• 18.052 nieuwsartikelen
  • 184.831 films
  • 12.839 series
  • 35.403 seizoenen
  • 659.066 acteurs
  • 201.161 gebruikers
  • 9.520.693 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Collins als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Little Deaths (2011)

Drie regisseurs maken drie korte films en voegen die samen tot één film. Wat de drie korte films gemeen hebben zijn de thema’s seks en geweld. Sean Hogan, Andrew Parkinson en Simon Rumley vertellen los van elkaar een horrorverhaal rondom vlees, lust en de lust naar vlees.

De eerste episode is van Sean Hogan. Wat er aan het eind van zijn korte film gebeurt, is geen hoogstaande cinema, maar is door de drastische manier waarop het wordt weergegeven schokkend en verrassend. De inleiding en het middendeel van het verhaal zijn tamelijk warrig en bestaan grotendeels uit saai gebabbel. Het voordeel van de saaiheid is dat de overgang naar de gewelddadige clou je doet opschrikken en je weet dat je binnen enkele minuten afscheid kunt nemen van houterig acteerwerk en nietszeggende dialogen.

De tweede episode is van Andrew Parkinson. De episode vertelt een bizar verhaaltje dat met verontrustende beelden een behoorlijke duistere sfeer weet neer te zetten. Meer positiefs heb ik niet te melden. Het verhaal zit fragmentarisch in elkaar en wil veel meer vertellen dan geëigend is voor de korte tijdspanne die de episode is gegund. Ik kreeg er een onaangenaam vol gevoel van. De ontknoping is teleurstellend en nam het onaangename gevoel niet weg.

De laatste korte film is van Simon Rumley. Van hem zag ik het redelijke Fashionista (2016). Dat feit biedt hoop. Zijn bijdrage is inderdaad beter dan de twee andere episoden. Een dynamischer regie en een aardige eindmontage, die weliswaar voorspelbaar is maar wel enige indruk achterlaat. Aardig is ook dat het einde volledig van muziek is voorzien. Eind goed, al goed, zou je denken. Niet heus, want de laatste episode slaagde er niet in mijn vermoeidheid die zich al kort na het begin van de eerste episode had gemanifesteerd, op te heffen. Zo goed was ie nu ook weer niet.

Little Deaths biedt de kijker twee flops en een korte film die je als redelijk mag kwalificeren. Misschien dat een enkele grove scène na afloop nog een momentje blijft hangen. Waarschijnlijker is echter dat het blije gevoel dat overweldigend opkomt bij het zien van de eindcredits beter in de herinnering blijft hangen.

Little Evil (2017)

Matige comedy.

De parodiërende grappen liggen voor de hand. Een enkel subtieler moment daargelaten is overdrijving of een mallotige aanzet van situaties uit mainstream horror producties de bron van vermaak. De belangrijkste bron is The Omen. Als één der personages de naam Gregory Peck noemt is dat zelfs voor de niet horrorliefhebber wel duidelijk.

De humor is niet spetterend of heel origineel. Niet eens heel grappig eigenlijk. Opmerkelijk dat ondanks de voorspelbaarheid van de humor de film op geen moment echt ergerlijk wordt. Het laatste halve uurtje waarin feelgood ten koste van humor wordt ingezet, hikt overigens wel tegen het woord beproeving aan.

Toegegeven dat Scott het juiste type is voor dit soort flauwiteiten. De man heeft iets waardoor je niet de neiging hebt om de matige humor of de film meteen maar tot de grond toe af te branden. Dat iets maakt de film niet beter, maar maakt de film wel beter verteerbaar.

Little Monsters (2019)

Regisseur Abe Forsyth levert een hele aardige romantische komedie af, die in een soort van zijplot een beetje halfslachtig aanklooit met een invasie van zombies. Dat gebeurt vooral om de schijn te wekken dat het hier een komische horrorfilm betreft. En ach, zo’n soort film is het natuurlijk ook wel een beetje, maar van de aanwezigheid van de zombies wordt eigenlijk te weinig gebruik gemaakt om het genre horror helemaal te rechtvaardigen. Bovendien wordt het fenomeen zombie eveneens amper ingezet om humor op te wekken. De zombies spelen slechts een rol in de kantlijn. Er passeren dan ook vele stukken film die je doen vergeten dat er überhaupt zombies meedoen. Ik vergat het bestaan van die schepsels tenminste vaak.

Een verkapte Romantische comedy dus. Toch is het geen verkeerde film. De humor is best ok. Die komt voornamelijk voort uit het bizarre plot. Een kleuterklas raakt in een pretparkje ingesloten door zombies. Hun wordt door kleuterleidster Lupita Nyong'o (leuke rol) uitgelegd dat het geen echte bedreiging is, maar dat het slechts om een spannend maar onschuldig spelletje gaat. Mede dankzij de inzet van de andere kleuterleider (groot kind en lamlul Alexander England) is er uit de situatie voldoende voer te halen om geslaagde humor van de knipoog en de overtrokkenheid te produceren. Vooral de gewaagde dialogen die in het bijzijn van de onschuldige kindertjes plaatsvinden hebben een hilarisch effect.

Het is grappig om naar Lupita Nyong’o te kijken die met ukelele en kinderversjes de kindertjes in toom probeert te houden. Geheel in tegenspraak met de verschrikkelijke gebeurtenissen, doet zij erg haar best om de illusie van het spelletje in ere te houden. Het repetitieve element van haar acties maakt echter het grappige aspect dat eraan kleeft, beperkt houdbaar.

Hetzelfde geldt voor het personage dat vertolkt wordt door England. In de film transformeert hij van een enorme hufter naar een gevoelige hufter. Hij is erg leuk in zijn grofheid, maar in de transformatie wordt zijn gedrag steeds minder grof en egoïstisch. Dat is natuurlijk geheel volgens de regels van de romcom, maar gaat ten koste van zijn komische aanwezigheid. De transformatie heeft een zoetige en brave uitwerking en is gewoon minder grappig.

Een aparte vermelding verdient het personage Eddy McGiggle. Een populaire tv persoonlijkheid met een programa voor kinderen en in het bezit van een grote dosis antipathie voor zijn doelgroep. Klinkt niet onaardig, maar wat een verschrikkelijke miskleun. Helaas is dit karakter erg veel en erg storend in de film aanwezig. Hij floept ongecontroleerd door het beeld en eist de aandacht op met flauwe seksueel getinte teksten en vervelend alcoholisch wangedrag. Erg voorspelbaar en ongrappig. Bij het verzinnen van teksten voor dit type, liet de inspiratie de schrijver even in de steek. Ik begrijp dat volkomen.

Dus ja, een film met veel foute humor, maar over het algemeen erg leuke humor. Ook een film met een heerlijk absurd en geestig plotidee. En een film waarin de personages weinig inhoud hebben en de kracht van hun komische verwikkelingen in het verloop steeds minder krachtig werkt door het zich herhalende concept.

Little Prayer, A (2023)

A Little Prayer is een film die je raakt. A Little Prayer is een film over een familie die opeens wat roerigheid meemaakt. De cast met hoofdrolspeler David Stratham in de as van de film, doet goed werk. Stratham die de rol van gezinshoofd met empathie invult geeft gestalte aan een prettig en levenswijs personage met een brede rug. Een personage dat niet schroomt om zijn zelftwijfel te etaleren. Een eigenschap die hem menselijk maakt en het de kijker gemakkelijk om zich in zijn personage in te leven.

De uitgangssituatie is simpel en niet vernieuwend. Het zijn de personages die het doen. De personages die niet simpel van opzet zijn. Schrijver Angus MacLachlan die tevens de regisseur is, plaatst zijn personages in die uitgangssituatie en ontleedt hen. De personages evolueren. Daarmee smeedt hij een emotionele band met de personages. MacLachlan houdt zich tijdens het smeden verre van weeïg en sentimenteel gedoe. De personages zijn realistisch geboetseerd, niet gemakkelijk te lezen en dus een film lang intrigerend.

