Meningen
Hier kun je zien welke berichten Metalfist als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Harvard Man (2001)
What's more important, a basketball game or the greatest fuck in the world?
Sarah Michelle Gellar, wat blijf ik daar toch een groot zwak voor hebben. Zelfs in die mate dat ik me al regelmatig heb laten verleiden tot het aanschaffen van een film simpelweg omdat zij er in meespeelt, maar al snel werd duidelijk dat ze nooit het niveau van Buffy weet te halen. Dat is natuurlijk ook omdat dat een perfect samenkomen van veel elementen was/is en toch... Ik kan het nog steeds niet laten wanneer ik een goedkope DVD met haar in de hoofdrol in mijn handen heb.
Vandaar dus gisteren deze Harvard Man aangeschaft en ik had nog wel zin in een komisch filmpje. Wat blijkt echter? De film is helemaal niet zo komisch. Lijkt me trouwens ook helemaal niet de bedoeling te zijn geweest van de makers maar dat terzijde. Regisseur (en scriptschrijver) James Toback, die naar het schijnt zelf een serieuze gokverslaving heeft, levert dan ook meer een misdaadfilm af. We volgen een niet al te snuggere en naïeve basketballer die besluit geld te gaan lenen bij de vader van zijn nieuwste verovering en laat dat nu net een maffiabaas zijn. Wat volgt is een film over matchfixing, de nodige portie seks en vooral veel drugs. In dat opzicht is Harvard Man sowieso al interessant om eens gezien te hebben aangezien ik het nog niet veel vaker heb weten voorkomen dat het hoofdpersonage ongeveer een kwart van de film doorbrengt in een zware LSD trip. Naar het einde begint heel dat trippen wat te vervelen, maar kudos voor Toback dat hij dit zo lang boeiend kan houden.
Gekocht voor Sarah Michelle Gellar dus en die doet het hier wel weer tof. Een ietwat meer erotisch getinte rol zoals in Cruel Intentions en dat gaat haar wel goed af. Wordt toch eigenlijk eens hoog tijd dat ze terug wat meer in het film- en serielandschap te zien is, vooral omdat haar laatste series (RInger en The Crazy Ones) onterecht geen lang leven beschoren waren. De hoofdrol is weggelegd voor Adrian Grenier en dat valt beter mee dan verwacht. Hij past wel in het hyperkinetische sfeertje dat Toback probeert op te roepen en dat geldt ook voor Joey Lauren Adams die nog een leuk bijrolletje als Chesney, een professor in filosofie, blijkt te hebben.
Een vrij lage gemiddelde score en eerlijk gezegd, ik vraag me af waarom. Niet alles is perfect aan deze Harvard Man, maar er is genoeg om een ruime voldoende te scoren. Een cast die goed in hun vel zit, de film heeft een eigen smoelwerk en een plot dat de volledige speelduur blijft boeien. Wil wel eens wat meer van Toback zien, vooral Seduced and Abandoned lijkt me wel iets tofs te zijn.
3.5*
Hasta la Vista! (2011)
Alternatieve titel: Come as You Are
Ik wil poepen!
Geoffrey Enthoven heeft een tijdje de naam gehad van één van de meer interessante nieuwe regisseurs in het Vlaamse filmlandschap te zijn, maar ik zag het in ieder geval nog niet bij Broer en Vidange Perdue. Hoewel het niet perse slechte films zijn (3.5* en 3*), wou ik hem vooral nog een kans geven met Hasta la Vista. Indertijd een gelauwerde film en het gemiddelde van de film hier beloofde ook veel goeds. Zo gezegd, zo gedaan en eerlijk gezegd? Ik had er toch iets meer van verwacht.
Vooral omdat dit zo verdomd voorspelbaar is. Claude die eerst niet geaccepteerd wordt waarna de gehandicapten en hun begeleider dichter bij elkaar groeien om daarna te eindigen met Claude die een relatie met Jozef begint, de dood van Lars, de moeilijkheden met de ouders, de dynamiek in de groep, het afstoten en aantrekken van het groepje vrienden, de levenslessen die er uit volgen... Je kunt de film bijna vanaf minuut één gaan voorspellen en het is dan ook een voordeel dat Enthoven het wel allemaal wel mooi weet te brengen. De roadtrip an sich is ongetwijfeld het leukste gedeelte aan de film, hoewel de uiteindelijke aankomst in het bordeel ook nog wel zijn charme heeft, en wat overblijft is een film die ook wel een goede balans tussen een lach en een traan weet te behouden. Op zich knap dus van Enthoven maar niet voldoende.
Want de film wordt voor een groot deel, misschien zelfs wel bijna helemaal, gered door het trio hoofdrolspelers. Robrecht Vanden Thoren, Tom Audenaert en Gilles De Schryver zijn de laatste jaren in meer en meer Vlaamse producties te zien en dat is ongetwijfeld te danken aan deze film. Alledrie spelen ze iemand met een handicap en geen één van hen doet dat met de nodige clichés. Het vriendengroepje voelt echt aan en dat is toch een mooi kunstje dat ze tentoonstellen. Beetje zonde dat dat niet over alle rollen gezegd kan worden. Isabelle de Hertogh is nog een goede toevoeging als Claude maar wat bijvoorbeeld Johan Heldenbergh hier heeft te zoeken? Erg sterk in De Helaasheid der Dingen en Broken Circle Breakdown maar hier tenenkrommend als de vader van Lars. Tof bijrolletje nog wel van Manou Kersting, altijd fijn om die nog eens in iets te zien.
Absoluut geen slechte film, laat dat duidelijk zijn. Hasta la Vista! wordt echter genoemd als één van de beste Vlaamse films van de laatste 10 jaar en dat is toch een brug te ver. De film wordt voornamelijk overeind gehouden door Vanden Thoren, Audenaert en De Schryver en kijkt verder vlotjes weg. De clichés van een roadmovie worden echter niet ontweken en dat is toch zonde.
Nipte 3.5*
Hatari! (1962)
Rockets for Pockets
Ik heb altijd mijn twijfels gehad of Hatari wel iets voor mij ging zijn. Als enorme John Wayne fan moest ik de film ooit wel eens zien natuurlijk, maar ik ben niet zo te vinden voor het hele safari gedoe en het neerschieten van wilde dieren. Ik heb zelfs Green Hills of Africa van Hemingway, toch wel één van mijn favoriete schrijvers, hiervoor halverwege links laten liggen. Hatari leek me in dat straatje te liggen maar bon, vandaag me er dan toch eens aan gewaagd.
En het is een mooie meevaller dat Howard Hawks ervoor kiest om een film te maken waar de focus puur op het vangen van de beesten ligt en niet op het neerschieten. Daar zitten natuurlijk dan ook nog altijd vrij harde scènes in, maar daar kan ik op zich mee leven. Bij het uitkomen van de film in 1962 was er de kritiek dat dit eigenlijk meer een vakantie voor Hawks moet zijn geweest dan effectief werk. Iets wat te begrijpen valt want er was geen afgerond script en Hawks liet zich op zijn dooie gemak (en ver weg van de studiobazen) inspireren door het moment waardoor het budget van 6 miljoen dollar er nogal snel werd doorgejaagd. Dat is dan ook het enige minpunt dat ik kan bedenken bij Hatari en dat is dat de film nooit tot een echte climax weet op te bouwen. Ik had dan ook verwacht dat er wat meer met de neushoorn gedaan ging worden, maar verder dan de ontsnapping van dat beest (wat per ongeluk gebeurde waarop Hawks besloot om het in de film te houden om het realisme op peil te houden) wordt daar niets meer mee gedaan. De romance stelt zoals gewoonlijk niet veel voor, maar ik kan me altijd wel amuseren met een klungelende Wayne die niet begrijpt wat hij verkeerd heeft gedaan bij de dame in kwestie.
Hetgeen direct opvalt aan Hatari, het is dan ook onder andere de openingsscène, zijn de scènes waarin er een poging wordt gedaan om de wilde dieren te vangen. Volgens Hawks komen er geen stuntmannen aan te pas (ik heb er echter wel wat mijn twijfels over) waardoor deze scènes nog interessanter worden. Misschien had er wel één of twee pogingen geknipt mogen worden, 2.5 uur kan voor sommigen toch net iets te lang zijn, maar ik heb me gelukkig geen moment verveeld. John Wayne voelt zich overduidelijk in zijn sas in Afrika, maar het viel me op dat gewoon heel de cast erg veel plezier lijkt te hebben. Het groepje mannen is lekker op elkander ingespeeld en ook de vrouwelijke touch van Michèle Girardon en Elsa Martinelli is erg aangenaam. Die laatste is inderdaad niet het toonbeeld van een goede actrice (dan liever Girardon), maar het stoorde me blijkbaar minder hard dan sommigen anderen hier op het forum.
Geslaagde muziek ook, tof om eens te horen waar het bekende Baby Elephant Walk zijn oorsprong in vond. Hoewel dit niet het beste is wat Wayne en Hawks op het grote scherm hebben getoverd, is dit toch weer een heerlijke zit. Jammer dat ik hier zo lang mee heb gewacht.
4*
Hateful Eight, The (2015)
Alternatieve titel: The Hateful 8
You only need to hang mean bastards, but mean bastards you need to hang
Tarantino, ik blijf er toch een zwak voor hebben. Het was de eerste regisseur waar ik echt doelbewust eens wat meer van ging opzoeken en ik probeer sinds Inglourious Basterds zijn oeuvre toch altijd in de cinema te gaan zien. Waarom niet vanaf vroegere films? Wel, Basterds was de eerste Tarantino waar ik effectief binnen mocht.. Soit, ik keek dus wel uit naar The Hateful Eight en het mooie eraan was dat ik bovendien nog een duoticket had gewonnen voor de voorstelling van gisteren. Vol verwachting dus gaan kijken.
