• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.917 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.932 acteurs
  • 198.970 gebruikers
  • 9.370.282 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten The One Ring als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Deep Blue Sea, The (2011)

Vaak heb ik wat moeite met films over relaties die gedoemd zijn om te mislukken omdat op voorhand duidelijk wordt gemaakt dat de personages niet bij elkaar passen. Het is gewoon wat frustrerend en dramatisch vaak wat oninteressant, omdat wat op het spel staat bij voorbaat niet veel waard is. The Deep Blue Sea doet er een schepje bovenop door het einde van een relatie, twee relaties in zekere zin, als startpunt te nemen. Een vrouw neemt in één dag afscheid van haar minnaar en wellicht ook haar man. Waar die relaties op gebaseerd zijn is onduidelijk en alle chemie (voor zover die er al was, beide relaties lijken eenzijdig) is inmiddels weg. Het wordt ons als kijker moeilijk gemaakt, want waarom deze affaires ooit belangrijk genoeg waren om te starten blijft lang onduidelijk. Waarom kan het ons iets schelen als de personages het al eerder opgegeven hadden?

Het is een verdienste van Davies dat hij uiteindelijk wel weet over te brengen welke emoties en motieven er vooraf gingen aan deze dag. Opmerkelijk genoeg spelen de flashbacks daar maar een beperkte rol in. Het zit meer in de schets van een bepaalde tijd en plaats en in de dialoog, vaak indirect. Het kwam echter allemaal pas tegen het einde aan goed naar voren voor mij, misschien iets te laat om er nog compleet door gepakt te worden. Voor lange tijd was het een film over oninteressante mensen met nietszeggende relaties. Ik mocht de koele sfeer wel en de acteurs zijn perfect, maar ik was niet meteen verkocht.

Het laatste kwart of zo werkte dan weer heel goed. Het laatste afscheid van Weisz en Hiddleston is erg goed geschreven en geacteerd en kan bijna fungeren als een mini-film op zichzelf. Ik heb het gevoel dat te veel vlees van het verhaal daar zit. Er wordt veel gehint in de eerste drie kwart, maar met misschien iets meer concrete gegevens was dat stuk net iets interessanter geweest. In feite was Beale's personage tot dan toe de enige boeiende. Misschien is dit een film die beter werkt bij een herziening. Of wellicht had ik meer bekend moeten zijn met Davies' stijl.
2,5*

Déjeuner sur l'Herbe, Le (1959)

Alternatieve titel: Picnic on the Grass

Ik betwijfel of Jean Renoir zelf dacht dat hij een meesterwerk aan het maken was toen hij Le Déjeuner sur l'Herbe aan het maken was, maar wat maakt het uit als je je vermaakt. Hij schoot deze film rond het huis waar hij opgegroeit was met zijn vader, de schilder Auguste Renoir en de film is duidelijk een lofdicht naar die tijd en naar zijn vaders kunst. De vraag is dan alleen: waarom geen verhaal dat past bij dergelijke nostalgie? Het plot is niet vervelend om te volgen, maar niet bijzonder genoeg uitgewerkt om dit tot een werkelijk fantastische film te maken. Wat echter goed overeind staat is het uiterlijk, dat waarlijk een mooi eerbetoon is aan de schilderkunst van Auguste Renoir. Vooral de belichting is beter dan je in de meeste films zult aantreffen. Visueel behoort dit dus tot de top, maar als Renoir er nog een boeiend verhaal aan vast had weten te knopen of meer de diepte in was gedoken was het misschien een meesterwerk geweest.

3*

Dekalog, Cztery (1988)

Alternatieve titel: Dekalog IV

Mooi deel dit. Voor het eerst in de serie werd ik ook echt geboeid door het spel met het centrale gebod. Toen de film begon wist ik niet om welk gebod het ging, maar ik raadde het snel genoeg: "Eer uw vader en moeder." Geweldig hoe Kieslowksi daar een twist aan geeft door de vraag te stellen of de vader wel de vader is en of het iets uitmaakt of je vader ook biologisch gezien je ouwe heer is. Het sterke acteerwerk maakt de relatie tussen de twee hoofdpersonen geloofwaardig en interessant. Het is een pijnlijk verhaal eigenlijk, maar Kieslowski kiest niet voor een negatief einde. Al had die twist waarin die brief niet de echte brief bleek te zijn van mij niet gehoeven.

Na deel 1 was ik bang dat Dekalog vooral een moralistische serie zou worden waarin mensen gestraft worden voor het niet gehoorzamen van de geboden. Gelukkig blijkt Kieslowski toch meer in gedachten te hebben.
3,5*

Dekalog, Dwa (1988)

Alternatieve titel: Dekalog II

Interessante quote van Kieslowski die NarcissusBladsp. hierboven aanhaalt. Kennelijk is Kieslowski dus meer een liefhebber van de God uit het oude testament. Laat ik zeggen dat ik het niet bepaald met hem eens ben, want in die verhalen zou ik God allereerst omschrijven als een soort wrede dictator (een beschrijving waar ik waarschijnlijk geen gelovige blij mee maak). Laat dat nou net mijn kritiek zijn op de eerste Dekalog: God, als die er werkelijk is in dat verhaal, handelt te hard. Ik kan weinig met dergelijke visies. Hopelijk gaat dat niet tegenstaan in de rest van de Dekalogen.

In deel 2 was God nergens te bekennen. Ik wist vooraf niet om welk gebod het ging en toen ik er zojuist achterkwam was ik nog niet veel wijzer. Ik denk dat ik nu wel snap in welk opzicht dit ging over het verkeerd gebruiken van de naam van God. De dokter mag geen Godsoordeel voeren (voor God spelen is Gods naam nogal verkeerd gebruiken) en hij doet dit dan ook niet, maar liegt in plaats daarvan. De vrouw wordt er wellicht niet gelukkiger van, maar de dokter redt wel twee mensenlevens. Best een interessante invalshoek en het eindigt niet met een straf. Maar verder is dit wel een erg droge film. Het duurt een hele tijd voordat het eindelijk lijkt te beginnen en het wil maar nooit écht op gang komen. De personages zijn weinig boeiend en het geheel voelt te koud en afstandelijk aan. Gelukkig is er één grootse scène en dat is die waarin die wesp het glas limonade uitklimt. Een simpele metafoor voor onwaarschijnlijke wederopstanding, maar erg mooi uitgevoerd. Het redt de film een beetje.
2,5*

P.S. IMDb plaats Dekalog niet meer als tien aparte films op de site, maar nu als één film, of eigenlijk een tv-serie. Gaat MovieMeter het voorbeeld volgen?

Dekalog, Dziesiec (1989)

Alternatieve titel: Dekalog X

Allereerst dacht ik dat Kieslowski een fout gemaakt had. Hij sloeg het gebod 'Gij zult geen valse idolen maken' over en maakte ineens van 'Gij zult niet begeren wat van een ander is' twee geboden: 'Gij zult niet de vrouw van een ander begeren' en 'Gij zult niet de spullen van een ander begeren'. Nou lees ik dat Kieslowski niet zozeer fout was, maar de katholieke en Lutheriaanse indeling van de geboden gebruikte, die iets anders is dan de standaard. Weer wat geleerd.

