Meningen
Hier kun je zien welke berichten Mr_Marty als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Agente Secreto, O (2025)
Alternatieve titel: The Secret Agent
Ik ga het meteen verklappen: er zit geen enkele geheim agent in deze film en ook het liedje, dat elke keer als ik de Engelse titel lees in mijn hoofd komt, staat niet op de soundtrack. Maar de tekst daarvan is wel heel toepasselijk voor de hoofdpersoon:
There's a man who leads a life of danger
To everyone he meets he stays a stranger
With every move he makes
Another chance he takes
Odds are he won't live to see tomorrow
Secret agent man, secret agent man 
Het is 1977 en onze niet echt geheim agent Marcelo (Walter Moura), is op weg van Brasilia naar Recife, de voormalige Nederlandse kolonie (grappig genoeg zit er ook Nederlands geld in deze film) op de neuspunt van Brazilië, en tevens haaienaanvalhoofdstad van Zuid-Amerika. Dat laatste speelt nog een rol in de film. Als Marcelo stopt bij een tankstation, ligt daar een lijk onder een stuk karton. Het blijkt een dief die is neergeschoten door de nachtwaker. De politie is gebeld en doet er niets aan. Of toch? Want ze komen er net aan met loeiende sirenes. Maar dat blijkt te zijn om Marcelo af te persen; het lijk kan ze niets schelen. We leren wel dat Marcelo erg op zijn hoede is en hij blijkt later inderdaad een soort dissident tegen wil en dank te zijn.
Ondertussen arriveert in Recife zelf de kleurrijke chef (nooit meneer!) Euclides (Robério Diógenes), die de functies van hoofd van de plaatselijke politie en georganiseerde misdaad combineert, rechtstreeks vanaf het carnavalsfeest (tot nog toe 90 doden, maar ze gaan de 100 wel halen) met zijn zonen bij het oceanografische instituut. Er is namelijk een been gevonden in een haai die gevangen is. En ver weg, in de deelstaat São Paolo, gooien een huurmoordenaar en zijn hulpje annex stiefzoon een lijk in een stuwmeer.
Het duurt even voor dat al deze elementen en nog veel meer samen komen in O Agente Secreto. Kleber Mendonça wilde voor zover ik begrepen heb een eerbetoon brengen aan films uit de jaren 70 en zijn stad Recife. De film is ook opgenomen met vintage lenzen (maar wel duidelijk digitaal). En dat hele idee van een thriller met heel veel lijntjes en heel veel locaties en personages, soms maar gebruikt in één scene, is natuurlijk erg jaren zeventig. Denk aan films als Day of the Jackal, Le Clan des Siciliens of het begin van Sorcerer.
Maar Mendonça zit niet vast van aan de thriller als genre. Er zitten komische elementen in de film, maar ook grote Robert Altman-achtige stukken, die vooral drijven op de losse sfeer en kleurrijke karakters. Er komt nog een stukje exploitatie horror(komedie) voorbij en op een gegeven moment gaat het meer richting iets als The China Syndrome als er complotten worden gesmeed om baanbrekende uitvindingen te stelen door dichtdraaien van de geldkraan van een universiteit. En het klikt op de een of andere manier allemaal naadloos in elkaar.
Ook gebeurt er dus lekker veel en net als bij One Battle after Another en No Other Choice is de speelduur van dik 2,5 uur eigenlijk nooit voelbaar. Er moet gewoon 2,5 uur film in 2,5 uur zitten in plaats van dat het voelt als een opgerekte 90-minuten film om zo een lange film te laten werken.
Met verve genrehoppen door de jaren zeventig, van wie kennen we dat nog meer? Oh ja, Quentin Tarantino. En er zijn ook wel overeenkomsten tussen O Agente Secreto en vooral Once Upon a Time in Hollywood, wat natuurlijk ook heel erg een eerbetoon is aan de seventies. Maar Tarantino is toch meer van de stijl en actie, terwijl Mendonça een veel warmere en ook wel betere (ik houd van Tarantino, maar Once… is verre van zijn beste film) over menselijke banden onder een dictatuur en de stad van zijn jeugd heeft gemaakt.
Tip: kijk even naar de kaart van Brazilië voor je de film gaat zien. Dit is zo een film waar het handig is als je weet waar je bent als er een locatie wordt genoemd.
Au Bain des Dames (2025)
Alternatieve titel: If You Don't Like It, Look Away
Joëlle and the girlz (maar Serge mag ook mee) strijken dagelijks neer op hun favoriete, mottige Marseillaise strandje voor een middagje chillen. Gezien de daar aanwezige "oudjes oprotten!" graffiti hebben ze al een reputatie. Deze hangbejaarden zijn namelijk luid, scherp van tong, ongelooflijk hitsig en alle schaamte voorbij. Om het in het Frans te zeggen: ze hebben joie de vivre.
Feelgood korte film van het jaar. Iedereen die het ziet, denkt: "Zo wil ook oud worden, gewoon geen reet meer geven om wat andere mensen er van vinden, maar genieten van het leven." Zeker als je hoort welke ellende ze achter zich hebben gelaten.
Heeft gedraaid op IDFA, was nu in de reprise bij Cavia. Binnenkort hopelijk bij een filmhuis bij jouw in de buurt, want deze film verdient het.
Blue Moon (2025)
Al snel na Nouvelle Vague (nog niet gezien) alweer een nieuwe film van Richard Linklater, net als die film en Hit Man weer fictie gebaseerd op ware gebeurtenissen.
In Blue Moon zien we de ondergang van Lorenz Hart. Hij was de tekstschrijver voor componist Richard Rodgers en samen hebben ze klassiekers als 'My Funny Valentine', 'The Lady Is a Tramp' en dus 'Blue Moon' geschreven. Maar vanwege Harts alcoholisme en zijn algemene instabiliteit, is Rodgers voor een keer gaan samenwerken met Oscar Hammerstein. De film speelt zich grotendeels af op de nacht van de officiële première van het eerste resultaat van die samenwerking, Oklahoma! Het is een daverend succes en Hart ziet de bui al hangen. Hij verlaat de voorstelling vroeg en gaat naar al restaurant Sardi's, waar het openingsfeestje zal worden gehouden, om zich te bezatten en "rage, rage against the dying of the light".
Dit is een heel erg toneelachtige film, wat verklaart hoe Linklater hem zo snel kon maken. Hij speelt zich bijna geheel af in de bar van Sardi's en bestaat vooral uit een eindeloze woordenstroom van Ethan Hawke als Hart, de man die alles dreigt te verliezen. Ik houd daar wel van, vooral als er veel vileine opmerkingen en scherpe observeringen worden geplaatst. (De arme ondertitelaar van dienst moet regelmatig zijn of haar meerdere erkennen in het enorme talige script vol discussies over rijmschema's in klassieke Broadway songs en woordgrappen.) Ook wel echt een showcase voor Hawke, die dan ook werd genomineerd voor een Oscar voor beste acteur, terwijl er ook een nominatie is voor beste script.
