- Home
- Matchostomos
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Matchostomos als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Rabia, La (2008)
Alternatieve titel: Anger
Vooraf aangekondigd als een rauwe, vitale sfeerschets van een min of meer primitieve boerengemeenschap uit de Argentijnse pampa. Achteraf niet meer dan een onevenwichtige tranche de vie, die verdacht veel doet denken aan het superieure ‘Abril Despedaçado’ van Walter Salles. Waar laatstgenoemde onder de huid kruipt en immer een intense dreiging onderhoudt, blijft ‘La Rabia’ aan de oppervlakte, zónder ook maar enige vorm van onderhuidse spanning voelbaar te maken. Het geheel heeft simpelweg meer weg van een plaatselijke klucht dan van een sereen opgebouwde en secuur geconstrueerde tragedie.
De integratie van surrealistische animatie kan echter nog een interessante toevoeging vormen. En indien deze efficiënt wordt toegepast, kan hij alsnog bijdragen tot de onderhuidse spanning. De plotse wijze waarop zij echter steeds hun intrede maken, stelt hun functionaliteit en bijgevolg hun bruikbaarheid in vraag. Daarom is ‘La Rabia’ louter aangewezen op de momenten van absolute bezinning en ijzige stiltes, maar bovenal op de haast esoterische muzikale uitbarstingen.
2*
Raven, The (1963)
The Raven is het eerste Roger Corman exploot dat me te beurt valt. En de kennismaking ging welvarend van start: Vincent Price zet de dichterlijke toon voor een bijwijlen smakelijke, ofwel heerlijk knullige ‘comédie-macabre’ in de lijn van Polanski’s The Fearless Vampire Killers. Toch heeft Corman het moeilijk om een vaste toon te houden. Het licht gaat stelselmatig uit en na afloop overheerst het gevoel dat Corman niet voluit is gegaan.
2*
Reconstruction (2003)
Niet de ervaring waar ik absoluut op hoopte
Vanwege de overwegend positieve reacties zeer benieuwd geworden naar deze prent over de keerzijde van liefde. Een onderwerp dat me, mits de nodige oprechtheid en een lak aan meligheid, zeer goed ligt.
Toch is deze 'Reconstruction' een tegenvaller van formaat geworden, wat (bijna) volledig te wijten is aan de visuele invulling van de prent.
Onder het oppervlak schuilt namelijk een inhoudelijk en thematisch bijzonder sterk geheel.
Visueel was het echter zo onsamenhangend, dat het heel wat moeite kostte om je in te leven in de situatie en emoties van de personages. De vertolking van het centrale personage brengt via zijn blik heel wat gevoelens teweeg, maar niet genoeg om de visuele verpakking te compenseren.
Enerzijds met een ongeziene rust, kilte en onrustwekendheid in beeld gebracht; anderzijds te onwillekeurig en 'flitsend'. Enigszins kan dit de impact van het gebeuren vergroten, maar daarvoor merkte ik te weinig coherentie op.
Het magistrale 'Adagio for Strings' van Samuel Barber brengt altijd de nodige emoties naar boven, maar een echte meerwaarde had het nummer in dit geval niet.
Al bij al kijk ik nog steeds ten zeerste uit naar 'Allegro' (afleidend uit de trailer), al lijkt die enkel een bevestiging te zijn van de krachten van 'Reconstruction' en misschien een teken dat ik hem beter aan mijn neus laat voorbij gaan. Of zien jullie nog ergens een mogelijkheid waarom ik dat niet moet doen?!
2*
Resident Evil (2002)
Romero bedankte vriendelijk voor deze gelukkig niet al te trouwe game-adaptatie, al blijft zijn invloed opvallend merkbaar. Anderson heeft duidelijk genoten van diens 'Trilogy of the Dead' en gebruikt vervolgens dezelfde setting als 'Day of the Dead', uiteraard vormgegeven naar eigen believen (invloeden van 'The Matrix' en dergelijke zijn niet veraf). Hij meet 'Resident Evil' een semi-futuristische metaalglans aan, stevig ondersteund door een mengeling van loeiharde rock en kinetische cybertechno, om zijn intenties geheel duidelijk te maken. Dit is nonsensicaal actievertier met uw ultieme cyberbabe Jovovich, al is Anderson opvallend suggestief in het gebruik van enige gore.
In tegenstelling tot de eerste prent in de reeks, zullen de sequels zich echter naar de oppervlakte verplaatsen, waardoor we ons hopelijk aan een stevige dosis apocalyptische bombast mogen verwachten.
