- Home
- The One Ring
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten The One Ring als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Gentleman's Agreement (1947)
Gentleman's Agreement is in zekere zin de Crash (de Paul Haggis-film) van de jaren '40. Er wordt maar uitgegaan van één gedachte: laten zien hoe antisemitisme overal te vinden is in de samenleving. Alles, maar dan ook echt alles, staat in het teken van het overbrengen van deze boodschap. Zelfs die paar kleine elementjes die hiervan af lijken te wijken dragen allemaal mee aan het uiteindelijk doel. Je hebt films die strak in elkaar zitten en weinig tijd nemen voor extra poespas, maar Gentleman's Agreement is zeldzaam strak. Wat dat betreft doet het me aan Crash denken.
Het is een echte preek. Dat kan niemand ontkennen. Gregory Peck dient weer eens als de ultieme stoïcijnse voorvechter van gerechtigheid. Één verkeerd woord en hij leest je wederom de les. Mensen zoals hij zijn vermoeiend om mee om te gaan, maar toegegeven, hij heeft een punt. Dus onze reis door de wereld antisemitisme heeft een gids en hij legt jodenhaat overal bloot. Het is overal, ja overal, behalve in Gregory Peck zelf natuurlijk. Het interessantste aan deze film is dat er niet zozeer naar de grote, openlijke racisten gekeken wordt, maar naar de 'goede' mensen, wiens antisemitisme vaak verscholen zit in hypocrisie. Het is een bijna latente vorm van jodenhaat, maar daardoor juist zo gevaarlijk. We zijn toch een eindje gekomen sindsdien. Racisme is nog steeds allomvertegenwoordigd, maar jodenhaat zoals hier lijkt minder te zijn.
Je moet in de stemming zijn voor een film als deze. Ik kan me moeilijk voorstellen dat iemand dit twee keer zou willen kijken. Aan het einde is immers het lesje geleerd. Eigenlijk kende ik het complete lesje al. Het is wel goed uitgewerkt, al is het anderzijds weer zeer naïef, met name op het einde als die moeder verwacht dat Pecks artikel de wereld zal veranderen. Wat waren de mensen vroegen toch hoopvol.
Is er nog buiten de boodschap iets de moeite waard? Niet bijzonder veel. Het geheel is weinig filmisch en steunt bijna volledig op dialogen. Het enige noemenswaardige zijn de actrices die van een enorm hoog niveau zijn. Dorothy McGuire en Celeste Holm zijn fantastisch, maar vergeet ook Revere en Havoc zijn uitstekend. Dat echter buiten beschouwing gelatenis het een weinig interessante film, die moeilijk aan te raden valt, tenzij je wilt leren over antisemitisme. Het is meer een 'belangrijke film' dan een meesterwerk. Anderzijds: het werkt wel. Het heeft een zekere kracht.
3*
Gentlemen Prefer Blondes (1953)
Hoewel Howard Hawks bij mij altijd wel goed scoort (slechts één 3* voor Scarface, voor de rest alles 4* of hoger), dacht ik dat Gentlemen Prefer Blondes mij niet zou liggen. Hoe musicals bij mij vallen is altijd onvoorspelbaar en ik heb niet veel met Monroe en Russell, twee actrices die nooit echt om hun acteertalent gecast zijn.
Hawks maakt er echter altijd weer een feestje van en dit bleek gewoon weer een typische film van zijn hand te zijn, ondanks het gebrek aan stoere mannen (tenzij je beeld van de machoman Charles Coburn is). Het is toch weer echt zo'n film waarin de personages het geweldig vinden om te praten en volgens mij is het hele doel hier geweest om er zoveel mogelijk innuendo in te stoppen, waardoor dit eigenlijk niets anders is door de vrouwelijke en muzikale versie van The Big Sleep. Russell (de eigenlijke hoofdrol, zelfs al is Monroe de blonde) en Monroe blijken hier eenmalig over acteertalent te beschikken en Monroe lijkt het zelfs naar haar zin te hebben. Meer dan in bijvoorbeeld Some Like It Hot komt hier haar screen presense tot zijn recht.
Diepgaand is het niet, is het Hawks sowieso nooit om te doen, maar wat is het weer vermakelijk. Ik heb denk ik de volle speelduur met een glimlach op mijn gezicht gezeten. Hilarisch werd het nergens, maar veel van de humor is onweerstaanbaar en dit is een zeldzame musical waarin alle nummers gedenkwaardig zijn, misschien omdat ze zo spaarzaam in de film voorkomen. Verder is het een eerbetoon aan de kapitalistische vrouw, dat zie je ook niet iedere dag.
4*
George Harrison: Living in the Material World (2011)
Geheel in de stijl van de eerdere Dylan-docu No Direction Home is er nu George Harrison: Living in the Material World, die ik in het weekend in twee delen op de BBC zag. Met een speelduur 208 minuten is de splitsing wel prettig, maar aan de andere kant moet gezegd worden dat het nergens moeilijk werd om de aandacht erbij te houden en ging de tijd snel voorbij.
Deze docu is wat meer all-over-the-place dan No Direction Home. Waar die eerdere film zich beperkte tot voornamelijk de eerste jaren van Dylans carrière wordt bij Harrison zijn hele leven vanaf de ontmoeting met Lennon en McCartney tot aan zijn door in beschouwing genomen en zelfs dan worden er nog aardig wat jaren overgeslagen. Er is duidelijk veel te vertellen, maar ik heb van enkele Harrisonfans begrepen dat ze nog meer wilden zien. Nou ben ik niet in het bijzonder een Harrisonfan, dus persoonlijk miste ik niets en vond ik de focus die Scorsese koos erg fijn. Scorsese heeft er duidelijk niet voor gekozen om er slechts een overzicht van het leven van de Beatle te maken, maar om de spirituele reis van Harrison in kaart te brengen. De meeste passages die gekozen worden hebben wel iets met spiritualiteit te maken, zeker zodra de Beatlejaren (waarbij de documentaire zich nog wat meer op de groep als geheel richt) voorbij zijn. Nou is dat niet zo moeilijk bij Harrison, die bekend staat om zijn betrokkenheid bij Hare Krishna, maar ook andere momenten die gekozen zijn draaien vaak om de drang om goed te zijn, om verbonden te zijn met andere mensen en het hogere en ook de drang om de geest te verruimen (ja, ook met drugs). Dit vind je overal terug, van het concert in Bangladesh, via Harrisons terugval in zwaar drugsgebruik, tot aan zijn vreemde relaties met verschillende vrouwen en het effect die een moordaanslag op Harrison had (een moment dat tot in gruwelijk levendige details verteld wordt door Harrisons vrouw).
Gelukkig zorgt deze lijn er niet voor dat Harrison zelf als een heilige overkomt. Sterker nog, zijn soms niet al te zuivere behandeling van vrouwen komt eruit voort, evenals zijn drugsverslaving. Toch heb ik links en rechts wat kritiek gelezen dat de film misschien toch iets te positief was over Harrison als mens. Wellicht, maar zijn slechte kanten waren toch ook wel duidelijk, maar een werkelijk slecht mens was hij ook zeker niet. Meer dan in de Dylandocumentaire slaagt Scorsese er in Living in the Material World in om een menselijk portret te scheppen, alsof je Harrison langzaam maar zeker echt leert kennen. Dat ligt natuurlijk ook aan het onderwerp. Dylan lijkt graag niet begrepen te willen worden, terwijl Harrison juist een archief bewaard heeft met alles over hemzelf erin. Dat maakt voor mij juist Dylan tot een interessanter figuur, maar daar leende de vorm van Dont Look Back zich misschien beter voor. Als Scorsese-docu wint die van Harrison het. Je gaat hier meer met iemand mee op reis. En het mag ook gezegd worden: Scorsese weet als geen ander hoe hij muziek moet gebruiken om de beelden te ondersteunen. Het moment waarop bijvoorbeeld Something ingezet wordt is prachtig.
3,5*
Get Smart (2008)
Aangename, lichte verrassing. Mijn verwachtingen waren niet hoog. De trailer was leuk, maar de kans was natuurlijk groot dat daar alle leuke grappen in zaten. Dat was gelukkig niet het geval en er zaten nog genoeg vermakelijke momenten in om de gehele speelduur te blijven boeien. Ja, de film heeft ook veel grappen die té flauw, té cliché of gewoon niet geslaagd zijn, maar de algehele charme van de film en met name Steve Carell wisten me toch wel voor zich te winnen. Tot mijn verbazing was Maxwell Smart ook niet zozeer een domme, onhandige agent, maar zelfs best capabel. Hij bljkt zeer intelligent en zelfs aardig raak te kunnen schieten. Zijn probleem ligt meer bij zijn sociale onkunde en de soms wat onhandige gadgets. Wel leuk om te zien dat het geen tweede Johnny English is. De dead-pan-blik van Carell blijft trouwens aangenaam onverandert.
De scène die mij het meest beviel was die waarin Smart danste met die dikke vrouw. Vaak wordt zo'n sitautie gebruikt om de hoofdpersoon te vernederen, maar de dans in deze film had bijna iets heroïsch. Erg grappig en een bijzonder sympathieke draai aan een stereotype.
Voor de mensen die The Dark Knight te pro-Bush vonden is dit misschien een interessante alternatieve blockbuster. De door James Caan gespeelde president is overduidelijk gemodelleerd naar Bush, wat best leuk uitpakt. Al is het wel érg gemakkelijk om een scène te maken waarin hij kinderen op school een boek voorleest.
Een extra vermelding verdienen de actiescènes, die verrassend goed in elkaar zitten voor een komedie. Het lijkt haast wel echt Bondwerk. Alleen dan wat absurder.
Uiteindelijk is Get Smart niet briljant en zeker niet overal even geslaagd, maar toch zeker het bekijken waard.
