- Home
- Matchostomos
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Matchostomos als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Papillon (1973)
In 'Papillon' sluit Schaffner een eigenzinnig compromis tussen de onverbiddelijkheid van de Europese cinéma en de kenmerkende vrijheidsdrang van de Amerikanen (zie de eenzame rots aan het slot, die met enige verbeelding is gevormd naar het vrijheidsbeeld). Een poëtische, doch pijnlijke puurheid en een opvallend surrealisme worden daarbij blootgelegd. Een combinatie die zich zichtbaar én voelbaar laat doorschijnen in de gedrevenheid waarmee Papillon terug op zoek gaat naar zijn symbolische vleugels. De vraag rijst dan ook meermaals of Papillon al dan niet bewust leeft binnen de illusie van vrijheid. En net die mentaal uitputtende strijd maakt van 'Papillon' een uiterst indringende onderneming. Ware het niet dan Schaffner voorbij het midden, gedurende een half uur, het noorden kwijt is en achteraf moeite heeft om de kijker terug bij het geheel te betrekken.
3.5*
Paranoid Park (2007)
Paranoia in the park
Hoewel Van Sants 'Trilogy of Death' officieel ten einde is (voor mezelf nog niet, vermits 'Gerry' nog aan de beurt is), lijkt hij nog niet geheel afscheid genomen te hebben van zijn paradepaardje. De wrange en indringende kijk op en binnen de psyche van de jeugd zal altijd een rode draad vormen doorheen zijn oeuvre, maar ook ditmaal krijgt het thema 'dood', weliswaar binnen het hoofdthema 'schuld en boete', een redelijk prominente plaats aangeboden.
Om de ruimte nog meer te vernauwen naar de leefwereld van het hoofdpersonage en de jeugd in het algemeen, vermijdt Van Sant bewust het in beeld brengen van volwassenen. Slechts sporadisch komen ze 'scherp' in beeld, en wanneer dat dan ook gebeurt, wordt dat met een opvallende afstandelijkheid en weinig oordeel tot stand gebracht; slechts een fractie van emotie kan daarbij centraal staan.
Andere momenten waar Van Sant op uiterst knappe wijze binnendringt in de geest van de protagonist, is wanneer laatstgenoemde zich met beetjes bewust wordt van zijn gruwelijk onbedoelde daad. We staan dan ook letterlijk en figuurlijk stil wanneer een beangstigende klankband, in samenspraak met een subtiele vervaging van het beeld, de verwerking van het gebeuren inluidt.
De emotionele betrokkenheid beperkt zich echter tot desbetreffende momenten en dat is vooral te wijten aan de willekeur waarmee Van Sant te werk gaat. Van verhaaltechnische samenhang is zondermeer sprake, maar in tegenstelling tot 'Elephant' en 'Last Days' bestaat 'Paranoid Park' uit een samenloop van visuele (een weinig opvallende Doyle) en muzikale stijlinvloeden, die de emotie en het moment moeilijk weten te vatten.
Een gemiste kans zou ik het niet willen noemen, daarvoor heeft 'Paranoid Park' voldoende verdiensten, maar het gevoel overheerst dat Van Sant schuldig is aan overdaad.
3*
Patriot, The (1998)
Steven Seagal als actieheld of familieman kan altijd wel eens door de beugel, maar Seagal als voleerd biomedicus gaat mijn petje te boven.
Bovendien is 'The Patriot' een ongezien tenenkrommend actievehikel (of toch maar dramavehikel) dat bulkt van de karikaturale personages, uiterst theatrale muziek en camerawerk, een idioot plot en belachelijke wendingen. Meer hadden we uiteraard niet echt verwacht...
Een virus, tienmaal effectiever dan miltvuur, dat kan worden genezen door een alternatief Indiaans theetje met bloemen...yeah right.
Voor een filosofisch geladen prent omtrent de strijd tussen wetenschap en natuur, moet je absoluut elders gaan zoeken.
0.5*
People vs. Larry Flynt, The (1996)
Forman brings the pervert back
Naar goede gewoonte kiest Forman ook in deze prent voor de portrettering van een bekend figuur, en bijgevolg dus ook voor het gegeven van de biopic.
