• 17.614 nieuwsartikelen
  • 183.316 films
  • 12.653 series
  • 35.009 seizoenen
  • 658.429 acteurs
  • 200.741 gebruikers
  • 9.490.989 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Mr_Marty als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Salt Path Scandal, The (2025)

The Salt Path is een enorme bestseller waarin Raynor Winn (echte naam Sally Walker) beschrijft hoe zij en haar man Moth (echt naam: Tim) gaan wandelen langs de Britse kust nadat ze hun huis kwijt geraakt zijn en Moth te horen heeft gekregen dat hij terminaal ziek is. Tijdens de barre omstandigheden leren ze zichzelf kennen en gaat Moths toestand ook vooruit door het in de natuur zijn en de beweging.

Alleen bleek dat dus helemaal niet waar te zijn. De Walkers raakten hun huis kwijt, omdat ze een lening met hun huis als onderpand, die ze hadden moet aangaan omdat Sally betrapt was op het stelen van geld van haar werkgever, niet konden terug betalen. En Tim is hoogstwaarschijnlijk helemaal niet ziek. Is hij het wel dan is hij het meest aparte geval van zijn ziekte CBD ooit en toch heeft geen behandeld arts in het VK ook maar een case study over dit zeer opmerkelijke, nooit eerder vertoonde ziekteverloop gepubliceerd.

Deze documentaire is de verfilming van de artikelen waarin onderzoeksjournalist Chloe Hadjimatheou van The Observer het schandaal onthulde, met Hadjimatheou zelf in de hoofdrol. Je krijgt precies de gedegen documentaire die je verwacht van de opbouw rond artikelen van een onderzoeksjournalist van een kwaliteitskrant: goede informatie zonder veel opsmuk. Wel goed voor journalistiekstudenten, want Hadjimatheou neemt je stap voor stap mee door hoe ze het schandaal heeft ontrafeld.

Het is natuurlijk vooral een sappig schandaal in de literaire wereld, vooral omdat de Walkers zo lekker kleingeestig naar blijken te zijn (de lasagne!) Maar een interview met iemand die ook CBD had, door het boek hoop had gekregen en zich schuldig voelde dat hij zelf niet aan zijn herstel had gewerkt door veel te wandelen, leert dat dit boek toch ook wel een vorm van schadelijke kwakzalverij te noemen valt.

Verder blijkt dat Penguin, één van de grootste uitgevers van de wereld, memoires inclusief medische claims publiceert zonder welke vorm van feitencontrole dan ook. En dan ook nog eens geen enkel commentaar willen geven, niets eens een gladde woordvoerder die er met veel woorden omheen lult. Dat is voor mij het echte schandaal.

(Gezien op SkyShowtime)

Send Help (2026)

Allereerst: Eden is toch echt de betere camp-y onbewoondeilandfilm. Hier geen Vanessa Kirby die met een dik Werner Herzog-accent zegt: "Zay are clearly zuffering; let's fuck" of Sydney Sweeney in barensnood die bijna wordt opgegeten door wilde honden. Te weinig mensen hebben Ron Howard zijn innerlijk Paul Verhoeven/Ken Russell zien loslaten in die film. Gaat dat zien!

Maar Sam Raimi geeft ons wel de nodige heerlijke rasechte Sam Raimi splatterkomedie momentjes in zijn eerste horrorfilm sinds Drag Me to Hell uit 2009. In Rachel McAdams heeft hij een goede Bruce Campbell-vervanger gevonden qua manische intensiteit. Ik herkende McAdams niet direct. Van haar filmografie ken ik eigenlijk alleen Spotlight en Midnight in Paris. Dat zijn totaal andere films en het is jaren geleden dat ik ze gezien heb. Maar ze blijkt dus talent te hebben voor over the top horrorkomedie.