3,5*
Gewoon Hans (2009)
Best een fijne komedie over hoe we naar beroemdheden kijken. Gek dat mensen de vriendelijkheid van Teeuwen niet geloofwaardig over vonden komen, want dat lijkt me de bedoeling. Aanvankelijk moet de film het voor de humor vooral van Ton Kas hebben, maar de waanzin wordt in het hoofdplot met Teeuwen zelf langzaam opgebouwd, tot de lekker absurde locatie van Teeuwens huis. Helaas valt de film bij het einde compleet in duigen. De slotscènes, nadat Teeuwen probeerde te slapen met Katinka, werken voor geen meter. Ik zag deze film in het kader van een scenarioanalyse op de universiteit en daar zat een toelichting van de regisseur op het einde bij, maar dat is ook meteen de enige reden waarom ik snapte wat het doel er van was. Een vreselijke anticlimax op een verder toch wel geslaagde televisiefilm. En voor zo'n 45 minuten is het zeker de moeite waard.
3,5*
Ghost Writer, The (2010)
Het is hier al eerder gezegd, maar het is vooral de sfeer die goed uitpakt in deze film. Vooral aan het begin wordt een sterk gevoel van komende dreiging naar voren gebracht en vervolgens wordt het allemaal erg claustrofobisch. Er zit ook veel subtiele zwarte humor is, plus zeer aardige dialogen. En dan zijn er nog sterke bijrollen van Brosnan, Wilkinson en vooral Williams die het allemaal bijzonder aangenaam maken. Het is allemaal net iets meer dan puur vakmanschap en daardoor gewoon erg leuk.
Alleen het plot is enorm slap. Op het begin leek het nog wel een intelligente, politieke thriller te worden, maar uiteindelijk verliest de film zich in plottwists die het punt alleen maar slapper maken en die gewoonweg niet overtuigen. Kan iemand bijvoorbeeld een reden noemen waarom The Ghost dat briefje verstuurd naar de vrouw van de zojuist vermoorde premier? Vragen om moeilijkheden natuurlijk. Sowieso was de hele twist waaruit de vrouw de grote schurk bleek te zijn compleet waardeloos. Het is jammer om een zeer fijne film te zien veranderen in pure pulp.
Dit is ook al de derde film met Ewan McGregor die ik binnen een half jaar tijd zag en overal speelt hij een tegenwoordig een karakterloze man die vooral als aangever lijkt te dienen voor de andere acteurs. Ik heb McGregor altijd al een weinig aansprekelijk acteur gevonden, maar echt beter wordt het er niet op.
3*
Giardino dei Finzi Contini, Il (1970)
Alternatieve titel: The Garden of the Finzi-Continis
De Sica kende ik tot nu toe vooral van Ladri di Biciclette en Miracolo a Milano, twee films die vooral opvoelen door hun focus op arme personages en hun sentimentele maar oprechte passie voor hun hoofdpersonen. Il Giardino dei Finzi Contini is bijna het tegenovergestelde. De hoofdpersonen zijn rijk en de film is enorm afstandelijk waardoor het moeilijk is om met ze mee te leven, overigens een serieuze zwakte van de film. Had De Sica zijn compassie voor de mensheid, zo groot in het verleden, verloren of dacht hij gewoon dat een wat killere aanpak beter bij het verhaal paste? Ik denk niet dat warm sentiment a la Biciclette hier op zijn plaats was, maar het grootste probleem van Finzi Contini is dat het allemaal wel erg argeloos gebracht wordt.
Er worden hier vergelijkingen gemaakt met Luchino Visconti, maar die zie ik alleen op inhoudelijk vlak. In de jaren '70 was Visconti immers al lang en breed bezig met sterk gestileerde films maken, met veel aandacht voor aankleding en compositie. Dat is iets wat sterk mist in deze film. Het lijkt wel alsof De Sica nauwelijks heeft nagedacht over de cinematografie en de montage, die beiden wat rommelig zijn. Dat werkt in de latere scènes, als de joden definitief in de problemen komen, maar aangezien het tuin en het huis van de joodse familie duidelijk de illusie van een paradijs moeten wekken had het misschien beter ook zo gefilmd kunnen worden. De Sica komt niet verder dan soft-focus. Visconti zou uitgepakt hebben. Als de locatie mooi gefilmd zou worden dan zou de gedachte dat dit allemaal onvermijdelijk snel ten einde zal komen harder aankomen. Het is De Sica's zwakke behandeling van dit element en de afstand tot de personages die voorkomen dat Il Giardino de Finzi Contini het meesterwerk wordt dat er eigenlijk gewoon duidelijk in zit. In zijn tijd werd de film overigens als een soort wonder gezien, maar het verbaasd me niet helemaal dat er nu nog weinig over gepraat wordt.
En toch vind ik het een meer dan goede film, ondanks dat er lang niet uitgehaald wordt dat er in zit. Het verhaal is namelijk sterk en dat kan nauwelijks verprutst worden. De symboliek van de afgesloten tuin als afsluiting van de hardheid van het buitenleven ligt misschien wat al teveel voor de hand, maar de personages zijn sterk en hun ontwijkende karakters zijn goed geïllustreerd waardoor het allemaal prima werkt. Het personage Micol was zelfs buitengewoon krachtig en maakt de film eigenlijk. Zij heeft werkelijk alles buiten gesloten. Ze kijkt meestal vrolijk, maar we komen er al snel achter dat dit een act is. Ze durft niets van buiten binnen te laten, zelfs geen liefde, wat leidt tot een geweldig shot van haar achter doorzichtige gordijnen in het donker terwijl ze ziet dat Giorgio haar bespiedt. Moeilijk uit te leggen, maar dat shot raakte me. Dominique Sanda acteert geweldig. Dit moment en het toch wel ijzingwekkende (en zelfs gevoelige) einde zorgen ervoor dat de film mij niet onberoerd liet en leveren een halve ster extra op.
3,5*
Gigi (1958)
Een paar dagen geleden had ik nog nooit van Louis Jordan gehoord en zo zie ik ineens twee films achter elkaar met deze man.
Dit is mijn kennismaking met de jaren '50 musical, uit de tijd dat musicals schijnbaar op hun hoogtepunt waren. Hoewel ik het niet echt vervelend vond en er een paar leuke momenten in de film zaten ben ik verre van onder de indruk. Het verhaaltje is heel matig, maar dat had ik verwacht. De ontwikkeling van personages gebeurt telkens veel te abrupt, maar ook dat wil ik bij een musical nog door de vingers zien. Maar dat de zang niets bijzonders is hoort niet echt te kunnen. Het is al niet mijn type muziek, maar de liedjes klonken vrij standaard. Geen enkele melodie die na de film blijft hangen. Daarnaast dacht ik dat dit soort musicals bekend stonden om hun dans, maar de acteurs zingen hier voornamelijk terwijl ze zitten en als ze al bewegen dan is het nog geen echte dans. Verder vallen vooral de felle kleuren en de kitscherige decors en kleding op. Je moet er van houden. Geen enkele acteur speelt echt opvallend en vreemd genoeg krijgt Gigi van alle personages de minste schermtijd. Haar lot wordt bepaald door anderen, met name Jourdan, zonder dat ze zelf echt iets uitvoert.
Geen verschrikkelijke film, maar ondanks dat ik niet veel vergelijkbare films zag voelde het heel standaard aan. Ik ben verre van onder de indruk. Dat de 9 Oscars voor een groot deel naar de aankleding gingen in plaats van naar acteurs of zo, verbaasd me niets.
2,5*
Gimme Shelter (1970)
Rape! Murder! It's just a shot away!
Oké, er zit geen verkrachting in deze film (hoewel, het zou mij niet verbazen als dat in deze groep plaatsvond), maar alleen al deze zin maakt duidelijk waarom deze docu de titel van het nummer Gimme Shelter draagt, een nummer dat volgens mij niet gespeeld werd tijdens dat concert en alleen tijdens de aftiteling klinkt. Het laatste half uur is duidelijk het beste als de waanzin langzaam opbouwt via het al erg pijnlijke Jefferson Airplane concert naar de tragedie van het optreden van de Stones. De chaos wordt goed gevangen en in dit deel pakt de focus op Mick Jagger erg goed uit. Het is niet moeilijk om sympathie met deze duivel te krijgen als hij wanhopig probeert het concert nog in goede banen te leiden. Wat nog eens extra boeiend is is dat het concert in hetzelfde jaar plaatsvond als Woodstock en dat ook beide films in hetzelfde jaar de bioscopen haalden. Het zou een prachtige doublebill opleveren, want de manier waarop de films elkaar contrasteren is geweldig. In Woodstock leken de hippies naïef en soms wat idioot, maar goedbedoelend en sympathiek. In Altamont bleef het naïeve en het idiote, maar sloegen die om bijna wanhopig en onuitstaanbaar. Voeg daar de Hells Angels aan toe en chaos is gegarandeerd.
De film is dan ook een ijzingwekkende thriller in het laatste half uur en de dramatische opbouw is subliem, inclusief het materiaal waarin de Stones zelf naar de opnames van de docu kijken. Helaas is Gimme Shelter buiten dat om niet echt een bijzondere film. De Maylesjes en Zwerin hebben een goede reputatie als documentairemakers en hard gezegd lijkt het erop dat ze geluk hebben gehad met de chaos en zelfs de moord, want ze zijn duidelijk beter in hun element als ze dit willen vastleggen dan als ze puur een concert willen registreren, waar ze toch op de eerste plaats voor kwamen. Simpel gezegd, als pure registratie van het optreden van de Stones is het ver ondermaats. Vooral onbegrijpelijk is dat de camera zich puur en alleen op Jagger richt tijdens het concert zelf (en bijna gedurende de hele docu). Dat er ook bandleden waren die zoiets deden als instrumenten bespelen lijken de makers voor het gemak te vergeten. The Rolling Stones waren een band, geen eenpersoons act. Sommige recensies hier gaan in op Keith Richards rol in de docu, maar je krjgt hem nauwelijks te zien. Tina Turner en Grace Slick hebben méér schermtijd. Ik vond het eerste uur niet echt vervelend om naa te kijken, maar de kracht kwam vooral van de nummers van de Stones zelf en van het ontegenzeggelijke charisma van Jagger, in plaats van vanuit hoe de documentairemakers het vastlegde. En laten we eerlijk zijn: om van muziek van de Stones te genieten hoeven we niet speciaal een film aan te zetten.
Niettemin, het laatste half uur is zo ijzersterk als ik zou kunnen wensen en trekt dit toch met gemak naar een 3,5*.
