Meningen
Hier kun je zien welke berichten Pitakaas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Taegukgi Hwinalrimyeo (2004)
Alternatieve titel: Brotherhood
Oef. Matig oversentimentele oorlogsfilm is dit zeg. Men wilde een Hollywood blockbuster namaken lijkt het en zijn daarmee in vrijwel elke valkuil getrapt. Krommentenende soundtrack, bizar verhaal, geen karakteropbouw, slecht camerawerk (beter hou je gewoon de camera stil tijdens actie scènes)... Er wordt nog wel beetje redelijk geacteerd maar verder.. Bleh. Ik zou me nog kunnen voorstellen dat mensen deze film aan zouden raden om wat meer te weten over de Koreaanse oorlog maar ook daar doet deze film geen enkele poging om daar ook maar iets informerend over te zijn. Dat laatste halfuur is echt tergend slecht. 5je. Hoe dit een 8 heeft op IMDB is mij echt een raadsel.
Taking of Pelham 1 2 3, The (2009)
Taking of Pelham 123 is een remake van een film met een kleine status van cult/klassieker. Ditmaal onder hande genomen door Tony Scott. Scott is vooral het type regisseur die visualisatie boven verhaal prefereert. Dat zo’n aanpak beter bij dikke actiefilms werkt dan bij ontroerende dramafilms mogen dan ook vanzelfsprekend zijn. Ik vraag me echter wel af of Pelham One Two Three dan wel het goede uitgangspunt is voor iemand als Scott. Want laten we eerlijk zijn, actie zit er niet in. Het is typisch dat in een thriller over een gekaapt treinstel het enige actiemoment wat het waard was te vermelden een autocrash was. Daarnaast probeert Scott ietwat te geforceerd enkele ‘thriller’ elementjes erin te stoppen, met als slecht voorbeeld het gedoe dat Garber terug moet komen aan de telefoon, en hij dat haalt. Met een halve seconde.
Zoals gezegd, ik was dus vooral benieuwd wat Scott ons visueel ging voorschotelen. Alhoewel het voorstukje veel beloofde (heerlijke openingcredits met namen die door de metrobanen schieten.. Zowel aantrekkelijk als effectief), moet ik toch concluderen dat ik het stijltje niet lekker vind wegkijken. Vooral qua camerawerk werd ik horendol van Scott. Echt élk shot moest wel bewegend zijn, nooit eens een rustig camerastandpunt. Dit gaat je pas echt opvallen als je er op gaat letten, wat mij helaas overkwam. Misschien was het om in het thema van de film te blijven (metro, rails, camera op rails, you get it), maar ik vond het drie keer niks. Waarschijnlijk komt dat ook omdat dit camerawerk niet werkt in combinatie met de film. Met een echte dikke actiefilm zoals Domino werkt dat snelle camerawerk, maar in deze film, waar juist de conversatie tussen Washington en Travolta centraal ligt. Even tussendoor, ik vond dit aspect sowieso beter uitgewerkt in het origineel. Alhoewel Washington wel erg sterk speelt, vind ik Travolta als onwijs overdreven gewelddadige kerel ongeloofwaardig. Dat deed Shaw in combinatie met Mattheu toch beter. Ook had het origineel minder overdreven verplicht spektakel, wat Scott uiteraard wel hier in moest proppen…
Al met al geen verschrikkelijke remake, alleen was de film al gedoemd te ‘mislukken’. De stijl van Scott past gewoon helemaal niet bij het script. Voor iedereen die deze editie heeft gekeken raad ik dan ook aan eens het origineel te kijken. Dan vragen jullie je vast net als mij af ‘waarom nou deze remake?’ Ik snap het doel ook nog niet echt.
Taxi Driver (1976)
Helaas kon Taxi Driver mij totaal niet bekoren. Ik miste gewoon de gehele film het goede gevoel.
Ten eerste vond ik Bickle zelf als character een lastige kerel om als kijker in te kunnen leven. In een film waar er maar 1 echte hoofdpersonage is, is het belangrijk de kijker mee te laten leven in de personage. Het is duidelijk dat Bickle zich totaal niet thuis voelt in de maatschappij, wat zich uit in pillen en slapeloosheid, maar zijn acties en daden kan ik als kijker totaal niet thuisbrengen. Het lukt me gewoon niet en dat is jammer. Misschien is het mijn schuld, misschien is Bickle onnavolgbaar, of misschien is het gewoon niet goed uitgewerkt, het is wel essentieel.
Ten tweede vind ik persoonlijk dat er totaal geen sfeer is in de film. Je kunt in elke shot zien dat Scorsese het echt probeerd, maar de figuranten op de set bereiken voor mij alleen het averechtse. Het straatbeeld klopt gewoon niet lijkt het. Voelt onnatuurlijk aan.
