Meningen
Hier kun je zien welke berichten Metalfist als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Leprechaun 2 (1994)
Alternatieve titel: Leprechaun II
You may think this line is getting old, but believe me son, I want me gold!
De eerste Leprechaun had ik een aantal jaren geleden al eens gezien en ik was toen al van plan geweest om eens de volledige reeks te zien, titels als Leprechaun In Space of Leprechaun in the Hood spreken toch echt wel de verbeelding. Het kwam er echter niet van en fast forward naar 2020 waar ik besloot om eens een aantal horrorfranchises te tackelen. Vorige week de eerste film nog eens gekeken, die 3.5* blijven overeind staan, en met veel zin aan Leprechaun 2 begonnen.
Het is een vreemd filmpje geworden, zoveel is duidelijk. Ik vermoedde dat dit een soort van prequel ging worden of dat onze Ierse vriend het in de voorganger toch nog op de een of andere manier overleefd had (dat is nu eenmaal niet zo verwonderlijk in dit soort reeksen) maar ze gooien het over een andere boeg door gewoon een nieuwe Leprechaun te introduceren. Het probleem is dan ook dat regisseur Rodman Flender niet echt goed lijkt te weten welke richting hij wilt uitgaan. Voor een fullblown comedy zijn er te weinig (geslaagde) grappen en voor een volbloed horror zijn er dan weer teveel van de pot gerukte scènes. Het helpt ook niet dat de film op narratief vlak gewoon van de hak op de tak springt met natuurlijk dat einde als dieptepunt. Cody wordt door de politie verdacht van talloze moorden en uiteindelijk is alles koek en ei. Oké, je moet dit soort films niet voor het realisme zien maar een beetje logica.. Het ging voor mij toch net een stapje te ver dat die aftiteling zo snel over het scherm rolt.
Naar het schijnt was het dan ook initieel de bedoeling dat Leprechaun 2 en Leprechaun 3 back to back geschoten gingen worden en dat de derde film (die dan The Trial of Leprechaun ging heten) meteen verder ging gaan met de gebeurtenissen uit deel 2. Het is uiteindelijk anders uitgedraaid maar dat neemt niet weg dat de manier waarop deel 2 eindigt gewoon rot is. "Elk nadeel heb zijn voordeel' zei Johan Cruijff indertijd en in deel 3 moet ik me dus niet opnieuw druk maken in de verschrikkelijke prestatie van Charlie Heath als Cody. Ook Shevonne Durkin is regelmatig op het randje maar is nog net iets beter dan haar tegenspeler. Gelukkig is er nog altijd wel Warwick Davis die opnieuw de rol van de Leprechaun op zich neemt. Met een flinke tongue in the cheek vermomt hij zich opnieuw als een Iers fantasiewezentje en het geeft een aantal erg toffe scènes. Dat hij de rol nog maar lang moge spelen in deze franchise.
De franchise neemt al een fikse duik qua kwaliteit dus maar hopelijk blijft de rest toch wat consistent. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik hier sowieso al niet erg veel van verwacht maar het is gewoon fijn om zo wekelijks een onderdeel van een reeks te zien. Davies redt de film in zijn eentje maar ook een aantal fijne effecten doen nog wel wat goeds. Daar staat alleen een vervelend duo in de hoofdrol tegenover en dat is gewoon jammer.
2.5*
Leprechaun 3 (1995)
Have you ever blown a rod before?
Deel 3 alweer van de Leprechaun franchise en een deel waar ik niet noodzakelijk hoge verwachtingen van had. Ik vermoed dat de meeste fun in deel 4 (Leprechaun in Space) en deel 5 (Leprechaun in the Hood) is te vinden en laat ons eerlijk zijn: deel 2 was al een tikkeltje minder dan de film waar het allemaal mee begon. Ik was dan ook ergens blij dat het idee om met Leprechaun 3 een rechtstreeks vervolg te maken niet lang na de release van deel 2 in de prullenbak werd gegooid. Het resultaat? Leprechaun in Las Vegas!
Het deel dat Warwick Davis zelf het leukst vond om te maken en ik kan het me ergens wel voorstellen. Je moet het de reeks wel aangeven dat ze zich niet laat verleiden om een simpele rehash te doen van één van de vorige films. Er wordt elke keer een nieuwe Leprechaun geïntroduceerd en daar horen blijkbaar ook telkens andere regels bij. Nu is het een mengelmoes van personages die een wens maken, om erna gruwelijk aan hun einde te komen uiteraard, en kun je blijkbaar zelf in een Leprechaun veranderen eenmaal je gebeten wordt. Vreemd dat dat voor Gupta dan weer niet telde maar bon, wie ben ik om plotgaten in een franchise als deze te ontdekken. Beetje jammer dat dit uiteindelijk iets te lang doorgaat (alle scènes met Art en zijn domme handlanger hadden geknipt mogen worden) en dat ook de humor niet altijd even goed tot zijn recht komt. Het is al wel een stap vooruit ten opzichte van de voorganger en hpewel het echt te belachelijk voor woorden is (van filmreferenties zoals "Come to the Green side" tot gewoon pure comedy wanneer Leprechaun in een verpleegsterpakje in het ziekenhuis rondloopt), werkt het wel. Je weet nooit wat te verwachten en dat vind ik wel tof in dit soort films.
Warwick Davis vond het dus de leukste film uit de reeks maar Lee Armstrong vond er blijkbaar niet veel aan. Op een bepaald moment roept Mitch naar Tammy dat ze nooit meer een job in show business zal vinden en effectief: ze heeft nooit meer geacteerd. Jammer, want ze is absoluut niet het slechtste wat al in de franchise is gepasseerd. Davis heeft er inderdaad ogenschijnlijk veel plezier in en ook John Gatins geraakt naarmate de film vordert beter en beter in zijn rol. Daar stopt het positieve qua cast dan ook wel, want types zoals John DeMita (Fazio) zijn Caroline Williams (Loretta) zijn vrij irritant. Gelukkig worden ze uiteindelijk nog vermakelijke slachtoffers voor onze Ierse kabouter. Qua effecten eigenlijk ook nog wel tof. Flink wat oldschool spul zoals de ontplofte Loretta maar ook de make-up van de Leprechaun op zich blijft nog altijd overeind staan.
Een rare mix van elementen met zelfs nog een flinke dosis maatschappijkritiek (de dokter die achter de hospitaal verzekering van Scott vraagt) die nogal uit de lucht komt gevallen en hoewel er een aantal keer flink wordt misgeslagen, is dit wel opnieuw een goede stap in de richting. Ik ben echt benieuwd wat de reeks nog verder gaat brengen.
3*
Leprechaun 4: In Space (1997)
Alternatieve titel: Leprechaun IV: In Space
As Shakespeare said: shit happens
Van alle Leprechaun films was ik eigenlijk het meest benieuwd naar deze Leprechaun in Space. De eerste film was een erg vermakelijk iets waarbij het niet verwonderlijk is dat er veel vervolgen zijn gemaakt, maar het is een guilty pleasure om zo'n reeks compleet van de pot gerukt te zien worden. De eerste 2 sequels waren qua setup nog redelijk braaf (en de kwaliteit zakte al wel wat naar beneden, hoewel deel 3 terug een stap in de goede richting was) maar een Leprechaun die de ruimte terroriseert? Dat kan toch niet slecht zijn.
En lange tijd leek het erop dat dit inderdaad gewoon een erg fijn filmpje ging worden. Oké, het "In Space" aspect is redelijk nietszeggend. De film speelt zich nagenoeg heel de tijd in één of andere ruimtetuig (wat eigenlijk gewoon een grote loods is) af en wanneer er dan eens wat science-fiction elementen aan te pas komen, dan ben je blij dat die niet te lang duren omdat het er qua effecten vreselijk uitziet. Anno 1997 had dit toch wel heel wat beter kunnen zijn. Aan het plot worden ook niet veel woorden vuil gemaakt en is het eigenlijk meer een herhaling van de vorige films maar in combinatie met zo'n stelletje tough military guys/girls werkt het wel. Veel belachelijke scènes zoals de Leprechaun die terug tot leven komt via de lul van één van de militairen of een evil scientist die meer uit elektronica lijkt te bestaan dan wat anders. Uiteraard met een dik aangezet Duits accent (Allo Allo fans zullen dan ook zonder al te veel moeite Lieutenant Gruber herkennen) maar het duurt allemaal gewoon veel te lang. Dat einde ook met de Leprechaun die erg groot wordt en dan uiteindelijk in stukken wordt geblazen waarna hij nog zijn middenvinger opsteekt.. Tegen dan was de fun er echt al wel af.
Guy Siner dus als een over the top Duitse wetenschapper die compleet doordraait. Het ligt mijlenver van zijn rol in Allo Allo en tegelijkertijd ook niet. Of Siner is gewoon een erg beperkt acteur, dat kan ook natuurlijk. Warwick Davies keert gelukkig ook nog altijd terug als de Leprechaun maar lijkt de franchise zelf wat beu te zijn, hij heeft er precies minder plezier in. Jammer ook dat ze hem niet meer laten rijmen, dat was altijd wel een leuke vondst. De rest van de cast is compleet inwisselbaar. Kanonnenvlees pur sang en al vanaf de introductie van de personages kun je zeggen wie het wel en wie het niet zal overleven. Voor sommigen kan het einde niet snel genoeg komen (wat was die Gary Grossman irritant als het hulpje Harold) maar de merkwaardigste rol is die toch voor Princess Zarina. Die moet blijkbaar om meer screentime hebben gevraagd en krijgt dat in een compleet misplaatste scène waar ze haar borsten laat zien omdat dat op haar planeet het symbool is dat iemand ter dood veroordeeld is.
Ooh ja, en wat dan nog te zeggen van Jessica Collins die in een ventilatieschaft haar broek kwijtspeelt en het einde van de film in haar slipje mag spelen. Je moet het zien om te geloven hoe stompzinnig het op den duur wordt. En dan te bedenken dat ik het in het begin eigenlijk echt nog wel een guilty pleasure vond. Dat is het ook nog altijd wel maar dit duurt echt gewoon te lang. Jammer, want Brian Trenchard-Smith trok met deel 3 het niveau terug wat omhoog.
2*
Leprechaun in the Hood (2000)
Alternatieve titel: Leprechaun 5: Leprechaun in the Hood
A friend with weed is a friend indeed, but a friend with gold is the best I'm told
Als er nu één horrorfranchise is die werkelijk alle richtingen uitswingt, dan is het wel de Leprechaun reeks. Na Vegas te hebben bezocht en in de ruimte te zijn terecht gekomen, was het nu tijd voor "the hood". Het was dit deel en de voorganger (In Space) dat me eigenlijk overstag deden gaan om eens de volledige reeks te tackelen. Jammer genoeg lijkt het niveau per film drastisch te zakken (de eerste film was echt een leuke mix tussen horror en wat comedy) en In Space was al helemaal niet zo leuk als ik had verwacht. Dan maar hopen dat in the Hood wel de juiste snaar raakt.
Nee, nee en nog eens nee. Geen idee hoe dit überhaupt tot stand is gekomen maar de Leprechaun uit die eerste vermakelijke delen is ver te zoeken. Een pluspunt om mee te beginnen? De Leprechaun zelf rijmt er weer op los en in een film met een setting als deze is dat een uitstekende zet. Het zorgt voor een aantal what the fuck momentjes zoals onze groene vriend die met een heuse Leprechaun-rap de eindcredits inzet maar sowieso ben ik altijd wel fan van dit soort woordvondsten. Dat is dan ook één van de weinige, eigenlijk het enige, pluspunten aan deze in the Hood. Je zou verwachten dat de focus op de Leprechaun zelf komt te liggen maar dat is niet het geval. Nee, in de plaats krijgen we een vreselijk saai verhaaltje over een stel rappers die het willen maken zonder al te veel bitches and hoes grootspraak en in het bezit zijn gekomen van een magische fluit. Zou regisseur Rob Spera in zijn jeugd toevallig iets van De Smurfen gelezen hebben? Daar zat namelijk ook een magische fluit in.. Verder is de climax volstrekt belachelijk en nagenoeg onbestaande.