Afijn, zoals hier al vaker opgemerkt is dit het luchtigste deel van de reeks. Dat is een goede keuze, het knoopt alles met een lach aan elkaar. Het wordt nog net geen komedie en er is een serieuze ondertoon, maar het is gewoon erg leuke deze twee derderangs oplichters te volgen. Geweldig hoe het aanvankelijk om geld lijkt te gaan, maar hoe ze uiteindelijk helemaal opgingen in de postzegelverzamelwoede. De verslaving van het proberen krijgen van de laatste zegel werd bij mij erg voelbaar, alsof de obsessies van de hoofdpersonen op mij geprojecteerd werden. De ontknoping is perfect: de twee mannen lachend om een setje postzegels gekocht bij het postkantoor. Wat deze Dekalog zegt over de tien geboden is niet half zo interessant als hoe het past in het menselijke spectrum van de hele serie: niet alles is droevig en ellende, maar er valt ook wat te lachen met de mensheid. Duidelijk een van mijn favoriete delen.
4*

En nu meteen even het complete oordeel over de hele serie. De afzonderlijke waarderingen op een rijtje:

1. Dekalog 1 (3,5*)
2. Dekalog 2 (2,5*)
3. Dekalog 3 (4*)
4. Dekalog 4 (3,5*)
5. Dekalog 5 (4*)
6. Dekalog 6 (4*)
7. Dekalog 7 (2,5*)
8. Dekalog 8 (3*)
9. Dekalog 9 (3,5*)
10. Dekalog 10 (4*)

Maar de beoordeling van de serie als geheel is meer dan de som van zijn delen. Niet iedere aflevering mag dan helemaal raak zijn en het ontbreekt aan een groot meesterwerk, maar de complete Dekalog als één film heeft toch iets onweerstaanbaar. Tien microcosmossen over menselijke onhebbelijkheden die samen een macrocosmos vormen van de mensheid in veel van zijn facetten. Dat op zichzelf zou iedere regisseur nog kunnen bedenken, maar Kieslowski verdient pluspunten doordat hij zijn personages zo eerlijk neerzet. Ze hebben erg veel fouten, maar blijven sympathiek en menselijk. Wellicht is dit de reden dat Dekalog zowel koud als warm aanvoelt. Er is gewoon iets zeer bevredigends en zelfs magisch aan de hele serie als geheel.

Zonder twijfel vier sterren voor het totaalplaatje, zelfs al zou hij dat door zijn afzonderlijke delen wellicht niet verdienen.

Dekalog, Dziewiec (1988)

Alternatieve titel: Dekalog IX

Prima Dekalog, die kwalitatief ergens in het midden van de serie valt. Dit is echt een deel dat er baat bij heeft dat de hoofdpersonen enorm geloofwaardig acteren en daardoor personages creëren die ondanks hun nogal zwakke punten sympathiek blijven. Zij maken het morele dillemma rond het gebod ook weer interessant: Wie mag hier eigenlijk niet de geliefde van iemand anders begeren? Doordat ik meevoelde met de hoofdpersonen en doordat Kieslowski het allemaal geloofwaardig bracht kon ik er goed langskijken dat dit stiekem de meest cliché van alle Dekalogen is. Een film maken over jaloezie bevat al snel geliefden die zich in de kast verstoppen en telefoongesprekken afluisteren. Het is echter de uitwerking die telt. Het loopt overigens ook opvallend goed af. Stiekem had een slechter einde hier beter gepast. Kieslowski is een warmere verhalenverteller dan hij waarschijnlijk ooit toe zou geven.
3,5*

Dekalog, Jeden (1988)

Alternatieve titel: Dekalog I

Prima eerste deel van de Dekaloog, met name dankzij de sterke acteurs. Het siert Kieslowski dat hij zijn ongelovige personages niet onsimpathieker maakt dan zijn gelovige personages. Daar komt nog eens bij dat de band tussen vader en zoon erg mooi in beeld gebracht wordt. Het scheelt ook dat het jochie goed acteerd.

Ik ben niet zeker of ik het uitwerking van het gebod nu sterk vind. Leuk om de computer hier als afgod te nemen, in plaats van een meer voor de hand liggende god van een ander geloof, maar of de bekering van de vader op het einde helemaal oprecht is betwijfel ik. Misschien geloofd de vader nu wel in God, maar na zo'n rotstreek zou ik Hem waarschijnlijk niet aanbidden. Gelukkig laat Kieslowski niet al te duidelijk zien of de vader zich nu bekeert of niet.

Het is uiteindelijk wel een geslaagde introductie in de Dekalogreeks. De andere 9 delen wil ik ook wel zien, al kan dat nog eventjes gaan duren.
3,5*

Dekalog, Osiem (1988)

Alternatieve titel: Dekalog VIII

Baggerman schreef:
De saaiste tot nu toe volgens mij. Deze episode kon me maar weinig bekoren. Wèl weer de ‘engel’gezien, dit keer in de collegebanken!


Hoewel ik hem een sterke toevoeging vind aan de Dekalogserie, vond ik hem hier verkeerd gebruikt. Midden in de belangrijkste speech ineens een lang shot starten die eindigt bij dit personage leidde teveel af van wat er gezegd werd.

Freud zegt hierboven al dat dit deel vooral lijkt uit te leggen waar deze serie over gaat en dat was ook mijn gedachte. Eigenlijk had dit deel 10 moeten zijn, als afronding van het geheel, als een nadiscussie. Dekalog 2 wordt hier zelfs in besproken. Het is bijna geheel een praatfilm. Gelukkig zijn de dialogen boeiend en werkt het goed als de Dekalog over Dekalog, want verder mist de film een sterk dramatisch centrum. Ja, dat die oude vrouw in de oorlog niet de jongere vrouw als kind geholpen had is geen prettig verhaal, maar niemand lijkt iemand iets kwalijk te nemen, wellicht omdat het verhaal uiteindelijk ook gewoon goed af liep. Het gebrek aan drama zorgt ervoor dat de film een beetje voortkabbelt, maar het is verder absoluut niet slecht.
3*

Dekalog, Piec (1988)

Alternatieve titel: Dekalog V

Duidelijk een van de beste Dekalogen, ondanks dat het wellicht de meest rechtlijnige uit de reeks is. In de voorgaande films wilde Kieslowski complexere ethische vragen stellen rond de tien gebodenen bleken de films niet altijd eenvoudig te verklaren. Deel 5 is echter simpelweg een moord gevolgd door een straf. Basaler kan bijna niet. Ook het idee om 'Gij zult niet doden' aan de doodstraf te koppelen is niet bijster origineel, aangezien dat gebod erg vaak genoemd wordt in anti-doodstrafdiscussies (het werd ook al in High Noon aangehaald).

Toch is dit een uiterst effectieve film, dankzij de uitvoering. Het trage begin werkt hier beter dan ooit, omdat alle banale handelingen dankzij de filters al meteen iets naargeestigs hebben. Jacek die een droep duiven wegjaagt voelt al gelijk wat gewichtiger aan. Er zit een Hitchcockiaanse spanning in. De moord is akelig door zijn lengte, al begrijp ik dat de A Short FIlm About Killer nog wat explicieter is. De doodstrafscènes zijn vooral op hun best als de beul de strop klaarmaakt in dat kale kamertje en zodra Jacek om zijn leven schreeuwt.

Geen kritiek op de filters van mijn kant. Wellicht is het een simpele truuk, maar het wordt er wel erg naargeestig door. Wel een opvallende stijlbreuk ten opzichte van de andere Dekalogen. Verraad daarmee ook dat zijn afkomst anders is dan de voorgaande delen.

4*

Dekalog, Siedem (1988)

Alternatieve titel: Dekalog VII

Na een hele reeks geslaagde Dekalogen is dit toch wel een minder deel. Wellicht de zwakste aflevering uit de serie. Het is een aardig verhaal opzich, maar het mist zowel emotionele of intellectuele diepgang van de voorgaande werken, met name omdat de twee vrouwen rond wie het dilemma draaide op mij allebei onsympathiek overkwamen en dat heb ik nog niet gezien bij Kieslowski. En over diefstal heeft dit eigenlijk ook weinig te zeggen. Het eindresultaat is een aardige film die vooral door zijn korte lengte nog wel werkt. Waar ik bij deel 5 en 6 erg benieuwd ben naar de langere versies ben ik blij dat het hier bij één korte film gebleven is.