En lange tijd leek dit wel erg, erg goed te gaan worden. De introductie van de personages, de geweldige rol van Kurt Russel, de dynamiek met Samuel L. Jackson, ... Er hing een soort van spanning in de lucht die elk moment ging kunnen ontploffen. Het probleem is, het duurt alleen echt veel te lang vooraleer effectief alles in de lucht gaat. De dialogen in Minnie's Haberdashery blijven maar doorgaan en zijn eigenlijk niet altijd even interessant te noemen. Gelukkig zitten daar nog wel een paar geweldige uitschieters tussen (de monoloog van Major Marquis Warren en de confrontatie die daaruit volgt met General Sandy Smithers is heerlijk bijvoorbeeld) en eenmaal John Ruth het loodje legt schiet de film eindelijk in de stroomversnelling die ik al lang verwachtte. Vanaf dan is het weer genieten van lekker over the top violence en kan Tarantino doen waar hij goed in is. Wel fijn trouwens dat hij terug met de hoofdstukken werkt, dat was toch iets dat ik miste bij Django Unchained.
Qua plot dus wel hier en daar wat mankementen, maar net zoals bij Django wordt dat weer netjes opgevangen door de cast. Tim Roth mag zich sinds lang nog eens wentelen in het Tarantino universum (zie vooral ook de knipoog naar Reservoir Dogs in de manier waarop er met Roth wordt omgegaan), maar ik had wel de indruk dat hij meer een kopie van Christoph Waltz probeerde te zijn. Kurt Russell is uitstekend als John Ruth, begin echt meer en meer fan te worden van de man, en Samuel L. Jackson is as usual weer goed op dreef. Hij trekt ook hier compleet de lakens naar zich toe. Tof om Michael Madsen ook nog eens te zien verschijnen, hoewel hij de uitstraling van Vega uit Reservoir Dogs nooit weet te benaderen, en Bruce Dern is ook altijd wel fijn. Nog een paar bijrollen van Tarantino regulars zoals Zoë Bell die altijd wel tof zijn. Wie ook niet mag vergeten worden in Channing Tatum die hier op dezelfde manier wordt gebruikt als Henry Fonda indertijd in Once Upon a Time in the West. Doet hij goed.
Mjah, ik heb lange tijd getwijfeld of ik hier nu 4* of 3.5* aan zou gaan geven. The Hateful Eight is op zich wel een degelijke film, maar het middenstuk wordt net wat te lang doorgetrokken. Ik vrees dat de film met een herziening zal gaan zakken, maar voor nu dan toch 4*. Al is het wel een nipte, dat moet ik toegeven.
4*
Haunted House, The (1921)
Buster Keaton die in een spookhuis terecht komt, op papier is het een geweldig idee. De uitvoering is op zich ook degelijk, maar ik moet zeggen dat ik toch een beetje op mijn honger bleef zitten. In de eerste plaats ook wel omdat dit eigenlijk een nogal chaotische kortfilm is. Ik begrijp de aanwezigheid ook wel van de groep acteurs omdat Keaton en co op de een of andere manier geesten en skeletten in het spookhuis moesten krijgen maar het haalt de vaart er serieus uit en heeft an sich eigenlijk weinig te bieden. De running joke met de trap is nog wel leuk - vooral dankzij een acrobatische Keaton die hier een aantal halsbrekende valpartijen tentoonstelt - en is helemaal op het einde nog wel verantwoordelijk voor een glimlach (wanneer Keaton naar beneden dondert via de trap naar de hemel en zodoende in de hel terecht komt) maar al bij al heb ik Keaton al beter geweten.
Kleine 3.5*
Hauru no Ugoku Shiro (2004)
Alternatieve titel: Howl's Moving Castle
Waar Studio Ghibli voor mij mee begon
Het is kerstvakantie in het jaar 2008 en het einde van het jaar begint eraan te komen. De toen 17-jarige Metalfist verveelt zich en was bij het zappen terecht gekomen op een uitzending van Howl's Moving Castle op de BBC en wat ik daar zag maakte me blij. Ik was toen vooral nog bekend met Disney als het om animatiefilms ging maar Howl's Moving Castle opende een nieuwe wereld en er volgden films als Ghost in the Shell en flink wat andere films van Studio Ghibli. Ik zag Howl's Moving Castle indertijd wel in een Engelse dub en in de jaren die erop volgden wou ik dit toch graag eens in zijn originele versie zien.
Bijna dag op dag 12 jaar later is het dan eindelijk zover en wat heb ik hier toch weer van genoten. Sophie is en blijft een erg fijn personage en het is vooral tof om te zien hoe ze - onbewust - er vaak in slaagt om bijna de betovering te verbreken. Het wordt niet echt expliciet gezegd maar het lijkt wel alsof Sophie zelf ook over flink wat toverkracht bezit en in de momenten dat ze echt in het reine met zichzelf is (wanneer ze haar liefde voor Howl verklaart bij Suliman of wanneer ze echt gelukkig is. Let vooral op hoe oud ze wordt wanneer ze zegt dat ze niet mooi is) wordt ze ook heel wat jonger dan dat oude dametje dat amper kon wandelen. Het zijn soms minieme details maar juist dat maakt dit qua animatie zo bijzonder. Alleen jammer dat het qua plot niet altijd even vlotjes overkomt. Zo is de vogelverschrikker een erg fijn personage maar komt de onthulling dat het een prins van een nabijgelegen koninkrijk is wat abrupt en is het eigenlijk overbodig. Geen idee of dat in de fantasy novel van Diana Wynne Jones beter is uitgewerkt, maar ook de oorlog an sich (en de inbreng van Howl) voelt een beetje aan als opvulling voor de dynamiek tussen Howl en Sophie.
Maar wat boeit het dat het op narratief vlak wat misloopt als je er in slaagt om dit visueel zo overdonderend te maken. De film is ondertussen 16 jaar oud maar heeft nog niets van zijn charme moeten lossen. Het kasteel zelf is indrukwekkend in al zijn facetten maar ook qua omgevingen is dit echt smullen. Zou dit graag eens op het grote scherm zien, dan denk ik dat het nog indrukwekkender is. Ook qua personages dus erg fijn, al is Howl zelf eigenlijk misschien nog de minste. Hij is degene waar het minste vlees aan hangt maar de dynamiek met Sophie maakt erg veel goed. Calcifer is een toffe bijrol en ook de vogelverschrikker is nog een leuke running joke. Qua voice-cast ook weinig op aan te merken. De Engelse versie heeft een aantal grote namen ter beschikking (onder andere Christian Bale en Lauren Bacall) maar ik vind het toch altijd leuker om dit in de originele versie te zien.
Tof! Fijn om te zien dat dit nog altijd zo goed overeind blijft staan en ik vermoed dat dit wel eens één van mijn favoriete Ghibli films zou kunnen worden, al heb ik er nog wel wat in de kast staan. Jammer van een aantal schoonheidsfoutjes maar misschien werkt het beter als je met het bronmateriaal bekend bent? Dat gevoel had ik toch bij die andere Westerse fantasy verfilming van Ghibli: Tales from Earthsea.
4*
Havana (1990)
Liefde in tijden van een revolutie
Ik ben al langer van plan om eens wat meer van Robert Redford te gaan zien. Een acteur die vandaag de dag wat in de vergetelheid is geraakt, ik kan me enkel zijn rolletje in de tweede Captain America voor de geest halen, maar die toch erg interessant spul heeft gemaakt. Ik zou liever wat van ouder werk zien (met All the President's Men, The Chase en The Sting heeft hij een aantal van mijn favoriete films tout court gemaakt) maar dit leek me qua setting ook nog wel een leuke film te worden.
En dat was het zeker. Meer zelfs, het eerste uur stevende dit op een fantastische film af. Die onrustigheid in Havana, die spanning tussen Jack en Bobby, de aanwezigheid van Arturo, ... Het knetterde gewoon heerlijk en het was maar te hopen dat de film dat niveau kon vasthouden. Je voelt het al aankomen vermoed ik, maar dat is dus niet het geval. Sidney Pollack haalt zijn eigen film onderuit door Arturo uit het verhaal te schrijven. Weg onrustigheid in Havana, weg driehoeksverhouding en hallo een ietwat geforceerde liefdesgeschiedenis tussen twee tegengestelden. Nog altijd niet slecht natuurlijk, maar dan blijkt het einde van de film nog niet in zicht te zijn. Beetje jammer ook dat Pollack Arturo niet sneller laat terugkomen. Aan de manier waarop die uit het verhaal wordt geschreven (hey kijk, een krantenberichtje) voel je gewoon dat het hier niet bij ophoudt. Die scène tussen Jack en Arturo in de gevangenis knettert dan ook als weleer, maar tegen dan is het al wel weer te laat.
Grote fan van Robert Redford dus, maar nog een grotere fan van Raul Julia. Ik wist niet dat hij hier überhaupt in meespeelde (hij wou als tweede, na Redford, gecrediteerd worden maar wegens contractredenen kon hij enkel gecrediteerd worden als vierde, na Lena Olin en Alan Arkin dus, en besloten hij en zijn manager om gewoon geen credit te aanvaarden aangezien het als een stap terug werd beschouwd) en ben blij dat ik het toevallig op de korte inhoud zag staan van de DVD. Het is in ieder geval een kolfje naar zijn hand. Ook Redford doet hier weer zijn vertrouwde ding. Spilfiguur is Lena Olin die tussen Arturo en Jack inzit en die wisselt wat qua niveau. Wordt gelukkig wel wat omhoog getrokken door beide klassebakken.
Beetje jammer dat het tweede deel opeens zo verschillend is qua aanpak. Pollack kiest ervoor om volop de romantische kaart te spelen en hoewel ik dat op zich nog wel kan waarderen, neemt hij er veel te veel tijd voor in beslag. Jammer, want qua sfeerbeeld kon dit wel tellen.
Kleine 3.5*
Havenmuziek (1937)
Alternatieve titel: Music in the Harbour
Ze is ni curieus ma ze weet wel geire veul
Een tijdje geleden wees iemand op MovieMeter me op het bestaan van EclipsTV en dat is een gouden tip gebleken. Een Vlaamse zender die regelmatig oude Vlaamse films uitzend (volgens een mail van mij naar de redactie beschikken ze zelfs over 160 oude Vlaamse films waarvan ze er twee per dag uitzenden) maar die jammer genoeg enkel maar via televisie zelf te zien zijn. Af en toe vind je er eens eentje online zoals YouTube maar het merendeel niet. Gelukkig weet de nabije familie hoe dit me interesseert en zijn er een aantal van die films opgenomen.