'The People vs. Larry Flynt' is echter niet zomaar een biopic, want daarnaast biedt Forman ons ook een uiterst interessante en taboedoorbrekende (ook bij de release genoot deze prent heel wat controverse) deconstructie van de preutse Amerikaan, burgerlijke vrijheden en het Amerikaanse rechtsysteem. De Amerikaan wordt met andere woorden 'gepakt' op zijn woorden, en ook dat mag af en toe toegejuichd worden.
Centraal in deze prent staat logischerwijze Larry Flynt, een mediageile martelaar die in zijn zoektocht naar succes de hele wereld in één grote roddelpers verandert.
Opmerkelijk is hoe hij onderweg het christendom als een louter tussenstation, als een tussendoortje behandelt in zijn weg naar de top.
Het succes kan echter niet blijven duren en Flynt wordt vervolgens meermaals aan het kruis genageld. Ironische genoeg wordt hij daarbij van zijn seksuele vrijheid ontnomen, al houdt hem dat niet tegen om zijn andere vrijheid (vrijheid van spreken) met de nodige flair en controverse uit te oefenen: als een volwassen baby met de Amerikaanse vlag als pamper, als een oud geil opaatje, maar uiteindelijk alsnog als iemand met een zekere trots.
Toch heeft hij doorheen dit alles spijt van één 'voorval', namelijk de dood van zijn vrouw, die nog meer dan hem het slachtoffer werd van zijn succes.
In combinatie met een krachtig stukje opera, vormt deze gebeurtenis de eerste acte in het slot van het theatrale leven dat Flynt heeft geleid. Logischerwijze volgt hierop de tweede acte, waarin het geheel met een zekere catharsis wordt afgesloten.
Zowel Harrelson als Courtney Love geven hierbij op haast perfecte wijze gestalte aan hun personages. Harrelson geniet schijnbaar met volle teugen, al is er onder de oppervlakte eveneens plaats voor wat oprechte tristesse. Courtney Love speelt dan weer zichzelf, namelijk de weduwe van wijlen Kurt Cobain, al kan moeilijk gezegd worden dat ze daar niet met verve in slaagt.
Met 'The People vs. Larry Flynt' overstijgt Forman de conventies van het biopic genre en mag gesteld worden dat hij het op die manier beter doet dan met 'Man on the Moon' en zelfs 'Amadeus'.
Of dit de beste prent van Milos Forman is, zal pas blijken na een herziening van diens 'One Flew over the Cuckoo's Nest'.
4*
Perfume: The Story of a Murderer (2006)
Alternatieve titel: Das Parfum - Die Geschichte eines Mörders
The gruesome smell of success
Het moet een hele uitdaging geweest zijn voor Tom Tykwer, wetende dat klasbakken als Kubrick en Scorsese dit project wegens onverfilmbaar opzij hebben moeten leggen. Reden te meer om zich als voormalig videoclipregisseur te profileren als een gevestigde waarde en als het kan meteen zijn eerste echte meesterwerkje aflevert.
Wat mij betreft is Tykwers jongste telg een geval apart, zowel in de negatieve als de positieve betekenis van het woord. Enerzijds beschikt 'Perfume' over een prachtige fotografie, die het gehele gebeuren gruwelijk tastbaar en 'reukbaar' maakt; je reukzin zal plots veel werk voorgeschoteld krijgen. Anderzijds komt Tykwer weinig origineel uit de hoek wat betreft het in beeld brengen van Grenouilles reukervaringen. Het frequent gebruik van travelling-shots en extreme close-ups ('fetisj cinema' is inderdaad een uiterst toepasselijke term) is op zich een plezier om naar te kijken (Tykwers uitzonderlijke gevoel voor montage laat zich blijken), maar is tegelijk een voor de hand liggende keuze. Ik vraag mezelf af welke andere mogelijkheid zich aanbiedt om deze ervaringen in beeld te brengen?
De openingsscene is een typisch voorbeeld van een film die begint met het einde (technisch gezien niet geheel juist, maar het principe blijft hetzelfde). Over deze verteltechniek heb ik zo mijn twijfels, het is vaak niet meer dan een goedkope manier om verwachtingen te creëeren, en in dit geval is dat niet anders.
