- Home
- ikkegoemikke
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten ikkegoemikke als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Gambler, The (2014)
“I was playing for Mister Lee, and for that gentleman over there.
I’m not actually a gambler.”
Ik denk niet dat het een totale verrassing is, als ik verklap dat “The Gambler” handelt over gokverslaving. Er zijn al genoeg films gemaakt die dit onderwerp belichten en uiteindelijk verwacht je dat je bij het bekijken van zo’n film je hetzelfde gevoel bekruipt die de verslaafde ervaart terwijl hij probeert winst te maken aan de goktafel. Dat intens gevoel in de buikstreek als je op het punt staat om een enorme winst binnen te rijven, de spanning, de ontlading en die knagende woede als het tegenzit. En dat gevoel had ik helemaal niet na het bekijken van “The Gambler”. Uiteindelijk keek ik ernaar op dezelfde manier als Jim Bennett (Mark Wahlberg) : op een onverschillige manier, zonder euforie of teleurstelling, alsof hij het spel van een ander persoon observeerde. Het lijkt wel alsof het niet zijn eigen geld is waarmee hij speelt. Er is niet die zenuwslopende spanning zoals bij “Rounders” waar Matt Damon probeert zijn verloren fortuin terug te winnen tijdens een pokerspel. Waarom zijn ze dan eigenlijk in godsnaam aan deze film begonnen terwijl er al (naar wat ik heb gelezen) een geslaagde versie uit 1974 bestaat met James Caan ?
Gangster Squad (2013)
Fraai in beeld gebrachte gangster film. De sfeer van de jaren 50 straalt van begin tot einde in deze film. T'is niet vergelijkbaar met The Godfather, maar het is wel een onderhoudende actie-film die wel redelijk brutaal kan zijn op bepaalde momenten.
Penn vind ik wel sterk in zijn rol als Mickey Cohen en slaagt er soms in vreselijk angstaanjagend over te komen door zijn expressie in taal en gelaatsuitdrukking. Inderdaad iemand waarvoor je liever een blokje omloopt ipv. tegen het lijf te lopen. Soms zag hij er echter stripfiguur-achtig uit door ofwel CGI of make-up.
Idem dito voor Emma Stone , overigens een peperhete dame in dat spannend rood kleedje, die er soms uitzag als Jessica Rabbit 
Enige minpunt voor mij, maar dat heb je meermaals met een film, is het feit dat een bijeengeraapt team van bijna-super-heroes een maffia-baas van het kaliber Cohen, te kakken kunnen zetten en zijn organisatie ontwrichten, terwijl deze een volledige politiemacht heeft omgekocht, naar eigen zeggen , geeft mij altijd zo'n gevoel van "Allee,kom aan ...." 
3*
Geostorm (2017)
“Look, I know you're not gonna like it but as I see it, there's only one person to go after for this.
Your brother, Jake.”
“Geostorm” snijdt een onderwerp aan dat laaiend actueel is op dit moment. De invloed die wij als mens hebben op het klimaat en welk gevolgen dit heeft op ons leefmilieu. Is het echt zo dat we in de toekomst kunnen pootje baden in de schaduw van de Dom van Keulen? En dat de ijsberen hun wintervacht langzaamaan omruilen voor een dunnere versie, zodanig dat ze er na enkele decennia uitzien als flink uit de kluiten gewassen naaktkatten? Of worden we gedurig aan geplaagd door slachtoffer eisende natuurrampen? Dezelfde problemen kregen ze in “Geostorm” voorgeschoteld. Gelukkig hadden ze meer vooruitziende geesten en sloeg men wereldwijd de handen in elkaar. Een immens netwerk van satellieten omspant de aarde waardoor men telkens op een gerichte en gecoördineerde manier (vanuit het ISS) kan ingrijpen bij uit de hand lopende weersomstandigheden. Totdat er enkele zaken beginnen verkeerd te lopen.
“Geostorm” is zo’n typische rampenfilm. Er zijn enkele voordelen aan het bekijken van dit soort films. Je kan gerust je verstand thuis in de lade laten liggen, want echt noodzakelijk is dit niet. Moet je hoogdringend gaan plassen tijdens de film, dan moet je ook niet de rest van de film met dichtgeknepen billen uitkijken. Het is als een dagelijkse soap op televisie. Mis je er eventjes iets van, dan kan je nog altijd volgen naderhand. Maar geef nu eerlijk toe. Als je een film als “The day after tomorrow” of “Twister” gaat kijken, dan verwacht je toch geen diepgaande en ingenieus geschreven dialogen. Je wilt dan toch indrukwekkende beelden met magistrale, digitale effecten op het scherm zien. Niet? Hoe ingrijpender en verwoestender de rampen zijn, hoe meer de film geslaagd lijkt. De in beeld gebrachte rampen op onze planeet zien er niet zo echt fraai en verbijsterend uit. Maar de beelden uit de ruimte, zien er wel ongelofelijk realistische en enorm intens uit. Vond je de beelden over het ruimtestation ISS dat in miljoenen stukjes verpulverd werd uit “Gravity” indrukwekkend? Wel dan zijn er enkele sequenties in “Geostorm” die nog meer indruk maken.
De acteurs die ze hebben opgetrommeld zijn ook niet de minste. Gerard Butler is niet de allerbeste keuze om de rol van hoogintellectueel vorser Jake Lawson te spelen. Een hoog intelligentiequotiënt zal men niet gauw relateren aan deze acteur (al wil ik niet beweren dat hij oliedom is). Fysieke inspanningen en krachtpatserige situaties passen eerder bij hem. En die zijn veelvoudig aanwezig in deze film. Jim Sturgess werd gecast om zijn broer Max te spelen. Dat deze relatie niet echt vriendschappelijk is, is een understatement. Zoals te verwachten, verbeterd dit naarmate we het einde van de film naderen. Wil je Sturgess als acteur zien schitteren, dan kan je beter “Upside Down” eens proberen. Abbie Cornish kwam me bekend voor en dat omdat ik haar nog maar pas zag schitteren naast Woody Harrelson in “Three Billboards outside Ebbing, Missouri”. Vervolgens is er nog Andy Garcia als de president van de V.S. en Ed Harris als staatssecretaris. Niet dat het echt uitmaakt hoe legendarisch sommige acteurs wel zijn, want op verhaal gebied is het pas echt een ramp.
“Geostorm” is geen schitterende film. Je verveelt je niet gedurende de film, maar ergeren doe je je toch regelmatig. Als het niet de clichématige inhoud is of de belabberde, inspiratieloze dialogen, dan zijn het soms de gebruikte speciale effecten. Voor deze tijd ziet het er somtijds wel echt verouderd uit. Een overstroomd gebied waaruit het water terugtrekt alsof het in een badkuip werd gefilmd en men plots de stop uittrok. En het superieure gedrag van de V.S. die weer de wereld redden is ook soms heel irritant. Zeker als je beseft dat ze op dit moment de grootste ontkenners zijn (en elk maatregel tegenwerking krijgt van het API) als het over de opwarming van de aarde gaat en bepaalde overeenkomsten en richtlijnen gewoonweg geboycot worden. Echt politiek correct is het dus ook niet. Maar zoiets moet je ook niet verwachten van een simplistische en alleen voor entertainment gemaakte spektakelfilm.
2.5*
Get the Gringo (2012)
Alternatieve titel: How I Spent My Summer Vacation
Mel is back ...
Mel zoals hij was in Lethal Weapon : grappig, koelbloedig en meedogenloos.
Een leuke actie-film.
Locatie : Mexicaans gevangenis.
Bijna non-stop actie.
Schitterend gespeelde rol door Mel, maar zeker door Kevin Hernandez , die het mexicaans jongetje speelt dat Mel een beetje wegwijs maakt.
2.5*
Getaway (2013)
He's a real asshole.
Vele jaren geleden stond ik als jong knaapje in bewondering te kijken naar een show van stuntrijders op de zeedijk ergens aan de Belgische kust. Als tiener vond ik het onwaarschijnlijk wat ik zag en was het hele spektakel schitterend terwijl ze auto's gewoon tot pulp reden. Ik kreeg naderhand een sticker van deze rondtrekkende groep die ik nog jarenlang bijhield in een boek.
Ik ben die sticker ondertussen kwijt en iets meer als 30 jaar later ben ik op een leeftijd gekomen dat ik niet zo snel meer verwonderd ben door zoiets. "Getaway" lijkt wel op zo'n in een film gegoten stuntshow. Een aaneenschakeling van razendsnelle achtervolgingen met veel rondvliegende politiewagens en enorm veel metaal dat accordeon-gewijs opeen geplooid wordt.
De ster in deze film is de blitse Mustang die door Ethan Hawke bestuurd wordt en iets weg heeft van "Roadrunner". Je ziet hem de hele tijd en ondanks dat je je best doet om hem te pakken te krijgen , glipt hij telkens onder je neus weg. Het begon als een schijnbaar uitstekende achtervolgingsfilm met enorm veel autowrakken als resultaat , maar na een bepaalde tijd werkte het wel serieus op mijn zenuwen. We schieten alweer uit de startblokken om met hoge snelheid over de straten van Sofia te scheuren. Dezelfde uitkomst en dezelfde manier van in beeld brengen. Door middel van de aangebrachte camera's worden er telkens snapshots aan elkaar gemonteerd tot een stroboscopisch gekmakend geheel waarbij ik aan epilepsie lijdende personen zou afraden deze film te kijken. De meeste tijd heb je totaal geen overzicht van het geheel. Zeer verwarrend beeldmateriaal.
Over de twee hoofdrolspelers kunnen we kort en bondig zijn. Nietszeggend acteerwerk. Hawke kijkt de hele tijd triest voor zich uit terwijl hij zijn vrouw tracht te redden door het uitvoeren van de opgelegde taken. Het lijkt wel een scouts spel voor volwassenen. En "The Kid" gespeeld door Selena Gomez is een vervelend ettertje dat uiteindelijk de dochter blijkt te zijn van een rijke bankdirecteur. Ze blijkt een enorme bagage aan high-tech kennis met zich mee te zeulen en is ook nog eens op de hoogte is van allerlei bankzaken die een snuggere bankdirecteur niet zomaar zou verklappen. Jon Voight zijn mond is hoofdzakelijk hetgeen wat we zien gedurende de hele film. Daar moet je dus al geen ster-acteur voor zijn.
Het verhaal is compleet stupide en kinderlijk simpel. Een simpele bankoverval waarbij Voight ervoor zorgt dat alle uitvalswegen in de stad worden afgezet, zodanig dat er één ontsnappingsroute overblijft. Meestal zijn het ongeloofwaardige situaties die zich voordoen. The Kid heeft ineens een oplossing om de camerabeelden via haar iPad te onderscheppen die verzonden worden via een anonieme server op het internet. En als een onbekende krankzinnige de hele nacht straten onveilig maakt, denk ik toch dat ze deze met man en macht van de weg zouden rammen.
Conclusie : "Getaway" zo snel als je kan als je in de buurt van deze film komt. Als je deze als cadeau gevonden hebt onder de kerstboom zijn er nog mogelijkheden om deze dvd-doos nuttig te gebruiken nl. als ondersteuning voor een wankele tafel, hergebruiken of als waaier gebruiken de volgende zomer. Miskleun van het jaar in ieder geval.
0.5*
Ghostbusters (2016)
“I'm Ed Mulgrave.
I'm the historian at the Aldridge Mansion,
and I believe it's haunted.
If you could just come take a look. “
Als er één ding is waar ik stellig van overtuigd ben, dan is het wel dat je niet mag raken aan mijlpalen in de filmgeschiedenis. Zo’n mijlpaal is voor mij een film die niet noodzakelijk briljant of een absoluut meesterwerk is, maar wel een welbepaalde indruk op me maakte. Zo is “Evil Dead” een mijlpaal voor mij, omdat dit de eerste echte horror was die ik uitkeek en waar ik geen traumatiserende nachtmerries aan overhield. Bij “Grease” kwam ik de cinemazaal uit en voelde ik me zo stoer en cool als Danny. “Back to the future” blijft voor mij een oerdegelijke klassieker. En ook “Ghostbusters” uit 1984 was zo’n mijlpaal. Het groeide uit tot een soort hype en zal over 50 jaar nog altijd gesmaakt worden door filmliefhebbers en uitgezonden worden als zaterdagavond weekendfilm. De remake die ik nu te zien kreeg zal niemand zich nog herinneren over dit en pakweg een jaar. Het kan gerust toegevoegd worden aan de lijst van nodeloos uitgebrachte en totaal mislukte remakes in de geschiedenis van het bewegend beeld.
Het hoogtepunt van deze film is het optreden van de originele Ghostbusters acteurs : Bill Murray, Dan Aykroyd, Ernie Hudson en een borstbeeld van Harold Ramis (die spijtig genoeg in 2014 overleed). En het grappigste is dat Murray hier dan ook nog eens een scepticus speelt die helemaal niet gelooft in het bestaan van spoken. En raar maar waar, Chris “Thor” Hemsworth vond ik het grappigste personage uit de nieuwe cast. Ik weet het, ik ben zo goed als de enigste die deze mening heeft. Voor de rest is dit een gewoonweg een duplicaat van de originele film. De verhaallijn is bijna identiek te noemen (op enkele kleine aanpassingen na). Het grootste verschil zit hem in de speciale effecten die er gesofisticeerder en indrukwekkender uitzien dan die van 32 jaar geleden (nogal wiedes) en het spokenjagers team dat volledig uit vrouwen bestaat. Niet dat ik daar problemen mee heb. Desalniettemin is de reden voor dit laatste me nog steeds niet duidelijk.
Misschien ligt het aan mij en het feit dat de nostalgische waarde van deze film enorm hoog is. Misschien is de mening over deze film totaal verschillend als je van een jongere generatie bent en je nooit de eerste versie hebt gezien. Tja, dan is het inderdaad allemaal nog nieuw en hoogst origineel. Ben je zoals ik van een oudere generatie die wel genoten heeft van de originele film, dan zie je gewoon een duplicaat vol gerecycleerde ideeën en herbruikt materiaal, doordrenkt met totaal niet humoristische humor. Geef toe, als je al meer glimlacht bij het gestuntel van een bink die de persoonlijkheid van “Thor” voor zijn rekening nam, dan begin je je toch vragen te stellen. Het zou ook wel kunnen dat ik persoonlijk geen enkele affiniteit heb met de vrouwelijke so-called humoristische actrice Melissa McCarthy. Ik vond “The Heat” een verschrikking en heb “Spy” na een half uur al afgezet omdat ik eerder in tranen zou uitbarsten dan in een lachbui te schieten. Who you gonna call ? Not these ghostbusters …..
