• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.925 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.932 acteurs
  • 198.972 gebruikers
  • 9.370.316 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Metalfist als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Divorce His - Divorce Hers (1973)

Wanneer film wordt ingehaald door de werkelijkheid

Ik heb het uitgangspunt van Divorce His - Divorce Hers altijd wel interessant gevonden. Films over huwelijksproblemen zijn er genoeg, maar dit is bij mijn weten de enige die een poging doet om eigenlijk hetzelfde verhaal te vertellen door de ogen van zowel de man alsook van de vrouw. Dat resulteert echter wel in een fikse speelduur maar eigenlijk kun je dit perfect in 2 stukken kijken, zeker ook omdat regisseur Waris Hussein dit effectief zo heeft bedoeld door met een Part One en een Part Two te werken.

Grappig detail daarbij is dat op de openingscredits van Divorce His Richard Burton als eerste naam wordt gecrediteerd terwijl het bij Divorce Hers Elizabeth Taylor is die de primeur krijgt. Ik zei daarnet al dat ik het sowieso een interessant uitgangspunt vond, maar Divorce His - Divorce Hers is a) de laatste (van 11) samenwerkingen tussen Burton en Taylor en b) het zat tijdens de opnames absoluut niet goed in hun huwelijk en ze zouden in 1974 de scheiding aanvragen. Geen idee of het net daaraan ligt, maar het is wel duidelijk dat Burton en Taylor hier de pannen van het dak spelen. De ruzies zijn venijnig en ik twijfel er niet aan dat ze niet ver zijn moeten gaan zoeken om de juiste inspiratie te vinden. Verder is vooral ook de gimmick van dit door twee standpunten te zien wel een leuk iets. Hussein doet er op zich niet zo enorm veel mee (het is vooral in het begin van deel 2 bij het feestje van Diana dat het het beste werkt) maar het lijkt me sowieso wel lastig om niet teveel in herhaling te vallen.

Ik ben er trouwens zeker van dat dit met gemak 2* lager had gescoord mochten Burton en Taylor hier niet aan meegewerkt hebben. Ze tillen de film in hun scènes samen (en ook apart, zeker in het geval van Burton met onder andere die confrontaties met zijn zoon) naar een hoger niveau maar voor het overige zijn het wel heel wat waardeloze bijrollen. Zowat het hele gezin Reynolds is serieus op het randje en Mark Colleano is zo ver van dat randje verwijderd dat hij het zelfs niet meer kan zien. Om de een of andere reden leken hij, Rosalyn Landor (Peggy, de oudste dochter) en Daniela Surina (Franca, het kindermeisje) ook gedubt trouwens maar misschien lag dat gewoon aan de slechte kwaliteit van de DVD. Dit is dan ook weer zo'n typische public domain film waardoor iedereen met een beetje kennis van hoe een DVD te branden dit kan en mag uitbrengen.

Tof om is te zien eigenlijk. Als fan van Taylor wou ik dit sowieso wel ooit eens gezien hebben, maar het is me heel wat beter bevallen dan ik had verwacht toen ik de algemene score van 1.80* zag staan op de site. Interessant uitgangspunt, interessante hoofdrollen (de rest is wel erg slecht) en eigenlijk vliegen die 150 minuten echt wel vlotjes voorbij. Burton en Taylor zouden later terug trouwen, maar gingen niet lang daarna uiteen. Deze keer zonder tegelijkertijd een film te draaien.

Kleine 3.5*

Dixieland Droopy (1954)

Schreef ik bij The Flea Circus nog dat het fijn was dat Avery nog eens met iets nieuws kwam in plaats van terug te grijpen op eerdere successen, doet hij nu toch wel net dat zeker.. Dixieland Droopy is weer zo’n klassieke Droopy short maar dan gecombineerd met het idee van de vlooien uit de vorige short. Het resultaat is maar zozo omdat a) die typische Droopy vibe ontbreekt en b) de vlooien onderbelicht blijven. Een paar running jokes die op zich nog wel leuk zijn zoals Droopy die overal zijn plaat met Dixieland muziek probeert af te spelen maar daarvoor moet je dit niet doen. Het lijkt ook wel alsof Droopy er hier anders uitziet maar ik kan er niet meteen mijn vinger op leggen waar het verschil zit.

3*

Django Unchained (2012)

D-j-a-n-g-o. The D is silent

Aha, de nieuwe Tarantino. Vroeger één van mijn favoriete regisseurs maar die liefde is wat gesleten met de voorbije jaren. Zijn vorige film, Inglourious Basterds, was wel een schot in de roos maar bij deze Django Unchained voelde ik wat nattigheid. De trailer gaf me niet het wow-gevoel waar ik op had gehoopt en de eerste reviews vertoonden ook sporen van wat missers aan Tarantino's kant. Je kunt echter niet over een film oordelen zonder hem zelf te hebben gezien dus gisteren was het dan eindelijk zover, Django op het grote scherm.

Ik vind het wel tof dat Tarantino altijd een nieuw genre uitprobeert. Eerst de misdaadfilms à la Reservoir Dogs, dan de Japanse flicks à la Kill Bill en tenslotte oorlog met Inglourious Basterds. Met Django Unchained komt hij terecht bij het spaghetti-western genre en op zich leent de setting zich wel voor een geslaagde film. En dat is Django Unchained ook wel ware het niet dat het einde veel te geforceerd aanvoelt. Het had volgens mij ook beter geweest als Tarantino de eerste shoot-out in het huis (waar Schultz en Candie het loodje leggen) gecombineerd had met de tweede shoot-out waar de film mee eindigt. Het tussenstuk met de taakstraf in de mijn voelt enorm geforceerd aan en hierdoor duurt de film echt wel te lang. Zonde eigenlijk want voor de rest levert Tarantino wel een geslaagde film af die vrij veel humor bevat (die KKK scène!) en een ware explosie van geweld is. Ik had alleen liever gezien dat hij terug met een soort van hoofdstukkenstructuur had gewerkt zoals hij in Reservoir Dogs en Pulp Fiction. Nu voel je duidelijk aan dat het eigenlijk aparte verhalen zijn maar door gebrek aan aanduiding krijg je een nogal fragmentarisch geheel. Ik vond zijn muziekkeuze trouwens ook niet zo heel erg geslaagd. De muziek van Morricone leent zich natuurlijk voor dit soort films maar 9 nummers vind ik echt wel genoeg, de Johnny Cash toevoeging is ook vrij voorspelbaar (blijft wel een heerlijk nummer trouwens) maar ik miste de verrassing. Tarantino probeert wel iets nieuws via rap maar dat voelt zo enorm misplaatst aan..

Mjah, qua plot zitten hier dus echt wel wat mankementjes aan maar gelukkig maakt de cast enorm veel goed. Inglourious Basterds was indertijd mijn eerste kennismaking met Christoph Waltz en dat kon zeker wel tellen. De rest van zijn rollen vond ik echter niet altijd even geslaagd maar gelukkig komt hij onder regie van Tarantino terug op hetzelfde niveau. Toegegeven, veel verschil zit er niet met Landa (die Golden Globe is dan ook wat onterecht doordat dit meer een herhaling is) maar het blijft wel een genot om naar te kijken. Erg aangenaam verrast ook door Jamie Foxx. Zo'n acteur waar je niet altijd goed weet wat je ervan moet verwachten maar dit is tot nu toe zijn beste rol. De chemie met Waltz is heerlijk maar gewoon de hele transformatie van Django is geweldig goed gedaan. Oorspronkelijk was de rol van Landa in Inglourious Basterds bedoeld voor Leonardo DiCaprio maar dat ging uiteindelijk niet door waardoor we dus 3 jaar hebben moeten wachten op de intrede van DiCaprio in het Tarantino universum. Een intrede die in ieder geval erg geslaagd. Het moment waarop DiCaprio zijn hand snijd aan het stuk schedel en toch blijft verdergaan is een subliem stuk. Maar eerlijk is eerlijk, het is Samuel L. Jackson die uiteindelijk het laken naar zich toe trekt. Ik ben een fan van de man maar dit doet hij werkelijk zo heerlijk, mag voor mij met een aantal prijzen voor beste bijrol gaan lopen. Sowieso veel bekende bijrollen en mijn hart sloeg een stap over toen ik James Remar op de openingscredits zag verschijnen. Legendarisch door Ajax te spelen in The Warriors en hier krijgt hij zowaar een dubbelrol toegewezen als Ace (de slavenhandelaar die als eerste doodgaat in het begin van de film) en Butch Pooch (één van de gunmen van Candie). Veel cameos ook nog van onder andere Franco Nero (de 'echte' Django), Tom Savini, Zoe Bell, ...

Django Unchained is een film die moeilijk te beoordelen is. De eerste 2 uur zijn van een hoog niveau maar naar het einde gaat Tarantino de mist in. Hij laat de film te lang doorgaan maar gelukkig is er nog een uitmuntende cast om dit euvel wat te camoufleren. Zijn bijrol zelf was nu niet echt fantastisch (dat accent!) maar uiteindelijk heb ik me wel weer goed vermaakt. Een Reservoir Dogs, Pulp Fiction of Inglourious Basterds is het echter niet.

Kleine 4*

DOA: Dead or Alive (2006)

No Dad, she's just another fighter. We're just sleeping together

Vroeger had ik Dead or Alive al wel een aantal keer gezien terwijl ik nog nooit het spel had vastgehad. Nu is daar een paar maanden geleden verandering in gekomen, ik heb deel 2 op de PS2 voor een mooi prijsje gevonden, en ik was benieuwd of ik de film eigenlijk hoger ging waarderen nu ik de personages wat beter kende. Eerlijk gezegd ben ik van de game niet zo'n enorme fan, geef mij maar Street Fighter of Virtua Fighter, maar de film kan ik dus nog altijd wel waarderen.

En wat valt er eigenlijk niet aan te waarderen? We krijgen een halfbakken verhaal voorgeschoteld van iemands broer die vermist is geraakt tijdens het vorige toernooi en meer heeft de film niet nodig om los te barsten in allerlei gevechten. Op het einde verschijnt die broer dan toch nog eventjes terug opnieuw op zwaar ass te kicken en dan is de film gedaan. Inhoud? Compleet niets maar wat is het toch heerlijk om hier naar te kijken. Het is allemaal enorm simpel gehouden en ergens kan ik dat eigenlijk wel waarderen. Deze keer geen nodeloze pogingen om de personages meer diepgang te geven dan ze in de games hebben (wel een leuke verwijzing naar de beach volleyball game die 3 jaar voor de film is uitgekomen) maar gewoon wat lekker knokken. En dat knokken, dat is eigenlijk uitstekend gedaan. De actie ziet er erg digitaal uit maar komt wel erg gelikt over. In dat opzicht past de film ook wel perfect in de stijl van de games want de personages vliegen kilometers door de lucht, worden door deuren getrapt om dan direct weer op te staan en tarten werkelijk de wet van de zwaartekracht. Toch wel erg fijn om te kijken doordat het plezier echt van het scherm af spat. Nog nooit iets van Corey Yuen gezien, lijkt zich voor de rest ook alleen maar op Japanse films te baseren en daar ben ik met uitzondering van Kurosawa en een paar Shaw Brothers niet echt bekend mee, maar mocht hij nog zoiets ineen steken dan kan hij op mij rekenen.

