• 17.624 nieuwsartikelen
  • 183.421 films
  • 12.658 series
  • 35.019 seizoenen
  • 658.456 acteurs
  • 200.765 gebruikers
  • 9.493.027 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Collins als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Great Outdoors, The (1988)

The Great Outdoors werd geschreven door John Hughes. Hughes schreef vele memorabele werken met komische, luchtige en blijmoedige onder- en boventonen. Denk aan de films met het gezin Griswold. Of denk aan schitterende films als The Breakfast Club (1985), Planes, Trains & Automobiles (1987) en Ferris Bueller's Day Off (1986). Films die ook van zijn schrijvershand afkomstig zijn en die bovendien door hem werden geregisseerd.
Dat is bij The Great Outdoors niet het geval. De regie is van Howard Deutch, die voornamelijk voor de tv regisseerde en een handjevol films ter wereld bracht, die geen van allen heel opmerkelijk zijn. The Great Outdoors is waarschijnlijk zijn beste film en is geen meesterwerk. Het script is van Hughes. Dat is niet heel bijzonder, Het is tamelijk braaf, kent weinig scherpte in de dialogen en herbergt een ingetogen hoeveelheid lachwekkend materiaal.
De hoofdrollen zijn voor Dan Aykroyd en John Candy. Zij vormen het absolute centrum van de film. De scènes met beiden zijn de leukste scènes uit de film. Niet alles is dan weer even goed, maar met regelmaat veroorzaken hun inspanningen luidruchtig gegrinnik. De personages die naast Aykroyd en Candy meedoen, spelen geen rol van betekeni. Ze dienen als behang en blijven niet op het netvlies hangen. Een zijdelingse plotlijn, aangaande een teenager lovestory, vreet tijd en is totaal overbodig. Hetzelfde geldt voor pratende wasberen die worden ingezet om de overgang naar een volgende dag in te luiden. Een kaalhoofdige beer doet eveneens weinig voor de lachspieren. Niet leuk.
Het verhaal is bijzaak. De film bestaat uit een verzameling losse episoden. Losse situaties. Op zich prima, want zodoende kent de film afwisseling. De boodschap die overal stevig doorsijpelt kent die afwisseling niet. Die is bovendien nogal conservatief, nogal Amerikaans en gaat uiteraard over family values. Waarden die zich er uitstekend voor lenen om met behulp van komedie door de mangel te worden gehaald, maar die in deze film amper worden aangepakt. De film is daarvoor te braaf. Te bedoeld voor een brede kijkerschare, vermoed ik.
De humor is vooral situationeel gericht. Die insteek levert een aantal leuke scènes op. Aykroyd en Candy doen dat uitstekend. Aykroyd en Candy kunnen echter meer dan de situationele clown uithangen. Noch het brave script noch de vrijblijvende regie dwingt hen daar toe en dat is spijtig. En alzo is The Great Outdoors slechts een middelmatige film.

Great Race, The (1965)

Alternatieve titel: Blake Edwards' The Great Race

De filmversie die ik bekeek, begint met een minutenlange ouverture. Muziek van Henri Mancini schalt uit de luidsprekers terwijl ik naar een stilstaand beeld kijk. Dat is even leuk. De openingsmuziek schept verwachtingen van een ouderwets avontuurlijk Hollywood spektakel. Gedachten aan een antiek filmtheater met vorstelijk pluche en een indrukwekkend groot gordijn dat ruisend openvalt om een majestueus wit scherm te ontbloten waarop aanstonds spannende beelden te zien zullen zijn, schieten door mijn hoofd. Ja, de ouverture is even leuk. Maar God, wat duurt dat lang. Het duurt langer dan mijn licht melancholieke gedachten duren. Ok! Genoeg! De verwachtingsvolle opwinding is gezakt. Ik spoel door naar de openingscredits die in mooie gele Technicolor-kleuren de namen van de cast laten zien. Het opgewonden gevoel keert weer een beetje terug.

The Great Race gaat heel ouderwets over de strijd tussen goed en kwaad. Een strijd die in het decor van een autorace die van New York westwaarts naar Parijs voert, wordt gestreden. Wat volgt is een anarchistisch schouwspel, dat lak heeft aan logica, structuur et cetera. Tweeëneenhalf uur van hectische gebeurtenissen, elkaar snel opvolgende grappige situaties en overdreven aangezette reacties daarop, die passen bij de overdreven karakterisering van de protagonist en de antagonist in dit verhaal. The Great Race is eigenlijk een tweeënhalf uur durende hommage aan de ouderwetse slapstick.

De personages zijn ongecompliceerd vorm gegeven. Het goede is verpakt in Tony Curtis. Stralend, nobel, knap, schelms en gekleed in het wit. Zijn verschijning brengt jubelgeluiden voort. Tegenover Curtis bevindt zich het kwaad dat door Jack Lemmon wordt vertegenwoordigd. Laaghartig, onethisch, in het bezit van een demonische lach, gekleed in het zwart en wonende in een spookslot waar hij pathetische orgelmuziek ten gehore brengt. Boegeroep is zijn deel.

Best grappig. Best leuk. Al die hectiek en slapstick. Tweeënhalf uur aan cartooneske taferelen is echter veel te lang. Nu zorgt Blake Edwards gelukkig voor wat afleiding in de vorm van Natalie Wood die als feminist en fotojournalist de race volgt. Op zich zijn de progressieve impulsen die Wood in het mannelijke conservatieve bolwerk injecteert wel amusant, maar met het aantal injecties neemt ook de gekunsteldheid en de voorspelbaarheid ervan toe. Ze zorgde er op een bepaald moment voor dat ik bij haar optreden een vermoeide zucht niet kon onderdrukken. Bovendien blijkt aan het eind de holheid van haar feministische principes als zij zich in een suikerzoete scène aan de witte held overgeeft. Hoppa, weg met dat feministische geneuzel, zal Blake Edwards gedacht hebben.

Water, ijs, mest, blusschuim, slagroom. Het liefst geserveerd met een stevige explosie. Het zijn de belangrijkste bestanddelen waarmee komedie wordt opgewekt. Chaos en catastrofes. Een race van New York naar Parijs versierd met overdreven onzin. Fragmentarisch samengesteld. De race is de verbindende factor en doet er weinig toe. Het zijn de stops die de actie genereren. Ach, het is leuk vermaak. Het is gewoon wat lang.