McAdams speelt Linda Liddle, een vrouw die alles met te veel ironieloos enthousiasme doet en daardoor enorm cringe is. Als ze na een vliegtuigongeluk op een tropisch eiland komt met haar chauvinst male pig nepo baby van een baas (een degelijke Bradley Preston, die mij verder echt totaal onbekend is; niets op zijn IMDb-pagina laat een belletje rinkelen) blijkt dat haar te fanatieke Survivor-fandom - haar Survivor-auditietape is een hoogtepunt van de film - haar ineens een enorm voordeel geeft ten opzichte van hem.

Als dat klinkt als een nogal standaard setup voor zo een komedie waar twee mensen die elkaar haten tot elkaar veroordeeld zijn, dan klopt dat helaas. Want tussen de momenten waarop Raimi losgaat, is Send Help helaas vaak voorspelbaar en cliché. Het script van de Razzie-genomineerde scriptschrijvers van de Baywatch-film is gewoon niet goed genoeg om dit een nieuwe Evil Dead te maken. Er zit te veel dode tijd tussen de bloedfonteinen.

(Gezien in FilmHallen)

Serpico (1973)

Een film gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Frank Serpico was een politieagent in New York, die enorme corruptie binnen het korps aan de kaak stelde. Gemaakt door meesterregisseur Sidney Lumet en Al Pacino in zijn gouden periode, hetzelfde duo dat twee jaar later de absolute kraker en één van mijn favoriete films Dog Day Afternoon afleverden. Dus dan moet dit ook wel een topfilm zijn, toch?

Dat valt een beetje tegen. Niet dat het een slechte film is. Het eerste deel is zelfs echt goed. We leren Serpico kennen als een atypische agent, een beetje een hippie met een brede culturele interesse - hij gaat zelfs op ballet - en een groot charisma. Hier kan Al Pacino helemaal zijn ei kwijt.

Maar in het tweede deel wordt het voorspelbaar. Serpico blijft maar tegen corruptie aanlopen en wil dat er wat aan gedaan wordt. De korpsleiding komt echter zelf voort uit het systeem en stopt alles in de doofpot. De burgemeester kan zich op dit moment geen ruzie met de politie veroorloven. Serpico raakt steeds verder geïsoleerd en raakt ook verbitterd, wat hij afreageert op zijn vriendin.

Oké, dat is hoe dat soort dingen gaat, maar het is toch allemaal net te veel de bekende weg, zeker omdat het patroon "Serpico wil overplaatsing naar ander district dat niet corrupt zou zijn, maar het blijkt net zo of nog veel corrupter dan het vorige" net iets te vaak herhaald wordt.

(Gezien in FilmHallen)

Seven Year Itch, The (1955)

Alternatieve titel: Geen Tijd om te Blozen

In het kader van de 100e verjaardag van Marilyn Monroe vertoonde Eye The Seven Year Itch. Je weet wel, van de opwaaiende jurk. Maar die foto komt dus niet uit de film leer ik van Eye:

"The Seven Year Itch is in New York opgenomen, en dat heeft Billy Wilder geweten. Duizenden mensen verzamelen zich wanneer Wilder de beroemde scène wil opnemen waarin Monroes jurk opwaait boven een metrorooster, tot groot ongenoegen van Monroes toenmalige echtgenoot, honkballer Joe DiMaggio. Na verschillende mislukte takes wordt de scène uiteindelijk in de studio gedraaid. De beroemde foto komt dan ook niet uit de film zelf."

Maar eigenlijk ben ik dus helemaal geen grote fan van Marilyn Monroe. Ze speelt in alle films ik die met haar gezien heb ongeveer hetzelfde karakter, een extreem naïeve seksbom met een gouden hart, en doet dat met veel maniertjes. Heel veel maniertjes. Het irriteert me behoorlijk snel en ik verwonder me altijd hogelijk dat dit ooit aantrekkelijk of sexy gevonden werd. Maar ik ben wel een fan van Billy Wilder en The Seven Year Itch was één van zijn klassiekers die ik nog niet gezien had, dus toch maar gaan.

