Meningen
Hier kun je zien welke berichten rcuppen79 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Mad Max (1979)
Eerste film uit de Mad Max-reeks, die de carrière van de destijds 23-jarige Mel Gibson lanceerde. De film werd gemaakt voor het schamele budget van 650.000 Australische dollars (ongeveer 575.000 dollar). Ondanks dit schamele budget bevat de film enkele goed gefilmde achtervolgingen en uitstekend stuntwerk.
De actie is behoorlijk grof, ondanks dat er weinig expliciet geweld daadwerkelijk wordt getoond. Tegenwoordig heeft de film de tand des tijds met moeite doorstaan. Het tempo ligt erg laag en het duurt ruim een uur voordat er daadwerkelijk echt wat gebeurd, en dan is de film al bijna afgelopen. Mel Gibson moet nog groeien als acteur en heeft hier nog weinig van zijn kenmerkende humor of charme.
Een revolutionaire actiefilm is Mad Max niet. Ook niet voor zijn tijd.
Mad Max 2 (1981)
Alternatieve titel: Mad Max 2: The Road Warrior
The Road Warrior is het vervolg op Mad Max uit 1979. Ze wordt door velen gezien als het beste deel uit de originele Mad Max-trilogie. Het origineel vond ik niet zo heel bijzonder. Een leuk filmpje om een keer te kijken, maar ook niet veel meer dan dat. Voor deel 2 had ik dan ook niet bijster hoge verwachtingen.
Mad Max 1 was destijds voor een appel en een ei gemaakt, maar was een enorm succes in de bioscopen. Het budget voor Mad Max 2 werd dan ook opgeschroefd naar 4,5 miljoen Australische dollars (ongeveer 4 miljoen Amerikaanse dollars) en dat valt ook aan de film af te zien. George Miller is een regisseur die goed gebruik weet te maken van zijn bescheiden budget. De film kent een aantal uitmuntende actiescènes, waaronder de achtervolging aan het einde van de film. Dat is een sterk staaltje filmtechniek, met uitstekend camerawerk van Dean Semler.
Op het gebied van actie is Mad Max: The Road Warrior een duidelijke verbetering op z’n voorganger. Het is jammer dat ze inhoudelijk bitter weinig te bieden heeft. Het verhaal is vrij eenvoudig en niet meer dan een kapstok voor de vele actiescènes. De karakters zijn ééndimensionaal en het is jammer dat Miller niet verder gaat met het uitdiepen van het karakter Mad Max. In de eerste film verloor Max zijn vrouw en kind, maar met dat gegeven wordt hier bitter weinig gedaan. Hij is nu gewoon de zwijgzame anti-held. Ook de bijfiguren zijn ditmaal een stuk minder interessant dan in het origineel. In dit vervolg wordt gewoonweg nauwelijks aandacht besteedt aan het uitwerken van de karakters. De schurken in deze film zijn zo over-the-top dat ze eerder op de lachspieren werken. Met name Lord Humungus is een sterk staaltje kitsch. Als Conan The Barbarian deel zou uitmaken van de groep The Village People, zou hij er waarschijnlijk zo uitzien.
Op actiegebied scoort Mad Max 2 een 9, maar inhoudelijk een 3.
Mamma Mia! (2008)
Alternatieve titel: Mamma Mia! The Movie
Leuke musical waarbij de liedjes van ABBA prima zijn omgevormd tot een verhaal. Amanda Seyfried is een ware vondst als het hoofdpersonage Sophie en is duidelijk de beste zangeres van de cast. Ook Meryl Streep verbaasd met haar stemgeluid. Helaas stellen de de zangkwaliteiten van een groot deel van de overige castleden teleur. Pierce Brosnan, Stellan Skarsgaard en Colin Firth zijn alle drie slechts matige zangers en ook geen bijster goede dansers.
De film is behoorlijk zoetsappig, maar verdient een pluim voor de prachtige locaties waar de aanstekelijke nummers van ABBA goed tot hun recht komen.
Man of Steel (2013)
In de afgelopen 15 jaar worden de bioscopen overspoeld door verfilmingen van diverse Amerikaanse superhelden. Het mag dan ook verwonderlijk zijn dat de bekendste en meest succesvolle superheld ooit, nauwelijks zijn gezicht heeft laten zijn gedurende die periode.
