- Home
- Matchostomos
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Matchostomos als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
16 Blocks (2006)
Het leven kan niet kort genoeg zijn voor de levensmoeë Jack Mosley (Bruce Willis in een opvallend sobere en ingetogen vertolking), maar de weg naar de rechtbank en rechtvaardigheid is daarentegen ver weg. '16 Blocks' verrast binnen dit gegeven met een gezonde dosis sereniteit en een droge regie, die bovendien een sterke klassieke feeling herbergt. Ten slotte getuigt de finale van een zekere ingehouden grandeur, waar menigeen een voorbeeld aan kan nemen.
3*
20 Million Miles to Earth (1957)
De mens vernietigt alles waar hij geen vat op krijgt, dat is de licht geforceerde boodschap die '20 Million Miles to Earth' ons alsnog wenst mee te geven. Net zoals de onnodige romance en het uiterst houterige acteerwerk mag dit echter met een korrel zout genomen worden, zodat we bovenal kunnen genieten van het vakmanschap van Ray Harryhausen.
In wezen is '20 Million Miles to Earth' ook meteen mijn eerste echte kennismaking met de man die stop-motion tot een geheel eigen kunst wist te verheven.
Het gevecht tussen de Ymir en de olifant is zondermeer een plezier om te mogen aanschouwen, maar het gevoel dat dit geen Harryhausen op zijn best was, bleef me constant bijstaan. Een gevoel dat door de documentaire op de dvd, 'The Harryhausen Chronicles', overigens bevestigd werd. Vervolgens ben ik dan ook bijzonder benieuwd naar de fantasie en verbeelding (waar het volgens Harryhausen tenslotte allemaal om draait), die hij in 'Jason and the Argonauts' en 'The 7th Voyage of Sinbad' tentoonspreidt.
Ten slotte was '20 Million Miles to Earth' niet alleen mijn eerste kennismaking met Harryhausen, maar eveneens mijn eerste kennismaking met het opvallend charmante genre van de monsterfilm, dat vooral dominant was in de laat jaren '50.
'Attack of the 50 Foot Woman' is daarbij de eerstvolgende die aan kijkbeurt zal onderworpen worden, al zal meer van dit soort 'curiosa' ongetwijfeld volgen.
2.5*
28 Days Later... (2002)
De frisse wind van Danny Boyle
We kunnen er maar geen genoeg van krijgen. Na de naar schatting vijfde kijkbeurt heeft Boyle's '28 Days Later' nog niets aan kwiliteit moeten inboeten. Sterker nog, '28 Days Later' gaat als hedendaagse variant op de klassieke zombiefilms van Romero perfect mee met zijn tijd en is zonder twijfel één van de sterkste horrorfilms van de afgelopen jaren.
Boyle laat de zombies een versnelling hoger gaan, alsook zijn wederom sterke montage. Al weet hij bovenalles hoe te doseren en terloops enkele wondermooie, haast poetisch stille momenten in te lassen.
Het vangt allemaal aan met een magistrale openingssequentie (ondersteund door het eveneens magistrale 'East Hastings' van Godspeed You Black Emperor!), die sterk doet terugdenken aan Romero's eigen 'Day of the Dead'.
Het desolate Londen is daarbij slechts een voorbode voor de apocalypse die ons te wachten staat in het verdere verloop van '28 Days Later', een gevoel dat overigens zelden zo angstwekkend en onvoorkoombaar op pellicule werd gezet.
Daarna gaat Boyle mooi voort op zijn elan en laat hij doorheen het vuile en groezelige uiterlijk van de prent wederom een sterk staaltje efficiënte montage zien. De welgeschminkte zombies zijn niet bepaald eng an sich, maar Boyle doet ons via deze montage wel degelijk schrikken. In tegenstelling tot Romero, waarbij de zombies niet bepaald een groot gevoel van angst inboezemden.
Bovendien kan hij steunen op een soundtrack die zijn evenknie niet kent, wat in combinatie met de montage resulteert in verscheidene gedenkwaardige scenes en één hels kippenvelmoment: het neerschieten van dé vader van het gezelschap, een moment dat niet alleen de personages 'verloren' achterlaat, maar evengoed de kijker.
Wat maakt dat we, ondanks het rechtlijnige uitgangspunt, kunnen vertellen over een verrassend sterk uitgewerkte prent
De socio-maatschappelijke en politieke subcontext is wel degelijk aanwezig. Kritiek op de consumptiemaatschappij, de verwaarlozing van menselijke normen en waarden (People killing people...which brings us in a state of normality right now!), en de milieuproblematiek, gaan niet onopgemerkt voorbij.