2,5*

Dekalog, Szesc (1988)

Alternatieve titel: Dekalog VI

Deel 6 alweer, het teken dat ik meer dan de helft heb overleefd. En het wordt steeds beter, al verkies ik vooralsnog deel 3 en 5 boven deze. Leuk hoe het gebod weer gebruikt wordt, bij een vrouw die niet eens begrijpt dat overspel überhaupt een zonde kan zijn, omdat ze niet gelooft in de liefde. Het einde is mooi ironisch. Verder een goede betrokkenheid bij de hoofdpersonen en het bljft mooi hoe Kieslowski's personages altijd tegelijkertijd ongeloofelijk slechte eigenschappen hebben en toch nooit onsympathiek neergezet worden. Dat maakt het wat menselijker. Alleen geloofde ik niet dat die jongen zo snel zelfmoord wilde plegen, maar daar kon ik me nog enigzins overheen zetten.

Ik moet overigens eens bij mezelf te rade gaan. Ik krijg geen genoeg van Hitchcocks Rear Window, Body Double is duidelijk mijn favoriete DePalma en ik vond zelfs Disturbia bovengemiddeld. Kortom: het lijkt erop dat voyeurisme mij fascineert. In de cinema tenminste.
4*

Dekalog, Trzy (1988)

Alternatieve titel: Dekalog III

Nogal lauwe reacties hier, maar van de vier dekalogen die ik tot nu toe zag vond ik dit de sterkste. De sfeer zit er sterk in, mede dankzij het vele gebruik van kerstbelichting. Dit roept een gevoel op van warmte, maar creeërt tegelijk een bepaalde afstandelijkheid doordat de inhoud nauwelijks kerstachtig is. Dat past bij het verhaal dat aan de ene kant kil, maar aan de andere kant ook goedhartig is. De twee hoofdpersonen en hun relatie vond ik zeer boeiend, maar even interessant is hoe hun verhaal in een breder perspectief geplaatst wordt. Schitterend is het moment waarop de man op het begin als kerstman zijn huis binnengaat, waarbij de hoofdpersoon van deel 1 tegen het lijf loopt. Die heeft dus net zijn zoon verloren en kijkt vervolgens weemoedig door het raam naar het kerstfeest dat er plaatsvind. Het einde pakte me ook in zijn eenvoud: we hebben een goed gevoel over hoe de hoofdlijn is verlopen, maar zien dat de vrouw van de hoofdpersoon de hele nacht heeft zitten wachten geeft er een vreemde melancholie aan. De film is als een warme douche waar af en toe ijskoud water uitkomt, alleen dan bevredigender.

Dat er weinig gedaan wordt met het centrale gebod boeit me niet zo. 'Gedenk de sabbathdag' is nou niet bijzonder dramatisch (heb het ook altijd een irrelevant gebod gevonden).
4*

Dellamorte Dellamore (1994)

Alternatieve titel: Cemetery Man

Nogal een verrassende film, op veel gebieden. Ik had niet echt bijzondere verwachtingen hiervan moet ik toegeven. Ik had me zelfs nauwelijks georiënteerd op wat het was en me gewoon op de lijst van de Pakketservice gezet. Eenmaal in de post bleek het een zombiefilm te zijn, geen favoriet genre van mij. En dan zet je de film aan en krijg je... iets anders.

Ja, het is een soort zombiefilm, maar wel een bijzonder afwijkende. De filmstijl is bijna cartoonesk. De hoofdrolspeler spuwt constant negatieve en zware filosofie uit en citeert gedichten. Er is geen spoor te bekennen van een conventionele verhaallijn of opbouw, noch van enig horrorcliché, buiten dat het donker oogt en er smerige dingen gebeuren. Eng zou ik het dan ook allemaal niet willen noemen, maar het is bijzonder fascinerend. Toegegeven, ik had erg veel moeite met de hak-op-de-tak-manier van waarop het verhaal verteld wordt en ook dat het de behoefte voelt om ieder kwartier van richting te veranderen, maar ik kan me onmogelijk voorstellen dat iemand dit ooit saai vind worden (noot: Wibro blijkt het volgens zijn recensie saai te vinden, maar het verbaast me dat hij het slechts ziet als een film waarin een man zombies en mensen neerschiet; de context van al die "pangen" gemist?). Dit is een van die zeldzame films die het in zijn hoofd gehaald lijkt te hebben dat iedere seconde iets nieuws moet bieden: een bizar shot, een maffe quote, een grap, noem maar op. De grappen zijn overigens vaak niet eens zozeer grappig als wel leuk gevonden. Al met al is het een wilde rit, waarin een lijk dat met motor en al uit zijn graf rijdt nauwelijks nog verbazingwekkend is.

Ik vond het in ieder geval ontzettend vermakelijk om het aan me voorbij te zien trekken, maar Soavi lijkt meer aan zijn hoofd te hebben gehad dan lompe onzin. Het verhaal is vaag, de hoofdrolspeler filosofeert een hoop en men is hier ook niet vies van hooggegrepen verwijzingen naar van alles, inclusief beeldcitaten van Citizen Kane en Vertigo. Het is erg leuk om het internet af te zoeken naar wat andere mensen van dit alles maakten, want dit is bij uitstek een film waarin iedereen er iets totaal anders in ziet. Ikzelf dacht dat het erover ging dat mensen door het leven slaapwandelen, waarbij het nauwelijks uitmaakt of ze dood of levend zijn. De meeste van die zombies zijn dan ook niet hersendood, maar behouden hun geheugen en karakter van toen ze levend waren en willen gewoon verder gaan waar ze gebleven waren, met als bonus dat ze ook nog eens op mensenvlees uit zijn. Francesco lijkt het leven ook zo uitzichtloos te bekijken, maar lijkt even verlossing te vinden in de liefde, maar dat loopt geheel in lijn van gotische horror helemaal mis. Zelfs weggaan helpt niet, want er is hier letterlijk geen uitgang van een nihilistisch bestaan, al lijkt Fransesco wat inzicht te krijgen in zijn vriendschap met Gnachi. Er zit echter zoveel in de film dat het moeilijk is om een geheel sluitende verklaring te geven zonder het geheel shot voor shot te analyseren en ik betwijfel of dat de moeite waard zou zijn. Een compleet coherente film leek dit niet bij de eerste kijkbeurt.

Het doet er ook niet veel toe, want Dellamorte Dellamore werkt het beste op het moment en het is vooral de unieke sfeer die pakkend is, gecombineerd met een enorme drang naar creativiteit die op ontploffen lijkt te staan. Je zou voor minder genoegen nemen. Dat de film ergens ontspoort is bijna onvermijdelijk (sterker nog, er zullen ongetwijfeld kijkers zijn die het geheel ontspoort vinden en geef ze eens ongelijk) en wat mij betreft werd het iets minder toen Fransesco mensen begonnen te vermoorden, naast de zombies. Gelukkig was de laatste scène dan wel weer grandioos.

Mijn score is 3,5*, maar dit lijkt me een potentiële groeier. Eerlijk gezegd is het alweer een aantal maanden geleden dat ik voor het laatst een film zag die me zo fascineerde en bezig hield. Een herziening is nodig om misschien werkelijk tot een conclusie te komen over Dellamorte Dellamore, maar het is op zijn minst een zeer aangename verrassing gebleken.

Demoiselles de Rochefort, Les (1967)

Alternatieve titel: The Young Girls of Rochefort

Tijdens de twee openingsscènes, op die zweven pont en op het plein, dacht ik heel even kort zomaar een vijf sterrenfilm te hebben gestart. Die twee dansen behoren toch wel makkelijk tot het beste wat ik op musicalgebied gezien heb. Niet eens omdat iedereen perfect synchroon danst, want dat is niet zo. Het is meer dat die scènes een geweldig gevoel voor ritme hebben en alle dansers daarin zowel een geheel vormden als ook individueel schitterden. De scènes zijn vederlicht, maar je merkt meteen dat je in handen bent van een regisseur die het gevoel van muziek ook echt kan visualiseren.