Leuk trouwens om die andere held uit een gameverfilming in een klein rolletje terug te zien als piratenleider. Ik heb het natuurlijk over Robin Shou die in de Mortal Kombat films de rol van Liu Kang vertolkt. De grootste aantrekkingskracht in heel de Dead or Alive film zijn sowieso de 4 vrouwen en Yuen weet dit netjes uit te spelen. Een paar geweldige introductiescènes (ik ga nog altijd in een deuk wanneer Holly Valance als Christie iedereen verslaat terwijl haar bh in de lucht vliegt en ze die later perfect weet op te vangen) maar ook types zoals Jaime Pressly als Tina zijn gewoon hilarisch om naar te kijken. De stars and spangled banner bikini, het moddervette Texas accent, ... Geweldig gewoon. Devon Aoki was wel de minste van heel de hoop. In Sin City is ze wel enorm cool als Miho maar hier komt ze niet altijd even geslaagd over. Wat ik blijkbaar wel was vergeten in de loop der tijd was de rol van Eric Roberts als de slechterik van dienst. Beetje vreemd want het is een amusante rol zoals Roberts er zoveel heeft. Qua uiterlijk lijken de meeste acteurs wel op hun digitale voorbeelden, iets waarin veel gameverfilmingen toch problemen rond ontstaan. Persoonlijk heb ik het nooit begrepen waarom het zo moeilijk is om correcte outfits te vinden en dergelijke maar gelukkig moet ik me daar bij Yuen toch geen zorgen om maken. Langs de andere kant ben ik ook helemaal geen complete DOA kenner waardoor ik sommige details waarschijnlijk overzie. Soit, de cast is in ieder geval goed gekozen en vervult hun job met verve.

In het lijntje van gameverfilmingen is dit voor mij toch één van de beste. De Mortal Kombat films en de eerste Street Fighter blijven natuurlijk de koningen maar dit is met een vierde kijkbeurt alweer toch nog altijd even geweldig als de eerste keer. Veel digitaal werk maar het stoort niet want de gevechten zien er mooi uit en de personages lijken genoeg op degene van de games.

Dikke 3.5*

Doctor Strange (2007)

I'm Doctor Strange: Sorcerer Supreme!

Ik heb erg lang achter Doctor Strange liggen zoeken. De eerste 4 Marvel Animated Features (de 3 Avengers films en Iron Man) zaten in een 5 voor 5 euro actie in de Boekenvoordeel maar voor deze film vroegen ze nog 10 euro. Dat was me zelfs als Marvel fan wat te gortig en de tijd ging voorbij in de hoop deze ooit eens even goedkoop tegen te komen. Vandaag was dan eindelijk de dag doordat ik de DVD in een grabbelbak in de Saturn vond.

En de verwachtingen waren best wel hoog gespannen doordat de Marvel animatiefilms altijd wel voor degelijk vermaak zorgen, al was de Iron Man film wel wat een teleurstelling. Toevallig had ik gisteren nog de aflevering van Spider-Man gezien waar Dr. Strange zijn intrede doet (seizoen 3, episode 1 voor de geïnteresseerden) en waar de origine van Strange in een paar minuten wordt uitgelegd. Een origine die ik ook al kende vanuit de comics maar wederom wordt er besloten om er een geheel andere draai aan te geven in vergelijking met het bronmateriaal. Nu draait het op zich wel goed uit want de verhaallijn met de Ancient One en Mordo blijft zelfs met de veranderingen boeien. Met een speelduur van zo'n 70 minuten verliest de film dan ook nergens zijn vaart en valt er alleen op de wel erg snelle climax iets aan te merken. Nu is Strange natuurlijk een wonderkind op gebied van magie en stuff maar hij maakt wel erg snel komaf met Dormammu en Mordo. Wel leuk dat de film een aantal leuke easter eggs bevat zoals het omroepen van dokter Donald Blake wanneer Strange in het ziekenhuis is. Blake was de schuilnaam van Thor wanneer hij in zijn mensenvorm zit. Hij liep altijd met een wandelstok en juist wanneer Wong voorbij wandelt, zie je een jonge blonde man met een wandelstok. Ook de knipoog op het allerlaatste naar Clea (één van de nieuwe rekruten) is leuk doordat ze later in de comics zal uitgroeien tot leerlinge en vriendin van Strange.

Over de animatie ben ik iets minder te spreken. Nu is het alweer een jaar of 2 geleden dat ik de vorige Animated Features heb gezien dus geen idee of dat daar ook zo was maar dit ziet er wel enorm digitaal uit. Het lijkt soms meer weg te hebben van een Dragon Ball Z spel met de dikke lijnen en de personages zien er vooral erg hoekig uit. Maar op den duur begin je er wel aan te wennen dus stoort het niet meer zo hard. Soms oogt de animatie wel enorm onverzorgd. Stemmen lopen niet gelijk met de bewegingen van de mond, wanneer Strange een check uitschrijft is de inkt sneller dan de pen, ... De stemmen zijn wel weer erg degelijk gedaan. Met de tweede Ultimate Avengers film viel me op dat Marvel vooral voor ronkende namen koos (Mark Hamill en Dwight Schulz onder andere) maar voor de rest van hun animatie avonturen kiezen ze altijd voor een onbekendere maar wel degelijke stemmencast. Doctor Strange moet daar zeker en vast niet voor onderdoen.

Jeps, wederom een vermakelijke Marvel animatie. Sowieso interessant voor degene die eens wat meer over Strange willen leren (er is al wel een verfilming uit 1978) en dan zit je hier wel aan het goede adres. Soms wat onverzorgd en de animatie ziet er niet altijd even goed uit maar vermakelijk is het wel.

3.5*

Doctor Strange (2016)

Alternatieve titel: Dr. Strange

Dormammu, I've come to bargain!

De nieuwe telg in het Marvel Cinematic Universe, het blijft toch altijd iets om naar uit te kijken. Deze keer was Doctor Strange aan de beurt (hoewel die natuurlijk al een film in de jaren '70 had gekregen alsook een animatiefilm) en daar was ik toch wel enorm benieuwd naar geworden. Strange kun je het best beschouwen als de lijm die een aantal zaken bij elkaar houdt en ik had er goede hoop in dat hij ook in het MCU een belangrijke rol in ging kunnen spelen. Bovendien is zo'n tovenaar eens een goede afwisseling tegenover al dat superheldengeweld van de laatste jaren.

Ik vrees dat ik in herhaling ga vallen, maar vandaag de dag is het toch een heerlijke tijd om in te leven wanneer je een comicbook liefhebber bent. Doctor Strange is zo een klassieke Marvel origins film waarin de oorsprong van een personage uit de doeken wordt gedaan om dan in de overige films te kunnen gebruiken, valt eigenlijk qua stijl nog het best te vergelijken met de eerste Iron Man, maar Scott Derrickson levert ook gewoon een degelijke film af. Die typische Marvel touch is uiteraard aanwezig, flink wat knipogen en ook de nodige humor om het geheel wat luchtiger te maken, maar ook op visueel gebied overtuigt de film over de gehele lijn. Misschien hier en daar net iets teveel gaan lenen bij Inception, maar er staat genoeg visuele pracht tegenover om je dat snel te doen vergeten. Bovendien staat al deze mumbo jumbo ook ten dienste van de actiescènes en dat komt het geheel ongetwijfeld ten goede. Afgaande op de twee scènes na de credits (onvoorstelbaar eigenlijk dat er nog steeds mensen zijn die te vroeg doorgaan) staat ons in ieder geval nog meer Strange te wachten, laat maar komen!

Met de keuze van Benedict Cumberbatch was ik niet helemaal overtuigd. Pas op, ik ben fan van de man maar ik vreesde dat ik teveel ging herinnerd worden aan zijn (overigens geweldige) rol als Sherlock Holmes. Was blijkbaar niet nodig, want Cumberbatch weet vanaf de eerste seconde de juiste snaar te raken en zou wel eens de ultieme Stephen Strange kunnen zijn. Chiwetel Ejiofor is een uitstekende Mordo (fijn dat die trouwens toch nog zijn slecht karakter mag tentoonstellen, want ik vreesde dat ze van hem een bijrolletje hadden gemaakt) en ook Mads Mikkelsen is goed gecast. Verder zijn er ook in de bijrollen goede keuzes gemaakt met Rachel McAdams en Benedict Wong. Tilda Swinton komt ook nog goed uit de verf, was ook een aangename verrassing.

Het verbaast me toch telkens ook weer hoe Marvel de goede regisseur weet te kiezen. Scott Derrickson had nog geen ervaring met een film van deze grootte, maar weet het succesvol ten einde te brengen. Cumberbatch steelt de show, maar het is gewoon wederom een uitstekend geheel. Benieuwd hoe dit weer verder gaat gaan.

4*

Doctor Vlimmen (1978)

Alternatieve titel: Dokter Vlimmen

Verwekt met azijn

Ik heb me eigenlijk altijd gevraagd of Dokter Vlimmen nu als een Nederlandse productie wordt gezien of toch als een Belgische. Afgaande op de regisseur en het merendeel van de cast zou je denken dat dit inderdaad een film is van onze noorderburen maar de uitgebrachte DVD is er dan wel eentje van de Vlaamse filmklassiekers. Zo'n gevalletje Wildschut dus waarvan ik ook nog altijd niet weet waar die exact thuishoort. Ach, het maakt eigenlijk allemaal bijzonder weinig aangezien de kwaliteit van de film het belangrijkste is.

Het duurde wel even vooraleer ik hier echt iets mee kon. Maar vanaf de gebeurtenissen met Mientje (die wel erg voorspelbaar zijn maar dat terzijde) begon de film me meer en meer te pakken. Het fragmentarische verdwijnt wat uit de film, hoewel dat naar het einde toe met Tilly wel dubbel zo hard terugkomt, en je krijgt er gewoon een toffe film voor in de plaats. Hier en daar wat hardere scènes met onder andere een koe die in vol beeld wordt gedood met zo'n luchtdrukpistool maar het vormt een mooi beeld van een dierenarts die eigenlijk zijn tijd wat vooruit was. Een licht ontvlambaar typetje maar dat geeft juist een mooi contrast met Dacka en die knokpartij mocht er ook wel wezen. Een beetje knullig in elkaar gezet, zowat het niveau van een gemiddelde Power Rangers aflevering waar een overmacht netjes de beurt afwacht, maar ik zie het altijd wel graag passeren. Verder springt vooral de aankleding en een degelijke soundtrack nog in het oog.

En Peter Faber als Dokter Vlimmen himself natuurlijk. Hij is veruit het beste in de film en overtuigt over de gehele lijn. Iets wat je niet altijd over de bijrollen kan zeggen.. Wat was Dop, het neefje van Vlimmen, in de iets oudere versie irritant! Wat zei hij bovendien eigenlijk altijd tegen Vlimmen? De ondertiteling maakte er "oom" van maar het moet toch een ander woord zijn geweest. Nukkie ofzoiets? Het leek wat op het Vlaamse nonkel maar dat was het ook niet. Soit, ze zijn gelukkig niet allemaal slecht en met Reinhilde Decleir & Chris Lomme heb je sowieso al wel 2 - weliswaar Vlaamse - degelijke actrices in huis. Ik had ook nog wel een grotere rol verwacht van Monique van de Ven die als Leonieke, het hoertje waar Vlimmen een paar keer naartoe gaat, maar een paar scènes heeft gekregen. Toch ook nog een vermelding voor Roger Van Hool die als Dacka een uitstekend klankbord voor Faber is.