Als een frisse wind introduceert Boyle een nieuw soort zombiefilm én met brio.
Het gemis van Boyle in het vervolg '28 Weeks Later...' zal dan ook enige consequenties met zich meedragen, al wil dat niet zeggen dat we met er met smacht naar uitkijken.
4*
28 Weeks Later (2007)
Faster, zombie! kill! kill!
Fresnadillo is geen Boyle, zo blijkt duidelijk uit '28 Weeks Later'. Hij herboetseert nochtans vele elementen uit de succesformule van Boyle, maar bereikt er nooit hetzelfde frisse effect mee. De hallucinante, hyperspannende en audiovisuele ervaring uit het eerste deel blijft dan ook achterwege, al komen we niet geheel van een koude douche thuis. '28 Weeks Later' blijft namelijk licht amusante B-zombiehorror, waar niet op een spatje bloed meer of minder wordt gezien.
Aanbidders van '28 Days Later', waaronder mezelf, wees echter gewaarschuwd. Te hoge verwachtingen kunnen de pret enigszins bederven en de enkele kwaliteiten die deze prent enigszins herbergt in de weg staan. Getuige mijn compagnon die, in tegenstelling tot mezelf, van een ontgoocheling sprak.
Het blijft echter een doodzonde dat Boyle zich niet terug in de regiestoel zette voor deze sequel. Ware het niet dat we dan een bescheiden pareltje als 'Sunshine' aan onze neus hadden voorbij zien gaan, of we moesten er alleszins meer geduld voor uitoefenen.
Dat terzijde, weet Fresnadillo zoals eerder gezegd kwalitatief nog iets voor de dag te brengen, maar uiteraard in beperkte mate.
Visueel gezien opteer ik liever voor de stijl van de voorganger, die efficiënt was in al zijn groezeligheid en vuilheid. Toch bewijst de meer actiegerichte guerillastijl in '28 Weeks Later' ook zijn nut. We voelen ons geen opgejaagd wild meer en de spanning is bij momenten ver zoek, maar het houdt het tempo er wel stevig in. Iets wat deze film overigens goed kan gebruiken, maar daar kom ik later nog op terug.
Daarnaast wil ik me vooral zeer positief uitspreken over de opnames bij nacht, of alleszins de donkere omstandigheden. Wanneer een groep mensen tracht te vluchten uit de 'safe zone', wordt er namelijk prachtig gebruik gemaakt van diepdonkere grijstinten, die bovenaal een apocalyptische sfeer oproepen. Het gebruik van night vision getuigt echter van minder efficiëntie, aangezien er van spanning geen sprake is.
Iets waar '28 Weeks Later' niet echt verkeerd aan doet, is het grotendeels herbruiken en aanpassen van de soundtrack uit '28 Days Later'. Deze was namelijk al een meesterwerk op zich, en is dat hier vaak eveneens, al is het niet altijd even passend en correct toegepast op de 'acties' op het scherm.
Dit alles, de combinatie van beeld en geluid resulterend, moet echter verbergen dat deze prent onder het oppervlak even plat is als een bladzijde uit de bijbel. Waar '28 Days Later' opvallend karaktergedreven was, is deze dat niet. Ook de sociale satire die deze prent heel even wenst te zijn (de bombardementen van de falende Yankees), lijkt me al een cliché op zich.
Gelukkig nemen deze tekortkomingen (inclusief het visueel en muzikaal onderdoen voor '28 Days Later') niet al te vaak de bovenhand en kunnen we, zolang het tempo wordt aangehouden en het bloed in het rond vliegt, alsnog genieten van deze deels geslaagde sequel.
3*
3:10 to Yuma (2007)
Alternatieve titel: Three Ten to Yuma
The 3:10 to manhood
Tijdens de jaren '50 en '60 beleefde het westerngenre zijn absolute hoogdagen. Producties werden afgeleverd aan de lopende band en verschillende grootheden maakten zich het genre eigen (John Ford, Sam Peckinpah, Sergio Leone, Howard Hawks en in mindere mate Anthony Mann en John Sturges).
Heden ten dage spreekt het genre, nochtans een bron van pure mannelijkheid, schijnbaar niet meer aan en lijkt het ten dode opgeschreven. De liefhebbers van het genre, waaronder mezelf, zijn dan ook aangewezen op de zeldzame enkelingen die zich durven te wagen aan een tijdelijke uitstap in het genre. Eastwood ('Unforgiven') en Costner ('Dances with Wolves' en 'Open Range') zijn de meest voor de hand liggende vertegenwoordigers, al hebben de volgende regisseurs evenzeer hun bijdrage geleverd: Cosmatos ('Tombstone'), Dominik ('The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford'), Hillcoat ('The Proposition'), Jarmusch ('Dead Man') en zelfs Howard ('The Missing').