De muziek heeft voor mij de hele film ook sfeerverlagend gewerkt. Het pornografische saxofoon deuntje had ik 3 x exact hetzelfde wel gezien, helaas komt het tijdens de film meerdere keren in precies dezelfde samenstelling voor. Gevolgd door die monotone voice-overs van Bickle. Saai vond ik dat. Hier had men meer kunnen bereiken door de kijker wat te vertellen over Bickle zelf, over zijn persoonlijk. Echter niets van dat. De voice overs voegen in mijn ogen niets toe.
Al met al was voor mij het eerste uur gewoon doorbijten. Vooral het eerste kwartier heb je als kijker geen idee waar de film naartoe wil. De opening is niet pakkend, het springt van de hak op de tak, en het tempo ligt nogal laag.
Na een uur wordt het al beter, maar mede door de slechte acteerprestaties van verschillende bijrollen (bijvoorbeeld die wapenverkoper, wat een lachertje!) en rare personage-ontwikkeling van Bickle was het gewoon geen goed einde voor mij. Alleen Foster krijgt een hele dikke voldoende voor haar rol.
Tot slot dan nog de heise in het hoerenhuis. Alsjeblieft zeg, dit vond ik echt niet kunnen. Ik weet niet wat hier aan de hand was, maar opeens werden er superslechte cameraposities genoemen (zoals snel inzoomen nadat er werd geschoten, wat een onbegrijpelijke keuze) of verkeerde timing. Normaal ben ik niet zo'n zeikerd over special effects, maar Taxi Driver slaat wel alles. De schietpartij is gewoon ongeloofwaardig, het bloed is te triest voor woorden, en de muziek tergend.
Al met al heb ik zo hopelijk kunnen uitleggen waarom ik tot dit cijfer ben gekomen!
Tenkû no Shiro Rapyuta (1986)
Alternatieve titel: Castle in the Sky
Na 2 Miyazaki's die het eigenlijk nét niet waren, dan nu eindelijk Tenku no Shiro Rapyuta. Officieel gezien is dit de allereerste echte Ghibli, en hij beviel mij prima.
Weer komt Miyazaki met schitterende omgevingen. Slag Ravine is een soort wereldje gebaseerd op de Victoriaanse tijd in Wales/Engeland. Heerlijk vormgegeven en de scene met de duifjes die door het landschap vliegen was een lekkere binnenkomer.
Al gauw ontpopt zich een mysterieus plot wat echt mijn interesse wekte. Die mysterieusheid is echt een goede prikkel om verder te kijken, en er lijkt zich nu echt eens een anime te ontwikkelen die avontuurlijkheid voorop heeft staan.
Helaas is Miyazaki naast een geweldige fantast ook een fervent liefhebber van geweld en oorlog. En dus gebeurt eigenlijk hetzelfde waarin ik me in de 2 voorgaande Miyazaki's ook al heb zitten storen: er komt weer een massive shootout. Robots met shootings lasers, duizend bommen en granaten... Ik zag de bui al weer hangen. Al dat geschiet neemt voor mij die mystiek van Laputa en de zoektocht daarnaar in 1 klap weg. Ik vond dat persoonlijk echt jammer.
Gelukkig, echt gelukkig had ik het wel bij het verkeerde einde. Na dit spectaculaire gewelddadige tussendoortjes gaan we gelukkig door waar de film gewoon over moet gaan, en dat is het vliegende kasteel. Dola's crew (exclusief Dola zelf) is echt een hilarisch stelletje bandito's. Met scherpe dialogen en leuke humor vind ik dit echt een hele goede toevoeging. Ook de interactie tussen Pazu en Sheeta is zeer geloofwaardig en overtuigend. De scene in het adelaarsnest was echt een hele mooie scene. En het avontuurlijke wat dreigde verloren te gaan is weer helemaal terug. De ontdekking van Laputa zelf is echt een hoogtepuntje in mijn kijkervaring wat Ghibli betreft, en we zijn nog maar net begonnen.
Het draait allemaal uit op een echte feel good film, en mijn kennismaking met Laputa overheerst gelukkig over dat rare tussendoortje in de legerbasis. Als ik nog een Miyazaki te zien krijgt die zich nog meer richt op mystiek en avontuur, en minder op knallen en blazing guns, ben ik een gelukkig man. Vooralsnog mag deze film trots zijn op een 8.
That's It, That's All. (2008)
Echt een van mijn favo board films.
Komt vooral omdat men op de diverse locaties filmt (dus niet alleen Park City, maar ook Nieuw Zeeland en Alaska, echt into the wild dus.
Daarnaast ben ik nooit zo'n fan van rails en dat soort dingen, dus dan kom je hier beter aan je trekken dan andere soortgelijke films.
De natuurkiekjes, interviews en achtergrondinformatie maken het tot een zeer interessante snowboardfilm. Dit is voor mij de top van z'n genre!
The Doors: When You're Strange (2009)
Alternatieve titel: When You're Strange
Super documentaire over een roerige band die zijn ups en downs heeft gekend... Depp verteld het allemaal mooi aan elkaar, en de gebruikte footage (ook het stuk waar Morrisson de auto jat en stukken aan het niets doorrijd) zijn allemaal erg goed.. Interviews worden weinig gebruikt, aangezien Morrison totaal geen zin in had. Depp verteld wel de mening van de frontman, net als de andere bandleden.. Zo kom je toch alles te weten over The Doors in de relatief korte tijd dat ze bestonden. Uiteraard wordt alles begeleid door supermuziek, aangezien deze band stuk voor stuk hits heeft uitgepoept.
