• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.914 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.966 gebruikers
  • 9.370.166 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Matchostomos als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Fahrenheit 9/11 (2004)

Fahrenheit 9/11...ik kreeg er alleszins geen koude rillingen van

De stijl van Michael Moore gaf Bowling For Columbine dat beetje meer pit, waardoor de reeds cynische presentatie een extra boost kreeg. In Fahrenheit 9/11 blijft daar weinig tot niets van over.

Moore gaat voor eenzijdige cinema, waar alleen zijn wil wet is. Hij plaatst een rechtstreekse aanval tegen Bush en zijn regering, maar vergeet ondertussen een coherent geheel te vormen met de 'feiten' die hij op ons afgooit. Moore is vaak opdringerig en irritant, en dan hecht je nog weinig belang aan de geloofwaardigheid waarmee hij zijn documentaire presenteert.

Het voelt ook gewoon te sterk aan als een samenraapsel van toevalligheden en vergezochte 'weetjes'. En de sleutel tot het brengen van deze toevalligheden en 'weetjes', is wederom geloofwaardigheid.

Waar Moore echter geen schuld treft, is in het brengen van oprecht emotionele cinema, waar hij de gebeurtenissen van 9/11 nog even in het licht zet.

Van controverse is geen sprake. Zoals gezegd, is Fahrenheit 9/11 daarvoor te direct gericht op het wel en wee van president Bush. De poster zegt het haast zelf: 'controversy...what controversy?'. Ook al heb ik het gevoel (en let op het cynisme) dat men daarmee iets anders wilde bedoelen ('wat je van Michael Moore krijgt, is de realiteit'), het is en blijft opvallend.

Blijkbaar heeft meneer Moore er geen genoeg van gekregen en heeft hij besloten om, met het oog op de volgende presidentsverkiezingen, er nog een vervolgje aan vast te breiden. Ik ga hem daarbij niet tegenhouden, maar meer dan hetzelfde zal het alvast niet worden.

2*

Family Guy Presents Stewie Griffin: The Untold Story (2005)

De serie kreeg al aanzienlijk te kampen met niet-relevante flashbacks, maar deze langspeler vult er bij wijze van spreken een halve film mee. Wanneer deze flasbacks en het gros van de overige humor hun doel missen, én het regisseursduo niet handig gebruik kan maken van de vrijheid (inzake animatie en/of subcontext) die vaak gepaard gaat met een langspeelfilm, zijn we als kijker aangewezen op enkele zeldzame 'wijsheden' van Stewie.

1.5*

Flushed Away (2006)

Alternatieve titel: Muis van Huis

Blij dat we Aardman nog enigszins hebben

Aardman is een naam die altijd mooi in de oren heeft geklonken en na 'Flushed Away' zal dat grotendeels ook zo blijven.

De exploten van 'Wallace and Gromit' worden echter niet geevenaard en dat lijkt me vooral te wijten aan de afwezigheid van een naam als Nick Park en de samenwerking met Dreamworks, wat in dit geval gepaard gaat met de toepassing van CGI.

'Flushed Away' mist de nodige charmes en fijnzinnigheden, zoals dat bij klei-animatie wel vaker het geval is.

Het geheel is bovendien weinig meeslepend en het verhaal is er eentje om snel te vergeten, waardoor deze prent haast volledig afhankelijk wordt gesteld van zijn humor en personages. En het is op dat vlak dat 'Flushed Away' positief uit de hoek weet te komen.

Vergeet daarbij even beide protagonisten en richt je eerder op digitale figuren als The Toad, Le Frog en de alleraardigste slakken (die garant staan voor enkele abrupt, maar des te hilarische muzikale intermezzo's).

Af en toe banaal, maar vaak spitsvondig en regelrecht hilarisch. De humor in 'Flushed Away' laat zien dat er nog hoop is in deze specifieke animatiebranche en dat filmische referenties geen noodzaak zijn. Integendeel, de makers van 'Flushed Away' lachen (lees: spoelen) deze met plezier weg; het goudvisje dat vraagt Have you seen my dad?!, is daarvan het perfecte voorbeeld.

'Flushed Away' heeft duidelijk zijn mankementjes en de onafhankelijkheid van Aardman blijft de voorkeur krijgen, maar al bij al mogen we blij zijn, aangezien onderhoudende animatiefilms als deze een zeldzaamheid zijn.

3*

Fog, The (1980)

Zelfs wanneer Carpenter op een laag pitje dwaalt, serveert hij al dan niet het nodige visuele of inhoudelijke genot. Zo ook in The Fog, die weliswaar kijkt en luistert als een Carpenter pur sang, maar ervaart als een Carpenter-light. Het scherpe oog voor klassieke mise-en-scene, secure opbouw en sfeervolle breedbeeldcomposities is zondermeer aanwezig, alsook de kenmerkende muzikale noot. En toch slaagt Carpenter niet in het opzet om van de opkomende mist een personage op zich te maken en deze enige angst in te boezemen. Het resultaat is een licht genietbare, maar allesbehalve iconische Carpenter.