Zelf vond ik Hawke ook wel heel erg goed, maar Andrew Scott (sowieso wel mijn favoriete acteur van het moment) als Richard Rodgers nog net iets beter. Die won dan ook de Zilveren Beer voor beste bijrol in Berlijn, maar is merkwaardig genoeg dan weer niet genomineerd voor een Oscar. Verder sterke ondersteuning van Bobby Cannavale, dé acteur als je een rasechte New Yorkse barman nodig hebt, Margaret Qualley en Jonah Lees.
Echt ouderwets vakwerk dus. Net een tikje te ambachtelijk om echt te spetteren naar mijn smaak, maar zeker wel een aanrader. En ik denk dat daar nog ruim de tijd voor is, want gezien de opkomst in Eye dit is weer eens een rasechte boomerbuster. Dat betekent dat deze film waarschijnlijk nog heel lang gaat draaien in de matinees in kleine zaaltjes, die dan wel goed gevuld zijn met 70-plussers.
China Syndrome, The (1979)
Alternatieve titel: Het China Syndroom
Het is een paranoiathriller uit de jaren 70 (geen rampenfilm!), met alle gebruikelijke ingrediënten. De cinematografie is vooral functioneel. Twee dingen maken de film echter bijzonder: de kwaliteit van het script en de cast.
Bijna elke film van dit genre bevat plotwendingen die een flinke suspension of disbelief vereisen. Maar hier betrapte ik mezelf er constant op dat ik dacht: "Ja, zo zou dat gaan" en "Natuurlijk doen ze dat zo". En het gaat niet alleen om de hoofdplot over een doofpotaffaire rond onveilige toestanden in een kerncentrale, maar ook om kleine details zoals al het dagelijkse seksisme dat het personage van Jane Fonda moet doorstaan (hierdoor was ik ervan overtuigd dat het verhaal minstens mede door een vrouw geschreven moest zijn, maar de drie scenarioschrijvers die op de aftiteling staan zijn mannen), de nutteloze protesten tijdens de hoorzitting over de nieuwe kerncentrale en het soort stupide nieuwsitems dat Fonda moet maken (de schrijvers hebben daar duidelijk veel plezier mee gehad). Het enige dat echt raar was, was dat Fonda's personage een enorme schildpad als huisdier had. Maar dat was ook duidelijk bedoeld als grappig detail.
En dan wordt dit geweldige script toevertrouwd aan een geweldige cast: Jane Fonda, Michael Douglas, Wilford Brimley, James Hampton en Daniel Valdez schitteren allemaal, maar het is Jack Lemmon die laat zien waarom hij wordt beschouwd als één van de grootste acteurs aller tijden.
Die Hard (1988)
Het is dus zo lang geleden dat ik Die Hard gezien had, dat ik me niet kon herinneren of ik eigenlijk ooit wel de hele film gezien had of dat ik er een keer op televisie midden in was gevallen. Het begin zei me in ieder geval helemaal niets meer. Ik had ook een idee van John McClane die aan een vliegtuig hangt in deze film, maar dat moet dan een vervolg zijn geweest. Mooi, want ik heb echt een ontzettende hekel aan dingen herbekijken die ik me nog goed herinner. En zo krijg je ook toch ook weer wat frisse inzichten:
- Toch wel fraaie post-moderne architectuur, dat Nakatomi Plaza, met die soort herinterpretatie van de art deco.
- Maar de film is toch vooral een ode aan de filmische mogelijkheden van de technische ruimte.
- Goede ontploffingen ook. Een schaalmodel opblazen ziet er toch gewoon beter uit dan het in de computer doen. We moeten terug!
- Een aantal scenes in het begin leken me geïnspireerd door Michael Manns meesterwerk Thief (wat uiteindelijk toch wel een nog veel betere film is.)
- Alan Rickman had een prima Duitse uitspraak.
- In deze tijd zagen Amerikaanse politiemensen er nog uit als politiemensen in normale uniformen, met normale dienstpistolen en met normale politieauto's. Met die pantserwagen en helikopters zie je wel al de eerste stappen richting de huidige robocops. Die film is ook uit 1988, dus blijkbaar begon zat die vermilitarisering toen in de Zeitgeist (er toch even een Duits woord in gooien, net als de film.)
- Een tijd zat ik een beetje te puzzelen wat de politieke insteek van de film nu was. Meestal is in actiefilms de buitenlandse multinational toch wel het kwaad, zeker een Japanse; Japan was toen toch wat China nu is. Maar Nakatomi lijkt een keurig bedrijf, dat ook nog carrièrekansen aan een vrouw biedt. De slechteriken zijn ook nadrukkelijk geen terroristen, maar ordinaire boeven en de film heeft duidelijk niets op heeft met politiediensten als organisatie. Uiteindelijk is het eigenlijk simpel: het is een liberale film. Internationale handel is goed, kansen voor iedereen die hard (dat was per ongeluk!) werkt en risico's neemt en een sigaretje opsteken moet mogen. En een dikke middelvinger naar big government in welke vorm dan ook en hypocriete roddelaars in de pers.
- Ik denk dat dat ook wel een rol speelt in de voortdurende populariteit van de film. Veel actiefilms van eind jaren 70/begin jaren 80 hebben die nationalistische "Fuck yeah, America!" toon en zijn ook vaak erg seksistisch. En de slechteriken zijn geen goed geklede blonde Duitsers, maar 'street punks', vaak met een flink percentage van niet-Europese afkomst. Zelfs als het niet heel expliciet is, krijgen die films zo toch een een groezelige vibe die Die Hard gelukkig mist.
- En dan is de film ook nog zo slim de uitwassen van systeem wel te bekritiseren in de persoon van Ellis. Voor de moderne kijker extra leuk omdat de doorgesnoven arrogante baardmans sterke gelijkenissen vertoont met Donald Trump Jr.
Don't Look Now (1973)
Het mag dan wel over hoe letterlijke en figuurlijke spoken je achtervolgen gaan, uiteindelijk is toch niets enger dan een gammele steiger. Serieus: ik heb in geen tijden zo een zenuwslopende scene gezien.
Goede mix van een melancholiek Engels spookverhaal en Italiaanse visuele extravagantie. Met net die kleine details, zoals die rare rechercheur, die de beklijvende horror kenmerken.
Drie Dagen Vis (2024)
Alternatieve titel: Three Days of Fish
We hebben onze eigen polder-Ozu! Of polder-Kaurismäki! Hoe dan ook: steengoede stuggemannenfilm van Peter Hoogendoorn. Veel droogkomische toestanden, maar net onder de oppervlakte zit echte pijn.
En als je een stugge man nodigt heb, met de echte stuggemannennaam Gerrie, dan cast je vanzelf Ton Kas. Met "Opa was geen prater, ik was geen prater, als twee niet praten, wordt er niet gepraat" en "Ja, nee, was gezellig" voegen hij en Hoogendoorn twee nu al klassieke oneliners toe aan de Nederlandse filmgeschiedenis.
En Guido Pollemans als wanhopig contact zoekende, niet helemaal stabiele zoon Dick is gewoon net zo goed. Sterker nog: Dicks vrolijkheid bij het bezoek van het huis van oma is het meest ontroerende wat ik in lange tijd in een film gezien heb; een leven dat gepiekt heeft bij het houtje tegen het klapperende raam.