Gion Bayashi (1953)
Alternatieve titel: A Geisha
Ik ben er eigenlijk niet heel erg kapot van. Er is niet veel mis met de film. Het is goed gemaakt en geacteerd. Helaas wordt het nooit speciaal. Zo verloopt het verhaal volgens een voorspelbaar, melodramatisch patroon en lijkt het niet echt diep te graven. Zelfs die opoffering op het einde werkte voor mij niet echt, omdat ik dat al snel zag aankomen en weinig toegevoegd wordt aan vergelijkbare scènes in andere films. Het kijkt weg, maar echt raken deed het me niet bepaald. Ik vond het voor Mizoguchi ook niet eens bijzonder mooi gefilmd.
2,5*
Girl in Every Port, A (1952)
Groucho Marx zonder zijn broers. Juist om hem zo te zien maakt het nog meer zichtbaar hoe bijzonder de Marx Brothers eigenlijk wel niet waren. Ze hebben hun eigen komische timing, hun eigen manier van acteren. Als je ze dan los koppelt van elkaar en ze laat samenwerken met andere komieken werkt dat duidelijk toch wat minder. Groucho Marx speelt in A Girl in Every Port gewoon op zijn vertrouwde manier, maar de andere acteurs spelen komisch zoals dat in de meeste komedies van die tijd gedaan werd. Dat doen ze niet per se slecht, maar door het verschil in acteerwerk lijkt Groucho bijna van een andere planeet te komen. Toegegeven, de Marx Brothers kwamen altijd al anders over, maar omdat alle plotlijnen die ik tot nu toe zag in hun films gebaseerd waren op de Marxjes vs. de Wereld kwamen ze er mee weg. Nu is het iets minder Groucho tegen iedereen en krijgt hij een teamgenoot in de vorm van William Bendix. Niet slecht, maar geen Harpo of Chico.
Verder wordt ook een anarchistisch Marxplotje gemist. Nu moeten we het doen met een milde misdaadverhaallijn gemixt met klucht die niet bijster boeiend of goed is uitgewerkt. Een film als deze heeft ook niet veel baat bij een wat complexer plot met veel haken en ogen. Dit zou allemaal niet zo erg zijn als er gewoon niet geprobeerd dit scenario te mixen met one-liners die duidelijk voor Groucho geschreven zijn om diens persona in stand te houden. En deze one-liners zijn wederom het leukst, hoewel er niets bijzit dat zo gedenkwaardig als bijvoorbeeld in Duck Soup of A Night at the Opera. Eigenlijk komt bijna al het plezier hier uit het luisteren naar Groucho die mensen beledigt. Altijd een feest natuurlijk, maar dat feest heeft hij al vaker op een betere locatie gegeven.
Oh, A Girl in Every Port ziet er een stuk beter uit dan de films van de Marx brothers. Dit zegt echter niets, want bijna alle films zien er beter uit dan die van de Marxjes. Degelijkheid is het sleutelwoord.
2,5*
Girl Shy (1924)
Een van de minder bekende Lloydfilms, maar tot mijn verbazing een van de beste. Mijn oude kritiek dat Lloyd de magie en persoonlijkheid mist van Chaplin en Keaton staat aan de ene kant nog steeds, maar gelukkig neemt dat aan de andere kant niet weg dat hij geen meester is van de slapstick. Puur en alleen op de kwaliteit van de gags en grappen (en dus niet op andere emoties, filmmeesterschap en dergelijke zaken) beoordeelt is dit misschien zelfs de meest geslaagde slapstickfilm die ik tot nu toe gezien heb.
Girl Shy werkt van begin tot einde. Bijna iedere grap komt aan. Die scène waarin hij droomt een vamp te versieren is een geweldig staaltje timing van bewegingen en levert een geestig visueel schouwspel op. Lloyd hoeft hier ook nooit zijn grappen lang aan te houden of te herhalen, want hij springt van de ene in de andere. Grote achtervolgingen en fysiek veeleisende momenten worden afgewisseld met fijne kleine geintjes zoals Lloyd die ongemakkelijk een klein dansje doet (mijn favoriete moment) en een blik op Lloyds aparte klok.
Voordeel is ook dat ik me voor het eerst hier echt betrokken voelde bij de hoofdpersoon. Lloyd doet doorgaans niet aan karakterontiwkkeling. Hoeft ook niet echt bij slapstick, maar een typetje met een beetje karakter doet geen enkele film kwaad, zoals ook hier blijkt. Lloyd werkt voor het eerst de romance die in elk van zijn films centraal staat een beetje uit en daardoor zat ik er gewoon nog beter in. Het maakt de film zelfs iets meer feel-good. Ik schreef ook al bij Why Worry? dat Jobyna Ralston een goede vervanger is voor Mildred Davis als leading lady en daar blijf ik bij. Ze heeft gewoon meer uitstraling en krijgt zelfs wat te doen, toch wel uniek in een slapstickfilm. Natuurlijk zijn de grote grappen vooral bedoelt voor Lloyd, maar Ralston mag toch wat klein komisch talent tonen en is een waardige tegenhanger voor Lloyd, in plaats van slechts een vrouw die alleen mag komen opdraven om verliefd in Lloyds armen te vallen. Ralston maakt het liefdesplotje op een bepaalde manier aannemelijker.
Verplichte slapstickkost dit. Jammer dat het een ietwat vergeten film is geworden.
4*
Girl with a Pearl Earring (2003)
Deze film heeft slechts één knappe prestatie en dat is dat het schilderwerk goed nagebootst wordt door filmische middelen. Het ziet er allemaal prachtig uit en ik vroeg me zelfs af waarom niet eerder een regisseur of cinematograaf op het idee gekomen was om dit soort belichting en kleurgebruik te gebruiken. Ik kan er lang naar kijken. Gelukkig maar, want voor de rest is er niets te genieten in The Girl with a Pearl Earring.
Het verhaaltje achter dat ene mysterieuze schilderij is eigenlijk enorm flauw en ik hoop eerlijk gezegd dat Vermeer zijn inspiratie op een wat interessantere manier heeft gekregen. Ik weet dat dit van begin af aan bedoelt is als fictieverhaal, maar toch irriteerde het gevoel mij dat dit echt nooit het ware verhaal achter dit werk kan zijn. De relatie tussen Vermeer en Griet heeft zo zijn momenten (met name het indoen van de oorbellen), maar het is vooral pijnlijk om te zien hoeveel moeite de schrijfster had met het dramatisch maken van dit verhaal. Dus wordt er een hitsige Tom Wilkinson bijgehaald, een overpanische vrouw en meest vreemd van alles een vervelende dochter die Griet pest om redenen die nooit verklaard worden. Het voelt flauw en goedkoop aan, iets waar Vermeer zich nooit aan schuldig gemaakt zou hebben. Ook dingen als dat Griet een stoel uit een compositie van Vermeer gehaald heeft is wel érg onwaarschijnlijk. Het geforceerde drama stond het genieten van de beelden in de weg.
Jammer, maar hopelijk komt iemand na het zien van deze film op het idee om een dergelijke stijl toe te passen op een echt goede film.
2*
Girl with the Dragon Tattoo, The (2011)
Waarschuwing: deze recensie vergelijkt de Amerikaanse The Girl With the Dragon Tattoo met zijn Zweedse tegenhanger! Verder lezen op eigen risico!
Want laten we eerlijk zijn, bij iedere film waarvan een remake (of herverfilming van het boek, of hoe je het ook noemt) bestaat wordt een vergelijking gemaakt. Dit is geen gebrek aan originaliteit van de schrijver van de recensie, maar een noodzaak. Het feit dat je het verhaal al eerder gezien hebt bepaald je verwachtingspatroon en de uiteindelijke kijkervaring. De Zweedse en Amerikaanse verfilming van Larssons boek vertellen beiden bijna geheel hetzelfde verhaal. Dan kan ik wel doen alsof ik bij deze tweede film niet wist wat er zou gebeuren of doen alsof ik niet zag aankomen hoe het af zou lopen, maar dat zou me te idioot worden.
Daarbij pakt de vergelijking niet slecht uit voor Finchers film. Integendeel, het knappe aan deze nieuwe versie is dat bijna alle scènes overgenomen zijn en dus precies hetzelfde verhaal verteld wordt en dat ik toch duidelijk kan zeggen dat ik deze herverfilming beter vind dan zijn voorganger. De Zweedse versie heeft slechts twee pluspunt ten opzichte van de nieuwe film. Ten eerste: hij is Zweeds gesproken. En dat is een heel klein pluspuntje, aangezien de Amerikaanse taal mij hier geen seconde gestoord heeft. Ten tweede: de onnodige toevoeging van de twist dat de vrouw in Londen de vermiste vrouw blijkt te zijn onder de identiteit van een oude, overleden vriendin. Dit is onverklaarbaar, tenzij het niemand anders op Aarde is opgevallen dat die vriendin overleden is. Ik snap ook niet waarom ze niet de simpelere oplossing hebben gepakt uit het origineel waarin de vermiste vrouw achteraf in Australië woont. Dat is minder vergezocht en eenvoudiger te verklaren.
Dit zijn echter maar kleine puntjes. Aan de andere kant zijn de pluspunten van deze film ten opzichte van de Zweedse film ook zeer klein, maar een heleboel kleine pluspunten kunnen het verschil maken tussen een aardig wegkijkertje (het origineel) en een knappe thriller, zo blijkt. Het grootste probleem dat ik met de eerste verfilming had was dat het op mij niet overkwam als een aflevering van Baantjes of zo, een zielloze thriller met weinig urgentie en een mysterie dat eigenlijk van weinig belang lijkt. Het leek alsof regisseur Niels Arden Oplev zijn werk daar als een klus zag, waardoor het eindresultaat een ongeïnteresseerde indruk achterliet. Ik vond het niet spannend en alleen de vrouwelijke hoofdrol gespeeld door Noomi Rapace wist me in te pakken.