In 2006 verscheen de film Superman Returns van regisseur Bryan Singer, maar die film werd een artistieke flop en was ook niet het succes waarop men had gehoopt. Het roer moest daarom omgegooid worden. De banden met de oude Superman-films van Christopher Reeve werden doorgeknipt en Man Of Steel is een volledig nieuwe interpretatie van de bekende superheld.
Regisseur Zack Snyder heeft met films als 300, Watchmen en Sucker Punch aangetoond een begenadigd regisseur te zijn, wanneer het om visuele kwaliteit gaat. Wat zijn films echter misten was inhoud en hiervoor werd producer Christopher Nolan aangetrokken. Deze heeft met de Batman-trilogie één van de beste superheldenfilms ooit gemaakt en een combinatie tussen hem en Snyder deed vele comicfans watertanden. Het zag er dan ook allemaal zeer belovend uit, maar helaas is het eindresultaat teleurstellend.
De film steunt erg op z’n visuele kwaliteiten en helaas zijn deze niet al te best. De trucages zien er op sommige momenten erg nep uit en dat is toch wel opmerkelijk voor een film uit 2013 met een budget van 225 miljoen dollar. Inhoudelijk is ze niet veel beter. De film steunt vooral op haar visuele kwaliteit en met name in de tweede helft doet het verhaal er nauwelijks meer toe. De eerste helft is echter wel goed en bevat goede vertolkingen van oudgedienden Kevin Costner en Diane Lane als Clark Kent’s vader en moeder. Ook Russell Crowe heeft een korte doch goede bijrol als Superman’s vader Jor-El. De overige karakters worden echter nauwelijks tot niet uitgewerkt. De Britse Henry Cavill ziet er uit als de perfecte Superman en bracht behoorlijk wat uren door in de sportschool om ook een overtuigende fysiek op te bouwen. Hij krijgt echter maar weinig ruimte om te schitteren en zijn Superman is dan ook maar een saaie piet. Ook z’n relatie met Loïs Lane komt nauwelijks uit de verf. Michael Shannon van de tv-serie Boardwalk Empire speelt een aardige schurk als Generaal Zod, maar het wachten blijft op Superman’s aardrivaal Lex Luthor.
Wat me ook enorm stoort aan die superhelden films, is dat de film bewust bepaalde verhaallijnen niet uitwerkt, i.v.m. eventuele vervolgen. Deze eerste Man of Steel film dient dan ook als opwarmertje voor de films die nog gaan komen. Hierdoor worden een hoop bijfiguren nauwelijks uitgewerkt. Het grootste gemis is toch wel het ontbreken van Superman’s alter ego Clark Kent. Superman is en blijft een eendimensionaal karakter, en zijn alter ego was altijd een stuk interessanter. We zien hem wel, maar hij is nog niet de Clark zoals we hem kennen.
Als individuele film is Man of Steel daarom niet bijster geslaagd en haalt ze niet het niveau van de oude Superman-films van Christopher Reeve (de eerste twee althans) of zelfs het niveau van Superman Returns. De actie doet een beetje aan als een grafisch videospel en ook de humor wordt hier node gemist. De hoge verwachtingen werden bij mij dan ook niet waargemaakt.
Many Adventures of Winnie the Pooh, The (1977)
Alternatieve titel: Het Grote Verhaal van Winnie de Poeh
Ik ben geen fan van Winnie de Poeh, dus deze film kon mij totaal niet bekoren.
deze tekenfilm bestaat uit drie eerder verschenen korte tekenfilms. Het tempo is traag, de stemmencast is behoorlijk kinderachtig en ook de verhalen spreken niet erg tot de verbeelding.
Marriage-Go-Round, The (1961)
The Marriage-Go-Round is een Amerikaanse komedie gebaseerd op het gelijknamige theaterstuk uit 1958 van schrijvier Leslie Stevens (die ook het filmscript verzorgde).
