Meningen
Hier kun je zien welke berichten mrklm als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Spy (2015)
Susan Cooper [Melissa McCarthy] is een volleerde CIA-agente maar heeft tot nu toe uitsluitend gewerkt als bureauagente en assisteert Bradley Fine [Jude Law, die een aardige sollicitatie doet voor de rol van James Bond] tijdens diens veldoperaties. Wanneer meestercrimineel Tihomir Baoyanov [Raad Rawi] een lijst van alle actief agenten weet te bemachtigen en deze openbaar maakt, kan geen enkele CIA-agent nog undercover werken... behalve Susan. CIA-baas Elaine Crocker [Allison Janney] heeft dan ook geen andere keus dan Susan in te zetten wanneer blijkt dat zakenman De Luca [Bobby Cannavale] een sleutelrol blijkt te spelen in een terroristisch netwerk. Suan krijgt hulp van haar overenthousiaste vriendin Nancy [Miranda Hart] maar had er niet op gerekend dat de ontmaskerde CIA-agent Rick Ford [Jason Statham] zich op eigen houtje met operatie zou bemoeien. Na de succesvolle buddyfilm The Heat met Sandra Bullock blijktMcCarthy zich als een vis in het water te voelen, ook naast Jason Statham die – tot verrassing van velen – met overtuiging en zichtbaar plezier zijn filmimago op de hak neemt. Ook Law en Hart leveren uitstekend werk af, maar de meeste eer gaat naar Paul Feig die precies de juiste middenweg tussen komedie en actie bewaakt en bovendien het tempo er heerlijk in houdt.
Spy in Black, The (1939)
Alternatieve titel: U-Boat 29
De eerste samenwerking tussen Emeric Pressburger (als scenarist) en Michael Powell (als regisseur) is om die reden een must voor fans van het legendarische duo. Het is een verhaal over spionage op het Schotse platteland ten tijde van WOI, waarbij de kust van Schotland een belangrijke strategische rol speelde in de strijd tegen de Duitse U-boten. Het verhaal over een Duitse onderzeebootkapitein [Conrad Veidt] die met behulp van een spion informatie moet inwinnen over de Britse vloot is sfeervol gefilmd, zit vol interessante karakters en amusante dialogen. Wat opvalt is dat - afgezien van de Duitse kapitein - iedereen een schurk kan zijn, alsmede dat vrouwen een (voor die tijd zeker) buitengewoon belangrijke rol spelen. Die bijzondere elementen zijn typerend voor het oeuvre van Powell en Pressburger en maken deze spionagethriller met humoristische elementen zeker een kijkje waard.
Spy Kids: All the Time in the World in 4D (2011)
Alternatieve titel: Spy Kids 4
Marissa Wilson [Jessica Alba] leidt een dubbelleven als brave moeder van Rebecca [Rowan Blanchard] en Cecil [Mason Cook] en als topspion. Ze is bovendien in het bezit van het enige middel dat kan voorkomen dat de mysterieuze “Time Keeper” alle tijd van de wereld in handen krijgt. Wilbur en Rebecca volgen een spoedcursus ‘Spy Kids’ met behulp van hun hond Argonaut (met de stem van Ricky Gervais) in deze vlotte en visueel geslaagde SF-komedie die ten onder gaat aan een overdosis infantiele grappen met de nadruk op datgene wat we via onze lichaamsgaten naar buiten werken. Blanchard en Cook zijn niet de leukste thuis. Oorspronkelijke Spy Kids [Carmen] Alexa PenaVega en Juni [Daryl Sabara] komen ook nog even opdraven.
Spy Kids: Armageddon (2023)
Gameontwikkelaar Rey Kingston [Billy Magnusson] hackt de Armageddon Code die in handen was van spionnenechtpaar Tango [Zachary Levi] en Torrez [Gina Rodriguez] door misbruik te maken van de gameverslaving van hun kinderen Tony [Connor Esterson] en Patty [Everly Carganilla]. Met die code heeft Kingston de controle over alle devices in de helft van de wereld. Om de volledige controle te krijgen, moet hij het in een rechtstreeks duel opnemen tegen de familie Tango-Torrez. Het peil van deze franchise zakt naar een nog bedroevender niveau dankzij erbarmelijk acteerwerk, vooral van de twee ronduit irritante kinderen, en een tweeslachtige benadering van geweld en gameverslaving. Magnusson blijft overeind als ‘The King’. Jammer dat hij niet in staat in was om in werkelijkheid de stekker uit dit abominabele gevalletje te trekken.