Bij deze openingsscene maak je ook meteen kennis met de voice-over van dienst, ingesproken door John Hurt en wederom een vrij voor de hand liggende keuze. Deze voice-over blijkt ook rechtstreeks te zijn overgenomen uit Süskinds roman, waardoor Tykwer deze tekortkoming blindelings overneemt. Een tekortkoming, omdat de verteller alles wat op het scherm gebeurt voor jou uitlegt in plaats van de interpretatie simpelweg aan de kijker over te laten.
Het einde is magnifieke cinema, een prachtig staaltje barok dat resulteert in een tableaux vivant op grote schaal. Hetgeen volgt kan omschreven worden als een 'verrukkelijke' deus ex machina, waar Grenouille op bijna cynische wijze over zijn eigen lot beslist.
Als laatste nog even vermelding van de compleet foute miscasting van Dustin Hoffman. Het lijkt wel alsof Hoffman geen kennis meer heeft van de kunst van acteren; de overige acteurs leveren daarentegen knappe vertolkingen.
3*
Persepolis (2007)
Zwart op wit
Eerlijkheid troef in 'Persepolis', een strak vormgegeven animatiefilm, die op bijzonder toegankelijke wijze inzicht brengt in het gegeven van de vrije meningsuiting en eeuwenoude taboes. Zo stoot Marjane in eigen land op de restricties opgelegd door haar godsdienst, terwijl ze in het Westen scheef wordt bekeken vanwege haar afkomst en bovendien aanzien wordt als fanatiekeling. Onschuldigheid en nieuwsgierigheid ontpoppen zich door de jaren heen alsnog tot een stevige 'eye of the tiger', waardoor Marjane zich eindelijk kan thuis voelen.
In 'Persepolis' legt Marjane Satrapi haar persoonlijke ervaringen vast in prachtig expressionistische zwart-wit animatie, die de vaak vervormde realiteit op beangstigende wijze in de verf zet.
Daarnaast is er in 'Persepolis' ook plaats voor enige nuance, nuance die nooit ongepast en altijd gewenst is. Deze vertaalt zich in de eerste plaats in de cynisch humor, die tegelijk raak en wrang is, maar er bovenal voor zorgt dat het geheel niet te belerend wordt voor de kijker. Ten tweede en ten laatste vertaalt zich dat in de charmante, surrealistisch vormgegeven 'geschiedenislessen' van Satrapi. Het geeft de huidige wereld van Marjana niet alleen meer diepte, maar is simpelweg interessant, ter zake en eveneens humoristisch.
Technisch gezien scheert 'Persepolis' geen hoge toppen, al hoeft dat in se ook niet. De simpliciteit waarmee deze animatiefilm is vormgegeven, is mijns inziens ongeëvenaard en op dat vlak aanschouw ik hem dan ook als mijn favoriete animatiefilm. Bovendien is 'Persepolis' het beste bewijs dat de wereld van de animatie meer openstaat voor vrijheid van interpretatie én dat de ambachtelijke handanimatie allesbehalve heeft afgedaan.
Het enige waar we Satrapi ten slotte op kunnen bekeuren, is het feit dat ze net iets te gechargeerd te werk gaat en biigevolg te weinig tijd neemt bij het brengen van haar 'onderwerp'.
Verdomd dikke 3.5*, en verhoging bij herziening is dan ook niet uit te sluiten...
Peur(s) du Noir (2007)
Alternatieve titel: Fear(s) of the Dark
De ritmische en uiterst penetrante begingeneriek leek een fabuleuze voorbode te worden voor wat 'Peur(s) du Noir ' de kijker in het komende uur zou bieden, tot ontgoocheling ('Peur(s) du Noir' schepte niet minder dan hoge verwachtingen bij het bekijken van de trailer) zich gaandweg meer en meer op mijn gezicht vestigde. De animatie mag zich als uiteenlopend laten kenmerken (met Mattotti en McGuire voorop), maar doorgaans evenzeer als weinig vloeiend en weinig attractief, getuige de bijdrage van Charles Burns (inhoudelijk weliswaar interessant) en Marrie Caillou. De voornaamste kritiek gaat echter uit naar de mateloos irritante voice-over, die niet in staat is enige binding aan het geheel te geven, en de centrale thematiek. Laatstgenoemde komt onvoldoende tot uiting (op uitzondering van enkele excentrieke uitspattingen), en dat is wellicht te wijten aan een gebrek aan coherentie en raakvlakken tussen verscheidene segmenten, zowel verhaaltechnisch als visueel.