Daarom was ik ook zo blij dat Fincher achter de remake werd gezet. Bij bijna iedere andere regisseur zou ik het project eerlijk gezegd nauwelijks een blik waardig gekeurd hebben. Gewoon de zoveelste remake uit een ongeïnspireerd Hollywood. Ongeacht de reden waarom deze film gemaakt is kan denk ik niemand ontkennen dat Fincher de juiste man is voor dit werk. En dat zie je ook aan de film af. Hij heeft misschien wel eens meer bezeten films gemaakt, maar ik dank hem er toch voor dat ditmaal wel mijn interesse getrokken werd voor het mysterie (waarvan ik bijna alle details alweer vergeten was, zo relatief snel na het origineel). Dit is een regisseur die getrokken wordt door duister materiaal, door personages met afwijkende of verrotte persoonlijkheden. Als we te horen krijgen hoe al die vrouwen zijn vermoord zorgt hij ervoor dat de horror tot je binnen dringt, terwijl Oplev het nauwelijks meer laat lijken dan de zoveelste klus voor Blomkvist. Hoewel The Girl with the Dragon Tattoo zeker niet Finchers beste film is, is het misschien wel de meest geschikte om aan te tonen wat een sterke regisseur hij is. Hij weet met door middel van sfeerschepping een veel wanhopiger gevoel over te brengen dan Oplev ooit had lijken te kunnen bedenken. De grote glazen ramen van Martin Vangers huis worden hier bijvoorbeeld gebruikt om tijdens de climax het moeilijker te maken voor Blomkvist om zich onzichtbaar te maken en Fincher benadrukt die ramen. Daarbij weet Fincher wat obsessie is (sowieso een terugkerend motief in zijn films), wat ook wel fijn is als je een film maakt over karakters die zich vastbijten in een zaak. Er moet eveneens gezegd worden dat de score van Atticus Ross en Trent Reznor een enorme bijdrage levert aan de spanning. Niet te nadrukkelijk, maar toch duidelijk merkbaar voeren ze de intensiteit op. Waar ik bij de eerdere film totaal geen spanning heb gevoeld zat ik hier op het puntje van mijn stoel. En dat terwijl ik wist hoe het afliep! Een groter compliment bij een mysterythriller kun je nauwelijks bedenken.
Maar dan heb ik het nog niet eens over het grootste voordeel van deze versie gehad: personages die werkelijk kwetsbaar overkomen, iets wat uiteraard helpt om de spanning op te voeren. Niemand lijkt Daniel Craig echt te prijzen, maar hoewel het misschien niet de meest briljante acteerprestatie ooit is is zijn casting een miskende meesterzet. Dat het de huidige James Bond is die de duidelijk ironisch bedoelde rol speelt zorgt voor een extra laagje. Dit is een film over een sterke vrouw die de situatie oplost en uiteindelijk zwakkere, mannelijke man die de eigenlijk held zou moeten zijn redt. Wat past beter bij de toch zeker feministische bedoelingen van het verhaal van Larsson dan een vrij kleine vrouw die James Bond redt? En niet alleen dat, zij bepaald wanneer ze seks hebben (dat hij de seks wil uitstellen of onderbreken, maar zij gewoon doorgaat kan ik niet anders zien dan als een geslaagde grap), terwijl hij begint te piepen als zij zijn hoofdwond wil verzorgen. Craig weet precies dat stoffige te vangen van Blomkvist dat het verhaal nodig heeft, maar hij tevens van nature charismatisch genoeg om te overtuigende als doortastende journalist. Toegegeven, iedere acteur had Michael Nyqvist uit het origineel op dat gebied kunnen overtreffen aangezien dat waarschijnlijk de meest saaie acteur is die nou op de aardbol rondloopt.
Waar iedereen het meest in geïnteresseerd was was echter wie de rol van Lisbeth Salander ging spelen, een op het eerste gezicht ondankbare taak aangezien Noomi Rapace de eerdere film redde door haar sterke spel. En toch ga ik zo ver om te zeggen dat ik Rooney Mara's invulling van het karakter interessanter en vooral ook pakkender vond. Misschien is het een slechte herinnering van mij, maar mijn geheugen zegt dat Rapace de rol met weinig kwetsbaarheid speelde, alsof ze toch vooral steeds keihard was. Mara heeft die hardheid ook en ze leek me soms zelfs gevaarlijker dan Rapace, maar tegelijkertijd kreeg ik bij haar het gevoel dat je haar pijn kon doen, misschien zelfs kon breken als je te ver ging. Het is deze fijne balans tussen sterke, gevaarlijke wraakengel en een kwetsbaar meisje dat Rooney Mara's interpretatie van de rol zo geweldig maakte en er voor zorgde dat de film zich werkelijk uittrok boven de gemiddelde thriller. Mara's Salander was ook wat wereldvreemder dan die van Rapace geloof ik, wat ook goed past.
De zwaktes van deze film zitten ook in de Zweedse versie waardoor ik aanneem dat ze uit Larssons boek komen. Het blijft namelijk wat afbreuk doen aan de spanning dat de twee hoofdpersonen zelf weinig persoonlijke betrokkenheid hebben bij het hoofdmysterie. Pas bij de kelderscène aan het eind staat er voor hun iets op het spel. Daarvoor is het toch vooral andermans probleem oplossen. Hun eigen levens worden geplaagd door zaken die dan weer buiten het hoofdplot staan en voor mij weet ook deze versie niet helemaal duidelijk te maken waarom die verhaallijn rond die politicus die Blomkvists leven zuur maakt erin zit en zo oneindig lang de tijd krijgt. Het zal vast iets te maken hebben met de vervolgen, maar het voelt er nog wat met de haren bijgesleept, al weet deze versie het iets strakker te vertellen, onder andere door Blomkvist niet naar de gevangenis te laten gaan. Het is vooral deze overbodige zijlijn die ervoor zorgen dat dit geen geheel strakke thriller is.
Niettemin is dit gewoon een bijzonder fijn werkje geworden. Spannend, sfeervol en fantastisch geacteerd. En met geweldige openingstitels. Hier kan ik wel vier kleine sterren aan kwijt.
Overigens hoop ik niet dat Fincher ook de vervolgen gaat doen. Hij lijkt me sowieso een regisseur die floreert bij afwisseling en daarbij is het gewoon altijd jammer als een interessante regisseur jaren van zijn leven besteed aan drie films die ongeveer hetzelfde zullen zijn.
Giulietta degli Spiriti (1965)
Alternatieve titel: Juliet of the Spirits
Giulietta degli Spiriti is volgens mij de eerste film waarin Fellini echt helemaal los ging. Natuurlijk zaten er gekke en laten we zeggen artistieke scènes in zijn voorgaande werk en vooral 8 1/2, maar hier barst het bijna constant uit zijn voegen. Dat betekend veel drukke personages, die op vaak gestileerde wijze voor de camera bewegen in flamboyante kleren en op kleurrijke sets, met op de achtergrond Nino Rota.
Op een bepaalde manier vond ik het nogal taai, vaak. Toegegeven, ik was misschien iets te moe voor een film als deze toen ik hem aanzette, maar niettemin vond ik vooral in het begin de stijl wat raar gekozen. Natuurlijk is het puur Fellini, maar het werkt het beste als het verhaal net zo wild is als wat er op het beeld te zien is en het duurde voor mij tot ongeveer de tweede helft voordat alles echt op zijn plaats viel. Het verhaal wordt dan ook steeds surrealistischer, terwijl de vroegere scènes op een paar uitzonderingen na wat meer realistisch waren. Het vloekt wat, bij vlagen. Fellini mag blij zijn met Masina als zijn vrouw en hoofdrolspeelster, want zij moet werkelijk als houvast voor de kijker dienen terwijl de toon vaak omslaat. Daar is ze zeer goed toe in staat, gelukkig.
Niettemin, Fellini in vorm betekend toch vaak ook wel zeer fraaie beelden en uiterst creatieve scènes. In deze fase van zijn carrière had hij dromen, herinneringen en de samensmelting van die twee omarmt en dat levert vaak prachtige taferelen op. Die hele flashback waarin Giulietta als kind een bizar Christelijk toneelstuk opvoert springt daar boven uit. Dus hoewel ik dit zeker qua inhoud niet de meest boeiende film van Fellini vind, kon ik het weer waarderen door zijn stijl. Het is toch vaak een echte trip, zo'n Fellini.
3*
Glaneurs et la Glaneuse, Les (2000)
Alternatieve titel: The Gleaners and I
De Engelse titel ('The Gleaners and I') bevestigt dat vermoeden alleen maar, dus ik denk dat Varda werkelijk die bedoeling heeft gehad...
Varda zegt ook zelf in de docu dat ze zelf de 'Glaneuse' in de titel is.
Deze docu heeft iets onweerstaanbaars. He lijkt een bijna vrije manier van filmen te promoten. Gewoon wat interessante mensen op straat filmen, die tegelijkertijd een beetje vreemd zijn, maar toch ook weer alledaags. Ze hebben altijd wel wat aparte dingen te vertellen. En van het ene onderwerp duikt de film in de andere, met bijna een totale lak aan struktuur. Tussen alle verzamelaars heeft Varda tijd voor persoonlijke mijmeringen over haar leeftijd en wat experimenteel gefilmd. Het is een erg persoonlijk document, met totaal geen interesse voor enige conventies. Het mist slechts een ding: iets om de interesse vast te houden.
Ik vond het net als Starbright Boy net iets te vrijblijvend allemaal, maar schijnbaar stoorde ik me er meer aan dan SB. Na een uur was ik het dan ook wel echt zat. Het probleem is ook wel dat ik niet helemaal op een lijn zat met Varda. Ze was me net een tandje te schattig, leek net iets te hard te proberen om ergens iets moois in te zien en ze gedroeg zich soms net iets te excentriek. Zo'n scène waarin ze vrachtwagens probeert te vangen is schitterend gefilmd, maar binnen het geheel van de film kon ik er niets mee. En een scène waarin ze de lensdop van haar camera laat dansen vond ik gewoon mislukt. Haar kleine uitstapjes richting politieke uitspraken waren oprecht, maar soms wat te simplistisch naar mijn smaak. Varda kwam al met al op me over als een sympathiek en gepassioneerd mens, maar gewoon niet eentje waarmee ik echt een verbintenis voel. Is gewoonlijk niet belangrijk bij een film, maar bij een zo'n persoonlijk werkje als deze docu toch wel.