Nog een pluspunt is dat Warwick Davis nog altijd de rol van Leprechaun speelt. Hij is er al vanaf het eerste deel bij en zonder hem had deze reeks volgens mij nooit zoveel sequels gekregen. In de opvolger (die de ronkende titel "Back 2 tha Hood" heeft gekregen, ik ben benieuwd waar die over gaat gaan...) doet hij ook nog mee maar dan stopt het jammer genoeg. De Leprechaun reeks staat verder niet echt gekend voor zijn goede personages of acteurs maar hier wordt het wel heel droevig. Ice-T is nog best leuk in een rol met wat zelfspot als producer Mack Daddy (hoewel het vreemd genoeg eigenlijk nooit duidelijk wordt gemaakt hoe hij zijn fortuin met de fluit heeft vergaard?) en Coolio loopt ook nog een minuutje door het beeld maar Anthony Montgomery, Rashaan Nall en Red Grant daarentegen zijn als het trio hiphoppers echter abominabel slecht. Ben benieuwd of Back 2 tha Hood nog gaat teruggrijpen naar de gebeurtenissen uit deze film.
Waarschijnlijk niet, want geen enkel deel lijkt gelinkt te zijn aan de voorganger. Nog één normaal deel dus en dan 2 remakes/reboots en dan zit de Leprechaun reeks er ook weer op. De verwachtingen zijn ondertussen erg laag dus het kan alleen nog maar meevallen. Denk ik. Hoop ik... Grappig wel dat Spera een aantal jaar later het horrorgenre vaarwel zei en zich is beginnen focussen op familiefilms. Dat had hij misschien beter van in het begin van zijn carrière gedaan.
Kleine 1.5* (vooral vanwege een paar what the fuck momentjes)
Leprechaun Returns (2018)
I just said I wouldn't lay a hand on you. I never said I wasn't going to kill you
Het laatste deel (tot nu toch) uit de Leprechaun reeks en na een hele hoop sequels met Warwick Davis te hebben gemaakt - die het zelfs tot in de ruimte schopte - en een reboot die eigenlijk niets met de reeks te maken heeft, is het nu tijd voor een ander trucje uit een horrorfranchise: we negeren gewoon elke sequel die er ooit is gemaakt en keren terug naar het eerste deel. Ik zag het een tijd geleden gebeuren bij Return to Sleepaway Camp en eerlijk gezegd, het is een gimmick die ik eigenlijk nog wel leuk vind.
Zeker als het op een manier wordt gedaan dat er nog flink gelinkt wordt naar het origineel maar dat er toch een poging wordt gedaan om dit op eigen benen te laten staan. Dat Jennifer Aniston niets meer met de franchise te maken wilde hebben, dat kan ik me voorstellen dus zijn de makers genoodzaakt om een nieuwe generatie te introduceren met Lila, die uiteraard de dochter van Aniston's personage uit de eerste film is. Leprechaun Returns speelt zich verder nog af op exact dezelfde setting als de eerste film maar wat nog leuker is: Mark Holton keert terug als Ozzie. De combinatie van hem en Alex was in de eerste Leprechaun weliswaar bloedirritant maar zonder Alex werkt het hier wel vele beter. Het is de munt die hij 25 jaar geleden ingeslikt heeft dat alles terug in gang zet en we krijgen daarna een vermakelijke film voorgeschoteld waar een stel studenten het aan de stok krijgt met onze Ierse vriend. Vermakelijk in de zin dat de beslissingen die ze nemen niet altijd te lomp zijn maar ook qua effecten is dit een hele stap vooruit in vergelijking met de andere delen.
Geen Warwick Davis dus en dat voel je jammer genoeg wel. Blijkbaar heeft hij besloten om geen horrorfilms meer te doen sinds hij vader is geworden en dat is zonde, want je denkt automatisch aan Davis wanneer je aan Leprechaun denkt. Linden Porco krijgt dus de moeilijke taak om de nieuwe versie tot een goed einde te brengen maar slaagt daar eigenlijk wonderwel in. Wat zelfspot, een aantal fijne opmerkingen en vooral lekker veel gerijm natuurlijk. Ook het groepje studenten doet het op zich nog wel goed. Heel die verhaallijn tussen Lila en haar moeder is wat van de pot gerukt (en wat is het jammer dat ze een andere actrice hebben moeten inschakelen voor de stem van Tory) in de zin dat Tory er aan het einde van de eerste film weinig aan leek over te houden maar Taylor Spreitler, Pepi Sonuga, Sai Bennett en co zijn vermakelijk slachtvee voor de leprechaun.
Eigenlijk is de cirkel rond nu. De reeks startte kwalitatief met de eerste Leprechaun en tegen verwachting in heb ik me met deze Leprechaun Returns ook erg goed geamuseerd. Waar de eerste film net iets meer tegen de 4* schuurt, zit deze meer richting de bodem van 3.5* maar ze krijgen beide dezelfde score. Ben benieuwd of we ooit nog eens iets van onze groene vriend gaan zien, met of zonder Davis.
3.5*
Leprechaun: Back 2 tha Hood (2003)
What's up, ninjas?
Met Back 2 tha Hood ben ik terecht gekomen bij de laatste "echte" Leprechaun film gekomen. Er volgen nog wel 2 reboots/remakes/hoejehetookwilt noemen maar die zijn niet meer met Warwick Davis en laten we eerlijk zijn: hij is toch degene die de reeks zijn (lelijke) smoelwerk geeft. De kwaliteit van de reeks is echter ver te zoeken en het niveau van de eerste film wordt nergens meer bereikt. Na een korte heropflakkering met deel 3 ging de reeks compleet de dieperik met Leprechaun in Space en Leprechaun in the Hood en nu keren we terug naar diezelfde Hood.
Het einde van in the Hood liet dan ook ruimte open voor een vervolg, want voor de eerste keer in de franchise legde onze Ierse vriend niet het loodje op het einde film. Oké, hij kwam sowieso elke keer wel terug voor de sequel maar eigenlijk zijn het allemaal losstaande films met telkens hun eigen versie van de Leprechaun. Back 2 tha Hood is daar vreemd genoeg geen uitzondering op. De setting is nog ongeveer hetzelfde gebleven, maar voor de rest is het een andere film dan zijn voorganger geworden. Het trio hiphoppers is gelukkig genoeg niet meer van dienst maar de Leprechaun is jammer genoeg dan ook weer gestopt met rijmen. Dat was toch nog één van de meer leuke aspecten van de voorganger en dit 6e deel is dan ook over de gehele lijn triestig. Het heeft allemaal iets te maken met het standaard verhaaltje dat de Leprechaun zijn goud terug wilt hebben maar voor de rest is het weinig memorabel.
Vooral ook omdat hier weer zo'n beroerde cast aan te pas komt. Het blijft me verbazen dat Davis keer na keer blijft terugkomen voor de rol van de groene kabouter, want veel plezier lijkt hij er niet meer aan te beleven. Het zal wel een goede paycheck zijn geweest vermoed ik. Geen trio hiphoppers dus die het willen maken in de muziekindustrie maar wel een trio wannabe gangsters (of toch zeker een duo) en het typische typetje van iemand die slim is maar door omstandigheden dat niet ten volle kan benutten. Dat alles wordt gespeeld door Tangi Miller (het typische typetje), Laz Alonso (de wannabe gangster) en Page Kennedy (de tweede wannabe gangster en grootste idioot in het geheel) en geen één van de drie laat een goede indruk achter. Verder terug een beetje harder qua horror, of misschien is dat maar een gevoel, maar ook op dat vlak niets bewonderenswaardig. De climax waar de Leprechaun in de cement terecht komt is zelfs redelijk belachelijk.
Om dan nog maar te zwijgen over de opmerking over een haperende Glock (die uiteraard hapert) en de Leprechaun die uit een soort van geel aura bestaat wanneer hij door die Glock, en enkel en alleen die Glock, wordt neergeschoten? Er is allemaal geen touw meer aan vast te knopen en dat boeit op zich ook niet. Het is het soort film dat je het beste vergeet, ik had toch echt wel meer verwacht van deze reeks op basis van de eerste 3 films.. Hopelijk zijn die twee nieuwe varianten nog iets, al vrees ik ervoor door het gemis van Davis.
1*
Leprechaun: Origins (2014)
Fuck you, lucky charms!
Leprechaun begon ooit als een toffe horrorcomedy maar die kwaliteit werd in de sequels nooit meer benaderd. Warwick Davis bleef echter wel in de reeks geloven en maakte uiteindelijk maar liefst 5 sequels waarvan het niveau elke keer slechter en slechter werd. Na een bezoekje in de ruimte en 2 (!) films in da hood hing hij zijn hoed aan de haak en kregen we voor de verandering een reboot voorgeschoteld. De rol ging deze keer naar een zekere Dylan Postl die de bijnaam Hornswoggle heeft gekregen.
Het was een naam die wel een belletje deed rinkelen, maar het was pas bij het zien dat WWE deze film mee produceerde dat het kwartje viel. Postl is weer één van de zovele WWE supersterren die de stap naar films probeert te maken (en waarom ook niet. Zo'n The Rock of Dave Bautista doen het absoluut niet slecht en zelfs The Miz heeft al een paar rolletjes weten te versieren) en heeft een tijdje rondgelopen als Little Bastard, de leprechaun partner van de Ierse worstelaar Finlay. Blijkbaar moet er iemand gedacht hebben dat hij daardoor de perfecte kandidaat voor de reboot is, maar eerlijk gezegd: ik snap het niet. Als onderdeel van de Leprechaun reeks is dit een erg vreemde eend in de bijt. De reeks trok zich sowieso niet veel aan van de voorgangers maar dit kun je met de beste wil ter wereld eigenlijk niet onderbrengen bij de Davis films aangezien je dit zelfs amper een leprechaun kunt noemen. Dat gezegd zijnde, is het nog altijd wel een betere zit dan hetgeen we met In Space of in the Hood/Back 2 tha Hood voorgeschoteld kregen.
Het is nu meer een soort van Texas Chainsaw Massacre of Hills Have Eyes-achtige film geworden en nog een vrij vermakelijke zelfs. Naar het einde toe ontspoort het compleet en het design van onze Ierse vriend stoort me maar dit is gewoon de zoveelste standaardfilm in het genre die lekker wegkijkt. Je weet vanaf het begin dat Sophie het allemaal wel zal overleven, het is alleen de vraag in welke volgorde haar vrienden zullen sterven, maar Stephanie Bennett is een fijne screamqueen en hoewel haar vriendengroepje uit een stel idioten bestaat, waar ze ook niet aan kunnen doen natuurlijk, valt het allemaal nog erg goed mee in vergelijking met sommige andere delen uit de franchise. Visueel dus wel wat een tegenvaller met dat de Leprechaun zelf amper in beeld komt, snap nog altijd niet goed waarom ze dan net Postl daarvoor hebben gecast. Hij heeft werkelijk nul komma nul te doen in deze film.
Eigenlijk is dit vooral een film die compleet de mist is ingegaan qua marketing. Met de subtitel Origins denk je dat je meer te weten gaat krijgen over de Leprechaun zoals we die van Davis zijn invulling kennen en eigenlijk had je dit perfect kunnen brengen als losstaande (en zelfs als niet-Leprechaun) film. Ik vermoed dat er nu gewoon een hele hoop fans teleurgesteld zijn omdat dit zo veraf staat van de vorige films. Hopelijk doet Leprechaun Returns dat wat beter maar naar het schijnt is dat een rechtstreeks vervolg op de eerste film zowaar.
2.5*
Let It Be (1970)
An intimate bioscopic experience with the Beatles
The Beatles is zo'n groep die bekendheid verwierf lang voor mijn tijd. De groep maakte furore in de jaren '60 maar de fabulous four slagen erin om zelfs 40 jaar na hun laatste album nog altijd fans over heel de wereld te hebben, zelfs onder mensen die toen nog lang niet geboren waren zoals ik.
