- Home
- Matchostomos
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Matchostomos als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Jacob's Ladder (1990)
Jacob's Ladder is met zijn mystieke sfeerschepping, maatschappelijk verval en verontrustende psychologie een zuivere evocatie van de lugubere jaren '70-cinema. Binnenin dit kader brengt Adrian Lyne vervolgens de bevreemdende queeste van een Vietnamveteraan die op zoek is naar innerlijke verlossing en in het verlengde daarvan zijn eigen dood tracht te aanvaarden. Het vervagen van de grens tussen droom en werkelijkheid is dan ook een constante in deze bijwijlen demonische en hoogst allegorische nachtmerrie.
In Jacob's Ladder wordt het eeuwige Vietnamtrauma op obscure wijze uitvergroot, en dat leidt de kijker meermaals tot de volgende vragen: Welk pad dient men te bewandelen om nog zin in het leven te vinden? En is er überhaupt een leven na de Vietnamoorlog? In die zin ligt in de prent dan ook een onvermijdelijke kritiek op de oorlog in Vietnam en oorlog in het algemeen. Niettemin, Lyne laat het antwoord op die vraag doorgaans in het gewisse, getuige het permanent aanwezige mysticisme. Tot hij duidelijk maakt dat er in de realiteit geen uitweg te vinden is, louter in jezelf. Het is alleen een kwestie om de dood te omhelzen, zodat je innerlijke demonen worden getransformeerd tot liefdevolle engelen.
In een oeuvre bezet met erotisch geladen thrillers, al dan niet met de nodige camp, is Jacob's Ladder een onmiskenbaar buitenbeen voor Adrian Lyne. Een mentaal uitputtende puzzel, een mindfuck die zowel intrigerend als confronterend is en bij elke herziening alleen maar kan groeien. Zeker wanneer een groots thema als 'de dood' op inhoudelijk inventieve en visueel indringende wijze zijn weg vindt tot bij de kijker.
4.5*
JCVD (2008)
Alternatieve titel: J.C.V.D.
In 'JCVD' krijgen we een kijk op de keerzijde van de Hollywoodmedaille, een kijk op een uitgerangeerde ster wiens carrière een dieptepunt heeft bereikt. Om het gewenste effect te bekomen, stelt Van Damme zich emotioneel bloot (zie de indrukwekkende monoloog) en levert hij zonder tegenspraak zijn beste prestatie tot nog toe. De ironische insteek, gekoppeld aan een klassieke heist-movie, wordt echter te oppervlakkig uitgewerkt om van een volwaardige bijdrage te kunnen spreken. Hetzelfde kan gezegd worden van de overbelichte retro-fotografie, travellings en kraanshots, die eerder aanvoelen als een gimmick dan als een deel van het geheel. Op die manier worden de ambities van de makers jammerlijk onderuit gehaald en er blijft er niets meer over dan een halfslachtige onderneming.
2.5*
Jewel of the Nile, The (1985)
Alternatieve titel: "Juweel" van de Nijl
Het tij kan soms snel keren
Nu Robert Zemeckis niet meer aan het roer staat, blijft er van de vrij charmante formule uit het eerste deel weinig tot niets meer over. Het resultaat is een overgeromantiseerde avonturenfilm met bitterweinig humor.
De piratenscene bij aanvang van de film laat nochthans een regisseur zien die slim genoeg is om verder te gaan op het elan van Romancing The Stone. De vreugde slaat echter snel over in ontgoocheling, als duidelijk wordt dat men romantiek boven puur avontuur verkiest.
Daarnaast reduceert men Douglas' personage tot een achtervolgend schooljongetje (zijn cynische is haast helemaal verdwenen), waardoor de chemie tussen hem en Turner helemaal verloren gaat; en de dialogen beperkt worden tot lauter roepen en tieren.