Great White (2021)

De haai als agressief monster is vaker gebruikt. Het fenomeen witte haai leverde veel slechte films op. Great White is een film met een standaard verhaal en voegt aan de enorme rij films met haaien niets toe. Een rechtlijnig verhaal zonder al te veel overdrijving in de effecten. Niet per sé een slechte film, maar gewoon een overbodige.

De film onderscheidt zich misschien van de voorgangers door zich vooral te richten op de personages die in een reddingssloep op zee dobberen en het grote witte gevaar op de achtergrond laat sudderen. De interacties aan boord van de sloep zijn weinig interessant. Zet vijf mensen in een vrijwel uitzichtloze situatie in een sloep op open zee en het onderlinge gehakketak kan beginnen. Erg voorspelbaar.

De witte haai als dreigende factor zorgt voor enkele onheilspellende momenten. Later in de film worden de aanvallen heftiger en neemt de spanning af. Niet omdat de effecten slecht zijn. Die zijn heel acceptabel, maar gewoon omdat het allemaal zo voorspelbaar is.

En zo is Great White een voorspelbare film die visueel best ok is en in het bezit is van een paar leuke actiescènes.

Greedy People (2024)

Van regisseur Potsy Ponciroli zag ik eerder Old Henry (2021). Een western van de rustige soort waarin de ontmoeting met een vreemdeling toenemend escaleert. Greedy People is geen western en is niet per se een rustige film. Toch zijn er overeenkomsten. Ook in Greedy People wordt een verhaal verteld dat stapsgewijs escaleert. En ook nu wakkert geld de hebzucht in de mens aan en is hebzucht reden voor vreemdsoortig gedrag.

In Old Henry knalde het pas tegen het einde. In Greedy People haalt Ponciroli zijn voet veel eerder van de rem. Na een korte introductie waarin de personages worden voorgesteld, zit de vaart erin. De film is een kluchtige film die de dingen net even meer aandikt dan in het echte leven. Dat betreft de onwaarschijnlijke gebeurtenissen in het verhaal en dat betreft het irreële gedrag van de personages.

Het levert een film op die van de ene absurde situatie naar de andere schiet, waarbij er steeds een verband gelegd kan worden met de acties van individuele personages en het uitwaaierende effect daarvan op andere personages. Best amusant. Ook amusant is de wisselwerking tussen Bill (Himesh Patel) die politieagent is (en een van de weinig normale personages) en zijn partner Terry (Joseph Gordon-Levitt). Hun persoonlijkheden contrasteren nogal en dat is best humoristisch. Als die contradictie van de karakters in humoristische zin enigszins is uitgespeeld, treden andere personages meer op de voorgrond en legt de film meer algemeen de nadruk op het uitwaaierende effect. En ach, dat levert eveneens amusant kijkwerk op.

Het is allemaal niet heel diepzinnig, maar het verhaal zit wel leuk in elkaar. Greedy People is niet erg origineel en maakt conceptueel handig gebruik van gelijksoortige films. Ik vond het niet heel storend. Het herkenbare concept zorgt er waarschijnlijk voor dat de film niet lang in de herinnering zal blijven hangen. Als momentopname vermaakt Greedy People echter goed.

Green Book (2018)

De gevierde zwarte pianist Dr. Don Shirley plant in 1962 een tournee door de Zuidelijke Staten van Amerika. Voor een afro Amerikaan geen geringe opgave in een gebied waar segregatie immer nog onderdeel van het dagelijkse bestaan is. De verfijnde pianist zoekt een chauffeur die hem van de ene plaats naar de andere rijdt en hem tegelijkertijd beschermt tegen ongewenst gedrag van het racistische blanke deel van de bevolking. De onwaarschijnlijke keuze valt op de grofmazige Italiaanse Amerikaan Tony. Een uitsmijter die even zonder werk zit en bovendien ook last heeft van vooroordelen. De film volgt het onwaarschijnlijke koppel op hun reis door het diepe zuiden van de Verenigde Staten.

De film is gebaseerd op ware gebeurtenissen. Dat regisseur en coauteur Peter Farrelly zich bij het schrijven nog al wat vrijheden permitteerde, blijkt wel uit de negatieve reacties van de nakomelingen van Don Shirley. In de film raakt het onwaarschijnlijke duo bevriend. Dat schijnt in werkelijkheid niet te zijn gebeurd. Ook schijnen bepaalde racistisch geënte voorvallen in werkelijkheid niet te zijn gebeurd of te zijn overdreven.

Nu geeft de film ook niet de indruk een pretentieus drama te willen zijn. Farrelly wil vooral een vermakelijke film maken, zo lijkt het. Zo versiert hij de film rijkelijk met humorvolle momenten die voortkomen uit de tegenstelling tussen de pianist en zijn chauffeur. Een blanke chauffeur die een zwarte opdrachtgever rondrijdt is natuurlijk erg ongewoon en dat gegeven is goed voor verwonderende reacties. Daarnaast zijn er de persoonlijke verschillen die humoristisch worden benut. Shirley is een verwaande snob die niet veel opheeft met het gewone volk. Tony is een simpele arbeider met een geringe vocabulaire, die zich tamelijk banaal gedraagt. Nogal karikaturaal vormgegeven personages, maar grappig is het bij tijd en wijlen wel.

Het verhaal is dan weer niet heel opzienbarend. De film verhaalt van een roadtrip en manoeuvreert daarin met de gebruikelijke elementen die je in een feel-good-buddy-movie altijd tegenkomt. Een film met een voorspelbaar verloop. Maar ook een film die ondanks de clichés ontroert, inspireert en het hart verwarmt.

Green Hornet, The (2011)

The Green Hornet begon als held in een radioshow uit 1936, verlegde daarna zijn grenzen naar de wereld van de strip en volbracht zijn tour de force als held in een tv-serie. De tv-serie werd al snel weer gestopt vanwege gebrek aan kijkers. Toch kan de serie een zekere cultstatus niet worden ontzegd. De tv-show betekende de doorbraak van Bruce Lee die in de serie als Kato, de hulp van The Green Hornet, optreedt. Hij was de populaire sidekick die met zijn charisma de eigenlijke held naar de achtergrond speelde. The Green Hormet werd overigens gespeeld door de 'fantastische' Van Williams. Wie kent hem nog.