De kwaliteit van Uilenspiegel Leeft Nog liet echter veel te wensen over (nogal blokkerig, dit terwijl de openingscredits wel van goede kwaliteit waren) waardoor deze Havenmuziek de volgende in de rij was. Een amusante komedie over een stel schippers die na lange tijd terug aan land komen en verstrikt geraken in wat problemen met een pak cocaïne. Hoewel, verstrikt is misschien niet het juiste woord aangezien dat maar een erg klein stuk van film inhoudt en verder is het vooral een aaneenschakeling van verschillende situaties waarbij het café van Moeder Clem en Vader Dree centraal staat. Er wordt met de regelmaat een Crystalleke gedronken, Jefke trekt zijn grote mond open en de relatie tussen Frits en Marieke staat op springen. Halverwege zakt het allemaal nogal in en echt verrassen doet de film ook niet. Het valt vooral op hoe dit eigenlijk een tweesprong tussen een geluidsfilm en een stille film lijkt te zijn. Het is alweer even geleden dat ik De Witte nog heb gezien, maar hier valt het echt op dat een deel van de film als silent slapstick bedoeld lijkt te zijn.
Veel grootse en overdreven gebaren dan ook en natuurlijk de grote emoties. De Witte betekende de grote doorbraak voor Jef(ke) Bruyninckx en die speelde dan ook in erg veel films van Vanderheyden (hoewel het eigenlijk niet correct is om hem de regisseur te noemen aangezien het Edith Kiel was die de echte regisseur was maar als "losbandige Duitse" leek het hen beter om de focus op Vanderheyden te leggen) mee. De ietwat franke wittekop uit De Witte is een tikkeltje ouder geworden en zit hier lustig aan de pintjes en de sigaretten. Samen met Frits Vaerewijck en Polus vormt hij een leuk trio maar het zijn de vele muzikale intermezzo's die de film uiteindelijk een beetje de nek omwringen. Let vooral nog wel op Nand Buyl (hier gecrediteerd als Nandje Buyl en inderdaad, hij is hier nog maar zo'n jaar of 12) onbewuste helper in de drugssmokkel.
Vooral ook erg fijn om beelden van een Antwerpen van 85 jaar geleden te zien. Nagenoeg de volledige film wordt in de buurt rond het Eilandje (waar nu het MAS staat) en de Grote Markt (met het standbeeld van Brabo) gefilmd en ik voel me eigenlijk als de scheepsjongens in het begin van de film: ik voel me ook altijd thuis wanneer ik de punt van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal zie.. Ik ben dan ook in een gulle bui met mijn 3*.
3*
He Qi Dao (1972)
Alternatieve titel: Lady Kung Fu
Jackie Chan en de Black Bears
Hapkido was een film die ik eigenlijk al langer wou zien. De score hier deed een waar meesterwerk vermoeden (stond op 3.80), Jackie Chan zette één van zijn eerste stappen in de cinema met deze film en het was ook nog eens met Sammo Hung. Mijn kameraad met wie ik de Jackie Chan films kijk wou echter eerst de films bekijken waar Chan effectief dialoog heeft waardoor Hapkido naar achteren werd geschoven. Aangezien we, afgezien van een handvol titels, door die films door zijn was de tijd dus rijp voor Hapkido!
En wat een teleurstelling. Ik vraag me eerlijk gezegd af of ik wel dezelfde film heb gezien als mijn voorgangers want Hapkido is één van de meest standaard kung fu flicks die ik ooit al heb gezien. Het zijn één à twee elementen die de film onderscheiden van de rest van dit soort jaren '70 zooi en ik had eerlijk gezegd meer verwacht. Hapkido gaat over 3 studenten die, na een training te hebben gekregen in Korea, een school openen in China en het aan de stok krijgen met een Japanse school. Dat het verhaal in dit soort films nooit echt veel om handen heeft, is me al langer duidelijk, maar dit is wel erg pover. Er zit gewoon geen enkele vaart in en het had evengoed afgerond kunnen worden op zo'n 10 minuten. Wat wel interessant is, is dat Hapkido nogal frappante good-guys heeft. De slechteriken zijn natuurlijk pure evil, maar ons trio is er ook niet vies van om een aantal tegenstanders de dood in te trappen. Nekken worden gebroken, kelen worden verpulverd, ... Het is eens iets anders dan de tegenstander te laten leven. De dood van Fan Wei (en in mindere mate die van Kao Chang) is nog redelijk, maar het einde is één grote anti-climax doordat er opeens een buitenstaander op de proppen komt die even gaat meehelpen. Ik had liever gezien dat Ying echt compleet los ging gaan.
Tot zover dus hetgeen wat Hapkido nog een beetje weet te onderscheiden van al de rest. De hoofdzaak bij dit soort films zijn echter de gevechten en die zijn pover. De setting verandert werkelijk nooit (praktisch altijd in een school) en de confrontaties bestaan enkel en alleen uit iemand van het trio die omsingeld wordt door een tiental anderen. En in plaats van met z'n allen aan te vallen, gaan er maar twee mensen tegelijkertijd in de aanval. De rest staat wat lullig rond te springen op een manier waar de Putty Patrol uit de Power Rangers nog wat van kunnen leren. De bijrol van Jackie Chan is niet noemenswaardig, hij krijgt wat rammel van Angela Mao als Black Bear student, maar Sammo Hung is hier wel weer op zijn plaats. Veruit de beste van het trio hoofdrolspelers, al kan Mao er ook wel wat van. De leraar in Korea is trouwens niemand minder dan Han Jae Ji, de uitvinder van de Hapkido gevechtsstijl.
Misschien verwachtte ik hier teveel van, maar het is enkel en alleen vanwege Chan, Hung en Mao dat Hapkido nog enig bestaansrecht heeft. De gevechten zijn vreselijk gechoreografeerd (zowel Chan als Hung zouden in hun latere films laten zien hoe het wel moet) en het verhaal heeft maar een paar opflakkeringen die het geheel ietwat interessanter maken.
1.5*
Head above Water (1996)
Murder just became a water sport
Ik had Head Above Water al eens gezien maar dat was al een tijd geleden. Naar mijn herinnering was hij toch wel vrij goed maar dat kan dan ook moeilijk anders als je ziet dat Harvey Keitel, Cameron Diaz en Billy Zane alledrie een redelijk grote rol hebben. Gisteravond nog eens opgezet maar stelt toch lichtjes teleur.
Vooral op het plot gedeelte gaat de film soms echt vaak in de mist. Het deed me soms wat denken aan Hitchcocks Trouble With Harry maar wordt nergens zo goed. Het begint allemaal nog wel vrij sterk met Kent die sterft en wordt verborgen in de kelder maar het luik sluit niet deftig, dat was trouwens het enige stukje komedie dat ik de film heb kunnen ontdekken. Maar langzaamaan beginnen er zich meerdere plottwists op te stapelen die de helft van de tijd nergens op slaan met als dieptepunt Keitel die gestoord wordt en dan maar even besluit om Natalie met haar voeten in cement te steken. Gelukkig bevat heel het verhaal nog wel een paar sterkere scènes zoals het inmetselen van het lijk van Kent in de trap.
Que plot zou Head above Water een dikke onvoldoende krijgen maar het is vooral door de acteerprestaties dat de film in mijn achting stijgt. Keitel is weer sterk zoals gewoonlijk, al slaagt hij er niet in om zijn relatie met Natalie geloofwaardig te maken maar helemaal op het einde laat hij toch wel wat zijn klasse zien. Cameron Diaz loopt de helft van de film in badpak rond en dat is zeker geen straf te noemen vermits ze toch echt wel een lust voor het oog is en ze kan dan ook nog eens acteren. Billy Zane is zoals gewoonlijk ook sterk.
De film pretendeert vol met zwarte humor te zitten maar deze komt er nergens uit. Door de vele twists wordt het zelfs bijna allemaal teveel maar dat wordt gelukkig te niet gedaan door Diaz, Keitel en Zane.
2.5*
Hearts of the West (1975)
In short, when someone else says you're a writer, that's when you're a writer... not before
Hearts of the West was nog één van de oudste TCM films die op mijn decoder stond. Indertijd opgenomen tijdens één van de eerste dagen dat ik de digitale zender had maar op den duur ben ik wat beginnen schipperen naar films die ik echt graag wou zien in plaats van gewoon alles op te nemen wat me maar enigszins interesseerde. Deze film hoort bij de laatste categorie want hoewel ik Jeff Bridges graag zie spelen, voelde ik niet de behoefte om de film op te zetten. Gisteravond dan toch maar gedaan want dan had ik weer wat ruimte vrij op de decoder voor andere films.
En het is een film met een gemengd gevoel geworden. Op zich heeft Hearts of the West wel een zekere charme maar het verhaal is niet altijd even boeiend. Zo is heel de dreiging van de twee gangsters af en toe nogal lachwekkend en komt vooral Tater zelf met zijn Westerse proza soms vervelend over. Het verhaal krijgt iets meer vaart wanneer hij bij een Western productiemaatschappij terechtkomt à la Lone Star Westerns maar de film geraakt dan weer de pedalen kwijt om die in de climax ietwat terug onder controle te krijgen. Komt voornamelijk ook door de grote voorspelbaarheid van het verhaal want je ziet het vrij hard aankomen dat Howard het verhaal ging stelen en dat hij de reddende engel ging spelen was natuurlijk ook niet al te moeilijk om te zien aankomen. Wat wel een pluspunt is, is de uitstekende soundtrack waarvan jammer genoeg niets op Imdb is van te vinden. Niet perse een erg memorabele soundtrack zoals sommige Western klassiekers wel hebben (ik noem maar een C'era Una Volta il West) maar het geeft een goede ondersteuning aan het verhaal.
Wel weer een sterke rol voor Bridges. Hoewel het geen acteur is waar ik speciaal een film voor zou kopen, neem ik wel regelmatig iets op met hem in de hoofdrol want films zoals The Last Picture Show bewijzen dat hij soms wel erg goed op dreef kan zijn. Hij is hier dan ook goed als de schrijver Tater, al balanceerde hij soms op het randje van irritatie met de manier waarop hij alles zo grootschalig verwoorde, maar over het algemeen is hij degelijk. Op de openingscredits staat de rol van Donald Please nogal groot maar die heeft maar een paar minuten screentime. Een paar amusante minuten, dat wel, maar toch weer een overduidelijke poging om wat geld te slaan uit zijn naam. Dan hadden ze beter Blythe Danner of Alan Arkin wat meer aandacht gegeven want die zijn ook geslaagd als respectievelijk Tater's love interest en zijn baas.