Helaas, de rest van de film is maar sporadisch zo sterk en eigenlijk zijn die twee scènes ook gewoon het hoogtepunt. Gewone dialogen of verhalende liedjes zonder dans zijn dan haast niet meer welkom, maar nemen toch voornamelijk de leiding. Niet dat dit enigszins slecht gedaan is, maar buiten de fleurige aankleding en het gevoel voor rijm in de liedjes springt het er zelden uit. Gelukkig heeft de film als geheel wel die prettig lichte toon die op het begin gezet wordt. Meer zomers dan dit kun je ze nauwelijks maken en het is ook wel een plezier om acteurs te zien die allemaal door de luchtigheid gegrepen zijn en met waarschijnlijk vlinders in de buik over het scherm blijven bewegen.

Ik wist trouwens niet dat Gene Kelly hierin zat. Heb ik zijn naam gemist bij de openingscredits of was hij gewoon een geheime toevoeging? Aangename verrassing in ieder geval. George Chakiris, vooral bekend van zijn Oscarwinnende bijrol in West Side Story, kan hier ook weer zijn kunsten vertonen. Zijn carrière is ondanks die Oscar nooit helemaal verder van de grond gekomen, dus het is al leuk om te zien dat hij in ieder geval nog eenmaal kon laten zien wat hij waard was. De casting van Deneuve en Dorléac als zussen is makkelijk, maar geïnspireerd (ik kwam er pas naderhand achter dat ze ook in het echt zussen waren) en Danielle Darrieux is altijd een goede toevoeging.

Apart einde wel. Deneuve en die kunstenaar worden heel lang uit elkaar gehouden en alleen in het laatste shot zien we hem als lifter in een vrachtwagen stappen waarin ook Deneuve zit. Hun daadwerkelijke ontmoeting krijgen we nooit te zien. Gewoonlijk zou ik dat soort subtiele dingetjes waarderen, maar hier niet echt. Daarvoor hadden we een uitgebreide scène waarin alle andere koppels op een plein zagen dansen. Gezien het genre hadden Deneuve en haar vriend er toch bij betrokken moeten zijn. Een gemiste kans.

Kleine kanttekeningen terzijde is dit toch vooral een heerlijk, luchtige musical met zeer fijne muziek en een kleurrijke aankleding. The Umbrellas of Cherbourg zag ik een aantal jaren geleden, maar lied me toen koud. Is ook serieuzer dan deze natuurlijk, maar misschien moet ik die toch herkansen.
4*

Dersu Uzala (1975)

Alternatieve titel: Дерсу Узала

Mijn eerste Kurosawa-film en hij is me niet tegengevallen, maar het is ook weer niet honderd procent wat ik ervan verwacht had. Dit ligt grotendeels aan het feit dat ik een versie met Engelse stemmen heb moeten kijken. Hoewel het nog niet eens zo slecht gedaan was stoort het soms wel. Ook kun je zo de acteerprestaties niet helemaal goed beoordelen. Al moet ik zeggen dat Maksim Munzuk wel erg leuk gecast is als Dersu. Een rol die je al vanaf de eerste seconde vastpakt.

Kurosawa lijkt er vooral veel plezier in gehad te hebben om veel natuurbeelden te maken. Wat dat betrefd komt de film niks te kort en is hij soms erg inrukwekkend. Vooral mooi vond ik de scène waarin Dersu en de kapitein van dat hoge gras aan het kappen zijn. Schitterend staaltje cinematografie. Echter, en nu komt het grootste probleem van de film, soms gaat Kurosawa iets te ver met het schieten van indrukwekkende beelden. Hij kan echt minutenlang de camera op een stel lopende mannen gericht houden of zelfs op helemaal niets. Hoewel dit aan de ene kant de film iets grootser maakt en het wat meer gevoel van avontuur geeft, duurt het soms wel erg lang voordat het verhaal weer verder gaat.

En het verhaal is goed, laat daar geen misverstand over bestaan. Jammer eigenlijk dat het stuk in de 'beschaafde' wereld een stuk korter duurt dan de avonturen in de jungle. Ik vond de scènes waarin Dersu haast gevangen zit erg aangrijpend en mooi.

3,5*

Des Hommes et des Dieux (2010)

Alternatieve titel: Of Gods and Men

Aanvankelijk lijkt het een soort Black Narcissus met monniken in plaats van nonnen te worden, met de geestelijken op een locatie waar ze niets te zoeken lijken te hebben. Een film over westerse arrogantie en kolonialisme wordt het echter nauwelijks. Integendeel, de monniken worden toch vooral integer in beeld gebracht. Ze hebben zo hun fouten, maar zijn grotendeels vriendelijk en behulpzaam. Ze leven vredig samen met de moslims en proberen hen niet te bekeren. Dat maakt het ook wat makkelijk om in de film en zijn kalme sfeer te komen. Het heeft iets sympathieks allemaal. Totdat de terroristen bruut hun entree maken. Dan wordt het een vreemde mix tussen spanning en sereniteit. De grootste prestatie hier is dat die mix compleet werkt, zowel de suspense als de spiritualiteit komt tot zijn recht. Het is een interessant dilemma, moeten de monniken blijven bij hun missie of wegrennen voor de terroristen? Alle argumenten worden goed belicht, waardoor je de keuze om te blijven uiteindelijk kunt begrijpen, terwijl tegelijk de vraag blijft hangen wat je zelf zou doen. Regisseur Beauvois richt zich op het alledaagse en slaat alles rustig gade. De acteurs zijn ook allemaal naturel en ingetogen.

Het is daarom ook jammer dat er op het laatste moment nog naar gemakkelijk sentiment gegrepen wordt. Dat laatste avondmaal, met die ontegenzeggelijk prachtige muziek uit het Zwanenmeer, past totaal niet. Te dik aangezet voor deze film. Daarnaast komt het te zelfbewust over, alsof de monniken wisten dat ze in de volgende scène gegrepen zouden worden, iets wat alleen de regisseur weet. Ik weet niet waarom Beauvois ineens de indruk kreeg dat hij toch nog even moest gaan tranentrekken. Het wekte tevens alsnog de indruk dat de film makkelijker is dan hij lijkt. Hoe goed de uitvoering ook is, echt spiritueel wordt hij niet. Als stukje geschiedenis mist het detail en hetzelfde geld ook voor de film als maatschappelijk drama. De film had ook wat meer kunnen snijden. Nu blijft het een mooi portret van een stel monniken, maar zat er niet meer in?
3,5*

Descendants, The (2011)

Met About Schmidt en Sideways bewees Payne zich voor mij als een grootmeester van pijnlijke komedies. Of zijn het geestige drama's? Hoe dan ook, weinig regisseurs weten zo fijn karakteruitdieping te mixen met een gezonde portie wantrouwen en cynisme en toch humanistisch te blijven. The Descendants is een film in dezelfde traditie, al is hij wel wat milder gestemd dan zijn voorgangers. Het bijtende is er wat uit en de humor nadrukkelijker. Dat maakte hem voor mij toch ook net wat minder dan Schmidt en Sideways. De vermindering van cynisme (gelukkig nooit helemaal afwezig en er is in ieder geval genoeg ironie) stoorde mij dan nog niet echt, maar ik vond de grappen er soms wat over gaan.

Vooral het personage van Sid zei dingen die vooral bedoelt waren om even met wat humor op adem te komen, maar ik vond zijn opmerkingen te flauw en eigenlijk ook wat te dom, zelfs voor zijn karakter. Sowieso is Sid een zeldzaam geval van een zwakke karakteruitwerking van Payne, alsof hij niet weet wat hij er mee aan moet. Zodra Sid zijn verplichte serieuze moment op de bank heeft gehad waarin hij uitgediept wordt verdwijnt hij meteen naar de achtergrond. Hij loopt nog door de hele film rond, maar nu hij serieus is gemaakt krijgt hij nauwelijks nog grappen en is zijn rol overbodig. Ik moet eerlijk bekennen een tijd nodig gehad te hebben om in de film te komen en naar mijn gevoel waren het de nadrukkelijke grappen in de eerste helft die daar de oorzaak van waren.