Ik had dan ook hoge verwachtingen bij dit tijdsdocument waar vermoedelijk dieper werd ingegaan op de moeilijke tijden die de bandleden hadden. Jammer genoeg slaagt de film in dit opzicht dan ook wat tegen. De beeldkwaliteit was niet fantastisch, hoewel het normaal gezien om een DVDrip ging gaan omdat ik de film nergens origineel tegen kwam, maar toch had ik meer verwacht. Het is inderdaad zoals Zinema zegt, er kwam niet meer aan te pas dan af en toe een gepijnigde blik en buiten hier en daar een onderling verwijt kreeg ik niet het gevoel dat de band op punt stond om uiteen te vallen. Wanneer er dan iets dieper wordt ingegaan op de problemen zorgt dit vaak toch wel voor interessante quotes zoals George Harrison die tegen McCartney zegt dat hij alles zal spelen wat hij wil en als hij wilt dat hij niet speelt dan zal hij ook niet spelen. Gelukkig slaagt de documentaire erin om de gehele tijd te boeien maar dat is denk ik vooral te wijten aan de hoeveelheid nummers die in de film worden tentoon gesteld. Persoonlijk ben ik, hier ga ik waarschijnlijk wel tegen wat schenen schoppen, fan van de oudere albums van The Beatles. Zo kan ik ontzettend veel meer genieten van een Please Please Me en Help dan van Revolver of Rubber Soul. Ik weet het, normaal gezien is het omgedraaid maar gelukkig kan ik de albums Abbey Road en Let It Be wel op waarde schatten en laat dat nu net hetgeen zijn waar de documentaire zijn nummers vandaan haalt. Het is dan ook leuk om beginnende versies van Maxwell's Silver Hammer of Octopus's Garden te horen.
Ik denk dat de film normaal gezien niet meer zou krijgen dan een 3 sterren maar het is het laatste halfuur dat de film naar een dikke 4-4.5 ster sleurt. Ik wist dat het bekende rooftop concert in de film zat maar dat het zo treffend en goed ging zijn had ik niet voor ogen kunnen houden. Op Youtube kun je het concert in verschillende delen zien maar dat heb ik niet gedaan omdat ik het echt in zijn geheel in de film wou verworven zien. Eén van men betere ideeën vind ik persoonlijk want het geeft net het extra tintje aan de film dat het broodnodig had. Nu kan ik hier zoveel typen als ik wil, het is toch iets wat je zelf zult moeten zien om het ten volle te kunnen waarderen zoals ik maar de manier waarop de groep weer speelt is fenomenaal om te zien. Vooral wanneer Lennon en McCartney aan het duet van de Let It Be cd, Two Of Us, beginnen barst de sfeer helemaal los en lijkt het echt alsof het nummer perfect voor hun beide is gemaakt. Maar ook de andere nummers zijn de moeite waard. Het wordt er dan natuurlijk allemaal nog beter op wanneer je de voorbijgangers verbaasd naar boven ziet kijken (dan te bedenken dat ik dit vroeger ooit allemaal eens in een aflevering van The Simpsons heb gezien) en dat uiteindelijk de politie langskomt omdat ze alle verkeer tegen houden. Ik zou er zo nog een alinea kunnen achter plakken met wat ik van dit laatste halfuur vond maar dan wordt het allemaal maar wat eentonig.
Let It Be is en blijft interessant voor een Beatles fan, zowel voor de doorgewinterde als voor de 'nieuwere'. Als documentaire zelf is het niet zo goed als het had kunnen zijn maar het rooftop concert maakt bijna alles goed. Uiteindelijk geeft Michael Lindsay-Hogg op een treffende manier weer wat The Beatles nu voor zoveel mensen was, is en altijd zal blijven zijn.
I'd like to say thank you on behalf of the group and ourselves, and I hope we pass the audition
4*
Let's Make It Legal (1951)
Let's Make It Legal
Een zoutloze komedie die nergens echt hilarisch wordt. Zelfs Marilyn Monroe kan heel de boel nog niet redden maar zorgt tenminste toch nog voor een glimlach op mijn mond in de weinige scènes dat ze heeft.
Het verhaal heeft niets om handen en waar de intriges voor spanning en/of humor moeten zorgen mislukt dit compleet. Enige puntje dat soms wel grappig was, waren de conversaties tussen Hugh en Victor met op het einde als hoogtepunt dat blijkt dat ze eigenlijk voor de liefde van Miriam hebben gedobbeld. Spijtig moet dit dan ook weer door zo'n mierzoet einde worden verneukt.
2*
Lethal Weapon (1987)
What did one shepherd say to the other shepherd? Let's get the flock out of here!
De laatste tijd eens aan de Mad Max reeks begonnen en dan bleek ik eigenlijk toch wel een grote fan van Mel Gibson te zijn. Hij speelt het titelpersonage met verve en ik had meteen zin om eens aan die andere bekende franchise van hem te beginnen: Lethal Weapon. Een tijd geleden de blu-ray box in solden gekocht voor de helft van de prijs en gisteren was het nog wel eens tijd voor een lekker vermakelijk actiefilmpje. Ik had dit indertijd op 3* gewaardeerd, maar vermoedde dat dat nu wel eens wat meer zou kunnen worden.
Altijd fijn wanneer een voorgevoel uitkomt, want dit eerste deel barst van de fun. De gekke Riggs en de kalme Murtaugh die tegen wil en dank worden samengebracht om de dood van een jonge vrouw te onderzoeken is genoeg basis voor een vermakelijk plot met lekker veel actie. Het einde met de vechtpartij tussen Riggs en Joshua in de tuin van Murtaugh oogt een beetje vreemd weliswaar, maar het is in ieder geval een leuke climax. Wat Lethal Weapon echter vooral onderscheidt van talloze andere films in het genre is het heerlijke samenspel tussen Riggs en Murtaugh. Zo'n typisch 'tegenpolen trekken elkaar aan' verhaal, maar een goede balans tussen serieuze scènes (de zelfmoordneigingen van Riggs) en grappige scènes (het kleine duel op de schietbaan tussen Riggs en Murtaugh wie er het best kan schieten) zorgen ervoor dat dit voor geen enkele seconde verveelt. Wat op zich knap is, want met een speelduur van een kleine 2 uur zou je verwachten dat dit toch wel ergens inzakt.
Eerlijk is eerlijk, het is vooral Mel Gibson en Danny Glover die dit naar zo'n hoog niveau tillen. Gibson is met zijn wilde haren en psychotische blik werkelijk geknipt voor de rol van Riggs en Glover is met zijn continue gezaag en gekreun de perfecte flik op retour die het opeens met een gestoorde partner moet doen. Toch is er aan de bijrollen ook nog wel de nodige aandacht besteed. Zo draaft Gary Busey wel vaker in dit soort films op, maar als Joshua speelt hij één van zijn beste rollen. Mitchell Ryan is een goede bad-guy en let vooral ook nog op een kleine bijrol voor Blackie Dammett. Blackie wie? Zijn echte naam is John Kiedis, vader van Red Hot Chilli Peppers zanger Anthony Kiedis. Dammett speelt één van de gangsters bij de introductie van Riggs.
Toffe soundtrack ook nog, maar wat verwacht je als je klappers als Eric Clapton en Michael Kamen samenbrengt. Zo'n typische jaren '80 sound die echt perfect bij de film past. Ik vraag me af of ik de film eigenlijk met mijn 4* niet wat te laag beoordeel. Eerst de vervolgen maar eens afwachten, wie weet zijn die nog beter...
Dikke 4*
Lethal Weapon 2 (1989)
Guys like you don't die on toilets
Het is altijd oppassen geblazen wanneer een film opeens een onverwachte kaskraker blijkt te zijn. Lethal Weapon verdiende in 1987 zijn budget dubbel en dik terug (en zelfs nog flink wat meer) en het duurde dan ook niet lang vooraleer er aan een vervolg werd gedacht. Het interessante is echter dat de drie grote namen (regisseur Richard Donner en de twee hoofdrollen Mel Gibson en Danny Glover) terugkeerden voor de sequel.
Ook Shane Black, die het script van de eerste film voor zijn rekening nam, werd gevraagd om opnieuw een script neer te pennen. Dat deed hij, maar dat script lag uiteindelijk om een aantal redenen niet in de lijn der verwachtingen en er werd een andere richting opgegaan. Klinkt als een recept voor een falende film, maar het script van Jeffrey Boam is best nog erg leuk. Lethal Weapon 2 is dan ook geen kopie van zijn voorganger en kiest er gelukkig voor om zijn eigen weg te gaan. Dat resulteert dus in heel wat meer humor en ook de verplichte romantiek komt eventjes om de hoek kijken. Had in het begin het vermoeden dat de relatie tussen Riggs en Rika de film compleet onderuit ging halen, maar het dient zowaar nog als een sterke aanloop voor een geweldige climax. Want ook dat is Lethal Weapon 2: lekker veel actie. Van die geweldige openingsscène met de autoachtervolging tot aan het knokken met een stel racistische bad-guys. Donner en co schuwen de politieke ondertoon niet en dat doet de film goed. Alleen wel bijzonder jammer dat Riggs op een bepaald moment een bord vast houdt met daarop "End Aparthied Now". Dat niemand die flater heeft gezien..
Het is echter maar een erg kleine smet op een voor de rest erg leuk geheel. Het grootste pluspunt is en blijft de samenwerking tussen Gibson en Glover. De ene al wat gekker dan de andere, maar ze zijn zo geweldig goed op elkaar ingespeeld dat het erg leuk is om naar hen te kijken. Zo'n scène met de bom op het toilet blijft gewoon erg goed, maakt niet uit hoelang ze duurt. Ook de toevoeging van Joe Pesci is een goede zet gebleken. Hier en daar misschien net iets te aanwezig in de film, maar hij vormt een leuk klankbord voor Gibson en Glover waardoor er menig leuk moment ontstaat. Er zijn trouwens nog wel wat meer mensen die zijn teruggekeerd voor de sequel. Zo is de soundtrack opnieuw van de hand van Eric Clapton en Michael Kamen, maar worden ze deze keer wel bijgestaan door 3/5 van The Traveling Wilburys. Iets wat je merkt in het erg aanstekelijke Cheer Down (geschreven door George Harrison en Tom Petty, geproduceerd door Jeff Lynne) dat tijdens de aftiteling speelt.
Meer van hetzelfde en toch anders, het is een moeilijke balans die menig sequels niet weet vast te houden. Niet alles werkt evengoed (waarom de dode vrouw van Riggs terug bovenhalen, laat hem gewoon wraak nemen voor Rika en niet voor allebei) maar dat neemt niets weg van wat voor een geweldige film dit is. Voorganger is een tikkeltje beter, maar het scheelt niet veel.
4*
Lethal Weapon 3 (1992)
We're in the middle of a case... of scotch
De eerste twee Lethal Weapon films waren een erg aangename verrassing. Het is natuurlijk een reeks met een zekere status, maar zeker in het geval van het tweede deel verbaasde het me dat de kwaliteit nog zo hoog bleef. Een leuke cast, flink wat actie en gewoon veel humor. De goesting was er ook om aan het derde deel te beginnen maar uiteindelijk toch eventjes wat mee gewacht uit schrik dat het teveel een herhaling van zetten ging zijn. Wat blijkt? Ook met de derde telg wordt een ietwat andere richting uitgegaan.