Wat is trouwens de reden van die andere spelwijze van de titel hier op de site? De poster spreekt over Doctor Vlimmen en de print op mijn DVD versie doet hetzelfde. Dat de film vandaag de dag wordt uitgebracht als Dokter Vlimmen zou op zich toch geen prioriteit mogen hebben op de originele titel? Lijkt me dat die in ieder geval als alternatieve titel moet en Doctor Vlimmen als primaire titel maar ik ken te weinig over de geschiedenis van de film om het zeker te zeggen.

3.5*

Dode Hoek (2017)

Alternatieve titel: Blind Spot

Dit had meer kunnen zijn

De Vlaamse film is de laatste jaren weer erg populair, maar vreemd genoeg staat dat niet garant met een groter reclamebudget. Oké, een nieuwe Jan Verheyen of Erik van Looy krijgt nog wat aandacht maar deze Dode Hoek is redelijk onderbelicht gebleven naar mijn gevoel. Ik heb wel ergens iets zien passeren - de scène waar Van den Begin een woordenboek Nederlands/Arabisch cadeau krijgt kwam me bekend voor - maar het was blijkbaar geen film die de nodige potten heeft gebroken in de cinema. Dan maar op een tweede leven rekenen via televisie.

Want de film werd gesponsord door de Vlaamse televisiezender VTM en heeft daar een tijdje geleden ook zijn televisie-première gekregen. Een interessante film in ieder geval die jammer genoeg naar het einde wat begint te ontsporen. Dode Hoek (een belachelijke titel trouwens die absoluut niet de lading dekt) is gebaseerd op waargebeurde feiten - Jan Verbeeck is gemodelleerd naar Bart Debie die van 1998 tot en met 2003 politiecommissaris was en nadien opkwam voor toenmalige Vlaams Blok - maar de werkelijkheid is nooit zo geëscaleerd. Daar zit dan ook een beetje het probleem, het wordt gewoon een losgeslagen allegaartje aan scènes die weinig impact hebben. Neem nu het ongeval met de vrachtwagen waardoor Axel uit de koffer kan ontsnappen. Oké, je ziet Verbeeck af en toe nog wat aan zijn kaak voelen maar verder lijkt dat werkelijk geen enkel gevolg te hebben en het voelt ook gewoon onrealistisch aan. Toch heeft Dode Hoek ook zijn goede momenten en dat is dan vooral in 2 aspecten.

Zo is Peter Van den Begin opnieuw weergaloos, het blijft een geweldige acteur die werkelijk elk genre naar zijn hand weet te zetten, en laat regisseur Nabil Ben Yadir een aantal fijne visuele dingetjes zien. Een vechtscène die vanuit de kofferbak wordt gefilmd, het gespeel met spiegels waarin de camera niet te zien is, ... Dode Hoek is zijn derde langspeelfilm en qua stijl smaakt dit alvast naar meer. Ben Yadir kan qua cast ook rekenen op een aantal oudgedienden, op Jan Decleir is praktisch nooit iets aan te merken, maar ook wat nieuwere gezichten zoals Soufiane Chilah (Dries) en Bert Haelvoet (Ruud) zijn goede toevoegingen. Blijft enorm jammer eigenlijk dat er met het verhaal weinig gedaan wordt, want voor de rest heeft dit alles in huis om één van de beste Vlaamse films te worden.

Wat overblijft is een degelijke film maar wel eentje dus met een aantal flinke haken. Van den Begin redt op zijn dooie gemak de meubelen en laat je nog lang meegaan in de vreemde acties van de personages, maar gaandeweg kan ook hij het niet meer volhouden. Misschien toch maar eens op zoek gaan naar de vorige films van Ben Yadir, de interesse is alvast gewekt. Tof bijrolletje ook nog van Adil El Arbi (deze keer eens zowaar zonder kompaan de la route Bilal Falah) als cafébaas.

Kleine 3.5*

Dodesukaden (1970)

Alternatieve titel: Dô Desu Ka Den

Kurosawa's Kedeng Kedeng

Over Japanse titels spreek ik me doorgaans niet uit, maar ik vond de Engelse titel van Dodeskaden altijd zo slecht klinken. Wie verzint er nu in godsnaam een titel als Clickety-Clack.. Ik had echter nooit de moeite gedaan om op te zoeken vanwaar die Engelse titel kwam en om het me helemaal gemakkelijk te maken dacht ik: laat ik ineens maar eens gewoon de hele film opzetten. Kurosawa nummer 16 voor mij (eindelijk halverwege!) en verder had ik totaal geen idee waarover dit ging gaan. Ik kan al wel zeggen dat Clickety-Clack eigenlijk een veel meer logische titel is dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.

Alleen jammer dan dat dit voor de rest toch allemaal een tikkeltje tegenvalt. Dodeskaden kan de geschiedenisboeken in als de eerste kleurenfilm van de regisseur en zou bovendien ook één van de oudste films zijn die een persoon met autisme portretteert. Het is op dat vlak dat Kurosawa werkelijk koning is. Visueel kan hij zich lekker laten gaan met kleuren (die scène ergens naar het einde waar de zon hoog in de hemel staat en je die Citroën van de bedelaar en zijn zoon op de achtergrond ziet staan met op de voorgrond de wassende vrouwen is fantastisch qua kleuren) maar ook de verhaallijn van Roku is aandoenlijk in beeld gebracht. De wanhoop van de moeder, Roku die in zijn eigen wereldje zit en daar volstrekt gelukkig is, de andere kinderen die hem uitlachen, ... Ik zou bijna willen dat Kurosawa zich voor de volledige speelduur op Roku had gefocust. Dat is echter niet het geval en Dodeskaden blijkt al snel een anthologiefilm te zijn. Een handvol kleine verhalen die zich allemaal afspelen rond dezelfde vervallen wijk en het ene verhaal werkt gewoon beter dan de andere. Dat van die twee arbeiders die regelmatig van vrouw switchen (en ik vraag me af of ze dat eigenlijk wel überhaupt door hebben of gewoon zo ladderzat zijn dat ze het verschil niet zien) vond ik eigenlijk nog wel het leukste. Zo stom in al zijn eenvoud maar ook wel eentje waar tof met kleur wordt gespeeld.

Het is wel moeilijk om te zeggen 'dat verhaal had geschrapt kunnen worden' aangezien ze allemaal wel hun charme hebben op een bepaald moment, maar het zorgt dus wel voor een film die toch een (serieus) tikkeltje te lang duurt. Zeker het verhaal rond de bedelende vader en zoon met het bedenken van hun droomhuis haalt te vaak de vaart uit de film. Dan komt er echter de mokerslag dat beide aan voedselvergiftiging lijden, iets wat je al wel zag aankomen wanneer er discussie ontstaat of het eten gekookt moest worden of niet, en laat Noboru Mitani als vader - zelfs met een dikke laag make-up - nog een aantal fijne dingen zien. Veel kleine verhaaltjes dus die weinig tot geen interactie met elkaar hebben waardoor je niet echt van een hoofdrolspeler kan spreken. Toch nog even een vermelding maken voor Yoshitaka Zushi als Roku, de trambestuurder. Toch het personage waar ik de film eeuwig en altijd mee zal associëren. Hij zou trouwens over een periode van meer dan 20 jaar (van Red Beard tot Dreams) met Kurosawa samenwerken.

De film kreeg slechte kritieken in Japan en flopte qua bezoekersaantallen waardoor Kurosawa in een depressie terecht kwam en in 1971 zelfs een zelfmoordpoging deed. Het is absoluut niet zijn slechtste film, die twijfelachtige eer zou ik toch eerder aan Judo Saga II willen geven, maar ik snap wel dat dit indertijd niet bij iedereen de juiste snaar raakt. Ik heb ook momenten gehad dat ik dacht dat hij de weg kwijt was, maar een minuut later kan hij me weer helemaal overtuigen. Blijft toch een geweldige regisseur eigenlijk, ik ben benieuwd wat ik nog meer op mijn pad ga krijgen.

3.5*

Dodge City (1939)

Alternatieve titel: De Voortrekkers van het Westen

Stratford-on-Avon

Errol Flynn is een acteur die toch een klassieker status geniet maar waar ik op zich maar weinig van heb gezien. Robin Hood, toch wel de verfilming der verfilmingen van het bekende verhaal, is daar één van en ik ben hem voor de rest ook nog wel eens tegen gekomen in onder andere een Bette Davis film. Dodge City leek me wat een atypische Flynn rol te zijn doordat het een acteur is die ik niet meteen met Westerns associeer en juist hierdoor werd mijn aandacht wel getrokken.

Flynn speelt hier de rol van Wade Hatton, een man die zowat over heel de wereld heeft gezeten en uiteindelijk besluit om de rol van sheriff op zich te nemen. Een interessant personage op papier maar Flynn past op zich eigenlijk niet zo goed in de rol. Ik zie hem meer als een gladde piraat of een hogere officier in het leger en dit past daar niet echt bij. Het was alweer de 5e samenwerking tussen Flynn en de Olivia de Havilland maar het is, net zoals in The Charge of the Light Brigade een redelijk nietszeggende samenwerking. Normaal gezien kan ik de Havilland wel waarderen maar hier is ze redelijk kleurloos en wordt haar performance compleet de nek omgedraaid vanwege de rol die ze moet spelen, een hekelpunt waar ik straks nog wel op terug kom. Voor de rest nog wel wat bekende koppen in Dodge City waaronder Bruce Cabot en Ward Bond dus dat is altijd wel mooi meegenomen.

Wat me het hardst stoorde aan het verhaal was heel de relatie tussen Wade en Abbie. Die voelt zo enorm geforceerd aan! Al vanaf de eerste twee minuten dat Abbie in beeld komt, weet je gewoon dat ze uiteindelijk een koppel zal vormen met Wade maar de manier waarop slaagt nergens op. Zeker wanneer je bedenkt dat Wade eigenlijk (semi) verantwoordelijk is voor de dood van haar broer maar van de ene moment op de andere is dat blijkbaar allemaal vergeven en vergeten. Op zich heb ik daar nog geen probleem mee maar de manier waarop stelt me teleur. Hier had echt wel meer mee gedaan kunnen worden. Zonde want Dodge City bevat uiteindelijk nog wel een redelijk interessant plot dat de speelduur op zich nog vrij snel laat voorbij gaan.

Degelijke film maar die op zich een beetje de mist in gaat met betrekking tot de casting van Flynn. Ook qua plot zijn er een aantal minpuntjes die ervoor zorgen dat ik net geen 3.5* kan geven. Ik heb in ieder geval de combinatie Flynn - de Havilland - Curtiz al beter weten zijn.

3*

Dodgeball: A True Underdog Story (2004)

Alternatieve titel: Dodgeball

Grab Life by the Ball

Ik heb Dodgeball hier altijd wat ondergewaardeerd gevonden. Gisteravond was het het plan om met een aantal vrienden wat films te zien en vermits ik hem al lang niet meer had gezien en dat diezelfde vrienden hem nog niet had gezien dan was de keus al snel gemaakt.