Gebeurtenissen vinden niet per se helder en afgebakend plaats waardoor er niet altijd zekerheid bestaat omtrent de ernst of het waarheidsgehalte. De kijker weet alleen zeker dat het rommelt. Dat rust en harmonie zijn verstoord. Dat onderlinge verhoudingen zijn veranderd. MacLachlan brouwt van die omstandigheden een amusante en aangrijpende film. Een film die ondanks het drama dat de familie overkomt en de personages beroert, de dingen nuchter benadert. En het is vooral die nuchtere toon die amuseert en ontroert en je in zijn ban neemt.

De dialogen zijn geestig en to the point. De personages gedragen zich niet over the top maar zijn simpelweg zichzelf. Ze doen de dagelijkse dingen en ervaren die met een onderkoelde humor die de film een bepaalde luchtigheid verleent. Luchtigheid en drama hebben een mooi evenwicht. A Little Prayer is een fijn familiedrama.

Little Things, The (2021)

The Little Things is een sfeervolle film. In de traditie van de film noir. Een film die geen gemakkelijke antwoorden geeft en een paar aardige verrassingen in petto heeft. De film is meer een karakterschets dan een keiharde politiethriller.

Door de ogen van twee detectives volgt de kijker de jacht op een seriemoordenaar. En hoewel de film veel aandacht aan die jacht besteedt, gaat zeker evenveel aandacht uit naar de twee detectives. De film interesseert zich waarschijnlijk zelfs meer voor die twee personages dan voor de moordenaar en de ontrafeling van moordzaken. Ook wel een beetje logisch als het perspectief steeds bij de detectives ligt en de film zich niet aan een breder perspectief waagt. Dat werkt wat verstikkend.

Op zich interessante personagges trouwens. Twee tegengestelde personages die in toenemende mate gefrustreerd raken in hun jacht op de moordenaar. Twee personages die zich gaandeweg realiseren dat het de kleine dingen zijn die er toe doen. Details lossen een moord op. Toevalligheden bepalen levensgeluk of ongeluk. Details zijn een cruciale factor. Ze zorgen voor onzekerheid, zetten levens op hun kop, maar lossen ook moorden op.

De film is nergens sensationeel, maar verloopt vrij sereen en piekt hier en daar met wat bedachtzame actiescènes. De sfeer is grimmig en kil. Er is cynisme. De film bouwt daarmee een fijne onderhuidse spanning op. Het einde past daar uitstekend bij. Dat schudt de boel nog eens stevig door elkaar en spoelt de laatste vaste waarden weg. Het gaat regisseur Hancock inderdaad om de kleine dingen. En ja, kleine dingen zijn inderdaad spannend en interessant.

Little Voice (1998)

Alternatieve titel: The Rise and Fall of Little Voice

Hevig rouwend om haar vader verdiept de stille en verlegen Laura (Jane Horrocks) zich in de platencollectie van haar vader. In de muziek van Shirley Bassey, Marlene Dietrich en andere grootheden vindt ze troost. Met een krachtige en mooie stem zingt ze de nummers mee. Behalve troost biedt haar luide gezang ander soelaas. De muziek overstemt de luidruchtige uitspattingen van haar moeder Mari (Brenda Blethyn) die elke avond in dronken toestand een andere man mee naar huis neemt. Een daarvan is de dubieuze talentenscout Ray Say (Michael Caine) die Laura hoort zingen en weet dat hij een goudmijntje heeft ontdekt.

Little Voice is gebaseerd op een musical en werd tot een film bewerkt door regisseur en schrijver Mark Herman. Hij heeft er een film van gemaakt die met gebruikmaking van de tegenstellingen tussen de personages ontroering en hilariteit teweeg brengt. In de film moet het stille, het zachte, het tedere zich handhaven tegenover het grove en het ordinaire. Voor het tedere aandeel is Horrocks (samen met een wat timide bijrol van Ewan McGregor) verantwoordelijk. De tegenstellingen worden door Blethyn en Caine vertolkt. Het acteerwerk is krachtig en overtuigend. Ik had meteen een hekel aan moeder Mari en scout Ray Say.

Muziek speelt een grote rol. Het repertoire sprak me niet erg aan, maar ik kan niet ontkennen dat de nummers die Laura ten gehore brengt door een bijzonder goede stem worden gezongen. Was wel benieuwd wie de zangeres zou zijn. Na afloop van de film las ik dat Jane Horrocks niets playbackte maar alle nummers zelf heeft ingezongen. Erg knap.

Verhalend stelt het allemaal niet veel voor. De film speelt met de contrasten tussen de personages en haalt daar de emotie uit. De personages maken de film. Het verloop van het verhaal is vrij voorspelbaar en maakt weinig indruk. Het zijn de personages die het hem doen. Stuk voor stuk indrukwekkend. Zo indrukwekkend dat ik maar weinig last had van het gezang en de dramaturgische platitudes.

Livide (2011)

Alternatieve titel: Livid

De naargeestigheid is vanaf de openingcredits meteen aanwezig. Met sfeervolle shots van bemoste grafstenen, van imposante kruisbeelden, van desolate natuur en van kille luchtpartijen is de toon meteen gezet. Prachtig is de opening die begeleid door sombere muzikale klanken een extra mistroostige laag meekrijgt.

De magnifieke sfeer uit opening wordt gedurende de rest van de film overigens niet meer geëvenaard. De slotactes die tamelijk kunstzinnig overkomen, maar daarin niet doorslaan, komen in de buurt, maar halen het net niet. De film ertussenin is daarmee trouwens niet afgeschreven, want die heeft in sfeervol en ander opzicht nog steeds genoeg te bieden.

Neem bijvoorbeeld dat fantastische oude krakkemikkige herenhuis dat als belangrijkste setting dienst doet. Schemerig, stoffig en krakend levert het huis een belangrijke bijdrage aan de creepy sfeer die de film absoluut heeft. Een huis gevuld met mysterie en oude geheimen. Als zo vaak een fijn spannend detail in een horrorfilm.

Er zijn wat bescheiden jumpscares en er is een redelijke lading gore, die er heel behoorlijk uitziet. Dat doen die Fransen toch altijd wel goed in hun horrors. Onlangs nog wat ander Frans werk gezien waaronder Haute Tension (2003) en À l'Intérieur (2007) en die bevatten alle een portie behoorlijke gore.

De gore vormt een lekkere contradictie met de zorgvuldig gestilieerde scènes, waaruit de meeste film bestaat. Van die mooie scènes die een duistere spookachtigheid uitstralen en die het vooral van de suspensefactor moeten hebben. Dat lukt goed hoor, maar de abrupte overgangen naar de momenten van gore zijn daarom natuurlijk wel lichtelijk heftig en shockerend. Eenmaal daar, leveren ze hun functionele bijdrage en verstevigen ze de creepiness van de film in hoge mate.

Het inhoudelijke verhaal is enigszins teleurstellend. Een simpele opbouw en een simpel vervolg als gevolg van een simpel gegeven. De mooie cinematografie verhult de magere inhoud van het verhaal trouwens wel iets. Die pracht leidt af van de inhoud. Op zich wel knap natuurlijk.

En zo is er op visueel en spooky gebied veel te genieten en valt er op verhaaltechnisch gebied het een en ander aan te merken. En is er vooral bewondering voor de subtiele wijze waarop de beeldenpracht zo knap verhult dat het verhaal weinig inhoud heeft.

Living (2022)

Bill Nighy als gereserveerde ambtenaar die een dokter zijn doodsvonnis hoort uitspreken en zijn laatste maanden plezierig en nuttig wil invullen. Een Britse remake van Ikiru (1952) van Akira Kurosawa met een magnifiek optreden van Nighy. Rustig, elegant, humoristisch en met de stiff upper lip gewapend, wandelt Nighy fijngevoelig en gedecideerd door het Londen van de jaren 50. Living is een aangenaam rustige film die prettig voortkabbelt en daarbij nog emotioneert ook.

Het Londense decor van de jaren die net na de oorlog liggen, ziet er wonderschoon uit. De stijve kleding, de alomtegenwoordige bolhoed, de gebouwen, de stadse entourage. Een genot voor het oog. Daarenboven is er nog de score. De muziek is aangenaam en ademt de jaren 50. Het verhaal over een man die door een toevallige ontmoeting met een veel jongere en levenslustige vrouw, leert wat levenslust inhoudt, is mede door de nostalgische omlijsting een fijne charmante beleving.