Lethal Weapon 3 trekt dan ook volop de kaart van de humor. Hardere scènes zoals de zelfmoordneigingen van Riggs in deel 1 of heel de relatie Riggs/Rika in deel 2 komen er nu niet aan te pas en ook de bad-guy is minder grotesk dan in de voorgangers. Dat is ergens wel jammer, Lethal Weapon voelt toch altijd een beetje larger than life aan, maar gelukkig zijn er nog genoeg geslaagde momenten. De openingsscènes in deze franchise doen het altijd goed en dat is met de bommelding hier niet anders. Leuk after credits stukje ook nog dat hier nog verder op bouwt. Soit, verder is dit in de grote lijn ook wel meer van hetzelfde natuurlijk. De relatie tussen Riggs en Murtaugh blijft de drijfveer in de film, Leo Getz duikt te pas en te onpas op en Riggs krijgt een nieuw vriendinnetje. Het is met die laatste dat het schoentje een beetje knelt omdat dat gewoon een vrouwelijke kopie van Riggs is (dan vond ik Rika in Lethal Weapon 2 beter uitgewerkt) maar ook hier zorgt het nog voor een aantal vermakelijke scènes.
De film steunt dus vooral op Riggs en Murtaugh en die worden uiteraard nog altijd gespeeld door Mel Gibson en Danny Glover. Gelukkig maar, want de twee zijn na 5 jaar nog altijd niet op elkaar uitgekeken en doen het erg leuk samen. Gibson begint precies wel wat zijn wilde manen te verliezen, maar dat doet geen afbreuk aan die gekke blik in zijn ogen. Joe Pesci keert ook terug maar is minder dan in de voorganger. Blijkbaar is hij er ook pas later ingeschreven en het voelt inderdaad wat geforceerd aan. Nieuwkomers genoeg ook met Rene Russo die als Lorna het hoofd van Gibson op hol brengt en Stuart Wilson is nog een redelijk geslaagde bad-guy. De minste van de drie weliswaar, maar hij kan nog rekenen op een paar coole scènes. Toffe soundtrack ook alweer met deze keer Sting als extraatje ten opzichte van de oude vertrouwelingen Michael Kamen en Eric Clapton.
Aan het vierde deel heb ik nog de meeste herinneringen, die kwam ook uit in een tijd dat ik veel in de plaatselijke videotheek was te vinden. Dit derde deel is blijkbaar al die jaren wat aan mij voorbij gegaan en hoewel het verval nu een beetje lijkt te zijn ingezet, is het nog altijd wel een erg degelijk deel in een erg degelijke franchise. Hoop toch ook nog ergens op een deel 5, zou toch mooi zijn.
3.5*
Lethal Weapon 4 (1998)
Flied lice? It's fried rice, you plick
Van de volledige Lethal Weapon reeks was het vierde deel er eentje waar ik nog herinneringen aan had. Het was sowieso de eerste film in de reeks die werd uitgebracht toen ik al op deze aardbol rondliep (hoewel, dat klopt niet helemaal aangezien Lethal Weapon 3 is uitgebracht toen ik 1 jaar was) maar ik kan me nog altijd het tripje naar de videotheek herinneren en natuurlijk die kickass finale met Jet Li. Blijft sowieso wel een reeks die een bijzonder hoog niveau weet te houden. Het derde deel was de minste tot nu toe, maar kon nog altijd rekenen op een solide 3.5*
En wat blijkt? Met het vierde deel krijgt de reeks er terug een halfje bij waardoor dit volgens mij de enige filmreeks is waarvan 3 van de 4 delen op 4* mogen rekenen. De lijn die is opgezet in het derde deel wordt hier verder doorgetrokken (meer humor, minder harde scènes) maar de manier waarop die relatie tussen Murtaugh en Riggs blijft evolueren, het is heerlijk om te zien. Sowieso ook enorm fijn dat dit ook telkens door dezelfde regisseur wordt gemaakt, want Richard Donner weet er een zekere continuïteit in te steken die ik kan waarderen. Dat kan van simpele one-liners/woordgrapjes doorheen de reeks gaan tot elke keer met een geweldige openingsscène op de proppen komen. Lethal Weapon 4 stelt op dat gebied wederom niet teleur en heeft met Wah Sing Ku ook nog eens een geweldige bad-guy. Niet alles werkt weliswaar even goed (Leo Getz is deze keer weliswaar minder expliciet aanwezig dan in deel 3 maar daar staat dan wel Butters tegenover) maar er spat hier gewoon zoveel fun af dat ik dat eigenlijk niet aan mijn hart laat komen. Het is en blijft een reeks waar ik elke keer goedgezind van word en zelfs met de ietwat lange speelduur is er bitter weinig op aan te merken.
Donner keert dus voor alle vier de films terug als regisseur, maar sowieso is de Lethal Weapon franchise een reeks die bewijst hoe het moet op dit gebied. Gibson en Glover keren uiteraard terug voor de rollen van Riggs en Murtaugh (en ooh, wat doen ze dat goed) maar ook de kleine bijrollen zoals Trish en Rianne, gespeeld door respectievelijk Darlene Love en Traci Wolfe, blijven door dezelfde cast vertolkt worden. Toch knap voor een reeks die meer dan 10 jaar draaide. Een aantal toffe nieuwkomers ook met Jet Li op kop. Die mag onder begeleiding van Cory Yuen een lekker potje vechten en in tegenstelling tot wat je zou verwachten bij zo'n Aziatische superster die in een Amerikaanse film terecht komt, is dat hier een perfecte combinatie. Soundtrack is ook weer erg fijn (ook daar opnieuw Michael Kamen en Eric Clapton, met dan nog wat nummers van onder andere Van Halen) en verder toch ook weer veel fijne actie.
Het is allemaal gigantisch over the top (die snelwegscène!) en toch heeft het zijn charme. Een klein halfjaar bezig geweest om de 4 delen te zien, maar ik zou het direct opnieuw doen. Blijft de beste rol van Gibson en hoewel hij hier zijn lange manen heeft laten knippen, doet dat gelukkig niets af aan de chemie tussen hem en Glover. Dat vijfde deel mag er gerust nog komen van mij, maar dan moet het wel op dezelfde manier worden aangepakt als de overige sequels. Dan komt het helemaal goed, maar op zich is en blijft dit ook een geweldige afsluiter.
4*
Letter, The (1940)
Alternatieve titel: De Brief
Strange that a man can live with a woman for ten years and not know the first thing about her
Nadat ik een paar dagen geleden Sea of Grass had gezien besloot ik nog aan een tweede film te beginnen maar wegens te moe zijn had ik die niet afgezien. Iedereen heeft natuurlijk al door dat het om deze The Letter ging en gisteravond de film dan toch maar afgekeken. En daar ben ik blij om want wat ik van de film zag was erg boeiend en de film blijft dit niveau vasthouden.
Ook ik ben niet altijd een grote fan geweest van Bette Davis. Ik leerde haar voor het eerst kennen in All About Eve en daar vond ik ze redelijk lachwekkend in. Het was pas bij andere films zoals The Anniversary, All This and Heaven Too en Dark Victory dat ik haar kunnen zag. Davis is dan ook op zo'n films op haar best waar ze gekwelde personages moet vertolken. The Letter is een film die in die categorie valt want ook hier laat La Davis zich van haar 'beste' kant zien. Het is een vertolking die boekdelen spreekt en het redelijk voorspelbare verhaal compleet naar een hoger niveau tilt. Maar ook de rest van de cast is van een erg hoog niveau. Vooral de, voor mij, onbekende James Stephenson weet zich perfect staande te houden tegenover Davis als de advocaat. Daar komt ook nog eens een ietwat kleinere bijrol bij van Herbert Marshall als de man van Davis maar ook die doet het erg sterk. Sowieso voegt de zwart-wit cinematografie ook nog eens enorm veel bij aan de sfeer die de film uitstraalt. De laatste scène met de moord op Davis is dan ook om in te kaderen. Sowieso ook een heerlijke dodelijke uitstraling van Gale Sondergaard.
Het verhaal op zich is wel redelijk standaard maar dat is natuurlijk wanneer je het vergelijkt met vandaag de dag. Ik kan me echter wel voorstellen dat dit in 1940 wel speciaal moest zijn. Een vrouw die zich op het eerste zicht verdedigt maar dan uiteindelijk een relatie blijkt te hebben met de vermoorde. Interessant genoeg om er een mooi en boeiend geheel van te maken maar dat ben ik sowieso wel van Wyler gewend. Wat eigenlijk nog het meeste indruk op me maakte is het einde. Nu is dit niet mijn eerste jaren '40 film, ik heb er via TCM al wel een hele resem opzitten, maar dit voelt op zich verfrissend aan. Even dacht ik dat Leslie er mee weg ging geraken (door onder andere Robert die haar vergeeft) maar dan breekt ze toch. Wat daarna volgt is nog een heerlijk kippenvelopwekkend einde waarin ze het uiteindelijk ook met de dood bekoopt. Onverwacht maar wel het perfecte einde voor de film. Ik zei het daarjuist al maar sowieso is de sfeer een enorm grote plusfactor in deze film. Van de assistent van Joyce kreeg ik echt de kriebels.
Niet geheel verwacht, ik wist ook niet goed wat ik moest verwachten eerlijk gezegd, maar ik ben erg aangenaam verrast. In dit soort rollen zie ik Davis het liefste spelen en ze doet dat fantastisch. Ook de bijrollen zijn erg goed ingevuld en visueel is dit bij vlagen erg mooi geschoten. Wyler blijkt toch een regisseur te zijn om in het oog te houden.
4*
Letzte Mann, Der (1924)
Alternatieve titel: The Last Laugh
Een man en zijn uniform
Ik ben me de laatste tijd wat meer aan het verdiepen in de wondere wereld der silents. Nog steeds niet mijn favoriete tak uit de cinema, ik moet er toch in een bepaalde state of mind voor zijn, maar ik zie wel een aantal interessante films passeren. Nosferatu van F.W. Murnau vond ik erg sterk, dus ik was benieuwd wat Der Letzte Mann ging brengen.
Jammer genoeg is het wat uitgedraaid op een sisser, niet op zijn minst door het volstrekt belachelijk einde. Het zalft weliswaar de wonde al een beetje dat Murnau er zelf niet voor heeft gekozen om de film met een happy end te laten eindigen (hij geeft dit precies ook wel aan in een epiloog die ik jammer genoeg niet ten volle heb meegekregen omdat er geen ondertiteling was en ik geen Duits spreek), maar het laatste kwartier is zo vreselijk slepend! Gewoon de ene na de andere flauwe scène waar we de portier geld zien spenderen. En ergens neem ik dat Murnau toch wel kwalijk, want het lijkt me dat hij de manier waarop de film moest eindigen toch zelf heeft gekozen. Her en der lees je dat het slotstuk vooral cynisch is bedoeld, maar dat ontgaat me dan toch eerlijk gezegd. Had de film liever zien eindigen met de zelfmoord van de portier, al klinkt dit dan wel weer erg luguber..
Het is me bij Nosferatu niet opgevallen, maar het is wel knap hoe Murnau een poging doet om de film met zo min mogelijk tussentitels te presenteren. Hij kiest ervoor om de beelden voor zich te laten spreken en het resulteert vaak in een schoonheid aan beelden. Sowieso de moeite om dit eens op het grote scherm te zien. Dit heeft echter wel als gevolg dat Jannings zich genoodzaakt voelt om met erg veel gedoe en weidse gebaren te acteren. Zijn prestatie wordt nagenoeg unaniem bewierookt, maar hij schmiert er op den duur wat op los naar mijn gevoel. Toch is het wel Jannings die de film draagt. Dat imposante lichaam, die schitterende snor, … Hij is overduidelijk op zijn plaats, maar zoals gezegd kreeg ik er na een tijd wel genoeg van.
Misschien daarom ook dat het toegevoegde einde me zo stoort, het was namelijk rond die tijd dat ik het gevoel kreeg dat de film wel mocht eindigen. Wat volgt is echter een compleet nutteloos kwartier waarmee Murnau zijn film compleet onderuit weet te halen. Kan zich meten met Lang's Woman in the Window als het om onbevredigende eindes gaat. Prachtige poster, dat wel.