Ik moet ook zeggen: topregisseurs als Wilder (naast The Seven Year Itch ook Some Like It Hot), Howard Hawks (Gentlemen Prefer Blonds) en John Huston (The Misfits) hebben allemaal klassiekers gemaakt met Monroe, dus die zagen wel iets in haar, dus wie ben ik om wat anders te vinden? En ik moet toegeven ook dat hoewel ik in die films Monroe ook vaak vrij irritant vind, die soort eindeloze positieve naïeve energie in films met toch een wat cynische ondertoon toch wel een soort positief contrasterende effect heeft, een beetje zoals Todd in BoJack Horseman. (Zou ik de eerste zijn die die vergelijking maakt?)

The Seven Year Itch is ook weer precies zo. Richard Sherman (Tom Ewell, erg goed) stuurt zijn vrouw (Evelyn Keyes) en kind naar Maine voor zomervakantie, terwijl hij in het smoorhete New York achterblijft omdat hij moet werken. Dat was blijkbaar een gebruikelijk arrangement in die tijd, net als dat het als een algemeen bekend gegeven wordt gepresenteerd dat de mannen dat gebruikten om eens flink de bloemetjes buiten te zetten. Richard neemt zich voor dat niet te doen, maar heeft wel heel veel fantasieën waarin hij van middelmatige salaryman verandert in onweerstaanbaar alfmamannetje. Hoewel die fantasieën dan meestal worden gestoord omdat realiteitsbesef zich er in opdringt, vaak in de vorm van zijn vrouw. Die fantasieën zijn het sterkste deel van de film.

Maar dan lijkt zijn fantasie werkelijkheid te worden, want het appartement boven het zijn blijkt voor de zomer te worden gehuurd door Marilyn Monroes karakter, van wie we nooit de naam te weten komen, waarschijnlijk om het soort 'generieke mannenfantasie'-gehalte te benadrukken. Ze komen in contact omdat ze Sherman bijna vermoordt met een tomatenplant die van het balkon valt door haar onhandigheid.

Dit is het punt waarop Monroe vol op het orgel gaat met hele act. En dat was toch weer even doorbijten voor me. Maar inmiddels weet ik: op de langere termijn werkt het en Wilders films lijken in het begin ook vaak wel erg kluchtig en flauw, maar langzamerhand krijgen ze heel stiekem inhoudelijk substantie en blijken ze slim in elkaar te zitten en ze worden daardoor eerder grappiger dan minder grappig dan in hun kolderieke begin.

Dat geldt ook weer voor The Seven Year Itch. Dus gewoon weer geslaagd, hoewel luchterige films als deze en Some Like It Hot het toch voor mij toch nooit zullen halen bij Wilders toppers als Sunset Boulevard, Ace in the Hole of The Apartment.

Oh, en hoe middelmatig Richard Sherman ook mag zijn, hij was wel zijn tijd ver vooruit op het punt van het inzien van de gevaren van frisdrank met nul natuurlijk ingrediënten en hij heeft een goede smaak in muziek. Dat 2e pianoconcert van Rachmaninov moet ik toch echt een luisteren.

(Gezien in Eye Filmmuseum)

Showgirls (1995)

Eindelijk gezien en het blijkt gewoon een prima film? Wel campy melodrama, maar dat past prima bij het onderwerp en de locatie van wereldkitschhoofdstad Las Vegas. Qua humor en thematiek veel overeenkomsten met Robocop, maar dan met de feminien gecodeerde soap opera in plaats van de masculiene b-actiefilm als uitgangspunt. Het zou ook wel een goede double bill vorm met iets als Wild at Heart, met als verschil dat David Lynch. hoewel hij het absurde er wel van inziet, nog wel houdt van naïeve Americana kitsch, waar Verhoeven er alleen maar om kan lachen. Bloot en seks overal, maar o wee als er iemand 'Fuck' zegt.