Eojjeolsuga Eobsda (2025)
Alternatieve titel: No Other Choice
Ik heb ook wel eens een sollicitatiegesprek gehad waarbij ik recht tegen de zon in keek. Niet geworden natuurlijk.
Man-su (Lee Byung-hun, ook van het fantastische I Saw the Devil) is een echte papierman. Voormalig Pulpman van het Jaar zelfs. Maar dan nemen de Amerikanen de fabriek over, dus vliegt meteen 20% van het personeel, waaronder Man-su, eruit. Maar papier is leven en leven is papier, dus moet en zal Man-su een andere baan in het papier krijgen, ondanks dat zijn vrouw Mi-ri (Son Ye-jin) blijft zeggen dat er ook andere opties zijn. Als er geen vacatures zijn, dan maakt Man-su die wel en de concurrentie, de andere Pulpmannen van het Jaar, zal hij uitschakelen. Het leven is maakbaar als een bonsaiboom, is wat het kapitalisme ons leert.
Park Chan-wook flikt het hem weer: No Other Choice is een heerlijke zwarte komedie in die typische hyper-gestileerde overdadige vormgeving. Toch een beetje het Amerikaanse equivalent in The Coen Brothers. Wat hij met ze gemeen heeft is dat hij slapstick, voor mij altijd moeilijk, zeker de Koreaanse variant, grappig kan maken, door het volledig in het absurd hysterische door te trekken. Een klungelige fysieke strijd om een pistool wordt nog beter met keiharde Koreaanse schlager op de soundtrack. (Sowieso veel Koreaanse schlager in deze film.) Park geeft in een interview met Letterboxd ook precies de goede invloeden voor mij: Modern Times en vooral Looney Tunes (wat je al ziet in de ovenhandschoengrap die in de trailer zit).
Met 140 minuten is de film aan de langere kant, maar net als bij voorganger Decision to Leave voelt dat goed lang, als een film met substantie, in plaats van irritant lang. Er zijn ook genoeg plotkronkels voor en die zijn het allemaal waard.
(Misschien moet ik The Handmaiden eens herkijken. In het algemeen één van de hoogstgewaardeerde film in Parks filmografie, maar ik vond het maar een saai gladde erotische thriller van het type dat Veronica vroeg graag uitzond toen ik hem zag. Misschien was ik niet in de stemming.)
Fackham Hall (2025)
Pijnlijk onleuke film. Er staan vijf schrijvers op de aftiteling en niet één heeft er een leuke grap weten te bedenken. Sterker nog, er was blijkbaar zo weinig inspiratie dat ze maar hebben besloten ongeveer een uur te vullen met grappen rond verwarring over de naam 'Watt' met het woord 'what'.
Herkijk liever wat oude Blackadder-afleveringen voor een goede versie van dit soort humor.
Following (1998)
In mijn hoofd had ik altijd dat Christopher Nolans debuut Following één van zijn betere films is, maar ik had hem sinds de oorspronkelijke bioscooprelease nooit meer gezien en ik wil ook niet die "ik vind alleen de eerste in de garage opgenomen cassettedemo goed"-gast zijn. Dus maar eens opnieuw bekeken. En vastgesteld: Following is inderdaad één van Nolans beste films, waarbij ik wel moet aantekenen dat ik geen echte Nolan-fan ben, met als grote uitzondering Oppenheimer, want die combineert mijn grote liefdes van praterige politieke thrillers en een klassieke tragische held die zichzelf verdoemt.
De eerste indruk is al meteen goed: speelduur 70 minuten. Je kan het dus wel, Chris! Natuurlijk vanwege een beperkt budget ook nog geen grote actiescenes, wat mij betreft de achilleshiel van Nolan. En Hans Zimmer is er ook nog niet om de film te verpesten met zijn lelijke bombast, hoewel ik ook hier de soundtrack soms al iets te nadrukkelijk aanwezig vond, dus dat was al een veeg teken.
Deze film is ook al op zijn Nolans helemaal door elkaar gehusseld qua tijdlijn. Dat viel destijds alleen niet zo op, want na Pulp Fiction was dat erg in de mode. Een ander extreem jarennegentigding aan deze film is dat inbrekers vooral voor de cd's gaan, want die zijn klein, relatief waardevol en snel te verpatsen.
Following is vooral een fijne neo-noir. In zwart-wit, dus helemaal echt qua schaduw-en-licht cinematografie, nota bene van Nolan zelf. Goede locaties in Londen ook. En met een origineel gegeven voor het verhaal. Uiteindelijk wordt het wel wat vergezocht, maar een ingewikkelde plot met vijf lagen van bedrog op bedrog is ook een genreconventie.
Grappig detail met de kennis van nu: de hoofdpersoon heeft een grote Batman-sticker op zijn voordeur.
Haipaibeu (2025)
Alternatieve titel: Hi-5
Oost-Aziatische kluchtigheid is echt mijn cinematische kryptoniet en Haipaibeu heeft er heel veel van. Die acteur die de vader speelt kon ik na 30 seconden wel schieten. Maar zelfs ik moet toegeven dat er objectief naast een hoop standaard meuk toch ook wel wat originele flauwe humor in deze film zit (rickroll!) Ik kan er alleen dus niet om lachen.
Dan is het ook nog een superheldenparodieding. Dat betekent grote actiescènes die slaapverwekkend zijn van gebrek aan spanning, omdat alles kan en niets consequenties heeft. Vooral als zoals hier de superkrachten nogal vaag gedefinieerd zijn, zodat de schrijvers nog meer ruimte hebben om maar wat aan te rommelen. Allemaal met een 2016 computerspel-look ook nog; Koreaanse films hebben toch nog geen Hollywood-budgetten. Vooral het grote finalegevecht gaat maar door en door en door...
Maar goed, ik kan een film die foute sektes op de hak neemt en zowel 'Welcome to the Jungle' als 'Sunglasses at Night' zeer effectief op de soundtrack gebruikt toch niet helemaal haten.
Innocents, The (1961)
Een playboy is door een overlijden tegen zijn zin voogd geworden van zijn neefje Miles (Martin Stephens) en nichtje Flora (Pamela Franklin). Hij heeft ze geparkeerd op zijn buitenhuis in het plaatsje Bly, terwijl hij zelf zijn jetsetleven in Londen en andere steden blijft leven. Hij huurt miss Giddens (Deborah Kerr) in als gouvernante, met als opdracht hem vooral nooit te storen. Er was ook iets met de vorige gouvernante, maar dat vindt ze wel uit. Dat buitenhuis blijkt een enorm landhuis en waar behalve de kinderen en miss Giddens alleen wat ander personeel is, waaronder huishoudster mrs. Grose (Megs Jenkins), het enige andere personeelslid dat we in de film te zien krijgen. Al bij aankomst blijkt er een erg raar sfeertje te hangen. Die vorige gouvernante blijkt een onstuimige relatie (misbruik of sadomasochisme?) met een ander personeelslid, Quint, te hebben gehad en beiden zijn op mysterieuze wijze overleden. Miss Giddens denkt dat ze nog rondspoken in Bly, maar misschien zijn het wel de onderdrukte verlangens van deze domineesdochter, opgegroeid in "a house too small for secrets", die naar boven komen bij de verhalen over het onstuimige liefdesleven van haar voorganger. Of, dat is de meest duistere interpretatie, houdt ze te veel van kinderen? Een verklaring die wordt gevoed door dat moment, maar ook haar openingszinnen:
All I want to do is save the children, not destroy them. More than anything, I love children. More than anything. They need affection. Love. Someone who will belong to them, and to whom they will belong.