Dan de mensen die geïnterviewd werden. Daar zaten een aantal interessante types tussen en een paar die in mijn ogen niets te vertellen hadden. Wel bleef ze bij ieder persoon maar vrij kort hangen, wat nadelig werkt bij de interessante personen (waarvan ik meer wou weten) en voordelig bij de oninteressante types (om redenen die ik duidelijk acht).
Ik heb er ook een beetje een hekel aan als bij een documentaire de regisseur de objectiviteit al te duidelijk doorbreekt. In een scène praat Varda met een man die vrachtwagenchaffeur is geweest en nu zijn leven slijt als 'glaneur'. Varda wil het alleen iets te duidelijk opnemen voor de man. Ze laat hem in één shot vertellen waarom hij ontslagen is, maar snijdt wel een opvallend moment weg uit dit ene shot. De man verteld namelijk eerst dat zijn vrachtwagen gecontroleerd zou worden, vervolgens snijdt Varda een stukje weg, daarna zegt de man dat hij hierdoor ontslagen was. Er was dus iets op de controle gebeurt dat de man zijn baan koste, maar dat wil Varda niet met de kijker delen. Wellicht was het gewoon niet boeiend of relevant voor de docu, maar tegelijkertijd had het ook onze sympathie voor de man kunnen kosten. Het geeft een wat bittere smaak aan de scène, terwijl Varda dat juist lijkt te willen voorkomen.
Ik snap al met al wel wat de critici hier zo mooi aan vinden, maar voor mij werkte het niet. Ik wil niet degene zijn die hier persoonlijke of afwijkende films afkraakt, maar hier had ik toch graag wat meer lijn of structuur gezien. In deze vorm deed het me niets, terwijl het wel genoeg potentie had.
2*
Het vervolg liet ik even voor wat ie was.
Glass Key, The (1942)
Stelt niet zo veel voor helaas. Ik vind de film-noirs met het legendarische koppel Alan Ladd en Veronica Lake sowieso wat onder het gemiddelde liggen. Ladd doet het wel redelijk, maar Lake is matig. In ieder geval kun je binnen het genre betere acteurs vinden dan deze twee.
Verder is de regie niet zo speciaal. Het is niet bijzonder sfeervol en het ontbreekt aan spanning. Gelukkig is het verhaal wel erg sterk. Miller's Crossing lijkt er erg veel op, met name in de eerste helft. Het verhaal houdt het constant boeiend en zorgt ervoor dat het geen verspilde tijd is om de film te kijken, maar het film noir-genre heeft toch echt veel meer te bieden dan deze lopende-bandnoir.
3*
Glenn Miller Story, The (1954)
Gek dat deze film nog best aardige stemmen krijgt over het algemeen. Want The Glenn Miller Story is nauwelijks een film te noemen.
De eerste helft nog wel. Hierin zien we de opkomst van Glenn Miller. Ik zou graag zeggen dat we de ups en downs te zien krijgen, maar dat is nauwelijks het geval. We kijken de hele tijd naar sympathieke mensen (blijkbaar waren er nog geen onsympathieke mensen in de muziekwereld van die tijd) die zelfs als ze tegenslag hebben nog zo iets hebben van: "Het komt wel goed." Drama ontbreekt daardoor totaal. Te zoet en te simplistisch allemaal. Het verhaal stelt niks voor.
De tweede helft heeft verder niks meer met film te maken. Dit is gewoon een compilatie met de grootste hits van Glenn Miller, ten uitvoer gebracht door James Stewart. Elke keer als een muziekstuk afgelopen is begint er vrijwel meteen een nieuwe. Als deze muziek nou bijzonder in beeld gebracht werd als in een musical, dan had het nog wat kunnen worden, maar de camera wordt gewoon statisch op de muzikanten geplaatst. Alleen de locatie wisselt. Leuk voor de liefhebbers van de muziek van Glenn Miller, maar noem het alsjeblieft geen film. De dood van Glenn Miller, is haast een tussendoortje. Ik was blij toen het afgelopen was.
James Stewart en June Allyson proberen te redden wat er te redden valt, maar het script biedt hun geen mogelijkheden dan wat flauw te glimlachen door de hele film heen. De persoon Glenn Miller komt hier nooit tot leven.
Gek dat dit van Anthony Mann komt. Zijn westerns staan bekend om hun complexe hoofdpersonen, cynische karakter en sterke landschapbeelden. The Glenn Miller is hier zo ver van verwijdert als mogelijk is.
2* en dan ben ik nog mild. Mensen die geen gigantische fan van Glenn Miller zijn hebben hier niks te zoeken.
Gloria (2013)
Paulina Garcia doet me erg aan Diane Keaton denken, zowel in het gezicht, als ook in het type rol dat ze hier speelt. Handig, want zo zal men in Hollywood meteen weten wie ze moeten casten voor de remake. Wel is het balen dat Ben Gazzarra inmiddels overleden is, want die zag ik ook meteen in Sergio Hernandez. Keaton en Gazzarra zouden een fascinerend koppel vormen.
Dat even terzijde, want Gloria heeft niet echt een remake nodig. Niet dat dit perfect is, want zeker in de eerste helft gaat dit wel erg traag en het voelt niet echt aan als een verhaal dat twee uur nodig heeft. Ondanks dit vond ik het moeilijk om niet mee te gaan met dit verhaal. Garcia heeft iets spontaans en is zeer levenslustig hier, evenals ietwat aandoenlijk en het is lastig om zo'n personage te weerstaan. De uiteindelijke relatie met het personage van Hernandez is ook best bijzonder. In principe heeft hij verhaaltechnisch veel van de onbetrouwbare versierder, maar hij maakt er toch meer van. Ik vermoed dat hij wel van Gloria hield, maar te vast te zat in zijn oude routine en te sociaal onhandig was om er goed mee om te gaan.
Ondanks de focus op de levenskracht van Gloria is het dan ook een beetje een droevige film, waar zelfs een uitbundige dans niets aan kan veranderen. Maar het is eveneens een ode aan de onweerstaanbare drang van mensen om hun leven met iemand te delen. Bitterzoet is het woord.
3,5*
Go West (1925)
Niet bepaald een hoogvlieger, deze Keaton. Wat mij betreft terecht een van zijn meer vergeten films, al zijn de meeste recensies op het internet wel positief. Ik vond het nogal een trage film, met een lage grapdichtheid. Veel van de grappen zijn ook niet bijzonder geïnspireerd. Die stierenstormloop (klinkt als een titel voor Suske & Wiske) had het hoogtepunt moeten zijn, maar veel verder dan constant stieren ergens naar binnen laten lopen en een paar mensen laten schrikken komt Keaton niet. Er zijn echter een paar reddende scènes, zoals de eerste poging van Keaton om een koe te melken, de kleine Keaton op een gigantisch paard, Keaton die onder schot gedwongen wordt te lachen en de relatie tussen Keaton en de erg overtuigend spelende koe Brown Eyes. De relatie tussen Keaton en de koe lijkt een beetje een parodie op Chaplins The Kid. Geen idee of dat de bedoeling was.
2,5*
Godfather, The (1972)
Alternatieve titel: Mario Puzo's The Godfather
The Godfather was een van die klassiekers die ik tot nu toe meer respecteerde dan een waar ik zelf helemaal dol was was. Daarmee bedoel ik dat ik het altijd een goede film vond en dat ik het geniale er wel in zag, maar het probleem was dat ik dat geniale verder niet voelde. Een persoonlijke favoriet was het niet. Mijn nummer 1 zal het nooit worden, maar na afgelopen week de gehele trilogie bekeken te hebben (deel 1 voor het eerst sinds drie jaar, de andere twee delen voor het eerst sinds vijf en een half jaar) kwam bij mij eindelijk de klik, waardoor ik eindelijk dacht: "Dit is echt geweldig!" Dat gold in ieder geval voor de eerste film, duidelijk de beste van de trilogie en tevens de film waarop de vervolgen steunen. Een groot deel van de kracht van de latere twee delen komt voort uit onze herinneringen aan Part I.
Ik kan hier gaan opsommen wat ik zo geweldig vind aan deze film, maar er is al zo veel lof geschreven over The Godfather dat ik er niet veel aan toe kan voegen. De fans weten al wat goed is hieraan en de mensen die het tot nu toe niet zagen mogen van mij de kwaliteiten zelf herontdekken. Dat het verhaal en vooral het acteerwerk briljant zijn is al vaak genoeg gezegd. In plaats daarvan richt ik me hier op zaken die me nu meer opvielen dan bij de vorige twee kijkbeurten en op de kritiekpunten die ik had in mijn laatste recensie uit 2007.
In 2007 had ik nogal een dubbel gevoel over Brando als Vito. Hoewel het idee van Edward G. Robinson als de Don mij nog meer aanstaat had ik ditmaal geen moeite met Brando. Ik noemde Vito de vorige keer een veel te overdreven personage. Té God-achtig, té wijs. In principe had ik gelijk, maar dit keer voelde het meer als een juiste keuze aan. Een van de sterkste kanten van The Godfather is de manier waarop we kijken naar de maffia. Het is enerzijds een warme, bijna nostalgische film over familiewaarden, maar anderzijds wordt dit knusse gevoel onderbroken door bloed en zien we de meest afschrikwekkende ontwikkeling van Michael Corleone van held naar schurk. De manier waarop de film ons naar de maffia toetrekt en weer afstoot, om vervolgens weer overnieuw te beginnen met aantrekken is sterk. Het zorgt ervoor dat het een minder koude film wordt dan bijna iedere andere maffiafilm, veel minder afstandelijk. Vito is een sleutel om dit te berijken. Hij is eigenlijk het morele centrum van de film. Iedereen respecteerd hem, zelfs zijn vijanden. Hij is zo goed als een maffiabaas kan zijn. Maar tegelijkertijd is het gewoon een gevaarlijke man en als je goed op zijn woorden let zit er meer vergif in dan zijn respectabele manier van spreken doet vermoeden. De trilogie heeft betere personages (Michael Corleone blijft verreweg mijn favoriet, al viel Tom Hagen me ditmaal meer op dan eerder), maar Vito was niet zo flauw als ik eerder vond.