3*
Leui Ting Jin Ging (2000)
Alternatieve titel: China Strike Force
Have patience? Doctors have patients
Een aantal jaar geleden was ik volledig in mijn John Woo-periode (en als ik eerlijk ben, ben ik dat nog steeds wel een beetje) en schafte ik mij een 4-delige DVD box aan om de enige reden dat Once a Thief daarin zat. Achteraf gezien bleek dat echter één van Woo's slechte films ooit te zijn... De overige films in de boxset hadden niet echt mijn interesse (al zeker niet wanneer bleek dat Black Mask gedubt was) maar Stanley Tong maakte wel een aantal vermakelijke Jackie Chan films en ik wou wel eens zien wat hij zonder Chan waard is.
Veel blijkbaar, want China Strike Force is een erg vermakelijke film geworden. Het verhaal is zo standaard als de volgende film waar twee agenten een aantal drugsdealers op het spoor zijn, maar in de handen van Tong wordt dit nog een genietbaar plot. Het is echter vooral de actie die de film zijn extra punten oplevert. Van scènes zoals de race met de lamborghini en de formule 1 wagen tot de climax op het glazen paneel.. Het ziet er allemaal erg goed uit voor een film die toch ook alweer bijna 20 jaar oud is ondertussen. Het zijn niet enkel grootschalige actiescènes met voertuigen en dergelijke, maar ook de één op één gevechten zijn gewoon erg degelijk geschoten. Flitsend en toch overzichtelijk. Dan zijn er andere films die dat heel wat slechter doen en bovendien ook slechter bewaard zijn gebleven. Beetje jammer van de verplichte 'twist' dat Sheriff Lin ook een slechterik is maar bon, dat was te verwachten bij zo'n standaardplot als dit.
Grootste verrassing is echter de aanwezigheid van Coolio. De rapper die vandaag de dag vooral nog bekend is gebleven dankzij het heerlijke Gangsta's Paradise (en bij mij persoonlijk dankzij zijn introsong voor Kenan & Kel) mag hier komen opdraven als één van de grote slechteriken van dienst. Altijd gevaarlijk om een niet-acteur een grote rol te geven, maar in het geval van Coolio werkt het wonderwel. Ook voor een groot stuk dankzij de wisselwerking met Mark Dacascos waardoor je twee leuke bad-guys hebt. Daar moeten natuurlijk twee helden tegenover staan en die komen er in de vorm van Aaron Kwok en Leehom Wang. Qua vechten valt er weinig verkeerds over hen te zeggen, maar hun dialogen komen toch hier en daar geforceerd over. Ze houden er een ietwat vreemd gevoel voor timing op na in ieder geval. Met Norika Fujiwara heb je nog een geslaagde femme fatale en dan heb je het zo wel wat gehad.
Wel vreemd trouwens dat dit blijkbaar zowel in het Engels als in het Kantonees is gefilmd. Afgaande op de aanwezigheid van onder andere Coolio ging ik ervan uit dat dit origineel in het Engels was (en tijdens de eerste minuten leken de monden toch overeen te stemmen met de dialogen) maar onder andere Yesasia verkoopt een Kantonese versie met Engelse subs.. Vraag me af of het echt in twee talen gefilmd is of gewoon gedubt.
3.5*
Lèvres de Sang (1975)
Alternatieve titel: Lips of Blood
Rollin gaat de verhaaltoer op
De films van de Franse erotische regisseur zijn een tijd geleden veelvuldig op DVD verschenen. Eerst voor een belachelijk hoge prijs (de Free Record Shop rekende zo'n 10 euro per film) maar nadien begon je de DVDs terug te vinden in de budgetbakken van onder andere de MediaMarkt. Fascination was een redelijke kennismaking met Rollin en ik besloot om eens wat meer werk van hem aan te schaffen. De eerste twee films (The Nude Vampire en Requiem for a Vampire) vielen me echter lelijk tegen waardoor het weer even heeft geduurd eer ik verder ging met de collectie. Gisteravond dan toch maar eens op goed geluk de gok gewaagd.
En jongens toch, wat is dit weer voor een film. Lips of Blood opent met een nogal merkwaardige openingsscène (met een heel laag geluidsvolume waardoor ik dacht dat er iets met mijn televisie mis was) waar het gebruikelijke vampiersthema uit zijn films wordt opgezet. Op zich verschilt Lips of Blood dan ook amper van eender welke Rollin film (hij zou ook een aantal zombie films hebben gemaakt maar die ben ik nog niet tegen gekomen) en is het vooral hopen dat hij een degelijk sfeerbeeld kan schetsen. Een sfeerbeeld dat niet altijd even goed tot zijn recht komt maar de regisseur laat zich gelukkig al niet verleiden tot het maken van een pornofilm zoals hij dat met Requiem for a Vampire wel deed. Lips of Blood is dan ook een film geworden waar weinig bloot in zit, toch naar de normen van Rollin, en dat komt het verhaal op zich nog wel ten goede. Het is dan ook jammer dat het plot rond Frédéric's jeugd niet echt interessant is te noemen. Het wordt terug wat boeiender wanneer de vier mysterieuze dames op de proppen komen maar wat volgt is een nogal uitgemolken climax rond een eeuwenoude familievloek of iets dergelijks. Ik moet toegeven dat mijn aandacht tegen dan al wel serieus verslapt was en het me eigenlijk niet meer zo interesseerde. De laatste beelden zijn trouwens wel weer erg merkwaardig. Rollin besluit om de twee geliefden naakt op een strand te tonen in het volle daglicht (de vampiers in de films van Rollin zijn trouwens niet gebonden aan de wetten van de filmvampier) om hen dan tezamen in een doodskist te laten stappen die dan wordt meegesleurd door het opkomend tij. Hij had er wel een betere locatie voor kunnen uitkiezen want het heeft lang geduurd eer de kist wordt opgenomen door het water en voorbij de stokken geraakt. Er worden ook nog een paar verwijzingen gemaakt naar zijn eigen films via de poster van The Nude Vampire/La Vampire Nue buiten de cinema en Shiver of the Vampires/Frisson des Vampires in de cinema zelf die wel leuk zijn om te spotten.
De regisseur is zelf ook nog even te zien in de film als de bewaker van het kerkhof. Hij is wel vaker te zien trouwens in zijn eigen films in een minieme bijrol. Voor het verhaal deed Rollin een beroep op een andere Jean, namelijk Jean-Loup Philippe die tegelijkertijd ook de hoofdrol van Frédéric voor zijn rekening neemt. Nu niet bepaald een goede acteur maar dat geldt eigenlijk voor heel de cast. De meeste vrouwelijke bijrollen moeten dan ook niets meer doen dan in hun blootje rondlopen. Ironisch genoeg is het interessantste echter het gerucht dat Jim Morrison van The Doors en zijn vriendin hier even zouden meespelen. De legendarische zanger was jammer genoeg al overleden in 1971 maar in de party scène aan het begin van de film (zowat tussen minuut 12 en 14) is een koppel te zien dat best wel hard hen lijkt. Of het ze echt zijn (Morrison en zijn vriendin Pamela Courson hebben wel een tijd in Parijs gewoond en het zou kunnen dat Rollin de film pas later heeft uitgebracht) is me niet bekend maar het zou wel interessant zijn. Voor degenen die echter de film niet willen zien puur en alleen voor dit stuk (en dat kan ik perfect begrijpen) zijn de screencaps hier en hier te vinden.
Zowaar een film waar Rollin een poging doet om meer verhaal te verwerken maar het resultaat is even slecht. Ik begin te twijfelen dat Fascination wat meer een halve gelukstreffer was want wat ik voor de rest van hem heb gezien nodigt niet uit tot meer. Ik heb nog 2 films liggen en die zal ik nog een poging geven maar daar stopt het voor mij.
1*
Li'l Abner (1940)
Alternatieve titel: Trouble Chaser
Dogpatch style
Ik ben in het bezit van twee Buster Keaton boxsets. De eerste is de Keaton Chronicles met een hoop shorts, 8 features en 2 specials. De tweede is een box van Classic Movies die bestaat uit dezelfde shorts (alleen minder qua aantal) en 4 features. De tweede box was mijn eerste kennismaking met Keaton maar ik ben toch meer te vinden voor zijn vroegere werk dus wou ik eerst de Chronicles box uitkijken. Een tijd geleden gedaan en gisteravond besloot ik om de rest van zijn oeuvre dat ik in mijn bezit heb maar eens te kijken.
Zoals gezegd ben ik meer te vinden voor zijn silent films maar ik vind sommige latere films (Speak Easily en The Lovable Cheat bijvoorbeeld) nog wel vrij vermakelijk. Ik startte dan ook met deze gedachte aan de volgende film in rij, Li'l Abner, maar dit is inderdaad toch niet zo denderend. Blijkbaar is dit een verfilming van een stripverhaal waar ik nog nooit van gehoord heb maar deze film nodigt natuurlijk ook niet uit om het eens te gaan opzoeken. Vooral omdat dat taaltje dat ze hier spreken werkelijk bloedirritant is maar het Sadie Hawkins Day idee (alle mannelijke vrijgezellen worden achtervolgd door vrouwen en wanneer een vrouw een vrijgezel te pakken heeft, is hij verplicht met haar te trouwen) heeft wel een zekere charme. Hiermee weet de film toch nog enige puntjes mee te sprokkelen. Alleen zonde dat het dan weer opeens zo snel gedaan is, mijn versie duurde trouwens ook maar 53 minuten in tegenstelling tot de 78 minuten die hier en op Imdb staan aangegeven.
Jeff York neemt de titelrol op zich en is met zijn 1,93 meter precies een reus tegenover de rest van de cast maar dat is maar het enige punt waarmee hij zich ten opzichte van de rest kan onderscheiden. York moet een lange slungel spelen die blijkbaar geen enkele zin grammaticaal correct kan uitspreken (al geldt dat voor iedereen) en op den duur verveelt het personage wel. Gelukkig wordt hij halverwege de film bijgestaan door twee, volkomen onbekende, schone vrouwen genaamd Kay Sutton en Martha O'Driscoll. Alleen zonde dan weer dat de kwaliteit van de DVD te vaak te donker is waardoor je niets kunt zien. Het gevecht met Earthquake McGoon is dan ook gewoonweg niet te volgen. En degene waarvoor iedereen volgens mij ooit aan deze film is begonnen heeft tenslotte maar een erg kleine rol. Ik heb het natuurlijk over Buster Keaton die hier de rol van Lonesome Polecat op zich neemt. In het begin nog vrij nadrukkelijk aanwezig, in het midden compleet verdwenen en op het einde komt hij nog eventjes terug. Neemt wel met gemak de leukste scènes op zich.
Er zijn betere geluidsfilms te vinden met Buster Keaton, zoveel is duidelijk. Li'l Abner is een stripverfilming die op zich vrij getrouw aan de personages lijkt te blijven (ik zou niet weten waarom ze anders voor deze vreemde aankleding hebben gekozen) die alleen de moeite is als je echt alles van Buster Keaton gezien wilt hebben. Verwacht hier echter niet te veel van.
2*
Liar's Autobiography - The Untrue Story of Monty Python's Graham Chapman, A (2012)
Alternatieve titel: Graham Chapman: Dead in 3-D
The best movie I've been in since I died - Graham Chapman
Graham Chapman is mijn favoriet lid van Monty Python. Ik kan het niet juist uitleggen waarom maar de man heeft een zekere aantrekkingskracht die hem net iets meer geeft dan de anderen van het gezelschap. Ik was dan ook erg benieuwd naar deze verfilming van zijn memoires maar zoals gewoonlijk vergat ik het bestaan van de film weer eens compleet. Het was dankzij de opmerking van stinissen dat dit terug onder de aandacht kwam en ik wou wel eens testen of de film inderdaad zo slecht is als de drie voorgaande stemmers beweerden.