De film uit 2011 speelt heel leuk met deze populariteitskwestie en portretteert de man achter het masker van de Green Hornet als een ongelooflijke nietsnut. Die rol is aan Seth Rogen wel besteed. De interacties tussen de schlemielige Hornet en actieman Kato zijn bijzonder leuk. De antagonist wordt gespeeld door Christoph Waltz. Die is daar goed in. De confrontaties tussen de twee kampen uiten zich in vechtscènes, schietpartijen, autoachtervolgingen en gaan vaak gepaard met explosief geweld. Ook de humor ontbreekt niet.

Alles volgens het verwachtingspatroon maar desondanks wel leuk. Van verveling is dan ook amper sprake hoewel het wel prettig is als het einde wordt gehaald, omdat de speelduur iets aan de te lange kant is en verveling op het punt staat om door te breken. The Green Hornet is vermakelijke pulp en goed te doen als je de lat niet te hoog legt.

Green Inferno, The (2013)

Alternatieve titel: Caníbales

Groepje studenten reist af naar Peru voor de goede zaak en komt na oninteressante en langdurende belevenissen in handen van kannibalen.

Wat daarna volgt is nogal grotesk en bloederig. De stam vermaakt zich vooral met vage slachtrituelen waarvan de studentjes het slachtoffer zijn. De slagerspraktijken zien er luguber uit. Het enige doel van zoveel fantasieloze plasticiteit lijkt het shockeffect te zijn. De film concentreert zich daar vervolgens dan ook erg op. De religieuze of etnologische waarde van de rituelen is onduidelijk.

De kannibalen zijn voorzien van een rood geverfde huid en hebben gemene tronies. Ze zijn behangen met opzichtige artefacten en gedragen zich als overspannen wildemannen. Ze zijn karikaturen uit een stripalbum en excelleren in barbaarse lachwekkendheid. Niet geslaagd.

Ik heb niets tegen wat Gore of overdrijving, maar wat ik hier wel mis is iets van contrasterende subtiliteit. Iets als humorvolle tekst of spot, wat relativerende duiding of misschien zelfs opvallend goed acteerwerk.

Met het accent op overdreven bloederig en luguber, creër je wellicht shock, maar zeker geen boeiend verhaal, laat staan spanning. En bij deze film die alleen op het shockeffect teert, steekt bij mij dan na verloop van tijd enige ergernis de kop op over het gebrek aan iets anders.

Ok, het acteerwerk dan maar. Het acteerwerk is matig. De personages worden kunst- en clichématig en stereotiep vormgegeven. Ze zijn plat en vervelend. Foltering als straf voor zoveel non-dimensie past dan trouwens goed. Wel geslaagd!

Maar goed, ik benader het natuurlijk allemaal veel te serieus. En zo is de film niet bedoeld. Weet ik wel. De film riep behalve wat shock en ergernis, bij mij weinig op. Ik vond het gewoon niet veel.

Green Room (2015)

Tamelijk rauwe thriller. Behoorlijk minimalistisch gefilmd. Een kernachtige simplistische situatieschets zonder veel afleidende franje in een rechttoe-rechtaan setting. Geen zwierige sierlijke shots, maar gewoon ongezouten en spontaan. Wham! Niet verfijnd of heel bekeken. En juist daarom waarschijnlijk heel erg vakkundig uitgekiend. Mooi.

Harde muziek. Harde kleurloze beelden. De schoonheid is ver te zoeken. Een stemmige vervallen setting met nazi symboliek en kretologie op muren en deuren. Viezig. Sfeervol.

In de film weinig dialoog en veel kretologie. Prima, hoor. De film leent zich ook niet voor bolvormige dialogen. De situatie is plat en helder en spreekt voor zich.

Toch is het moeilijk om na verloop van tijd de aandacht goed vast te houden. De spannende situatie verliest namelijk al snel aan kracht. Er ontstaat na een tijdje een teveel aan standstill. Er zijn weinig functionele toevoegingen of plotwendingen. De situatie staat en dat is het dan. De spanning intensiveert niet maar neemt af en slaat zelfs dood.

De personages helpen niet om die doodse momenten goed door te komen. De personages blijven vaag en nietszeggend. Niet interessant. Zwart-wit. Goed of slecht. Geen laag. Karikaturaal. Sympathie en inleving met wie dan ook, blijven achterwege.

De beelden zijn over het algemeen donker. Beetje vervelend wel. Uiteraard sfeerverhogend bedoeld, maar de dimmer wordt wel erg gemakkelijk gebruikt en is opzichtig herkenbaar als vorm van trucage, die daardoor enige ergernis opwekt op momenten waar opwekking van meer spanning aan de orde had moeten zijn en ongetwijfeld beoogd werd.

Ja, en dan duurt de film me toch iets te lang, treedt verveling in en steken irritatie en bijbehorende spot de kop op. Kleine dingetjes worden opeens belangrijk en belachelijk uitvergroot. Dingetjes als een brandblusser, een rol ducttape, een hond. Ach, en dan die Nazis. Niet bepaald een professionele actiegroep. Ze laten zich wel heel gemakkelijk en stompzinnig intimideren. En als je dan sympatiseert met de Nazicultuur, spreek dan gvd eens wat beter Duits als je je hond kommandiert.

Dat soort dingetjes dus.

Op hun muzieksmaak valt trouwens niets af te dingen. Goeie muziek. Scheisse!

Gremlins (1984)

Waar andere creaturen uit films uit de jaren 80 in veel vervolgfilms waren te zien (zoals Jason in Friday the 13th, Chucky in Child’s Play en de enge kindertjes uit Children of the Corn) verging het de Gremlins anders. Zes jaar na de eerste film verscheen er pas een vervolg. En daar bleef het bij. Eigenlijk wel vreemd voor een film met leuke monstertjes, die zich goed lenen voor franchise.

De oorsprong van de gremlins ligt trouwens al in de 2e wereldoorlog. Piloten klaagden over mysterieuze fouten in de machinerie en gaven daar gremlins de schuld van.

In de film zijn de kwaadaardige gremlins verworden tot angstwekkende figuurtjes met lange tanden, een reptielachtig uiterlijk en lange oren, die aan een vleermuis doen denken. Gezien in horrorperspectief is het wel grappig dat de gremlins zonlicht niet kunnen verdragen.

Regisseur Joe Dante heeft in zijn film geen haast om zijn titulaire figuren heel snel voor het voetlicht te brengen. Dat duurt wel een uurtje. Tot die tijd moeten we het stellen met een schattige goedaardige knuffel, wat toespelingen op mogelijke kwaadaardigheid en op veel tienergeleuter.