Het theaterstuk was eind jaren 50 een grote hit op Broadway. Ook hierin speelde Julie Newmar de hoofdrol, tegenover o.a. Claudette Colbert. Newmar won destijds een Tony Award voor haar rol en doet haar rol hier dunnetjes over en vormt met haar nagenoeg perfecte uiterlijk het hoogtepunt van een verder vrij tamme komedie. Het duo Susan Hayward en James Mason is minder overtuigend.
Buiten de fysieke attributen van Newmar heeft deze film bitter weinig te bieden. In tegenstelling tot het succes in de theaters, was de film een flop in de bioscopen. Tegenwoordig is de film bovendien behoorlijk gedateerd.
Mary Poppins (1964)
Mary Poppins is een musical gebaseerd op het boek van P.L. Travers.
De muziek van de broers Richard en Robert Sherman is voortreffelijk en staat zelfs op de dag van vandaag nog als een huis. Julie Andrews is voortreffelijk als Mary Poppins (hoewel haar karakter sterk afwijkt van het boek), maar ook de rest van de cast is uitstekend. David Tomlinson is het schoolvoorbeeld van een stijve Brit, Dick van Dyke is misschien wat overdreven maar zorgt wel voor de luchtige toon, en ook de twee kinderen Karen Dotrice en Matthew Garber imponeren.
Het enige minpunt dat je misschien zou kunnen noemen is de lange speelduur, want met 139 minuten is de film aan de lange kant. Hoewel de film een succes was en bejubeld werd door de critici, was schrijfster P.L. Travers allerminst blij met deze verfilming. Ze vond het jammer dat de koude en kille Mary Poppins in het boek werd veranderd in een lieve en vriendelijke kinderjuf. Ook was ze niet te spreken over de muziek en enkele wijzigingen die in het scenario werden doorgevoerd. Toch rijst de vraag of iemand zich op de dag van vandaag nog zou herinneren wie Mary Poppins is, als deze film niet gemaakt zou zijn geworden.
Mask of Zorro, The (1998)
Heerlijke avonturenfilm die tevens een ode is aan de oude swashbuckler-films van de jaren 30 en 40.
De film ziet er niet alleen prachtig uit, maar wordt ook met de nodige humor verteld. Dat ze hierbij af en toe te ver gaat is de film vergeven. De Zorro van Antonio Banderas is behoorlijk clownesk en mijn voorkeur gaat dan ook naar acteurs als Guy Williams of Duncan Regehr, die de rol van Zorro iets serieuzer vertolkten. De rest van de vertolkingen zijn echter prima. De beeldschone Catherine Zeta-Jones steelt de show.
De actie is echter magistraal met duizelingwekkende stunts en uitstekende choreografie. De muziek van James Horner zet de sfeer en ook de fotografie van Phil Meheux verdient een pluim.
Regisseur Martin Campbell stak eerder de James Bond-reeks met de film GoldenEye in een modern jasje en dat doet hij hier ook met The Mask Of Zorro.
Masters of the Universe (1987)
Als kind van de eighties ben ik natuurlijk opgegroeid met He-Man en de Masters of the Universe, die midden jaren 80 toch wel behoorde tot het populairste speelgoed in die tijd. Ik was toendertijd waarschijnlijk één van de grootste fans met talloze actiepoppen, strips, boeken en natuurlijk de tekenfilmserie die destijds werd uitgezonden.
Toen die film in 1987 in de bioscoop kwam, moest ik hem natuurlijk zien. Helaas was hij voor 12 jaar en ouder (ik was 7 toendertijd) en mocht ik er van mijn moeder in eerste instantie niet naartoe. Dankzij een tekenwedstrijd won ik echter een bioscoopkaartje en kon ik de film alsnog zien. Toendertijd moest ik het in de bioscoop vooral doen met tekenfilms, dus deze actiefilm was voor mij wel een happening. De film maakte toen een diepe indruk op mij en ik weet niet hoe vaak ik deze film wel niet in mijn kindertijd heb gezien.