Ook de typische jaren '80 muziek verbrot weer een groot deel van het plezier. De film wordt zo volledig afhankelijk van die enkele uitspattingen, waarvan de volgende eruit springt: "It's Space Invaders"..."Great, we're out of quarters" (tijdens een 'Raiders Of The Lost Ark'-achtige scene)
1.5*
Jindabyne (2006)
Bijzonder broeierig drama, dat gretig gebruikt maakt van de Australische outbacks om de psychologie van zijn personages een extra dimensie te geven. Vanuit het centrale thema, schuld en boete (hiermee is de vergelijking met 'Deliverance' inderdaad gemaakt), maakt Lawrence vervolgens ook een grimmige observatie over de normen en waarden van twee geheel uiteenlopende culturen. En hoewel al deze elementen naar iets toe werken én bijgestaan worden door intense acteerprestaties, weet Lawrence geen emotionele catharsis te bereiken. 'Jindabyne' behoeft geen gesloten einde, dat zou de intentie van de makers alleen maar onderuit halen, maar de manier waarop de prent wordt afgerond is mijns inziens iets te simplistisch.
3*
Journal d'une Femme de Chambre, Le (1964)
Alternatieve titel: The Diary of a Chambermaid
Haute cuisine
Buñuel is één van die grote cineasten die ik, vanuit een zekere angst voor het niet kunnen vatten van zijn filmtaal, bewust links heb laten liggen. Wanneer de tijd echter rijp begon te worden, leek het erop dat 'Simón del Desierto' de eer zou gaan krijgen om van mijn ontmaagding een feit te maken. Tot 'Le Journal d'une Femme de Chambre' zich geheel onverwacht, doch welwillend aanbood, en alsnog met die eer ging lopen. Met als gevolg: in plaats van een Buñuel op Mexicaanse wijze, kreeg ik een Buñuel op Franse wijze voorgeschoteld. En niet alleen was het een meer dan vruchtbare ontmaagding, ik kreeg werkelijk het gevoel dat ik op correcte en deftige wijze heb kennisgemaakt met de cineast Buñuel.
Hét toonaangevende aspect in 'Le Journal d'une Femme de Chambre', waar Buñuel verdere betekenis geeft aan de centrale karakters en de globale schets, is zondermeer de fabuleuze beeldtaal die uiterst consequent wordt gehanteerd.
Onder de noemer 'Franscope' (het Franse equivalent op het bekende Cinemascope) legt Buñuel op observerende en zelfs denigrerende wijze het doen en laten van de Franse bourgeoisie op pellicule vast. Het vervormde effect dat bij deze overigens wordt bereikt, duwt een onderliggende, haast demonische dreiging stapsgewijs naar de oppervlakte.
De symbolische beeldtaal graaft echter dieper dan je aanvankelijk zou vermoeden. Via een uitgebalanceerd en uitgekiend vertoon van staging, kadrering en spel met diepte, legt Buñuel een nóg diepere symboliek voor de dag. Een vorm van hiërarchie en onderling aanzien van de personages wordt hierbij zorgvuldig tot ontwikkeling gebracht. Een gegeven dat zich overigens verder vertaalt in het contrast tussen het fetisjistische materialisme van de hogere klasse en de economische ingesteldheid van de lagere klasse.
Vanuit en binnenin het voorgaande contrast valt overigens ook wat vast te stellen. Vanwege een gedetailleerde schets van de maatschappelijke standen en hoe zich dat verder vertaalt in de beeldtaal, gaat Buñuel het gebruikelijke en karikaturale ruimschoots uit weg. De welbedeelden komen naar voren als zij die schijnbaar gelukkig door het leven gaan, en dat staat uiteraard in schil contrast met datgene wat de werkelijkheid ons meegeeft.
Dat wil echter niet zeggen dat de lagere klasse een loutere weergave hoeft te zijn van onschuld, want ook onder hen kan het verraderlijk warm worden. Enerzijds is er Joseph, die zich immer bruut blijft vastpinnen aan een reeks idealen. Anderzijds is er Celestine (vertolkt door een betoverende Jeanne Moreau), die weliswaar bewust en zelfverzekerd is, maar evenzeer licht nonchalant en cynisch. En vanuit die bewuste positie speelt Celestine niet alleen een spelletje met de hogere klasse, maar ergens ook met zichzelf.