Toch bewonderenswaardig dat de makers het aandurfden om deze reboot te maken. Je moet toch echt geen genie zijn om te beseffen dat deze versie altijd overschaduwd zou worden door de voorganger en je er nooit zou in slagen om het te overtreffen. En als je dan al geen unieke verhaallijn voorhanden hebt en er allerhande objecten uit de eerste film terug worden tevoorschijn getoverd (de paranormale verschijningen Slimer en Marshmellow Man, de muziek , de locatie en het Ghostbusters voertuig), dan blijft er alleen de interactie tussen de hoofdfiguren en de humor over. En zelfs dat was tenenkrommend slecht en irritant. De humor die gehanteerd werd door Bill Murray en Dan Aykroyd was zo vanzelfsprekend en ongekunsteld. Wat hier wordt gedemonstreerd is zo plastisch en ongeloofwaardig als de spookachtige entiteiten die New York City overspoelen. Tja, ik blijf dus bij mijn eerste stelling. Sommige mijlpalen zijn onaantastbaar.
1*
Ghostland (2018)
Alternatieve titel: Incident in a Ghostland
Jesus Christ.
It’s Rob Zombie’s house.
“Hereditary” kreeg de volgende slogans mee: “Meest angstaanjagende film ooit” en “Het hoogtepunt op gebied van horror in de laatste 50 jaar”. Tja, dan vraag ik me af wat men dan over “Incident in a Ghostland” zou zeggen? Niet dat dit de meesterlijkste horror is aller tijden. En neen, het is niet angstaanjagend zoals “The exorcist” dat je de stuipen op het lijf joeg. “Incident in a Ghostland” borduurt verder aan eenzelfde concept zoals men kon zien in “The Seasoning House” en “I spit on your grave”. Het seksueel misbruiken van onschuldigen meisjes en de psychologisch schade die het misbruik teweegbrengt bij deze wanhopige slachtoffers. Het is niet sidderen en beven de hele tijd, maar je zit de gehele film met een ongemakkelijk gevoel.
Nu het principe van zulke films is eigenlijk doodeenvoudig. In eerste instantie tracht men je murw te slaan met confronterende beelden waarbij walging en woede zich over je meester maakt. Zodanig dat het tweede gedeelte aanvoelt als een opluchting. Zoals Jean-Claude van Damme die terugvecht nadat men hem in kreukels heeft geslagen. Of hoe een bijna verslagen underdog in een voetbalmatch het tij kan keren. Zo sta je dus dat tweede deel te bekijken. Je bent lid van een soort supportersclubje voor de slachtoffers die terugvechten en het onrecht dat hen is aangedaan wreken. Zoals in “I spit on your grave” waar ik bij elke executie van één van de daders een gemeende “Yes” niet kon onderdrukken. En de manier waarop men wraak neemt, kan niet erg genoeg zijn. Kortom, een film die twee tegengestelde gevoelens frontaal tegenover elkaar plaatst. Het gevoel van ondergang, wanhoop en fysieke pijn, tegenover de opluchting, bevrijding en victorie.
“Incident in a Ghostland” tracht dit stramien ietwat te doorbreken. Ja, er is dat moment van uiterst, extreem geweld en dat moment dat de situatie er wanhopig uitziet. En net als je denkt dat het er gemoedelijk aan toegaat, slaat de film een volledig nieuwe weg in en begint de strijd om te overleven terug toe. Verder uitweiden leidt alleen tot het vergallen van de pret voor diegenen die de film nog niet hebben gezien. Maar de wending in het verhaal verraste me ook. Om eerlijk te zijn komt het maar zelden voor dat een film dit met me doet. Meestal zie ik het al van ver aankomen. Nu eens niet.
De film werd geregisseerd door Pascal Laugier die vooral gekend is voor zijn controversiële film “Martyrs”. Een film die uitgeroepen werd als de moeder van alle “torture-porns” en die blijkbaar als een pletwals over je heen raast. Een extreem harde film die velen weerzinwekkend zullen vinden. Zelf heb ik er nooit naar gekeken. Diep van binnen zou ik deze film wel willen zien maar iets zegt me dat het extreem geweld me te diep zal raken. Dat is dan ook de reden waarom ik het mijd. Had ik het geweten dan had ik misschien “Incident in Ghostland” ook links laten liggen. En nu zit ik met een dilemma. Is dit nu een film waarbij Laugier de softe kant op ging? Of is “Martyrs” dan toch iets wat ik weer zou moeten oprakelen en kijken?
Is deze film de moeite om te kijken? Eigenlijk wel, ja. En dat omdat het verder gaat dan gewoonweg een brutale home-invasion en het folteren, misbruiken en vernederen van jonge meisjes. Hier haalt Laugier ook de psychologische impact van zo’n traumatiserende ervaring erbij. Hij laat zien hoe de menselijke psyché werkt bij een individu die omstandigheden meemaakt zoals deze barbaarse inval door twee moordzuchtige maniakken. Het is dan wel geen film voor gevoelige zielen ook al worden er geen expliciete beelden getoond. De gevolgen van deze brutale mishandelingen zijn wel duidelijk zichtbaar. Daarom al vooreerst een opgestoken duim voor de schminkafdeling.
De aankleding in zijn geheel is geslaagd te noemen. Het huis waar Pauline (Mylène Farmer) met haar twee dochters Beth (Emilia Jones\Crystal Reed) en Vera (Taylor Hickson\Anastasia Phillips) intrekken is een waar rommelhuis vol rariteiten en oude poppen. Niet dat het een voorname rol inneemt in de film, maar het draagt bij tot de gehele benauwende en duistere sfeer. De rollen van de beide meisjes is voornamelijk beperkt tot krijsen en het angstig afwachten tot de beide geschifte figuren weer opdagen. Behalve Beth, die het tot succesrijk schrijfster van horrorverhalen heeft geschopt. Tot ze weer naar het vervloekte terugkeert en geconfronteerd wordt met het geleden leed. Moeder Pauline gedraagt zich na de keiharde confrontatie als een sussend en aanmoedigend personage. En dan zijn er tenslotte de aanranders. De ene al gekker dan de andere qua uiterlijk. Een goth-achtig scharminkel waar je eigenlijk alleen maar schimmige beelden van te zien krijgt. De tweede een kolossaal, debiel gedrocht die over een onmenselijke kracht beschikt. Een kwijlende en kreunende primaat die het liefst met poppen speelt. En liefst met levende poppen.
Al bij al is “Incident in a Ghostland” een fascinerende film. Ook al ligt het niveau van sadisme redelijk hoog en kan je de gehele film het gevoel van angst en paniek niet van je afschudden. De gehele film is een stormvloed van hysterie met daarbij dat constant gevoel van onmacht. Het is dus geen horror over bezeten huizen of paranormale verschijnselen met de bekende schrikmomenten en griezelmomenten. Dit is een angstaanjagende film over iets dat in werkelijkheid ook kan gebeuren en dat we op regelmatige basis in het nieuws zien verschijnen. Het verhaal op zich lijkt nogal eenvoudig maar Beth’s toestand zorgt voor een extra dimensie. Het is in ieder geval een stuk angstaanjagender dan “Hereditary”, DE horror uit 2018 (sarcasme).
3.5*
Giant Little Ones (2018)
It never would have happened
if we weren't wasted.
Net zoals in de chemie les aan het begin van de film , wordt er in deze film duchtig geëxperimenteerd door de jeugdige acteurs. Vooral op seksueel gebied. Als bij Ballas (Darren Mann) dit laatste echter zo uitdraait dat het wel eens nefast is voor zijn reputatie als stoere dekhengst, die liefst pocht over het aantal keren dat hij van bil ging met zijn vriendin, dan slaan de stoppen door. Zijn bloedbroeder, vriend voor het leven en partner in crime Franky (Josh “Walking Out” Wiggins) wordt ineens de gevreesde vijand. Men behandelt Franky als een rasechte paria wiens nabijheid voor paranoïde reacties zorgt. Precies alsof hij de overbrenger is van weerzinwekkende soa’s. Van de ene op de andere dag bevindt Franky zich in het kamp van de uitgestotenen in een jongerengemeenschap waar succesvolle en populaire tieners, die aan het schoonheidsideaal voldoen, het voor het zeggen hebben en de standaardregels qua aanvaarding vastleggen.
“Giant Little Ones” hoort zowel thuis in de categorie “Coming of age” films als in de categorie met films die een homo/lesbische thema aansnijden. Dit laatste omzeilt de film wel enorm handig door niet expliciet iets te onthullen over de werkelijke geaardheid van de desbetreffende personen. Uiteindelijk hebben we aan het einde van de film nog altijd geen weet of Franky dan wel Ballas de spreekwoordelijke kast moeten uitkomen. En dat maakt “Giant Little Ones” een film die authentiek aanvoelt. Ook in de werkelijkheid hebben sommigen tijd nodig om hun voorkeur te ontdekken. De enige figuur in deze film die dat effectief heeft gedaan, is Franky’s vader (beperkte rol maar bepalende rol gespeeld door Kyle “Twin Peaks” MacLachlan). Een situatie die zorgt voor tegenstrijdige gevoelens bij Franky. Enerzijds is er de haat-liefde verhouding tussen de beide personages. Enerzijds vanwege het verwijt dat Ray het ideale familieportret heeft verstoord en hen in de steek heft gelaten. Anderzijds is er de twijfel die bij Franky rijst aangaande zijn geaardheid. De vraag of hij al of niet genetisch materiaal heeft geërfd van zijn vader.
En de hele heisa begint nadat Franky en Ballas na een hels verjaardagsfeestje, waarbij overmatig alcohol en hoogstwaarschijnlijk andere geestverruimende middelen geconsumeerd worden, samen onder de lakens kruipen. Initieel een doodnormaal idee waarbij twee boezemvrienden in bedenkelijk staat in een bed kruipen om de nacht door te komen. Ook de plannen die Franky had met zijn so-called vriendin Priscilla die avond vielen in duigen. Misschien zat dat er ook voor iets tussen. In ieder geval is het overduidelijk dat de vriendschap een heel andere niveau bereikt die avond. Wazige beelden van gewoel in het tiener bed en het angstig wegvluchten van één van beide lijken hier toch op te wijzen. Als naderhand Ballas een afstandelijke houding aanneemt (beter gezegd een agressieve, vijandelijke houding) en zichtbaar niets van Franky meer moet weten (inclusief andere medestudenten) weet je dat er stront aan de knikker is.
Het acteren van Josh Wiggins is voortreffelijk in deze film. Een frisse jongeman die enerzijds moeiteloos bij de club van populaire jongens behoort en tegelijkertijd ook een houding heeft alsof deze reputatie hem niet echt boeit. Ook Darren Mann overtuigde en was qua uiterlijk perfect geschikt om de rol van Ballas te spelen. Hij heeft een uitstraling die past bij zo’n figuur die leeftijdsgenoten het leven zuur maakt omdat ze minder gefortuneerd zijn als het over uiterlijke kenmerken en mindere afkomst gaat. Zo’n ettertje die zijn reputatie bij zijn mede-confraters hoog moet houden en zich daardoor verlaagd tot pesterijen en irritante stoerdoenerij. En vanzelfsprekend wordt zo iemand verafgood door leden van het andere geslacht die dezelfde standaard voor ogen hebben. Meestal van die blonde bimbo’s met een schrikbarend laag IQ wiens enige doel in het leven is om hun welgevormde, slank gebruinde benen zo snel mogelijk wagenwijd open te gooien zodanig dat deze populaire jock zijn lusten kan botvieren. Een overwinning voor de jongedame in kwestie wiens reputatie sky-high gaat bij gelijkgezinde troela’s. En tenslotte vond ik de rol van Taylor Hickson het meest ontroerend.
Visueel is “Giant Little Ones” niet echt spectaculair te noemen. Maar narratief gezien is het een uitstekende, bijna briljante film. De film toont hoe nep een deel van de Amerikaanse jeugd wel is. Een plastiek betaalkaart heeft meer karakter en charisma dan de meeste van die etalagepoppen uit mondaine kringen. Niet alleen worden deze schertsfiguren met hun denigrerend en homofoob gedrag hier opgevoerd. Ook de persoonlijkheden die zichzelf blijven worden in de schijnwerpers geplaatst. De boodschap “wees jezelf” wordt uitvoerig uitgestald hier. Vooral de hilarische lesbo Mouse (Niamh Wilson) verkondigt deze boodschap luidkeels in haar manier van doen. “Giant Little Ones” heeft zowel emotionele als grappige momenten. En wat het vooral deed, was me verrassen. Op een positieve manier, welteverstaan.
3.5*
Girl in Woods (2016)
“This will be a day you’ll never forget”
Ben je een vlijtige student die vol begeestering en ijver een diploma psychiatrie tracht te bemachtigen, zodanig dat je je naderhand kan verdiepen in de wereld van de krankzinnige hersenkronkels waar sommigen over beschikken? Heb je daarlangs een onweerstaanbare drang om je wandelaarsschoenen aan te trekken en jezelf een weg te banen doorheen ondoordringbare wouden? Welnu, dan is deze film zeker en vast spek naar je bek. Want geloof me vrij, het enige wat je te zien krijgt zijn enorm veel fragmenten met prachtige beelden van een uitgestrekt naaldbos. En in dit prachtige bos zie je een verwarde, wezenloos voor zich uit starende jonge vrouw zich vooruit slepen op zoek naar een uitweg uit dit verraderlijke bos. Dat ze op de rand van krankzinnigheid balanceert, is nogal overduidelijk na een tijdje.
Grace (Juliet Reeves London) en Jim (Jeremy London) hebben zich teruggetrokken in een blokhut ergens diep in de bossen van de Smoky Mountains. Was deze trip georganiseerd door Jim omdat hij haar ten huwelijk wil vragen? Of omdat Grace toe is aan een beetje rust? Grace heeft nogal wat psychologisch problemen door een traumatische ervaring uit haar jeugd. Nachtmerries teisteren haar nachtrust en alleen medicatie kan dit enigszins temperen. Tijd om eens door de bossen te trekken op zoek naar een romantisch plekje bij een waterval. Dat was Jim’s lumineus idee. Totdat de dommerik door een onhandig maneuver zijn eigen hersenen tegen het bladerdak schiet, waarna Grace hysterisch en nog meer getraumatiseerd achterblijft. En dat is dan het begin van een hallucinante overlevingstocht. Zonder pillen welteverstaan.