Want de films rond/met Monty Python zijn al vaker een kwestie geweest van love it or hate it. A Liar's Autobiography, gebaseerd op de memoires van Chapman onder de gelijknamige titel, valt daar eigenlijk wat tussenin. Dat komt omdat dit natuurlijk geen volbloed Python film is want wat de connectie met Jeff Simpson en Ben Timlett is, daar heb ik geen idee van maar de toevoeging van Bill Jones aan de regie is wel goed want die had in ieder geval de smaak van Python te pakken via de Almost the Truth documentaire. Het resultaat is zoals je kunt vermoeden wel een redelijk vreemde zit doordat de film nooit voor meer dan 5 minuten dezelfde animatiestijl weet aan te houden. Het ene moment is de animatie erg mooi terwijl het volgende stuk dan weer spuuglelijk is. Dit heeft als voordeel wel dat er tussen al deze verscheidenheid toch wel iets moet zitten dat je mooi vind en dat je eigenlijk blijft kijken omdat je niet goed weet wat je verder kunt verwachten. Het 3D is zoals gewoonlijk compleet te verwaarlozen en met uitzondering van een squash balletje en een ketsende steen op het water is er niets van te merken.
Het interessantste aan heel de film is het feit dat Graham Chapman zelf de boel vertelt. Aan de hand van recent ontdekte audio-tapes is er een geslaagde voice-over tot stand gekomen die eigenlijk nergens aanvoelt als knip en plakwerk. Als je niet beter zou weten dan zou je denken dat Chapman effectief de film een goed jaar geleden heeft ingesproken. Zoals de titel al doet vermoeden gaat A Liar's Autobiography over het leven van Chapman. Dit is vrij boeiend (zijn drankproblemen, het verbergen van zijn seksualiteit, ...) maar de film draaft soms te ver door op bepaalde elementen terwijl andere dan maar eens even worden aangehaald en gerust verder uitgewerkt mochten worden. Het verloopt chronologisch maar als je niet bekend bent met het werk van Monty Python (en daar raad ik de Almost the Truth documentaire aan als je meer wilt weten), dan gaat er nogal veel aan je voorbij gaan vrees ik. Wel tof dat de overgebleven Python leden (met Carol Cleveland maar met uitzondering van Eric Idle) allemaal nog even komen opdraven. Wat Cameron Diaz hier heeft te zoeken, ik weet het niet maar storen doet ze niet.
Interessante zit maar de animatiestijl is niet altijd even goed geslaagd en hierdoor voelt de documentaire nogal gefragmenteerd aan. Het resultaat mag er op zich wel wezen maar dat is voornamelijk dankzij de aanwezigheid van Chapman en de rest van het gezelschap. Love it or hate it maar ik zit in het midden.
3*
Licence to Kill (1989)
Alternatieve titel: License to Kill
James Bond is out on his own and out for revenge
Met James Bond zitten we alweer aan de laatste van Timothy Dalton, de vierde 007 en de laatste van John Glen die de reeks een nieuwe boost gaf en een bijna vlekkeloze Bond-carrière aflegde, iets wat volgens mij door geen enkele andere Bond regisseur buiten Guy Hamilton is gedaan. De vlek op Glen zijn carrière is niet deze Licence To Kill maar The Living Daylights en dat is maar goed ook want Glen zorgt hiermee voor de tweede beste Bond, na Goldfinger natuurlijk.
Ik had eigenlijk niet verwacht dat ik een niet Ian Fleming nog ging verkiezen boven zijn gewone verhalen want ten tijde van Licence To Kill hadden ze alle volledige verhalen inclusief kortverhalen al allemaal gebruikt in de voorgaande films. De scenario schrijvers stonden dus voor een moeilijke opgave, met een waardig Bond-verhaal op de proppen komen dat tegelijkertijd ook alle kenmerken bevatte die de reeks maakte tot wat ze is. Wilson en Maibaum verdienen hier dan ook zonder twijfel veel respect voor. Het hele concept van 007 die wraak wilt nemen is iets wat ik al graag had zien gebeuren sinds On Her Majesty's Secret Service maar jammer genoeg kwam Hamilton toen af met de enige vlek op zijn carrière, Diamonds Are Forever. Misschien niet zo slecht want ten tijde van Sean Connery of zelfs Roger Moore hadden ze met dit niet moeten afkomen. De persoonlijke vendetta van Bond wordt sterk in beeld gebracht door één van de beste openingsscènes uit een Bond. Deze keer geen spectaculaire achtervolgingen ter ski of vliegtuig maar gewoon alles over een andere boeg smijten door het eerst allemaal over Felix Leiter te laten gaan. Een gouden keuze want zonder deze introductie waar je Bond zijn zilveren aansteker krijgt en getuige is op Leiters trouw had de wraakactie niet geloofwaardig over gekomen. 007 komt hierdoor een stuk realistischer en duisterder over en dat is zeker een kant van hem dat ik meer wil zien. Ik had wel even schrik dat de film gigantisch ging inzakken in het midden van de film, vooral toen er opeens ninja's aan te pas kwamen maar gelukkig werkt Glen dit niet verder uit en blijft het na een klein dipje allemaal op hetzelfde niveau als het eerste deel van de film.
Roger Moore blijft de beste Bond gevolgd door Connery maar Dalton zit toch niet zo heel ver af die laatste. Dalton is dan ook gewoonweg geknipt voor deze rol want Moore en Connery kwamen soms te humoristisch over terwijl Dalton rauwer en duisterder is. Jammer dat hij maar twee films heeft gedaan want ik had hem zeker in deze stijl willen zien verder gaan. Carey Lowell is als Pam Bouvier een waardige Bond-girl, in het begin had ik eerlijk gezegd mijn twijfels omdat ze meer op G.I. Jane leek te lijken in plaats van de meer frêle Bond-girls die de voorbije films sierden. Talisa Soto vond ik als reserve Bond-girl iets minder, voor mij had haar rol niet echt gemoeten en ik was dan ook blij dat hij uiteindelijk voor Lowell kiest. Qua bad-guy is dit ook een topper van formaat. Sterk van de makers dat ze nogal op de actualiteit inspeelde door het verhaal te laten inspireren op de Columbiaanse drugsmokkelaars. Ik weet natuurlijk ook wel dat dit niet de eerste keer is dat ze zich op de actualiteit baseren maar nu kwam het echt duidelijk over in mijn ogen. Soit, Robert Davi speelt dan ook een uitstekende en overtuigende Sanchez. Geweldig trouwens om nog een piepjonge Benicio Del Toro te herkennen in een bijrol als henchmen Dario. Het is dat zijn naam op de openingscredits kwam want anders had ik hem er waarschijnlijk niet uitgehaald. Iets dat natuurlijk ook nog het vermelden waard is, is de rol van Desmond Llewelyn als Q die voor een keer is mooi en lang wordt uitgewerkt in het verhaal. Ik vraag me alleen af hoelang hij nog gaat meegaan want hij is echt al oud aan het worden. Voor de rest vind ik het wel ergens spijtig dat Llewelyn de enige van de bijna originele cast overschiet. Elke keer als Monneypenny of M in beeld komt krijg ik een bitter gevoel als ik die jonge gezichten zie.
Dan rest tenslotte alleen nog de soundtrack. De irritante elektronische geluidjes uit The Living Daylights zijn verdwenen en sinds lange tijd is dit nog eens een nummer dat echt perfect in een Bond-film past. Lekker catchy en sterk gezongen. Leuk trouwens om Michael Kamen zijn naam te zien passeren omdat ik hem vooral ken van zijn latere werk met Metallica in de cd en dvd S&M.
In ieder geval is dit tot nu toe de tweede beste Bond. Goldfinger krijgt nog net dat tikkeltje extra doordat het de eerste film was die alles combineerde wat de reeks zo fantastisch maakte maar qua score komen ze op gelijke hoogte te staan.
4*
Lick the Star (1998)
Het echte debuut van Sofia Coppola (Bed, Bath and Beyond uit 1996) is niet meer te vinden, maar gelukkig is er nog altijd Lick the Star. Een jaar vooraleer de regisseuse zou doorbreken met The Virgin Suicides levert ze met deze short al meteen iets af in haar kenmerkende stijl. In een prachtig zwartwit laat ze de levenscyclus van een stel tienermeisjes zien. De idolatie van Flowers in the Attic, het meeloopgedrag, het vernietigen van de reputatie 'minderwaardige' meisjes, de val van de queen bee … Niet alles is even perfect, maar het is interessant om te zien hoe Coppola hier al de eerste stappen zet in de richting van haar volbloed features. Let vooral ook nog op de bijrol van Peter Bogdanovich!
3.5*
Liebes-ABC, Das (1916)
Alternatieve titel: The ABC of Love
De liefde in drie aktes
Afgelopen maand was ik in Frankfurt en daar heb je een mooi filmmuseum dat zich concentreert op een ontstaan van de film. Een aanrader als je het mij vraagt en ik wou wel een souvenir meenemen, maar een probleem dat ik vaak heb is, dat ik nogal vrij specifiek op zoek ga naar wat ik juist wil hebben en het is niet gegarandeerd dat ze dat überhaupt hebben. De criteria waren deze keer: Duits, Silent en nog doenbaar qua prijs. Ik kwam terecht bij een boxset met 4 films met Asta Nielsen.
Dat was nog altijd wel een DVD set van 30 euro, maar dan had ik tenminste wel 4 films en niet eentje zoals de overige films. Bovendien zijn het allemaal films van +/- 60 minuten en eerlijk gezegd, langer trek ik het vaak niet bij silent films. Soit, op goed geluk deze Das Liebes-ABC opgezet en dat bleek een goede keuze te zijn. Al sinds Monty Python ben ik fan van mannen die zich als vrouwen verkleden (of vice versa) en waar niemand zich vragen bij stelt en regisseur Magnus Stifter bleek daar samen met scriptschrijvers Martin Jørgensen & Louis Levy ook wel het plezier van in te zien. Het resultaat is dat Lies op een dag aan het dagdromen is hoe haar toekomstige verloofde er gaat uitzien, zij heeft namelijk een Clark Gable avant la lettre voor ogen, maar eenmaal hij voor haar neus staat, blijkt het een bedeesde en schuchtere jongeman te zijn. Zelfs eentje die nog niet eens weet hoe hij een sigaret moet roken en dan is voor Lies de maat vol en besluit te zich te verkleden als man en samen met haar verloofde naar Parijs te trekken om daar te tonen wat een echte man zijn inhoudt. Misverstanden alom blijkbaar.
Eerste kennismaking met Nielsen dus en dit doet ze goed. Ze heeft iets aandoenlijks over zich hangen en is eigenlijk overtuigend als zowel vrouw (logisch natuurlijk) maar ook als man. Ludwig Trautmann speelt haar verloofde en hoewel Nielsen vooral met de aandacht gaat lopen, slaagt hij er in om zijn mannetje te staan. Nog een kleine rol is weggelegd voor Magnus Stifter zelf als de vader van Lies. De DVD release is trouwens een wat opgepoetste versie. De film was verloren geacht, maar in 1949 werd in Denemarken nog een versie ontdekt. Gejuich alom uiteraard en in Zweden werd dan nog eens een censorship card ontdekt waaruit bleek dat er veel meer tussentitels aanwezig waren dan in de Deense versie. Het Zweeds werd vertaald naar het Duits en de film mag het dus vandaag de dag doen met nieuwe tussentitels.
Tof! Ik ben al helemaal overtuigd van Asta Nielsen en ben benieuwd wat de drie overige films nog gaan brengen. Haar bekendste film hier blijkt Die Freudlose Gasse uit 1925 te zijn, al is het eerder de vraag of dat dankzij Nielsen of dankzij de jonge Greta Garbo is... Toch mooi dat dit 100 jaar na datum nog te zien blijft.
3.5*
Life after Beth (2014)
We're going to go for a hike
Het zal niemand zijn ontgaan dat het gisteren Halloween was en dat moet natuurlijk gevierd worden met een horrorfilm. Een kameraad wou deze Life After Beth graag zien vanwege de aanwezigheid van Anna Kendrick (waar ik ook absoluut niet tegen ben) en mij leek dit sowieso wel een leuk filmpje te zijn. Het was bovendien de eerste keer dat ik Dane DeHaan in een soort van komedie tegenkwam en ik was wel benieuwd wat dat ging brengen.