2.5*

Four Dogs Playing Poker (2000)

Alternatieve titel: 4 Dogs Playing Poker

'Four Dogs Playing Poker' bevat meer bochten dan een gemiddelde bergrit in de Ronde van Frankrijk. Toch spreken we hiermee nog niet over het neusje van de zalm, want zelden tot nooit ben ik getuige geweest van zulke abominabele acteerprestaties en zulk een ongeïnspireerde mise-en-scène. Bij dit soort prenten moet je weliswaar weinig verwachten, maar zelfs dan slagen deze hondjes niet in het leveren van een bescheiden en hip prentje.

0.5*

Fracture (2007)

De kunst om een film op kalme en onderhoudende wijze te vertellen, is Hoblit duidelijk niet meegegeven.

'Fracture' getuigt van weinig subtiliteit en is niet meer dan een geheel ongeloofwaardig en bombastisch (vanwege een ongezien en zwaar geladen soundtrack, die pretendeert enige spanning op te bouwen...) schaakspel geworden, waarbij het acteertalent van Hopkins dezer dagen terecht in vraag mag gesteld worden.

Jongeheer Gosling lijkt de film bij aanvang nog enigszins te kunnen redden, maar na verloop van tijd gaat hij, evenzeer als de rest van de cast, ten onder aan het oeverloos bombasme die 'Fracture' rijk is.

1* ...voor een sporadisch mooi shot hier en daar.

Frankenstein (1931)

De klassieke monstercataloog van Universal kende zijn voornaamste successen met ‘Dracula’ en het onfortuinlijke ‘Frankenstein’. Nadat eerstgenoemde echter onverwacht ontaarde in een amateuristisch amalgaam van visuele gotiek en een Victoriaans getinte vertelling, was het aan ‘Frankenstein’ om de cataloog in ere te herstellen. En ere wie ere toekomt, want James Whale ontrafelt in ‘Frankenstein’ (en in ‘Bride of Frankenstein’ in het bijzonder) de universele en tijdloze kracht van het monster: een onbegrepen iemand, de onschuld zelve, huizend in het lichaam van een monster en immer op zoek naar dat stukje menselijkheid. Voor de lokale bevolking is het monster echter niet meer dan een sociale outcast en bijgevolg een louter object voor de brandhoop. Het geheel eindigt weliswaar te abrupt om voldoende medelijden te creëren voor het trieste lot van het monster; en bovendien vindt de opbouw van het monster onvoldoende tegengewicht in de beperkte uitwerking van Viktor Frankensteins spel met leven en dood. Opvallend ten slotte is de expressionistische toets die het geheel de broodnodige dosis dynamiek injecteert en het tegelijk behoedt van een statisch karakter (Brownings ‘Dracula’ immers in het achterhoofd houdend).

3*

Free Zone (2005)

My father had bought it

For just two pennies

The lamb! The lamb!

My father had bought it

For just two pennies

As the Haggadah relates

The crafty cat was on the lookout

It pounced on the lamb

And ate it up

The dog choked the cat

That had eaten up the lamb

That my father had bought

For just two pennies

The lamb! The lamb!...

...Chad gadyo, chad gadyo/One ...

Kleinschalig, intiem en neo-realistisch pamflet voor verdraagzaamheid, maar evengoed voor de de vrouw.

Gitai's persoonlijke en symbolische visie op de Israël-Palestijnse kwestie mist de nodige emotionele draagkracht, maar heeft tenminste een duidelijk doel voor ogen.

Bij momenten werden we ook getrakteerd op knap camerawerk; als ik me niet vergis duidelijk geïnspireerd op de pionier in het Italiaanse neo-realisme, Antonioni. De camera zal zelden volgen en kiest eerder voor een eigen traject (shot tussen twee wagens, dat verdervloeit naar een medium-shot op de wagen met de vrouwen, en dollygewijs inzoomt op een weglopende Portman).

Het experiment met de overlappende contrastbeelden konden echter, ondanks de symbolische 'achtergrond' ervan, op minder sympathiek rekenen.

Wie andermaal wel op sympathie en appreciatie kan rekenen is Natalie Portman, die hier haar beste Hebreeuws nog eens bovenhaalt en bewijst dat ze alles aankan. Gaande van blockbuster in 'V for Vendetta' tot de meer persoonlijke prent in deze 'Free Zone', waar Portman in de eerste acht minuten (gedurfd, maar des te effectiever in heel zijn opzet) een zelden geziene emotionele ervaring teweegbrengt; mijn oprechte respect.

dikke 3*

From Russia with Love (1963)

Alternatieve titel: Ian Fleming's 'From Russia with Love'

Onder aanvoering van een sensuele begingeneriek legt From Russia with Love de basis voor een doorgaans sensuele en vaak verrassend robuuste tweede aflevering in de franchise. Getuige vooral de weinig iconische, maar zondermeer fijne verschijning van Daniela Bianchi en de confrontatie tussen Connery en Shaw op de trein. Voor het overige is From Russia with Love op nagenoeg elk vlak inferieur aan zijn meer uitgesproken voorganger Dr. No.