Goede rol van Bridges en de rest van de cast maar het verhaal boeit niet altijd even hard en heeft vooral te leiden aan de voorspelbaarheid. De setting van de jaren '30 productiemaatschappij is op zich redelijk geslaagd maar meer ook niet. De sterke soundtrack zorgt ervoor dat dit net iets boven het gemiddelde uitstijgt.
3*
Hearts of the World (1918)
Alternatieve titel: Love's Struggle
After all, does war settle any question?
D.W. Griffith is zo'n naam waar je als filmliefhebber eigenlijk niet omheen kunt. Het enige probleem aan de regisseur vind ik dat hij precies altijd erg lange films heeft gemaakt en ik wist niet of ik dat met een silent ging kunnen volhouden. Ik waagde een eerste poging met The Lonedale Operator (4*) en The Musketeers of Pig Alley (2.5*) en besloot dat Hearts of the World wel eens een goede opener kon zijn voor zijn langspeelfilms. Een silent met speelduur van net geen 2 uur, dat moet wel lukken.
Het was de Britse release die ik gisteren heb gezien (inclusief een proloog waar we Griffith zien filmen in de loopgraven en een ontmoeting tussen Griffith en toenmalige eerste minister David Lloyd George) en die bleek echter langer te duren. Naar mijn weten zijn er geen extra scènes, maar ik veronderstel dat het heeft te maken met de snelheid van het afspelen. Soit, reken dus op een speelduur van ongeveer 2 uur en een kwartier. Reken jammer genoeg ook op een film die niet over de gehele lijn blijft boeien. Griffith wordt wel eens vergeleken met Steven Spielberg (ze hebben beide een film over Lincoln gemaakt, iets wat ik op zich niet zo'n goede link vind, maar ze zijn beide ook bedreven in het vertellen van een humanitair verhaal op een grootse achtergrond) en net zoals bij Spielberg verliest de regisseur zich af en toe in teveel symboliek en emoties. Zeker naar het einde toe begint Hearts of the World te slepen. Het segment waar Douglas, the boy, binnendringt als spion in het door Duitsers bezette Franse stadje is nog vrij sterk, maar dan geraakt het jongste broertje bedolven onder het puin en dan krijg je nog eens heel de Amerikaanse parade erbij en dan … Tegen dan had ik het eerlijk gezegd wel gezien.
Je moet het Griffith wel aangeven, hij weet wel hoe hij zijn publiek moet bespelen. Sommige scènes zijn zelfs vandaag de dag nog altijd schokkend (het shot van de man die door een bom de onderkant van zijn lichaam is kwijtgeraakt) en de combinatie met echte oorlogsbeelden werkt goed. Ik vraag me eerlijk gezegd wel af of er indertijd effectief mensen waren die deze gruwel zo snel opnieuw wouden beleven. Al blijkt Hearts of the World eigenlijk te zijn bedoeld als pressiemiddel van de Britten (met de hulp van de Franse en Belgische overheden) om de Amerikanen sneller te laten komen. Voor de rest is dit dus een typische propaganda film waar liefde alles overwint. Niet dat dat dan een slechte film betekent, maar bijna 2u en een half is me wat teveel van het goede.
Ik moet zeggen dat ik nog niet helemaal wild ben van Griffith. Ik ben misschien ook niet met zijn beste werk begonnen, maar langs de andere kant zijn dit ook nog maar mijn eerste stappen in de wereld van de langspeelfilm uit de vroege jaren van cinema (ik neig meer naar de jaren '20 en nieuwer) en is mijn vergelijkingsmateriaal niet talrijk. Knap trouwens van de pianiste die de gehele speelduur de film live ondersteunde zonder partituur oid.
3*
Hector (1987)
Nog choco!
Ik ben me de laatste jaren meer en meer aan het interesseren in de Vlaamse film en dan kun je niet om de "heilige Drievuldigheid" die Urbanus tussen 1987 en 1993 maakte: Hector, Koko Flanel en De Zevende Hemel. Toegegeven, die laatste wordt vandaag de dag gezien als een grote flop maar de de eerste twee films staan vandaag de dag nog steeds op nummer 2 en 3 van de meest bezochte Vlaamse films aller tijden. Het zijn bovendien ook films die in het collectief geheugen gegrift zijn en ik wou wel eens zien wat ik er na al die jaren nog van vond. Beginnen bij het begin natuurlijk en dat is Hector.
Nadat Stijn Coninckx het klappen van de zweep had geleerd op onder andere de sets van Zaman, Wildschut en De Leeuw van Vlaanderen besloot hij om samen met Urbanus zijn eerste langspeelfilm op poten te zetten. Ik leg vooral de nadruk op 'samen met Urbanus' want een aantal moppen komen uit eerder werk van de komiek en worden hier in een nieuw jasje gestoken. Is dat erg? Neen en toch kwam ik precies nooit echt in de sfeer van de film. Een aantal leuke ideeën en vooral het chaotische toneelstuk kon me wel bekoren, maar verder is het een film die precies wat naar zijn identiteit moet zoeken. Coninckx kiest er ook voor om de film hier en daar te doorspekken met flink wat drama (onder andere Achiel die opeens overlijdt) en dat is een mix die niet altijd even goed tot zijn recht komt. Naar mijn herinnering is Koko Flanel een meer volbloed komedie en werkt dat gewoon beter met de bebaarde komiek. Verder wel een film die heerlijk Vlaams aanvoelt. Zo'n typische kermiskoers op het platteland.. Vlaamser als dit ga je ze niet vinden volgens mij.
En dan blijft het vreemd aanvoelen dat er opeens een Nederlandse actrice opduikt. Op zich een begrijpelijke zet aangezien het Stichting Produktiefonds voor Nederlandse Films nog een centje heeft bijgedragen, maar het duurt even vooraleer ik aan Sylvia Millecam kon wennen. Gelukkig beschikt ze wel over een goede chemie met Frank Aendenboom en Herbert Flack waardoor er op dat gebied nog wel wat te beleven valt. Urbanus gaat natuurlijk met de meeste aandacht lopen (en iedereen die ooit iets van hem heeft gezien weet wat hij/zij kan verwachten), maar sowieso wel een fijne cast qua bijrollen. Zo heeft de veel te vroeg overleden Marc Van Eeghem heeft nog een fijn momentje op de rollen waarbij hij de halve bakkerij sloopt. Persoonlijke favoriet Josse De Pauw heeft ook nog een veredelde cameo en Ann Petersen was zo'n actrice die met een paar zinnen meteen de toon wist te zetten. Hier als Zuster Abdis, ze kon alles.
Naar mijn herinnering is Koko Flanel beter, maar ik had hier eerlijk gezegd toch een lichte verhoging qua score verwacht. Hector heeft een degelijke cast maar het verhaal geraakt precies maar niet vooruit en het is pas naar het einde toe dat de film wat in een stroomversnelling geraakt en tegen dan is het al wel te laat. Vooral door het trio Urbanus/Flack/Millecam als ik eerlijk ben, er hadden meer van zo'n scènes moeten tussen zitten.
3*
Heisei Tanuki Gassen Ponpoko (1994)
Alternatieve titel: Pom Poko
Transformerende wasberen met een ecologische boodschap
Mijn eerste kennismaking met Studio Ghibli was bijna exact 5 jaar geleden (er zit een verschil van 8 dagen tussen) met een gedubte televisie-uitzending van Howl's Moving Castle op de BBC. Beviel me erg goed trouwens maar sindsdien eigenlijk nooit meer iets van de bekende Japanse animatiestudio gezien. Ik was al langer van plan om daar eens iets aan te doen en aangezien Pompoko tegenwoordig met Japanse audiotrack en Nederlandse ondertiteling in de budgetbak is te vinden voor nog geen 3 euro, was dit een ideale start om dat plan in werking te stellen.
Vroeger deerde het me niet zo of een film gedubt was of niet maar tegenwoordig begin ik toch wel erg hard naar versies met een originele audiotrack te trekken. Zo is naar het schijnt in de gedubte versie van Pompoko elke verwijzing naar testikels verwijderd en dan censureer je toch wel een groot deel van de film. Voor de rest is Pompoko een soort van Japanse versie van Beestenbos is Boos geworden. De mens is volop bezig de natuur te vernietigen en Takahata probeert dit aan te klagen aan de hand van de Tanuki, een soort van mythologische wezens die in Japan erg populair zijn. Het is in ieder geval een leuk concept en de boodschap wordt gelukkig niet enorm hard in je strot geramd. Er is ruimte genoeg voor flink wat humor (onvoorstelbaar wat de Tanukis allemaal met hun edele delen uitrichten) en de wezentjes op zich zijn aandoenlijk genoeg om als hoofdpersonen te fungeren. Het is dan ook zonde dat de film op zich in het midden wat verzwakt. Na operatie Poltergeist had ik het allemaal wel wat gehad en ook de voice-over begon wat op mijn systeem te werken.
Al kun je je dan nog altijd wel wat vergapen aan de mooie animatie. De natuuromgevingen zien er mooi uit maar ook het design van de Tanukis is erg leuk. Al begon ik op den duur wel last te hebben om de minder opvallende Tanukis uit elkaar te houden. Een personage zoals Gonta herken je direct maar bij de anderen had ik wat meer last. Ik heb het op de site al vele malen eerder gezegd maar ik blijf dit soort animatie toch verkiezen boven alle CGI waarmee de films van tegenwoordig worden vol gestoken, al zijn daar ook wel weer uitzonderingen in te vinden. Pompoko bevat dan ook een aantal erg geslaagde scènes (voornamelijk de transformaties maar de optocht tijdens operatie Poltergeist steekt er toch met kop en schouders bovenuit) waardoor ik een aantal herhalende fragmenten er voor lief bij neem.