The Godfather is ook een mooiere film dan ik me kon herinneren. Een cinematografisch wonder is het misschien niet, maar ook absoluut niet zo degelijk als soms wel eens beweerd wordt. De donkere sfeer is prachtig en de sets zijn tegelijkertijd realistisch en opmerkelijk. De aankleding is misschien meer een reden dat we ons aangetrokken voelen tot die corrupte wereld waar we in het dagelijks leven niets van moeten weten. Vergelijk het eens met De Palma's Scarface. Die film beeld probeert een aantrekkelijke wereld te creeëren door veel meer flashy setdesign en camerawerk, maar voor mij werkt dat minder goed dan de aanpak van The Godfather. De film voelt haast als thuis, als familie aan. Ik hou van de ironie die daaruit voort komt, dat het verhaal geen situatie bevat die mij aan thuis of aan mijn familie doen denken. Godzijdank.
Dit is dus gewoon een enorm goed uitgevoerd staaltje vermaak. Het is enerzijds vreemd dat dit zo'n grote hit was en populair werd bij het blockbusterpubliek. Dit is immers een veel complexere film dan enige andere publieksfavoriet die ik kan bedenken. De film is ook trager en meer gebaseert op personages dan op actie. Tevens heeft de film een enorme schaal, niet alleen qua lengte, maar ook hoever het om zich heen kijkt met een grote hoeveelheid siuaties, locaties, personages, intriges, complotten en verwijzingen naar de werkelijke wereld. En toch heeft zo'n film een tijdje de meest succesvolle film aller tijden kunnen zijn. Nog altijd voert hij toplijsten aan en bekijken veel mensen met niet bijzonder veel interesse in film hem, ondanks zijn bijna veertig jaar oude leeftijd. Een unieke prestatie. Het had zo een Hollywoodformule kunnen worden: films die scènes vol gezellig koken met de familie afwisselen met moordscènes. Gelukkig voor The Godfather is het geen formule geworden.
Ik verhoog naar 4,5*.
Later deze week zal ik nog wat schrijven over deel 2 en 3.
Godfather: Part II, The (1974)
Alternatieve titel: Mario Puzo's The Godfather: Part II
The Godfather Part II is net een iets betere film dan ik me herinnerde. Ik dacht dat hij wellicht een ster minder zou krijgen bij herziening, maar dat blijkt niet het geval te zijn. Enkele minpunten die golden bij de eerste kijkbeurt vijf jaar geleden blijven staan, maar over het algemeen is dit toch wel een sterke film.
Het beste aan The Godfather Part II is het gevoel dat het vanaf het begin af aan bedoelt was om dit deel te maken. Als je Part II eenmaal kent voelt Part I ineens als een film die niet af is. Met name de korte momenten met Fredo in het eerste deel krijgen ineens een nieuwe laag. Het verhaal van Michael komt ietwat traag op gang, maar uiteindelijk is het toch aangrijpend om te zien hoe Michael steeds meer een monster wordt. Dat einde, met die flashback aan tafel, met alle Corleonebroers nog in leven, is bijzonder krachtig. Het meeste wordt echter gewonnen door onze herinnering aan deel 1. Het verhaal van Michael is zo subliem opgebouwd dat totaal nieuwe situaties ons toch doen denken aan die van deel 1. Het draait dan om het contrast: Hoe herinneren we ons hoe de vroegere Michael, Vito of zelfs Sonny op een situatie reageerden. Ik ken eigenlijk geen vervolg die op een dergelijke manier gebruikt maakt van het eerste deel. Het zijn herkenbaar twee films die van elkaar verschillen, maar ze vullen elkaar aan: zijn één geheel.
Deze film wordt regelmatig lelijker genoemd dan deel 1 is me opgevallen. Is dit wel terecht? Part I is warmer gekleurd en de locaties die iets nostalgisch hebben. Hier zien we dat hoogstens terug in de verhaallijn van de jonge Vito. De koude, donkere beelden in het Michael-verhaal lijken me echter een zeer bewuste keuze. De film wordt er afstandelijker door, wat alleen maar de groter wordende afstand van Michael tot zijn familie benadrukt. Ik schreef bij deel 1 dat de sfeer van die film op en ironische manier deed denken aan een thuis. Deel 2 ruikt naar zaken. Dat het daardoor iets minder mooi oogt is dan ook een wat flauwe kritiek, want het is allemaal doelbewust geschoten.
De grote zwakte blijf ik echter die stukjes over de jonge Vito vinden. Ik weet nog steeds niet wat die stukken hier te zoeken hebben. De film gaat duidelijk over Michael, maar bijna willekeurig wordt het soms onderbroken voor wat Vito. Ik denk dat dit om het contrast tussen de twee dons gedaan is, maar vindt iemand dit echt succesvol gedaan? We zien don Vito hier eigenlijk nergens zo wijs handelen als in deel 1 en we zien ook niet hoe hij zo wijs geworden is. We zien hem eigenlijk voornamelijk wat tegenstanders vermoorden en een vrouw helpen om haar huis te behouden (nota bene in een scène die zo komisch gebracht wordt dat het uit de toon van de trilogie valt). Familiemomenten zijn schaars, evenals zaken die werkelijk om eer draaien. Iemand die deel 1 niet gezien heeft zal onmogelijk begrijpen waarom Vito een betere don is dan Michael, tenzij hij de warme cinematografie aanwijst als teken dat Vito vriendelijker is. Uiteindelijk voelen de momenten van Vito aan als nutteloze onderbrekingen die het tempo uit de film halen. Ze hebben wel wat gedenkwaardige momenten, maar vertellen tegelijkertijd een opkomstverhaaltje dat enorm standaard is en niet zo verfijnd gebracht wordt als de rest van de eerste twee films. Vito's opkomst had enorm boeiend kunnen zijn, maar dat had dan een aparte film moeten worden. Op een positieve noot: De Niro's rol, die ik in het verleden meerdere malen bekritiseerde, is beter dan ik me herinnerde. Het is niet zo de Marlon Brando imitatie als ik eerder beweerde.
Het zijn dus het prequelgedeelte die voorkomt dat ik deel 2 net zo goed vind als het eerste deel. Toch blijft The Godfather Part II prima overeind, vooral als aanvulling op Part I.
4*
Godfather: Part III, The (1990)
Alternatieve titel: The Godfather, Coda: The Death of Michael Corleone
Toen ik net op MovieMeter was noemde ik The Godfather Part III de beste film van de trilogie. Dat zegt waarschijnlijk meer over mij vijf en een half jaar geleden dan over deze film. Niet dat deze afsluiter een echt slecht is, maar vergeleken met de twee voorgaande delen stelt het geen klap voor.
Wellicht komt het door de manier waarop het tot stand kwam. Coppola had na de commerciële flop Tucker: A Man and His Dream (ongezien door mij) een hit nodig om zijn bedrijfje Zoetrope te kunnen laten bestaan. En wat zou gemakkelijker een hit worden dan een nieuwe Godfather? Het script moest in zes weken af zijn en het schrijven ging moeizaam, want er werden steeds weer elementen toegevoegd en geschrapt. Belangrijk is vooral dat Tom Hagen, die oorspronkelijk een onmisbare rol in het verhaal zou spelen, uit het scenario verwijdert moest worden, omdat de studio Duvall hetzelfde salaris wilde geven als hij kreeg voor deel 1 en 2, zelfs als dat betekende dat veel kleine bijrolacteurs veel meer kregen. Duvall eiste een hoger bedrag, maar werd uiteindelijk niet aangenomen. Een ander castingprobleem ontstond toen Winona Ryder wegviel voor de rol van Michaels dochter en vervangen werd door Sofia Coppola.
Hoe dan ook, er kwam een script uitrollen dat niet helemaal zo was als gepland. Zo las ik dat er mogelijk een idee was dat Hagen zaken deed met het Vaticaan, namens Michael, maar dat het Vaticaan Hagen liet ombrengen, wat zou resulteren in een wraakactie van Michael. Het plot zou verder waarschijnlijk wel veel lijken op die van nu, maar de uiteindelijke film mist het element van broederschap dat zo belangrijk is in de andere delen. Wraak op de moord van Hagen klinkt, al is het maar om de moord op Fredo te compenseren, als iets wat beter bij Michael. Hoewel Michaels leven hier zelf op het spel staat voelde het verhaal soms aan alsof Michael vooral de paus wilde redden, wat niet helemaal een richting is waar ik het personage verwacht in te zien gaan na de vorige delen en het voelt flauw aan.
Een ander belangrijk kritiekpunt is dat deel 3 toch vooral overbodig aanvoelt, misschien ook door het snel en moeizaam geschreven script (dat eigenlijk nog aardig in elkaar steekt ondanks alle moeilijkheden). Bij Part II had ik het gevoel naar een onmisbaar onderdeel van Part I te kijken, zo goed liepen de twee in elkaar over. Part II verdiepte het materiaal. Part III daarentegen voelt meer aan als een voetnoet, alsof we slechts kijken naar Michael die wat reflecteerd op de gebeurtenissen in de vorige twee delen. Daartussenin zit nog wel weer een nieuw plot met wederom een machtstrijd verweven, maar die verhaalelementen komen in ieder deel op hetzelfde neer en zijn niet de hoofdattractie. Waarschijnlijk was er nog een verhaallijn te vertellen over Michael die niet overbodig aanvoelde, maar dat is niet deze film. Het stoorde me ook dat Michael ineens weer een stuk sympatieker is dan in Part II: de angel wordt uit de trilogie getrokken. Daarnaast mist de film gewoon iemand als Tom Hagen, aangezien de broederband een deel van de ziel van de trilogie vormt. In dit deel is nog wel Connie Corleone over, maar traditioneel worden vrouwen bij de Corleones buiten de zaken gehouden. Om van Connie ineens een manipulatief personage te maken valt buiten haar karakter van de vorige twee delen.
Dit is duidelijk een minder geïnspireerde film dan de vorige delen. Je voelt het aan alles: van de sfeer, de casting van veel bijrollen tot aan de moordscènes. Het is goed, maar veel minder krachtig uitgevoerd en zelfs wat simpeler. Er zijn hoogtepunten, zeker de opera en de casting van Eli Wallach, maar weinig kan zich meten met de hoogtepunten van de eerdere delen. Ik zou willen zeggen dat deze op zichzelf nog beste aardig is, maar het zijn grotendeels ook de herrinneringen aan zijn voorganger waarop hij steunt. De vergelijking met die twee films is een vloek en een zeker voor Part III.