Het begin van Dodgeball is redelijk saai en lijkt het allemaal meer op een one-man show van Stiller uit te draaien. Gelukkig helt het niveau compleet over naar de goede kant wanneer ze effectief aan de wedstrijden beginnen. Wat daarna volgt is gewoon een mengeling van pijnlijke maar vooral grappige trefbal wedstrijden waar de een de bal nog harder op zijn gezicht krijgt dan de ander. Het verhaal loopt standaard. Een groep sympathieke mannen, die een outcast van de samenleving zijn zoals Piraat Steve, geraken in de problemen en besluiten alles op alles te zetten om hun doel te bereiken, het redden van de Average Joe gym. In het anderhalf uur dat daarna komt is er nergens een verrassing maar dat verwacht je hier ook niet. Simpel gezegd is dit meer gemaakt om zoveel mogelijk idiote tegenstanders in al even idiote pakjes te laten rondhotsen en dat is waar Dodgeball uitstekend in slaagt. De Duitse Blittzkrieg, de Lumberjacks maar vooral de Skillz That Killz die alleen maar willen dansen zijn op sommige momenten hilarisch. Reken hierbij dan nog een aantal grappige situaties, zoals de training van Patches en je hebt een uitstekende parodie op trefbal en bijna elke sport.

Ik begin Ben Stiller meer een meer te kunnen waarderen. Zijn rol in Tropic Thunder was al leuk om te zien vanwege de overduidelijke parodie maar in Dodgeball slaagt hij er hier beter in. Vaughn lijkt eindelijk ook eens in een film te passen en Christine Taylor heeft iets onweerstaanbaar schattig. Het Dodgeball team zelf, inclusief de coach, wordt ook goed neergezet door de respectievelijke cast maar hetgeen waardoor de film net dat extra krijgt is de leuke bijrollen. Lance Armstrong die zichzelf even in de zeik neemt, David 'The Hoff' Hasselhoff als Blittzkriegcoach maar vooral Chuck Norris zijn ideaal gecast.

Amusante parodie op trefbal die door de leuke bijrollen net dat extra krijgt.

4*

Dog's Purpose, A (2017)

I liked her. Plus she smelled like biscuits

Ergens in januari begin dit jaar was er opeens veel controverse rond A Dog's Purpose. Er dook namelijk een filmpje op van tijdens het filmen waarbij een Duitse Scheper werd mishandeld door hem in kolkend water te gooien. Het bleek uiteindelijk om #fakeNews te gaan maar het kwaad was al geschied. De Red Carpet première van de nieuwste film van Lasse Hallström werd afgelast en de film deed het, in tegenstelling tot de initiële verwachtingen, slecht in de bioscoop. Onterecht zo blijkt.

Want iedereen die A Dog's Purpose bekijkt, ziet een leuke en amusante film over een hond en de invloed die hij heeft op het leven van een aantal mensen en omgekeerd. Dat Hallström wel eens de mierzoete kaart durft te trekken, is eenieder die ooit een film van de man heeft gezien bekend en toch werkt het wel. Verspreid over een aantal decennia vertelt de regisseur het leven van de reïncarnerende hond Bailey en zijn zoektocht naar wat nu eigenlijk het doel in het leven is. Bailey komt in verschillende vormen terecht bij verschillende gezinnen en dat zorgt voor een aantal aandoenlijke scènes. Daar zit dan ook net de kracht van A Dog's Purpose. Dit is geen komedie in de pure zin van het woord maar eerder een erg herkenbare film voor iedereen die ooit op een goede manier met honden in aanraking is gekomen. Ik kan me in ieder geval voorstellen dat er sinds de release veel meer huishoudens opeens een viervoeter extra aan tafel hebben.

Het is dan ook een film om vrolijk van te worden en Hallström haalt visueel alles uit de kast om je een goed gevoel te geven. Veel warme kleuren, veel mooie natuur en bovenal veel schattige honden. Wie verwacht dat er maar één ras aan te pas gaat komen (iets wat wel wat geïnsinueerd wordt door de poster) staat nog een leuke verrassing te wachten. Veel verschillende verhaallijnen dus die met uitzondering van de hond niet veel met elkaar hebben te maken. Het stuk rond Ethan is het best uitgewerkt en het is altijd wel fijn om Dennis Quaid nog in iets te zien spelen. Het leukst is echter Josh Gad die zijn stem aan de trouwe viervoeter verleent.

Beetje jammer van al die controverse, heb toch het gevoel dat de film daardoor voor een groot stuk onterecht genekt is. Verder gewoon een fijn filmpje die het hart van menig dierenliefhebber zal doen smelten. A Dog's Purpose zit vol met de nodige clichés en sentiment maar Hallström weet er netjes mee om te gaan zodat het niet storend wordt.

3.5*

Doggone Tired (1949)

Tex Avery had blijkbaar iets met jagen. De 'sport' is al vaker een onderdeel geweest in zijn oeuvre en Doggone Tired is één van de leukere. Het gegeven is eigenlijk erg simpel. Een konijn ontdekt op een avond dat hij de volgende ochtend opgejaagd gaat worden en zet alles op alles om de hond die op hem gaat jagen een rusteloze nacht te bezorgen. Met alle gevolgen van dien dus en het resulteert in wederom een inventieve kleine 10 minuten. Avery maakt vooral gebruik van visuele jokes, iets wat hij sowieso wel veel doet in zijn werk, maar er is ook amper dialoog. Het geeft net dat beetje extra waanzin aan de cartoon in ieder geval.

3.5*

Dogville (2003)

Tell her you'll stop if she can hold back her tears.

Ik weet nog altijd niet goed wat ik moet geven. Langs de ene kant is het een bijna 3 uur durende verschrikkelijke saaie boel die nergens echt interessant wordt maar langs de andere kant bevat de film ook één van de meest absurde en onverwachte eindes dat ik al heb gezien.

Nicole Kidman speelt wel weer goed maar waar ik me in het begin aan irriteerde was heel de setting waar het verhaal zich afspeelt. Ook konden me de personages en hun beweegredenen me niet echt boeien. Ergens is het wel te begrijpen maar eigenlijk de enigste die ik goed kon volgen was Grace. James Caan zijn naam staat op mijn versie in grote letters op de hoes maar eigenlijk zie je hem amper, al heeft hij wel een coole rol. Ik had trouwens gehoord dat Von Trier een visueel genie was maar om nu een complete film te laten afspelen in een soort van loods met hier en daar wat paaltjes, deuren en wat andere rommel en waar dan ook nog alle huizen, wegen en straatnamen moeten worden voorgesteld door krijttekeningen op de grond...
Dat ging er bij mij toch wat over.

Dogville kan misschien voor sommige mensen een interessant project zijn en het kan er ook aan liggen dat dit pas mijn eerste Von Trier film is en ik nog niet met zijn werkwijze bekend ben maar toch viel Dogville tegen al zaten er wel knappe scènes in zoals wanneer Grace tegen de hitman zegt dat hij Vera's kinderen moet afschieten maar haar wel laten toezien en als ze haar tranen kan inhouden hij zal stoppen. Geweldige payback!

Na lang wikken en wegen heb ik besloten om door het einde toch een nipte voldoende te geven maar anders had het ergens rond 1.5* gehangen.
2.5*

Wat was eigenlijk de bedoeling van al die foto's bij de aftiteling?

Dokument Fanny och Alexander (1986)

Alternatieve titel: The Making of 'Fanny and Alexander'

Een vlieg op de muur van Fanny en Alexander

Eigenlijk is het schandalig maar ik ben al bijna 10 jaar aan het wachten op een goede moment om eens Dokument Fanny och Alexander te kijken. De film waar het allemaal om gaat had ik reeds in begin 2011 gezien en ik leek nooit goed te weten wat ik nu het beste deed: de documentaire direct erna kijken en de magie verpesten van sommige scènes of net lang wachten met dan de schrik dat ik me eigenlijk niets meer van de film ging kunnen herinneren. Het is uiteindelijk dus dat tweede geworden.

En achteraf gezien is dat misschien nog de beste keuze geweest aangezien Ingmar Bergman ook een aantal keer de uiteindelijke scène in de documentaire steekt en dat had anders toch een beetje teveel herhaling geweest vermoed ik. Sowieso heeft deze Dokument daar wat onder te lijden. Het is enorm fijn om letterlijk een vlieg op de muur te zijn bij het filmen van bepaalde scènes en hoe iets wat op het eerste zicht simpel lijkt, toch zo veel timing vraagt maar bijna 2 uur van dit is dan ook wat van het goede teveel. Naar het einde toe zit echter een lang segment met Gunnar Björnstrand die de grootste moeite heeft om de vertolking van een nummer uit Shakespeare's Twelfth Night tot een goed einde te brengen dat me ineens bij mijn nekvel greep. Björnstrand, een Bergman regular maar die toen al problemen met zijn geheugen had, wordt met enorm veel respect en liefde behandelt en het is een nummer dat werkelijk tot op het bot snijdt. Vreemd genoeg besloot de regisseur het segment uit de bioscoopversie te knippen.. Toch weer een extra reden om ooit eens die miniserie variant van de film eens te pakken te krijgen, maar ik ben al erg blij met de 2-disc edition van Lumiere waarbij het tweede schijfje aan deze documentaire is gewijd. In de pancartes - die eigenlijk zowat bijhorende commentaar van Bergman bevatten - zit ook nog wel wat humor die het allemaal wat fris houdt.

Ik heb in ieder geval wel moeten lachen met hoe moeilijk de scène met de kat en de koets was en hoe dat beest altijd direct ging lopen. Verder is dit dus een interessante zit, je krijgt enkel en alleen maar setopnames en niets meer, maar het loopt allemaal wat net te lang door. Al blijft dat stukje met Björnstrand toch nog een tijdje nazinderen als ik eerlijk ben.

3*

Dolan's Cadillac (2009)

Ondergewaardeerde Stephen King verfilming

Ik heb het originele kortverhaal nooit gelezen. Waarom? Geen idee want op zich kan ik King meestal wel waarderen. Heel de Donkere Toren cyclus zit geniaal in elkaar en ook talloze kortverhalen konden op mijn appreciatie rekenen maar dit ben ik simpelweg nooit tegengekomen. Al hield ik het altijd wel ergens in mijn achterhoofd want de synopsis die hier op MovieMeter leek me wel boeiend en toen ik deze verfilming voor de spotprijs van een euro tegenkwam in de budgetbak in de Saturn, kon ik het gewoon niet laten. Toen meegepakt en een paar dagen geleden opgezet.

En het is een erg aangename avond geworden. Eerlijk gezegd begrijp ik de commentaren en de lage score hier dan ook totaal niet. Oké, Dolan's Cadillac komt ietwat traag op gang doordat het allemaal iets wordt gerekt om tot een acceptabele speelduur te geraken (mijn versie duurde dan ook 85 minuten en al helemaal geen 105 zoals hier vermeld staat) maar uiteindelijk kent de film een sterke climax die al het voorgaande doet vergeten. Ik klink misschien nu nogal negatief ten opzichte van het eerste deel van de film, voornamelijk het begin tot wanneer Robinson aan zijn wraakactie begint, maar dat is sowieso nog altijd wel de moeite waard. Vooral het gigantische handkannon was hilarisch. Maar wanneer Robinson effectief aan zijn wraak begint, dan komt de film echt tot zijn recht. We krijgen een goed opgezette wraakactie en meer dan uitstekend samenspel tussen de twee acteurs.