Living vertelt een onschuldig verhaal over een spontane vriendschap tussen een oudere man en een jonge vrouw. Een bijzonder verhaal dat niet echt past in deze huidige tijd van beschuldigingen, gebrek aan relativering en natuurlijk de alomtegenwoordige dreiging van de #MeToo beweging. Dit verhaal gaat heerlijk anachronistisch voorbij aan deze bevooroordeelde ellende en is gewoon menselijk. Roddelende voorlopers van deze ellende worden in deze film netjes en bevredigend weggezet als sneue figuren.

Nighy is goed. Een grijze muis maar wel met de ironische blik waar Nighy patent op heeft. Nighy speelt de grijze muis ingetogen en gebruikt daarbij een zachte monotone stem en speelt met fijnbesneden gelaatsuitdrukkingen in een verder welhaast versteend gezicht. Een heerlijk staaltje acteerkunst waar veel zogeheten acteurs die met buitensporige theatrale uitbarstingen eenzelfde effect (het emotioneren van de kijker) pogen te sorteren, schaamtevol voor mogen buigen.

Genoten!

Living among Us (2018)

Een documentairemaker gaat op zoek naar het bewijs voor de (door vampiers geopperde) stelling dat het concept vampier zoals de mens dat al eeuwen voor ogen heeft, een achterhaald concept is. De huidige vampier staat op hetzelfde humane niveau als de mens. Het beest en zijn bloeddorst zijn hopeloos achterhaalde fenomenen. En hoewel deze stellingen magere voeding bieden voor een gedegen, diepzinning en intrigerend verhaal, is de film toch erg vermakelijk.
De aaneenschakeling van een reeks amusante en hilarische gebeurtenissen die het gevolg zijn van het charmeoffensief van de vampiers bezorgen de film een goede kijkbaarheid. Het correcte gedrag dat de vampiers ten toon spreiden is dermate in tegenspraak met het klassieke beeld, dat het komisch werkt.
De presentatie van fatsoen en beschaving is verkrampt en ongemakkelijk en onnatuurlijk en derhalve zeer hilarisch. Het aanschouwen ervan is gewoon erg grappig. Behalve komedie, levert het proces der verkramping (en van ontsporing) ook nog een paar aardige special effects en een tikje horror op. Extra leuk dus.
De film is van het type found footage. En in deze footage wordt gelukkig heel behoorlijk geacteerd. De acteurs zijn dan ook redelijk bekend en behoren niet tot de acterende onderlaag die dit type film vaak bevolkt. Het geeft de film een accentje meer glans.
Regisseur Metcalf doet het goed. Hij weet van deze found footage meer te maken dan een registratie van bibberende en flikkerende beelden. Hoewel de camera af en toe heus wel heftig beweegt zoals de found footage wet dat voorschrijft, bevat de film ook voldoende mooie steady shots en voldoende goede steady scènes om de film meer te laten zijn dan de doorsnee found footage, die amateurisme, gemakzucht en goedkoop-zijn als handelsmerk uitdraagt. Dit is beter.

Living, The (2014)

Stemmige film zich afspelend in een weinig vrolijk decor. Grauw gefilmd. De personages zijn nauwelijks verheffend. Ze koesteren geen illusies en hebben geen hoogstaande dromen. Die sfeer wordt prachtig neergezet.

Over de motieven van de personages wordt niet of nauwelijks uitgeweid. De karakters zijn zoals ze zijn. De dingen zijn zoals ze zijn. De ambiance is erg gelaten. Zelfs bij de personages die enigszins actief zijn, overheerst de gelatenheid.

Het is daarom moeilijk om begrip of inleving te voelen bij de personages. De "filosofische" teksten die hier en daar worden gebezigd, leveren ook geen duidelijke antwoorden op.

Het acteerwerk is goed. Dat is tenminste wel duidelijk.

Lizzie (2018)

Een bijzonder saai drama dat bij het kijken de gaapreflexen bovenmatig stimuleert.

‘Lizzie Boring’ las ik ergens in een artikel. Het zou een prima subtitel zijn geweest die recht doet aan alle langdradigheid in de film. Die recht doet aan de klinische sfeer die in elke scène heerst. En die recht doet aan het gebrek aan emotie waarin de film is ondergedompeld.

Vooral het uitbannen van (geloofwaardige) emotie is goed gelukt. Er is echt amper enige emotie (subtiel dan wel buitensporig) te bekennen. Niet in de lokatie, niet in het verhaal, niet in de dialoog, niet in het acteerwerk. En, als in een verhaal of in een film waarin een lesbische relatie, onvrede tussen de personages en moord en doodslag centraal staan, geen emotie van betekenis voorkomt, dan is er al snel niet veel aan.

Neem alleen het acteerwerk al. Zo houterig en onnatuurlijk zie je het zelden.Twee gerenommeerder actrices doen dat echt niet goed. Zielloos en ongelooflijk koud spelen zij hun spel.

De dialogen waarmee ze moeten werken zijn trouwens niet heel hoogstaand en vormen geen artistieke prikkel die je dwingt om eens heerlijk in je opgeroepen gevoel te verdwijnen. Dat begrijp ik ook wel. Met banale dialogen als deze -

Bridget Sullivan: You're dreaming. You're just dreaming. You don't see it. You can't see it.

Lizzie Borden: See what?

Bridget Sullivan: We live in this world, and not another. This one right here.

Lizzie Borden: I know,

- kun je ook weinig aanvangen. De film zit vol met deze filosofische pareltjes. Het is 'Lizzie Boring' all over.

Wat een film! Een bloedeloos gedrocht is het.

Llanto, El (2024)

Alternatieve titel: The Wailing

El Llanto is het debuut van regisseur en schrijver Pedro Martin-Calero. In een interview laat hij weten dat hij gefascineerd is door de thema’s leven en dood en het immer aanwezige leed dat de mens treft. Het zijn deze elementen die zijn verhalen, zijn personages en zijn beelden kleuren. Dat gelezen hebbende was het totaal geen verrassing dat genoemde elementen ruimhartig in El Llanto zijn terug te vinden. De film is een mengeling van mystery en horror en doet met zijn basisidee denken aan de film It Follows (2014). En daarmee houdt de vergelijking ook meteen op.

In El Llanto staan drie vrouwelijke personages centraal wier verhalen zich weliswaar in verschillende tijdvakken afspelen maar die door de gedeelde bedreiging die zij ervaren toch onderling zijn verbonden. Drie vrouwen die zich op een kantelpunt in hun leven bevinden en bezig zijn hun identiteit opnieuw te bepalen. De sociale en familiale structuren om hen heen zijn afgebrokkeld. Ze bevinden zich in een soort psychologisch niemandsland waarin ze vatbaar zijn voor invloeden van buitenaf. Aangezien El Llanto het horrorlabel draagt, zijn die invloeden bepaald niet lieftallig van aard.

Behalve aan de personages besteedt Martin-Calero veel aandacht aan de ruimtelijke werking van een setting. In beginsel zijn de universiteit, de bibliotheek of de straten en huizen in de stad gewoon ruimtes waarin de personages vertoeven. Als de bedreiging zich in elk van die ruimten manifesteert, bekijk je zo’n ruimte meteen anders. Van die doodgewone ruimte gaat opeens een continue vervreemdende werking uit. Elke setting bezit plotsklaps een onheilspellende atmosfeer. Martin-Calero kiest er voor om de dreiging vaag te houden. Zijn hoedanigheid is schimmig. Niet tastbaar. Ook dat facet versterkt de onheilspellende atmosfeer.