Typisch zo'n docu die je elk moment van de dag wel kan opzetten!
There Will Be Blood (2007)
Ik denk dat elke Movie-meter user het met mee eens moet zijn dat beelden meer voor zich spreken dan woorden.
There Will Be Blood lijkt een van de weinige films die dit wil bewijzen. In de moderne film wereld lijkt het haast een trend om elk dingetje grondig uit te leggen, zodat de kijker het snapt, en vervolgens toch nog een open einde eraan te plakken (*kuch nieuwste Nolan *kuch).
PT Anderson doet dit zeker niet. In een iets on- Andersonse film zijn het vooral de prachtige beelden die je aan het denken zetten.
Neem de eerste scene, ik kan die 10 minuten wel 3x per dag bekijken. Er zijn geen woorden voor nodig om te beseffen wat er gebeurd, de kijker is toch niet dom? Laten zien en de kijker in zijn waarde laten.
Het verhaal mag dan zeker niet het meest originele zijn, ik ben blij dat Anderson ook bewijst dat hij wat 'nuchtere' films kan neerzetten dan zijn bekroonde films als Magnolia en dergelijke. Al weet je het natuurlijk nooit met Anderson, zou er meer aan vast zitten dan wij denken? Daarover later meer
.
We volgen het verhaal van een beginnende oliebaron. Als je na een halfuur mr Daniel Plainview zou moeten beschrijven, zou het een beleefde, haast charmante zakenman zijn, die toch zijn sluwe trekjes heeft. Daniel-Day Lewis zet zijn rol werkelijk ijzersterk neer. Ik denk dat geen bladertje van de Oscar gestolen is. Je kunt gerust stellen dat Lewis de film draagt.
Zoals gezegd, een standaard verhaal.. Nadat we 'The Rise' hebben gezien, wordt ook 'The Fall' grondig behandelt met de aandacht die het verdient. Tijdens de film worden er mooie shots gehanteerd, het camerawerk is van hoog niveau. Als je het werk van Anderson zo'n moeten omschrijven, is het niet speels, maar vooral doordacht. Het resultaat mag er zijn.
Waar ik bij Taxi Driver niet tot de hoofdacteur kon doordringen, is dat bij There Will Be Blood totaal niet moeilijk. Zijn psychische toestand is zo goed in beeld gebracht dat het geheel zeer geloofwaardig is.
Enige minpunten zijn eigenlijk dat de film iets te lang duurt (het theatrale einde op de baan was mooi, maar iets te gestrekt) en de muziek die niet altijd aansloot op de feeling van de film. Het was zeker een mooie film, misschien dat het na een nodige herziening nog kan stijgen. Om mijn woorden uit de eerste regel kracht bij te zetten: ga deze film gewoon eens kijken!
Thick as Thieves (2009)
Alternatieve titel: The Code
Gaap, erg saai. Zelfs niet leuk om eventjes tussendoor te kijken. Morgan Freeman speelt redelijk, Banderas vind ik maar matig.
Thor (2011)
Thor begint fantastisch. In al zijn visuele pracht worden we meegenomen langs het fantastische Asgard, Jotunheim en een stukje Valhalla. De CGI is awesome en mijn ogen maken een vreugdesprongetje. Voor dat we het weten zitten we midden in een actiescene waar het spektakel vanaf spettert. Asgard is fucking awesome!
Helaas komen we dankzij een gaar plot (ok ik snap dat men de comics moet aanhouden dus waarschijnlijk vind ik de comics ook kut) uiteindelijk aan op planeet Aarde, en dit is waar het drama begint. De film ontaard in een sentimentele bende waar de slechte quotes elkaar opvolgen (oh-Thor-ik-zal-nooit-van-je-zijde-wijken') en we van het ene cliché in het andere vallen. Jezus christus wat een mierzoete troep. Neem eens het aantal close calls wat we te zien krijgen:Vader van Thor gaat nét niet dood, Loki kan Thor nét niet stoppen etc.. Allemaal milliseconden werk wat het zo erg kinderachtig maakt. De regisseur maakt gewoon verschrikkelijke keuzes zo nu en dan. Neem dat stukje waar Thor uit de rook komt gelopen en Jane helemaal weg smachteld. Mag ik een slabbetje aub?
Jammere is dat de film visueel wel weer redelijk afloopt met een tof gevecht in Asgard wat echt de show steelt. Alleen mag de film mijn doorzettingsvermogen wel bedanken dat ik het uberhaupt tot het einde heb volgehouden.