Spy Next Door, The (2010)
Alternatieve titel: Spy Daddy
Gillian [Amber Valetta] heeft een goede klik met haar vriendelijke buurman Bob [Jackie Chan], maar haar kinderen vinden hem maar een stijve hark. Wanneer haar vader ernstig ziek wordt, heeft Gillian geen andere keuze dan Bob te vragen om op haar kinderen te passen. Wat zij niet weet, is dat Bob een geheim agent is. Wat Bob niet had kunnen bevroeden, is dat zijn aartsvijand Anton Poldark [Magnús Scheving] hem zou opsporen. Met een opstandig tienermeisje [Madeline Carroll], een nerd [Will Shadley] die het doelwit is van pestkoppen en een onvoorspelbare kleuter [Alina Foley] zijn alle clichés aanwezig in deze kindvriendelijke, afgezaagde actiekomedie waarin vooral Shadley op de zenuwen werkt. Gelukkig zijn er de traditionele circusachtige actiescènes om je wakker te houden.
Spy Who Dumped Me, The (2018)
Alleen de titel is slechter. Teveel expliciet geweld, te weinig (geslaagde) grappen in een film met een ernstige identiteitscrisis. Het begint in een mistroostig Litouwen met The Wind Of Change [1990], beelden uit ALF [1986-1990] en Mila Kunis die Nintendo Duck Hunt speelt. Alles wijst er op dat moment op dat de film zich in 1990 afspeelt, tot de onvermijdelijke mobiele telefoon langskomt. Waarom dan al die 90s-verwijzingen? Affijn, er is een verhaal, maar dat klopt van geen kanten. Sowieso is het moeilijk te geloven dat de saaie Audrey [Mila Kunis] en de hyperactieve, ronduit irritante Morgan [Kate McKinnon] elkaars beste vriendinnen te zijn, maar het is duidelijk niet de bedoeling de kijker te voorzien van enige logica. McKinnon toonde in Saturday Night Live dat ze één van de grappigste vrouwen ter wereld kan zijn, maar regisseur Susanne Fogel slaagt er niet in McKinnons wilde komische stijl (die perfect werkt bij haar geniale imitatie van Hilary Clinton bijvoorbeeld) te temperen en het resultaat is een onbeheerste vertolking die - net als haar karakter overigens - 'a bit much' is. Had als actiefilm geslaagd kunnen zijn zonder de belegen (seksuele) grappen, had een acceptabele komedie kunnen zijn zonder de overdaad aan explosies, bloedvergieten en ander gewelddadig gedoe. Nu is het vleesch noch visch, oftewel helemaal niks.
Square, The (2017)
Episodische film over het gebrek aan wat scenarist/regisseur Ruben Östlund ziet als 'menselijkheid'. Östlund maakt zijn punt al vroeg in de film, laat die zelfs letterlijk uitspreken door de overenthousiaste bedenkers van een reclame-campagne voor het museum in Stockholm waarvan Christian [Claes Bang] de curator is. Het gebrek aan dramatische opbouw en de rommelige structuur doet de aandacht regelmatig verslappen in een film die drie bijzonder geslaagde scènes heeft: een scène op een plein waar een vrouw om hulp roept omdat haar man haar dreigt te vermoorden, een confrontatie tussen een medewerker [Christopher Læssø] van Christian met een 12-jarige jongen [een uitblinkende Elijandro Edouard] die genoegdoening eist omdat Christian hem in een brief (indirect en onterecht) heeft beschuldigd van diefstal en een 'performance' tijdens een diner in een restaurant waarbij de kunstenaar [Mikael Olsson] de grenzen van de menselijkheid op confronterende en onvergetelijke wijze aftast. Maar er is niets wat de overdadige speelduur - een spijtige trend bij films die in Cannes hoge ogen scoren - rechtvaardigt.
Sr. (2022)
Een diep persoonlijk document over de relatie tussen een vader en een zoon die op eigenzinnige wijze hun sporen hebben verdiend in de filmwereld. Downey Sr. is het anker en vanaf het begin is duidelijk dat de in 2019 begonnen film in ieder geval het overlijden van Robert Downey Sr. zal bevatten, De zoon probeert zijn vader interessante uitspraken te ontlokken, maar stuit veelal op cryptische, dan wel ontwijkende antwoorden die zo typerend zijn voor Sr. dat hij er had om kan lachen. Bevat beelden uit Downey Sr,’s vroege werk, aangevuld met interviews met betrokken acteurs crewleden, maar onderzoekt ook wat voor invloed vader heeft gehad op zijn zoon, alsmede hoe die invloed doorwerkt in de relatie tussen Robert Downey Jr. en diens kinderen.