Ik heb me er toch wel mee geamuseerd. Beetje zonde dat de film niet wat korter is want nu sleept hij wat in het midden doordat je van de ene poging naar de andere gaat en dat verveelt na een tijd. Op animatiegebied ziet dit er heerlijk charmant uit en de wezentjes op zich zijn knoddig genoeg om de film te dragen.
3.5*
Helaasheid der Dingen, De (2009)
Alternatieve titel: The Misfortunates
Aan nen Strobbe komt ge ni!
Het boek van Dimitri Verhulst heb ik, verplicht, moeten lezen voor school. Nu vond ik het niet zo'n slecht boek maar de scheldproza van Verhulst was toch niet aan mij besteed. Nu moest ik voor een opdracht voor school het boek met de film vergelijken dus ben ik een zaterdag nog snel naar de cinema gegaan, ik verschoot er eerlijk gezegd van dat ze hem nog draaiden, om dit te zien.
Toen de aftiteling over het scherm liep overheerste er eigenlijk één gevoel. Het gevoel van voldoening door het kiezen van de juiste opdracht want anders had ik dit Vlaamse pareltje misschien aan mij voorbij laten gaan. De film volgt het boek goed en alle leuke gebeurtenissen passeren dan ook de revue. Hoogtepunten waren dan toch wel het bezoek aan de Iraniërs, hun kennismaking met Roy Orbison en het afkicken van de vader. Daar zit dan ook meteen de kracht van de film. Op de ene moment kun je nog strijk gaan met één of andere opmerking van iemand van de familie maar luttele seconden later leef je dan ook ontzettend mee met deze marginale troep uit Reetveerdegem. Het is dan ook vreemd dat er een paar kleine details ten opzichte van het boek worden veranderd. De grootste verandering is dan toch wel de namen van de familie. In het boek heb je Dimitri Verhulst, zijn vader Pierre en de nonkels Potrel, Zwaren en Herman maar Van Groeningen beslist hier om voor Gunther Strobbe, Celle en als nonkels Petrol, Breejen en Koen te kiezen? Zal vast en zeker wel iets met de rechten of privacy van de familie te maken hebben maar het was toch vreemd. Hier en daar worden er ook gebeurtenissen aangepast qua hoofdpersonages zoals Zwaren die ineens de Ronde van Frankrijk organiseert in plaats van Petrol maar storen doet nergens. Ik vind het dan ook goed dat Van Groeningen het heeft aangedurfd om hier en daar een verandering aan te brengen want door de film chronologisch te laten verlopen, in tegenstelling tot het boek, krijgen we een mooier geheel. Wel vind ik het jammer dat ze één van mijn favoriete stukken eruit hebben geknipt. Dan heb ik het over de grootmoeder die voor Potrel een fiets koopt om aan de Ronde van Frankrijk mee te doen maar die hij dan verkoopt voor bier. Het is maar een klein stukje maar voor mij gaf het toen net dat extra tintje aan de marginaliteit van de familie.
De casting crew heeft toch altijd een moeilijke job in mijn ogen om de acteurs voor een boekverfilming te casten. Iedereen die het boek heeft gelezen heeft toch een eigen idee van het personage, vaak wordt er gelinkt naar iemand die we al kennen, maar het moet toch verdomd moeilijk zijn geweest om dit hier zo uitstekend te doen. Ik geef het toe, ik had me de personages niet anders kunnen voor stellen. Het is dan ook Koen De Graeve die de show steelt. Na zijn deelname in de Slimste Mens Ter Wereld had ik al zoiets van 'he, dit is een sympathieke knul' maar door zijn vertolking van Celle stijgt die waardering nog hoger. Voor mijn part mag hij nu effectief gelanceerd worden in Vlaanderen want het is lang geleden dat we nog zo'n steengoede acteur hadden die een rol zo op zich kan nemen. Ik vind het dan ook raar dat ik me van zijn rol in Loft niet meer zo veel kan voorstellen. Wouter Hendrickx, Johan Heldenbergh en Bert Haelvoet zetten ook een uitstekende rol neer die zich toch wel mag meten met de prestatie van De Graeve. Vooral Hendrickx weet zijn rol van hulpje van Witse eindelijk compleet van zich af te schudden. Het is trouwens nog niet gedaan met de lof want ook Kenneth Vanbaeden verdient dit. Normaal gezien heb ik het niet met kinderen in films. Ze slagen er altijd in om mij te irriteren maar dat is bij Vanbaeden niet het geval. Hij geeft de rol van kleine Gunther met verve weer en blinkt vooral uit in de scènes met De Graeve en Hendrickx. Het is dan ook jammer dat ze voor de volwassen Gunter zo'n miscast hebben gedaan. Pas op, qua uiterlijk trekt Valentijn Dhaenens eigenlijk wel hard op Dimitri Verhulst maar vooral in de voice over stoort zijn stem te hard. Vooral het overdreven beleeft praten is een schril contrast met het taaltje dat de rest van de cast spreekt. Gilda De Bal verdient trouwens ook nog wel een eervolle vermelding voor haar rol als Meetje.
Ik ging hier met weinig verwachtingen naar toe, het taaltje van Verhulst is mij iets te smerig, maar het blijkt dat dit zich veel beter naar het scherm vertaalt dan dat ik me ooit had kunnen voorstellen. De film weet de sfeer van het boek uitstekend te benaderen en zorgt hier en daar zelfs voor een leuke aanpassing. De cast is uitstekend en visueel ziet het er ook allemaal wel leuk uit, al hadden de zwart-wit filters voor mij niet gehoeven.
Het wonder is geschied mijn pruim is nat en het regent niet!
4.5*
Hell Fest (2018)
Why are we signing a waver?
Het lijkt wel alsof het horror genre de laatste jaren terug wat zijn plaatsje in de cinemazalen aan het vinden is. Het is een verademing tussen al dat superheldengeweld, maar dan blijft het jammer dat dit soort films op weinig reclame kan rekenen. Het helpt sowieso al niet dat je een film moet gaan aankondigen met de slagzin 'From an executive producer of The Walking Dead' (hoe nietszeggend wil je iets omschrijven), maar hopelijk krijgt de film met zijn DVD/Blu-ray release wat meer aandacht.
Want Hell Fest is het dat waard. Het uitgangspunt is simpel (een stel jongeren besluiten om met Halloween de avond te spenderen in een soort van pretpark waar mensen schrik aanjagen het doel is. Dat resulteert in veel verklede mensen en tussen al die mensen zit er eentje die zijn job wat te serieus neemt) maar wel sfeervol en doeltreffend. Deze keer geen personages die al te domme beslissingen nemen - het pretpark zorgt er zelf voor dat ze van elkaar gescheiden geraken - en gewoon een aantal doeltreffende kills. Het blijft allemaal nog binnen de perken qua visuele horror, maar regisseur Gregory Plotkin maakt er een aantal mooie dingen van. Dit soort films valt of staat echter met de killer en dat is vandaag de dag een nogal lastige taak. Je hebt alle soorten al wel gehad en hoewel de Hell Fest moordenaar misschien iets teveel gaat lenen bij de grote stoïcijnse namen zoals Michael Meyers en Jason Voorhees, is het wel een figuur dat angstwekkend genoeg is.
Dat is vooral de verdienste van het masker en eenmaal je weet dat dat dat design van de hand van Tony Gardner is, dan weet je gewoon dat het goed zit. Het is misschien niet zo'n bekende naam in het vak, maar hij (in samenwerking met zijn bedrijf Alterian, Inc) is onder andere verantwoordelijk voor het masker van Scream, van Happy Death Day en zette zijn eerste stappen in de legendarische Thriller videoclip van Michael Jackson. Het is echter niet het enige gekende gezicht dat zijn medewerking verleent aan de film aangezien de legendarische Tony Todd (van onder andere Final Destination en Candyman faam) nog een kleine doch amusante bijrol heeft. De focus ligt echter vooral op de set tieners die langzaamaan afgeslacht worden en zoals wel vaker in dit soort films, zijn dat niet de meest begeesterde acteurs. Amy Forsyth is als Natalie nog het beste te noemen, maar Bex Taylor-Klaus (de kortharige Taylor) is redelijk irritant.
Een slasher zoals we vroeger wel vaker voorgeschoteld kregen, maar het is een subgenre dat vandaag de dag niet meer zo populair lijkt te zijn en dan is het fijn dat er nog eens zo'n vermakelijk filmpje komt bovendrijven. Een goede killer, een goede setting en een vlot lopend verhaaltje waarbij er niet al te lang gewacht wordt vooraleer het eerste slachtoffer valt. Zo mogen ze er meer maken in ieder geval, misschien dat er nog wel een sequel inzit.
3.5*
Hell Ride (2008)
Alternatieve titel: Hellride
Michael Madsen, Vinnie Jones, David Carradine en Dennis Hopper. Die namen stonden in het groot op de hoes uitgesmeerd. Tarantino stond ook nog ergens vermeld dus het kan toch niet slecht zijn?
In het begin irriteerde ik me wat aan het kopiëren van Tarantino's stijl. De openingscredits, de muziekkeuze, ... maar na een tijd begon de film me toch wat te boeien. Het plot is flinterdun maar de Bikers begonnen toch wel wat sympathie te krijgen. Vooral The Gent en Comanche want Pistolero vond ik wat tegenslagen, logisch dat de regisseur de hoofdrol speelt... Alleen zitten er soms wel wat raardere en onlogische stukken in. Zoals wat er in de doos aan het einde zit, waarom schiet Comanche precies op The Gent maar raakt hij hem niet
Michael Madsen is zoals altijd weer cool maar Larry Bishop als Pistolero was niet echt een goede keuze. Misschien beter Madsen als president gekozen. Hopper en Caradine hebben niet echt een groot rolletje maar zijn beide bijzonder amusant. Voor de rest passeren er ook nog wat tetten de revue.
Hell Ride is een amusante film over een aantal bikers die alles en iedereen op hun weg kapot maken.
3.5*
Hell's House (1932)
Anything we possibly can
Er zijn zo van die films die je nooit verwacht tegen te komen op DVD. Hell's House is één van de oudste films die ik van La Davis kende, maar aangezien de film maar op 2 stemmen hier op MovieMeter kon rekenen, dacht ik dat dit niet erg makkelijk te vinden ging zijn. Blijkbaar is Hell's House echter zo'n film waarvan de rechten zijn verlopen waardoor er een goedkope DVD de ronde doet.