Dit is dan ook een Paynefilm die voor mij bijna geheel teerde op het drama en daar gelukkig goed mee weg komt. Natuurlijk is het verhaal voorspelbaar, maar Payne redt zich eruit door het allemaal ontzettend geloofwaardig te brengen. Het meest onder de indruk was ik in de manier waarop de relatie tussen vader en dochters gebracht werd. Het had iets vertrouwds, iets echts. Het herstellen van de band tussen dit trio is een belangrijk plotonderdeel, maar voelt nooit als een zodanig aan. De manier waarop de meiden met hun vader omgaan is niet een van complete vervreemding maar ook een van acceptatie, alsof ze die man daadwerkelijk allang kennen en weten dat hij een onderdeel van hun leven is. Iets wat in zo'n beetje in alle films over zo'n onderwerp ontbreekt. Het herstel van de relatie gaat dan ook zo vloeiend, zonder verplichte grote scènes en heftige emoties, dat ik bijna mijn adem inhield bij de laatste scène op de bank, die typerend is voor de briljante eenvoud van het drama in de gehele film.

Zo weet Payne bijna alles in de film (Sid uitgezonderd te balanceren). De manier waar toegewerkt wordt naar de verplichte scène waarin Clooney niet het contract tekent is op een zelfde manier subtiel, waardoor het aan het einde niet meer valt te zeggen of hij uit haat voor die man met wie zijn vrouw vreemd ging zijn contract verbreekt of uit liefde voor de omgeving (het is natuurlijk beiden). Misschien wel de grootste prestatie van de film was dat ik met een brok in mijn keel zat tijdens de scène waarin het as werd uitgestrooid over de zee. We hebben niet veel positiefs gehoord over de vrouw, dus waarom zou ik bedroefd zijn bij haar dood. Ik weet niet hoe de film dit deed. De cast is goed, maar niettemin is dit de show voor Clooney en Woodley die het allemaal spelen zonder ook maar iets er dik bovenop te leggen. Als Clooney de Oscar wint voor deze rol is het wellicht de meest naturelle performance die ooit die prijs, er zit werkelijk geen grammetje vet aan deze acteerprestatie. Als laatste is er nog de geheime troef genaamd Hawaii. De omgeving wordt mooi gebruikt voor de sfeer (inclusief de shirts), maar het wordt ook knap emotioneel ingezet door een bijzonder mooi shot van een beboste berg te tonen na het uitstrooien van de as. Daarbij vond ik het erg goed werken dat het constant lijkt alsof het bijna gaat regenen.

Qua drama is dit dus een meesterslag van Payne, zo goed als zijn voorgangers, maar de flauwe humor en het haperende eerste uur houden me van een score voor een meesterwerk af. Niettemin mag Payne van mij doorgaan met dit soort onsentimentele karakterdrama's maken. Is toch wel een eigen stem in Hollywood.
4*

Descent, The (2005)

Op het eerste gezicht niet helemaal mijn film, aangezien ik geen horrorliefhebber ben, maar ik moet toegeven dat The Descent mij wel wist te overtuigen. Ik vreesde er aan het begin wel wat voor, toen we weer zo'n lange en wat saaie introductie van de personages kregen en de schrikmomenten geforceerd gebracht worden, bijvoorbeeld door zo'n droomscène. Nogal typisch allemaal, al is het voordeel dit keer dat de onderliggende spanning tussen Sarah en Juno hier uiteindelijk wel een rol speelt.

Uiteindelijk is de afdaling van de titel letterlijk te nemen, maar ook duikelt Sarah's geestelijke gesteldheid steeds meer de afgrond in. Ik denk niet dat ze zich alles verbeeld, maar dat de horror gewoon een symbolisch als een parallel van wat Sarah psychologisch ondergaat gezien moet worden. Dit geeft de film toch wel iets extra's. Het gaat dan om meer dan monsters in het duister en vooral de laatste paar scènes voelen daardoor wat gruwelijker aan.

De monsterscènes zijn trouwens zeer effectief gedaan. Een film die zich in zo'n duistere locatie afspeelt oogt als snel te donker, maar je merkt dat hier gewoon een goed filmteam achter zit die alles goed uitgedacht hebben en er voor zorgde dat de kijker het overzicht nooit kwijtraakt. Marshalls grootste verdienste is dan ook die van een goed vakman, die weet hoe hij iets met maximum effect weet te brengen. Ook het meest direct claustrofobische moment, als Sarah vastzit, komt zo goed over. Voor mij persoonlijk enger dan 100 monsters overigens.


Best een goede horror dit. Niet de gruwelijkste of engste misschien, maar ik val toch niet snel voor de meer extreme uitschieters in dit genre.
3,5*

Despicable Me (2010)

Alternatieve titel: Verschrikkelijke Ikke

Despicable Me heeft een nadeel waarvan ik voor ik hem zag al wist dat hij hem had: ik zat niet zo te wachten op de twist dat Gru ineens een goedzak zou worden, dankzij de weesmeisjes. Zo'n animatieschurk is toch het leukste als hij de schurk blijft. Op zijn beste momenten doet Despicable Me mij denken aan het werk van Chuck Jones en Gru had een goede moderne Wile E. Coyote kunnen zijn, met zijn vergezochte plannetjes tot kwaadaardigheid. Zo goed wordt het allemaal niet, maar niettemin is dit een vermakelijkere animatiefilm dan wat Dreamworks maakt, al ligt het ver beneden het Pixarniveau. Het 'hart' dat Amerikaanse animatiemakers zich kennelijk verplicht voelen om in een film te stoppen wordt op te voorspelbare wijze toegevoegd, zelfs al is het hier redelijk gedaan. Ah wel, de humor werkte over het algemeen goed (maar alsjeblieft, de oude vrouw die aan karate doet heeft nu wel haar tijd gehad als grap), dus erg veel heb ik niet te klagen. Zeer aangenaam, niets bijzonders.
3*

Despicable Me 2 (2013)

Alternatieve titel: Verschrikkelijke Ikke 2

Despicable Me was altijd al een moeilijke film om een vervolg op te maken, omdat het verhaal draaide om een superschurk en als die aan het einde dan het goede pad opgaat ben je je concept kwijt en daarmee de aantrekkingskracht van het origineel. Mijn oplossing, buiten geen vervolg maken om, zou zijn om gewoon een prequel te maken. Hier wordt ervoor gekozen om Gru gewoon tot held te bombarderen. Ik had enige hoop dat het plot erom zou draaien dat Gru weer verleidt zou worden door het kwaad (ook niet per se origineel, maar goed) of dat hij in ieder geval enorm cynisch zou zijn in zijn heldenrol, maar helaas blijft het erg braaf.

Je merkt gewoon aan alles dat de makers ook niet zo goed wisten wat ze hier nou mee aan moesten vangen en het voelt daarnaast ook nog als een haastklus aan. De animatie is mooier, maar dat lag in de lijn der verwachting en verder is niets beter hier. Het eerste deel vond ik ook niet meteen bijzonder, maar had zo zijn charme, mede dankzij de personages. Één daarvan is nu totaal verandert (Gru dus) en voor de rest leek nauwelijks een plot gevonden te zijn. Nefario is er met de haren bijgesleept, wat nog acceptabel is, maar het is bizar dat twee van de drie weesmeisjes praktisch niets te doen hebben. De oudste van het stel krijg nog een zijlijn rond een eerste liefde, maar dat leidt nergens toe (dat de zoon van de schurk compleet vergeten wordt in het laatste deel van de film is vreemd, maar typisch voor deze film). De tweede oudste en wat mij betreft grappigste van het stel, komt er nog bekaaider van af, met nauwelijks een paar zinnen tekst. Alles hangt nu af van de jongste, die compleet voor het sentiment wordt ingezet. Ik had er weinig mee.