De aanloop naar de actie is lang. En zelfs dan is geduld een vereiste. Een glimpje klauw, wat gegrom en wat schaduwwerk gaan aan de feitelijke exposure van de kwaadaardige gremlins vooraf. Geen horrorwaardige effecten overigens. Gelukkig zorgen enkele humoristische scènes voor verstrooiing.

Zoals het een goed moralistisch sprookje betaamt, worden de regels die het kwaad beteugelen overtreden met alle ongelukkige gevolgen van dien. Het pandemonium dat losbreekt is op zich wel grappig.

Behoorlijk gewelddadig en moordlustig, maar dermate overdreven gedrenkt in een komische mouw die de ene na de andere groteske gag uitschudt, dat de gruwel geen enkele huivering oplevert. Het blijft licht, vrolijk en luchtig. Aan de overdrevenheid van alles zie je trouwens goed de geste aan het grote publiek af. Het blijft te aardig. Te vriendelijk. Van mij had het veel duisterder en oprecht bruter gemogen.

Gremlins verbindt klassieke sprookjes- en horrorelementen met boosaardige humor en maakt er een leuk en vrij onschuldig verhaaltje van dat heel goed door alle leeftijden bekeken kan worden. Best leuk, maar mij te kinderlijk en te zoet.

Greta (2019)

Een hedendaagse Braziliaanse film waarin homoseksualiteit een hoofdthema is, maakt nieuwsgierig. Immers, in het Brazilië van nu is ene Jair Bolsonaro de president. Een oerconservatief. Een man die regelmatig fulmineert tegen homoseksualiteit. Zo liet hij zich eens ontvallen dat hij een eventuele homoseksuele zoon niet zou kunnen liefhebben. Hij gunde hem van harte een dodelijk verkeersongeval. Mij lijkt het in zo‘n vijandige atmosfeer niet gemakkleijk om je als homoseksueel te outen. Ook niet op artistieke wijze. Des te mooier dat de film Greta dat wel doet

Pedro heet de hoofdpersoon. Een wat merkwaardige en slonzige man op leeftijd die een solitair leven leidt. Pedro heeft anonieme seks in homosauna‘s en vindt het prettig als men hem tijdens zijn seksuele escapades aanspreekt met Greta Garbo. Een curieuze wens die in de film af en toe voor opgetrokken wenkbrauwen zorgt, maar hem nooit tot het mikpunt van spot maakt.

Daar ligt meteen een belangrijke boodschap van de film. De film laat meer curieuze personages zien waarmee heel gemakkelijk de spot kan worden gedreven. Dat gebeurt echter nooit. Elk personage wordt in zijn waarde gelaten. Opportunisme lijkt de beste manier te zijn om elkaar te accepteren en is hier zelfs een manier om genegenheid te vinden in het ondenkbare en het afstotelijke.

Geen vrolijke film. Treurig, tobberig en eenzaam lopen de personages door het beeld. Treurig, tobberig en eenzaam zijn ze op zoek naar genegenheid, naar acceptatie en naar gezelschap. Achter elk personage ligt een wereld van tragiek. In dat licht beschouwt de film ook de seksscènes. Die zijn grof en liefdeloos geënsceneerd en komen voort uit een mengeling van egoIsme en eenzaamheid. Er komt geen zinnelijkheid aan te pas.

Ik kan me vergissen, maar volgens mij heb ik in deze film niet één keer iemand zien lachen. Het is een film van uitgestreken koppen en droefgeestige blikken.

Greta is een sombere film met veel losse droefgeestige impressies en weinig constructief verhalend kader.

Ik werd er erg moe van.

Gretel & Hansel (2020)

Alternatieve titel: Gretel and Hansel

Veel films baseren zich de laatste jaren op sprookjes. Veel van die films zijn realistisch en grimmig van aard en doen slechts in de verte nog denken aan de sprookjes zoals ik ze vroeger via moeder de Gans kreeg te horen. Onlangs bekeek ik Hansel & Gretel: Witch Hunters (2013). Met veel heftige actie, een sexy Gemma Arterton en teksten als: „You must be fucking kidding me!“, heb ik mij prima vermaakt, maar was de vertaalslag naar het originele sprookje een moeilijke. Gewoon een constatering.

Met Gretel & Hänsel is er weer een nieuwe variant verschenen. En weer een leuke. Er zijn nauwelijks parallellen met de versie van Tommy Wirkola. De verwantschap met het eigenlijke sprookje is wel meer zichtbaar.

Een film die hier en daar doet denken aan The VVitch: A New-England Folktale (2015) van Robert Eggers, hoewel die film mij minder kon bekoren en inhoudelijk meer een geloofsdrama is die stikt van de duidingen. In deze film is de gelaagdheid minder. De vergelijkingen liggen vooral in de sfeer die de scènes in de leefomgeving van de heks oproepen. Een afgezonderde hut in het bos met daarin een verstoten heks met een duister verleden die de beschikking heeft over zwarte magie. Duister, dromerig en subtiel verontrustend.

Gretel & Hänsel is een rustige, melancholische en duistere film, waarin Gretel de centrale figuur is die de ruimte krijgt om haar vaardigheden te ontplooien. De film heet niet voor niets Gretel & Hänsel natuurlijk.

Gretel is een intrigerend personage. Haar verleden en afkomst wordten in de film geleidelijk bloot gelegd en voorzien Gretel van een boeiend, mysterieus en indringend aspect in haar karakter. Het is haar verleden dat haar in staat stelt om de intenties van de boze heks te doorzien. Het conflict dat tussen beide ontstaat is spannend en van een geheel andere orde dan wat het klassieke sprookje voorschrijft. Heerlijk duister en grimmig en verrukkelijk dramatisch.

Voor de duistere basis van de film draagt de design veel verantwoordelijkheid. De scènes in de hut karakteriseren zich door het mooie spel van donker en licht. Samen met het volle heldere kleurgebruik en de voortdurende veranderingen van perspectief zorgt de fotografie voor een onbehaaglijk gevoel.

Gretel & Hänsel is een spannende interpretatie van het iets anders getitelde sprookje. Heerlijk duister, soms surrealistisch en visueel erg prachtig.