Voor mij is dit dus jeugdsentiment. Dat de film niet al te best is, kan ik nog wel door de vingers zien. Als verfilming heeft ze bitter weinig gemeen met haar bronmateriaal. Dat zal ongetwijfeld voor een deel te maken hebben gehad met het budget van 17 miljoen dollar (geen al te hoog bedrag, zelfs niet voor die tijd). Hierdoor was het waarschijnlijk onmogelijk om de planeet Eternia en al haar inwoners naar het witte doek te verplaatsen. In plaats daarvan speelt de film zich voor het grootste deel af op de planeet Aarde. Geld voor figuranten was er blijkbaar ook niet, want als op het einde het volledige leger van Skeletor op Aarde arriveert is er werkelijk geen hond op straat.
Volgens mij werd deze film destijds omschreven als de Star Wars van de jaren 80 (maar volgens mij zijn The Empire Strikes Back en Return of the Jedi dat al). Deze film heeft ook meer gemeen met die filmreeks dan met de tekenfilmserie/stripboeken uit de jaren 80. Het verhaal is rommelig, maar niettemin onderhoudend. Ook het acteerwerk is niet om naar huis te schrijven, alhoewel ik Frank Langella tot op de dag van vandaag geweldig vind als Skeletor. Hij is dan ook het sterkste punt van deze film.
Visueel heb ik niets op de film aan te merken. De kostuums en decors zien er fraai uit, en de make-up is indrukwekkend. De trucages van effectengoeroe Richard Edlund zijn redelijk, maar ook hier is het beperkte budget merkbaar. De aanstekelijke muziek van Bill Conti is prima (ook al heeft ze verdacht veel weg van het werk van John Williams).
Ondanks z'n zwakheden blijft Masters of the Universe dus een onderhoudende actie/sf-film.
Matrix, The (1999)
Heerlijke sf-klassieker met de nodige actie. Een leuk doch vrij gecompliceerd verhaal, baanbrekende actie en leuke vertolkingen van de gehele cast, waarbij met name de Australische acteur Hugo Weaving opvalt.
De film was destijds behoorlijk vernieuwend, maar voelt tegenwoordig behoorlijk gedateerd aan. Niettemin staat het verhaal en de actie nog altijd als een huis.
Meet the Robinsons (2007)
Meet The Robinsons doet wat mij betreft samen met Chicken Little en Winnie The Pooh een gooi naar de slechtste animatiefilm van Disney.
De film is erg losjes gebaseerd op het boek “A Day With Wilbur Robinson” van schrijver William Joyce. Gedurende de productie van Meet The Robinsons nam Disney de studio Pixar over. Deze waren de markleider op het gebied van computeranimatie. John Lasseter werd het nieuwe hoofd bij Disney en bemoeide zich meteen met de productie van deze film. Hierdoor werd bijna 60% van de oorspronkelijke film geschrapt en opnieuw gedaan.
Het resultaat is allesbehalve goed te noemen. Het script is rommelig, de animatie is pover en de karakters komen nergens uit de verf. Ook de humor slaat niet aan. In niets lijkt Meet The Robinsons op een Disney-film die past in het rijtje van de voorgaande 46 animatiefilms. Al met al dan ook een teleurstellende animatiefilm, die het ook niet al te best deed aan de bioscoopkassa’s.
Megamind (2010)
Alternatieve titel: Megamind: Superschurk
Leuke animatiefilm van de filmstudio DreamWorks. De film deed me wel denken aan The Incredibles, één van de betere animatiefilms van Pixar. Ook hier spelen superhelden een grote rol, alleen is het hoofdpersonage ditmaal geen superheld, maar een superschurk.
De animatie is voortreffelijk en het (voorspelbare) verhaal wordt met veel humor verteld. De film had wel wat meer actie kunnen gebruiken, want er gebeurt maar betrekkelijk weinig in de film. Ze is dan ook meer gericht op de humor dan op de actie.
Minoes (2001)
Alternatieve titel: Miss Minoes
Minoes is gebaseerd op het gelijknamige kinderboek van Annie M.G. Schmidt uit 1970. Dit boek werd in 1971 bekroond met een Zilveren Griffel. Het boek werd tot filmscenario bewerkt door Burny Bos, Tamara Bos en regisseur Vincent Bal.
