02:07 uur
Meh.
Amazonproductie waarin de staten van Amerika de primaire bron vormen voor diverse korte hoofdstukjes. Het concept zal wel losjes hebben gediend als een soort van idee, want meerdere kortfilms bestonden al voordat The United States of Horror bestond. Een echte invloed was naar mijn optiek ook vaak niet op te merken, waardoor punten voor creativiteit er niet in gaan zitten.
Nevada: Dark Lights (2,0*). Tja, van dit soort openingen kan je niet veel zeggen, behalve dat het niet zo heel veel met horror te maken heeft. Een vrouwelijke protagonist ondergaat een soort bad trip en dat gaat in combinatie met veel kleuren en vreemde geluiden. Een verhaal zit er niet echt in, een kritische (?) boodschap gaat vooral verloren aan de opmaak.
North Carolina: Don't Drink the Water (1,5*). Een stuk meer rechttoe rechtaan dan de voorganger, maar helaas komt dat dit korte geheel niet echt ten goede. Een dorre omgeving vormt het podium voor een korte gebeurtenis en dat moet dan de volledige basis vormen voor dit hoofdstuk. Het getuigt van een maker die niet echt wist wat hij met zijn film aanmoest en er daardoor snel maar een idee tegenaan heeft gekwakt.
Florida: The Succubus (2,0*). Een uitgesmeerde escalatie waarin vooral veel seks en naakte lichaamsdelen zitten. Niettemin gaat dat wel in combinatie met uitstekend camerawerk en redelijk unieke kleuren. In dat opzicht wordt er het meeste uitgehaald, want de make-up oogt daartegenover goedkoop en het acteerwerk is barslecht. Wat de ultieme boodschap is? Your guess is as good as mine.
California: Vexed (2,5*). Zonder twijfel één van de betere hoofdstukken van de film. Echter was dit dus een voorbeeld van een kort verhaaltje dat al jarenlang bestond en dus niet is opgenomen voor deze film. De spanningsopbouw zit gelukkig wel goed en ook de effecten zijn experimenteel. Helaas is het einde redelijk afgeraffeld en eindigt het allemaal ook te abrupt en onenerverend om te beklijven.
Connecticut: The Locket (1,5*). Tja. Erg kort. Erg stuurloos. Wat moet je hier nou eigenlijk mee? Het voelde aan als een kortfilm die eigenlijk meer dan 45 minuten had moeten duren, maar waar 90% noodgedwongen uit moest worden geknipt. Het einde oogt ambitieus, maar zonder basis om op te staan ben je het zo weer kwijt.
New Hampshire: Teddy #Scarebear (2,5*). Een stuk humoristischer dan de directe concurrentie en daarmee ook een stuk genietbaarder. Een beetje lachen met diverse clichés en bekende horrortrekjes, maar uiteindelijk valt vooral de goedkope opmaak op. Het is allemaal niet gedurfd of origineel genoeg en het eindigt ook wat flauw. Niettemin een entertainend gebeuren.
Utah: Billy: Ungodly Hour (2,5*). Ook een beter hoofdstuk in de film, al moest ik mezelf even een geheugensteuntje geven waar dit ook alweer allemaal over ging. Sfeervoller dan de meeste stukken, ondanks de duidelijk goedkope opmaak en gebrekkige middelen. Primair is het acteerwerk nogal sterk en onoprecht aangezet en ook de ultieme dreiging is wat kaal, niettemin is de potentie van regisseur Joe Lujan te merken.
Maine: Dirigo (1,5*). Zeer goedkoop opgemaakt. Ook erg direct aangepakt, waarin het verhaal eigenlijk al na twee minuten van start gaat en vanaf daar verzandt in diverse, vreemdzinnige taferelen die nooit bij elkaar komen. Wederom moest ik mezelf er even aan herinneren waar dit allemaal over ging, dus erg memorabel is het niet geweest spijtig genoeg.
Arkansas: Claw Hollow (1,5*). Een erg lange opbouw voor wat uiteindelijk een redelijk ordinair, slecht uitgevoerd schrikmoment is. Redelijk opgemaakt en met rust en controle geschoten, maar het komt binnen dit geheel niet echt samen. De jonge koter acteert alsof hij er geen zin in heeft en er is te weinig context om überhaupt enige vorm van bestaansrecht te hebben.