Greyhound (2020)

Tom Hanks speelt de hoofdrol en is verantwoordelijk voor het script in deze oorlogsfilm ten tijde van WOII waarin de geallieerden het opnemen tegen de Nazis. Lekker simpel. De goeden tegen de slechten. Een voorspelbare film waarin de uitkomst al vanaf het begin vast staat.

De film is gebaseerd op een werk van schrijver C.S. Forrester. Niet gelezen overigens, maar wel over gelezen. In het boek confronteert de schrijver de protagonist (Hanks dus) met zijn onzekerheden. Onzeker of hij wel capabel genoeg is om zijn taak, als kapitein en leider van een eskader gevechtsschepen dat een konvooi moet beschermen, uit te voeren. Onzeker ook over zijn houding tegenover de andere opvarenden, die dan wel een lagere rang, maar ook veel meer oorlogservaring hebben. Een interessante laag onder de oorlogshandelingen. Een laag die nieuwsgierig maakt.

In de film komt die laag af en toe heel oppervlakkig om de hoek kijken. De momenten van introspectie zijn erg beperkt. Die terloopse flitsen dienen meer om sympathie bij de kijker op te wekken en om van Hanks aan het eind een nog grotere held te maken. Beetje smakeloos, maar volgens verwachting.

De film interesseert zich veel meer voor de oorlogshandelingen. De actie. En die actie is ok. Duitse U-boten belagen het konvooi en doen dat met prima effecten terwijl ook de hectiek op het gevechtsschip goed gedetailleerd en intens wordt weergegeven. Het lukt regisseur Aaron Schneider (die ook het aangename en totaal andersoortige Get Low (2009) maakte) goed om het hopeloze gevoel om overgeleverd te zijn aan een onzichtbare vijand op een spannende manier aanschouwelijk te maken.

Greyhound is visueel mooi, af en toe spannend en inhoudelijk mager.

Grizzly (1976)

Alternatieve titel: Claws

Grizzly is de zoveelste matige film die in de jaren 70 in het kielzog van Jaws verscheen en een graantje probeert mee te pikken van die succesvolle en ijzersterke film. Wat voor de film spreekt is dat hij ver weg blijft van strand en zee en zijn heil zoekt in een Nationaal Park op het vaste land. Het is meteen het enige originele aan de film. Het script volgt verder heel slaafs het script van Jaws en doet dat bovendien tamelijk onbeholpen.

Als de camera vanuit het perspectief van de grizzly die wordt aangelokt door het vrolijke gekwebbel van de bostoeristen door het donkere woud strompelt, dan ziet dat er knullig uit. In plaats van door de actie vol spanning op de stoel vastgepind te worden, voel je je eerder een goedkope voyeur die op weg is naar een opwindend tafereeltje om aan zijn gerief te komen. De camera genereert een ander soort spanning, zou je kunnen zeggen. En ja, ik overdrijf, maar het is (op een enkel aardig shot na) gewoon niet best.

Het budget liet een elektronische grizzly niet toe. Een echte beer dan maar. Nadeel: een echte beer kun je natuurlijk niet loslaten op de acteurs. Hoewel… het had van mij gemogen hoor. Veel acteertalent loopt in deze film niet rond. De vertolkingen van de personages staan op naam van tv-acteurs zonder charisma. Gelukkig zijn de personages heel oppervlakkig vormgegeven. De combinatie tv-acteur en oppervlakkig komt heel geloofwaardig over. Een uitstekende casting dus.

Maar goed. De echte grizzly soleert wat door de bossen en verschijnt nooit samen met de acteurs in een frame. Niet spannend. Een heftig wiebelende camera, een man in een berenpak en een pluchen berenklauw wakkeren de neiging om op het puntje van je stoel plaats te nemen ook niet aan. Het muzikale behang is irritant en lijkt gekopieerd uit een tv-serie uit de jaren 70. De dreiging spat nu niet bepaald van het scherm.

En als het nou nog om te lachen was, maar dat is niet de bedoeling. De film is serieus. Serieus slecht, bedoel ik dan.

Grosse Pointe Blank (1997)

Martin is een huurmoordenaar. En hij is er goed in. Een professional die als hij een opdracht aanneemt zich compleet focust en ijskoud zijn werk doet. Een school reünie en een moordopdracht vallen toevallig samen. Altijd lastig, zo’n plichtmatige reünie. En wat moet je in hemelsnaam zeggen als iemand je vraagt wat je met je leven hebt gedaan en wat je beroepshalve uitvoert. Martin beantwoordt de vraag gortdroog met: I’m a professional killer. Niemand neemt dat antwoord serieus. Het antwoord is een geslaagde running gag die om de zoveel tijd in een dialoog tevoorschijn komt.
Het typeert de humor. Heerlijk sarcastisch, scherp en kwajongensachtig. Erg leuk. Grosse Point Blanl is een kruising tussen een High School-Coming of Age film en een thriller. Met uitstekende situatiekomedie en scherpe dialogen. Fijne score ook, die de scènes voorzien van extra vrolijke dynamiek.
Prima hoofdrol van John Cusack die meeschreef aan het script. Koel, sympathiek, charmant. De bijrollen zijn ook prima ingevuld. Dan Aykroyd, Alan Arkin en Joan Cusack leveren een ondersteunende maar fundamentele humoristische bijdrage. Minnie Driver speelt de love interest en is charmant en goedgebekt. Het is een fraai ensemble dat prikkelend harmonieert met de hoofdrol.
Het aardige verhaal, de sympathieke en eigenzinnige karakters en de fijne humor maken Grosse Pointe Blank tot een bijzonder geestige film.

Grudge, The (2020)

In 2002 draaide de Japanse regisseur Takashi Shimizu Ju-on (2002). Zijn derde film in een serie over een mysterieuze vloek. Het bleek een succesvolle reeks. Internationale erkenning en een Amerikaanse remake waren het gevolg. De Amerikaanse regisseur Nicolas Pesse ziet zovele jaren later wel potentie in het Japanse materiaal. Het inspireerde hem om zijn eigen film over de vloek te maken. Een aardige film met duidelijke aanknopingspunten naar het Japanse werk, is het resultaat.