The Innocents is een vaste bewoner van lijstjes van beste horrorfilms allertijden, maar om de een of andere reden ook een vaste bewoner van "not available on any services", terwijl het gewoon een 20th Century Fox film is. Dus een buitenkansje dat De Uitkijk de film nu vertoont, waarschijnlijk gewoon vanaf de Criterion release. En de nieuwe stoelen zijn eindelijk gearriveerd in De Uitkijk, dus je kunt weer overal zitten. Er zijn nu zelfs bekerhouders!
De film is gebaseerd op de klassieke gothic horrornovelle The Turning of the Screw van Henry James. Daar werd een succesvol toneelstuk van gemaakt onder de titel The Innocents, waar deze film een adaptatie van zou zijn. Alleen ging dat toneelstuk recht vooruit voor de film als spookverhaal, terwijl regisseur Jack Clayton juist zo mooi vond dat het verhaal ook kan worden geïnterpreteerd als een verhaal over gek worden van onderdrukte seksuele verlangens in Victoriaans Engeland. Nou kende Clayton Truman Capote van een eerder project en die heeft even drie weken pauze genomen van het schrijven van niets minder dan In Cold Blood om alles even zo dubbelzinnig mogelijk te maken. Dus is de in topvorm verkerende Capote eens helemaal los gegaan, met als resultaat een meesterwerk van Freudiaanse psychoseksuele horror.
Mrs. Grose: A person ought to keep quiet about it.
Miss Giddens: You must tell me.
Mrs. Grose: Oh, miss, there's things I've seen I... I'm ashamed to say.
Miss Giddens: Go on.
Mrs. Grose: Rooms... used by daylight... as though they were dark woods.
Miss Giddens: They didn't care that you saw them? And the children?
Mrs. Grose: I can't say, miss. I... I don't know what the children saw. But they used to follow Quint and Miss Jessel, trailing along behind, hand in hand, whispering. There was too much whispering in this house, miss.
Miss Giddens: Oh, yes, I can imagine. Yes, I can imagine what sort of things they whispered about. Quint, Miles. I can hear them together.
Een nogal literaire film dus. Meestal is het een kleine ergernis al een film zonder ondertitels wordt vertoond, maar hier was het eigenlijk wel goed. Zo een zinnetje als "A person ought to keep quiet about it" alleen al, probeer de lading daarvan maar eens goed te vangen in een ondertitel ("Van zulke dingen spreekt men niet"?)
Maar The Innocents is visueel ook gewoon een feest. Clayton en 2-voudige Oscar-winnende DP Freddie Francis gebruiken zwart-wit cinematografie precies zoals je dat wilt in een spookhuisfilm: veel flikkerende kaarsen, schaduwen die over gezichten vallen en ramen waarachter schaduwen bewegen. Ook is er heel vet gebruik van dingen als deep focus en aparte composities, zoals hier.
De film was ook één van de eerste die elektronische geluiden op de soundtrack gebruikte, van pionier Daphne Oram. Over haar vond ik dit filmpje, dat niet echt heel veel met de film te maken heeft, maar te leuk is om niet te gebruiken:
En dan maken de acteurs het af. Stephens en Franklin zijn allebei doodeng. Franklin kan dan ook nog gillen dat het door merg en been gaat, terwijl Stephens uitblinkt in sinistere dubbelzinnigheid. Maar dit is toch echt de film van Deborah Kerr. 14 jaar nadat ze de hoofdrol speelde in dat andere meesterwerk van onderdrukte seksuele verlangens, Black Narcissus, laat Kerr hier weer eens zien waarom ze zes keer werd genomineerd voor de Oscar (en nooit won, boe!). Ze straalt zowel kwetsbaarheid als intelligentie en determinatie uit. En ze zit in bijna elke scene.
Deze film, met zijn literaire script en waarin geen druppel bloed vloeit, is ongeveer het tegenovergestelde van de tieten-en-goor-slasher die toch een beetje het idee van horror is geworden. Maar hij is er zeker niet minder eng om - ook nu nog - en de seksuele spanning is 100x zo hoog als in die films.
Jay Kelly (2025)
Jay Kelly (George Clooney) is zo een filmster met veel mensen om zich heen, die toch eenzaam is. Zijn relatie met zijn dochters Jessica (Riley Keogh) en Daisy (Grace Edwards) is moeizaam en eigenlijk is zijn manager Ron (Adam Sandler) zijn beste vriend. Tegen 15% van zijn inkomsten. Dan overlijdt de regisseur die Kelly's doorbraakfilm heeft gemaakt en krijgt Kelly na de begrafenis een aanvaring met zijn jaloerse oud-huisgenoot Timothy (Billy Crudup), die vindt dat Kelly zijn carrière heeft ingepikt. Dat resulteert in een crisis bij Kelly, die op stel en sprong besluit Daisy achterna te reizen, via Parijs naar Toscane, waar hij een oeuvreprijs kan ophalen op een festival.
Het eerste deel van de film gaat duidelijk voor een soort Capra-achtige sfeer. Veel snelle grapjes, afgewisseld met stukken melancholie, waarbij het sentiment niet wordt geschuwd. Af en toe stapt Kelly door een deur en komt dan in een melancholische flashback over gemiste kansen in zijn leven terecht. Vond ik zeer Capra, ondanks dat ik niet zeker ben of die dat ook ooit echt zo gedaan heeft. Op een gegeven moment gaan we ook met een trein - die ook uit de jaren veertig of vijftig lijkt te komen - van Parijs naar Italië. Ook weer erg retro, ook met het soort humor met veel druk gedoe met de passagiers, waaronder met de acteur die de vader speelt in De regels van Floor.
Op zich vond ik dit best geslaagd, zeker omdat Baumbach die hele stijl wel naar het heden weet te brengen; het is niet alleen maar nostalgie. George Clooney is wat betreft acteerstijl ook de acteur die het meest lijkt op die sterren uit die tijd.
Maar dan komen we in Italië (waar iedereen om de een of andere reden nog in auto's uit de jaren negentig rijdt.) En zeg je Italië en creatieve mensen met een midlife crisis, dan zeg je Fellini. Dus neemt Baumbach gewoon ongeveer 1-op-1 het hele subplot rondt het bezoek van de vader uit La Dolce Vita over. En drukke etentjes waar iedereen door elkaar praat. Maar La Dolce Vita is natuurlijk een inktzwarte film, heel anders dan dat lach-en-een-traanidee van de eerste helft. De film gaat dan ook uit de comfortzone van Clooney als acteur. Jimmy Stewart is wat hij kan als geen ander, Marcello Mastroianni ligt hem stukken minder.