Michigan: Red Abyss (2,5*). Ondanks de goedkope inhoud komt dit net wat sfeervoller voor de dag. Er wordt leuk gespeeld met de omgeving en diverse felle kleuren. Toch wordt er te veel aan de verbeelding overgelaten, waardoor de kijker vooral achterblijft met een wazige wolk die niet echt op een bevredigende manier blijft hangen.
Arizona: Entropic (1,5*). Een kort hoofdstuk dat opvalt omdat het de enige is die actief gebruikmaakt van claymotion. Als de rest van de filmpjes uit live-action bestaan, spring je er natuurlijk meteen tussenuit. Het is in de inhoud ook wat creatiever en absurder, maar de animatie is spijtig genoeg nogal gebrekkig en onafgemaakt. Regisseur Brad Uyeda doet er goed aan een voorbeeld te nemen aan bijvoorbeeld collega Lee Hardcastle.
Washington: Needlework (2,0*). Wederom een kort filmpje met een lange opbouw naar een conclusie die weinig kijkers tevreden zal stellen. De algemene, onophoudelijke vreemdzinnigheid die aanhoudt, doet bovendien denken aan voorganger Red Abyss. Leuk gespeeld met kleuren en beelden, maar je zal toch echt met een strakker, minder losbandig geheel moeten komen om op te vallen. Dit was me te eenvoudig.
Pennsylvania: Elysia (2,0*). Een wat klassieker verhaaltje met een duidelijke lijn. Elysia valt op omdat het acteerwerk voor de verandering erg goed is. Helaas zijn de atmosfeer en de bijbehorende effecten dat niet. Het is allemaal te bekend en onopvallend om te charmeren. Nadeel is dat een boel overige segmenten nadrukkelijk voor originaliteit proberen te gaan, waardoor dit toch al snel gedoemd is te verwateren.
Missouri: Crockpot (2,5*). Toch best vermakelijk dankzij het absurde karakter van de film. De plotwending mag er best zijn en de opbouw is mysterieus genoeg. Helaas laat het acteerwerk te wensen over en zijn ook de effecten erg goedkoop. Het is niet de knaller waarmee een anthologiefilm als deze zich moet afsluiten, maar doet zeker niet onder voor de rest.
Toch jammer dat ik nergens een voldoende aan kon geven. The United States of Horror voelt doelloos en ongecontroleerd aan. Alsof de makers geen duidelijk concept meekregen en maar wat mochten aanmodderen op budget. Normaal zit er altijd een positieve en negatieve uitschieter tussen. Dat is hier niet het geval en helaas maakt dit alles er een heel stuk minder interessant op. Gemiddelde cijfer is precies een 2*.
Thrillerfilm die primair een escalerende situatie toont en draait rondom een stel dames die hetzelfde, extreme wereldbeeld delen. Tegenargumenten zijn er eigenlijk niet en dat opent meteen de deur voor diverse taferelen die langzaam uit de hand lopen. Niettemin maakt regisseuse Beth de Araújo een aantal merkwaardige, zeer uitgesponnen keuzes. Zeker de eerste helft is niet veel meer dan een erg lang gesprek zonder hoogtepunten, uitgevoerd door meerdere personages die niet echt een eigen kleur krijgen. Eenmaal de boel dan wat vaart begint te krijgen, creëert Soft & Quiet een aantal onheimelijke, gemene momenten. De longtake-benadering werpt bovendien veel vruchten af, maar het eindigt allemaal niet erg bevredigend en wint op visueel vlak ook weinig punten.
Alternatieve titel: Krampus: The Return, 24 juli, 01:29 uur
Return of Krampus vormt bij voorbaat al pulp van de bovenste plank, maar dit is toch een project dat net iets sfeervoller voor de dag komt. Een atmosferische, sterk gekozen locatie is daar primair voor aan te kijken en dat ook binnen een productie die gezellig Brits aanvoelt. Toch is het acteerwerk onder de maat en dat valt extra op doordat regisseur David Gregory heel veel nadruk legt op dramatiek. Eenmaal het monstertje zelf in beeld komt, vervalt Return of Krampus bovendien te veel in goedkope maskertjes die achter hysterische jongeren aanrennen.