Het begin was nochtans veelbelovend en interessant te noemen. Een “Inception”-achtige intro waarbij Grace’s verloofde een angstaanjagende rol in speelt. Een droom in een droom moment die aantoont in welke toestand ze zich bevindt. Spijtig genoeg is het verder verloop van de film niet van hetzelfde niveau en evolueert het naar een pure survival film waarbij de psychologische toestand van Grace danig op de proef wordt gesteld. De steeds weerkerende hallucinaties en flash-backs waarbij langzaam maar zeker de aanleiding van Grace’s psychose uit de doeken wordt gedaan, waren initieel nog aanvaardbaar en noodzakelijk om de toestand van Grace te onderbouwen. Maar het repetitieve karakter begon me danig de keel uit te hangen na een tijd, ondanks dat het redelijk verontrustende situaties betrof die nogal expliciet in beeld werden gebracht. Ook Grace haar doelloos rondzwerven door het schier oneindig grote woud waarbij ze telkens eindigende op het beginpunt, was op een bepaald moment ook irritant. Na het zoveelste beeldfragment van een verzameling struiken, bomen, een idyllische waterval en close-ups van bladeren en naalden, werd het me soms een beetje teveel. Het leek wel een promofilm van Greenpeace.
Velen zullen dit dus een saaie en eentonige film noemen. Het fascinerende ligt echter op een heel ander niveau. De degeneratie van de mentale toestand van Grace door het gebrek aan medicatie, ontberingen, honger en ontreddering. Om eerlijk te zijn werd dit op een degelijke manier gespeeld door Juliet Reeves London. De transformatie van een doorsnee vrouw, weliswaar gekweld door haar innerlijke demonen, naar een schichtig, primitief wezen die telkens weer geconfronteerd wordt met haar alter ego’s en tussendoor waanbeelden ervaart in de vorm van een soort demon, is degelijk uitgebeeld. Op het uiteinde vraag je je af of haar traumatische ervaring uit het verleden wel effectief zo verlopen is als dat haar nachtmerries laten uitschijnen. Op welke manier werd het lot van haar ouders bezegeld? Was Jim’s noodlottig ongeluk wel een toevallig ongeluk? Was datgene dat we doorgaans zagen hoofdzakelijk fictie in plaats van realiteit?
De uiteindelijke ontknoping laat wel vermoeden hoe het in elkaar steekt. Maar uiteindelijk is “Girls in Woods” een raadselachtige film waarbij vele prangende vragen onbeantwoord blijven. Feit is dat Grace niet alleen verdwaald is in dat enorme bos, maar ook een beetje op een dwaalspoor zit op geestelijk vlak. Psychiaters in spe en wandelfanaten zullen deze film wel appreciëren. De gemiddelde filmfanaat zal hier niet al te geestdriftig op reageren. Uiteindelijk groeit Grace uit tot een nieuw broodjeaapverhaal dat weer dienst kan doen als kampvuurverhaal.
2*
Girl with All the Gifts, The (2016)
“She's got a muzzle on her face and her hands are tied behind her back.
And you're still afraid of her?
Yeah. And you should be, too.”
Eén ding is zeker. Het concept zombie in horrorfilms is zeker nog niet ten dode opgeschreven. Ik had altijd al zin om deze omschrijving te gebruiken voor één van de zovele zombie-films die we voorgeschoteld krijgen de laatste jaren. En ik die dacht dat geen enkele film “Attack of the Lederhosen Zombies” zou kunnen overtreffen. Een horde Oostenrijkse bloeddorstige alpenbewoners over een besneeuwd berglandschap zien strompelen, gespietst worden aan skistokken en vervolgens door een sneeuwploeg vermalen worden, zijn doodnormale gebeurtenissen voor een zombie-film. Dat ze muteerden door een chemische stof dat gebruikt zou worden voor het produceren van kunstsneeuw, was dan weeral een originele benadering. Ditmaal geen akelig virus dat de oorzaak is van heel de ellende. Als ik dan naderhand terugkeek op “The girl with all the gifts” moet ik toch toegeven dat ze erin geslaagd waren om nogmaals de zombiewereld (of beter gezegd de “Hungries”-wereld) op een originele manier te brengen. Vandaar de omschrijving aan het begin.
’t Is wel weer een soort schimmel dat de wereldbevolking getransformeerd heeft in hersenloze, comateuze wezens met een onlesbare dorst naar menselijk bloed. De oplossing hiervoor is terug te vinden in een militaire basis. Hier worden jongeren onderworpen aan medische tests omdat zij eventueel aan de basis liggen van een mogelijke remedie tegen deze pandemie. Ze zijn op een lugubere manier ter wereld gekomen en zijn gedeeltelijk resistent tegen het kwaadaardige schimmel. Alhoewel ze symptomen vertonen van mensetende half-doden, functioneren ze nog normaal. Melanie (Sennia Nanua) is een intelligent meisje die een logisch werkend stel hersenen bezit en wel eens van vitaal belang zou kunnen zijn. Zonder twijfel is dit hoofdstuk in de film, het meest geslaagde en angstaanjagende van de gehele film. Een op een bunker lijkend gebouw waar ieder jong kind in een afzonderlijk cel wordt opgesloten en dagelijks volgens een vast ritueel en met strikte veiligheidsmaatregelen naar de les worden begeleidt. Als een groep op Hannibal Lecter lijkende psychopaten zitten ze in de klas en leren ze over de tabel van Mendeljev. En die eerste momenten zat ik me af te vragen wat hier eigenlijk de bedoeling van was. En waarom de zwaarbewapende militairen zo’n doodsangst vertoonden voor deze onschuldig lijkende kinderen.
Algauw wordt alles een beetje duidelijk. Als op een bepaald moment de hel losbreekt is dit de aanvang van een survival tocht doorheen zombieland naar veiliger oorden. Onder de overlevenden die deel uitmaken van deze vluchtende groep, vinden we Helen Justineau (Gemma “Hansel and Gretel: Witch Hunters” Atterton) en Dr. Caroline Caldwell (Glenn “The great Gilly Hopkins” Close), die samen met enkele militairen een post-apocalyptisch Engeland doorkruisen. Vanzelfsprekend is Melanie ook van de partij daar haar hersenen misschien wel eens de oplossing bevatten van het gehele probleem. De beide vrouwelijke leden Justineau en Caldwell staan lijnrecht tegenover elkaar in hun mening over Melanie’s lotsbestemming. Dr. Caldwell ziet Melanie puur als een wetenschappelijk object terwijl Justineau het menselijke tracht te zien. Dit zorgt dan weeral voor de nodige ethische en humanitaire conflicten.
Allereerst toch lof voor de makers van deze zombieflick die een poging wagen om voor een nieuwe wind te zorgen binnen dit totaal uitgemolken horrorgenre. En vervolgens de toch wel schitterende acteerprestatie van de piepjonge Sennia Nanua die me op een bepaalde manier deed denken aan Rudy Huxtable uit “The Cosby Show”. Op een pure en overtuigende manier toont ze de innerlijke strijd die ze voert. Een vrolijk en beleefd klein meisje die vecht tegen haar opkomende drang. Hoe Glenn Close, zes maal genomineerd voor een Acadamy Award, hierin verzeild geraakt is, blijft voor mij een raadsel. En haar vertolking is nu ook weer niet baanbrekend.
Persoonlijk vond ik het eerste deel van de film intrigerend en aangrijpend. Dit niveau zakt dan wel zienderogen in het middengedeelte. Dezelfde clichématige voorvallen zoals we ze kennen uit alle andere zombiefilms komen hier naar boven. Weer diezelfde domme beslissingen en niet zo originele confrontaties. Als er dan een spannend voorval is (zoals het zombie mijnenveld in het winkelcentrum) wordt dit weeral bedorven door onbegrijpelijke feiten. Spijtig genoeg is het aantal spannende scenes in deze film schrikbarend weinig. Zelfs de scene waar Melanie tegenover een bende jeugdige “hungries” komt te staan (ze leken precies op “The lost boys” uit Peter Pan) vond ik niet echt geslaagd. Het einde is dan wel weer verrassend.
Al bij al was dit geen slechte film en probeerde men origineel te zijn. Nee, het zombiegenre wordt niet heruitgevonden. Zelfs niet door het gebruik van een andere terminologie en het introduceren van blocker gel. Het is vooral het acteren van het jonge hoofdpersonage waardoor deze film er bovenuit steekt. Toch een grote opluchting na het bekijken van deze eigenzinnige zombiefilm. We moeten ons geen zorgen maken dat deze Britse zombie invasie veroorzaakt zal worden door een Brexit. Grapje.
3*
Giver, The (2014)
“Everything is connected. Everything is balance. Where there is good, there is bad.”
Kan je je een wereld voorstellen zonder kleuren ? Een fletse maatschappij waarin iedereen gelijkwaardig is doordat bepaalde maatschappelijke waarden uitgevlakt werden en menselijke emoties zoals vreugde, hartstocht, verwondering,lust en liefde werden verbannen. Dit allemaal om ervoor te zorgen dat er geen conflicten meer ontstaan. Dit lijkt me toch redelijk angstaanjagend. Natuurlijk zorgt dit ook voor een aantal positieve voordelen zoals het niet bestaan van haat,wraak,jaloezie en heerszuchtige gevoelens. Alles in teken van een conflictvrije en serene maatschappij. Een soort vakantiepark in de wolken waar men zich tot vervelens toe excuseert voor alles en niks (“We accept your apology.”)
En zo begint “The Giver” ook. In flauwe nietszeggende grijstinten. Diegenen die onwetend aan deze film beginnen moeten dus niet hun kleurinstellingen controleren. Er scheelt echt niks aan de instellingen van je LED-TV. Een kleurloze maatschappij waarin alle overlevenden na de rampspoed, die ze “The Ruin” noemen, leven. “The Ruin” is een onverklaarde mondiale ramp die ervoor gezorgd heeft dat de aardbewoners nu in een soort commune leven. Een commune waarin iedereen elke morgen zijn medicatie braafjes laat injecteren zodanig dat ze gevrijwaard zijn van al die tot catastrofes leidende menselijke onhebbelijke karaktertrekken. Tevens geeft deze samenleving je een Orwelliaans gevoel. Bij de minste verkeerde beweging of aanraking begint er een bijna etherische stem je op je vingers te tikken en wordt de snoodaard vermanend terechtgewezen. Bij bepaalde onregelmatigheden kan het zelfs zover komen dat een holografische projectie van één van de ouderen die zetelen in een raad, in het midden van je keuken plots verschijnt en uitleg vraagt over het incident. Een vredige maatschappij waarbij de inwoners in de overtreffende trap gepamperd worden en competitieloos als makke lammetjes door het leven gaan.
Glass Castle, The (2017)
“I never built the glass castle.
No. But it was fun to plan it. “
“The Glass Castle” is een verfilming van een waargebeurd verhaal dat je met verstomming zal slaan en waarbij verbijstering zich meester van je maakt. Een film die balanceert tussen lichte komedie en ernstige dramatiek. Het is als een avontuurlijk road-movie waarbij een schijnbaar normale familie zich als nomaden van hot naar haar begeeft. Schijnbaar normaal is een understatement van jewelste want ze leiden een nogal ongewoon leventje. En dit dankzij Rex, de pater familias van de Walls’s (Woody Harrelson), die enerzijds een bloedhekel heeft aan alles wat naar kapitalisme ruikt. En anderzijds ook nog eens een ernstig alcoholprobleem heeft dat ook voor de nodige problemen zorgt. Een verslaafde man met manisch-depressieve trekken die al jaren op een plan broeit om een droomhuis te bouwen op de meest efficiënte plek (een argument dat hij telkens weer gebruikt bij de zoveelste verhuis). Deze realisatie behelst een futuristisch glazen huis. Een huis zo fragiel als de gezinsstructuur waarin Jeannette (Ella Anderson / Brie Larson) is opgegroeid.
Rex Walls is zonder twijfel een intelligent persoon maar heeft deze intelligentie nooit op een positieve manier benut. Vandaar het chaotische leven met om de haverklap een andere bestemming. Van een schamele woonst tot het overnachten onder de sterrenhemel in de woestijn. Rex en Rose Mary (Naomi Watts) zijn ouders die zich wel verantwoordelijk voelen voor het welzijn van hun kinderen, maar anderzijds die verantwoordelijkheid niet kunnen dragen. Rose Mary is een would-be kunstenares met een hippie uitstraling die Rex onvoorwaardelijk volgt en meegaat in diens illusies. Ook al beseft ze op bepaalde momenten dat ze niet bepaald een normaal leven leiden, is het toch voor haar enorm moeilijk om Rex te verlaten. Het leek er wel op alsof ze ook constant onder invloed rondliep, ook al ontbreken de aanwijzingen.
“The Glass Castle” tackelt zware thema’s zoals de opvoeding van kinderen, een verslaving en de gevolgen, het rebelleren tegen gevestigde waarden in een kapitalistische gemeenschap en psychologische kindermishandeling. Ook al voelt het soms kolderiek aan en lijkt de opzet lichtvoetig, is het geheel toch iets dat een indruk nalaat. Een familieleven waarbij goedbedoelende ouders het dagdagelijkse leven quasi onmogelijk maken. Niet dat ikzelf gelijkaardige omstandigheden heb meegemaakt. Maar het verslavingselement is iets dat me persoonlijk raakte. Het toonde op een realistische wijze hoe iemands afhankelijkheid destructief werkt en hoe moeilijk het is om zo’n proces om te keren. De wanhoop en de schuldgevoelens werden door Woody Harrelson op een treffende manier gespeeld.
Woody Harrelson speelt zijn voorname rol op een werkelijk schitterende manier. Voor mij was dit één van de betere vertolkingen tot nu toe van deze veelzijdige acteur. Brie Larson toont op een realistische wijze hoe de oudere Jeanette worstelt met haar innerlijke gevoelens. Zo was er dat kantelmoment waarop ze beseft dat ze niet thuishoort in de artificiële wereld van de vermogenden en dat de imaginaire wereld van haar vader, waar ze zo wanhopig uit wilde vluchten, een plek was waar ze toch thuis was. Iets te suikerzoet misschien maar tegelijkertijd echt ontroerend. Diegene die echter het meeste indruk maakte, was Ella Anderson als de jonge Jeannette. De interacties tussen Rex en de jonge Jeannette zorgden voor de mooiste filmmomenten. De vader met wisselende gemoedstoestanden tegenover dat kwetsbaar meisje wiens onvoorwaardelijke liefde voor haar vader onverwoestbaar is.