Nou heeft Baumbach met The Squid and the Whale en Greenberg wel laten zien dat hij dat donkere, existentialistische ook heel goed kan, maar hier lukt het hem niet om de draai helemaal te maken. Sterker nog: het einde gaat weer vol op het sentimentele Capra-orgel met plink-plink pianomuziek en enkele tranen die over wangen rollen.
Dus krijg je een nogal onevenwichtige film die niet helemaal lijkt te weten wat hij nu wil zeggen, een rare hybride van klassiek Hollywood en existentialistisch Italiaanse cinema. Wat wel blijft staan zijn een aantal sterk gefilmde en geschreven losse scenes. Clooney zal nooit mijn favoriet zijn, maar hij zakt nooit door het ijs en er is sterke support van Sandler, Crudup en Laura Dern als zijn pr-medewerker.
Jeder für Sich und Gott gegen Alle (1974)
Alternatieve titel: The Enigma of Kaspar Hauser
De film die officieel Jeder für sich und Gott gegen allen[i/] heet, maar die iedereen altijd gewoon [i]Kaspar Hauser noemt. Na afloop even opgezocht hoe het zat met dit waar gebeurde verhaal en de Nederlandse Wikipedia-pagina blijkt zeer uitgebreid. Ook echt heel vaak verfilmd, voor het eerst al in 1915!
Wat opvalt is dat Herzog eigenlijk heel dicht bij het verhaal blijft zoals Hauser dat zelf vertelde, terwijl dat niet kan kloppen, want als hij echt jaren in een donkere stal opgesloten had gezeten, dan had hij rachitis gekregen en had hij al zijn spiermassa in zijn benen verloren. Hauser was sowieso een notoire leugenaar, iets dat Herzog helemaal weglaat. Tegelijkertijd lijkt Hauser wel degelijk echt ontwikkelingsachterstand te hebben gehad.
Maar voor Herzog gaat het in deze film niet om het mysterie rond Hauser zelf, maar veel meer om hoe de maatschappij reageert. Het slechtste geval is de burgemeester, die hem in een freakshow zet, om de kosten voor zijn verzorging te zetten. Maar zelfs de mensen die aardig voor hem zijn, zoals herr Daumer en het gezin van de agent, zien hem dan nog als project om op te voeden naar de normen van de tijd. Deze kijk is natuurlijk wel heel typisch voor begin jaren 70, waarin de discussie over wat als normaal wordt gezien en wie dat bepaalt, heel sterk was. Maar ook een discussie die weer erg actueel is.
Dit alles wordt gebracht in Herzogs typische net-niet-naturalistische stijl, die altijd een beetje een vervreemdend effect heeft, dat ik zeer waardeer, maar waar veel mensen ook op afknappen.. Hij laat Hauser, die een tiener was, spelen door de veel oudere outsider artiest Bruno S., omdat die een beetje een vergelijkbare geschiedenis had. Ook die typische mise-en-scène waarin alles heel leeg en/of geposeerd is, alsof het een schilderij uit die tijd is. Veel natuurschoon, waar Beieren zich goed voor leent. Huis en vooral de tuin van herr Daumer, met blijkbaar permanente bewoning door een ooievaar, zijn echt een plaatje.
Jonas (1957)
Jonas (Robert Graf) vindt dat hij een hoed moet. Het zijn immers de jaren vijftig en de succesvolle jarenvijftigman heeft een hoed. Zegt de reclame. En de rest van die Umwelt. Dus koopt hij er één. Wel duur, maar hij is helemaal het mannetje met zijn Homburg en de verkoopster Nanni (Elisabeth Bohaty) vindt hem nog leuk ook. Date! Alleen wordt dan bij de eerste de beste lunchstop de hoed gestolen. Jonas flink over de zeik. Uit pure kinnesinne steelt hij er zelf één terug. Daar blijkt alleen het monogram 'MS' in te staan en dat triggert flashbacks naar der Krieg en zo komt Jonas in de duistere buik van de walvis die waanzin heet; de hoed is een boemerang van vilt.
Dit is echt helemaal mijn soort film: experimenteel en enorm origineel, maar wel met een duidelijk verhaal en met een mix van absurdistische humor en verontrustende kafkaëske scenes. Daarvoor kan je als Duitser ook heel mooi teruggrijpen op de beeldtaal van de expressionistische klassiekers, iets dat Jonas dan ook regelmatig doet. Het wordt afgemaakt met precies de goede nerveuze soundtrack van Schönberg-leerling Winfried Zillig (zo te lezen best wel fout in de oorlog, maar waarschijnlijk was de keuze marsdeuntjes maken voor nazi-propaganda of naar het oostfront), met wat Duke Ellington voor de afwisseling in de mix.
De tone of voice en het gebruik van een constant aanwezige, subjectieve voice-over deden me een beetje The Cremator denken. Alleen daar hoor je één stem, terwijl Jonas wordt gebombardeerd door allerlei stemmen die aan hem trekken, van reclameslogans tot bijbelcitaten. Dat - en dit is een heel vreemde vergelijking, weet ik - deed me dan weer denken aan de videogame Hellblade: Senua's Sacrifice uit 2018, die alom werd geprezen om hoe hij psychose verbeeldde, vooral via de soundtrack. En dat deed Jonas' regisseur Ottomar Domnick dus al in 1957. Hij was eigenlijk dan ook psychiater en heeft verder niet veel films gemaakt.
Dat kwam ook omdat Domnick een beetje op de troepen vooruit liep. 1957 was weliswaar het jaar dat Bergman ook Wilde aardbeien en Het zevende zegel uitbracht (lekker bezig), maar nog net voor het begin van Nouvelle Vague. De Duitse variant daarop, met Herzog en Fassbinder en zo, begon eigenlijk pas in 1962 met het Oberhausener Manifest. Dat Domnick goed zijn vinger op de pols van de culturele scene in West-Duitsland had, blijkt ook wel uit dat het script mede werd geschreven door gigant van de Duitse literatuur Hans Magnus Enzensberger, die ook in 1957 zijn eerste boek uitbracht. Domnick kan dus met recht zeggen dat hij al fan van Enzensberger was voor hij beroemd werd.
Jonas was ondanks aanvankelijk goede ontvangst in Duitsland zelf, toch nog wat te raar voor veel mensen - The New York Times schijnt vernietigend te zijn geweest - en raakte daarom nogal in de vergetelheid. Maar nu kan je het gewoon weer kijken, in gerestaureerde vorm (zij het wel met nog wat beschadigingen.) Wat dat betreft is het toch wel een toptijd.
Sowieso een fascinerende man, die Domnick. Hij was ook een verzamelaar van kunst en er is nog steeds een Sammlung Domnick museum. Maar hij hield ook van snelle auto's en was de eerste die zijn Porsche persoonlijk kwam afhalen bij de fabriek, waarmee hij een traditie startte. Dus staat zijn foto ook prominent op de Porsche website.