Thunderball (1965)
Alternatieve titel: Ian Fleming's Thunderball
De vierde Bond film al. We zien de bekende gunbarrel scene (dit keer wél met Sean Connery), en de film trapt gelijk af met 007 die een badguy te slim af is en vervolgens ontsnapt met een heuse jetpack. Bond is back! Na het heerlijke introotje rollen de credits over het scherm in een toffe opening van wederom Maurice Binder. Het is duidelijk dat water het thema is van deze opening, en dat is ook precies waar Thunderball om zal draaien. Verder rollen er de bekende namen over het scherm, Connery, Lee, etc. Echter zien we Saltzman en Broccoli opeens niet meer als producers, want dat is Kevin McClory geworden. Er was een probleempje met de rechten, en pas in 1963 wordt er uitspraak gedaan. McClory krijgt de rechten, maar gelukkig vinden beide partijen een overeenkomst en zullen ze samen de film gaan produceren. Daarnaast is McClory nog een fervent duiker/snorkelaar, iets wat ook weer terug te zien is in de film (op positieve wijze). De regisseur is echter weer Terence Young geworden, omdat Hamilton schijnbaar geen zin had in deze film. Prima, ik vond From Russia With Love toch beter dan Goldfinger, dus ik hoop op een herhaling van zet. Thunderball heeft een redelijk simpel script. SPECTRE heeft middels een slim plotje een tweetal atoombommen gejat en eist nu 100 miljoen pond losgeld. Uiteraard wordt de complete CIA en MI6 er op afgestuurd, maar is het 007 die het dichtst bij het vuur zit.
Dat we focus onderwater ligt zien we meteen als we met mooie beelden beginnen van de Caribische zee. Alhoewel de titelsong van Tom Jones maar saai en slecht was, is de verdere score in de film echt geweldig. Men is met een nieuw 007-achtig riedeltje gekomen dat een soort underwater thema heeft, klinkt heel spannend en sluit perfect aan bij de geweldige beelden. Wat me echter ook direct opviel was die schijt irritante overgangen, een soort wipe die ook vaak door digibeten wordt gebruikt in Powerpoint enzo. Verschrikkelijk! Ik weet niet of het ook in de eerdere Young films zat, maar nu viel het me pas echt op.
Thunderball zit qua sfeer een beetje tussen Goldfinger en From Russia With Love in. Bond is niet meer zo over the top als in Goldfinger, maar lijkt wel ietsjes leuker de hoek uit te komen zo af en toe. Er zitten dan ook veel meer grappige dialogen in dan in From Russia With Love, zonder vervelend te worden. De typische Bond dialogen met Domino bijvoorbeeld, het geflirt met Moneypenny (the old man...
) of de geniale ontmoeting van 007 en Q. En in dit deel komt SPECTRE ook weer naar voren, samen met de mysterieuze Blofeld aan top. Het leuke is dat Bond en SPECTRE (in de vorm van Largo) al snel hun troeven uitspelen. Met de zin 'Your spectre versus mine' verklapt Bond eigenlijk al direct dat hij alles van Largo afweet, en door te zeggen dat hij zelf naar de naam James Bond luistert weet ook de badguy wat voor een vlees hij in de kuip heeft. Dit zorgt voor een leuke spanning in de ontmoetingen tussen de twee, maar Bond zou Bond niet zijn als hij ook deze dialogen weet om te vormen met wat grappige en scherpe opmerkingen. Gelukkig zit er in Thunderball ook weer een hele vette nachtelijke sluipscene in, en de scene met de haaien in het zwembad is voor mij 1 van de spannendste die ik ken. Thunderball had ik ook gekeken als klein jongetje, en ik weet nog wel dat ik de 2 dagen daarna niet meer in het plaatselijke zwembad durfde te komen. En on top of that krijgen we ook nog een geniale eindbattle, onderwater en al. Knap hoe men dit zo tof in beeld heeft weten te brengen.
De cast zelf doet het weer goed. Connery speelt een van zijn beste films als Bond (oefening baart kunst zullen we maar zeggen) en Auger als Domino is niet alleen de lekkerste Bond babe in mijn ogen, maar kan zowaar ook nog wel acteren. Helaas is ontbreekt de chemie tussen Bond en babe een beetje, en ik had stiekem nog wel verwacht dat er wat zou gebeuren in het vlot, maar helaas. Beetje raar einde.
Sowieso had men die scene met de boot wel over mogen doen, want dat zag er wel érg nep uit met dat doorspoelen. Maar door de supermooie onderwater scenes en de constante spanning afgewisseld door de goede dialogen blijft deze Bond film 1 van mijn favoriete uit de reeks.
Tinker Tailor Soldier Spy (2011)
Heerlijek spythriller over een vermeende mole in de Britse MI6.
Alfredson zet een lekker Koude Oorlog sfeertje neer met veel grauwe scenes, loom tempootje en verre camerashots (waardoor het net lijkt alsof je als kijker zelf een spion bent). De dialogen zijn erg sterk en het plot is zeer indrukwekkend.