Srpski Film (2010)
Alternatieve titel: A Serbian Film
Om zijn gezin te onderhouden laat een voormalige pornoster [Srdjan ‘Zike’ Todorovic] zich door een oud-collega [Katarina Zutic] overhalen mee te werken aan een lucratief project van de artistieke pornoregisseur Vukmir [Sergej Trifunovic]. Die heeft nogal bizarre ideeën met betrekking tot kunst en dient Milos een drug toe om over te gaan tot de meest walgelijke seksuele praktijken. Geen horror, maar softporno met suggestieve montage, irritante geluidseffecten en een hoop gorigheid. Afschuwelijk, maar voor deze saaie horrorfilm is dat geen aanbeveling.
SSSSSSS (1973)
Alternatieve titel: SSSSnake
Mensen met ofidiofobie doen er goed aan deze thriller te mijden. Het begint met de mededeling dat alle reptielen in de film echt zijn en dat de filmmakers de hoofdrolspelers dankbaar zijn voor de getoonde moed. Inderdaad, zo maken ze ze niet meer! Strother Martin verdient in dat opzicht de meeste lof, vooral (maar zeker niet uitsluitend) wanneer hij een levensgevaarlijke Zwarte Mamba temt. De make-up van John Chambers, Nick Marcellino en Daniel C. Striepeke is eveneens bijzonder fraai. Het is alleen jammer dat het meer dan een uur duurt voordat het op gang komt.
SST: Death Flight (1977)
Alternatieve titel: Flight of the Maiden
Van alle bedenkelijke Airport-klonen zou dit wel eens de allerslechtste kunnen zijn. Niemand minder dan Burgess Meredith, Lorne Greene en Susan Strasberg lieten zich betalen om hier aan mee te werken en toen was het budget op. Het resultaat is een beetje sneu: een origami-tuigje moet een supersonisch vliegtuig voorstellen, de achtergrondprojecties zijn van slecht niveau en de sets lijken gestolen uit Ed Woods "Plan 9 From Outer Space". De dialogen zijn vaak ronduit banaal, zeker in de epiloog. Fans van "Airplane!" zullen opmerken dat Peter "Captain Oveur" Graves hier één van de passagiers speelt. Zouden Zucker, Abrahams en Zucker deze film ook gebruikt hebben als studiemateriaal voor hun hilarische parodie? Dikke kans, want dit is vaak hilarisch slecht!
Stage Fright (1950)
Alternatieve titel: Misdaad achter het Voetlicht
De mening zijn sterk verdeeld over dit zonderlinge, maar vermakelijke Hitchcockmysterie. Hitchcock erkende dat de gelogen flashback aan het begin van de film zijn grootste fout was sinds de explosie in Sabotage (1936), maar het past in een verhaal dat bol staat van leugens en bedrog. Jane Wyman, die kort hiervoor een Oscar had gewonnen voor Johnny Belinda, kan prima uit de voeten met haar luchtige rol als de actrice die zich voordoet als een dienstmeisje en zo het vertrouwen weet te winnen van de glamoureuze nachtclubzangeres Charlotte Inwood [Marlene Dietrich] in de hoop bewijs te vinden waaruit blijkt dat zij en niet hoofdverdachten Jonathan Cooper [Richard Todd] verantwoordelijk is voor een moord. Dit is geen traditionele Hitchcockthriller - de aanwezigheid van Alastair Sim en Joyce "Lovely Ducks" Grenfell benadrukt de komische kant - en het scenario is onevenwichtig qua toon, maar wie al met al is dit toch zeer vermakelijk.
Stage Fright (2014)
Een gestileerde onthoofding volgens de traditie van de Grand Guignol belooft veel goeds, maar dit kun je geen horrorfilm noemen. Het speelt zich af tijdens een zomerkamp waar tieners zich kunnen laten scholen op het gebied van allerlei facetten van theater. Dat moet leiden tot een uitvoering van een muzikale variant op The Phantom of the Opera. Teveel slecht gezongen en matig geschreven liedjes als ‘I’m Gay (but not that way)’ die abrupt worden onderbroken door plotselinge gewelduitbarstingen. Sable heeft geprobeerd om onverenigbare genres samen te brengen en bewijst daarmee dat musical, komedie en horror onverenigbaar zijn. Een zonderlinge film maar te onevenwichtig om een cultstatus te verdienen.