Al in zijn eerste film The Eyes of My Mother (2016) liet regisseur Nicolas Pesse zien op het visuele vlak een heerlijke duistere sfeer te kunnen creëren. Dat is in deze film niet anders. Tegelijkertijd brengt Pesse met The Grudge een boodschap van vereenzaming en het wegvallen van sociale structuren. De film toont een besloten gemeenschap die de suggestie wekt van zorgzaamheid en veiligheid. Schijn natuurlijk, want de titulaire grudge legt de bedrieglijke vreedzaamheid onbarmhartig bloot. De romantische plaatjes van het dorp, de huisjes en de mooie natuur die veelvuldig door de film zijn gestrooid, zijn niet meer dan idyllische schijn.

Naast de decompositie van sociale zekerheid, gaat het in de film uiteraard over de mysterieuze vloek. Helaas gedraagt Pesse zich weinig ingehouden als de vloek zich prangender met de film gaat bemoeien. Vooral met de angstaanjagende momenten wordt weinig subtiel omgegaan. Pesse grijpt in eerste instantie zelfs naar het middel van de ordinaire jumpscare. Oei. Over shockerend gesproken. Juist in een serene film met interessante thema’s, beklemmende visuele dreiging en goed spelende acteurs, verwacht je toch een meer beheerste benadering van de vloek. En ja. Een jumpscare mag, maar dan graag pas als de atmosfeer zodanig onhoudbaar spannend is geworden dat daar aanleiding voor is. Niet eerder. Nu voelden die momenten aan als goedkope thrills. Bovendien was hun effect slechts kortdurend. De zorgvuldig opgebouwde dreigende sfeer werd er radicaal door om zeep geholpen.

The Grudge is een aardige horror. Niet geweldig en zeker teleurstellend in het licht van Pesse’s eersteling. Zo slecht als de kritieken en de waarderingen aangeven, is de film zeker niet.

Guest of Honour (2019)

Aan Atom Egyan werd bij het uitkomen van Guest of Honour gevraagd welke regisseur hij graag eens zou observeren bij het maken van een film. Zijn antwoord luidde: Alfred Hitchcock. En meer specifiek: Alfred Hitchcock bij het regisseren van Vertigo. Graag had hij gezien hoe Hitchcock zijn sterren James Stewart en Kim Novak tot hoge acteerprestaties wist te brengen. Ook is er bewondering voor het spel dat Hitchcock speelt met de herinnering en de manier waarop Hitchcock spanning creëert door de kijker bepaalde informatie te onthouden.

Guest of Honour is geen thriller. Toch is er een verwantschap tussen beide films. Het spel met de herinnering wordt in Guest of Honour met verve gespeeld. Het conflict tussen waarheid en inbeelding is bepalend voor de dramatische zwaarte van het verhaal. Voor de hevigheid van de conflicten. Voor de substantie van de personages. Egoyan speelt met de kijker. Op elk van die vlakken voegt Egoyan steeds informatie toe, die onontgonnen terreinen enig fundament geven zonder volledig bebouwd te raken. De film is een fascinerende naratieve puzzel.

Naast de overvloed aan personages die allen een interessante en complexe achtergrond hebben, springt de film ook nog eens heen en weer tussen verschillende tijdsperioden. Het spel met de herinnering. Oftewel de verwarrende en associatieve werking van de herinnering. Ze maken van het verhaal bepaald geen structureel geheel. Dat moet ook niet. Schuldgevoelens en andere psychische verwondingen versperren nu eenmaal de blik op een ordelijke voortgang. Bovendien weerspiegelt het gebrek aan een gelijkmatig verloop heel goed en heel mooi de beschadigde psychische toestand waarin de personages verkeren.

Guest of Honour is een sensibele film. In elke scène worden nieuwe psychische contexten aangeboord en nieuwe emoties opgeroepen. Heel mooi is de verhouding tussen het personage van de vader en dat van de dochter. Prachtig gespeeld door David Thewlis en Laysla De Oliveira. In hun relatie staat onthouding van informatie centraal. In elke onderlinge dialoog die zich beweegt tussen insinuaties aan de ene kant en het verzwijgen van de waarheid aan de andere kant is dat goed te bemerken. De dialogen balanceren op een emotionele grens. Mooie en indringende scènes waarbij de camera dicht op de personages zit, zodat gevoelens van frustratie, agitatie, verdriet en schuld goed herkenbaar zijn.

Guest of Honour is een emotionele film over herinneringen en schuldgevoelens. Visueel mooi. Met bijzonder goed acteerwerk. Sfeervol. Indringend. Traag. Met onderhuidse spanning. Knap geschreven en knap geregisseerd door Atom Egoyan. Het was fijn!!

Gueules Noires (2023)

Alternatieve titel: The Deep Dark

De film begint met een proloog die zich in een ver verleden afspeelt en laat zien hoe een aantal mensen ondergronds door iets wordt aangevallen. Zo weet de kijker reeds voordat het daadwerkelijke verhaal een aanvang neemt, dat ondergronds een soort monster leeft dat je beter met rust kunt laten. Natuurlijk doet men dat niet, aangezien de film langer is dan zijn proloog. Het duurt trouwens verrekte lang voordat de film eindelijk zover is. Pas in het laatste halve uur is er sprake van monsterlijke aanwezigheid.

Tot die tijd vermaken we ons met onderling geredetwist en een lange tocht door donkere mijngangen. Niet altijd spannend, maar op momenten weet de film toch wel een goede beklemmende sfeer op te roepen. De film heeft ook nog wat thema’s die worden aangeroerd. Het onderscheid der klassen komt aan bod en het onderwerp racisme wordt in de persoon van de protagonist verbeeldt, die als Marokkaan tussen Franse mijnwerkers aan het werk is. Zoals gezegd is dat alles niet erg spannend, maar de film die zich in de jaren 50 afspeelt, geeft met behulp van de thematiek wel een interessant tijdsbeeld af.

Regisseur en schrijver Mathieu Turi maakt met Gueules Noires zijn derde speelfilm. Zijn eerste film Hostile (2017) en zijn tweede film Méandre (2020) kon ik goed waarderen. In beide films speelt een vrouw de hoofdrol die in een dreigende situatie wordt geplaatst. In Gueules Noires moet de kijker het zonder vrouwen doen. De personages die ondergronds gaan zijn vooral mijnwerkers en daar zat in de jaren 50 geen vrouw tussen. De situatie waarin de mannen terecht komen is overigens spannend en doet niet onder voor de dreiging waarmee de vrouwen in de andere films te maken kregen.