Eerlijk gezegd had ik verwacht dat er iets van 5 tot 10 mensen op deze vertoning zouden afkomen, maar het was ondanks kou en gladheid gewoon vol. Nu kan er maar iets van 60 man in Filmhuis Cavia, maar dat is toch meer dan bij menige vertoning van meer mainstream moderne films. Er was ook een inleiding bij. Daar ben ik niet altijd fan van, maar deze was erg informatief; veel van wat je hier leest komt daar uit.
Kurenai no Buta (1992)
Alternatieve titel: Porco Rosso
Ik gaf Miyazaki maar weer eens een kans. Deze film leek een noir-achtig thema te hebben, iets waar ik veel meer affiniteit mee heb dan met vaag spirituele Japanse spookverhalen, dus misschien zou het me eindelijk wel aanspreken. Maar nee, weer geen prijs.
Ik weet dat de man is uitgeroepen tot een soort animatie-halfgod, maar ik blijf erbij: ik vind Miyazaki gewoon geen goede schrijver. Ik heb het gevoel dat hij volgens de Dario Argento-school werkt, waarbij hij bepaalde beelden/scènes in zijn hoofd heeft die hij wil verfilmen en vervolgens een onsamenhangend verhaal schrijft om ze met elkaar te verbinden.
Zoals altijd bij Ghibli zijn er hier wel wat goede tot geweldige visuele elementen - de openingsscène met de schoolkinderen die het geweldig vonden om ontvoerd te worden door piraten is mijn favoriet - maar geen verhaal of personages waar ik echt om geef. Het Casablanca-achtige noir-verhaal komt nooit echt van de grond (np pun intended) en de kritiek van de film op het fascisme evenmin. Porco Rosso wordt door een magische spreuk in een varken veranderd, wat een verwijzing lijkt te zijn naar de Odyssee, maar daar wordt verder niets mee gedaan; ik krijg nooit het gevoel dat Porco Rosso een Homerische tragische held is.
Dan is er nog manic pixie dream girl Fio Piccolo. Aanvankelijk is ze een en al lef en onafhankelijkheid en de beste vliegtuigontwerper van Italië, maar dan vindt ze het ineens, van het ene op het andere moment, prima om een prijs te zijn die de schurk kan winnen. En waarom al die verwijzingen naar hoe breed de heupen van deze 17-jarige zijn? Is dit niet een kinderfilm?
Manhattan (1979)
"He was given to fits of rage, Jewish liberal paranoia, male chauvinism, self-righteous misanthropy, and nihilistic moods of despair. He had complaints about life but never any solutions. He longed to be an artist but balked at the necessary sacrifices. In his most private moments, he spoke of his fear of death, which he elevated to tragic heights when in fact it was mere narcissism."
Dit schrijft Jill (Meryl Streep) over haar ex-man Isaac (Woody Allen) in haar "tell all"-memoires en het klopt perfect. Dat boek is kinderachtig, maar Isaac heeft het er wel naar gemaakt en komt er eigenlijk nog genadig vanaf, want hij heeft Jills nieuwe, vrouwelijke partner Connie in een vlaag van woede over de scheiding proberen te overrijden. Niet alleen is hij daarvoor niet gearresteerd; hij heeft zelfs geen contactverbod en kan gewoon zijn zoon ophalen. (Dat dat boek er überhaupt is, is een rare kronkel in het plot, want Isaac is een succesvolle tv-schrijver, maar lijkt niet bekend bij een groot publiek.)
Ondertussen is Isaac, die 42 is, een relatie begonnen met de 17-jarige Tracy (Mariel Hemingway), die ondanks haar vreemde smaak in mannen, verder een rustige, stabiele vrouw lijkt. Alleen vindt Isaac dat zelf ook niet helemaal geslaagd, dus probeert hij haar al heel snel te dumpen voor Mary (Diane Keaton), die zijn vrouwelijke, christelijke tegenhanger is. Mary is dan weer de recente vriendin van zijn getrouwde vriend Yale (Michael Murphy). Lekker bezig allemaal.
Ik denk dat het idee achter dit plot was dat de zogenaamd intelligente volwassen zich allemaal gedragen als verwende kleuters zonder impulsbeheersing en hun leven totaal verwoesten, terwijl de 17-jarige de volwassene is. Het hele midlifecrisisthema wordt nog extra aangezet doordat Yale op een gegeven moment daadwerkelijk een Porsche cabrio koopt.
Probleem is dan dus wel dat je dus wel de hele tijd opgescheept zit met heel irritante mensen. Wat is er ergerlijker dan elitaire bourgeoisie types die zichzelf héél interessant vinden? Zelfs, of misschien: juist als ze continu komisch metacommentaar geven op hoe irritant ze wel niet zijn, gaat dat op de zenuwen werken.
Manhattan is dus verre van Allens beste film qua verhaal. Maar wat betreft de oneliners zit het wel gewoon helemaal goed. En normaal ga je niet naar een Woody Allen film voor de cinematografie, maar deze, met The Godfather-cinematograaf Gordon Willis achter de camera, geldt niet voor niets als één van de beste filmische weergaves van New York. En het eindigt ook precies het einde zoals Isaac het verdient: hij verliest achtereenvolgens door zijn eigen toedoen zijn mooie appartement, zijn baan, zijn vriendschap en uiteindelijk zijn kans op liefde. Het beste vermaak blijft leedvermaak.
(Gezien in FilmHallen)
Mondria(a)n, en Route to New York (2026)
Naar mijn idee was er hier gewoon niet genoeg materiaal om een documentaire te maken.
Het is gebaseerd op de brieven die Mondriaan vanuit eerst Parijs en later Londen aan zijn Amerikaanse vriend Harry Holtzman schrijft. Het zijn typisch brieven die je aan een verre vriend schrijft: vriendelijk en niet onpersoonlijk, maar niet echt diepgravend over de artistieke visie of het proces van Mondriaan of inzage gevend in zijn diepe zielenroerselen. Ze zijn in een specifiek soort Neder-Engels, met wel een grote woordenschat, maar ook erg Nederlandse zinsbouw.
Bovendien lijken het er niet echt veel te zijn geweest te zijn en beeldmateriaal van Mondriaans Londense leven lijkt er al helemaal niet te zijn. Dus krijg je telkens een stukje voordracht van een brief door een voice-over met als begeleiding archiefmateriaal dat nog enigszins aan de brief te koppelen is. Om de tijd te rekken gaat dat archiefmateriaal dan nog flinke tijd door als het brieffragment is afgelopen. En dan nog is het geheel maar 72 minuten lang.
Nightcrawler (2014)
Louis Bloom (Jake Gyllenhaal), een scharrelende psychopaat die in Ben Shapiro-achtige cadans praat in citaten uit management- en zelfhulpboeken en zo overkomt als een huismerk Patrick Bateman, vindt zijn roeping als stringer. Hij ziet er namelijk geen been in een lijk even te verslepen als het een mooier plaatje oplevert of gewoon het huis waar de moorden zijn gepleegd binnen te gaan en heeft zo veel exclusieve bloederige plaatjes voor sensatiebeluste lokale televisie. Grenzen worden steeds verder overschreden.
