Meningen
Hier kun je zien welke berichten Mr_Marty als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Backrooms (2026)
Clark (Chiwetel Ejiofor), een in in het leven teleurgestelde architect die onsuccesvol manager van een meubelzaak met alleen maar heel lelijke meubels is geworden, vindt een oneindig labyrinth in de kelder van zijn zaak. Hij vertelt zijn therapeut Mary (Renate Reinsve), die zelf de nodige bagage heeft, erover. Als Clark verdwijnt, gaat ze naar hem op zoek.
Er zaten behoorlijk wat dingen in Backrooms die ik goed vond. Ejiofor is goed in de hoofdrol, de praktische effecten, die af en toe een beetje houtje-touwtje zijn (waar ik van houd), de bewuste lelijkheid van alles.
Maar als geheel werkt het allemaal net niet. Het is allemaal een beetje halfbakken. Je kunt dingen open laten zodat het surrealistisch en raadselachtig blijft, maar ook omdat het niet goed is uitgewerkt. En hoewel Backrooms duidelijk in de categorie van films zit die voor het eerste gaat, had ik toch vaak meer het gevoel dat het het tweede was. Of je legt iets uit of je legt het niet uit, zodat het raadselachtig en droomachtig wordt. Backrooms eindigt voor mijn vaak in een niemandsland ergens halverwege. Dit is ook zo een horrorfilm waarin iedereen kiest voor de meest impulsieve, stupide manier van handelen.
De film wint ook niet echt de originaliteitsprijs. De hele esthetiek was me als liefhebber van een bepaald type computergame ook overbekend: stukje found footage met schuddende camera, eindeloze gangen die telkens veranderen met daarin lukraak geplaatste stapels identieke voorwerpen die soms door muren heen clippen. Oh, en er is ook een monster dat op geluid afkomt. En daar dan een existentieel verhaal waarbij de vorm van de horror wordt bepaald door trauma's. The Stanley Parable en vooral opvolger The Beginner's Guide kwamen bij me op als duidelijke inspiratiebronnen, maar ook meer standaard horror als Layers of Fear en zelfs Little Nightmares. Ook denk ook aan de romans House of Leaves en zelfs Alice in Wonderland.
De film had ook veel last van opvulling. Er zijn veel lang aanhouden overgangsshots van het Californische stadje waar het zich afspeelt en dat dwalen door het doolhof ging soms wel erg lang door. Dat was nog tot daar aan toe geweest als de film 80 of 90 minuten was geweest, maar hij is 111 minuten lang. Daar hadden voor mijn gevoel zo 20 minuten vanaf gekund.
(Gezien in Kriterion)
Bataille de Gaulle Film 1: l'Âge de Fer, La (2026)
Alternatieve titel: De Gaulle: Résistance
Als Frankrijk capituleert en het collaborerende Vichy regime onder maarschalk Pétain wordt gevormd, weigert één man mee te doen: de tamelijk onbekende, net tot generaal bevorderde Charles de Gaulle (Simon Abkarian). Die gaat naar Engeland en probeert daar een alternatieve Franse regering op te zetten. Maar De Gaulle is enorm koppig en rechtlijnig en ook niet bijzonder charismatisch, dus heel goed gaat het hem niet af. De Engelsen helpen niet mee door de Franse vloot te bombarderen nadat admiraal Darlan (Matthieu Kassovitz) kiest voor Vichy, waarbij meer dan 1000 Fransen omkomen. Sowieso is alleen Winston Churchill (Simon Russell Beale) op de hand van De Gaulle, juist vanwege die koppigheid. Maar ook Churchill kan olifant in de porseleinkast van de internationale oorlogsdiplomatie De Gaulle niet blijven steunen.
Ondertussen wil ook student Fernand (Florian Lesieur) niets van capitulatie weten. Hij gaat zich met het studentenverzet bemoeien en komt zo in aanraking met Livia (Anamaria Vartolomei), op wie hij verliefd wordt.
Dit is het eerste van twee films over De Gaulle en dit deel behandelt de Tweede Wereldoorlog. Het is een groot historisch epos in lijn met een film als Patton. Het deel over de slag bij Bir Hakeim is bijna een oorlogsfilm op zich. Daar duikt ook Benoît Magimel op als generaal Kœnig. Magimel is één van mijn favoriete acteurs, dus die had van mij wel een nog grotere rol mogen krijgen.