Ook al treedt het thema alcohol niet expliciet op de voorgrond, vind ik toch dat dit de rode draad is doorheen de hele film. De drank is de kern van de geheel ontwrichte gezinssituatie en is de aanleiding tot allerlei incidenten. Rex beseft dat dit ervoor zorgt dat zijn familie niet het reguliere leven krijgt dat ze eigenlijk verdient. En als zijn lievelingsdochter de ultieme vraag stelt om het te laten, is er die gepijnigde en door schuld doordrenkte blik. De meesten zullen dit ouderlijk gedrag afdoen als ongehoord en onverantwoord. Maar bedenk dat een alcoholverslaafde gevangen zit in een moeilijk te ontvluchten dwangpatroon waarbij hij niet echt controle heeft over zijn gedrag. Ik vrees echter dat de film niet exact weergeeft hoe de situatie was in werkelijkheid.
4*
Go with Me (2015)
Alternatieve titel: Blackway
“You're probably just a bad dad.”
“Blackway” is zoals een slecht samengesteld fitnessprogramma, een niet uitgebalanceerd dieet of een slecht geplande vakantietrip. Je begint eraan met een bepaalde verwachting, maar uiteindelijk moet je concluderen dat er niets wezenlijks verandert of gebeurd is. Geen topconditie, geen slankere lijn of geen eeuwig bijblijvende vakantieherinneringen. En wat “Blackway” betreft, kan ik dan ook zeggen dat het geen indrukmakende filmervaring was. Het is en blijft een vage thriller zonder veel sensatie.
Het was wel overduidelijk dat deze gemeenschap bestond uit doorgewinterde houthakkers in geblokte winterjassen. Zo’n gesloten gemeenschap waar vreemdelingen scheef bekeken worden en waar nogal agressief gereageerd wordt op te veel nieuwsgierige vragen. Zelfs als die vragen gesteld worden door gelijkgestemde zielen. Ik begreep dan weer niet hoe het komt dat deze ruwe bolsters en kleerkasten van woudlopers zo’n angst hebben voor één individu. Met vereende krachten (en daarvoor was niet eens de gehele houthakkers federatie nodig als je de meeste torso’s bekijkt) hadden ze die Blackway (Ray Liotta) zonder al te veel problemen geveld, verhakt en afgevoerd. Niet dus. De man lijkt wel de duivel zelf waar al die stoere binken bibberend voor wegkruipen in hun veilige blokhutjes.
Gelukkig voor Lillian (Julia Stiles) is er dan toch nog een stel hulpvaardige bosverkenners die voor geen kleintje vervaard zijn en dus ook niet angstig het hazenpad kiezen. Als je hun gestalte vergelijkt met de andere doorsnee boomzagers, dan lijkt het eerder op een zelfmoordmissie. Enerzijds is er de oude, taaie Lester (Anthony Hopkins) die blijkbaar nog een eitje te pellen heeft met Blackway en dan zonder nadenken zijn elandenbuks bovenhaalt. En anderzijds is er de stotterende, verlegen Nate (Alexander Ludwig) die eigenlijk geen benul heeft waarom hij vrijwillig is meegegaan. Iets wat ik me trouwens ook afvroeg de hele tijd. Met hun drieën trekken ze erop uit om Blackway duidelijk te maken dat hij Lillian met rust moet laten. Inderdaad, dat is het uiteindelijke vertrekpunt van het gehele verhaal. De ex-politieagent Blackway die zich opgewerkt heeft tot de lokale badass waar iedereen voor terugdeinst (zelfs de lokale politiedienst) en die de teruggekeerde inwoonster Lillian stalkt.
Uiteindelijk was dit maar een doorsnee film waarbij we de drie protagonisten volgen op hun zoektocht met een niet zo bijster originele ontknoping. Onderweg krijgen we de verplichte vechtpartijen en schermutseling te zien krijgen waarbij Nate zich verbeten in de strijd gooit. Lester beperkt zich tot koelbloedige dialogen en het demonstratief rondzwaaien met een ingepakt geweer. Blackway gedraagt zich tenslotte als opgejaagd wild. Sir Hopkins is en blijft een schitterend acteur. Een genot om naar te kijken alhoewel zijn bijdrage hier beperkt blijft tot het nogal glazig en afwezig turen. Ik had echter de hele tijd de indruk dat ik naar een natuurdocumentaire met Hannibal Lecter aan het kijken was. Een soort “Silence of the woods”. Julia Stiles hield zich aan haar slachtofferrol die zichzelf na een tijdje vervloekte dat ze niet de wijze raad (die tot den treure werd herhaal door de inwoners) had opgevolgd. Namelijk zo snel mogelijk zich uit de voeten maken.
Al bij al was het een film om snel te vergeten. Ondanks de prachtbeelden en de juiste sfeer, was het allemaal nogal middelmatig. En daar kon de aanwezigheid van Hopkins niet veel aan verhelpen. De reputatie van Blackway leek wel op die van Candyman. Zijn naam werd om de haverklap uitgesproken (vol ontzag en angst) zodanig dat ik het gevoel kreeg dat hij elk moment ergens uit een donkere hoek zou verschijnen. Een hoek met dennengeur natuurlijk.
2*
Gods of Egypt (2016)
“A gift from someone with great assets, and someone with very few.
But when both die and are at the Final Gate... What is its value?
I say we are equal.”
Ik vreesde iets gelijkaardigs als “Exodus : Gods and Kings” voorgeschoteld te krijgen. Een historisch verhaal dat zich afspeelt in Egypte waarbij gebruik gemaakt zou worden van immense decors en een overdaad aan speciale effecten. Wel, het speelt zich inderdaad ook af in Egypte. En de trukendoos vol kitscherige en op consolegames gelijkende speciale effecten werd tot het uiterste benut. Alleen is het niet een Bijbelse figuur die hier centraal staat, maar wel de mythologische wereld van Egypte. Het Oude Egypte waar mensen en goden langs elkaar wonen. Het lijkt soms wel een beetje op “Gullivers reizen” daar de goden van Egypte allen beschikken over een imposante gestalte ten aanzien van de gewone stervelingen. Uiteindelijk is het een soort geschiedkundige “Transformers”. Dus ook vol overdreven actie en toch wel indrukwekkende transformaties naar tot de verbeelding sprekende creaturen.
Al vanaf het openings-shot is het overduidelijk waar het overgrote deel van het budget aan gespendeerd werd. Die scheervlucht over het Egyptische landschap die eindigt in een drukke winkelstraat van Egypte, vond ik al behoorlijk geslaagd. Dat we daarbij aanbelanden bij Bek (Brenton “The Giver” Thwaites), een soort Aladin en zielige gauwdief die de kans ziet om een voor die tijd trendy jurkje te stelen voor zijn geliefde Zaya (Courtney “Mad Max : Fury Road” Eaton), leidt je naar de tweede verhaallijn die er onvermijdelijk bij hoort. En dat is namelijk het idyllische liefdesavontuur. Een Egyptische koppeltje dat een rooskleurige toekomst tegemoet gaat en die onherroepelijk slachtoffer zullen zijn van het kernverhaal. Eeuwige liefde, goddelijke adoratie voor elkaar en smachtende blikken zijn de onhebbelijke symptomen waar we getuige van zijn. Toegegeven, het was niet overdreven ergerlijk. En tevens zorgt deze verhaallijn ervoor dat het meest in het oog springende rekwisiet geïntroduceerd kan worden. En dat is de uitpuilende boezem van Eaton. Ik ben er bijna zeker van dat het niet voldoet aan de toentertijd gangbare proporties, maar ze waren het enige dat me kon afleiden van al het ander episch geweld.
’t Is overduidelijk dat je deze spektakelfilm moet kijken met je verstand op nul en dat je je laat overweldigen door deze overdadige fantasiewereld. Het enige wat me stoorde was dat men trachtte de hele Egyptische mythologische wereld in deze film te proppen. Dat had dan wel als resultaat dat het tempo verschroeiend hoog ligt. Je hebt je nog niet naar behoren in je knusse zetel geplaceert, of er rollen al twee uit de kluiten gewassen goden al rollebollend over het stadscentrum heen. Het leek wel King Kong vs Godzilla. En zo volgen de actierijke scenes zich op. Van de onderwereld naar twee gigantische slangen die over een immens doolhof kronkelen en een “Tomb Raider”-achtig platformstuntwerk in de tempel van Set (Gerald Butler). Het meest fascinerende en geschifte onderdeel vond ik de door Geoffrey “Barbossa” Rush gespeelde god Ra die op zijn rondzwevend ruimtetuig de zon voorttrekt over de als een platte schijf uitziende aarde. Ik kreeg direct zin om de boeken van Terry Pratchett te herlezen. En het gedeelte dat handelt over Hades en zijn bewaker Anubis was boeiend.
Inhoudelijk stelt het allemaal niet veel voor. En soms zit het nogal onlogisch in elkaar. Dat de goden telkens een oplossing voorhanden hebben op het moment dat zich een probleem stelt, was natuurlijk een voordeel voor het verloop van het verhaal. Dat je dan de uitkomst al “Egyptische mijlen”-ver zag aankomen, verwonderde me niet. En dat de CGI er soms niet echt goed uitzag in deze sandalenfilm, mag ook geweten zijn. Maar dat deze film afgerekend wordt op basis van een trailer (die ik uiteraard niet gezien heb wegens het angstvallig vermijden van trailers) en door critici totaal in de grond wordt geboord, vind ikzelf toch ietwat overdreven. Goed, inhoudelijk gezien en qua personages is er zo goed als geen diepgang. Maar wat verwacht je van dit type films? Hoog intellectuele conversaties en een doordacht scenario? Je verwacht toch ook niet in een film zoals “Schindler’s List” dat er diabolische schrikmomenten of opwindende achtervolgingsscènes met opzwepende muziek voorkomen. “God of Egypt” toont wat je er van verwacht, namelijk over the top spektakel en actie dat op een halvelings geslaagde manier digitaal wordt getoond. Het overstijgt moeiteloos het niveau van Asylum voortbrengsels. Godzijdank.
2.5*
Godzilla (1998)
The radiation isn't an anomaly, it's the clue.
Naar aanleiding van de nieuwe release van Godzilla dit jaar, waar ik overigens wel enorm naar uitkijk, deze oude blockbuster uit 1998 eens herbekeken. Tja, het is overduidelijk een gedateerde film op gebied van CGI en het acteren is soms enorm ergerlijk en kinderachtig. In vergelijking met de nieuwe film van dit jaar, ziet dit er inderdaad maar armzalig uit. Langs de andere kant kan ik me nog de originele Godzilla films herinneren die ik jongzijnde zag in zo'n ouderwetse bioscoop op een zondagmiddag. Steevast was er een Bruce Lee geprogrammeerd in combinatie met een Japanse Godzilla (Vs. King-Kong) of Bud Spencer/Terence Hill film. Die Japanse Godzilla niemandalletjes waren helemaal om van te gieren. Het leek wel een plastiek figuurtje tussen een kartonnen dozen decor met vreselijk slechte effecten erbovenop geplakt. Vergeleken hiermee is deze Godzilla state-of-the-art.
Vooreerst het monster Godzilla zelf. Op sommige momenten zijn de beelden enorm geslaagd zoals de onderwater beelden. Het overgrote deel van de film krijgen we echter alleen maar delen van Godzilla te zien : een poot die neergezet wordt op enkele stilstaande taxi’s, een rondzwiepende staart of het hoofd alleen. Niet bepaald hoogstaande technologie. Trouwens stoorde mij toen al (en nu ook) het feit dat de dreun van het neerzetten van een poot met de daaropvolgende schokgolf niet correct sync loopt met het opwippen van personen en auto’s. Naar mijn gevoel verloopt dit met iet of wat vertraging. Het feit dat New York in een puinhoop wordt herschapen is een leuk gegeven. Dat het leger daar meer de oorzaak van is dan Godzilla die er doorheen dendert, is dan weer te belachelijk voor woorden. En ik had soms ook wel het gevoel dat het decor opgebouwd was met kartonnen dozen.
Het meest irriterende in deze films zijn de stupide en vreselijke vertolkingen. Vooreerst Mathew Broderick vind (en vond) ik totaal misplaatst in deze monsterfilm. Hij is te verdragen in een komedie zoals “She’s having a baby”,”Addicted to love” of “Inspector Gadget”, maar niet in deze rampenfilm. Of men gebruikte hem om het komisch gehalte omhoog te krikken. Zijn achternaam Tatopoulus zorgt al onmiddellijk voor infantiele dijenkletsers door de versprekingen. En de hele tijd host hij door de regen met zijn belachelijk mutsje en telkens als hij iets zegt klinkt het automatisch ongeloofwaardig en precies verzonnen. Dat hij tenslotte ook nog eens direct de verklaring heeft hoe Godzilla is ontstaan en dat we aan de wieg staan bij het ontstaan van een nieuwe diersoort, was echt om te lachen.
Maria Pitillo is dan wel een engelachtige verschijning maar zo melig en voorspelbaar. De blonde bimbo op de nieuwsafdeling die geen vermeldenswaardig belangrijk nieuws mag brengen, maar toch op slinkse wijze aan beeldmateriaal komt , dat dan weer snugger wordt gestolen door haar baas om dan uiteindelijk triomferend een Pullitzer-prijs-waardige reportage te maken op het uiteinde. Jongens toch ! En blijkt ze ook nog een oud liefje te zijn van Broderick. Hank Azaria vond ik eigenlijk nog het beste te pruimen. Een aardige gozer die op het juiste moment de camera kan hanteren voor exclusieve beelden. Toch raar dat op dat moment telkens de camera niet echt goed functioneert.
Bij deze 3 horen dan nog een rijtje hoogst irritante personen, zoals daar zijn : Kevin Dunn als betweterige en schreeuwerige Kolonel, Michael Lerner als domme en dikke burgemeester, Arabella Field als vriendin van Animal, die blijkbaar nog niet doorheeft dat een cameraman soms gevaarlijke situaties meemaakt en hier telkens hysterisch op reageert, Vicki Lewis als bronstig wetenschapsvrouwtje die ondanks de apocalyptische situatie toch de tijd vind om kwijlend naar Broderick te kijken (Een mens moet haar prioriteiten stellen hé) en last but not least Doug Savant als voor mij de meest stupide en oerdomme soldaat ever in het Amerikaanse leger. De PeeWee Herman van het Amerikaans leger.