Life After Beth is een wat vreemde film geworden. Jeff Baena, die zowel de film schreef als regisseerde, laat het allemaal erg traag op gang komen en de eerste helft van de film gebeurt er eigenlijk vrij weinig. Wel een aantal leuke momenten hoor, maar het is pas wanneer Beth echt begint door te draaien en er andere levende doden op de proppen komen dat de film in een hogere versnelling schiet. Beth die rondloopt met een oven op haar rug, Kyle die met enkel een handdoek rond zijn middel op alles en iedereen schiet, ... Life After Beth ontspoort dan in een heerlijk chaotische film waar een stel mensen moeten zien te overleven terwijl er overal levende doden rondlopen die enkel rustig lijken te worden van wat smooth jazz. Een aantal clichés weliswaar en toch matcht het mooi met de vibe die Beth en Zach uitstralen. Jammer dat Baena niet sneller met dit aspect van het verhaal op de proppen is gekomen, want het laatste deel van de film maakt veel van de trage opbouw goed.
Aubrey Plaza en Dane DeHaan, het is een mooie combinatie. Liefhebbers van Plaza moeten sowieso Parks & Recreation eens checken waar ze eenzelfde deadpan delivery heeft en de rol van Beth is haar dan ook op het lijf geschreven. Ik moet er wel bij zeggen dat DeHaan soms wel net iets teveel op het randje balanceert. Gelukkig kan hij voor een groot deel van de scènes zonder Plaza nog wel rekenen op een geweldige John C. Reilly. Naar het einde toe verdwijnt die wat uit de film, maar de scènes tussen hem, DeHaan en Molly Shannon zijn goed. Er is ook nog een rolletje weggelegd voor Anna Kendrick, maar die komt uiteindelijk maar een goede 10 minuten in beeld. Had daar toch iets meer van verwacht aangezien ze op de poster voor Molly Shannon en John C. Reily staat.
Lastige film om te beoordelen in ieder geval. Life After Beth heeft een paar spaarzame goede momenten in het begin en gaat pas naar het einde los. Tegen dan lijkt het kalf al te zijn verdronken, maar gelukkig is dat zonder een degelijke cast gerekend die dit toch naar een hoger niveau nog weet te tillen.
3*
Life Blood (2009)
Alternatieve titel: Pearblossom
Chicks chasing cocks
Zaterdag is meestal de avond waarop we met een paar vrienden afspreken en wat films kijken. Via Telenet kun je een pack kopen waarmee je een aantal gratis films kunt zien. Dat varieert van allerlei genres maar meestal kiezen we een film uit het horror genre. Uit de hoop redelijk crappy uitziende films leek dit het beste te zijn vanwege een vrij leuke poster en een op het eerste zicht goed ogend plot. De film kondigde zich aan als een actievolle, grappige From Dusk Till Dawn-achtige film dus de interesse was gewekt.
Jammer genoeg komt er van al deze mooipraat maar weinig van in huis. Sunset Vampires (onder die titel hebben we hem gezien) begint nochtans wel vrij degelijk. We krijgen wat softcore lesbische actie te zien en ook heel het retro sfeertje had wel een zekere charme. Vanaf dan verzandt de film in allerlei oninteressant gewauwel over scheppers van het universum en de eeuwige strijd tussen goed en kwaad. Van vampieren kun je amper spreken en de film lijkt dan ook nergens de gewenste sfeer te bereiken. Jammer, want hier had misschien wel meer in kunnen zitten maar het is het gebrek aan leuke nonsens, hilarische one-liners en campy situaties die ervoor zorgen dat dit vrij saai wordt. Hier en daar is er nog een leuke opflakkering maar het heeft niet mogen baten. Ron Carlson schrijft en regisseert maar had zich beter geconcentreerd op één van de twee want dit is het eenmaal niet. Visueel valt dit trouwens nog wel best mee. De moord op de acteur wordt nog lekker bloederig in beeld gebracht maar ook de rest van de film ziet er nog vrij degelijk uit.
Als het verhaal al zo tegenvalt en ook het plezier lijkt niet echt van het scherm af te spatten, dan kun je alleen nog maar hopen op een leuke cast. Gelukkig weet Carlson op dit gebied wel waar hij mee bezig is en krijgen we een leuke cast voorgeschoteld. Sophie Monk heeft het gezicht van een eend (de vergelijking die iemand hier maakte met Donald Duck is dan inderdaad niet ver te zoeken) maar weet voor de rest wel indruk te maken. Dit in tegenstelling tot haar medespeelster, Anya Lahiri. Die laatste ziet er wel een stuk aantrekkelijker uit maar heel het let's kill the bad guys intentie ging haar niet echt af. Het politie trio was trouwens wel geniaal onder leiding van Charles Napier. Echt zo'n heerlijke karakterkop die een film naar een hoger niveau kan tillen. Danny Woodburn is nog zo'n leuke toevoeging aan het politiekorps.
Niet gekregen wat ik had gehoopt en dat is jammer. De film pretendeert enorm veel te zijn maar het komt er nooit echt uit. Hadden er nu meer scènes in gezeten zoals de New Year's Special, dan had dit beter kunnen uitdraaien maar het heeft niet mogen zijn. Het verhaal is nu eenmaal te saai en te braaf om hier echt van te kunnen genieten. Jammer.
1*
Life of Brian (1979)
Alternatieve titel: Monty Python's Life of Brian
He's not the Messiah. He's a very naughty boy!
Ik heb Life of Brian vroeger wel eens gezien maar toen was ik helemaal nog geen Monty Python en de film sloeg toen ook helemaal niet aan bij mij. Het was jaren later dat ik kennis maakte met Flying Circus, The Holy Grail en noem maar op dat ik me meer en meer begon te interesseren in Monty Python. Een paar dagen geleden de Almost the Truth documentaire gezien en gisteren mijn Python collectie maar eens aangevuld met deze Life of Brian en nog twee andere films. Gisteravond maar eens ineens opgezet.
En ik vraag me echt af waarom ik dit vroeger niet kon waarderen want dit zit toch echt uitstekend in elkaar. Ik neig tot nu toe nog net dat beetje naar de Holy Grail omdat ik weet dat die zich na een aantal herzieningen nog altijd perfect staande kan houden maar misschien dat het in de loop der tijd wel verandert. Monty Python begaf zich met deze film wel op erg glad ijs maar ze weten het perfect te doseren want wat je er ook van denkt, Life of Brian is geen spot betreffende Jezus Christus maar meer rond de situatie er rond. Ik geef toe dat redelijk dicht in de buurt komen bij bepaalde scènes maar ze weten er altijd perfect rond te dansen. Neem nu de Sermon on the Mount scène waarin we Christus zelf zien (gespeeld door Ken Colley) maar waarna wordt uitgezoomd naar een paar mannen (en vrouwen) die niet goed verstaan wat er wordt gezegd. Het is vanaf dan dat de humor begint en zo zijn er talloze scènes te vinden in de film. Voor de rest zit dit natuurlijk weer vol met die typische Python humor die ik altijd wel kan waarderen (alleen de alien scène had voor mij niet gehoeven) en zijn sommige stukken ondertussen legendarisch geworden. Always Look on the Bright Side of Life is dan ook het perfecte einde voor de film, en ook een stuk minder abrupt dan The Holy Grail.
Het valt ook op hoe goed de zes hier eigenlijk op elkander zijn ingespeeld. In tegenstelling tot de Holy Grail film waren er nu geen problemen tussen de regisseurs (doordat Terry Jones deze keer de regie voor zichzelf neemt met minimale bemoeienis van Terry Gilliam) maar ook de opname omstandigheden waren een stuk aangenamer. Voor de Pythons zelf is dit dan ook hun hoogtepunt want Chapman was eindelijk van zijn drankprobleem afgeraakt en levert hier een dijk van een performance neer. Oorspronkelijk wou Cleese zelf de rol van Brian spelen maar de rest van de groep vond dat die rol beter bij Chapman paste waarna Cleese toegaf. Later zou hij de rest van de groep gelijk geven in hun keuze en dat is terecht want Chapman is simpelweg erg goed. Nu is hij altijd al wel mijn favoriete lid van Python geweest maar hij is ook de enige die deze rol perfect aankon. Cleese heeft hier ook weer een aantal erg lekkere uitbarsten in woede scènes waarmee hij me altijd doet lachen maar ook de rest van de groep zijn gewoon erg lekker op dreef. Iedereen buiten Chapman vertolkt weer minimaal 6 personages en dat geeft toch altijd wel een leuk effect. Michael Palin lijkt deze keer ook meer op de voorgrond te treden via Pontius Pilate en doet dat goed. Leuk ook om Carol Cleveland nog eens terug te zien komen in de Python producties. In Flyning Circus was ze al met de regelmaat van de klok te zien en ook in The Holy Grail had ze een klein bijrolletje. Jammer dat Connie Booth er niet bij zit maar die is in '78 gescheiden van John Cleese dus dat zal daar wel mee te maken hebben.
Hoe meer ik er over nadenk, hoe meer ik ben aan het twijfelen om dit boven The Holy Grail te plaatsen. De controverse rond de film zorgde ervoor dat dit het grote succes van Python werd maar dat is enigszins terecht want hier zijn ze erg goed op dreef. Binnenkort THe Meaning of Life maar eens gaan herzien, dat is ook al erg lang geleden.
4*
Life with Father (1947)
Why did God make so many dumb fools and Democrats?
Ik was helemaal vergeten dat ik Life with Father gekocht had. De reden hiervoor is dat de film samen met Of Human Bondage en Hurricane Express op één schijfje staat en dat de DVD eigenlijk bij mijn John Wayne collectie staat. Een aangename verrassing want ik ben wat door mijn Elizabeth Taylor voorraad door dus ineens maar opgezet. De verwachtingen waren redelijk hoog gespannen want Michael Curtiz staat meestal wel garant voor een vermakelijk filmpje.
Life with Father is mijn 9e film van de regisseur maar is tot nu toe wel het slechtste dat ik van hem heb gezien, al is de weg nog wel erg lang want op moment van schrijven heb ik nog maar een tiende van zijn oeuvre gezien. Het probleem met de film is dat de plotlijn rond het dopen van de vader wel erg verouderd aanvoelt. De invloed van de kerk is vandaag de dag niet meer zo nadrukkelijk aanwezig als in de film en vanwege mijn jonge leeftijd heb ik die periode ook gewoonweg nooit meegemaakt. Hierdoor gaat de humor voor het merendeel aan mij voorbij en kwam Life with Father gewoon niet goed genoeg uit de verf als komedie. Dat de film te weinig humor bevatte om de speelduur van 2 uur boeiend genoeg te houden wist Curtiz blijkbaar zelf ook. Hij voegt er dan maar een subplot rond de kalverliefde tussen Mary en Clarence Junior aan toe maar die is werkelijk tenenkrommend. De enige reden waarom ik de film dan ook heb kunnen uitzien was de vermakelijke situaties tussen vader en moeder Day.
In William Powell, die de rol van de vader op zich neemt, zit dan meteen ook de kracht van de film. Een leuk personage en de invulling die Powell er aan geeft is op zijn minst geslaagd te noemen. Eigenlijk is het een vrij grote eikel en zelfs wat een tiran maar op den duur begin je hem meer en meer te kunnen waarderen. Al is de combinatie met Irene Dunne wel goud waard. Het lijkt me niet gemakkelijk om niet weggespeeld te worden in deze film door Powell maar Dunne staat overduidelijk haar mannetje en is een leuk klankbord voor hem, al geldt dit in de andere richting ook wel. De reden waarom ik de film keek was natuurlijk Elizabeth Taylor. Jammer genoeg is die hier verschrikkelijk als romantic interest van één van de zonen. In haar oudste films vind ik haar sowieso al niet echt indrukwekkend maar laat ze toch nog iets van haar kunnen zien. Hier is het eerder huilen met de pet op.