Hoewel dit in allerlei opzichten een ouderwets epos is, is regisseur en scenarioschrijver (dat laatste met Bérénice Vila) Antonin Baudry in één opzicht heel modern: hij gelooft duidelijk absoluut niet in The Great Man Theory of History. De Gaulle is heel expliciet een Don Quixote, een man die totaal het contact met de werkelijkheid kwijt is en daar juist zijn moed vandaan haalt. Simon Abkarian slaagt er in deze generaal ondanks zijn belachelijkheid toch ook wel de nodige kracht te geven. Het is sowieso een wonder dat de casting director een acteur heeft weten te vinden die behoorlijk lijkt op de generaal. Volgens een Engelsman "een man met de heupen van een vrouw en een gezicht als een banaan". En dan noemt hij die bijna 2 meter kaarsrecht militair postuur die hem veel van zijn overwicht geeft nog niet eens. Dit wordt gecontrasteerd met de veel geliktere admiraal Darlan (Mathieu Kassovitz), die de keuze heeft te kiezen voor de Vrije Fransen, maar zich uit opportunisme bij het Vichy regime aansluit.
Het hele Vrije Fransen project is aanvankelijk een opeenstapeling van mislukkingen. De enige gouverneurs die in de koloniën die zich willen aansluiten bij zijn rebellie tegen Vichy zijn die van de Nieuwe Hebriden (helemaal in de Stille Oceaan) en die van Tsjaad. Het bezetten van het ene nauwelijks bemande fort daar, plus want andere stukken centraal Afrika en die twee Franse eilandjes voor de kust van Canada zijn aanvankelijk de enige successen. Bij het eerste deel, weet De Gaulle ondanks zijn geloof dat muggen De Gaulle niet steken, malaria op te lopen en leidt de poging na oerwoud en woestijn ook de belangrijke havenstad Dakar te veroveren prompt tot een enorme nederlaag. Het tweede leidt tot een internationale rel omdat Roosevelt niet gediend is van militaire actie in zijn voortuin. Dit verandert pas met het succes van Kœnig in Bir Hakei en De Gaulle zit veilig in Londen als dat zich afspeelt.
Het andere aspect van De Gaulle, waardoor hij de laatste tijd weer in en vogue is en dat waarschijnlijk ook een reden is dat deze films nu gemaakt worden, komt ook duidelijk naar voren. De Gaulle zegt expliciet dat na de Tweede Wereldoorlog alle landen vazalstaten van de Verenigde Staten zullen worden, maar dat hij zal zorgen dat Frankrijk soeverein blijft. Roosevelt (Campbell Scott) is ook één van de grote slechteriken in het verhaal. Het is dat De Gaulle met zijn onbezonnen acties Roosevelt en Churchill telkens voor het blok zet, anders hadden ze het al lang op een akkoordje gegooid met Pétain. Dat doen ze op een gegeven moment ook en dat is ook het moment dat de verhaallijn van Fernand eindelijk in contact komt met die van De Gaulle. Toch voelt het vooral of de verhaallijn van Fernand is toegevoegd om een meer invoelbare held naast de larger than life De Gaulle neer te zetten.
Dat is één van de weinige zwakke punten in wat verder gewoon een zeer sterke publieksfilm is. Toen ik de film bezocht waren er maar heel weinig bezoekers, wat jammer is, want ik denk dat veel mensen die naar The Odyssey gaan, ook De Gaulle: Résistance zeer zouden kunnen waarderen. Baudry is zelfs stukken beter in expositie soepel in de film invoegen dan Nolan. De grote zeeslagen zijn wat computerig, maar niet meer dan gemiddeld, maar voor de Slag bij Bir Hakeim lijkt de historische tankclub zich flink te hebben mogen uitleven in de woestijn. De distributeur had blijkbaar ook hoop op meer, want anders was de titel niet vereenvoudigd van het toch ook niet al te ingewikkelde Frans van La bataille de Gaulle: L'âge de fer.
Blue Heron (2025)
Veel juichende recensies voor deze film, maar ik vond het allemaal een beetje gekunsteld. Het is een semi-autobiografische film van Sophy Romvari over haar halfbroer met opvoedproblemen, die na een hoop ellende voor hem en zijn familie overleden is.