De film weet een fantastisch sfeerbeeld neer te zetten. De personages sluiten daar met hun gedrag goed bij aan. Ze zijn merkwaardig en moeilijk te peilen maar desondanks intrigerend. Goed passend bij de donkere sfeer. De verhalen maken echter minder indruk. Er is sfeer. Er zijn intrigerende personages. Vervolgens gebeurt er vanuit die basis niet erg veel. Het verhaal is ingebed in een grauwe sluier en vibreert daar amper. Een reeks wazige handelingen en vreemde acties en reacties van de personages markeren losstaande accenten die niet bijdragen aan een mooi lopend verhaal en amper opwekkende momenten genereren. Iets minder passiviteit en wat fleurige accenten in de vorm van een begrijpelijke actie, een splijtende dialoog of desnoods een kleine jumpscare of een opzienbarend speciaal effectje had de film af en toe even prettig uit zijn comfortabele donkere sfeer getrokken. Ik miste dat.

Loaded Weapon 1 (1993)

Alternatieve titel: National Lampoon's Loaded Weapon 1

Loaded weapon 1 is een parodie. Welke films er geparodieerd worden is al snel duidelijk, namelijk de films uit de Lethal Weapon-reeks. Tenminste voor het grootste deel. Hier en daar komen ook stukjes parodie voorbij die verwijzen naar andere films (Basic Instinct, Silence of the Lambs en nog veel meer) maar de basis voor Loaded Weapon 1 is toch wel Lethal Weapon.

Om de film naar waarde te kunnen schatten is kennis van de films die geparodieerd worden aan te bevelen. Zo is een scène waarin Emilio Estevez de badkamerdeur opentrekt en daar Samuel Jackson op de wc-pot aantreft, alleen leuk als je het serieuzere equivalent uit Lethal Weapon kent. En zo zijn er wel meer voorbeelden die eigenlijk alleen grappig werken met kennis van de originele films.

Behalve van het verhaal maakt Loaded Weapon ook gebruik van de stilistische componenten van Lethal Weapon. Kleurgebruik, setting, soundtrack doen erg denken aan de bron. Goed gekopieerd en af en toe doet de film zelfs lichtelijk denken aan een heuse actiefilm. Maar meestal niet.

In hoofdzaak wordt in de film belachelijk omgegaan met van alles en nog wat. Clichés uit misdaad- en actiefilms worden op de hak genomen. De film zit vol goedkope woordgrappen en speelt met thema’s als geweldsverheerlijking en visueel effectbejag. Verder korte optredens van bekende namen. Bruce Willis, Whoopie Goldberg, Charlie Sheen en nog veel meer. Best leuk allemaal.

Lobos de Arga (2011)

Alternatieve titel: Game of Werewolves

Regisseur Juan Martínez, die tevens het script schreef, ziet in zijn film af van digitale animatie. Als in de film een pluizig monster door de lucht vliegt, dan gebeurt dat heel traditioneel met behulp van een staalkabel (of iets dergelijks) en dat zien we graag. De speciale effecten zijn weliswaar niet perfect maar passen erg goed in deze sympathieke weerwolffilm die zichzelf niet heel serieus neemt.

Lobos de Arga is bewuste old school cinema. Een film met een humoristische inslag. Een leuke parodische hommage aan het weerwolfgenre. Verwacht niet teveel echte horror. Verwacht wel scènes die op een leuke manier de spot drijven met de genreclichés. Verwacht absurde en onnozele situaties. De film is er een aaneenschakeling van. De maffe personages staan daar garant voor.

Lobos de Arga is een humoristische film die het weerwolfgenre eert met effecten die heerlijk handmade zijn en met personages die zich heerlijk stompzinnig gedragen. Leuke film.

Locke (2013)

De film centreert zich op het personage Ivan Locke die zich in de nachtelijke uren op een Britse snelweg in zijn auto bevindt en op weg is naar Londen. Locke is een film die zich op één locatie afspeelt. De film begint op het moment dat Locke in zijn auto stapt en eindigt op het moment dat hij weer uitstapt. Het is een nacht waarin problemen, angst en stress de beklemmende ruimte van de auto in toenemende mate in bezit nemen. Een situatie die het gevolg is van een keuze die niet langer kon worden uitgesteld. Een keuze die een geordend bestaan overhoop gooit.

Op de weinige momenten dat Locke niet telefonerend is te aanschouwen, spreekt hij op woedende en beschuldigende toon tot de metafysische aanwezigheid van zijn vader. Aha, daar speelt nog wat, denk je dan. En dat klopt ook. De atmosfeer leent zich trouwens uitstekend voor metafysica. Van de onuitputtelijke stroom neonlichten die oplichten op de gebouwen die traag voorbijdrijven en van de aaneengesloten rij auto’s waarvan de koplampen fel door de nacht priemen en de achterlichten agressief rood oplichten, gaat een intens hypnotiserende werking uit. De camera vangt die atmosfeer perfect en dompelt het personage Locke er in onder. Het is een atmosfeer waarin verloren zielen ronddwalen. Het is een atmosfeer die melancholie en verlorenheid oproept. Een atmosfeer waarin realiteit en surrealiteit elkaar raken.

Locke heeft gekozen. Zijn toekomst is onzeker. Veel tijd om losse eindjes te verbinden en zaken bevredigend af te sluiten is er niet. Locke werkt alle plichtplegingen onder hoogspanning af. Hij snakt naar rust, maar die is voor hem niet weggelegd. Een niet aflatende stroom dringende telefoontjes moet voortdurend worden beantwoord. Telefonische opdrachten moeten worden verstrekt. Verklaringen moeten worden gegeven. Werk en privé lopen door elkaar. Schuld strijdt met boete. Verdriet met woede. Eer met opoffering. Verslagenheid met hoop. De keus is gemaakt. De toekomst is onzeker.

Tom Hardy speelt Locke. Hij weet het personage gedurende de volle speelduur voldoende tot bloei te brengen om de kijker blijvend te boeien. De dialogen klinken af en toe wat zielloos. Dat betreft niet Tom Hardy die in levende lijve is te zien en zich bepaald niet zonder ziel manifesteert. Het speelt vooral bij de personages die niet zijn te zien. Bij de stemmen aan de andere kant van de lijn. Juist daar valt vaak een mechanische toon op die de kijker ook nog eens attendeert op een vaak gemakzuchtig geschreven dialoog. Van acteurs als Olivia Coleman, Ruth Wilson en Andrew Scott verwacht je toch dat zij in staat zijn om meer empathie op te wekken.

Locke is een prima film. Rijk aan emotie en beklemmend. Uitstekend acteerwerk van Tom Hardy. Inhoudelijk intrigerend. Maar Locke is ook een film met iets te opdringerige muziek en met dialogen die wat gekunsteld klinken. Meer plussen dan minnen en ik heb me geen minuut verveeld.

Locked (2025)

Kleine crimineel Eddie (Bill Skarsgård) met schulden en privéproblemen ziet een onafgesloten luxe auto staan en breekt in. Dat had hij beter niet kunnen doen. Zodra hij in de auto zit, wordt deze onmiddellijk afgesloten en zit Eddie vast. De auto is van hardvochtige rijkaard William die hem in de auto gevangenhoudt en hem op wrede wijze een lesje leert.

Locked heeft een fascinerende uitgangssituatie. Uiteraard niet origineel, want er zijn meer films die hun protagonist in een benauwende situatie plaatsen en zich op één plek afspelen. Nee, origineel is de film niet. De film heeft echter een uitstekend tempo en weet met een brok suspense een prima spanningsboog neer te zetten. Althans in de eerste helft van de film. Daarna verliest de film aan vaart en is het verrassende effect van de pijnlijke attributen waarmee de auto is uitgerust en waarmee William zijn gevangene toetakelt, wel zo’n beetje uitgeput.

Indrukwekkend is het camerawerk. Een groot deel van de spanning komt op het conto van de camera. Die cirkelt in de auto wild om Eddie heen en vangt zijn paniek alsmede de verstikkende atmosfeer die in de auto hangt. Ook hier geldt dat dit spannende beeldmateriaal vooral in de eerste helft wordt ingezet en daarna amper nog. Onbegrijpelijk om zo’n spannend element halverwege de nek om te draaien.

In plaats daarvan wordt Hopkins prominenter ingezet. Het optreden van Hopkins als sadistische arts die het prettig vindt om mensen te zien lijden, is sterk geënt op het personage dat hem wereldfaam opleverde maar raakt niet aan de intensiteit, de mimiek en de psychopathische uitstraling van dat personage. William riep bij mij eerder irritatie op dan een onaangenaam gevoel. Het ligt er allemaal te dik op. Niet subtiel genoeg. Hopkins speelt hem over the top.