2*
Resident Evil: Afterlife (2010)
Alternatieve titel: Resident Evil 4: Afterlife
De lichte wederopstanding die de reeks maakte met Resident Evil: Apocalypse zorgde voor een sprankeltje hoop. Zelfs de scepcis na de ridiculeuze trailer van het vierde werd deels ingetoomd, omdat Anderson immers achter het roer stond van de genietbare eerste Resident Evil. Valse en onnodige hoop, zo blijkt. Al na vijf minuten wordt elk miniem potentieel reeds de kiem ingesmoord. Resident Evil: Afterlife is een ware kakafonie van special effects, slow-motion en acrobatie bedekt in een kleurloos visueel jasje. Het steriele karakter van de prent vertaalt zich verder naar het beroerde acteerwerk en maakt de catastrofe compleet. De makers denken er schijnbaar anders over. Op een wel heel goedkope manier wordt immers aanzet gegeven tot een onvermijdelijk vijfde deel. Teveel van het goede.
1*
Resident Evil: Apocalypse (2004)
De waarheid neemt soms vreemde wendingen, want wie had ooit kunnen denken dat we Anderson nog zouden gaan missen. Diens debuterende opvolger Alexander Witt (u mag al raden waarover deze man allesbehalve beschikt, jawel 'wit', ook wel 'verstand'...) ziet namelijk geen greintje licht doorheen een bos van hectische mise-en-scène, halfbakken montage en een nonsensicaal subplot omtrent evolutie (en de pseudo-zombie, een gênante mix tussen Robocop en Frankenstein, die daarmee gepaard gaat). De kansen liggen nochtans voor het grijpen. 'Resident Evil: Apocalypse' is allesbehalve schatplichtig aan de game én het isolement ondergronds maakt ditmaal plaats voor grootstedelijke apocalypse. Witt weet echter geen raad met de vrijheid en setting voorhand, en zoekt daarom toevlucht in datgene waar de kijker absoluut geen behoefte aan heeft: een oversensationeel en goreloos actievehikel. Vervolgens blijft Milla Jovovich, nog steeds de ultieme cyberbabe, als enige positieve 'element' over.
1*
Rio Lobo (1970)
In 'Rio Lobo' zien we geen grootse, maar wel een meer dan degelijke Hawks aan het werk. En dat hebben we vooral te danken aan de bittere en gevatte humor, die zoals steeds de hand van de meester verraadt en John Wayne heerlijk typeert als 'comfortabel'. Neem daarbij de bijzonder onderhoudende regie en een bijwijlen aparte soundtrack van componist Goldsmith, en je hebt een geheel dat je met smacht doet verlangen naar 'Red River' en 'Rio Bravo'.
Mooie 3.5*
Riso Amaro (1949)
Alternatieve titel: Bitter Rice
Na 'Accattone' en 'La Pointe Courte' is 'Riso Amaro' wellicht het derde, met puurheid doordrongen product van het neorealisme dat de revue passeert. De ware openbaring betreffende het genre ('Accattone' kwam akelig in de buurt...) laat echter nog steeds op zich wachten, want 'Riso Amaro' kan, ondanks de zichtbare overvloed aan potentieel, niet voldoende overtuigen. Dat potentieel laat voornamelijk van zich horen in de inhoudelijke tegenstellingen die De Santis wenst uit te werken en voortdurend in de clinch doet gaan: de tegenstelling tussen twee treden op de sociale ladder, de tegenstelling tussen man en vrouw, én de tegenstelling tussen naïviteit en helderheid. De benadering hiervan is echter beperkt en laat weinig ruimte voor een minieme graad van emotionele betrokkenheid: een vierhoeksrelatie stelt zich op, maar een indringende wisselwerking gaat er niet van uit. Eeuwige zonde dat de bijwijlen fabuleuze fotografie (fatalistisch, broeierig, unheimlich, dreigend, wulps, melancholisch, ...) in dat geval geen gelijke vindt in de emoties.
3*
Road to Guantanamo, The (2006)
De realiteit van zijn vlees ontdaan
Honor bound to defend freedom, dat is de valse 'leuze' waarachter de hypocriete Amerikaan zich moedwillig tracht verbergen. Het voelt dan ook aan dat dergelijke praktijken, zoals die zich voordoen in Guantanamo Bay, slechts een bezigheidstherapie en dekmantel vormen voor vele andere praktijken waar we liever geen weet van hebben. Per slot van rekening denkt de Amerikaanse regering dat ze correct én menselijk te werk gaat.
Echter geen eenzijdige portrettering in 'The Road to Guantanamo', want ook het andere 'kamp' komt er niet geheel positief van af. Toch blijft het, zoals s0062423 ook zegt, voornamelijk bij vage insinuaties en verdachtmakingen. Al zet dit aan de andere kant dan weer de hulpeloze situatie extra in de verf en lijkt onrecht nog meer geschied.
Dat terzijde moet het gezegd dat 'The Road to Guantanamo' het docu genre overstijgt met een bijzondere aandacht voor de psyche van de drie protagonisten en een soundtrack die het psychologische aspect perfect aanvult.
Winterbottom haalt bovendien veel voordeel uit de integratie van een grauwe en hyperrealistische digitale cameravoering: grenzen lijken te vervagen, waardoor het geheel nog meer beangstigend wordt.