Alleen vind ik wel dat Alfredson zich vol heeft gefocust op het plot en zo nu en dan vergeet dat hij een film moet maken. Er zitten veel slome scenes in die net wat te traag zijn en de gehele film is over het algemeen vrij doods. Maar ondertussen mag je als kijker niet verslappen want het plot zit ingenieus in elkaar en niets wordt echt expliciet uitgelegd. Zo duurde het een halfuur voordat ik echt in de film zat en wist wat er allemaal ongeveer speelde. Echter gaat het introduceren van nieuwe personages en namen de gehele 2 uur door. Je moet er dus wel ff flink bij blijven. Ik denk dat de film wel een paar 'Baantjer' momentjes had kunnen gebruiken, van die obvious momentjes waarop je als kijker direct weet dat er iets belangrijks gaande is. Bijvoorbeeld dat Smiley iets ontdekt over zijn vrouw of over een speciaal document. Het had uiteraard niet zo voorgekauwd gehoeven zoals in onze Hollandse detectiveserie, maar Alfredson heeft wel hoge verwachtingen van zijn kijkers. Die verwachtingen kon ik zelf echt niet altijd inlossen want sommige dingen heb ik gewoon gemist.
Echter is het Cluedo sfeertje zo tof gedaan. Je weet dat één (of meerdere?) leden van The Circus niet te vertrouwen zijn, maar verder weet je niet hoe en wat. Helaas kon ik het spelletje zelf niet altijd meespelen omdat de karakters niet echt worden uitgediept (behalve Smiley zelf), waardoor je je als kijker weinig verdachtmakingen durft te maken.
Het acteerwerk is echt geweldig, vooral Oldman en Firth denkwaardige prestaties neerzetten. Strong en Hardy volgen op respectabele afstand.
Tinker Tailor Soldier Spy biedt een interessante kijk in het echte spionnenwereldje van de 70s (dus verwacht geen James Bond of Jason Bourne perikelen), waar je als kijken wordt geacht na te denken. Maar daar wordt je ook zeker voor beloond.
Tomorrow Never Dies (1997)
Na GoldenEye, wat iedereen toch wel gerust stelde dat 007 nog steeds op de goede weg zit na een 6 jaar lange break, kunnen we weer in volle vaart verder. Martin Campbell heeft aangegeven geen 2 Bondfilms achter elkaar te doen dus er wordt gezocht naar een nieuwe regisseur. Die wordt gevonden in Roger Spottiswoode. Een regisseur met een vrij dun CV en eigenlijk geen topfilms op z’n naam. Het is dan niet heel verwonderlijk dat hij verder borduurt op de weg die Campbell is ingeslagen. Dikke actie, wat oneliners en hoog tempo. Gelukkig is Eric Serra vervangen door David Arnold. Die doet dat echt perfect. Gebruikt enkel klassieke stukken maar weet de Bond feeling goed te vangen en de irritante synthesizers en andere techno nummers te mijden. Met recht één van de betere Bond soundtracks!
Verder zijn de gelijkenissen met GoldenEye best groot. De intro is echt geweldig met een heerlijke straaljager scene en weer een op-en-top Bond stunt met vliegstoelen. Weldra knallen we de title song in, van Sheryl Crow. Ik vind dit echt een heel leuk nummer, maar toch is het absoluut geen Bond nummer. Eigenlijk best vreemd, want dit nummer zou ik zo nog eens op kunnen zetten. De main title design van Kleinman is best kut. Maurice Binder is inmiddels overleden en Kleinman wil teveel aan de stijl van Binder vasthouden. Het resultaat is niet heel denderend.
James Bond keert terug naar het Verre Oosten en dus is de Bondgirl ditmaal een Oosterse vechtchick. Schijnt een aardige martial arts ster te zijn in Azië, maar dat uit zich logischerwijs in vooral wat karatetrapjes (of zoals Carver het zegt, hii haaa… pathetic). Qua acteren vind ik het weinig overtuigends. Dat is eigenlijk het grootste minpunt aan Tomorrow Never Dies: de karakters. De rol van Paris Carver had zoveel meer ingezeten… Een love interest van 007 komt niet heel vaak voor, maar dit was wel erg vlakjes. De scene met de stockings was trouwens wel smullen. Heerlijke Bondgirl.
Ook de rol van Stamper was saai, die badguy moet wel één van de minste zijn uit de gehele Bondreeks. Iets teveel parodie. Carver zelf is niet heel slecht, soort kruising tussen Steve Jobs en Rupert Murdoch, maar mist de echte evilheid die andere villains zo goed maakte. Tot slot is de rol van Daphne beetje onbegrijpelijk, gare rol.
Het verhaal is ditmaal redelijk losstaand van de originele 007 verhalen van Fleming (die zijn inmiddels ‘op’, oftewel al reeds verfilmd). Toch is het idee van een mediamagnaat die een oorlog wil veroorzaken wat hem een monopolie verschaft op het gebied van wereldnieuws en alle primeurs een aardig 007 verhaal. Er zit wel een redelijke plothole in (Carver lanceert een kernbom naar de markt waar hij 100 jaar monopolie op het nieuws wilt.. Niet heel handig?) maar dat nemen we maar voor lief.