Behalve de prominentere aanwezigheid van Hopkins en veel herhaling van zetten heeft de film nog maar weinig te bieden. De amusementswaarde daalt in rap tempo. Zelfs de onwaarschijnlijkheden die je in een spannende thriller graag accepteert, beginnen door het gebrek aan spanning op den duur te storen. Mij overviel pas weer een aangename sensatie toen de film voorbij was.

Lodge, The (2019)

Regisseurs- en schrijversduo Veronika Franz en Severin Fiala maken met The Lodge hun tweede speelfilm na het aangename Ich Seh Ich Seh (2014). In die film ging het om een vrouw die na een gezichtsoperatie niet meer door haar kinderen wordt herkend en derhalve door haar kinderen in het afgelegen huis waar ze wonen wordt geterroriseerd.

In The Lodge gaat het om een vrouw die gedurende een korte periode met twee kinderen in een afgelegen huis moet samenleven en door hen vijandig wordt bejegend. Hm. Veel overeenkomsten dus. Op papier althans. Tijdens de film heb ik amper nog aan de eersteling gedacht.

Vanaf de eerste minuut heeft de film een onheilspellende sfeer. Al in de korte proloog die dient om de personages en hun omstandigheden bij de kijker te introduceren en die besluit met een stevige uitbarsting, sijpelen de eerste duistere voorgevoelens door. Als de lokatie dan ook nog eens verandert van steriele stadswoning naar groot houten chalet in de bossen, worden de onheilspellende voorgevoelens definitieve gevoelens.

Een afgelegen huis in midwinter. Omringd door een ijzig en besneeuwd landschap en moeilijk bereikbaar door de bijna onbegaanbare wegen. Om afgesneden te zijn van de beschaving is in een horrorfilm geen gewenste situatie. Dergelijke plekken dringen zich vaak aan personages op als een naargeestig soort vagevuur. Het zijn vaak plaatsen vol religieuze symboliek. Het zijn plaatsen die vragen om loutering van de ziel. Het zijn plaatsen die vragen om sinistere ervaringen. En die gebeuren dan ook. Sommige het gevolg van inbeelding. Sommige niet.

De film is terughoudend in verhalende ontwikkelingen. De film beperkt zich lange tijd tot het consolideren van de onheilspellende sfeer die zo vaardig werd opgebouwd. De camera registreert genadeloos kleine oneffenheden in de onderlinge verhoudingen tussen de personages. De personages kampen met open wonden van onverwerkte trauma’s, zijn weinig spraakzaam en gedragen zich ongemakkelijk. Een houding die je als kijker eenvoudig overneemt. De camera doet in dat opzicht goed werk.

De camera doet meer en laat het interieur van het huis steeds vanuit een ander perspectief zien, waardoor claustrofobisch wordt toegevoegd aan onheilspellend. Een heerlijke duistere sfeer is het. Een sfeer die zelfs nog iets meer verduisterd wordt en zelfs een surrealistisch laagje krijgt door het uiterst effectieve gebruik van de monotone klanken die het muzikale behang vormen.

Het moge duidelijk zijn. De film legt de focus op de sfeer. En op de personages. The Lodge is psychologische horror. The Lodge is ook drama. Dat is ook logisch als personages met onverwerkte trauma’s bijeen worden gebracht in een geïsoleerde opsteling. Die bekrompen situatie alleen al creëert ongemak en beklemming. In deze film geen jumpscares en opdringerige spannende muziek. Hier gaat het er subtieler aan toe.

Onder deze omstandigheden is het ijzig wachten op de uitbarsting. Die komt ook, maar duurt tamelijk kort en staat niet goed in verhouding tot het lange wachten. Hoe aangenaam dat wachten dan ook is geweest.

The Lodge is traag. The Lodge kent weinig verhaal. Desalniettemin is The Lodge vooral een fijne, boeiende en sfeervolle trip naar de afgrond van de menselijke psyche.

Logan Lucky (2017)

Wel leuk, maar ook voorzien van een behoorlijk standaard verhaal met weinig verrassende wendingen. Actie en vaart zijn ok. Humor is vlakjes. Eigenlijk ontbreekt de spitse geestigheid, die het verhaal lekker smeuïg moet maken. Veel grappige situaties zijn helaas niet heel grappig.
In de loop der tijd heb ik menig film van Soderbergh gezien. Het rijtje bekijkend valt op dat ik bij veel van zijn films slechts zwakke herinneringen kan oproepen. Voor mij bestaat zijn werk vooral uit films die op het kijkmoment zelf goed bevallen maar die slechts enkele ogenblikken na de aftiteling inhoudelijk alweer vervagen. Met deze film werkt dat idem dito. De vergeetachtigheid begint op moment van schrijven al in werking te treden, merk ik. Opschieten dus.
Leuk vermaak. Lekker vlot verhaal. Een gewaagde overval doorspekt met wat huiselijk drama. Een heist met 'intelligente' twists. Vaker vertoond. Niet heel origineel. Niet verrassend. Gelukkig wordt het verhaal snel verteld en zijn er geen onnodige hick-ups die de concentratie verbreken. Het kijkt allemaal lekker weg.
Opvallend aan Soderbergh is dat hij bijna altijd een aangename cast voor zich laat werken. Dat is in deze film ook weer het geval. Geen heuse ergernissen op dat vlak. Mijn favoriet is de eenarmige Adam Driver, die zijn teksten heerlijk droog en onverstoorbaar uitspreekt en daarmee een geslaagd humoristisch personage verbeeldt. Het komische gehalte van de overige personages valt tegen.
De score is goed. Wat oudere bluesrock. Bo Diddley, dat werk. Hou ik van. Het zorgde bij mij voor ophoging van het kijkplezier.
Leuke film. Niet beklijvend, vrees ik. In de nabije toekomst is het enige bewijs dat ik de film daadwerkelijk heb gezien mijn waardering uitgedrukt in een aantal sterren. En dit berichtje natuurlijk.

Loi de la Jungle, La (2016)

Alternatieve titel: Struggle for Life

Vreemde komedie die laveert tussen engagement en slapstick maar alras erg overslaat naar de luidruchtige humor waar Zuid-Europeanen patent op hebben. Met slapstickachtige humor wordt satirisch ten strijde getrokken tegen zaken als bureaucratie, vercommercialisering van idealen en neokolonialisme.

Heel edelmoedig hoor, zo'n komische kruistocht, maar volgens mij is het type humor daarvoor niet erg geschikt. Denk aan Jerry Lewis of Louis de Funès verdwaald in de jungle en een beeld van komische capriolen verschijnt meteen op het netvlies. Doldwaze belevenissen maar dan zonder scherpe en prikkelende boodschap. Dat beeld zien we ook in deze film. De prikkeling en scherpte ontbreken hier ook. De belegen (visuele) grappen zijn niet van de lucht. Grap met slang, grap met afrodisiacum, grap met formulier a en formulier b etc. En druk, joh. Alles in de overdrive. Typisch Zuid-Europese hectiek en drukdoenerij. Tot op zekere hoogte grappig maar ook al snel heel vermoeiend. Een paar running gags blijven gelukkig de hele film overeind. Die zijn erg leuk.

De hectiek sneeuwt de boodschap onder. De satirische insteek raakt dan ook al snel buiten beeld. Wat rest is een film die bestaat uit snel opeenvolgende drukke gebeurtenissen die worden veroorzaakt door een rij aan leuke en minder leuke personages. Het hoofdpersonage is gelukkig goed te pruimen. Zijn vrouwelijke sidekick ook. De humoristische glans die van beiden afstraalt is boven nul, maar daar is het ook wel mee gezegd. Geen komische natuurtalenten, vind ik, maar goed genoeg te doen.

Tekstueel is het mager. Geen prikkelende dialogen of witty oneliners. Erg jammer, want ik hou erg van de combinatie tekst en capriool. Dat is hier afzien.

Druk, druk, druk, Snel, snel, snel. Af en toe leuk en vaak ook niet. Dat is het eigenlijk wel.

