- Home
- Matchostomos
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Matchostomos als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Ken Park (2002)
Bij Kids had Larry Clark nog enigszins de visuele ruggensteun van Van Sant. In Ken Park is de kijker louter aangewezen op de tandem Clark – Korine, en die bewijst zich allesbehalve efficiënt. Net zoals in Kids en vooral Gummo ligt de nadruk op een droge registratie van de marginaliteit en de rebellie van de adolescent tegen een andere generatie. Het resultaat is van een soortgelijke aard: het geheel overstijgt zelden de platitude en verkijkt zich eens te meer op het etaleren van gratuite schokeffecten. Bijgevolg ontbreekt de secure observatie die de angsten van jongeren dient te weerspiegelen. Wat betreft visuele competentie en narratief heeft Clark dus andermaal weinig aan de dag te leggen.
1.5*
Kids (1995)
De voornaamste conclusie die we kunnen maken na het bekijken van 'Kids', is de volgende: Clark is klaarblijkelijk geen Van Sant. Waar laatstgenoemde op meerdere niveau's te werk gaat en zo de 'teenage angst' als geen ander weet te vatten, blijft eerstgenoemde hangen in een richtingloze platitude van drugs en seksueel geweld. Clark schokt om te schokken, bekomt vervolgens een uiterst oppervlakkig karakter, waardoor het dan weer lijkt alsof hij zijn boodschap ongegeneerd in de strot van de kijker 'ramt' en nergens enig inzicht biedt. Bovendien valt op hoezeer de verhaallijn van Sevigny's personage zowel emotioneel als visueel (de camera die bij momenten zijn eigen weg gaat, iets waar de medewerking van Van Sant alsnog naar boven komt) boven alles en iedereen uitsteekt. Waarom die tendens zich dan niet verderzet in de andere verhaallijnen, blijft me voorlopig een raadsel...
2*
King of New York (1990)
King and puppeteer
Als enigszins controversieel cineast trekt Ferrara al sinds enige tijd mijn aandacht, al weet ik eigenlijk nog niet echt waarom. Alvast aan films als 'The Funeral' en deze 'King of New York' om daar meer duidelijkheid over te bieden.
Uiteindelijk kon 'The Funeral' zelfs de kleinste verwachtingen niet inlossen (het resultaat was simpelweg te slecht voor woorden), maar wat doet dat ertoe als Ferrara zich met 'King of New York' op haast magistrale wijze herpakt en me vervolgens met ongelofelijk veel ongeduld doet uitkijken naar diens zogenaamde magnum opus 'Bad Lieutenant'.
Als een soort urbane misdaadfilm laat 'King of New York' alvast een donker en symbolisch beeld zien van de rise and fall van gewezen bajesklant Frank White.
Opvallend daarbij is de vrij gedetailleerde wijze waarop Ferrara zijn hoofdfiguur en het respectievelijke verhaal vormgeeft. Zoals hij zelf namelijk duidelijk maakt, is het personage van Walken een vampier, Nosferatu zelve. Walken ziet er, met zijn vaak schrikwekkende gelaatsuitdrukkingen, niet enkel uit als een bloedzuiger, maar speelt er ook één. Meerbepaald het centrale personage Frank White, een onverbiddelijke en bovenal cynische man die, naast zijn sympathie voor de zwarten en een pleit voor de heropening van een ziekenhuis, enkel uit is op het bloed van zijn vijanden. Hij zuigt iedereen leeg om zich andermaal tot koning van New York te kunnen kronen en voor eens en voor altijd de touwtjes in handen te nemen.
Van het metaforische naar het symbolische in 'King of New York'. Symboliek die Ferrara zowel visueel als verhaaltechnische subtiel naar voren brengt, bovendien op geheel theatrale wijze.
Visueel spreken we dan niet enkel over de blauwe filters die een enorme onderliggende kracht uitstralen én de verzorgde mise en scene, maar vooral over de sfeervolle shots van de stad; shots waarbij Walken een blik werpt op de skyline van New York. Of het nu via een weerspiegeling gebeurt of vanop afstand, de symboliek druipt er op uiterst subtiele wijze af.
Verhaaltechnisch slaat het rechtstreeks terug op het rise and fall gegeven: In zijn eerste rit op de metro maakt White namelijk een eerste stap tot het wederopbouwen van zijn rijk. Maar op de metro zet hij eveneens zijn eerste stap naar de ondergang. Geveld en gewond stapt hij in een taxi, waar hij uiteindelijk en ironisch genoeg écht centraal komt te staan, weliswaar omsingeld door het volk en de politie van New York.