Het verhaal stelt weinig voor en neigt naar een verhaal dat in een monsterfilm uit de jaren 50 wordt verteld. Het gaat om een expeditie naar het binnenste van een mijn, alwaar het monster wacht. Het verhaal wordt met dank aan de donkere setting absoluut sfeervol verteld. In de personages wordt weinig geïnvesteerd. Behalve een enkeling die wat grove eigenschappen krijgt toebedeeld en dient om de kijker inleving te bezorgen, zijn de meeste personages slechts aanwezig om als slachtoffer te dienen voor het monster. Geen onaardig monster trouwens. Hoewel het monster er wat trashy bijloopt, is het een creatuur dat dreigend aanwezig is en een paar indrukwekkende kills in petto heeft. Een prettige bijkomstigheid is dat het monster geen CGI-gedrocht is.

Gui Cai Zhi Dao (2024)

Alternatieve titel: Dead Talents Society

Over geesten die hun best doen geest te blijven of anders simpelweg verdwijnen. Centraal staat een jong overleden geest die dat dreigt te overkomen. Haar enige kans om te blijven bestaan is om de levenden angst aan te jagen. Erg lastig, want het ligt niet in haar aard om op te vallen. Ook al tijdens haar leven viel ze niemand op. Het is zelf zo erg dat alleen haar ouders nog om haar dood treuren. Regisseur en schrijver John Hsu geeft haar niet eens een naam. Dat zegt veel over de mate van haar onzichtbaarheid.

Hoewel de naamloze geest veel psychische ballast draagt, is de film niet somber of zwartgallig. De film zou je zelfs als een komedie kunnen beschouwen. Bij haar pogingen om op te vallen en mensen bang te maken wordt de naamloze geholpen door andere geesten. De pogingen leveren hilarische momenten op. In feite is Dead Talents Society een typisch underdogverhaal dat zich afspeelt rondom een groepje sneue geesten. Het enige verschil met het klassieke underdogverhaal is natuurlijk de wat minder alledaagse setting.

Dead Talents Society is een sympathieke film met sympathieke personages. Het verhaal is niet ingewikkeld en de personages zijn gemakkelijk te lezen. Ondanks het ietwat morbide onderwerp is er ruimte voor humor en uiteraard voor feelgood. Dead Talents Society is gewoon een leuke momentopname die niet veel van de kijker vraagt. Waarschijnlijk ben ik de film over een tijdje alweer vergeten, maar ik heb me tijdens het kijken prima vermaakt. Leuk dit.

Gunfighter, The (1950)

The Gunfighter speelt zich af in een tijd dat het wilde westen minder wild begint te worden. Er is nog geen sprake van een rechtstaat, maar de samenleving heeft geleerd zich aan bepaalde regels te conformeren. Moord en doodslag worden niet meer zomaar getolereerd. Revolverhelden en scherpschutters zijn in het licht van de nieuwe tijd die gloort uit de tijd aan het raken. Jimmy Ringo is zo’n revolverheld.

Overal waar Ringo opduikt, komt hij wel iemand tegen die denkt zijn revolver sneller te kunnen trekken dan hij. Ringo heeft het daarmee wel gehad. Eigenlijk wil hij die wereld het liefst vaarwel zeggen en net als ieder ander gewoon een gezin kunnen stichten, een stuk land kunnen bebouwen en wat vee kunnen houden. Maar ja, zijn verleden zit hem in de weg.

The Gunfighter toont een samenleving op een omslagpunt. Een samenleving die zichzelf nog opnieuw aan het inrichten is. Teveel mensen hebben zich daaraan nog niet aangepast en hebben te weinig concrete doelen. Het is niet voor niets dat zich buiten de saloon waar Ringo een biefstukje verorbert en een glaasje whisky nuttigt, een mensenmassa verzamelt die blijkbaar geen hoger doel aan zichzelf stelt dan het bekijken van een revolverheld en te dromen over een carrière net als hij. Nog niet iedereen droomt van een stukje land om te bebouwen.

The Gunfighter is een western met meer drama dan actie. Jimmy Ringo (losjes gebaseerd op de bandiet Johnny Ringo (1850-1882)) wordt gespeeld door Gregory Peck. Ringo is een teleurgestelde revolverheld. Hij schiet sneller dan een ander. Eigenlijk is dat het enige dat hij goed kan. Hij is eenzaam. Zijn vrienden van vroeger zijn dood of hebben zich van hem afgewend. Hij probeert aansluiting te vinden bij de gewone samenleving, maar de mythe die om hem heen hangt verhindert dat. Hij heeft zijn trots en is verbaal agressief, maar doet er alles aan om maar niemand te provoceren. Het heeft geen zin. Mensen zijn op voorhand al geïntimideerd. Peck is goed. Hij straalt een melancholische pijn uit.

Het accent ligt in de film op de karakters. De typische karakters die in een western altijd wel ergens voorbij komen. De scherpschutter, de barkeeper, de sheriff, de ruziezoeker, de fatsoenlijke echtgenote of (en die is zeldzamer) de fatsoenlijke echtgenoot, die de saloon bezoekt maar met zijn vrouw heeft afgesproken dat hij slechts één borrel mag drinken en dat nog doet ook. Ze zijn allemaal zoekende. Ze symboliseren een wereld die het einde van het wilde westen inluidt. Een wereld die op een omslagpunt is aanbeland tussen wetteloos en wettig.

The Gunfighter is ook een sobere film. Shootouts zijn er amper. Alle scènes zijn zonder muziek. De meeste tijd brengt de film samen met Peck door in de saloon, waar hij door deze en gene wordt bezocht. Heel naturel. Soms veroorzaakt een personage wat opwinding. Soms is hij onderdanig. Soms is hij vol bewondering. En the Gunfighter zelf? Hij is eigenlijk een tragische figuur met een onvervulbaar verlangen. Hij is gewoon moe.

Gunman, The (2015)

Strak geregisseerde actiefilm die prettig wegkijkt.

De zin "Eén man tegen een leger van snoodaards", geeft de inhoud van de film aardig weer. Ja, de verhaallijn blinkt niet uit in originaliteit. Het is vaker vertoond. En dan is enige reserve bij aanvang wat mij betreft zeker geoorloofd. Onnodig, zo blijkt.

De film glijdt in rap tempo voorbij. Verveling is ver te zoeken. De actiescenes zijn veel en goed. En ja, hier en daar zijn heus wat smetjes te ontdekken, maar wat zou het. Het zijn details. De grote lijn is pakkend en vermaakt prima.