Loin des Hommes (2014)

Alternatieve titel: Far from Men

Sombere film die inzoomt op een queeste van twee mannen en zich afspeelt in een imposant en kaal berglandschap. En dat alles tegen de achtergrond van de Algerijnse afscheidingsstrijd in de jaren 50.

Het verhaal ontwikkelt zich traag. De karakters laten niet veel los. Hier en daar een stukje levensgeschiedenis, maar (bijna) nooit het hele verhaal. De kijker moet de lege plekken in de levensverhalen zelf grotendeels invullen. De personages leren elkaar kennen en groeien langzaam naar elkaar toe. De kijker groeit echter niet mee. Die blijft beschouwend op afstand.

De personages gedragen zich tamelijk gelaten. Ze voegen zich in hun lot. Zelfs als dat lot niet overeen komt met gemaakte plannen of wensen. Ach ja, het komt zoals het komt. De mens wikt...etc. Emotie en verweer hebben niet veel zin. Even slikken en weer door.

Geen vrolijkmakende materie. Wel fascinerend.

Goed acteerwerk van Mortensen en Kateb. Somber, traag en afstandelijk. Net als de film.

Lollipop Monster (2011)

Deprimerende film die twee jonge meiden met treurige thuissituaties laat samenkomen. Serieuze zaken als zelfmoord, zelfmutilatie, disfunctionele ouders, geweld en liefdeloze seks komen voorbij. En niet op een bedachtzame of relativerende manier. Nee hoor. Hard en zakelijk. Koud en humorloos.

Ter verzachting van de confronterende ellende en sombere ernst zoekt de film het in absurdisme en surrealisme. Die stijlfiguren maken dat de somberheid die van bijna elke scène afdruipt iets kunstzinniger en dragelijker voorbij komt. Schijn. De zaken zien er in een bizarre context dan wel minder kil en hopeloos uit maar kunnen niet verbloemen dat de beide hoofdrolspeelsters ondanks een incidentele vreugdevolle oprisping nog steeds in een treurige en uitzichtloze basis vertoeven. De film wordt er door de bizarre insteek niet leuker of luchtiger door. De film ziet er alleen fantasievoller en artistieker door uit.

Visueel een prima film. Mooie stemmige kleuren, maar ook veel helderheid in het kleurgebruik. Contrast. Er zijn stukjes animatie en stukjes 16mm film die de sombere beelden en sfeer steeds even verlichten. Een aantal videoclips met niet onaardige muziek die speciaal voor de film werd gecomponeerd, zien er verbazingwekkend professioneel uit en doen aan dezelfde kortstondige verlichting. Lusten voor het oog, maar nooit met genoeg lust om de somberheid voorgoed te verdrijven.

Het acteerwerk is best goed. De onmacht van de jonge hoofdrolspeelsters om zich zorgelozer en met meer plezier door het leven te worstelen zoals dat voor tieners op ontdekkingsreis zou moeten gelden, wordt overtuigend overgebracht. Desondanks komt het filmverhaal niet overtuigend over.

De hoeveelheid ellende die op beider bordjes terecht komt overstijgt de ellende van de doorsnee tiener vele malen. Hun probeersels leiden tot niets. Door toedoen van henzelf en van anderen brengen nieuwe impulsen en beloften alleen maar meer grauwheid. De meiden worden er alleen maar meer levensmoe en apatischer door. En zo laat de film zowel een sombere onder- als een sombere bovenlaag zien en valt er door de arme kijker aan alle droefenis gewoonweg niet te ontsnappen.

Visueel mooi, maar inhoudelijk overtrokken deprimerend en daardoor moeilijk inleefbaar.

Eerlijk gezegd, had ik er niet veel mee.

Lolly-Madonna XXX (1973)

Alternatieve titel: The Lolly-Madonna War

De film met een merkwaardige titel die wellicht doet denken aan erotische exploitatie, gaat over een conflict tussen twee families. De families wonen in de bergen van Tennessee en strijden om een stuk land. Geen erotische exploitatie maar een film uit het backwoods genre.

Een film met een fameuze bezetting. Rod Steiger, Robert Ryan, Jeff Bridges, Randy Quaid, Gary Busey. Om maar wat te noemen. De film is gebaseerd op een roman van Sue Grafton, die trouwens ook meeschreef aan het script. Het boek is een parabel over de dynamiek van geweld en over het leed dat een generatie vaak over haar nakomelingen uitstort. In de film zijn onopgeloste conflicten en de onmogelijkheid om beschaafd met elkaar te kunnen communiceren de redenen voor gewelddadige escalaties tussen de beide families.

Met name de autoritaire manier van doen van de beide familiehoofden zorgt voor een voortdurende spanning. Twee prima door Steiger en Ryan ingevulde personages die zelfs hun eigen nageslacht nooit als gelijken behandelen maar als gehoorzame voetsoldaten zonder eigen identiteit. Nageslacht is er om opgeofferd te worden. Enkel het stuk land dat de inzet van de strijd is, is het waard om voor te vechten. De eigen familie staat in dienst van dat doel.

De film doet niet zozeer aan bloedige actie maat laat zien wat voor afschuwelijke uitwerking jaren van indoctrinatie hebben op de denkwijze en de geestelijke gesteldheid van hun voetsoldaten, hun zonen. De voetsoldaten zijn bang, aanhankelijk, onzeker, emotioneel onvolgroeid en verafgoden hun vaders. De film geeft dit benauwende beeld in een aantals schokkende scènes heel indringend weer.

De strijd op een berg in Tennessee vertoont uiteraard parallellen met de strijd die de VS ten tijde van het productiejaar van de film in Vietnam voerden. De film is overigens meer dan slechts een aanklacht tegen die strijd. Zijn kritiek is breder. De film is eveneens een statement tegen de bekrompen mannelijke manier van denken die aan ieder oorlogsconflict ten grondslag ligt.

Lolly-Madonna XXX is een rustige en fijngevoelige film die af en toe wordt onderbroken door geweldsexplosies. De rust en fijngevoeligheid gingen me soms wat te ver. Sommige scènes neigden naar saaiheid. Dat voelt met name zo omdat de boodschap al snel duidelijk is. Nog weer een scène waaruit de aanhankelijkheid en slaafsheid van het voetvolk blijkt (hoe mooi zo'n scène ook is), verliest dan aan zeggingskracht.

Centraal in de film staan stompzinnig oud zeer in combinatie met scheve familieverhoudingen. Patriarchale verhoudingen die dictatoriaal aanvoelen en een vernietigende werking hebben op de zelfstandige ontwikkeling van de mensen binnen het patriarchaat. De voetsoldaten zogezegd. De opvolgers van bevelen.

Eigenlijk is het allemaal niet heel opzienbarend. Lolly-Madonna XXX is wel op een mooie manier gefilmd en heeft goed acteerwerk. Dat scheelt.

London Town (2016)

De film is een leuk door muziek geïnspireerd sprookje dat zich afspeelt in het Londen van de late jaren 70. De film toont de kijker een wereld vol (politiek gemotiveerd) tumult en door frustratie en agressie gedreven muziek. Af en toe laat de film iets zien van de maatschappelijke ontevredenheid en de aanwezigheid van radicale groeperingen als skinheads en punkers. Net genoeg om een sfeerbeeld te creëren. Niet voldoende om veel inzicht in de achtergronden van de maatschappelijke onrust te vergaren. Ondanks dat de film in de eerste plaats een coming-of-age-verhaal vertelt, had ik iets meer achtergrond bij de sfeertekening op prijs gesteld.

Het sprookjesachtige element heet Joe Strummer oftewel de frontman van The Clash. Hij ontmoet heel toevallig de 14-jarige protagonist Shay en staat hem met punkgedreven raad en daad bij. Goeie rol van Jonathan Rhys Meyers die met zijn verschijning consistentie in de film brengt. De gedachte om het Britse punkicoon in te zetten als onwaarschijnlijke raadgever voor een tiener die hem totaal onbekend is, werkt op zich goed en is een leuk element in de film. Als rode draad zou dit goed functioneren, ware het niet dat dit element als terugvalbasis niet goed herkenbaar is. Het verdwijnt teveel in een wirwar van merkwaardige ontmoetingen en handelingen om als een onderscheidende factor in de coming-of-age van Shay te dienen. Eerlijk gezegd vergat ik soms dat Joe Strummer ook nog ergens rondliep.