Want serieus, Sylvester Stallone? Hoe graag ik die ook bezig zie, ik ben blij dat de rol van Dolan uiteindelijk naar Christian Slater is gegaan. Die kan sowieso al niet zo bijzonder veel fout doen sinds True Romance, al was Alone in the Dark wel een serieus proefstuk, maar ook hier is hij uitstekend. In het begin leek hij wat miscast. Hij kwam te gelikt over en paste ook niet echt in de rol maar net zoals het plot een vaart pakt met de wraak van Robinson, gebeurt dat ook met Slater. Wes Bentley is de tegenspeler van Dolan, namelijk Robinson. Ik had nog nooit van hem gehoord, kan me hem in ieder geval niet meer herinneren, maar ook hij is uitstekend en maakt net zoals Slater eenzelfde evolutie door. In het begin is het allemaal wat wringen en de juiste toon vinden maar wanneer beide acteurs er echt in geraken, krijgen we wel een mooi spektakel te zien. Sterke scènes tussen de twee in/uit de auto en een degelijk einde. Geen slap gedoe waar het goede overwint maar Robinson die op een heerlijke manier maniakaal en obsessief Dolan aan zijn einde brengt. Waarom Emmanuelle Vaugier zo hoog op de creditlijst staat, dat is me een raadsel vermits hij rol wel extreem klein is. Ach, ze doet het gelukkig niet slecht.

Ik blijf erbij, ondergewaardeerde film. Het eerste deel van de film is traag maar daarna breekt de bom en krijgen we een erg vermakelijke wraakfilm. Slater is op dreef, Bently is van eenzelfde niveau en samen zorgen ze voor een geweldig samenspel. Toch nog even afsluiten met één van de geniaalste introducties ooit, al kwam die volgens mij wel uit The Stand maar wie let daar nu op?

He looks like anybody you see on the street. But when he grins, birds fall off telephone lines. When he looks at you a certain way, your prostate goes bad, and your urine burns. The grass yellows up and dies where he spits. He's always outside. He came out of time. He has the name of a thousand demons.

3.5*

Dolce Vita, La (1960)

Alternatieve titel: The Sweet Life

She looked like she stepped out of La Dolce Vita

Het is vanwege deze zin uit Motorpsycho Nitemare van Bob Dylan dat mijn interesse voor Felini startte. Ik en Federico, het is echter een match die nog niet helemaal op het punt staat. Ik had me eens aan 8 1/2 gewaagd, maar dat bleek nogal een misser te zijn. Ik meed de regisseur, maar zijn segment in Boccaccio '70 kon me dan wel weer bekoren. In het gedacht dat ik toen ik 8 1/2 zag te jong was schafte ik me twee films van hem aan (deze en Giulietta degli Spiriti) om eindelijk eens een deftig beeld van de regisseur te kunnen maken.

Het was vandaag weer zo'n druilerig weer dus dat is de ideale moment om een lange film op te zetten en met La Dolce Vita was ik daar wel mee aan het juiste adres. Een speelduur van net geen 3 uur leek me op voorhand iets teveel van het goede te zijn, maar een film die over een journalist gaat die zich exclusief toelegt op de riante levensstijl van de rich & famous.. Dat kan wel een broeierig werkje worden. Jammer genoeg zorgt La Dolce Vita niet voor uitsluitsel met betrekking tot mijn waardering van Felini. Nu moet ik daar wel bij zeggen dat ik sowieso al niet echt te vinden ben voor dit soort fragmentarische films, maar vreemd genoeg weet de Italiaan nooit echt hetzelfde niveau te houden. Marcello met zijn vader, de stukken met Sylvia en het optreden in de Cha Cha bar is Felini overduidelijk op zijn best. De geestenjacht op het kasteel en de dronken tirade van Marcello naar het einde toe is dan weer compleet de andere kant op.

Felini weet zijn vrouwen wel te kiezen. De ontwapende schoonheid van Anita Ekberg was me in Boccaccio '70 al opgevallen, maar hier is ze zowaar nog meer op haar plaats. Felini maakt er een soort van Marilyn Monroe (ze maakt zelfs een soort van dezelfde opmerking rond de vraag wat ze in bed draagt) van en de scènes met Marcello Mastroianni behoren tot het beste van de film. Over Mastroianni gesproken, die is zoals gewoonlijk wel op dreef. Zeker naar het einde toe is hij degene die het geheel nog draaglijk weet te houden. De afgestompte blik waarmee hij op het strand zit... Het is een mooi eindshot. Sowieso een cast waar weinig op is aan te merken. Ik hou wel van dat overdreven Italiaanse acteren, zeker de vrouwen kunnen er wel wat van, en dat komt hier overvloedig aan bod.

Het zou Felini's toegankelijkste film moeten zijn, maar dat betwijfel ik. Het is vooral een film waar ik niet goed mee weet wat ik er mee aan moet. De ene moment schudt de regisseur de ene na de andere geweldige scène uit zijn mouw terwijl ik 5 minuten later bijna lig te doezelen omdat het me niet meer interesseert. Ik vraag me af of de klik er ooit gaat komen.

3*

Dollman (1991)

And take off those sunglasses... it's night!

Normaal gezien was het het plan om elke week een onderdeel van de Puppet Master franchise te zien, maar blijkbaar heeft Full Moon Pictures (de productiemaatschappij achter de reeks) er een soort van universum van gemaakt met een overlapping met Demonic Toys. Die Demonic Toys heeft dan weer een overlapping met Dollman en ook Bad Channels hoort daar nog ergens bij blijkbaar. Dan maar een poging doen om dit ietwat in de juiste volgorde te kijken en dan rest me vooral de vraag of dat eigenlijk wel nodig is.

Aangezien de eerste 3 Puppet Master films al compleet de mist ingingen qua continuïteit. In ieder geval kun je deze Dollman compleet los van eender welke andere film zien en het is eigenlijk echt wel een aanrader. Een compleet van de pot gerukt plot waarbij een harde buitenaardse flik die een kruising tussen Dirty Harry (qua stijl) en Snake Plissken (qua uiterlijk, hetzij dan wel wanneer die nog beide ogen zou hebben en ondertussen 70 jaar oud zou zijn) door een potje ruimtereizen, dat er trouwens werkelijk waar verschrikkelijk uitziet, terecht komt op de aarde. Enig nadeel is dat de grootteverhouding tussen ons en Brick Bardo - want een harde flik moet een harde naam hebben natuurlijk - ongeveer 6:1 is.. Brick is dus niet al te groot maar dat houdt hem niet tegen om met zijn gemodificeerd pistool iedereen aan gort te schieten. Hij is echter op zoek naar een soort van rondvliegend hoofd en een galactische bom die uiteindelijk bijzonder weinig impact lijkt te hebben. Veel gevloek, coole personages en gewoon een lekker tempo.

Tim Thomerson is in ieder geval een fijne keuze als Brick Bardo, de tough as nails cop die geen blad voor de mond neemt. Hier en daar lekker sarcastisch en dat doet het altijd wel goed ten huize Metalfist. Grappig ook om Jackie Earle Haley in één van zijn eerste grote rollen te zien. Hij speelt hier de bad-guy van dienst, Braxton, en schmiert er lekker op los. Dit is zo het type film waar bigger altijd better is en hij heeft misschien wel één van de leukste scènes op zijn naam staan, namelijk die waar hij opeens het vliegende hoofd van Sprug vermorzelt. Een tof what the fuck momentje maar langs de andere kant ook wel ergens jammer aangezien Sprug (gespeeld door Frank Collison) nog een leuk personage was. De overige bijrollen zijn af en toe wat op het randje, jammer ook dat er niet langer op Arturo wordt gebleven, maar storen doet het niet.

Zowel Bad Channels alsook Demonic Toys zijn allebei uit 1992 dus die gaan nog de revue passeren vooraleer ik terecht kom bij het vierde deel van de Puppet Master saga en dan zien we daarna wel weer wat de volgende film in de chronologische rij is. Veel zal het allemaal niet uitmaken alleszins, maar ik ben dan weer zo iemand die graag zoiets in de juiste volgorde kijkt.. Benieuwd wat de reeks verder nog gaat brengen, tot nu ben ik best nog wel fan van Charles Band en zijn Full Moon.

3.5*

Dollman vs. Demonic Toys (1993)

Alternatieve titel: Dollman vs. the Demonic Toys

Ha, your bullets are shit! It takes magic to fight magic bitch!

Ik was eigenlijk echt benieuwd naar Dollman vs. Demonic Toys. Het is de film waar Dollman, Bad Channels en Demonic Toys samenkomen en wordt bovendien geregisseerd door niemand minder dan Charles Band hemzelf, het grote brein achter Full Moon Pictures. Dat is de productiemaatschappij van bovenstaande titels maar eigenlijk lijken ze nooit echt bedoeld te zijn geweest om samen te komen. Neen, het gaat gewoon allemaal om kleine mensen en hij moet gedacht hebben dat daar iets uit te halen viel.

Charles Band staat dus gecrediteerd als regisseur maar eigenlijk is dat teveel eer. Waarom? Omdat de helft van de film bestaat uit materiaal dat rechtstreeks uit Dollman, Bad Channels of Demonic Toys afkomstig is en dan schiet er voor een film van een uurtje niet veel over. Toch is dit eigenlijk niet zo slecht als je zou verwachten wanneer je naar de algemene score gaat kijken. Oké, het plotje rond Baby Oopsy-Daisy die een vrouw wilt verkrachten zodat zijn meester terug tot leven kan komen is compleet van de pot gerukt en qua continuïteit loopt hier wel erg veel fout (het was Bunny die klein bleef in Bad Channels en niet Ginger bijvoorbeeld) maar door de korte speelduur kijkt het wel erg vlotjes weg. Band verliest weinig tijd qua set-up (vooral omdat hij eigenlijk gewoon wat knip- en plakwerk uit de andere films kan doen) en het is alleen jammer dat hij soms wat vreemde keuzes maakt. Zo wordt de leuke Grizzly Teddy opeens vervangen door een soort van GI Joe kloon (die blijkbaar de naam Zombietoid heeft meegekregen) en die is toch wel een stuk minder indrukwekkend. Ik zat ook altijd met het idee dat Baby Oopsy-Daisy een meisje was trouwens, geen idee waarom ik dat dacht maar ik zat dus blijkbaar verkeerd.

Wat ook wel tof is, is dat er veel acteurs uit de andere films terugkeren. Tim Thomerson is en blijft leuk als Brick Bardo, de agent met een allesvernietigend wapen, en Tracy Scoggins blijft zowaar even houterig als een jaar voordien in Demonic Toys maar ik had niemand anders in de rol willen zien. Melissa Behr is er dan nog het meeste op vooruit gegaan als Nurse Ginger, want ze krijgt hier een veel grotere rol toegewezen dan in Bad Channels. Verder blijven de Demonic Toys op zich de belangrijkste reden om dit te zien. Beetje jammer dus dat Grizzly Teddy deze versie niet heeft gehaald, ben benieuwd of die nog in de Puppet Master crossover gaat tevoorschijn komen, maar Baby Oopsy-Daisy blijft gewoon een heerlijk figuur. Je kan zeggen wat je wilt van Band trouwens, maar zijn openingscredits zijn in ieder geval al wel het beste van eender welke andere Full Moon Pictures film die ik tot nu toe heb gezien.