De film zelf is echter best te pruimen. Er zit genoeg memorabele actie in, daar ligt het zeker niet aan. De scené met de BMW motor is tof en de scené met de bestuurbare BMW ook. Alleen jammer dat het BMW is, want hé, Bond is wel Brits ja. Er kan zelfs worden gezegd dat de actie een beetje too much is. Het tempo ligt in TND echt mega hoog, in mijn ogen een beetje te hoog. Er is niet heel veel ruimte meer voor intrige en dialogen, terwijl de film toch bijna 2 uur duurt. De mensen die roepen dat Bond een beetje teveel de actie kant opgaat en bijna een soort van Die Hard worden hebben ergens wel een punt. Toch blijven de films in mijn ogen nog redelijk uniek dankzij de oneliners, vaste recepten (Q-branche, Bondgirl, badguy, etc etc) en typische net-niet-of-net-wel over the top actie.
TND is in dat rijtje gewoon een prima Bond film, niets meer en niets minder. De status van klassieker zal deze echter nooit halen.
Tonari no Totoro (1988)
Alternatieve titel: My Neighbor Totoro
Na de massale films Rapyuta en Nauzika was er toen opeens de aandoenlijke film Tonari no Totoro. Deze film is qua opzet veel minimaler dan de eerstgenoemde films, waarin onze planeet wordt gered van het kwaad. Niets van dit alles in dit lieve filmpje. Het is hier allemaal veel ‘kleiner’, maar heeft toch genoeg body om een hele sterke animatiefilm te kunnen zijn. De muziek van Hisaishi is wat minder basaal en wat minder groots, er vallen genoeg moment dat er op de achtergrond niets hoorbaar is. De kleuren en tonen zijn wat zachter, de achtergronden wat minder aanwezig en de karakters zelf voelen (naast Totoro zelf uiteraard) bijna fluffy aan. Zonder naar het daadwerkelijke verhaal te kijken merk je al dat dit weer een compleet andere film is al Miyazaki’s voorgaande werk.
Het visuele stijltje staat mij erg goed aan en past ook perfect bij de insteek van de film. Het blijft toch lekker om ook als niet-kind zijnde je nog even te laten vallen in je fantasie. Zoals ook in dit geval waarin 2 kindjes een soort beschermbeer vinden die over hun waakt.
Helaas heb ik wel het onderbuikgevoel dat er een beetje op safe wordt gespeeld. Nu weet ik niet alsof ik als kind zelf meer dan gemiddeld fantast was, maar in deze film blijft het nogal beperkt. En de verschillende fantasiën die worden uitgelicht komen eigenlijk niet echt nadrukkelijk naar de voorgrond. Uiteindelijk heeft Totoro toch een bescheiden rolletje in de film, en naast de zwarte spirits en de catbus. Nee, voor mij is het juist de natuurlijke relatie tussen de 2 zusjes (beide echt hele sterke rollen) die de spil zijn in dit verhaal. Zo lekker herkenbaar kinderachtig (de positieve betekenis van het woord) en aandoenlijk. De kwaliteit van de film zelf vind ik alweer een hele grote stap ten opzichte van het al prachtige Laputa, en dat zit vooral in de animaties. Alles beweegt veel natuurlijker, maar ook de beeldkwaliteit ziet er sprankelend uit.
En voor dat ik het wist was de film weer voorbij. Aan de ene kant misschien een goed teken (time flies when you’re having fun), maar anderzijds ook wel een beetje een film met een leeg gevoel. Ik kan niet anders zeggen dat ik mij een beetje spectator voelde van een leuke film, maar geen poging deed om echt een beetje de diepte op te zoeken. Wat overblijft voor mij is een nogal oppervlakkige film over de fantasie van de 2 zusjes. De film ontbeert gewoon net die character building waardoor je een band krijgt met de zusjes en spirits. Daardoor blijft dit voor mij niet meer dan een lekkere wegkijker. Niet meer en niet minder.
Touching the Void (2003)
Fantastisch hoe een film ZO spannend kan zijn terwijl je weet dat beide mannen het overleefd hebben. Zat de gehele fim/docu op het puntje van mn stoel, echt ongelooflijk!
Town, The (2010)
Zojuist de Extended Version gekeken, en echt een heerlijke Heist film!
Na Gone Baby Gone bewijst Affleck hiermee dat die film geen losse flodder was.
Want The Town is namelijk 2.5uur dikke actie, niets meer en niets minder.
Verhaal is nogal 'simpel', daar ben ik het mee eens, maar zeker niet saai (welke film hebben jullie gekeken? 3 bankovervallen in 2.5 uur en de film saai noemen...). Dat Affleck heeft gekozen voor een dergelijk verhaal vind ik juist echt de beste keuze van de film. Het heeft gewoon een waterdicht verhaal, dat inderdaad, als je goed oplet, van te voren al aan te zien komen was. Maar dat is juist goed bij zulke rechttoe rechtaan films als The Town. Pretendeer niet alsof je een geweldig ingewikkeld script heeft, je hoeft het wiel toch niet opnieuw uit te vinden? Dat de film nogal lijkt op Heat heb ik mij ook geen moment aan gestoord.