Het verhaaltje is tamelijk simpel en op op voorhand in grote lijnen gemakkelijk uit te tekenen. Het verhaal maakt niet dat je op het puntje van je stoel belandt. De personages zorgen daar ook niet voor. Die zijn over het algemeen sympathiek en stereotiep en passen met die eigenschappen prima in het weinig uitdagende verhaal. De dialogen sluiten daar goed op aan. Die zijn niet erg scherp en klinken nogal vlak en clichématig. Dat valt in eerste instantie niet erg op omdat de Engelse slang wel lekker in het gehoor ligt. Dat besef komt later. Op den duur luister je nog met een half oor naar de inhoud.

Het tijdsbeeld en de sfeer zijn goed getroffen. De muziek is lekker. En de film straalt wel een zekere charme uit die maakt dat ik graag zou afsluiten met de mening dat de film een prachtig verhaal vertelt vol passie en hartstocht en dat ik helemaal meeging in de belevenissen van Shay. Dat was gewoon nooit het geval maar dat ik het erg graag had gewild zegt uiteraard wel iets.

Lonely Are the Brave (1962)

Alternatieve titel: The Last Hero

De film wekt bij aanvang de indruk een traditionele western te zijn. In een typisch berglandschap vinden we Jack Burns (Kirk Douglas) terug. Rustend. Zijn hoed over zijn gezicht getrokken tegen de zon. Een sigaret bungelend in een mondhoek. Zijn paard op enkele meters knabbelend op wat twijgjes groen. De beelden tonen cowboy-romantiek uit een klassieke western. De illusie duurt een paar momenten. Een geluid wordt langzaam hoorbaar. Steeds harder hoorbaar. Een modern geluid. Drie straaljagers verschijnen aan het hemelgewelf. Jack, zijn paard en de toeschouwer worden meedogenloos losgescheurd uit hun moment van ontspanning. Meteen is ook duidelijk waar het filmmaker David Miller en scenarist Dalton Trumbo om te doen is. Niet om een fijn romantisch beeld te scheppen van het wilde westen. Nee, de film toont de definitieve ontbinding ervan.
De film toont de botsing van culturen. Jack heeft de mentaliteit van de cowboy. Hij wil vrij zijn. Hij wil niet gehinderd door geboden en verboden door het land trekken. De moderne maatschappij die is gebouwd op presteren en consumeren laat dat echter niet toe. De eenzaat moet zich conformeren. Jack’s vrijzinnige en ouderwetse leefstijl botst met de bureaucratische structuur van het modernisme. Jack is als Rambo maar dan op de prairie.
Mooie rol van Kirk Douglas. Een cowboy die in de verkeerde eeuw leeft. Met behulp van een krachtige fotografie en een krachtige score verwordt de film tot een droefgeestige tragedie over een man die vrij wil zijn en niet wil begrijpen dat de vrijheid om te gaan, te staan en te doen werd begraven met het einde van het tijdperk van het wilde westen.
Lonely are the Brave is een fijne film die soms wrevelig maakt en ongemak veroorzaakt, soms gelatenheid oproept maar te midden van de tragische teneur ook ruimte biedt aan luchtigheid. Dat laatste is absoluut prettig.

Long Goodbye, The (2020)

De openingsscènes zouden zomaar scènes uit een Britse komedie kunnen zijn. Een komedie die het turbulente leven blootlegt van een familie met een uitheemse achtergrond. Het is een vrolijke boel. De familieleden zijn met de voorbereidingen voor een feest bezig en zien er gelukkig uit. Gewoon een familie die ontspannen en ongedwongen samen de dag doorbrengt. Het is een toestand die niet de gehele lengte van de film zal duren. Al gauw wordt de vrolijke dynamiek onderbroken door onaangenaam lawaai op straat. De familie weet genoeg. De kijker ook. Het is tijd voor de ommezwaai en voor de boodschap.

De aanleiding voor de film is een ontmoeting van regisseur Aneil Karia met de rapper (en hoofdrolspeler) Riz Ahmed. Die ontmoeting liep uit op deze korte film die als promotiemateriaal dient voor een muziekalbum dat de rapper uitbracht. The Long Goodbye heeft dan ook veel weg van een uitgebreide muziekvideo. Een video die op radicale en extreme wijze radicaal en extreem gedachtegoed aan de kaak stelt. Een rappende monoloog van Riz Ahmed sluit de film af.

Hoewel mijn verstand zegt dat het een schokkende vertelling is, liet mijn gevoel het afweten. Het zal aan de korte speelduur liggen die een gedegen introductie tot de karakters in de weg zit en de maker dwingt om met vereenvoudiging en overdrijving zijn punt te maken. Ik voelde me niet erg betrokken bij de familie. Niet erg geraakt door de gebeurtenissen en de boodschap. En een tekst die wordt gerapt, ontgaat mij grotendeels. De kunstvorm spreekt mij gewoon niet aan. Later de tekst nog eens nagelezen en ik deel de boodschap maar de woorden deden me verder niet heel veel.

Long Nights Short Mornings (2016)

Een behoorlijke opgave om 100 minuten lang te kijken naar een egocentrische vrouwenversierder die behalve zijn eigen ego geen enkele belangstelling heeft. Alle gespreksstof staat in het teken van de pathetische hoofdpersoon. Pogingen van de vrouwelijke personages om een gesprek een andere kant op te duwen en een ander onderwerp aan te snijden en enige laag in een gesprek aan te brengen slaan kansloos dood op de onmiddelijk verflauwende belangstelling van de hoofdpersoon. Zijn halsstarrigheid en onverzettelijkheid om met niets anders bezig te zijn dan zijn eigen persoon is dodelijk vermoeiend. Wat een verschrikkelijke irritante lul.

De vrouwelijke personages zijn veel interessanter. Die hebben een bredere kijk op dingen en staan anders georiënteerd en volwassener in het leven. Maar goed, dat interesseert de hoofdpersoon niets en als kijker gaan deze potentiële mogelijkheden om de film te verrijken met wat interessante kost, aan je voorbij.

De hoofdpersoon is bepalend voor het verloop van alles en zo komt er in deze film geen enkele boeiende dialoog van de grond. Leegheid regeert en alle beweging die daar verandering in wil brengen wordt meteen in de kiem gesmoord.

Wat rest is een film die nietszeggend en strontvervelend is.

Long Riders, The (1980)

Het script werd geschreven door James en Stacy Keach. Het idee voor de film ontstond toen de gebroeders Keach in een film speelden waarin zij de gebroeders Wright vertolkten. De weg van vliegtuigpionier naar outlaw is blijkbaar een kleine stap. In The Long Riders spelen zij de gebroeders Jesse en Frank James die samen met de broers Younger en de broers Miller in de 2e helft van de 19e eeuw een beruchte bende vormden. Het moest een film worden waarin echte broers de rollen van de historische broers zouden gaan spelen. Voor de invulling van de Youngers en de Millers benaderden zij de gebroeders Carradine en de gebroeders Quaid.

Over veel meer dan dit originele idee en een heel dun draaiboekje beschikten de heren niet. Een te schriele basis om een producent te vinden die dit project aandurfde. Uiteindelijk lukte dat onder de vlag van United Artists toch. Doordat de broertjes Keach, Carradine en Quaid financiële concessies deden stond er een budget van 7,5 miljoen dollar ter beschikking. Geen hoofdprijs, maar voor regisseur Walter Hill geen belemmering om er een fijne western mee in beeld te kunnen brengen.

De eerste en laatste western van Walter Hill. Een eigenzinnig product dat breekt met conventies. Hoewel de film een aantal gewelddaige scènes bevat, concentreert hij zich voor het grootste deel op het privé- en familieleven van de bendeleden. Aan veel uitleg maakt de film zich in beide settings niet schuldig. Het verhaal begint gewoon ergens midden in een bepaalde fase en verschaft geen inzicht in de tijd daarvoor. De film gunt de kijker nergens een een blik op het verleden. Geen woord over de totstandkoming van de bende of over de brute wandaden die de bende roemrucht bracht.