2*
Phone Booth (2002)
'Phone Booth' is na 'Falling Down' het tweede bewijs dat ome Schumacher nog enigszins iets in zijn mars heeft. Maar Schumacher zou Schumacher niet zijn, moest hij zijn kenmerkende stijl, inclusief moraliserende ondertoon, niet kunnen botvieren. Resultaat is een bijwijlen hyperspannende en strak gestructureerde thriller annex semi-exploitation flick, maar eveneens een prent die visueel niet altijd kan overtuigen (het botte gebruik van split-screens en het niet voldoende uitbuiten van de claustrofobische telefooncel) en in de finale deels onderuit gaat. De afhandeling an sich is zondermeer correct, maar Schumacher speelt meermaals met de grens van valse moraliteit en lijkt het bovendien nodig te vinden om de onbekende, sadistische dader alsnog ten tonele te brengen. De yuppie van dienst, die gaandeweg met beide voeten terug op de grond wordt gezet, wordt daarbij overtuigend neergezet door een gladde, charismatische Farrell.
3*
Picnic at Hanging Rock (1975)
De eeuwige mysticus in Weir
Het uitgerekte Australische landschap heeft altijd al een sinister, ontastbaar karakter gewaarborgd, maar in de handen van Peter Weir krijgen de outbacks een zelden geziene mystiek aangemeten. Een onheilspellende rotsenformatie, die als een gezicht neerkijkt op zijn bezoekers, vormt daarbij de centrale, angstinboezemende factor en ligt aan de basis van een wrange fabel over seksuele repressie.
Onder aanvoer van een idyllische panfluit, impressionistische kleuren, een 'angelieke' belichting en schilderachtige composities brengt Weir de kijker gedurende het eerste half uur in een ongeziene trance. In combinatie met de zichtbare onschuld van de meisjes, gehuld in weelderig en maagdelijk witte jurken, levert dat één van de meest aangrijpende en transcendentale ervaringen op die ik ooit heb mogen waarnemen in een film. Niet in het minst omdat de vrijheid van de meisjes hen op geheel onbekende wijze wordt ontnomen en de kijker ontredderd achterlaat.
Wat volgt borduurt verder op de ongrijpbaarheid van de gegeven situatie, maar verhaalt zich vanuit een andere kader. Weir maakt, geheel logisch overigens, plaats voor de ruimtes van het Victoriaanse college en bijgevolg voor een andere sfeerschepping én een opvallend contrast inzake kleuren (rood komt als een zondaar opduiken) en thematiek.
Ik was echter dermate onder de indruk van het eerste half uur, waardoor ik gedurende de resterende tijd tevergeefs op zoek ging naar evenwaardige elementen en een soortgelijke ervaring. Een onvermijdelijke herziening zal dan ook met meer gevoel benaderd worden...
4*
Pinocchio (1940)
Alternatieve titel: Pinokkio
Bijzonder grimmig en donker sprookje, dat zonder twijfel tot het betere werk van Disney kan gerekend worden. De makers van 'Pinocchio' gingen daarbij duidelijk inspiratie halen bij het expressionisme en dat levert om de haverklap een cinematografisch lekkernijtje op. Verbluffende animatie met andere woorden, maar 'Pinocchio' kan meer als een ander steunen op een indringend en gedetailleerd verhaal (de evolutie die Pinocchio doormaakt), een magistrale score, tijdloze zangnummers, maar bovenal onweerstaanbare figuren, die één voor één én op geheel eigen wijze weten te charmeren.
4*
Planet Terror (2007)
Alternatieve titel: Grindhouse: Planet Terror
From Dusk Till Dawn, in het kwadraat
Tarantino's hommage aan het tomeloze genre van de exploitation komt volgende week aan de beurt, dus een sluitende vergelijking met Rodriguez' uitstap in het genre is nog niet aan de orde.
Rodriguez weet alleszins wel wat entertainment inhoudt en hoe hij dat aan de kijker moet brengen. 'Planet Terror' brengt een voor mij namelijk ongeziene ervaring inzake schaamteloze gore, heerlijk stoere personages, stupide verhaallijnen én sappige dialogen. Het bloed gutst als nooit tevoren in het rond (geen enkele opengespleten holte wordt geschuwd) en dat verdient op zich al een pluim.