Akkoord. Je moet er niet van uitgaan dat dit accuraat en realistisch is. Voor zoiets moet je naar “The Butler” kijken of iets dergelijks. Maar er zitten toch wel enkele zaken in die echt bij de haren getrokken zijn. Dat Godzilla ontstaan is door radioactieve stralingen door kernproeven op Frans-Polynesië is eigenlijk een variant van de originele film. Waarom het beest tot Manhattan moet zwemmen om haar eieren daar te leggen is mij een raadsel. Hij/zij moet van de Grote Oceaan door het Panama Kanaal , langs Florida en dan zo naar New York. Toeristisch uitstapje ? De piloten die de helikopters besturen hebben blijkbaar geen IQ test moeten afleggen. Ze worden achtervolgd door Godzilla en kijken panikerend over de schouder, wetende dat als ze dat ding lijnrecht omhoog zouden sturen ze warempel uit de klauwen zouden blijven van Godzilla. Daarnaast denk ik ook dat hun wijsvinger met secondenlijm vastzat aan het vuurmechanisme, want ze bleven continue kogels rondspuiten ook als ze niks in hun vizier hadden. En Godzilla is toch ook niet zo minuscuul dat ze er zo langs vuren. Dr. Tatopoulus is een gerenommeerd onderzoeker op gebied van mutatie bij dieren door stralingen. Op het moment dat hij dit als verklaring voorlegt dat Godzilla eigenlijk een gemuteerde hagedis zou kunnen zijn, verklaard iedereen hem voor gek. Waarom hebben ze hem dan in de eerste plaats erbij gehaald ?
Het einde was nog enigszins vermakelijk met de Jurasic Park-achtige baby Godzillaatjes. Maar over het algemeen was het een ontgoocheling. “Godzilla” had niet het effect als pakweg Jaws of King-Kong waar je waarachtig een angstig gevoel van kreeg en gespannen in je stoel naar zat te kijken. Zoals iemand suggereerde op IMDb : schaf je een levensechte Leguaan aan als huisdier, plaats het in het midden van de huiskamer tussen wat Lego huizen, en observeer hoe het zich voort beweegt en alles omstoot. Dit kan ook zenuwslopend spannend zijn. Ik was er 15 jaar geleden niet ondersteboven van , en dat blijkt nog zo te zijn.
2 *
Godzilla (2014)
Alternatieve titel: Gojira
“Nature has an order. A power to restore balance. I believe he is that power.”
Dit was nu eens een film waar ik zo naar uitkeek. Het kon niet anders dan een mega-film worden die zonder problemen de versie van 1998 zou overstijgen. “Godzilla” uit 1998 was voor mij een beetje een tegenvaller met een bordkartonnen monster, vreselijk humorloze vertolkingen en een “Jurassic Park”-achtig einde. Met de huidige technologie moet het toch mogelijk zijn om van deze nieuwe “Godzilla” een grandioos spektakel te maken op visueel gebied. Wat een vreselijke ontgoocheling werd het dan toch uiteindelijk.
Het eerste dat door mijn hoofd flitste was dat ze evengoed de titel “Little bit of Godzilla” hadden kunnen gebruiken. Het monster der monsters is hooguit 15 minuten volwaardig te zien. Ik heb hier en daar al argumenten van Godzilla-hardcore-liefhebbers gelezen dat men trouw gebleven is aan de originele Godzilla films en dat dit bijdraagt tot de opbouw van spanning. Ik hoop dat ze dit niet gaan veralgemeniseren en dat toekomstige films ook gebruik maken van deze techniek. Stel je voor : de nieuwe Tarzan waarbij je anderhalf uur ligt te turen naar de lotgevallen van Cheetah en Tarzan uiteindelijk de laatste 10 minuten komt opdraven om de boel te redden. Of Spiderman die de laatste 10 minuten de slechterik, die al de hele film amok maakt in een Amerikaanse grootstad, komt opruimen. Stel je “Jaws” voor ! Na anderhalf uur zijn vin door het zeewater te zien snijden, verschijnt hij tenslotte op het einde, om dan opgeblazen te worden. Spannend ? Het is eerder een “Sinterklaas”-spanning zoals de kinderen dat ervaren. Voor hun is het ook wachten tot die imaginaire figuur eindelijk terug in het land verschijnt.
Lees mijn volledige mening hier ...
2.5*
Good Day to Die Hard, A (2013)
Alternatieve titel: Die Hard 5
Wat een ongelofelijk vreselijk slecht vervolg uit de "Die Hard" reeks. Die Hard 1 was grensverleggend, een film die ik misschien 300 keer gezien heb op VHS en daarna op DVD. Ziet er misschien nu gedateerd uit, maar de actie was nieuw, de humor was perfect en de coolness van Bruce was onevenaarbaar.Dit heeft hij nog doorgetrokken in "The Last boyscout" waar hij bijna een replica neerzette van McClane. Deel 2 viel bij mij een beetje tegen, maar het concept bleef hetzelfde. Deel 3 was dan weer een topper met Jackson in een schitterende bijrol. En dan kwam Deel 4 : Man man man wat een ergernis. Leek wel een superheldenfilm, met over the top actie. En nu heb je dit. Een overcommercieel let-us-quickly-fill-our-pockets-with-a-shitload-of-money-thx-to-Die Hard-fans 
Een onwezenlijk verhaal met McClane in Rusland , een ocharme slechte zoon-vader relatie die , hoe kon je het raden , op het einde een nieuwe band verkrijgen door een beetje wildweg in het rond te schieten. Ik heb een beetje medelijden met ze, want afgaande op de hoeveelheid kogels die ze in het rond hebben gezaaid, moeten ze nogal afgepeigerd geweest zijn op het einde van de dag. Een mega gewicht moet dat geweest zijn. Een mega complex plot, Dit was verre van een Die HArd movie : geen spanning, geen humor, geen gevoel. Actie ? Ja een ellendig lange achtervolging ... dacht dat het nooit ging eindigen. De booswicht was een soft-eitje Geen DIE HARD ! Zelfs geen Yippie-ka-yee !
En ik zag op IMDB dat er een 6de in de maak is. Ik hou mijn hart vast.
Meesterlijke quote van IMDB :
A Good day to Die Hard is a movie that makes you think that this day is a good day for you to die hard.
Good Woman Is Hard to Find, A (2019)
Just let sleeping dogs lie.
Het moment dat je Sarah (Sarah “The Lazarus Effect” Bolger) met een wanhopig gezicht het huis ondersteboven ziet gooien op zoek naar batterijen voor haar niet werkende vibrator en iets later met een zichtbare opluchting “Thank you Jezus” zegt, lijkt het wel alsof het over een heel ander personage gaat dan de vrouw die aan het begin van de film in beeld kwam. Weliswaar een vrouw die nog steeds rouwt om haar pas gestorven echtgenoot. Maar dan wel zonder bloedspatten in haar gezicht en lichaam. Na “Becky” nog maar recent gezien te hebben is “A good woman is hard to find” de zoveelste wraakfilm waarbij een wanhopige vrouw op een grondige wijze wraak neemt op diegenen die haar leven een hel hebben gemaakt. Niet dat haar lichamelijk letsel werd toegebracht. Maar de moord op haar echtgenoot en de wijze waarop ze door de maatschappij behandelt wordt, zorgt ervoor dat men best Sarah niets in de weg legt. De gevolgen zijn dan ook navenant.
Het enige niet zo realistische was de constante apathie en vrouwenhaat die hier werd tentoongespreid. Nooit gedacht dat er zoveel onbeschofte, ongevoelige en tactloze mensen waren in de UK. Een winkelbediende die Sarah behandelt als een gebruiksvoorwerp en gebruik maakt van een seksistisch taaltje. Een psychologe die blijk geeft van een gebrek aan tact. Maar vooral de manier waarop de politie haar behandelde was voor mij totaal ongeloofwaardig. Zelfs indien de activiteiten van de overleden echtgenoot niet al te koosjer zouden zijn, betekent nog niet dat men deze weduwe op zo’n laagdunkende wijze moet behandelen. En hoewel de drugsbende nogal berucht is in dit district en allerminst op een zachtaardige manier afrekent met in de weg lopende individuen, lijkt het wel alsof ze onbekend zijn voor de lokale politie.
“A good woman is hard to find” heeft in ieder geval een meer realistischer karakter dan pakweg een film zoals “Becky”. De sombere en uitzichtloze situatie waarin Sarah zich bevindt. De grijze achterbuurt in het Ierse Belfast waar de drugshandel welig tiert. Wetteloosheid en bandeloosheid lijkt wel een standaard gegeven te zijn in deze sociale wijk. En de wraakacties zijn ook redelijk brutaal te noemen. En tegelijkertijd aannemelijker dan in andere films. Als Sarah zich naar de lokale doe-het-zelver begeeft om een heel arsenaal gereedschap aan te schaffen, dan verwacht je maar aan misselijkmakende taferelen. Niet dat het expliciet in beeld wordt gebracht. Maar de achtergrondgeluiden en slow-motion beelden laten niets aan de verbeelding over. Ik moest terstond aan “American Psycho” denken.
Ook al is “A good woman is hard to find” een vrij conventionele thriller die niet afwijkt van de standaard regels uit dit genre, zijn er toch enkele elementen die ervoor zorgen dat de film boven het gemiddelde uitstijgt. Zo is er het bewonderenswaardige acteerwerk van Sarah Bolger. Een vrouw die enerzijds het verlies van haar man moet verwerken en vervolgens beseft dat hij in werkelijkheid een ander leven leidde. De aanzet tot het oplopend geweld is terug te brengen tot kruimeldief Tito (Andrew Simpson). Door het achteroverdrukken van een lading drugs, eigendom van de lokale drugsbaron Leo Miller (Edward Hogg), en Sarah’s huis te gebruiken als een alternatieve stockageplaats, zorgt hij ervoor dat Sarah zich als een vastbesloten leeuwin moet verdedigen. Ook twee rollen die op een degelijke manier worden vertolkt. En tenslotte is er het film-technische aspect. Degelijke beeldkwaliteit. “A good woman is hard to find” is in alle opzichten een duistere en deprimerende film die de harde realiteit van het leven op een harde en realistische wijze laat zien. Een intense trip als het ware.
3.5*
Goodbye World (2013)
Als ik ooit een apocalyps moet meemaken tijdens mijn kortstondig bestaan hier op aarde, dan hoop ik dat het er eentje is die de vorm aanneemt zoals hier getoond in “Goodbye World”. Deze apocalyps, die getriggerd werd door een zich snel verspreidend virus in een text-message, ziet er redelijk onschuldig uit. Een paar fragmenten van een panikerende en rebellerende bevolking. Eigenlijk zijn het beelden die we dagdagelijks in de media te zien krijgen. In de verte is er een enorme rookpluim te zien. En verder dagen er twee verloren gelopen militairen op die zogezegd een basiskamp willen oprichten en is er een commune in de nabijheid die het recht opeisen om te beschikken over de medicijnen. Het is eerder de onderlinge relaties tussen de hoofdrolspelers die nogal apocalyptisch verlopen. Het lijkt wel alsof in deze film de laatstejaars opgave uit “The Philosophers” in praktijk wordt toegepast.
“Goodbye World” gaat eigenlijk over een reünie van een aantal 30’ers die samen opgroeiden maar uiteindelijk hun eigen weg zijn gegaan na verloop van tijd. James (Adrian Grenier) en Lilly (Kerry Bishe) zijn twee moderne hippies die voorzien hadden dat een dergelijke mondiale ramp zou gebeuren en zich teruggetrokken hebben, samen met hun lieftallige Hannah, ergens in de bergen en een zichzelf bedruipend eco-huis hebben opgericht. Een doodgewoon woonhuis voorzien van voldoende voorraad,medicijnen, tuinbouw en energie voorzieningen. De dag dat het tekstbericht “Goodbye World” wereldwijd wordt doorgestuurd en een begin is van een wereldwijde cyber-aanval waardoor het telefoonverkeer, datacommunicatie en elektriciteitsvoorzieningen uitvallen, arriveren Nick (Ben McKenzie) en Becky ( Caroline Dhavernas). Nick is een voormalig zakenpartner van James en heeft in het verleden ook een relatie gehad met Lilly. Tevens mogen ze nog de volgende oude vrienden verwelkomen : Benji, een radicalist die een tijd in de gevangenis heeft gezeten voor brandstichting en ondertussen begeesterd lezingen geeft, Ariel (een soort groupie van hem) vergezelt hem, Laura is een medewerkster in de politiek die blijkbaar een seksschandaal had met één of andere senator en Lev is een intellectueel computerexpert die wel eens aan de basis zou kunnen liggen van deze globale cyberaanval.
Alles begint in een gemoedelijke en vriendelijke manier. Het lijkt op een doodgewone reünie waarbij aardig wat wordt afgedronken bij het avondeten en herinneringen worden opgerakeld. Tevens lijkt het er wel op dat men op een constante manier gebruikt maakt van de zelfgekweekte marihuana in de serre. Bij momenten lijkt het wel alsof iedereen er high en suf geblowd bijloopt. Na verloop van tijd beginnen de gemoederen op te lopen en worden de onderlinge conversaties bitsig en vlijmscherp. Iedereen begint te beseffen dat de andere op een bepaalde manier in de tijd veranderd is en dat de meningen niet meer zo synchroon lopen. Uiteindelijk verzeilen we in een kakofonie van oeverloos gezwam en gefilosofeer waarbij men het aanboren van politieke opinies en persoonlijke onderwerpen niet schuwt.
Ik vond het wel vreemd dat ondanks het feit dat er blijkbaar een samenleving in elkaar aan het storten is, een motorbende de lokale supermarkt heeft ingepalmd en abnormaal hoge prijzen aanrekent, twee militairen vervaarlijk met hun wapens rondzwaaien en dreigende taal uitspreken, men toch kalmpjes zijn tijd doorbrengt in een jacuzzi in de tuin om rustig te keuvelen over de groei van haren op een teelbal. De Apocalyps die aan de gang is op dat moment, lijkt dan plots een banaal en onbelangrijk evenement. Ik kon me niet aan de indruk ontdoen dat het niet een cyberaanval zal zijn dat onze wereld om zeep zal brengen, maar eerder het vreselijk navelstaren en het uitvergroten van persoonlijke issues van bepaalde narcistische individuen.