Producent Burny Bos oogstte eind jaren ’90 veel succes met de jeugdfilm Abeltje, eveneens gebaseerd op het werk van Annie M.G. Schmidt. Deze film was het begin van de verfilmingen van bekende jeugdboeken die uiteindelijk de Nederlandse film uit een diep dal wisten te trekken. Ook Minoes was een daverend succes in de bioscopen. Met een budget van bijna twaalf miljoen gulden was de film één van de duurste kinderfilms ooit. In Nederland wist ze echter ruim 800.000 bezoekers naar de bioscoop te lokken, waarmee ze de best bezochte Nederlandse film van 2001 was.
Ik heb de film destijds in de bios gezien, maar een 2e kijkbeurt is er om de één of andere reden nooit van gekomen. Afgelopen week heb ik de film dan toch via Netflix een herziening gegeven. Minoes is een uiterst charmante kinderfilm, die wel duidelijk op een jonger publiek is gericht. Dit is ook wel te merken aan het acteerwerk, waarbij karakteristieke eigenschappen behoorlijk aangedikt worden. Met name Pierre Bokma schmiert er behoorlijk op los, maar doet dat zoals gewoonlijk weer erg solide. Hij is dan ook één van de betere punten van deze film. De destijds 24-jarige Carice van Houten valt ook op in haar rol en ze laat hier al duidelijk zien dat ze één van de meest talentvolle actrices van Nederland was. Een talent dat uiteindelijk uitgroeide tot één van de beste en meest succesvolle actrices van Nederland. Theo Maassen als verlegen journalist voldoet, maar is duidelijk niet het sterkste punt van de film. Ook de bijrollen zijn niet allemaal even geslaagd, waarbij ik met name Jack Wouterse vond tegenvallen.
Visueel is de film geslaagd te noemen, al vraag ik me wel af waar die 12 miljoen gulden in zijn gaan zitten.
De trucages van de pratende dieren zijn geslaagd, maar de decors en kostuums vond ik behoorlijk pover. De mooie muziek van Peter Vermeersch maakte echter weer veel goed, waardoor Minoes in zijn geheel toch een uiterst geslaagde Nederlandse kinderfilms is geworden.
Miracle on 34th Street (1994)
Miracle On 34th Street is een remake van de gelijknamige film uit 1947. Die film wordt gezien als een echte Kerstklassieker (althans in de VS) en won destijds 3 Oscars, waaronder Edmund Gwenn als Kris Kringle.
In deze film heeft Richard Attenborough de zware taak om in Gwenn’s voetsporen te treden en doet dat uitermate verdienstelijk. Attenborough is veruit het beste punt van deze verder vrij middelmatige Kerstfilm die bol staat van de clichès. Deze remake werd dan ook matig ontvangen door zowel pers en publiek. ‘Een sentimentele draak’ werd de film destijds genoemd, en dat is een treffende omschrijving, gezien het wel erg kleffe einde. Perkins en McDermott zijn als koppel niet bepaald geloofwaardig en de destijds 7-jarige Mara Wilson werkt vooral op de zenuwen met haar betweterige uitspraken.
Het verhaal is niet onaardig en weet dankzij de innemende vertolking van Attenborough nog wel de aandacht vast te houden. De rest van de cast kan echter niet in zijn schaduw staan.
Wel grappig dat men in deze film beweert dat Santa Claus in Nederland Sinterklaas wordt genoemd. Dan hebben de makers toch betrekkelijk weinig research gedaan.
Moana (2016)
Alternatieve titel: Vaiana
56e avondvullende animatiefilm van Disney en alweer de 7e die is geregisseerd door het regisseursduo John Musker en Ron Clements. Deze twee waren in het verleden verantwoordelijk voor klassiekers als The Little Mermaid en Aladdin. Met de film Moana keert Disney weer terug naar hun vertrouwde reeks van films waarin een prinses (of in dit geval de dochter van een stamhoofd) de hoofdrol speelt. Verwacht echter geen tweede Frozen, daarvoor zijn de liedjes niet memorabel genoeg en blijft de film helaas te zeer binnen de lijntjes. Er had wel wat meer pit in gemogen, want nu blijft de film erg braaf en is ze vanaf de eerste minuut voorspelbaar.