De film is daarnaast lekker rauw en ruig. Vooral Renner als échte gangster komt goed uit de verf, en zelfs Affleck doet het weer aardig. Ik heb nu al 3 films gezien waar ik mij niet heb gestoord aan Ben, dus misschien toch maar eens van mijn lijst 'verschrikkelijke acteurs' afhalen. Hij doet het ook hier redelijk goed. Zoals gezegd is vooral het rauwe randje van Boston goed aanwezig, zelfs in de persoon van good old Pete Postlethwaite.... De settings waren dan ook fantastisch voor flink wat semi-automatic rifle geweld, en die scenes waren niet alleen erg bruut, maar ook spannend en goed in beeld gebracht. Als een soort tegengas tegen al dit geweld heeft Affleck er nog een romantisch lijntje door gemengd, dit kwam wel een beetje onovertuigend over op me (bankmedewerker die na 2 dates wordt verliefd op een bankrobber... ok..), maar werd nergens echt heel storend.
Al met al de beste Heist film van 2010, en stiekem wel een beetje de beste actie film van 2010 (heb er niet veel gezien). Lekker onpretentieus knallen, ik hou daar wel van. Gewoon een dikke 7!
Toy Story (1995)
Alleen al op deze pagina lees ik meerdere keer woorden als 'nostalgie', 'jeugdsentiment' en 'retro'. Voor mij allemaal belangrijke redenen om maar eens deze jeugdfilm te herkijken, aangezien ik ook ben opgegroeid met de geanimeerde speelgoed poppetjes van Pixar.
Allereerst valt op dat de kwaliteit en scherpte van de film nog steeds hoogstaand is. Nu weet ik niet of de versie die ik in anno 2010 kijk hetzelfde is, of een opgepoetste versie, maar de scherpte viel me nog steeds op.
Natuurlijk maakt Toy Story ook gebruik van een helder en vibrant kleurenpalet, ideaal voor een kinder-animatiefilm. De kleuren spatten echt van je scherm af, om vrolijk van te worden. Het is dan ook moeilijk voor te stellen dat deze film in 1995 is gemaakt. 1995… Als ik denk wat onze computers toen allemaal konden (of beter gezegd, wat ze niet konden), en dan opeens komt dit aanzetten. Indrukwekkend!
Naast het visuele aspect blinkt Toy Story ook uit in zijn tedere simpele verhaal. Speelgoed dat leeft, fantastisch verzonnen, en dan niet in de enge zin van het woord. En ja, natuurlijk hebben we als kinderen allemaal de volgende dag na de videoband te hebben bekeken, gelijk gecontroleerd of onze eigen GI Joe’s nog op hetzelfde tafeltje zaten. Het verhaal zelf gaat over een jaloers stukje speelgoed dat bang is dat hij ‘geshelft’ wordt, alsof er een soort rangorde is in speelgoed. Elk kind heeft natuurlijk zijn eigen rangorde in zijn speelgoed. De film is daarnaast, vooral toen als kid, erg spannend, met wilde achtervolgingen en zelfs dubbele plottwisten. Klein maar fijn, dat wel.
Maar een goed concept is 1, een goede film is niet direct vanzelfsprekend. Maar dat is hier zeker gelukt. De voice acting is van fantastisch niveau. Het heeft echt een meerwaarde, en pas nu merk je dat elke speelgoed een eigen karaktertje heeft. Rex en Spud zijn toch wel mijn favoriete, al spreken ze allemaal wel tot de verbeelding. De combinatie van voice acting en vormgeving zorgt voor een geloofwaardige vertoning. Nu, op naar de sterren!
Al met al mag het duidelijk zijn dat Toy Story tot mijn favoriete kinderfilms behoort. Het lukt niet, om nostalgische redenen, om ‘Sword in the Stone’ (1963) van zijn troon te stoten, maar als ik heb objectief (hoewel dit natuurlijk ook onmogelijk is), is Toy Story de ideale film voor kinderen.
Gewoon genieten dit, hoop dat ik dit over 15 jaar nog eens mag terugzien, om dan met weemoed te denken aan die mooie tijd. Ik geef deze film dan ook drieëneenhalf sterrenstelsel.
Toy Story 2 (1999)
Goede kinderfilms krijgen uiteraard een vervolg.
Inmiddels is het 4 jaar later, ben ik alweer 4 jaar ouder en is de techniek in 4 jaar met sprongen vooruit gegaan.
Wat heeft dit voor invloed gehad op mijn beleving van deel 2 toendertijd?
Allereerst het visuele aspect.. Het is allemaal een tikkie scherper, betere schaduwen en betere fading. Voor de animatie fanaten schitterend, maar ik vond zelf dat het wel een beetje identiteit verloor ten opzichte van deel 1. Doordat het allemaal wat te plastic overkomt vond ik het stijltje in deel 2 minder pakkend dan deel 1. In deel 3 is dit trouwens helemaal het geval, veelste te clean, echt zonde!