En dat zie je jammer genoeg ook wel aan de kwaliteit van de film. Geen ondertiteling aanwezig, het geluid kraakt en de krassen/vlekken zijn niet bij te houden. Ach, al ben ik wel content dat ik de film kan toevoegen aan de Davis collectie. Hell's House is op zich nog wel een interessant filmpje. De focus ligt op de jonge Jimmy Mason die van de ene moment op de andere compleet in de problemen geraakt. Eerst sterft zijn moeder, dan geraakt zijn oom zijn job kwijt, dan wordt hij in het zak gezet door een vriend en komt hij terecht in de jeugdgevangenis. Ook daar loopt niet alles van een leien dakje en daar zit meteen het knelpunt van de film voor mij. Werkelijk alles wat er kan mislopen voor Jimmy, loopt ook effectief mis. Zelfs Shorty sterft uiteindelijk terwijl Jimmy eigenlijk geen slechte jongen is. Het is in ieder geval geen gangster à la Cagney die de hele boel op stelten zet. Al vind ik de aanklacht tegen het gevangenissysteem dat Howard Higgin probeert te maken wel interessant.
Junior Durkin neemt de hoofdrol op zich als Jimmy Mason. Een eerlijk gezegd wat vervelend personage, ik kreeg in het begin nogal een Jim Varnin (van de Ernest goes to ...) vibe bij zijn acteren. Nogal overdreven in ieder geval. Dan is de kleine bijrol van Bette Davis interessanter. Ze heeft op zich niet enorm veel om handen, dit was ook nog maar haar 6e rol uit een carrière van bijna 100 films, maar weet wel te overtuigen. Hetzelfde kan gezegd worden over Pat O'Brien. Geen idee wat zijn fascinatie was met films over de gevangenis, maar alle drie de films die ik ondertussen met hem heb gezien spelen zich af in die plaats. Al heeft hij hier wel een andere rol dan de priester uit The Fighting 69th en Angels with Dirty Faces.
Alleen maar leuk voor de mensen die het oeuvre van La Davis willen vervolledigen zoals ik. Durkin is de zwakke schakel in het geheel, maar dat wordt gelukkig nog opgevangen door degelijke rollen van Davis en O'Brien.
3*
Hellbound (1994)
Oh, shitty? Oh, it's a - It's a Latin expression for a - A "hotshot"
Hellbound heeft de eer om de laatste film van de Cannon filmmaatschappij te zijn. Een productiehuis dat in zijn gloriedagen menig actiefilm op ons heeft losgelaten, maar dat begin jaren '90 meer en meer in verval was geraakt. Niet lang hierna werd Cannon failliet verklaard en in dat opzicht is Hellbound sowieso wel een interessante film omdat het het einde van een tijdperk inluidde. Het is één van de laatste Chuck Norris films die ik nog moest zien (althans toch van het stapeltje dat ik in een zotte bui heb aangeschaft) en ik hoopte op een redelijke film.
Want op een echt goede film hoop ik bij onze bebaarde vriend niet meer aangezien de 8 films die ik hiervoor heb gezien allemaal op een serieuze onvoldoende (variërend tussen de 1* en 2*) werden beloond. Hellbound is echter andere koek! Het is nog altijd geen goede actiefilm zoals pakweg een Van Damme of een Lundgren er ooit in hun carrière hebben gemaakt, maar de broertjes Aaron en Chuck Norris (met zelfs de zoon van Chuck nog als stunt coördinator) leveren een vrij vermakelijk filmpje af. Sowieso wel eens leuk om Norris eens de ietwat paranormale toer op te zien gaan. In tegenstelling tot de voorgaande films die ik van hem heb gezien, wordt er hier zelfs zowaar een poging gedaan om ietwat een setting te schetsen. De opening van de film waarin de origine van Prosatanos uit de doeken wordt gedaan ziet er zowaar nog verzorgd uit. Vond het stuk in Chicago dan ook nog wel vrij leuk en even lijkt de film te gaan inzakken met de reis naar Israël, maar hervind Norris toch zijn vibe. Voor de rest natuurlijk vrij voorspelbaar allemaal maar dat wil ik bij dit soort films wel eens met de mantel der liefde bedekken.
Chuck Norris dus. Wat valt er eigenlijk nog over de man te vertellen? In elke film lijkt hij wel dezelfde rol te spelen en hij ziet er ook praktisch altijd hetzelfde uit, al heeft hij in zijn vroegere carrière zijn baard wel eens afgeschoren. Hellbound is een typische film voor Norris en het is een stijl die je moet liggen. Hier en daar eens een one-liner, iets wat vaak ontbreekt in zijn oeuvre vind ik, en de dynamiek met Calvin Levels is nog wel vrij OK. Die speelt de verplichte komische sidekick maar kan er nog zeker en vast mee door. Ik was eigenlijk nog het meest gecharmeerd door de bad-guy van dienst, namelijk Christopher Neame. Best wel een angstaanjagend figuur en overduidelijk het personage dat de film echt nodig had.
Volgens mij de eerste keer dat ik een voldoende geef aan een volwaardige Chuck Norris film (films zoals Expendables, Dodgeball en Way of the Dragon niet meegerekend dus aangezien het daar meer om bijrollen gaat) en dat had ik eigenlijk niet meer verwacht. Misschien zit er toch nog meer in de baard dan ik dacht!
3*
Hellbound: Hellraiser II (1988)
Alternatieve titel: Hellraiser II
It will tear your soul apart... Again
Een uitstekend vervolg op het originele eerste deel. De spanning en de sfeer zit nog altijd goed en ook Pinhead en zijn medecenobites zien er weer geweldig uit.
Hellbound opent mooi met een flashback waarin je ziet hoe Pinhead vroeger was en hoe hij zo is geworden. Mooi in beeld gebracht met daaronder die geweldige muziek die de reeks voor mij toch kenmerkt. Natuurlijk zijn er weer een aantal zieke scènes zoals waar die knul in die inrichting die maden van zijn armen is aan het scheren Alleen spijtig van de soms echt crappy effecten. Vooral wanneer Channard een soort Cenobite is geworden vielen ze echt zwaar tegen. Het eindgevecht is kort maar wel krachtig. Vraag me alleen af hoe ze nog 6 vervolgdelen gaan maken...
De cast is gelukkig hetzelfde als deel 1(haat het echt wanneer ze ineens beginnen te switchen met acteurs) maar dus ook het acteerniveau is hetzelfde en dat is niet al te denderend maar dat kan de film niet echt deren.
3.5*
Hellboy (2019)
Okay, I'd appreciate a prophecy with more relatable stakes
De eerste Hellboy heeft samen met films zoals Spawn en Blade het superheldengenre initieel op de kaart gezet, nog voor er zelfs maar sprake was van het Marvel Cinematic Universe, en vreemd genoeg is het met betrekking tot de creatie van Mike Mignola maar bij 2 films gebleven. Regisseur Guillermo del Toro wou nochtans wel graag een derde deel maken en heeft een aantal pogingen ondernomen, maar die zijn vroegtijdig gestrand. Meer dan 10 jaar later is er dan nu eindelijk toch een derde live-action film.
Het is dus echter geen vervolg op de twee del Toro films maar een reboot zoals dat tegenwoordig heet. Met een beetje goede wil kun je dit nog als een prequel zien aangezien Hellboy zelf hier nog veel jonger en onstuimiger is dan de andere versie, maar het mag duidelijk zijn dat regisseur Neil Marshall en co hier echt hun eigen ding van wilden maken. Dat doen ze door onder andere volledig voor een R-Rating te gaan (wat bij dit soort films absoluut een meerwaarde is) maar ook door er een onsamenhangend geheel van te maken. Marshall kiest ervoor om een aantal los van elkaar staande comics samen te voegen tot één geheel maar dat blend gewoon niet allemaal even goed samen. Tel daar dan ook nog eens bij dat het lijkt alsof het budget naar het einde toe op was waardoor we met een veel te korte climax zitten. Daar kunnen dan een aantal teasers tijdens de credits naar een eventueel vervolg weinig aan verhelpen. Verder is dit een film die vooral is gaan kijken naar het succes van onder andere een Deadpool. Hellboy kraamt om de 2 zinnen wel een of andere one-liner uit en het voordeel van dat hoge tempo is dat er wel eens eentje mag naast zitten.
Want de delivery van David Harbour is op zich nog niet zo slecht. Hij is geen Ron Perlman weliswaar, maar hij doet op zich nog wel een verdienstelijke poging. Milla Jovovich heeft overduidelijk plezier als de grote slechterik van dienst, maar blijft wel over de gehele lijn een tikkeltje onderbelicht. Verder ook een film die de nodige commotie heeft veroorzaakt qua cast (Ed Skrein ging normaal gezien de rol van Daimio spelen maar haakte af toen hij doorhad dat het om een Aziatisch personage ging waardoor de rol naar Daniel Dae Kim ging terwijl de - in de comics - roodharige Ierse Alice door de Afrikaans-Amerikaans Sasha Lane wordt gespeeld) maar in het algemeen weinig op aan te merken. Ian McShane is een goede toevoeging als Professor Broom en de kleine bijrol van Thomas Haden Church als Lobster Johnson is ook de moeite.
Onsamenhangend en vooral de bij vlagen erg lelijke CGI (die openingsscène is werkelijk verschrikkelijk) zorgen ervoor dat dit geen al te interessante film is geworden. Ik had liever een derde deel van del Toro en Perlman gezien maar aangezien die laatste ook alweer 69 is geworden vrees ik dat hij ondertussen toch te oud is geworden voor de rol. Tel daar dan ook nog eens bij dat deze reboot redelijk hard geflopt waardoor dit waarschijnlijk de laatste live-action Hellboy zal worden. Jammer.
2.5*
Hellegat (1980)
Opgedragen aan de inwoners van de Rupelstreek
Patrick Le Bon is zo'n regisseur die vandaag de dag wat vergeten lijkt te zijn. Ik kende hem tot sinds kort enkel maar van zijn Gaston & Leo film, maar toen kwam Zaman op mijn pad en was ik volledig verkocht. Ik nam me voor om Hellegat ook snel op te zetten maar zoals gewoonlijk zat er wel wat tijd tussen beide films. De verwachtingen waren alleszins wel hoog gespannen aangezien dit net zoals Zaman een samenwerking tussen Le Bon en Paul Koeck was. Eigenlijk is het omgekeerd aangezien Zaman pas na Hellegat werd gemaakt maar kom, je weet wat ik bedoel.