Stage Struck (1925)
Gloria Swanson begon haar filmcarrière in de comedystal van Mack Sennett en haar gevoel voor slapstick en de bijbehorende timing komen haar zeer goed van pas in deze vermakelijke komedie. Ze speelt Jennie, een serveerster die droomt dat ze Gloria Swanson is. Niet zozeer omdat ze zo houdt van acteren, maar omdat haar collega Orme [Lawrence Gray] veel meer interesse lijkt te hebben in filmactrices dan in haar. Jennies frustratie neemt toe wanneer een grote show in het dorp arriveert en Orme vastbesloten een date te regelen met topactrice Lillian Lyons [Gertrude Astor], de ster van de show.
Hoewel Swanson in 1925 haar slapstickverleden allang had verruild voor een carrière als de grootste filmdiva van haar generatie, lijkt ze er plezier in te hebben dat imago op de hak te nemen. Ze doet ook een geslaagde persiflage op Nazimova, haar Russische rivaal. Haar pogingen om een groep fabrieksarbeiders te bedienen, haar repetitie met behulp van een knuffelbeest en de bokswedstrijd tegen haar rivale behoren tot de hoogtepunten, maar ook veteraan Ford Serling krijgt de ruimte om te schitteren als de eigenaar van de rondreizende show.
Staircase (1969)
Whoops! Wie kwam er op het waanzinnige idee om Rex Harrison en Richard Burton, twee van de grootste vrouwenverslinders van hun generatie, te casten als Charlie en Harry, een homoseksueel stel dat een kapperszaak runt? Als het je al lukt om je over die verbijstering heen te zetten blijft er niet veel meer over dan een hoop gebakken lucht. De film draait deels om de relatie tussen de twee mannen, maar vooral over de relatie met hun moeders. Charlies moeder [Beatrix Lehmann] weet geen vriendelijk woord te zeggen en Harry's moeder [Cathleen Nesbitt] is ernstig ziek en veeleisend. Een hoop gekibbel, maar vooral een verspilling van talent.
Stake Land (2010)
In een post-apocalyptisch Amerika proberen een vampierenjager [Nick Damici], zijn nieuwste pupil Martin [Connor Paolo], de hoogzwangere Belle [Danielle Harris] en een getraumatiseerde non [Kelly McGillis] de Canadese grens te bereiken in de hoop dat ze daar veilig zijn. Er is niets origineels aan het verhaal en de karakterisering in deze horrorfilm, ook al doet de stemmige score van Jeff Grace je wellicht vermoeden dat hier sprake is van een meer dan gemiddelde diepgang. Daar is echter bar weinig van te merken waardoor de kenners van het post-apocalyptische zwaarmoedige filmgenre hier niet warm voor zullen lopen, ook al is het - zeker gezien het beperkte budget - een competent gemaakt horrordrama.
Stamped from the Beginning (2023)
De ontstaansgeschiedenis van racistische ideeën volgens Ibram X. Kendi maakt innovatief gebruik van animatietechnieken om momenten te reconstrueren uit de levens van de voornamelijk zwarte vrouwen. Hun persoonlijke verhalen. De aandacht voor dichter Philis Wheatley en auteur Harriet Jacobs, die hun werken schreven als tot slaaf gemaakten, is waardevol en Williams weet in ieder geval te prikkelen. Maar deze prekerige lezing over Amerikaans racisme bevat veel uit hun context gehaald quotes zonder bronvermelding en beweringen zonder overtuigend bewijs. Er is geen bewijs dat Thomas Jefferson schuldig was aan verkrachting en Lincolns “racistische” uitspraken maakten vooral deel uit van politiek pragmatisme.