Het verhaal is wel van lekker degelijk niveau. Weer die typische spanning die van climax naar climax hupt, en de kijker (zowel ik als kind als gisteravond) mijn op het puntje van de stoel houden. In principe volgt Toy Story 2 een soortgelijk verhaal als deel 1, dus in dat opzicht is er weinig opmerkelijks. Het is gewoon weer een avontuurtje van anderhalf uur dat redelijk snel voorbij vliegt door het vliegensvlugge tempo die de film, volgens het recept, volgt.
Volgens mij is de cast van deel 2 nagenoeg identiek aan deel 1, en dat was een positief feit. We moeten natuurlijk niet aan de verbeelding van de kiddo's knoeien door anderen stemmen te nemen. Ik vind de humor van Toy Story altijd wel fijn, lekkere flauwe woordgrapjes en niet een vieze saus van Amerikaanse komedie die in elke dialoog overgoten moet worden, maar vooral de nadruk op het verhaal, en niet het komische aspect. De grootste glimlachen werden bij mij ook opgewekt door de karakters als Rex en Slinky, en niet door flauwe grapjes van Woody. En dat is denk ik ook wat de makers wilde, een groepje sympathieke speelgoedpoppen die zich wederom in een avontuur storten.
En daar is Pixar/Disney gewoon weer in geslaagd!
Toy Story 3 (2010)
Alweer het derde deel van het leuk verzonnen idee van praten speelgoed.
Echter, na een kwartier bekroop mij al het gevoel dat de rek er uit is. Deel 1 was natuurlijk geweldig, uniek en innovatief. Deel 2 was op zich wel een logisch vervolg, aangezien zo'n succes wel een nieuw deel verdiend. Echter, dit deel voelt echt als een nakomelingetje. Niet alleen qua release date, maar ook qua gevoel.
De film ziet er allereerst natuurlijk geweldig uit. Het stijltje uit de oude delen blijft goed behouden, alleen ziet alles er crispy clear uit. Aan de andere kant is dat ook mijn grootste manco van de film, het mist gewoon dat rauwe nostalgische randje. Het is net allemaal wat te mooi en te glimmend. En zelfs als het vies moet voorstellen (neem bv een vuilniswagen), ziet het er toch te klinisch uit.
Het verhaal is op zich ook wel leuk verzonnen hoor, met de evil bad guys nu ook in de vorm van speelgoed (vorige keer de buurjongen), en het hele soapgedoe in het kinderdagverblijft is ook weer wat anders. De nieuwe karakters zijn niet verkeerd, al zullen ze nooit zo leuk zijn als Rex of Slinky, maar dat is misschien maar goed ook.
Aan de ene kant is het stiekem wel wat jammer hoe het hele gebeuren afloopt. Stiekem had ik gehoopt dat ze gewoon waren verbrand, maarja dat kunnen de kinderzieltjes niet hebben. Dat zou tevens een verzekering zijn dat deel 3 ook tevens het laatste deel is, wat nu nog gissen is..
Voice-acting is ook nu erg goed, vooral Lotso heeft een heerlijke stem.
Al met al een leuk deeltje, maar voelt nu teveel aan als een verplicht nummertje, en dat heeft de serie niet nodig.
Trainspotting (1996)
Ik vind het echt een hele magere film.. Ik kwam er pas een beetje in toen Sick Boy naar Mark toeging (aan het einde dus), maar de hele film daarvoor vond ik zeer matig. Kwam vooral als overbodig op mij af. Die verhaallijn met dat scholiertje sloeg nergens op eigenlijk. Soundtrack is goed ja, maar daarvoor kijk ik geen films.
Conclusie: begin is een soort mindere versie van Requiem for a Dream (ok, totaal andere aanpak maar toch), terwijl RfaD totaal niet mijn favo film is en in geen toplijstje van me zal voorkomen. Dus dan kun je raden wat ik van het begin vond.
Einde was leuk, maar zelfs dat werd voorspelbaar..
Ik kan niet anders dan deze titel 2* geven. Gewoon matig.
True Grit (2010)
Oi, het origineel was een best vermakelijke western dus was ik best benieuwd wat de magistrale Coen Brothers hier van zouden maken. Het is echter wel snel duidelijk dat ze erg dicht bij zowel het boek als de eerste film blijven. Het verhaal is nagenoeg gelijk al gooien de Coens er natuurlijk wel iets meer zwart doorheen. Visueel gaat de film er natuurlijk wel op vooruit. Er wordt gekozen voor een rustig kleurenpakket met veel grauwe tonen, en dat doet de film best goed moet ik zeggen. Acteerprestaties zijn niet slecht, Bridges doet het prima, maar de kleine Hailee Steinfeld is toch wel het beste. Vooral Matt Damon, die eigenlijk alleen in Mr. Ripley een beetje goed rol had, wordt er weer finaal uit geacteerd door dit broekkie. Pijnlijk, die Damon is dan ook wel de meest overgewaarde acteur van de laatste decennia. Al met al dus prima western, maar had iets 'anders' verwacht. Sfeer is echter top.