Het is een compleet andere film dan Zaman en Paniekzaaiers en daaruit blijkt toch de veelvuldigheid van Le Bon. Waar hij met Zaman een heerlijke misdaadfilm maakt en met Paniekzaaiers de komische richting uitgaat, is Hellegat zo'n typische Vlaamse film geworden over noeste arbeid, duiven en voetbal. Hoofdpersonen van dienst zijn Louis en Sam, de ene was vroeger een getalenteerde keeper en staat op het punt op pensioen te gaan terwijl de andere nu een getalenteerde keeper is en op het punt staat om zijn eerste stappen in de steenbakkerij te zetten. Er zitten meer parallellen in hun geschiedenis dan je in eerste instantie zou denken en dat levert een interessante film op. Ietwat traag misschien en het einde voelt een tikkeltje onbevredigend aan maar de maatschappijkritiek is nergens geforceerd en die speech van Louis zegt genoeg natuurlijk. Fijne voetbalmatch trouwens, meestal oogt dat nogal gekunsteld maar het lijkt wel alsof Le Bon gewoon de camera heeft neergepoot bij een echte match tussen twee amateurploegen.
Ik ben er niet 100% zeker van, maar was één van de Fortuna supporters die nadien in de cafetaria wat vervelend komt doen ook niet Le Bon zelf? Hij lijkt er in ieder geval erg hard op. De hoofdrollen zijn weggelegd voor Jos Verbist (de jonge Sam) en Paul S'Jongers (oldtimer Louis) en hoewel hun eerste scènes nogal stroef ogen, komen ze geleidelijk aan meer en meer in hun rol. Verder nog goede bijrollen van onder andere Frank Aendenboom als Lagasse (heerlijk ook hoe Le Bon speelt met het AN en het Antwerps dialect als onderscheid tussen de bazen en het gepeupel) en Marc Janssen als meestergast Van Dijck. Janine Bischops heeft niet veel om handen als geïnsinueerd liefje van Van Dijck maar An Nelissen speelt hier nog wel uitstekend als Joske, het lief van Sam. Die eindscène tussen hen.. Het werkt uitstekend.
Tot nu toe 3 films gezien van Le Bon en het zijn eigenlijk alledrie compleet verschillende films die van mij ook telkens een andere score krijgen. Hellegat situeert zich tussen Paniekzaaiers en Zaman, maar neigt gelukkig toch meer naar de score van Zaman. Interessante film die ondanks zijn leeftijd van 40 jaar nog geen seconde verouderd aanvoelt. De andere films van Le Bon lijken wel heel wat lastiger te vinden, moest iemand me kunnen vertellen waar ze te vinden zijn?
3.5*
Hellraiser (1987)
Alternatieve titel: Clive Barker's Hellraiser
Demon To Some
Angels To Others
Vanmiddag een box gekocht met daarin de eerste 7 delen van de Hellraiser filmreeks. Benieuwd naar dit horroricoon heb ik daarjuist het eerste deel opgezet en het is me wel bevallen.
De effecten zijn voor die tijd zeker zeer knap gemaakt (vooral de wederopstanding van Frank) maar ook de Lead Cenobite en zijn gezellen zien er werkelijk fantastisch uit.
Het verhaal is zonder meer origineel te noemen en heel het idee met de puzzel is wel leuk uitgewerkt. Acteerwerk viel wel mee, Doug Bradley speelt wel goed als de Lead Cenobite maar Andrew Robinson als Larry kon me niet echt bekoren.
Hellraiser is een vermakelijke film en binnenkort ga ik de andere delen wel eens bekijken.
3.5*
Hellraiser III: Hell on Earth (1992)
He'll offer you the heights of ecstasy, but you'll spend eternity in the depths of hell
De eerste 2 Hellraisers waren wel vermakelijk dus vandaag maar eens deel 3 opgezet. Ik was vooral benieuwd of de film hetzelfde niveau als zijn voorgangers zou kunnen houden. Uiteindelijk komt het in de buurt maar mist het toch net iets.
Waar Hell on Earth vooral op mist is dat er een aantal compleet misplaatste scènes zijn. Zo vind ik die nachtmerries waar Joey haar vader terugziet echt niet passen. Voor de rest duurt het allemaal veel te lang eer Pinhead echt op de proppen komt en werden er naar het eind toe gewoon veel te veel Cenobite hulpjes geïntroduceerd, drie waren er echt wel genoeg voor mij.
De sfeer zat wel weer goed en ook de effecten zagen er wel goed uit maar het acteerwerk is meer van het niveau dat je in een B-film zou verwachten. Het is niet verschrikkelijk storend maar vanbinnen erger je er toch wat aan.
Tenslotte ook nog een klein minpuntje en dat is dat het wel spijtig is dat Pinhead zogezegd een andere lichaam heeft (dat van Munroe) maar dat zijn stem en uiterlijk nog wel hetzelfde is.
Al bij al komt deze sequel op een mooie 3* vooral door een aantal geweldige scènes waaronder Pinhead aan het altaar als Jezus!
Hellraiser: Bloodline (1996)
Alternatieve titel: Hellraiser 4
This year, the past, the present and the future will all meet at the crossroads of hell
De Hellraiser reeks begint langzamerhand toch wat slijtage te tonen. Deel 2 en 3 haalden nog wel ergens het niveau van het eerste deel maar ik hou men hart toch al vast voor de volgende 4.
Hetgeen waar ik me het meest aan stoorde is dat Pinhead er soms zo fake eruit zag. Zo waren op sommige momenten zijn littekens tussen zijn pinnen gewoon verdwenen... Maar voor de rest zagen de effecten er wel weer mooi uit. Hoe de twee broertjes een Cenobite werden was echt cool.
Het verhaal is wel interessant. Het heel ontstaan van de kubus en de bloedlijn van de Merchants is dan ook wel boeiend om te zien. Tot het dan opeens zo stompzinnig wordt afgebroken doordat Pinhead ineens met Angelique in het ontwerp wordt gezogen. Vanaf dan wordt het allemaal wat saaier. Wat ik trouwens wel niet snapte is hoe de kubus in die pijler van die ondergrondse garage terecht komt? Het stuk waar Angelique die man verleidt en ze op de pijler slaagt en dat ze kubus in haar handen heeft.
Al bij al is Hellraiser IV een redelijk vermakelijk deel dat toch nergens het niveau van zijn voorlopers haalt.
2.5*
Hellraiser: Inferno (2000)
But who is the king in this game?
Ergens in 2009 was ik eens begonnen met de Hellraiser franchise. Niet meteen één van mijn favoriete horroriconen, maar de reeks bleef met de eerste 2 delen nog wel een goed niveau houden en begon met deel 3 en 4 wat in te zakken. Om een reden die ik ondertussen al lang ben vergeten, ben ik toen gestopt met kijken naar de reeks, maar gisteren dan toch de avonturen van Pinhead terug opgepikt.
De voorgaande delen stonden dus helemaal niet meer vers in de herinnering, maar ik betwijfelde of dat eerlijk gezegd nodig ging zijn. Nu het kan zijn dat ik een paar details heb gemist, maar in mijn ogen is Inferno een volledig op zichzelf staand verhaal. Een verhaal dat zelfs eigenlijk amper iets met heel de Hellraiser cyclus heeft te maken, want Pinhead komt er amper aan te pas. Dat hoeft niet te betekenen dat het geen interessant deel kan zijn, maar Thorne is gewoon een vreselijk irritant personage. Wat volgt is een soort van Groundhog Day-achtige toestand waar een poging wordt gedaan om de hel waar de slachtoffers van de Cenobites in terecht komen in beeld te brengen. Geen slecht idee, maar de film blijft te lang trappelen als een soort van bovennatuurlijke detectivefilm.
Wel tof om James Remar nog eens te zien. Vanwege zijn rol van Ajax in The Warriors zal ik altijd wel fan zijn van de man, maar hij heeft in zijn carrière gewoon al een handvol leuke dingen gemaakt. Hier heeft hij een beperkte bijrol en het gaat hem redelijk goed af, al had ik op een grotere rol gehoopt. Hetzelfde kan gezegd worden van Doug Bradley die al sinds het eerste deel de rol van Pinhead op zich neemt. Zeker wanneer het echte hoofdpersonage, hier gespeeld door Craig Sheffer, een verschrikkelijke acteur is.
Het verval lijkt nu helemaal te zijn ingezet. Inferno is een wat vreemde eend in de Hellraiser cyclus, maar het is gewoon ook een saaie film. Het uitgangspunt kan er op zich nog wel mee door, maar de aanwezigheid van Schiffer nekt de film in zijn geheel.
1,5*
Hellzapoppin' (1941)
Yes, folks, this is Hellzapoppin'!
Een tijd geleden was ik naar een documentaire over Chick Webb gaan zien (The Savoy King: Chick Webb & the Music That Changed America voor de geïnteresseerden en staat ook op de site trouwens) en daar lieten ze een fragment zien uit Hellzapoppin'. Het was een dansscène en ze zag er werkelijk verbluffend uit. Verheugd was ik dan ook toen bleek dat Cinema Zuid een kleine maand later de film ging uitzenden. Volk was er weliswaar amper (alleen schandaalfilms zoals Last Tango in Paris trekken blijkbaar volle zalen), maar dat kan de pret niet deren.
Vooral omdat er geen ondertiteling aanwezig was waardoor het gebrek aan geroezemoes erg welkom was. Buiten dat ene fragmentje uit The Savoy King had ik totaal geen idee waarover Helzapoppin' eigenlijk ging en eerlijk gezegd, dit had ik niet kunnen voorspellen. Vanaf de eerste minuten houdt de film er een waanzinnig tempo op na en wordt de ene na de andere leuke scène op je afgevuurd. Vrouwen aan het spit, veel massa scènes, spelen met de fourth wall, wat leuke visuele effectjes, flauwe doch amusante running gags, … Chic en Ole draaien er hun hand niet voor om en het is dan ook zonde dat de finale uiteindelijk wat te zwak aanvoelt. De energie waarmee de film binnenkomt (en geruime tijd weet vol te houden) is een mokerslag, in de goede zin van het woord, maar de finale is met uitzondering van een enkel momentje niet memorabel. Al moet ik erbij zeggen dat het me wel erg moeilijk lijkt om het eerste deel van de film te overtreffen.