James Mangold, die eerder al wist te overtuigen met de urbane western 'Cop Land', mag zich sinds kort ook bij dit selecte groepje voegen. '3:10 to Yuma' is namelijk een rasechte western, die handig gebruikt maakt van de conventies van het genre én de kijker als vanouds laat genieten.
De ouderwetse opwinding van '3:10 to Yuma' ankert vooral in het machismogehalte en de zuivere viriliteit die daarmee gepaard gaat. Het geheel krijgt bovendien het rauwe uiterlijk van een B-film aangemeten, waardoor de excessieve mannelijkheid des te meer van het scherm spat. Enige vergelijkingen met Leone en Peckinpah zijn dan ook niet uit den boze.
De algemene bezetting van de cast is een logische voortzetting van het viriele en rauwe karakter van '3:10 to Yuma'. Russel Crowe is de mannelijkheid zelve en leeft zich bijgevolg met zichtbare flair uit in zijn rol van antiheld. Terwijl Christian Bale op zijn beurt een dosis intensiteit en existentiële twijfel toevoegt, en andermaal bewijst dat hij de beste acteur van zijn generatie is. De morele dilemma's waarmee beide heren te kampen krijgen, zijn bovendien van een dubbelzinnige aard. Hun morele waarden liggen mijlenver uit elkaar, maar naarmate ze elkaar beter leren kennen, ondervinden ze een zekere appreciatie voor elkaar. Het veelbesproken slot lijkt mij dan ook niet meer dan logisch.
Ten slotte is er nog Ben Foster, die zichzelf overtreft als letterlijk en figuurlijk vuilgebekte cowboy met een opvallend homo-erotisch getinte liefde tegenover zijn leider.
Het enige waarvoor we Mangold op de vingers kunnen tikken, is zijn gebrek aan oog voor de dubbelzinnige strijd van de mens met de natuur. Een strijd die archetypisch is voor de western en vaak een extra lading kan geven aan het geheel. Mangold wil zijn prent voldoende intensiteit injecteren (via close-ups en medium shots), en dat is zijn volste recht, maar hij verliest zodoende het panorama van het wilde westen uit het oog. De werkelijk onnoemelijk fabuleuze traveling shots en de kenmerkende, doch vernieuwende muzikale score (de akoestische gitaar doet wonderlijke dingen) maken van het gemis echter een naald in een hooiberg.
4*
30 Days of Night (2007)
Wanneer we de onmiskenbare visuele kwaliteiten van 'Hard Candy' (Slade's debuut dat ons letterlijk en figuurlijk bij de ballen greep) in achting nemen, zouden we op zijn minst mogen verwachten dat Slade die positieve lijn doortrekt. Jammerlijke vaststelling is dat Slade de desbetreffende potentiële visuele kwaliteiten deels onbenut laat, net zoals hij andere aspecten binnen het geheel onbenut laat. '30 Days of Night' behoeft geen psychologische uitwerking, dat ligt tenslotte niet binnen de intenties van de makers, maar een gebrek aan spanning, harmonische scèneovergangen en een angstinboezemende vijand (naakt van montage en cinematografie) maken deze prent niet geheel overtuigend. Bovendien voelen we ons allesbehalve geïsoleerd, dit ondanks de ideale setting, en zijn de menselijke personages ontbeend van enige overtuiging en charisma. Gelukkig dat de vinnige montage, de beangstigende geluidsband, het voldoende bloedvergiet en de bijwijlen solide comic-feeling de opwinding alsnog staande kunnen houden.
2.5*
300 (2006)
Slechts een light-versie van het verhoopte resultaat
'300' maakt de hype geheel waar en belooft nu al de meest succesvolle blockbuster van het jaar te worden. Maar gelieve de gevoelens te temperen en vooral te relativeren, want '300' bulkt van de irritaties en is niet meer dan een flauw afkooksel van wat het allemaal had kunnen wezen.
Met iets te veel zelfvertrouwen denkt Snyder namelijk dat hij het genre, en meerbepaald het grafische geweld, herdefinieert.
Als de intentie bestaat uit het vertalen van een graphic novel naar het grote scherm, dan wordt er toch iets of wat verwacht dat men werkelijk 'all the way' gaat; zoals dat in 'Sin City' meer dan het geval was.
'300' doet dat slechts gedeeltelijk, waardoor vele elementen 'spoken' en elkaar bijzonder gaan tegenspreken.