Ook heel goed hoe Verhoeven, choreograaf Marguerite Pomerhn Derricks en het team verantwoordelijk voor licht, geluid en muziek werkelijk alle erotiek uit al dat naakt weten te halen. De muziek is één en al hard beats en koude synthesizers, het licht hard, de decors altijd dingen als bergen of oude fabrieken en de lichamen gestaalde perfectie die militaristisch in plaats van sensueel bewegen (wat op het einde nog van pas komt, waardoor het wel heel expliciet wordt, maar dat is Verhoeven.) Het heeft meer van doen met lijven zoals je ze ziet in fascistische propaganda dan met seks. Gezien Verhoevens obsessie met fascistische propaganda in het algemeen en Riefenstahl in het bijzonder, kan dat geen toeval zijn.

Ook heel Verhoevens hoe efficiënt alles wordt verteld. De openingsscene waarin Nomi Malone (Elizabeth Berkley) een agressieve man die haar een lift geeft op zijn plaats zet en de radio verandert van het geïdealiseerde Amerika van Garth Brooks naar de parodie van de excessen ervan door Sisters of Mercy, vertelt ons meteen alles over het karakter en haar motivaties en de bedoelingen van de film.

Maar vooral dus vaak heel grappig. Joe Eszterhas schreef scherp kattige, soms bijna John Waters-achtige dialogen, maar mijn favoriete moment is een visuele grap: als Kyle MacLachlans karakter de neon palmbomen aanzet. (Oh ja, Kyle MacLachlan zit in deze film, wat gezien de toon eigenlijk onvermijdelijk is.)

Raar dat dit aanvankelijk zo misbegrepen werd. Maar goed, bij Starship Troopers snap je dat ook niet.

(Gezien in Lab111)

Sjunde Inseglet, Det (1957)

Alternatieve titel: The Seventh Seal

Ik ben geen herkijker van films: waarom iets zien wat ik me nog grotendeels herinner als er nog zoveel nieuws te ontdekken valt? Dus als ik het doe, is als ik zeker weet dat ik de meeste details vergeten ben, na meer dan 5 jaar of zo. Maar Det Sjunde Inseglet maakte zoveel indruk dat ik hem al na bijna 2 jaar weer opnieuw ben gaan kijken. En deze keer was hij alleen maar indrukwekkender.

Laat je niet door anti-Bergman propaganda beïnvloeden. Det Sjunde Inseglet is een serieuze film en één waarin veel diepgang zit, maar geen ingewikkelde. De kracht zit hem juist in de helderheid waarmee Bergman zijn gedachten over het geloof en de dood tot uitdrukking weet te brengen via zijn karakters. En zoals bij alle beste kunst over de dood zit er ontzettend veel humor in Det Sjunde Inseglet, van middeleeuwse platte humor tot de messcherpe oneliners van het karakter Jöns. En dan krijg je de geweldige zwart-wit cinematografie van Gunnar Fischer er nog bij.

De programmering van de film bleek helaas ook nog behoorlijk relevant: een film over een plaag die iedereen van ver ziet aankomen en daardoor confronteert met de eigen sterfelijkheid onder de profetische woorden: "Er kwam hagel en vuur, gemengd met bloed, en dat werd op de aarde geworpen. Een derde deel van de aarde brandde af, evenals een derde deel van de bomen en al het groen."

(Gezien in Lab111)

Slaughterhouse-Five (1972)

George Roy Hill (The Sting, Butch Cassidy & the Sundance Kid) verfilmt Kurt Vonneguts klassieke roman. Lastig boek, want het springt continu door de tijd, en die tijdsprongen zijn de essentie, dus dat moet er in blijven. Het scenario van Stephen Geller weet dit, na een wat houterig begin om het uit te leggen, goed en behoorlijk soepel te vangen.