Stan & Ollie (2018)
In de prachtige openingsscène bespreken Stan [Steve Coogan] en Ollie [John C Reilly] hun toekomstplannen terwijl ze zich vanuit hun kleedruimte begeven in de richting van de set van 'Way Out West', hun laatste meesterwerk, waar ze hun beroemde dansje doen. De scène is in één take opgenomen en is een tour-de-force van alle betrokkenen, niet in de laatste plaats van de twee hoofdrolspelers die probleemloos schakelen tussen de personen die ze spelen en de karakters die het komische duo zo populair maakten. Het is 1937 en Stan wil een beter contract afdwingen bij Hal Roach [Danny Huston], maar aangezien Ollie nogal krap bij kas is heeft hij zo'n bedenkingen. Stan beëindigt zijn contract, maar Ollie dient zijn contract uit door te spelen in 'Zenobia'. Het blijkt een negatief keerpunt in de carrière van het komische duo te zijn, iets wat invloed heeft op hun Britse theatertour in 1952, die bedoeld was om publiciteit op te wekken voor een nieuwe film, een parodie op Robin Hood. Hoewel het duo op het podium nog steeds de oude magie blijkt te hebben, ontstaat er achter de schermen steeds meer spanning tussen de oude vrienden, zeker wanneer hun echtgenotes [Nina Arianda, Shirley Henderson] zich bij hun aansluiten.
Fans van L&H kunnen hun hart ophalen aan de vele perfecte reconstructies van klassieke L&H-sketches, want Coogan en Reilly zijn in alle opzichten subliem. Het materiaal werkt ook anno 2019 nog steeds geweldig op de lachspieren, maar wat dit biografische drama werkelijk verheft tot meesterwerk is het scenario van Jeff Pope, dat een eerlijk beeld geeft van de moeizame verstandhouding tussen twee iconische acteurs die - soms tegen wil en dank - afhankelijk van elkaar waren voor hun succes en Arianda en Henderson prima rollen geeft als hun echtgenotes. Een genot voor fans van L&H, wie niet zo bekend is met het werk en de carrière van het legendarische duo zal deze film waarschijnlijk minder kunnen waarderen.
Stand Up Guys (2012)
Na 28 jaar vast te hebben gezeten, komt Val [Al Pacino] en dat viert hij met zijn oude vriend en collega Doc [Christopher Walken]. Maar Claphands [Mark Margolis] eist dat Doc namens hem wraak neemt, omdat Val zijn zoon heeft gedood. Vals eerste en mogelijk laatste dag uit de gevangenis wordt een ware reünie door de verschijning van Hirsch [Alan Arkin] die vroeger vaak dienst deed als chauffeur. Goedkoop gefilmde, luchtige misdaadfilm moet het vooral hebben van de drie veteranen en die stellen niet teleur. Zonder hun aanwezigheid was dit een verwaarloosbaar niemendalletje geweest.
Stand-In (1937)
Chaplins beroemde korte film "Behind the Screen" toont aan dat Hollywood vanaf het prille begin in staat was om zichzelf op vermakelijke wijze een spiegel voor te houden. "Stand-In" is daar een uitstekend voorbeeld van. Leslie Howard speelt de briljante, maar wereldvreemde bankier Atterbury Dodd, die aanbiedt naar Hollywood af te reizen om vast te stellen wat filmmaatschappij Colossal Studios wel een waardevolle investering is. Dodd heeft echter nog nooit gehoord van Shirley Temple of van Clark Gable en dus denken mannen als Nassau [C. Henry Gordon] en Tom Potts [Jack Carson] dat ze meneer Dodd gemakkelijk met een kluitje in het riet kunnen sturen. Zij hebben echter niet gerekend op Lester Plum [Joan Blondell], een ambitieuze actrice die werkt als stand-in en met wie Atterbury bevriend raakt.
Het scenario, gebaseerd op de gelijknamige roman van Clarence Budington Kelland, zit vol snedige dialogen en bevat een keur aan hilarische momenten. De pretentieuze regisseur Koslofski [Alan Mowbray] die zich tijdens het voorbereiden op een scène uit zijn nieuwe film "Sex and Satan" ergert aan het feit dat de Edelweiss van papier is, Lesters mini-cursus jiu-jitsu en Atterbury's date met Cheri [Marla Shelton], die iets te diep in het glaasje heeft gekeken. Howard en Blondell zijn perfect in de hoofdrollen, maar de rest van de cast lijkt zich ook uitstekend te hebben vermaakt. En als kijker deel je dan ook volop mee in de feestvreugde.