De prachtige animatie maakt echter veel goed. Het hoofdfiguur Moana is een sterk staaltje animatietechniek met haar golvende haar. De halfgod Maui steekt hier maar schril tegen af. Het figuur heeft meer weg van die dikzak uit Lost, dan van een gespierde halfgod en wederom heeft Disney gekozen om deze held te voorzien van een babyface. Of het aan de CGI-animatie ligt weet ik niet, maar bij traditionele animatiefilms zagen de helden er toch een stuk imposanter uit.
Voor fans van traditionele Disney-films in de lijn van The Little Mermaid, Aladdin, Tangled en Frozen is Moana een zeer genietbare animatiefilm. Geen topper à la The Little Mermaid, maar niettemin leuk voor ruim anderhalf uur vermaak.
Monsters, Inc. (2001)
Alternatieve titel: Monsters en Co.
Heerlijke animatiefilm die met name op het gebied van animatie een behoorlijke stap vooruit is ten aanzien van de voorgaande Pixar-films. Met name het harige monster Sully vind ik een sterk staaltje computeranimatie.
Het verhaal vond ik echt geweldig, evenals de humor. Nog altijd vind ik dit een van de beste animatiefilms van Pixar.
Moonwalker (1988)
Ik weet niet of je dit wel een film kunt noemen. De eerste helft bestaat vooral uit compilatiefilmpjes van de videoclips van Michael Jackson. De tweede helft bestaat uit een rare film waarin Michael Jackson het op moet nemen tegen een duivelse drugsdealer in de vorm van Joe Pesci.
Het hoogtepunt van Moonwalker is ongetwijfeld de video-clip “Smooth Criminal”, die hier in zijn volledige versie te zien is. Voor de rest is Moonwalker een onevenwichtige film die meer weg heeft van egotripperij van Michael Jackson.
Michael Jackson was een muzikaal genie en het is algemeen bekend dat genieën wel eens rare dingen doen. Deze film is daar een goed voorbeeld van. Wat Michael Jackson hier nu werkelijk mee wilde bereiken is onduidelijk en de boodschap die hij wilde uitdragen is bij mij in ieder geval niet aangekomen.
Mummy, The (1999)
Heerlijke avonturenfilm die meer weg heeft van Indiana Jones, dan van de gelijknamige film uit 1932 met Boris Karloff.
De film is dan ook vooral gericht op familie-entertainment. Echt origineel is het allemaal niet, maar toch is ze bijzonder vermakelijk. Het verhaal wordt vlot verteld en zit boordevol goede actiescènes. De trucages van Industrial Light & Magic verschillen nogal van kwaliteit, maar het belangrijkste effect, de Mummie zelf, ziet er prima uit. Arnold Vosloo is uitstekend op dreef ondanks het feit dat hij amper tekst heeft. De rest van de cast doet het ook behoorlijk. Brendan Fraser is een leuke rip-off van Indiana Jones en Rachel Weisz is zijn volledige tegenpool. John Hannah zorgt voor de komische noot.
Het resultaat is een vlotte avonturenfilm die geen moment verveeld. De aankleding en decors zijn indrukwekkend en het camerawerk is prima en dragen uitstekend bij aan de sfeer van de film.
Muppet Christmas Carol, The (1992)
The Muppet Christmas Carol is de Muppet-versie van het beroemde Kerstverhaal van Charles Dickens. Dit verhaal is al zo vaak verfilmd dat het moeilijk is om nog origineel uit de hoek te komen. Deze versie slaagt hier echter wonderbaarlijk in, dankzij humor en soms aanstekelijke liedjes.
Niet elk liedje is even geslaagd, maar ze geven de film wel een bepaalde sfeer mee. Ikzelf heb niet zo heel veel met de Muppets, maar de poppen vond ik hier best goed gedaan. Met name de Geest van Kerstmis Heden was erg leuk. Daarnaast speelt Michael Caine één van de beste versies van de beroemde Ebenezer Scrooge.
Het verhaal is niet erg getrouw aan het boek en is op een aantal punten behoorlijk ingekort. Toch is het allemaal sfeervol verfilmd, wat wel past bij een film als deze. Zeker niet de beste verfilming van het beroemde verhaal, maar wel één van de leukste. Mede hierdoor is The Muppet Christmas Carol ook een film die ik geregeld tijdens de Kerstdagen bekijk.