Wat verder goed is, is het deel waar hoofdpersoon Billy Pilgrim (Michael Sacks) als krijgsgevangene van de Duitsers het bombardement op Dresden meemaakt en daardoor getraumatiseerd raakt. Met hulp van een aantal indrukwekkende sets weet Hill goed de totale destructie te laten zien. Ik moest ook meteen aan recente beelden van Gaza denken. Vooral ook omdat Vonneguts humanistische boodschap dat ook tegen burgers van nazi-Duitsland dit gewoon een oorlogsmisdaad was, goed naar voren komt.

Maar de film heeft ook duidelijke problemen. Zoals voor veel films van rond 1970 is ook voor Slaughterhouse-Five 'seksuele bevrijding' vooral een reden om erg seksistisch te zijn. En de scherpe humor van Vonnegut wordt ingeruild voor kluchtig gedoe. Glenn Gould als componist staat ook wel chic, maar de drukke Bach-stukken die hij heeft gekozen voor de soundtrack waren wat mij betreft vaak wel erg aanwezig.

Verder is geen van de acteurs echt spetterend. Hoofdrolspeler Sacks kende ik ook helemaal niet. Deze film blijkt zijn debuut, maar zijn carrière is ook verder niet van de grond gekomen, hoewel hij wel nog in Spielbergs debuut Sugarland Express speelt.

(Gezien in FilmHallen)

Smile (2022)

Deze horrorfilm begint heel sterk: een patiënt van psycholoog Rose Cotter (Sosa Bacon, dochter van) pleegt op gruwelijke wijze zelfmoord in de spreekkamer. Ze zegt hiertoe te worden gedreven door een kwade geest, die zich manifesteert als mensen met een kwaadaardig verwrongen lach op hun gezicht. De vloek springt vervolgens over op Rose.

Het ziekenhuis waar zich dit afspeelt is een sterk staaltje uncanny valley interieur met zijn pastelroze en -blauwe kleurenschema en net te grote en net te kale spreekkamer. Het had zo uit een Dario Argento of David Lynch-film kunnen komen (specifiek Blue Velvet.) Maar de rest van de film is veel conventioneler en op een gegeven moment zitten we toch weer gewoon in een vervallen hut in het bos.

Dat blijft de hele film een beetje zo. Schrijver en regisseur Parker Finn doet af en toe echt heel goede dingen, maar lijkt zelf niet helemaal te beseffen wanneer hij goud in handen heeft en wanneer hij middelmaat produceert. Hij laat daarom ook kansen liggen. De beste gedeeltes van de film zijn de meer surrealistische psychologische horror, maar Finn gooit het net zo vaak liever over de boeg van een goedkoop schrikeffect.

Bijna vanzelfsprekend is de film met zijn bijna 2 uur ook te lang. Dat komt omdat Smile de fout van veel moderne horrorfilms maakt om te veel aandacht te geven aan de dramatische kant van het verhaal. Een film vol jumpscares en grand guignol leent zich simpelweg niet voor het vertellen van een goed onderbouwd drama over een traumatische jeugd. Het dramatische deel haalt de vaart uit de horror en het horrordeel maakt dat het dramatische deel groezelig voelt. Gewoon een setup maken en dan 90 minuten knallen met die horror. (Misschien dat een absolute topregisseur hier ooit in gaat slagen.)

Maar door een aantal ijzersterke momenten en een zeer overtuigende performance van Bacon, wiens bijna zwarte ogen (dat blijken geen contactlenzen, wat ik eerst dacht) ook perfect zijn voor deze op gezichten gefocuste horror, toch nog een dikke voldoende.

Gezien op HBO Max.

Spartacus (1960)

Epische anti slavernijfilm van Stanley Kubrick die helemaal niet Kubrickiaans aanvoelt, waarschijnlijk omdat het meer een inhuurklus was nadat de oorspronkelijk regisseur Anthony Mann ontslagen was door hoofdrolspeler en producent Kirk Douglas.