Stand, The (1994)
Alternatieve titel: Stephen King's The Stand
Als schrijver van boeken is Stephen King haast niet te evenaren, maar wanneer hij ze zelf gaat bewerken voor het medium film slaat hij de plank nogal eens mis, bijvoorbeeld met Maximum Overdrive en de onbezonnen versie van The Shining. Hier slaat hij echter de spijker op z'n kop, daarbij geholpen door een perfecte cast. Hij heeft bovendien een klein rolletje in het verhaal over een vanuit een geheim lab ontsnapt virus genaamd "Captain Trips" dat vrijwel de volledige bevolking van de VS uitroeit. Slecht enkele honderden mensen, verspreid over het land, blijken immuun voor het virus en al die mensen worden in een droom opgeroepen om zich te verzamelen. Een deel van hen heeft visioenen van Mother Abigail [Ruby Dee], een vriendelijke, hoogbejaarde vrouw. De anderen volgen de roep van Randall Flag [Jamey Sheridan], een duivels intelligente, charismatische man. Onvermijdelijk komen de twee groepen tegenover elkaar te staan in een strijd op leven en dood.
Geslaagde combinatie van sentimenteel drama (met duidelijke religieuze ondertonen) en horrorthriller profiteert van een uitstekende rolverdeling, effectieve make-up en een aantal scènes die nog lang blijven hangen. De sequentie op de muziek van Blue Oyster Cults "Don't Fear The Reaper" en een vergelijkbare scène met "Don't Dream (it's over)" van Crowded House zijn werkelijk onvergetelijk. Gary Sinise en Molly Ringwald zijn een charmant koppel, maar de uitblinkers in deze film met een uiterst omvangrijke cast zijn Sheridan, Laura San Giacomo als Nadine Cross, die een keuze moet maken tussen Mother Abigail en Randall Flag, Matt Frewer als de waanzinnige pyromaan met de bijnaam "Trashcan Man", en Bill Fagerbakke als de enorme, beresterke, maar zwakbegaafde Tom Cullen.
Standard Operating Procedure (2008)
De man die zich met de meesterwerken Gates of Heaven, The Thin Blue Line, en The Fog Of War op zijn CV heeft staat, doet opnieuw onderzoek naar de rol van de autoriteiten door onderzoek te doen naar de verhalen achter de beruchte foto's die soldaten in 2003 maakten van hun vernedering van arrestanten in Abu Ghraib. Morris sprak met de betrokken soldaten die openhartig - maar opvallend genoeg zonder zichtbare wroeging - spreken over de verhalen achter de foto's. "Je mag alles doen (...) zolang het maar niet op camera wordt vastgelegd". Deze documentaire is (niet geheel onterecht) bekritiseerd omdat de slachtoffers zelfs niet aan het woord komen. De beruchte foto's spreken echter voor zich en juist door zich te richten op het perspectief van de soldaten legt Morris de nadruk op de manier waarop de omstandigheden invloed hebben gehad op de gedragingen van de soldaten. Hoewel het terecht is dat Morris wijst op het feit dat alleen 'gewone soldaten' zijn aangeklaagd, is het niet gepast om de soldaten als slachtoffers van omstandigheden neer te zetten.
Standoff (2016)
Weesmeisje Bird [Ella Ballentine] is getuige van een liquidatie op een afgelegen begrafenis en fotografeert het gezicht van moordenaar Sade [Laurence Fishburne]. Bird weet te ontsnappen en vlucht naar het eveneens afgelegen, bouwvallige huis van Carter [Thomas Jane], een oorlogsveteraan die verbitterd is door een traumatische gebeurtenis. Hoewel Carter het meisje niet kent, is hij vastbesloten haar te beschermen, ook al is zijn enige wapen een jachtgeweer met maar één patroon. Het resultaat is een impasse waarbij Sade en Carter allebei redenen hebben om te denken dat de tijd in hun voordeel werkt. De situatie wordt nijpender wanneer een jonge agent [Jim Watson] op patrouille vermoedt dat er iets niet in de haak is. Hoewel de film zich grotendeels afspeelt in één locatie en de hoofdrolspelers dusdanig gewond zijn dat ze zich moeilijk kunnen voortbewegen, weet Alleca de spanning er flink in te houden door middel van sterke dialogen die de basis vormen voor een psychologisch kat-en-muisspel. Als de meedogenloze huurmoordenaar mag Fishburne deze spannende thriller stelen, maar Jane en Ballentine leveren eveneens uitstekend werk af voor de nagelbijter.