Zo weet Snyder, ondanks zijn opleiding in de schilderkunst, weinig inspiratie en variëteit in zijn achtergronden te leggen. Op de prachtige uitzoomende tableau van de Spaartaanse slachtoffers na, voelt de grafische invulling van de achtergronden dan ook vrij leeg en ééntonig aan. Het onvermijdelijke gevaar als je te werk gaat met 'green screen'...
Bovendien spookt het regelrecht cartooneske en overvloedige gebruik van bloed te veel met de semi-fantastische look en stijl van de prent. Drijf het uiterlijk van de film tot het uiterste, want anders behoudt je tussen al dat computergeweld nog steeds een greintje realisme.
Het volgende punt op de agenda is het werkelijk onbegrijpelijke gebruik van de bijna banaal geworden slow-motion techniek. Ergens onder het oppervlak herbergt deze prent een choreografisch ballet, al vindt dat ballet jammerlijk genoeg zijn weg niet.
De constante crash-in/crash-out zoomtechniek mag dan een fijn 'trucje' zijn, het voegt op zich ook weinig toe aan de belevenis van het strijdgewoel op het scherm.
Wat me echter vooral stoorde was de onvoorstelbaar incoherente en weinig samenhangende samenstelling van de soundtrack. Stevige rock, emotioneel clichématige score en bombastisch getrommel; naadloos passend kan je het niet bepaald noemen.
Neem de mislukte ode aan het mannelijk lichaam, het lak aan emotionele diepte en de buitenaards lachwekkende overacting erbij en van enige esthetiek en onderhoudendheid is geen sprake meer.
1.5* en geen woord gerept over de al dan niet historisch correcte inhoud. Het kan me in dit soort films werkelijk een worst wezen...
8MM (1999)
Alternatieve titel: Eight Millimeter
Van de getepelde kitch in 'Batman & Robin' tot het gerechterlijke bombasme in 'A Time to Kill', en van de tienergothiek in 'The Lost Boys' tot de oorlogsheroïek in 'Tigerland'. Schumacher lijkt schijnbaar veel weg te hebben van een filmische duizendpoot, maar enige kwalitatieve inconsistentie (lees: een gebrek aan visuele bravoure en inhoudelijke panache) behoedt hem van die gevleide stempel.
'8MM' is echter geen uitzondering op de regel en gaat naar het slot toe zelfs op schaamtelijk pompeuze wijze uit de bocht: een routineus onderzoek verandert gaandeweg in een persoonlijke wraakqueeste en leidt ons naar de dieptste en meeste gruwelijke groeven van de porno-industrie. Cages personage wordt gedurende dat proces getransformeerd tot een getormenteerde wraakengel, waardoor we als kijker elk vertrouwen in de kunde van Schumacher definitief zijn verloren. Niet geheel onverwacht, vermits Schumacher er wel vaker een gewoonte van maakt om zijn prent tegen het slot een valse, schijnbaar gerechtvaardigde moralistische toon aan te meten.
Ten slotte toont de intrige zich een graad of twee te plat en oppervlakkig, terwijl een kleurloze Cage andermaal geen enkele positieve noot weet achter te laten. Kortom: vintage Schumacher...
1*
Élève Libre (2008)
Alternatieve titel: Free Student
'Élève Libre' is het stereotype voorbeeld van een hedendaagse Frans-Belgische productie. In sé taboedoorbrekend en realistisch, maar in werkelijkheid niet minder dan een weinig subtiele bespiegeling op de troebele jeugd van een adolescent in wording. Op die manier borduurt Lafosse enigszins voort op zijn voorgaande prent, 'Nue Propriété'. Als kijker kunnen we dat echter niet toejuichen, aangezien Lafosse in een roes van pseudo-openhartigheid ongenuanceerd en bijgevolg pervers uit de hoek komt.
Op voor de hand liggende vragen (Waar ligt de grens van het perverse? En zijn we in staat om seksuele driften te onderscheiden van zuivere liefde?) kan Lafosse bovendien geen zinnig en weloverwogen antwoord bieden.
Daarnaast is de vastberadenheid waarmee 'Élève Libre' zijn inhoud naar voren brengt weinig lovenswaardig. Zo laten de sterk zwart-wit gekleurde personages (het 'noodzakelijk' kwaad in de vorm van Jonas' tijdelijke voogd voorop) en de steriele vertolkingen weinig ruimte voor het etaleren van heldere en oprechte emoties. De aanzet daartoe wordt meermaals gegeven, maar vindt zelden tot nooit zijn weg tot bij de kijker. Verdwaald en ongeprikkeld gaat een hoopvolle kijker vervolgens op zoek naar een positieve noot, al gebeurt dat met zichtbare moeite. De visuele invulling ligt echter geheel in lijn met de visuele traditie van dergelijke producties: droger dan droog.
1*