Daarnaast serveert Rodriguez ons een geweldig cynische toespeling op de oorlog in Irak (zie onder andere hoe Bruce Willis beweert dat hij een einde bracht aan het leven van Bin Laden), maar bovenal een verrassend charismatische Grindhouse-babe: Rose McGowan is sexier dan ooit, getuige haar openingscène en haar hoogsteigen 'beengeweer'. De plagerij van Rodriguez bereikt echter zijn hoogtepunt in de nu al legendarische 'missing reel-scene'.
Zonder een noemenswaardig punt van kritiek te zijn, had ik wel verwacht dat de Grindhouse-experience meer nadrukkelijk aanwezig zou zijn. Al heb ik het gevoel dat ik voor de volwaardige ervaring eerder bij de doublefeature, 'Grindhouse' zelve, moet aankloppen.
Wel een punt van kritiek en meteen het enige moment waarop 'Planet Terror' ontgoocheld, is de erbarmelijke verschijning van Tarantino. Rodriguez mag dan op directe wijze een knoop zetten in de seksuele lust van de man, hij kan niet opzij schuiven dat Tarantino geeneens kan beschikken over een bad-ass attitude en al helemaal niet over een neus voor slecht acteerwerk wanneer dat ertoe doet.
'Planet Terror' gaat verder waar 'From Dusk Till Dawn' stopte: nog meer heerlijke nonsens, ditmaal echter in het kwadraat én verpakt in een aantrekkelijk jasje. Wat wil een mens nog meer...
Dikke 3.5*
Pointe-Courte, La (1955)
Alternatieve titel: La Pointe Courte
In afwachting van Varda's 'Cléo de 5 à 7' was diens schijnbaar onbekende debuut 'La Pointe Courte' aan de beurt. En niet geheel overtuigend in zijn emoties, kan 'La Pointe Courte' echter meermaals steunen op zijn vrije esthetiek en etnografische thematiek. Anders vertaalt is dit een prent die zich zowel laat huizen in de documentaire beweging als het neo-realisme (de invloed van Renoir, hier ten dienste als monteur). 'La Pointe Courte' is dan ook een symbolisch rijk gevulde prent, waarin Varda niet alleen een merkwaardige voorliefde toont voor katten, maar eveneens voor het gewone volk. We maken bij deze kennis met een koppel dat op zoek is naar een keerpunt in hun relatie, zich afvragend of hun wegen elkaar nog steeds kruisen; dat terwijl de andere inwoners van het pittoreske dorpje dat punt al lang voorbij zijn. Het is in deze wisselwerking dat Varda vaak verrassend uitpakt met een esthetische enscenering, in een mengeling van frontale shots, shots in profiel (zoals hier in 'Tystnaden' van Bergman), 'diagonaal snijdende' shots (zoals hier, waar de onzekerheid van de relatie van het koppel wordt benadrukt) en anderhande cameracapriolen. Toch overheerst het gevoel dat voorgaande opsommingen niet altijd de emotie weten te vatten en louter indruk maken in hun 'pronkerigheid'. Less is more...
3*
Polar Express, The (2004)
Als één van de eerste films, zoniet de eerste, die de motion capture techniek in zijn gehele toepast, stond The Polar Express nog zichtbaar in zijn prille schoentjes. De techniek oogt nog te artificieel om een magisch en realistisch gevoel op te wekken. Enkel de meer cartooneske figuren komen beter uit de digitale verf dan de realtistisch bedoelde figuren, die eerder stijf en angstwekkende overkomen. En dat mag niet de bedoeling zijn. Het oog voor detail is dan weer selectief verspreid. Meermaals op die manier dat het opscheppend overkomt. Zo is de speelse Zemeckis uit de periode van Back to the Future reeds een lang vervlogen ‘fenomeen’.
1*
Prestige, The (2006)
Clash of the Wizards
'Insomnia' is de enige teleurstellende prent binnen Nolans oeuvre en na 'The Prestige' blijft deze stelling nog steeds gelden.
Zo meeslepend als 'Batman Begins' of zo indringend als 'Memento' is het resultaat echter niet, maar toch is Nolas jongste een verdienstelijke prent, die bovendien net iets sterker uit de bus komt dan 'The Illusionist'.
'The Prestige' weet de kijker steeds beter te bespelen, omdat het plot een meer interessant gegeven naar voren brengt; namelijk een karaktergedreven strijd tussen twee illusionisten.