Penn is een overtuigende actieheld, hoewel hij in zijn rol niet gemakkelijk sympathie opwekt. Trinca is kleurloos aanwezig. Bardem lijkt steeds meer een parodie op zijn eerdere rollen te worden. Wel leuk, vind ik. Verder redelijk acteerwerk van de overige castleden.

Bijzonder is wel dat een scene zich afspeelt in de controversiële omgeving van een arena waar op dat moment een folkloristisch evenement plaatsvindt. Politiek niet erg correct, maar wel een mooi statement.

De film geeft ook aandacht aan de uitbuiting in derde wereldlanden door multinationals. Ook goed.

Gurotesuku (2009)

Alternatieve titel: Grotesque

In deze film gaat het om foltering. Ik ben geen kenner van het subgenre, maar de sadistische perversiteiten die hier passeren lijken mij behoorlijk extreem. Zelfs voor dit genre. Dat gezegd hebbende, vervolg ik maar meteen met de opmerking dat ik mij best vermaakt heb.

Heb genoten van het bijzondere sfeertje, dat soms smerig maar soms ook kunstzinnig aanvoelt. Natuurlijk is het erg logisch dat er een fout en viezig sfeertje hangt als er gemarteld wordt, maar opvallend genoeg is dat dus niet de gehele tijd het geval. De precisie van het sadistische veldwerk bezit een lugubere schoonheid. De werking die er van uitgaat is dubbel. Het fascineerde me. En het vervulde me tegelijkertijd met afschuw.

De film doet het met drie personages. Twee slachtoffers en een freak. De freak speelt zijn rol fantastisch. Koud. Gevoelloos. Hoffelijk. Beschaafd. Gestructureerd. Zijn psychopatische uitwassen onder controle. Hij is eng.

Als kijker zou je waarschijnlijk medelijden moeten voelen met de slachtoffers. Vreemd genoeg is dat gevoel er amper. Ook al doet de film wel z'n best om via enkele zoetige flashbacks een gevoelsband te kweken. Dat lukt niet. Weer teruggekeerd naar het edele veldwerk, zijn de weeïge flashbacks weer snel vergeten. Empathie is gedoemd te mislukken in dit scenario.

Interessant om eens een film te aanschouwen die zich puur op martelpraktijken richt. Omdat er geen betrekking tot de personages is, keek ik nogal klinisch. Mijn aandacht ging vooral uit naar de effecten, naar de gore. Die waren dik in orde. De personages deden er eigenlijk niet toe. Dat vond ik opvallend en een beetje onrustbarend.

Fijn dat de film 73 minuten duurde. Meer dan genoeg voor mij. Ik heb mij vermaakt, maar nog meer martelpraktijken hadden de waardering verminderd. Nog een handeling met naald en draad, met schaar of met de botte bijl zou mij toch teveel zijn gaan tegenstaan. Genoeg is genoeg.

Het was daarom erg prettig dat de laatste afschuwelijke scène behalve een huivering ook een lach teweeg bracht. Japanse humor is vreemd maar zorgde aan het eind gelukkig wel voor de broodnodige comic relief.

Gutterballs (2008)

Een film vol puberaal gebabbel en slechte acteurs in een lam verhaaltje. Erg treurig. Erg amateuristisch.

En dat niet alleen. De film zit ook nog eens vol expliciet naakt. In z’n algemeenheid niet erg, maar hier wel. Erg aantrekkelijk wordt het naakt hier niet gepresenteerd. De naaktscènes zijn veelal slecht gefilmd en krijgen een extra ranzig randje door de camera dicht op de huid bij de (veelal) onaantrekkelijke personages te plaatsen. Het is alsof je er bij bent. En die suggestie geeft geen prettige erotische werking. Nee, er is ook op dat vlak weinig reden tot vreugde.

Het enige dat de film goed doet is de uitvoering van de gore. Die ziet er prima uit. De bloederige momenten zijn de hoogtepuntjes in de film. Als er gekilled wordt is de film opeens leuk. Daarbij is het fijn om te weten dat er geen gladde CGI aan te pas komt, maar dat de effecten ouderwets tot stand zijn gekomen.

Wel wat jammer dat de effecten pas relatief laat in de film aan de orde zijn. Voor mij was het flink doorbijten tot die momentjes aanbraken. Flink doorbijten tot er eindelijk iets gebeurde dat een beetje opwindend was.

De rest was echt niet best.

Gwen (2018)

Gwen is een donker drama met mysterieuze elementen dat zich in een historische setting afspeelt. Wales 1855. Regisseur William McGregor schetst met mistige, kille en troosteloze beelden de tragische transformatie van Gwen naar de volwassen wereld. Een wereld vol verantwoordelijkheden en gevaren.

De wonderschone Welshe natuur is de setting van deze film. De natuur is prachtig maar ook ruig, desolaat en genadeloos en sluit prachtig aan bij de duistere realiteit waarmee de personages worden geconfronteerd. Oftewel, hoe een idyllische plek tot een voorportaal van de hel wordt waar mensen dingen doen die gruwelijk en kwaadaardig zijn.

De film spreekt vooral in beelden. Dialogen zijn er weinig. Het duistere verhaal ontvouwt zich in zwijgzaamheid. De beide hoofdpersonages uiten alle ellende bijna uitsluitend door miniek en gebarentaal. En dat gebeurt niet heel uitgesproken. Dat gebeurt in alle opzichten heel minimalistisch.

De sombere beelden bezorgen de film vanaf het begin heel effectief een pertinent grauw randje. Stilte en onbarmhartige omgevingsgeluiden maken het af door de film definitief van een akelige en onheilspellende sfeer te voorzien. Een sfeer die tevens isolement en eenzaamheid ademt. Ja, het is een behoorlijk deprimerende film.

De sounddesign mag er dus wezen. De omgevingsgeluiden verlenen extra kou aan de beelden. De score beviel daarentegen matig. Die accentueerde naar mijn smaak teveel de kilte en de somberheid van de beelden en veroorzaakte onrust in mijn concentratie en inleving. Gevalletje overkill. Wat mij betreft boden stilte en natuurlijke geluiden voldoende klankondersteuning.

Gwen is een hele acceptabele historische Coming of Age vol ijselijke verschrikkingen in een onvriendelijk Wales. Traag sudderend. Zonder opsmuk. Rauw, hard en realistisch. Met veel sfeer en weinig verhaal.

Goed.