Veel over the top quotes (ik vind hem niet meteen terug maar er zit nog een leuke verwijzing naar Arnold Schwarzenegger in) en de korte speelduur + het hoge tempo zorgt ervoor dat dit eigenlijk nog wel een aangename zit was. Jammer dat nagenoeg de helft van de film bestaat uit materiaal dat we al eerder hebben gezien, maar langs de andere kant maakt Band er wel een mooi geheel van. Oké, hij doet een aantal dingen verkeerd (Brick Bardo noemt Debi opeens Marie) maar dit is echt niet zo slecht als je zou denken.

2.5*

Domicile Conjugal (1970)

Alternatieve titel: Bed & Board

Getrouwde Doinel

Tot nu toe vond ik de Antoine Doinel reeks van François Truffaut het zwakste dat ik van de regisseur heb gezien. Les Quatre Cents Coups is de laagst gewaardeerde film langs mijn kant en de opvolger Baisers Volés was weliswaar wat beter, maar toch ook niet al te denderend. Vandaar dat het weer een tijd heeft geduurd vooraleer ik me eens aan een nieuwe etappe in het leven van Doinel waagde. Wat bleek echter gisteravond? Dat het schandalig is dat ik daar zolang mee heb gewacht.

Want Domicile Conjugal is één van Truffaut's leukste films. Een realistisch beeld van het getrouwde leven met zijn hoogtes en laagtes, flink wat humor (met onder andere een cameo van grootmeester Jacques Tati) en aimabele personages. De grootste kracht van de film zit hem dan ook ongetwijfeld in de twee hoofdpersonages. De kiem van de relatie tussen Antoine en Christine werd al in de voorganger geïntroduceerd en komt hier tot een climax. Toegegeven, de introductie van Kyoko had misschien wat beter gemogen (mocht ook een ietwat interessanter personage zijn, ik kon me in ieder geval moeilijk voorstellen waarom Antoine ooit Christine zou opgeven voor haar) maar het resulteert in misschien wel één van de beste scènes uit het oeuvre van Truffaut. De stop-motion scène met de bloemen oogt vandaag de dag wat lelijk, hoewel het idee wel tof was, maar wanneer Antoine binnenkomt en oog in oog komt te staan met Christine die zich à la Japonais heeft verkleed.. Heerlijk! Sowieso vond ik de openingsscène waarin Truffaut op Christine's benen focust ook nog wel leuk gedaan.

Ik blijf het ook wel tof vinden dat Jean-Pierre Léaud nog steeds de rol van Antoine op zich neemt. Hij was er al bij als kleine jongen in Les Quatre Cents Coups en de samenwerking tussen hem en de regisseur blijft interessant om te zien. Claude Jade is een erg charmante verschijning en de dynamiek die ze met Léaud heeft is ook erg mooi om te zien. Voor de rest een aantal leuke bijrollen waar vooral de buren van Antoine en Christine bovenuit steken. Zo'n typisch dagelijks geroezemoes waar iedereen iedereen kent en dat heeft zijn charme. Het zijn dan ook de dialogen die Truffaut introduceert tussen deze personages die de film echt leuk maken.

Moet dringend dan maar eens werk gaan maken van het laatste deel in de Doinel cyclus. Ik baal er nog steeds van dat mijn boxset Antoine et Colette uit L'Amour à Vingt Ans niet bevat. Ze hebben dat geprobeerd op te lossen door een nieuwe box uit te brengen met daarin Tirez Sur Le Pianiste en Vivement Dimanche (twee niet-Doinel films die reeds in de vorige box zaten) en dan enkel het segment Antoine et Colette, dus niet de volledige L'Amour, toe te voegen.. Idioten.

4*

Don Juan (1956)

Alternatieve titel: El Amor de Don Juan

Fernandel als Sganarelle als Don Juan

Aha, de laatste Fernandel. Niet in de zin dat dit de laatste film is die hij heeft gemaakt noch dat het de laatste film is die ik nog van de man moet zien, maar wel dat het de laatste film is in een voorraadje van films dat ik een aantal jaar geleden heb aangeschaft. Niet altijd de meest denderende films en het werd me al snel duidelijk dat de goedlachse Fransman niet één van mijn favoriete komieken zal worden. Toch blijven zijn films wel een zekere charme behouden en hoewel deze Don Juan erg laag werd beoordeeld (1.75 gemiddeld, weliswaar op 2 stemmen), was ik hier toch nog ergens wel benieuwd naar.

Vooral omdat ik het Don Juan verhaal an sich altijd wel leuk vind. Al kun je redelijk moeilijk van een 'echt' verhaal kiezen, want het is een personage dat in de loop der jaren veelvuldig is heruit gevonden. Zo heb je nog een amusant Johnny Depp/Marlon Brando vehikel genaamd Don Juan DeMarco en John Berry's Don Juan gaat dan weer een iets andere richting uit. Fernandel speelt Sganarelle die door omstandigheden opeens met de naam Don Juan door het leven gaat en daaruit ontstaan natuurlijk de nodige misverstanden. Leukste scène is ongetwijfeld Sganarelle/Don Juan die wordt uitgedaagd door zowat iedere man die op dat moment in het kasteel vertoeft. Hij krijgt zo'n 19 handschoenen naar zijn hoofd gegooid (een teken dat je wordt uitgedaagd voor een duel) en moet iedereen te lijf gaan op één of ander veld de dag nadien. Fernandel zou Fernandel niet zijn mocht hij hier op de één of andere manier toch nog triomferen.

Het is in ieder geval wel een goede zet om de hoofdrol aan hem te geven. Fysisch is hij niet zo aantrekkelijk, maar het blijft wel een acteur met een erg innemende charme. De rol van verleider gaat hem dan ook wonderwel goed af en verder is dit vooral een typische Fernandel rol. Hij maakt weer gebruik van zijn grote glimlach en van de grote gebaren en wordt ondertussen bijgestaan door schoon vrouwvolk. De vrouwelijke hoofdrol is daarbij weggelegd voor Carmen Sevilla die vooral in begin jaren '70 nog bekendheid zou verwerven met haar rol in Antony and Cleopatra. Sevilla en Fernandel zijn in ieder geval een leuk duo en ook de wisselwerking met Erno Crisa, de echte Don Juan, blijft mooi overeind op het scherm.

Don Juan is één van de eerste films die Amerikaans regisseur John Berry (niet te verwarren met componist John Barry) in Frankrijk maakte nadat hij de Verenigde Staten moest verlaten vanwege de beschuldiging dat hij een communist was naar aanleiding van de McCarthy hoorzittingen. Zijn carrière zou echter nooit hoge toppen scheren en afgaande op deze Don Juan is dat niet zo merkwaardig.

3*

Don Juan DeMarco (1994)

This would have been a very good time for me to lie. But truth is a terrible habit

In een ver verleden had ik deze Don Juan DeMarco al eens gezien. Mijn vader was een groot fan van Marlon Brando en toen ik me voor film in het algemeen begon te interesseren was dat één van de eerste acteurs waar ik iets van meekeek. Het moet dan ook een televisie-uitzending zijn geweest volgens mij aangezien ik tot een tijd geleden de film nooit op DVD was tegengekomen.

Ik meende me te herinneren dat dit een amusante feelgood film was en het deed me deugd om te zien dat de film vandaag de dag nog op die manier overeind blijft staan. Don Juan is een personage dat door menig auteur is gebruikt waardoor het moeilijk wordt om over een echt getrouwe verfilming te spreken. Het verleden van Don Juan wordt uit het verhaal van Lord Byron gehaald terwijl de huidige scènes in de psychiatrie van de hand van Jeremy Leven, die de film ook regisseerde, is. Het vormt in ieder geval een toffe mix met een aantal erg leuke momenten. Vaak in de vorm van dialogen zoals het (eerste en enige) gesprek tussen Bill en Don Juan, maar ook in kleine details zoals Don Juan die staat te dansen met Rocco. Geslaagd einde ook waarin Leven op een subtiele manier aanbrengt dat je je leven zelf in handen hebt. Eigenlijk besef je als kijker dat Don Juan is opgegroeid als John DeMarco in Phoenix wanneer je het geheel nuchter bekijkt, maar het leven is maar wat je er uiteindelijk van maakt en dat is gewoon mooi. Niets meer en niets minder. Al klink ik nu wel erg zweverig precies..

Wel wat teleurgesteld door de rol van Faye Dunaway trouwens. Uitstekend in Bonnie and Clyde, maar hier helemaal niet op haar plaats. Al betwijfel ik of een andere actrice meer met de wat overbodige rol van Marilyn Mickler had kunnen doen, maar dat terzijde. De film steunt vooral op twee klassebakken. Marlon Brando was hier al bijna fin de carrière, hij zou nog maar 4 films maken na deze (waaronder The Brave waarin hij opnieuw het scherm deelde met Johnny Depp en Free Money waarin hij even herenigd werd met Martin Sheen) vooraleer hij zou overlijden in 2004. Brando zag er hier al verre van gezond uit en toch lijkt hij nog steeds veel plezier in het spelen hebben. Hij deelt een goede chemie met Johnny Depp en het is voornamelijk dankzij hen dat het feelgood gehalte overeind blijft staan.

Vrolijke film in ieder geval die je met een leuk gevoel achterlaat. Dunaway is inwisselbaar, maar Brando en Depp zijn goed op dreef. Leven levert een originele mix af tussen een verfilming van Don Juan en nieuwe elementen, iets wat niet altijd even vanzelfsprekend is, en geraakt er perfect mee weg.

3.5*

Don Juan ou Si Don Juan Était une Femme... (1973)

Alternatieve titel: Don Juan 73

Don Jeanne

Met Don Juan ou Si Don Juan Était une Femme ben ik aan de laatste Brigitte Bardot film uit mijn boxset gekomen. Een reeks van 6 films waarvan het niveau eerlijk gezegd wat wisselde, maar Bardot was zoals gewoonlijk onweerstaanbaar. Voor haar laatste hoofdrol ooit in een film (L'Histoire Très Bonne et Très Joyeuse de Colinot Trousse-Chemise zou naar het schijnt maar een bijrol zijn) keerde ze terug naar Roger Vadim, de regisseur die haar carrière op gang heeft gebracht.

En Bardot gaat eruit met een knaller. Jammer genoeg is de kwaliteit van de film zelf niet overal even denderend, zeker wanneer je bekijkt dat andere films uit de box er wel goed uitzagen, maar laat dat je vooral niet tegenhouden om de film een kans te geven. Vadim schrijft en regisseert een film die eens een andere kant opgaat met het bekende Don Juan gegeven en het resulteert in een erg bevreemdende film. Aan de hand van een aantal flashbacks wordt het wel en wee van Jeanne, een femme fatale, getoond die vastbesloten is om een aantal mannen het leven zuur te maken. Elk verhaal zit iet of wat verschillend in elkaar (in het eerste deel kiest ze ervoor om een getrouwde man te verleiden, in het tweede deel verleidt ze de vrouw van een man en in het derde deel laat ze een man zelfmoord plegen), wordt op een pompeuze manier in beeld gebracht (die soundtrack ook!) en toch mag het resultaat er zijn. Vadim is weliswaar al vaker de man geweest van de grote misser (Les Bijoutiers du Clair de Lune, brrr), maar dit doet hij goed.