Ook had ik weinig met de nieuwe personages. Kristen Wiigs love interest komt niet uit de verf en wederom lijkt niemand geweten te hebben wat ermee aan te vangen. Zo'n scène waarin zij muffins karakteklappen geeft is bijna beschamend, vooral omdat het uit het niets komt. Erger is nog de schurk, een complete non-entiteit die totaal niet uitgewerkt werd. Sowieso vreemd dat er niet meer met het mysterie rond zijn aard gedaan werd. In totaal één andere verdachte. Het enige effectieve nieuwe karakter was de kip. Ook meteen verreweg de meest dreigende schurk en dat is toch wel triest.

Boven alles krijgen we echter meer minions. Ik vond die al wat tegenvallen in deel 1, maar ze hadden hun charme, maar dat charme wordt hier verspeeld. De minions worden hier ingezet als een soort filler om het slecht uitgewerkte plot te verhullen. De personages zijn nu wat meer zelfbewust grappig, alsof ze weten dat ze voor een groot publiek optreden. Dat maakt ze wat mij betreft vervelender.

Ach, helemaal vervelend is dit nu ook weer niet. Als een mindere cartoon werkt het nog enigszins en het kijkt weg. Maar het is ook een serie die bij zijn tweede deel al zijn complete aantrekkingskracht verloren heeft. Kennelijk komt er een complete minionfilm aan. Waarschijnlijk nog een slechter idee dan dit.
2*

Detour (1945)

Weinig filmgenres hebben er baat bij als ze goedkoop ogen. Zeker niet de musical, het epos of de oorlogsfilm. Sciencefictionfilms komen erdoor ook vaak nogal sullig door over. Liefhebbers van b-horrorfilms vallen echter vaak voor het goedkope uiterlijk van hun favoriete films. Dat is ergens wel logisch, het onafgewerkte, groezelige en lelijke filmmateriaal wekt de indruk dat de levens van de personages nog minder waard zijn. Zo werkt het eigenlijk ook bij een film-noir als Detour. De twee hoofdpersonen behoren tot het allerlaagste uitschot. Het zijn geen criminelen, want als ze een misdaad zouden plegen zouden ze alsnog iets berijken. Dit zijn mensen die verdoemt zijn om alles zien te mislukken, zelfs als ze niets doen. Het is alleen daarom al toepasselijk dat de film zelf eruit ziet alsof Ulmer hem niet zozeer gefilmd heeft als wel gewoon in goot gevonden heeft. Restauraties zijn leuk en aardig, maar Detour ziet er uit zichzelf al zo goedkoop uit dat een verouderd, groezelig filmbeeld alleen maar wat toevoegd.

Dit is een nare film. Het fatalistische thema is vrij standaard voor de noir, maar toch lijkt Detour duisterder en pessimistischer dan de meeste genregenoten. Ik kan niet goed uitleggen waar dat aan ligt. Het plot hangt van absurditeiten aan elkaar, maar is op een bepaalde intrigerend en indringend. Die telefoonmoord slaat rationeel gezien nergens op (waarom trekt die vent niet gewoon de stekker uit het stopcontact?), maar een meer conventionele moord zou voor een b-film slapper zijn. Visueel wisselt het van lelijk tot mooi. Ook de dialogen zijn soms absurd slecht, maar zijn vaak toch ook weer erg sterk op een pulpy manier. De twee hoofdacteurs leveren niet bepaald topprestaties af (hoe kan dat ook als je een film van 67 minuten moet schieten binnen 6 dagen?), maar passen toch perfect bij hun rollen. De trieste blik van Tom Neal en het feekserige uiterlijk van Anne Savage met haar haast sissende uitspraak zijn hier gewoon goed op hun plaats.

Het is een film met enerzijds veel mankementen, maar anderzijds is het een soort meesterwerk. Niet zozeer eentje van het geniale soort, maar wel van een ander soort. Welk soort weet ik alleen niet precies. Gewoon van zijn eigen soort.
4*

Deus e o Diabo na Terra do Sol (1964)

Alternatieve titel: Black God, White Devil

Ik keek al een tijdje uit naar deze film. Hij bleek helaas niet zo goed te zijn als ik gehoopt had, maar het is verder toch een interessante film, met een aantal gedenkwaardige scènes en personages.

Een van de meest opvallende elementen aan de film is de montage. Er zit een soort speelsheid in die zeker begin jaren '60, met de nouvelle vague op zijn hoogtepunt (al is het werk van Eisenstein waarschijnlijk de hoofdinvloed), weer erg hip was. Er wordt dan bewust gekozen voor een montage die de continuïteit doorbreekt, voor een wat poëtischere beeldtaal. Ik ben er niet de grootste fan van, omdat het vaak nogal bedacht overkomt in plaats van organisch, maar bij deze film werkt het soms wel. Evenals het camerawerk. De film moet het op dat gebied vaak meer hebben van bijzondere locaties, maar af en toe zit er een sterk shot in. Met name de scène waarin die zwarte priester vermoord wordt is mooi belicht. Ook het laatste moment, waarop Manuel wegvlucht voor Antonio des Mortes is schitterend.

Het verhaal is interessant, ondanks dat er volgens mij heel wat symboliek aan mij verloren gaat. Schijnbaar zitten er nogal wat verwijzingen in naar Braziliaanse mythes en legendes, maar daar weet ik zo goed als niets vanaf. Dessalnietemin is de reis van Manuel en Rosa langs de verschillende onbetrouwbare figuren boeiend om te volgen, ondanks een wel erg laag tempo. Jammer alleen dat de personages toch vooral typetjes blijven en er niet echt mee valt mee te leven.

Het is een moeilijke film om te recenseren en toegegeven ook om te waarderen. Niet alles heeft de tand des tijds even goed doorstaan, maar de film heeft nog steeds een bepaalde kracht en mystiek die het de moeite waard maakt om te bekijken. Het beste dat ik mensen hierover kan vertellen is ze aan te raden het zelf maar te gaan zien.
3,5* en stiekem toch wel benieuwd naar Antonio das Mortes.

Deux Jours, Une Nuit (2014)

Alternatieve titel: Two Days, One Night

Ah, de sociaal-realistische, Belgische, minimalistische versie van High Noon. Het moest er eens van komen.

Net als die film bevat Deux Jours, Une Nuit een simpel plot met een ietwat extreme situatie waardoor de boel meteen op scherp staat. Vervolgens moet de hoofdpersoon een hele reeks personages bezoeken en om hulp vragen, ondanks dat hij/ zij weet dat wat hij/ zij vraagt in zekere zin onredelijk is en niemand hem/ haar graag ziet aankomen.

In dit geval kun je stellen dat de positie waarin de hoofdfiguur verkeerd wat al te extreem is. Een stemming onder het personeel waarin besloten wordt of een collega blijft werken of dat ze allemaal een salarisverhoging krijgen is niet een situatie die iemand waarschijnlijk ooit meemaakt al hebben de Dardennes het kennelijk uit het leven gegrepen. Hoe dan ook, ik nam de onwaarschijnlijkheid van dit gegeven maar even voor lief en gelukkig maar, want het bleek zeker de moeite waard te zijn.

Mede natuurlijk door de sociaal-economische situatie die hier getekend wordt en die onvermijdelijk erg actueel is. Vooral fijn genuanceerd op dit gebied. In tegenstelling tot Wibro zou ik dit nooit een film over egoïsme noemen. Het ligt dieper dan dat en de Dardennes erkennen dat en laten alle kanten van het verhaal zien. Van mensen die inderdaad egoïstisch zijn naar enorm solidaire collega's, maar vooral het enorme grijsgebied. Niet iedereen die tegen Sandra stemt is een egoïst. Integendeel, want veel mensen verdienen niet alleen geld voor zichzelf, maar ook voor hun gezin. Voor Sandra stemmen is dan net zo egoïstisch als ertegen.