Het eerste deel van de film is een reeks herinneringen aan een zomervakantie. De stand-in voor Romvari hier heet Sasha (Eylul Guven). Met haar verder uit moeder (Iringó Réti), vader (Ádám Tompa), twee broertjes en veel oudere halfbroer Jeremy (Edik Beddoes) bestaande familie van Hongaarse immigranten betrekken ze een nieuw huis op Vancouver Island tijdens de zomervakantie. Dat levert voor Sasha een reeks mooie zomeravondherinneringen aan het mooie Vancouver Island op. Jeremy is alleen nogal vervelend.
Nou zijn de manieren waarop hij vervelend is in dit deel mijn inziens niet zo bijzonder voor een puberjongen die zich dood verveelt op een zomervakantie, zeker omdat hij telkens mee moet met alle puberonvriendelijke uitstapjes met het kleine grut en zijn moeder, omdat zijn stiefvader vanuit huis werkt (iets met computers.) Jeremy stuitert irritant met een bal tegen de muur, pest zijn broertjes, klimt op het dak, loopt weg om fris te kopen bij een benzinestation zonder het te zeggen en wordt gepakt voor een winkeldiefstal. Eén keer is de misdaad zelfs: "raar zonnen". Ma helpt niet mee door geen enkel inzicht te tonen in deze toch vrij duidelijke situatie en moedigt Jeremys gedrag zelfs onbedoeld aan door te happen op elke provocatie. Pas helemaal op het einde gebeurt iets wat redelijk schokkend is.
Maar dit is wel allemaal erg mooi gefilmd - nogmaals: zomeravonden, Pacific Northwest - en ook goed geacteerd. Eylul Guven is erg goed als de jonge Sasha, net als Iringó Réti als de gestreste moeder en Edik Beddoes als getroebleerde jongere. Op basis daarvan toch nog een voldoende voor de film als geheel.
Maar dan wordt het ineens een fictieve documentaire over de volwassen Sasha (Amy Zimmer) die probeert te achterhalen wat nu eigenlijk het probleem met Jeremy was. Dat levert niet echt geweldig filmmaken op als "maatschappelijk werkers bediscussiëren het dossier van Jeremy in een vergaderzaaltje" en "volwassen Sasha leest een bericht achter dat een oude vriend van Jeremy die ze nooit gekend heeft, heeft achtergelaten op Facebook". Ook veel sfeervulling als volwassen Sasha die ergens naar toe rijdt of ontbijt voor zichzelf en haar hond maakt. Wat ik dan op zich wel kon waarderen, omdat Amy Zimmer een Kate Bush-achtige schoonheid heeft.
Maar het belangrijkste: we leren we pas uit dat dossier dat Jeremy wel degelijk echt heel erg een probleemjongere was, met een aantal schokkende voorbeelden die worden genoemd. Die zitten alleen dus allemaal niet in het eerste deel van de film, dat daarmee toch wel een incompleet beeld blijkt te hebben geschapen. Op zich logisch, want het is gebaseerd op de persoonlijke herinneringen van de jonge Sasha. Die kon het waarschijnlijk niet overzien, ouders houden kleine kinderen sowieso meestal toch weg van problemen en ze heeft het ook niet allemaal onthouden. Maar daardoor kwam het eerste deel voor mij wel erg los te staan van het tweede deel.
En hij is wel al overleden, toch knaagde het een beetje aan me dat de echte Jeremy het naar mijn idee vreselijk gevonden zou hebben dat deze film over hem gemaakt is.
Blue Moon (2025)
Al snel na Nouvelle Vague (nog niet gezien) alweer een nieuwe film van Richard Linklater, net als die film en Hit Man weer fictie gebaseerd op ware gebeurtenissen.
In Blue Moon zien we de ondergang van Lorenz Hart. Hij was de tekstschrijver voor componist Richard Rodgers en samen hebben ze klassiekers als 'My Funny Valentine', 'The Lady Is a Tramp' en dus 'Blue Moon' geschreven. Maar vanwege Harts alcoholisme en zijn algemene instabiliteit, is Rodgers voor een keer gaan samenwerken met Oscar Hammerstein. De film speelt zich grotendeels af op de nacht van de officiële première van het eerste resultaat van die samenwerking, Oklahoma! Het is een daverend succes en Hart ziet de bui al hangen. Hij verlaat de voorstelling vroeg en gaat naar al restaurant Sardi's, waar het openingsfeestje zal worden gehouden, om zich te bezatten en "rage, rage against the dying of the light".