Beetje jammer ook van het samengooien van de muzikale intermezzo's. Ben er sowieso al geen enorme fan van, maar ze hadden hier wel wat verspreid mogen zitten. Op een bepaald moment schakelt Martha Raye gewoon van het ene nummer over naar het andere en dan is mijn aandacht toch wel weg. Gelukkig blijft de Lindy Hop scène even indrukwekkend als in The Savoy King. Die choreografie is werkelijk niet na te doen. Qua cast is dit van het gebruikelijke niveau dat je bij dit soort films kunt verwachten. Chic Johnson en Ole Olsen zijn een vorm van de typetjes zoals Abbott & Costello en Laurel & Hardy en we krijgen er zelfs Shemp Howard (Three Stooges!) nog als extra bij. Leuk detail, Hellzapoppin' werd genomineerd voor een Oscar voor het nummer Pig Foot Pete. Dat nummer zit echter niet in deze film, maar in Keep 'Em Flying van Abbott & Costello dat uit hetzelfde jaar stamt.
Bewonderenswaardig dat de film zijn hoge tempo (dat komedies vandaag de dag niet lijken te hebben) toch voor zo lang weet vol te houden. Naar het einde zakt het geheel een tikkeltje in, maar dat neemt niet weg dat dit een film is die gerust wel wat meer bekendheid mag hebben. Tof om zo van die vergeten pareltjes te ontdekken.
Kleine 4*
Help! (1965)
Stop worrying! HELP! is on the way!
De 5e september was, om een reden die mij eigenlijk niet bekend was, Beatles Night op de BBC. Eerst werden er een aantal documentaires over de Fabulous Four gegeven, waarvan ik jammer genoeg de titels ben kwijtgeraakt, om dan uiteindelijk af te sluiten met één van de twee films die de Beatles in hun jonge jaren hadden gemaakt. De film stond dus al een serieuze tijd op mijn decoder maar ik gisteren kwam het er dan eindelijk van om hem op te zetten.
De eerste film, A Hard Day's Night, had ik ooit al wel is gezien maar die werd niet zo super beoordeelt omdat ik toen helemaal nog niet into the Beatles was. Dan heeft Help! een gelukkiger tijdstip uitgekozen want ik ben me pas verleden jaar me echt beginnen bezig houden met hun muziek. Voor velen zal dit dan waarschijnlijk heiligschennis zijn maar ik kan de oudere albums zoals Help beter waarderen dan bijvoorbeeld Revolver. Qua soundtrack heeft deze film dan vast en zeker wel een streepje voor want, afgezien van de 9e symphonie van Beethoven, is alle muziek doorheen heel de film van het Help album. Neen, dat is niet waar want het Bond deuntje komt ook nog eens een keer voorbij geloof ik. Het is in ieder geval dan ook vrij nodeloos om te zeggen dat de film qua muziek al zeker de moeite waard was voor mij.
Eerlijk gezegd had ik wat schrik voor het verhaal van de film. Ik had het vermoeden dat de film meer ging dienen als een ander medium om het gelijknamige album te promoten. Ook vroeg ik me af hoeveel tijd hier in gestoken ging zijn of dat het meer een test was om te zien of The Beatles nu effectief alles konden verkopen waaraan ze meededen. Onterecht want hoewel er hier nogal redelijk vaak het tegendeel wordt beweerd vond ik het verhaal echt amusant. Het is alleen jammer dat ik dit zonder ondertitels heb moeten zien want iedereen mompelt nogal redelijk veel, van The Beatles had ik dit verwacht maar niet van de echte acteurs. Soit, het was nog wel te doen. Wat me het meest kon bekoren was de typische Britse humor die doorheen heel de film zit geweven. Het meeste van de tijd deed het me allemaal denken aan Monty Python, vooral met de interludes in het midden van de film. Voor de rest is het verhaal vaak te absurd voor woorden maar het absurde blijft leuk. Ringo krijgt op één of andere manier een gigantisch lelijke ring in zijn handen en wordt vanaf die moment achtervolgd door een sekte, een gekke wetenschapper met zijn handlanger en uiteindelijk ook nog een superintendent van HMSS. Absurd maar o zo leuk. Ik heb me in ieder geval best wel vermaakt met de bochten waarin het verhaal zich wrong.
Het meest lachwekkende van Help is volgens mij nog de cast. Dat Lennon, McCartney, Starr en Harrison niet veel acteertalent zouden bezitten kon ik met mijn ogen toe voorspellen maar dat de andere 'echte' acteurs zo slecht gingen zijn dat had ik niet verwacht. Oké, het is allemaal wat over the top maar dit was soms echt wel van een verschrikkelijk laag niveau. Gelukkig vallen de Beatles zelf eigenlijk nog het beste mee van iedereen. Oscars zullen ze nooit winnen maar eerlijk gezegd, ik had het slechter verwacht. Je zag gewoon dat ze plezier hadden in het maken van de film. Wat ik in ieder geval heerlijk vond was de droogheid waarmee sommige Beatles soms commentaar gaven op elkaar. Vooral Lennon bleek hier heer en meester in te zijn.
Als Beatlefan kon ik me hier gerust wel in vinden. De muziek is zeer goed en qua verhaal is het ook allemaal wel leuk. De vier hebben er plezier en dat vertaalt zich naar het scherm. Misschien toch nog eens achter A Hard Day's Night gaan.
4*
Helping Hand, A (1988)
Jan Verheyen is vandaag de dag vooral bekend van een aantal langspeelfilms, maar zijn echte debuut was een kortfilm genaamd A Helping Hand. Gemaakt 2 jaar voor Boys, zijn eerste langspeelfilm, toont de short een dag in het leven van een 12-jarige jongen die zich blijkbaar te pletter amuseert door met stenen van een brug te gooien en zodoende auto's te doen crashen. Meer stelt het niet voor en Verheyen maakte de short vooral om wat oefening voor Boys te krijgen en om wat feeling te krijgen met zijn crew. Intrigerend uitgangspunt in ieder geval, maar de uitwerking is te snel gedaan en je zit eigenlijk praktisch de gehele tijd naar een jongetje dat naar zijn voeten krijgt van zijn moeder te staren.
3*
Hemingway's Adventures of a Young Man (1962)
Alternatieve titel: Ernest Hemingway's Adventures of a Young Man
Old men dream dreams. Young men see visions
Ernest Hemingway was een naam die me een belletje deed rinkelen maar ik heb nooit het genoegen gehad om één van zijn boeken te lezen. Ik had er ook niet echt veel interesse in (wist ook helemaal niet waarover of wat hij schreef) maar de rol die hij kreeg toegewezen in Woody Allen's Midnight in Paris sprak me erg aan. Daarstraks kwam ik erachter dat ik hier nog ergens een film over Hemingway had liggen dus besloot ik die eens op te zetten.
En dit is me enorm goed meegevallen, meer zelfs. Met maar 4 stemmen en een gemiddelde van 3* had ik wat schrik dat dit een lange zit ging worden maar Martin Ritt weet er een mooi geheel van te maken. Gebaseerd op de 10 Nick Adams verhalen die Hemingway schreef over zijn jeugd krijgt Adventures of a Young Man een hoge autobiografische tint. In dat opzicht is het ook verwonderlijk wat Hemingway allemaal heeft meegemaakt. De film duurt een dikke 2 uur maar verveelt geen moment en gaat in een snelle vaart vooruit. Toegegeven, het is allemaal nogal fragmentarisch maar storen doet dat niet echt. Alleen jammer dat het einde met de dood van zijn vader en zijn terugkomst nogal afgeraffeld aanvoelt. Als je toch al zo'n lange film bent aan het maken, dan mag het einde gerust ook wat langer zijn. Voor de rest is dit een film geworden die een aantal standaard thema's aansnijdt zoals vriendschap, liefde, moed, ... maar het wordt allemaal degelijk aangepakt. Het is vooral knap om te zien hoe de evolutie van Nick zich vormt doorheen heel de film. Hoewel er een aantal jaren verstrijken wordt er geen enkele poging gedaan om Nick zelf ouder te laten lijken (althans toch niet dat het opvalt) maar je voelt perfect dat hij de ervaring heeft opgedaan die hij later zou gebruiken in zijn boeken.
En dat is grotendeels te wijten aan een uitstekende Richard Beymer die hier de pannen van het dak speelt als Nick Adams. Ik had nog nooit iets van Beymer gezien maar die doet hij fantastisch. In het begin moet hij precies nog wat zijn draai vinden maar eens bij het leger aangekomen gaat het hem allemaal vlot af. Vooral de romance met Rosanna is bij vlagen prachtig. Die rol wordt trouwens ook uitstekend gespeeld door een erg mooie Susan Strasberg. De hoes profileert de film als een spektakel met allerlei bekende gezichten maar voor mij waren het grotendeels onbekende namen. Wel leuk om Paul Newman in een kleine bijrol te zien als een hilarische bokser die net iets teveel lappen heeft gekregen. Ook Eli Wallach is hier erg goed op dreef als Nick zijn metgezel in het leger. Volgens mij de enige rol die ik van hem heb gezien buiten het bekende The Good, the Bad and the Ugly maar dit doet hij navenant. Maar om eerlijk te zijn zijn werkelijk alle bijrollen de moeite waard. Adventures of a Young Man is een grote productie maar alles voelt geslaagd aan. Erg jammer trouwens dat Hemingway zelf de voice-over aan het begin en het einde van de film niet heeft kunnen inspreken maar hij heeft zich door zijn kop geschoten toen ze de film nog waren aan het maken.
Binnenkort maar eens een poging wagen om een aantal Hemingway boeken te lezen want de verfilming was in ieder geval wel de moeite waard. Beymer is uitstekend, de bijrollen van Montalban, Wallach, Strasberg en Newman zijn allemaal uitstekend en de film verloopt erg vlot en verveelt geen moment.
4*