Jammer maar het is de tweede komedie op rij uit het oude Hollywood die ik niet kan waarderen. Hoewel dit me nog iets beter lag dan Ninotchka is Life with Father een niet bijster interessant niemendalletje dat enkel door de aanwezigheid van Taylor nog op DVD is uitgebracht. Het zijn echter Powell en Dunne die ervoor zorgen dat de film nog wat punten weet te sprokkelen.
2*
Lifeboat (1944)
Alternatieve titel: Ballast der Wanhoop
Lifeboat
Met Lifeboat als 27e Hitchcock voor mij begint het nu toch echt wel duidelijk te worden dat de Master of Suspense echt wel één van men favoriete regisseurs is.
Hij slaagt er weer eens in om een film zeer spannend te houden terwijl het zich toch maar op één plaats afspeelt (net zoals in Rear Window en Rope)
Film begint eigenlijk met een mooie introductie van Bankhead als Connie Porter. Een zinkend schip, brokstukken overal en in het midden van de zee zit een vrouw, met al haar bagage aan boord, onbewogen te zien naar wat er rond haar gebeurt.
Langzaamaan beginnen er meerdere personages zich aan boord te heisen. De vrouw met de baby waar al snel wordt geïnsinueerd dat ze uiteindelijk is vermoord door de Duitser, Kovac, Gus, de Duitser zelf,...
Hitchcock slaagt er ook in om eigenlijk iedereen weer op het verkeerde spoor te zetten. De Duitser is eerst de goedzak, hij weet de richting, is dokter en amputeert Gus zijn been maar dan vermoordt hij Gus en blijkt dat hij hun recht naar zijn bevoorradingsschip is aan het roeien.
Wat tevens ook een prachtige scene is, is wanneer Willi dat liedje is aan het zingen terwijl hij is aan het roeien. Hij zit helemaal alleen aan de ene kant en al de Amerikanen staan aan de andere kant argwanend en machteloos. Het einde is ook wel dubbelzinnig want wat moeten ze doen wanneer er zich een nieuwe Duitser zich aan boord heist? Is hij even slecht als Willi en moeten ze hem ook, net als beesten, kapotmaken of speelt hun geweten hen toch te parten?
Trouwens ook de eerste keer dat ik Hitchcock niet in de film zag. Weet nu dat hij er inzit en volgende keer zal ik er extra op letten 
4*
Lijmen/Het Been (2000)
Het Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen
Het is vandaag 21 juli en dat is de Belgische nationale feestdag en hoe kun je dat als Belg zijnde beter vieren dan door een Belgische verfilming van een Belgische schrijver op te zetten. Ik had Lijmen/Het Been al geruime tijd liggen (volgens mij ooit eens aangeschaft wegens een speciale verjaardag van Elsschot, de box bevat trouwens ook nog Villa des Roses) maar het was er nog steeds niet van gekomen. Kon er moeilijk mijn hand op leggen, maar ik vermoedde dat Robbe De Hert zich hier in ging verslikken.
Iets wat uiteindelijk niet gebeurt trouwens. Het is een andere stijl dan ik van de regisseur gewoon ben, dit valt toch moeilijk te rijmen met een Zware Jongens of Blueberry Hill) en toch werkt het goed. Hier en daar een leuke knipoog (Jansen en Janssen uit Kuifje bij de veiling, Laurel & Hardy bij Van Ganzen) maar bovenal een erg vlot verhaal over twee oplichters die een stap te ver gaan en een bedrijf op de fles laten gaan. Van de vele Laarmans verhalen (Tsjip, Pensioen, De Leeuwentemmer en Dwaallicht hebben ook nog Laarmans als hoofdfiguur) kiest De Hert dus voor de twee bekendste verhalen en voegt deze mooi samen tot één geheel. Hier en daar voelt de mix misschien wat onvolledig aan, het subplot met Korthals oogt wat slordig, maar de afwisseling van heden en flashback zorgt ervoor dat je geboeid blijft kijken. Zelfs al heb je als aandachtige kijker al wel erg snel door dat de actie van Boormans op de veiling te maken heeft met de editie van Lauwereyssen. Beetje jammer ook van het geforceerde einde in het museum, had niet gehoeven voor mij.
Vooral een klasseflits van Mike Verdrengh die een uitstekende Boorman speelt. Misschien hier en daar wat teveel in de weer met mooipraterij en flamboyant zijn, maar het gaat hem goed af. Dat kan in mindere mate gezegd worden van Koen De Bouw. Die heeft ook wel zijn goede scènes (volgens een interview met De Hert dat als extra is te vinden op de DVD is er een scène waar De Bouw Verdrengh helemaal onder tafel speelt maar die scène heeft de ultieme versie niet gehaald omdat ze niet in het verhaal paste en is ondertussen ook verloren gegaan) maar hij oogt soms geforceerd. Met Willeke van Ammelrooy heb je een uitstekende Mevrouw Lauwereyssen en Emmanuelle ster Sylvia Kristel doet het ook uitstekend als Jeanne, de eigenares van het kleine café.
Voor onze Nederlandse vrienden op de site: laat je trouwens niet vangen aan de vermelding dat de DVD Nederlandse ondertiteling heeft. In essentie klopt dit wel, maar dat is enkel voor de scènes waar er Frans wordt gesproken. Het merendeel van de film is dus niet ondertiteld!
Dikke 3,5*
Lik Wong (1991)
Alternatieve titel: Story of Ricky
Splatterkungfu
Normaliter ben ik niet echt fan van de DVD-uitgaves van DFW maar met hun Hong Kong Legends (makkelijk herkenbaar met die felrode hoes) hebben ze ten huize Metalfist toch erg goed gescoord. Het zijn telkens verzorgde releases met originele audio en Nederlandse ondertiteling waardoor ik delen uit de reeks gewoon blind koop. Story of Ricky was er zo eentje en ik had absoluut geen idee wat ik eigenlijk in huis had gehaald. Gebaseerd op de Japanse manga Riki-Oh wordt hier het verhaal verteld van Ricky die in de gevangenis terecht komt.
En daar serieus wat keet schopt. Geen idee hoe zich dit verhoudt met het bronmateriaal maar dit is in ieder geval wel het knettergekke soort van film waar ik iets mee kan. Compleet overdreven vechtscènes, slechteriken die met een simpele punch compleet tot moes worden geslagen en gewoon erg veel fun. Toch is dit voor een stuk eigenlijk ook gewoon een enorm brakke film. Die flashbacks halen de vaart compleet uit de film en zijn ook gewoon erg slecht (Ricky met die blokfluit...) en de climax stelt een beetje teleur qua gekkigheid. Het had voor mij in ieder geval niet gehoeven dat de hoofdbewaker in een soort van pimped Michelin mannetje verandert maar bon, je moet het zien om het te geloven. Verder probeert de film ook nog een zekere vorm van maatschappijkritiek te introduceren met een apocalyptisch toekomstbeeld waarin gevangenissen geprivatiseerd zijn. Beetje onverwacht dat ze het maar 10 jaar in de toekomst situeren, normaal gezien kiezen ze toch voor een periode die verder weg is, maar eigenlijk wordt er ook gewoon niets met heel dat concept gedaan. De hoofdbewaker mompelt op een bepaald moment wel iets dat gevangenen de beste werknemers zijn sinds dat de gevangenis geprivatiseerd is, maar dat lijkt me nu niet meteen noodzakelijk aan elkaar gelinkt te zijn.
Maar je moet dit natuurlijk ook niet voor het geweldige plot zien. Neen, de fun ligt voornamelijk in die over the top actiescènes. Veel van de pot gerukte personages ook met die hulpbewaker met zijn glazen oog die om de een of andere reden een gigantische collectie aan porno tapes op een schap aan de muur heeft staan maar ook Ricky zelf is wel een heerlijk figuur. Siu-Wong Fan heeft een indrukwekkende fysiek en hij brengt het ook gewoon erg goed. Vreemd eigenlijk hoe hij nooit echt is doorgebroken. Naar mijn gevoel is dit toch een redelijk groot succes geweest, al lijkt de film het in het Westen beter te hebben gedaan dan in Hongkong zelf, maar met uitzondering van wat bijrollen hier en daar lijkt er niet veel van zijn carrière te zijn terecht gekomen. Rest van de film is ook gewoon gevuld met een aantal erg toffe over the top personages zoals dus de hoofdbewaker of die Big Four.
Er volgde in 2005 nog een onofficiële sequel genaamd Super Powerful Man en daarin speelt Siu-Wong Fan opnieuw de hoofdrol. De film is nagenoeg compleet onbekend zo lijkt het, heb hem zelf net toegevoegd aan de site, en moet het ook maar met 12 stemmen doen op IMDB. Klein verschilletje met de 12.000 stemmen voor deze Story of Ricky... Toch maar eens zien of ik er niet aan kan geraken, lijkt me wel de moeite te zijn..
3.5*
Lilo & Stitch (2002)
Oh good! My dog found the chainsaw!
Ik moet ongeveer een jaar of 11 à 12 zijn geweest toen Lilo & Stitch hier in de cinema draaide. Indertijd volgens mij wel gaan zien in de cinema (of later gaan huren, dat kan ook) maar de film had in ieder geval niet echt een indruk nagelaten. Gisteren had ik echter opeens zin in nog eens een Disney film en tussen de 'moet ik nog eens herzien' stapel lag deze. Zonder al te veel verwachtingen opgezet en wat blijkt? Het is verdraaid één van de beste Disney films in jaren!
Sowieso al een leuk begin met een, voor Disney normen, ietwat duistere introductie maar het valt meteen op dat Stitch de show gaat stelen. Iets wat hij geruime tijd doet (favoriete scène is ongetwijfeld Lilo die bidt om een echt vriendje, liefst een engel, en dat er dan wordt gecut naar Stitch die met zijn ruimteschip is gecrasht en chaotisch brabbelend uit het wrak komt gekropen) en het is dan ook jammer dat er wordt beslist om hem uiteindelijk meer en meer te laten praten. Had voor mij in ieder geval niet gehoeven. Soit, voor het overige wel een film zoals je van Disney kunt verwachten. Hier en daar nogal zoet en de moraal ligt er vooral naar het einde toe nogal dik op. Is dat erg? Eigenlijk niet, want Lilo & Stitch heeft nog genoeg andere kwaliteiten om te boeien. Een resem kleurrijke nevenpersonages (al kreeg ik bij de galactische federatie nogal een Treasure Planet vibe en die David had geknipt mogen worden), een vlotte muziekkeuze (niet meteen een Elvis fan maar het werkt) en natuurlijk de aandoenlijke chemie tussen Lilo en Stitch zelf.
Qua animatiestijl iets minder. Sowieso al erg moeilijk om aan de stijl van Aristocats of Sword in the Stone te tippen, maar bijvoorbeeld Nani zag er gewoonweg niet altijd even goed uit. Stemmencast daarentegen is wel goed. Vind het wel merkwaardig dat de regisseur zelf (of toch één van de twee aangezien Chris Sanders de film heeft gemaakt met Dean DeBlois) de stem van de hoofdrol voor zich neemt. Soit, een paar bekende(re) namen om het geheel wat beter te kunnen promoten (al betwijfel ik of er iemand vandaag de dag Tia Carrere nog kent aangezien Relic Hunter toch ook alweer een aantal jaar achter ons ligt) maar ook op hen weinig op aan te merken. Leuke knipoog trouwens in de outfit van Cobra Bubbles. Die wordt gespeeld door Ving Rhames en Bubbles lijkt wel erg hard op Marsellus uit Pulp Fiction.
Toffe manier van releasen ook met die trailers van Disney classics waar Stitch in verschijnt. Leuk gevonden en de bonus A Sitch in Time is nog wel een leuke extra. Soit, naar het schijnt zijn de vervolgen ook nog wel vrij degelijk en er is zelfs nog een serie van gemaakt. Ik heb het indertijd in ieder geval gemist, maar dat wil ik best nog wel eens goedmaken.
4*