Het spervuur aan cynische, seksueel getinte humor blijft weliswaar staande, maar wordt her en der vergezeld van een onaangenaam gladde James Bond. Een schijnbaar tekort aan gratie en flair dat zich ook laat vertalen naar de algemene indruk van de prent. From Russia with Love is namelijk een graad te pompeus en bevat te veel achterhaalde actiescènes waarin geen spanning huist. Wat echter het meest in het oog springt, is de afwezigheid van decormeester Ken Adam. Een extravagante en semifuturistische hand die From Russia with Love alsnog de nodige bravoure had kunnen meegeven.

2.5*

Funny Face (1957)

Hoezeer Audrey Hepburn ook weet te charmeren met haar onafwendbare, doch betoverende transformatie (in de donkere kamer smelten we andermaal voor haar onbegrensde schoonheid), de achtergrond waartegen de gedaanteverwisseling zich afspeelt, is meermaals ontdaan van een verfijnde choreografie (Astaire op een opvallend laag pitje) én een visueel coherente presentatie. Een hoog pop-art gehalte, ofwel het arbitrair rondstrooien met kleuren, is wellicht het gevolg van de experimentele charlatanscène en staat een potentieel aanstekelijk kader in de weg.

1.5*

Funny Games (1997)

Als we de louter positieve kritieken van 'Funny Games' in acht nemen, zou Haneke de absolute koning zijn van de psychologische terreurcinema. Om die status echter met recht en rede op te eisen, zal Haneke voortaan vooral subtieler moeten worden in het bespelen van zijn kijker. De bewuste knipoog, letterlijk en figuurlijk, getuigt van weinig respect voor de aandachtige kijker en laat bovendien weinig ruimte voor enige emotionele betrokkenheid. Elke vorm van maatschappelijk nihilisme wordt bijgevolg eigenhandig de das omgedaan.

Waar ligt de grens tussen entertainment en waling? En wanneer is de kijker schuldig aan voyeurisme? Dat zijn de actuele en uitdagende vragen die Haneke zich aanvankelijk wenst te stellen. De kijker ziet zich vanwege het eerdergenoemde lak aan subtiliteit echter ongemoeid in deze dilemma's en krijgt het gaandeweg ook stevig op de heupen van het visuele simplisme. Meer inhoudelijke nuance en panache, en een kille, zenuwachtige feeling hadden van 'Funny Games' alvast een meer intense kijkervaring gemaakt.

1.5*

Fur: An Imaginary Portrait of Diane Arbus (2006)

Beauty & the Beast op Shainbergs wijze

Shainbergs debuut, 'Secretary', was een verdienstelijke poging, die bovenal duidelijk stelde dat we hier met een eigenzinnige regisseur te maken hadden.
Shainberg durfde een stap verder gaan, zonder de grens van het geloofwaardige en acceptabele te overschrijden. Enkel op het einde gaf hij de touwtjes uit handen en zette hij dramatisch een stap in de verkeerde richting.
'Fur' mag zich echter nóg meer kunstzinnig, nóg meer 'arty farty' noemen als zijn voorganger. Aanvankelijk levert dat vaak knappe en aparte beeldconstructies op, al verliest 'Fur' snel zijn vacht.

Qua thematiek leunt 'Fur' sterk aan bij zijn voorganger. Men is namelijk op zoek naar een zeker verlangen, dat hen in staat moet stellen te evolueren van een cocoon tot een volwaardige vlinder. Shainberg tracht daarbij de herkenbaarheid te verhogen door inspiratie te zoeken in het alomgekende verhaal van 'de schone en het beest'.

Gedurende het eerste half uur ben ik dan ook getuige van een haast poëtische enscenering, effectief bijgestaan door een knappe soundtrack.
Wanneer de film echter zijn verwachte wending neemt, valt het geheel als een kaartenhuisje in elkaar en wordt op pijnlijke wijze duidelijk dat Shainberg zijn ambities ditmaal iets te hoog heeft gelegd. Hij tart regelmatig en vooral te vaak de grenzen van het geloofwaardige en reële.
'Fur' is bij momenten je reinste kitch (die scheerbeurt, met de nadruk op 'beurt', zal ik nooit vergeten), wat allesbehalve positief kan genoemd worden.

Daarbij komt dat Shainberg niet kan buigen over een sterk presterende cast. Eens van zijn 'lokken verlost' kan Downey Jr. allesbehalve overtuigen, wat bovendien ook geldt voor Kidman, die moeilijk haar draai vindt binnen het geforceerde karakter van 'Fur'.
De emotionele spanningsboog is met andere woorden nihil, wat andermaal de geloofwaardigheid niet ten goede komt.

Shainberg heeft zonder meer het talent en de rauwe doch frisse stijl om zich te profileren als vaste waarde. Driemaal scheepsrecht...?

2*