De Dardennes voelen dit goed aan en het is interessant om zoiets te zien, maar als dit het was had ik Deux Jours, Une Nuit meer gezien als een film als Gentleman's Agreement: een boeiende uiteenzetting van een sociale situatie, maar niet iets dat uitstijgt boven slechts sociaal commentaar. De Dardennes geven er echter nog een extra lading aan mee, want Sandra is net over een depressie heen, maar staat nog niet sterk in haar schoenen. In veel andere handen was dit een sentimentele truc geweest, maar de Dardennes weten hoe ze dit soort psychologische spanningen geloofwaardig moeten brengen en leveren op de koop toe ook een commentaar af over de emotionele en geestelijke problemen die zo'n crisis veroorzaakt (wat zou dit een fascinerende double-bill zijn met The Wolf of Wall Street). De Dardennes kozen hier wijselijk voor een professionele actrice en Cotillard speelt de pannen van het dak. Vanaf het moment dat ze de eerste collega opbelde en tijd nodig had om haar woorden te vinden was ik verkocht.

In feite is dat voor mij op de eerste plaats de reden dat ik deze zo waardeer. Ik zag zelden zo'n goed portret van sociale angst, evenals de extreem moeilijke manier om daar toch een weg mee te vinden. Er worden geen trucjes voor gebruikt, geen groots acteerwerk, geen extremiteiten, maar gewoon subtiel, zonder iets aan heftigheid in te leveren. Vooral de manier waarop de angst door een goed gebaar slechts een beetje wegebt, maar weer compleet hersteld wordt na een nare confrontatie is een sterke observatie.

Aangrijpend materiaal dus. Dat dit voortkomt uit materiaal dat bijna automatisch pakkend is doet niets af aan de intelligentie waarmee de Dardennes dit aanpakken.
4*

Dheepan (2015)

De Gouden Palm had intussen al een tijdje een interessant rijtje films opgeleverd. Even ongeacht wat ik zelf van de films vond waren het wel allemaal veel klinkende en veel besproken titels. Voor de laatste film die niet echt veel losmaakte moet je terug naar Entre les Murs of misschien zelfs The Wind That Shakes the Barley. Dheepan verbreekt toch wel deze reeks, even ongeacht van wat je van de film zelf vindt. Erg veel lijkt hij niet los te maken en de prijs heeft zelfs op MovieMeter niet echt er voor gezorgd dat veel mensen hem gingen gezien.

Wat mij betreft is de gelaten reactie terecht. Ik vind het eigenlijk een totaal onopmerkelijke film. De kritiek ligt al snel bij het begin, maar ik vond het over de gehele speelduur niet bijzonder indrukwekkend. Zeer goed gespeeld door de hoofdcast, dat wel, maar het verhaal is wat voorspelbaar en de film heeft weinig eigen identiteit. Er zijn gewoon betere films over vluchtelingen gemaakt. Er zit nog een zekere spanning in die bij dit type verhaal komt kijken de relatie tussen de man en de vrouw is wel de moeite waard, maar juist die criminele randpraktijken nauwelijks.

Daardoor is de climax ook wel zwak, eigenlijk gewoon slecht. Vreselijke keuze van Audiard om de camera zo dichtbij Dheepan te houden. Misschien wilde hij het daardoor intiemer maken, of gemakkelijk geweld buiten beeld houden, dat kan en mag. Maar het werkt ook ongeloofwaardigheid in de hand. Dheepan moet heel lang opzichtig lopen over een veld naar zijn vijanden. Dat ze hem allang gespot zouden hebben wordt door de stijl buiten beeld gehouden. Door geen gevoel voor ruimte te creëren lijkt Audiard de makkelijke overwinning van Dheepan op zijn tegenstanders te kunnen verkopen, maar ik vond het ongeloofwaardig en bijna te veel Rambo. Nog slechter was dat zoetsappige slot waarin Dheepan en z'n nieuwe gezin een eigen stekkie gevonden hebben en gelukkig zijn. Vreemde keuze om iedere hint van duisternis uit zo'n slot te filteren.

Zelfs als compromiskeuze voor de Palm is dit wat teleurstellend. Het is gewoon een onopvallende film wat mij betreft.
2,5*

Di 36 Ge Gu Shi (2010)

Alternatieve titel: Taipei Exchanges

Een lief klein filmpje: er is geen andere manier om Taipei Exchanges te omschrijven. Het is enorm onthaastend. Er gebeurt niets van belang en het is lastig om dat in een fijne film om te zetten, maar als het werkt is het gewoon heerlijk relaxed. Af en toe dreigt overmatige schattigheid de overhand te nemen, maar gelukkig blijft het binnen de perken. Ik had ook misschien graag iets meer scènes gehad zoals die ene waarin Josie dat verhaal vertelde aan de stewardessen. Echte uitwisselingen blijven teveel afwezig, terwijl de film daar echt speciaal had kunnen worden. Het maakt niet uit, een film over een cafeetje is soms gewoon genoeg. De enige serieuze klacht die ik heb is dat ik hem te laat keek om er nog koffie bij te kunnen zetten. Maar goed, daar kan Ya-chuan Hsiao ook niets aan doen.
3,5*

Di Renjie (2010)

Alternatieve titel: Detective Dee

Ik ben blij dat Onderhond al de link legde met Sherlock Holmes, want Detective Dee doet toch wel sterk denken aan Guy Ritchies versie van die detective. Sowieso is dit één van de meest Hollywoodiaanse films die ik ooit uit Azië heb zien komen. Misschien is dit Hark Tsui eigen (dit is de eerste film die ik van hem zie) en Hong Kong houdt allang haar ogen strak gericht op Hollywood, maar toch. Dit is best een typisch Hollywoodspektakel, op gebied van hoe het gefilmd is, de montage, de nadruk op CGI en de muziek. Alleen dan in een zeer Chinese setting, met ditto acteurs.

Maar als het een Hollywoodfilm zou zijn dan zou het wel tot de betere behoren. Dit is namelijk een erg vermakelijk filmpje, met een hoog tempo waarin geen tijd is om op adem te komen, laat staan je te vervelen. Er zitten wat zwakke momenten tussen (een gevecht tegen herten is het dieptepunt) en van een detective verwacht ik een wat betere ontknoping (voorspelbare bad guy met een wel erg slappe motivatie), maar over het algemeen is dit zeer te genieten. Vooral dat gevecht in die ondergrondse rivier mocht er echt wel zijn. Hark Tsui is vooral goed in het aanbrengen van een dynamiek in de gevechten, ze lijken echt te vliegen. Ook heeft hij er een leuke cast voor weten te verzamelen, waarbij Chao Deng de show steelt.
3,5*

Dictator, The (2012)

In loving memory of Kim Jong-Il

Even vooropgesteld: ik heb goed gelachen om The Dictator. Gewoonlijk is dat voor een komedie genoeg om op zijn minst een voldoende te krijgen, maar bij The Dictator konden zelfs de lachers niet een gevoel voor teleurstelling onderdrukken. Is dit alles wat Sacha Baron Cohen uit dit gegeven haalt? Hij heeft natuurlijk het nadeel dat hij Borat gemaakt heeft, een film die briljant stompzinnige humor met werkelijk bijtende satire wist te combineren. The Dictator doet het vooral met de stompzinnigheid. Dat is geen al te grote ramp, aangezien Cohen een bijzonder talent heeft voor smakeloze humor, die hij soms op creatieve wijze weet te brengen (hoeveel films bestaan er met een shot vanuit de baarmoeder, waarin iemand naar binnen kijkt en een mobieltje ziet?).