Deze film heeft fijne LA-bij-nacht cinematografie, die wel duidelijk schatplichtig is aan Michael Mann. Maar goed, dat is nog een kwestie van "beter goed gestolen". Als het om de hoofdpersoon gaat is het een lastiger verhaal. Louis Bloom is een veel te eendimensionale schurk om een hele film te kunnen dragen, hoe zeer Gyllenhaal ook zijn best doet.
Maar dat is niet eens het zwakste punt van Nightcrawler. Dat is de veel te dik opgelegde thematiek. Zoals ik zei doet het karakter een beetje denken aan Patrick Bateman uit American Psycho als kleine scharrelaar en de thematiek neigt naar die van Network, maar het niet zoals die films satire, maar een vrij sec gebracht moralistisch verhaal. Dat de boodschap, die op zich al meer dan duidelijk genoeg is, dan ook nog een paar keer expliciet wordt uitgedragen in expositiescenes is er echt te veel aan.
Reflet dans un Diamant Mort (2025)
Alternatieve titel: Reflection in a Dead Diamond
C'EST CINÉMA! Film van het jaar! Surreëel, sexy, gewelddadig, speels, inventief, een eerbetoon aan de Europese spionnenfilm zonder pastiche te worden.
Send Help (2026)
Allereerst: Eden is toch echt de betere camp-y onbewoondeilandfilm. Hier geen Vanessa Kirby die met een dik Werner Herzog-accent zegt: "Zay are clearly zuffering; let's fuck" of Sydney Sweeney in barensnood die bijna wordt opgegeten door wilde honden. Te weinig mensen hebben Ron Howard zijn innerlijk Paul Verhoeven/Ken Russell zien loslaten in die film. Gaat dat zien!
Maar Sam Raimi geeft ons wel de nodige heerlijke rasechte Sam Raimi splatterkomedie momentjes in zijn eerste horrorfilm sinds Drag Me to Hell uit 2009. In Rachel McAdams heeft hij een goede Bruce Campbell-vervanger gevonden qua manische intensiteit. Ik herkende McAdams niet direct. Van haar filmografie ken ik eigenlijk alleen Spotlight en Midnight in Paris. Dat zijn totaal andere films en het is jaren geleden dat ik ze gezien heb. Maar ze blijkt dus talent te hebben voor over the top horrorkomedie.
McAdams speelt Linda Liddle, een vrouw die alles met te veel ironieloos enthousiasme doet en daardoor enorm cringe is. Als ze na een vliegtuigongeluk op een tropisch eiland komt met haar chauvinst male pig nepo baby van een baas (een degelijke Bradley Preston, die mij verder echt totaal onbekend is; niets op zijn IMDb-pagina laat een belletje rinkelen) blijkt dat haar te fanatieke Survivor-fandom - haar Survivor-auditietape is een hoogtepunt van de film - haar ineens een enorm voordeel geeft ten opzichte van hem.
Als dat klinkt als een nogal standaard setup voor zo een komedie waar twee mensen die elkaar haten tot elkaar veroordeeld zijn, dan klopt dat helaas. Want tussen de momenten waarop Raimi losgaat, is Send Help helaas vaak voorspelbaar en cliché. Het script van de Razzie-genomineerde scriptschrijvers van de Baywatch-film is gewoon niet goed genoeg om dit een nieuwe Evil Dead te maken. Er zit te veel dode tijd tussen de bloedfonteinen.
Smile (2022)
Deze horrorfilm begint heel sterk: een patiënt van psycholoog Rose Cotter (Sosa Bacon, dochter van) pleegt op gruwelijke wijze zelfmoord in de spreekkamer. Ze zegt hiertoe te worden gedreven door een kwade geest, die zich manifesteert als mensen met een kwaadaardig verwrongen lach op hun gezicht. De vloek springt vervolgens over op Rose.
Het ziekenhuis waar zich dit afspeelt is een sterk staaltje uncanny valley interieur met zijn pastelroze en -blauwe kleurenschema en net te grote en net te kale spreekkamer. Het had zo uit een Dario Argento of David Lynch-film kunnen komen (specifiek Blue Velvet.) Maar de rest van de film is veel conventioneler en op een gegeven moment zitten we toch weer gewoon in een vervallen hut in het bos.
Dat blijft de hele film een beetje zo. Schrijver en regisseur Parker Finn doet af en toe echt heel goede dingen, maar lijkt zelf niet helemaal te beseffen wanneer hij goud in handen heeft en wanneer hij middelmaat produceert. Hij laat daarom ook kansen liggen. De beste gedeeltes van de film zijn de meer surrealistische psychologische horror, maar Finn gooit het net zo vaak liever over de boeg van een goedkoop schrikeffect.
Bijna vanzelfsprekend is de film met zijn bijna 2 uur ook te lang. Dat komt omdat Smile de fout van veel moderne horrorfilms maakt om te veel aandacht te geven aan de dramatische kant van het verhaal. Een film vol jumpscares en grand guignol leent zich simpelweg niet voor het vertellen van een goed onderbouwd drama over een traumatische jeugd. Het dramatische deel haalt de vaart uit de horror en het horrordeel maakt dat het dramatische deel groezelig voelt. Gewoon een setup maken en dan 90 minuten knallen met die horror. (Misschien dat een absolute topregisseur hier ooit in gaat slagen.)
Maar door een aantal ijzersterke momenten en een zeer overtuigende performance van Bacon, wiens bijna zwarte ogen (dat blijken geen contactlenzen, wat ik eerst dacht) ook perfect zijn voor deze op gezichten gefocuste horror, toch nog een dikke voldoende.
Taxi Driver (1976)
Voor het eerst deze Scorsese klassieker in de bioscoop gekeken. Beetje lastig om hier nog iets over te zeggen wat niet al gezegd is, maar wat me opviel:
- In mijn hoofd had deze film echt die typische jarenzeventig Eastman Color look, met van die beetje matte kleuren. Dat klopt wel voor de dagscenes, maar de film speelt zich natuurlijk vooral 's nachts af en dat is het juist allemaal heel verzadigd en contrastrijk.
- Duidelijk ook echt in New York opgenomen, zo te zien tijdens zo een beruchte hete zomer.
- Scorsese overtuigt al acteur. Harvey Keitel dan weer niet.
- In mijn hoofd is dit de ultieme bozewittemannenfilm geworden, maar daar is Travis Bickle ondanks zijn behoefte "de stad schoon te maken" toch net te raar voor. Dat rare wordt heel ver doorgevoerd, tot die voor een alcoholistische oud-marinier heel aparte voorkeur voor perziklikeur als favoriete drank. Maar dat maakt hem dan weer geloofwaardiger als zo een soort lone wolf met heel idiosyncratische ideeën. Ook omdat Scorsese en Schrader heel ruim de tijd nemen het karakter neer te zetten en Robert DeNiro daar natuurlijk ook op zijn methods heel erg in ging duiken. Ik voelde ook wel connectie met echte types. Uiteraard John Hinckley die man die na het zien van Taxi Driver Reagan probeerde te vermoorden om indruk te maken op Jodie Foster, maar ook, meer recent, die man die Charlie Kirk heeft vermoord. Als ik het zo lees, is het een combinatie van de spoken in het hoofd van Paul Schrader, gecombineerd met Arthur Bremer, de man die in 1972 de pro-apartheidspoliticus George Wallace heeft neergeschoten, plus nog wat dingen die DeNiro erin gestopt heeft.