Dikke 4* ...en wat mij betreft kan Ferrara zich met 'King of New York' op enigszins bescheiden wijze meten met de groten in het genre: De Palma (en dan doel ik niet op 'Scarface'), Scorsese en Coppola.
Kingdom, The (2007)
Als adept annex protégé van visueel grootmeester Michael Mann, vraagt Peter Berg niet alleen om een aandachtig oog, maar in dit geval ook om een luisterend oor. Niet in het minst omdat ‘The Kingdom’ de troebele relatie tussen de Verenigde Staten en het Midden-Oosten onder de loep legt en dientengevolge perfect in het kader past van het post 9/11 tijdperk en het politiek bewust wordende Tinseltown. Men slaagt er echter zelden in om de interesse van de kijker aan te wakkeren en hen emotioneel te betrekken bij het centrale conflict.
Een vooral bij aanvang roerloze benadering van de louter politieke relatie en een weinig genuanceerde uitwerking van de cultuuroverschrijdende vriendschapsrelatie worden schuldig geacht voor het ontstaan van een relatieve desinteresse bij de kijker. Een kijker die gedurende de speelduur nochtans een zeker respect ondervindt voor Bergs symbolische kijk op een hoopvolle relatie, en hoe die relatie zich dient te ontwikkelen in dergelijke conflictsituaties.
Daarnaast kan Berg overigens met blind vertrouwen steunen op zijn drang naar authenticiteit, die hij doorgaans efficiënt laat weerspiegelen in een intense guerrilla-esthetiek.
Hoe dan ook, het ontbeert Berg voorlopig aan finesse, inhoudelijke panache én emotionele overtuigingskracht, om ‘The Kingdom’ prompt tot een auteurswaardige onderneming te bombarderen.
2*
Kirikou et la Sorcière (1998)
Alternatieve titel: Kirikou en de Heks
'Kirikou et la Sorcière' is een bijwijlen aandoenlijk, maar zelden aantrekkelijk parabeltje over moed en zelfopoffering. De Afrikaanse cultuur wordt opvallend simplistisch weergegeven, doorgaans tot op het enerverende toe. Terwijl de animatie, hoewel geïnspireerd vormgegeven, beperkt is zijn bereik (lees: detail, variatie en invulling van achtergronden) en bijgevolg niet altijd slaagt in zijn opzet om een authentieke Afrikaanse sfeer op te roepen. Een gemis waar ook de Nederlandse dubbing een meer dan ongewenste rol in speelt...
2*
Klass (2007)
Alternatieve titel: The Class
Terwijl Nic Balthazar met 'Ben X' de Belgische bioscopen nog steeds blijft teisteren en de Belgische bioscoopganger nog steeds blijft manipuleren, laat het bescheiden Estland van zich horen met een thematisch en visueel nauw verwante film. 'Klass' buigt zich eveneens over het fenomeen pesten en maakt daarbij maar al te gretig gebruik van een hippe, populistische montage. Het finale resultaat is echter te braaf, te inconsistent en te karikaturaal (met de radicale vader voorop), om van een geslaagde onderneming te kunnen spreken.
U als het ware aangeboden door ons eigenste Ketnet, lijkt het eerste uur meer op een visueel verwaarloosbare zondagochtendfilm, waarin het centrale thema ongeloofwaardig en weinig overwogen aan de man wordt gebracht. In het tweede uur waagt Raag zich vervolgens aan een stukje Shakespeare, dat logischerwijze wordt gedomineerd door puberale vetes en intriges. Het ontbeert 'Klass' echter aan emoties en dat heeft de prent bovenal te danken aan de visuele stijl, die bijna elke emotie schaamteloos teniet doet.
2*
Koyaanisqatsi (1982)
Alternatieve titel: Koyaanisqatsi: Life Out of Balance
Afwisselend hypnotiserend en druk
Koyaanisqatsi is een geval apart, aangezien de film geen enkele vorm van narratief bevat en zo volledig afhankelijk wordt gesteld van zijn combinatie tussen muziek en beeld. De interpretatie wordt daarbij volledig overgelaten aan de kijker, die tussenin en aan de hand van de beeldenstorm een maatschappelijk kritische boodschap moet trachten te zoeken. Die boodschap is overduidelijk en moet voor elke leek zichtbaar zijn; en ondanks het feit dat de makers het zelf nog even expliceren, zou ik het als volgt willen samenvatten: de verantwoordelijkheden van de mens is ons te groot...