Jammer eigenlijk dat Bardot niet lang hierna ermee is opgehouden. Ze is hier al wat ouder (al was ze met haar 39 jaar nog altijd erg aantrekkelijk als je het mij vraagt) en ze speelt een ietwat atypische rol. Nog altijd vertrouwend op haar uiterlijk speelt ze hier de verleidster die menig man in de dieperik duwt, maar het is een verademing om haar eens iets anders te zien spelen dan een naïeve tiener/twintiger. Hoewel ze alle aandacht naar zich toe trekt wanneer ze in beeld komt, weet Vadim voor de rest nog wel een degelijke cast bijeen te sprokkelen.

Misschien wel één van de beste films van Roger Vadim die ik tot nu toe heb gezien en meteen ook één van de beste rollen van Bardot. Voor velen blijkbaar één van de slechtste films van de Franse actrice (je moet de reviews van IMDB er maar eens bijnemen), maar het is pakkend, bevreemdend en aantrekkelijk. Al moet je er dus blijkbaar wel voor te vinden zijn.

3,5*

Don't Bother to Knock (1952)

...a wicked sensation as the lonely girl in room 809!

Twee dagen geleden had ik nog eens zin in een ouderwetse Marilyn Monroe film. De films op zich behoren niet tot de meesterwerken van de cinema maar Monroe zorgt er altijd wel voor dat ze een hoog niveau bereiken. Ik had de film een lange tijd geleden al wel eens gezien, ik geloof toen ik hem juist op DVD had gekocht maar vond hem toen al erg goed. De tijd heeft overduidelijk geen effect op the Mmmm Girl.

Monroe bewees met Don't Bother to Knock dat ze effectief serieuze rollen aankon en niet altijd moest worden gecast als dom blondje. Degene die altijd zeggen dat ze zo'n blonde bimbo is, zouden beter eens wat meer opzoekwerk moeten verrichten want Marilyn is hier geweldig in. De rol van Nell is geen unicum, het is een rol die een andere actrice even goed had kunnen vertolken maar het is juist de manier waarop Marilyn zich inleeft waardoor haar vertolking naar een hoger niveau wordt gebracht. De zachte stem, de wartaal, de rare trekjes, ... Allemaal heerlijk om te zien en natuurlijk kun je als man nooit genoeg van haar performance krijgen. Uitermate charmant en beeldschoon. In haar glorieperiode kreeg ze de naam van mooiste actrice en nu, 48 jaar na haar dood, is zij de enige actrice die deze naam nog altijd waardig is. Ze lijkt zo onschuldig maar ze heeft tegelijkertijd toch zo'n seksuele, dierlijke uitstraling waardoor echt elke film een genot wordt om naar te kijken, zelfs al heeft ze een kleine rol of een beginnende hoofdrol zoals hier. Met zo iemand als Monroe in de film vergeet je nogal snel de rest van de cast. Gelukkig is haar tegenspeler, Richard Widmark, van een hoog niveau waardoor hij ook genoeg memorabels heeft te bieden. De combinatie en de chemie tussen beide is om je vingers en duimen van af te likken maar het wordt pas echt interessant wanneer een beginnende Anne Bancroft op de proppen komt. Erg leuke actrice, die hier compleet wordt weggespeeld door Monroe, maar toch nog een goede rol neerzet. Hetzelfde geldt voor Elisha Cook Jr. Ook hij heeft maar een klein rolletje maar zorgt, net als de rest van de cast, dat ze niet moeten onderdoen voor elkaar en geeft een mooie vertolking. Alleen Donna Corcoran als de kleine Bunny is vaak irritant maar ik heb het dan ook niet op kinderen in films, al zijn er uitzonderingen.

Het zwart-wit werkt perfect in de film. Ik zat eerst nochtans in een tweestrijd toen de film startte. Normaal gezien ben ik altijd voor zwart-wit, ik vind het vaak mooier dan kleur en het geeft een zekere sfeer en karakter aan een film maar Monroe komt echt tot haar recht in kleurrijke foto's waar je niet naar haar vuurrode lippen en platinablonde kunt kijken. Toch weet Baker goed genoeg wat hij doet en zorgt voor een paar erg sfeervolle beelden.

Het verhaal achter Don't Bother to Knock is niet zo bijster speciaal. Heden ten dage hebben we al veel soortgelijke films gezien maar toch moet de film niet onderdoen voor de hedendaagse spannende film. Langzaamaan merk je dat er iets niet klopt met Nell, o.a. de littekens, maar het wordt pas echt spannend wanneer de film naar het einde toeloopt. Nell begint beetje bij beetje meer en meer gestoord te geraken en wanneer ze haar man begint te verwarren met Jed is het hek helemaal van dam. Erg leuk om te zien en de korte speelduur is hier een meerwaarde want mocht dit gerekt worden, dan zou het nogal snel redelijk saai worden. Hoewel, ik kan nooit genoeg krijgen van Monroe dus misschien had het ook gewerkt. Soit, ik snap in ieder geval niet waarom de film hier zo'n lage waardering krijgt. Het plot is niet vernieuwend of verfrissend, wat wil je voor een film van 58 jaar geleden maar ik heb het vermoeden dat er hier nogal vrij veel Monroe bashers zitten. Jammer want Don't Bother to Knock is de moeite waard, zowel voor de fan als voor de niet-fan.

Monroe bewijst wat ze kan en voor dit alleen verdient de film al een dikke voldoende. Tel daarbij nog eens het sfeervolle zwart-wit, de leuke muziek (al is een deel wel van Panic in the Streets overgenomen) en de uitmuntende cast op en je hebt een uitstekende film. Blijft toch een beeldmooie vrouw, die Marilyn.

4*

Don't Come Knocking (2005)

Just Like Jesse James

Wim Wenders maakte enorm veel indruk op mij met zijn aflevering uit de Blues reeks van Martin Scorcese en ik nam me voor om maar eens wat meer van deze regisseur te zien. Zoals zo vaak vergat ik mijn voornemen betreffende films (ik moet nog altijd de reeks van The Blues eens uitzien) maar Wenders bleef wel altijd in mijn hoofd spoken. Toen ze een tijd geleden deze Don't Come Knocking op televisie gaven, nam ik hem algauw op om hem dan gisteravond uiteindelijk eens te zien. Het was een eerste bewuste kennismaking met Wenders en wat voor één.

Al van bij de aflevering van The Blues had ik het gevoel dat Wenders heel mooi te werk kan gaan betreffende de beelden in zijn films en hier is dat niet minder. De openingsscène waar Spence te paard weg rijdt is er één om in te kaderen en doorheen de film zitten er vaak nog enorm mooie shots tussen. Don't Come Knocking is dan ook een trage film geworden die overal zijn tijd voor neemt. De mooie beelden worden afgewisseld met fijne situaties en heel het plot heeft gewoon iets onweerstaanbaar. Wenders weet perfect de balans te vinden tussen bevreemdende personages (o.a. Sutters en Sky) en de herkenbaarheid van de situatie waarin de personages zich bevinden. De frustratie van Earl, de teloorgang van Spence als acteur (het verschil tussen het beeld dat zijn fans in het stadje van hem hebben en het eigenlijke beeld dat Spence van zichzelf heeft wordt prachtig weergegeven) maar ook de drang naar meer in het leven, naar een doel past perfect in de sfeer van de film. Op zich is het een redelijk zwaar thema maar het wordt allemaal toch zo luchtig gebracht dat het helemaal niet als zwaar aanvoelt. Geen idee of de rest van Wenders oeuvre van hetzelfde niveau is (ik heb de indruk dat Don't Come Knocking wat als middelmatig wordt beoordeeld) maar ik ga volgens mij een fijne tijd tegemoet. Geweldig einde ook waarin broer en zus, al had die relatie wel wat duidelijker gemogen of ik heb iets gemist, met het vriendinnetje aan een road trip beginnen. Spence heeft wel degelijk hun leven beroerd maar blijft tegelijkertijd zichzelf en kan zijn slechte gewoonten niet laten. Geen typisch Hollywood einde waar iedereen elkaar in de armen valt maar puur realisme. Een heerlijk stukje cinema van Wim Wenders maar eigenlijk gaat een groot deel van de eer wel naar Sam Shepard, die hier de hoofdrol vertolkt maar die ook het script heeft geschreven.

Er was maar één minpunt in het verhaal en dat was de rol van Sutter. Hoewel, hier ben ik niet helemaal eerlijk. Sutter op zich was een goed personage maar ik vond het verschrikkelijk vertolkt door Tim Roth. Voor mij zal hij altijd Mr. Orange blijven uit Reservoir Dogs maar ook in geen enkele andere film slaagt hij er in om dat imago van zich af te schudden. Niet hier, niet in de serie Lie to Me, niet in The Incredible Hulk, eigenlijk nergens. Roth weet dan hier ook maar in een paar scènes echt te overtuigen (zoals de scène in de woestijn waar hij zich scheert) maar zorgt voor de rest voor een smet op heel de film. Ik zei het hierboven al, Shephard heeft het script geschreven en vertolkt ook de hoofdrol en dat doet hij enorm goed. Ik kan me niet herinneren dat ik hem al eender ben tegengekomen in een film maar ik zag dat hij meedoet in Paris, Texas (wat Wenders hoogst aangeschreven film is) dus ik zal hem vast en zeker nog wel eens tegen komen. Mooie rol ook van Sarah Polley die de ietwat vreemde Sky voor haar rekening neemt. Een dromerig personage dat eigenlijk enorm sterk door Polley wordt vertolkt. Het continu rondlopen met de assen van haar moeder, de confrontatie met Earl naar het einde van de film toe, ... Vaak erg mooie scènes. Let trouwens ook op een oude Eva Marie-Saint, die ooit schitterde in North by Northwest, als de moeder van Howard. Gabriel Mann en
Fairuza Balk waren trouwens ook een geweldig duo. De dialogen (What is a Pinocchio?) zijn geweldig vertolkt door beide.

Vanmorgen heb ik hier een 4* geplaatst maar ik ben aan het twijfelen of dat wel geheel terecht is. Misschien is een 4.5* meer op zijn plaats maar Tim Roth houd me eerlijk gezegd een beetje tegen. Misschien als ik de film nog eens opnieuw kijk dat alles op zijn plaats valt maar voor nu toch een mooie score.

Dikke 4*

Don't Tell Mom the Babysitter's Dead (1991)

No rules. No curfews. No nagging. No pulse

Gisteren kwam ik tijdens het zappen juist bij het begin van deze film terecht. Ik had bijna terug weg gezapt ware het niet dat ik ineens Christina Applegate herkende.

Het verhaal van Don't Tell Mom the Babysitter's Dead is simpel en redelijk voorspelbaar maar daar zit juist de kracht van de film. Je weet dat het allemaal gaat goed komen maar je vraagt je in de loop van de film af hoe ze het gaan flikken. Het eind van de film waar ze heel hun huis moeten gaan opknappen om de presentatie te houden is dan ook wel vrij amusant. Er zitten natuurlijk een groot aantal onlogische zaken in de film (ze geraken het lijk kwijt in een doos die ze naar de politie sturen...) maar dat kan de pret niet deren.

Christina Applegate acteert sterk en is een genot om naar te zien. Coogan is zeer vermakelijk en zijn metamorfose is dan ook geweldig. Voor de rest speelden de jongere kinderen ook wel redelijk al waren ze soms echt wel irritant. Jayne Brook als Carolyn was trouwens ook niet echt denderend. Wat wel leuk is, is dat een aantal bekendere acteurs de revue passeren (David Duchovny, Lucy uit Twin Peaks, ...)