“Goodbye World” is grosso modo niet meer dan een saaie discussiefilm met een conflictsituatie die zich meer situeert in de beperkte groep mensen dan in de maatschappij zelf. Er is welgeteld 5 minuten actie in de gehele film, dus tandenstokertjes voor de ogen kunnen wel eens handig en noodzakelijk zijn.
2*
Grand Isle (2019)
Alternatieve titel: Trapped
Go ahead and take her.
She's all yours.
But I'll tell you this.
She got a dark side... Darker than hell.
Ik heb enorm veel bewondering voor het fenomeen Nicolas Cage. Elke film die uitkomt met hem (en tegenwoordig zijn er dat jaarlijks een hele resem), is voor mij verplicht kijkvoer. Ik kan echt geen enkele Cage-film aan me voorbij laten gaan. Ook al weet ik dat meer dan de helft van bedenkelijk niveau zijn. En sommigen ronduit barslecht. En toch zitten er ook wel eens pareltjes tussen. Nu, “Grand Isle” hoort zeker niet tot het summum van zijn film oeuvre. Het is eerder een middelmaatje. De aanloop is veelbelovend. Het concept heeft wel iets. En Cage leeft zich uit in een rol die hem past als gegoten. Voeg daar een verbitterde Milf aan toe, een door hormonen opgefokte jonge klusjesman en “Frasier” als bevooroordeelde, godvrezende detective die het liefst van al de verdachte op een brandstapel wil zetten, en je hebt toch materiaal genoeg voor handen om er iets deftig van te maken. Dat lukt redelijk tot halfweg ergens. En dan verzandt de film al snel in het niveau van een doorsnee B-film. Spijtig genoeg kan de aanwezigheid van zo’n cultfiguur als Cage geen kentering teweeg brengen.
En te denken dat een witte omheining het begin is van heel de ellende voor Buddy (Luke Benward). Zo’n onschuldig item met verstrekkende gevolgen. De wijze waarop deze omheining beschadigd werd, is dan weer niet zo onschuldig. Niet moeilijk als de eigenaar van de woning waar deze omheining bij hoort een ex-marinier is met een serieus drankprobleem. Walter (Nicolas Cage) is een verbitterd, fatalistisch ingesteld personage. Een beetje een geschift persoon die het nog altijd niet kan verkroppen dat hij in Vietnam op een belachelijke manier gewond raakte en huiswaarts ging terwijl zijn peloton op missie ging de volgende dag. De ontgoocheling was immens. Zelfs als dat hele peloton enkele weken later volledig uitgeroeid werd, blijft de teleurstelling over een gemiste kans aanwezig. Deze opgekropte woede in combinatie met een overdadige alcoholconsumptie, maakt van hem een ongeleid projectiel. Zijn humeur, brommerige reacties en ronduit agressieve houding maken van hem een onaangenaam persoon.
Ook zijn wederhelft behandelt hij niet op een lieftallige manier. Een rijpere diva wiens lichaamsvormen uiterst goed geconserveerd bleven en waar het libido overduidelijk niet verdwenen is. En laat dat net hetgeen zijn waar manlief een gebrek aan heeft. Zelfs geen kik als ze in doorschijnende nachtpon met erotisch ondergoed eronder voor hem rondhuppelt. Een gedesinteresseerde blik en een zoveelste slok van een glas whisky zijn de enige reacties. Niet voor niets dat deze krolse kat haar zinnen zet op de jong, gespierde klusjesman. Een klusjesman wiens seksleven ook op een laag pitje staat sinds zijn lieftallige vrouw beviel van een snoezig dochtertje. En net als je denkt dat het over een gevaarlijke driehoeksverhouding zal gaan waarbij de psychopathisch uitziende echtgenoot een lynchpartij wil houden, zit de jonge klusjesman bebloed bij het politiekantoor om zijn onschuld in een moordzaak te bewijzen.
Voorwaar, Walter is echt het soort personage dat Nicolas Cage op het lijf geschreven is. Die manische stemming. Maniakale lachbuien. Halflang, vettig haar en een ruige stoppelbaard. Het constante drinken en de half wakkere toestand waarin hij zich bevindt. En ’t is niet de eerste keer dat Cage zulk een persoon speelt. Kortom, het voelt vertrouwd aan om hem zo bezig te zien. De meest interessante vertolking is echter die van Kadee Strickland als de wulpse Fancy. Telkens zij in beeld komt, voel je gewoonweg de erotische spanning toenemen. Haar zwoele stem en zinnenprikkelend uiterlijk zorgt ervoor dat ze telkens de aandacht opeist. Spijtig genoeg kon Luke Benward niet opboksen deze twee zwaargewichten. En ondanks dat hij eigenlijk het hoofdpersonage speelt, voelde het aan alsof zijn deel minder belangrijk was.
Zoals ik al eerder zei, is de opzet van de film maar half geslaagd te noemen. Het leek wel de richting uit te gaan van een “Basic Instinct” -achtige erotische thriller. Alleen blijft de erotiek en het thrillergedeelte ondermaats. En krijg je een nogal absurdistische ontknoping. Het uiteindelijk duistere geheim waar de twee echtelieden op zitten te broeden wordt zo nonchalant gepresenteerd dat de impact ervan verwaarloosbaar is. Om nog maar te zwijgen over het politieoptreden. Dat was ronduit belachelijk. Verder is het ook nog eens doorspekt met onwaarschijnlijkheden. Zoals dat klein detail uit het getuigenis dat zelfs niet direct geverifieerd kan worden maar er toch voor zorgt dat de bevooroordeelde inspecteur direct een bocht van 180 graden maakt. Toch wonderbaarlijk hoe iemands overtuiging zo snel kan wijzigen. En het einde van de film is gewoonweg barslecht. Blijkbaar was zelfs het marinier-uniform dat Cage droeg, ook nog eens compleet verkeerd. Nogmaals een bewijs dat kwantiteit en kwaliteit niet gerelateerd zijn. Ben je een immense Cage-fan dan moet je deze natuurlijk kijken. Maar spijtig genoeg is “Grand Isle” niet echt groots te noemen.
2*
Grand Piano (2013)
Alternatieve titel: Blackmail
Got your attention, don’t disappoint me Tom.
« Grand Piano » is niet zo groots. Ben je een vervent bewonderaar van Elijah Wood, haat je de aanwezigheid van John Cusack in een film, ben je een liefhebber van klassieke muziek, moet het niet te spannend zijn en zeker niet veel slachtoffers met liters bloed, dan moet je deze film kijken. Ik heb me stierlijk verveeld in ieder geval.
Ben je dus een hevige fan van Elijah Wood, dan zal je zeker genieten van deze film. Hij is tenslotte bijna full time in beeld. De befaamde angstige blik met wijd opengesperde ogen is constant in het beeld. Je kan als het ware zijn angstzweet ruiken terwijl het verhaal vordert. De meest amusante omschrijving die ik tot nu toe ben tegengekomen is “Phone Boot met Frodo achter de piano”. Ik verwachte elk moment dat hij zijn Hobbit kostuum zou aantrekken en met zijn knapzak richting Ballingshoek zou trekken, iedereen verwensend dat hij dat getokkel op die rot vleugelpiano wel kotsbeu is. Misschien wel sneu voor hem, maar dat etiket van LOTR zal altijd op hem blijven plakken. Eigenlijk niet 100% eerlijk om daar weer mee af te komen, want ik moet eerlijk toegeven dat hij wel een staaltje van uitstekend acteren hier weggeeft. Zijn grootste prestatie in "Grand Piano" is dat ik op een bepaald moment echt ervan overtuigd was, dat hij misschien dit concerto wel eens zelf gespeeld zou hebben. Na wat snuffelwerk op het wereldwijde web, las ik dat hij ooit piano gespeeld heeft, maar dat dit wel echt een niveau te hoog was voor hem. Zoals hij in een interview zei : “I had taken lessons as a child and had a basic understanding of the instrument but I certainly could not play like that. And I wanted it to look as accurate as possible. But at a certain point, once we kind of broke the barrier, so to speak, of the first couple of bits of playing the piano onscreen, I felt like I’d got myself into a routine of how to make it work and got comfortable with the instrument and comfortable with the process.". Maar buiten het uitstekend “doen alsof” hij een meesterlijk pianist was, is er bitter weinig te zien. Angstig rondkijken, druk converseren terwijl hij een vreselijk moeilijk muziekstuk speel en zelfs een SMS typen doorheen zijn partituur, zijn nog enkele wonderbaarlijke acteerprestaties, die buiten wonderbaarlijk ook lichtjes ongeloofwaardig overkwamen.
Over John Cusack kunnen we zo kort zijn als zijn bijdrage aan deze would-be suspense thriller. De complete film horen we alleen zijn samenzweerderige en redelijk pedante stem. Ik was eigenlijk op het einde al vergeten dat hij er in meespeelde en had zo’n reactie van “Ach ja, die was er ook nog”, toen hij uiteindelijk opdaagde. Bitter weinig over te oordelen dus. Positief voor Cusack is dan ook het feit dat de criticasters bitter weinig over te klagen hebben.
Het grootste struikelblok voor mij was de muziek. Uiteindelijk lijkt het alsof je aan het kijken bent naar een integrale uitzending van een of ander klassiek concours of concert i.p.v. naar een zogenaamde thriller. Niet dat ik enige afbreuk wil doen aan deze vorm van “serieuze” muziek, maar ik ben er nooit in geslaagd om van deze muziekvorm te houden, ondanks dat ik een groot muziekliefhebber ben en open sta voor meerdere genres. Het begon me dusdanig op mijn zenuwen te werken, dat ik meer en meer naar het einde begon te verlangen en vol ongeduld zat te wachten op de eerste slachtoffers.
En dat is dan het volgende punt. Het kan wel zijn dat het een suspense niveau haalt gelijkwaardig aan dat van een Hichcock. Maar geef eerlijk toe dat twee vermoorde toeschouwers op een hele film, zonder enig spatje bloed of enig beeld van de moorden zelf, bitter weinig is om er een spannende thriller van te maken. Deze film vond ik zelfs op Google+ in een lijstje van de 10 "Horror" films die je absoluut gezien moest hebben in 2014. Wat in godsnaam heeft deze film te zien met horror ? Ja de klassieke muziek was een griezelelement voor mij. Maar dat is een persoonlijke kwestie. De rest was alleen een soort Edgar Allen Poe verhaal in een moderne “Speed” versie. Ik verwachtte eigenlijk een soort lugubere wending, maar die bleef spijtig genoeg uit. Het sleutelmoment (hehehe !) was zo ridicuul en vergezocht dat ik er zelfs verwonderd over was dat de aftiteling al begon (Trouwens de begin en eindgeneriek nemen inderdaad zowat 15 minuten in beslag …)
Een totale ontgoocheling dus voor mij. Het meest positieve was de vertolking van Tamsin Egerton en Allen Leech als Ashley en Wayne, het bevriende koppel van de Selznicks. Een koppel zo dom en zodanig onwetend over het klassieke wereldje dat ze opvielen tussen dat publiek met stijve harken en connaisseurs. Het enigste waar Ashley zich over verwonderde, was het feit dat ze niet bij haar boezemvriendin Emma kon zitten want er was toch plaats genoeg op het balkon, nadat ze het plannetje bestudeerd had van het concertgebouw. Hilarisch. Trouwens van mij had de scherpschutter Selznick’s vrouw Emma onmiddellijk een kogel door de kop mogen jagen. Wat een hautain en irritant mens was me dat !
Als er de volgende keer iemand een hartaanval krijgt tijdens een Elizabeth wedstrijd alhier in België, dan is er meer spanning in die rechtstreekse uitzending dan dat er te vinden was in deze film. En nu “allegro assai” en zeker “Prestissimo” op naar de volgende film ....
1*
Gravity (2013)
You've got to learn to let go.
Toegegeven "Gravity" is op visueel vlak overdonderend met die prachtbeelden van de Aarde. De oneindigheid en immensheid van het heelal wordt prachtig in beeld gezet. De nietigheid van de mens in deze onleefbare omgeving geeft je een voortdurend beklemmend gevoel. Het leven van een astronaut hangt letterlijk in de ruimte aan een draadje. Ik vrees echter dat je alleen dat overweldigend gevoel krijgt als je deze film in de cinema kijkt. Op een gewone LCD TV in de huiskamer blijft er van dat ruimtelijk spektakel niet veel meer over. En dan is dit wel een domper op de verwachte ervaring want het uiteindelijke verhaal stelt eigenlijk niet veel voor. Ik vind het wel een prachtprestatie om met zo'n flinterdun gegeven en alleen twee personages die bijna fulltime in beeld zijn, zo'n onderhoudende film te creëren.
Ik zat bijna de hele film constant in spanning te kijken. Het geheel heeft een verrassend snel tempo en de ene situatie is nog maar pas achter de rug, of de volgende dient zich al aan. Maar als je de overweldigende CGI weglaat en de waarschijnlijk indrukwekkende 3D beelden vergeet, blijft er niks anders over dan een saaie vervelende blockbuster waar zoveel heisa over is. Een door de media sterk overdreven en opgeklopte hype. Als ik snel de reacties overloop op IMDb, kom ik tot de vaststelling dat ik toch bij de grootste hoop zit die dezelfde mening zijn toegedaan. Verontrustend vond ik het ook dat een mens zoveel pech kan hebben op één en dezelfde dag. Als je het chronologisch op een rijtje zet : de eigen shuttle wordt door brokstukken geraakt met als resultaat een deel gesneuvelden en eentje (Bullock) op drift , deze laatste wordt terug opgepikt door Clooney maar zit bijna zonder zuurstof, met zijn thruster pack gaan ze op weg naar het ISS, daar knallen ze keihard tegenaan met als resultaat dat Clooney heldhaftig loslaat om Bullock te redden, bijna stikkend geraakt ze in de ISS, een brand breekt uit en verplicht haar de Soyuz los te koppelen, de Soyuz blijft aan de parachute haken, het ISS wordt vernietigd door brokstukken, de Soyuz heeft geen brandstof, de branders voor het landen kan ze wel gebruiken, ze bereikt het Chinees ruimtestation met behulp van een brandblusapparaat, duikt de atmosfeer in en kan ondanks dat ze de chinese bediening eigenlijk niet begrijpt op goed geluk de juiste knopjes indrukken, om dan veilig te landen. Als kers op de taart verdrinkt ze ook nog eens bijna. Het zou me niet verwonderen als ze nooit of te nimmer nog eens een trip naar de ruimte zou willen maken.