Hoewel Jesse James het bekendste lid is van de bende, speelt ieder karakter een belangrijke rol in het verhaal. Ieder personage heeft met zijn acties en houding een bepalende invloed op de consistentie en het aanzien van de bende. De kijker gaat daarin mee. Het filmische perspectief verplaatst zich steeds razendsnel van het zicht op een brute bankoverval naar een melancholische blik op een begrafenis van een familielid. Of van een koelbloedige moord naar een lieflijk familietafereel. Het is daarom lastig om Jesse James of Cole Younger enkel als brute bandieten te zien. De nadruk die de film op het familiegebeuren legt, maakt van de moordlustige bandieten vooral menselijke personages die onverhoeds behept zijn met wat gemene en harteloze trekjes.

Toch is The Long Riders ook een hele geroutineerde western. Met mooi camerawerk van Ric Waite, die van de weinige actiescènes heerlijke intense belevingen weet te maken. Daarnaast veel landschappelijk vertier en opnames binnenshuis behangen met melancholie. Hill past in zijn regie tevens de techniek van de slow motion toe om een bepaalde ongemakkelijke spanning of een gevoel van afschuw te intensiveren. Heel geslaagd.

De score van Ry Cooder is als onderstreping bij de visuele pracht weer magnifiek ingezet. Extra melancholie. Extra ongemak. Heerlijk!

Long Shot (2019)

In Long Shot kruipt stoner Seth Rogen in de rol van tekstschrijver voor de presidentiële kandidate. Hij doet dat op vertrouwde wijze. Relaxed, onconventioneel, grofgebekt en sympathiek. Zijn tegenspeler en tegenpool is Charlize Theron. Een verbeten politica met serieuze ambities. Een onwaarschijnlijk duo dat in het hart van de film staat en zich van de ene komische situatie naar de andere sleept.

En dat is best even leuk. Theron en Rogen vullen elkaar goed aan en hun samenspel zorgt voor hilarische momenten. Na verloop van tijd werd het allemaal wat veel en onderging ik de komedie met steeds meer schouderophalen. De schuld daaraan heeft de lengte van de film. 120 minuten met Rogen is gewoon te veel. Na een uur vol stonerhumor is voor mij de koek wel op. Daarna is het allemaal niet meer zo grappig. Vooral de onvermijdelijke drugstrip die volgens mij in elke film met Rogen valt te zien (en trouwens nooit leuk is), is dan heel vervelend.

De film doet ook nog een geëngageerde duit in het humoristische zakje. Heel prijzenswaardig om de positie van de vrouw aan de orde te stellen, om politieke corruptie te openbaren en om de zoveelste mallotige parodie op de Amerikaanse president te presenteren, maar het voelde meer als gebrek aan inspiratie dan als fijne komische interventies. De combinatie van romantische komedie en politieke satire zorgde bij mij niet voor veel enthousiasme.

Rogen en Theron. Dat werkt in beginsel wel, maar doet het niet een film lang. De komische werking is beperkt houdbaar. Dat ligt uiteraard niet per sé aan hen, maar is meer aan de lange speelduur en het magere zielloze verhaaltje te wijten.

Long Walk, The (2025)

Vijftig jonge mannen aan de wandel met één doel voor ogen en dat is overleven. In het middelpunt staat de 16-jarige Raymond (uitstekend vertolkt door Cooper Hoffman) die als een van de vijftig jongemannen deelneemt aan de door de staat georganiseerde dodenmars. Een dodenmars die dwars door een dystopisch Amerika voert dat er verrekte mistroostig uitziet. De regel is eenvoudig. Wie niet verder loopt, wordt doodgeschoten. De laatst overgebleven loper krijgt alles wat hij wenst. Een ruimhartige beloning die in de loop van de mars steeds minder betekenis krijgt.

De film is gebaseerd op een verhaal van Stephen King dat in 1979 verscheen. Regisseur Francis Lawrence die met The Hunger Games franchise al ervaring opdeed in dystopisch getinte films bewijst dat hij goed weet hoe je psychologische druk, maatschappijkritiek en menselijk lijden in pakkende beelden weet te vatten. Hij brengt de thema's onder in een lineaire vertelling die zich bijna uitsluitend met de mars bezighoudt. Er is weinig plot, weinig actie en er zijn (althans in conventionele zin) geen dramatische wendingen in het verhaal.

De film houdt zich bezig met de psychische ups and downs van Raymond, luistert naar de onderlinge dialogen, observeert de uitgeputte blikken, trekt zich soms behoedzaam terug in momenten van stilte en signaleert momenten van medemenselijkheid in een onmenselijke situatie. De film onthoudt zich van een voice-over en ziet tevens af van een innerlijke monoloog van Raymond. De kijker wordt geen afleiding van de somberheid gegund. De kille en naargeestige omstandigheden komen door het ontbreken van verzachtende franje hard binnen.

De aanpak van regisseur Lawrence weerspiegelt het psychische en lichamelijke verval van Raymond. Terwijl de eerste deelnemer die wordt gedood nog in volle ellendige glorie wordt getoond en een bruut shockmoment is, gebeuren de overige terechtstellingen steeds meer op de achtergrond. Een bewuste wisseling van perspectief die het proces van afstomping van Raymond perfect symboliseert. Het is hetzelfde proces dat de kijker doormaakt, die dezelfde emotionele teloorgang ervaart bij het kijken naar zoveel ellende, wanhoop en neerslachtigheid. De film windt er geen doekjes om. Achter de individuele ellende schuilt steeds hetzelfde thema dat zegt dat het welzijn van het individu ondergeschikt is aan de wil van het systeem dat prestaties en conformiteit predikt.

The Long Walk is een prettig langgerekt psychologisch drama. Duister, mistroostig, naargeestig. De film schetst een somber beeld van een systeem geleid door machtswellustige autocraten die gewetenloos bereid zijn mensen op te offeren om hun eigen doeleinden te bereiken. Alle middelem worden daartoe ingezet. Dat klinkt toch wel erg actueel, vrees ik. Geweld door de overheid. De enorme druk die wordt opgelegd om te presteren om op die manier je bestaan te rechtvaardigen. En dan nog de media die leed omzetten in entertainment. Ja, de film is wars van vrolijkheid en optimisme.

In tegenstelling tot King’s verhaal is het einde van de film zeer expliciet. Een prima einde dat ten behoeve van de teergevoelige kijker gelukkig niet mild of geromantiseerd is gefabriceerd maar even tragisch, bitter en vernietigend is als het behoort te zijn. The Long Walk is een goeie film die de vinger op zere plekken legt en dat doet zonder te vervallen in het cynisme dat in deze tijd zo in zwang is. De film doet het rustig, onomwonden, intens en woelend. Fijne film.

Long Weekend (1978)

In beginsel is het nog wel aardig. Kibbelend echtpaar. Beetje psychologische oorlogsvoering. Arrogant en respectloos gedrag tegen elkaar en tegen de natuur. Er ontstaat een voorzichtige gevoel van ontluikende beklemming. Een prima aanzet met de beloftevolle potentie om de relationele spanning heerlijk uit te bouwen naar nog meer haat en nijd en vandaar verder naar een ijzingwekkende wraakoefening van de natuur.

Dat relationele gebeurt een beetje, maar dat andere gebeurt dan weer niet. Wat volgt zijn veel langerekte scènes waarin eigenlijk maar weinig gebeurt. Weinig spanning en suspense. Dat ligt deels aan de povere effecten, maar ook deels aan de saaie uitbouw van een scène. Bijna elke scène duurt lang en bijna elke scène eindigt in een anticlimax, omdat er feitelijk niet veel gebeurt.

Men slaagt er niet in om het onbehaaglijke gevoel dat de personages overduidelijk schijnen te hebben, over te brengen op de kijker. Ik voelde de angst in ieder geval niet.

"Nature found them guilty". Klinkt heftig. De uitvoering van de straf valt behoorlijk tegen.