Qua opening kan Koyaanisqatsi tellen en daar zit de indrukwekkende baritonstem zeker en vast voor iets tussen. Spijtig genoeg zet deze trend zich niet altijd voort, daarvoor is Koyaanisqatsi wat onevenwichtig om steeds een overweldigende indruk te kunnen maken.
Bij momenten had het zelfs iets Kubrickiaans over zich hangen: het fast forward afspelen van beeld en muziek (A Clockwork Orange); de bijna theatrale vereniging van beeld en muziek (2001: A Space Odyssey). Toch blijf je hier ook op je honger zitten, omdat je wederom het gevoel krijgt dat de sfeer niet consistent genoeg kan blijven. Zo vind ik de betere shots pas op het einde duidelijk naar voren komen. De meeste daarvan zijn uiterst emotioneel geladen close-shots van willekeurige voorbijgangers; blikken die gaan van woede tot cynisme en van triest tot ongelofelijk angstwekkend. Het shot dat me echter het meest zal bijblijven is de uitreikende hand van een oude vrouw die om hulp vraagt.
Hoewel perfectie niet te bereiken is, ben ik van mening dat de kadrering bij momenten beter kon, om zo nog meer symmetrie te creëeren. Het heeft uiteindelijk weinig invloed op de gehele sfeer, maar het gevoel dat het beter kon blijft wel aanwezig.
Het eindproduct gaat uiteindelijk gepaard met een dubbel gevoel. Koyaanisqatsi is bij momenten een subliem hypnotiserende ervaring, maar wil daarbij iets teveel aan je opdringen en komt zo nogal druk over (vooral onder invloed van de muziek).
3*
Kumonosu-Jô (1957)
Alternatieve titel: Throne of Blood
Hoewel ik Akira Kurosawa nog niet geheel had afgeschreven, drong de vrees voor een nieuwe ontgoocheling zich hoe dan ook aan. Die vrees bleek in het geval van 'Throne of Blood' echter ongegrond. Kurosawa's herbewerking van Shakespeare's Hamlet is namelijk een ironische allegorie op machtsobsessies, machtswellust en ongebreidelde hoogmoed geworden. En gezien de politieke context van de prent is een weidse interpretatie naar het heden evenzeer een mogelijkheid, zoniet een noodzaak.
In 'Throne of Blood' serveert Kurosawa zodoende een ontleding van het begrip macht: het verlangen naar macht, het al dan niet respecteren van de norm en het gebruik van macht als doel en middel. In dat opzicht wordt het dan ook interessant om waar te nemen hoe Kurosawa zijn literaire bron met enige zin voor mystiek en theatraliteit naar het feodale Japan vertaalt. Beide elementen voeden het web van wantrouwen, wanhoop en absolute waan, en worden door de tradities van het zogenaamde Noh theater bijzonder theatraal, doch meticuleus tot uiting gebracht. De psychologische fundering van de protagonist en zijn vrouw is dan ook niet geheel onlogisch afhankelijk van de expressies van datzelfde theater. Mifune wordt door mezelf nog steeds niet hoog ingeschat als acteur, maar zijn aangezette mimiek leent zich ditmaal ideaal tot het vertolken van een in se persoon van vlees en bloed, iemand met existentiële twijfels.
De inhoudelijke kwestie ter zijde, toont Kurosawa zich andermaal een mindere estheet, al puurt hij onder invloed van het Noh theater wel een zekere vorm van minimalisme uit de decors en omgevingen. Met als gevolg bovendien dat hij meer ruimte creëert voor het emotieve karakter van de prent. Ten slotte bevat 'Throne of Blood' ook een sinistere en onheilspellende ondertoon, die uiteindelijk zijn climax krijgt in een eerder ironische en hoogst indrukwekkende finale. Kortom: Kurosawa herwint met deze prent deels het vertrouwen.
4*
Kung Fu Panda (2008)
Ik kan niet ontkennen dat Kung Fu Panda bij voorbaat een zekere aantrekkingskracht genoot. Aanvankelijk, met een stijlvol vormgegeven intro, komt de kijker goed aan zijn trekken en de prent tegemoet aan de verwachtingen. Toch verwatert Kung Fu Panda al even snel in een opeenstapeling van platte, doordeweekse en ongeïnspireerde humor. Het regisseursduo laat doorgaans ook veel kansen liggen om een eigen stijl door te drukken. Een stijl die hier letterlijk en figuurlijk naar de achtergrond wordt verschoven. Detail is in Kung Fu Panda zelden aan de orde, alsook een degelijke vormgeving van de personages. Het sporadische gebruik van split-screen en een speels stokjesgevecht met knipoog laten de film niet volledig in vergetelheid achter.
1,5*