Ondanks dat de twee hoofdacteurs niet de minste zijn, kunnen ze de film niet echt groots maken. Sandra Bullock kwam bij mij niet echt over als een wetenschapster met hoog intellect. Ze leek eerder op een Miss America die als hoofdprijs een ruimtereis had gewonnen. Clooney vond ik dan weer zo overdreven charmant en galant in de ruimte. Ik verwachte elk moment dat hij afgevlogen kwam met een heerlijke Nespresso voor mevrouw de ruimtereizigster. Soms leek het me wel een peperduur videogame waar je van level naar level je weg moet banen om alles tot een goed einde te brengen. Te denken dat het realiseren van deze luchtledige film een slordige 100 miljoen dollar heeft gekost. Daar hadden ze wel een aantal meer tot de verbeelding sprekende films van kunnen maken. En dan vergeet ik de waarschijnlijk technische en wetenschappelijk onmogelijkheden zoals ze op Wikipedia worden beschreven door een NASA expert. Maar toegegeven anders zou het een nog saaiere en doodernstige bedoening zijn geweest. En het moet tenslotte onderhoudend zijn ! In tegenstelling tot vele andere toeschouwers, vond ik het moment waarop Ryan begint te blaffen en huilen als een hond niet belachelijk en lachwekkend, maar eerder een pakkend moment.
Conclusie : een pareltje op visueel gebied, maar zoals de ruimte zelf, is het een luchtledig verhaal. Eerder een zwart gat dus 
2* (en dat voor de special effects)
Great Gatsby, The (2013)
Reserving judgments is a matter of infinite hope.
In lang vervlogen tijden kon je op de Vlaamse Televisie steevast op elke zaterdagnamiddag kijken naar een film uit de (toen) oude doos. John Wayne,Danny Kaye,Charlie Chaplin,Spencer Tracey,Mickey Rooney,Clint Eastwood enz. waren wekelijks te bewonderen in zwart/wit of in die fletse jaren 60 technicolor kleuren. Met regelmaat van de klok zaten daar dan ook de oude dansfilms en musicals tussen met welbekende sterren zoals Fred Astaire,Ginger Rogers,Rita Hayworth,Gene Kelly,Samy Davis Jr. en zovele anderen. Allen gesitueerd in de jaren 20 met mannen in smokings en vrouwen die rondzweven in dure avondjurken en overladen met blitse juwelen. Een toonbeeld van de rijkdom en decadentie die voor sommigen in die tijd was weggelegd. Ik heb dus al heel wat van die filmsterren al foxtrottend zien voorbijkomen op het scherm. Mijn hekel en afschuw voor alles wat ook maar naar musical ruikt, is in die periode gekweekt. Elke musical of dansfilm laat ik links liggen puur voor het feit dat men om elk onbenullig feit in zo'n films een lied aanheft of spontaan begint te dansen. Er worden pannenkoeken gebakken en je mag je verwachten aan een serenade over dit bakproces. Of er worden doodgewone inkopen gedaan in een lokale supermarkt, en voor je het weet staat iedereen een Weense wals uit te voeren tussen de rekken. Pfffft, niks meer voor mij.
"The Great Gasby" an sich is niet bepaald een musical of echte dansfilm, maar de decadente en grootste party's die Gatsby organiseert komen er toch gevaarlijk dicht bij. Ik verwachtte elk moment dat er in badpak verklede vrouwen, uiterst precies op een rijtje uitgelijnd, met dodelijke precisie een fraaie duik in sequentiële volgorde zouden uitvoeren in Gatsby's enorme tuinfontein. En toch vond ik de muziekkeuze niet echt passen bij het geheel van deze film. Het begin met het nummer van Jay Z (Ik dacht dat het deze was) vermengd met de beelden van het bruisend New York en de vertoning van de rijkdom die sommigen bezaten, vond ik wel geslaagd. Maar de muziek paste niet bij de wervelende party's naderhand. Op één of andere botste dit met het beeld wat je voor ogen kreeg. En persoonlijk vond ik "Back en Black" een regelrechte verkrachting van het subliem nummer van Amy Whinehouse ondanks dat Beyonce een prachtige stem heeft (waar ik echter de kraaltjespis van krijg op momenten dat ze de toonladders versneld op en af gaat).
Van Baz Luhrmann heb ik geen eerdere films gezien. Ik ken alleen Moulin Rouge en deze heb ik vanzelfsprekend niet gezien voor de welbekende redenen die ik hierboven al beschreef. Het was wel even wennen aan die rondzwevende camerabeelden van her naar der in het begin, maar over het algemeen heeft zijn aanpak wel iets grotesk. Het zag er trouwens allemaal redelijk feeëriek en sprookjesachtig uit. Meermaals had het zo'n effect dat gebruikt werd in de oude tijd om een liefdesscène te benadrukken of een fee in een sprookje te vertonen. Die wazige en glinsterende schaduw rond bepaalde beelden. Deed me soms wel terugdenken aan de eerste "Wizard of Oz" film. Het imposante en monstrueus uitziend herenhuis van Gatsby zag er trouwens uit alsof het een directe concurrent was van het sprookjeskasteel dat je in Disneyland kan bewonderen. Zo overdreven. Het ziet er dus allemaal degelijk uit en is verschrikkelijk perfect in beeld gebracht. De glamour van die dagen spettert van het scherm, maar tegelijkertijd ziet het er ook allemaal zo nep uit. De computeranimatie-afdeling heeft voor deze film overduidelijk een extra inspanning moeten doen. Op vlak van aankleding van de personages is deze film weergaloos. Idem dito voor de rekwisieten die doorheen de film te bewonderen zijn. Van de oldsmobiles die rondtuffen tot het meubilair. In één woord : magistraal.
Tobey Maguire vind ik dan het grootste minpunt in deze film. Het feit dat hij een personage moet neerzetten die zijn alcoholprobleem probeert te overwinnen en zijn verhaal over Gatsby vertelt bij een psychiater of geneesheer, en tegelijkertijd het uitzicht heeft van een puberende student , maakt de hele vertolking van Carraway totaal ongeloofwaardig. Trouwens vind ik nog steeds dat zijn acteertalent beperkt is tot het soms dom voor zich uit staren, met zo'n debiel glimlachje op zijn gelaat. Ook DiCaprio vind ik naar mijn gevoel er te jong uitzien voor zijn vertolking als Gatsby. Eigenlijk mag je wel verwachten dat hij meer doorleefde gelaatstrekken zou hebben. Maar ik vind Leo hier wel een puike prestatie neerzetten als de mysterieuze en extravagante miljardair. Misschien een beetje te melodramatische. En de uitdrukking "Old sport" paste totaal niet bij hem. Trouwens begon mij dat na een bepaalde tijd wel verschrikkelijk te enerveren en op de zenuwen te werken. Een nadeel is dat het een hele poos duurt eer hij in beeld komt, en tot die tijd de film gedragen moet worden door Maguire. Wat dan ook jammerlijk mislukt.
Voor mij was Joel Edgerton ,die Tom Buchanan speelde, de uitblinker in deze film. De bravoure en arrogantie dat hij uitstraalde was schitterend om te bekijken.
Ik denk niet dat ik Fitzgerald's boek ooit gelezen heb. Inhoudelijk is het een doodsimpel liefdesverhaal. De aanloop naar de ontmoeting met Gatsby vond ik het sterkste in deze film. Maguire die zijn intrek neemt in het armtierig klein huisje langs dat immens kasteel van de mysterieuze Gatsby. Eens dit voorbij is, is het eigenlijk maar een saai en doorsnee liefdesverhaal en wordt Maguire gedegradeerd naar een zielige toeschouwer die het flirten tussen Gatsby en Daisy moet aanschouwen.
Eigenlijk had ik van TGG wel wat meer verwacht. Naderhand bekeken is het een verrekt lange,saaie en trieste bedoening. Ik had problemen met mijn ogen open te houden. Er gebeurd eigenlijk bijna niks in deze film. En je moet je zeker niet verwachten aan een vrolijke film.
2.5*
Great Gilly Hopkins, The (2016)
“Both of us are smart and we know it.
But the thing that brings us closer than intelligence is anger.”
Klaar voor nog eens een klef en tot tranen toe bewegend tienerdrama? Zo eentje die alle bekende clichés tevoorschijn haalt en waar je al op voorhand weet hoe het zal aflopen. Het is wel geen melige love-story waar in het begin de tortelduifjes elkaar niet kunnen uitstaan om dan op het einde in een moment van opperste gelukzaligheid in elkaars armen vallen. Het is ook niet het welbekende verhaal over een jonge misdadiger die door toedoen van een vertrouwenspersoon een drastische identiteitsverwisseling meemaakt en tenslotte zich bekeerd om als vrome priester op missie te gaan in het arme Afrika. Nee ditmaal is het een weerbarstig 12 jarig meisje (Sophie Nélisse) die dankzij haar onmogelijk gedrag telkens weer in een ander pleeggezin wordt geplaatst. Gilly Hopkins heeft maar één wens. En dat is terug herenigd te worden met haar natuurlijke moeder die haar achterliet toen ze naar San Francisco vertrok.
Als ze dan uiteindelijk terecht komt bij de religieuze Maime Trotter (Kathy Bates), die een toonbeeld van goedhartigheid is en zich voordoet als de opperste moederkloek onder alle kloeken, doet Gilly er alles aan om zo hatelijk mogelijk over te komen. Ze sluit zichzelf af, wijst elk vriendelijke bejegening af, doet denigrerend over W.E. (Zachary Hernandez), imiteert op een belachelijk makende manier Maime’s gebruik van liefkozende woorden, doet zich geen enkele moeite om zich te integreren en pleegt zelfs diefstal bij de overbuur Mr. Randolph (Bill Cobbs). In school tracht ze deze rebelse houding aan te houden. De eerste schooldag eindigt al in een gevecht met 6 medeleerlingen, snauwt ze een jonge meisje af (Clare Foley als Agnes) die haar vriendelijk benadert en neemt ze een afwerende houding aan tijdens de lessen. Het lijkt er wel op dat Gilly met haar gedrag iedereen tegen zich in het harnas probeert te jagen.
Op zijn zachts gezegd zou je Gilly een irritant, respectloos en opstandig tienermeisje kunnen noemen. Het verwondert me dat Kathy Bates haar niet op bed heeft vastgebonden, een paar houtblokken onder haar benen heeft geschoven en net zoals in “Misery” met een stevig hakbijl haar voeten heeft geamputeerd. Ondanks Gilly’s intense pogingen om Maime het leven zuur te maken, kan je al raden hoe ze zich voelt als haar rijke grootmoeder Nonie Hopkins (Glenn Close) opdaagt en haar opeist. Dan is het moment suprême aangebroken waarop het rebelse meisje emotioneel ineenstort en aantoont dat diep vanbinnen ze ook over een peperkoeken hart beschikt. Voor de meeste vrouwelijke kijkers is het dan nu ook het geschikt moment om de zakdoek boven te halen.
Alhoewel het duidelijk een op een jeugdiger publiek gerichte film is, was het toch niet van dusdanige aard dat ik me er constant over zat te ergeren. De manier waarop Gilly de pestertjes op school aanpakte was hoogst amusant. En het aangesneden onderwerp over een tiener die liefst van al terug verenigd zou worden met haar natuurlijke moeder (wiens motivatie om haar achter te laten geen blijk geeft van een echt verantwoord moedergevoel) leek me volwassen genoeg. Dat het nogal Dickiaans aanvoelde nam ik er bij. Tevens waren de vertolkingen niet te versmaden. Kathy Bates speelde een schitterende rol als de zorgzame pleegmoeder die het goede in ieder persoon ziet. Haar liefde voor de verworpenen in onze maatschappij is eindeloos. Daarom ook de goedheid om de eenzame overbuur telkens bij het avondeten uit te nodigen. Tevens een schitterend vertolking van Bill Cobbs. Ten slotte is er Sophie Nélisse die toch wel een superbe prestatie levert. Ze ziet er wel geen 12 meer uit en is door haar gedrag niet echt sympathiek te noemen. Het enige wat me wel opviel was de nogal snelle persoonlijkheidsverandering die ze onderging. De transformatie van rebelse naar liefdevolle tiener verliep nogal bruusk. “The great Gilly Hopkins” is een perfecte familiefilm om samen met (iets oudere) kinderen te bekijken.
3*
Great Outdoors, The (1988)
Typisch Amerikaanse feel-good film uit de jaren 80. Dan Akroyd en John Candy zorgen voor het spektakel. Maar eerlijk gezegd verwachte ik toch meer van deze twee top-komieken. De meeste komische situaties werkten niet echt op mijn lachspieren.
3*
Great Silence, The (2020)
Alternatieve titel: Before the Fire
The virus has not spread there yet.
We'll go there.
We'll wait it out.
And then as soon as it's over we will come right back home.
Er is één bewonderingswaardig feit als het over de film “Before the fire” gaat, en dat is het profetische karakter van deze film. Het moment dat de film uitkwam in het Verenigd Koninkrijk en de VS, zaten we nog maar aan het begin van de mondiale COVID-19 pandemie zoals we die nu kennen. Niemand dacht dat het zo’n vaart zou lopen met alleen een honderdtal besmettingen in deze landen. Nu 6 maanden verder zitten we met miljoenen besmettingen en horen deze landen bij de koplopers wat betreft het aantal cases. Eigenlijk was dit het meest angstaanjagende gedeelte van de film. Het griezelig realisme en de overeenkomsten met de huidige wereld waarin we leven. Het begin van de film toont hoe paniek zich langzaam meester maakt van een land. Nieuwsberichten die langzamerhand dreigender klinken. Voorraden die uitgeput raken. Afgesloten of volgepropte autosnelwegen. Vlieghavens waar geplande vluchten geannuleerd worden. En een heleboel mensen die hun hebben en houden achterlaten omdat ze resideren in een landsgedeelte waar een virusuitbraak voor slachtoffers zorgt. In meerdere mate vergelijkbaar met situaties bij de aanvang van de COVID-19 crisis.