Ik verlaag naar 3 sterren.
Gohatto (1999)
Alternatieve titel: Taboo
Zover als mysteries over homoseksuele samourai gaan is dit een hele goeie, al betwijfel ik of er veel meer zijn. Vandaar wellicht dat Oshima meteen ook bijna ieder personage homoseksueel maakt. Of is dat slechts een illusie. De overdrijving werkt in ieder geval wel. Door te focussen op mogelijke lustgevoelens wordt er een onderhuidse spanning opgeroepen die Gohatto uittrekken boven de gemiddelde samouraifilm. Een gevecht voelt hier dan ook nauwelijks aan als een krachtstrijd, want iedere slag van het zwaar lijkt gedreven te zijn door passie. In hoeverre homoseksualiteit geaccepteerd is in Japan heb ik uit hun films altijd al moeilijk op kunnen maken (het lijkt wel alsof ze er een haat-liefde-verhouding ermee hebben), maar de ware taboe hier is overmatige emotionaliteit en niet de seksuele geaardheid.
De film heeft een bijzondere sfeer. Het is niet eens zozeer mooi geschoten, maar er hangt een mysterieus gevoel over alles heen, evenals met een broeierige atmosfeer. Ik moest ergens aan Sirk denken, wat niet voor de hand ligt want dit is niet bepaald het type film dat Sirk maakte en de interieurs van de Japanse legerhutten hebben niets weg van die van de huizen in de Amerikaanse suburbia van de jaren '50. Toch is het kleurgebruik vergelijkbaar en laat Oshima soms de sets er haast bewust nep uitzien, wat ook aan klassiekere cinema te koppelen valt.
Verder is het vooral een goedgeschreven drama, die bij vlagen ook grappig en zelfs een beetje spannend weet te worden. De acteurs zijn sterk. Aan Kitano moest ik even wennen in deze rol, maar het werkte. Verder vallen Takeda en Sakagami op in bijrollen.
4*
Going My Way (1944)
Ik vraag me af of er nog mensen zijn die nostalgisch zijn naar de tijd waarin als iets niet helemaal deugde de lokale pastoor op bezoek kwam? Je weet wel, toen de buurvrouw opmerkte dat je misschien naar bed ging met een vrouw voor het huwelijk, waarna diezelfde buurvrouw de pastoor waarschuwde zodat hij in kon grijpen (ja, deze situatie zit min of meer in deze film). Niemand die dat mist? Ik niet in ieder geval. Zelfs niet als de pastoor de altijd sympathieke en gelukkig weinig prekerige Bing Crosby is, die voor iedere probleem wel een liedje heeft om het mee op te lossen.
Het werkte voor mij gewoon ontzettend in het nadeel dat zowel het thema als het verhaal enorm oubollig zijn. Leo McCarey is een prima regisseur, die een bepaalde respektabiliteit weet te halen uit zijn acteurs en hij brengt een aangename kalmte in het verhaal en daardoor werkte Going My Way enigzins nog wel. Enigzins, want dit spreekte mij verder gewoon weinig aan. Het is een van die Oscarwinnaars van Beste Film die een beetje in de vergetelheid dreigt te raken en het is niet moeilijk te zien waarom. Hij is gewoon niet meer echt van deze tijd, in geen enkel opzicht. Klassiekers blijven ondanks dat ze in toon zijn met hun eigen tijd altijd nog iets hebben voor het moderne publiek. In Going My Way vind ik zoiets niet terug.
Als musical heeft het te weinig liedjes, waarvan er ook geen een gedenkwaardig is. Als komedie te weinig grappen. Voor een drama worden alle problemen te snel opgelost, vaak namelijk al in dezelfde scène waarin het probleem begint. En als een van de grootste conflicten draait om het zingen van een liedje getiteld 'Three Blind Mice' weet je al enigzins waar je aan toe bent. Het is te danken aan de charismatische B9ing Crosby, de sterke Barry Fitzgerald (wiens stem mij aan Yoda deed denken) en de eerder genoemde regie van Leo McCarey die voorkomen dat het ooit saai of irritant wordt. Het blijft altijd aangenaam. Bijzonder wordt het echter geen seconde.
3*
Gold Rush, The (1925)
The Gold Rush stond bij mij te boek als een Chaplin die goed was, maar het niet haalde bij de meeste andere films van hem, ondanks dat dit door velen (inclusief Chaplin) zelf als één van de grootste meesterwerken van de regisseur gezien wordt. Ik vond hem relatief minder grappig dan de meeste Chaplins en het romantische plot maakte weinig indruk op me.
Nu bij de derde kijkbeurt is het echter ineens helemaal raak. Ineens vind ik het wel degelijk een bijzondere film. Ik maakte kennis met The Gold Rush via de tweede versie uit 1942, maar nu ik voor de tweede maal de stomme versie gezien heb en tevens een aantal scènes vergeleken in beide versies kan ik toch wel stellen dat de stomme versie duidelijk een stuk beter is dan Chaplins belabberde poging om zijn favoriete film van hemzelf van spraak te voorzien. Die voice-over kan echt niet, veel te nadrukkelijk aanwezig, waardoor de sfeer verbroken wordt. Hij acht het soms kennelijk zelfs nodig om valgrappen te ondersteunen van commentaar als "There he goes." De ietwat betuttelende toon van Chaplins stem hier is eveneens verschrikkelijk.
Nee, neem dan de stomme versie. Het gebrek aan dialoog zorgt hier extra voor een dromerig gevoel. Chaplins films hebben altijd de illusie van een andere wereld gewekt door hun sfeer, ondanks dat Chaplin zich altijd liet inspireren door de echte wereld. Het gebrek aan geluid heeft daar altijd aan bijgedragen. Daar komt nog eens bij dat The Gold Rush duidelijk in de studio is opgenomen (met uitzondering van de geweldige openingsbeelden waarin een massa mensen een besneeuwde berg opklimmen), wat de film alleen nog maar kunstmatiger laat ogen. In dit geval bedoel ik dat op een goede manier, want de sets zijn er prachtig uit, waarschijnlijk beter dan als Chaplin op locatie was gaan filmen. Het past bij de film.
Misschien omdat ik ditmaal The Gold Rush in ben gegaan met de verwachting dat ik niet veel zou lachen dat ik meer van de film genoot. Er zijn een aantal komische meesterstukjes (hier aangehaald in iedere positieve recensie), maar eigenlijk vind ik de meeste van die scènes meer op een dromerige, sfeervolle manier werken dan als een lachmiddel. Denk bijvoorbeeld aan dat brooddansje: het is vooral heel charmant. Chaplin schiet hier ook midden in de roos in de dramatische scènes waarin de Tramp als outsider in het dorpje neergezet wordt. Eigenlijk is het niet bepaald ingewikkeld wat hij doet en zelfs een tikkeltje sentimenteel. Maar in de algehele sfeer van de film werken momenten goed waarop de Tramps silhouet op de voorgrond afgezonderd wordt van een dansende menigte of als de Tramp alleen nieuwjaar vieren, terwijl de rest van het dorp meezingt met Auld Lyne Sang. Met zo'n momenten moet je weg kunnen komen en door de perfect getroffen toon en sfeer werken lukt Chaplin dat. Voor mij is The Gold Rush nu dan ook vooral een fijn soort, licht-melancholische avonturenfilmpje op een koud-exotische locatie. Met een komische inslag. En dat werkt heerlijk.
Het enige wat mij nog altijd niet overtuigd is het romantische plot. In tegenstelling tot bijvoorbeeld City Lights en Modern Times zet de Tramp zich hier in voor een vrouw die duidelijk niet van hem houdt en in tegenstelling tot in The Circus is de vrouw voor een lange tijd ook nog eens een bitch. Ik geloof best dat ze uiteindelijk medelijden met de Tramp, maar de plotselinge omslag helemaal aan het einde naar verliefdheid overtuigd me niet zo. Ze is iets teveel als een harde, cynische vrouw die mannen uitbuit neergezet om het geloofwaardig te maken dat ze op het zachtste eitje van het hele stel valt. Net daarvoor was ze immers nog de vrouw die met de Tramp danste om de stoerste man van het dorp jaloers te maken. Het happy end voor het romantische koppel heeft mij altijd onoprecht en onverdiend geleken en het knaagt nog altijd.
Gelukkig is de romance niet zo'n belangrijke factor als in City Lights en ligt de focus meer op de avonturen op de berg en de Tramps sociale isolement in het dorp. En op dat gebied werkt het allemaal bijzonder goed.
4*
Noot: vreemd genoeg is mijn eerste recensie bij deze film ongeveer net zo positief als deze. Kennelijk was het de eerste herziening die tot teleurstelling leidde, al staat het me niet zo bij.
Goldfinger (1964)
Alternatieve titel: Ian Fleming's Goldfinger
Vrijdag, tijdens de vijftigste verjaardag van James Bond in de filmwereld, heb ik Goldfinger weer eens aangezet. Niet omdat het de meest iconische film is uit de reeks, maar omdat het de enige Bond is die ik op dvd heb.
Het was ook tevens de eerste keer in waarschijnlijk tien jaar dat ik hem zag, wat verklaard waarom ik me nauwelijks kon herinneren hoe onzinnig deze film wel niet was. Ik meende altijd dat de meer stompzinnige elementen van Bond pas in de latere Connery's (Diamonds Are Forever dan vooral) en de Roger Moore's geïntroduceerd werden, maar hier is het al helemaal raak. Gelukkig is het hier allemaal nog niet zo flauw en wordt het nergens irritant, maar levert het een leuk jongensavontuur op die zo uit een stripboek kan komen. Het grootste pluspunt is vooral dat Guy Hamilton de gedenkwaardige scènes maar blijft laten komen. Het is hoogtepunt na hoogtepunt. Dit is waarschijnlijk niet alleen de meest iconische Bondfilm doordat het degene was die de serie vormgaf (al telt dat ook mee), maar ook omdat hij gewoon de meeste legendarische scènes had, naast ook nog eens gedenkwaardige personages als Auric Goldfinger, Pussy Galore (het blijft grappig om die naam steeds serieus uitgesproken te horen worden) en persoonlijke favoriet Oddjob en een titelsong die nog altijd de maatstaaf is voor de reeks.