Useful Ghost, A (2025)
Alternatieve titel: Pee Chai Dai Ka
Dit is een beetje lastig uit te leggen film, want hij is zowel heel erg origineel als helemaal propvol ideeën gestopt. Maar hij is in ieder geval erg goed en grappig. Het is dan ook de winnaar van de Grand Prix in het Semaine de la Critique programma voor eerste en tweede films in Cannes en de Thaise Oscar-inzending. Gelukkig is dit nu eens een film waarbij de trailer een goede indruk geeft van the tone of voice van de film, dus kijk die vooral. Als je niet helemaal dubbel hebt gelegen, dan is dit niet de film voor jou.
Het gaat over bezeten stofzuigers (en andere huishoudelijke apparaten), liefde die voorbij de dood gaat, spoken uit het verleden die de Thaise machthebbers proberen te wissen, vooruitgang ten koste van de werkende klasse en homorechten. Wel typisch voor een debuutfilm wel, die *iets* te ambitieuze opzet. Maar Boonbunchachoke komt een heel eind en het beetje overvolle is ook wel de charme van de film. En ondanks dat deze film behoorlijk gay is - het karakter van Wisarut Homhuan kennen we alleen als 'academic ladyboy', wat hoog scoort in beste karakternamen ooit - wordt het hoofdspook Nat gespeeld door de ravissante Belgisch-Thaise Davika Hoorne. Die dan wel weer vooral heel statig rondspookt in een designerjurk, wat toch ook wel gay voelt.
Op een gegeven moment voelde ik dat de vaart er een beetje uit ging, maar het is meer dat de film steeds meer van een komedie naar serieuze politieke film met satirische elementen gaat. Iemand op Letterboxd omschreef het perfect als "a joke that slowly turns into an accusation."
Voor de Meisjes (2025)
Alternatieve titel: Our Girls
Twee stellen met elk een tienerdochter delen een vakantiehuis in de Oostenrijkse Alpen. Dat is meer toevallig zo gekomen dan dat ze heel dikke vrienden zijn. Beide dochters hebben een oogje op Ralph van de kayakverhuur (weer eens wat anders dan de skileraar). Ralph heeft ook een vette quad, waar ze op mogen. Ernstig ongeluk natuurlijk - één meisje in coma, de ander lijkt er beter af te komen - en dat leidt tot spanningen.
Weer eens een film met dat ouderwetse Nederlandse toneelschool acteren. Ik dacht dat we daar wel zo een beetje uitgegroeid waren, maar nee: iedereen spreekt hier weer heel erg netjes en DUIDELIJK ARTICULEREND, alsof de mensen op het achterste balkon het ook moeten verstaan. Kom er maar in, Michiel. Wel wat modernisatie, want er was geen enkele klassieke "Godverdomme!" (wel een erg mooie "JE-ZUS CHRIS-TUS!") en geen slechte seks; iedereen houdt zijn kleren aan (die Nederlandse traditie is naar A24-films verhuisd.) Alle acteurs doen mee, maar Thekla Reuten gaat het hardst voor die old school Nederlandse film vibes.
Scenarioschrijver Mike van Diem zit ook regisseur Mike van Diem nogal in de weg, want in dat duidelijk gearticuleerde Nederlands wordt ook nog eens alles héél duidelijk uitgelegd. De kijker moet op ieder moment weten wat ieder karakter voelt. Het is nog niet zo erg als bij Frankenstein, maar subtiliteit is ver te zoeken. Jammer, want het basisgegeven staat gewoon, net als de locaties. Een aantal keer wordt het wat meer echt film, omdat Van Diem het beeld het verhaal laat vertellen of dat de dialoog niet direct gaat over wat de karakters voelen (chocoladetoetje!) en dan is de film meteen twee keer zo goed.
Nog iets buiten de film om: net als de Nederlandse literatuur, moet ook de serieuze Nederlandse film het vooral hebben van de steun van dames van een zekere leeftijd. Toen ik de zaal binnenkwam en mijn mede-publiek zag, zag ik het al somber in en ja hoor: een zaal vol gratis bijkomend audiocommentaar.
Werckmeister Harmóniák (2000)
Alternatieve titel: Werckmeister Harmonies
Ik had weken van tevoren al gepland om deze film te gaan kijken - ik vermoed dat hij werd vertoond omdat de schrijver van de roman waarop de film gebaseerd is net de Nobelprijs voor Literatuur heeft gewonnen - en toen bleek de gekozen dag net de sterfdag van Béla Tarr te zijn. Een beetje griezelig, maar ook wel toepasselijk?
Omdat ik alleen The Man from London had gezien en gezien Tarrs reputatie, verwachtte ik dat deze film extreem traag zou zijn, maar het was standaard arthouse-drama traag; lang niet zo glaciaal als The Man from London en met veel meer standaard dialogen. Wel net zo prachtig gefilmd. Ik dacht wel dat er iets mis was met het geluid van onze vertoning, maar het bleek dat de meeste acteurs geen Hongaren waren en dat hun stemmen waren nagesynchroniseerd.
Ik vond de film meteen goed, maar het duurde even voordat ik doorhad waar het naartoe ging. Toen ze het over 'het schoonmaken van de stad' hadden, kreeg ik een eerste vermoeden en toen we eindelijk de Prins hoorden praten en het bleek dat hij Russisch sprak, dacht ik dat ik het begreep: het is een allegorie voor de Hongaarse geschiedenis rond de Tweede Wereldoorlog.
Meneer Eszter vertegenwoordigt de oude Oostenrijks-Hongaarse intellectuele elite, die zich heeft teruggetrokken uit de wereld in droge theorieën en geen interesse meer heeft in de wonderen van de walvis of zelfs maar de schoonheid van muziek. Tünde vertegenwoordigt de bourgeoisie, die is overgestapt naar het fascisme, vertegenwoordigd door de politiechef en de kinderen die niet naar bed willen (dat stukje vond ik geweldig). Wanneer meneer Eszter de lijst moet laten ondertekenen om de stad schoon te maken en wanneer hij steeds maar weer benadrukt hoe vreselijk dit in het verleden is misgegaan, moet hij het wel over de Eerste Wereldoorlog hebben. En nooit geziene De Prins, van wie we horen dat hij Russisch spreekt en een dwerg is, is beroemd onderdeurtje Stalin, die de hordes aanzet tot nihilistische vernietiging. Tenminste, zo heb ik het begrepen.
Zelfs als dat niet helemaal klopt, is het zeker een krachtige film over hoe bekrompen en door angst gedreven mensen niet langer bereid zijn de wonderen van de walvis en de zonsverduistering te zien. En dat is helaas een boodschap die in Europa in 2026 nog steeds nodig is.
(Gezien in Lab111.)