Dit is een heel erg toneelachtige film, wat verklaart hoe Linklater hem zo snel kon maken. Hij speelt zich bijna geheel af in de bar van Sardi's en bestaat vooral uit een eindeloze woordenstroom van Ethan Hawke als Hart, de man die alles dreigt te verliezen. Ik houd daar wel van, vooral als er veel vileine opmerkingen en scherpe observeringen worden geplaatst. (De arme ondertitelaar van dienst moet regelmatig zijn of haar meerdere erkennen in het enorme talige script vol discussies over rijmschema's in klassieke Broadway songs en woordgrappen.) Ook wel echt een showcase voor Hawke, die dan ook werd genomineerd voor een Oscar voor beste acteur, terwijl er ook een nominatie is voor beste script.
Zelf vond ik Hawke ook wel heel erg goed, maar Andrew Scott (sowieso wel mijn favoriete acteur van het moment) als Richard Rodgers nog net iets beter. Die won dan ook de Zilveren Beer voor beste bijrol in Berlijn, maar is merkwaardig genoeg dan weer niet genomineerd voor een Oscar. Verder sterke ondersteuning van Bobby Cannavale, dé acteur als je een rasechte New Yorkse barman nodig hebt, Margaret Qualley en Jonah Lees.
Echt ouderwets vakwerk dus. Net een tikje te ambachtelijk om echt te spetteren naar mijn smaak, maar zeker wel een aanrader. En ik denk dat daar nog ruim de tijd voor is, want gezien de opkomst in Eye dit is weer eens een rasechte boomerbuster. Dat betekent dat deze film waarschijnlijk nog heel lang gaat draaien in de matinees in kleine zaaltjes, die dan wel goed gevuld zijn met 70-plussers.
Boom, Il (1963)
Alternatieve titel: The Boom
Giovanni Alberti (Alberto Sordi) heeft op te grote voet geleefd. Hij wilde zijn vrouw Silvia (Gianni Maria Canale), een generaalsdochter, te veel behagen en niet onderdoen voor zijn leidinggevenden, die profiteren van de vastgoedboom in Italië en van feestje naar feestje gaan. Nu moet Giovanni op korte termijn 3 miljoen lire regelen, anders komen de deurwaarders alles weghalen. Mevrouw Bausetti (Elena Nicolai), echtgenote van de grootste vastgoedontwikkelaar, komt met een voorstel. En het blijkt iets heel anders dan wat Giovanni (en de kijker) aanvankelijk denkt. (Realiseer me nu door aanvankelijk per ongeluk 'Baustetti' te typen in plaats van 'Bausetti', dat de naam waarschijnlijk een woordgrapje op 'Baustätte' is.)
Ik had nog nooit iets van De Sica gezien, dus toen ik deze film zag op Mubi, maar eens gaan kijken. En dat is een zeer aangename kennismaking, want Il Boom blijkt een heel erg Billy Wilderiaanse satire te zijn, die zo op een double bill met The Apartment kan, ook wat betreft kwaliteit.
Net als bij Wilder is het aan de oppervlakte allemaal erg luchtig, met ook de nodige slapstick. Sordi heeft daar ook talent voor. De easylisteningsoundtrack versterkt het gevoel van lichtheid nog eens. Maar ondertussen is de film een serieuze satire op de uitwassen van het kapitalisme, zonder ooit belerend te worden.
Nog een overeenkomst met Wilder: Il Boom is enorm virtuoos gefilmd en gemonteerd, zonder ooit flashy te zijn. Zoals de film opent: dat is nou tempo. Waarom kan dat schijnbaar niet meer in moderne films? Elke scene ziet er ook fantastisch uit, zonder dat je ooit het gevoel krijgt dat De Sica het mooie plaatje gefilmd heeft voor het mooie plaatje. Het feestje waarop Alberti dronken wordt is mijn favoriet - "We zijn hier allemaal socialisten" - maar het einde is ook geweldig gefilmd.
Wel een (te verwachten) minpuntje: typisch Italiaans geluid, waarbij de geluidsband soms helemaal los lijkt komen te staan van het beeld.
(Gezien op Mubi, maar na afloop zag ik dat film ook te zien is op Netflix, de streamingdienst die er alles aan lijkt te doen om zijn klassiekers te verbergen. Misschien toch wel de betere keuze, want Mubi heeft de laatste tijd bij mij last van haperingen.)