Net zoals iedereen, trachten Ava Boone (Jenna Lyng Adams), een bekende TV actrice, en haar vriend Kelly Rhodes (Jackson Davis), om zich naar veilige oorden te begeven en Los Angeles te verlaten. Kelly weet een vlucht te bemachtigen via een kennis, die bij hem in het krijt stond. Alleen weet hij op een sluwe manier ervoor te zorgen dat alleen Ava op het vliegtuigje zit zodanig dat ze op een meer veilige plaats de epidemie uitzit terwijl hij als journalist een opdracht voor het maken van een reportage over de pandemie afhandelt. Ava’s probleem is echter dat ze terugkeert naar haar geboortedorp, dat ze jaren geleden heeft verlaten samen met Kelly om allerhande redenen, en daar haar intrek moet nemen bij de familie Rhodes. Iets waar ze duidelijk geen zin in heeft omdat volgens haar de Rhodes familie een hekel heeft aan haar. Al bij al valt dat wel mee. De verstandhouding met haar eigen bloedverwanten daarentegen is heel iets anders. Onnodig te zeggen dat haar eigen verwanten voor de meeste problemen zorgen.
“Before the Fire” is dus geen apocalyptische film waarbij de nadruk ligt op het uitbreken van een pandemie. Eenmaal dat Ava zich bij de Rhodes familie heeft gesetteld en ze, om de tijd te doden, een helpende hand toesteekt op de boerderij, transformeert de film van SF/thriller naar een doorsnee familiedrama. Zelf ben ik van mening dat het label “Fiction” achterhaald is door de huidige situatie op wereldvlak. En echt spannend kan je het niet echt noemen. Zelfs de actie kan je zonder verpinken beperkt noemen. “Before the Fire” handelt eerder over het openreten van oude wonden uit het verleden in een land waar de wetteloosheid regeert dankzij een chaotische gezondheidssituatie. De angst om in aanraking te komen met besmette mensen die de quarantaine maatregelen links laten liggen, is het enige bewijs dat het over een mondiale besmetting gaat. Het feit dat plots burgers milities vormen en het recht in eigen handen nemen, is een gevaarlijkere situatie voor Ava. Waarom ze problemen had in het verleden met de familie Rhodes en voornamelijk met haar vader, wordt nergens uit de doeken gedaan. Een spijtige zaak want dat zou het allemaal wat begrijpelijker maken.
Ook al is “Before the Fire” een trage en weinig vernieuwende film qua verhaallijn, toch kon deze film me op een bepaalde manier boeien. En dan voornamelijk vanwege het acteren van Jenna Lyng Adams (die ook het script schreef) en Charles Hubbell. Twee rollen vol emoties. Vooral de interactie tussen Ava en Max (Ryan Vigilant) is overtuigend en brengt het positieve naar boven in een levensbedreigende situatie. Ava’s vader daarentegen is dan weer de verpersoonlijking van hoe zulke situaties het slechte in een mens naar boven kan brengen (of het slechte vergoeilijken). Nee, echt slecht kan je deze film niet noemen. Alleen zou de filmposter je wel eens op het verkeerde been kunnen zetten en worden je verwachtingen niet ingelost. Verwacht geen “Contagion”-achtige film. Neen, in “Before the Fire” verschuift het epidemiologische aspect naar de achtergrond en maakt plaats voor een familiaal overlevingsdrama over trauma’s. Kwaadsprekers zouden misschien zelfs beweren dat het pandemie-gedeelte er naderhand aan toegevoegd werd om het meer een eigentijds en actueel gevoel te geven. Dat zou ik dan weer niet durven beweren.
3*
Great Wall, The (2016)
“The last time I saw you, you left me for dead.
The the time before that I saved your life! “
Van tijd tot tijd is een hersenloze fantasy film wel eens broodnodig. Niet teveel nadenken over allerhande ingenieus gefabriceerde intriges en vernuftig in elkaar verweven verhaallijnen. Het onzin-gehalte van “The Great Wall” is onrustwekkend hoog. En op sommige momenten zijn de actiescènes zodanig overdreven dat ik er zeker van ben dat zelfs de Tao Tie met hun ogen rollen (in hun schouders welteverstaan). Dat de Chinese muur een geheel andere functie had, weet iedereen wel. Dat het hier dienst doet als afweer tegen een geheel andere bedreiging maakt het verhaal des te origineler. Ik wed ervoor dat men zijn inspiratie heeft gezocht in Chinese fabels of saga.
Dat men beroep doet op een klinkende naam als Matt Damon, zal weer voor kritische beoordelingen zorgen waarbij de woorden commercieel en winstbejag in de mond worden genomen. Blijkbaar waren ze wel zeker van hun zaak, want de film heeft toch zo maar eventjes een slordige 135 miljoen dollar gekost. Dat budget hebben ze zeker en vast niet gespendeerd aan scenaristen. Maar als je de indrukwekkende beelden ziet waarbij strak gechoreografeerde kleurrijke Chinese legers ten strijde trekken, weet je direct welke afdeling het grootste gedeelte van het budget opslorpte. De rekwisieten en kostuumafdeling hebben alvast een fortuin gekost. Om niet te spreken van de gebruikte CGI. Bij de eerste aanvalsgolf was mijn commentaar direct dat ik precies naar de Chinese versie van “The Lord of the Rings” aan het kijken was. Het vertoonde veel gelijkenis met de aanval op Helms Deep.
Nee, de film gaat dus niet over de constructie van de Chinese Muur en is niet gebaseerd op geschiedkundige feiten. Het gaat over de lotgevallen van William Garin (Matt Damon) en Pero Tovar (Pedro Pascal) die tijdens hun zoektocht naar het revolutionaire wonderpoeder buskruit, ongewild betrokken raken in een strijd tussen Chinese strijdmachten en mythologische creaturen die om de zoveel jaren trachten China te veroveren (en van daaruit de hele wereld). In eerste instantie worden ze door de Chinese bevelhebbers louter en alleen als gevangenen bezien. Als deze echter getuige zijn van de vechttechnieken die William en Tovar beheersen (jarenlange ervaring door mee te vechten in verschillende oorlogen), worden de twee slinkse vechtersbazen alras ingelijfd om de bloeddorstige, hagedis-achtige gedrochten te bestrijden.
Het casten van een bekende Hollywood-acteur zoals Matt Damon zorgt ervoor dat een breder filmpubliek bereikt kan worden. En ook een ander bekend gezicht doet zijn intrede na een tijdje. Namelijk Willem Dafoe. Hij werd louter en alleen ingelijfd om een verklaring te kunnen geven waarom de Chinese opperbevelhebbers toch een aardig mondje Engels konden praten. Een te verwaarlozen rol met andere woorden. De rest van de cast bestaat louter en alleen uit Chinese acteurs. En er zijn er toch enkelen die een interessante rol spelen. Vooral Hanyu Zhang en Andy Lau sprongen in het oog. En vooral Tian Jing als de bevelhebber Lin Mae beviel me. Vooral vanwege haar oosterse schoonheid. Gelukkig meden ze een romantische wending tussen deze Chinese beeldschone furie en de blanke held.
De nadruk bij “The great wall” ligt op het actiegedeelte en de immense gevecht scènes. Op dat gebied verveelde de film omzeggens nooit. En de soms toch wel humoristische dialogen tussen William en Tovar waren zijn ook vermeldenswaardig. Op gebied van verhaallijn is het misschien allemaal een beetje bij de haren getrokken. En sommige scènes zijn lachwekkend overdreven zoals het naar beneden glijden langs een ketting door Matt Damon. Maar vooral het heroïsche einde was schromelijk overdreven. Al bij al was het minder slecht dan de gerenommeerde critici laten uitschijnen en is “The great wall” toch aangenaam vertier. Als ik dan ergens lees dat bij de Tao Tie enig realisme ontbrak, dan vraag ik me toch in wat voor een categorie ze deze film klasseerden. In mijn ogen is er altijd een gebrek aan realisme als het over een fantasy-verhaal gaat. Tja, maar wie ben ik.
3*
Green Mile, The (1999)
Alternatieve titel: Stephen King's The Green Mile
Het gevaar zit erin dat ik ook in het vakje van "12-jarige zonder referentiekader" geplaatst ga worden door andere cinematografische experts die kunnen stoelen op een briljant inzicht door hun vergaarde kennis na jarenlange diepzinnige analyses van films die ze geobserveerd hebben.
Ik vind deze film prachtig om naar te kijken. En ik heb geen traan gelaten ... misschien toch abnormaal 
Ik ga er niet veel woorden aan vuil maken, maar het feit dat Green Mile, en zijn iets beter uitgevallen broertje Shawshank Redemption in een top 10 aller tijden staan, vind ik ongehoord.
En als je het ongehoord vind dat "Shawshank Redemption" niet in de top 10 aller tijden hoort, dan scheelt er echt iets aan mijn beoordelingsvermogen 
4*
Green Room (2015)
“Things have gone south, no doubt.
But you know if you don't hand over that gun, it won't end well.”
Het voordeel van eens een film te kijken, zonder enige voorkennis of besef waar het initieel over gaat, is dat je wel eens aangenaam verrast kan worden. En dat deed “Green Room”. Me verrassen. Sowieso vond ik het al een interessant gegeven dat het hier handelde over de leden van één of ander obscure punkband, “The Ain’t Rights” genaamd, die in een aftandse Minivan doorheen de V.S. reizen van optreden naar optreden. Het is niet bepaald een aangenaam leven zoals dat van een succesvolle, rijkelijk betaalde rockband. Ze lijken eerder op ondervoede, slonzig uitziende bohemiens die niet eens voldoende geld hebben om brandstof te kopen zodanig dat ze zich uit een maïsveld kunnen verplaatsen. Stiekem van binnen werd ik jaloers op deze bende zorgeloze tieners wiens favoriete bezigheid bestaat uit het produceren van rauwe, anarchistische muziek. Spontaan kwamen mijn herinneringen van zo’n rebels leven in een ver verleden terug naar boven. Yep, ik begon er dus een beetje bevooroordeeld aan.
Als Pat (Anton Yelchin), Sam (Alia Shawkat), Reece (Joe Cole) en Tiger (Callum Turner) besluiten om nog één optreden te accepteren, zodanig dat ze wat geld in het laatje krijgen, beseffen ze niet in wat voor een wespennest ze terechtkomen. De locatie is ergens in een afgelegen bos waar enkele guur uitziende barakken verzameld liggen. Blijkt dit het een soort kampement te zijn voor de lokale skinheads. Na hun optreden, dat ze gewaagd beginnen met een gedreven homage aan de Dead Kennedys door één van hun klassiekers te spelen “Nazi Punks Fuck Off”, zijn ze getuige van een bloederige misdaad. Het eindresultaat is dat ze zich barricaderen in hun kleedkamer en proberen een vrijgeleide te bedingen met Darcy (Patrick Stewart), de man die daar de plak lijkt te zwaaien. Wat volgt is een brutaal gevecht waarbij alle middelen worden aangewend door de elitetroepen van de skinheads. De onverschrokken bendeleden met de rode veters.
In eerste instantie verwachtte ik een soort documentaire-achtige film over de punkscene. Toen dit echter langzaamaan richting slasher ging en de eerste bloederige confrontaties in beeld kwamen, werd mijn enthousiasme gewekt. Wat je krijgt voorgeschoteld is pure agressie in zijn meest expliciete vorm. De grimmigheid en brutaliteit is van ongeziene aard. De bloederigheid en meedogenloosheid waarmee de neo-nazis proberen de bandleden te elimineren is redelijk confronterend. Niks wordt ook maar in bedekte vorm getoond. Het geweld raakt je ongenadig als een moker. Maar niet alleen het geweld is zichtbaar aanwezig. De intensiteit en de oplopende spanning in deze claustrofobische ruimtes is bij momenten ondragelijk. Wat zeker bijdraagt is de algehele setting waar het verhaal zich afspeelt. Duistere gangen en groezelige ruimtes. En het feit dat de beide partijen geen flauw idee hebben hoe het af te handelen, maakt het alleen nog maar interessanter.
Grootste verassing voor mij was het zien van Patrick Stewart als de charismatische leider van deze subversieve bende. Stewart is beter gekend als de meer gereserveerde en plichtbewuste Captain Jean-Luc Picard. Het voelde een beetje raar aan om hem hier te zien rond paraderen als een soort xenofoob die koelbloedig moorddadige orders geeft aan ultrarechtse sympathisanten. De overige vertolkingen voelden aan als noodzakelijk opvulsel. Behalve Anton Yelchin en Imogen Poots die het meeste weerwerk boden. De beide acteurs hadden al eens een onderonsje in “Frightnight”. Maar Yelchin zal me altijd bijblijven als “Odd Thomas”. Hij wist te overleven in deze film. In het echte leven had hij echter minder geluk. Zijn geparkeerde Jeep op een heuvel werd hem fataal, doordat deze nog in neutraal stond. Tja, life sucks !
3*
Green Zone (2010)
Elke film die aantoont dat de The U.S of A niet het beloofde land is en een beerput hebben waar het met de jaren moeilijker wordt om een deksel te fabriceren om het nog af te dekken, heeft bij mij al een streepje voor. Zet die Amerikanen te kakken en ik zorg ervoor dat ik op de eerste rij zit om me te verkneukelen hierover. (Ben dan ook een fan van Michael Moore) Bij deze films heb je dan ook de garantie dat het geen super patriotistische film is waar het Amerikaans leger de hemel in geprezen wordt en dat de "We will prevail" en de "God blesh America"'s kwistig worden rondgestrooid.
Dat de inval in Irak gestoeld was op onwaarheden en valse/verkeerde info, zal een eeuwig geheim blijven. Dat het voor sommigen daar overzee een lucratieve ingreep was, twijfel ik zeker niet aan.
Ik was nieuwsgierig hoe de Amerikanen dit in beeld zouden brengen op een Holywoodiaanse manier. Ik verwachte een open einde waarbij je eigenlijk toch nog zou kunnen twijfelen of het wel zo is gegaan. Uiteindelijk hebben ze naar eer en geweten een realistische film gemaakt, waar de uitkomst als boodschap meegeeft "O.K. we hebben een beetje gelogen, maar uiteindelijk hebben we toch het land gered". Hiep hiep hoera. 
Het was een snelle, actierijke oorlogsfilm met een uitstekende Damon in de hoofdrol, doorspekt met politieke/diplomatieke blahblah er tussendoor en dan gooien ze er nog een journaliste en het pentagon mannetje Poundstone in de ring, waarvan de eerste wroeging krijgt van haar verhaal over Magellan zonder haar verhaal te checken , en de tweede op geen enkel vlak wroeging krijgt. Verschrikkelijk cliche.
Dat de Irakees die zich , hoe kom je erop, Freddy laat noemen , de gezochte generaal Al Rawi uiteindelijk zou omver knallen , zag je van kilometers ver aankomen.
Al bij al een mooi uitgewerkte CNN-documentaire ...
2.5*