Tegen mijn verwachtingen in is Don't Tell Mom the Babysitter's Dead een leuke komedie geworden met een voorspelbaar maar leuk verhaaltje. Applegate acteert sterk en ook de rest lijkt er wel plezier in te hebben.

3.5*

Donald and Pluto (1936)

Het gebeurde wel eens vaker dat Mickey een kleine rol had in zijn eigen serie (Mickey's Circus of Pluto's Judgement Day onder andere), maar hier komt hij gewoon niet in voor. Zoals de titel al zegt ligt de focus op Donald Duck en Pluto, maar het is eigenlijk Pluto die praktisch de hele tijd in beeld is. Door het klungelen van Donald slikt de hond een magneet in en dat heeft natuurlijk de nodige gevolgen. Het probleem is dat dat ook de enige joke is in heel de short en na een tijd is de lol er wel wat af. Animatie ziet er wel weer degelijk uit en deze short was ook de eerste waar Donald Duck het redesign kreeg waarmee we hem het beste kennen.

3.5*

Done the Impossible: The Fans' Tale of 'Firefly' and 'Serenity' (2006)

The big damn fanbase

Ik ben een erg grote Joss Whedon fan. Ik leerde de man voor het eerst kennen via Buffy the Vampire Slayer, ging toen verder met Angel en kwam dan uiteindelijk bij Firefly en Serenity uit. Daarna volgde nog onder andere Dollhouse, The Avengers, Dr. Horrible en dergelijke maar bon, je begrijpt vast wel dat ik bedoel dat ik werkelijk alles van de man probeer te kijken omdat hij voor mij één van de beste schrijvers/regisseurs in Hollywood is. Een paar dagen geleden had ik Firefly en Serenity voor de zoveelste keer weer eens gezien en toen ik de film Serenity opzocht, kwam ik bij deze documentaire uit over de fans van de reeks. Ooh, dit moest ik zo snel mogelijk te zien krijgen.

Leuk ook dat de makers een legale versie op het internet hebben gezet zodat je hem zonder problemen kunt downloaden. Ze deden dat om 2 redenen waarvan de eerste de volgende is (gehaald uit het tekstbestand dat bij de film zat): We philosophically agree with the concepts of Creative Commons. De tweede reden waarom ze een gratis versie uitgaven was puur gericht op marketing en het werkt goed want je kunt de documentaire wel downloaden maar je kunt ook een versie kopen met een shitload aan extra's. Slim gezien in ieder geval. Soit, nu even terug naar de inhoud van de documentaire zelf. Als je wat bekend bent met de Firefly problemen (en ik veronderstel dat dat wel het geval is wanneer je dit gaat kijken) dan weet je perfect wat je kunt verwachten. Namelijk een hoop interviews waarin wordt uitgelegd hoe er van Firefly naar Serenity is gegaan. Voor mij niet echt nieuwe informatie maar het is in ieder geval wel leuk om fans te zien die even veel van de reeks houden als ikzelf, al zitten er echt wel serieuze die-hards bij.

Erg veel interviews dus met onder andere Joss Whedon zelf, Nathan Fillon, Alan Tudyk, Adam Baldwin (die trouwens host is), Ron Glass, Jewel Staite, Morena Baccarin, Christina Hendricks, ... De enige die van de cast ontbreken zijn Sean Maher, Summer Glau en Gina Torres. Beetje jammer dat die drie ontbreken maar waarschijnlijk waren die er niet bij tijdens het Con festival waarin de documentaire is gedraaid. Het merendeel van de interviews draait echter rond de fans van de serie en die zijn over het algemeen vrij interessant. We maken kennis met onder andere comic artiesten en de ontwerpers van het RPG spel maar ook gewone mensen die simpelweg een enorme fan zijn van de serie. Hieruit blijkt hoeveel mensen er eigenlijk met de reeks meeleven want een goede maand geleden was het de 10-jarige verjaardag van de reeks en daaruit bleek dat de fanbase zowaar nog groter is geworden. Favoriete geïnterviewden moeten sowieso de Bedlam Bards zijn die heel hun repertoire aan Firefly/Serenity hebben gewijd maar ook de vele kunst (lees schilderijen, tekeningen, ...) die de reeks heeft voortgebracht is erg leuk om te zien.

Volgens mij moet je een vrij grote fan zijn om dit te kunnen waarderen want dat je anders nogal snel zult denken dat dit maar vrij weirde mensen zijn. De fans zijn interessant genoeg om te blijven boeien, al was het wel vermoeiend om te horen dat blijkbaar iedereen er vanaf het begin al bij was (wat volgens mij echt niet was) maar het geheel wordt afgemaakt met korte interviews met de castleden van de reeks zelf.

3.5*

Dong Kai Ji (1975)

Alternatieve titel: All Men Are Brothers

Het rechtstreekse vervolg op The Water Margin

The Water Margin is zo één van die klassiekers uit de Chinese literatuur die al menig keer verfilmd is geweest. In 1972 waagde Shaw Brothers regisseur Cheh Chang zich samen met Hsueh Li Pao en Ma Wu aan een verfilming en dat was één van de beste films in het oeuvre van Chang. De film was sowieso een succes en in 1972 alleen al volgden een prequel genaamd Delightful Forest en een spin-off genaamd Pursuit. In 1975 keerde Chang samen met Wu opnieuw terug naar het verhaal met deze All Men Are Brothers.

Om goed te begrijpen hoe de films in elkaar steken is het belangrijk om te weten dat The Water Margin (of Outlaws of the Marsh zoals het ook wel genoemd wordt) een gigantisch verhaal is dat bestaat uit 100 hoofdstukken. In de gelijknamige versie uit '72 baseren de regisseurs zich op hoofdstukken 64 tot en met 68 terwijl Delightful Forest dan weer de inspiratie gaat halen bij hoofdstukken 27 tot en met 31. Voor de volledigheid: Pursuit zou niet gebaseerd zijn op een specifiek hoofdstuk maar toont simpelweg het het leven van Lin "Panther Head" Chong. All Men Are Brothers maakt een serieuze sprong vooruit in het verhaal en vertelt de gebeurtenissen uit de hoofdstukken 90 tot en met 100. Wat deze film interessant maakt, is dat het dus een rechtstreekse sequel op The Water Margin is. Een aantal personages (Black Whirlwind, Yan Qing, ...) keren terug naar het scherm en de climax is er één die tot de beste uit de Shaw Brothers stal behoort. Veel actie en vooral veel heroïsche taferelen, maar wat verwacht je anders bij een film met een verhaallijn waar een kleine selecte groep krijgers vast komen te zitten achter de vijandelijke linie.

Sowieso knap hoe men er in slaagt om iedereen toch zijn eigen smoel te geven, zelfs al laat de release van Celestial Pictures (opnieuw) wat te wensen over. Zo is de ondertiteling niet altijd even denderend (de versie die ik heb is een Duitse release met originele audio en Engelse of Duitse subs maar af en toe wordt het Engels ingewisseld voor Duits) maar het is zo enorm irritant dat de introducties van de personages gewoon niet worden vertaald. Op een bepaald moment wordt iedere hoge pief van het leger voorgesteld en het enige dat je te zien krijgt zijn Chinese tekens op het beeld.. Daar ben ik nu echt niets mee. Gelukkig stoort dat niet te erg en is het al snel genieten van de stommiteiten van Black Whirlwind en de strijd tegen de slechte Fa Lang. Ondertussen passeert er nog een soort van Bolo Yeung variant (die aan worstelen doet!) en zijn er gewoon veel vermakelijke knokpartijen.

Stuk bloederiger ook naar mijn gevoel, maar misschien ligt dat aan mij. Interessant in ieder geval om te zien hoe dit onlosmakelijk met The Water Margin is verbonden en tegelijkertijd toch ook perfect op zijn eigen benen weet te staan. Heel wat kleinschaliger dan zijn voorganger en dat is een goede zet aangezien je toch net wat meer binding met de personages krijgt. Sowieso ook fijn dat vele acteurs zijn teruggekeerd voor hun respectievelijke rol, dat maakt het er toch net iets makkelijk op..

4*

Donovan's Reef (1963)

Not the brandy, you dope!

Donovan's Reef stond al een tijd op mijn verlanglijst. John Ford en John Wayne hadden een lange samenwerking doorheen de jaren van iets meer dan 20 films geloof ik maar deze film staat te boek als de laatste keer dat ze samenwerkten. Hoewel, dat is niet helemaal waar want Wayne sprak nog de voice-over in voor de documentaire Chesty: A Tribute to a Legend van Ford maar dit was de laatste on-screen samenwerking om het zo maar te noemen. Het vreemde was echter dat dit geen western was waarin hun combinatie het beste tot hun recht kwam maar een komedie die zich afspeelt op een tropisch eiland.

Geïnteresseerd dus vanwege het feit dat dit de laatste samenwerking tussen de twee Johns is maar langs de andere kant ook een beetje vrees naar een zwakke komedie. Komt voornamelijk omdat ik Wayne niet echt als een komisch talent beschouw maar net als in McLintock weet hij er voldoende mee weg te geraken. Hij speelt nooit echt atypische rollen en ook de rol van de ietwat norse cafébaas Donovan is hem op het lijf geschreven. De film kent een aantal bargevechten, iets waar ik altijd fan van ben, maar stelt qua plot niet bijzonder veel voor. Toch behoudt de film een zekere aantrekkingskracht vanwege het plezier dat de acteurs lijken te hebben en natuurlijk het mooie eiland. Man, daar zou ik gerust ook wel de rest van mijn dagen willen slijten. Heel het plot rond Amelia wordt er af en toe maar met de haren bijgetrokken en het einde is op zijn minst merkwaardig te noemen (heel de film gaat erover dat Amelia geen weet mag hebben van de haar halfzussen en halfbroer en dan is opeens alles in orde) maar het verveelt nergens waardoor de film als een vermakelijk tussendoortje kan worden beschouwd.

Zoals daarjuist gezegd is dit weer een typische John Wayne rol want hij mag hier wel weer wat de macho uithangen maar wel met een ietwat romantische tint aan zijn personage. Dat gaat hem hier een heel stuk beter af dan in zijn Lone Star periode want dat was soms echt verschrikkelijk om te zien. Zo enorm houterig maar het lag vaak ook aan de regisseur of het script die ervoor zorgden dat het personage van Wayne van de ene moment op de andere moest trouwen met de leading lady. Soit, hij heeft hier een aantal leuke scènes met Elizabeth Allen (onder andere de waterski scène) maar het zijn toch de andere bijrollen die dit echt leuk maken. Lee Marvin is schitterend als de nogal agressieve Gilhooley (leuk moment ook wanneer hij zijn treinset krijgt, al is dat ding wel erg snel opgezet) maar ook Cesar Romero en Marcel Dalio als respectievelijk de gladde Marquis en de priester hebben hun time to shine.

Vermakelijke feel-good film die volgens mij nog het beste tot zijn recht komt in de kerstperiode. De film speelt zich dan tijdens kerstmis af maar wanneer je die kilo's sneeuw beu bent, dan kun je je wat vergapen aan dit tropische eiland. Het is niet het beste dat al is voort gekomen uit de samenwerking tussen Wayne en Ford, jammer genoeg ook niet het slechtste, maar toch weer een vermakelijke zit.

3.5*