Stanford Prison Experiment, The (2015)
Deze derde verfilming van het verhaal van een aantal studenten die meedoen aan een psychologisch experiment op Stanford University waarbij ze, tegen betaling, gedurende twee weken de rol aannemen van bewaker of gevangene, is meer geïnteresseerd in de psychologische aspecten van het verhaal dan in spanningsopbouw. Dat maakt de film waarschijnlijk realistischer dan de vorige verfilmingen en het levert zeker interessante inzichten op, ook in de commentaren die de deelnemers geven tijdens de eind credits. Een neveneffect van die benadering is dat je als kijker minder betrokken bent bij datgene wat de 'gevangenen' moet ondergaan waardoor de film als geheel dramatisch wat aan de vlakke kant is.
Stanley and Livingstone (1939)
Spencer Tracy en Cedric Hardwicke zijn goed gecast in deze biografische film over de zoektocht van journalist Henry Stanley [Tracy] om dokter David Lingstone [Hardwicke] terug te vinden die ergens in Zanzibar uit het zicht van de beschaafde westerse wereld is geraakt. Hiervoor moet Stanley de nodige ontberingen doorstaan, maar wanneer hij de man eindelijk weet te vinden - en hem begroet met de beroemde, maar waarschijnlijk verzonnen, woorden - blijkt het de moeite meer dan waard.
Prima biografie met fraai locatiewerk en een aantal uiterst spectaculaire scènes (waaronder honderden inboorlingen die Stanleys expeditie opjagen) en mooie natuurbeelden. De uitstekende hoofdrolspelers, alsmede de sterk bezette ondersteunende cast (met o.a. Henry Travers en Charles Coburn) maken dit tot een integere en onderhoudende reconstructie van een indrukwekkende onderneming.
Stanza del Figlio, La (2001)
Alternatieve titel: The Son's Room
Goed geacteerd, maar niet bijzonder origineel uitgewerkt drama over Giovanni [Nanni Moretti, die tevens tekende voor regie en scenario], een psycholoog die verveeld raakt door de eindeloze verhalen van zijn patiënten. Wanneer zijn zoon Andrea [Giuseppe Sanfelice] omkomt bij een duikongeluk komt Giovanni zelf voor morele vraagstukken te staan waar hij in zijn ééntje niet uit komt en waar hij niet over kan communiceren met zijn echtgenote [Laura Morante].
Moretti's regie zorgt ervoor dat heden en verleden naadloos in elkaar overlopen en behandelt het zware thema van rouwverwerking op een redelijk luchtige wijze, maar juist daardoor is de film dramatisch weinig effectief en mist het de diepgang van onder anderen de Nederlandse films Romeo (1990) en Blind Date (1996).
Peer Mascini, rust in vrede...
Star Force: Fugitive Alien II (1987)
Alternatieve titel: Star Force
Een enorme verbetering ten opzichte van zijn voorganger, al wil dat niet veel zeggen. Het verhaal is nog steeds een puinhoop en de acteerprestaties zijn ook niet om naar huis te schrijven, maar de special effects zijn wel een stuk beter. Nogmaals, dat wil niet veel zeggen. Als je deel 1 leu...
Star Is Born, A (1954)
In deze versie van “A Star Is Born” speelt Judy Garland de rol van zangeres Esther Blodgett die met haar band optreedt tijdens een gala waarbij filmster Norman Maine [James Mason] de hoofdact is. Hij blijkt echter spoorloos, totdat hij tijdens Esthers optreden opeens stomdronken achter de coulissen verschijnt en in een even melige als roekeloze bui het podium op gaat. Esther weet op briljante wijze niet alleen haar optreden te redden, maar voorkomt ook dat Norman zich belachelijk maakt. Wanneer de dankbare Norman haar tijdens een repetitie “The Man That Got Away” hoort zingen, is hij zo overtuigt van haar kwaliteiten dat hij haar ter plekke belooft dat hij al zijn invloed zal aanwenden en zich volledig zal inzetten om van haar een ster te maken. Hij geeft haar de artiestennaam Vicky Lester en kort daarna trouwen Norman en Vicky met elkaar. Terwijl haar ster rijst, raakt de carrière van Norman in verval. Zijn grillige, door alcohol veroorzaakte gedrag betekent bovendien dat ook de fans zich tegen hem keren en daardoor zakt hij steeds verder af. Vicky stelt zichzelf uiteindelijk voor een radicale keuze: kiezen voor haar filmcarrière óf kiezen voor haar echtgenoot. Een keuze met fatale gevolgen.