Typerende haaienfilm waar je relatief kort over kan zijn. Het blijft een voorspelbaar gebeuren, met slecht geanimeerde haaien die de boel op stelten zetten binnen een tropische omgeving. Middelmatig geacteerd door beperkte ruimte en een weinig enerverende finale zijn overige punten. Het is ondertussen een week of 2 geleden dat ik Shark Waters zag en ik kan me eigenlijk amper nog een minuut voor de geest halen. Erg memorabel zal het dus niet zijn geweest.
Simplistische thrillerfilm met een aantal bloederige moorden en een heleboel clichématige, sentimentele personages. Het lijkt voor regisseur Tim Cruz een wedstrijd te zijn in termen van hoeveel bekende stereotypes hij in een enkele omgeving kan krijgen, die als klap op de vuurpijl vaak slecht acteren. Daartegenover staat een redelijk intrigerend verhaal met een aardige vaart. Figuren vallen als vliegen en alhoewel de insteek vroeg wordt weggegeven, blijft The Final Rose altijd wel vermaken. Heel knap is het allemaal niet, maar het vormt een aardige maatstaf voor de films die tegenwoordig op netwerken zoals Tubi verschijnen.
Het is bewonderenswaardig dat regisseur Clint Eastwood op deze leeftijd stug doorgaat met het dirigeren van dit soort speelfilms. Speelfilms die vervolgens nog altijd in de bioscoop belanden en een zekere omzet weten te behalen. Juror #2 is desondanks spijtig genoeg een matig product met een hoop clichématige en onwerkelijke personages. De insteek is bovendien vroeg al op te merken, waardoor er weinig daadwerkelijke verrassingen met de film meekomen. Het concept is gelukkig best boeiend en er zit een aardige flow in, maar het is te weinig om menig kijker met de absolute zekerheid te overtuigen. Nicholas Hoult is bovendien te excessief en zou zichzelf in de echte wereld veel te veel laten opvallen.
De titel maakt meteen duidelijk waar een film als The OctoGames de mosterd vandaan heeft gehaald. Regisseur Aaron Mirtes gaat met een verdienstelijk idee aan de haal, waarin zo weinig mogelijk geld is gestopt. Dit wordt opgeleukt met een boel excentrieke figuren en veel tempo, maar het zal de kijker relatief vroeg duidelijk zijn dat veel kwaliteit of creativiteit niet aan de pas is gekomen. Er wordt verder ook niet heel sterk geacteerd en de dramatische inslagen zijn redelijk kansloos, maar uiteindelijk vermaakt de korte speelduur en de grote rits aan gebeurtenissen nog best aardig.
Voorspelbaar product uit de Spielbergfabriek. Disclosure Day ademt kwaliteit en visie uit, maar de inmiddels gebruikelijke insteken van een regisseur als Steven Spielberg zijn te opvallend. De film loopt op deze manier over van clichématige, nodeloos sentimentele dialogen. Het wordt als kijker erg moeilijk om empathie op te kunnen brengen voor figuren die geregeld totaal niet aanvoelen als mensen, maar als puur filmische figuren. Spielberg toont zichzelf gelukkig nog altijd ervaren op het visuele vlak. Een boel beelden zien er knap gechoreografeerd uit, met een aantal stijlvolle actiemomenten en uitgedacht camerawerk. Het acteerwerk laat over de grote lijn spijtig genoeg te wensen over. Josh O'Connor en Eve Hewson zijn weinig imponerende hoofdfiguren en Colin Firth is hopeloos miscast als de antagonist. Overige rollen, zoals die van Colman Domingo en Emily Blunt, kunnen vooral niet op tegen de oneerlijke hoeveelheid sappige dialogen die ze worden toebedeeld. Uiteindelijk is Disclosure Day kundig genoeg om voor de uitgesponnen speelduur te vermaken, maar kent daartegenover te veel plotgaten en een erg matig einde.