Om dat resultaat te bekomen kan Nolan buigen over kalibers als Jackman en Caine (jaar van de wederopstanding?), maar vooral over een immer imponerende Bale en een verrassend sterke Bowie. Wat betreft Scarlett Johansson kan ik echter alleen meer concluderen, dat ze er bij elke film op achteruit gaat. Het mooie snoetje is niet genoeg meer, mevrouw Johannson.
Als een karaktergedreven film wil 'The Prestige' dan ook een beeld geven van in hoeverre de mens zichzelf wil en kan overtreffen, maar vooral waar de lichamelijke en mentale grens ligt. We zijn aldus getuige van een knap vertelde en contrastrijke clash tussen 2 rivalen, die alles opzij zetten om hun doel te bereiken.
Om de gevoelens en spanning kracht bij te zetten, mag Nolan wederom op de steun rekenen van David Julyan. Net zoals in 'Memento' maakt Julyan op effectieve wijze gebruik van een soort onderliggende en kalm opgebouwde soundtrack.
'The Prestige' heeft echter ook zijn minpunten, die toe te schrijven zijn aan twee zaken.
Ondanks de imponerende decors weet Nolan namelijk visueel weinig op te vallen, wat een film als deze goed kan gebruiken, aangezien sfeer hier van groot belang is.
Daarbij komt dat de ontwikkelingen op het einde onvermijdelijk zijn en ongeacht hun fundamentele functie, de positieve indruk licht onderuit halen.
3.5*
Prima Notte di Quiete, La (1972)
Alternatieve titel: Le Professeur
La Prima Notte di Quiete is een mes dat aan twee kanten snijdt. Enerzijds is er de kenmerkende sobere melancholie, die een haast erotisch palet van lust en bedrog blootlegt, en zodoende intense gevoelens louter tot uiting laat komen via één enkele oogopslag. Met zijn beheerste en ingetogen voorkomen vormt Alain Delon dan ook een indrukwekkende verschijning. Anderzijds bezit het geheel een zekere nonchalance. In die zin dat er heel bewust wordt gekozen voor een verfijnde, doch afstandelijke mise-en-scène, die de kijker allesbehalve aanzet om zich te engageren voor de centrale intriges. Intriges waarvan de achterliggende motieven overigens niet altijd even helder en onderbouwd zijn. Het dient ten slotte nog wel gezegd dat Zurlini een bijzondere neus heeft voor het gebruik van decors en de staging van personages binnen diezelfde decors.
3*
Prince of Persia: The Sands of Time (2010)
Alternatieve titel: Prince of Persia
Elke nieuwe game-adaptatie gaat gepaard met de nodige achterdocht, zo ook Prince of Persia: The Sands of Time. In de eerst plaats omdat een game aan de basis ligt, en eens te meer omdat het een stijlvol game betreft. En hoewel het eindresultaat niet verveelt – Alfred Molina steelt immers de show – heeft Prince of Persia gebreken te over. De serene, integere persoonlijkheid van de prins uit het game is volledig genegeerd om het pad te kunnen effenen voor visuele bombast en effectbejag. Games en films zijn nog steeds twee verschillende media. De game-esthetiek is dan ook nefast voor de finesse en draagkracht van wat zelden een aangenaam en aantrekkelijk kijkstuk is. The Sands of Time is niet meer dan identiteitsloos formuleproduct, waarin Ben Kingsley andermaal een karikatuur van zichzelf is.
2*
Prizzi's Honor (1985)
In 1985 waren Hustons hoogdagen al lang achter de rug en met 'Prizzi's Honor' kwam daar absoluut geen verandering in. Diens terugkeer naar de ironische misdaadprenten van weleer is een heus debacle geworden, gespeend van alle mogelijke dubbelzinnigheden en het nodige pit. Het geheel is zo banaal en ongeïnspireerd als maar kan, evenals de ondermaatse prestatie van Nicholson, die het Siciliaanse accent duidelijk niet mondig is. De wisselwerking die hij onderhoudt met Kathleen Turner heeft ten slotte geen enkele vonk tot gevolg en komt in geen tijden in de buurt van de opwindende 'ménage à deux' die Turner met Michael Douglas had in 'Romancing the Stone'.
1*