Bij deze is het pleidooi pro-Buñuel echter afgesloten, en kan ik deze recensie met een gerust geweten concluderen. Met 'Le Journal d'une Femme de Chambre' ben ik andermaal getuige geweest van een onmisbaar stukje filmgeschiedenis; in meer vrije vaktermen: 'haute cuisine'.
4* ...al zijn de oorspronkelijke 4.5* bij herziening niet uit te sluiten...
Julius Caesar (1953)
Alternatieve titel: William Shakespeare's Julius Caesar
O pardon me, thou bleeding piece of earth. That I am meek and gentle with these butchers.
Marlon Brando komt inderdaad weinig in beeld, maar als hij ten tonele verschijnt, dan maakt hij ongelofelijk veel indruk. Zijn rede voor het plebs was een sterk staaltje acteren, mede uiteraard door de woorden van heer Shakespeare. James Mason is een sterke tweede en maakt op zijn beurt indruk als senator Brutus.
Het is echter de magistrale zwart-wit enscenering van Mankiewicz die het trage tempo van de film moet compenseren. De combinatie van de indrukwekkende decors en theatraal opgestelde 'dramatis personae' wordt daarbij mooi uitvergroot. Dat moet geleden zijn van Cat On a Hot Tin Roof, niet toevallig een theateradaptatie, dat ik zo heb genoten van de opstelling van de personages.
Wanneer het verhaal zich verplaatst buiten de muren van Rome blijft de knappe enscenering aanwezig, maar kan het decor minder overtuigen.
3.5*
Jungle Fever (1991)
Geen 'joint' zonder Spike Lee. 's Mans carrière bevat weliswaar enkele vreemde en hoogst onbekende curves, maar deze 'Jungle Fever' draagt alvast een onmiskenbare stempel. De vicieuze cirkel van vooroordelen, arrogantie en blind zijn voor de waarheid wordt warm, maar bovenal licht cynisch en met de nodige stijlmiddelen benaderd. Bovendien wordt deze lijn verder doorgetrokken naar de meer dan simpel ogende beeldtaal van deze genuanceerde en contrastrijke kijk op de rassenkwestie. De mentale mokerslag die Lee's magnum opus uitdeelt, is echter niet aan 'Jungle Fever' besteed. De koorts loopt zelden hoog op vanwege een weinig overtuigende romance, enkele karikaturale personages en bijgevolg een tekort aan dieperliggende emoties.
3*
Jurassic Park (1993)
Alternatieve titel: Jurassic Park 3D
Bij zijn eigenlijke bioscooprelease deed 'Jurassic Park' hemel en aarde daveren als nooit tevoren, en ook ik was daar destijds getuige van. Ruim 10 jaar na mijn laatste herziening was Spielbergs monsteronderneming enigszins in de vergetelheid geraakt en werd het tijd voor een kersverse herziening. En hoewel 'Jurassic Park' nog steeds een superieure vorm van entertainment biedt, heeft het geheel opvallend aan spankracht moeten inboeten. Spielberg laat zich te vaak meevoeren in de opwinding van het moment, met als gevolg: een gebrek aan schwung en een overdaad aan niet relevante intermezzo's (vooral inzake personages).
Toch blijft 'Jurassic Park' een Spielberg pur sang, getuige de verwondering voor het onbekende. Een kenmerkend element bij Spielberg, dat we terugvinden in de immer grensverleggende en tijdloze special effects, maar evenzeer in de meeslepende score van Spielbergs huiscomponist John Williams. Gekoppeld aan de ethische kwestie en een primaire angst voor het onbekende, levert dat enkele gedenkwaardige momenten en een alsnog geslaagde prent op.
3*