Het is meer een typische sword-and-sandal film zoals Hollywood ze in die tijd graag maakte. Maar zoals het ook ging in die tijd, werd de film, zowel aan als net onder de oppervlakte, ook gebruikt door het creatieve team om flink te morrelen aan de conservatieve moraal van het Amerika van die tijd. Bij een anti-slavernijfilm uit 1960 is dat voor één aspect sowieso overduidelijk, maar er zit ook wel een socialistische boodschap in, met de eerlijke slaven tegen de decadente, rijke Romeinse elite. Scenarioschrijver Dalton Trumbo - die ook de nu vooral dankzij 'One' van Metallica bekende anti oorlogsroman Johnny's Got His Gun schreef en die zelf verfilmde - stond zelfs op McCarthys zwarte lijst. En er is ook nog wat ruimte voor knipogen richting homo- en biseksualiteit, maar ik had gezien de reputatie van de film en de voorliefde van Hollywood voor een goede gay subtext in die tijd (al die films met een 'butler' in kamerjas...) dat eigenlijk wat prominenter verwacht.

De film heeft zijn zwaktes. Net als nu vocht Hollywood toen tegen een nieuw medium, alleen was dat toen televisie in plaats van social media. Het recept voor de tegenaanval was hetzelfde: epische films op groot formaat met veel spektakel en een lange speelduur; Spartacus duurt dik drie uur. En net als nu ook vaak zo is, had dat ook hier best korter gekund. De ouverture met alleen muziek over een zwart beeld kan sowieso weg. Het leger van Spartacus trekt ook vaak wel erg lang door wat Italië moet zijn, hoewel dat stuk woestijn dat duidelijk niet is. En als ze dan hun kamp opslaan, krijgen we een lange scene met sfeerbeelden uit het kamp. Oefenende soldaten, kokende vrouwen, spelende kinderen, etc. Dat voelde ook allemaal als vulling. Vaak is dat dan ook nog duidelijk in de studio opgenomen.

Over die muziek gesproken: componist Alex North kreeg er een Oscar-nominatie voor, maar ik vond hem vaak te prominent aanwezig. De muziek lijkt ook wel ook onder bijna elke scene te zitten.

Het zwakste punt is voor mij de hele romance tussen Spartacus en Varinia (Jean Simmons). Die is echt hopeloos ouderwets geschreven, zelfs voor de tijd, en totaal niet overtuigend, ondanks dat Simmons haar best doet. Aangezien de relatie wel een belangrijke rol inneemt in het verhaal, zeker naar het einde toe, doet dat behoorlijk afbreuk aan de film.

Maar een spektakel is het wel. Gefilmd in Technicolor in een formaat dat Technirama heet, dus alles knalt in felle kleuren van het extra breedbeeld scherm af. Er zitten niet heel veel grote actiescenes in de film, maar wat er in zit is het dubbel en dwars waard. Echt zo een film waar een aantal stuntmannen een brandende boomstam over zich heen gerold krijgen of geplet worden onder een vallend hek. Er zit ook een spectaculair gladiatorengevecht in van Douglas met de behemoth van een acteur Woody Strode. Het leek me onrealistisch dat de veel kleinere Douglas dit zou winnen en ik moet zeggen: de film lost dat sterk op, ook gezien de beoogde boodschap.

Wat betreft het acteerwerk is Kirk Douglas verder degelijk, maar de show wordt gestolen door drie Britse zwaargewichten (in twee gevallen letterlijk): Laurence Olivier als Crassus, Charles Laughton als Gracchus en Peter Ustinov als de sardonische Batiatus, de houder van de gladiatorenschool waar de opstand van Spartacus begint. De scenes met deze drie zijn de beste momenten van de film. Ustinov kreeg een verdiende Oscar voor beste mannelijke bijrol.

(Gezien in Eye Filmmuseum)

Stalker (1979)

Alternatieve titel: Сталкер

Tarkovsky maar weer eens een kans gegeven, voor de derde keer. De eerste keer was rampzalig met Mirror. Maar goed, daar had ik nog het idee dat je een grote kennis van Sovjet/Russische geschiedenis en cultuur moest hebben en misschien zelfs wel op een hoog niveau Russisch spreken om de film echt te kunnen waarderen (er zitten meerdere gedichten in.)