Zonder een fervent doculiefhebber te zijn, heeft 'The Road to Guantanamo' verrassend veel indruk op me gemaakt. En net zoals in 'Darwin's Nightmare' wordt de realiteit dermate voelbaar gemaakt, dat het zijn genre ontstijgt.
4*
Robot Monster (1953)
De ambachtelijke excessen van Ray Harryhausen zijn jammerlijk niet te bespeuren in Robot Monster, een onmiskenbaar Ed Wood-achtig amateurisme en knutselwerk is dat daarentegen wel. En ondanks het feit dat het geknutsel de nodige campy charmes oproept, kan het niet opwegen tegen de irritaties die voortkomen uit het repetitieve karakter van de prent, de wel heel apathisch acterende bezetting (uitgezonderd het monster zelf) en enkele ridicule zijpaden. Het doemscenario an sich is hoe dan ook een garantie voor de nodige hilariteiten.
1.5*
Romper Stomper (1992)
Een graad hoger dan American History X
De vergelijking met American History X is snel gemaakt, alleen is de indruk die Romper Stomper achterlaat veel groter.
Romper Stomper is rauwer, indringender en vooral veel realistischer. Die indruk heeft de film vooral te danken aan zijn fotografie en de weergave van de personages. De fotografie krijgt een overwegend blauwe filter om zich heen, wat zorgt voor een meer donkere sfeer die automatisch wordt overgezet naar de personages. Pogingen tot moralisering worden daardoor tot een minimum beperkt. In tegenstelling tot American History X, waar het einde zonder twijfel hard aankomt, maar waar ook een hoog moraliserend gehalte aan te pas kwam.
Russel Crowe is perfect gecast als leider van de skinhead-bende, maar de fysieke indruk die Edward Norton achterlaat is moeilijk te evenaren.
Romper Stomper krijgt wel eens de term 'Shakespeareaanse grandeur' toegeplakt en dat merk je duidelijk in het grandioze slot, dat prachtig en met enige ironie in beeld wordt gezet.
4*
Ronin (1998)
Een introspectieve beschouwing van het begrip 'ronin' moet je in deze gelijknamige prent niet verwachten, daarvoor wanen er simpelweg te veel karikaturen rond met een gebrek aan panache en realisme (De Niro incluis). We kunnen 'Ronin' en in het bijzonder Frankenheimer echter wel bewieroken omwille van de stillistische gravitas, sobere melancholie (ten gevolge van de op zijn beurt sobere muzikale score) en vinnige achtervolgingsscènes. 'Ronin' is namelijk zienderogen geïnspireerd op en gestileerd naar het minimalisme van Melville en het stedelijk realisme van prenten uit de jaren '70. Aantrekkelijk zondermeer, maar desondanks kan 'Ronin' geen partij vormen voor zijn superieure voorbeelden.
3* ...enigszins bescheiden...
Rupan Sansei: Kariosutoro no Shiro (1979)
Alternatieve titel: Lupin the Third: The Castle of Cagliostro
De charmes van een Miyazaki
Na het alombekende 'Spirited Away' pas de tweede Miyazaki die ik mag aanschouwen, maar na dit debuut worden dat er ongetwijfeld meer (ze liggen allemaal reeds klaar...op harde schijf weliswaar
).
'The Castle of Cagliostrio' is namelijk een bijzonder amusante animatiefilm, die zelfs na een kleine dertig jaar mijlenver boven het gros van de CGI-animatiefilm uitsteekt.
Niet meteen vanwege de animatie, al toont Miyazaki toch verrassend veel oog voor detail, maar vooral vanwege de knotsgekke humor en personages, en de tedere vertelstijl.
Lupin en zijn metgezel, maar ook de anderen, zijn één voor één personages om te onthouden. Geweldig wanneer ze met dat kleine Fiatje tekeergaan, wanneer ze over de daken lopen,...het heeft geen naam.
Ook muzikaal toont Miyazaki zich een krak, aangezien de keuzes die hij daarbij maakt het geheel nog meer hullen in dat charmante en knotsgekke jasje.
Het enige dat de film kan verweten worden is de speelduur, die het tempo er soms uithalen. Maar absoluut niet in die mate dat het storend wordt.
3.5* en op naar 'Nausicaa'.
Rush Hour (1998)
Werkelijk alle logica ontgaat me in deze domme en chemieloze buddycopprent. Chris 'please, shut up' Tucker is als vanouds mateloos irritant en Brett Ratner bewijst andermaal dat hij geeneens beschikt over enige aanleg voor regie. 'Rush Hour' is zowaar nog van een beschamender niveau dan 'Bad Boys' en dat zegt wat mij betreft genoeg. Gelukkig hebben we nog 'Lethal Weapon' en het meer recente en superieure 'Kiss Kiss Bang Bang', om in tijden van nood op terug te vallen. Niet toevallig twee prenten waarin Shane Black zijn talent tentoonspreidde.
0.5*