Sommige dingen zijn te bespottelijk voor woorden. Vooral dat Goldfinger al die gangsters uitnodigt, hun een uitgebreide presentatie geeft met draaibare muren en open schuivende vloeren, om ze vervolgens allemaal af te maken. Waarom überhaupt die presentatie geven als ze toch alleen maar verzameld worden om ze te doden? Waarom de presentatie dan ook nog eens zo omslachtig doen? En waarom niet vertellen wat werkelijk het doel is van de overval in Fort Knox, in plaats van een alternatieve reden verzinnen? Gek genoeg maakt een dergelijke excentriciteit Goldfinger alleen maar leuker, al leidt het ook tot zwaktes. Dat Goldfinger met geluidsapparatuur zichtbaar in zijn oor poker speelt maakt zijn tegenstander wel erg dom en die scène totaal oninteressant en lui.
De serie is toch wel flink veranderd door de jaren heen. Goldfinger blijft toch wel één van de meest vermakelijke delen, zeker de koning van de meer cheesy versies van Bond, wat ik vaak een mindere kant van hem vindt. Briljant zijn films uit deze reeks nooit, Goldfinger ook niet, maar het blijft zeer leuk om te kijken.
3,5* blijft staan.
Golem, Wie Er in die Welt Kam, Der (1920)
Alternatieve titel: The Golem: How He Came into the World
Ah, die Duits-expressionistische horrorfilms. Ik kan er wel altijd van genieten. Der Golem is niet zo bekend als Nosferatu of Caligari, maar wordt door liefhebbers toch vaak in dat rijtje geplaatst. Toegegeven, zo goed als die twee is hij niet, maar het scheelt niet veel.
De aantrekkingskracht is ongeveer hetzelfde: je onderdompelen in een bizar vormgegeven wereld met een donker randje en een hang naar oude folklore. De sets van de joodse getto zijn echt geweldig en enkele scènes springen eruit. Denk aan het oproepen van de demon Astaroth, maar ook de sequentie waarin de rabbijn de koning beelden van het lijden van het joodse volk laat zien. Het zijn van die scènes die bewijzen dat de Duitsers in de jaren '20 al veel meer experimenteerden met technieken dan bijna iedereen in de komende decennia en ze deden dat ook nog eens in mainstream films (de Golemfilms van Wegener waren populair). Het is een traktatie om naar te kijken. Ook wel leuk dat die scène met dat meisje direct vooruit lijkt te lopen op Frankenstein.
Ach, het verhaal is wat klungelig soms en de golem zelf richt nooit zo veel schade aan als je zou willen in een horrorfilm. Maar ach, er is genoeg te zien en te beleven en qua sfeer is Der Golem gewoon raak.
4*
Gone Girl (2014)
Gone Girl is een heel ander soort film dan ik vooraf verwacht had, maar het duurt een tijdje voordat dit merkbaar wordt. Het eerste uur of zo ligt geheel in de lijn van Finchers meest recente werk. Een zeer vakkundig gemaakte thriller dus, met veel aandacht voor karakteruitdieping en met een zeer onderkoelde sfeer. Erg goed gefilmd, strak gemonteerd en wederom met een pulserende score van Reznor en Ross. Het was een prima film, precies door dit vakmanschap en ook omdat het slim gebruik maakt van Afflecks onvermogen om veel emotie te leggen in zijn acteerwerk. De mediasatire stal nog het meest de show. Maar erg verrassend was het nou ook weer niet.
Breng daar het tweede uur. De twist dat Amy haar vermissing in scène heeft gezet is enigszins gewaagd en Fincher verliest er wellicht wat kijkers mee, omdat het vergezocht is en het bijna haaks staat op de wat meer realistische toon van wat er vooraf ging. Wat mij betreft maakt het de film. Vanaf het moment dat ik Amy zag rijden in haar auto, haar nieuwe leven tegemoet, wist ik dat ik ineens aanbeland was in de wereld van pulpfictie. Eveneens wist ik plotseling weer hoe goed Fincher in het verleden was met rebelse pulp, wat dit is. Weinig regisseurs weten enigszins minder materiaal naar nieuwe hoogtes te brengen, alsof het klasse heeft en dat is wat Fincher hier doet.
Belangrijker, de tweede helft van de film is niet alleen spannender en een meer interessante thriller dan de eerste helft, voor mij wordt het een komedie. Ik lees het niet veel meer terug, dus het zal wel mijn persoonlijke ervaring zijn, maar ik vond de film vrij hilarisch. Het is in feite een zwarte komedie met als richtpunten niet alleen het huwelijk, de media, maar ook feminisme, zonder in dat opzicht overigens een duidelijk standpunt voor of tegen te nemen. Het plan van Amy is wat belachelijk en vergezocht, maar het wordt met zoveel zwartgallig plezier gebracht, niet op de laatste plaats door Rosamund Pike, dat ik het moeilijk kon weerstaan. Het is net alsof iemand het verhaal van de femme fatale uit de klassieke film-noirs pakte en eindelijk haar zelf aan het woord te laten.
Het eindigt ook perfect. In plaats van voor een ironische moord op het einde te gaan, waar ik bang voor was, krijgen we een andere ironie: een verknipte versie van een Hollywoodeinde waarin man en vrouw weer herenigd worden. Dit is einde is zo passend, omdat er voor die twee geen grotere straf bestaat dan bij elkaar blijven en ze zijn beiden zo onsympathiek dat ze elkaar verdienen. Het bevestigd voor mij alleen maar meer dat dit gewoon een komedie verpakt als thriller is. Wel is het jammer dat dit einde zo lang uitgesponnen wordt. Fincher lijkt steeds op iets anders aan te sturen, maar blijft toch hangen in dat ze bij elkaar blijven. Het punt is dan al lang duidelijk.
Wat mij betreft misschien wel de meest schaamteloos vermakelijke film van Fincher. Het bewijst ook maar weer eens dat hij op zijn best is hoe minder sympathiek de personages zijn. Het plezier waarmee hij dat soort mensen kwelt belicht nog maar eens voor mij dat hij een hele goede satire-regisseur is, zelfs al heeft hij die reputatie niet. Hij is ook erg goed in ambiguïteit, altijd een zeldzaamheid in Hollywood.
4*
Gone with the Wind (1939)
Maandag herzien en het blijft een film die tegelijkertijd vol met storende onhebbelijkheden zit en tevens compleet meeslepend weet te zijn. De bril waarmee hier een nostalgische blik geworpen wordt op de historie van het zuiden van de VS is bij vlagen gewoon absurd. Neem bijvoorbeeld al die tekst waarmee de film begint:
There was a land of Cavaliers and Cotton Fields called the Old South. Here in this pretty world, Gallantry took its last bow. Here was the last ever to be seen of Knights and their Ladies Fair, of Master and of Slave. Look for it only in books, for it is no more than a dream remembered, a Civilization gone with the wind...

Zelfs al het waar was zou het taalgebruik veel te bombastisch zijn om serieus genomen te worden, maar iedereen met een beetje kennis van geschiedenis weet dat deze tekst eigenlijk gewoon enorm fout is. Wat voor een film durft zelfs maar te openen met de stelling dat de tijd 'of Master and of Slave' zo prachtig was? De afschildering van 'the Old South' levert hier net zo'n sprookjeswereld op als het land van Oz. Het is onnodig om te zeggen dat de afschildering van zwarten hier, zeker in moderne ogen, nogal racistisch is, al moet in alle eerlijkheid de kanttekening gemaakt worden dat in vergelijking met andere films al die tijd zwarte mensen hier er nog redelijk goed van af komen. Het zijn al individuen en dat was voor die tijd al heel wat. Ik kan daar niet hard over vallen.
Het meest interessante is eigenlijk dat ondanks dit waanbeeld van het westen de manier waarop de geschiedenis verweven wordt in het persoonlijke verhaal vrij indrukwekkend is en dat de film er zelfs in slaagt om een doorleefd gevoel voor het land op te wekken. Misschien omdat de makers net slim genoeg waren om te erkennen dat de arrogantie en naïviteit van de zuiderlijken bijdroeg aan hun verlies van de burger. De film maakt het verrassend makkelijk om meegesleept te worden in deze historische gebeurtenissen. Dit is de grootmoeder van alle soaps, dus het melodrama is niet subtiel, maar op een bepaalde manier heeft de film iets onweerstaanbaars en overrompelends. In zekere zin is dit dan ook nog steeds de grootste Hollywoodfilm. Er zijn films met grotere historische gebeurtenissen, met meer locaties, met grotere sterren, met meer heroïek en tragiek, zelfs met langere lengtes, maar nog altijd voelt Gone With the Wind groter aan. En tegelijkertijd vliegt de tijd met de wind voorbij tijdens het kijken.
De schoonheid zit hem uiteindelijk in de schitterend warme kleuren. In de perfect epische maar toch op de juiste momenten intieme camerastijl. In de geweldige momenten tussen Scarlett O'Hara en Rhett Butler die niet een keer teleurstellen. In de geweldige scènes die altijd blijven hangen, zoals Rhett onderaan de trap, het overzicht van het plein vol gewonde soldaten (een shot dat bij de eerste kijkbeurt op de een of andere manier een grote indruk op me maakte), het brandende Atlanta, Rhett die Scarlett de trap opneemt; zelfs afgezaagde momenten met kitscherige beelden zoals het moment waarop Scarlett de woorden "As God is my witness, I'll never be hungry again" uitspreekt zijn eigenlijk perfect. Dit is ook een zeldzame film waarin ik dik soapachtig melodrama kan waarderen (toegegeven, er zijn nog altijd wat passages waar ik moeite mee heb, zoals de dood van Melanie). Ook merkwaardig is dat het allemaal bijzonder romantisch aanvoelt, terwijl de gehele film bestaat uit potentiële liefdes die constant genegeerd geworden, tot aan de laatste scène toe.
Kortom: Gone with the Wind is een film die ondanks zijn overduidelijke problemen en zijn, ahum, excentrieke blik op het Oude Zuiden gewoon werkt. Een meesterwerk is het wat mij betreft niet, maar wel schitterend vermaak.
4* blijven staan.