Toen Solaris. Al wat beter, maar een flinke hap van die film bestaat uit een videovergadering (wat dat betreft wel goed voorspellende scifi). En ook rare dingen, zoals die autorit door Japan. En het paard. En veel gepraat dat voelt als een paar filosofiestudenten op vrijdagmiddag in een bar met een paar borrels op. De film voelde voor mij een beetje als het overambitieuze debuut van een erg intelligente, maar zichzelf daarvan iets te bewuste man die zowel filosofie als film heeft gestudeerd.

Stalker blijkt meer van dat zelfde, maar dan theologie en film. Het is namelijk behoorlijk expliciet een film over geloof. Ik ben atheist, maar op zich heb ik daar geen probleem mee; de Bergman-klassiekers die daar over handelen horen bij mijn favorieten. Maar Tarkovsky gaat meer voor een soort mystieke inslag en mystiek en spiritualiteit, daar kan ik dus echt helemaal niets mee. Bovendien: grote citaten uit Openbaringen in een droom, dat kan echt niet, Andrei. Dat laten we aan goedkope horrorfilms. Die Emmaüsgangers waren dan wel weer goed gevonden.

Goed, gewoon niet mijn regisseur. Tarkovsky en ik kijken heel anders naar de wereld. Dat kan.

Maar de film krijgt ook veel lof voor de vormgeving. Die vond ik ook niet meer dan wel aardig. Wel invloedrijk, maar bijvoorbeeld Il Deserto Rosso deed dat industriële al veel beter. Verder snap ik dat Tarkovsky waarschijnlijk effectbejag onder zijn stand vond en het budget beperkt was, maar het is wel echt armoede als de hoofdpersonen telkens moeten uitleggen wat er aan de hand is. Wat low-budget creativiteit met film en camera's en zo had daar een hoop kunnen helpen. De heel enge tunnel was ook minder eng dan menig matig verlicht fietstunneltje hier in Nederland. Ook iets dat gemakkelijk beter had gekund.

Wat Stalker voor heeft op de andere twee Tarkovsky films die ik heb gezien, zien de af en toe lekker scherpe dialogen. Vooral De Schrijver (Anatoliy Solonitsyn) heeft een stel mooie rants. Mykola Hrynko geeft de Professor dan weer een mooie droogkomische touch. Zelfs wat fysieke humor met de bom.

Verder heeft Stalker de Helena van Troje onder de filmhonden, een herder met een vacht zo glanzend zwart dat dat vast alleen bereikt kon worden met Sovjet-middeltje dat nu op een zwarte lijst van chemicaliën staat. Ook wat waard.

(Gezien in Lab111)

Swimmer, The (1968)

Normaal vind ik spoilers niet zo belangrijk - het gaat me er veel meer om hoe het verhaal verteld wordt, dan wat het plot is - maar The Swimmer is een zeldzaam geval waar ik ten zeerste aanraad om de film te gaan kijken met zo min mogelijk informatie vooraf. Oh, en ook blijven kijken als je in het begin denkt dat je het helemaal niets vindt.

Laat ik het zo zeggen: het is alle seizoenen Mad Men samengevat in één handzame film van 95 minuten. Een meedogenloze satire over het einde van het tijdperk van handtastelijke playboys in het kapitalistische wonderland van Amerika tussen 1945 en 1968. Als alle met drank overgoten tuinfeestjes zijn geëindigd met een kater, alle buitenechtelijke affaires zijn geëindigd met een schreeuwpartij in een restaurant en alle zwembaden zijn leeggepompt, dan volgt het zwarte gat. Erg goed geschreven, met een glansrol van Burt Lancaster. Af en toe misschien iets te dik aangezet, hoewel dat dik aanzetten ook de grappigste momenten oplevert.

Westchester, Connecticut is trouwens wel wonderschoon.

(Gezien in Lab111)