Deze rol lijkt geschreven voor Judy Garland. Zij begon haar carrière als Francess Gumm, de jongste van de Gumm Sisters die begin jaren ’30 in verschillende korte films verschenen zoals deze. Net als Vicky groeide ze in korte tijd tot een enorm succes en liet de studio haar keihard werken om maar zoveel mogelijk munt te slaan uit haar talent. Garland was ook zeer onzeker en emotioneel labiel, maar was ook iemand die haar persoonlijke gevoelens verborg wanneer de camera’s liepen. Dat is op indrukwekkende wijze te zien voorafgaand aan haar vertolking van “Lose That Long Face”. Judy Garland heeft dus letterlijk en figuurlijk het meest de schijnwerpers op haar staan, maar James Mason geeft een vertolking die misschien nog wel indrukwekkender is. Zijn eerste scène, waarin hij dronken op het podium verschijnt met Judy tijdens “Gotta Have Me Go With You”, speelt hij heel effectief als een soort vrolijke drinker. Mede daardoor gelooft het aanwezige publiek dat zijn onbeholpen gedrag hoort bij de act. Naarmate hij in een dieper dal raakt worden zijn dronkenmansbuien grimmiger tot hij ver over de schreef gaat. Mason acteert vooral met zijn gezicht, bijvoorbeeld op het moment dat hij zich realiseert hoe diep hij gezonken is. Zijn meest indrukwekkende moment komt tijdens het einde, wanneer hij in bed ligt en een gesprek hoort tussen Vicky en zijn oude baas Oliver Niles [Charles Bickford]. Het is een hartverscheurende tour-de-force en het meest emotionele moment in de film waarvoor je de zakdoeken echt in de aanslag moet houden. Met een remake in aantocht is dit een must voor jong en oud en een film die nooit, maar dan ook nooit zal vervelen.
Star Is Born, A (2018)
Dat Lady Gaga voortreffelijk kan zingen staan buiten kijf. Ze laat hier zien ook heel behoorlijk te kunnen acteren, maar een onevenwichtig, soms ronduit banaal scenario staan haar talenten in de weg, evenals een matige soundtrack met teveel zwakke songs in de tweede helft van dit klassieke melodrama. Cooper doet als regisseur teveel zijn best om het allemaal filmisch te maken, maar blijkt zichzelf niet al te best te regisseren: Jackson Maine is een onverzorgde, zelfingenomen dronkenlap waarvan je je afvraagt waarom nachtclubzangeres Ally [Lady Gaga] zich met hem inlaat. Dat is nog niet zo storend zolang de film zich richt op Ally - ook al zijn de situaties en de dialogen nogal simplistisch geschreven - maar wanneer de film zich in het zich tergend langzaam voltrekkende laatste deel meer richt op de onvermijdelijke ondergang van Jackson Maine, ontstaat het vermoeden dat Cooper er vooral op uit is om een Oscarnominatie in de wacht te slepen. Zijn vertolking is echter te ééndimensionaal, iets wat vooral blijkt in de scènes met Jacksons broer Bobby, voortreffelijk gespeeld door een veel te weinig gebruikte Sam Elliott. De film komt tot leven wanneer Lady Gaga en Elliott in beeld zijn, maar zakt in wanneer de aandacht uitgaat naar de ultieme loser die Jackson Maine nu éénmaal is. Op basis van deze film mag Cooper als acteur nog niet in de schaduw staan van Fredric March en James Mason. Maar ja, er zijn er niet veel die dat wél mogen, zeg nou zelf...
Star Trek Beyond (2016)
De alarmbellen begonnen al te rinkelen toen het eerste scenario voor de 3e film uit de vernieuwde Star Trek-franchise werd afgewezen. J.J. Abrams liet verstek gaan, Zachary Quinto twijfelde of hij de rol van Spock opnieuw wilde spelen. Het scenario is uiteindelijk geschreven door de onervaren Simon Pegg en de regie kwam in handen van Justin Lin, die succesvol was met 4 van de Fast en Furious-films.
Het resultaat is dan ook niet verrassend: veel komedie en luidruchtige actie, zwakke karakteriseringen en vooral een gebrek aan de psychologische en filosofische diepgang die ten grondslag lag aan de Star Trek-franchise. Star Trek Beyond is een formulefilm zonder [aangename] verrassingen. Een teleurstelling.