Echter is dit ook een film over deze tijd, met als hoofdpersoon een dictator die duidelijk op figuren als Kim Jong-il en Kadaffi zijn geënt, evenals dat er thema's aan bod komen over de betekenis van democratie, over de vrees voor terrorisme en islamhaat in het algemeen. Dankzij Borat weten we dat Cohen en zijn vaste regisseur Charles hier iets mee kunnen, maar dat doen ze nauwelijks. De nadruk ligt teveel op puberale seks- en strontgrappen die niets met de thematiek te maken hebben. Verder zijn de vele beledigingen aan zwarten, joden, gehandicapten, homo's en vrouwen ongeveer hetzelfde als die in Borat ook al gebruikt werden. Het veilige verhaallijntje helpt ook niet mee. Ik kreeg de indruk dat Cohen werkelijk de boel op z'n kop wilde zetten met The Dictator, maar het heeft zelden bijt. Zelfs de eindspeech over democratie is net iets te voor de hand liggend om werkelijk geniaal gevonden te worden. Het eindresultaat is een zwarte komedie die niet zwart wordt. En zelfs de smerige humor was in Bruno wat creatiever.
2,5*

Die Hard 2 (1990)

Alternatieve titel: Die Hard 2: Die Harder

Toch weer een erg vermakelijk filmpje, eigenlijk tegen mijn verwachtingen in. Hoewel ik Die Hard 2 de minste uit de serie vind, kon ik er toch wel weer van genieten. Willis is gewoon perfect voor deze rol en een van de weinige pure actiehelden die ik echt leuk vind. De actie is zoals het hoort top, met vermakelijke hoogtepunten als de schietstoel en de laatste confrontatie. Met verstand op nul zeer genietbaar. De film gaat over de top, maar nooit op een onacceptable manier.

Wel jammer dat deze film ten opzichte van zijn voorganger wel erg veel technisch geneuzel bevat. Veel geklets over lichten op het vliegveld en meer van dat soort oeverloos geëmmer. Daarnaast vond ik ook die politie-agent die McClane niet geloofd wat te overdreven neergezet. Zelfs in het heetst van de strijd dreigt deze agent McClane nog te arresteren. Verder steekt de film iets minder goed in elkaar als deel 1 (wat trouwens mijn favoriete pure actiefilm is) en is het allemaal wat minder fris en origineel als de andere twee delen, waardoor de score net iets lager uitvalt.

3*

Dilwale Dulhania Le Jayenge (1995)

Alternatieve titel: The Brave Heart Will Take the Bride

De reden waarom ik zo laat ben met deze recensie (ik zag de film maar liefst vier dagen eerder al) is omdat het erg moeilijk is om The Brave Heart Will Take the Bride in de juiste context te beoordelen. Uiteraard wist ik dat ik helemaal niets met de film had en dat het een negatieve recensie moest worden. Maar dit is de eerste Bollywoodproductie die ik zag en dat is toch een filmsoort apart. Ik ken het fenomeen Bollywood al langer en The Brave Heart voldoet aan alle stereotypen: de lengte, de dansen, het simpele en voorspelbare plot, het feelgood-gehalte. Het zit er allemaal in. Maar dat hoort onderdeel te zijn van het vermaak en de reden waarom die films zo populair zijn in India.

De film maakt het mij echter niet makkelijk door zo vast te zitten in stereotypen. Ondanks dat dit mijn eerste Bollywoodfilm is kwam het me allemaal al veel te bekend voor. Het plot komt ook gewoon voor in veel romantische komedies en hoewel de muziek zeer oosters is, zijn de musicalscènes toch ook voor een groot deel duidelijk geënt op Hollywoodmusicals van de jaren '30 tot de jaren '50. Ik had niet sterk de indruk dat ik echt iets aan het kijken was dat voor mij nieuw was. Integendeel, ik zag de oude clichés die gewoonlijk leiden tot een speelduur van anderhalf tot twee uur opgerekt worden tot na dik drie uur. De gebeurtenissen volgen elkaar gelukkig vlot op, maar toch gaat de rek er op een gegeven moment uit. Er was voor mij te weinig om me bezig te houden, waardoor vooral het laatste half uur het toch wel begon te slepen. Op een gegeven moment is genoeg ook echt genoeg.

Take One schrijft hierboven dat je niet moet letten op "acteerprestaties, verhaallijn, decor, etc." Volgens mij valt er hier veel onder "etc." Hoe dan ook, dit is bijna gelijk aan te stellen dat je alles wat een film goed kan maken moet vergeten en je gewoon moet laten meevoeren. Dit kun je voor iedere film laten gelden, maar haal je er dan meer plezier uit? The Brave Heart scoort op zo'n beetje ieder punt laag. Shahrukh Khan heeft charisma en kan dansen, maar dat maakt hem nog geen goede acteur en hij is vooral slecht in de komische scènes. Of hij hier zelf zijn zang doet is onduidelijk, want alle zang is (slecht) overgedubbed. Kajol zingt duidelijk niet zelf, kan kennelijk niet dansen (let er op dat ze in de musicalscènes vooral moet rennen en gekke, maar statische poses moet aannemen) en is slechte actrice. Meer dan een knap gezichtje is het niet. De bijrollen zijn allemaal slecht acteurs. Het verhaal is veel te simpel voor drie uur. Het hele visuele gedeelte is gewoon lelijk, alsof het, zoals Verhoeven al speculeerde, in recordtempo gefilmd is. Ik moest ook bij enkele scènes denken aan clips van Duitse schlagermuziek die je in de jaren '90 nog wel eens tegen kwam (bestaan die nog?), vooral de scènes in de Alpen. Zelfde esthetiek. Je moet er van houden, zal ik maar zeggen. De muziek is oké, maar de zangstemmen van de vrouwen vond ik moeilijk te verdragen. Misschien iets waar je aan moet wennen.

The Brave Heart is onpretentieus vermaak voor een groot publiek. Iets anders wil het ook niet zijn en ik beoordeel dit dan ook niet als een artfilm. Maar ook een vermaakfilm moet zich onderscheiden en goed gemaakt zijn en dat is wat me uiteindelijk het meest stoorde. Het hele onverzorgde van de film. Het is moeilijk om ergens hier plezier uit te halen, zelfs als je er naar kijkt als een fenomeen van een andere cultuur. Feit is dat ik alles hier gewoon ergens anders beter kan vinden, en met een normale lengte. De pluspunten zijn dan ook mager. Wat dit van de allerlaagste stemmen afhoudt is voornamelijk dat de twee hoofdrolspelers wel chemie hadden. Dat maakt een romantische film al snel draaglijker, maar het is niet genoeg voor een totale redding.

1,5*

Dimanches de Ville d'Avray, Les (1962)

Alternatieve titel: Sundays and Cybele

Wat ik sterk vond aan Les Dimanches de Ville d'Avray was dat het constant op verschillende randen balanceert zonder de verkeerde kant op te vallen. De toon neigt naar sentimentaliteit en misschien zelfs een gekunstelde dromerigheid, maar heeft een duistere onderlaag en realisme die net sterk genoeg is om toch de juiste toon te behouden. Op een zelfde manier neigt ook de relatie tussen man en meisje naar het oncomfortabele, maar vinden beide acteurs de juiste toon om het tegelijkertijd niet te schattig en ook niet creepy te maken. Dat helpt ook weer het plot. Het is niet moeilijk om te zien waarom andere personages deze situatie verkeerd inschatten. Hierdoor bevat het verhaal geen echte schurken, wat enigszins verfrissend is. De vrouw gespeeld door Nicole Coursel had evenwel een jaloerse trut kunnen zijn, maar een oprecht verliefde en bezorgde vrouw is toch wat interessanter.

Het is gewoon heel goed uitgevoerd allemaal. Hardy Krüger verdient echt een compliment. Hij speelt zijn personage als echt vreemd en ongemakkelijk op een manier die op mij zeer realistisch overkwam. Geen makkelijke rol, zeker niet omdat Krüger er geen simpel spektakel van maakt. Zo'n rol kan eenvoudig gebruikt worden door een acteur om een beetje groots de acteertalenten te laten zien en ook even makkelijk om gemakkelijk sentiment op te roepen. Krüger speelt het zo dat hij totaal niet de kijker voor zich lijkt te willen winnen, maar zoekt echt de oncomfortabele, psychologische pijn op. Erg knap.

Verder nog een pluspunt voor de herfst- en wintersfeer. Een zwaar minpunt voor de Engelse titel, Sundays and Cybele, aangezien de onthulling van Cybele's naam nogal een groot moment is. Snap niet hoe ze dat zo breed in de titel kunnen verwerken.
4*